CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Vaststellen bestemmingsplan 'Herziening Amstelveen Zuid-West 2014 - Bovenkerkerweg 77-83' (De Kegel)

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 21 april 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Herziening Amstelveen Zuid-West 2014 - Bovenkerkerweg 77-83' (De Kegel)21.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.3 Verkeer en parkeren 5.3.1 Verkeer

Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 27 van 59

Verkeersaantrekkende werking Ten opzichte van de bestaande situatie worden er in de beoogde situatie circa 87 huurwoningen toegevoegd en wordt het bestaande Grand Hotel Amstelveen gerenoveerd en met maximaal 14 kamers uitgebreid. De verkeersaantrekkende werking van de beoogde situatie is berekend door middel van de publicatie van CROW (nr. 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie d.d. oktober 2012). In de kencijfers van de publicatie voor de verkeersgeneratie is een bandbreedte opgegeven. Uitgaande van ligging van het plangebied binnen 'rest bebouwde kom' en typering 'matig stedelijk' geldt voor de beoogde huurwoningen en voor de uitbreiding van het Grand Hotel Amstelveen respectievelijk een gemiddelde verkeersgeneratie van 3,6 bewegingen per woning en 20,85 bewegingen per 10 kamers. Op basis van voorgaande neemt de verkeersaantrekkende werking in de beoogde situatie toe met circa 343 verkeersbewegingen per dag ((87*3,6) + (14/10*20,85)). Op dit moment werkt de gemeente Amstelveen aan de voorbereiding van de herziening van de Bovenkerkerweg. Hiermee wordt beoogd de capaciteit en de doorstroming van de Bovenkerkerweg te vergroten. Daarnaast wordt het kruispunt ter hoogte van het plangebied verbeterd, zodat de bereikbaarheid van het plangebied wordt vergroot.

Ontsluiting De sport­ en recreatiecampus De Kegel wordt in de huidige situatie ontsloten door één aansluiting op de Bovenkerkerweg. Deze centraal in het gebied gelegen weg ontsluit alle functies op de campus en het centraal gelegen parkeerterrein. Zowel het komende als het gaande verkeer maakt gebruik van deze weg. In de toekomstige situatie wordt het komende en gaande verkeer gesplitst door een nieuwe weg te realiseren die parallel aan de Bovenkerkerweg en de noordelijke grens van de campus loopt. Deze weg voert rechtstreeks naar de parkeergarage onder het NTC. De bestaande weg blijft gehandhaafd voor de ontsluiting van de campus. Hiermee wordt de verkeersbelasting binnen de campus beter verdeeld over het gebied en wordt de interne verkeersafwikkeling verbeterd. Openbaar vervoer De campus is met het openbaar vervoer bereikbaar op verschillende wijzen. Dichtstbijzijnde bushalte is halte Bovenkerkerweg/Nesserlaan. Deze wordt bediend door buslijn 174 (Uithoorn­Amstelveen Busstation). Op iets grotere loopafstand liggen de haltes Sacharovlaan en Burgemeester Wiegelweg, waar diverse hoogfrequente regionale OV­lijnen halteren (sneltram 51, Rnetlijnen 347, 348, 357, 358 en buslijn 199).

5.3.1.1 Conclusie verkeer Het aantal verkeersbewegingen dat wordt veroorzaakt door het plan kan worden opgevangen door de bestaande infrastructuur, zonder dat hierbij sprake is van een substantiële verslechtering van de verkeersveiligheid of onacceptabel toegenomen vertragingen. Het aanpassen van de interne ontsluiting van de campus en de reconstructie van de Bovenkerkerweg leiden bovendien tot een verbetering van de situatie. Het aspect ‘verkeer’ vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. 5.3.2 Parkeren Aanwezig aantal parkeerplaatsen, bestaande situatie

Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 28 van 59

Verspreid over het plangebied en de in aanbouw zijnde parkeergarage onder het NTC zijn in de huidige situatie 429 parkeerplaatsen aanwezig. De bestaande functies op campus maken van deze parkeerplaatsen (dubbel) gebruik. Op basis van de Nota Parkeernormen 2016 bedraagt de huidige parkeerbehoefte, uitgaande van dubbelgebruik van parkeerplaatsen, voor de gehele campus 231 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn er voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Aanwezig aantal parkeerplaatsen, toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt het parkeerterrein tussen de entree tot de campus en het restaurant verwijderd en het parkeerterrein bij het hotel verkleind. Verspreid over de campus zijn in de toekomstige situatie 398 parkeerplaatsen aanwezig/geprojecteerd. Dit aantal is inclusief de nieuwe parkeergarage onder het NTC. Parkeerbehoefte Op de campus is er sprake van verschillende functies die op verschillende momenten van de week en de dag een piek in het gebruik kennen. Daarmee is er sprake van het dubbelgebruik van de beschikbare parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie neemt de parkeerbehoefte op basis van de Parkeernota 2016 van 231 toe tot 356 parkeerplaatsen, op basis van het dubbelgebruik van de parkeerplaatsen. Het piekmoment ligt in de nieuwe situatie in de avond van werkdagen.

De verschuiving van de ochtend naar de avond komt, doordat het aantal woningen toeneemt. Het beschikbare aantal parkeerplaatsen van 398 voorziet in de toekomstige parkeerbehoefte. De opgestelde parkeerbalans is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. 5.3.2.1 Conclusie parkeren Het aspect ‘parkeren’ vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. 5.3.3 Conclusie Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van bestemmingsplan.

5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.4.1 Beoordelingskader Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid gebruik te maken van de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG­uitgeverij, 2009). Andersom is deze publicatie te gebruiken voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in een woon­ of werkomgeving. De publicatie geeft informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is dat de in de bedrijvenlijst genoemde afstanden indicatief zijn en gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) mogelijk maakt en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Dit kan zowel een rustige woonwijk als een rustig buitengebied zijn. Indien een activiteit plaatsvindt in een gebied waar meerdere functies naast elkaar voorkomen is er sprake van een gemengd gebied. Voor deze gebieden kunnen kleinere richtafstanden worden gehanteerd, de richtafstand voor een rustig woongebied kan met één stap worden verlaagd. Het kan zo zijn dat specifieke wet­ en regelgeving andere afstanden voorschrijft.

