Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden
Tekst van het document
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd, en dit instrument, betreffende een behoeftetoetsing van een plan, maakt ook onderdeel uit van het beleid van de NOVI. De Nationale Omgevingsvisie richt zich op vier prioriteiten, welke onderling veel met elkaar te maken hebben. Voor iedere prioriteit geeft de NOVI richting aan hoe de fysieke leefomgeving in te richten. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De vier prioriteiten zijn vertaald naar een Uitvoeringsagenda, welke concrete invulling geeft aan de richtingen, zowel vanuit de rol van het Rijk als in samenwerkingsverband. Het Rijk kiest hierbij voor de inzet van algemene rijksregels, bestaande financiële middelen en kennisontwikkeling. Het rijk zal in samenspraak met medeoverheden en maatschappelijke partijen bestuurlijke afspraken maken. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. In samenhang met de NOVI is het Nationaal Milieubeleidskader uitgebracht, welke nadere uitgangspunten en basisprincipes formuleert die specifiek betrekking hebben op het milieubeleid.
De onderdelen binnen de NOVI worden nader uitgewerkt in bijvoorbeeld het Programma Energiehoofdstructuur of het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Daarnaast wordt de NOVI gebiedsgericht uitgewerkt in de Omgevingsagenda's, Gebiedsagenda's Grote Wateren en NOVIgebieden. De rol van het Rijk is hierin het faciliteren van medeoverheden om invulling te geven aan hun verantwoordelijkheden, wat aansluit bij het principe: 'decentraal, tenzij'. Er worden samenwerkingsafspraken gemaakt over de afwegingsprincipes en voorkeursvolgordes uit de NOVI. Om beleidskeuzes te helpen maken zijn er drie afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
26
Woondeal MRA De Metropoolregio Amsterdam (MRA) moet zich inspannen voor de bouw van 100.000 woningen in de periode 20182025, en voor voldoende plancapaciteit voor de bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040 (prognose 2017). Deze woningen moeten structureel voldoende betaalbaar blijven. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft deze afspraken met de MRA op 5 juli 2019 ondertekend in een Woondeal. Het Rijk en de MRA spannen zich in om voldoende woningproductie te realiseren om te voldoen aan de groeiende woningbehoefte en de tekorten in alle segmenten terug te dringen. Beoordeling/relevantie onderhavige plan(gebied) Dit bestemmingsplan past binnen de beleidsdoelstellingen van de NOVI. Daarnaast heeft het onderhavige plan niet specifiek betrekking op de nationale belangen, behoudens dat het plan bijdraagt aan het belang om te komen tot meer woningbouw. 6.1.2 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld.
Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB.
De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externeveiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidsbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd en mogen bestaande geluidgevoelige gebouwen vervangen worden door een nieuw geluidgevoelig gebouw.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
27
In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Kecontour gelden, evenals in het voorgaande LIB, geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied gelegen binnen zone 5 LIB (gebied 20 Kecontour) is een verbod op nieuwe woningbouwlocaties verankerd in het LIB. Beoordeling/relevantie onderhavige plan(gebied) Het onderhavige plan valt, voor wat betreft de ontwikkelmogelijkheid voor woningen in de nieuwe woonwijk, net buiten de beperkingen ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Tevens zijn de toegestane bouwhoogtes aanzienlijk lager dan de hoogtebeperking van het LIB en is er geen sprake van nieuwe functies met een vogelaantrekkende werking als bedoeld in het LIB. Hierdoor is er geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het woningbouwgebied in dit plan is mede bepaald en ingeperkt door de 20 Kecontour dan wel de LIBcontour zone 5.
6.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking, en onderbouwing nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening Nieuwe stedelijke ontwikkeling (algemeen) In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van een bestemmingsplan een onderbouwing op te nemen van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen, met een onderlinge ruimtelijke en functionele samenhang, sprake is van een stedelijke ontwikkeling die dient te worden onderbouwd in het kader van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. In het onderhavige plan worden 457 nieuwe woningen mogelijk gemaakt, waarmee sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt buiten bestaand stedelijk gebied. Bij het onderhavige plan moet worden aangetoond dat er behoefte is aan de woningen die binnen het plan worden mogelijk gemaakt, en moet een onderbouwing voor de planlocatie worden gegeven.
Ladder voor duurzame verstedelijking (algemeen) De "Ladder voor duurzame verstedelijking" heeft als doel een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in artikel 3.1.6, lid 2. De onderbouwing van de behoefte aan woningen en andere functies wordt gedaan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 juli 2017 gewijzigd. Het principe van de ladder is hetzelfde gebleven. Met betrekking tot de ladder/behoefteonderbouwing staat in het Bro, in artikel 3.1.6, lid 2, de volgende bepaling opgenomen: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
28
Relevantie onderhavige plan(gebied) De ladder voor duurzame verstedelijking dan wel artikel 3.1.6, lid 2 Bro is van toepassing op het onderhavige woningbouwproject en bestemmingsplan De Scheg Midden, omdat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve is hierna de behoefte aan het plan ofwel de woningen onderbouwd, en is tevens de planlocatie gemotiveerd. Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Beoordeling onderhavige plan - Laddertoets Behoefte onderbouwing Ter onderbouwing van de behoefte aan woningbouw in De Scheg wordt verwezen naar het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025, 'Prognose NoordHolland 20212050 Bevolking, huishoudens en woningbehoefte', de 'Monitor Woningbouw 2021' en de 'Monitor Woningbouw 2022' van de provincie NoordHolland. De Monitor Woningbouw kijkt naar de productie, plancapaciteit en woningbehoefte. Met de gegevens in de Prognose NoordHolland 20212050 en de Monitor Woningbouw is de 'laddertoets woningen' in dit bestemmingsplan opgesteld. Uit de Prognose NoordHolland 20212050 volgt dat de additionele woningbehoefte van Amstelveen circa 4.850 woningen bedraagt voor 2030, en circa 6.950 woningen bedraagt voor 2040 ten opzichte van 2021.
