CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

01b Algemeen deel - 20210707 Notulen raadsvergadering avond

RAAD 15 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de notulen van de raadsvergadering op 7 en 8 juli 202138.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

99° Motie van de leden Biemond, Vroege en Grooten inzake de aanstelling van dagelijks bestuurders, nr. 2021.549 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -

de route van het benoemen van dagelijks bestuurders als volgt vorm te geven:  het college maakt een raadsvoordracht met daarin het besluit waarin de raad de dagelijks bestuurders benoemt;  het college maakt per stadsdeel een adviesaanvraag waarin een positief advies gevraagd wordt over de voorgedragen kandidaten;  voorafgaand aan behandeling in de raad organiseren de stadsdeelcommissies een hoorzitting waar de voorgedragen kandidaten aanwezig zijn en gehoord kunnen worden. Daarna stemt de stadsdeelcommissie over de adviesaanvraag van het college, dit gaat individueel en anoniem per kandidaat;  als de adviesaanvraag over één of meerdere kandidaten geen meerderheid behaalt, krijgen de leden van de stadsdeelcommissie de gelegenheid om deze keuze te motiveren in de commissie KDD/tijdelijke raadscommissie;  hierna stemt de raad over de voordracht van het college. Als er geen meerderheid is, zal het college een nieuwe voordracht doen.

100° nr. 2021.587

Motie van het lid Van Soest inzake Maak referendum bekender in de stad,

Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -

de informatievoorziening over de mogelijkheden voor het organiseren van een referendum en de daaraan verbonden voorwaarden maximaal onder de

37

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

aandacht te brengen van de inwoners en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare kanalen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge. De heer FLENTGE: Ik heb een amendement ingediend waarbij het ging om de vergoeding van stadsdeelcommissieleden, maar ik heb die ingetrokken voor zover ik weet en als dat goed gegaan is. Ik ben samen met mevrouw De Grave-Verkerk onder een amendement gaan staan dat eigenlijk hetzelfde bepleit. Dus daar sta ik onder. Bij dezen vervalt dit amendement.

De moties en amendementen maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege. De heer VROEGE: Deze dagen mag ik graag de Tour de France volgen, het liefst per radio en hoe spannend ook, het is wie de dagwinst krijgt en uiteindelijk gaat het de meeste renners niet om de dag te winnen maar Parijs te halen. Voor de meeste renners geldt, Parijs haal je niet in je eentje. Dat doe je door samen te werken met je collega’s in je eigen ploeg maar eigenlijk met het hele peloton. Zo haal je uiteindelijk Parijs. Dit proces dat we vandaag doorlopen als het gaat om het bestuurlijk stelsel heeft veel overeenkomsten met de Tour de France. Ook vandaag een zware dag, zij vandaag twee keer de Mont Ventoux en wij de hoofdlijnen. Parijs is nog ver maar aan de vele cum suis die de voorzitter net voorlas, kun je zien dat het peloton van de gemeenteraad flink aan het samenwerken is om de eindstreep te behalen en dat is best een winstpunt. Waarschijnlijk komt dat doordat de wethouder in zijn hoofdlijnennotitie veel ruimte overlaat aan de raad. Ik weet niet of dat bewust was of onbewust, maar wij moesten als raad wel aan het werk. Dat hebben we denk ik ook heel serieus gedaan. Dat leidde en dat was best mooi, tot hele andere discussies als normaal.

Normaal heb je discussies in de raad over of je voor of tegen het voorstel bent van het college, oppositie versus oppositie maar nu moesten we met elkaar in gesprek, van vind jij, wat vind jij belangrijk, wat wil je binnenhalen voor de toekomst van het bestuurlijk stelsel en hoe gaan we hier samen een voorstel van maken. Een discussie meer op inhoud in plaats van voor of tegen. Ik vond dat winst als dat gaat om de portefeuille Democratisering. Er zijn veel voorstellen gedaan en wat mij betreft was dat hard nodig want het doel dat D66 voor ogen heeft, is het bestuurlijk stelsel en de stadsdelen wat zwaarder op de benen neer te zetten. De laatste jaren heeft het imago van de stadsdelen het niet goed gedaan. Er zijn diverse oorzaken aan te wijzen ooit begonnen, ontstaan onder moeilijk gesternte. Het was lang onduidelijk zowel voor bewoners als voor ambtenaren als misschien ook de mensen in de Stopera wie nu precies waarover ging. En misschien hebben we ook gewoon de stadsdelen te weinig aandacht gegeven, zowel het college als ook de gemeenteraad. Tijd dus voor verbetering. Wat mij betreft zijn er drie uitgangspunten die centraal staan. Houd het simpel, maak het duidelijk en wees consequent. In de vele moties waaronder mijn naam vandaag staat, volgens mij een stuk of negen, heb ik altijd getracht een van deze uitgangspunten daarin terug te vinden.

Aan mij de eer nu vier moties nader toe te lichten. Allereerst twee moties waarin ik aangeef iets niet te willen. Iets wat u normaal gesproken niet van mij gewend bent. Maar toch. Allereerst de territoriale commissies. Dat is weer een extra commissie die misschien weer meer ruis geeft en meer onduidelijkheid

38

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

geeft in plaats van meer helderheid dan nodig. Daarom een voorstel dat niet te gaan doen maar in plaats daarvan wel te organiseren dat raad en stadsdelen minimaal een keer maar zo vaak als nodig wel serieus met elkaar in gesprek gaan. Iets anders waarover ik twijfel heb en waarvan ik het liefst uitstel zie, is de gelote burger toe te voegen aan de stadsdeelcommissie. Niet halverwege de rit iets veranderen. Dat kost weer tijd en energie die afleidt van de zaak waarvoor ze zijn gekozen. Laten we die gelote burgers meenemen in de evaluatie waarvoor mevrouw De Grave straks een voorstel gaat doen en laten we kijken of we dat in 2026 kunnen invoeren. Die gelote burger heeft wat mij betreft wel een rol in het panel dat de wethouder voorstelt maar wij doen ook een voorstel om dat panel iets concreter aan het werk te zetten in het verlengde van de stadsdeelcommissies. Dus dat de stadsdeelcommissie kan aangeven waar ze opgaven zien, waar ze dilemma’s zien, waar de problemen zijn en dan gericht het stadsdeelpanel daarop in te zetten. Dat hoeft niet altijd met 500 man, dan kan dan ook gezien de situatie met minder mensen maar dat brengt dan wel de stadsdeelcommissie en het panel dichter bij elkaar.

(De heer FLENTGE: We hebben straks twee keer per jaar een stadsdeelpanel dat bij elkaar komt met gelote burgers terwijl de politieke partijen eigenlijk aan de knoppen draaien in de stadsdeelcommissies. Zij mogen dan adviseren. Dan zou het toch niet onredelijk zijn als je aan die burgers gewoon vraagt, waarover wilt u adviseren; het is aan u – in plaats van dat je dat laat dicteren vanuit de stadsdeelcommissie?) Het is waarschijnlijk echt een SP-opvatting dat er wordt gedicteerd vanuit de politiek. Bij andere partijen gaat men in gesprek met de bewoners. Dat is denk ik de taak van volksvertegenwoordigers in plaats van dat je mensen dicteert. Maar gericht met mensen in gesprek gaan over dilemma’s in het stadsdeel in buurten en wijken, dat lijkt mij een stuk efficiënter dan willekeurig 500 mensen bij elkaar zetten en zeggen, roept u maar zonder dat duidelijk is wat daar vervolgens mee gebeurt. Dan krijg je de situatie dat burgers denken, ik heb er tijd en energie in gestoken, maar er gebeurt vervolgens niets mee. Dat moeten we niet hebben. Dus gericht aan het werk zodat ook de oplossing die uit de gelote burgers naar voren wordt gebracht, daadwerkelijk kan worden opgepakt door de stadsdeelcommissie. (De heer FLENTGE: 500 mensen. Blijkbaar zit er enige schroom bij u om 500 mensen met elkaar te laten praten en zelf hun agenda te laten bepalen.

