CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2023

Raadsvergadering 13 juli 2022, gemeente amstelveenBij agendapunt: Behandeling Perspectiefnota 202334.902 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Meer dan 160 bomen zijn gesneuveld en veel bomen hebben takschade. De kosten voor het opruimen bedragen ca. 150.000 euro. Herplantkosten worden geraamd op 150.000 euro.

Perspectiefnota 2023

pagina 42 3.4.7. Documentendip Burgerzaken Aalsmeer (egalisatiefonds AA) Vanaf maart 2019 tot 2024 is sprake van een sterke teruggang in het aantal te verstrekken reisdocumenten, de zogenoemde “reisdocumentendip”, met als gevolg een daling van de legesinkomsten. Bij gelijkblijvende openingstijden van het loket Burgerzaken in Aalsmeer is het niet mogelijk deze daling aan de kostenkant volledig op te vangen. Achterliggende jaren is het optredende nadeel noodgedwongen ten laste van de bedrijfsvoering gebracht. Voor 2022/2023 zijn beide gemeentesecretarissen binnen hun mandaat ingevolgde de vernieuwde samenwerkingsafspraken overeengekomen om dit nadeel (€ 87.000 per jaar) ten laste te brengen van de egalisatiereserve AA. Dit wordt formeel bekrachtigd via de verwerking in dit voorstel eenmalige middelen. In 2024 keert de documentenafgifte terug naar het oude niveau en kan het nadeel worden hersteld. 3.4.8. Versneld realiseren parallelzaal gemeenteraad Op 16 februari 2022 heeft de raad een nieuw vergadermodel vastgesteld. Onderdeel van de nieuwe werkwijze is parallel vergaderen op een vaste vergaderdag. Voor de vernieuwing van het AudioVideo(AV)systeem van de raad wordt een aanbesteding doorlopen.

Gebleken is dat voor het realiseren van de parallelzaal in het zomerreces van 2022 extra middelen nodig zijn (€ 150.000 eenmalig), vanwege de hiermee direct samenhangende noodzaak om het archief versneld te verplaatsen en te digitaliseren. Als de parallelzaal niet versneld wordt gerealiseerd kan deze alleen optioneel worden meegenomen in de aanbesteding voor het vervangen van het AV-systeem van de raadzaal en kan de raad niet op korte termijn volgens de nieuwe werkwijze vergaderen. De versnelde realisatie brengt weliswaar meerkosten met zich mee, maar bewerkstelligt wel een optimale invoering van de nieuwe werkwijze inclusief nieuw AVsysteem. Andere scenario’s wegen hier niet tegen op.

Perspectiefnota 2023

pagina 43 3.5. Reserves: Algemene reserve, reserves stedelijke vernieuwing en reserve duurzaamheid 3.5.0. Algemeen Deze paragraaf behandelt de algemene reserve, de reserve stedelijke vernieuwing en de reserve duurzaamheid. Dit zijn drie reserves waarvan de stand en ontwikkeling relevant is voor de oordeelsvorming en besluitvorming op de hoofdlijnen van de integrale, gemeentebrede afweging via deze Perspectiefnota. De programmatische reserves verbonden aan het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte komen afzonderlijk aan de orde in paragraaf 3.3. 3.5.1. Algemene reserve Vertrekpositie voor de algemene reserve is een omvang van € 45,3 miljoen per 1 januari 2022 conform de jaarrekening 2021. Op basis van reeds eerder genomen besluiten staan omvangrijke onttrekkingen aan de algemene reserve opgenomen in 2022 en verder (inclusief faseringen vanuit 2021):  Dit betreft in de eerste plaats een breed pakket aan eenmalige middeleninzet 2022-2025 zoals reeds eerder besloten vanaf het CUP 18-22, tot en met de Perspectiefnota 2022 en de Nota Aanvullende Voorstellen bij de begroting 2021. In totaal beloopt dit een bedrag van € 31,3 miljoen ten laste van de algemene reserve.

Bijlage 3 geeft een specificatie van de reeds eerder besloten toekenningen van eenmalige middelen die zijn opgenomen in de huidige meerjarenbegroting 2022-2026 (totaal afgerond € 36,9 miljoen, waarvan € 5,6 miljoen ten laste van de reserve duurzaamheid en € 31,3 miljoen ten laste van de algemene reserve);  In de tweede plaats is rekening gehouden met afgerond € 18 miljoen reservering voor maatregelen vanwege corona en vanwege de Oekraïnecrisis; Verder is sprake van overige toevoegingen en onttrekkingen via besluitvorming over budgetoverhevelingen, incidentele effecten gemeentefondscirculaires, alsmede een beperkt aantal separate raadsbesluiten (lokale media, kunstgrasveld Martinus en uitbreiding Amstelveen College). Deze Perspectiefnota bevat twee nieuwe ontwikkelingen met effect op de algemene reserve: 1. Het voorstel eenmalige middelen zoals toegelicht in paragraaf 3.4. (per saldo -/-€ 3,2 miljoen). 2. Prognose opbrengsten winstafdrachten en overige locatie-ontwikkelingen Op basis van de jaarrekening 2021 leggen wij via een apart collegevoorstel aan u voor de geactualiseerde grondexploitaties naar de stand ultimo 2021.

In het verlengde hiervan bezien wij de totale prognose van toekomstige winstafdrachten, waarbij ook potentiële opbrengsten in beeld komen die nog niet in grondexploitaties zijn opgenomen, maar die wel voldoende hard zijn om te kwantificeren en in te boeken ten gunste van de algemene reserve. Ook wordt rekening gehouden met af te dragen Vennootschapsbelasting. Voor deze laatste categorie is een behoedzame raming opgenomen, van aftrek van een risico-afslag. Voor de eerste categorie zijn de afdrachten conform de vastgestelde grondexploitaties verwerkt en wordt het beeld van de risico-analyse meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. In de jaarschijven 2022 tot en met 2026 is een totale opbrengst ingeboekt van € 47,4 miljoen, waarvan € 25,6 miljoen grondexploitaties en € 21,8 miljoen overige, toekomstige locatieontwikkelingen. In totaliteit resulteert de actualisatie van prognose van toekomstige winstafdrachten per saldo in een verbetering van de geraamde algemene reserve met afgerond € 15 miljoen. Hiervan betreft € 10 miljoen faseringen uit de jaarrekening 2021 (lagere winstafdrachten in 2021 die nu in latere jaren staan ingeboekt) en uit de toevoeging van een nieuwe jaarschijf 2026 (opbrengsten die in vorige begroting nog achter de horizon lagen).

De resterende € 5 miljoen is het saldo van het nieuw opnemen van een winstafdracht voor de locatie Groen van Prinstererlaan 113 enerzijds en het niet meer opnemen van een winstafdracht voor de locatie Startbaan 18 anderzijds, alsmede tal van overige mutaties in de algehele herberekening van de grondexploitaties.

Perspectiefnota 2023

pagina 44 Door de geraamde onttrekkingen in 2022 daalt de omvang van de algemene reserve naar € 11,4 miljoen per 21jan23. Daarna laat de prognose een stijging zien tot een omvang van € 45,6 miljoen ultimo 2026. Bij deze prognose zijn de volgende kanttekeningen van belang:  Om de aanwas van de algemene reserve gestand te doen is daadwerkelijke realisatie van de ingeboekte winstafdrachten grondexploitaties vereist. Achterblijvende winstafdrachten leiden tot een lagere algemene reserve;  In deze stand is nog geen rekening gehouden met nieuw middelenbeslag via het CUP 22-26. Daarbij staat ook de dekking voor ‘23ev nog open van de ’22 incidenteel gedekte uitgaven (tekort sociaal domein en overige posten) die ook in ‘23ev nog spelen. Nieuwe eenmalige uitgaven leiden tot een lagere algemene reserve;  Vanuit de jaarrekening 2021 drukt in 2022 nog een restantbudget Lokaal coronafonds van afgerond € 8 miljoen op de algemene reserve. Als dit bedrag niet geheel benodigd blijkt en/of als er nog compensatie van Rijk wordt ontvangen voor uitgaven die vallen onder dit fonds, dan leidt dat tot een hogere algemene reserve;  Verwacht mag worden dat de reservering voor het Oekraïnefonds ad € 10 miljoen geheel of grotendeels voorfinanciering betreft, waar Rijkscompensatie voor zal worden ontvangen.

Dit leidt dan tot een hogere algemene reserve; Navolgend overzicht zet de stand en ontwikkeling van de algemene reserve op een rij.

