Regels vast te stellen bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
Tekst van het document
REGELS
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Bedrijf Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorziening Artikel 5 Cultuur en ontspanning Artikel 6 Gemengd - 1 Artikel 7 Gemengd - 2 Artikel 8 Gemengd - 3 Artikel 9 Gemengd - 4 Artikel 10 Gemengd - 5 Artikel 11 Gemengd - 6 Artikel 12 Gemengd - 7 Artikel 13 Groen Artikel 14 Horeca Artikel 15 Kantoor Artikel 16 Sport - Sporthal Artikel 17 Tuin Artikel 18 Verkeer Artikel 19 Verkeer - Openbaar Vervoer Artikel 20 Verkeer - Parkeren Artikel 21 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 22 Water Artikel 23 Wonen - 1 Artikel 24 Wonen - 2 Artikel 25 Leiding - Gas Artikel 26 Waarde - Archeologie 2 Artikel 27 Waarde - Archeologie 5 Artikel 28 Waterstaat - Waterkering Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 29 Anti-dubbeltelregel Artikel 30 Algemene bouwregels Artikel 31 Algemene afwijkingsregels Artikel 32 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1 nr 4 Artikel 33 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2 toetshoogtes Artikel 34 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a toetshoogtes radar Artikel 35 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.3 Artikel 36 Veiligheidszone - gasstation Artikel 37 Wro-zone wijzigingsgebied Artikel 38 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 39 overgangsrecht Artikel 40 slotregel
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
2
3 4 16 17 18 20 21 24 27 31 34 38 41 45 49 51 54 57 59 62 63 64 65 67 68 71 74 76 79 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
3
Artikel 1
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Uilenstede - Kronenburg" van de gemeente Amstelveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0362.20A-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.4 aan- en uitbouw: een gebouw aan een hoofdgebouw waarmee het in verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aaneengebouwde woning: een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen; 1.8 aanpijling: een blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemming/aanduiding van toepassing is op de aangepijlde gronden; 1.9 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.10 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.11 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 1.13 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen
van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen,
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
4
detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.14 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 1.16 belemmerde strook: geprojecteerde zone ter weerszijde van de leiding ter waarborging van een veilig en bedrijfszeker gastransport en ter beperking van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de leiding(en). Op deze gronden is het oprichten van bebouwing en het uitvoeren van een aantal werkzaamheden niet zondermeer toegestaan. De belemmerde strook dient in principe obstakelvrij te blijven; 1.17 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q.
een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.18 bestaand bouwwerk: een bouwwerk, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.19 Bestaand gebruik het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en in gebruik is genomen conform de geldende gebruiksregels of een omgevingsvergunning; 1.20 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.21 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.22 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.23 boeiboord: de opstaande kant van een dakgoot, of opstaande kant bij platte daken; 1.24 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.25 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
5
1.26 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.27 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.28 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.29 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.30 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.31 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.32 carport: een met, maximaal twee zijden, wanden omsloten overdekte ruimte ten behoeve van de stalling van (motor-)voertuigen; 1.33 containerbergingen: bergingen voor de kliko's/rolemmer;
1.34 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.35 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.36 dakkaper: een dakkapel met een schuin dakvlak in dezelfde hoek als het dak, waarbij de nok wordt verhoogd; 1.37 dakopbouw: een toevoeging aan de bouwmassa van een (hoofd)gebouw vanaf het bestaande dakvlak, waarbij gehele of gedeeltelijke verhoging van het oorspronkelijk dakvlak plaatsvindt; 1.38 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.39 detailhandel:
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
6
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.40 detailhandel ondergeschikt: staat ten dienste van de hoofdbestemming met een oppervlak van 10% van het bruto vloeroppervlak tot een maximum van 100 m². Ondergeschikte detailhandel bij cateringbedrijven en groothandels op bedrijventerreinen in branches die relevant zijn voor de hoofdwinkel structuur (dagelijkse goederen zoals kleding en textielzaken, huishoudelijke artikelen en consumentenelektronica) is niet toegestaan.