Deze gaan dan voor de afstanden uit de VNG­publicatie. Te denken valt aan de Wet Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 29 van 59

geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 5.4.2 Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding en renovatie van het bestaande Grand Hotel Amstelveen en de realisatie van circa 87 huurwoningen, waarvan een deel tevens in het hotel worden gerealiseerd. Met de bouw van de beoogde huurwoningen worden er nieuwe gevoelige functies toegevoegd. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijven in de omgeving. 5.4.3 Aanwezige bedrijven Na de inwerkingtreding van onderhavig bestemmingsplan bevinden zich geen bedrijfsbestemmingen binnen het plangebied. Wel zijn er in de beoogde situatie twee bestemmingsvlakken bestemd als 'Gemengd' ten behoeve van de combinatie van horeca en wonen. Binnen deze bestemming worden uitsluitend bedrijven toegestaan die zijn genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2. De grootste richtafstand voor categorie 2 bedrijven bedraagt 10 meter (gemengd gebied). De kortste afstand tussen de bestemming 'Gemengd' en de uiterste situering van de gevel van een bestaande woning dan wel de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is, bedraagt 10 meter. Ten noorden van het plangebied ligt het bedrijventerrein Legmeer.

Conform het bestemmingsplan 'Amstelveen Zuid­West 2014' geldt voor de zuidelijke bebouwingsrand de bestemming 'Gemengd ­ 4'. Deze bestemming laat bedrijven uit de categorie 3.1 toe. Voor deze categorie geldt een richtafstand van 50 meter voor een rustige woonwijk. De kleinste afstand tussen de grens van het bouwvlak van het hotel tot de bestemmingsgrens van de bestemming 'Gemengd ­ 4' bedraagt circa 33 meter. Ten westen van het plangebied is een omgevingvergunning verleend voor het bouwen van het Nationaal Tenniscentrum dat bestaat uit tennishallen (SBI­2008: 931 A), tennisbanen (met verlichting) (SBI­2008: 931 F) en een parkeergarage. Voor de tennishallen en tennisbanen geldt een richtafstand van 50 meter en voor de parkeergarage (SBI­2008) 30 meter. De kleinste afstand tussen de tennishallen en de meest nabij gelegen nieuwe woningen bedraagt 83 meter. De kleinste afstand van de tennisbanen en de parkeergarage (tevens de grens van het besluitgebied) tot de gevel van de meest nabije nieuwe woningen bedraagt 36 meter. De Kegel en omgeving zijn echter aan te merken als een gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstand met één stap verkleind kan worden tot 30 meter. Hiermee voldoet de afstand van 33 meter voor het bedrijventerrein aan de richtafstand van 30 meter uit de VNG­publicatie.

De afstand van 83 meter tussen de tennishallen en de woningen voldoet aan de richtafstand van 30 meter uit de VNG­publicatie. De afstand van 36 meter tussen de tennisbanen (met verlichting) en de woningen voldoet aan de richtafstand van 30 meter uit de VNG­publicatie. De afstand van 27 meter tussen de parkeergarage en de woning voldoet aan de richtafstand van 10 meter uit de VNG­publicatie.

Richtafstanden uit de VNG­publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' en gemeten afstanden tussen aanwezige bedrijvigheid en de nieuwe woningen

Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 30 van 59

5.4.4 Conclusie Er wordt voldaan aan de richtafstanden voor gemengde gebieden uit de VNG­publicatie. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van bestemmingsplan.

5.5 Geluid 5.5.1 Wegverkeerslawaai ANCOOR te Doetinchem heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidsbelasting van het verkeer op de omliggende wegen op de gevels van de nieuw te bouwen woningen en het hotel te beoordelen. De gevels van het hotel zijn in deze beoordeling meegenomen, omdat een deel van de circa 87 nieuwe woningen in het vernieuwde hotel worden opgenomen. Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is als bijlage 4 opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. 5.5.1.1 Beoordelingskader Met de uitbreiding van Grand Hotel Amstelveen en de nieuwbouw van de beoogde huurwoningen, waarvan een deel wordt gerealiseerd in het hotel, worden er geluidsgevoelige functies toegevoegd aan de omgeving. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat langs wegen geluidszones liggen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Het plangebied ligt in stedelijk gebied. De breedte van de geluidszones is als volgt: <0000> één of twee rijstroken: 200 meter; <0000> drie of meer rijstroken: 400 meter. De afstand wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook van de weg tot de gevel van het geluidgevoelige object. De maatgevende weg voor het bepalen van de geluidsbelasting is de Bovenkerkerweg. De nieuw te bouwen huurwoningen liggen binnen de geluidszone van deze weg.

5.5.1.2 Onderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de te verwachten geluidsbelastingen vanwege het verkeer op de Bovenkerkerweg op de gevels van de binnen het plangebied geprojecteerde geluidsgevoelige ruimten maximaal 59 dB bedraagt. Hierin is de 5 dB aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder voor wegen waarop de snelheid van lichte voertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt, reeds verdisconteerd. De geluidsbelastingen op een aantal beoordelingspunten overschrijden de toelaatbare grenswaarde van 48 dB (Lden). De maximaal vast te stellen hogere waarde bedraagt 64 dB als gevolg van de cumulatieve geluidbelasting exclusief aftrek Wgh. De voorkeursgrenswaarde wordt ten gevolge van het wegverkeer op de overige nabij gelegen zoneplichtige wegen (de Nesserlaan, de Burgemeester Wiegelweg en de Hammerskjöldsingel) niet overschreden. Deze wegen vormen volgens de Wet geluidhinder derhalve geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan. De geluidsbelastingen ten gevolge van de 30 km­wegen is aan te merken als akoestisch niet relevant voor de geprojecteerde ontwikkeling. Omdat de optredende gevelbelastingen ten gevolge van het wegverkeer niet allemaal voldoen aan de voorkeurswaarde, is onderzocht welke maatregelen er mogelijk zijn om de optredende geluidsbelastingen op de geprojecteerde nieuwbouw terug te brengen tot een waarde die lager of gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde.