Ik zou dat nu de ultieme vorm van democratisering vinden. Je zit bij elkaar en je bepaalt wat je wil bespreken en wat je wil adviseren maar u doet, ik lees het even letterlijk voor want dan snappen anderen ook waarom ik hierop aansla ‘hierbij de stadsdeelcommissie te laten bepalen over welk onderwerp, probleem, thema het stadsdeelpanel advies gevraagd wordt.’ Kortom, de stadsdeelcommissie bepaalt en daarom noem ik het dicteren. Waarom laat u dat niet aan het stadsdeelpanel?) Het voorstel is het stadsdeelpanel in lijn te brengen met het initiatiefvoorstel dat ik zelf vorig jaar heb ingebracht over burgerforum. Daar heeft de heer Flentge ook mee ingestemd. De uitvoering van het initiatiefvoorstel laat nog steeds op zich wachten. Wij zien een aanvulling van het burgerpanel op dat burgerforum, een voorstel dat al is aangenomen. Die twee brengen we bij elkaar. Daarnaast is er ook de mogelijkheid voor burgers om in hun eigen burgerpanel de gemeenteraad te adviseren op punten die dat panel belangrijk vindt. Die twee dingen gaan gewoon samen maar wel met een instrument waarvan deze raad heeft gezegd dat belangrijk te vinden.

39

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

(De heer FLENTGE: Die burgerfora vond ik wel sympathiek maar ik moet nu toch constateren als het gaat over het werkelijk kunnen meepraten door bewoners in de stadsdelen dat u en heel veel anderen in deze raad niet willen dat zij geloot in de staddeelcommissie kunnen zitten. Ze mogen advies geven maar het wordt bepaald door de stadsdeelcommissie waarover die mensen nu uiteindelijk advies mogen geven. Kortom, je bent aan alle kanten gebonden aan de politieke partijen.) Zoals ik zei, maak duidelijk waarover het stelsel gaat, maak duidelijk wie waarover gaat. Dat is een van de voorwaarden waardoor het dit keer hopelijk wel gaat werken. Juist door duidelijk te maken bij dit instrument kan een stadsdeelcommissie aangeven, wij zien een dilemma in deze wijk, wij hebben een opgave voor het hele stadsdeel en daarop willen wij advies. Vervolgens gaan de gelote burgers daarmee aan de slag. Dat geeft duidelijkheid voor alle partijen en daarmee voorkom je dat bewoners het gevoel hebben dat ze alleen mogen praten voor de Bühne omdat hun mening niet wordt gehoord. Zorg dat het effectief wordt, zorg dat het zin heeft. Dat is de basis van mijn voorstel. Als laatste een motie over de stadsmoties. Ik was wat verbolgen over hoe dit de vorige keer tot ons kwam. Ik heb er in de raadscommissie wat woorden aan vuil gemaakt. Maar bij nader inzien is het best wel een mooi instrument.

Ik denk dat het een nuttige aanvulling is op de normale manier waarop burgers mogen meedoen bij beleidsvorming. Normaal gesproken krijgen we een dik pak Nota van beantwoording. Die stadsmoties zijn best een mooi instrument en ik verzoek het college deze nader uit te werken zodat duidelijk is waar en wanneer we dit instrument kunnen inzetten. Daarnaast nog een vraag aan de wethouder om een specifiek stadsdeelmotie daaraan toe te voegen waarin een stadsdeel richting gemeenteraad gevraagd en ongevraagd zijn mening kan laten blijken. Kortom, de stadsmotie is van de burgers, de inwoners naar de gemeenteraad; de stadsdeelmotie van de staddeelcommissie naar de gemeenteraad. Uiteraard is het aan de gemeenteraad om zelf te bepalen wat ze met die moties doet. Parijs is nog ver. Na vandaag zullen nog meerdere pittige etappes volgen maar ik heb goede hoop dat we met elkaar de eindstreep gaan halen. (Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Ik zou het volgende willen voorleggen. Het was dacht ik Mao die zei, laat duizend bloemen bloeien. Ik hoor stadspanels, ik hoor stadsmoties. Hoe prioriteert dat dan? Dat komt allemaal terecht bij de stadsdeelcommissie.

Wat moet men dan met zo’n veelheid – ik hoop dan dat het een veelheid is en vandaar die duizend bloemen – aan opinies, aan meningen, aan minderheidsstandpunten, aan leuke ideetjes – wat moet zo’n stadsdeelcommissie naar de inzichten van D66?) Een stad vol bloemen, dat lijkt mij een goed vooruitzicht. Het zijn twee instrumenten met duidelijk een eigen publiek. De een is voor contact tussen de burgers en het stadsdeel en de stadsdeelcommissie; de ander is het instrument van de staddeelcommissie naar de gemeenteraad. Laten we ervoor zorgen dat het alle gremia die samen het stadsbestuur vormen onderling duidelijk wordt wie met wie hoe gaat communiceren. Dat is de laatste jaren juist niet duidelijk genoeg geweest. Laten we ervoor zorgen dat al die verhoudingen duidelijk worden en ook wie staat tot wie en op welke manier. Daarvoor is juist dit instrument wat mij betreft bedoeld. (Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Ik hoor nog geen hiërarchische orde. Wat is dan de plek van minderheidsstandpunten in de stadsdeelcommissie zelf. Hoe doet dat dan mee in het geheel dat D66 voor zich ziet aan geluiden?)

40

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Collega De Grave komt daar vaker op terug, het minderheidsstandpunt van een politiek orgaan. Dat is hetzelfde als hier in de gemeenteraad. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad in meerderheid. Als de gemeenteraad heeft besloten, dan heeft de gemeenteraad besloten en zo geldt het ook voor de stadsdeelcommissies na debat en na weging van alle argumenten. (Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Begrijp ik het dan goed dat met al die inbreng vanuit panels, stadsdeelmoties en noem maar op het zo is dat de meerderheid van de stadsdeelcommissie beslist en dat is het?) Als het gaat om besluitvorming, denk aan het opstellen van adviezen richting het eigen bestuur, als het gaat om adviezen richting het college of het aannemen van moties richting de gemeenteraad, net als wij dat doen: dan beslist de meerderheid zoals ook moties in dit huis bij meerderheid worden aangenomen. Dan schrijven we ook niet op dat de heer Van Schijndel of mevrouw De Grave daartegen heeft gestemd. Dan gaan we gewoon de motie uitvoeren. En in die uitvoering weet iedereen, de gemeenteraad heeft dit besloten, we gaan aan het werk. De VOORZITTER: Eerst nog even een paar administratieve zaken voordat we verder gaan met de volgende spreker. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties en een amendement zijn ingekomen: 102° Motie van het lid De Grave-Verkerk inzake budgetbestedingsrecht voor de stadsdelen, nr.

2021.595 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -

-

-

-

bij de uitwerking van de op te stellen verordening op de stadsdelen een separaat besluit voor te bereiden tot toekenning van een budgetbestedingsrecht aan de stadsdelen voor in ieder geval gebiedsgericht werken en voor fysieke aangelegenheden in de buitenruimte (geoormerkt als betrekking hebbend op ‘schoon, heel en veilig’, naar eigen inzicht van de stadsdeelcommissies te besteden binnen deze domeinen; het bestedingsrecht in het mandateringsbesluit dan wel in een nader uitvoeringsbesluit te bepalen op 20 procent van de in de begroting voor deze opgaven opgenomen budgetten (dus geen extra budget); een verdeelsleutel te ontwikkelen die deze budgetten onder de stadsdelen op eerlijke wijze verdeelt, bijvoorbeeld naar rato van het aantal inwoners en/of oppervlakte; deze stukken tegelijk met de nieuwe Verordening op de Stadsdelen voor besluitvorming voor te leggen aan de raad.

103° 2021.594

Amendement van het lid Kuiper inzake bestuursmodel variant C, nr.

Besluit: -

op pagina 1 de zin:

41

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

‘a) conform het huidige stelsel uitgaan van een door het college benoemd dagelijks bestuur;’ te wijzigen in: ‘a) dagelijks bestuur uit het midden van de stadsdeelcommissie te benoemen’ En daarnaast op pagina 1 de zin: ‘3)) Met het oog op rolzuiverheid instellen van twee aparte bestuurscommissies, waardoor een scheiding ontstaat tussen het door het college benoemde orgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van taken en bevoegdheden en het door de Amsterdammer gekozen orgaan dat richting geeft en controleert, waarbij’ te wijzigen in: ‘3)) Met het oog op de beste afspiegeling van het stadsdeel instellen van één bestuurscommissie, waardoor er rolzuiverheid tussen het centrale stadsbestuur en de stadsdeelcommissie ontstaat’ -

en de rest van de voordracht dienovereenkomstig naar bestuursmodel variant C aan te passen.