Verkoop van ter plaatse gemaakte producten wordt niet beschouwd ten dienste van de hoofdbestemming van het gebouw te zijn; 1.41 dienstverlenend bedrijf: bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen; 1.42 dove gevel: een gevel zonder te openen delen; 1.43 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.44 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.45 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.46 erfafscheiding: bouwwerk op of in de directe nabijheid van een erfgrens bedoeld om een erf, tuin of terrein af te scheiden; 1.47 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander gebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw.
De uitbouw dient uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.48 evenement: een voor publiek toegankelijke gebeurtenis op of aan de weg, binnen gebouwen of op het openbare water met uitzondering van manifestaties, betogingen, jaar- en weekmarkten; 1.49 footprint het oppervlak van het gebouw op de eerste laag binnen de buitenmuren. 1.50 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
7
1.51 geluidgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van andere geluidgevoelige gebouwen en andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.52 geluidreducerende maatregelen: fysieke en niet-fysieke maatregelen gericht op het reduceren van de geluidsbelasting vanwege industrie-, bedrijfs- of wegverkeerslawaai op geluidsgevoelige objecten, of maatregelen die daar niet specifiek op gericht zijn doch wel tevens een geluidsreducerende uitwerking hebben, zoals bijvoorbeeld verkeersmaatregelen, het aanbrengen van geluidsarm asfalt, geluidswallen of -schermen of de aanleg van nieuwe wegen elders die tot gevolg hebben dat de verkeers- en de geluidsbelasting afneemt; 1.53 geluidwerende voorzieningen: voorzieningen bedoeld voor het beperken van de geluidhinder; 1.54 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone (50 dB (A) contour Zonebesluit) moet worden vastgesteld; 1.55 gemeenschapsruimte: ruimte in een gebouw bedoeld als faciliteit voor studenten om te studeren, recreëren en ontmoeten.
1.56 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.57 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder; 1.58 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.59 hoofdverblijf: de plaats waar een persoon gedurende een jaar het merendeel van de nachten doorbrengt en waar het sociale leven van deze persoon zich afspeelt; 1.60 hoogtescheidingslijn: een aangegeven lijn welke de grens vormt van een gedeelte van een bebouwingsvlak waar een bepaalde hoogte is toegestaan; 1.61 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, afhaalrestaurants, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.62 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.63 horeca 3, cafés, eetcafe's, bars:
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
8
inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van dranken dan wel op het verstrekken van kleine etenswaren; 1.64 horeca 4, dancings, discotheken, nachtclubs: een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcohol en niet alcohol-houdende dranken, zoals een dancing of discotheek; 1.65 horeca 5, hotel: een bedrijf, dat is gericht op het verschaffen van logies en het daarmee verband houdende ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en al dan niet ruimte biedt voor vergaderingen en cursussen; 1.66 horeca 6, extended stay: het bedrijfsmatig aanbieden van logies anders dan in een woning voor kortstondig verblijf conform de definitie als genoemd in de nota Accomodatiestrategie en Toeristenbelasting van de gemeente Amstelveen. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt met betrekking tot het begrip rekening gehouden met de wijziging van deze regels; 1.67 huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; 1.68 kampeermiddel: <0000> <0000> <0000>
een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
1.69 kamperen: a. het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk, dat ter beschikking is gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension, een woning of een tuinhuis; b. het plaatsen danwel geplaatst houden van kampeermiddelen; een en ander voor zover de onder a. en b. bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.70 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.71 karakteristiek: panden, objecten en gronden met waarden die bescherming genieten in het kader van de Erfgoedwet; 1.72 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van onder meer vruchten, bloemen of planten; 1.73 kruin:
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
9
hoogste punt van het wegbaangedeelte veiligheidsstroken en bermen;
dat
is
ingenomen
door
rijbanen,
1.74 kunstobject: voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.75 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.76 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.77 kwetsbaar object, beperkt: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q.