Maatregelen aan de bron (stiller asfalt) en overdrachtswegen (schermen) worden onvoldoende doeltreffend geacht om de geluidbelasting op de gevels terug te dringen tot onder de voorkeursgrenswaarde. Daarnaast stuit de toepassing van schermen op bezwaren van onder andere verkeerskundige aard. De ruimtelijke inpassing van de woongebouwen Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 31 van 59

dient zodanig te zijn dat zo veel mogelijk wooneenheden ten minste één verblijfsruimte hebben met een geluidluwe gevel. Op basis van het bovenstaande wordt voorgesteld om middels het opstarten van een hogere waarde­procedure (ontheffingsprocedure ex artikel 76a Wet geluidhinder) voor de geprojecteerde nieuwe geluidgevoelige ruimten waarbij sprake is van een overschrijding van de gestelde grenswaarde, na te gaan of hiervoor ontheffing zou kunnen worden verleend. Het betreft hier geluidbelastingen tot maximaal Lden= 59 dB (inclusief aftrek, artikel 110g Wgh). De berekende geluidbelasting op de geprojecteerde woongebouwen valt derhalve binnen de bandbreedte van de (volgens de Wgh) mogelijk te verlenen hogere waarde van 49 tot en met 63 dB Lden (inclusief aftrek, artikel 110 g Wgh). Dit betekent dat conform de Deel nota Hogere Waarden d.d. 20 maart 2007 van de Regio Amstelland­Meerlanden de gesommeerde geluidbelasting (welke ten hoogste 66 dB mag bedragen) geen belemmering vormt om de aan te vragen hogere waarden in de beoordeling op te nemen.

5.5.1.3 Hogere grenswaarde Indien de geluidbelastingen niet tot de voorkeurswaarde kunnen worden verlaagd en er hogere geluidwaarden moeten worden vastgesteld, zoals in het onderhavige geval, dan dient bij de aanvraag omgevingsvergunning een aanvullend akoestisch onderzoek naar de geluidwerende kwaliteit van de gevels te worden toegevoegd waarop een hogere grenswaarde is vastgesteld. Hierbij dient te worden aangetoond dat de karakteristieke geluidswering Ga,k van de uitwendige scheidingsconstructies (gevels en daken) ter plaatse van geluidsgevoelige ruimten voldoet aan de hiervoor gestelde grenswaarden uit het Bouwbesluit. De geluidswering van deze uitwendige scheidingsconstructies dienen tenminste gelijk te zijn aan het verschil tussen de cumulatieve geluidsbelasting op de gevels, zoals opgenomen in tabel 5­1 van de rapportage en de grenswaarde voor het geluidsniveau in geluidsgevoelige ruimten van 33 dB, zoals vermeld in afd. 3.1 van het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidswering Ga,k dient in alle situaties ten minste 20 dB te bedragen. Aanbevolen wordt om bij het definitief maken van het ontwerp er zorg voor te dragen dat er per woning of appartement ten minste een verblijfsruimte tegen de geluidluwe gevel wordt gesitueerd. Het besluit tot vaststelling van hogere waarden (zie bijlage 5) wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan ter inzage gelegd.

5.5.2 Activiteitenbesluit Afgezien van de geluidbronnen die van belang zijn voor het hogere waarde besluit in het kader van de Wet geluidhinder, dient ook de geluidbelasting in het kader van het Activiteitenbesluit in beeld te worden gebracht. Vanwege de activiteiten ten behoeve van de parkeergarage, het tenniscomplex, het bowlingcentrum en het kinderdagverblijf nabij de te realiseren appartementen, is de geluidbelasting ten gevolge van deze activiteiten op de appartementen berekend (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en piekniveau LA,max ). Uit dit onderzoek (zie bijlage 6: ‘Akoestisch onderzoek ruimtelijke inpassing appartementencomplex industrielawaai – omgeving Bovenkerkerweg Amstelveen’ projectnummer 25056, versie 1.3 van 25 november 2019 opgesteld door Ancoor), blijkt dat de geluidbelasting op het appartementengebouw boven het hotel en op het appartementengebouw boven het bowlingcentrum hoger is dan de geluidnormen in het Activiteitenbesluit. Op de westgevel van het appartementengebouw boven het hotel treedt een overschrijding van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van 2 dB op bij 1 woning. Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 32 van 59

Verder blijkt dat op de noordgevel van het appartementengebouw boven het bowlingcentrum een overschrijding van het langtijdgemiddelde geluidniveau LAr,LT van 1 tot maximaal 5 dB optreedt op alle woningen, met uitzondering van de meest oostelijk gelegen (hoek)woningen. Aangezien hier sprake is van ‘gemengd gebied’ kan een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van maximaal 55 dB(A) worden toegestaan. Belangrijk criterium daarbij is dat de woningen worden voorzien van gevelisolatie gebaseerd op het gecumuleerde geluidniveau, zoals dit is berekend in de memo ‘Nadere beschouwing en onderbouwing in verband met aanvragen hogere grenswaarden, voor de bouw van een appartementencomplex aan de Bovenkerkerweg te Amstelveen’ van Ancoor van 5 december 2019 (zie bijlage 7). 5.5.3 Conclusie geluid Door de geluidsbelastingen vanwege het wegverkeer dienen hogere waarden te worden vastgesteld. Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) van maximaal 33 dB te worden gegarandeerd. Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels is voor het bouwplan noodzakelijk. Niet alle woningen beschikken over een geluidluwe gevel. Bij deze woningen moeten bouwkundige voorzieningen worden getroffen aan de buitenruimten in de vorm van balkons.

In het kader van het Activiteitenbesluit dienen bepaalde woningen te worden voorzien van gevelisolatie gebaseerd op het berekende gecumuleerde geluidniveau. Een en ander is middels voorwaardelijke verplichtingen in de regels van het bestemmingsplan geborgd.