Uit de Prognose NoordHolland 20212050 volgt dat de additionele woningbehoefte van de regio AmstellandMeerlanden circa 19.200 woningen bedraagt voor 2030, en circa 31.000 woningen bedraagt voor 2040 ten opzichte van 2021. Tevens blijkt er in AmstellandMeerlanden in de periode 20212029 een indicatieve netto bouwopgave van 23.200 woningen te zijn vanwege het woningtekort in 2021 dat dient te worden ingelopen. Binnen deze netto woningbouwopgave zit ook de voorgenoemde additionele woningbehoefte die ontstaat tussen 2021 en 2030. De additionele woningbehoefte ontstaat (hoofdzakelijk) door huishoudensgroei. Uit de Monitor Woningbouw 2021 blijkt het volgende: In AmstellandMeerlanden is er onvoldoende harde plancapaciteit om aan de indicatieve woningbouwopgave tot 2030 te voldoen. Voor de opgave tot 2025 moet er nog harde capaciteit bij, circa 6.500 woningen; voor de opgave tot 2030 zijn dat nog circa 4.000 woningen daarbovenop (Masterplan Wonen, 2021). Eén van de langlopende zachte plannen die nog omgezet moet worden naar een hard plan zijn De Scheg West en Midden, waarbij wordt opgemerkt dat inmiddels het bestemmingsplan De Scheg West op 18 oktober 2023 is vastgesteld.
In de Monitor Woningbouw 2022 staat voor de regio AmstellandMeerlanden een harde plancapaciteit vermeld van circa 7.600 woningen, met een bouwfasering van 4.500 woningen in de periode 20222024 en 3.100 woningen in de periode 20252029. Als de voorgenoemde woningbehoefte wordt vergeleken met de harde plancapaciteit, dan kan worden geconstateerd dat de huidige harde plannen niet in voldoende mate in de woningbehoefte in de regio AmstellandMeerlanden kunnen voorzien. Ook in Amstelveen is er een tekort aan harde plannen in vergelijking met de woningbehoefte voor 2030. Het plan De Scheg voorziet daarmee in een resterende woningbehoefte. Van de totaal geplande woningen in AmstellandMeerlanden is slechts een klein deel grondgebonden woningen (eengezinswoningen). Het plan De Scheg kent voor het overgrote deel grondgebonden woningen, en voorziet daarmee nadrukkelijk in een resterende woningbehoefte. Het woningbouwplan De Scheg als geheel is opgenomen in het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025, onder de noemer ‘Scheg Noorder Legmeerpolder’. Tevens staat De Scheg al jaren opgenomen Monitor Plancapaciteit van de provincie. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
29
Er is een grote behoefte aan grondgebonden woningen in Amstelveen en de regio. De woningbouwplannen voor De Scheg voorzien in die behoefte. De plancapaciteit voor grondgebonden woningen is momenteel te laag. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de bouw van maximaal 457 aanvullende woningen mogelijk gemaakt, waarvan maximaal 96 appartementen. Met de appartementen worden in het plan sociale huurwoningen gerealiseerd. Het plan voorziet in een passende woningbehoefte en leidt niet tot een overmaat van plancapaciteit, en voldoet aan artikel 3.1.6, lid 2 Bro en de ladder voor duurzame verstedelijking. Buiten bestaand stedelijk gebied De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten bestaand stedelijk gebied, en het gebied De Scheg (West en Midden) vormt de laatst mogelijke uitbreidingslocatie voor woningbouw binnen de gemeente Amstelveen. Binnen Amstelveen zijn verder geen woningbouwontwikkelingen meer mogelijk zonder dat dit ten koste gaat van andere stedelijke functies. De enkele beschikbare binnenstedelijke locaties bieden onvoldoende ruimte om in de woningbehoefte te voorzien, met name voor wat betreft grondgebonden woningen. De onderhavige ontwikkeling sluit aan op bestaand stedelijk gebied en het bestaande wegennet. In diverse visies (waaronder de Structuurvisie) is de locatie De Scheg al benoemd als uitbreidingslocatie.
Landschappelijk bezien is er geen bezwaar tegen het verdwijnen van de bestaande functies/kassencomplexen. De ligging van het onderhavige plan, ofwel de woningbouwontwikkeling, buiten bestaand stedelijk gebied, voldoet, gelet op de behoefte en locatie(kenmerken), aan artikel 3.1.6, lid 2 Bro en de ladder voor duurzame verstedelijking.
6.2 Provinciaal en regionaal beleid 6.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De "Omgevingsvisie NH2050 Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van NoordHolland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat NoordHolland een relatief hoog welvaarts en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust NoordHolland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van NoordHolland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities.
Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon en werklocaties beter afstemmen
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
30
(kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van NoordHolland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat NoordHolland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) De relevante onderdelen van de Omgevingsvisie NH2050 voor het onderhavige plan, en de aansluiting van het plan op de Omgevingsvisie, komt in feite aan bod in de navolgende paragraaf over de Omgevingsverordening NH2020. 6.2.2 Omgevingsverordening NH2020 De Omgevingsverordening NH2020 is op 22 oktober 2020 door Provinciale Staten van NoordHolland vastgesteld.
