01b Algemeen deel - 20210707 Notulen raadsvergadering avond
Tekst van het document
Je kunt gewoon best iets doen voor je stad en daarmee een soort wederkerigheid die wij toch nodig hebben in de huidige bezinning die er toch wel is op hoe wij met elkaar verder willen gaan sociaal gesproken. Ik meen het, u merkt het aan mij. Daar moet je niet in zoeken. Het is helemaal niet een onfatsoenlijke honorering zoals die er nu is. We hebben financiële beperkingen en je kunt wel wat doen voor je stad. Dus dat maakt dat wij niet meegaan in het voorstel dat voorligt op dat punt en dat wij een amendement hebben ingediend om de voorgenomen verhoging te schrappen. Dan de evaluatie. Het is al ter sprake gekomen en ik denk dat er in deze raad wel consensus is dat het een groeipad is waarover wij nu spreken. Dan markeer ik even dat het niet per se zo moet zijn wat de VVD betreft dat er weer zo'n enorm uitgebreide evaluatie komt als nu is gedaan, maar dat je ook kijkt naar hoe de nieuwe dingen werken bijvoorbeeld hoe gaat het samenspel tussen gemeenteraad en stadsdeelcommissies. Dat brengt mij op waarover ik zo-even al een interruptie plaatste. Ik begrijp de gang van zaken rond benoemingen zoals die nu voorligt in het voorstel. Waar ik nog wat scherpte in zoek, is in hoe je dan als gemeenteraad die rol gaat nemen als benoemer. Ik vind dat ook wel weer een verantwoordelijkheid die bij de gemeenteraad als orgaan komt te liggen.
Ik heb er iets over gehoord maar ik ben ook wel benieuwd hoe het college hier tegenaan kijkt omdat het college natuurlijk de dagelijks bestuurders voordraagt aan de gemeenteraad en dan ontrolt zich dat zo verder. Dus ik ben nog wel benieuwd naar de reactie van het college op dit punt en ook wel naar het verdere gesprek dat we met elkaar gaan voeren als de verordening uitgewerkt gaat worden. Ik sluit tot slot aan bij de woorden van mevrouw Grooten of we wel zolang moeten willen wachten tot februari. Het zou mooi zijn als dat debat naar voren zou kunnen worden gehaald omdat we dit gesprek hierover dan kunnen voortzetten. (De heer VROEGE: Deze raad heeft vandaag ongeveer 100 miljoen euro aan projecten gehamerd en een garantie afgegeven voor 340 miljoen euro zonder ook maar met de ogen te knipperen. Dus dan een argument geven dat we in financiële barre tijden leven en dat daarom de vergoeding niet omhoog mag, dat argument vind ik wat mager. Maar daarover gaat mijn vraag niet. Mijn vraag gaat over de twee gebieden die collega De Grave uitsluit als onderwerp van de bestuurscommissie waaronder participatie. Participatie is het contact met de bewoners en het laten meedenken van bewoners. Daarvan zegt u, dat mogen ze niet gaan doen. Ik snap daar werkelijk helemaal niets van, mevrouw De Grave. Kunt u nog eens
54
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
uitleggen waarom u vindt dat mensen die de ogen en oren zijn van het stadsbestuur zich niet met participatie mogen bemoeien?) Het eerste punt dat kennelijk de indruk is ontstaan bij de heer Vroege dat de VVD zich knieperig opstelt als het gaat om geld uitgeven aan democratie gelet op de enorme bedragen die zonder te knipperen met de ogen uitgegeven worden voor grote projecten, op dat punt wil ik u en de vergadering ervan verzekeren dat ik mij ervan heb vergewist van het feit dat er collegaraadsleden zijn die zeer grondig naar de betreffende voordracht hebben gekeken. Die zorg wil ik meteen wegnemen dat dat iets is wat mij nu zou leiden en dat ik niet op geld let. En inderdaad, ik ben wat knieperig op het geld als het hierom gaat. Niet omdat ik vind dat volksvertegenwoordigers zichzelf te kort moeten doen maar omwille van de argumentatie die ik net heb gegeven. Nu dan de participatie. Het betoog van de VVD hierin is dit. Dit is best wel lastig. Je gaat straks nieuwe stadsdeelcommissies krijgen. Die gaan aan de slag op een nieuwe manier met moties en alles wat daar verder bij hoort. Dan moet je niet te veel hooi op de vork leggen waarvan mijn fractie denkt, en ik verwoord dat, als je dat doet, dat dat een faalfactor is. Dus dat je te veel tegelijk wil veranderen en doen door de participatieopgave ook daar neer te leggen.
Laat dat dan centraal stedelijk lopen en ga als stadsdeelcommissielid – ik weet dat dat gebeurt en dat de stadsdeelcommissieleden dat doen – gewoon eens een beetje praten in je buurt. Dat lijkt mij voor deze eerste fase voldoende. Blijkt nu uit een evaluatie over vier jaar als we hier allemaal weer staan, dat het een enorme omissie is dat die participatie geen gestalte krijgt op aangeven van de stadsdeelcommissie die bepaalt waarover zo’n panel zich moet uitlaten, nou, dan zou ik zeggen, dan steken we dan die brug over. (De heer VROEGE: Gaat het nu enkel over het panel of zegt u, bij een herinrichting van een straat is er een participatietraject en daarbij mogen dan alleen ambtenaren of de gemeenteraad betrokken zijn en de gekozen mensen in de stadsdeelcommissie mogen zich dan niet vergewissen van wat de buurtbewoners vinden van die herinrichting van de straat in dat stadsdeel?) Wat wettelijk verplicht is, moet wettelijk verplicht worden gedaan. Mijn zorg zit er een beetje in dat nog niet scherp genoeg is, als dan de stadsdeelcommissie de ogen en oren zijn van de centrale stad, zeg maar, van ons hier en van het college, waarom dan de heer Vroege aangeeft, maar ja, zo'n minderheidsstandpunt in de stadsdeelcommissies, soit, daar kunnen we niks mee want de meerderheid bepaalt het toch.
