CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels vast te stellen bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 7 juli 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitplan Uilenstede - Kronenburg28.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

56

Artikel 16

Sport - Sporthal

16.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Sport - Sporthal' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van sportvoorzieningen en bewegingsonderwijs met de daarbij behorende voorzieningen zoals tribunes, kleedruimtes, vergaderruimten, opslagruimten en een kantine. met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. gebouwde dan wel ongebouwde parkeervoorzieningen; d. fietsenstallingen; e. fiets- en voetpaden; f. ontsluitingswegen en andere verhardingen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. openbare nutsvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: k. horeca van categorie 1 en 2 ten dienste van de bestemming; l. terrassen; m. detailhandel ten dienste van de bestemming. 16.2 bouwregels 16.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 7 meter; b. de hoogte van overige palen en (licht-)masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 16.3 Parkeren en laden en lossen 16.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

57

het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 16.3.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 16.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 16.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd.

16.3.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 16.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 16.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 16.4 specifieke gebruiksregels 16.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor opslag van goederen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige horeca; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige detailhandel. e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 16.3 .

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

58

Artikel 17

Tuin

17.1 bestemmingsomschrijving De voor Tuin (T) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. entreeportalen; c. erkers; d. (fietsen-)bergingen; met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: f. verhardingen, paden en terrassen; g. parkeren, indien er een inritconstructies/vergunning aanwezig is. 17.2 bouwregels 17.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens het bepaalde in 17.2.3, 17.2.4 en 17.2.5. 17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen en masten; 2. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; b. voor erf- en perceelafscheidingen bij woningen in een voorerfgebied, dat grenst aan een openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende voorwaarden: 1. de hoogte van de afscheiding in een voorerfgebied mag vanaf het aansluitende terrein niet meer dan 2,00 meter bedragen, mits het voorerfgebied minimaal 2,50 meter diep is ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de woning; 2. een afscheiding van 2,00 meter hoog in het voorerfgebied mag slechts bestaan uit een transparant rasterwerk dat minimaal 90% open van structuur is, en zich leent voor begroeiing; 3.

de bouwhoogte van gemetselde penanten in een voorerfgebied mag niet meer dan 2,00 meter bedragen; 4. een toegangspoort, die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelafscheiding of die geplaatst wordt tussen groenvoorzieningen, mag niet breder zijn dan 4 meter en niet hoger dan 2 meter ten opzichte van het aansluitende terrein. 17.2.3 Erkers Voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels: a. een erker mag alleen worden gebouwd aan een hoofdgebouw; b. de diepte van een erker mag maximaal 1 meter bedragen; c. de breedte van een erker mag maximaal 4/10 deel bedragen van de oorspronkelijke gevelbreedte waar tegenaan wordt gebouwd; d. de hoogte van een erker mag niet hoger zijn dan de bouwhoogte van de aansluitende eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; e. er dient een niet te bebouwen strook in acht te worden genomen: 1. van 1 meter ten opzichte van gronden bestemd voor verkeersdoeleinden en groenvoorzieningen; Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

59

2. ten opzichte van de perceelsgrens minimaal 2 meter; f. het dak van een erker grenzend aan, of uitziend op, de openbare weg mag als balkon/dakterras worden ingericht; g. een erker wordt niet toegestaan indien er ter hoogte van de entree door plaatsing van een bouwwerk als bedoeld in lid 17.2.4 al een overschrijding van de bouwgrens heeft plaatsgevonden of is vergund. 17.2.4 Entreeportalen Voor het bouwen van entreeportalen gelden de volgende regels: a. een entreeportaal mag worden opgericht ter plaatse van en aansluitend op de toegang van hoofdgebouwen; b. de maximum oppervlakte van een entreeportaal bedraagt 5 m²; c. de hoogte van een entreeportaal mag ten hoogste gelijk zijn aan die van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; d. er dient een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht te worden genomen ten opzichte van de gronden bestemd voor verkeer en groen; e. een entreeportaal wordt niet toegestaan indien er door het realiseren van een bouwwerk als bedoeld in lid 17.2.3 al een overschrijding van de bouwgrens heeft plaatsgevonden of is vergund. 17.2.5 Fiets- en containerbergingen Voor het bouwen van fiets- en containerbergingen in een voorerfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bouwwerken bedraagt niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied; b. de oppervlakte van het bouwwerk mag niet meer dan 4 m² bedragen; c.