In 2022 is een nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld, maar deze is op 1 januari 2024 in werking getreden en derhalve niet van toepassing op (nog vast te stellen) bestemmingsplannen. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om in de geest van de komende Omgevingswet naar nieuwe regels te streven die zien op het 'hoe': 'hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving'. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie (NH2050) zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NoordHolland. Deze vervangt alle bestaande/voorgaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Een (groot) aantal van de regels van de PRV zijn ook in de Omgevingsverordening NH2020 terecht gekomen. In de Omgevingsverordening staan onder meer de regels van de provincie NoordHolland met betrekking tot ruimtelijke ontwikkeling en plannen. Tevens heeft de provincie in de Omgevingsverordening in het belang van een goede ruimtelijke ordening algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen, over onderwerpen waar een provinciaal belang mee is gemoeid. Daarnaast zijn in de Omgevingsverordening regels vastgelegd die voortvloeien uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
De Omgevingsverordening geeft verder de kaders aan die de provincie stelt om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) De Omgevingsverordening NH2022 (provincie NoordHolland) is op 1 januari 2024 in werking getreden, maar geldt niet voor het onderhavige bestemmingsplan. De Omgevingsverordening NH2020 is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Het bestemmingsplangebied valt binnen de Omgevingsverordening onder de noemer 'MRA Landelijk gebied'. Het gebied De Scheg (Midden) is niet als stedelijk gebied opgenomen in de Omgevingsverordening. Hierna zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor het onderhavige bestemmingsplan relevant zijn. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
31
Artikel 6.3: Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.3 van de Omgevingsverordening is bepaald dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Binnen de provincie NoordHolland worden deze afspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd in (regionale) woonakkoorden en regionale afspraken. Een woonakkoord wordt door de provincie overeengekomen met gemeenten in een regio, en een regionale afspraak wordt overeengekomen tussen gemeenten. Het onderhavige plan is opgenomen in het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025. Dit woonakkoord betreft tevens een regionale afspraak. Daarmee voldoet het onderhavige bestemmingsplan aan artikel 6.3 van de Omgevingsverordening. In paragraaf 6.2.3 is nader op het Woonakkoord ingegaan. Artikel 6.59: Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied voldoen aan de ruimtelijke kwaliteitseis.
Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: <0000> rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; <0000> bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; <0000> bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Het plangebied maakt deel uit van het ensemble 'AalsmeerUithoorn' van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie NoordHolland. De Scheg Midden bevindt zich in een agrarisch landschap dat zich kenmerkt door lintbebouwing en een grid aan polders en kassen. De nieuwbouw aan deze linten zal in een landschappelijke sfeer gerealiseerd worden die geen afbreuk doet aan de bestaande kwaliteit, maar deze juist versterkt. Daartoe is in het onderhavige bestemmingsplan geregeld dat enkel vrijstaande en tweeondereenkap woningen in de linten kunnen worden gebouwd, en is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. De opzet van het stedenbouwkundig ontwerp en bestemmingsplan kenmerkt zich verder door de toepassing van lange rechte lijnen, die refereren naar de landschappelijke onderlegger.
Hierbij zijn de bestaande linten de belangrijkste dragers. Om de verbinding met de omgeving te versterken wordt een nieuw lint, parallel aan de Noorddammerweg toegevoegd. Ook worden de nieuwe landschappelijke karakteristieken zoals de singel en de groenblauwe ader vanuit De Scheg West doorgetrokken het plangebied in. Binnen het ensemble 'AalsmeerUithoorn' ligt De Scheg Midden in het gebied dat zich kenmerkt door structurerende polderlijnen en dijken. Belangrijke eenheidsdragers die in dit gebied veel voorkomen zijn bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. De ontwikkelprincipes voor het ensemble AalsmeerUithoorn geven aan dat deze landschappelijke karakteristieken behouden en versterkt dienen te worden. Dit is ook het uitgangspunt voor de ontwikkeling als De Scheg in zijn geheel, maar ook voor De Scheg Midden, waarbij de bestaande linten een belangrijke drager van het plan vormen. Aan deze linten zijn bijvoorbeeld alleen vrijstaande en tweeondereenkap woningen toegestaan, waardoor het open karakter behouden blijft. De aandacht in het beeldkwaliteitsplan voor deze linten, zal ervoor zorgen dat de karakteristieken van deze linten versterkt zullen worden. Deze versterking van de karakteristiek sluit tevens aan op de ambities die de provincie in de Leidraad voorschrijft voor de structuur '(bebouwings) linten'.
Hierin wordt omschreven dat tussen de lintbebouwing open zicht op het achterliggende landschap dient te zijn. Door de bebouwing aan de linten de ruimte te geven blijft het open, Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
32
landschappelijke karakter behouden. In het plangebied worden een aantal lange lijnen behouden of geïntroduceerd die refereren naar het onderliggende landschap. Tevens zorgt dit voor een speelse, verassende afwisseling tussen lange en korte lijnen, waardoor een gevarieerde wijk ontstaat. In het stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan is veel aandacht geschonken aan het profiel van de linten en de ontsluiting van de kavels. Aansluitend op de Leidraad worden bijvoorbeeld de kavelsloten langs de linten behouden en ligt de representatieve zijde altijd aan de linten. In het bestemmingsplan is hiermee tevens rekening gehouden. In artikel 6.59 van de Omgevingsverordening staat tevens dat de provincie en de gemeente advies kunnen vragen bij de Adviescommissie Ruimtelijke Ordening. Het plan De Scheg Midden is voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Ordening (ARO) van de provincie, namelijk het voorontwerp bestemmingsplan met daarbij een concept stedebouwkundig plan van september 2022. Het plan is met de provincie NoordHolland besproken in/met de ARO. De ARO heeft een aantal adviezen en suggesties voor planaanpassingen meegegeven. Het onderhavige bestemmingsplan is mede op basis daarvan aangepast.
In een verslag van de bespreking van 28 maart 2023 heeft de ARO het volgende geschreven over De Scheg Midden, hetgeen tevens is opgenomen in de vooroverlegreactie van de provincie. De AROcommissie heeft nog de volgende opmerkingen en aanbevelingen gegeven: a. Zorg dat de singel minder prominent de structuur van de wijk bepaalt en zoek meer relatie met de orthogonale structuur van de polder. Koppel de singel en de ontsluitingsweg zo mogelijk los van elkaar en zorg dat langzaam verkeer de toon zet in het gebied. De landschappelijke randzone is een overgang tussen het woongebied en het aangrenzende glastuinbouwgebied. Het voorziet in fysieke scheiding tussen de twee functies en biedt ruimte aan water, groen, ecologische waarden en recreatie. Vanwege de ligging aan de rand van de woonbebouwing is een landschappelijk, natuurlijk karakter passend. Vanuit de buurtjes zijn er verschillende routes die verbonden worden met de randzone. b. Maak de singel minimaal 10 meter breed, zodat deze daadwerkelijk als singel oogt. Een breedte van 6 meter is te beperkt. Het water in de Singel is conform de breedte die ook in West is toegepast. Hiermee wordt een continu en leesbare structuur in De Scheg Midden toegepast die de verbinding maakt met De Scheg West. c.