Dat baart mij wat zorgen over wat de verwerking zal zijn in de visie van D66 van input van bewoners die iets vinden van wat er in hun straat gebeurt. Natuurlijk leg je als goed stadsdeelcommissie je oor te luisteren en neem je van mijn part een minderheidsstandpunt in en dat zou ik, en dat is de wisselwerking tussen raad en de stadsdeelcommissie die ik bedoel, heel goed vinden als dat ook bij de raad en bij het college zou belanden. Binnen stadsdeelcommissie X wordt in meerderheid over standpunt Y zo gedacht en een minderheid en wel hierom, vindt er dan dat van. Dat is denk ik veel zinniger dan allerlei inspraak. Natuurlijk moet je luisteren naar wat er leeft in de buurt, maar het staat niet voorop. Je moet ook als stadsdeelcommissie eigen hygiëne houden en acht slaan op minderheidsstandpunten. (Mevrouw GROOTEN: In dezelfde motie zegt de VVD dat ook het sociaal domein zou moeten worden uitgesloten van de stadsdeelcommissie. Dat vind ik toch best wel wonderlijk want in de sociale basis zitten nu bijvoorbeeld heel veel kleine informele organisaties en waarom zou de stadsdeelcommissie daarover niet kunnen gaan? Zij zitten daar het dichtst bij en dan zouden wij dat als gemeenteraad moeten gaan bepalen voor deze stadsdelen?)
55
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Aan mevrouw Grooten een beetje hetzelfde antwoord: niet te veel hooi op de vork en binnen het gebiedsgericht werken kan de stadsdeelcommissie natuurlijk juist de accenten leggen die ook op het sociaal domeingebied aan de orde zijn. Dat vind je nu ook al terug in de gebiedsagenda. Dus daar zou ik die ruimte eerder zoeken dan zeggen, ga maar met vier domeinen vol aan de bak in een nieuwe situatie. Doe dat werkenderweg en kijk na vier jaar hoe het ermee voorstaat. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Soest. Mevrouw VAN SOEST: Ik heb alleen een motie in te dienen en daarvan wil ik graag even het dictum voor lezen als het goed is. De raadsvoordracht met het hoofdlijnenbesluit dat tot doel heeft het democratisch gekozen lokale bestuur te versterken; het lokale bestuur veel beslissingen neemt die direct ingrijpen in de levens van Amsterdammers en deze beslissingen niet altijd onomstreden zijn; veel belangrijke beslissingen op weinig draagvlak kunnen rekenen waardoor het vertrouwen in de lokale politiek onder druk is komen te staan; met de nieuwe referendumverordening de drempels om een referendum te organiseren flink verlaagd worden en ook de onderwerpen waar een referendum over mag gaan beslissen.
Het dictum luidt: de informatievoorziening over de mogelijkheden voor het organiseren van een referendum en daarin verbonden voorwaarden maximaal onder de aandacht te brengen van de bewoners en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare kanalen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nanninga. Mevrouw NANNINGA: We hebben het vandaag over wat we nu eigenlijk gaan doen met de stadsdelen die lange tijd bijna op zichzelf staande gemeenten waren maar die sinds deze door minister Plasterk een aantal jaren geleden zijn afgeschaft een beetje tandeloze vergadertijgers zijn geworden. Het is goed dat dit plan er is; het is heel zorgvuldig; er is heel veel meegenomen en er zit heel veel werk in. Het probleem is wel een beetje dat het eigenlijk vlees noch vis is. Het is niet de stadsdelen afschaffen en het is ook niet weer helemaal die zelfstandige units ervan maken. In de raadscommissie kwamen de wethouder en mijn fractie tot de abrupte maar simpele conclusie dat wij het op dit punt niet eens zijn. Onze partij is voor het afschaffen van de stadsdelen. Daar kom ik zo op terug. Ik zou de wethouder toch eens willen meenemen in een gedachte-experiment.
Wat nu als we nooit stadsdelen hadden gehad? Zou de wethouder dan dit stelsel voorstellen of het nu de A, B, C of D variant is? En zou hij zeggen dat we daarmee de democratie een plezier doen? Zou de wethouder dan vinden dat een vorm van democratisering is als we de uitvoering van het beleid overhevelen van deze raad waar de journalistiek van allerlei pluimage goed op zit, naar zaaltjes in de stadsdelen? Zou de wethouder niet een beetje moeten lachen als iemand hem zou voorstellen om stadsdeelcommissies op te richten die ongeveer 100.000 man per stuk vertegenwoordigen met leden die dan de ogen en de oren van de buurt heten? Er is de afgelopen jaren heel veel verschenen over het herorganiseren van gemeenten en daaruit blijkt juist dat die herkenbaarheid en die identificatie met de centrale stad als bestuurslaag heel belangrijk is. Dat kan hier juist inspelen op het Amsterdammerschap dat wij hier allemaal delen. Het is toevallig dat de wethouder nu toevallig zelf aanstipte eerder vandaag in een mooie discussie over identiteit die zich ontspon bij het vorige agendapunt met de heren Van Schijndel en Boomsma. Zou de wethouder ook beweren dat het een vorm van democratisering is als er straks een stadsdeel is waar de coalitie geen meerderheid heeft en een lokale bestuurder moet dan alsnog het coalitiebeleid uitvoeren.
56
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Wat moet die bestuurders aan zijn kiezers daar uitleggen die het daarmee niet eens zijn? Die is toch met handen en voeten gebonden aan het Stoperabeleid. Verwacht de wethouder dat dit de burger dan het gevoel geeft dat hij lekker op stadsdeelniveau wordt gehoord en is vertegenwoordigd? Ik vraag om een bespiegeling. Als je kijkt naar hoe halfslachtig we een stadsdeelsysteem in stand houden dat een beetje vlees noch vis is, die beseft meteen als we de stadsdelen niet hadden gehad, dat we ze niet zo zouden hebben opgezet. Althans, dat vinden wij toch moeilijk te geloven dat we dan dit plan zouden invoeren als er überhaupt niet waren. De wethouder zei in de commissie Democratisering dat hij ten diepste een romanticus is en terugverlangt naar de tijd dat die stadsdelen bijna echt volwaardige gemeenten waren. Zo moeten we dit stuk denk ik ook lezen, een poging om te doen alsof we nog een systeem hebben dat eigenlijk al acht jaar geleden werd afgeschaft. Hoe ziet de wethouder dit? Ik moet erbij zeggen hoewel wij het liefst helemaal die stadsdelen afschaffen, dat wij eigenlijk met de PvdA meegaan in hun voorkeur voor plan C namelijk als je het doet, doe het dan ook echt en laat dat bestuur dan echt daar worden gekozen en niet vanuit hier benoemd. Dus liever helemaal goed of helemaal niet.
