Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d - De Scheg Oost
Tekst van het document
5.3 Gemeente 5.3.1 Omgevingsvisie Amstelveen 2040 'Amstelveen bloeit' Op 27 november 2024 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amstelveen 2040 ‘Amstelveen bloeit’ vastgesteld. Voor de fysieke leefomgeving in Amstelveen liggen vier kernwaarden ten grondslag: groen, vitaal, divers en compleet. De leefbaarheid van Amstelveen is gebouwd op die vier kernwaarden. De kernopgave voor de ontwikkeling van Amstelveen is in de Omgevingsvisie als volgt geformuleerd: ‘het borgen van de leefbaarheid van Amstelveen door compact te bouwen en de schaarse ruimte optimaal te benutten’. In de Omgevingsvisie wordt aangegeven welke aspecten van de fysieke leefomgeving versterking behoeven en hoe de gemeente daaraan wil werken. De Omgevingsvisie schetst keuzes voor de ruimtelijke ontwikkeling op gebiedsniveau voor de komende vier tot zes jaren. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie een afwegingskader voor ontwikkeling van de fysieke leefomgeving tot 2040. De gemeente Amstelveen gebruikt het afwegingskader om te toetsen of ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de vijf ruimtelijke opdrachten. De vijf ruimtelijke opdrachten zijn: een gezond, duurzaam, groen, bereikbaar en compact Amstelveen. Elke ruimtelijke ontwikkeling in Amstelveen tot aan 2040 moet bijdragen aan minimaal één van deze vijf ruimtelijke opdrachten.
De ambitie bij elke ruimtelijke ontwikkeling is dat deze ook bijdraagt aan andere ruimtelijke opdrachten. In elk geval mag een ontwikkeling niet ingaan tegen een ruimtelijke opdracht. Amstelveen heeft in de periode tot 2040 belangrijke opgaven voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Die opgaven liggen op het terrein van wonen, gezonde leefomgeving, maatschappelijke voorzieningen, vestigingsklimaat, bereikbaarheid, klimaatadaptatie, hergebruik van grondstoffen, wateropgave (waterzekerheid en een robuust watersysteem) en energietransitie. Al deze opgaven wil de gemeente Amstelveen in balans met elkaar aanpakken. Beoordeling/relevantie onderhavige plan(wijziging) Het woningbouwproject De Scheg Oost, en daarmee het onderhavige plan, is in de Omgevingsvisie opgenomen als een lopend project dat bijdraagt aan een ruimtelijke opgave, waarmee het plan past binnen het beleid van de Omgevingsvisie.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
29
5.3.2 Woonvisie 2023-2030 Op 18 oktober 2023 heeft de gemeenteraad de Amstelveense Woonvisie 20232030 vastgesteld. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. De druk is hoog in bijna alle segmenten. Er zijn lange wachtlijsten voor de sociale huur en er zijn te weinig woningen in het middensegment. De gemeente ziet een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en ziet jonge mensen die maar moeizaam een eerste woning kunnen huren of kopen. De Woonvisie zet in op de bouw van extra woningen die zo eerlijk mogelijk onder alle doelgroepen verdeeld worden. Een uitgangspunt van de Woonvisie is dat Amstelveense woningzoekenden een betere kans moeten krijgen op de woningmarkt. Hoge prioriteit wordt gegeven aan het vergroten van de kans op een woning voor de Amstelveense jongeren en starters door te sturen op het bouwen van meer betaalbare en kleinere woningen. De doorstroming verbetert als er meer woningen worden gebouwd in het middeldure segment en meer mensen worden bewogen richting een woning die beter past bij hun actuele inkomen en levensfase. Ouderen worden gestimuleerd om na te denken over hun toekomstige woonsituatie. De Woonvisie 20232030 beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet om de schaarse woningen in Amstelveen zo eerlijk mogelijk te verdelen, zodat iemand van wieg tot graf zijn wooncarrière in de gemeente kan doorlopen.
Op basis van de Woonvisie worden afspraken gemaakt met ontwikkelaars, woningverhuurders en woningcorporaties. Beoordeling/relevantie onderhavige plan(wijziging) Het project/plan De Scheg Oost loopt al voor langere tijd, en in die zin is het beleid van de Woonvisie 20232030 niet geheel van toepassing op het onderhavige plan omdat het project reed was ontwikkeld en afgestemd. Het plan ligt wel in lijn met de Woonvisie, omdat het woningbouwprogramma van het project De Scheg Oost is bijgesteld waardoor meer betaalbare woningen worden gerealiseerd. Het project draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen van de Woonvisie. Het project gaat uit van het ontwikkelen van diverse typen (grondgebonden) woningen, ook in verschillende segmenten. Het project is er ook op gericht om met de woningbouw de doorstroming op/binnen de woningmarkt van Amstelveen en de regio te bevorderen. Tevens worden de woningen gerealiseerd in een groene, waterrijke en leefbare wijk. In de projectontwikkeling is onder meer rekening gehouden met klimaatadaptatie. 5.3.3 Nota Parkeernormen Amstelveen Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling.
Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen zijn er parkeernormen bepaald, en is in de regels van bestemmingsplannen en het omgevingsplan verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren/Parkeernormen). In een planregel dient dan tot uitdrukking te worden/zijn gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit kan een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus mogelijk. Hierdoor kan elk initiatief waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
30
Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: <0000> Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij ook rekening wordt gehouden met het dubbelgebruik van de betreffende parkeerplaatsen. <0000> Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk blijkt, dan dient de initiatiefnemer van het (bouw)plan met een voorstel te komen hoe de parkeerbehoefte opgelost kan worden in de openbare ruimte. Het voorstel mag niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuiten. De kosten voor de aanleg zijn voor de aanvrager. <0000> Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. <0000> De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover deze van invloed zijn op het parkeren. <0000> Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt.
Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. Beoordeling/relevantie onderhavige plan(wijziging) Het parkeerbeleid in de Nota Parkeernormen Amstelveen 2021, en de opvolger daarvan, is (via een verwijzing) opgenomen in de regels van dit TAMomgevingsplan. 5.3.4 Erfgoednota Amstelveen Op 28 september 2016 is de Erfgoednota Amstelveen vastgesteld door de gemeenteraad. Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 en het vervallen van de Monumentenwet, moest de gemeentelijke Erfgoedverordening geactualiseerd worden. Tevens was het geheel aan erfgoedbeleid van Amstelveen aan een actualisatie en een overzichtelijke bundeling toe. Daarom is de Erfgoednota Amstelveen opgesteld en vastgesteld. De Erfgoednota beschrijft het erfgoed van Amstelveen en de beoogde omgang ermee in drie delen. In de Erfgoednota beschrijft de gemeente de ambitie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed, vervolgens de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed en als laatste de middelen de gemeente ter beschikking heeft om de visie en ambitie waar te maken. Met cultureel erfgoed wordt in de nota bedoeld het fysieke, veelal gebouwde en/of ontworpen erfgoed binnen de ruimtelijke omgeving.