Zorg dat wat betreft routes en groenstructuren meer verbinding gezocht wordt met het noordelijk gelegen Westwijk en de woongebieden De Scheg Oost en West. De verbindingen met Westwijk worden gemaakt via de Noordammerweg, de Meerlandenweg en de Verlengde Hammarskjöldsingel. Aan deze laatste weg ligt een vrijliggend fietspad dat direct verbinding maakt met de tramhalte in Westwijk. Daarnaast zijn er een aantal doorsteken gemaakt die de wijk verbinden met J.C. van Hattumweg. Het plan De Scheg Midden is via de Singel met zijn breedte groen, blauwe opzet en de groenblauwe ader met vrijliggend fietspad met De Scheg West verbonden. Voor De Scheg Oost geldt dat door de ligging van de trambaan geen extra fysieke verbinding gemaakt kan worden. Voor het groen geldt het uitgangspunt dat bij de ontwikkeling van De Scheg Midden het onderliggende landschap de drager wordt. Binnen dit rechte polderlandschap met lange lijnen, waaraan ook een nieuw lint wordt toegevoegd, passend in de structuur van De Scheg, wordt vervolgens een woonwijk ontworpen met korte straatjes die uitkomen en/of uitkijken op de grotere groenstructuren.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
33
d. Zorg voor een substantiële groene zoom tussen de woningen en de industriële kassen. Dit vereist maat en een doorgaand pad langs/door de rand, waarmee het landschap bereikbaar wordt. De landschappelijke randzone is een overgang tussen het woongebied en het aangrenzende glastuinbouwgebied. Het voorziet in fysieke scheiding tussen de twee functies en biedt ruimte aan water, groen, ecologische waarden en recreatie. Vanwege de ligging aan de rand van de woonbebouwing is een landschappelijk, natuurlijk karakter passend. Vanuit de buurtjes zijn er verschillende routes die verbonden worden met de randzone. e. Het is goed dat klimaatadaptatie en biodiversiteit goed worden opgepakt. Zorg ervoor dat bij deze ook in het verdere ontwerptraject en de uitvoering een belangrijke plek krijgen. In het stedenbouwkundig ontwerp en het beeldkwaliteitplan zitten handvaten voor deze uitwerking in de vervolgfase. Binnen het plan is ruimte voor waterretentie, groen in de profielen en buurtparkjes. Hiermee wordt nu al zoveel mogelijk deze belangrijke waarde in het schetsplan geborgd. f. Los het parkeren zoveel mogelijk op binnen de bouwblokken en zorg dat de parkeervoorzieningen een groene uitstraling krijgen, zowel wat betreft de parkeervakken als de beplanting. Uitgangspunt is het parkeren binnen de bouwblokken (bouwclusters) en/of op eigen terrein op te lossen, maar dit is niet overal haalbaar.
Binnen de parkeeroplossingen is er ruimte gehouden voor groen. De precieze inrichting zal in de volgende fases de aandacht krijgen die het nodig heeft. Dit zal conform de uitgangspunten zijn die in de LIOR staan. Maar ook de afspraken die zijn gemaakt in rest van De Scheg zullen hiervoor bepalend zijn om zo een samenhangende wijk te creëren. Artikel 6.62: Klimaatadaptatie Op grond van artikel 6.62 van de Omgevingsverordening dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte, watertekort, verzilting en verslechtering van de ecologische en chemische waterkwaliteit, en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving wordt overleg gevoerd met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. Het waterschap AGV is betrokken in de voorfase van het bestemmingsplan en stedenbouwkundig ontwerp. Het voorontwerp bestemmingsplan is aan het waterschap AGV (Waternet) voorgelegd.
In paragraaf 3.2 en in de waterparagraaf (7.2) en in paragraaf 7.10 van deze plantoelichting is beschreven hoe met klimaatadaptatie en de risico's van klimaatverandering is rekening gehouden in en bij dit plan. Het aspect verzilting is voor het onderhavige plan niet van toepassing. Conclusie Het onderhavige bestemmingsplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
34
6.2.3 Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 Het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025 is een bestuurlijk akkoord tussen de provincie NoordHolland en de zes gemeenten in de regio AmstellandMeerlanden (gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, OuderAmstel en Uithoorn). In het Woonakkoord zijn de volgende prioriteiten gesteld: <0000> We verbinden ons aan versnelling van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen; <0000> We willen de bestaande betaalbare woningvoorraad beter benutten; <0000> Als er knelpunten zijn in de samenwerking, dan maken we die zoveel mogelijk bespreekbaar en werken we samen aan een oplossing; <0000> Samen sterk in de regionale samenwerking: waar mogelijk trekken we als partners op binnen AM en de MRA en naar het Rijk. Ieder vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) De behoefte aan extra woningen doet zich voor in alle prijsklassen, zowel huur als koop. Maar betaalbare woningen zijn een belangrijk aandachtspunt. De onderhavige ontwikkeling geeft invulling aan de grote woningbehoefte. Het woningbouwplan De Scheg als geheel is opgenomen in het Woonakkoord, onder de noemer 'Scheg Noorder Legmeerpolder'.