104° Motie van het lid Yilmaz inzake objectieve verdeling stadsdeelcommissieleden en inwoneraantallen per stadsdeel, nr. 2021.605 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -

het aantal zetels per stadsdeel:  te bepalen aan de hand van het inwoneraantal;  elke vier jaar te indiceren voor een nieuwe verdeling aan de hand van het inwoneraantal;  zoveel mogelijk budgetneutraal te financieren en indien nodig dekking te zoeken in de vergoedingen van de stadsdeelcommissieleden.

De moties en het amendement maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Grooten. Mevrouw GROOTEN: We blijven in beweging op dit onderwerp. Gisteravond praatte de stadsdeelcommissie in Nieuwwest met negen jongeren over alle ontwikkelingen in hun stadsdeel. Het was heel mooi om te zien hoe ze dat hebben gedaan en hoe deze stadsdeelcommissieleden toch zo veel mogelijk proberen te halen uit de positie die ze de afgelopen jaren hebben gehad. Maar dat betekent natuurlijk niet dat wij niet vinden dat het beter kan en daar staan we hier vandaar voor om dat met een deel van deze raad te gaan doen. Eigenlijk staan we hier ook mede namens de VVD, de evaluatiemotie van mevrouw Ruijgrok destijds en het is mooi dat de traditie in ere wordt gehouden en dat er weer een evaluatiemotie voor de komende periode ligt en ik ben benieuwd hoe men hier over vier jaar weer staat. Het is toch wel een bijzonder moment want we hebben de afgelopen

42

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

periode veel met elkaar gewisseld, geëvalueerd, gepraat, gewogen en met vier jaar geleden in het achterhoofd kan ik toch wel zeggen dat het deze keer op een hele andere manier tot stand komt dan toen. Ik weet niet wie er allemaal bij waren, maar het was echt een heel andere situatie. Ik vind het ook belangrijk dat we dat doen als raad met de verantwoordelijkheid naar de stad en naar de Amsterdammer om ook het draagvlak daarmee zo goed mogelijk proberen te krijgen voor de komende jaren. Voor GroenLinks geldt en dat is geen geheim, dat de meest optimale variant die wij zouden willen, niet mag. Dat is gewoon wettelijk niet meer mogelijk en de lobby richting het rijk waarop mevrouw Van Soest iedere keer hamert, daar zou ik heel graag de komende tijd nog in optrekken om te kijken of we dat weer op de agenda kunnen krijgen. Ik vind dat Amsterdam en de goede stadsdemocratie dat gewoon echt verdienen. Dus het is op dit moment zoeken wat wij daar het best uit kunnen halen. Waarom doen we dit? We willen een laagdrempelig, democratisch herkenbaar bestuur zo dicht mogelijk bij mensen en we willen zorgen dat er heldere taken worden belegd en dat het te begrijpen is voor de Amsterdammer. Want de afgelopen periode hebben we toch gezien dat niet iedereen duidelijk had wie nu waarover ging. Misschien zelfs wel sommige mensen in het stadsdeel niet.

Die taken- en bevoegdhedenlijst waarover we het hele tijd hebben, is daarin essentieel. Belangrijk is dus: waar gaan ze over, wat kunnen ze, en op welke manier verhouden we ons tot elkaar. Dus van stadsdeelcommissie tot het dagelijks bestuur, het dagelijks bestuur tot het college, het college tot de raad en de stadsdeelcommissie tot de raad. De voorwaarden voor ons zijn dat die taken en bevoegdheden de komende tijd nog flink veel duidelijker worden. We hebben in de stukken kunnen zien dat dat nog naar ons toekomt. Het duurt misschien een beetje lang en dat is nog wel een vraag aan de wethouder. Er wordt nu over februari gerept. Waarom wordt februari als datum genoemd? Wellicht kan de wethouder daarop te reflecteren. Verder is een voorwaarde cultuur en samenwerking. Daar is het al veel over gegaan. Als je dit niet op een goede manier met elkaar wil aangaan, dan gaat het natuurlijk nooit werken en dat is ook een oproep aan ons als raad. Als wij dit straks voorstellen en zeggen dit gaan we mandateren aan die stadsdeelcommissie, bestuurscommissie is het dan weer, dan moeten we dat ook echt met elkaar doen. Dan moet je besluiten niet nog eens over gaan doen als ze in de stadsdeelcommissie zijn genomen. Dat is in het verleden natuurlijk wel eens gebeurd. En dan moet natuurlijk duidelijk zijn hoe de ondersteuning is geregeld en dat wat men wil doen, ook kan waarmaken.

Dan heb ik een aantal moties die ik zou willen toelichten. Eentje gaat over de instrumenten. Dat is eigenlijk een motie dat ze moties kunnen gaan indienen. Dus dat is de motie Ze mogen moties indienen. En er is een motie die gaat over de route van de benoeming van de dagelijks bestuurders en het profiel van die dagelijks bestuurders en dat zal de heer Biemond nog verder toelichten. Daar willen wij dat uiteindelijk de raad degene is die de dagelijks bestuurders benoemt omdat we denken dat de raad de meest democratische laag is om dat te doen. Dus dan is het wel het college dat de bevoegdheden overdraagt en de bestuurscommissie instelt, de bestuurscommissie waar de dagelijks bestuurders in zitten. En dan hebben we nog een motie over het aantal zetels. We willen graag een ondergrens daarvoor instellen omdat we zeven zetels voor stadsdeel Centrum wel echt heel weinig vinden. Je moet je afvragen of je het stadsdeel daarmee echte recht doet. Daarom zeggen wij stel een ondergrens in en kijk ook naar de groei van de stad. Als een stadsdeel enorm gaat groeien, moet je ook kijken dat je het aantal zetels (Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: De vraag aan GroenLinks is of er ook is gedacht aan een bovengrens.)

43

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Nee, heb ik niet per se aan gedacht. Als de stad enorm gaat groeien bedoelt de VVD misschien wel, dan krijgen we wellicht wel erg veel mensen. Het kan best slim zijn in de toekomst om daarover na te denken of er een bandbreedte moet zijn. (Mevrouw VAN SOEST: West is bijna net zo groot als Amersfoort, dus dan zou je toch op zijn minst moeten denken dat je ook naar aantallen inwoners kijkt voor die bovengrens of ondergrens? Amersfoort kent 150.000 inwoners. Laten we daar een voorbeeld aan nemen.) Dat ben ik zeker met mevrouw Van Soest eens en dat zie je ook wel dat er een ratio inzit. Ik denk wel dat het goed is daar goed naar te blijven kijken dat dat kloppend is. Maar in ieder stadsdeel zijn er weer hele andere opgaven dus daar moet je ook wel naar blijven kijken. Dus de inhoud en het aantal, dat moet met elkaar kloppen. (De heer FLENTGE: Minimaal 11, dat zou dan enorm kunnen uitdijen. Zegt u dan dat ze in hun vergoedingen moeten worden betaald om de nu voorgestelde vergoedingen die enorm verhoogd zijn, af te vlakken? Kortom, het moet worden betaald uit het bestaande potje? Maar u vindt eigenlijk wel dat die 600 euro per stadsdeelcommissie per vergadering aan vergoeding moet worden uitbetaald.

In hoeverre acht u het risico dat er straks misschien wel 15 mensen die zo'n commissie zitten en dat er straks een voorstel komt dat die mensen straks allemaal 600 euro per vergadering krijgen, straks misschien 20 mensen per commissie?) Straks? Er ligt nu een voorstel voor dat voor de komende vier jaar is. Ik vind het verhaal dat de politici niet betaald mogen krijgen voor het werk dat ze doen of niet meer dan ze nu krijgen, dat vind ik helemaal niet socialistisch en dat vind ik ook totaal niet bij de SP passen. Die mensen werken keihard voor de buurt en die mogen daar dan niet een vergoeding voor krijgen die recht doet aan wat dat werk inhoudt. We hebben van alle stadsdeelcommissieleden die dat werk nu doen, gehoord dat de tijdsbesteding als je het werk echt goed wil doen, echt heel groot is. Daarover moeten we gewoon realistisch zijn. Ik vind dat nog steeds zo gek bij de SP en dat snap ik ook echt niet. (De heer FLENTGE: Ja, het is heel gek bij de SP. Maar ja, de reden waarom ik daar op aansla, is dat politici het voor zichzelf niet beter moeten regelen door middel van dit soort stellingnames. Maar mijn vraag aan u was juist een andere.