Dat kunnen zowel aangewezen monumenten zijn, als wel objecten, landschappen of structuren met cultuurhistorische waarde. Met de Erfgoednota wordt ingegaan op: het opnemen van cultuurhistorie in bestemmingsplannen, het actualiseren van het archeologiebeleid, de omschakeling van objectgericht naar gebiedsgericht denken en het credo 'behoud door ontwikkeling'. Met de monumentenlijst van de gemeente zijn de meest waardevolle gebouwen, objecten en parken afdoende beschermd. In het kader van de Erfgoednota Amstelveen zijn voor het Amstelveense grondgebied cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen opgesteld. Beoordeling/relevantie onderhavige plan(wijziging) Voor het onderhavige plangebied/wijzigingsgebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden in de Erfgoednota opgenomen.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
31
De potentiële/eventuele archeologische waarden in het plangebied zijn via de regels in dit TAMomgevingsplan beschermd, namelijk met twee archeologische dubbelbestemmingen/artikelen. In het kader van het project De Scheg Oost is archeologisch onderzoek verricht. Uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden worden verwacht te worden aangetroffen bij de werkzaamheden van het project. Zie paragraaf 6.6.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
32
HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSASPECTEN 6.1 Bodemkwaliteit Algemeen en Regelgeving Uit de Omgevingswet volgt dat gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor het toezien op (de kwaliteit van) de bodem. Het instrumentarium onder de Omgevingswet is voor wat betreft de bodem gebaseerd op drie pijlers: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); 2. het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); 3. het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer van historische bodemverontreinigingen). Bij de drie pijlers is regelgeving van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem en grondwaterkwaliteit. Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodemgevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning.
Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan; een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Gelet op artikel 5.89j van het Bkl moeten bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie de waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit in acht genomen te worden. Bij overschrijding van die waarden mag alleen gebouwd worden als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Daarbij dient tevens aangetoond te worden dat het project financieel uitvoerbaar is.
Situatie en beoordeling plan(gebied) In het kader van de woningbouwontwikkeling in De Scheg Oost is in 2020 een verkennend bodemonderzoek verricht door het bureau BK ingenieurs. Van het onderzoek is in 2024 een hertoetsing opgesteld. Het onderzoeksrapport en de aanvullende notitie zijn toegevoegd als bijlagen bij dit TAMomgevingsplan. Met het bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit op de locatie De Scheg Oost vastgelegd en zijn de hergebruiksmogelijkheden van de grond op indicatieve wijze bepaald. Hierna is de samenvatting van het bodemonderzoek gegeven. Uitkomsten verkennend bodemonderzoek Bodemopbouw en zintuigelijke waarnemingen De bodem bestaat tot een diepte van minimaal 1,5 m mv uit matig tot zwak zandige klei. Onder de kleilaag bevindt zich een uiterst fijne, matig kleiige zandlaag dat tot minimaal de geboorde diepte van 2,5 m mv aanwezig is. In de bodem zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Grond Algemene kwaliteit De bovengrond is over het algemeen licht verontreinigd OCB (met name hexachloorbenzeen en drins) en bevat licht verhoogde gehalten PFOA. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
33
Grond Hergebruik grond (indicatief) De bovengrond (0,00,5 m mv) voldoet op basis van de onderzochte stoffen uit het NENpakket en PFAS (toetsing landelijk beleid) aan de bodemfunctieklasse ‘wonen’. De ondergrond (0,51,0 m mv) is op basis van de gemeten gehalten (NENpakket en PFAS) altijd toepasbaar en voldoet aan de bodemfunctieklasse ‘landbouw/natuur’. Grondwater Algemene kwaliteit Het grondwater is verspreid over de onderzoekslocatie licht verontreinigd met barium. Plaatselijk zijn er ook licht verhoogde gehalten molybdeen aangetoond. Toetsing hypothese bodem De hypothese ‘onverdacht’ (uitzondering homogeen verontreinigd OCB en licht verhoogde gehalten PFOA in de bovengrond) is correct gebleken. Er zijn naast de licht verhoogde gehalten aan OCB en verhoogde gehalten PFOA, geen verontreinigingen aangetoond boven de achtergrondwaarde. Conclusie/Aanbevelingen Het uitvoeren van vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor het beoogd gebruik van de locatie. Hertoetsing Het bodemonderzoek (2020) is destijds uitgevoerd conform de NEN 5725 (2017) en NEN 5740 (2016). De resultaten zijn destijds getoetst aan het toen geldende toetsingskader onder de Wet bodembescherming.
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht en is de Wet bodembescherming komen te vervallen. Het toetsingskader voor bodemverontreiniging is onder de Omgevingswet aangepast. Tevens zijn inmiddels nieuwe versies van de NEN 5725 (2023) en NEN 5740 (2023) van kracht. De herontwikkeling van de locatie heeft sinds het uitvoeren van het bodemonderzoek tot op heden stilgelegen. Het bodemonderzoek uit 2020 is gebruikt voor de bestemmingsplanprocedure en de omgevingsvergunningen van 2023 en voor fase 1 herontwikkeling. De ontwikkeling van de locatie is nu weer opgestart waarbij voor fases 2 t/m 4 van het plangebied een omgevingsvergunning BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) is verleend. Bij de aanvraag omgevingsvergunning is een bodemonderzoek bijgevoegd. Omdat vanaf 2020 geen bodembedreigende activiteiten op de locatie hebben plaatsgevonden, is het bodemonderzoek 2020 gebruikt waarbij de resultaten van destijds zijn getoetst aan het huidige toetsingskader onder de Omgevingswet. Onderzoeksnormen, hypotheses en strategieën In het onderzoek van 2020 is de strategie voor grootschalige locaties (ONVGR) gehanteerd waarbij de bovengrond in verband met nabij gelegen kassencomplexen aanvullend is geanalyseerd op OCB. De onderzoeksintensiteit voor de parameters OCB voldoet aan de strategie VEDHO (Verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging).