Algemene reserve

bedragen x duizend euro

2022

2023

2024

2025

2026

Geraamde stand per 1jan

45.289

11.397

14.057

31.373

42.267

Voeding t/m dec.raad '21 (=afd.pl22) Structurele begrotingssaldi Winstafdrachten grondexploitaties Opbrengsten aanvullende locatie-ontwikk. Overige besl.v. eenm.middelen t/m Perspectiefnota 2022

0 5.313 159 6.570

0 4.198 2.179 856

0 9.026 11.643 60

0 4.039 7.403 10

0 3.016 427 0

Voeding t/m dec.raad '21 (=afd.pl22) Eenmalige toekenningen t/m Perspectiefnota 2022 * dekking via inzet reserve duurzaamheid

-28.545 3.995

-4.551 1.250

-3.330 295

-480 50

0 0

NIEUW: Aanvullende mutaties advies lokale media raad 16feb22 kunstgrasveld Martinus (meerkosten) raad 16feb22 uitbreiding Amstelveen College raad 16feb22 oekraïne-fonds raad mrt/apr22 doorwerking besl.v. jaarrek.'21 (budgetoverheveling) voorstel eenmalige middelen Perspectiefnota 2023

-20 -125 -308 -10.000 -9.611 -1.320

-1.272

-378

-128

-128

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

11.397

14.057

31.373

42.267

45.582

P.M.-posten # meicirculaire/BUIG # opstelling CUP 22-26 (incl. uitw. Coalitie-akkord) # oveirge openstaande agenda en risico's stand algemene reserve 31dec

Voorstel 8 In te stemmen met verwerking van de geraamde opbrengsten winstafdrachten en aanvullende opbrengsten locatie-ontwikkelingen zoals opgenomen in het totaaloverzicht algemene reserve in paragraaf 3.5.1. ad. € 47,4 miljoen;

Perspectiefnota 2023

pagina 45 3.5.2. Reserve stedelijke vernieuwing De reserve stedelijke vernieuwing is bedoeld voor omvangrijke investeringen, gerelateerd aan de duurzame borging van het bestaande Amstelveens voorzieningenniveau bij het gaandeweg ouder worden van bestaande wijken en voorzieningen. Aanwending geschiedt via een raadsbesluit, bij voorkeur via integrale afweging bij de Perspectiefnota aan de hand van een meerjarig bestedingsplan. Nadere concretisering van het bestedingskader voor deze reserve is een actiepunt in het kader, c.q. verlengde van het College Uitvoeringsprogramma 2022-2026. Dit vigerende beleidskader is aldus besloten in de raadsvergadering van 10 november 2021 via de vaststelling van de ‘Nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021’. Ter uitvoering van de op 6 november 2019 aanvaarde motie “Visie op Stadsvernieuwing” is via raadsbrief van 15 maart 2022 “Financieel kader motie Visie op Stadsvernieuwing” een eerste aanzet gegeven voor de nadere beleidsmatige inkadering van deze reserve. De reserve kent een structurele dotatie van € 1 miljoen. De eerste concrete inzet betreft de ‘onrendabele top’ op de transformatie van Legmeer. Hiervoor is € 7 miljoen beschikbaar. De stand en omvang van de reserve beweegt zich rond de € 10 miljoen, inclusief de inzet van € 7 miljoen voor de dekking van een onrendabele top op de herontwikkeling Legmeer.

Reserve stedelijke vernieuwing

bedragen x duizend euro

2022

2023

2024

2025

2026

Geraamde stand per 1jan

11.828

13.961

8.424

9.424

10.424

Besluitvorming t/m Perspectiefnota 2022: a) restant afwikkeling "sparen vooraf" (tijd. huisv. KKC) b) structurele dotatie gefaseerd naar € 1 miljoen c) afdekking onrendabele top herontwikkeling Legmeer

-800 2.933

1.463 -7.000

1.000

1.000

1.000

stand per 31dec

13.961

8.424

9.424

10.424

11.424

3.5.3. Reserve Duurzaamheid De gemeenteraad van Amstelveen heeft tijdens de raadsvergadering van 26 september 2018 besloten haar aandelen in Eneco af te stoten en van de verkoopopbrengst € 15 miljoen te benutten voor investeringen in energietransitie en duurzaamheid. Op 12 februari 2020 is definitief ingestemd met de verkoop van de aandelen en is de bestemming van € 15 miljoen voor energietransitie en duurzaamheid herbevestigd. Hiervoor is de reserve duurzaamheid gevormd met een dotatie van € 15 miljoen. Daarnaast lopen ook de gelden van het Klimaatakkoord via deze reserve. Besluitvorming over de inzet van de reserve duurzaamheid vindt zoveel mogelijk plaats via integrale afweging bij de Perspectiefnota, in het kader van een meerjarig bestedingskader in samenhang met een actueel beleidsinhoudelijk kader (PLECKrapportage). Dit vigerende beleidskader is aldus besloten in de raadsvergadering van 10 november 2021 via de vaststelling van de ‘Nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021’. Belangrijk voor de duurzaamheidsagenda is duidelijkheid van het Rijk over de bekostiging van het Klimaatakkoord. Het Regeerakkoord bevat de instelling van een Klimaatfonds, dat ook moet voorzien in een vergoeding aan gemeente voor uitvoeringskosten in het kader van het Klimaatakkoord (looptijd t/m 2030).

Voor 2022 is inmiddels een beperkt bedrag aangekondigd, te ontvangen via de meicirculaire. Voor ’23ev zou het om grotere bedragen moeten gaan. Vooruitlopend hierop heeft Amstelveen al ingezet op (vaste) formatie waarvan de kosten vooralsnog incidenteel ten laste van de reserve Duurzaamheid komen.

Perspectiefnota 2023

pagina 46

Ter uitvoering van de op 10 november 2021 aanvaarde motie “Toekomstbestendige financiering duurzaamheid en energietransitie” is onderzoek gedaan naar scenario’s voor structurele bekostiging van de duurzaamheidsagenda. De uitkomsten hiervan zijn via raadsbrief van 15 maart 2022 “Beantwoording motie Toekomstbestendige financiering duurzaamheid en energietransitie” aangeboden aan de gemeenteraad. Onder verwijzing naar het onderzoeksrapport wijst de raadsbrief in de eerste plaats op het belang van structurele dekking van langjarig benodigde ambtelijke capaciteit. Dit raakt aan de hiervoor genoemde bekostiging van de gemeentelijke uitvoeringskosten Klimaatakkoord vanuit het Rijk. In de tweede plaats stelt de raadsbrief dat overwogen kan worden de Amstelveense ambitie in lijn te brengen met de landelijke ambitie. Hierna volgt een overzicht met een actuele stand van de ontwikkeling van de reserve Duurzaamheid. Ten opzichte van het bestaande meerjarig begrotingskader 2022-2025 zijn de wijzigingen beperkt. De voorgestelde uitwerking Perspectiefnota 2023 bevat slechts één nieuwe mutatie van € 0,1 mln. Dit betreft nagekomen kosten afwikkeling subsidieregeling verduurzaming woningen 2021. Eind 2021 was sprake van een grote stijging van het aantal aanvragen.

Met de beschikking op alle nog openstaande aanvragen is een extra subsidiebedrag van € 122.000 gemoeid bovenop de progrnose zoals verwerkt in de jaarrekening 2021. Verder is de stand en ontwikkeling van de reserve geactualiseerd voor de werkelijke uitgaven 2021 conform de jaarrekening 2021. Na verwerking van alle concreet besloten mutaties resteert een saldo per 31dec25 van afgerond € 6,0 miljoen, waarvan nog nader in te vullen reserveringen voor bewonersondersteuning en wijkaanpak (samen € 3,3 mln.) en een nog niet bestemd saldo van € 2,7mln. Reserve duurzaamheid / Enecogelden en gelden klimaatakkoord Omschrijving Geraamde stand per 1jan Dotaties (voeding reserve duurzaamheid): # Enecogelden (apart raadsbesluit verkoop Eneco) # klimaatakkoord gelden (dec.circ.'19 & meicirc.'21) # deel incid. budget circulair inkopen (2e Tijdv.'20) # terugverdieneffect zonnepanelen op daken (PN22) (*) Onttrekkingen (inzet reserve duurzaamheid): # besluitvorming t/m JR'21

2020

2021

2022

2023

bedrag x € 1.000 2024 2025

0

12.615

11.331

7.214

6.084

5.909

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

120

120

120

-1.250

-295

-50

6.084

5.909

5.979

15.000 267 60

-2.712

-1.284

Nieuw - PN23 a) afwikkeling subs.regeling verduurz. Woningen '21 Geraamde stand per 31dec reservering bewoners ondersteunen financieel (NAV21) reservering wijkaanpak eerste wijken (NAV21) reservering in afwachting van nadere invulling Totaal