de hoogte van de berging mag niet meer dan 2 meter bedragen; d. de langste zijde van het bouwwerk is haaks op de voorgevel van de woning gebouwd; e. de afstand van de berging tot de erfgrens, grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied, is minimaal 0,5 meter. 17.3 afwijken van de bouwregels 17.3.1 Afwijken m.b.t. erkers Zolang het ondergeschikte karakter van de erker gehandhaafd blijft, kan met een omgevingsvergunning afgeweken worden van: a. het bepaalde in artikel 17.3.2 sub b tot een diepte van maximaal 2,50 meter onder de voorwaarde dat de niet te bebouwen strook van minimaal gelijke breedte is als de diepte van de erker en tevens wordt voldaan aan het gestelde in artikel 17.2.3 onder e en g; b. het bepaalde in artikel 17.2.3 sub c tot een breedte van maximaal 2/3 van de breedte van het gevelvlak; c. het bepaalde in artikel 17.2.3 sub e onder 1 ter plaatse van de zijgevel tot een diepte tot aan de perceelsgrens wanneer dit een grens met het openbaar gebied is. 17.3.2 Voorwaarden voor afwijken De in lid 17.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits: a. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer van geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde, en; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2.

de woonsituatie; Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

60

3. de verkeersveiligheid; en 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 17.4 specifieke gebruiksregels 17.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van deze gronden voor opslag voor goederen; b. het gebruik van deze gronden ten behoeve van het parkeren indien er geen inritconstructies/vergunning aanwezig is.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

61

Artikel 18

Verkeer

18.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en fietspaden c. in- en uitritten; d. ongebouwde parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. duikers en bruggen; h. viaducten; i. openbaar toegankelijk gebied; j. standplaatsen conform standplaatsenbeleid; k. groenvoorzieningen; l. openbare nutsvoorzieningen; m. straatmeubilair; n. geluidwerende voorzieningen; o. fietsenstallingen; p. kunstwerken; q. kunstobjecten; r. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 18.2 bouwregels 18.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht)masten, mag niet meer bedragen dan 16 meter; b. de hoogte van reclame-uitingen en kunstobjecten en -werken mag niet meer bedragen dan 6 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 3 meter.

18.3 specifieke gebruiksregels 18.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

62

Artikel 19

Verkeer - Openbaar Vervoer

19.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer-Openbaar Vervoer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. openbaar vervoersvoorzieningen; b. wegen; met de daarbij behorende: c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. geluidwerende voorzieningen; e. bruggen; f. viaducten; g. groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i. abri's; j. perrons met de bijbehorende bouwwerken zoals bijvoorbeeld trappen en liften; k. fietsenstallingen; l. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 19.2 bouwregels 19.2.1 Bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. een fietsenstalling mag een maximale bouwhoogte krijgen van 3 meter; b. bouwwerken op het perron mogen een maximale bouwhoogte krijgen van 5 meter, gemeten vanaf de afgewerkte vloer van het perron. 19.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte, gemeten vanaf het perron indien aanwezig, van palen en masten mag niet meer dan 10 meter bedragen; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

19.3 specifieke gebruiksregels 19.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