5.6 Luchtkwaliteit 5.6.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: <0000> <0000> <0000>

Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (Luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (Luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor­ en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 33 van 59

<0000> <0000> <0000>

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings­, verpleeg­ en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is, indien er sprake is van een (dreigende) overschrijding, toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling staan criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: <0000> <0000> <0000> <0000>

CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM­tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).

5.6.2 Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding en renovatie van Grand Hotel Amstelveen en de realisatie van circa 87 huurwoningen. Het initiatief blijft hiermee ruimschoots onder de NIBM­grens voor woningbouwlocaties van: <0000> <0000>

≤ 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; ≤ 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. 5.6.3 Conclusie Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.7 Watertoets Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Het waterschap kijkt of in een Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 34 van 59

plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. 5.7.1 Beleid 5.7.1.1 Europees beleid Het Europese waterbeleid is geregeld in de Kaderrichtlijn Water. Dit beleid is reeds beschreven in paragraaf 4.2.2. 5.7.1.2 Rijksbeleid Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016­2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009­2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016­2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland.

Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het Nationaal Waterplan is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Ne­42 bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene Gebieden verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer­ en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; beheersbaar programma voor de waterkeringen; doelmatig beheer van de waterketen, werkzaamheden slim combineren; het waterschapsbestuur.

De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht. 5.7.1.3 Provinciaal beleid Provinciale Watervisie 2016-2021

Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 35 van 59

De Provinciale Watervisie is van kracht sinds 23 december 2015 en geldt tot 2021. Het plan geeft duidelijkheid over de strategische waterdoelen tot 2040 en de acties tot 2021. De volgende doelen worden nagestreefd: <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

waarborgen van voldoende bescherming van mens, natuur en bedrijvigheid tegen overstromingsrisico’s; zorgen voor schoon en voldoende drinkwater; kader stellen voor regionale waterkeringen; beoordelen versterkingsplannen primaire waterkeringen en bevorderen ruimtelijke kwaliteit; waterrobuust inrichten bevorderen; bijdragen aan schoon en voldoende oppervlaktewater; zorgen voor schoon en voldoende grondwater.

Een belangrijk middel voor het realiseren van deze waterdoelen is het via integrale gebiedsontwikkeling proactief zoeken naar kansrijke combinaties met veiligheid, economie, recreatie, landbouw, milieu, landschap, cultuur en natuur. Het Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van een structuurvisie op basis van de Wro. 5.7.1.4 Beleid Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Waterbeheerplan AGV 2016-2021 Het Waterschap heeft de zorg voor het regionale watersysteem. Het Waterschap streeft op een duurzame en kosteneffectieve wijze naar optimale bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van schoon water en efficiënte zuivering van afvalwater. Daarnaast draagt het waterschap op het gebied van recreatie, landschap en cultuurhistorie bij aan verbetering. Met dit waterbeheerplan legt het waterschap vast hoe het invulling geeft aan de zorg voor de kerntaken. Het Waterbeheerplan 2016­2021 bouwt voort op het plan voor de periode 2010­2015 en houdt tegelijk rekening met nieuwe ontwikkelingen. Voor de komende periode heeft het waterschap per thema een aantal stippen aan de horizon gezet: de wensbeelden voor 2030. Deze ambitie voor de lange termijn is vervolgens herleid naar doelen voor de planperiode en een aanpak op hoofdlijnen.

Watergebiedsplan Westeramstel Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft naast haar Waterbeheerplan voor verschillende gebieden aparte Watergebiedsplannen opgesteld met als doel gebiedsgerichte maatregelen te formuleren om het watersysteem te verbeteren. Daarvoor is zowel het grond­ als oppervlaktewater kwalitatief en kwantitatief in beeld gebracht. Tevens is de ecologische toestand onderzocht met het oog op het behalen van de Kaderrichtlijn Water doelen. Het hoofddoel van het watergebiedsplan is het nemen van een peilbesluit voor de polders in het Westeramstelgebied. Het watergebiedsplan focust op de volgende aandachtsgebieden: <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

een peilbesluit voor de vier polders in het Westeramstelgebied; de kans op wateroverlastsituaties en eventuele maatregelen; de waterkwaliteit in het hele gebied en maatregelen voor de korte en lange termijn om de KRW doelen te halen; actualiseren van de legger; gebiedsgerichte maatregelen van reguliere waterschapstaken.

Waterveiligheid Insteek van het Waterschap is een waterrobuuste inrichting van de omgeving. Voor de primaire waterkeringen heeft het Rijk het vereiste veiligheidsniveau opnieuw bepaald. Dit heeft vorm gekregen in de Deltabeslissing Waterveiligheid, die in 2014 aan de Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 36 van 59

politiek is voorgelegd. In 2021 is 80% van de primaire keringen getoetst aan de nieuwe veiligheidsnormen. Uiterlijk in 2020 zijn de in 2012 als onvoldoende beoordeelde grondlichamen van de regionale waterkeringen op orde. In 2024 zullen naast de grondlichamen ook de niet­waterkerende objecten (zoals huizen, kabels, leidingen) en de waterkerende kunstwerken (zoals sluizen) zijn getoetst. In 2030 zullen de regionale waterkeringen volledig op orde zijn. Voldoende water Doel voor 2021 is dat er sprake is van een robuust watersysteem dat de functies van gebieden faciliteert en wateroverlast en watertekort voorkomt. In tijden van (extreme) neerslag en droogte zorgt het Waterschap ervoor dat het watersysteem dit goed op kan vangen en dat het water aan­ en afgevoerd wordt. Er is voldoende water beschikbaar voor vitale functies, nu en in de toekomst. Dit gebeurt op basis van een zich continu ontwikkelend meerjarenonderhoudsprogramma. Doelstelling is onder meer dat 90% van de hoofdinfrastructuur voor aan­ en afvoer en de technische systemen in beheer van het waterschap voldoet aan onderhoudsnormen. Schoon water Het waterschap wil ervoor zorgen dat al het water in het beheergebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie: voor veeteelt en akkerbouw, als grondstof voor drinkwater, voor recreatie en visserij, als proceswater en voor de natuur.