-3.995

-122 12.615

11.331

7.214

-2.300 -1.000 -2.679 0

Perspectiefnota 2023

pagina 47 3.6. Bufferfunctie algemene reserve en reserve stedelijke vernieuwing 3.6.1. Beleidsuitgangspunten De algemene reserve en de reserve “stedelijke vernieuwing” vormen samen de gemeentebrede risicobuffer om tegenvallers op te vangen. Het door de raad vastgestelde minimumniveau voor deze bufferfunctie is € 15 miljoen. Dit benodigde minimumbedrag wordt regelmatig getoetst op basis van een actuele risicoanalyse in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting en de jaarstukken. Uitgangspunt van beleid is verder, dat er niet voor verschillende begrotingsonderdelen afzonderlijke buffers (bestemmingsreserves) worden gevormd. Dat vormt ook het uitgangspunt voor de risico-analyse ter onderbouwing van de gewenste minimum-omvang van de gemeentebreed benodigde buffer. Meevallende inkomsten worden gebruikt om de buffers te versterken. Over tegenvallende uitgaven vindt altijd eerst bestuurlijke besluitvorming plaats. Nauw hieraan verbonden is, dat de algemene reserve tevens voldoende handelingsmarge biedt voor frictie- en transitiekosten en ingroeiscenario’s ingeval van het effectueren van structurele taakstellingen. Ten slotte biedt de algemene reserve boven de buffer ruimte voor eenmalige beleidsintensiveringen, c.q. bestuurlijke prioriteiten in brede zin.

Dit is het vigerende beleidskader volgens de ‘Nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021’, vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021. 3.6.2. Actuele positie Onderstaand overzicht met grafiek geven de actuele stand en ontwikkeling van het gemeentelijke buffervermogen weer.

Bufferfunctie algemene reserve & stedel. vernieuwing (minim. omvang € 15 mln) 2022 2023 2024 Geraamde stand per 1jan # Algemene reserve 45,3 11,4 14,1 # Reserve stedelijke vernieuwing 11,8 14,0 8,4 Totaal 57,1 25,4 22,5 Minimum/b uffer -15,0 -15,0 -15,0 Surplus t.o.v. minimumbuffer

42,1

10,4

7,5

bedrag x € 1 miljoen

2025

2026

31,4 9,4 40,8 -15,0

42,3 10,4 52,7 -15,0

25,8

37,7

Bij deze prognose zijn de volgende kanttekeningen van belang:  Om de aanwas van de algemene reserve gestand te doen is daadwerkelijke realisatie van de ingeboekte winstafdrachten grondexploitaties vereist. Achterblijvende winstafdrachten leiden tot een lagere algemene reserve;

Perspectiefnota 2023

pagina 48 

In deze stand is nog geen rekening gehouden met nieuw middelenbeslag via het CUP 22-26. Daarbij staat ook de dekking voor ‘23ev nog open van de ’22 incidenteel gedekte uitgaven (tekort sociaal domein en overige posten) die ook in ‘23ev nog spelen. Nieuwe eenmalige uitgaven leiden tot een lagere algemene reserve; Vanuit de jaarrekening 2021 drukt in 2022 nog een restantbudget Lokaal coronafonds van afgerond € 8 miljoen op de algemene reserve. Als dit bedrag niet geheel benodigd blijkt en/of als er nog compensatie van Rijk wordt ontvangen voor uitgaven die vallen onder dit fonds, dan leidt dat tot een hogere algemene reserve; Verwacht mag worden dat de reservering voor het Oekraïnefonds ad € 10 miljoen geheel of grotendeels voorfinanciering betreft, waar Rijkscompensatie voor zal worden ontvangen. Dit leidt dan tot een hogere algemene reserve;

Perspectiefnota 2023

pagina 49 4. Tarievenbeleid 4.1. Algemeen: beleidskader, inflatie en woonlasten 4.1.1. Beleidskader Amstelveen heeft langjarig een consequent terughoudend beleid gevoerd ten aanzien van tariefsverhoging van lokale lasten. Hierdoor kent Amstelveen, in vergelijking met de ons omliggende gemeenten9, in 2022 relatief lage lokale lasten10. De belangrijkste algemene uitgangspunten van het gemeentelijk tarievenbeleid zijn:  het toepassen van een jaarlijkse indexering voor loon- en prijsontwikkeling (2023: 2,5%11);  het hanteren van kostendekkende tarieven; 4.1.2. Inflatie De nominale grondslagen in deze Perspectiefnota zijn nog gebaseerd op dezelfde peildata als de Miljoenennota/Rijksbegroting 2022 en het nieuwe Regeerakkoord Rutte IV. De daarna opgetreden turbulentie met hoge inflatiecijfers zit hierin nog niet verwerkt. De herijking van deze cijfers vindt op Rijksniveau plaats via de Voorjaarsnota, waarvan de gevolgen voor gemeenten neerdalen in de meicirculaire gemeentefonds. De effecten hiervan voor Amstelveen komen beschikbaar na het opstellen van deze Perspectiefnota en voegen wij via een afzonderlijke notitie toe aan de stukken, zodat u deze nog bij raadsbehandeling kunnen worden betrokken. 4.1.2. Woonlasten COELO-ATLAS voor de Lokale lasten Recent is de jaarlijkse COELO-Atlas12 voor de lokale lasten verschenen.

In de gehanteerde berekeningswijze is ten opzichte van voorgaande jaren een verfijning doorgevoerd. Sinds kort registreert het CBS afzonderlijke cijfers voor de gemiddelde woningwaarden voor koop en huur. Tot voor kort werd dit onderscheid niet gemaakt. Het COELO sluit hierbij aan, en hanteert in de woonlastenberekening ook dit onderscheid. In deze nieuwe berekening is Amstelveen niet langer de goedkoopste gemeente in AMverband voor een meerpersoonshuishouden in een gemiddelde koopwoning. Niet alleen in landelijk verband, maar ook in AM-verband lopen de gemiddelde woningwaarden voor koopwoningen inmiddels fors uiteen, hetgeen een vergelijking steeds lastiger maakt. Daarbij is van belang dat de WOZ-waarde rol speelt in het verdeelstelsel voor het gemeentefonds. Hoe hoger de WOZ-waarde in een gemeente, hoe hoger de aftrekpost in de berekening van de algemene uitkering. Bijlage 2 bij deze notitie bevat een nadere uitleg op de samenhang WOZ-OZB-Algemene uitkering.

Om dit fenomeen recht te doen verstrekt het COELO twee woonlastenberekeningen:  Bruto -> Wat is het gemiddelde aanslagbedrag dat de burger betaalt?  Netto -> Wat houdt de eigen gemeente hier zelf van over na herverdeling via de algemene uitkering? Onderstaande overzichten en grafieken geven hiervan een beeld:  De bruto-woonlast (aanslagbedrag meerpersoonshuishouden gemiddelde koopwoning) bedraagt in Amstelveen 881 euro, goed voor de 138e plaats in de ranglijst van 354 gemeenten (nr. 1 de laagste lasten). Zie sub. A en B in onderstaande tabel;  De netto-woonlast (wat houdt de gemeente Amstelveen hiervan over na herverdeling via gemeentefonds) komt in Amstelveen uit op 740 euro, goed voor de 25 e plaats in de ranglijst (nr. 1 laagste netto woonlast). Zie sub. C in onderstaande tabel;

Aalsmeer, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en Uithoorn Bron: Rijksuniversiteit Groningen, Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden; Atlas van de lokale lasten 2022 11 De onderbouwing van de algemene tariefindex van 2,5% staat in paragraaf 2.6.3 begrotingsgrondslagen (nominaal). 12 https://www.coelo.nl/index.php/nieuws/nieuws-2022 9

10

Perspectiefnota 2023

pagina 50 COELO Atlas van de lokale lasten 2022 Omschrijving

Aalsmeer Am stelveen

Diemen

Haarl.'meer Ouder-Amstel

Uithoorn

A. bruto w oonlasten eigenaar # éénpersoonshuish. # m eerpersoonshuish.

854 920

826 881

863 942

751 851

964 976

907 952

190

138

213

98

252

225

856 91

740 25

867 107

811 52

823 64

923 169

237 14

306 62

379 125

382 130

280 35

323 78

B. rangnum m er (*) # brutolasten meerpers.h. C. netto w oonlasten eigenaar # bedrag (eigen., meerp.) # rangnummer (*) D. huurder m eerpers. # bedrag # rangnummer (*)

(*) rangnummer: nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 354 de hoogste.