63

Artikel 20

Verkeer - Parkeren

20.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Parkeren' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. parkeerterreinen met de daarbij behorende gebouwen; b. parkeergarages met de daarbij behorende in- en uitritten; met de daarbij behorende: c. ontsluitingswegen, straten en paden; d. daktuinen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. standplaatsen, conform standplaatsenbeleid; g. groenvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. openbare nutsvoorzieningen; j. straatmeubilair; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; l. geluidwerende voorzieningen; m. fietsenstallingen; n. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 20.2 bouwregels 20.2.1 Bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. een parkeergarage mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. als hoofdgebouw mogen uitsluitend parkeergarages worden gebouwd; c. de bouwhoogte van een parkeergarage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. een fietsenstalling mag een maximale bouwhoogte krijgen van 3 meter; e. per bestemmingsvlak mag één bouwwerk (in de vorm van een beheersgebouw) worden opgericht met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,00 en 4,50 meter en een maximale oppervlakte van 10 m².

20.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht-)masten en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 10 meter; b. de hoogte van afscheidingen van daktuinen mag niet meer bedragen dan 2 meter, gemeten vanaf de aangrenzende vloer; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 20.3 specifieke gebruiksregels 20.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

64

Artikel 21

Verkeer - Verblijfsgebied

21.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten; a. voet- en fietspaden; b. parkeervoorzieningen; c. terrassen ten behoeve van toegestane horeca; d. een fietsenstalling ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling'; e. een loopbrug ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - loopbrug'; f. een parkeergarage ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; met de daarbij behorende: g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. openbaar toegankelijk gebied; i. groenvoorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. openbare nutsvoorzieningen; l. straatmeubilair; m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; n. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 21.2 bouwregels 21.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'fietsenstalling' en de 'specifieke bouwaanduiding - loopbrug'; b. de maximale bouwhoogte van een fietsenstalling bedraagt 3 meter; c. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1' mag een (half-)verdiepte fietsenstalling worden gerealiseerd met, in afwijking van het bepaalde onder b., een maximale bouwhoogte van 4,5 meter waarbij geldt dat deze vanaf peil trapsgewijs oploopt tot de maximale bouwhoogte; d.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - loopbrug' mag een (on)overdekte brug voor voetgangers gebouwd worden, met dien verstande dat de brug zich ten minste 3 meter boven de openbare weg moet bevinden; e. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' mag een (half-) verdiepte parkeergarage worden gerealiseerd ten behoeve van een naastgelegen bestemming met een maximale bouwhoogte van 1,5 meter. 21.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht-)masten en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 10 meter; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 4 meter. 21.2.3 Terras afscheiding Voor het bouwen van een terrasafscheiding geldt dat: a. deze ten dienste is van een zelfstandige horeca;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

65

b. een maximale bouwhoogte van 1,00 meter indien het een ondoorzichtige constructie betreft; c. een maximale bouwhoogte van 1,80 meter, indien de constructie vanaf 1,00 meter doorzichtig is. 21.3 specifieke gebruiksregels 21.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

66

Artikel 22

Water

22.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging, waterhuishouding, waterlopen, recreatiewater; met de daarbij behorende: b. openbare nutsvoorzieningen; c. speelvoorzieningen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers; e. voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 22.2 bouwregels 22.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 22.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen (aanleg)steigers en gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter. 22.3 specifieke gebruiksregels 22.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van drijvende steigers en ander daarmee vergelijkbaar drijftuig; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als ligplaats of aanlegsteiger voor woonschepen, passagiersvaartuigen en bedrijfsschepen.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

67

Artikel 23

Wonen - 1

23.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woning:, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, met dien verstande dat het totaal aantal woningen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Wonen - 1 en Wonen - 2 niet meer bedraagt dan 3423; b. kantoren op de begane grondlaag ter plaatse van de functieaanduiding 'kantoor'; met de daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen, indien er een inritconstructie/-vergunning aanwezig is; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. water, waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. openbare nutsvoorzieningen. 23.2 bouwregels 23.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal studentenwoningen zoals aanwezig op het moment van terinzageligging van het ontwerp van dit plan mag niet worden vermeerderd; a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen/ woongebouwen worden gebouwd; c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels.