Ik ben het helemaal eens met het argument dat wanneer de stadsdelen of de stadsdeelcommissies worden afgeschaft, de last op deze raad nog wat groter zou worden. Waar ik dan benieuwd naar ben en dat is een vraag aan de wethouder of de wethouder wel eens heeft overwogen bij het rijk te pleiten om deze raad uit te breiden in zetelaantallen en in hun ondersteuning en om mogelijk bij het rijk eens te pleiten voor voltijdse raadslidmaatschap in plaats van parttime voor de grote steden. Natuurlijk zal het onze werklast wel wat groter maken als we die stadsdelen afschaffen. Het is misschien een goed idee om het daarover later eens met zijn allen te hebben zodat we een plan B hebben als ook deze stadsdeelhervorming die er natuurlijk gaat komen want ik kan tellen, onverhoopt toch weer teleurstelt.
De VOORZITTER: Het is 23.15 uur. Ik wilde u in overweging geven de beantwoording morgen te doen. Ik hoor heel veel nee, nee, nee. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege voor een punt van orde. De heer VROEGE: Als wij na 23.00 uur doorgaan, dan betekent het dat de totale vergadertijd toeneemt. Het zou dan ook fijn zijn als dat in de spreektijd wordt doorgewerkt. Anders hebben we morgen wel tijd maar geen spreektijd. De VOORZITTER: Dat gaan we niet doen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kuiper voor een voorstel van orde. Mevrouw KUIPER: Ik wil nog een bijdrage leveren op dit agendapunt. De VOORZITTER: Dan gaan we dat eerst doen. En de heer Veldhuyzen ook. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Ik houd mijn bijdrage kort en ik wil eigenlijk beginnen met het bedanken van de wethouder maar ook van alle ambtenaren en raadsleden die amendementen en moties hebben ingediend en mij hebben geholpen om dit allemaal veel
57
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
beter te begrijpen. Uiteindelijk heb ik toch het gevoel dat we moeten kiezen uit beperkte mogelijkheden. Er is eigenlijk geen ideale optie en ik denk dat BIJ1 toch het liefst zou kiezen voor onafhankelijke kandidaten, maar we zien ook in dat het eigenlijk heel moeilijk is om te realiseren. Omdat iedereen er zo constructief in staat, wil ik er ook graag constructief in staan. Ik heb ook heel veel waardering voor de constructieve houding van de wethouder en van enkele collegaraadsleden. Wij hebben de voorkeur voor variant C al moeten we kiezen tussen de opties die nu voorliggen. BIJ1 is in principe ook wel bereid om akkoord te gaan met variant B waarbij we verschillende amendementen en moties zullen indienen. Afsluitend wil ik alleen nog het belang benadrukken van de zelforganisatie van bewoners en het creëren van een gelijk speelveld of het bestrijden van ongelijkheid en economische ongelijkheid in het kader van brede democratisering en participatie omdat het zo belangrijk is dat iedereen kan meedoen. Daar hou ik het bij. (De heer FLENTGE: Als de heer Veldhuyzen zo voor onafhankelijk kandidaten is, dan zou ik zeggen, waarom stelt u dat dan niet voor en steunt u dat?) Nou ja, het is heel duidelijk dat daarvoor geen meerderheid is te behalen. Het zou gewoon geen zin hebben. Omdat ons dat wel de beste optie lijkt, noem ik dat hier wel.
(De heer FLENTGE: Ik heb u nog niet ergens gezien als een partij die als ergens geen meerderheid voor is, dat uw partij dan het stokje neerlegt. Ik heb u toch eigenlijk wel een beetje gezien als een partij die wel strijdt voor dingen. Dan zou ik zeggen, dat zou de heer Veldhuyzen hier ook kunnen doen.) Dat klopt helemaal. Maar wat doe je als een onafhankelijke kandidaat opstapt, wat doe je dan? We zouden er natuurlijk verder onderzoek naar kunnen doen maar ik heb die antwoorden niet en als ik heel eerlijk ben, er is ook maar een beperkte hoeveelheid aan tijd en energie. Ik heb ook vertrouwen in mijn collegaraadsleden dat zij goed op dit dossier zitten. Ik denk dat ik daar even bij houd. (De heer FLENTGE: Dan zou ik de heer Veldhuyzen wel willen oproepen om niet al te veel vertrouwen te hebben in alle raadsleden hier maar om vooral eigenstandig een oordeel te vormen. Als u onafhankelijke mensen wilt hebben in stadsdeelcommissies, dan zou ik gewoon zeggen, ga er vol voor en u vindt mij aan uw zijde.) Goed. Ik heb gezegd wat ik heb gezegd. Wat nu mijn inzet is en wat ook de inzet van BIJ1 is, is ervoor te zorgen dat wij als politieke partij zoveel mogelijk verantwoordelijkheid gaan nemen om ervoor te zorgen dat die mensen uit de buurt op die lijsten komen te staan. Ik hoop ook dat alle andere partijen dat ook gewoon gaan doen.
Nou ja, wie weet dat we over een aantal jaren toch wel naar onafhankelijke kandidaten gaan, maar dat is nu geen realistische optie. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kuiper. Mevrouw KUIPER: Als het gaat om democratisering en de afspraken in het proces burgerparticipatie, dan is wat ons betreft de hoofdvraag wat heeft de burger er nu aan. Voelt de burger zich serieus genomen? Worden problemen gehoord en gezien? Wordt men op inspraakavonden ook serieus genomen? Niet alleen als gesprekspaal waar de uitkomst al min of meer vast staat maar als grootste belanghebbende van de uitkomst van de inspraak. Dat doet zich vervolgens de vraag voor bij welk scenario en bestuursmodel die burger nu het meest voorop staat. Voor ons is het principe van macht en tegenmacht heel belangrijk geweest voor onze keuzes. Op welke manier is de stadsdeelcommissie nu een gezond tegenwicht tegenover de gemeenteraad. Uiteindelijk draait elk stelsel, elk instrumentarium,
58
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
elke verhouding om de cultuur, de houding en de integriteit van de bestuurders en ambtenaren. Dat kwam ook duidelijk naar voren in het rapport van Necker van Naem. Regelmatige zelfreflectie van bestuurders van deze stad, van lokale politici is wat onze fractie betreft het begin van veranderingen als het gaat om een gezonde democratie in onze stad. We hopen dat dit binnen het nieuwe bestuurlijk stelsel concreter zal zijn gewaarborgd dan nu in de hoofdlijnen staat. Onze fractie kan leven met het voorgestelde voorkeurscenario maar kan alleen akkoord gaan wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De ChristenUnie ziet graag een bestuursmodel waarin de democratie en burgervertegenwoordiging het sterkst is. Het moet mogelijk zijn dat de samenstelling van het dagelijks bestuur in stadsdelen de plaatselijke verhoudingen weerspiegelt die niet per definitie overeenkomt met die van de centrale stad. Keuze van dagelijks bestuurders passend bij stadsdeel, binding lokale politieke voorkeur. Wat onze fractie betreft past variant C daarbij het beste. We zullen daarom op dit punt ook een amendement indienen. U heeft het inmiddels met de stukken gezien. Een ander punt is het belang van een financiële paragraaf in de hoofdlijnen zoals in eerdere raadscommissievergaderingen genoemd.