Perspectiefnota 2023

pagina 51

Perspectiefnota 2023

pagina 52

4.2. Ontwikkelingen per heffing 4.2.1. Onroerende zaakbelasting (OZB) De technische begrotingsgrondslagen in deze Perspectiefnota gaan uit van de gebruikelijk indexering (inflatiecorrectie) van de onroerende zaak belasting (OZB). Het indexeren van de OZB-opbrengst betekent dat het gemiddelde aanslagbedrag voor de burger stijgt met een inflatiecorrectie. De sterkere stijging van de WOZ-waarden leidt niet tot een hogere aanslag voor de burger en evenmin tot extra inkomsten voor gemeente. Tenslotte betaalt de burger de OZB-aanslag niet uit stenen of hypotheek maar uit het maandelijkse inkomen. Deze consistente gedragslijn in de achterliggende reeks van jaren komt steeds meer onder druk te staan. Het Rijk gaat er bij de verdeling van het gemeentefonds van uit, dat gemeenten met duurdere woningen minder geld van het Rijk nodig hebben dan gemeenten met goedkopere woningen omdat zij meer OZB kunnen innen. Dat heeft ertoe geleid, dat Amstelveen de achterliggende jaren flink heeft moeten inleveren bij de verdeling van het gemeentefonds, omdat de WOZ-waarden de afgelopen jaren in Amstelveen veel sterker gestegen dan het landelijk gemiddelde. Tot dusver zijn wij erin geslaagd dit nadeel op te vangen binnen het geheel van plussen en minnen in het gemeentefonds. Daarmee was er uiteraard navenant minder structurele begrotingsruimte beschikbaar voor andere prioriteiten.

Gaandeweg wordt deze discrepantie steeds nijpender. De VNG-website waarstaatjegemeente.nl13 bevat vergelijkende cijfers van Nederlandse gemeenten op tal van terreinen, waaronder Gemeentefinanciën. Onderstaande cijfers en grafieken geven inzicht in de hoogte van de OZB-tarieven en de onbenutte belastingcapaciteit in Amstelveen, afgezet tegen het gemiddelde voor Nederland. OZB-tarieven Amstelveen - Nederland (2021) WON NIETWON-EIG NIETWON-GBR

Onbenutte belastingcapaciteit Amstelveen - Nederland

Amstelveen

0,634%

2,590%

2,086%

Amstelveen

5,90%

Nederland

1,098%

3,046%

2,184%

Nederland

1,80%

13

https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/Gemeentefinanci%C3%Abn Perspectiefnota 2023

pagina 53 De Amstelveense OZB-tarieven zijn laag ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. Zoals aangegeven valt dit niet los te zien van de relatief hoge woningwaarden in Amstelveen. De aftrekpost in de verdeling van het gemeentefonds houdt daar geen rekening mee en hanteert voor alle gemeenten één gelijk rekentarief.

Volgens de landelijke rekenformule bedraagt de Amstelveense onbenutte belastingcapaciteit meer dan € 20 miljoen. Dit is het bedrag waarmee de gemeente de eigen inkomsten wordt geacht te kunnen verhogen, c.q. moet verhogen, alvorens in aanmerking te komen voor financiële steun op basis van artikel 12 Financiële Verhoudingswet. De toets gaat uit van het landelijk gemiddelde ozb-tarief en verhoogt dat met een opslag van 20%. De toets kijkt niet naar landelijke verschillen in woningwaarde. Verder houdt de toets rekening met het kostendekkend maken van riool- en afvalstoffenheffing (voorzover dit nog niet het geval is). Als we de onbenutte belastingcapaciteit voor Amstelveen zouden berekenen door sec te kijken naar het verschil tussen de Amstelveense OZB-tarieven en het landelijk gemiddelde, dan komen we uit op afgerond € 15 miljoen. 4.2.2. Legesverordening – Omgevingsvergunningen, Burgerzaken en APV/overig In de programmabegroting 2023 presenteren we in de paragraaf lokale heffingen een totaal overzicht van de kostendekkendheid van de leges in de legesverordening, op basis van de in de begroting opgenomen bedragen. Hierin wordt de kostendekkendheid van de leges bouwvergunningen afzonderlijk vermeld. Het structurele begrotingskader gaat uit van kostendekkende bouwleges.

Naar de toekomst toe gaat het beeld ingrijpend veranderen onder invloed van de komende Omgevingswet en de gelijktijdig van kracht wordende Wet Kwaliteitsborging in de Bouw (wkb). Paragraaf 3.0. gaat hier uitvoeriger op in. In december wordt bij het tariefvoorstel leges op basis van actuele informatie over in 2023 te verwachten bouwvolumes, projecten, kosten en opbrengsten, een geactualiseerd overzicht kostendekkenheid gepresenteerd. Voor een samenhangend totaaloverzicht met inachtneming van faseringen tussen de jaren betrekken we daarbij ook de werkelijke kosten en opbrengsten over het lopende jaar. Andere onderdelen van de legesverordening zijn de leges Burgerzaken en leges in het kader van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening). Het taakveld Burgerzaken omvat zowel legesgerelateerde taken als werkzaamheden die niet onder de legesheffing vallen. Dit laatste omvat verkiezingen, de zorg voor de Basisregistratie Personen, de bestrijding van adres- en identiteitsfraude. De kostendekkendheid van de leges Burgerzaken staat onder druk vanwege:  Door het rijk bepaalde maximumbedragen voor leges.  Toenemende wettelijke taakverzwaringen waar geen aparte compensaties tegenover staan.  Lagere legesopbrengsten door minder documentafgiften vanwege de verlenging van de geldigheidsduur van 5 naar 10 jaar.

Dit kan niet aan de kostenkant worden opgevangen en de inkomstenkant biedt geen soelaas omdat het Rijk voor de betreffende leges de gemeentelijke maximumbedragen niet heeft aangepast (maar wel de afdracht aan het Rijk heeft verdubbeld).

Perspectiefnota 2023

pagina 54

In het licht van deze ontwikkelingen is recent een (extern) onderzoek uitgevoerd om te komen tot een reële, toekomstbestendige businesscase, uitgaande van de bestaande budgettaire kaders. Op basis van de gehouden doorlichting is het reëel ten laste van de stelpost areaal de formatie aan te passen (1,5vte) aan de groei van de werkzaamheden door bevolkingsgroei en toegenomen internationalisering in combinatie met wettelijke taakverzwaringen. Dit is opgenomen in het voorstel structurele middelen (€ 143.000); De leges APV/overig zijn van geringe omvang en verre van kostendekkend. 4.2.3. Toeristenbelasting Een sterke groei van de hotelcapaciteit, c.q. het aantal overnachtingen in Amstelveen, vallend onder de toeristenbelasting, was in 2019 aanleiding om via een aparte nota over hotelaccommodatiebeleid, samen met een inhoudelijke visie, te besluiten tot het gefaseerd verhogen van de toeristenbelasting in 2020/2021, waarmee het tarief in de pas liep met het regionale tariefniveau. Het meerjarig begrotingskader bevatte een structurele meeropbrengst toeristenbelasting van € 0,7 miljoen in 2021, oplopend tot € 1,1 miljoen vanaf 2022. Deze meeropbrengst was het totaaleffect van tariefverhoging en de bekende volumegroei hotelcapaciteit tot en met 2019.

Via de besluitvorming in de begrotingsraad van 10 november 2020 (Nota Aanvullende Voorstellen) is deze meeropbrengst tot en met 2022 uit de boeken geschrapt vanwege de coronapandemie. Vanaf ’23 staat de structureel geraamde (hogere) opbrengst in de boeken. Hoe de werkelijke legesopbrengst zich gaat ontwikkelen zal moeten blijken. Er is geen aanleiding om op voorhand het bestaande budgettaire kader aan te passen. 4.2.4. Huishoudelijk afval In de jaarrekening 2021 is aangegeven dat een analyse plaatsvindt van de verschillen tussen begroting (gehanteerde aannames) en rekening (werkelijke uitkomsten), alsmede de structurele gevolgen daarvan. Deze analyse heeft inmiddels plaatsgevonden. In 2021 is ten opzichte van de primaire begroting een voordeel ontstaan van ruim € 1 miljoen. Dit voordeel is, conform de systematiek, gestort in de egalisatievoorziening afval. De afvalstromen en volumes zijn in achterliggende jaren redelijk stabiel en goed te voorspellen. De tarieven laten een ander beeld zien. Waar voor 2021 lagere opbrengsten waren verwacht en hogere kosten zien we deze in de praktijk niet terug. De opbrengsttarieven voor papier bijvoorbeeld blijven hoog, wat een voordeel geeft. De verwerkingskosten zijn juist lager uitgevallen dan eerder aangenomen, wat ook een voordeel geeft. Deze ontwikkelingen lijken zich door te zetten.