Mijn vraag aan u was als je meer dan 11 mensen in een stadsdeelcommissie hebt, die dan straks waarschijnlijk minder dan 600 euro per vergadering krijgen, dan kan het toch een voorstel komen om die 15 of 20 mensen wel weer op te tillen naar 600 euro per vergadering. Sluit u dat uit? Hoe staat GroenLinks daarin?) Even reagerend op politici die het beter voor zichzelf willen regelen. Dan gaat u uit van beter dan voor anderen. Als ik zou omrekenen wat je als volksvertegenwoordiger krijgt in verhouding tot het werk dat er voor staat, dan weet ik niet of dat per se beter is dan voor heel veel andere mensen. Dat vind ik een hele rare stellingname. Maar goed, uw vraag over of er in theorie een aantal kan ontstaan waardoor dat bedrag dan hoger wordt. Kan. Maar dat voorstel ligt nu niet voor. Ik zou zeggen, dat gaan we dan als raad met elkaar wegen. Dan weten we ook hoe het stelsel heeft gefunctioneerd en dan kunnen we kijken of we dat waard of niet waard vinden en of we daarvoor dan de middelen hebben. Nu ligt er een aantal voor en wij zeggen, stel een ondergrens in. (De heer FLENTGE: U zet de deur open, dat is wat u doet. U geeft namelijk de mogelijkheid dat er veel meer mensen in die stadsdeelcommissie terechtkomen. Vervolgens vraag ik aan u sluit u het uit dat die mensen dan ook allemaal straks weer naar 600 euro per vergadering mogen gaan, wat

44

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

dan nu eventjes niet zo zou zijn, en dan zegt u, ja dat kan ontstaan en dan gaan we er dan over praten. Maar dan heeft u toch de deur nu bij dit voorstel wagenwijd opengezet? Niet doen) Die deur die staat open want ik ben sowieso voor die 600 euro en het wordt nu geen 600 euro maar misschien 550 euro. Dus dat ontloopt elkaar niet zoveel. Wij vinden dat een goed functionerende democratie op stadsdeelniveau dat gewoon waard is. Een bovengrens, dat heb ik net al gezegd, als die nodig is of als we dat in de toekomst vinden, dan moeten we het daar zeker over hebben maar dat staat nu niet ter discussie. (Mevrouw VAN SOEST: Ik neem aan dat wij allemaal voor kwaliteit gaan en dan zul je daarnaar moeten belonen. Bent u dat met mij eens?) Dat ben ik geheel met u eens, mevrouw Van Soest. (De heer VROEGE: Deuren openlaten is altijd veel beter dan deuren dichtslaan. Is collega Grooten het met mij eens dat het rare stelsel dat we moeten betalen per vergadering eigenlijk afleidt van het feit dat er veel meer werk is voor een volksvertegenwoordiger juist op stadsdeelniveau dan alleen vergaderen op dinsdagavond op woensdagavond?) Dat moet dan eigenlijk mee in onze lobby dat wij willen dat er gewoon per maand zou worden vergoed. Dat hebben we natuurlijk ook in de raadscommissie al een aantal keren aangegeven maar dat mag wettelijk niet. Dat ben ik helemaal met u eens.

Dan wil ik graag afsluiten met de complimenten maken aan de stadsdeelcommissieleden die de afgelopen jaren het werk toch maar hebben gedaan zo goed mogelijk binnen het stelsel. Veel van hen hebben daar echt wat van gemaakt en dat vind ik super knap. Ik hoop dat we de komende periode weer een heleboel mooie en goede dingen gaan zien in de stadsdelen. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Biemond. De heer BIEMOND: Ik weet eigenlijk niet meer wie het was, maar iemand zei, dit lijkt wel op wat Mao zei, laat duizend bloemen bloeien. Volgens mij was het honderd maar ik ga het zo even controleren. Dat was het moment dat Mao iedereen in de partij opriep kritisch te zijn. Het gevolg was vervolgens dat er zo veel mensen kritisch waren, iets te kritisch, dat ze uiteindelijk allemaal in kampen terecht zijn gekomen of zijn vermoord door de partij. Dus het leek mij niet in hele goede vergelijking in het kader van de invoering van een nieuwe bestuurlijk stelsel. Dit even voor de geschiedschrijving. We hebben het bestuurlijk stelsel al een aantal keren besproken in de raad en in raadscommissie en in het eerste debat constateerde ik dat al decennialang het terugdraaien van de decentralisatie in het huidige stelsel te ver is doorgevoerd. Dat is min of meer de conclusie van de evaluatie, denk ik.

Vervolgens heeft zich de afgelopen maanden een debat ontsponnen dat in de kern gaat over het vinden van het juiste evenwicht van aan de ene kant het belang van eenheid van centraal stadsbeleid en aan de andere kant het belang van de stadsdelen om te kunnen afwijken van centraal beleid. Laat ik beginnen met uit te spreken dat het debat steeds in een zeer goede sfeer plaatsvond. Ik weet niets van wielrennen, maar ik was graag onderdeel van het peloton en dat is denk ik goed om uit te spreken. Af en toe was het ook wel wat moeizaam. Mevrouw Grooten heeft wel in een van de commissies gezegd, het is twee stappen vooruit en een stap achteruit en dat kwam doordat de juridische randvoorwaarden steeds duidelijker waren. De doorbraak kwam voor mij in een mede door de griffier geïnitieerde bijeenkomst met een externe deskundige waardoor het debat niet meer hoefde te gaan over wat juridisch kon en wat niet kon maar gewoon wat is nu het beste, wat willen wij. Ik heb er, denk ik, namens de PvdA nooit

45

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

onduidelijkheid over laten bestaan dat wij variant C de beste uitkomst vinden ten behoeve van de versteviging van de lokale stadsdeeldemocratie. Daarvoor is simpelweg geen meerderheid dus moesten wij overgaan naar plan B en u raadt het al, dat is variant B. Om variant B te verstevigen en die voor ons zo te maken dat wij ermee kunnen leven, zijn tenminste drie wijzigingen nodig en die zijn al min of meer besproken. Ten eerste de expliciete vastlegging van de politieke instrumenten van de stadsdeelcommissie. Dat moet duidelijk zijn. En dan moet de stadsdeelcommissie een stem hebben bij de benoeming van de bestuurders want juist doordat ze op dat moment worden gehoord, ontstaat er een vertrouwensrelatie die de basis vormt voor de controlerende taak van de stadsdeelcommissie. Tenslotte krijgt de stadsdeelcommissie als het aan ons ligt een wat we noemen budgetbestedingsrecht, dus zeggenschap over door de raad voor het stadsdeel geoormerkt budget. Daartoe is een amendement en daarvoor zijn moties ingediend die voor ons voorwaardelijk zijn. Ik ben daar volstrekt duidelijk over. Het is voor ons een suboptimale uitkomst en de praktijk zal moeten uitwijzen hoe het uitpakt. Ik heb in het alle eerste debat over het bestuurlijk stelsel ook gezegd dat draagvlak voor ons een van de randvoorwaarden is.