Het lijkt ons dat je eerst de gevolgen en financiën helder wil hebben voordat je ergens aan begint daarbij rekening houdend met de vergoedingen per stadsdeelcommissielid, aantal stadsdeelcommissieleden en extra ambtelijke ondersteuning en andere eventuele bijkomende kosten. We zijn dus kritisch op de voorgestelde vergoedingen voor leden van de stadsdeelcommissie. In plaats van de voorgestelde vergoeding per lid van de stadsdeelcommissie ziet onze fractie graag meer stadsdeelraadsleden passend bij de grootte van het stadsdeel voor hetzelfde totaalbudget. Wij zullen daarom een amendement, nr. 2021.542 als ik het goed heb, ondersteunen. De VOORZITTER: Dan hebben we alle sprekers gehad. Het voorstel is om vijf minuten te schorsen. 23.30 uur verder.
De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink voor de beantwoording van de vragen en een preadvies op de moties en amendementen Wethouder GROOT WASSINK: Ik zal zeker bij de moties en amendementen stilstaan maar ik wil toch ook nog een paar losse dingen zeggen. Laat ik allereerst alle leden zeer bedanken niet alleen voor de vele voorstellen die zijn gedaan waarvan ik de overtuiging heb dat ze het voorstel van het college beter maken maar ook voor de manier waarop we dit gesprek met elkaar hebben gevoerd. Ik heb helemaal aan het begin gezegd dat ik vind dat dit echt iets is wat we samen zouden moeten doen. Ik heb gezegd dat dit wat mij betreft gaat, dat dit wat het college betreft gaat over het herstel van relaties. Het herstel van relaties tussen stadsdelen en stad, tussen stadsdeelcommissies en dagelijks bestuurders, tussen dagelijks bestuurders en college, tussen stadsdeelcommissies en kiezers en in zekere zin misschien ook wel tussen ons als verschillende fracties. Als ik terugkijk en daaraan is gerefereerd, hoe we het de vorige keer hebben gedaan, dan denk ik dat het uiteindelijk geen goede start is geweest voor het stelsel dat we toen hebben neergezet. Ik reken mij dat overigens zelf ook aan.
Er is veel nuttigs en zinnigs gezegd bijvoorbeeld over cultuur en houding en dat is misschien nog wel belangrijker dan wat je precies op papier en regelt. Ik denk dat het maken van heldere afspraken dat dat hetgeen is wat uiteindelijk aan de
59
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
duidelijkheid en de helderheid die velen van u wensen, tegemoet komt. Ik ben nogmaals blij dat er nu iets ligt en de heer Vroeger haalde een fietsmetafoor aan, dat er als peloton goed is samengewerkt maar dat de weg naar Parijs nog lang is en ik denk dat dat klopt. Er moeten nog veel stappen worden gezet zowel in de verordening als in de precieze uitwerking van de taken en bevoegdheden. We hebben gezegd uiterlijk februari en ik zal er echt mijn uiterste best voor doen om dat veel eerder bij u te hebben. Ik kan er in het najaar een tussenstand van geven. Ik denk dat de conclusie dat er inderdaad veel ruimte aan de raad is gelaten en dat we dit samen hebben gedaan, een belangrijke is, dat de stadsdelen worden versterkt, dat het stelsel is versimpeld, dat het duidelijk en consequent is, dat is absoluut waar. Mevrouw Groten had ook een vraag over de lobby richting het rijk. Dat is zeker een onderdeel wat mij betreft. Ik denk ook dat dat belangrijk is om daarover steeds in gesprek te blijven. De heer Biemond had het over die bloeiende bloemen. Nu blijk ik zelf weer schromelijk tekort te schieten in mijn kennis van het maoïsme. Het waren er inderdaad honderd en geen duizend. De heer Flentge is een expert op dit gebied, kan ik u zeggen.
Maar ik zou wel weg willen blijven van grote sprongen voorwaarts hoewel ik, geloof ik, in de commissiebehandeling wel heb gesproken over een culturele revolutie en ook dat kan met het maoïsme indachtig wel buitengewoon ingewikkeld zijn. Ik denk dat het belangrijk is en dat is ook vastgesteld door de heer Biemond dat dit misschien een suboptimale optie is maar ik denk wel dat dit de beste suboptimale optie is die er nu kan zijn. In die zin beschouw ik het zeker als een liefdevol compromis. Mevrouw De Grave gaf heel duidelijk aan waaraan ze het wilde toetsen en ik denk dat wij daaraan in hoge mate tegemoet gekomen zijn. Ik heb ook hier nog iets gekrabbeld over die bloemen maar dat doe ik maar niet. Ik houd namelijk helemaal niet zo van bloemen maar dat geheel ter zijde. Ik wil nog twee punten even uitlichten want u vroeg heel specifiek naar dat benoemen door de raad en die twee, sociaal domein en participatie. U had daarover met de heer Vroege nog een klein debatje. In alle eerlijkheid vind ik persoonlijk bij participatie en u heeft ook dat participatiebeleid ontvangen dat het echt de constatering is dat dat nu vaak te centraal gebeurt. Ik zou in zekere zin de betrokkenheid van de stadsdeelcommissie daarbij heel interessant en goed vinden als die participatie die soms centraal wordt aangestuurd, lokaler wordt ingevuld en met grote betrokkenheid van de stadsdeelcommissies.