Doel is dat inwoners en bezoekers het water in het gebied ervaren als een verrijking van de omgeving. Van geen van de wateren mag de toestand achteruitgaan. Met verdere optimalisatie van afvalwaterzuivering, planmatig (bagger)onderhoud en sturing op waterstromen gaat het waterschap onder meer de fosfaat­ en stikstofbronnen terugdringen. Waterketen In 2030 bestaat de term afvalwater in de visie van het Waterschap niet meer. Water in de waterketen is een bron voor grondstoffen, energie en water. Het waterschap richt de waterketen in als een grondstoffen­, energie­ en waterfabriek. Terugwinning van grondstoffen en energie uit afvalwater gebeurt waar dit het meest efficiënt is: bij de bron, in het transportsysteem en/of op de (centrale) zuivering. Het Waterschap zorgt ervoor dat het stedelijk afvalwater volgens de gemaakte afspraken wordt afgenomen, vervoerd en gezuiverd. Dat gebeurt op een efficiënte manier en volledig conform de effluenteisen. Om te kunnen voldoen aan de lozingseisen wordt de komende periode hard gewerkt aan onder meer de effectiviteit van rwzi’s. Het Waterschap is klimaatneutraal in 2020. Hiervoor neemt het waterschap extra maatregelen. Onder meer bij gemalen, rioolwaterzuiveringsinstallaties en gebouwen van het waterschap wordt duurzame energie gebruikt en opgewekt.

Op en om het water In de komende planperiode wil het waterschap nagaan of het wenselijk en haalbaar is om vaarwegbeheer en nautisch beheer tot zelfstandige taken van het Waterschap te maken. Het Waterschap zorgt ervoor dat er veilig en vlot gevaren kan worden. In de planperiode gaat het Waterschap knelpunten in doorgaande recreatieve routes oplossen en zorgen voor duidelijkheid over de haalbaarheid en wenselijkheid om zwemwatertaken van de provincies over te nemen. Samenwerking In het waterbeheerplan is samenwerking een belangrijke rode draad. Het Waterschap wil open en toegankelijk zijn, zoekt die samenwerking actief op en gaat de dialoog aan met alle stakeholders. Op bestuurlijk en organisatorisch gebied streeft het waterschap naar een optimale afstemming en een duidelijke taakverdeling tussen met name gemeenten, provincies, het Rijk en de waterschappen. Het streven naar één regionale waterautoriteit past daarin, evenals het pleidooi van het waterschap voor de Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 37 van 59

afstemming tussen waterveiligheid en waterkwaliteit in één overlegorgaan per stroomgebied (Eems, Maas, Rijn of Schelde). Een intensieve samenwerking met de landbouwsector en de individuele agrarische ondernemers is onmisbaar voor het thema schoon water. Een nauwe samenwerking met gemeenten past ook in het streven van het waterschap om de regeldruk verminderen. De voortdurende dialoog met burgers en bedrijfsleven draagt bij aan een groter waterbewustzijn. Doelgerichte communicatie faciliteert en stimuleert de samenwerking en de dialoog. Kennisontwikkeling en innovatie Het Waterschap draagt op verschillende manieren bij aan kennisontwikkeling en innovatie. In de komende jaren zal het Waterschap, waar dat toegevoegde waarde biedt, innovatieve technieken toepassen bij het verbeteren van waterkeringen, het schoonhouden van oppervlaktewater en het zuiveren van afvalwater. Het Waterschap blijft investeren in de unieke samenwerking tussen hen en het Afval Energie Bedrijf, gericht op de verduurzaming van de water­, energie­ en grondstoffencyclus. Het Waterschap werkt samen met gemeenten aan een geïntegreerde wateropgave in het stedelijk gebied. Bij het vinden van oplossingen is er ook aandacht voor duurzame innovatieve waterbergingssystemen, zoals polderdaken.

Internationaal Als medefinancier van de programma’s van Wereld Waternet draagt het waterschap bij aan het bereiken van de relevante millenniumdoelen van de Verenigde Naties: betere sanitaire voorzieningen, voldoende schoon en veilig drinkwater en een veilig watersysteem. Keur 2019 - Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied valt binnen het hoogheemraadschap Amstel, Gooi, Vecht. Binnen dit hoogheemraadschap is de Keur 2019 van kracht, dit is de opvolger van de Keur 2017. De Keur is één van de instrumenten van beheer die de waterbeheerder ter beschikking staat om de doelstellingen van waterbeheer te behalen. De drie hoofddoelstellingen die vanuit de Waterwet zijn aangegeven zijn: <0000> <0000> <0000>

voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen; vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.

5.7.1.5 Beleid gemeente Amstelveen Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) Op basis van de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor het transport van afvalwater, voor hemelwaterafvoer en voor grondwateroverlast en ­onderlast. In het gemeentelijk rioleringsplan wordt uiteengezet hoe deze zorg wordt ingevuld. Het grondwaterzorgplan is een uitwerking van de grondwaterzorgtaak die in het GRP staat omschreven. 5.7.2 Ontwikkelingen Het plangebied ligt in de Noorder Legmeerpolder en wordt omzoomd door watergangen waarop de Keur van het Waterschap van toepassing is. De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding en renovatie van Grand Hotel Amstelveen en de realisatie van circa 87 huurwoningen. Deze ontwikkelingen hebben geen betrekking op de watergangen, die het plangebied omgeven. In het plangebied, direct ten westen van het hotel loopt een watergang waarop de Keur van het Waterschap van toepassing is. Ten behoeve van de uitbreiding van het hotel wordt deze watergang gedempt. Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 38 van 59

In de bestaande situatie is er sprake van 16.040 m² verhard oppervlak. In de toekomstige situatie is er sprake van 15.336 m² verhard oppervlak. Met de voorgenomen ontwikkeling neemt het verharde oppervlak af met circa 700 m². Als bijlage 8, zoals opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting, zijn twee kaarten opgenomen waarin het bestaande en toekomstige verharde oppervlak zijn weergegeven. 5.7.3 Waterthema's 5.7.3.1 Grondwater De voorgenomen ontwikkelingen betreffen voor een belangrijk deel de renovatie van het bestaande hotel en de uitbreiding van bestaande bebouwing met woningen. Deze activiteiten hebben geen gevolgen voor de grondwaterstand en de stroming van het grondwater. Daarnaast wordt ter hoogte van de toegang tot de campus een nieuw appartementengebouw gerealiseerd. De realisatie van dit gebouw heeft geen gevolgen voor de grondwaterstand en de stroming van het grondwater. 5.7.3.2 Oppervlaktewater De voorgenomen ontwikkelingen raken geen oppervlaktewater in en rondom het plangebied. Uitzondering hierop wordt gevormd door de te dempen watergang direct ten westen van het hotel. Deze watergang is met nummer 2130_476 opgenomen in de Legger van het Waterschap en op deze watergang is de Keur van het Waterschap van toepassing. Op basis van de Keur dient het oppervlak van deze watergang in zijn geheel te worden gecompenseerd.

