CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels vast te stellen bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 7 juli 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitplan Uilenstede - Kronenburg28.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

bouwwerken worden gasloos gerealiseerd, met dien verstande dat geen gasaansluitingen worden aangelegd op een gasnetwerk met fossiele brandstoffen. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen; b. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; c. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1van deze planregels. 8.3 Nadere eisen

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

31

a. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen. b. het bevoegd gezag kan, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken. 8.4 Parkeernormen en laden en lossen 8.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

8.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 8.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 8.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 8.4.4 Afwijken parkeernormen specifiek In afwijking van het gestelde in de artikel 8.4.1 geldt voor de onderstaande functies de volgende (fiets)parkeernormen: a. horeca categorie 6: 0,2 parkeerplaatsen per kamer en 0,5 fietsparkeerplaatsen per kamer.

8.4.5 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 8.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

32

8.4.6 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 8.5 specifieke gebruiksregels 8.5.1 Specifiek gebruik Voor de in artikel 8.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. ten aanzien van de in artikel 8.1 onder a. genoemde horeca van categorie 6 geldt een maximum van 380 kamers; b. ten aanzien van de in artikel 8.1 onder a. genoemde horeca van categorie 1 en 2 geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte van 450 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2, Gemengd-3 en Gemengd-4; c. ten aanzien van de in artikel 8.1 onder c genoemde functie geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto oppervlakte van 650 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2 tot en met Gemengd-7; 8.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in Bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten; c. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 8.4; f. het gebruik van gronden en bouwwerken, zodanig dat er sprake is van een significant effect op een Natura2000-gebied door een toename van stikstofdepositie. Er is sprake van een toename wanneer de stikstofdepositie als gevolg van de stikstofemissie meer bedraagt dan de stikstofdepositie ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige legale gebruik van de gronden en bouwwerken. 8.6 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van: a. het bepaalde in lid 8.5.2 sub b en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 onder de categorieën 1, 2; b.

het bepaalde in 8.5.2 sub f in die zin dat gronden en bouwwerken zodanig worden gebruikt dat een significant effect op een Natura2000-gebied ontstaat door stikstofdepositie, mits hiervoor een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

33

Artikel 9

Gemengd - 4

9.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 4 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. studentenwoningen; b. horeca categorie 1, 2 en 6 c. dienstverlenend bedrijf; met de daarbij behorende: d. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; e. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; f. toegangs- en ontsluitingswegen; g. kunstwerken; h. kunstobjecten; i. voet- en fietspaden; j. openbaar toegankelijk gebied: k. terrassen ten behoeve van toegestane horeca; l. gemeenschapsruimten: m. tuinen en erven; n. groenvoorzieningen; o. water; p. waterhuishoudkundige voorzieningen; q. watergangen; r. bouwwerken geen gebouw zijnde; s. openbare nutsvoorzieningen; t. straatmeubilair.

9.2 bouwregels 9.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale footprint ter plaatse van de aanduiding 'sba-1' is 3.200 m2; c. de maximale footprint ter plaatse van de aanduiding 'sba-2' is 3.750 m2; d. de maximale footprint ter plaatse van de aanduiding 'sba-3' is 2.900 m2; e. de maximale footprint ter plaatse van de aanduiding 'sba-4' is 650 m2; f. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; g. Het maximale bruto vloeroppervlak binnen de bestemming is 58.000 m²; h. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient minimaal 80% van de aan die zijde gelegen gevel van het gebouw te worden opgericht in deze lijn; i. de regels onder a. tot en met h. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels; j. bouwwerken worden gasloos gerealiseerd, met dien verstande dat geen gasaansluitingen worden aangelegd op een gasnetwerk met fossiele brandstoffen. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

34

c. perceel-en erfafscheidingen (met uitzondering van slagbomen) zijn niet toegestaan; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 9.3 nadere eisen a. ten aanzien van de studentenwoningen geldt dat 100% van de studentenwoningen in de categorie sociale huur dient te vallen. b. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken ter voorkoming of beperking van windhinder. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een hoogbouweffectrapportage aan hen te overleggen. c. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen. d. het bevoegd gezag kan, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken; e.