Mevrouw Grooten refereerde er al aan, in de vorige collegeperiode hebben partijen elkaar de tent uit gevochten over dit agendapunt waarbij iedere kans op succes van het stelsel van tevoren te niet werd gedaan. Het was, heb ik wel eens gezegd, een liefdeloos compromis. In het eerste debat heb ik gezegd, als het weer een compromis wordt, laat het dan een liefdevol compromis zijn. En dat wil ik hier uitdragen. Een stelsel dat wij met lef en liefde aangaan, met liefde omdat we met z'n allen een bijdrage moeten leveren aan het slagen van dit stelsel. Met lef omdat we niet te bang moeten zijn dat het af en toe gaat schuren. Als de belangen van de centrale stad en die van de stadsdelen niet parallel lopen en ik zei al, het gaat om dat evenwicht, laat het dan maar duidelijk worden. Dat verhoogt alleen maar de kwaliteit van de besluitvorming. Ik heb niet de illusie dat we met dit stelsel de gouden standaard hebben bereikt. Het is niet af, het is nooit af. Dus ik stem ook graag voor de motie en ik begrijp dat het een traditie is van de VVD over de evaluatie van het stelsel want dat lijkt me hard nodig. Met lef en liefde voorwaarts. (Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Een interruptie vanwege de behoefte aan wat nadere uitleg van de routering van de benoeming van de dagelijks bestuurders door de gemeenteraad. Zo versta ik dat voorstel.

Op voordracht van het college, gehoord hebbende de advisering van de stadsdeelcommissie. Dat zie ik allemaal nog voor me. Maar nu zoek ik een bespiegeling op het punt hoe dan de gemeenteraad die verantwoordelijkheid gestalte kan geven als benoemend orgaan jegens de bestuurders van de stadsdeelcommissies. Denken we dan bijvoorbeeld aan iets als governance hygiëne van een mid-term gesprek? Denken we bijvoorbeeld aan in ultimo het heenzendrecht? Graag een toelichting.) Misschien eerst even over de route zelf en hoe ik me nu voorstel dat het college komt met een voordracht. Die voordracht gaat naar de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie krijgt de gelegenheid om de kandidaat-bestuurders te horen. Vervolgens kan de stadsdeelcommissie stemmen over die voordracht. Als de stadsdeelcommissie bij meerderheid voor stemt, kan het naar de raad en dan kan de raad uiteindelijk een besluit nemen over de voordracht van het college. Als de stadsdeelcommissie bij meerderheid tegen een kandidaat stemt, dan krijgt de stadsdeelcommissie gelegenheid om in de raadscommissie de bezwaren toe te lichten en vervolgens is het dan aan de raad om daarin een beslissing te nemen. Als de raad alsnog met de voordracht instemt, dan zijn we eruit. Als de raad eigenlijk de bezwaren van de

46

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

stadsdeelcommissie volgt, dan is het college weer aan zet. De vraag van mevrouw De Grave gaat eigenlijk hier over maar ook over de vraag hoe het nu verder gaat. Ik vind dat een heel interessante gedachte om te zorgen dat je als raad die hier uiteindelijk een stem in heeft, ook gaandeweg zicht houdt op dat functioneren. Dat is niet uitgewerkt en dat staat ook nog niet in de motie, maar ik denk graag met u verder naar de verordening toe hoe we dat kunnen vastleggen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz. De heer YILMAZ: Vandaag beslissen we over de hoofdlijnen van het nieuwe bestuurlijk stelsel. Het nieuwe voorstel maakt ons enthousiast. We zien dat veel ingrediënten zijn opgenomen voor een bestuur dat dicht bij de burgers staat en onze stadsdelen meer handen en voeten geeft. Veel van de ingediende moties kunnen op onze steun rekenen waarvan wij er een aantal mede indienen. Dank daarvoor aan de collega’s van GroenLinks en D66. Ik wil mijn bijdrage beperken tot één punt waarover wij met een deel van de collega’s een meningsverschil hebben. Dat heeft betrekking op het aantal stadsdeelcommissiezetels per stadsdeel. In het voorstel van de collega’s wordt uitgegaan van een ondergrens van 11 zetels per stadsdeel en vervolgens wordt gekeken naar het aantal inwoners en worden er zetels bijgeplust.

In deze berekening zien we dat sommige stadsdelen worden oververtegenwoordigd en andere ondervertegenwoordigd. We kunnen ons daarom niet vinden in deze motie. Wij denken dat het voor de representativiteit en transparantie belangrijk is om een objectieve verdeling te hanteren per stadsdeel. Dat wil zeggen, het aantal inwoners bepaalt het aantal zetels. Het is simpel en eerlijk. Het hanteren van een ondergrens is dat daarentegen niet vanwege de eerder genoemde problemen met de vertegenwoordiging. Een objectieve verdeling is ook goed uit te leggen aan de burger. In de evaluatie van het bestuurlijk stelsel werd gewezen op het feit dat een nieuw systeem moet groeien en daarvoor is het belangrijk dat onduidelijkheden zo veel als mogelijk worden weggenomen. In dat licht denkt het de DENKfractie wijs een objectieve verdeling van het aantal stadsdeelcommissiezetels te hanteren om mogelijke kritiek op over- en ondervertegenwoordiging van bepaalde stadsdelen voor te zijn. Daarom dienen wij een motie in om een objectieve verdeling te hanteren. (De heer FLENTGE: Ik vind uw pleidooi niet eens zo onlogisch in die zin dat je zegt dat je zegt, wanneer een stadsdeel heel veel mensen heeft, dan zouden daar wat meer zetels terecht moeten komen. De vraag is natuurlijk wel of dat gaat leiden tot een enorme uitbreiding van het aantal zetels als stadsdelen flink gaan groeien de komende jaren.

Zou het wat u betreft uiteindelijk moeten leiden tot heel veel extra zetels of gaat het om de verdeling van de bestaande zetels wat u betreft? Het antwoord is voor mij van belang of ik voor of tegen stem.) Ik denk dat een maximum daaraan stellen wel handig is. Het moet in verhouding blijven ook met de gemeenteraad. Dus het verdelen van de huidige zetels vind ik verstandiger. (De heer VROEGE: Het voorstel van collega Yilmaz het lijkt misschien rechtvaardiger, maar dat kan ook betekenen dat sommige stadsdelen bijvoorbeeld Centrum en ook Zuidoost, stadsdelen met relatief weinig inwoners, minder vertegenwoordigers krijgen in de stadsdeelcommissie dan nu. Is dat wat DENK voorstaat?)

47

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Ik zie het niet als minder, ik zie het juist in verhouding. Kijk, in Nieuwwest heb je heel veel inwoners. Dat hebben ze net ook al gehoord. Volgens mij zijn het er circa 160.000. Dan moet er wel een bepaald verschil zijn met bijvoorbeeld stadsdeel Centrum, tenminste een verschil in verhouding. Als het verschil qua aantallen commissieleden heel klein is, dan vraag ik me af of dat wel eerlijk is. (De heer VROEGE: En waarom ziet u bepaalde competitie in het aantal leden dat in de commissie zitten? Het gaat er toch om dat het budget dat zij krijgen evenredig is aan de grootte van het stadsdeel en het aantal inwoners en dat het zeggenschap groter is als het stadsdeel groter is? Dan is het toch geen wedstrijdje met hoeveel mensen in de vergadering samen komt?) Volgens mij gaat het vooral om de vertegenwoordiging. Ik zie het absoluut niet als een competitie. Het is een vertegenwoordiging. Als je meer inwoners in een stadsdeel hebt, dan lijkt het mij logisch dat je ook meer vertegenwoordigers hebt in de stadsdeelcommissie. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge. De heer FLENTGE: Ik denk dat de wethouder en zijn staf kei- en keihard hebben gewerkt om dit voorstel neer te leggen en daarvoor wil ik hen in ieder geval een compliment geven. Het is een hele grote klus.

En het feit dat wij het niet met elkaar eens zijn, neemt mij niet het zicht weg op de enorme klus waarop heel veel mensen heel veel input hebben geleverd. Ik heb eigenlijk twee grote bezwaren en ik denk dat we dat in de raadscommissie eigenlijk allemaal al hebben uitgewisseld. Een vrij fel debat van achter zo'n zoomschermpje. Overigens wordt het debat daar alleen maar feller van. Ik wil het eigenlijk alleen maar samenvatten hier. Mijn grootste bezwaar van het eerste debat, veel debat, een positief fel debat, maar mijn grootste bezwaar is dat ik eigenlijk zou willen dat we niet de politieke partijen aan zet zetten in de stadsdeelcommissies. Dat zou ik nu een goede vorm vinden om daadwerkelijk bewonersparticipatie te laten plaatsvinden. Doe het door middel van loting, doe het door middel van buurtbewoners en buurtactivisten op een lijst te zetten. Ik denk dat die tweede niet makkelijk is omdat je daarmee waarschijnlijk via de achterdeur toch weer politieke partijen gaat toelaten, maar doe het dan desnoods alleen door loting. Welke vorm dan ook. Ik zou zeggen, buurtbewoners in die stadsdelen, dat zou mijn ideale oplossing zijn. Dat zou ik redelijk vinden. Dan haal je de politieke partijen daartussen uit. Ik weet dat ik hiervoor geen politieke meerderheid ga krijgen. Ik heb deze motie eerder ingediend met de Partij voor de Dieren. Die is hard weggestemd dus ik ken mijn grenzen.

