Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West
Tekst van het document
De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externeveiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidsbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd en mogen bestaande geluidgevoelige gebouwen vervangen worden door een nieuw geluidgevoelig gebouw. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Kecontour gelden, evenals in het voorgaande LIB, geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 24
In het landelijk gebied gelegen binnen zone 5 LIB (gebied 20 Kecontour) is een verbod op nieuwe woningbouwlocaties verankerd in het LIB. Beoordeling/relevantie onderhavige plan(gebied) Het onderhavige plan valt, voor wat betreft de ontwikkelmogelijkheid voor woningen in de nieuwe woonwijk, net buiten de beperkingen ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Voor wat betreft de twee nieuwe woningen aan de Noorddammerweg in de zuidoosthoek van het plangebied hoeft geen verklaring van geen bedenkingen te worden aangevraagd bij het Rijk, omdat deze woningen niet hoeven te worden aangemerkt als een woningbouwlocatie als bedoeld in het LIB. Tevens zijn de toegestane bouwhoogtes aanzienlijk lager dan de hoogtebeperking van het LIB en is er geen sprake van nieuwe functies met een vogelaantrekkende werking als bedoeld in het LIB. Hierdoor is er geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het woningbouwgebied in dit plan is mede bepaald en ingeperkt door de 20 Kecontour.
6.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking, en onderbouwing nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening Nieuwe stedelijke ontwikkeling (algemeen) In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van een bestemmingsplan een onderbouwing op te nemen van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen, met een onderlinge ruimtelijke en functionele samenhang, sprake is van een stedelijke ontwikkeling die dient te worden onderbouwd in het kader van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. In het onderhavige plan worden 800 nieuwe woningen dan wel 798 aanvullende woningen mogelijk gemaakt, waarmee sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt buiten bestaand stedelijk gebied. Bij het onderhavige plan moet worden aangetoond dat er behoefte is aan de woningen die binnen het plan worden mogelijk gemaakt, en moet een onderbouwing voor de planlocatie worden gegeven.
Ladder voor duurzame verstedelijking (algemeen) De "Ladder voor duurzame verstedelijking" heeft als doel een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in artikel 3.1.6, lid 2. De onderbouwing van de behoefte aan woningen en andere functies wordt gedaan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 juli 2017 gewijzigd. Het principe van de ladder is hetzelfde gebleven. Met betrekking tot de ladder/behoefteonderbouwing staat in het Bro, in artikel 3.1.6, lid 2, de volgende bepaling opgenomen: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 25
Relevantie onderhavige plan(gebied) De ladder voor duurzame verstedelijking dan wel artikel 3.1.6, lid 2 Bro is van toepassing op het onderhavige woningbouwproject en bestemmingsplan De Scheg West, omdat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve is hierna de behoefte aan het plan ofwel de woningen onderbouwd, en is tevens de planlocatie gemotiveerd. Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Beoordeling onderhavige plan - Laddertoets Behoefte onderbouwing Ter onderbouwing van de behoefte aan woningbouw in De Scheg wordt verwezen naar het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025, 'Prognose NoordHolland 20212050 Bevolking, huishoudens en woningbehoefte', de 'Monitor Woningbouw 2021' en de 'Monitor Woningbouw 2022' van de provincie NoordHolland. De Monitor Woningbouw kijkt naar de productie, plancapaciteit en woningbehoefte. Met de gegevens in de Prognose NoordHolland 20212050 en de Monitor Woningbouw is de 'laddertoets woningen' in dit bestemmingsplan opgesteld. Uit de Prognose NoordHolland 20212050 volgt dat de additionele woningbehoefte van Amstelveen circa 4.850 woningen bedraagt voor 2030, en circa 6.950 woningen bedraagt voor 2040 ten opzichte van 2021.
Uit de Prognose NoordHolland 20212050 volgt dat de additionele woningbehoefte van de regio AmstellandMeerlanden circa 19.200 woningen bedraagt voor 2030, en circa 31.000 woningen bedraagt voor 2040 ten opzichte van 2021. Tevens blijkt er in AmstellandMeerlanden in de periode 20212029 een indicatieve netto bouwopgave van 23.200 woningen te zijn vanwege het woningtekort in 2021 dat dient te worden ingelopen. Binnen deze netto woningbouwopgave zit ook de voorgenoemde additionele woningbehoefte die ontstaat tussen 2021 en 2030. De additionele woningbehoefte ontstaat (hoofdzakelijk) door huishoudensgroei. Uit de Monitor Woningbouw 2021 blijkt het volgende: In AmstellandMeerlanden is er onvoldoende harde plancapaciteit om aan de indicatieve woningbouwopgave tot 2030 te voldoen. Voor de opgave tot 2025 moet er nog harde capaciteit bij, circa 6.500 woningen; voor de opgave tot 2030 zijn dat nog circa 4.000 woningen daarbovenop (Masterplan Wonen, 2021). Eén van de langlopende zachte plannen die nog omgezet moet worden naar een hard plan zijn De Scheg West en Midden. In de Monitor Woningbouw 2022 staat voor de regio AmstellandMeerlanden een harde plancapaciteit vermeld van circa 7.600 woningen, met een bouwfasering van 4.500 woningen in de periode 20222024 en 3.100 woningen in de periode 20252029.