Dus in die zin snap ik uw punt ten aanzien van het sociaal domein nog wel omdat er automatisch in de systematiek al een stadsdeelelement in zit. Maar ten aanzien van participatie zou ik dat eigenlijk wel heel graag willen blijven zien en zou ik me kunnen voorstellen dat dat nu juist iets is wat we misschien met nog grotere zorgvuldigheid uitwerken. We zijn nu natuurlijk aan het kijken hoe je dit nu precies doet op onderwerpen en dan is dat misschien altijd nog een punt waarvan u zegt, ik vind dat het eigenlijk te veel is. Maar dat geef ik u gewoon ter overweging mee. Ten aanzien van dat benoemen van DB’ers door de raad, ik denk dat er een voorstel ligt waarmee de voordracht van het college er nog steeds is maar dat er eigenlijk een extra relatie wordt ingebouwd waardoor er een meer logische relatie tussen de raad en het DB ligt. Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen dat een college dat makkelijk naast zich neerlegt. In alle eerlijkheid, dat kan misschien één keer, maar ik zie dat geen tweede keer gebeuren omdat dan – neem ik aan – de gemeenteraad juist vanuit die betrokkenheid daar zijn eigen rol in zal pakken en dat niet zal accepteren. Dus dat is in abstracto hoe ik dat zie. Ik zal er bij de moties zo nog even op terugkomen. Dan mevrouw Nanninga. Die stelde dat wij het op dit punt niet eens zijn. Moi, er zijn er nog wel een paar.
U vroeg mij eigenlijk om nog te bespiegelen of dit nu het systeem was als ik from scratch zou mogen beginnen of dit dan het systeem was dat ik zou bedenken. Nou is het voor historici altijd buitengewoon ingewikkeld om aan if-history te doen. Dat is altijd ingewikkeld maar ik denk niet dat we hier dan op uit gekomen waren. Als je echt mag kiezen, dan vind ik het eigenlijk best logisch dat
60
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
je in een stad van de omvang van Amsterdam op bijvoorbeeld stadsdelen die toch in zichzelf ook echt wel een entiteit kunnen vormen binnen de grotere stedelijke identiteit, dat er een vertegenwoordiging plaatsvindt. Dan vind ik 100.000 eigenlijk al heel veel. Dan zou je je kunnen afvragen of je dat niet nog op een wat lager niveau zou moeten doen. Een onderzoek uit ik meen 2008 naar de politieke betrokkenheid in de toenmalige stadsdelen gaf aan dat eigenlijk de stadsdelen – toen hadden we er nog veertien; dat had allerlei nadelen; dat waren er echt te veel – maar dat eigenlijk 30.000 tot 40.000 voor heel veel inwoners een perfecte omvang was om die betrokkenheid ook te hebben. Ik zou willen zeggen, ik zie de aanpassing van het bestuurlijk stelsel niet per definitie als een democratiseringsinstrument. Ik vind referenda, buurtbudgetten echt democratische interventies. Dit is hoe je binnen het stelsel van de representatie dingen probeert te doen. Ik blijf bij mijn romantische inborst en heb inderdaad met dit compromis geheel tegen mijn natuur mogelijk mijn eigen opvattingen hier wel enigszins weggecijferd omdat ik juist steeds heb gezocht naar breed draagvlak. Dat vind ik immers belangrijk. Ik denk dat mevrouw Kuiper heldere dingen heeft gezegd over cultuur, houding en integriteit van het bestuur. Ik denk dat dat heel belangrijk is.
Ik denk dat die cultuur ook echt iets is waar we dat met elkaar juist moeten borgen en dat doen we als gemeenteraad, als DB, als college, als toekomstige stadsdeelcommissies en in zekere zin zul je dus met elkaar daarover echt nieuwe afspraken moeten maken. Die set afspraken die landt voor een deel in een verordening. Ik denk dat we de bespreking zoals we die in de raadscommissies hebben gevoerd en zoals we die nu hebben gevoerd, dat dat een belangrijke randvoorwaarde is om echt op een andere manier met elkaar te gaan werken. Ik kom nu bij de moties en amendementen en dan hoop ik de punten even allemaal langs te lopen. Motie nr. 2021.526, buurtbestedingsrecht stadsdeelcommissies. Geen bezwaar, ik laat het aan de raad. Motie nr. 2021.535 over het stadsdeelpanel. In principe kan ik dit goed volgen en laat ik dit aan de raad met een kanttekening. Bij het derde deel van het dictum zegt u, ‘onafhankelijk worden ondersteund.’ In alles in dit voorstel heb ik zo veel mogelijk geprobeerd budgetneutraal te werken. Als het echt onafhankelijke ondersteuning moet zijn, dan zou daar een financiële component aan zitten. Dat vind ik er lastig aan. Maar verder geen bezwaar; oordeel raad. Motie nr. 2021.536 inzake gelote burgers. U wilt eigenlijk de mogelijkheid van gelote burgers pas na 2026 mogelijk maken.
U weet, nou ja, we hebben er al een evaluatie ingezet dus het benoemen van gelote burgers is al in de tijd gefaseerd. Dus ik word hier een beetje verdrietig van en deze motie zou ik willen ontraden. Motie nr. 2021.537 inzake de territoriale commissies. Die laat ik aan de raad. Motie nr. 2021.538 inzake de stadsdeelmoties. Laat ik ook aan de raad. Ik ben blij dat de verbolgenheid van de heer Vroege is weggenomen en ik denk dat de invulling die hij kiest een interessant instrument kan zijn zowel in de werking richting raad als richting stadsdeelcommissie. Motie nr. 2021.539 inzake budgetneutrale uitbreiding ambtelijke ondersteuning. Ik ben positief over deze motie maar een kanttekening. Bij het eerste dictum is dat zeker het streven maar daar moeten we natuurlijk wel binnen de begroting even goed naar kijken. Er zullen per definitie ook aan de uitbreiding die u eerder heeft gekozen in zowel de leeftijd als in wie mag stemmen, per definitie financiële consequenties zitten. Dit gaat heel nadrukkelijk over de ambtelijke ondersteuning stadsdelen en inrichting bewonersloket. Ik moet dat echt nader bekijken, maar ik deel het uitgangspunt zeer dus ik ben hier positief over.