(De heer BIEMOND: Ik ken dit verhaal natuurlijk en ik dacht, ik laat het passeren maar ik hoorde de heer Flentge zeggen, ik zou vinden dat de buurtbewoners in de stadsdeelcommissie moeten zitten. Dan moet ik hem er toch even aan herinneren dat dat precies het hele idee is. Die stadsdeelcommissieleden zijn nu eenmaal buurtbewoners. Daarom heb ik ook nooit tegenstelling begrepen die de SP hier inbrengt tussen politiek en bewoners want het zijn nu eenmaal bewoners die willen meedenken over hun stad. Misschien kan de heer Flentge nog even op die opmerking die hij zojuist maakte, ingaan.) Daarin heeft de heer Biemond volledig gelijk. Dat is een terechte correctie. Ik bedoel natuurlijk te zeggen en ik ben dan niet zorgvuldig genoeg geweest in mijn woorden dat buurtbewoners zonder enige context in politieke partijen zich niet gevangen voelen, zich niet hoeven te houden aan misschien politieke afspraken in de Stopera die dan doorsijpelen in de stadsdelen, aan deals die worden gesloten waardoor er wellicht druk ontstaat in een

48

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

politieke partij. Allemaal zaken die kunnen plaatsvinden in een politieke partij die ik niet wil. Dat wil je niet in de stadsdelen. Je wil in de stadsdelen dat mensen zich kunnen uitspreken zonder zich daarvoor op enige manier te hoeven verantwoorden of zich onder druk gezet te voelen. Dat is wat ik wil. Ik weet, mijnheer Biemond, en dat geldt voor een groot deel van de raad, dat u dat niet met mij eens bent. Ik vind dat dood- en doodzonde want dat zou wat mij betreft een mooie stap zijn geweest. Is het logisch dat de wethouder dat niet voorstelt? Hij heeft trouwens ook een paar goede dingen in het voorstel gezet. Laat ik dat ook noemen. Ik vind dat we de oude strijd tussen de stadsdelen en de stad, het eeuwige gevecht daar vanuit het verleden - en dat ben ik met de heer Vroege eens en volgens mij delen we dat standpunt - ik ben blij dat we dat niet opnieuw optuigen. Daar ben ik blij mee en dat wil ik zeker benoemd hebben helemaal als het gaat om de samenwerking tussen de raad en de stadsdelen, de extra formatie daarvoor. Jazeker, ik ben tegen de verhoging van de vergoedingen. Als je de stadsdelen neerzet, moet je zorgen dat mensen hun werk kunnen doen en dat de voorstellen goed in de raad terecht komen. Allemaal positief. Maar dit onderdeel, ja, het spijt mij, ik vind het zonde omdat ze daarmee beklemd raken.

Heeft de wethouder dan iets gedaan wat hij niet had moeten doen? Ik snap het wel. Hij zoekt natuurlijk naar een compromis en ik weet ook wel dat ik niet vertegenwoordig wat er allemaal in de politieke arena door heel veel mensen wordt gevonden. Dus hij zoekt niet per se een compromis met de SP. Dat zou lastig worden omdat heel veel andere partijen daarover duidelijk een andere visie hebben. Dat neemt niet weg dat ik een doodzonde vind en dat heb ik ook in de raadscommissie gezegd dat ik radicale democratisering op een andere manier zie. (De heer VROEGE: Toch nog even op dit punt. Ik erken trouwens niet dat lid zijn van een politieke partij gepaard gaat met interne druk. Dat is misschien binnen de SP wel zo, maar bij D66 zeker niet. Ik begrijp dat de heer Flentge niet zozeer de politieke partijen maar vooral de verkiezingen op stadsdeelniveau wil afschaffen. Dus niet de politieke partijen maar vooral de verkiezingen afschaffen. Burgers worden dan geloot. Dus verkiezingen dat is waarop u tegen bent? Begrijp ik het goed?) Laat ik allereerst terugkomen op uw eerste opmerking. Die ging over macht en dat dat niet in uw partij zou plaatsvinden. Dat is een beetje omdat veel Amsterdammers en Nederlanders echt wel weten dat dat natuurlijk wel degelijk kan plaatsvinden in een politieke partij.

Dat kunt u mij aansmeren, dat is prima hoor, dat kan ik hebben, maar dat gebeurt in politieke partijen. Er worden hier soms in de wandelgangen deals gesloten in contacten tussen raadsleden en wethouders onderling en dan is het niet fijn als een politieke partij denkt, dan moeten we dat ook wel eventjes goed bij de lokale mensen in de stadsdelen uitzetten. Dat is mijn bezwaar. Die druk, die oneigenlijke druk die er kan ontstaan. Ga mij geen zoete broodjes bakken, mijnheer Vroege, ga mij niet zeggen dat dat niet gebeurt. Dan moet u dat maar tegen de Amsterdammers gaan zeggen. Ik denk dat hoongelach uw deel zal zijn. Dan de tweede opmerking. Ik had het liefst gehad dat buurtactivisten worden verkozen. Dat zou ik het liefste hebben. Buurtactivisten uit de wijken in de buurten die worden verkozen. Het probleem is een beetje dat het waarschijnlijk technisch zo zal zijn dat dan via de achterdeur politieke partijen binnenkomen. Als verkiezen zou kunnen, dan zou ik dat fantastisch vinden. Maar uiteindelijk zal het door middel van loting betekenen dat je op die manier dus geen verkiezingen houdt. (De heer VROEGE: Ik ben heel benieuwd waarom de heer Flentge vindt dat de stem van een buurtactivisten meer waard is dan van een moeder die langs de hockeyvelden staat om daar activiteiten voor de buurt te doen of

49

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

op andere manier een bijdrage aan een wijk bijdraagt. Daarom is een buurtactivist volgens u belangrijker dan een gewone Amsterdammer?) Mijnheer Vroege, dat zijn mijn woorden. Iedereen is een buurtactivist. Iedereen die actief is in de buurt. Kom op, iedereen die actief is in zijn wijk, die actief is bij de hockeyclub, die wat doet voor zijn buurt of zijn omgeving, dat is wat mij betreft een buurtactivist. U ziet dat waarschijnlijk als iemand die met grote spandoeken ergens heen loopt, maar ik zie dat echt als mensen die actief zijn in hun wijk. Maak er buurtactievelingen van als die term u beter bevalt. Het gaat mij om mensen die actief zijn in de wijk die wat willen bereiken en die ook de bereidheid hebben om in een stadsdeelcommissie te gaan zitten. Die mensen zoek ik zonder dat ze worden ingepakt door politieke partijen. Ik vervolg mijn pleidooi. Ik vind het nog steeds gênant en dat ga ik hier toch voor de laatste keer zeggen en ik realiseer mij dat mevrouw De Grave daarvoor andere woorden zal kiezen, maar ik vind het gênant dat we in deze tijden de vergoedingen van de stadsdeelcommissieleden verhogen. Ik vind het gênant; ik zou het niet doen. Daarbij weet ik dat een groot deel van de raad dat wel wil en ik zal dat moeten accepteren. (Mevrouw VAN SOEST: Pleit voor buurtactivisten. Ik heb 20 jaar in de deelraden gezeten.