De gehanteerde strategieën zijn in de NEN5740 van 2023 ongewijzigd ten opzichte van de gehanteerde norm uit 2016 waardoor de onderzoeksintensiteit voor zowel het aantal boringen als aantal analyses zoals uitgevoerd in 2020 nog steeds voldoet. Hertoetsing resultaten De onderzoeksresultaten van het onderzoek in 2020 zijn getoetst aan de destijds vingerende bodemnormen die zijn vastgesteld in de toen vigerende wet en regelgeving, inclusief richtlijnen opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Met het ingaan van de Omgevingswet zijn de normen gewijzigd. De resultaten van de grond uit 2020 zijn hierdoor opnieuw getoetst aan de huidige normen. Hierbij is gebruikgemaakt van het toetsprogramma van SGS EA dat is gevalideerd met behulp van de Bodem Toets en Validatie (BoToVa)service van het ministerie. Deze hertoetsing (T101) van de grond is opgenomen in bijlage 1 van de notitie. Voor toetsing van de resultaten van het grondwater wordt/is getoetst aan de Wbb BoToVa (T13 zoals ook gerapporteerd in de rapportage van 2020). Deze toetsing is niet opnieuw gedaan.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
34
In tabel 1 van de notitie is de toetsing van de resultaten van de grond conform de huidige normen weergegeven. De bovengrond voldoet op basis van verhoogde gehalten hexachloorbenzeen en drins aan klasse wonen. De ondergrond voldoet aan klasse landbouw/natuur. Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie barium en plaatselijk molybdeen. Conclusies De conclusie ten aanzien van de grond is feitelijk ongewijzigd ten opzichte van 2020. De bovengrond voldoet aan kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en de ondergrond aan kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’. Ook de conclusie ten aanzien van het grondwater is ongewijzigd. De onderzoeksresultaten uit 2020 vormen ook als deze getoetst wordt aan de huidige normen, geen belemmering vormt voor het beoogd gebruik van de locatie. Conclusie Het aspect bodem(kwaliteit) is geen belemmering voor de functies in dit TAMomgevingsplan en de uitvoering van het onderhavige plan.
6.2 Water Beleid en Regelgeving Algemeen Het doel van waterbeheer in Nederland bestaat van oudsher uit het beschermen tegen overstromingen en het ontwateren van laaggelegen gebieden. Door de klimaatverandering is nieuw beleid gemaakt voor deze taken van veiligheid en peilbeheer. Dit vereist mogelijk ruimte voor de versterking en verbreding van dijken en waterkerende werken of voor extra waterberging. Een ander doel betreft het zorgen voor schoon en gezond water. Voor schoon water is een goed functionerend watersysteem vereist met voldoende volume en doorstroming. Een ecologische oeverinrichting is wenselijk, maar legt beslag op de ruimte. Grondwater wordt gebruikt voor de productie van drinkwater. De laatste jaren ontwikkelt het grondwater zich tot een bron en/of opslagmedium voor warmte. Dit vormt een bijdrage aan de beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen. Efficiëntie van benutting is een van de redenen voor ruimtelijke ordening van de ondergrond. Op de onderhavige planlocatie is het beleid van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) van toepassing. Activiteiten moeten voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de Waterschapsverordening. In de Waterschapsverordening staan onder meer de eisen omtrent werkzaamheden op of nabij water, oevers en dijken beschreven.
Kaderrichtlijn Water (KRW) De Europese Kaderrichtlijn Water leidt, samen met de dochterrichtlijn Grondwater tot een verbetering en bescherming van de kwaliteit van het oppervlakte en grondwater in de lidstaten. De Kaderrichtlijn Water (KRW) voorziet in drie planperiodes. In de tweede planperiode is de uitvoering van de tweede generatie stroomgebiedsbeheerplannen door alle lidstaten ter hand genomen. In 2022 is de derde en laatste planperiode gestart die in 2027 afloopt. De KRW heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, hemelwaterverwerking, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijk beleid. In 2022 zijn opnieuw ecologische en fysischchemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Water Programma (NWP) Het rijksbeleid wat betreft de waterhuishouding is verankerd in het Nationaal Water Programma 20222027. Het Nationaal Water Programma (NWP) 20222027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. In het NWP
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
35
beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en vaarwegen. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen, en daarmee wordt al gewerkt in de geest van de Omgevingswet. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het NWP invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Het NWP beschrijft de nationale beleids en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder meer waterhuishouding. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: <0000> heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; <0000> beheersbaar programma voor de waterkeringen; <0000> doelmatig beheer van de waterketen, <0000> werkzaamheden slim combineren; <0000> het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het 'oude' Nationaal Bestuursakkoord Water blijven van kracht.
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een landelijk, gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het DPRA versnelt en intensiveert de aanpak van vier thema's: wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het plan is landelijk gepresenteerd op Prinsjesdag 2017. Het DPRA legt de gemeenten direct op om in 2020 over vastgesteld beleid per gemeente te beschikken over de vier thema's. In 2050 dienen alle Nederlandse gemeenten 'klimaatrobuust' te zijn, d.w.z. alle maatregelen moeten dan zijn uitgevoerd. Het Deltaplan is het leidende plan voor gemeenten voor het opstellen en uitvoeren van klimaatadaptieve inrichting. De voornemens van dit plan worden in nauwe afstemming met waterschappen en andere overheden en met particuliere partijen en inwoners, door de gemeenten ten uitvoer gebracht. In Amstelveen is dat gebeurd met een Plan van Aanpak klimaatadaptatie 20192020, en de opvolger Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026. Regionaal Waterprogramma NoordHolland 20222027 Op 31 januari 2022 is het Regionaal Waterprogramma NoordHolland 20222027 vastgesteld door Provinciale Staten. Met dit programma wordt invulling gegeven aan het waterbeleid in de Omgevingsvisie NH2050 voor zover het uitvoering van Europese richtlijnen over water betreft.
Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma's oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico's is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het beheergebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waterschap AGV is de beheerder van de regionale wateren in een gebied van 700 km2, grofweg tussen Amsterdam en Utrecht. Het waterschap is een overheidsorganisatie, die zorgt voor veiligheid achter de dijken en voor voldoende en schoon oppervlaktewater. Waterbeheerprogramma 20222027 AGV Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen nodig zijn om de watertaken goed te kunnen uitvoeren. Dit gebeurt in het Waterbeheerprogramma (WBP), dat een instrument is onder de nieuwe Omgevingswet. Het meest recente waterbeheerprogramma van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is vastgesteld voor de periode van 20222027.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
36
In het waterbeheerprogramma zijn zeven thema's geformuleerd, die de doelen voor de komende vijf jaar beschrijven: <0000> Gezuiverd afvalwater. <0000> Gezond water. <0000> Voldoende water. <0000> Waterveiligheid. <0000> Genieten van water. <0000> Wettelijke taken en maatschappelijke opgaven. <0000> Bestuur en maatschappij. Overkoepelend wordt ingezet op een toekomstbestendig watersysteem. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht wil verantwoordelijkheid nemen op het gebied van duurzaamheid, de energietransitie, de herwinning van grondstoffen en de zorg voor natuur en de biodiversiteit. Waterschapsverordening Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2024 In verband met de ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Keur vervangen door de Waterschapsverordening Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2024. In de Waterschapsverordening zijn de wettelijke regels opgenomen die het waterschap hanteert bij de bescherming van oppervlaktewaterlichamen (beken, sloten en rivieren), waterkeringen, bergingsgebieden, grondwater en bijbehorende kunstwerken (gemalen, stuwen, etc.). Uit de Waterschapsverordening blijkt dat het verboden is om een uitbreiding op het verhard oppervlak van meer dan 1.000 m2 binnen stedelijk gebied of glastuinbouwgebied te doen zonder omgevingsvergunning.