61
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Motie nr. 2021.540 inzake tussentijdse evaluatie. Ja, daar ben ik natuurlijk positief over maar ook met inachtneming van de opmerking dat het niet de bedoeling is dat het een evaluatie wordt van dezelfde kostenomvang als de vorige twee. Motie nr. 2021.541 inzake focus voor de stadsdeelcommissies. Ik zou u eigenlijk willen verzoeken deze – aanhouden doen we toch niet, voorzitter? Ik zou willen zeggen, wacht nu op de uitwerking die er wat mij betreft zo snel mogelijk komt. Ik snap uw punt ten aanzien van het sociaal domein omdat daar al een stadsdeelvertaling in zit maar anderen vinden dat mogelijk ook weer- Ik zou participatie echt belangrijk vinden. Dus als u de motie handhaaft, zou ik die ontraden. Misschien dat ik u toch heb kunnen overtuigen. Dan het amendement nr. 2021.542 inzake geen hoge vergoeding voor stadsdeelcommissieleden. Die laat ik aan u. Dat geldt ook voor motie nr. 2021.543 inzake de medezeggenschapsraad bij opdracht gemeentesecretaris. De vraag is even, als ik medezeggenschap mag interpreteren dat de gemeentesecretaris ook met u als raad praat over wat u daarin belangrijk vindt, dat weet ik niet, misschien een werkgroep of iets dergelijks, dan kan ik daar positief over zijn. Medezeggenschap, nou ja, dat klinkt in die zin wat gek, maar ik zag voorzichtig geknik. Volgens mij hebben we eenzelfde idee en dan kan ik daar goed mee leven. Motie nr.
2021.546 inzake het aantal zetels. Dan zit inderdaad het aantal zetels en de dekking in de verhoging van de vergoeding. Deze laat ik aan de raad. Motie nr. 2021.547 inzake instrumenten stadsdeelcommissies. Geen bezwaar. Motie nr. 2021.548 inzake de procedures rondom het kiezen van dagelijks bestuurders. Geen bezwaar. Motie nr. 2021.549 inzake de aanstelling van dagelijks bestuurders. Kan ik me goed voorstellen dus laat ik aan u. Motie nr. 2021.605 inzake objectieve verdeling stadsdeelcommissieleden en inwoneraantallen per stadsdeel. Ik begrijp deze keuze wel, maar in het effect dat het heeft zitten ook weer gekke dingen. Ik zou daar nu niet voor zijn. Dus in die zin denk ik dat dat een ingewikkelde is. Motie nr. 2021.587 inzake referenda. Wel mooi dat mevrouw Van Soest er hier een referendum in fietst maar ik zou eigenlijk willen vragen dit gewoon te doen op het moment dat we de referendumverordening bespreken. Die komt nog deze periode naar u toe als uitwerking van het eerdere wat we hebben gedaan en daar hoort dit bij. Ik weet ook nooit zo goed wat het is, want ik las ‘gebruik maken van alle beschikbare kanalen’. Is dat dan ook de Twitteraccount van de heer Vroege? Ik zou u eigenlijk willen vragen dit te doen bij waar het wat mij betreft echt thuishoort en dat is bij de referendumverordening. Motie nr. 2021.595 inzake budgetbestedingsrecht voor de stadsdelen.
Dat vind ik een ingewikkelde want een eerdere motie over budgetbestedingsrecht, daarover ben ik positief geweest maar ik vind het eigenlijk lastig om het nu al op 20 procent vast te leggen. In die zin hebben we natuurlijk al een bestedingsrecht. Dat is iets wat we nu al gebruiken en dat wordt nu ook toegepast in de stadsdelen. Eigenlijk zou ik dit heel graag willen betrekken bij de exercitie die we hebben over de taken en bevoegdheden. De elementen die u benoemt, die zitten eigenlijk in die hele exercitie. Dus ik zou de motie op dit moment willen ontraden omdat ik denk dat dat alleen maar kan volgen uit die taken en bevoegdhedendiscussie die we ongetwijfeld nog met elkaar gaan voeren. Dan het amendement nr. 2021.594. Dat zou ik willen ontraden omdat wij als college inderdaad een andere keuze hebben gemaakt. Ik begrijp het heel goed maar wij hebben een ander voorstel gedaan.
62
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Dus daarmee ben ik aan het einde van de preadvisering van de moties en wil ik de raad nogmaals bedanken, niet alleen voor het prettige gesprek dat we nu al een paar keer hebben gevoerd en waarin we met elkaar echt hebben gezocht naar misschien niet naar wat optimaal kan zijn, maar wel naar wat optimaal is binnen de gegeven context en het noodzakelijke draagvlak. Dat is voor mij altijd het uitgangspunt geweest. (Mevrouw VAN SOEST: Heb ik wethouder Groot Wassink nu goed begrepen dat ik de motie over het referendum moet indienen als de voordracht daarover is?) Ik heb proberen te zeggen dat ik de motie bij de behandeling van dit agendapunt eigenlijk ten sterkste moet ontraden omdat de verordening er nog niet is. Maar er komt een nieuwe verordening en daar hoort die wat mij betreft in thuis en dan sta ik er ook nog best positief tegenover als we het dan hebben over welke kanalen en zo. (Mevrouw VAN SOEST: Oké, dank u wel.) Hoewel ik best enige invloed op het Twitteraccount van de heer Vroege zou willen, hoor. (Mevrouw VAN SOEST: Dan wil ik de motie aanhouden tot het referendum voorligt.) De VOORZITTER: Ja. Dus de motie is niet ingetrokken maar wordt aangehouden. Oh, dat kan niet volgens het reglement. Dan dient u de motie nu in te trekken. (Mevrouw VAN SOEST: Dan gaan we die intrekken, ja. Ik heb nog een motie om in te trekken en dat is mijn motie over de heer Ivens.
(Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Het is al laat, dat weet ik, maar ik vind het wel belangrijk om uit te leggen aan anderen hoe wij nu met elkaar helder hebben dat de gemeenteraad gestalte geeft aan die benoemingsrol van de bestuurder. De aanvang is me helder maar hoe ziet het college dat dan verder gaan? Ik hoor de wethouder zeggen, als er wat is, dan trekt het college zich dat aan. Laat ik het even zo zeggen. Maar ja, dan kom ik er toch op uit, is het dan zo dat het college van mening is dat in ultimo de gemeenteraad zegt, dagelijks bestuurder, opstappen?) Volgens mij zijn er dan twee wegen. Het college kan voorstellen dat een dagelijks bestuurder weg moet. Dat kan. Daarvoor kunnen redenen zijn die op geen enkele manier in de gemeenteraad bewerkstelligd zijn, maar ik kan mij niet voorstellen als in de gemeenteraad de conclusie wordt getrokken, deze dagelijks bestuurder kan niet door, dat dan niet automatisch het college zich daartoe verhoudt anders haalt het college zich de escalatie van de gemeenteraad op de hals. Dus dat is hoe ik het zie. Er zijn wat mij betreft twee mogelijkheden. Het college kan eigenstandig besluiten, dit kan niet, we moeten hiermee stoppen. De route via de gemeenteraad die is natuurlijk iets getrapter, maar die is er zeker. Zo zie ik dat ja.
(Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Ik wil vaststellen dat wij elkaar heel goed begrijpen en dat vind ik wel van belang voor het vervolg dat er twee routes zijn. Dat begreep ik goed he?) Ja. (Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Dank u wel.) (De heer VROEGE: Op hetzelfde punt. Ik weet niet hoe dat nu is geregeld, maar komt in de verordening dan ook een financiële afhechting van zo’n relatie met een bestuurder die dan geen recht heeft op wachtgeld. Oftewel, wordt het ordentelijk afgehecht, is mijn vraag aan de wethouder.) De rechtspositie van de dagelijks bestuurder is sowieso nog een onderwerp van nadere uitwerking. We hebben daar eerder ook gezien dat daar best wel hiaten in zitten. Ik
63
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
zou daar inderdaad best wel een voorstel voor willen doen. Dat lijkt mij prima en daar kunt u vanzelfsprekend dan ook weer opvattingen over hebben. Ook daar wil ik dat graag in grote eendracht met u doen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Fockert. Mevrouw DE FOCKERT: De wethouder was zeer enthousiast maar er was natuurlijk een motie gericht aan het presidium, motie nr. 2021.537 over een keer een overleg met alle stadsdeelcommissies. Daarbij deelt het presidium het voorschot van de wethouder en zegt: oordeel raad. De VOORZITTER: Dan vroeg de wethouder mij nog om een nabrander. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Excuses, ik ben een vraag vergeten. Mevrouw Nanninga vroeg nog of ik wel eens in relatie tot het rijk heb gevraagd of bijvoorbeeld uitbreiding van het aantal gemeenteraadsleden dan wel een andere invulling aan de orde was. Ik heb daar zelf met de minister van Binnenlandse Zaken wel eens over gesproken maar ik zou het helemaal niet verkeerd vinden om dit punt nog eens wat vaker te maken. Er zijn, weet ik, en zeker vanuit de huidige minister best wel eens noten over gekraakt.
Ik zou het zeker niet erg vinden dit nog eens onder de aandacht van de minister te brengen omdat ik denk dat de belasting van gemeenteraadsleden niet alleen in onze gemeente maar in een heleboel gemeenten echt wel ingewikkeld is en wat dan de ideale oplossing is ... Ik heb het zelf altijd charmant gevonden dat je naast gemeenteraadslid ook nog werkt. Nou ja, dat daar iets moet gebeuren, dat vind ik wel zeker als je kijkt naar bijvoorbeeld de omvang van de taak die u heeft. Dat vind ik een terecht punt. De motie-Van Soest (nr. 2021.614) ingetrokken zijnde, maakt geen deel meer uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nanninga voor een punt van orde. Mevrouw NANNINGA: Ik had nog een motie die ik in de tweede termijn wilde indienen. Dat is echt één seconde. Ik zal uw kostbare tijd niet langer verspillen. Het betreft dit onderwerp. De motie heeft als dictum: verzoekt de burgemeester en wethouders met het rijk in gesprek te gaan over een voltijds raadslidmaatschap voor steden met meer dan 350.000 inwoners; met het rijk in gesprek te gaan over een uitbreiding van het aantal raadsleden van 45 tot 51 voor steden met meer dan 350.000 inwoners. Deze motie dien ik mede in namens de heer Taimounti van NIDA. Ik deel de visie van de wethouder dat je er idealiter nog een baan naast hebt maar ik acht dat niet verantwoord in hele grote steden.
De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 105° Motie van de leden Nanninga en Taimounti inzake het Bestuurlijk Stelsel, Democratisering, nr. 2021.619 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:
64
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
-
R
met het rijk in gesprek te gaan over een voltijds raadslidmaatschap voor steden met meer dan 350.000 inwoners; met het rijk in gesprek te gaan over een uitbreiding van het aantal raadsleden van 45 tot 51 voor steden met meer dan 350.000 inwoners.
De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Gehoord hebbende het dictum zou ik op het moment dat voltijds tussen haken staat, daar prima mee kunnen leven en dan wil ik de motie zo ook positief preadviseren. (Mevrouw NANNINGA: Dan gaan we dat regelen.) De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Goed. Dat gezegd hebbende zou ik de vergadering willen afsluiten maar niet voordat- Er wordt hier heel druk gegesticuleerd. Motie nr. 2021.614 van mevrouw Van Soest is ingetrokken. Dat betreft een motie bij de Voorjaarsnota. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege voor een voorstel van orde. De heer VROEGE: Is Weesp nu het eerste agendapunt morgenochtend? De VOORZITTER: Ja. Dat wordt door de griffie hier bevestigd. De heer VROEGE: Ben ik de enige spreker? De VOORZITTER: Nee, mevrouw De Grave heeft ook een bijdrage. Oh, niet? De heer VROEGE: Dan zijn we er. De VOORZITTER: Anders moeten we het nu doen. De heer VROEGE: Dan trek ik me terug als woordvoerder onder het adagium Weesp is welkom. Dan kan het wat mij betreft worden gehamerd. De VOORZITTER: Iedereen mee eens? Maar we hebben nu geen quorum. We kunnen het wel op de te hameren lijst zetten. Ik heb een voorstel. We gaan de bijdrage van de heer Vroege nu doen.
5. Vaststellen van de verordening op lokaal bestuur voor het stadsgebied Weesp en Driemond en overige regelingen voor de bestuurlijke fusie tussen Weesp en Amsterdam, VN2021-016166 De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege.