23.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter bedragen; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen en masten; 2. 3 meter voor lichtmasten en het overige; c. de regels onder a. en b. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 23.3 Nadere eis Ten aanzien van het wonen worden de volgende eisen gesteld: a. 100% van de woningen dienen in de categorie sociale huur te vallen. 23.4 Parkeren en laden en lossen 23.4.1 Parkeernormen

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

68

Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 23.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 23.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 23.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b.

dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 23.4.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 23.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 23.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 23.5 specifieke gebruiksregels 23.5.1 Aan-huis-gebonden beroep of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b.

het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

69

e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 23.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. c. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 23.4

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

70

Artikel 24

Wonen - 2

24.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, met dien verstande dat het totaal aantal woningen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Wonen - 1 en Wonen - 2 niet meer bedraagt dan 3423; b. gebouwen ten behoeve van: 1. bedrijven die zijn genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2, zoals opgenomen in Bijlage 1 behorende bij deze regels (met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen); 2. detailhandel; 3. dienstverlenend bedrijf; 4. maatschappelijke voorzieningen; 5. kantoren. Het totale bruto vloeroppervlak van deze voorzieningen mag in de bestemmingen Gemengd - 1 en Wonen - 2 mag niet meer dan 2500 m² bedragen; met de daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen, indien er een inritconstructie/-vergunning aanwezig is; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. water, waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. openbare nutsvoorzieningen. 24.2 bouwregels 24.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen zoals aanwezig op het moment van terinzageligging van het ontwerp van dit plan mag niet worden vermeerderd; b.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen/ woongebouwen worden gebouwd; d. de bouwhoogte van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; e. de regels onder a. tot en met d. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 24.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter bedragen; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen en masten; 2. 3 meter voor lichtmasten en het overige; c. de regels onder a. en b. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

71

24.3 Nadere eis Ten aanzien van het wonen worden de volgende eisen gesteld: a. 100% van de woningen dienen in de categorie sociale huur te vallen. 24.4 Parkeren en laden en lossen 24.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 24.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

24.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 24.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 24.4.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 24.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 24.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b.

de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 24.5 specifieke gebruiksregels 24.5.1 Specifiek gebruik

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

72

Voor de in artikel 24.1 genoemde gronden gelden de volgende regels: a. behoudens de in artikel 24.1 onder a genoemde functies zijn nieuwe geluidgevoelige functies (of gebouwen) niet toegestaan; b. nieuwe functies voor minder zelfredzame personen zijn niet toegestaan. 24.5.2 Aan-huis-gebonden beroep of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 24.5.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. c. het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij niet wordt of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is benoemd in artikel 24.4.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

73

Artikel 25

Leiding - Gas

25.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de al dan niet ondergronds gelegen: a. hogedruk gastransportleiding W-540-01, met een belemmeringenstrook van 4 meter, ter weerszijde gemeten uit het hart van de leiding. Met dien verstande, dat indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen, deze andere bestemmingen ondergeschikt zijn aan de bestemming leidingen. met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 25.2 Bouwregels Binnen de voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken tot een bouwhoogte van 3 meter worden opgericht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de leiding. 25.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 25.2 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd mits: a. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. 25.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a.

het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegestaan. 25.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op of in de in lid 25.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, binnen de belemmeringstrook de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het aanbrengen en rooien van hoogopgaand en/of diepwortelende beplanting, waaronder rietbeplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het indrijven van voorwerpen in de bodem;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

74

g. het permanent opslaan van goederen waaronder begrepen het opslaan van afvalstoffen; h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; i. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 25.5.2 Voorwaarden voor verlenen omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het behoud van een veilige ligging van de leiding en de continuïteit van de energievoorziening zijn gewaarborgd. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteiten het leidingbelang niet wordt geschaad en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden. 25.5.3 Toegestane werkzaamheden Het in lid 25.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. de ondergrondse bouwwerken binnen het op de verbeelding aangegeven het normale onderhoud en beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