Als de voorgenoemde woningbehoefte wordt vergeleken met de harde plancapaciteit, dan kan worden geconstateerd dat de huidige harde plannen niet in voldoende mate in de woningbehoefte in de regio AmstellandMeerlanden kunnen voorzien. Ook in Amstelveen is er een tekort aan harde plannen in vergelijking met de woningbehoefte voor 2030. Het plan De Scheg voorziet daarmee in een resterende woningbehoefte. Van de totaal geplande woningen in AmstellandMeerlanden is slechts een klein deel grondgebonden woningen (eengezinswoningen). Het plan De Scheg kent voor het overgrote deel grondgebonden woningen, en voorziet daarmee nadrukkelijk in een resterende woningbehoefte. Het woningbouwplan De Scheg als geheel is opgenomen in het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025, onder de noemer ‘Scheg Noorder Legmeerpolder’. Tevens staat De Scheg al jaren opgenomen Monitor Plancapaciteit van de provincie.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 26
Er is een grote behoefte aan grondgebonden woningen in Amstelveen en de regio. De woningbouwplannen voor De Scheg voorzien in die behoefte. De plancapaciteit voor grondgebonden woningen is momenteel te laag. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de bouw van maximaal 798 aanvullende woningen mogelijk gemaakt, waarvan maximaal 50 appartementen. Het plan voorziet in een passende woningbehoefte en leidt niet tot een overmaat van plancapaciteit, en voldoet aan artikel 3.1.6, lid 2 Bro en de ladder voor duurzame verstedelijking. Buiten bestaand stedelijk gebied De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten bestaand stedelijk gebied, en het gebied De Scheg (West en Midden) vormt de laatst mogelijke uitbreidingslocatie voor woningbouw binnen de gemeente Amstelveen. Binnen Amstelveen zijn verder geen woningbouwontwikkelingen meer mogelijk zonder dat dit ten koste gaat van andere stedelijke functies. De enkele beschikbare binnenstedelijke locaties bieden onvoldoende ruimte om in de woningbehoefte te voorzien, met name voor wat betreft grondgebonden woningen. De onderhavige ontwikkeling sluit aan op bestaand stedelijk gebied en het bestaande wegennet. In diverse visies (waaronder de Structuurvisie) is de locatie De Scheg al benoemd als uitbreidingslocatie. Landschappelijk bezien is er geen bezwaar tegen het verdwijnen van de bestaande functies/kassencomplexen.
De ligging van het onderhavige plan, ofwel de woningbouwontwikkeling, buiten bestaand stedelijk gebied, voldoet, gelet op de behoefte en locatie(kenmerken), aan artikel 3.1.6, lid 2 Bro en de ladder voor duurzame verstedelijking.
6.2 Provinciaal en regionaal beleid 6.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De "Omgevingsvisie NH2050 Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van NoordHolland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat NoordHolland een relatief hoog welvaarts en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust NoordHolland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van NoordHolland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities.
Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 27
kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van NoordHolland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat NoordHolland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) De relevante onderdelen van de Omgevingsvisie NH2050 voor het onderhavige plan, en de aansluiting van het plan op de Omgevingsvisie, komt in feite aan bod in de navolgende paragraaf over de Omgevingsverordening NH2020. 6.2.2 Omgevingsverordening NH2020 De Omgevingsverordening NH2020 is op 22 oktober 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. In 2022 is een nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld, maar deze is (nog) niet in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om in de geest van de komende Omgevingswet naar nieuwe regels te streven die zien op het 'hoe': 'hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving'.
De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie (NH2050) zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NoordHolland. Deze vervangt alle bestaande/voorgaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Een (groot) aantal van de regels van de PRV zijn ook in de Omgevingsverordening NH2020 terecht gekomen. In de Omgevingsverordening staan onder meer de regels van de provincie NoordHolland met betrekking tot ruimtelijke ontwikkeling en plannen. Tevens heeft de provincie in de Omgevingsverordening in het belang van een goede ruimtelijke ordening algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen, over onderwerpen waar een provinciaal belang mee is gemoeid. Daarnaast zijn in de Omgevingsverordening regels vastgelegd die voortvloeien uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De Omgevingsverordening geeft verder de kaders aan die de provincie stelt om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) Het bestemmingsplangebied valt binnen de Omgevingsverordening onder de noemer 'MRA Landelijk gebied'. Het gebied De Scheg (West) is (nog) niet als stedelijk gebied opgenomen in de Omgevingsverordening.
Hierna zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor het onderhavige bestemmingsplan relevant zijn. Artikel 6.3: Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.3 van de Omgevingsverordening is bepaald dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Binnen de provincie NoordHolland worden deze afspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd in (regionale) woonakkoorden en regionale afspraken. Een woonakkoord wordt door de provincie overeengekomen met gemeenten in een regio, en een regionale afspraak wordt overeengekomen tussen gemeenten. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 28
Het onderhavige plan is opgenomen in het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025. Dit woonakkoord betreft tevens een regionale afspraak. Daarmee voldoet het onderhavige bestemmingsplan aan artikel 6.3 van de Omgevingsverordening. In paragraaf 6.2.3 is nader op het Woonakkoord ingegaan. Artikel 6.24: Woningen binnen de LIB 5 zone Schiphol In artikel 6.24 van de Omgevingsverordening is bepaald dat voor zover een ruimtelijk plan nieuwe woningen toestaat op gronden die liggen ter plaatse van de LIB 5 zone, er in de plantoelichting rekenschap wordt gegeven van het geluid vanwege het luchtverkeer en de redenen worden vermeld voor de nieuwe woningen op de betreffende locatie. In het onderhavige plan zijn twee nieuwe woningen gelegen in de LIB 5 zone opgenomen. Deze twee nieuwe woningen zijn gelegen tussen twee bestaande woningen (tevens gelegen in de LIB 5 zone) in het lint van de Noorddammerweg. De twee nieuwe woningen zijn in het plan opgenomen om de bebouwingslijn van het lint volledig te maken. Daarbij liggen de twee woningen aan de rand van de brede LIB 5 zone, ook wel de 20 Ke geluidscontour (circa 52 dB op de contourlijn). De 55 dB contour van Schiphol ligt, gelet op de gemeentelijke geluidsbelastingkaart, op ruime afstand van de nieuwe woningen, waarmee het luchtvaartlawaai bij de twee nieuwe woningen circa 5253 dB bedraagt en aanvaardbaar wordt geacht.