het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen ten aanzien van geluidadaptief bouwen, om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren. 9.4 Parkeernormen en laden en lossen 9.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 9.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

9.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 9.4.1omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

35

d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 9.4.4 Afwijken parkeernormen specifiek In afwijking van het gestelde in de artikel 9.4.1 geldt voor de onderstaande functies de volgende (fiets)parkeernormen: a. studentenwoning: 0,04 parkeerplaatsen per studentenwoning en 1 fietsparkeerplaats per studentenwoning. b. horeca categorie 6 : 0,2 parkeerplaatsen per kamer en 0,5 fietsparkeerplaatsen per kamer; 9.4.5 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 9.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 9.4.6 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 9.5 specifieke gebruiksregels 9.5.1 Specifiek gebruik Voor de in artikel 9.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. ten aanzien van de in artikel 9.1 onder a genoemde studentenwoningen geldt een maximum van 950 studentenwoningen; b.

ten aanzien van de in artikel 9.1 onder b. genoemde horeca in categorie 6 geldt een maximum van 550 kamers; c. ten aanzien van de in artikel 9.1 onder b genoemde horeca van categorie 1 en 2 geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte van 450 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2, Gemengd-3 en Gemengd-4; d. ten aanzien van de in artikel 9.1 onder c genoemde functie geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto oppervlakte van 650 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2 tot en met Gemengd-7; e. behoudens de in artikel 9.1 onder a genoemde functies zijn nieuwe geluidgevoelige functies (of gebouwen) niet toegestaan; f. nieuwe functies voor minder zelfredzame personen zijn niet toegestaan. 9.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in Bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

36

c. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan huis gebonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van andere doelgroepen dan studenten. g. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 9.4; h. het gebruik van gronden en bouwwerken, zodanig dat er sprake is van een significant effect op een Natura2000-gebied door een toename van stikstofdepositie. Er is sprake van een toename wanneer de stikstofdepositie als gevolg van de stikstofemissie meer bedraagt dan de stikstofdepositie ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige legale gebruik van de gronden en bouwwerken. 9.6 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van: a.

het bepaalde in lid 9.5.2 onder b en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 onder de categorieën 1, 2; b. het bepaalde in 9.5.2 sub h in die zin dat gronden en bouwwerken zodanig worden gebruikt dat een significant effect op een Natura2000-gebied ontstaat door stikstofdepositie, mits hiervoor een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

37

Artikel 10

Gemengd - 5

10.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. dienstverlenend bedrijf; c. horeca in categorie 1 en 2 waaronder een foodcourt; d. detailhandel waaronder een supermarkt; met de daarbij behorende: e. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; f. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; g. toegangs- en ontsluitingswegen; h. kunstwerken; i. kunstobjecten; j. voet- en fietspaden; k. openbaar toegankelijk gebied: l. terrassen ten behoeve van toegestane horeca; m. tuinen en erven; n. groenvoorzieningen; o. water; p. waterhuishoudkundige voorzieningen; q. watergangen; r. bouwwerken geen gebouw zijnde; s. openbare nutsvoorzieningen; t. straatmeubilair. 10.2 bouwregels 10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale footprint binnen de bestemming is 2.278 m2; c. het maximale bruto vloeroppervlak binnen de bestemming is 14.000 m2; d. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; e. de regels onder a. tot en met d. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels; f.

bouwwerken worden gasloos gerealiseerd, met dien verstande dat geen gasaansluitingen worden aangelegd op een gasnetwerk met fossiele brandstoffen. 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; c. perceel-en erfafscheidingen (met uitzondering van slagbomen) zijn niet toegestaan; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 10.3 Nadere eisen

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

38

a. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen. b. het bevoegd gezag kan, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken. 10.4 Parkeernormen en laden en lossen 10.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

10.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 10.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 10.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 10.4.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 10.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b.

voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 10.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