6.3 Gemeentelijk beleid Het sectorale gemeentelijk beleid komt, voor zover relevant, aan bod in hoofdstuk 7 van deze plantoelichting. 6.3.1 Structuurvisie Amstelveen 2025+ De gemeenteraad van Amstelveen heeft op 21 september 2011 de Structuurvisie Amstelveen 2025+ vastgesteld. Het is op de eerste plaats een ruimtelijke visie, maar ondersteunt ook maatschappelijke ontwikkelingen. Het biedt daarmee helderheid aan inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden over de gewenste ontwikkeling van Amstelveen en de prioriteiten die het bestuur hierbij stelt. Versterken bestaande kwaliteiten Amstelveen wil dat allereerst doen door haar bestaande kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. Dit zijn een uitstekend woonklimaat, een ondernemend werkklimaat en een meer dan gemiddelde bereikbaarheid. De bereikbaarheid van en binnen de stad voor een aandachtspunt (voor stedelijke ontwikkeling). In dat kader worden en zijn sinds 2011 investeringen gedaan in de verkeersstructuur, hoofdwegen en openbaar vervoerssystemen. Grijpen van nieuwe kansen Amstelveen wil nieuwe kansen die zich voordoen grijpen. Een aantal kansen zijn reeds gegrepen, zoals het realiseren van een toekomstvaste openbaar vervoer verbinding tussen Amsterdam en Amstelveen. Er liggen kansen in de ontwikkeling van de Noorder Legmeerpolder, waar een combinatie van duurzaam wonen, werken en kassen is voorzien.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
35
Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) De Scheg is benoemd als mogelijk uitbreidingsgebied van de stad en ook als zodanig aangegeven op de kaart van de Structuurvisie. De Scheg (Midden) is onderdeel van de kansen die er zijn voor de ontwikkeling van de Noorder Legmeerpolder. Het onderhavige plan past binnen het beleid van de Structuurvisie.
6.3.2 Nota Parkeernormen Amstelveen Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels van het bestemmingsplan verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Op grond van artikel 3.1.2 tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren/Parkeernormen). In een planregel dient dan tot uitdrukking te worden gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit mag een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus hangende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. Hierdoor kan elke initiatief waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: <0000> Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
<0000> Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
36
<0000> <0000>
De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover deze van invloed zijn op het parkeren. Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm.
Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) Het parkeerbeleid in de Nota Parkeernormen Amstelveen 2021, en de opvolger daarvan, is (via een verwijzing) opgenomen in de regels van het onderhavige bestemmingsplan. In het stedenbouwkundig plan (zie bijlage 1 van de plantoelichting) is inzichtelijk gemaakt dat kan worden voldaan aan het aantal benodigde parkeerplaatsen, voor de functies/woningbouw van/in het onderhavige plan, volgens de parkeernormen van het gemeentelijk parkeerbeleid in de Nota Parkeernormen Amstelveen 2021. 6.3.3 Woonagenda 2020-2023 Op 12 februari 2020 heeft de gemeenteraad de Amstelveense Woonagenda 20202023 vastgesteld. In de Metropoolregio Amsterdam wordt ingezet op een bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040 (uitgangspunt 2017/2018) en ruim 100.000 woningen in de periode 2018 tot 2025. Een bouwproductie met voldoende woningen in alle segmenten, met in het bijzonder voldoende betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens, verspreid over de regio, is het doel. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. Om aan de vraag te voldoen verwacht de gemeente de aankomende jaren ongeveer 10.000 woningen toe te voegen. De druk binnen alle segmenten is hoog.
De Woonagenda 20202023 beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet om de druk op de Amstelveense woningmark te verlichten, zodat Amstelveen een stad voor jong tot oud blijft, van goede kwaliteit, met volop voorzieningen, ruimte, groen en veiligheid. De volgende speerpunten staan centraal in de Woonagenda 20202023: 1. Amstelveense jongeren en starters meer kansen bieden op de woningmarkt Het gaat hierbij om kleinere betaalbare woningen bouwen voor jongeren en starters, tijdelijke woningen bouwen voor spoedzoekers en jongeren, de financiële drempel verlagen om een woning te kopen en daarnaast binnen de sociale huur de lokale ruimte optimaal benutten. 2. Meer woningen voor Amstelveense ouderen en specifieke doelgroepen Ouderen wonen langer zelfstandig. Sommige ouderen redden zich met hulp van familie en vrienden prima, maar er is ook een groep voor wie dit niet geldt. Daarnaast maakt de ambulantisering van de zorg en de invoering van de Wet verplichte ggz (Wvggz) dat steeds meer bewoners, die nu nog bij een instelling wonen, in aanmerking komen voor zelfstandige woonruimte dan wel begeleid wonen. Het woningaanbod moet zich aan deze groepen aanpassen. 3. Een goede dienstverlening en communicatie tussen corporaties en huurders Afspraken met corporaties en bewonersraad worden gemonitord. 4.
Meer (betaalbare) koop en huur woningen voor Amstelveners met behoud van groene leefbare wijken Wijken moeten bestaan uit een goede mix van appartementen en grondgebonden woningen. In verschillende prijsklassen, zowel huur als koop en voor verschillende doelgroepen. Zo behoudt de gemeente/stad goed gemengde en krachtige wijken. Bij de geplande nieuwbouw van woningen is een belangrijke voorwaarde dat Amstelveen het ruimtelijke en groene karakter behoudt. Dit geldt ook bij stadsvernieuwing. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
37
5. Meer sociale huurwoningen beschikbaar voor Amstelveners Er zijn voldoende sociale huurwoningen in Amstelveen. Een deel van de woningen is echter niet beschikbaar voor de doelgroep. Er wordt daarom ingezet op doorstroming. Verder wordt bij nieuwbouwprojecten bepaald of voor specifieke doelgroepen sociale huurwoningen moeten worden toegevoegd. 6. Stadsvernieuwing en verduurzaming bevorderen Meerdere akkoorden, zoals het Klimaatakkoord, de landelijke Energieagenda, het regeerakkoord (Rutte III/IV) en Greendeal aardgasvrije wijken (met Amstelveen als partner), het Rijksbrede programma Nederland circulair 2050 en het collegeprogramma Amstelveen vragen om een aanpak die de woningvoorraad toekomstbestendig maakt voor de korte en lange termijn. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) Het beleid van de Woonagenda 20202023 was van toepassing ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Inmiddels is de Amstelveense Woonvisie 20232030 vastgesteld. Het onderhavige plan draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen van de Woonagenda. Het plan gaat uit van het ontwikkelen van diverse typen (grondgebonden) woningen, ook in verschillende segmenten. Daarbij zullen van de maximaal 457 nieuwe woningen er 96 als appartement worden gerealiseerd. In de 96 appartementen en/of in rijwoningen zullen sociale huurwoningen worden gerealiseerd.