Artikel 6.59: Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied voldoen aan de ruimtelijke kwaliteitseis. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: <0000> rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; <0000> bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; <0000> bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Het plangebied maakt deel uit van het ensemble 'AalsmeerUithoorn' van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie NoordHolland. De Scheg West bevindt zich in een agrarisch landschap dat zich kenmerkt door lintbebouwing en een grid aan polders en kassen. De nieuwbouw aan deze linten zal in een landschappelijke sfeer gerealiseerd worden die geen afbreuk doet aan de bestaande kwaliteit, maar deze juist versterkt. Daartoe is in het onderhavige bestemmingsplan geregeld dat enkel vrijstaande woningen in de linten kunnen worden gebouwd, en is een beeldkwaliteitsplan opgesteld.
De opzet van het stedenbouwkundig plan en bestemmingsplan kenmerkt zich verder door de toepassing van lange rechte lijnen, die refereren naar de landschappelijke onderlegger. Hierbij zijn de bestaande linten de belangrijkste dragers. Om de verbinding met de omgeving te versterken wordt een nieuw lint, parallel aan de Noorddammerweg toegevoegd. Binnen het ensemble 'AalsmeerUithoorn' ligt De Scheg West in het gebied dat zich kenmerkt door structurerende polderlijnen en dijken. Belangrijke eenheidsdragers die in dit gebied veel voorkomen zijn bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. De ontwikkelprincipes voor het ensemble AalsmeerUithoorn geven aan dat deze landschappelijke karakteristieken behouden en versterkt dienen te worden. Dit is ook het uitgangspunt voor de ontwikkeling als De Scheg in zijn geheel, maar ook voor De Scheg West, waarbij de bestaande linten een belangrijke drager van het plan vormen. Aan deze linten zijn bijvoorbeeld alleen vrijstaande woningen toegestaan, waardoor het open karakter behouden blijft. De aandacht in het beeldkwaliteitsplan voor deze linten, zal ervoor zorgen dat de karakteristieken van deze linten versterkt zullen worden.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 29
Deze versterking van de karakteristiek sluit tevens aan op de ambities die de provincie in de Leidraad voorschrijft voor de structuur '(bebouwings) linten'. Hierin wordt omschreven dat tussen de lintbebouwing open zicht op het achterliggende landschap dient te zijn. Door de bebouwing aan de linten de ruimte te geven blijft het open, landschappelijke karakter behouden. In het plangebied worden een aantal lange lijnen behouden of geïntroduceerd die refereren naar het onderliggende landschap. Tevens zorgt dit voor een speelse, verassende afwisseling tussen lange en korte lijnen, waardoor een gevarieerde wijk ontstaat. In het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan is veel aandacht geschonken aan het profiel van de linten en de ontsluiting van de kavels. Aansluitend op de Leidraad worden bijvoorbeeld de kavelsloten langs de linten behouden te worden en ligt de representatieve zijde altijd aan de linten. In het bestemmingsplan is hiermee tevens rekening gehouden. In artikel 6.59 van de Omgevingsverordening staat tevens dat de provincie en de gemeente advies kunnen vragen bij de Adviescommissie Ruimtelijke Ordening. Het plan is voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Ordening (ARO) van de provincie, namelijk het voorontwerp bestemmingsplan met daarbij een concept stedebouwkundig plan van maart 2021. Het plan is met de provincie NoordHolland besproken in/met de ARO.
De ARO heeft geen bezwaren gegeven op het plan, maar heeft wel een aantal adviezen meegegeven. In een verslag van de bespreking van 1 februari 2022 heeft de ARO het volgende geschreven over De Scheg West, hetgeen tevens is opgenomen in de zienswijze van de provincie. De ARO is op hoofdlijnen positief over de opzet van deze ontwikkeling. De commissie heeft een aantal suggesties voor verbetering en aanscherping van het plan: 1. De ARO vraagt meer aandacht voor de groene en ecologische inrichting aan de zuidrand van het gebied, op de overgang naar het landschap. Net zoals bij De Scheg Oost al is opgemerkt, ziet de commissie graag een heldere visie van de gemeente op de toekomstige ontwikkeling van de polder en hoe De Scheg West daar vervolgens op aansluit. Zoals het woningbouwplan nu wordt begrensd is nog te onlogisch. Zo is het wenselijk om meer te doen met rietoevers, passend bij de schaal van de polder in plaats van de nu voorgestelde harde, verspringende waterlijn aan de zuidzijde. De visie van de gemeente over de polder staat in de Structuurvisie Noorder Legmeerpolder (2017). Die structuurvisie heeft geen betrekking op De Scheg. Aan de zuidzijde van De Scheg West wordt een park met een grote waterpartij beoogd voor een overgang naar het huidige en toekomstige gebied ten zuiden van De Scheg West en voor de benodigde waterberging.
De ingetekende rechtlijnige en verspringende waterlijn aan de zuidzijde in het stedenbouwkundig plan is indicatief. In de randzone komen een plas-drasoever en natuurvriendelijke oevers ter verhoging van de biodiversiteit en diversiteit aan flora. De waterpartij wordt op zo’n diepte aangelegd dat vissen hier kunnen overwinteren. 2. Wat betreft de 20Kecontour stelt de commissie voor om deze niet letterlijk terug te laten komen in de verdraaiing van de woningen. Het gaat immers om een administratieve grens. Het logischer om overal de richting van de polderstructuur te volgen. De woningen in het stedenbouwkundig plan volgen wat betreft de oriëntatie en positionering het orthogonale poldergrid en verdraaien niet mee met de kavels/20Ke-contour. 3. Meer in het algemeen adviseert de commissie om vaker een wat meer losse verkaveling toe te passen, wat ook beter past bij het idee van buurtschappen. Het gaat uiteraard nog om een proefverkaveling, maar er lijken nu vooral identieke rijtjes te komen.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 30
In de uitwerking van fase 1 is de diversiteit van de woningtypes te zien, alsmede de verspringingen in woningen binnen een rijtje én tussen de rijtjes. Tevens ontstaat er een afwisseling binnen de rijtjes door variatie in uitstraling (aspecten). 4. De ARO adviseert om bij de hoofdentree van de wijk vanaf de Van Hattumweg aan de oostzijde een erfensemble toe te passen, in plaats van het nu voorgestelde huizenblok. Het liefst zou de commissie zien dat deze woningen, en ook die meer in westelijke richting, vanaf de Van Hattumweg ontsloten worden, maar blijkbaar is dit met het oog op sluipverkeer niet wenselijk. In het stedenbouwkundig plan d.d. 20 juli 2023 (zie bijlagen) is een erfensemble opgenomen op de noordoosthoek aan de Van Hattumweg, en zijn de woningen in het noordelijk lint met in-/uitritten ontsloten via de Van Hattumweg. Artikel 6.62: Klimaatadaptatie Op grond van artikel 6.62 van de Omgevingsverordening dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering.
Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte, watertekort, verzilting en verslechtering van de ecologische en chemische waterkwaliteit, en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving wordt overleg gevoerd met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. Het waterschap AGV is betrokken in de voorfase van het bestemmingsplan en stedenbouwkundig plan. Het voorontwerp en ontwerp bestemmingsplan zijn aan het waterschap AGV (Waternet). In paragraaf 3.2 en in de waterparagraaf (7.2) en in paragraaf 7.9 van dit plan is beschreven hoe met klimaatadaptatie en de risico's van klimaatverandering is rekening gehouden. Het aspect verzilting is voor het onderhavige plan niet van toepassing. Conclusie Het onderhavige bestemmingsplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020. 6.2.3 Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 Het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025 is een bestuurlijk akkoord tussen de provincie NoordHolland en de zes gemeenten in de regio AmstellandMeerlanden (gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, OuderAmstel en Uithoorn).
In het Woonakkoord zijn de volgende prioriteiten gesteld: <0000> We verbinden ons aan versnelling van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen; <0000> We willen de bestaande betaalbare woningvoorraad beter benutten; <0000> Als er knelpunten zijn in de samenwerking, dan maken we die zoveel mogelijk bespreekbaar en werken we samen aan een oplossing; <0000> Samen sterk in de regionale samenwerking: waar mogelijk trekken we als partners op binnen AM en de MRA en naar het Rijk. Ieder vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) De behoefte aan extra woningen doet zich voor in alle prijsklassen, zowel huur als koop. Maar betaalbare woningen zijn een belangrijk aandachtspunt. De onderhavige ontwikkeling geeft invulling aan de grote woningbehoefte. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 31
Het woningbouwplan De Scheg als geheel is opgenomen in het Woonakkoord, onder de noemer 'Scheg Noorder Legmeerpolder'.
6.3 Gemeentelijk beleid Het sectorale gemeentelijk beleid komt, voor zover relevant, aan bod in hoofdstuk 7 van deze plantoelichting. 6.3.1 Structuurvisie Amstelveen 2025+ De gemeenteraad van Amstelveen heeft op 21 september 2011 de Structuurvisie Amstelveen 2025+ vastgesteld. Het is op de eerste plaats een ruimtelijke visie, maar ondersteunt ook maatschappelijke ontwikkelingen. Het biedt daarmee helderheid aan inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden over de gewenste ontwikkeling van Amstelveen en de prioriteiten die het bestuur hierbij stelt. Versterken bestaande kwaliteiten Amstelveen wil dat allereerst doen door haar bestaande kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. Dit zijn een uitstekend woonklimaat, een ondernemend werkklimaat en een meer dan gemiddelde bereikbaarheid. De bereikbaarheid van en binnen de stad voor een aandachtspunt (voor stedelijke ontwikkeling). In dat kader worden en zijn sinds 2011 investeringen gedaan in de verkeersstructuur, hoofdwegen en openbaar vervoerssystemen. Grijpen van nieuwe kansen Amstelveen wil nieuwe kansen die zich voordoen grijpen. Een aantal kansen zijn reeds gegrepen, zoals het realiseren van een toekomstvaste openbaar vervoer verbinding tussen Amsterdam en Amstelveen. Er liggen kansen in de ontwikkeling van de Noorder Legmeerpolder, waar een combinatie van duurzaam wonen, werken en kassen is voorzien.
Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) De Scheg is benoemd als mogelijk uitbreidingsgebied van de stad en ook als zodanig aangegeven op de kaart van de Structuurvisie. De Scheg (West) is onderdeel van de kansen die er zijn voor de ontwikkeling van de Noorder Legmeerpolder. Het onderhavige plan past binnen het beleid van de Structuurvisie.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 32
6.3.2 Nota Parkeernormen Amstelveen Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels van het bestemmingsplan verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Op grond van artikel 3.1.2 tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren/Parkeernormen). In een planregel dient dan tot uitdrukking te worden gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit mag een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus hangende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. Hierdoor kan elke initiatief waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: <0000> Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
<0000> Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. <0000> De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover deze van invloed zijn op het parkeren. <0000> Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 33
Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) Het parkeerbeleid in de Nota Parkeernormen Amstelveen 2021, en de opvolger daarvan, is (via een verwijzing) opgenomen in de regels van het onderhavige bestemmingsplan. In het stedenbouwkundig plan (zie bijlage 1 van de plantoelichting) is inzichtelijk gemaakt dat kan worden voldaan aan het aantal benodigde parkeerplaatsen, voor de functies/woningbouw van/in het onderhavige plan, volgens de parkeernormen van het gemeentelijk parkeerbeleid. 6.3.3 Woonagenda 2020-2023 Op 12 februari 2020 heeft de gemeenteraad de Amstelveense Woonagenda 20202023 vastgesteld. In de Metropoolregio Amsterdam wordt ingezet op een bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040 (huidige prognoses) en ruim 100.000 woningen in de periode 2018 tot 2025. Een bouwproductie met voldoende woningen in alle segmenten, met in het bijzonder voldoende betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens, verspreid over de regio, is het doel. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. Om aan de vraag te voldoen verwacht de gemeente de aankomende jaren ongeveer 10.000 woningen toe te voegen. De druk binnen alle segmenten is hoog.