een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.78 langzaam-verkeerszone: een begrensd gebied ter bundeling van fiets-, ruiter- en/of voetpaden; 1.79 lessenaarsdak: dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak; 1.80 ligplaats: Een gedeelte van het openbaar water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.81 loopbrug: een (overdekte) brug voor voetgangers tussen gebouwen; 1.82 loopplank Voorziening om op de wal te komen; 1.83 maatschappelijke dienstverlening: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben; 1.84 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.85 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijk terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.86 mansardekap: kapvorm met gebroken, naar buiten geknikte, hellende dakvlakken die in de nok samenkomen, waarbij de dakhelling van het onderste dakvlak (maximaal 60% van het vlak) steiler is dan het
bovenste dakvlak;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
10
1.87 mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.88 minder zelfredzame personen personen die niet over het fysieke en/of verstandelijke vermogen beschikken om zichzelf in veiligheid te brengen in geval van een calamiteit. De volgende personen/groepen worden in ieder geval als minder zelfredzaam gedefinieerd: <0000> kinderen onder 12 jaar; <0000> zieken; <0000> bejaarden; <0000> gehandicapten. 1.89 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.90 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut; 1.91 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.92 ondergeschikte horeca: horeca vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen horeca is en waarvan de hoofdfunctie aantoonbaar is, zoals een kantine bij een sportaccommodatie; 1.93 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen,
vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.94 onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde zelfstandige woonruimte; 1.95 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.96 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.97 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
11
c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil; 1.98 platte afdekking: een horizontaal vlak ter afdekking van een gebouw; 1.99 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.100 reclame-object: bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uiting(en); 1.101 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.102 risicovolle inrichting: een inrichting, waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q.
een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.103 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.104 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.105 sociale huurwoning huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1. eerste lid onder d.
van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.106 souterrain: bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het peil is gelegen; 1.107 standplaats: het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats uitoefenen van detailhandel of diensten al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.108 stikstofdepositie
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
12
neerslag van stikstofverbindingen uit de lucht op een oppervlakte, uitgedrukt in mol per hectare per jaar; 1.109 straatmeubilair: de bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen: abri´s, afvalbakken, (ondergrondse) afvalcontainers, alarmeringsinstallaties met bijbehorende antennes, bloemenof plantenbakken, brandkranen, draagconstructies voor reclame, fietsenrekken, gedenktekens, lichtmasten, parkeermeters, schakelkasten, speeltoestellen, straatverlichting, telefooncellen met bijbehorende antennes, urinoirs, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeerslichten, vitrines, voorwerpen van beeldende kunst, bewegwijzering en zitbanken; onder straatmeubilair worden niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen; 1.110 student: persoon die ingeschreven is bij een voltijds studie aan een MBO-, HBO- of universiteit, dan wel een persoon die niet langer dan 6 maanden uitgeschreven is bij een voltijds studie aan een MBO-, HBO- of universiteit; 1.111 studentenwoning: een zelfstandige dan wel onzelfstandige woonruimte ten behoeve van de huisvesting van één student; 1.112 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.113 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen betaling dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.114 toeristisch
bedrijf: economische bedrijfsactiviteiten gericht op het aantrekken van toeristen en bezoekers; 1.115 verkooppunt voor motorbrandstoffen: een inrichting, waar door middel van één of meer pompinstallaties motorbrandstoffen worden verkocht en geleverd eventueel in combinatie met ondergeschikte detailhandel en/of wasstraat; 1.116 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.117 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.118 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.119 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
13
1.120 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen. Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.121 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.122 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.123 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.124 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter
inzage leggen van dit plan; 1.125 Wonen het met het oogmerk daar permanent verblijf te houden gebruiken van woonruimte door een huishouden; 1.126 woning: zelfstandige woonruimte; 1.127 woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning zowel ten behoeve van permanente als niet-permanente bewoning; 1.128 woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.129 woonschip: een vaartuig, hoe ook genaamd en van welke aard ook, uitsluitend of hoofdzakelijk gebezigd als of bestemd voor woon- of nachtverblijf van een of meer personen. Onder woonschip wordt mede verstaan een woonschip in aanbouw, alsmede een casco, dat tot woonschip kan worden op- omgebouwd of verbouwd; 1.130 zelfstandige woonruimte
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
14
woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte; 1.131 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden; 1.132 zoneringsregeling: de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan geldende regels inzake de zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen en watertransportleidingen.