Overigens staat de watergang in normale situaties droog. Ten behoeve van de compensatie is overleg gevoerd met het waterschap. Afgesproken is dat de watergang achter het hotel gedempt kan worden en dat het verlies aan oppervlaktewater gecompenseerd wordt door de watergangen ten noorden van het plangebied te verbreden. Het betreft de watergangen die met nummers 2130_417 en 2130_475 zijn opgenomen in de Legger. Het oppervlak van de te dempen watergang bedraagt circa 170 m². Dit oppervlak wordt over de gehele lengte van de watergang ten noorden van het plangebied gecompenseerd. Deze lengte bedraagt circa 330 meter. Dit betekent dat de watergang over de gehele lengte met circa 0,50 m wordt verbreed. Ten behoeve van de waterkwaliteit wordt de verbreding van de watergang uitgevoerd met natuurvriendelijke oevers. Dit betekent dat het talud van de oevers tenminste een verhouding van 1:2 moet hebben. Voor het verbreden van de watergang wordt een watervergunning aangevraagd.

Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 39 van 59

Plan voor compensatie voor het dempen van de watergang ten westen van het hotel.

5.7.3.3 Afvalwater Op 27 maart 2018 heeft het College van de gemeente Amstelveen de 'Leidraad Inrichting Openbare Ruimte Gemeente Amstelveen en Aalsmeer' (LIOR) vastgesteld. Het doel van deze leidraad is een standaard (basisniveau) voor de inrichting en voorzieningen in de openbare ruimte vast te leggen. Ten aanzien van riolering is in de LIOR het volgende opgenomen: <0000> Nieuwbouwwijken worden aangelegd als gescheiden stelsel. Regenwater van daken en wegen worden schoon genoeg geacht om direct op het oppervlaktewater te lozen. <0000> De eisen voor gemengde rioolstelsel in dit document zijn enkel van toepassing voor bestaande gemengde rioolstelsels die om praktische redenen niet omgezet kunnen worden tot gescheiden stelsels. Bij nieuwbouwwijken en reconstructies zijn gemengde stelsels uitgesloten. <0000> Regenwater dat op private percelen valt, dient op de private percelen verwerkt te worden. Dit kan door directe lozing naar aanliggend oppervlaktewater, of door infiltratie in de bodem. <0000> Niet automatisch hemelwaterafvoer aanleggen. Initiatiefnemer moet eerst kolkenloze alternatief zoeken (bijvoorbeeld afvoer op maaiveldniveau). <0000> De toepassing van rioolpompen en/of bergbezinkbassins is in de regel niet toegestaan.

Om aan te sluiten op de (gemeentelijke) hoofdriolering dient de riolering zodanig op hoogte gelegd te worden dat aansluiting door middel van vrij verval riolering kan geschieden. Wanneer dit conflicteert met overige eisen in deze LIOR, dient contact opgenomen te worden met de gemeente voor afstemming. Specificaties van rioolgemalen zijn bij de gemeente op te vragen. <0000> De openbare ruimte dient zodanig ingericht te zijn dat de hoeveelheid kolken beperkt wordt. Regenwater afvoer op maaiveldniveau (open goten) wordt Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 40 van 59

<0000> <0000>

<0000> <0000> <0000>

aangemoedigd. Het gebruik van lijngoten in de openbare ruimte is niet toegestaan. Let hierbij op dat de inrichting van de openbare ruimte functioneel is in combinatie met klimaatadaptatie; zie volgende punt. In het kader van klimaatadaptatie dient de openbare ruimte in staat te zijn om neerslag te bufferen op maaiveld niveau, zonder dat dit overstroomt naar private percelen. Tenzij anders aangegeven in vastgesteld gemeentelijk beleid, is in openbaar gebied op maaiveldniveau, de benodigde buffer in nieuwbouwgebieden 90 mm. In bestaand gebied dient bij reconstructies minimaal 60 mm regenwater berging op maaiveldniveau gerealiseerd te worden. In beide gevallen zijn oplossingsrichtingen mede afhankelijk van de inrichting en het straatbeeld Ten behoeve van de waterkwaliteit dient het rioleringsplan ter goedkeuring aan het bevoegde waterschap te worden voorgelegd. Bij laagbouw moet bij elke woning de eigen huisaansluiting zoveel mogelijk over eigen terrein, inclusief ontstoppingsmogelijkheid op erfgrens in de DWA streng. Voor principe rioolaansluiting t.o.v. de kabels en leidingen zie standaarddetail bijlage B.

Het afvalwater wordt afgevoerd via het bestaande rioolstelsel van de gemeente naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. De capaciteit van het bestaande stelsel voldoet hiervoor. Het hemelwater wordt via het bestaande gescheiden stelsel afgevoerd naar het oppervlakte water. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om voorzieningen te treffen voor de berging en gecontroleerde afvoer van hemelwater naar het oppervlaktewater. Geconcludeerd wordt dat onderhavige ontwikkeling voldoet aan het gestelde in de LIOR. 5.7.3.4 Hemelwater In de bestaande situatie is er sprake van 16.040 m² verhard oppervlak. In de toekomstige situatie is er sprake van 15.336 m² verhard oppervlak. Met de voorgenomen ontwikkeling neemt het verharde oppervlak af met circa 700 m². Als bijlage 8, zoals opgenomen in de bijlagen bij toelichting, zijn twee kaarten opgenomen waarin het bestaande en toekomstige verharde oppervlak zijn weergegeven. Omdat er geen sprake is van een toename van het verharde oppervlak is het nemen van compenserende maatregelen niet van toepassing. Op het niveau van het bestemmingsplan worden geen specifieke rainproof maatregelen genomen. Geadviseerd wordt om bij de aanpassing van de infrastructuur en de bouw van de nieuwe woningen te overwegen welke rainproof maatregelen genomen kunnen worden.