De Woonagenda 20202023 beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet om de druk op de Amstelveense woningmark te verlichten, zodat Amstelveen een stad voor jong tot oud blijft, van goede kwaliteit, met volop voorzieningen, ruimte, groen en veiligheid. De volgende speerpunten staan centraal in de Woonagenda 20202023: 1. Amstelveense jongeren en starters meer kansen bieden op de woningmarkt Het gaat hierbij om kleinere betaalbare woningen bouwen voor jongeren en starters, tijdelijke woningen bouwen voor spoedzoekers en jongeren, de financiële drempel verlagen om een woning te kopen en daarnaast binnen de sociale huur de lokale ruimte optimaal benutten. 2. Meer woningen voor Amstelveense ouderen en specifieke doelgroepen Ouderen wonen langer zelfstandig. Sommige ouderen redden zich met hulp van familie en vrienden prima, maar er is ook een groep voor wie dit niet geldt. Daarnaast maakt de ambulantisering van de zorg en de invoering van de Wet verplichte ggz (Wvggz) dat steeds meer bewoners, die nu nog bij een instelling wonen, in aanmerking komen voor zelfstandige woonruimte dan wel begeleid wonen. Het woningaanbod moet zich aan deze groepen aanpassen. 3. Een goede dienstverlening en communicatie tussen corporaties en huurders Afspraken met corporaties en bewonersraad worden gemonitord. 4.
Meer (betaalbare) koop en huur woningen voor Amstelveners met behoud van groene leefbare wijken Wijken moeten bestaan uit een goede mix van appartementen en grondgebonden woningen. In verschillende prijsklassen, zowel huur als koop en voor verschillende doelgroepen. Zo behoudt de gemeente/stad goed gemengde en krachtige wijken. Bij de geplande nieuwbouw van woningen is een belangrijke voorwaarde dat Amstelveen het ruimtelijke en groene karakter behoudt. Dit geldt ook bij stadsvernieuwing. 5. Meer sociale huurwoningen beschikbaar voor Amstelveners Er zijn voldoende sociale huurwoningen in Amstelveen. Een deel van de woningen is echter niet beschikbaar voor de doelgroep. Er wordt daarom ingezet op doorstroming. Verder wordt bij nieuwbouwprojecten bepaald of voor specifieke doelgroepen sociale huurwoningen moeten worden toegevoegd. 6. Stadsvernieuwing en verduurzaming bevorderen
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 34
Meerdere akkoorden, zoals het Klimaatakkoord, de landelijke Energieagenda, het regeerakkoord (Rutte III/IV) en Greendeal aardgasvrije wijken (met Amstelveen als partner), het Rijksbrede programma Nederland circulair 2050 en het collegeprogramma Amstelveen vragen om een aanpak die de woningvoorraad toekomstbestendig maakt voor de korte en lange termijn. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) Het onderhavige plan draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen van de Woonagenda. Het plan gaat uit van het ontwikkelen van diverse typen (grondgebonden) woningen, ook in verschillende segmenten. Daarbij zullen van de maximaal 800 nieuwe woningen er 50 als appartement worden gerealiseerd, waarbij deze 50 appartementen zullen vallen onder het lagere segment van middeldure huurwoningen. Het plan is er ook op gericht om met de woningbouwplannen in De Scheg West de doorstroming op de woningmarkt van Amstelveen en de regio te bevorderen. Tevens worden de woningen gerealiseerd in een groene en leefbare wijk. In de planvorming is onder meer rekening gehouden met potentiële wateroverlast en hittestress (als gevolg van klimaatverandering). 6.3.4 Erfgoednota Amstelveen Op 28 september 2016 is de Erfgoednota Amstelveen vastgesteld door de gemeenteraad.
Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 en het vervallen van de Monumentenwet, moest de gemeentelijke Erfgoedverordening geactualiseerd worden. Tevens was het geheel aan erfgoedbeleid van Amstelveen aan een actualisatie en een overzichtelijke bundeling toe. Daarom is de Erfgoednota Amstelveen opgesteld en vastgesteld. De Erfgoednota beschrijft het erfgoed van Amstelveen en de beoogde omgang ermee in drie delen. In de Erfgoednota beschrijft de gemeente de ambitie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed, vervolgens de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed en als laatste de middelen de gemeente ter beschikking heeft om de visie en ambitie waar te maken. Met cultureel erfgoed wordt in de nota bedoeld het fysieke, veelal gebouwde en/of ontworpen erfgoed binnen de ruimtelijke omgeving. Dat kunnen zowel aangewezen monumenten zijn, als wel objecten, landschappen of structuren met cultuurhistorische waarde. Met de Erfgoednota wordt ingegaan op: het opnemen van cultuurhistorie in bestemmingsplannen, het actualiseren van het archeologiebeleid, de omschakeling van objectgericht naar gebiedsgericht denken en het credo 'behoud door ontwikkeling'. Met de monumentenlijst van de gemeente zijn de meest waardevolle gebouwen, objecten en parken afdoende beschermd.
In het kader van de Erfgoednota Amstelveen zijn voor het Amstelveense grondgebied cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen opgesteld. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) Voor de planlocatie De Scheg West zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden in de Erfgoednota opgenomen. De bestaande bebouwing in het plangebied is niet aangewezen als monument. De potentiële archeologische waarden in het plangebied worden via de regels van het onderhavige plan beschermd, namelijk met de twee archeologische dubbelbestemmingen.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 35
HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSASPECTEN 7.1 Bodem Beleidskader en wettelijk kader Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar is in principe gericht tegen elke aantasting die het gebruik benadeelt. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico optreden, is in Amstelveen bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet Milieubeheer vormt hiervoor de basis. Het derde spoor is het ruimtelijke spoor (Wro en Bro) dat tot doel heeft te komen tot een 'goede ruimtelijke ordening'. Dit gebeurt door een nieuwe gebruiksfunctie (bv. wonen) in principe alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit, of door maatregelen te treffen om de nieuwe gebruiksfunctie in te kunnen passen. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast.