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
15
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijbehorende bouwwerken, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.8 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van de footprints van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.9 vrije hoogte: de verticale afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het maaiveld en de onderkant van het laagste, daarboven gelegen constructiedeel.
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
16
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
17
Artikel 3
Bedrijf
3.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van bedrijven die vallen in categorie 1 t/m 3.1 voor zover deze behoren tot de van deze planregels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1), met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen, alsmede, met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen; b. een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'; c. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; met de daarbij behorende: d. bouwwerken geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: e. detailhandel ten dienste van de bestemming; f. ontsluitingswegen en andere verhardingen; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. water, waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. openbare nutsvoorzieningen. 3.2 bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van de in lid 3.1 genoemde gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; c. het bebouwingspercentage bedraagt 100%, tenzij anders is aangeduid; d.
de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht)masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 7 meter bedragen; c. de regels onder a. en b. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 3.3 specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
18
b. het gebruik van gebouwen voor meer dan 30% voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een bedrijfsactiviteit; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1) onder de categorieën 1, 2 en 3.1; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige detailhandel; e. het gebruik van onbebouwde gronden gelegen buiten het bouwvlak voor opslag van goederen met een hoogte van meer dan 2 meter; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 3.4 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van het bepaalde in lid 3.3.1 sub c. en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1, 2 en 3.1.
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
19
Artikel 4
Bedrijf - Nutsvoorziening
4.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf – gasdrukmeet- en regelstation", een gasdruk meet- en regelstation; b. gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening, waterzuiveringsinstallatie en warmte- en koudeopslag en daarmee gelijk te stellen gebouwen. met de daarbij behorende: c. bouwwerken geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: d. ontsluitingswegen en andere verhardingen; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. water, waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. openbare nutsvoorzieningen. 4.2 bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte is maximaal vier meter, tenzij anders aangeduid; c. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3,5 meter bedragen; b. de hoogte van palen en (licht)masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c.
de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen. 4.3 specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van onbebouwde gronden voor de opslag van goederen.
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
20
Artikel 5
Cultuur en ontspanning
5.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van culturele of sociale voorzieningen en welzijnsvoorzieningen, met inbegrip van een verenigingsruimte en vergaderruimten; met de daarbij behorende: b. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; c. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; d. toegangs- en ontsluitingswegen; e. kunstwerken; f. kunstobjecten; g. voet- en fietspaden; h. openbaar toegankelijk gebied: i. tuinen en erven; j. groenvoorzieningen; k. water, waterlopen, waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen; l. bouwwerken geen gebouw zijnde; m. openbare nutsvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: n. horeca categorie 1 en 2 ten dienste van de bestemming; o. detailhandel ten dienste van de bestemming. 5.2 bouwregels 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd, tenzij anders is aangeduid; c. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; c. perceel-en erfafscheidingen zijn niet toegestaan; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 5.3 Parkeernormen en laden en lossen 5.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
21
Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 5.3.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 5.3.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 5.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd.
5.3.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 5.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 5.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 5.4 specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gebouwen voor meer dan 30% voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een bedrijfsactiviteit; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige detailhandel; c. het gebruik van onbebouwde gronden voor de opslag van goederen; d.