75

Artikel 26

Waarde - Archeologie 2

26.1 bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 26.2 bouwregels Op de in lid 26.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: a. de bodemingrepen niet verder reiken dan tot een maximale diepte van 0,30 meter, én de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 100 m² bedraagt; b. het bepaalde onder a. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 26.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de inrichting van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. 26.4 afwijken van de bouwregels 26.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 26.1 onder a voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 26.4.2 Voorwaarden Indien uit het onder 26.4.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

76

c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 26.4.3 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 26.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 26.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als Waarde - Archeologie 2 bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e.

het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i. het door- of vergraven van historische kades; j. voor de onder a t/m i genoemde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig wanneer sprake is van grondbewerkingen dieper dan 30 cm én groter dan 100 m². 26.5.2 Toegestane werkzaamheden Het onder 26.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 26.5.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 26.5.1 kan worden verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c.

dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

77

26.5.4 Voorwaarden Indien uit het onder 26.5.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 26.5.5 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 26.5.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd.

26.6 wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan met toepassing van artikel 3.6 lid 1, sub a Wro te wijzigen door de bestemming Waarde - Archeologie 2 te wijzigen in een ander regime, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de betreffende gronden een hogere of lagere archeologische verwachting aanwezig is.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

78

Artikel 27

Waarde - Archeologie 5

27.1 bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 27.2 bouwregels Op de in lid 27.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: a. de bodemingrepen niet verder reiken dan tot een maximale diepte van 0,30 meter, én de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 10.000 m² bedraagt; b. het bepaalde onder a. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 27.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de inrichting van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. 27.4 afwijken van de bouwregels 27.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 27.2 onder a. voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 27.4.2 Voorwaarden Indien uit het onder 27.4.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen;

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

79

c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 27.4.3 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 27.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 27.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als Waarde - Archeologie 5 bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e.

het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i. voor de onder a t/m h genoemde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig wanneer sprake is van grondbewerkingen dieper dan 30 cm én groter dan 10.000 m². 27.5.2 Toegestane werkzaamheden Het onder 27.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 27.5.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 27.5.1 kan worden verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

80

27.5.4 Voorwaarden Indien uit het onder 27.5.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 27.5.5 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 27.5.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd.

27.6 wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan met toepassing van artikel 3.6 lid 1, sub a Wro te wijzigen door de bestemming Waarde - Archeologie 5 te wijzigen in een ander regime, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de betreffende gronden een lagere archeologische verwachting aanwezig is.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

81

Artikel 28

Waterstaat - Waterkering

28.1 bestemmingsomschrijving De voor Waterstaat-Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterhuishouding door middel van dijken, dijksloten en kaden. Indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen, zijn deze andere bestemmingen ondergeschikt aan de bestemming waterkering. 28.2 bouwregels 28.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op of in deze gronden mogen ten behoeve van de primaire bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. 28.2.2 Verhouding tot samenvallende bestemmingen a. Op de grond met de bestemming waterkering mag ten behoeve van andere, daarmee samenvallende bestemmingen slechts worden gebouwd, indien en voor zover de belangen van de waterkering hierdoor niet worden geschaad. b. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder, waaruit blijkt dat de door de voorgenomen bouwactiviteiten het water(staats)belang niet wordt geschaad en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

82

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

83

Artikel 29

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

84

Artikel 30

Algemene bouwregels

30.1 Algemene regels ten aanzien van bestaande maten Ten aanzien van bestaande maten van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die meer bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die minder bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; c. het bepaalde onder a. en b. van deze planregels is uitsluitend van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. voorts is in geval van herbouw het bepaalde onder a. en b. van dit artikel slechts van toepassing indien de herbouw geschiedt op dezelfde plaats en de afwijking van de bestemmingsregels niet wordt vergroot. 30.2 Toegelaten overschrijdingen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings-, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden: a.