39

10.5 specifieke gebruiksregels 10.5.1 Specifiek gebruik Voor de in artikel 10.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. ten aanzien van de in artikel 10.1 onder a genoemde kantoren geldt een maximum bruto vloeroppervak van 10.000 m²; b. ten aanzien van de in artikel 10.1 onder b genoemde functie geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto oppervlakte van 650 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2 tot en met Gemengd-7; c. ten aanzien van de in artikel 10.1 onder c genoemde horeca van categorie 1 en 2 geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte van 800 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-5 en Gemengd-6; d. ten aanzien van de in artikel 10.1 onder d genoemde detailhandel geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte binnen de bestemmingen Gemengd - 5 en Gemengd - 6 van 1.500 m². waaronder een supermarkt met een maximum bruto vloeroppervlak van 750 m²; e. nieuwe geluidgevoelige functies (of gebouwen) niet toegestaan; f. nieuwe functies voor minder zelfredzame personen zijn niet toegestaan. 10.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1.

eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in Bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten; c. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 10.4; f. het gebruik van gronden en bouwwerken, zodanig dat er sprake is van een significant effect op een Natura2000-gebied door een toename van stikstofdepositie. Er is sprake van een toename wanneer de stikstofdepositie als gevolg van de stikstofemissie meer bedraagt dan de stikstofdepositie ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige legale gebruik van de gronden en bouwwerken. 10.6 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van: a.

het bepaalde in lid 10.5.2 onder b en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 onder de categorieën 1, 2; b. het bepaalde in 10.5.2 sub f in die zin dat gronden en bouwwerken zodanig worden gebruikt dat een significant effect op een Natura2000-gebied ontstaat door stikstofdepositie, mits hiervoor een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

40

Artikel 11

Gemengd - 6

11.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 6' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. studentenwoningen; b. dienstverlenend bedrijf; c. horeca in categorie 1 en 2; d. detailhandel; e. kantoren; met de daarbij behorende: f. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; g. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; h. toegangs- en ontsluitingswegen; i. kunstwerken; j. kunstobjecten; k. voet- en fietspaden; l. gemeenschapsruimten: m. openbaar toegankelijk gebied: n. terrassen ten behoeve van toegestane horca; o. tuinen en erven; p. groenvoorzieningen; q. water; r. waterhuishoudkundige voorzieningen; s. watergangen; t. bouwwerken geen gebouw zijnde; u. openbare nutsvoorzieningen; v. straatmeubilair. 11.2 bouwregels 11.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale footprint binnen de bestemming is 3.310 m2; c. het maximale bruto vloeroppervlak binnen de bestemming is 18.500 m2; d. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; e. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient minimaal 80% van de aan die zijde gelegen gevel van de eerste 4 bouwlagen van de gebouwen te worden opgericht in deze lijn; f. de regels onder a. tot en met e.

vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels; g. bouwwerken worden gasloos gerealiseerd, met dien verstande dat geen gasaansluitingen worden aangelegd op een gasnetwerk met fossiele brandstoffen. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; c. perceel-en erfafscheidingen (met uitzondering van slagbomen) zijn niet toegestaan;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

41

d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 11.3 Nadere eisen a. ten aanzien van de studentenwoningen geldt dat 100% van de studentenwoningen in de categorie sociale huur dient te vallen. b. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken ter voorkoming of beperking van windhinder. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een hoogbouweffectrapportage aan hen te overleggen. c. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen. d. het bevoegd gezag kan, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken; e.

het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen ten aanzien van geluidadaptief bouwen, om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren. 11.4 Parkeernormen en laden en lossen 11.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 11.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

11.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 11.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

42

11.4.4 Afwijken parkeernormen specifiek In afwijking van het gestelde in de artikel 11.4.1 geldt voor de onderstaande functies de volgende (fiets)parkeernormen: a. studentenwoning: 0,04 parkeerplaatsen per studentenwoning en 1 fietsparkeerplaats per studentenwoning. 11.4.5 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 11.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 11.4.6 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 11.5 specifieke gebruiksregels 11.5.1 Specifiek gebruik Voor de in artikel 11.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. ten aanzien van de in artikel 11.1 onder a genoemde studentenwoningen geldt een maximum van 400 studentenwoningen; b.