Voor het overige beheergebied van het waterschap wordt een maximale uitbreiding van het stedelijk gebied van 5.000 m2 zonder omgevingsvergunning toegestaan. De compensatienorm (in artikel 2.5) benadrukt dat de toename in hemelwater van het verhard oppervlak moet worden gecompenseerd door oppervlaktewater aan te leggen dat in omvang minimaal 10% van het verhard oppervlak is. Gemeentelijk beleid (klimaatadaptatie) Naast het waterschap heeft ook de gemeente zelf een aantal beleidsuitgangspunten die bij een watertoets (weging waterbelang) worden meegenomen. Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 2021-2026 Eind 2020 is door de gemeente het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026 vastgesteld. Het actieplan geeft invulling aan de thema's die zijn benoemd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en sluit (op hoofdlijnen) aan bij de normen die zijn opgesteld door de Metropoolregio Amsterdam (MRA). In het gemeentelijk Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen worden naast beleid en maatregelen in de bestaande buitenruimte ook kaders en randvoorwaarden gegeven voor nieuwe ontwikkelingen. De thema's die van belang zijn voor het stedelijk gebied van Amstelveen, zijn: A. Wateroverlast: inrichting voor verwerking van extreme buien en bestrijding van extreme grondwaterstanden. B. Hitte: beperking van de impact. C. Droogte: vergroten sponswerking. D.
Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming. In onderstaand overzicht is op hoofdlijnen per thema aangegeven waar bij de planontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. Verdere achtergrond en eisen zijn terug te vinden in het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026. A. Wateroverlast: inrichting voor extreme buien Ambitie: Bij een bui van 70 mm in één uur (die gemiddeld 1x per 100 jaar voorkomt) stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen,
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
37
grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd (invulling van de drietrapsstrategie vasthoudenbergenafvoeren). Nieuwbouw: Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater (minimaal 10% van het plangebied). De openbare ruimte en privaat terrein moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. B. Hitte, beperken van de impact Ambitie: De hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen. De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. Nieuwbouw: Bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 zijn aanwezig op maximaal 300 meter loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide).
Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande flora en fauna, en dat voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen flora en fauna. C. Droogte: vergroten sponswerking Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur. Nieuwbouw: Een gebied bij een nieuwbouwontwikkeling wordt neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water worden voorzien. Daarom wordt het principe van de verdringingsreeks gehanteerd: vasthouden, bergen en afvoeren. Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 30 jaar worden in het ontwerp opgenomen, zoals langdurige voorbelasting om restzetting te beperken. D. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming Ambitie: Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen en de Veiligheidsregio bij gevolgbeperking van overstromingen. Nieuwbouw: Inpassing van waterkeringen en gevolgbeperking van overstromingen zijn onderdeel van het ontwerpproces van de gebouwen en nieuwe inrichting.
De gemeente heeft er voor gekozen om de uitwerking van klimaatadaptieve eisen met de programmering van reconstructies en herinrichtingen en de Stedelijke Ontwikkeling projecten mee te nemen ("meekoppelkansen benutten"). Rioleringsbeheer Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amstelveen 20212026 (GRP) is eind 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Het borgt het beheer en onderhoud van het bestaande rioleringsstelsel en gaat in op de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, zowel voor bestaande bouw, als ook voor nieuwe ontwikkelingen. Ook beschrijft het de ambities hoe de gemeente in de toekomst klimaatbestendig, duurzaam en zorgzaam met de afvoer van afvalwater, het vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater en het reguleren van het grondwater omgaat. Tevens is het GRP de basis voor de hoogte van de jaarlijkse rioolheffing.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
38
Het rioleringsbeheer voor de periode 20212026 sluit direct aan op de eisen die gesteld zijn in het Actieplan Klimaatadaptatie. Beheer, onderhoud en nieuw aanleg van riolering en drainage moeten bijdragen aan de eisen uit het Actieplan Klimaatadaptatie. Achtergronden en nadere technische eisen zijn terug te vinden in het Gemeentelijk Rioleringsplan 20212026. Inspelen op herontwikkeling en nieuwbouw In Amstelveen vinden in de komende periode ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Bij herontwikkeling en nieuwbouw wordt zoveel mogelijk klimaatadaptief, energieneutraal en aardgasvrij gebouwd. Tegelijkertijd brengt de gemeente vroegtijdig in beeld wat uitbreiding betekent voor het stedelijk watersysteem en de bestaande structuur van het riool. De gemeente streeft naar meer waterveiligheid door het versterken van de sponsfunctie van (nieuw én oud) stedelijk gebied en optimale grondwaterniveaus. De ruimtelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bestaande afvoerstructuur. Kosten voor extra maatregelen aan het bestaande stelsel als gevolg van belasting door stedelijke ontwikkelingen komen in principe voor rekening van ontwikkelaars. De gemeente stelt wanneer nodig een afvoerstructuur op. Hierin wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen, maar ook met het verwachte vervangingsregime en ontwikkelingen op het gebied van afvalwatertransport.
Het afvoerstructuurplan kan gebruikt worden als onderlegger om ontwikkelaars op de hoogte te brengen van de gevolgen van uitbreidingen en daar gezamenlijk het gesprek over aan te gaan. Grondwaterbeheer Grondwaterbeheer is een wettelijk verplichte taak voor gemeenten en is in Amstelveen primair functiegericht grondwaterbeheer: het richt zich op de afstemming van het stedelijk grondwater op de grondgebruiksfuncties in de gemeente voor zover dit technisch mogelijk is en voor zover het andere doelen niet schaadt. Grondwaterbeheer is een complexe opgave waarvoor de gemeente een separaat Grondwaterzorgplan Amstelveen 20212026 heeft opgesteld, als bijlage bij het Gemeentelijk Rioleringsplan 20212026. In dit grondwaterzorgplan staan de eisen beschreven die de gebruiksfuncties stellen aan het stedelijk grondwater; en hoe deze eisen invulling gegeven kan worden. Onder meer is beschreven welke maximale en minimale grondwaterstanden voor gebruiksfuncties gelden.
Situatie en beoordeling plan(gebied) In het kader van de herontwikkeling van het plan De Scheg Oost is door het bureau Antea Group een studie met de weging van het waterbelang verricht. Het rapport van de Weging van het waterbelang De Scheg Oost is opgenomen als bijlage bij dit TAMomgevingsplan. Veiligheid / Waterkeringen In het plangebied bevinden zich geen waterkeringen. Het plangebied ligt in de Noorder Legmeerpolder welke omringd is door een regionale waterkering (Vuurlijn, Zijdeveld, Amsteldijk, Hollandse Dijk, Bovenkerkerweg, Noorddammerlaan, Legmeerdijk). Daarbij is aan de oostkant een dubbele kering aanwezig, zowel voor de Amstel als voor de polder(s). Volgens de klimaateffectatlas is er in de polder een kleine kans (1/3001/3.000 per jaar) op een plaatsgebonden overstroming van 50200 cm binnen de polder van het plangebied. Dit bij een gemiddeld huidig maaiveldniveau van circa NAP 4,6 m. Door de waterpeilverhoging en de daarbij horende maaiveldverhoging naar circa NAP 4,0 m neemt het overstromingsrisico af. Het diepste punt in de polder is circa NAP 5,30 m. Het gemiddelde maaiveldniveau van de polder is na een inschatting ongeveer gelijk aan deze van het plangebied. Ondanks het verminderde risico op overstromingen dient bij de ruimtelijke ontwikkeling van het plan rekening gehouden te worden met mogelijke overstromingen.