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
22
e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze hiervoor is opgenomen in het beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
23
Artikel 6
Gemengd - 1
6.1 bestemmingsomschrijving De voor Gemengd - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2, zoals opgenomen in Bijlage 1 behorende bij deze regels (met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen), detailhandel, dienstverlenend bedrijf, maatschappelijke voorzieningen en kantoren. Het totaal van deze voorzieningen in de bestemmingen Gemengd -1 en Wonen - 2mag niet meer dan 2500 m² b.v.o. bedragen; b. woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, met dien verstande dat het totaal aantal woningen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Wonen - 1 en Wonen - 2 niet meer bedraagt dan 3423; c. horeca categorie 1 en 2 ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca tot en met categorie 2'; met de daarbij behorende: d. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; e. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; f. toegangs- en ontsluitingswegen; g. kunstwerken; h. kunstobjecten; i. voet- en fietspaden; j. openbaar toegankelijk gebied: k. terrassen ten behoeve van toegestane horeca; l. tuinen, erven en terreinen; m. groenvoorzieningen; n. water; o. waterhuishoudkundige voorzieningen; p. watergangen; q. bouwwerken geen gebouw zijnde; r. openbare nutsvoorzieningen; s.
straatmeubiliair. 6.2 bouwregels 6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. e. woningen dienen voor 100% in de woningbouwcategorie sociale huur te worden gebouwd; 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
24
c. perceel-en erfafscheidingen zijn niet toegestaan; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 6.3 Parkeernormen en laden en lossen 6.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 6.3.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
6.3.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 6.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 6.3.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 6.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 6.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b.
de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 6.4 specifieke gebruiksregels 6.4.1 Specifieke gebruiksregels Voor de in artikel 6.1 genoemde gronden gelden de volgende regels:
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
25
a. behoudens de in artikel 6.1 onder b genoemde woningen zijn nieuwe geluidgevoelige functies (of gebouwen) niet toegestaan; b. nieuwe functies voor minder zelfredzame personen zijn niet toegestaan. 6.4.2 Aan-huis-gebonden beroep en/of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 6.4.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in Bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten; b.
het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze hiervoor is opgenomen in het beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning; 6.5 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van a. het bepaalde in lid 6.4.3 sub a en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
26
Artikel 7
Gemengd - 2
7.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. studentenwoningen; b. horeca categorie 1, 2 en 6 c. dienstverlenend bedrijf; d. maatschappelijke voorzieningen in de vorm een medisch cluster; met de daarbij behorende: e. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; f. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; g. toegangs- en ontsluitingswegen; h. kunstwerken; i. kunstobjecten; j. voet- en fietspaden; k. openbaar toegankelijk gebied: l. gemeenschapsruimten: m. tuinen en erven; n. groenvoorzieningen; o. water; p. waterhuishoudkundige voorzieningen; q. watergangen; r. bouwwerken geen gebouw zijnde; s. openbare nutsvoorzieningen; t. straatmeubilair. met daaraan ondergeschikt: u. kantoorruimte ten behoeve van de bestemming. 7.2 bouwregels 7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale footprint ter plaatse van aanduiding 'sba-1' is 2.790 m2; c. de maximale footprint ter plaatse van aanduiding 'sba-2' is 755 m2 ; d. het maximale bruto vloeroppervlak binnen de bestemming is 23.500 m2; e. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; f.
ten aanzien van niet inpandige gebouwde fietsenstallingen geldt een maximum bouwhoogte van 3 meter; g. de regels onder a. tot en met f. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1van deze planregels; h. bouwwerken worden gasloos gerealiseerd, met dien verstande dat geen gasaansluitingen worden aangelegd op een gasnetwerk met fossiele brandstoffen. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 6 meter voor palen, masten en kunstobjecten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; c. perceel- en erfafscheidingen zijn (met uitzondering van slagbomen) niet toegestaan
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
27
d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 7.3 Nadere eisen a. ten aanzien van de studentenwoningen geldt dat 100% van de studentenwoningen in de categorie sociale huur dient te vallen. b. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken ter voorkoming of beperking van windhinder. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een hoogbouweffectrapportage aan hen te overleggen. c. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kan het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen. d. het bevoegd gezag kan, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken; e.
het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen ten aanzien van geluidadaptief bouwen, om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren. 7.4 Parkeernormen en laden en lossen 7.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 7.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
7.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 7.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd.