Bij bestaand bodemgebruik worden natuurlijke momenten aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren. In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bkk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet vermindert en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Amstelveen is wel gebiedspecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer (2013), maar zijn geen regels opgenomen die het bestemmen van gebruiksfuncties beperken. Daar is ook weinig aanleiding voor, omdat de chemische bodemkwaliteit over het algemeen geen knelpunt vormt voor bestaand en toekomstig bodemgebruik. Situatie en beoordeling plan(gebied) In november 2020 heeft Sweco een vooronderzoek verricht naar de bodemkwaliteit in De Scheg West. In juli 2021 heeft Sweco een verkennend bodemonderzoek verricht in/voor fasegebied 1 van De Scheg West. De onderzoeksrapporten zijn toegevoegd als bijlagen 3 en 4 bij de plantoelichting. Vooronderzoek Doel van het vooronderzoek is het nagaan of in, of in de nabijheid van, het plangebied (de onderzoekslocatie) bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden waardoor verontreinigende stoffen in de bodem zijn terecht gekomen.
Op basis van deze informatie moet blijken of verkennend bodemonderzoek nodig is en zo ja, welke onderzoeksstrategie bij het eigenlijke bodemonderzoek gehanteerd moet worden. Het vooronderzoek geeft een (eerste) indicatie van de bodemkwaliteitsituatie. Uit het vooronderzoek (2020), op basis van uitgevoerde bodemonderzoeken in het verleden (en in 2021), worden de volgende bevindingen gegeven: Vrijwel in het gehele plangebied is het grondwater verontreinigd met nikkel. Oorzaak van de verontreiniging is waarschijnlijk het gebruik van meststoffen in de kassen. Omdat het grondwater niet bedoeld is voor drinkwater en er in toekomstige situatie geen directe contact mogelijkheden zijn met grondwater zijn er geen humane risico's te verwachten. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 36
De omvang van de grondwater verontreiniging is voor fasegebied 2 niet vastgesteld, maar is (inmiddels) voor fasegebied 1 wel grotendeels vastgesteld. Ter plaatse van de kassen hebben olietanks gelegen ten behoeve van de verwarming van de kassen. Deze olietanks hebben de bodem, voor zover onderzocht, niet of niet noemenswaardig verontreinigd. Bij herontwikkeling van het plangebied dienen deze tanks te zijn verwijderd. De oliespots voor zover sterk verontreinigd dienen te worden gesaneerd. Ter plaatse van de kassen zijn in het verleden bestrijdingsmiddelen gebruikt. In de kassen en ter plaatse van de opslagplaatsen voor bestrijdingsmiddelen waren in onderzoeken tot november 2020 geen noemenswaardige verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen aangetoond. Binnen het plangebied zijn diverse gedempte sloten aanwezig. In onderzoeken tot dusver is geen dempingsmateriaal gevonden. De gedempte sloten worden daarom niet als verdacht op de aanwezigheid van verontreinigde stoffen beschouwd. Bij enkele eerder uitgevoerde bodemonderzoeken is asbestonderzoek in bodem uitgevoerd. Niet elk perceel is onderzocht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Ter plaatse van de percelen welke wel onderzocht zijn op asbest, tot dusver, is geen asbestverontreiniging in de bodem aangetoond. De gemeente Amstelveen beschouwt kassengebied als verdacht op de aanwezigheid van PFAS in de bodem.
Om deze reden dient bij bodemonderzoek de grond te worden geanalyseerd op PFAS verbindingen. Verkennend bodemonderzoek fasegebied 1 Op basis van het verkennend bodemonderzoek geeft Sweco voor fasegebied 1 de volgende conclusies en aanbevelingen: Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek is de grond overwegend licht verontreinigd met onder andere zware metalen en bestrijdingsmiddelen. Lokaal is de bovengrond sterk verontreinigd met koper en zink. De omvang van deze verontreiniging is nog niet vastgesteld. De resultaten van het onderzoek komen niet overeen met eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. In het verleden zijn sterke verontreinigingen met onder andere nikkel in het grondwater aangetoond. In het onderzoek voor fase 1 zijn deze sterke verontreinigingen in het grondwater niet meer aangetoond. De onderzoekshypothese 'Grootschalig Onverdacht' dient strikt genomen te worden verworpen. Er is immers een sterke verontreiniging aangetoond in de bovengrond ter plaatse van boring 23 aan de westzijde van het perceel. Ook is de bovengrond overwegend licht verontreinigd met zware metalen en bestrijdingsmiddelen. Een volledig nieuw onderzoek met aangepaste onderzoekshypothese wordt niet zinvol geacht. Aanbevolen wordt wel om de niet geplaatste boringen ter plaatse van de betonverharding alsnog te verrichten.