65
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De heer VROEGE: Zo’n mooi dossier, dat kunnen we toch niet zo maar voorbij laten gaan. Ik las vorige week in de krant volgens mij van een CDA’er uit Weesp “Weespers zullen nooit Amsterdammers worden.” Daarin had deze persoon natuurlijk groot gelijk want Amsterdam kent natuurlijk al jaren lang, misschien al eeuwen lang Sloters, Durgerdammers, Holysloters en andere dorpelingen als onderdeel van onze gemeente. Weespers zijn de nieuwe loten aan de stam. Dus hij had groot gelijk dat Weespers blijven. Behalve dat zij hun eigen naam houden, hebben ze ook veertien kernwaarden geformuleerd belangrijk voor de toekomst van Weesp. Die kernwaarden staan op papier maar dat geeft natuurlijk geen enkel houvast. Ik heb al eerder in de raadscommissievergadering gezegd dat ik ervoor ga zorgen dat in mijn verkiezingsprogramma wordt opgeschreven dat wij als D66 die kernwaarden gaan onderschrijven voor de komende jaren. Mijn oproep aan u is, doe dat allemaal ook in uw eigen verkiezingsprogramma’s zodat alle Weespers weten dat ze de komende jaren hun kernwaarden kunnen terugvinden ook in deze raad. En tot slot: Weespers, welkom. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Here, here. De VOORZITTER: Tot zover. Dan schors ik de vergadering tot morgenochtend 9.00 uur. De vergadering is geschorst.
66
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
INDEX
2021.512’ Motie van het lid Van Lammeren inzake Voorjaarsnota 2021, Schrap subsidie Jumping Amsterdam ......................................................................................................34 2021.526 Amendement van de leden Biemond, Grooten en Vroege inzake budgetbestedingsrecht voor stadsdeelcommissies........................................................35 2021.533 Amendement van de leden Boomsma en Torn inzake de Financiële Verordening 2022, Belangrijke investeringen apart voorleggen aan de raad ..................8 2021.534 Motie van het lid Boomsma inzake de financiële verordening 2022, Verslaggeving staat onderhoud kapitaalgoederen ...........................................................8 2021.535 Motie van de leden Vroege, Grooten, Biemond en Yilmaz inzake het Stadsdeelpanel...............................................................................................................35 2021.536 Motie van de leden Vroege en Biemond inzake gelote burgers.......................35 2021.537 Motie van de leden Vroege, Grooten en Biemond inzake territoriale commissies.....................................................................................................................36 2021.538 Motie van de leden Vroege, Grooten, Biemond en Yilmaz inzake stads- en stadsdeelmoties
.............................................................................................................36 2021.539 Motie van het lid De Grave-Verkerk inzake budgetneutrale uitbreiding ambtelijke ondersteuning stadsdelen en inrichting bewonersloket ................................36 2021.540 Motie van het lid De Grave-Verkerk inzake een tussentijdse evaluatie van het nieuwe bestuurlijk stelsel van 2022................................................................................36 2021.541 Motie van het lid De Grave-Verkerk inzake focus voor stadsdeelcommissies.37 2021.542 Amendement van de leden De Grave-Verkerk en Flentge inzake geen hogere vergoeding voor stadsdeelcommissieleden ...................................................................37 2021.543 Motie van de leden De Grave-Verkerk en Grooten inzake medezeggenschap raad bij opdracht gemeentesecretaris ............................................................................37 2021.546 Motie van de leden Grooten en Vroege inzake het aantal zetels in het bestuurlijk stelsel ............................................................................................................38 2021.547 Motie van de leden Grooten, Biemond en Vroege inzake instrumenten stadsdeelcommissies .....................................................................................................38 2021.548 Motie van de leden
Grooten, Vroege, Biemond en Yilmaz inzake de procedures rondom het kiezen van dagelijks bestuurders .............................................38 2021.549 Motie van de leden Biemond, Vroege en Grooten inzake de aanstelling van dagelijks bestuurders .....................................................................................................38 2021.580 Motie van de leden Roosma, van Dantzig, Biemond en Boomsma inzake de Financiële Verordening 2022, Laagdrempelig autoriseren van (het afzien van) investeringsbesluiten........................................................................................................9 2021.581 Motie van de leden Roosma, Van Dantzig, Biemond en Boomsma inzake de Financiële Verordening 2022, De invalshoek van financierbaarheid ...............................9 2021.587 Motie van het lid Van Soest inzake agendapunt 4 hoofdlijnen bestuurlijk stelsel .......................................................................................................................................37 2021.587 Motie van het lid Van Soest inzake Maak referendum bekender in de stad ....39 39 2021.594 Amendement van het lid Kuiper inzake bestuursmodel variant C....................43 2021.595 Motie van het lid De Grave-Verkerk inzake budgetbestedingsrecht voor de stadsdelen
......................................................................................................................43
67
Jaar
2021
Vergaderdatum 7 juli 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
2021.605 Motie van het lid Yilmaz inzake objectieve verdeling stadsdeelcommissieleden en inwoneraantallen per stadsdeel.................................................................................44 2021.615 Motie van de leden van Dantzig en Roosma inzake de financiële verordening 2022 inzake een geprioriteerde reservelijst......................................................................9 2021.619 Motie van het lid Nanninga inzake het Bestuurlijk Stelsel, Democratisering....67 VN2021-011220 Benoemen van drie leden in de Raad van Toezicht van OOadA ...........1 VN2021-011695 Herbenoemen van een lid van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) ..............................................................................................1 VN2021-012759 Benoemen van een lid in de Raad van Toezicht van INNOORD............2 VN2021-015830 Instemmen met de verbetering van het bestuurlijk stelsel 2022 conform de Hoofdlijnennotitie.......................................................................................................35 VN2021-016166 Vaststellen van de verordening op lokaal bestuur voor het stadsgebied Weesp en Driemond en overige regelingen voor de bestuurlijke fusie tussen Weesp en Amsterdam .....................................................................................................................68 VN2021-016738 Vaststellen van de
financiële verordening 2022 .....................................2 VN2021-017684 Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2021 en vaststellen enkele begrotingswijzigingen .......................................................................................................2 VN2021-018548 Benoemen van de Ombudsman in de Gemeenschappelijke Regeling gezamenlijke Ombudsman Metropool Amsterdam ..........................................................1
68