Wel zien we stijgende brandstofkosten voor het transport van de afvalstromen. Voor de komende jaren wordt een structureel voordeel verwacht van circa € 1 miljoen. In 2022 komt dit ten gunste van de egalisatievoorziening afval. Voor de jaren vanaf 2023 kunnen hierdoor de extra kosten, voortkomend uit het grondstoffenplan (vastgesteld in raadsvergadering 15 december 2021), worden opgevangen zonder verdere tariefstijging. Wat dit precies gaat betekenen voor de tariefontwikkeling afvalstoffenheffing hangt af van de gedetailleerde uitwerking van de begroting en de nadere besluitvorming/afweging kan worden meegenomen in het CUP-traject als onderdeel van het totale woonlastenplaatje. Op basis van de jaarstukken 2021 staat de egalisatievoorziening huishoudelijk afval per 1jan22 op € 1,4 miljoen. Dit is € 0,3 miljoen boven het plafondbedrag van € 1,1 miljoen (10% van de omzet). Bij overschrijding van het plafondbedrag in de jaarrekening neemt de gemeenteraad bij de eerstvolgende Perspectiefnota een besluit hoe hiermee om te gaan. In dit concrete geval stellen wij u voor tijdelijk een hogere stand van de egalisatievoorziening toe te staan in afwachting van nadere voorstellen, uiterlijk bij de Perspectiefnota 2024.

Dit biedt de ruimte om de stand van de egalisatievoorziening te betrekken bij de komende brede afwegingen in het kader van de opstelling van het College Uitvoeringsprogramma 20222026 (afvalbeleid, grondstoffenplan, woonlastenplaatje).

Perspectiefnota 2023

pagina 55

4.2.5. Riolering Voor de kaderstelling ten aanzien van het rioolrecht zijn met name de volgende aspecten van belang: 1. Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026, vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2020 is het beleidsmatig kader met naar de toekomst extra opgaven in het kader van klimaatadaptie en grondwaterzorg; 2. Actualisering van de meerjarige exploitatie riolering, waarbinnen de herberekening van het verloop van de kapitaallasten een zwaarwegende factor is. Deze herberekening verwerkt de effecten van faseringen in de feitelijke voortgang van de werkzaamheden (doorwerking jaarrekening en nieuw Meerjarenprojectenplan Buitenruimte). Daarnaast gaat de rekenrente met ingang van 2022 omlaag van 3% naar 2%. Dit leidt tot lagere kapitaallasten en heeft een substantieel effect op de rioolexploitatie; 3. Het benutten van de spaarvoorziening riolering om samen met de egalisatievoorziening riolering bij te dragen aan een gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk en een optimale inzet van de beschikbare middelen. Wij kiezen op dit punt voor een consistente gedragslijn en dat brengt ons tot het volgende: Op basis van de actuele stand van de egalisatievoorziening per 1jan22 conform de jaarrekening 2021 stellen wij voor om een bedrag van € 1 miljoen hieruit te doteren aan de spaarvoorziening riolen.

Er blijft dan nog € 0,5 miljoen als saldo over in de egalisatievoorziening. Met het oog op een gematigde ontwikkeling van het rioolrecht op langere termijn stellen wij voor vanuit de spaarvoorziening riolen in de jaren 2023 tot en met 2026 per jaar € 0,25 miljoen in te zetten ter dekking ineens van een deel van de vervangingsinvesteringen riolering zoals opgenomen in het MPP Buitenruimte. Met inachtneming van deze aspecten leggen wij u bij de begrotingsbehandeling een tariefvoorstel voor via het jaarlijkse collegevoorstel “Tarievennota”. Op dit moment is onze verwachting dat een kostendekkend rioolrecht naar beneden worden bijgesteld. In welke mate hangt af van de gedetailleerde uitwerking van de begroting. De nadere besluitvorming/afweging kan worden meegenomen in het CUP-traject als onderdeel van het totale woonlastenplaatje. Naar een nieuwe maatstaf rioolrecht? Naar de toekomst tot speelt de ontwikkeling om de bestaande verordening met bestaande maatstaf voor de rioolheffing (één uniform aansluitbedrag voor percelen die zijn aangesloten op de riolering met een beperkte aanvulling voor “grootverbruik”) te vervangen door een vorm die beter recht doet aan de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken. Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte.

Van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt, daarom worden in de nieuwe situatie zoveel mogelijk percelen in de heffing betrokken. Bijvoorbeeld cultuurgronden en natuurterreinen, alsmede percelen die niet zijn aangesloten op de riolering, dragen nu veelal nog niet bij in de kosten van de gemeentelijke watertaken. De VNG heeft september 2021 een nieuwe modelverordening opgeleverd met verschillende varianten om de gedachtenvorming hierover te faciliteren. De verbreding komt ook terug in de citeertitel van de modelverordening: ‘Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing’. De VNG geeft aan, zich te kunnen voorstellen dat besluitvorming over de invoering van een nieuwe, verbrede rioolheffing plaatsvindt door de nieuwe gemeenteraad na de verkiezingen. Daar sluiten wij ons graag bij aan, dat biedt ook ruimte voor ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding en afstemming in het kader van de gemeenschappelijke regeling voor de belastingheffing.

Perspectiefnota 2023

pagina 56

4.2.6. Zorgvlied Het bestaande budgettaire kader gaat voor 2023 en verder uit van een kostendekkende exploitatie van Zorgvlied. Deze Perspectiefnota bevat voor Zorgvlied drie concrete voorstellen:  Inzet Rijkssubsidie Cultureel erfgoed parkonderhoud Zorgvlied, opgenomen in voorstel eenmalige middelen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft voor de periode van vijf jaar een subsidie van € 30.000 toegekend voor de instandhouding van het padenstelsel op Zorgvlied. Deze wordt verwerkt in de begroting;  Stormschade Zorgvlied ten laste van de egalisatievoorziening, opgenomen in het bestedingsvoorstel eenmalige middelen. De hevige voorjaarsstormen Eunice en Franklin hebben veel schade aangericht op Zorgvlied. De kosten van verwijderen van bomen en stobben, de huur van machines, herplanten van bomen en herstel van de infrastructuur worden geraamd op € 100.000 en de schade aan grafmonumenten circa € 60.000. De egalisatievoorziening is na deze aanspraak grotendeels uitgeput;  Renovatie park en graven ten laste van de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. In het nieuw vastgestelde bedrijfsplan is een jaarlijks bedrag voor meerjarig onderhoud/renovatie graven en parken opgenomen. De jaarlijkse uitgaven fluctueren. In het bestedingsvoorstel eenmalige middelen is voor 2022 een onttrekking aan de reserve opgenomen van € 106.000.

Voorstel 9 Ten aanzien van de lokale heffingen: (a) tijdelijk een hogere stand van de egalisatievoorziening huishoudelijk afval toe te staan in afwachting van nadere voorstellen, uiterlijk bij de Perspectiefnota 2024; (b) vanuit de egalisatie voorziening riolen een bedrag van € 1 miljoen te doteren in de spaarvoorziening vervanging riolen; (c) Met het oog op een gematigde ontwikkeling van het rioolrecht op langere termijn vanuit de spaarvoorziening riolen in de jaren 2023 tot en met 2026 per jaar € 0,25 miljoen in te zetten ter dekking ineens van een deel van de vervangingsinvesteringen riolering zoals opgenomen in het MPP Buitenruimte.

Perspectiefnota 2023

pagina 57 5. Eerste Tijdvakrapportage 2022 In bijlage 5 treft u aan de Eerste Tijdvakrapportage over 2022. Deze rapportage richt zich met name op begrotingsrechtmatigheid van de lopende begroting, inclusief de actualisering van kredietvoteringen en mutaties van reserves en voorzieningen. Vanwege de voorschriften inzake begrotingsrechtmatigheid heeft een groot deel van de besluitvorming die wij u via de Tijdvakrapportage voorleggen een hoog formeel en administratief-technisch karakter. Incidentele en structurele afwijkingen op het budgettaire kader 2022 en verder zijn integraal in deze Perspectiefnota verwerkt op de desbetreffende onderdelen (voorstellen incidentele en structurele middelen en investeringsplan maatschappelijk vastgoed). Grotere onderwerpen die in afzonderlijke paragrafen aan de orde komen zijn:  par. 2.2. Sociaal domein  par. 3.0. t/m 3.3. Omgevingswet, Grote projecten en Meerjarenprojectenplan Buitenruimte Onder verwijzing naar bijlage 5 noemen we hier samenvattend de volgende uitkomsten: Bedrijfsvoering Binnen de bedrijfsvoering vinden een aantal neutrale administratieve verrekeningen en overhevelingen plaats ad. € 4,2 miljoen die voornamelijk volgen uit de jaarafsluiting 2021. Afdelingsplannen Een onderdeel dat op verschillende plaatsen leidt tot wijziging van de begroting 2022 is de opstelling van de afdelingsplannen tot uitvoering van de begroting.