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
28
7.4.4 Afwijken van de parkeernormen specifiek In afwijking van het gestelde in artikel 7.4.1 gelden voor de onderstaande functies de volgende (fiets)parkeernormen: a. horeca categorie 6: 0,2 parkeerplaatsen per kamer en 0,5 fietsparkeerplaatsen per kamer; b. studentenwoningen: 0,04 parkeerplaatsen per studentenwoning en 1 fietsparkeerplaats per studentenwoning. 7.4.5 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 7.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 7.4.6 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 7.5 Specifieke gebruiksregels 7.5.1 Specifiek gebruik Voor de in artikel 7.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. ten aanzien van de in artikel 7.1 onder a genoemde studentenwoningen geldt een maximum van 400 studentenwoningen; b. ten aanzien van de in artikel 7.1 onder b genoemde horeca van categorie 6 geldt maximum van 200 kamers; c.
ten aanzien van de in artikel 7.1 onder b genoemde horeca van categorie 1 en 2 geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte van 450 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2, Gemengd- en Gemengd-4; d. ten aanzien van de in artikel 7.1 onder c genoemde functie geldt dat deze uitsluitend in de eerste bouwlaag mag worden gerealiseerd en geldt een gezamenlijk maximum bruto oppervlakte van 650 m2 binnen de bestemmingen Gemengd-2 tot en met Gemengd-7; e. ten aanzien van de in artikel 7.1 onder d genoemde functie geldt dat deze uitsluitend in de eerste en tweede bouwlaag mag worden gerealiseerd en dat de totale maximale oppervlakte niet hoger is dan 500 m² b.v.o. f. behoudens de in artikel 7.1 onder a genoemde functies zijn nieuwe geluidgevoelige functies (of gebouwen) niet toegestaan; g. nieuwe functies voor minder zelfredzame personen zijn niet toegestaan. 7.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten;
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
29
c. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan huis gebonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van andere doelgroepen dan studenten; g. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 7.4 h. het gebruik van gronden en bouwwerken, zodanig dat er sprake is van een significant effect op een Natura2000-gebied door een toename van stikstofdepositie. Er is sprake van een toename wanneer de stikstofdepositie als gevolg van de stikstofemissie meer bedraagt dan de stikstofdepositie ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige legale gebruik van de gronden en bouwwerken. 7.6 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van a.
het bepaalde in lid 7.5.2 sub b en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 onder de categorieën 1, 2; b. het bepaalde in 7.5.2 sub h in die zin dat gronden en bouwwerken zodanig worden gebruikt dat een significant effect op een Natura2000-gebied ontstaat door stikstofdepositie, mits hiervoor een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag.
Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
30
Artikel 8
Gemengd - 3
8.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca in de categorie 1, 2 en 6; b. kantoren; c. dienstverlenend bedrijf; met de daarbij behorende: d. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten; e. gebouwde en ongebouwde en inpandige fietsenstallingen; f. toegangs- en ontsluitingswegen; g. kunstwerken; h. kunstobjecten; i. voet- en fietspaden; j. gemeenschapsruimten: k. openbaar toegankelijk gebied: l. terrassen ten behoeve van toegestane horeca; m. tuinen en erven; n. groenvoorzieningen; o. water; p. waterhuishoudkundige voorzieningen; q. watergangen; r. bouwwerken geen gebouw zijnde; s. openbare nutsvoorzieningen; t. straatmeubilair. 8.2 bouwregels 8.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het maximale bruto vloeroppervlak binnen de bestemming is 27.500 m2; c. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. ten aanzien van niet inpandige gebouwde fietsenstallingen geldt een maximum bouwhoogte van 3 meter; e. de regels onder a. tot en met d. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels; f.