ten aanzien van de in artikel 11.1 onder b genoemde functie geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto oppervlakte van 650 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2 tot en met Gemengd-7; c. ten aanzien van de in artikel 11.1 onder c genoemde horeca van categorie 1 en 2 geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte van 800 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-5 en Gemengd-6; d. ten aanzien van de in artikel 10.1 onder d genoemde detailhandel geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte binnen de bestemmingen Gemengd - 5 en Gemengd - 6, van 1.500 m². waaronder een supermarkt met een maximum bruto vloeroppervlak van 750 m²; d. het totale maximale bruto vloeroppervlak aan kantoren binnen de bestemmingen Gemengd - 6 en Kantoor ter plaatse van de functieaanduiding ‘kantoor’ mag gezamenlijk niet meer bedragen dan 38.000 m²; e. behoudens de in artikel 11.1 onder a genoemde functies zijn nieuwe geluidgevoelige functies (of gebouwen) niet toegestaan; f. nieuwe functies voor minder zelfredzame personen zijn niet toegestaan. 11.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1.

eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in Bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

43

c. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan huis gebonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van andere doelgroepen dan studenten. g. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 11.4; h. het gebruik van gronden en bouwwerken, zodanig dat er sprake is van een significant effect op een Natura2000-gebied door een toename van stikstofdepositie. Er is sprake van een toename wanneer de stikstofdepositie als gevolg van de stikstofemissie meer bedraagt dan de stikstofdepositie ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige legale gebruik van de gronden en bouwwerken. 11.6 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van: a.

het bepaalde in lid 11.5.2 onder b en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 onder de categorieën 1, 2; b. het bepaalde in 11.5.2 sub h in die zin dat gronden en bouwwerken zodanig worden gebruikt dat een significant effect op een Natura2000-gebied ontstaat door stikstofdepositie, mits hiervoor een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

44

Artikel 12

Gemengd - 7

12.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 7' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. studentenwoningen; b. horeca categorie 1, 2 en 6 c. dienstverlenend bedrijf; d. sportvoorzieningen; met de daarbij behorende: e. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; f. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; g. toegangs- en ontsluitingswegen; h. kunstwerken; i. kunstobjecten; j. voet- en fietspaden; k. openbaar toegankelijk gebied: l. terrassen ten behoeve van toegestane horeca; m. gemeenschapsruimten: n. tuinen en erven; o. groenvoorzieningen; p. water; q. waterhuishoudkundige voorzieningen; r. watergangen; s. bouwwerken geen gebouw zijnde; t. openbare nutsvoorzieningen; u. straatmeubilair. 12.2 bouwregels 12.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale footprint ter plaatse van de aanduiding 'sba-1' is 2.860 m2; c. de maximale footprint ter plaatse van de aanduiding 'sba-2' is 3.300 m2; d. de maximale footprint ter plaatse van de aanduiding 'sba-3' is 2.000 m2; e. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; f. Het maximale bruto vloeroppervlak binnen de bestemming is 57.500 m²; g.

ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient minimaal 80% van de aan die zijde gelegen gevel van het gebouw te worden opgericht in deze lijn; h. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient een onderdoorgang te worden gerealiseerd met een minimale hoogte van 9 meter en een minimale breedte van 14 meter; i. ter plaatse van de aanduiding 'sba-4' wordt de maximale bouwhoogte vanaf de aangrenzende laagste maximale bouwhoogte telkens met minimaal 2 en maximaal 5 bouwlagen trapsgewijs verhoogd tot de aangrenzende hoogste maximale bouwhoogte is bereikt; j. de regels onder a. tot en met i. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