Een samenhangend beleidsmatig verslag van deze operatie hebben wij opgenomen in bijlage 6. Inhoudelijk is geen sprake van aanpassing van bestuurlijke kaders, de wijzigingen vloeien voort uit het nader uitwerking geven aan de gestelde opgaven binnen deze kaders. Overige onderwerpen De Tijdvakrapportage bevat de bijlagen externe inhuur, inkoop onrechtmatigheid, financiële positie, lokaal Coronafonds en lokaal Werkbudget Oekraïne. De twee laatstgenoemde bijlagen bevatten overzichten met de status per half mei. Voorstel 10 Naar aanleiding van de Eerste Tijdvakrapportage 2022: (a) Instemmen met de in paragraaf 1.1 “Begrotingsrechtmatigheid programma’s” vermelde budgettairneutrale wijzigingen; (b) Instemmen met de in paragraaf 2.1 “overige kredieten” vermelde mutaties; (c) Instemmen met de in hoofdstuk 3 “reserves en voorzieningen” vermelde mutaties; (d) Instemmen met de geactualiseerde begroting in hoofdstuk 4.1; (e) Instemmen met de in deze tijdvak begrote onttrekking uit het Lokaal Coronafonds, dit verrekenen met de stelpost bij algemene dekkingsmiddelen en de begroting 2022 hiervoor wijzigen; (f) De plafondbedragen die ten laste komen van het Lokaal Coronafonds vaststellen op de in deze tijdvak geactualiseerde prognosebedragen van totaal € 8,758 miljoen; (g) Instemmen met de in deze tijdvak begrote onttrekking uit het lokaal werkbudget Oekraïne, dit verrekenen met de stelpost

bij algemene dekkingsmiddelen en de begroting 2022 hiervoor wijzigen; (h) plafondbedragen die ten laste komen van het Lokaal werkbudget Oekraïne vaststellen op de in deze tijdvak geactualiseerde prognosebedragen van totaal € 4,861 miljoen.

Perspectiefnota 2023

pagina 58 6. Gevraagde besluiten 1. In te stemmen met het voorstel structurele middelen conform het overzicht in paragraaf 2.3.1 met een totaalbedrag van € 209.000 in 2022, € 780.000 in 2023 en € 808.000 vanaf 2024; 2. Ten aanzien van het investeringsplan maatschappelijk vastgoed: (a) Het investeringsplan maatschappelijk vastgoed 2022-2026 vast te stellen als kaderstellende meerjarige investeringsplanning, bestaande uit een onderdeel onrendabele investeringen (algemene middelen) van € 83,7 miljoen cf. het overzicht in paragraaf 2.4.1. en een onderdeel rendabele investeringen (dekking via huren) met een totaalvolume van € 12,6 miljoen cf. het overzicht in paragraaf 2.4.4.; (b) Een krediet van € 567.000 te voteren voor de verbouw Odensehuis zoals toegelicht in par. 2.2.2 sub (d) van de Perspectiefnota 2023; (c) Een krediet van € 1.900.000 te voteren voor het project Hellingbaan/bioscoop Stadshart zoals toegelicht in par. 3.2 van de Perspectiefnota 2023; 3. Ten aanzien van de nominale compensatie in de begroting 2023 in afwachting van de meicirculaire gemeentefonds vooralsnog rekening te houden met een prijscompensatie van 2,2%, een looncompensatie van 2,5% en een tariefindex van 2,5% (prijspeil Miljoenennota september 2021); 4. Ter dekking van de extra structurele lasten in deze Perspectiefnota, cf. het overzicht in paragraaf 2.1.3. sub.

c3): (a) de (uitgaven)stelpost areaal structureel te verlagen met € 659.000 in 2022 en structureel € 800.000 in 2023 en verder; (b) de (inkomsten)stelpost onderuitputting structureel te verhogen met € 250.000 met ingang van 2022; (c) de stelpost reservering onzekerheid/tekorten te verlagen met € 430.000 in 2023, € 458.000 in 2024, € 606.000 in 2025 en € 870.000 in 2026 en verder. 5. Ten aanzien van het onderdeel grote projecten mobiliteit en centrumontwikkeling: de actuele budgetten met bijbehorende dekking voor de uitvoeringskosten van de projecten A9, Uithoornlijn, Amstelveenlijn en Stadshart vast te stellen conform de overzichten in paragraaf 3.2.3; 6. Ten aanzien van het financieel kader Meerjarenprojectenplan Buitenruimte: (a) kennis te nemen van het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2022-2025 conform bijlage 4 in deze Perspectiefnota, de afzonderlijke bijlagen A en C, alsmede van de budgettenlijst conform de geheime bijlage B; (b) in te stemmen met onderstaande recapitulatie als kader voor de uitvoering en verantwoording:

7. In te stemmen met het voorstel eenmalige middelen conform het overzicht in paragraaf 3.4.1 met een totaalbedrag van € 3.226.000, waarvan € 1.320.000 in 2022, € 1.272.000 in 2023, € 378.000 in 2024 en € 128.000 in 2025 en 2026;

Perspectiefnota 2023

pagina 59 8. In te stemmen met verwerking van de geraamde opbrengsten winstafdrachten en aanvullende opbrengsten locatie-ontwikkelingen zoals opgenomen in het totaaloverzicht algemene reserve in paragraaf 3.5.1. ad. € 47,4 miljoen; 9. Ten aanzien van de lokale heffingen: (a) tijdelijk een hogere stand van de egalisatievoorziening huishoudelijk afval toe te staan in afwachting van nadere voorstellen, uiterlijk bij de Perspectiefnota 2024; (b) vanuit de egalisatie voorziening riolen een bedrag van € 1 miljoen te doteren in de spaarvoorziening vervanging riolen; (c) Met het oog op een gematigde ontwikkeling van het rioolrecht op langere termijn vanuit de spaarvoorziening riolen in de jaren 2023 tot en met 2026 per jaar € 0,25 miljoen in te zetten ter dekking ineens van een deel van de vervangingsinvesteringen riolering zoals opgenomen in het MPP Buitenruimte; 10.

Naar aanleiding van de Eerste Tijdvakrapportage 2022: (a) Instemmen met de in paragraaf 1.1 “Begrotingsrechtmatigheid programma’s” vermelde budgettairneutrale wijzigingen; (b) Instemmen met de in paragraaf 2.1 “overige kredieten” vermelde mutaties; (c) Instemmen met de in hoofdstuk 3 “reserves en voorzieningen” vermelde mutaties; (d) Instemmen met de geactualiseerde begroting in hoofdstuk 4.1; (e) Instemmen met de in deze tijdvak begrote onttrekking uit het Lokaal Coronafonds, dit verrekenen met de stelpost bij algemene dekkingsmiddelen en de begroting 2022 hiervoor wijzigen; (f) De plafondbedragen die ten laste komen van het Lokaal Coronafonds vaststellen op de in deze tijdvak geactualiseerde prognosebedragen van totaal € 8,758 miljoen; (g) Instemmen met de in deze tijdvak begrote onttrekking uit het lokaal werkbudget Oekraïne, dit verrekenen met de stelpost bij algemene dekkingsmiddelen en de begroting 2022 hiervoor wijzigen; (h) plafondbedragen die ten laste komen van het Lokaal werkbudget Oekraïne vaststellen op de in deze tijdvak geactualiseerde prognosebedragen van totaal € 4,861 miljoen.