Ik kan u vertellen dat die buurtactivisten zich prima laten horen in de vergaderingen. Wij gingen altijd ook de wijk in een berging op locatie vergaderen; we hielden openbare vergaderingen voor een probleem dat in een wijk speelde. Waarom zouden we dat niet zo kunnen oplossen?) Hulde aan mevrouw Van Soest. Dan zou ik zeggen dat die mensen van vroeger en waarschijnlijk veel mensen die u kent, dat die nu juist zonder in een politieke partij te hoeven plaatsnemen, dat die nu juist in die stadsdeelcommissies zouden kunnen plaatsnemen. Dan geef je ze gelijk toegang tot rechtstreekse invloed en dan zijn er daarnaast nog van allerlei mensen nodig die van alles kunnen optuigen. Maar dan zet je die wensen ook nog eens een keer in de stadsdeelcommissies en dan geef je ze daadwerkelijk macht in plaats van de fopspeen van twee keer per jaar mogen meepraten en dat de stadsdeelcommissie bepaalt waarover het gaat - ten minste als het plan van de heer Vroege doorgaat. Dan wordt het een fopspeen. (Mevrouw VAN SOEST: Als je een goede volksvertegenwoordiger bent, dan ben je in de wijken en dan ga je kijken waar de problemen zitten en dan ga je met die mensen praten en dan ga je vragen, hoe kunnen we u helpen om het op te lossen. Zo heb ik heb 20 jaar gedaan in de deelraad van Noord. Dat is prima bevallen. De mensen kennen mij nu nog omdat ik de wijken inging.

Dat is datgene wat we bij de bestuurscommissie zouden moeten doen. Dat zou je misschien in de verordening kunnen zetten dat ze verplicht zijn op locatie te vergaderen of dat ze een keer in de zoveel tijd met de mensen in gesprek gaan over een bepaald idee. Dan is het probleem opgelost?) Ik doe niets anders, mevrouw Van Soest. Dus ik respecteer u daarom en ik weet dat ook uit Noord dat u dat doet en dat u niet voor niets zulke goede resultaten behaalt bij de verkiezingen juist omdat u dat doet. Maar Ik doe hetzelfde en heel veel om mij heen doen hetzelfde. Maar er is één ding dat ik dan niet begrijp. Als wij die mensen zo serieus nemen en als wij het zo belangrijk vinden dat ze dat doen en als we ze op waarde willen schatten, waarom laten we ze dan niet daadwerkelijk zetels in de stadsdeelcommissie innemen zonder dat ze daarbij eerst deel moet uitmaken van een politieke partij? Waarom is dat? Dat begrijp ik dan niet, want dan zouden ze werkelijk waarde schatten.

50

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

(Mevrouw VAN SOEST: Dan zullen zij een politieke partij moeten gaan oprichten en dan zijn ze er ook. Wij hebben WOON! die op dit moment al die sociale huurwoningen verkoopt. Iedere week protesten organiseren. Dat zou een politieke partij kunnen zijn. Dat is ons stelsel dat we het via de politiek doen. We kunnen er toch niet onderuit. Ik neem aan dat we dat met mij eens bent?) Het mooie is juist, mevrouw Van Soest, dat we er hier juist wel onderuit kunnen. We zouden het anders kunnen organiseren dan via de lijn van de politieke partijen. Waarom dan direct de oude politiek in stelling brengen? Waarom dat direct en gelijk doen? Waarom zouden we dat nu doen? Ik sta regelmatig met de heren en dames van Niet te koop te demonstreren als het gaat om de uitverkoop van die sociale huurwoningen die schandalig is. Ook dat ben ik weer volledig met u eens. Maar waarom zouden we ze niet het recht gunnen om zich alleen te kandideren omdat ze in de buurt goed en geweldig werk verrichten en daarmee in de stadsdeelcommissie komen zonder dat er een politieke partij aan de pas komt? Dat begrijp ik oprecht niet.

(De heer VROEGE: Ik snap niet dat de heer Flentge enkel focust op de mensen die zo meteen op de stoelen in de stadsdeelcommissie gaan zitten en niet op al die andere bewoners, bewoners die niet in de stadsdeelcommissie gaan zitten, bewoners die niet de politiek in willen maar bewoners die zich wel goed gehoord en gerepresenteerd willen zien door de volksvertegenwoordigers. Bewoners die op iemand willen kunnen stemmen met wiens ideeën zij het eens zijn en van wie ze denken die persoon gaat namens mij spreken. Daarvoor hebben we toch een systeem nodig dat mensen kunnen kiezen op basis van ideologie, op basis van andere zaken via lijsten en dus politieke partijen in plaats van willekeurig iemand die actief is in een buurt omdat hij altijd staat te demonstreren met de heer Flentge?) Dit legt bloot hoe u er over nadenkt. U denkt blijkbaar dat het voor mensen in de buurt niet duidelijk is als iemand die heel actief is in een buurt, dat dat hun man is, dat dat hun vrouw is en dat zij die in de stadsdeelcommissie stemmen. Dat is willekeurig, u zegt het zelf. Dat is een willekeurig iemand. De mensen in een stadsdeel weten donders goed wie die mensen in de buurt zijn. Ik noem ze nu buurtactievelingen, mensen die actief zijn, die iets willen verbeteren, die iets gaafs willen doen en die ook bereid zijn daarvoor bij elkaar te komen en zich nog actiever op te stellen.

Daar hebben we geen politieke partij voor nodig? Waarom denkt u altijd in oude politieke structuren van de politiek moet uiteindelijk aan de macht? Laat dat los, mijnheer Vroege, dat is waar de democratisering(De heer VROEGE: Ik ken heel veel mensen die heel actief zijn in de buurt. Ik ben het heel vaak ook niet met hen eens en dat is mijn goed recht. Ik ben het soms eens met mensen die helemaal niet actief zijn maar wiens ideeën veel dichter bij mijn ideeën staan. Daarom heb ik het recht dat ik op hen kan stemmen zodat zij mij kunnen representeren in het stadsdeel.) Ik vraag mij oprecht af waarvoor u bang bent, mijnheer Vroege. Waar bent u bang voor? (De VOORZITTER: Wel via de voorzitter, graag.) Excuus, voorzitter, ik heb die neiging nog wel eens. Waar is de heer Vroege bang voor? Waarom zou je dan niet die mensen zonder enige politieke partij toelaten? Waarom zou je dat dan niet doen? Wat is daar op tegen en waarop is de angst om dat toe te laten en dat je daadwerkelijk die mensen de toegang geeft om in de stadsdeelcommissies ook nog eens een keer directe invloed uit te oefenen naast

51

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

het feit dat ik het volledig met mevrouw Van Soest eens bent dat er veel andere manieren zijn om invloed uit te oefenen. Maar de heer Vroege doet het nog erger, want wat hij doet, is zeggen dat het stadsdeelpanel dat middels loting bij elkaar komt, ook nog eens een keer moet luisteren naar de vragen vanuit de stadsdeelcommissie. Die bepaalt dan nog eens een keer waarover het stadsdeelpanel mag praten. Dus aan alle kanten ruik ik oude politiek en een beetje angst voor de bewoners. (De heer VROEGE: De laatste keer dan. Het is helemaal geen angst maar de representatieve democratie werkt al jaren vrij goed in Nederland. Mensen voelen zich vertegenwoordigd door te stemmen op mensen die op hen lijken. In andere landen hebben ze dat wel eens afgeschaft en zijn er geen politieke partijen meer. Dat werkt toch altijd een stuk minder goed dan het systeem dat wij hebben. Dus ik hou dat ook graag vast in de stadsdelen.) Laatste opmerking daarover. Het is geen aanval op de representatieve democratie wat ik hier sta te betogen. Zo ziet u dat allemaal en dat snap ik wel. Ik zit in deze gemeenteraad. Ik stem. Ik vind het hartstikke goed dat we een representatieve democratie hebben.