45

k. bouwwerken worden gasloos gerealiseerd, met dien verstande dat geen gasaansluitingen worden aangelegd op een gasnetwerk met fossiele brandstoffen. 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; c. perceel-en erfafscheidingen (met uitzondering van slagbomen) zijn niet toegestaan; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels; e. ter plaatse van de aanduiding 'sba-3' is het boven op het toegestane gebouw toegestaan lichtmasten, hekwerken en transparante wanden te plaatsen ten behoeve van sportvelden, met een maximale hoogte van 6 meter vanaf het dak van het gebouw. 12.3 nadere eisen a. ten aanzien van de studentenwoningen geldt dat 100% van de studentenwoningen in de categorie sociale huur dient te vallen. b. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken ter voorkoming of beperking van windhinder. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een hoogbouweffectrapportage aan hen te overleggen. c.

het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen. d. het bevoegd gezag kan, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken; e. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen ten aanzien van geluidadaptief bouwen, om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren. 12.4 Parkeernormen en laden en lossen 12.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

12.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

46

12.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 12.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 12.4.4 Afwijken parkeernormen specifiek In afwijking van het gestelde in de artikel 12.4.1 geldt voor de onderstaande functies de volgende (fiets)parkeernormen: a. studentenwoning: 0,04 parkeerplaatsen per studentenwoning en 1 fietsparkeerplaats per studentenwoning. b. horeca categorie 6 : 0,2 parkeerplaatsen per kamer en 0,5 fietsparkeerplaatsen per kamer; 12.4.5 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 12.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a.

het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 12.4.6 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 12.5 specifieke gebruiksregels 12.5.1 Specifiek gebruik Voor de in artikel 12.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. ten aanzien van de in artikel 12.1 onder a genoemde studentenwoningen geldt een maximum van 750 studentenwoningen, uitsluitend mogelijk ter plaatse van aanduiding sba-1 en sba-2; b. ten aanzien van de in artikel 12.1 onder b. genoemde horeca in categorie 6 geldt een maximum van 450 kamers, uitsluitend mogelijk ter plaatse van aanduiding sba-1 en sba-2; c. ten aanzien van de in artikel 12.1 onder b genoemde horeca van categorie 1 en 2 geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een maximum bruto vloeroppervlakte van 1.250 m2; d.

ten aanzien van de in artikel 12.1 onder c genoemde functie geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto oppervlakte van 650 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2 tot en met Gemengd-7; e. ten aanzien van de onder in artikel 12.1 onder d genoemde sportvoorzieningen geldt een maximum bruto vloeroppervlak van 3.300 m2, met een maximum bruto

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

47

vloeroppervlak van 1.800 m2 voor kleinschalige sport en fitness, waarbij uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' een zwembad mag worden opgericht met een maximum bruto vloeroppervlak van 1.230 m2; f. behoudens de in artikel 12.1 onder a genoemde functies zijn nieuwe geluidgevoelige functies (of gebouwen) niet toegestaan; g. nieuwe functies voor minder zelfredzame personen zijn niet toegestaan. 12.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in Bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten; c. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan huis gebonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van andere doelgroepen dan studenten. g.

het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 12.4; h. het gebruik van gronden en bouwwerken, zodanig dat er sprake is van een significant effect op een Natura2000-gebied door een toename van stikstofdepositie. Er is sprake van een toename wanneer de stikstofdepositie als gevolg van de stikstofemissie meer bedraagt dan de stikstofdepositie ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige legale gebruik van de gronden en bouwwerken. 12.6 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van: a. het bepaalde in lid 12.5.2 onder b en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 onder de categorieën 1, 2; b. het bepaalde in 12.5.2 sub h in die zin dat gronden en bouwwerken zodanig worden gebruikt dat een significant effect op een Natura2000-gebied ontstaat door stikstofdepositie, mits hiervoor een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

48

Artikel 13

Groen

13.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. een bouwwerk ten behoeve van een trap naar een ondergrondse fietsenstalling ter plaatse van de aanduiding 'sba-1'; met daaraan ondergeschikt: d. fiets-, voet en ruiterpaden; e. sport- en speelvoorzieningen; f. water, waterlopen en waterpartijen en oevervoorzieningen; g. duikers en duikerbruggen; h. bruggen en landhoofden; i. kunstobjecten; j. kunstwerken; k. straatmeubilair; l. in- en uitritten voor naastgelegen functies; met de daarbij behorende: m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 13.2 bouwregels 13.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van een ondergrondse parkeergarage ten dienste van de naastgelegen bestemming, ter plaatse van de aanduiding 'ondergrondse parkeergarage'. 13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van lichtmasten en kunstwerken mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter; d. ter plaatse van de aanduiding 'sba-1' mag een ondergronds kunstwerk worden opgericht ten behoeve van een trap naar een naastgelegen fietsenstalling.