Tevens wordt aanbevolen om de omvang van de sterke verontreiniging met koper en zink ter plaatse van boring 23 in kaart te brengen door middel van het uitvoeren van een nader onderzoek. Geadviseerd wordt om ter plaatse tevens een asbestonderzoek uit te voeren. Op de locatie Legmeerdijk 198 heeft aan de westzijde een klein kascomplex gestaan. Tussen 2004 en 2008 is dit gesloopt, waardoor het risico op asbest in de bodem zeer gering wordt geacht. In dit stadium is derhalve nog geen asbest onderzoek uitgevoerd.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 37
Hoewel de omvang van de sterke verontreiniging met koper en zink niet is uitgekarteerd, kan wel worden gesteld dat de aangetoonde bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van De Scheg West. Op basis van de resultaten van het betreffende onderzoek kan worden gesteld dat een eventuele verontreiniging beperkt van omvang zal zijn. Risico's van een dergelijke verontreiniging kunnen op betrekkelijk eenvoudige wijze worden weggenomen. Nadere beschouwing Voor een deel van het plangebied zal nog nader specifiek bodemonderzoek en verkennend bodemonderzoek moeten worden verricht. Op basis van het verrichte vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek fase 1 blijkt en kan worden verondersteld dat slechts voor een (relatief klein) deel van het plangebied sprake is en kan zijn van bodemverontreinigingen (niet zijnde grondwaterverontreinigingen). De algemene, door (glas)tuinbouw ontstane, grondwaterverontreiniging in het plangebied vormt geen belemmering voor het onderhavige plan. Omdat het grondwater niet voor consumptie wordt gebruikt zijn er geen humane risico's te verwachten. Tevens zijn in het onderzoek voor fase 1 geen sterke verontreinigingen in het grondwater aangetoond. Doch dient voor enkele locaties ook nader onderzoek naar het grondwater te worden verricht. De grondwaterbodemkwaliteit is naar verwachting over het algemeen geschikt voor woningbouw.
Er zullen bij de planuitvoering een aantal (bodem)saneringen moeten worden verricht. Op basis van de reeds verrichte bodemonderzoeken is de verwachting dat de kosten van bodemsanering relatief beperkt zijn. Gezien het aanzienlijke aantal woningen in het plan, zullen de grondopbrengsten ruim voldoende zijn om de saneringen te kunnen bekostigen. Conclusie Het aspect bodem(kwaliteit) is naar verwachting, na het verrichten van enkele saneringen, geen belemmering voor de uitvoering van het onderhavige plan. De grondopbrengsten door de planontwikkeling zijn (in verhouding) veel hoger dan de kosten voor de saneringen. Daarnaast is het realiseren van een bodemkwaliteit die voldoet voor de toekomstige functie(s) geborgd via wet en regelgeving. Het nader uitvoeren van lokaal aanvullend bodemonderzoek voor de omgevingsvergunningen is geborgd via wet en regelgeving.
7.2 Water Beleid en regelgeving Algemeen Het doel van waterbeheer in Nederland bestaat van oudsher uit het beschermen tegen overstromingen en het ontwateren van laaggelegen gebieden. Door de klimaatverandering is nieuw beleid gemaakt voor deze taken van veiligheid en peilbeheer. Dit vereist mogelijk ruimte voor de versterking en verbreding van dijken en waterkerende werken of voor extra waterberging. Een ander doel betreft het zorgen voor schoon en gezond water. Voor schoon water is een goed functionerend watersysteem vereist met voldoende volume en doorstroming. Een ecologische oeverinrichting is wenselijk, maar legt beslag op de ruimte. Grondwater wordt gebruikt voor de productie van drinkwater. De laatste jaren ontwikkelt het grondwater zich tot een bron en/of opslagmedium voor warmte. Dit vormt een bijdrage aan de beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen. Efficiëntie van benutting is een van de redenen voor ruimtelijke ordening van de ondergrond.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 38
Op de onderhavige planlocatie is het beleid van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) van toepassing. Activiteiten moeten voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de Keur. In de Keur staan de eisen omtrent werkzaamheden op of nabij water, oevers en dijken beschreven. Kaderrichtlijn Water (KRW) De Europese Kaderrichtlijn Water leidt, samen met de dochterrichtlijn Grondwater tot een verbetering en bescherming van de kwaliteit van het oppervlakte en grondwater in de lidstaten. De Kaderrichtlijn Water (KRW) voorziet in drie planperiodes. In de tweede planperiode is de uitvoering van de tweede generatie stroomgebiedsbeheerplannen door alle lidstaten ter hand genomen. In 2022 is de derde en laatste planperiode gestart die in 2027 afloopt. De KRW heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, hemelwaterverwerking, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijk beleid. Er zijn in 2022 opnieuw voor de derde en laatste planperiode, ecologische en fysischchemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Water Programma (NWP) Het rijksbeleid wat betreft de waterhuishouding is verankerd in het Nationaal Water Programma 20222027. Het Nationaal Water Programma (NWP) 20222027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast.
In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en vaarwegen. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen, en daarmee wordt al gewerkt in de geest van de Omgevingswet. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het NWP invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Het NWP beschrijft de nationale beleids en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder meer waterhuishouding. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: <0000> heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; <0000> beheersbaar programma voor de waterkeringen; <0000> doelmatig beheer van de waterketen, <0000> werkzaamheden slim combineren; <0000> het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het 'oude' Nationaal Bestuursakkoord Water blijven van kracht.
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een landelijk, gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het DPRA versnelt en intensiveert de aanpak van vier thema's: wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het plan is landelijk gepresenteerd op Prinsjesdag 2017. Het DPRA legt de gemeenten direct op om in 2020 over vastgesteld beleid per gemeente te beschikken over de vier thema's. In 2050 dienen alle Nederlandse gemeenten 'klimaatrobuust' te zijn, d.w.z. alle maatregelen moeten dan zijn uitgevoerd. Het Deltaplan is het leidende plan voor gemeenten voor het opstellen en uitvoeren van klimaatadaptieve inrichting. De voornemens van dit plan worden in nauwe afstemming met waterschappen en andere overheden en met particuliere partijen en inwoners, door de gemeenten ten uitvoer gebracht. In Amstelveen is dat gebeurd met een Plan van Aanpak klimaatadaptatie 20192020, en de opvolger Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 39
Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 Op 31 januari 2022 is het Regionaal Waterprogramma NoordHolland 20222027 vastgesteld door Provinciale Staten. Met dit programma wordt invulling gegeven aan het waterbeleid in de Omgevingsvisie NH2050 voor zover het uitvoering van Europese richtlijnen over water betreft. Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma's oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico's is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het beheergebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waterschap AGV is de beheerder van de regionale wateren in een gebied van 700 km2, grofweg tussen Amsterdam en Utrecht. Het waterschap is een overheidsorganisatie, die zorgt voor veiligheid achter de dijken en voor voldoende en schoon oppervlaktewater.