ten behoeve van toegangen van bouwwerken, luifels, stoepen, stoeptreden, reclame-uitingen, vrijhangende balkons (al dan niet ondersteund door kolommen) bij woongebouwen, gaanderijen en funderingen en daarmee gelijk te stellen onderdelen van gebouwen, voor zover de bouwgrens met niet meer dan 2.50 meter wordt overschreden en deze onderdelen van gebouwen niet worden opgericht op gronden, bestemd voor verkeer en tevens een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht wordt genomen ten opzichte van de gronden, bestemd voor verkeersdoeleinden; b. vrijhangende balkons, gaanderijen, luifels en reclame-uitingen boven een verkeersbestemming is mogelijk indien er een vrije hoogte aanwezig is van 4,20 m boven de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden van die rijweg en een minimale vrije hoogte van 2,20 m boven een ander deel van de weg; c. ten behoeve van plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals hekwerken, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, trappenhuizen en lichtkappen, alsmede technische voorzieningen, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 25% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 5 meter van de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

85

Artikel 31

Algemene afwijkingsregels

Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van: a. de in de bestemmingsregels opgenomen maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, uitsluitend indien dit nodig is voor een technische betere realisering van het plan. Dit is niet van toepassing bij toegelaten binnenplanse afwijkingen; b. de bestemmingsregels en toestaan dat de inrichting van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; f.

de bestemmingsregels ten behoeve het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten behoeve van de dienstverlening van overheidswege, het openbaar bestuur en openbare nutsbedrijven, zoals transformatorhuisjes, telefooncellen, gemaalgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten, mits de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m³ en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter; g. de bestemmingsregels ten behoeve van het realiseren van groene daken op hoofdgebouwen, dan wel bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. de overschrijding van de voorgeschreven goot- en/of bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10%; 2. deze overschrijding met 10% heeft slechts betrekking op de extra (constructieve) opbouw op een dak dat nodig is om een groendak te kunnen toepassen, exclusief beplanting; 3. groene daken mogen niet als dakterras of daktuin worden gebruikt als deze worden toegepast op woningen. Bij andere gebouwen dan woningen wordt het gebruik van een groendak als dakterras of daktuin per geval beoordeeld, waarbij vooral de privacy van naburige woonpercelen niet nadelig mag worden beïnvloed. Geen omgevingsvergunning wordt verleend indien: h. daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan (bijvoorbeeld door schaduwwerking) aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; i.

dit leidt tot aantasting van de ruimtelijke karakteristiek ter plaatste.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

86

Artikel 32

Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1 nr 4

32.1 Omschrijving Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1 nr. 4' gelden ten aanzien van geluid beperkingen voor bebouwing en gebruik als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit. 32.2 Bouwregels Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1 nr. 4' gelden ten aanzien van geluid de beperkingen met betrekking tot bebouwing zoals gesteld in artikel 2.2.1c van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 32.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 32.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart. 32.4 Gebruiksregels a. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1 nr. 4' gelden de beperkingen met betrekking tot gebruik zoals gesteld in artikel 2.2.1c van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'; b. artikel 2.2.1e van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol' is overeenkomstig van toepassing. 32.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 32.4 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

87

Artikel 33 toetshoogtes

Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2

33.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.2 toetshoogtes', gelden beperkingen met betrekking tot toetshoogten van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 33.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.2 toetshoogtes' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 33.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 33.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.

Regels ontwerp bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg

88

Artikel 34 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a toetshoogtes radar 34.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.2a toetshoogtes radar', gelden beperkingen van hoogten ter bescherming van het functioneren van radarapparatuur als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 34.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.2a toetshoogtes radar' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2a van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 34.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 34.2 indien uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=e2d73f97-caf1-4aff-a033-f53b302c9200