Perspectiefnota 2023

pagina 60 Bijlage 1: Ontwikkelingen Jeugdhulp Tekorten op Jeugdhulp: landelijk beeld Met ingang van 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor veel nieuwe taken op de terreinen WMO-Zorg, Werk en inkomen en Jeugdhulp. Met name op de decentralisatie Jeugdhulp kampen veel gemeenten met grote tekorten. Amstelveen behoort hier tot de grote tekortgemeenten. De hulpvraag en de behandelkosten lopen op. Onderzoek naar de grote en breed verspreide tekorten op Jeugdhulp en intensief overleg hierover tussen Rijk en VNG heeft geresulteerd in extra incidenteel geld van Rijk, namelijk € 400 miljoen in 2019 en € 300 miljoen in 2020, € 1 miljard in 2021 en € 1,6 miljard in 2022. Alleen dit laatste bedrag komt in de buurt van het werkelijke tekort bij gemeenten op Jeugdhulp, dat in 2019 € 1,7 miljard bedroeg, blijkens een landelijk onderzoek van AEF dat in december 2020 verscheen. Het structurele beeld is onzeker. Via een Hervormingsagenda vanuit het overleg tussen onder meer Rijk en VNG zijn forse besparingen ingeboekt. Het realiteitsgehalte daarvan moet nog blijken. Autonome groei van de zorgvraag blijft een belangrijke risicofactor evenals de toegenomen zorgzwaarte. Kostenopdrijvende ontwikkelingen en verklaringen Vanaf 2018 is er sprake van diverse kostenopdrijvende ontwikkelingen. De jaarlijkse indexatie van de lonen overstijgt vaak de gemeentelijke indexatie.

Er is sinds 2018 sprake van een jaarlijkse cliëntgroei van tussen de ongeveer 4% en 7% per jaar. Ook zien we dat de kosten voor bestaande en nieuwe trajecten hoger zijn door langere en of intensievere trajecten (stijging van de zorgzwaarte). Hoewel de instroom afvlakt door de jaren heen zien we parallel dat de uitstroom achterblijft. Dit is een landelijk beeld, blijkt uit het eerder genoemde onderzoek van AEF. Uit een in 2020 uitgevoerd onderzoek door Significant naar de financiële ontwikkelingen in de jeugdhulp in Amstelveen blijkt dat de uitgaven en het gebruik van jeugdhulp in de gemeente Amstelveen in lijn is met het verwachte gebruik en trends in vergelijkbare gemeenten. Ook Significant concludeert dat de instroom de afgelopen jaren redelijk constant is geweest maar dat de uitstroom stagneert. De gemeente wordt slechts zeer beperkt gecompenseerd door het rijk voor de (autonome) ontwikkelingen. Er zijn diverse inhoudelijke verklaringen voor deze ontwikkelingen. Er zijn maatschappelijke ontwikkelingen die bijdragen aan de vraag naar jeugdhulp, bijvoorbeeld school- en prestatiedruk, een deel van de ouders (veel)eisender lijkt te worden, mediagebruik, de gevolgen van scheidingen en niet te vergeten de invloed van Corona op het leven van jeugdigen.

Daarnaast leidt vroegsignalering en nieuwe behandelwijzen die op steeds jongere leeftijd ingezet kunnen worden tot een toename van jeugdhulp. Ook de bevolkingsontwikkeling draagt bij aan de cliëntgroei. Veel kinderen groeien veilig, gezond en kansrijk op Het is van belang te benadrukken dat het overgrote merendeel van de Amstelveense jeugd veilig, gezond en kansrijk opgroeit. Waar nodig wordt er ingespeeld op een reële vraag van ouders en jeugdigen. Van de jeugdhulptrajecten die toch nodig zijn is 80% (bij complexe trajecten) tot meer dan 90% (bij lichtere trajecten) succesvol. Ontwikkelingen met financiële impact Eerdere grote onzekerheden zijn opgelost, zoals de gevolgen van de afrekening op werkelijke kosten in 2018 die doorwerkte in volgende jaren en de kosten voor specialistische jeugdhulp op het speciaal onderwijs (SJSO). De omvang van de onzekerheid als gevolg van de vertraging uit het berichtenverkeer is verkleind de afgelopen jaren. Echter, in 2022 en 2023 spelen de gevolgen van Corona, de nieuwe inkoop en met name de verandering in het woonplaatsbeginsel per 2022 een rol in de hoogte van de kosten. Hierna volgt een toelichting op deze drie ontwikkelingen (corona, inkoop, woonplaatsbeginsel). De ontwikkelingen ten aanzien van extra hulp aan Oekraïense vluchtelingen is nog niet meegenomen in de huidige prognoses.

Perspectiefnota 2023

pagina 61

Jeugdhulp en gevolgen corona De laatste jaren hebben we te maken met de gevolgen van corona. We zien een sterkere toename in het aantal hulpvragen, zowel licht als erg zwaar en een toename van de zwaarte van de hulpvragen. Onder meer met een sterke stijging in de jeugd GGZ. Ook is mogelijk sprake van uitgestelde zorg waardoor problemen zijn verergerd. Financieel heeft dit geleidt tot een forse stijging van de kosten, met name in 2020. De komende jaren vanaf 2022 is het de vraag of en in welk tempo de hulpvragen en daarmee de kosten doorwerken. We zien dat in 2021 een deel van de extra kosten uit 2020 is weggevallen. Tegelijk zijn er nog wel zorgen over de ontwikkelde achterstanden tijdens de coronajaren. Nieuwe inkoop specialistische jeugdhulp vanaf 2022 Per 2022 zijn nieuwe contracten jeugdhulp gesloten. De resultaatgerichte bekostigingsvariant is vervangen door de inspanningsgerichte variant (pxq, tarief maal uren). Met deze variant wordt afscheid genomen van gemiddelde trajecttarieven en wordt alleen daadwerkelijk geleverde zorg betaald. Dit houdt niet automatisch in dat de jeugdhulp goedkoper wordt maar het is wel de verwachting dat er meer zicht komt op inhoud, nut en noodzaak en doelmatigheid van de zorg.

Er zal bijvoorbeeld gewerkt worden met tussentijdse evaluaties van zorgtrajecten waarin beoordeeld wordt of de ingezette zorg nog steeds benodigd is, of op- dan wel afgeschaald dient te worden. In plaats van een regionale aanbesteding in samenwerking met de gemeenten in Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland is ervoor gekozen de aanbesteding samen met Aalsmeer te doen. Hierdoor is meer lokale sturing mogelijk. Wel betekent dit dat de interne organisatie daarop moet worden aangepast. Woonplaatsbeginsel Vanaf 2022 moet de gemeente waar de jeugdige woonde op het moment dat die een indicatie voor een verblijfsvoorziening kreeg de kosten daarvan gaan dragen. Op dit moment betaalt de gemeente waar de jeugdige verblijft regelmatig de kosten van de jeugdhulp. Amstelveen heeft dit traject tijdig afgerond maar wacht nog op gemeenten die jeugdigen gaan overdragen naar onze gemeente. Het financiële beeld is daarmee nog ongewis. Vooralsnog lijkt dit financieel geen negatieve consequenties te hebben. Zicht en Grip op financiële ontwikkelingen Jeugdhulp Op basis van de aanbevelingen uit de onderzoeksrapportage van Significant is een plan van aanpak Zicht en Grip op Jeugdhulp 2021 opgesteld.

Bedoeling van het plan is de control op de ontwikkelingen in de jeugdhulp te verbeteren, instrumenten te ontwikkelen om te kunnen sturen op financiële ontwikkelingen en de organisatie voor te bereiden op de uitvoering van de jeugdhulp in de nieuwe contractperiode vanaf 2022. De noodzakelijke activiteiten op het gebied van informatiemanagement, toegang tot de jeugdhulp, regie op uitstroom, aanbesteding en contractmanagement zijn uitgewerkt in projecten. Een deel hiervan is op het moment van schrijven volledig afgerond. Een deel wordt nog afgerond en doorontwikkeld in 2022. De projecten zijn aanvullend bovenop al bestaande checks op alle verwijsstromen via de gemeente, de huis- en jeugdartsen en de gecertificeerde instellingen. De uitdaging hierbij is de kostenopdrijvende ontwikkelingen dusdanig te compenseren dat de kostenstijging eerst afvlakt, stabiliseert en uiteindelijk gaat dalen. Met behoud en verbetering van de kwaliteit en effectiviteit. Grip krijgen op de ontwikkelingen in de jeugdhulp is een complex vraagstuk, waar alle gemeenten in Nederland mee worstelen.

De complexiteit hangt onder meer samen met de diversiteit in hulpvragen, de gevoeligheid van ontwikkelingsproblemen van kinderen bij hun ouders, alsmede de gevoeligheid van kinderen die in onveilige situaties leven, de personeelstekorten in de zorg, de grote diversiteit van typen jeugdhulp, wettelijke vereisten uit de Jeugdwet en het aanbestedingsrecht. Er is sprake van een breed samengesteld netwerk van uitvoerende organisaties. Grip krijgen op de ontwikkeling vergt maatregelen op verschillende plekken in de organisatie. Het zal geruime tijd vergen voordat effect van die maatregelen zichtbaar is in de financiële ontwikkeling.