Waterbeheerprogramma 2022-2027 AGV Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen nodig zijn om de watertaken goed te kunnen uitvoeren. Dit gebeurt in het Waterbeheerprogramma (WBP), dat een instrument is onder de nieuwe Omgevingswet. Het meest recente waterbeheerprogramma van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is vastgesteld voor de periode van 20222027. In het waterbeheerprogramma zijn zeven thema's geformuleerd, die de doelen voor de komende vijf jaar beschrijven: <0000> Gezuiverd afvalwater. <0000> Gezond water. <0000> Voldoende water. <0000> Waterveiligheid. <0000> Genieten van water. <0000> Wettelijke taken en maatschappelijke opgaven. <0000> Bestuur en maatschappij. Overkoepelend wordt ingezet op een toekomstbestendig watersysteem. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht wil verantwoordelijkheid nemen op het gebied van duurzaamheid, de energietransitie, de herwinning van grondstoffen en de zorg voor natuur en de biodiversiteit. Keur 2019, en Beleidsregels Keur De Keur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is op 1 november 2019 vastgesteld. Naast de Keur zijn Beleidsregels en het Keurbesluit vastgesteld. De Keur is een verordening met regels (gebods en verbodsbepalingen) voor: <0000> Waterkeringen (o.a. duinen, dijken en kaden); <0000> Watergangen (o.a. kanalen, rivieren, sloten, beken); <0000> Andere waterstaatswerken (o.a.
bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als Waterschap AGV daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een watervergunning op grond van de Keur. Voor het verlenen van een watervergunning zijn beleidsregels behorende bij de Keur van toepassing. In het Keurbesluit staan regels voor vrijstellingen en specifieke zorgplichten. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via verboden, zorgplichten, vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 40
Naast het waterschap heeft ook de gemeente zelf een aantal beleidsuitgangspunten die bij een watertoets worden meegenomen. Klimaatadaptatie Eind 2020 is door de gemeente het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026 vastgesteld. Het actieplan geeft invulling aan de thema's die zijn benoemd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en sluit (op hoofdlijnen) aan bij de normen die zijn opgesteld door de Metropoolregio Amsterdam (MRA). In het gemeentelijk Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen worden naast beleid en maatregelen in de bestaande buitenruimte ook kaders en randvoorwaarden gegeven voor nieuwe ontwikkelingen. De thema's die van belang zijn voor het stedelijk gebied van Amstelveen, zijn: A. Wateroverlast: inrichting voor verwerking van extreme buien en bestrijding van extreme grondwaterstanden. B. Hitte: beperking van de impact. C. Droogte: vergroten sponswerking. D. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming. In onderstaand overzicht is op hoofdlijnen per thema aangegeven waar bij de planontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. Verdere achtergrond en eisen zijn terug te vinden in het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026. A.
Wateroverlast: inrichting voor extreme buien Ambitie: Bij een bui van 70 mm in één uur (die gemiddeld 1x per 100 jaar voorkomt) stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd (invulling van de drietrapsstrategie VasthoudenBergenAfvoeren). Nieuwbouw: Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater (minimaal 10% van het plangebied). De openbare ruimte en privaat terrein moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. B. Hitte, beperken van de impact Ambitie: De hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen.
De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. Nieuwbouw: Bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 zijn aanwezig op maximaal 300 meter loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide). Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande Flora en Fauna en voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen Flora en Fauna.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9102023) 41
C. Droogte: vergroten sponswerking Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur. Nieuwbouw: Een gebied bij een nieuwbouwontwikkeling wordt neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water worden voorzien. Daarom wordt het principe van de verdringingsreeks gehanteerd: vasthouden, bergen en afvoeren. Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 30 jaar worden in het ontwerp opgenomen, zoals langdurige voorbelasting om restzetting te beperken. D. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming Ambitie: Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen en de Veiligheidsregio bij gevolgbeperking van overstromingen. Nieuwbouw: Inpassing van waterkeringen en gevolgbeperking van overstromingen zijn onderdeel van het ontwerpproces van de gebouwen en nieuwe inrichting. De gemeente heeft er voor gekozen om de uitwerking van klimaatadaptieve eisen met de programmering van reconstructies en herinrichtingen en de SO projecten mee te nemen ("meekoppelkansen benutten").
Rioleringsbeheer Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amstelveen 20212026 (GRP) is ook eind 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Het borgt het beheer en onderhoud van het bestaande rioleringsstelsel en gaat in op de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, zowel voor bestaande bouw, als ook voor nieuwe ontwikkelingen. Ook beschrijft het de ambities hoe de gemeente in de toekomst klimaatbestendig, duurzaam en zorgzaam met de afvoer van afvalwater, het vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater en het reguleren van het grondwater omgaat. Tevens is het GRP de basis voor de hoogte van de jaarlijkse rioolheffing. Het rioleringsbeheer voor de periode 20212026 sluit direct aan op de eisen die gesteld zijn in het Actieplan Klimaatadaptatie. Beheer, onderhoud en nieuw aanleg van riolering en drainage moeten bijdragen aan de eisen uit het Actieplan Klimaatadaptatie. Achtergronden en nadere technische zijn eisen terug te vinden in het Gemeentelijk Rioleringsplan 20212026. Inspelen op herontwikkeling en nieuwbouw In Amstelveen vinden in de komende periode ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Bij herontwikkeling en nieuwbouw bouwen we zoveel mogelijk klimaatadaptief, energieneutraal en aardgasvrij. Tegelijkertijd brengt de gemeente vroegtijdig in beeld wat uitbreiding betekent voor het stedelijk watersysteem en de bestaande structuur van het riool.