5.7.3.5 Klimaatadaptatie De voorgenomen ontwikkelingen voorzien in een afname aan verhard oppervlak van circa 700 m². Als gevolg hiervan nemen de mogelijkheden voor het infiltreren van het hemelwater in de bodem toe en zal bij extreme buien de kans dat er overtollig hemelwater blijft staan afnemen. Daarnaast raken de voorgenomen ontwikkelingen geen oppervlaktewater in en rondom het plangebied. Uitzondering hierop wordt gevormd door de te dempen watergang direct ten westen van het hotel. Het oppervlak van deze watergang wordt in zijn geheel gecompenseerd in het plangebied. 5.7.3.6 Dijken en waterkeringen De Bovenkerkerweg is in de Keur van het waterschap aangemerkt als een overige waterkering. Voor deze waterkering geldt als gevolg van de Keur een beschermingszone. De voorgenomen ontwikkelingen raken de waterkering en de beschermingszone niet. In de regels en op de verbeelding voor het gebied waar als gevolg van de Keur de beschermingszone van toepassing is, is de dubbelbestemming Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 41 van 59

'Water ­ Waterkering' opgenomen. Toekomstige ontwikkelingen die in dit gebied mogelijk plaats zullen vinden zijn op grond van de dubbelbestemming 'Water ­ Waterkering' slechts toegestaan indien een vergunning op basis van de Keur van het waterschap is verleend. 5.7.4 Conclusie Doordat er geen sprake is van een toename van het verharde oppervlak is watercompensatie niet noodzakelijk. De te dempen watergang wordt binnen het plangebied gecompenseerd. De voorgenomen ontwikkeling wordt in het kader van het vooroverleg met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht besproken. Voor het uitgraven van het compenserend water zal bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht een watervergunning worden aangevraagd. Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.8 Natuur en Ecologie 5.8.1 Beoordelingskader Juridisch kader Wet natuurbescherming (Wnb) Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora­ en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Soortenbescherming Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust­ of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten: <0000> <0000> <0000>

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000­gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000­gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 42 van 59

maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheer­plan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000­gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000­gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2).

Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000­gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000­gebieden.

Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 5.8.2 Quickscan flora en fauna Gras Advies heeft voor het plangebied een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het doel van de quickscan is het inzichtelijk brengen van eventuele wettelijk beschermde planten­ en dierensoorten in en direct rondom het plangebied. Daarnaast wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten­ en gebiedsinformatie worden er uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. De quickscan flora en fauna is als bijlage 9 opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 43 van 59

5.8.2.1 Gebiedsgerichte natuurbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natura­2000 gebied. Het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied is gelegen ten zuidoosten van het plangebied; Botshol. De afstand tot aan dit Natura­2000 gebied is circa 5,5 kilometer. Uit onderzoek naar de stikstofdepositie ten gevolge van de uitvoering van dit bestemmingsplan, is gebleken dat vanwege de sloop­, aanleg­ en gebruiksfase sprake is van een stikstofdepositie (afgerond op twee decimalen) van 0,00 mol/ha/jaar ter plaatse van het stikstofgevoelige Natura 2000­gebied Botshol (zie bijlage 10). Hieruit wordt geconcludeerd dat geen negatieve effecten zijn te verwachten op Botshol ten gevolge van de in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling. Derhalve is inzake stikstofdepositie geen sprake van vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Het plangebied maakt voorts geen onderdeel uit van Natuur Netwerk Nederland (NNN). Wel grenst het plangebied aan de overzijde van de Bovenkerkerweg aan natuurgebieden die onderdeel zijn van het NNN. Voor deze gebieden geldt dat de voorgenomen werkzaamheden van dusdanig kleine omvang zijn dat er geen nadelige invloeden zijn te verwachten op deze natuurgebieden.

Er dient wel rekening te worden gehouden met het intact houden, verjongen en versterken van de groene zone langs de watergang zoals aanwezig aan de noordzijde van het plangebied. 5.8.2.2 Beschermde flora en fauna Uit het veldonderzoek zijn de volgende resultaten naar voren gekomen. Flora Het plangebied is vlak dekkend onderzocht op het voorkomen van beschermde plantensoorten. Grotendeels is het terrein gecultiveerd en in gebruik, het is geen geschikt milieu voor beschermde plantensoorten. Zoogdieren Op het braakliggende grasland zijn sporen aangetroffen van de mol. Daarnaast zijn er op zowel het braakliggende grasland als op de zand/klei heuvel op het bouwterrein holen aangetroffen van de huisspitsmuis. Voor zowel de mol als de huisspitsmuis geldt dat deze soorten in de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ staan, conform de Wet Natuurbescherming. Vogels Er zijn diverse spechtenholen aangetroffen. Er dient nader onderzocht te worden naar het in gebruik zijn van deze spechtenholen. Indien deze in gebruik zijn, kan de boom niet worden gekapt, het betreft dan een vaste rust­ en verblijfsplaats. Indien het spechtenhol niet in gebruik is, kan de boom worden gekapt. De specht heeft namelijk voldoende flexibiliteit om zich volgend jaar ergens anders in de directe omgeving te vestigen als de broedplaats verloren is gegaan. Verder geldt dat er vele onbewoonde nesten zijn aangetroffen.