Perspectiefnota 2023

pagina 62 BIJLAGE 2: Samenhang ontwikkeling WOZ-waarde/OZB en uitkering Gemeentefonds Relatie gemeentefonds en WOZ/OZB  Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is één van de belangrijkste inkomstenposten voor iedere gemeente. De algemene uitkering gemeentefonds is algemeen dekkingsmiddel, de gemeente beslist zelf over de aanwending. Voor Amstelveen gaat het om afgerond € 130 miljoen.  De hoogte van dit bedrag bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc. Het genormeerde OZB inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ waarden in de gemeente. Hoe werkt dit? Technisch werkt dit als volgt 1. Er is een bepaalde “koek” die gemeentefonds heet. De omvang van de koek wordt door het Rijk bepaald. Dit staat los van de WOZ-waarden van gemeenten. 2. Vervolgens is aan de orde, de verdeling van de koek over alle gemeenten. Binnen dat verdeelmodel is er een aftrekpost “belastingcapaciteit”. Dat levert een negatief bedrag op door de werkelijke WOZwaarde per gemeente te vermenigvuldigen met een gelijk rekentarief voor alle gemeenten. 3.

Een gemeente met een hoge WOZ-waarde heeft een hoge aftrekpost. Een gemeente met een lage WOZ-waarde heeft een lagere aftrekpost. Deze aftrekpost staat los van het eigen tarief van de gemeente. 4. Het totale bedrag van de aftrekpost van alle gemeenten samen wordt via andere onderdelen in de berekening (andere verdeelmaatstaven en uitkeringspercentage) weer “uitgesmeerd” (verdeeld) over alle gemeenten. Want “de koek” blijft even groot en wordt over alle gemeenten verdeeld. 5. De gemeente met een hoge WOZ-waarde krijgt een lagere uitkering uit het Gemeentefonds en de gemeente met de lage WOZ-waarde een hogere. Hoe werkt dit uit? Kernachtige duiding van de werking van de huidige verdeelsystematiek:  Gemeenten met dure woningen ontvangen minder geld van het Rijk dan gemeenten met goedkope woningen. De wetgever (het Rijk) gaat er namelijk vanuit, dat gemeenten met dure woningen (hogere WOZ-waarde) meer belasting van hun eigen burgers vragen dan gemeenten met goedkope woningen. Het is daarom dan ook niet zo dat alle gemeenten evenveel geld overhouden van de OZB die zij innen.  Het is expliciet de bedoeling van de wetgever dat gemeenten met dure woningen hogere lokale lasten innen. Voor eenzelfde voorzieningenniveau krijgen gemeenten met dure woningen dus minder geld van het Rijk omdat hun burgers meer belasting kunnen betalen.

 De wetgever vindt het wenselijk/redelijk/logisch, dat de schilder, onderwijzer of bijvoorbeeld verpleger met een woning in een gemeente met “dure woningen” meer OZB betaalt dan een vergelijkbare schilder, onderwijzer of verpleger met een woning in een gemeente met “goedkope woningen”. Bezwaren / Omstreden keuze Deze keuze was niet onomstreden, daar valt op af te dingen. Drie belangrijke kritiekpunten:  burgers betalen hun OZB-aanslag niet uit hun WOZ-waarde, maar uit hun inkomen;  een hoge WOZ-waarde betekent niet automatisch een hoger vermogen, er kan ook sprake zijn van navenant hogere (hypotheek)schulden;  het is niet de bedoeling, is ook niet de praktijk, is ook niet uit te leggen, dat gemeenten “cashen” door de WOZ-stijging 1-op-1 te vertalen in meer belastinginkomsten. Amstelveen stuurt op de totale ozbopbrengst (inflatiecorrectie en aparte besluitvorming over al dan niet aanvullende reële verhoging). Dat laat onverlet dat deze systematiek vooralsnog “staat als een huis” en in het voorstel voor een nieuw verdeelmodel gehandhaafd blijft en nog wat zwaarder gaat meetellen.

Perspectiefnota 2023

pagina 63

Nadelige herverdeeleffecten Amstelveen Deze maatstaf pakt voor Amstelveen nadelig uit. De woningwaarden in Amstelveen zijn relatief hoog, waardoor Amstelveen zwaar meedoet in deze aftrekpost eigen (veronderstelde) belastingcapaciteit. Amstelveen deelt relatief veel minder mee in de herverdeling van deze aftrekpost via de overige verdeelmaatstaven. De jaarlijkse mutatie/herberekening van alle maatstaven leidt op dit onderdeel tot een nadelig herverdeeleffect in de orde van structureel enkele tonnen, c.q. rond de € 0,5 miljoen per jaar. Tot dusver is dit nadeel steeds binnen de totale plussen en minnen van de algemene uitkering meegenomen. Een alternatief zou kunnen zijn, om dit herverdeelnadeel te dekken via een extra ozb-stijging boven de inflatie (“wozneutrale ozb-ontwikkeling).

Perspectiefnota 2023

pagina 64 Bijlage 3: Reeds besloten eenmalige middelen 2022-2025 tot aan Perspectiefnota ‘23 REEDS BESLOTEN EENM.UITG. '22-'25 - PER 1JAN22 Omschrijving

bedragen x € 1.000 2022

1. Sociaal Domein 1.1. Wmo, samenkracht en participatie Transformatie (via herschikking bestaand budget) # Regie en ketensignalering # Aanpak armoede en schulden # Versterken signalering en bereik # Gebiedgericht werken # Zorginnovatiefonds # Eenzaamheidsaanpak # Gezond in Amstelveen # Budgetoverhev. sociale samenhang jaarrek '19 Dekking binnen zorg/werk via transformatie # reorganiseren afslanken Vluchtelingenwerk # ontwikkelruimte sociale samenhang # fasering transform.posten (I+S neutraal) Emancipatieprogramma Participatievisie Armoedepreventie, thuisadm. & comm.onderst. Energie-armoede (motie) Gezonde jongeren bewegen meer Innovatiefonds Zorg en Welzijn Transformatiebudget Kwartiermaker agenda maatschappelijk herstel 1.2. Wmo Uitvoeringskosten invoering abonn.tar. Wmo * bijdrage Aalsmeer Wmo - Hulp bij huishouden Wmo - Hulpmiddelen Vrije inloop dagstruct./Participe Lief en leed straten, pilot 2020 Gratis OV ouderen 1.3. Werk en Inkomen Uitbreiding schuldhulpverlening (incl. vroegsign.) * budgetoverh. JAS (Jongeren Aveen Schuldenvrij) Intensivering "van werk naar werk" Werkmakelaars * bijdrage Aalsmeer Motie basisbanen * samenh.verlaging bijstandsbudget 1.4. Jeugd Kinderopvangtoesl.affaire (uitv.kosten) * bijdrage Aalsmeer Inzet GGZspecialisatie in sociaal team * bijdrage Aalsmeer Tekort Jeugd '20e.v.

a) maatwerkdienstverlening 18c) geëscaleerde zorg 18- (jeugdbescherming) b) extra inzet jeugdhulpverl. groei cl./zwaarte Sub-totaal Sociaal Domein 2. Onderwijs en Ontplooiing Onderwijs Gerichte versterking onderwijs * t.l.v. onderwijsbegroting Amity/Internationaal onderwijs Internationalisering onderwijs (IGBO, opstart) Peuterarrangementen Uitbreiding ondersteuning leerplicht * bijdrage Aalsmeer Onderwijshuisvesting * bijdrage gasloos KKC (tlv res.duurzaamheid) * voorb.kredieten en tijd.huisv. div.scholen * nieuw: voorb.kred. Sportvoorz/KKC Sport Actieplan individuele sporters Verduurzaming sport Doorontwikkeling lokaal sportakkoord C ompensatie BTW-nadeel AveenSport Cultuur C apaciteit uitvoering C ultuuragenda '20-'24 Advisering, /promotie en online platform cultuur Museum JAN Onderzoek toekomst C obramuseum Historie van Amstelveen Programma historisch besef (monumenten) Stimuleren kleine culturele initiatieven Stimuleren amateurkunst Lokaal mediafonds & lokale omroepen Kunst openbare ruimte Kindvriendelijke kunst in de buurten Aansluiting beeldenroute Keizer Karelweg Beeldentuin dak A9 Inkoop van kunst Stimuleringsbuget Bostheater Platform C Sub-totaal Onderwijs en Ontplooiing 3. Economie & Duurzaamheid Stadspromotie Duurzame mobiliteit gemeentelijke organisatie Acties vooruitlopend op uitvoeringsprogramma Sub-totaal Economie & Duurzaamheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=6433b544-2fa8-450e-a3fb-a85e2a9e04c2