Het plan is er ook op gericht om met de woningbouwplannen in De Scheg Midden de doorstroming op de woningmarkt van Amstelveen en de regio te bevorderen. Tevens worden de woningen gerealiseerd in een groene en leefbare wijk. In de planvorming is onder meer rekening gehouden met potentiële wateroverlast en hittestress (als gevolg van klimaatverandering). 6.3.4 Woonvisie 2023-2030 Op 18 oktober 2023 heeft de gemeenteraad de Amstelveense Woonvisie 20232030 vastgesteld. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. De druk is hoog in bijna alle segmenten. Er zijn lange wachtlijsten voor de sociale huur en er zijn te weinig woningen in het middensegment. De gemeente ziet een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en ziet jonge mensen die maar moeizaam een eerste woning kunnen huren of kopen. De Woonvisie zet in op de bouw van extra woningen die zo eerlijk mogelijk onder alle doelgroepen verdeeld worden. Een uitgangspunt van de Woonvisie is dat Amstelveense woningzoekenden een betere kans moeten krijgen op de woningmarkt. Hoge prioriteit wordt gegeven aan het vergroten van de kans op een woning voor de Amstelveense jongeren en starters door te sturen op het bouwen van meer betaalbare en kleinere woningen.
De doorstroming verbetert als er meer woningen worden gebouwd in het middeldure segment en meer mensen worden bewogen richting een woning die beter past bij hun actuele inkomen en levensfase. Ouderen worden gestimuleerd om na te denken over hun toekomstige woonsituatie. De Woonvisie 20232030 beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet om de schaarse woningen in Amstelveen zo eerlijk mogelijk te verdelen, zodat iemand van wieg tot graf zijn wooncarrière in de gemeente kan doorlopen. Op basis van de Woonvisie worden afspraken gemaakt met ontwikkelaars, woningverhuurders en woningcorporaties.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
38
Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) Het plan De Scheg Midden loopt al voor langere tijd, en in die zin is het beleid van de Woonvisie 20232030 niet geheel van toepassing op het onderhavige plan omdat het plan reeds was ontwikkeld. Het plan ligt wel in lijn met de Woonvisie, omdat het woningbouwprogramma van het plan reeds is bijgesteld voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, waarbij meer betaalbare woningen in het plan zijn opgenomen. Het onderhavige plan draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen van de Woonvisie. Het plan gaat uit van het ontwikkelen van diverse typen woningen, ook in verschillende segmenten. Het plan is er ook op gericht om met de woningbouw de doorstroming op/binnen de woningmarkt van Amstelveen en de regio te bevorderen. Tevens worden de woningen gerealiseerd in een groene, waterrijke en leefbare wijk. In de planvorming is onder meer rekening gehouden met klimaatadaptatie. 6.3.5 Erfgoednota Amstelveen Op 28 september 2016 is de Erfgoednota Amstelveen vastgesteld door de gemeenteraad. Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 en het vervallen van de Monumentenwet, moest de gemeentelijke Erfgoedverordening geactualiseerd worden. Tevens was het geheel aan erfgoedbeleid van Amstelveen aan een actualisatie en een overzichtelijke bundeling toe.
Daarom is de Erfgoednota Amstelveen opgesteld en vastgesteld. De Erfgoednota beschrijft het erfgoed van Amstelveen en de beoogde omgang ermee in drie delen. In de Erfgoednota beschrijft de gemeente de ambitie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed, vervolgens de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed en als laatste de middelen de gemeente ter beschikking heeft om de visie en ambitie waar te maken. Met cultureel erfgoed wordt in de nota bedoeld het fysieke, veelal gebouwde en/of ontworpen erfgoed binnen de ruimtelijke omgeving. Dat kunnen zowel aangewezen monumenten zijn, als wel objecten, landschappen of structuren met cultuurhistorische waarde. Met de Erfgoednota wordt ingegaan op: het opnemen van cultuurhistorie in bestemmingsplannen, het actualiseren van het archeologiebeleid, de omschakeling van objectgericht naar gebiedsgericht denken en het credo 'behoud door ontwikkeling'. Met de monumentenlijst van de gemeente zijn de meest waardevolle gebouwen, objecten en parken afdoende beschermd. In het kader van de Erfgoednota Amstelveen zijn voor het Amstelveense grondgebied cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen opgesteld. Beoordeling/relevantie onderhavig plan(gebied) Voor de planlocatie De Scheg Midden zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden in de Erfgoednota opgenomen.
De bestaande bebouwing in het plangebied is niet aangewezen als monument. De potentiële archeologische waarden in het plangebied worden via de regels van het onderhavige plan beschermd, namelijk met de archeologische dubbelbestemming.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
39
HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSASPECTEN 7.1 Bodem Beleidskader en wettelijk kader Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar is in principe gericht tegen elke aantasting die het gebruik benadeelt. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico optreden, is in Amstelveen bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet Milieubeheer vormt hiervoor de basis. Het derde spoor is het ruimtelijke spoor (Wro en Bro) dat tot doel heeft te komen tot een 'goede ruimtelijke ordening'. Dit gebeurt door een nieuwe gebruiksfunctie (bv. wonen) in principe alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit, of door maatregelen te treffen om de nieuwe gebruiksfunctie in te kunnen passen. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast.
Bij bestaand bodemgebruik worden natuurlijke momenten aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren. In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bkk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet vermindert en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Amstelveen is wel gebiedspecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer (2013), maar zijn geen regels opgenomen die het bestemmen van gebruiksfuncties beperken. Daar is ook weinig aanleiding voor, omdat de chemische bodemkwaliteit over het algemeen geen knelpunt vormt voor bestaand en toekomstig bodemgebruik. Situatie en beoordeling plan(gebied) Het bureau Sweco heeft een vooronderzoek verricht naar de milieuhygiënische bodemkwaliteit in De Scheg Midden. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 3 bij de plantoelichting. Vooronderzoek Doel van het vooronderzoek is het nagaan of in, of in de nabijheid van, het plangebied (de onderzoekslocatie) bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden waardoor verontreinigende stoffen in de bodem zijn terecht gekomen.