De MRA beschrijft voor nieuwbouw oplossingen zoals het verhoogd bouwen (op terpen) en het hoger aanleggen van de hoofdinfrastructuur; het aanpassen van drempelhoogten in acht houdend toegangsmogelijkheden voor beperkten; het hoger aanleggen van elektriciteitsaansluitingen en andere installaties; en bijvoorbeeld op gebouwniveau het hoger plaatsen van ingangen en woonruimtes en het plaatsen van dakramen en noodtrappen.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
39
Uitgangspunten / Algemeen 10% van het te ontwikkelen gebied moet uit oppervlaktewater bestaan, volgens advies en de regels van het waterschap. De bergingsnorm van 10% wateroppervlak in het plangebied is tevens gemeentelijk klimaatadaptatie beleid. Deze bergingsnorm gaat verder dan de 10% regel als compensatieeis voor toename verhard oppervlak, maar in de onderhavige situatie is effectief sprake van dezelfde norm. Het oppervlaktewater moet gerealiseerd worden voordat het verhard oppervlak wordt aangebracht. In de toekomstige situatie wordt een woonwijk gerealiseerd op een onverhard perceel. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 71.000 m2. In het gebied wordt circa 17.250 m2 groen(voorzieningen) en 10.660 m2 oppervlaktewater gerealiseerd. In het gebied wordt circa 32.000 m2 verhard oppervlak gerealiseerd, betreffende verharding van de gebouwen, tuinen, wegen en paden e.d. Het verhard oppervlak van de kavels bedraagt circa 22.000 m2 (gebouwen en tuinen). De tuinen van de kavels zijn voor 50% als onverhard meegerekend en het onverhard oppervlak van de kavels bedraagt circa 11.000 m2. Het totale toekomstige onverhard oppervlak bedraagt circa 30.000 m2. Het plan De Scheg Oost wordt gefaseerd gerealiseerd.
Het oppervlaktewater wordt ook gefaseerd aangelegd, waarbij in de eerste fase reeds meer dan voldoende water wordt gerealiseerd om te allen tijde een overschot aan waterberging te hebben ten opzichte van de hoeveelheid verharding die wordt aangelegd. Watersysteem Rond het plangebied zijn geen primaire watergangen aanwezig. De meest nabijgelegen primaire watergang is aan de westzijde van het plangebied gelegen en betreft de Amstelveense Tocht aan de westzijde van de trambaan. Langs het plangebied zijn secundaire watergangen aanwezig. De secundaire watergangen rond het plangebied voeren allemaal in zuidelijke richting af. Deze watergangen worden beheerd door de perceeleigenaar. Het waterschap stelt als eis dat het talud 1:1,5 of flauwer is. De gemeente Amstelveen wil een waterpeil van NAP 5,37 m in het plangebied hanteren. Dit is ongeveer 0,4 meter hoger dan het huidige polderpeil. Met deze aanpassing kan het gebied één geheel vormen met de woonwijk die noordelijk van de ontwikkeling ligt. Over deze aanpassing van het peil heeft de gemeente contact met het waterschap. In overleg met het waterschap is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten gevolgen van de peilverhoging, zowel voor de oppervlaktewaterstructuur, de (grond)watersituatie en de waterkwaliteit.
In het onderzoek, uitgevoerd door Antea Group, is onderbouwd dat de peilverhoging geen negatieve gevolgen heeft voor de toekomstige inrichting. Bij enkele percelen zijn geringe effecten te verwachten, hiervoor zijn maatregelen uitgewerkt. Daarnaast is onderbouwd dat de peilverhoging geen negatieve gevolgen heeft voor de waterkwaliteit, mits de voedselrijke toplaag ter plaatse van de ontwikkeling wordt weggegraven en vervangen door voedselarme grond. Deze aanpak wordt toegepast bij de voorgenomen ontwikkeling. In overleg tussen het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeente Amstelveen zal naar verwachting de peilverhoging in een partiële peilwijziging worden vastgesteld. In de toekomstige situatie wordt oppervlaktewater aangelegd ter compensatie van het verhard en bebouwd oppervlak. Doodlopende watergangen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen. Het oppervlaktewater aan de randen van het plangebied mag niet dieper zijn dan 0,6 m onder maaiveldniveau om het opbarstingsrisico te minimaliseren. Daarnaast moeten de watergangen voldoen aan het Programma van Eisen van beheer. De gemeente wil in het plangebied een peil instellen van NAP 5,37 m. Hierdoor kan de grondwaterstand met circa 0,4 m hoger komen te liggen. Om wateroverlast in de toekomst te voorkomen dient rekening te worden gehouden met voldoende ontwateringsdiepte.
Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, dient het huidige maaiveldniveau van circa NAP 5 m te worden opgehoogd. Bij wegen en bebouwing wordt een ontwateringsdiepte in de orde van 0,75 tot 1,0 m aanbevolen, bij groenvoorzieningen kan de ontwateringsdiepte beperkter zijn. Regenwaterafvoer op maaiveld Om een robuuste afvoer van het regenwater te realiseren wordt zoveel als mogelijk het regenwater oppervlakkig afgevoerd. De Scheg ligt in een kleipolder met relatief hoge grondwaterstanden wat wadi's onmogelijk maakt. Daartoe wordt er in het plan gekozen om, daar waar mogelijk, het water af te voeren via molgoten en groengoten richting de watergangen. Daar
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
40
waar het niet mogelijk is om regenwater direct van het maaiveld af te voeren naar bermen, verlaagd groen en watergangen worden kolken gebruikt. Deze kolken voeren het water af via een hemelwaterstelsel (HWA) welke conform het GRP is losgekoppeld van het vuilwaterstelsel. Dit HWAstelsel wordt al binnen het plangebied aangelegd voor de afvoer van regenwater van de woningkavels. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. In de nabije omgeving zijn geen grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. In het plangebied zijn geen grondwateronttrekkingen aanwezig. De grondwaterstand in het plangebied staat tussen circa 0,3 en 1,3 m beneden het maaiveld. Daarmee zal zonder meer het maaiveld moeten worden opgehoogd en dat is ook het uitgangspunt voor de ontwikkeling. Door het verhogen van het waterpeil (van NAP 5,8 m naar NAP 5,37 m) kan de grondwaterstand toenemen. Om grondwateroverlast te voorkomen wordt geadviseerd om het plangebied aanvullend op te hogen of om lokaal drainagemiddel toe te passen om sterke stijgingen van grondwaterstanden tijdens hevige neerslag te voorkomen. Het maaiveldniveau komt op circa NAP 4 m onder NAP te liggen, waarmee grondwateroverlast (bij de woningen) wordt voorkomen. Waterberging In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe met circa 32.000 m2.