Maar daar waar we de kans hebben in de stadsdelen om eens een keer iets anders te doen, daar haakt de heer Vroege af want dan gaat er opeens een muurtje omheen en dan moeten de politieke partijen toch eigenlijk altijd meer aan de touwtjes trekken. Ik vind dat een raar en ik vind dat ook dood- en dood zonde. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Grave-Verkerk. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Allereerst complimenten aan het college voor de procesopzet. De evaluatie verdient een serieuze behandeling en dat is ook gebeurd. Vanuit de stadsdeelcommissies en vanuit het dagelijks bestuurders van de stadsdelen en de overige partijen in de stad is de evaluatie besproken. Het college heeft ruimte gegeven. Ik sluit ook aan bij de opmerkingen van de heer Vroeger in dit verband, ruimte aan de raad voor zijn eigen denkproces. Dank daarvoor. Want wie ruimte geeft, zal inhoud oogsten. Zo is dat ook het geval geweest. En dan noem ik ook in het bijzonder de leden Grooten, Biemond en Vroege die veel van deze rijke inhoud die voor ons ligt gestalte hebben gegeven in aansluiting op de voordracht van het college met diverse moties die ons echt verder brengen. Dan wil ik uitleggen hoe de VVD-fractie die voorstellen die nu voorliggen, toetst. Dat zijn een aantal criteria.

De eerste is, is de representatieve democratie ermee gediend? Dan wil ik toch nog even terugkomen op die bloemen – het waren er duizend – en natuurlijk meteen verduidelijken dat er geen enkel idee is bij de VVD-fractie dat het slecht moet aflopen met die bloemen zoals geschetst door de heer Biemond. Dat doen wij niet meer heden ten dage, maar het punt dat ik wil maken is, is nu de representatieve democratie ermee gediend dat al die bloemen bloeien, een beetje dwars door elkaar, ze worden ook niet geplukt want de stadsdeelcommissie beslist in meerderheid en als ik de heer Vroege goed begrijp dan doet een minderheidsstandpunt niet zo heel erg veel ter zake. Nu is dit misschien gechargeerd dus ik kom daar straks nog even op terug als het gaat om de verhoudingen tussen wat uit de stadsdeelcommissies tot de gemeenteraad en het college komt en vice versa hoe die wisselwerking moet zijn. Maar die duizend bloemen die moeten wij niet zo veelvuldig gaan opkweken in deze fase van het bestuurlijk stelsel, dat wil ik maar betogen. We moeten ons eerst en vooral richten op de versterking van de representatieve democratie dus niet allerlei panels en verwarrende stadsmoties daaraan toevoegen. Het tweede, en dat is een kernpunt en dat is ook al eerder besproken, is of het nu duidelijk is voor de stadsdeelcommissies zelf, voor de dagelijks bestuurders zelf, voor

52

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

de inwoners van Amsterdam, voor de raad zelf waar de stadsdeelcommissies wel overgaan en waar ze niet overgaan. Daar kom ik dan zo nog op terug met een uitwerking op dat punt maar het is een belangrijk criterium voor de VVD. Het derde is of de regeling in zichzelf simpel en begrijpelijk is. Snappen wij het? Kunnen wij straks uit de voeten met de verordening? Daarin schuilt natuurlijk veel techniek maar daar zit ook de schoonheid van regelgeving natuurlijk in. Een vierde criterium en niet onbelangrijk, ook in relatie tot de discussiepunten die hier al op tafel zijn gekomen rond aantallen van stadsdeelcommissieleden, maar de vraag, het criterium is, zijn die taken en bevoegdheden nu wel behapbaar voor de stadsdeelcommissies en de dagelijks bestuurders. Dat is wel van belang want je wil toch uiteindelijk tot verordeningen en regelingen komen die ook uitvoerbaar zijn. Voor de VVD is dit een belangrijke succesfactor. Een zekere rijpingsperiode moet ook worden gegeven, niet te veel hooi op de vorken leggen en een focus aanbrengen voor de aandachtsgebieden van de stadsdeelcommissies. Daarvoor hebben wij een motie opgesteld en die licht ik zo nog even toe. Een vijfde punt in deze tijden, het is zoals het is, er zijn beperkte financiële middelen voor de gemeente.

Dat is natuurlijk altijd wel zo maar in deze periode is dat wel in het bijzonder het geval en de veelheid aan opgaven voor de gemeente, ik noem maar eens de woningopgave maar ook wel de opgave om de lasten voor de burgers en bedrijven zo laag mogelijk te houden, de opgave voor de jeugdzorg en zo kan ik nog wel even doorgaan, die zijn er ook. Dus de raad moet natuurlijk ook keuzes maken. Hoeveel kunnen wij aan financiële middelen inzetten om wat we nu voornemens zijn te gaan doen, de stadsdeelcommissies te versterken, om dat ook op een financieel verantwoorde manier te gaan doen. Wat de VVD-fractie betreft moet dat dan een kostenneutrale operatie zijn. Hoe pakken die toetsingscriteria dan uit? Wij vinden dat het zeker zo is dat de representatieve democratie wordt versterkt door meer taken en bevoegdheden toe te kennen aan de stadsdeelcommissies met enige financiële zeggenschap erbij. Verder vinden we dat het ook duidelijk is waar de stadsdeelcommissie wel over gaat en waar de stadsdeelcommissie niet overgaat als je zegt, we hebben een uitvoerbare regeling die helder is en we duiden ook de domeinen op welke gebieden de stadsdeelcommissies zich nu zullen gaan bewegen. Dat brengt ons op het punt dat we voorstellen daar wat focus op aan te brengen namelijk op de fysieke buitenruimte en op het gebiedsgericht werken.

De VVD heeft hiertoe een amendement ingediend en we willen dat ook wat handen en voeten geven met de toekenning van een budgetbestedingsrecht. Het is eerder ter sprake gekomen bij een amendement dat is ingediend waarbij in algemene zin wordt bepleit dat mogelijk te gaan maken. Ik wil namens mijn fractie duidelijk maken dat je het eigenlijk een stapje verder zou moeten brengen door te zeggen, dat is dan op die twee gebieden. Dat is ons voorstel. Dat is dan die fysieke buitenruimte en het gebiedsgericht werken. Daarbij hebben we nog een concretisering aangegeven want je moet ook proberen zoveel mogelijk zicht te geven en het gesprek met elkaar daarover te hebben in deze raad. Waar heb je het dan over qua getallen als je zegt we willen budgetteringsrecht toekennen? De gedachte die bij de VVD leeft, is dat de afspraak dan zou zijn initieel voor een eerste periode om 20 procent van het budget waarover nu de raad beslist, te kenmerken als budgetbestedend voor de stadsdeelcommissies op deze twee domeinen gewoon om eens te kijken wat het ons gaat brengen want we zijn het er denk ik met elkaar over eens dat dit een groeipad is en als je niet iets probeert dan kom je natuurlijk ook nergens. Dan is de regeling op zichzelf wel begrijpelijk.

Mevrouw Grooten en ik hebben een motie ingediend om vanuit een werkgroep, vanuit de raad en de stadsdeelcommissies te gaan meewerken en input te gaan geven aan het opstellen van de verordening en daar zullen dit soort elementen natuurlijk ook een plaats moeten krijgen. Voor alle duidelijkheid, dat betreft niet het voorstel dat de

53

Jaar

2021

Vergaderdatum 7 juli 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

VVD-fractie doet om op twee specifieke domeinen dat budgetteringsrecht toe te kennen en daaraan getalsmatig, althans percentagegewijs, invulling te geven in onze visie. Maar dat is misschien ook iets om mee te nemen bij het uitwerken van de verordening. In onze visie moet dat toch wel in aparte besluiten worden vastgelegd of je dat nu een mandateringsbesluit of een uitvoeringsbesluit noemt. Ik zei al, in goede regelgeving ligt een technische schoonheid dus daar is nog wel werk te doen. Een vijfde criterium is de budgettaire consequenties. Daarvan heb ik al gezegd dat wij niet willen dat het ambtelijk apparaat gaat uitdelen; we willen ook niet dat er anderszins meerkosten komen voor de belastingbetaler gelet op de grote opgaven die er in de stad zijn. Wij stellen dus voor de ambtelijke capaciteitsversterking te halen uit de ambtelijke capaciteit elders binnen het eigen apparaat en we stellen ook voor om niet de vergoeding voor de stadsdeelcommissieleden verder te verhogen. De heer Flentge en ik vinden elkaar op, denk ik, het punt, een diepgevoelde juistheid dat het niet zo gek is dat je iets doet voor je stad en voor je stadsdeel. De een kan nu eenmaal goed vergaderen en verwoorden wat er leeft binnen achterbannen of wat je zo her en der bij een van die duizend bloemenplukkenrijen oppakt en de ander kan goed mantelzorgen, kan goed voetbalcoach zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10511595/1