13.3 specifieke gebruiksregels 13.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. het gebruik van gronden als parkeerplaats; c. het gebruik van gronden als staan- of ligplaats, alsmede kampeerterrein; d. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

49

e. het gebruik van gronden voor sport- of wedstrijdterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport. 13.3.2 Afwijken van het gebruik Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans op basis van de Nota Parkeernormen Amstelveen blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de overige openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 13.3.1 onder b. omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

50

Artikel 14

Horeca

14.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van horecavoorzieningen: b. horeca in de categorie 2 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2'; c. horeca in de categorie 5 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 5'; met de daarbij behorende: d. tuinen, erven en terreinen; e. bouwwerken geen gebouwen zijnde; f. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; g. gemeenschapsruimten; h. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; i. terrassen; j. toegangs- en ontsluitingswegen en andere verhardingen; k. groenvoorzieningen; l. water; m. waterhuishoudkundige voorzieningen; n. watergangen; o. kunstwerken; p. kunstobjecten; met daaraan ondergeschikt: q. horeca in de categorie 1 en 2 ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca van categorie 5'; r. dienstverlenende voorzieningen; s. openbare nutsvoorzieningen. 14.2 bouwregels 14.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden. d.

het maximum bebouwd oppervlak ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak (m²)’ mag niet worden overschreden; e. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient minimaal 80% van de aan die zijde gelegen gevel van de gebouwen te worden opgericht in deze lijn; f. de regels onder a. tot en met e. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; c. perceel-en erfafscheidingen zijn niet toegestaan; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

51

14.3 Nadere eisen a. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken ter voorkoming of beperking van windhinder. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een hoogbouweffectrapportage aan hen te overleggen. b. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen. c. het bevoegd gezag kan, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken. 14.4 Parkeernormen en laden en lossen 14.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'.

Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 14.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 14.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 14.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd.

14.4.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 14.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

52

14.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 14.5 specifieke gebruiksregels 14.5.1 Specifiek gebruik Voor de in artikel 14.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden dan wel duurzaam elders gegarandeerd te zijn; 14.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gebouwen voor bewoning; b. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; d. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting. e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 14.4

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

53

Artikel 15

Kantoor

15.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van kantoren; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; d. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; e. toegangs- en ontsluitingswegen; f. kunstwerken; g. kunstobjecten; h. voet- en fietspaden; i. openbaar toegankelijk gebied: j. tuinen, erven en terreinen; k. groenvoorzieningen; l. water; m. waterhuishoudkundige voorzieningen; n. watergangen; o. openbare nutsvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: p. horecavoorzieningen tot en met categorie 2 ten dienste van de bestemming. q. terrassen ten behoeve van toegstane horeca; 15.2 bouwregels 15.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage bedraagt 100%, tenzij anders is aangeduid; c. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de hoogte van kunstwerken mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van palen en (licht-)masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 15.3 Parkeernormen en laden en lossen 15.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

54

voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 15.3.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 15.3.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 15.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d.

strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 15.3.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 15.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 15.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 15.4 specifieke gebruiksregels 15.4.1 Specifiek gebruik Voor de in artikel 15.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. het totale maximale bruto vloeroppervlak aan kantoren ter plaatse van de functieaanduiding ‘kantoor’ en binnen de bestemming Gemengd - 6 mag gezamenlijk niet meer bedragen dan 38.000 m²; 15.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; a.

het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen met een hoogte van meer dan 2 meter;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

55

b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 15.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=e2d73f97-caf1-4aff-a033-f53b302c9200