Dit wordt gecompenseerd door het aanleggen van circa 10.660 m2 oppervlaktewater. De verhardingstoename (inclusief bebouwing) ten opzichte van de huidige situatie bedraagt circa 32.000 m2. Waternet stelt als uitgangspunt in het ontwikkelen van het plangebied dat minimaal 10% van het te ontwikkelen gebied moet bestaan uit oppervlaktewater. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 71.000 m2. Volgens de randvoorwaarde van Waternet moet minimaal 7.100 m2 oppervlaktewater gerealiseerd worden. In het ontwerp is het voornemen om circa 10.660 m2 oppervlaktewater te realiseren. Dit betekent dat er ruim voldoende watercompensatie in het plan is voorzien. Om het wateroppervlak van circa 10.660 m2 te realiseren wordt op de rand van het plangebied een stuw gerealiseerd om de benodigde peilstijging te bewerkstelligen. Waterkwaliteit In het plangebied zijn de uitgangspunten voor de Europese Kader Richtlijn Water leidend. De ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater mag niet verslechteren. De nutriëntenbelasting mag niet te hoog zijn om kroosdekken en troebel water te voorkomen. Doordat het landgebruik wijzigt van landbouwkundig gebruik naar een stedelijke functie zal door het verdwijnen van de bemesting die aan het landgebruik is gekoppeld de nutriënten belasting afnemen wat ten goede komt aan de waterkwaliteit.
Door de voorgenomen aanpassingen, waaronder de peilverhoging, zal de waterkwaliteit verbeteren door een afname van de belasting met voedingsstoffen, door een kleinere kweldruk vanuit het (kwalitatief minder goede) watervoerende pakket en door de inrichting van natuurvriendelijke oevers. Klimaatadaptatie Hitte(stress) Door de aanleg van voldoende oppervlaktewater in het plangebied wordt het hitte eiland effect, vanwege de toename aan verharding, beperkt. Ook de aanleg van groenvoorzieningen draagt bij aan een koelend effect. In de straten kan een beperkte toename aan hittestress worden ervaren ten opzichte van de huidige situatie. Dit is echter onvermijdelijk bij de transformatie van onbebouwd gebied naar bebouwd gebied. Om de impact van hitte niet erger te maken in 2050 dan in 2020 dienen de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies hittebestendig te worden ingericht. Voor nieuwbouwontwikkelingen geldt dat koele verblijfsplekken (groen, oppervlaktewater) met een minimale oppervlakte van 200 m2 op maximaal 300 meter loopafstand aanwezig zijn binnen het plangebied. Daarnaast dienen verblijfsplekken in nieuwbouwontwikkelingen met minimaal 50% groen en 30% schaduw te worden ingericht. Hierin gelden bomen voor zowel groenoppervlak als schaduwoppervlak.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
41
In het plangebied zullen zich koele plekken bevinden. De verwachting is dat het plangebied voldoet aan de hittestresseisen. In het plan(gebied) bevinden zich koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 op maximaal 300 meter van de woningbouw. Droogte (Watertekort) Om te waarborgen dat droogte niet leidt tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur dient een plangebied bij een nieuwbouwontwikkeling neerslag bergend en afvoer vertragend te worden ingericht. Voorgaand is reeds aangegeven hoe binnen het plan(gebied) hierop wordt ingespeeld. Naast de waterbergende en afvoervertragende maatregelen dienen er ook maatregelen in het ontwerp te worden opgenomen welke (schade door) bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 30 jaar. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van langdurige voorbelasting welke restzettingen beperkt. Waterveiligheid Om de waterveiligheid te kunnen waarborgen is regionale samenwerking met onder andere waterschappen van belang. Bij nieuwbouwontwikkelingen zijn inpassingen van waterkeringen en gevolgbeperkingen van overstromingen onderdeel van het ontwerpproces van gebouwen en openbare inrichtingen. Het onderhavige plan heeft geen invloed op waterkeringen. Bij de peilverhoging, waarvoor een peilbesluit van het waterschap benodigd is, zal rekening worden gehouden met waterveiligheid.
Conclusie Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor dit TAMomgevingsplan en het project De Scheg Oost.
6.3 Duurzaamheid en Klimaatadaptatie In zowel de Ontwikkelvisie Scheg Noorder Legmeerpolder (2015) als het Ruimtelijk Raamwerk (2019/2020) is de ambitie uitgesproken om van De Scheg een aantrekkelijke, duurzame en groene woonwijk te maken. In de Ontwikkelvisie is bepaald dat voor het bepalen van de energie en duurzaamheidsdoelen bij De Scheg gebruik gemaakt wordt van het instrument 'GPR Stedenbouw'. Voor alle thema's uit de GPR is een basisambitie en eindambitie vastgesteld. Inmiddels beschikt de gemeente over de 'Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen' en het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026. Met het vervolg van de gebiedsontwikkeling waren er bij de tussentijdse toetsing aanleidingen om de duurzaamheidsambities te herijken, zoals: <0000> ontwikkeling van GPR Stedenbouw 1.5 (vernieuwd); <0000> toegenomen aandacht voor en belang van klimaatadaptatie, elektrificeren automobiliteit en circulair bouwen; <0000> veranderde wet en regelgeving; <0000> veranderd plangebied; relatie tussen de deelgebieden en het geheel; <0000> de door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen. Omdat de Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen actueel en eigen beleid is, is er voor gekozen om in plaats van het instrument GPR, de leidraad te hanteren.
Het herontwikkelde plan voor De Scheg Oost is globaal getoetst aan de leidraad; hieruit is het volgende gebleken: <0000> Op het thema energie wordt deels het hoge niveau gescoord, namelijk op het aandeel hernieuwbare energie. De 152 woningen zijn energieneutraal (aandeel hernieuwbare energie > 100%). Voor de overige onderwerpen binnen het thema energie (o.a. gebruikgebonden energiebehoefte, energiegebruik terrein en energieopslag) scoren de plannen conform het basisniveau. <0000> Op het thema circulair bouwen scoren de plannen naar verwachting conform het basisniveau voor de verschillende onderwerpen. Alleen de gemiddelde 'milieu prestatie gebouwen' (MPG) van de woningen kan voldoen aan het middenniveau (dit is een MPG van 0,75). Het
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
42
<0000>
<0000>
basisniveau van de MPG is 0,8 maximaal. Voor de nieuwe bouwplannen van De Scheg Oost is de MPG gemiddeld circa 0,6. Van het plangebied De Scheg Oost als geheel is ongeveer 22% van het oppervlak als groen ingericht. Hiermee wordt voldaan aan het middenniveau voor aandeel groen. Samen met de 16% oppervlaktewater draagt dit bij aan de klimaatadaptatie. Het plan scoort niet hoger dan het basisniveau voor ecologie. Op het thema mobiliteit wordt niet hoger gescoord dan het basisniveau. Er worden geen deelconcepten toegepast (de ligging van het plangebied leent zich hier minder goed voor) of extra openbare laadpalen gerealiseerd.