Op basis van deze informatie moet blijken of verkennend bodemonderzoek nodig is en zo ja, welke onderzoeksstrategie bij het eigenlijke bodemonderzoek gehanteerd moet worden. Het vooronderzoek geeft een (eerste) indicatie van de bodemkwaliteitsituatie. Uit het vooronderzoek worden de volgende bevindingen gegeven en/of zijn de volgende conclusies getrokken over de beïnvloeding van de bodem en de verwachting van de bodemkwaliteit: <0000> Op basis van de bodemkwaliteitskaart worden maximaal lichte verontreinigingen in de bodem verwacht ter plaatse van de onderzoekslocatie (afgezien van de verdachte locaties zoals hierna benoemd).
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
40
<0000>
<0000>
<0000>
<0000>
<0000>
<0000> <0000>
Uit historische kaarten blijkt dat er tussen 1950 en 1975 watergangen zijn gedempt binnen het onderzoeksgebied waarbij bodemvreemde materialen kunnen zijn toegepast. De dempingen zijn formeel verdacht op bodemverontreiniging. Omdat de dempingen deel uit hebben gemaakt van een grootschalige ophoging/verkaveling in het gebied en er geen gebouwen lijken te zijn gesloopt in deze periode, wordt het risico op bodemverontreiniging in principe beperkt geacht. Op historische kaarten zijn enkele (voormalige) paden waarneembaar. Ter plaatse van één van deze paden (J.C. van Hattumweg 9), welke nu geasfalteerd is, is bij bodemonderzoek in 2000 een sterke bodemverontreiniging aangetoond. Het is niet bekend of deze is gesaneerd. De overige historische paden (met name Meerlandenweg 24) en erfverhardingen (Noorddammerweg 76, 78 en 78a en J.C. van Hattumweg 7) worden ook beschouwd als verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, en asbest bij aanwezigheid van puin. Er is binnen het onderzoeksgebied sprake van glastuinbouw. De kassen en voormalige kassen dateren uit de periode tussen 1974 en 1985. Gezien de bouwperiode zijn deze locaties verdacht op de aanwezigheid van asbest. Bij de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen wordt geadviseerd asbestonderzoek conform NEN5707 uit te voeren. Bij sloop van aanwezige glastuinbouw dient asbestinventarisatie worden uitgevoerd.
Bij aanwezigheid van asbest wordt geadviseerd asbestonderzoek in bodem conform NEN5707 uit te voeren. Ter plaatse van de kassen zijn in het verleden bestrijdingsmiddelen gebruikt. In de kassen en ter plaatse van de opslagplaatsen voor bestrijdingsmiddelen zijn tot circa 2000 geen noemenswaardige verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen aangetoond. Geadviseerd wordt om bij een verkennend bodemonderzoek, onderzoek te verrichten naar bestrijdingsmiddelen. Uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek blijkt verder dat er sprake is geweest van een sterk verontreinigde sliblaag (arseen en cadmium in 2000 bij J.C. van Hattumweg 9) en grondwaterverontreinigingen met nikkel (J.C. van Hattumweg 9, Noorddammerweg 78a en Noorddammerweg 76. Exacte locatie en status van deze nikkelverontreiniging(en) is niet bekend. Sterke verontreinigingen met nikkel in het grondwater zijn ook buiten de huidige onderzoekslocatie bekend. De nikkelverontreiniging(en) kunnen gerelateerd worden aan het gebruik van meststoffen. Glastuinbouw worden door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en gemeente Amstelveen op dit moment beschouwd als verdacht op mogelijke aanwezigheid van verhoogde gehalten aan PFAS. Geadviseerd wordt om ter plaatse van (voormalige) glastuinbouw onderzoek te verrichten naar PFAS.
Conclusies en Aanbevelingen Uit de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek blijkt dat er mogelijk sprake is van een nikkelverontreiniging in het grondwater. Er zijn onvoldoende (recente) onderzoeksgegevens bekend om te bepalen of deze verontreiniging (nog) aanwezig is en wat de mogelijke omvang hiervan zou zijn, of dat er op andere locaties nog kleinere verontreinigingen aanwezig zijn. Er zijn geen grote verontreinigingen aangetroffen. Op basis van het voorliggend onderzoek worden op dit moment geen belemmeringen voorzien voor een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Ten behoeve van toekomstige ontwikkelingen wordt aanbevolen om verkennend bodemonderzoek uit te voeren binnen het plangebied. Voormalige paden, erfverhardingen, opslagplaatsen van bestrijdingsmiddelen en (ondergrondse) tanks dienen te worden beschouwd als verdachte deellocaties. Bij het verkennend bodemonderzoek dient analyse van PFAS en bestrijdingsmiddelen worden meegenomen op basis van (historische) glastuinbouwactiviteiten. Bij het aantreffen van sterk verhoogde gehalten nikkel in het grondwater, wordt geadviseerd af te stemmen met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Bij herontwikkeling van het plangebied dienen ondergrondse tanks te zijn verwijderd. Oliespots dienen, voor zover redelijk, te worden gesaneerd. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
41
Bij toekomstige werkzaamheden bij de herontwikkeling van plangebied De Scheg (Midden) dient rekening te worden gehouden met mogelijke aanwezigheid van nikkel in het grondwater waardoor bemalingen niet zondermeer mogen worden uitgevoerd en lozingen van overtollig grondwater niet zondermeer zouden mogen plaatsvinden op omliggende sloten. Nadere beschouwing Voor het plangebied zal nog verkennend bodemonderzoek moeten worden verricht. Op basis van de verrichte vooronderzoeken en het verkennend bodemonderzoek fase 1 De Scheg West wordt verondersteld dat voor een deel van het plangebied De Scheg Midden sprake zal zijn van bodemverontreinigingen. In een (groot) deel van het plangebied is naar verwachting het grondwater verontreinigd met nikkel. Oorzaak van de verontreiniging is waarschijnlijk het gebruik van meststoffen in de kassen. De algemene, door (glas)tuinbouw ontstane, grondwaterverontreiniging in een groot deel van het plangebied vormt naar verwachting geen belemmering voor het onderhavige plan. Het grondwater zal niet worden gebruikt. Bij de planuitvoering zullen waarschijnlijk een aantal (bodem)saneringen moeten worden verricht. De verwachting is dat de kosten van bodemsanering relatief beperkt zijn in verhouding tot de omvang van de planontwikkeling.