Het gebied is dus een leefgebied voor vogels. Voor verwijderen van het groen geldt dat er buiten het broedseizoen om gewerkt dient te worden om de nadelige effecten te minimaliseren. Daarnaast dient er in de nieuwe situatie nestgelegenheid te worden gecreëerd. Vleermuizen Het plangebied is potentieel geschikt als verblijfs­ of foerageergebied voor vleermuizen. Een nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen in het plangebied dient aan te tonen of en op welke wijze vleermuizen gebruik maken van het plangebied. 5.8.2.3 Conclusie Geadviseerd wordt een nader vleermuizenonderzoek uit te voeren. Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 44 van 59

5.8.3 Aanvullend vleermuisonderzoek Naar aanleiding van de resultaten van de flora en fauna quickscan heeft Gras Advies voor het plangebied een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd. Het doel van het aanvullend onderzoek is om uitsluitsel te geven over de functie van het projectgebied voor vleermuizen en daarbij conclusie te kunnen trekken over welke soorten en met welke aantallen in het gebied voorkomen en welke specifieke functie(s) het projectgebied heeft voor vleermuizen. Daarnaast wordt gekeken nar de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Het aanvullend vleermuisonderzoek is als bijlage 11 opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. 5.8.3.1 Onderzoek Om te onderzoeken of in het plangebied verblijfsplaatsen en/of vlieg­ en fourageerroutes aanwezig zijn, zijn vijf veldbezoeken uitgevoerd: drie in de zomer­kraamperiode en twee in de baltsperiode. Tijdens het veldonderzoek geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Buiten het projectgebied is een verblijfplaats met functie als zomer­, kraam­ en paarverblijf waargenomen. Deze verblijfplaats ligt buiten het plangebied en buiten de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Een klein deel van het plangebied is onderdeel van het territorium van een baltsende gewone dwergvleermuis. Er is echter geen paarverblijfplaats waargenomen.

Er is geen sprake van aantasting van verblijfplaatsen door de voorgenomen werkzaamheden. Het plangebied wordt door maximaal twee gewone dwergvleermuizen gebruikt om te foerageren. Een klein aantal (circa vijf exemplaren) gewone dwergvleermuizen vliegen over het gebied en maken hierbij gebruik van de lijnvormige structuur van het Grand Hotel. Het geringe aantal overvliegende vleermuizen en de aanwezigheid van een alternatieve vliegroute in de vorm van de bomenrij langs de Bovenkerkerweg, maken dat in het plangebied geen sprake is van een essentiële vliegroute. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur." 5.8.3.2 Conclusie en advies Wet natuurbescherming De te verrichten werkzaamheden leiden niet tot een aantasting van verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes of essentiële foerageergebieden van vleermuizen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig.

Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In de praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.' Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 45 van 59

5.8.4 Conclusie Het aspect ‘flora en fauna’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.9 Archeologie en cultuurhistorie 5.9.1 Archeologie Greenhouse Advies bv heeft een archeologische bureauonderzoek uitgevoerd met als doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over de bekende of verwachte archeologische resten, om daarmee tot een gespecificeerde archeologische verwachting te komen. Het rapport is als bijlage 12 opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. 5.9.1.1 Beoordelingskader De gemeente Amstelveen heeft een eigen specifiek archeologiebeleid vastgesteld. Het plangebied ligt volgens deze kaart binnen een gebied dat voor het merendeel verveend is. Binnen deze (verveende) gebieden geldt een lage archeologische verwachting voor alle perioden (AWV5). Hierbinnen zijn ruimtelijke ontwikkelingen niet archeologisch onderzoeksplichtig gesteld. De oostzijde van het plangebied ligt binnen een zone waarbinnen historische bebouwing heeft plaatsgevonden. Binnen deze zone dient bij bodemingrepen dieper dan 30 cm –mv en > 100 m² een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen (bron: www.amstelveen.nl)

5.9.1.2 Onderzoek Het onderzoeksgebied ten oosten van het Grand Hotel aan de Bovenkerkerweg ligt binnen een zone waar historische bebouwing kan worden verwacht volgens de gemeentelijke verwachtingskaart. Het onderhavige booronderzoek richt zich enkel op dit deelgebied en historische verwachting binnen sportpark De Kegel. Ervan uitgaande dat de eventueel voorkomende historische bewoning een archeologische laag (= door betreding en met materiaal aangerijkte laag) in de klei (of restveen) heeft veroorzaakt, kan volgens de SIKB KNA Leidraad Inventariserend Onderzoek (karterend boren) de aanwezigheid daarvan middels een booronderzoek met guts (3 cm) en een boordichtheid van 30 x 35 m worden opgespoord. Binnen het onderzochte deelgebied kan volgens de beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen historische bebouwing verwacht worden. Tijdens het uitgevoerde karterend booronderzoek werd binnen het onderzochte deelgebied een bodemopbouw waargenomen die verstoord was in de bovenste 95 tot 120 cm –mv. De geroerde toplagen bestaan uit zandige of kleiige veengrond. Onder deze geroerde lagen komt nog een restant oorspronkelijke veengrond op wadafzettingen voor. Toelichting bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid­West 2014­Bovenkerkerweg 77­83 pagina 46 van 59

Er werd geen archeologische laag of andersoortige eenduidige aanwijzingen voor de aanwezigheid van een ter plaatse voorkomende archeologische vindplaats of historische bebouwing waargenomen. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek kan de archeologische verwachting naar beneden worden bijgesteld naar laag. De verwachting dat bij de eventuele toekomstige bodemingrepen in de eerste 2 m –mv (of Holocene niveaus) archeologische waarden worden verstoord, wordt laag geacht. Daarom wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek binnen dit deelgebied uit te laten voeren. Indien tijdens de uitvoering alsnog tegen de verwachting in archeologische waarden worden aangetroffen, dient hiervan altijd direct melding gemaakt te worden bij de bevoegde overheid in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. Ook in vooraf vrijgegeven gronden. 5.9.1.3 Advies Het onderzoeksrapport is beoordeeld door de archeoloog van de gemeente Amstelveen. Gezien de verstoring van de bodem tussen 0,95 ­ 1,20 m­mv is de kans klein dat er intacte archeologische vindplaatsen voorkomen in de eerste 2 meter onder het maaiveld. Geadviseerd wordt het onderzoeksgebied vrij te geven. Het advies is als bijlage 13 opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=a5814575-989b-48f9-b47a-363201666f9e