Klimaatadaptatie: wateroverlast en -tekort In paragraaf 6.2 Water is inzicht gegeven hoe in het plan De Scheg Oost rekening is gehouden met waterberging en hoe met betrekking tot water aandacht is besteed aan klimaatadaptatie. De thema's die belang zijn voor het stedelijk gebied, volgens het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen, zijn: A. Wateroverlast: inrichting voor verwerking van extreme buien en bestrijding van extreme grondwaterstanden. B. Hitte: beperking van de impact. C. Droogte: vergroten sponswerking. D. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming. In paragraaf 6.2 is (op hoofdlijnen) per thema aangegeven waar bij de planontwikkeling rekening mee moet worden gehouden volgens Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen. Vanuit de gemeente zijn voor diverse klimaatthema's een pakket aan eisen gesteld waaraan het stedenbouwkundig plan en het stedelijk watersysteem moeten voldoen. Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp De Scheg Oost is het inrichtingsplan getoetst aan de klimaatadaptieve eisen en te behalen doelen volgens het Actieplan Klimaatadaptatie 20212026 van de gemeente Amstelveen. Hittestress Om de impact van hitte niet erger te maken in 2050 dan in 2020 dienen de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies hittebestendig te worden ingericht.
Voor nieuwbouwontwikkelingen geldt dat koele verblijfsplekken (groen, oppervlaktewater) met een minimale oppervlakte van 200 m2 op maximaal 300 meter loopafstand aanwezig zijn binnen het plangebied. Daarnaast dienen verblijfsplekken in nieuwbouwontwikkelingen met minimaal 50% groen en 30% schaduw te worden ingericht. Hierin gelden bomen voor zowel groenoppervlak als schaduwoppervlak. In het plangebied zullen zich koele plekken bevinden. Het plan(gebied) voldoet aan de hittestresseisen. In het plan(gebied) bevinden zich koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 op maximaal 300 meter van de woningbouw. Aan de eis van groen en schaduwoppervlak is in de planuitwerking invulling gegeven. De toekomstige situatie van het plangebied De Scheg Oost kan worden getoetst aan de hittestress eisen voortkomend uit het klimaatbeleid van de gemeente Amstelveen en het klimaatconvenant van de Metropoolregio Amsterdam. Ten aanzien van hittestress is de verwachting als volgt: <0000> Algemeen: In het plangebied is er op een hete dag een hoge gevoelstemperatuur bij nietbeschaduwde plekken te verwachten. In principe is een hoge gevoelstemperatuur niet direct problematisch, zolang er schaduw wordt gecreëerd in het gebied. In De Scheg Oost wordt voldoende schaduw gecreëerd. <0000> Koele plekken: Er zijn een aantal koele plekken (van minstens 200 m2) aanwezig in het toekomstig woongebied.
De koele plekken liggen binnen een voldoende afstand van de woningen en openbare plekken in het plangebied, namelijk binnen 300 meter loopafstand. Er wordt voldaan aan de eis vanuit het MRAdocument. De koele plekken liggen veelal op veel kortere afstand.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
43
6.4 Verkeer In het kader van het plan De Scheg Oost is in 2024 een verkeerskundige analyse uitgevoerd door het bureau Antea Group. Dit betreft een update van de verkeerskundige analyse uit 2022. In de verkeerskundige analyse zijn de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling van en met het plan De Scheg Oost beschouwd. De (geactualiseerde) onderzoeksnotitie is toegevoegd als bijlage bij dit TAMomgevingsplan. Verkeersgeneratie Om de verkeerseffecten van het plan De Scheg Oost in beeld te brengen, wordt (eerst) de verkeersgeneratie bepaald. De verkeersgeneratie is het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen die het plan veroorzaakt (vertrek en aankomst), dit is inclusief bezoekers, bezorgdiensten, vuilniswagens, et cetera. Om de verkeersgeneratie te kunnen bepalen is gebruikgemaakt van cijfers uit het verkeersmodel. Het model rekent op basis van diverse factoren, zoals bereikbaarheid, beschikbaarheid modaliteiten en afstand tot werk en winkellocaties, de verkeersgeneratie evenals de herkomst en bestemming van het verkeer. Het aantal verkeersbewegingen voor De Scheg Oost komt op basis van het verkeersmodel voor 172 woningen uit op 712 motorvoertuigen per etmaal. In totaal worden in het herontwikkelde plan 152 woningen gerealiseerd, dus er is sprake van een lichte overschatting van het aantal verkeersbewegingen die in de verkeersnotitie is aangehouden.
Verdeling verkeer plangebied De verkeersgeneratie van 712 voertuigen van De Scheg Oost wordt verdeeld over wegen, en in eerste instantie in twee richtingen over de Bovenkerkerweg. De verdeling van de bestemming/richting van het verkeer (vanuit De Scheg Oost) is bepaald op basis van resultaten van het verkeersmodel en aan de hand van een inschatting op basis van onder andere CBScijfers. Het verkeer kan vanuit het plangebied via de J.C. van Hattumweg richting de Bovenkerkerweg twee richtingen op, richting het noorden en het zuiden. Doordat de ontwikkeling woningen betreft, bestaan de reismotieven van de bewoners hoofdzakelijk uit woonwerk, winkelen (o.a. boodschappen) en recreatie (o.a. sport). Aan de hand van CBScijfers en het verkeersmodel blijkt dat mensen die in Amstelveen wonen, hoofdzakelijk in de gemeente Amsterdam (48%), Amstelveen (21%) en Haarlemmermeer (11%; o.a. Schiphol en Hoofddorp) werken. Aan de hand van deze verdeling en op basis van resultaten van het verkeersmodel zijn de snelste routes van en naar bijvoorbeeld de werklocaties bepaald. Hieruit blijkt dat 80% van het verkeer van De Scheg Oost bij de Bovenkerkerweg richting het noorden rijdt en 20% richting het zuiden. Voor de andere functies zoals winkelen en recreatie geldt ongeveer dezelfde verdeling, waarbij het winkelcentrum Westwijk een belangrijke bestemming is voor de dagelijkse boodschap.
De verkeersgeneratie van 712 voertuigen wordt dus verdeeld over de Bovenkerkerweg volgens op basis van de CBScijfers de volgende verdeling. <0000> Bovenkerkerweg richting noorden: 80%; <0000> Bovenkerkerweg richting zuiden: 20%. Daarnaast heeft het verkeersmodel voor de verkeersgeneratie van 712 voertuigen ook een verdeling van het verkeer, namelijk de volgende verdeling: <0000> Bovenkerkerweg richting noorden: 70%; <0000> Bovenkerkerweg richting zuiden: 30%. Verdere verdeling van het verkeer over de overige wegen is niet bepaald omdat het verkeer snel wordt opgenomen in het heersende verkeersbeeld, waardoor de effecten op de doorstroming klein zijn.