Gezien het aanzienlijke aantal woningen in het plan, zullen naar verwachting de grondopbrengsten voldoende zijn om de saneringen te kunnen bekostigen. Conclusie Het aspect bodem(kwaliteit) is naar verwachting, na het verrichten van enkele saneringen, geen belemmering voor de uitvoering van het onderhavige plan. De grondopbrengsten door de planontwikkeling zullen naar verwachting hoger zijn dan de kosten voor de saneringen en andere kosten van de planuitvoering. Daarnaast is het realiseren van een bodemkwaliteit die voldoet voor de toekomstige functie(s) geborgd via wet en regelgeving. Het nader uitvoeren bodemonderzoek voor de omgevingsvergunningen is geborgd via wet en regelgeving.
7.2 Water Beleid en regelgeving Algemeen Het doel van waterbeheer in Nederland bestaat van oudsher uit het beschermen tegen overstromingen en het ontwateren van laaggelegen gebieden. Door de klimaatverandering is nieuw beleid gemaakt voor deze taken van veiligheid en peilbeheer. Dit vereist mogelijk ruimte voor de versterking en verbreding van dijken en waterkerende werken of voor extra waterberging. Een ander doel betreft het zorgen voor schoon en gezond water. Voor schoon water is een goed functionerend watersysteem vereist met voldoende volume en doorstroming. Een ecologische oeverinrichting is wenselijk, maar legt beslag op de ruimte. Grondwater wordt gebruikt voor de productie van drinkwater. De laatste jaren ontwikkelt het grondwater zich tot een bron en/of opslagmedium voor warmte. Dit vormt een bijdrage aan de beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen. Efficiëntie van benutting is een van de redenen voor ruimtelijke ordening van de ondergrond. Op de onderhavige planlocatie is het beleid van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) van toepassing. Activiteiten moeten voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de Waterschapsverordening (voorheen de Keur). In de Waterschapsverordening staan onder meer de eisen omtrent werkzaamheden op of nabij water, oevers en dijken beschreven.
Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
42
Kaderrichtlijn Water (KRW) De Europese Kaderrichtlijn Water leidt, samen met de dochterrichtlijn Grondwater tot een verbetering en bescherming van de kwaliteit van het oppervlakte en grondwater in de lidstaten. De Kaderrichtlijn Water (KRW) voorziet in drie planperiodes. In de tweede planperiode is de uitvoering van de tweede generatie stroomgebiedsbeheerplannen door alle lidstaten ter hand genomen. In 2022 is de derde en laatste planperiode gestart die in 2027 afloopt. De KRW heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, hemelwaterverwerking, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijk beleid. Er zijn in 2022 opnieuw voor de derde en laatste planperiode, ecologische en fysischchemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Water Programma (NWP) Het rijksbeleid wat betreft de waterhuishouding is verankerd in het Nationaal Water Programma 20222027. Het Nationaal Water Programma (NWP) 20222027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en vaarwegen.
In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen, en daarmee wordt al gewerkt in de geest van de Omgevingswet. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het NWP invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Het NWP beschrijft de nationale beleids en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder meer waterhuishouding. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: <0000> heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; <0000> beheersbaar programma voor de waterkeringen; <0000> doelmatig beheer van de waterketen, <0000> werkzaamheden slim combineren; <0000> het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het 'oude' Nationaal Bestuursakkoord Water blijven van kracht. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een landelijk, gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk.
Het DPRA versnelt en intensiveert de aanpak van vier thema's: wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het plan is landelijk gepresenteerd op Prinsjesdag 2017. Het DPRA legt de gemeenten direct op om in 2020 over vastgesteld beleid per gemeente te beschikken over de vier thema's. In 2050 dienen alle Nederlandse gemeenten 'klimaatrobuust' te zijn, d.w.z. alle maatregelen moeten dan zijn uitgevoerd. Het Deltaplan is het leidende plan voor gemeenten voor het opstellen en uitvoeren van klimaatadaptieve inrichting. De voornemens van dit plan worden in nauwe afstemming met waterschappen en andere overheden en met particuliere partijen en inwoners, door de gemeenten ten uitvoer gebracht. In Amstelveen is dat gebeurd met een Plan van Aanpak klimaatadaptatie 20192020, en de opvolger Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026. Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 Op 31 januari 2022 is het Regionaal Waterprogramma NoordHolland 20222027 vastgesteld door Provinciale Staten. Met dit programma wordt invulling gegeven aan het waterbeleid in de Omgevingsvisie NH2050 voor zover het uitvoering van Europese Toelichting Bestemmingsplan De Scheg Midden (9102024)
43
richtlijnen over water betreft. Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma's oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico's is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het beheergebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waterschap AGV is de beheerder van de regionale wateren in een gebied van 700 km2, grofweg tussen Amsterdam en Utrecht. Het waterschap is een overheidsorganisatie, die zorgt voor veiligheid achter de dijken en voor voldoende en schoon oppervlaktewater. Waterbeheerprogramma 2022-2027 AGV Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen nodig zijn om de watertaken goed te kunnen uitvoeren. Dit gebeurt in het Waterbeheerprogramma (WBP), dat een instrument is onder de nieuwe Omgevingswet. Het meest recente waterbeheerprogramma van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is vastgesteld voor de periode van 20222027.