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
44
Verkeersafwikkeling De verkeersafwikkeling van De Scheg Oost is beoordeeld op wegvak en kruispuntniveau. Wegvakken In de tabel op afbeelding 6.4A zijn de relevante verkeerseffecten van de ontwikkeling van De Scheg Oost weergegeven. In de tabel zijn de verkeerscijfers opgenomen voor de referentiesituatie, de situatie zonder het plan De Scheg Oost, en de plansituatie. De verkeersintensiteiten zijn prognosecijfers voor het jaar 2033 en afkomstig uit het verkeersonderzoek De Scheg (Goudappel, november 2023). In het verkeersmodel is De Scheg Oost met 172 woningen in de autonome situatie opgenomen. De verkeersintensiteiten voor de autonome situatie exclusief De Scheg Oost zijn door Antea Group handmatig bepaald (met afronding) op basis van de verkeersgeneratie plan De Scheg Oost. Afbeelding 6.4A:
Verkeersintensiteiten autonome en plansituatie De Scheg Oost
Door de ontwikkeling van De Scheg Oost nemen de verkeersintensiteiten vanzelfsprekend toe op de wegen in de omgeving van het plangebied. Uit het verkeersmodel en de eerder beschreven uitgangspunten blijkt dat het verkeer toeneemt op de wegvakken in de directe omgeving van het plangebied, voor zover die wegvakken relevant/bereikbaar zijn. De grootste verkeerstoename is op het oostelijke deel van de J.C. van Hattumweg, waar het plan De Scheg Oost een toename van ongeveer 712 mvt/etm geeft. De toename van het verkeer zal niet leiden tot doorstromingsproblemen op de genoemde wegvakken, doordat de toename relatief beperkt blijft. Kruispunten Naast de verkeersafwikkeling op wegvakken is ook het effect in beeld gebracht van één kruispunt bij het plangebied. Dit kruispunt is geselecteerd doordat hier de toename van het verkeer het grootst is en waardoor dit kruispunt maatgevend is voor de verkeersafwikkeling van het plan. Het gaat om het kruispunt Bovenkerkerweg – J.C. van Hattumweg. Dit is een voorrangskruispunt waarbij de Bovenkerkerweg de voorrangsweg is en het verkeer op de J.C. van Hattumweg voorrang moet verlenen. Het op korte termijn te realiseren kruispunt is weergegeven op afbeelding 6.4B. Er komt een middeneiland die de mogelijkheid geeft voor langzaam verkeer om gefaseerd over te steken. Afbeelding 6.4B:
Kruispunt Bovenkerkerweg – J.C. van Hattumweg (te realiseren)
Toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d De Scheg Oost (832026)
45
Het kruispunt is getoetst voor de plansituatie in twee scenario’s, waarbij het verkeer van De Scheg Oost verdeeld is op basis van het verkeersmodel (70%30%) en op basis van de CBScijfers (80%20%). Om de toekomstige afwikkeling van het kruispunt te toetsen is gebruikgemaakt van het intensiteitscriterium van Slop. Dit houdt in dat als het resultaat van de berekening het criterium overschrijdt, er maatregelen getroffen dienen te worden. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleggen van een rotonde of het plaatsen van verkeerslichten. De grenswaarde van het criterium ligt op 1,33, en wanneer de waarde boven de 1,33 komt dan dient onderzocht te worden of er verdere maatregelen noodzakelijk zijn. Is de waarde hoger dan 1,67, dan zijn er sowieso maatregelen noodzakelijk. In de plansituatie op basis van de verdeling van het verkeersmodel, wordt voor de afwikkeling op het kruispunt een intensiteitscriterium van 1,24 berekend. In de plansituatie op basis van de verdeling van verkeer op basis van CBS, wordt voor de afwikkeling op het kruispunt een intensiteitscriterium van 1,32 berekend. Uit de berekeningen blijkt dat in de plansituatie er geen maatregelen noodzakelijk zijn op dit kruispunt. Het resultaat van dit kruispunt ligt ruim onder de grenswaarde om maatregelen te treffen.
Dit houdt in dat dit voorrangskruispunt het verkeer voldoende kan afwikkelen zonder grote doorstromingsproblemen. Wel ligt, wanneer gekeken wordt naar het scenario met meer verkeer richting de stad, het resultaat dicht bij de onderzoeksgrenswaarde van 1,33. Dit kan betekenen dat op drukke dagen de wachttijd op dit kruispunt kan oplopen en er mogelijk korte wachtrijen zullen ontstaan. Deze langere wachttijd leidt naar verwachting niet tot een wezenlijk doorstromingsprobleem. Parkeren In de parkeergelegenheid voor het totale plan De Scheg Oost met 152 woningen wordt op twee manieren voorzien, namelijk op eigen terrein en in de openbare ruimte. Voor de 152 woningen van De Scheg Oost worden 110 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. Op basis van de parkeernormen van de Nota Parkeernormen Amstelveen is de parkeervraag van het plan De Scheg Oost berekend (voor de herontwikkeling met 152 woningen). De totale berekende parkeervraag bedraagt 206 parkeerplaatsen. Op basis van de berekeningsaantallen in bijlage 2 van de Nota Parkeernormen Amstelveen 2021 komt het aantal mee te tellen parkeerplaatsen op eigen terrein (bouwpercelen), uit op 96,6 parkeerplaatsen, voor de 152 woningen. Daarmee dienen er 110 parkeerplaatsen in de openbare ruimte te worden gerealiseerd.
In de Nota Parkeernormen Amstelveen 2021 staat dat parkeerplaatsen in principe op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Op het moment van realisatie van de woningen en de aanleg van de parkeerplaatsen is er in De Scheg Oost geen sprake van gemeentegrond. De parkeerplaatsen liggen niet in bestaande openbare ruimte. De toekomstige openbare parkeerplaatsen worden specifiek voor de woningen van De Scheg Oost aangelegd. Voor de 152 woningen moeten en kunnen, gelet op de parkeermogelijkheden op de bouwpercelen, in totaal 110 parkeerplaatsen in de (toekomstige) openbare ruimte worden gerealiseerd. In het plan De Scheg Oost worden 110 parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd. Daarmee is, in combinatie met het parkeren op eigen terrein/oprit, sprake van voldoende parkeerplaatsen voor de 152 woningen. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor het herontwikkelde plan De Scheg Oost en dit TAMomgevingsplan. In het geval van zowel 152 woningen als de oorspronkelijke 172 woningen van het plan De Scheg Oost is de verkeersafwikkeling op orde. Het deelaspect parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit TAMomgevingsplan. In het plan De Scheg Oost als geheel worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd.