CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2023

Raadsvergadering 19 juni 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Jaarstukken 202339.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

bijgestelde begroting a. toevoeging

b. onttrekking

jaarrekening c=a-b stand 1jan verschil

d. toevoeging

e. onttrekking

verschil stand 31dec

f=d-e verschil

g=c-f

0

0

0

2.500

0

0

2.500

0

0

0.8 Stedelijke vernieuwing

1.463

0

1.463

13.696

1.463

0

15.159

1.463

0

8 Algemene dekkingsmiddelen

1.463

0

1.463

16.196

1.463

0

17.659

1.463

0

Afdekking risico invest-MRA/investeringen in energietransitie en duurzaamheid Vanuit de verkoopopbrengst Eneco is € 15 miljoen gereserveerd voor investeringen in energietransitie en duurzaamheid. In de raadsvergadering van 11 november 2020 is ingestemd met participatie in Invest-MRA (thans ROM-InWest). De investering bedraagt ongeveer 1% van de Amstelveense begroting oftewel € 2,5 miljoen. Ter afdekking van het risico dat de middelen niet terugvloeien naar Amstelveen is € 2,5 miljoen gereserveerd in een afzonderlijke bestemmingsreserve. Dit bedrag kan (deels) weer terugvloeien ten gunste van de reserve "investeringen in energietransitie en duurzaamheid" als het risicoprofiel in de komende jaren lager dan 100% blijkt te zijn. Bij de oprichting eind december 2021 zijn 104.525 aandelen geplaatst voor elk € 1,00. Provincie Noord-Holland en Amsterdam hebben elk 40.000 aandelen. Amstelveen heeft 2.500 aandelen in bezit (€ 2.500). In oktober 2022 heeft Amstelveen € 250.000 als kapitaal verstrekt aan ROM Inwest. De totale kapitaalverstrekking tot heden bedraagt daarmee € 252.500. Voorzieningenmutatie met toelichting bedrag x € 1.000 taakveld + omschrijving

bijgestelde begroting

jaarrekening

a. toevoeging

b. onttrekking

c=a-b stand 1jan verschil

0.8 Dubieuze debiteuren

0

0

0

0.8 Dubieuze vorderingen op openbare lichamen

0

0

0

8 Algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

verschil

d. toevoeging

e. onttrekking

stand 31dec

f=d-e verschil

g=c-f

1.372

1.055

1.030

1.397

24

-24

0

0

0

0

0

0

1.372

1.055

1.030

1.397

24

-24

dubieuze debiteuren In de verordening 212 staan gedragsregels voor het bepalen van het saldo dubieuze debiteuren. De voorziening geeft een indicatie van de vorderingen waar de gemeente een risico loopt ten aanzien van het (volledig) terugontvangen van vorderingen. De noodzakelijke omvang wordt vastgesteld door afhankelijk van de ouderdom van de openstaande posten een bepaald percentage als dubieuze vordering te beschouwen; tussen 1 en 2 jaar is dit 25%, tussen 2 en 3 jaar 50% en voor oudere vorderingen 100%. Dit leidt tot een dotatie (kolom d) aan de voorziening met € 1,0 miljoen. De grootste post hierbinnen betreft belastingdebiteuren en het raadsbesluit "Meerjarige subsidie aanvraag Masterplan Samenspel Cobra Museum" van 22 november 2023, waarin wordt besloten € 0,5 miljoen aan openstaande nota's toe te voegen aan de voorziening. In 2023 is in de voorziening een bedrag vrijgevallen van € 0,65 miljoen dat in 2022 was gedoteerd voor een verkooptransactie. De verkoop is afgerond en het voorziene bedrag was niet benodigd. Het restantbedrag ad. € 0,4 miljoen onder "e. onttrekking" zijn afboekingen van oninbare debiteuren, waarvan € 254.000 betrekking heeft op toeristen- en gemeentebelastingen over de jaren 2019 en 2020 van 1 debiteur.

Jaarstukken 2023

pagina 75 van 214

Verbonden partijen Naast de eigen organisatie dragen verbonden partijen bij aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen. Bij de realisering van de doelstellingen van het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn betrokken:  Gemeentebelastingen Amstelland,  Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen,  AmstelveenSport B.V.,  Stedin Groep (netwerkbedrijf) en  NV Bank Nederlandse Gemeenten. Voor aanvullende informatie per partij wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.

pagina 76 van 214

Jaarstukken 2023

3 Paragrafen

Jaarstukken 2023

pagina 77 van 214

3.1 Lokale heffingen

Inleiding De paragraaf lokale heffingen bevat, conform het BBV, een overzicht van de inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Beleidsvoornemens De beleidsvoornemens zijn terug te vinden in de begroting 2023. Hier staat ook de berekening van het gehanteerde overheadpercentage van 71%. Eventuele afwijkingen t.o.v. deze beleidsvoornemens staan vermeld in deze paragraaf. Zie: Beleid en overzicht op hoofdlijnen van de lokale heffingen | Begroting 2023 (begroting-2023.nl). Kwijtscheldingsbeleid De meest recente beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid staat in de begroting 2024: Kwijtscheldingsbeleid | Begroting 2024 (begroting-2024.nl) . Grondslag heffingen In de Gemeentewet en een aantal bijzondere wetten is geregeld welke heffingen (belastingen en retributies) een gemeente mag opleggen. De gemeenteraad bepaalt de hoogte van het tarief en welke van die heffingen ook daadwerkelijk worden geheven. De commissie BBV heeft in 2021 het advies uitgebracht om in de paragraaf lokale heffingen een overzicht op te nemen van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing.

Deze is terug te vinden in de begroting 2023 van Amstelveen: Grondslag | Begroting 2023 (begroting-2023.nl) Inkomsten lokale heffingen Gemeten naar financiële omvang bepalen de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht met afgerond 71% de opbrengst lokale heffingen. bedrag x € 1.000 omschrijving Ozb niet-woning gebruik Ozb-niet-woning eigendom Ozb woning eigendom Toeristenbelasting Subtotaal belastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Marktgelden Begraafrecht Grafrecht (onderhoud) Bouwleges Parkeerinkomsten Bevolking APV vergunningen Overig Subtotaal retributies Totaal

pagina 78 van 214

rekening 2022 4.844 7.014 12.246 767 24.871

begroting 2023 5.344 7.397 12.818 2.162 27.721

rekening 2023 5.129 7.351 12.811 1.673 26.964

programma

11.247 9.214 144 3.206 1.842 2.455 3.377 1.809 62 38 33.394 58.265

11.130 9.467 158 3.367 1.830 4.537 4.130 1.570 103 34 36.326 64.047

11.368 9.264 146 3.325 1.846 5.465 4.173 1.703 75 45 37.410 64.374

4 4 3 4 4 5 5 6 6

Jaarstukken 2023

8 8 8 3

Belastingen Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Parkeergeld betreft een belasting (regulerende functie). Tegelijkertijd hebben parkeergelden (deels) ook het karakter van een vergoeding voor een dienst. Daarom zijn de inkomsten in deze paragraaf verantwoord onder retributies. Retributies Retributies zijn heffingen waarbij een bepaalde vergoeding wordt betaald voor een specifieke dienst.

Uitwerking financiële kaders per heffing c.q. groep van heffingen Hieronder worden per heffing c.q. groep van heffingen de relevante kosten en mate van kostendekkendheid inzichtelijk gemaakt. Via "overige toe te rekenen kosten" worden kosten betrokken bij de kostendekkendheid die niet op het taakveld staan van de heffing. Op onderdelen kan sprake zijn van enigszins afgeronde bedragen die beperkt afwijken van de exacte bedragen op de programma’s en in de administratie. kostendekkendheid in begroting en rekening Bij het bepalen van de kostendekkendheid in begroting en rekening inclusief de verwerking van verschillen tussen begroting en rekening gelden de volgende uitgangspunten: Directe lasten en baten op het taakveld van de heffing  de directe lasten en baten op het taakveld van de heffing maken integraal onderdeel uit van de verantwoording van de kostendekkendheid (rekent af met de voorziening).

In de begroting zijn dit de geraamde directe lasten/baten, in de rekening zijn dit de werkelijke directe lasten/baten; Overige toe te rekenen kosten  als algemene regel geldt dat de primitief bepaalde bedragen voor de overige toe te rekenen kosten het gehele jaar van kracht zijn (begroting = rekening; voorcalculatie = nacalculatie);  hierop geldt één uitzondering: het bedrag voor overhead kan door specifieke besluitvorming (bijvoorbeeld krimp/groei) en/of gehanteerde systematiek van kostentoerekening afwijken in de begroting na wijziging en op rekeningbasis;  het gehanteerde overheadpercentage in de rekening is gelijk aan het berekende percentage in de begroting;  de op te nemen bedragen voor straatvegen en baggeren worden periodiek bij de begroting getoetst en indien nodig geactualiseerd aan de hand van de VNG-matrix;  voor de overige onderdelen worden de gehanteerde begrotingsramingen getoetst aan de werkelijke cijfers. Dit kan leiden tot aanpassing in de eerstvolgende op te stellen begroting.

Verrekeningen met de egalisatievoorzieningen rioolrecht, huishoudelijk afval en Zorgvlied  begrotingswijzigingen sluiten via een verrekening met de voorziening;  de afwijking op de regel "saldo kosten -/- heffing" tussen de rekening en de begroting na wijziging wordt verrekend met de egalisatievoorziening (dekkingspercentage blijft dan gelijk);  een egalisatievoorziening "mag niet negatief staan". Mocht sprake zijn van een onverhoopt tekort dat groter is dan het saldo in de egalisatievoorziening, dan komt het resterende tekort na uitputting van de egalisatievoorziening ten laste van het rekeningresultaat. Dit leidt bij rioolrecht, huishoudelijk afval en Zorgvlied tot een verschil op de regel "saldo kosten -/- heffing" tussen de rekening en de begroting na wijziging;  het dekkingspercentage bedraagt in de rekening maximaal 100%;  Als het percentage hoger dan 100% uitkomt in de rekening wordt een bedrag gestort in de egalisatievoorziening waarna het dekkingspercentage 100 bedraagt.

Jaarstukken 2023

pagina 79 van 214

Rioolheffing In 2023 is, conform besluitvorming, een bedrag van € 0,8 miljoen gestort in de egalisatievoorziening vervanging riolering, ter dekking van toekomstige vervangingsinvesteringen en met het oog op een verantwoorde en gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk op langere termijn. De storting in de egalisatievoorziening bedraagt € 0,774 miljoen. De stand van de egalisatievoorziening riolering bedraagt eind 2023 € 1,7 miljoen. Dit overschrijdt het plafond van 10% van de opbrengsten rioolrecht (vastgelegd in de Nota Reserves en voorzieningen) met € 0,8 miljoen. Naast de toegelichte afwijking in de jaarstukken heeft in de loop van het jaar reeds een bijstelling van de begroting plaatsgevonden (Perspectiefnota inclusief Eerste Tijdvakrapportage). Als op rekeningbasis blijkt dat het vastgestelde maximum is overschreden, wordt bij de eerstvolgende Perspectiefnota concreet voorgesteld hoe hiermee om te gaan. Daarbij wordt als regel een surplus op de egalisatievoorziening riolen via de spaarvoorziening “vervanging riolering” ingezet ter dekking ineens van een deel van de jaarlijkse vervangingsinvesteringen zoals opgenomen in het MPP Buitenruimte. Op deze manier wordt een eventuele restruimte binnen een trendmatige, behoedzame tariefontwikkeling aangemerkt en ingezet als spaarcomponent.

Onderdeel van deze beoordeling is de fasering van de inzet van de middelen voor klimaatadaptief onderzoek en “data op orde”. Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht. RIOOLHEFFING

Begroting 2023

Begroting 2023

bedrag x € 1.000

Primitief

incl. wijzigingen

Rekening 2023

1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen 1c. verrekening met voorziening 1. Taakveld riolen (netto kosten)

6.551 -25 614 7.140

6.591 -25 850 7.417

6.478 -1 774 7.251

2a. straatvegen 2b. Baggerkosten 2c. overhead 2d. BTW 2. Overige toe te rekenen kosten

400 57 918 952 2.327

400 57 1.103 878 2.438

400 57 1.103 838 2.398

3. Totaal voor rioolrecht relevante kosten

9.467 N

9.854 N

9.650 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel 4b. evt. tariefvoorstel 2022 4. Opbrengst rioolrecht

-9.467 0 -9.467 V

-9.467 0 -9.467 V

-9.264 -9.264 V

5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

0 N 100,0%

387 N 96,1%

386 N 96,0%

Afvalstoffenheffing Toelichting De lasten zijn per saldo € 0,2 miljoen lager door:  Afvaltransport en verwerking: met ingang van 1 januari 2023 is er een nieuw contract ingegaan voor het verwerken van restafval bij het Afval Energiebedrijf Amsterdam (AEB). Dit contract is veel voordeliger (circa 25 euro per ton) dan het contract dat liep tot 31 december 2022.

pagina 80 van 214

Jaarstukken 2023

Aankoop duurzame roerende goederen: het plaatsen van extra textiel-, glas- en papiercontainers is uiteindelijk goedkoper uitgevallen dan eerst voorzien doordat er meerdere al geplaatste containers hebben kunnen ombouwen tot textielcontainers. Onderhoud en licenties ICT: Afvalbeheer werkt met sensoren in ondergrondse containers en een routemanagementsysteem. De kosten zijn hoger dan begroot maar hierdoor kunnen we ook na feestdagen of een storm die invloed heeft op de inzameling heel precies inzamelen waardoor het serviceniveau hoog blijft. De ondergrondse restafvalcontainers hebben een kaartlezer, evenals de bovengrondse GFE-cocons,. Ook hiervoor zijn de kosten hoger dan begroot, maar doordat we ook hier alleen huishoudelijk restafval inzamelen en schoon GFT blijven de kosten bij verwerking laag.

De stand van de egalisatievoorziening huishoudelijk afval bedraagt eind 2023 € 0,9 miljoen. Dit overschrijdt niet het plafond van 10% van de opbrengsten afvalstoffenheffing, zoals is vastgelegd in de Nota Reserves en Voorzieningen. Als op rekeningbasis blijkt dat het vastgestelde maximum is overschreden, wordt bij de eerstvolgende Perspectiefnota concreet voorgesteld hoe hiermee om te gaan. Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht. HUISHOUDELIJK AFVAL

Begroting 2023

Begroting 2023

Primitief

incl. wijzigingen

1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen

9.674 -1.833

10.332 -1.833

10.098 -1.478

1c. verrekening met voorziening 1. Taakveld huishoudelijk afval (netto kosten)

-650 7.191

-1.972 6.528

-1.821 6.799

2a. straatvegen 2b. kwijtschelding 2c. handhaving 2d. overhead 2e. BTW 2f. Reserve kapitaallasten i.v.m. krediet inzamelvoertuigen 2. Overige toe te rekenen kosten

556 384 158 2.428 1.265 650 5.442

556 384 158 3.301 1.183 650 6.233

556 400 158 3.301 1.045 744 6.205

3. Totaal voor huish. afval relevante kosten

12.633 N

12.760 N

13.004 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel 4b. evt. tariefvoorstel 2022 4. Totale opbrengst afvalstoffenheffing

-11.130 0 -11.130 V

-11.130 0 -11.130 V

-11.368 0 -11.368 V

5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

1.503 N 88,1%

1.631 N 87,2%

1.636 N 87,4%

bedrag x € 1.000

Rekening 2023

Zorgvlied Toelichting 1.a Lasten Onderstaand overzicht heeft betrekking op de kostendekkendheid dat afwikkelt met de voorziening "Begraafplaats Zorgvlied". De opbrengst uit heffingen wordt gestort in de daarvoor bestemde voorzieningen "Afkoop onderhoud graven" & "Uitgifte graven".

Jaarstukken 2023

pagina 81 van 214

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

Zorgvlied

Begroting 2023

Begroting 2023

Primitief

incl. wijzigingen

1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen 1c. verrekening met voorziening 1. Taakveld Zorgvlied (netto kosten)

4.065 -357 43 3.751

4.999 -446 31 4.584

4.910 -416 -51 4.443

2a. Reservemutaties/overig 2b. overhead 2. Overige toe te rekenen kosten

66 1.270 1.336

66 1.288 1.354

66 1.288 1.354

3. Totaal voor Zorgvlied relevante kosten

5.087 N

5.938 N

5.797 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel 4b. evt. tariefvoorstel 2022 4. Opbrengst heffing rechten Zorgvlied

-4.419 -280 -4.699 V

-5.308 0 -5.308 V

-5.171 0 -5.171 V

5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

388 N 92,4%

630 N 89,4%

626 N 89,2%

bedrag x € 1.000

Rekening 2023

Bouwleges De legesinkomsten en de hiermee samenhangende lasten worden begroot op basis van (project) ontwikkelingen en verwachte vergunningaanvragen. Daarbij zit altijd een risico dat de gemeente niet zelf kan beïnvloeden. Onder andere marktomstandigheden, het tempo van de ontwikkelaar/aanvrager zelf en economische omstandigheden (stikstofproblematiek, conflicten/oorlogen, hoge inflatie, grondstoffen schaarste, stijging van de rente etc.) beïnvloeden of en wanneer een project tot daadwerkelijke realisatie komt. Bovendien kan de gemeente alleen op basis van een inschatting van het initiatief een raming maken van de te verwachten leges. Concreet uitgewerkte bouwplannen zijn in deze fase niet beschikbaar. Dit alles leidt tot € 928.000 aan hogere baten en hoger dekkingspercentage dan was ingeschat. De hieraan gerelateerde lasten zijn € 56.000 lager. De verhoging van de voorziening dubieuze debiteuren omgevingsvergunningen wordt niet begroot en aan het einde van het jaar wordt de hoogte van de voorziening berekend. Voor 2023 was een storting van € 863.000 nodig. De dotatie aan de voorziening maakt overigens geen onderdeel uit van de berekening van de kostendekkendheid.

pagina 82 van 214

Jaarstukken 2023

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

BOUWLEGES

Begroting 2023

Begroting 2023

Primitief

incl. wijzigingen

1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen 1c. verrekening met voorziening 1. Taakveld bouwvergunningen (netto kosten)

1.389 0 0 1.389

1.983 0 0 1.983

1.927 0 0 1.927

2a. Overhead 2b. BTW 2c. Vergoedingen welstandscommissie 2. Overige toe te rekenen kosten

919 65 46 1.030

1.408 200 46 1.654

1.368 185 32 1.585

3. Totaal voor bouwleges relevante kosten

2.419 N

3.637 N

3.512 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel 4b. evt. tariefvoorstel 2022 4. Totale opbrengst bouwleges

-1.983 0 -1.983 V

-4.537 0 -4.537 V

-5.465 0 -5.465 V

5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

436 N 82,0%

-900 V 124,7%

-1.953 V 155,6%

bedrag x € 1.000

Rekening 2023

Burgerzaken Slechts een deel van de taken van de afdeling Burgerzaken is legesgerelateerd. Dit verklaart dat het dekkingspercentage in de orde van 40% ligt. Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000). BURGERZAKEN

Begroting 2023

Begroting 2023

bedrag x € 1.000

Primitief

incl. wijzigingen

1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen 1. Taakveld burgerzaken (netto kosten)

2.781 0 2.781

2.859 0 2.859

3.058 0 3.058

2a. Overhead 2b. BTW 2. Overige toe te rekenen kosten

1.500 90 1.590

1.500 90 1.590

1.500 90 1.590

3. Totaal voor burgerzaken relevante kosten

4.370 N

4.449 N

4.648 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel 4b. evt. tariefvoorstel 2022 4. Opbrengst burgerzaken

-1.548 0 -1.548 V

-1.570 0 -1.570 V

-1.703 0 -1.703 V

5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

2.822 N 35,4%

2.879 N 35,3%

2.945 N 36,6%

Jaarstukken 2023

Rekening 2023

pagina 83 van 214

Onroerende zaakbelastingen (OZB) Toelichting De onroerende zaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De OZB bestaat uit een belasting voor:  het gebruik (alleen niet-woningen) en  het eigendom (woningen en niet-woningen). De totale OZB-opbrengst in 2023 (inclusief voorgaande aanslagjaren) bedraagt € 25,3 miljoen. De vermelde baten op het programma algemene dekkingsmiddelen ad. € 25,5 miljoen bevat ook andere inkomsten. Overige heffingen Parkeren De parkeeropbrengst wijkt niet veel af van de begroting. De werkelijke opbrengst is opgebouwd uit de volgende onderdelen:  € 1.508.000 naheffingsaanslagen;  € 1.835.000 parkeergelden en;  € 830.000 parkeervergunningen. Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting loopt 1 jaar achter; in 2023 staat de opbrengst over 2022 verantwoord. Over het jaar 2022 is € 490.000 minder toeristenbelasting ontvangen dan was begroot. Gasten die als ontheemden (uit de Oekraïne) in de hotels verbleven, zijn vrijgesteld van de heffing van de toeristenbelasting. Hierdoor is € 290.000 minder aan baten toeristenbelasting opgelegd. Daarnaast kwamen begin 2022 minder toeristen door de naweeën van de Covid pandemie. De economische situatie is een derde belangrijke reden die heeft geleid tot een vermindering van het aantal toeristen.

Lokale lastendruk Woonlastenvergelijking Om een indruk te geven van de ontwikkeling van de Amstelveense tarieven vergelijken wij ons op deze plaats met andere gemeenten. Basis hiervoor zijn de tarieven 2023. Voor de vergelijking met omringende gemeenten is gebruikgemaakt van de Atlas van de lokale lasten 2023, opgesteld door het COELO. Voor 2023 bedragen de Amstelveense woonlasten voor een gemiddelde koopwoning (meerpersoonshuishoudens) € 900. De gemiddelde woonlasten voor eigenaar-bewoners liggen op € 944. Ten opzichte van 2022 betekent dit een gemiddelde stijging van 4,8%. Sinds de begroting 2023 wordt onderscheid gemaakt voor de gemiddelde woningwaarden voor koop en huur door de gewijzigde registratie van het CBS. Het COELO sluit aan bij deze registratie en hanteert in de woonlastenberekening ook dit onderscheid. Niet alleen in landelijk verband, maar ook in AM-verband lopen de gemiddelde woningwaarden voor koopwoningen inmiddels fors uiteen, hetgeen een vergelijking steeds lastiger maakt.

pagina 84 van 214

Jaarstukken 2023

Jaarstukken 2023

pagina 85 van 214

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het uitgangspunt is een dialoog-gerichte aanpak in plaats van een risicomanagementsysteem (het vullen van een tool met alle risico’s). Verwacht wordt dat door een dialoog meer interactie ontstaat waardoor de echte risico’s boven tafel komen. Idee daarbij is ook dat niet op honderden (kleinere) risico’s gestuurd kan worden. Gestuurd zal worden op grotere risico’s waarbij de kans aannemelijk is dat deze zich kunnen voordoen. Het verleden leert ons ook dat een 100% risico-inschatting echter niet te maken is. Inleiding Het beleidskader is met de Nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021 in november 2021 vastgesteld. De nota is de kapstok aan de hand waarvan deze paragraaf is uitgewerkt. Het besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 11) definieert het weerstandsvermogen als de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiële risico's waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen.

pagina 86 van 214

Jaarstukken 2023

Risico's en beheermaatregelen Risicobeleid De risico’s zijn onderverdeeld in:  Normale bedrijfsrisico’s;  Financiële verhouding en decentralisaties;  Grondexploitaties;  Mobiliteit. Deze vier onderdelen worden hierna beschreven en afgesloten met een overzicht van de incidenteel benodigde weerstandscapaciteit (resumé risicoprofiel). De paragraaf biedt op hoofdlijnen inzicht in het risicoprofiel van de gemeente en de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit). Opgemerkt wordt dat er een onlosmakelijke samenhang is tussen risico's en beheersmaatregelen. Want met gedegen beheersmaatregelen worden de mogelijke risico's aanmerkelijk ingeperkt. Andersom geldt vanzelfsprekend ook dat, indien geen beheersmaatregelen worden getroffen, de risico's navenant toenemen. Risicoprofiel Bij het bepalen van het risicoprofiel wordt rekening gehouden met:  duiden van mogelijke tegenvallers waarmee de gemeente te maken kan krijgen;  de beheersmaatregelen die de gemeente neemt om risico's te identificeren;  het bevorderen van het risicobewustzijn;  het vermijden van risico's;  beperken van schade ingeval risico's zich onverhoopt toch voordoen. Weerstandscapaciteit Dit betreft de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen.

Weerstandsvermogen Door risicoprofiel en weerstandcapaciteit met elkaar te confronteren kan een uitspraak over het weerstandvermogen van de gemeente worden gedaan. Zolang de weerstandcapaciteit groter is dan de gekwantificeerde risico's kan de gemeente tegenvallers opvangen. De weerstandcapaciteit betreft overigens structurele en incidentele zaken. Normale bedrijfsrisico's Met het gemeentelijk takkenpakket is een structureel jaarbudget van ongeveer € 275 miljoen gemoeid. Dit takenpakket is zeer divers en de mate van beïnvloedbaarheid verschilt per onderdeel, maar is in relatie met de hiervoor genoemde (beheer)maatregelen voor het gemeentebestuur op zich goed structureel te managen. Dit kan er overigens wel degelijk toe leiden dat er bestuurlijk fors moet worden ingegrepen. Uitgangspunt is, dat waar sprake is van structurele tegenvallers, deze middels compenserende structurele maatregelen (bezuinigen en/of inzetten belastingcapaciteit) in een structureel sluitende meerjarenbegroting moeten worden ingepast. Wanneer er voor wordt gekozen om structurele maatregelen getemporiseerd in te voeren om de acceptatie en/of zorgvuldige implementatie te verbeteren kan een financiële faseringsbuffer uitkomst bieden. De risico's die met de uitvoering van het gemeentelijk takenpakket samenhangen, vallen onder de noemer normale bedrijfsrisico's.

De normale bedrijfsrisico’s zijn als volgt ingedeeld: 1. Fysieke leefomgeving; 2. Informatieveiligheid en privacy; 3. Financieel-economisch; 4. Overige ontwikkelingen

Jaarstukken 2023

pagina 87 van 214

1. Fysieke leefomgeving Bouwleges De inkomsten uit bouwleges worden bepaald door de bouwactiviteiten binnen de gemeente. De geraamde inkomsten voor bouwleges zijn gebaseerd op de meerjarige planning van bouwactiviteiten. De realisatie kan afwijken van de planning zodat de inkomsten in een jaar afwijken van de begrote inkomsten, zowel in positieve als negatieve zin. Bestemmingsplan- en handhavingsprocedures De kans is altijd aanwezig dat de gemeente aangesproken wordt in het kader van bestemmingsplanen handhavingsprocedures en dergelijke, na afsluiting van een grondexploitatie of project. De gemeente krijgt te maken met bezwaren, rechtsprocedures en schade aansprakelijkstelling. Aanbestedingsrisico’s Bij de bouw en het onderhoud van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen wordt bij diverse vakgebieden (o.a. groenbestekken en nieuwbouwprojecten) gebruik gemaakt van de markt. Door de aantrekkende bouwmarkt, het personeelsgebrek bij de aannemers, de hogere loonkosten, de aangescherpte eisen voor nieuwbouw (BENG) per 1 januari 2021, de hogere energieprijzen en de hogere prijzen van grondstoffen, zien we dat de marktsituatie wijzigt en dat prijzen aanzienlijk blijven stijgen. Een en ander heeft tot gevolg dat de kosten van het onderhoud van de openbare ruimte en de gemeentelijke gebouwen in de toekomst hoger worden.

Voor toekomstige eenmalige investeringen in (vervangende) nieuwbouw van (school)gebouwen en binnensportaccommodaties geldt eveneens dat het risico bestaat dat het aanbestedingsresultaat hoger uitvalt, dan in het investeringsplan maatschappelijk vastgoed is opgenomen. Niet alleen de stijging van de energie- en grondstofprijzen, maar ook het gemeentelijk ambitieniveau duurzaamheid drijft de investeringsbedragen op. Uitvoering infraprojecten in de openbare ruimte Projecten in de openbare ruimte kunnen soms niet tot uitvoering komen of forse vertraging oplopen door externe factoren. Ook komt het voor dat de vooraf ingeschatte kosten voor dergelijke projecten te laag blijken te zijn en dat kostenstijgingen op bepaalde projecten ertoe leiden dat er meerjarig minder budget overblijft voor andere of nieuwe projecten.

Enkele voorbeelden van onzekere factoren zijn:  afhankelijkheid van de bereidheid en capaciteit van kabel- en leidingbedrijven om hun medewerking vlot te verlenen;  het verkrijgen van vergunningen van derden (zoals waterschappen);  inspraak op projecten waardoor deze gewijzigd moeten worden;  beschikbaarheid van aannemers;  levertijden en prijzen van materialen en energie;  het moeilijk kunnen inschakelen van externe deskundige medewerkers die schaarser worden door het aantrekken van de economie;  het moeilijk kunnen aantrekken of inhuren van gekwalificeerd personeel om projecten te kunnen voorbereiden;  het op onverwachte plaatsen aantreffen van vervuilde grond waar in een project geen rekening mee gehouden is en waardoor sanering nodig is. In 2023 en 2024 zijn enkele van deze factoren zeer actueel. Vooral de kosten van asfalt en andere grondstoffen stijgen in hoge mate en hogere energiekosten worden doorberekend in de aanbiedingen. Het vinden van gekwalificeerd personeel voor de openstaande vacatures, zowel vast als inhuur, is een zorgpunt. De financiële gevolgen en sturingsmogelijkheden om risico’s binnen een krediet op te vangen verschillen van project tot project. Binnen het totale buitenruimteprogramma worden fluctuaties in budgetten zo goed mogelijk opgevangen.

Zo nodig worden projecten getemporiseerd of worden extra incidentele of structurele middelen aangevraagd.

pagina 88 van 214

Jaarstukken 2023

Afval Energie Bedrijf (AEB) De gemeente heeft na een Europese Aanbesteding samen met regiogemeenten een contract gesloten met het AEB voor 5 jaar met de mogelijkheid om dit contract 4 keer met 1 jaar te verlengen. De prijs per verwerkte ton restafval is lager dan wat de gemeente tot en met 2022 heeft betaald. Sinds begin 2023 valt lachgas onder de Opiumwet waardoor de statiegeldregeling voor lachgascilinders is gestopt. De cilinders worden nu gedropt in het huishoudelijke afval of in de openbare ruimte. De cilinders kunnen brand veroorzaken in de inzamelvoertuigen en zijn een groot probleem door ontploffingen in het bedrijfsproces bij het AEB. Daarom krijgt het restafval bij het AEB een extra ‘handling’ om de lachgascilinders uit het afval te sorteren. Dit brengt hoge kosten met zich mee die mogelijk in rekening worden gebracht bij de gemeenten in 2024. Stikstofdepositie Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000gebieden. Bij plannen en projecten dient aangetoond te worden (met het rekenprogramma AERIUS Calculator) dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000gebieden. Wanneer de stikstofbijdrage van een plan op een Natura 2000-gebied hoger is dan 0,00 mol/ha/j dan kan het plan niet zondermeer doorgang krijgen.

Het verkrijgen van een toestemming van de provincie is door de druk op Natura 2000-gebieden lastig. Voor de kleinere projecten kunnen de AERIUS-berekeningen door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Bij complexere projecten en bij de eventuele nadere onderbouwing dient externe expertise ingeschakeld te worden. Er is zowel een stikstofberekening noodzakelijk voor de bouwfase als de gebruiksfase. AERIUS Calculator is op 6 november 2023 aangepast naar een nieuwe versie. Deze aanpassing kan leiden tot andere (depositie) uitkomsten en kan eventuele consequenties hebben voor een plan of project. 2. Informatieveiligheid en privacy Vervanging Zaaksysteem De AA organisatie werkt al langere tijd met het Zaaksysteem InProces. Dit softwarepakket wordt door de gehele organisatie gebruikt voor, onder andere, de digitale dienstverlening voor inwoners en bedrijven, het persoonlijk Internetportaal voor inwoners, de Websites van beide gemeenten, de werkprocessen Bezwaar en Beroep, de gemeentebrede postafhandeling, het gemeentelijk archief en het subsidieproces. In 2022 ontving de AA organisatie het bericht van de leverancier, dat zij gaat stoppen met het softwarepakket voor hun klanten. Dit betekent dat al deze processen de komende jaren in andere toekomstvaste nieuwe systemen moeten worden opgenomen. Hiervoor is een meerjarig project gestart.

De kosten hiervan zijn op dit moment nog niet te begroten. Het is echter mogelijk dat deze kosten niet binnen de reguliere meerjarige ICT begroting gedekt kunnen worden. Informatiebeveiliging Om de data en de informatie in de systemen waar de gemeente mee werkt te beschermen worden de nodige adequate beveiligingsmaatregelen getroffen. Door de breedte en complexiteit van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), die sinds 1 januari 2019 van kracht is, pakt de gemeente informatiebeveiliging planmatig op. Jaarlijks wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd en het informatiebeveiligingsbeleid getoetst. Tweejaarlijks wordt een actieplan informatiebeveiliging en privacy vastgesteld. Een belangrijk onderdeel is bewustwording, waarbij gebruikers worden getraind om alert te blijven. Verder nemen wij technische maatregelen om de kans op digitale aanvallen te verkleinen (onder andere door het inzetten van anti virus software, een firewall en via het Security Information & Event Management systeem (SIEM) om securitymeldingen te analyseren). Desalniettemin bestaat volledige veiligheid helaas niet. Daarbij vraagt het veilig houden van het netwerk en de ICT systemen, vanwege de grote afhankelijkheid van digitale informatie in combinatie met de vele dreigingen, de continue aandacht van de organisatie.

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Vanaf het moment dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ofwel de Europese privacy verordening in werking is getreden, zijn de privacyregels verder aangescherpt en kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zelfs boetes tot een maximum van € 20 miljoen opleggen in geval Jaarstukken 2023

pagina 89 van 214

van overtreding van de regels met betrekking tot de omgang met persoonsgegevens. De AVG verplicht bedrijven en overheden om een datalek te melden bij de AP en mogelijk bij alle getroffen individuen. Ook is het uitvoeren van privacyrisico-inventarisaties, de zogenaamde DPIA’s, op sommige processen verplicht. De gemeente Amstelveen heeft processen daarom ook zo ingericht dat de AVG wetgeving geborgd is binnen de organisatie. De AVG beperkt zich niet tot de inrichting van formele processen en het uitvoeren van DPIA’s, maar strekt zich uit tot alle handelingen van medewerkers en gegevensverwerkingen in systemen. Doordat persoonsgegevens binnen de gehele organisatie worden verwerkt blijft de naleving van de AVG veel aandacht vragen. 3. Financieel-economisch Capaciteit elektriciteitsnet De capaciteit van het elektriciteitsnet staat onder druk. Directe beschikbaarheid c.q. aansluiting is niet meer vanzelfsprekend. De aanleg van zonneparken in vooral dunbevolkte gebieden (goedkope grond en ruimte) gaat niet gelijk op met de aanpassing van het netwerk. In andere regio's is juist extra vraag door datacenters en vraag van bedrijven die willen verduurzamen via elektrificatie. Dit betekent dat in het land een wachtrij van gebruikers ontstaat die niet allemaal aangesloten kunnen worden op het net (de spil van het energiesysteem).

Door de landelijke regel dat de netbeheerder moet aansluiten in de volgorde van aanvraag c.q. "wie het eerst komt, wie het eerst maalt" kan betekenen dat een school in een nieuwe wijk geen tijdige aansluiting heeft. Naast het risico van onvoldoende capaciteit voor (nieuw)bouwplannen is Amstelveen aandeelhouder van netbeheerder Stedin. Door de behoefte aan financiële middelen voor aanpassing van het elektriciteitsnet kan het capaciteitsvraagstuk gevolgen hebben voor Amstelveen in de vorm van lager dividend en/of een aanvullende kapitaalvraag. Voorziening Alg. pensioenwet politiek ambtsdragers (APPA) Het Ministerie van BZK heeft op 5 oktober 2021 een brief gestuurd over de gevolgen van het wijzigen van de APPA-wet. Het doel is om op 1 januari 2027 de financieringswijze van de APPA aan te passen. Dit is al ongeveer een decennium het voornemen vanuit het Rijk, maar door de invoering van het nieuwe pensioenstelsel lijkt dit nu concreet te worden. Via de jaarlijkse actualisatie van de overdrachtswaarde door de externe specialist wordt hierop voorgesorteerd. Voor de overgang is het belangrijk dat de gemeente Amstelveen op 1 januari 2027 een toereikende voorziening heeft voor de op dat moment al opgebouwde APPA-pensioenaanspraken. Een belangrijk risico aspect vormt de rekenrente.

Dit blijkt uit de jaarlijkse (substantiële) financiële mutaties van de voorziening als de rekenrente iets muteert. AmstelveenSport B.V. AmstelveenSport merkt de financiële gevolgen van stijgende (personeels)lasten en energiekosten. Daarnaast is sprake van een uitbreiding van het zwembad/zwemwater en duurzaamheidsopgaven (denk aan CO2-reductie). Ook vraagt de fiscale positie van de BV dat er winst wordt gemaakt en dat dit leidt tot een dividenduitkering. De begroting 2024 toont een positief beeld, maar het is op dit moment nog onduidelijk wat het meerjarenbeeld hiervan zal zijn. WOZ-Bezwaarschriften In 2023 zijn in heel Nederland substantieel meer WOZ-bezwaarschriften ingediend tegen de vastgestelde WOZ-waarde. Zogenoemde “No cure No Pay” dienen steeds meer bezwaren in doordat tussen de proceskostenvergoedingen en hun gemiddelde kosten die aan een bezwaarschift hangen een substantieel verschil (“winstmarge”) zit. Staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) heeft voor reparatiewetgeving gezorgd ingaande januari 2024 om de oneigenlijke gebruik van de proceskostenvergoeding in te perken. Of deze nieuwe wetgeving er voor gaat zorgen dat er daadwerkelijk minder bezwaarschriften worden ingediend, moet nog blijken.

Mocht dit niet zo zijn, dan is er het risico dat de afhandeling van WOZbezwaarschriften niet met de beschikbare capaciteit is te realiseren binnen de wettelijke termijn. Het pagina 90 van 214

Jaarstukken 2023

financiële risico is dat hiervoor extra inhuur noodzakelijk is, de te betalen proceskosten stijgen en mogelijke extra kosten van immateriële schadevergoeding. Inflatie/prijsindex Sterk gestegen energiekosten leiden direct en indirect tot hogere uitgaven, ook voor de gemeente. Het algehele beeld is, dat dit voor Amstelveen tot dusver nog niet tot grote verstoringen in de financiële huishouding heeft geleid. Een loonontwikkeling van 7,5% in 2023 en 5,5% in 2024 (conform afgesloten éénjarige cao 2024), alsmede een prijsontwikkeling van 8% in 2024 (inclusief nacalculatie 2023) zijn in de financiële kaders ingepast. Dit laat onverlet dat het verdere verloop van de inflatie met grote onzekerheden is omgeven. Energiekosten blijven gevoelig voor prijsstijgingen die snel kunnen optreden en grote impact hebben. Daarnaast spelen ook de schaarste op de arbeidsmarkt, schaarste aan andere grondstoffen en belemmering van handelsroutes door veiligheidscrises een rol. Economische ontwikkeling De gemeentebegroting is afhankelijk van economische ontwikkelingen. Een verandering in economische ontwikkeling heeft via de uitkering uit het gemeentefonds, belastinginkomsten van bedrijven, inkomsten bouwleges, netto-inkomsten of verliezen uit bouwgrondexploitaties en dividendinkomsten een effect op de begroting. 4.

Overige ontwikkelingen Opvang ontheemden uit Oekraïne Vanwege de oorlog in Oekraïne vangt Amstelveen sinds begin maart 2022 ontheemden uit Oekraïne op. Eind 2023 bood Amstelveen aan circa 640 ontheemden uit Oekraïne onderdak: 340 in de hotels Adagio en Ibis en 75 in de units Sonjashnik, die speciaal voor de ontheemden uit Oekraïne in Kronenburg zijn neergezet. Daarnaast verbleven nog 225 ontheemden uit Oekraïne in de particuliere opvang. Naast bed, bad en brood is de gemeente verantwoordelijk voor de organisatie van voorzieningen: maatschappelijke begeleiding, onderwijs en zorg. Sinds 1 april 2022 is staatsnoodrecht ingesteld waarmee de burgemeester de bijzondere bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft gekregen te voorzien in de noodzakelijke voorzieningen voor deze ontheemden. Naar verwachting wordt per 1 april 2024 de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne van kracht. In die wet krijgen de colleges van B&W de verantwoordelijkheid voor de opvang van de ontheemden uit Oekraïne. Het rijk heeft aangegeven gemeenten een redelijke vergoeding voor de opvang van de ontheemden uit Oekraïne te verstrekken. De vergoeding van het Rijk komt uit verschillende financieringsbronnen. Een groot aandeel daarin heeft de Specifieke Uitkering voor Gemeentelijke Opvang van € 83 per opgevangen ontheemde per nacht (incl. de leefgeldcomponent van € 9 per persoon per nacht).

Tot eind 2023 heeft het Rijk in totaal circa € 28 miljoen verstrekt aan voorschotten (en als bijdrage in het gemeentefonds) voor de kosten van de opvang van de ontheemden uit Oekraïne. Naar aanleiding van de tweede tijdvakrapportage 2023 is op 8 november 2023 het lokaal werkbudget Oekraïne voor 2023 vastgesteld op € 28 miljoen. Daarmee zijn de inkomsten via Rijksbijdragen en de geraamde uitgaven voor 2023 nagenoeg in evenwicht met elkaar. Voor 2024 is op basis van de tweede tijdvakrapportage € 10 miljoen toegevoegd aan het lokaal werkbudget Oekraïne. Voor 2024 is de Specifieke Uitkering voor Gemeentelijke Opvang verlaagd naar € 61 per persoon per nacht (exclusief de leefgeldcomponent). Naar verwachting is het mogelijk uit de verlaagde rijksbijdrage in 2024 de kosten van het verblijf in hotels, beveiliging, maatschappelijke begeleiding, ondersteuning huisartsenzorg en ambtelijke inzet voor de opvang van de ontheemden uit Oekraïne te bekostigen. Voor dekking van opvangkosten voor andere vluchtelingen biedt de verlaagde rijksvergoeding geen ruimte meer. Dat betekent dat in 2024 geen invulling meer kan worden gegeven aan de wens van de raad om de rijksbijdrage breder in te zetten vanuit het lokaal werkbudget Oekraïne.

Asielopvang en huisvesting statushouders In Amstelveen is ook in 2023 naar gestreefd invulling te geven aan de halfjaarlijkse taakstelling om statushouders die gekoppeld zijn aan onze gemeente te huisvesten. De taakstelling voor het tweede half jaar van 2023 is verhoogd ten opzichte van het eerste half jaar en bedroeg 117 personen Jaarstukken 2023

pagina 91 van 214

(inclusief achterstand uit het eerste half jaar). Medio november 2023 moest Amstelveen nog 47 statushouders huisvesten vóór het einde van het jaar. Ook voor 2024 is de taakstelling hoog: in het eerste half jaar 2024 dient Amstelveen 99 statushouders (exclusief achterstand uit 2023) te huisvesten. Gezien de krapte op de woningmarkt en de vele doelgroepen die een beroep doen op dezelfde sociale woningvoorraad is de huisvesting van alle statushouders die aan Amstelveen zijn gekoppeld een enorme uitdaging. De provincies houden toezicht op de realisatie van de huisvestingstaakstelling door gemeenten. Door de toename van het aantal statushouders neemt ook het beroep op inburgeringstrajecten toe. Wanneer de huisvesting van statushouders achterblijft duurt hun verblijf in asielzoekerscentra langer. Dat is een belangrijke reden voor de groeiende behoefte aan opvangplekken in asielzoekerscentra. In 2023 zijn de voorbereidingen gestart voor de realisatie van twee opvanglocaties voor asielzoekers in Amstelveen: één locatie voor 60 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) en één locatie voor circa 300 volwassen asielzoekers. Voor de opvang van AMV is een locatie in Legmeer gevonden. Het COA neemt die opvanglocatie naar verwachting medio januari 2024 in gebruik.

Voor de kosten die de gemeente maakt verstrekt het COA een jaarlijkse vergoeding van circa € 33.000 en een eenmalige vergoeding van € 12.000 voor voorbereidingskosten. Over een mogelijke locatie voor opvang van volwassen asielzoekers voert het COA overleg met eigenaren. De voorbereidingskosten van de gemeente voor de realisatie van asielopvang zijn in 2023 gedekt uit het lokaal werkbudget Oekraïne. Naar verwachting is in 2024 aanvullend budget nodig. Risicomanagement Met risicomanagement speelt gemeente Amstelveen in op de risico’s die zich mogelijk kunnen voordoen. Goed risicomanagement biedt overigens geen garantie op het uitsluiten van risico’s. De coronapandemie en de opvang van ontheemden uit Oekraïne zijn voorbeelden van risico’s die nimmer zijn benoemd in deze paragraaf. Maar ook een zedenzaak, grote overstroming door een dijkdoorbraak of een vliegtuigongeluk zijn onderwerpen die we niet specifiek benoemen maar wel een grote impact kunnen hebben op inwoners, bedrijven, instellingen en gemeente. Daarnaast kan dit grote financiële consequenties hebben. Conclusie Met het vaststellen van de nota Risicobeleid en reservebeleid is door de raad een risicobuffer van afgerond € 15 miljoen (5 procent van het structurele begrotingstotaal van € 275 miljoen) vastgesteld. Dit als buffer voor incidentele risico's waarvoor geen voorziening is getroffen.

Structurele problemen moeten in een sluitende meerjarenbegroting worden ingepast. Financiële verhouding en decentralisaties Onder de noemer financiële verhouding en decentralisaties gaan wij apart in op ontwikkelingen op de terreinen: 1. financiële verhouding met het Rijk, 2. Omgevingswet en 3. sociaal domein. 1. Financiële verhouding De financiële verhouding is dé grote risicofactor voor alle gemeenten. Het Kabinet Rutte III heeft de achterliggende jaren een structureel herstel van gezonde gemeentefinanciën met een toereikende Rijksbekostiging doorgeschoven naar een nieuw Kabinet c.g. Regeerakkoord. Het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte IV met de naderhand verschenen gemeentefondscirculaires tot en met de meicirculaire 2023 zorgen voor een diffuus en complex beeld:  Enerzijds is sprake van fors extra incidentele bedragen tot en met 2025. Rijk en VNG hebben een akkoord gesloten om de (hoge) volume-accressen voor deze jaren te bevriezen;  Anderzijds is c.q. blijft er na 2025 een structureel probleem. De informatie tot en met de meicirculaire 2023 is onderdeel van de besluitvorming via de Perspectiefnota 2024 waarbij de kaders voor de voorliggende meerjarenbegroting 2024-2027 zijn pagina 92 van 214

Jaarstukken 2023

vastgesteld. Vlak daarna is het Kabinet Rutte IV ten val gekomen. We bevinden ons nu in een demissionaire periode. De Tweede Kamer heeft het dossier Gemeentefinanciën/Financiële Verhouding controversieel verklaard. Na gehouden verkiezingen op 22 november 2023 is het proces van Kabinets(in)formatie gestart. De uitkomsten daarvan zijn ongewis, maar betekenen in ieder geval dat rekening moet worden gehouden met een vooralsnog aanhoudende onzekerheid over het begrotingsperspectief 2026 en verder. Binnen de financiële verhouding zijn de volgende risico’s van substantiële omvang te noemen: 1. Het sociaal domein laat een sterke autonome kostenstijging zien. Dit is een landelijk patroon. De bekostiging houdt hiermee geen gelijke tred. Dit reeds bestaande punt van zorg wordt groter nu het Rijk met ingang van 2027 een nieuwe indexeringssystematiek voor de groei van het gemeentefonds heeft aangekondigd. Daarmee wordt de “samen-trap-op-trap-af-systematiek” verlaten. De omvang van het gemeentefonds wordt in plaats daarvan geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Er is sprake van een grote opwaartse druk op de zorguitgaven door de demografische ontwikkeling (“dubbele vergrijzing”). Dit raakt zowel de Rijksbegroting als gemeentebegrotingen. Het is zeer de vraag of indexering op basis van BBP dit afdoende compenseert.

De meerwaarde van indexering op basis van BBP zou een grotere stabiliteit moeten zijn. Maar gemeenten zijn niet beter af met een stabiele inkomstenstroom op een structureel te laag niveau bij onstabiele, hogere uitgaven 2. Juni 2023 hebben Rijk/VNG overeenstemming bereikt over een principeakkoord over de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd ( ALV stemt in met Hervormingsagenda Jeugd | VNG ). Deze Hervormingsagenda bevat een breed maatregelenpakket om de kosten van de jeugdhulp terug te dringen en beter te beheersen. Dit omvat een striktere afbakening (inperking) van de reikwijdte van de door gemeente te waarborgen jeugdhulp, een goedkopere uitvoering (efficiënter, minder administratieve lasten) en de mogelijkheid van eigen bijdragen. Aan de voorkant zijn forse budgetverlagingen ingeboekt, waarvan onzeker is of deze kunnen worden gerealiseerd. Daarbij baseert de Hervormingsagenda zich op macrocijfers en -effecten. De impact voor individuele gemeenten kan sterk verschillen al naar gelang “waar gemeenten nu staan”. Het afgesloten principeakkoord regelt de instelling van een deskundigencommissie die de feitelijke uitgavenontwikkeling gaat monitoren en analyseren en op basis daarvan zwaarwegend advies geeft over wat nodig is voor een adequate bekostiging. Dit gaat voor het eerst gebeuren in 2025 op basis van de cijfers over 2023 en 2024.. 3.

Het Rijk heeft de herinvoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrageregeling in Wmo in plaats van het huidige abonnementstarief Wmo aangekondigd per 2026. Dit gaat gepaard met een uitname uit het gemeentefonds. De concrete uitwerking en de impact daarvan voor Amstelveen is nog onbekend; 4. Een structureel afdoende bekostiging van nieuwe gemeentelijke taken c.q. maatschappelijke opgaven zoals het klimaatakkoord (duurzaamheidsopgave) en de invoering en uitvoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging in de Bouw is nog niet goed geregeld en een risico. Recente onderzoeken laten zien dat de structurele kosten van de uitvoering van de Omgevingswet significant hoger uitvallen dan eerder geraamd. De bestaande afspraken gaan ervan uit, dat gemeenten deze hogere kosten op termijn door besparingen kunnen terugverdienen. Het is zeer de vraag of dit nog realistisch is en het plaatst gemeenten hoe dan ook de eerste reeks van jaren voor hogere financiële opgaven; 5. De komende tijd vinden allerlei onderzoeken plaats naar de werking van het nieuwe verdeelmodel voor de algemene uitkering. Amstelveen is in het huidige model een voordeelgemeente. Het risico bestaat, dat de nadere onderzoeken tot verfijningen leiden die dit beeld veranderen. In ieder geval is de invoering van het nieuwe model gefaseerd en vooralsnog afgetopt (“bevroren”) op de stand per 2025; 6.

De ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte adviseert voor de komende kabinetsperiode een koerscorrectie (verlaging begrotingstekort Rijk) van € 17 miljard om de overheidsfinanciën gezond te houden: 17de rapport Studiegroep Begrotingsruimte | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl). Zoals eerder vermeld zijn de uitkomsten van de lopende Kabinets(in)formatie nog hoogst ongewis, maar gemeenten blijven niet buiten schot blijven als het Rijk moet ombuigen; 7. We leven in uiterst turbulente tijden met een cumulatie van (mondiale) crisissituaties die zorgen voor grote onzekerheden en risico’s als het gaat om de toekomst de gemeentefinanciën als onderdeel van de overheidsfinanciën: de oorlog in Oekraïne, de vluchtelingen- en asielopvang, Jaarstukken 2023

pagina 93 van 214

de hoge inflatie, klimaatopgaven.

energie/grondstoffentekorten,

arbeidsmarktkrapte,

woningmarkt

en

2. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Per 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitborging voor de bouw in werking getreden. De invoering en de implementatie van deze wetten was een omvangrijk en complex proces waar veel tijd en capaciteit mee gemoeid is. De ICT component als gevolg van deze wetswijzigingen zorgt nog steeds (landelijk) voor knelpunten. Daarnaast hebben de juridische complexiteit en de uitvoerbaarheid/uitlegbaarheid van het nieuwe regelstelsel in eerste instantie grote impact op de organisatie. Vooruitlopend op de stelselwijziging per 1 januari 2024 zijn eind 2023 nog veel aanvragen ingediend en ruimtelijke procedures gestart die onder de werking van het oude recht dienen te worden afgehandeld. De nieuwe wetgeving kan op termijn structurele financiële gevolgen hebben door het verschuiven of wegvallen van taken. In veel opzichten zal 2024 in dit verband een overgangsjaar zijn waarin wordt beoogd om de gevolgen van de nieuwe wetgeving en werkwijzen tijdig inzichtelijk te maken. 3. Sociaal domein Tekorten op Jeugd Vanaf 2018 is het aantal jeugdigen in zorg, de lengte en zwaarte van de trajecten jaarlijks gestegen. Dit beeld is landelijk herkenbaar en heeft ook veel aandacht gekregen de afgelopen jaren vanuit gemeenten/VNG, onderzoeksbureaus en politiek.

De stijging heeft diverse (maatschappelijke) oorzaken zoals bijvoorbeeld problematiek in gezinnen door scheiding van ouders, prestatiedruk, grotere hulpvraag kinderen in leeftijd voortgezet onderwijs, verzwaring van problematiek en meer diagnose- en behandelmogelijkheden. Doordat het relatief om grote aantallen jeugdigen gaat en soms hoge kosten per jeugdige kent leiden (kleine) stijgingen in aantallen, lengte en zwaarte tot grote kostenstijgingen. De coronacrisis in 2020 en 2021 heeft deze ontwikkelingen flink versterkt. Vanaf 2022 is in Amstelveen voor het eerst een daling van de kosten te zien ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit komt mede door een daling van het aantal jeugdigen ten opzichte van de coronapiek in 2020 en 2021, door effecten van alle maatregelen, de effecten van de nieuwe inkoop en een wijziging van het landelijk woonplaatsbeginsel. De verwachting is dat de daling voor 2022 voor een deel structureel is, daarom is de begroting neerwaarts bijgesteld voor 2023. Ondanks de daling van de kosten voor 2022 ten opzichte van 2021 is voor de komende jaren de verwachting dat de opwaartse druk op de jeugdhulpkosten aanwezig blijft. Stijging van het aantal jeugdigen, de lengte en de zwaarte blijven gezien maatschappelijke ontwikkelingen reëel.

Ook de indexatie van de tarieven is een jaarlijks terugkerend en momenteel actueel issue omdat deze vaak hoger is dan de compensatie vanuit het Rijk. Tegelijk lijken de maatregelen om de kostenstijging te remmen meer in evenwicht met deze opwaartse druk. De maatregelen zullen worden doorontwikkeld om de opwaartse druk tegen te gaan en tegelijk passende en noodzakelijke jeugdhulp te blijven bieden. Naast de nieuwe inkoop in 2022 gaat het bijvoorbeeld om de werkwijzen per verwijsgroep (o.a. POH GGZ jeugd voor huisartsen) en het sturen op de lengte en zwaarte van trajecten via tussentijdse zorgevaluaties. Verder is er een risico dat met name (systeem)aanbieders die verblijfs- of jeugdhulp bieden voor complexe problematiek niet uitkomen met de huidige tarieven. Dit is een landelijke/regionale ontwikkeling die ook voor Amstelveen consequenties kan hebben. Bij verblijfszorg is de zorgvraag dusdanig complex(er) dat de groepen verkleind moeten worden. Ook door de aanhoudende arbeidsmarktproblematiek kunnen aanbieders in de problemen komen, bijvoorbeeld door hoge kosten voor inhuur van personeel. Dit kan leiden tot vragen voor incidentele of structurele bijdragen vanuit gemeenten. De financiële impact van deze ontwikkelingen is nog onvoldoende te overzien.

De gemeente is met (boven)regionale gemeenten en andere samenwerkingspartners in gesprek om noodzakelijke en passende zorg te kunnen blijven bieden. De extra uitgaven boven de primitieve begroting jeugdhulp zijn in Amstelveen t/m 2023 incidenteel gedekt. Voor 2025 zijn grote landelijke wijzigingen, ook wettelijk, voorzien die een aanzienlijke invloed kunnen hebben op zowel de inkomsten vanuit het Rijk als het volume (onder andere door mogelijke inperking reikwijdte jeugdhulp). Deze komen samen in de zogeheten Hervormingsagenda. pagina 94 van 214

Jaarstukken 2023

Het doel van de Hervormingsagenda is het aanpakken van inhoudelijke uitdagingen, zoals wachtlijsten en financiële uitdagingen. Tegelijk is nog veel onduidelijk en onzeker over de invulling, het tempo en de gevolgen van de Hervormingsagenda. De gesprekken hierover tussen onder andere VNG en Rijk verlopen moeizaam en de voorstellen vanuit het Rijk ten aanzien van de concrete invulling van de bezuiniging laten nog op zich wachten. Amstelveen kiest ervoor om de kosten voor 2024 en 2025, op een enkele post na, incidenteel te dekken. Dit geeft voor de komende twee jaar rust in de begroting en geeft de gelegenheid de gevolgen van alle veranderingen uit te werken. Geëscaleerde zorg 18- (Gecertificeerde instellingen) De gecertificeerde instellingen, ook wel jeugdbescherming, voeren preventieve en gerechtelijke maatregelen uit om de veiligheid van kinderen in onveilige situaties te vergroten en te borgen. De uitdagingen bij de betrokken organisaties in de veiligheidsketen voor jeugd zijn al jaren groot (waaronder de gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis en Raad voor de Kinderbescherming, maar ook aanbieders en lokale teams). Er zijn wachtlijsten bij deze organisaties, er zijn soms lange wachtlijsten bij de hoogspecialistische jeugdhulp en het verblijf dat nodig is, evenals wachtlijsten voor de (GGZ) hulp aan ouders. Het personeelstekort en het verloop is groot.

De problematiek bij jeugdigen wordt zwaarder door de jaren heen. Ondanks alle pogingen van betrokken professionals en organisaties om het tij te keren blijven de uitdagingen aanzienlijk. Na vele kritische rapporten, noodkreten van de betrokken organisaties en verscherpt toezicht door de inspectie op de jeugdbescherming in Noord Holland zijn betrokken partijen, waaronder vakbonden, VNG en ministerie van V&J opnieuw in gesprek gegaan. Uitkomst van dat gesprek is onder andere een lagere caseload voor de betrokken professionals van de GI’s. Deze is al eerder verlaagd in onze regio, maar dat was in de praktijk niet altijd haalbaar en ook nog onvoldoende. Een van de verbetervoorstellen met financiële consequenties is nu een bindend landelijk tarief voor alle gecertificeerde instellingen. De (landelijke) gesprekken over dit tarief lopen nog, evenals de vertaling van dit landelijk tarief per kind naar het gezinstarief dat onder andere in drie regio’s in Noord Holland wordt gebruikt, waaronder in onze regio. De exacte consequenties zijn onbekend, maar het is waarschijnlijk dat het tarief voor deze organisaties gaat stijgen. Dit speelt per 2024. Verder wordt de organisatie van de veiligheidsketen de komende jaren hervormd vanuit het landelijk toekomstscenario jeugd- en gezinsbescherming.

Ook hier kunnen financiële consequenties aan vast zitten, waaronder transitiekosten voor de overgang van de huidige naar de nieuwe inrichting van de keten. De consequenties hiervan worden vanaf 2024 in kaart gebracht. De gemeente werkt nauw samen met de betrokken organisaties en waar mogelijk worden verbeteringen doorgevoerd in de samenwerking. Een van deze acties is het voorkomen van jeugdbescherming, de werkwijze IHV13w (Intensieve HulpVerlening 13 weken) die vanuit het Sociaal team wordt uitgevoerd. Die werkwijze is succesvol en wordt stapsgewijs uitgebreid. Tekorten op Wmo De eenzijdige invoering door het Rijk van een vast, laag abonnementstarief voor Wmomaatwerkvoorzieningen in 2019 heeft bij gemeenten ervoor gezorgd dat sprake is van een aanzuigende werking waardoor het volume van het aantal aanvragen sinds de invoering aan het groeien is. Het rijk heeft per 1 januari 2024 het bedrag van het Wmo-abonnementstarief geïndexeerd naar € 20,60 en heeft besloten per 1 januari 2026 een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te gaan voeren voor alle Wmo-voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt. Met de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen.

Hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage er precies uit komt te zien wordt in de komende periode verder uitgewerkt door het Rijk. Tot die tijd wordt verwacht dat het aantal aanvragen op het huidige hoge peil zal blijven. De kosten bij aanbieders stijgen verder door verhogingen in de CAO’s. Gemeenten zijn verplicht aanbieders een reële kostprijs te vergoeden, dit kan tot kostenstijgingen voor de gemeente leiden. Het Rijk heeft een nominaal accres gemeentefonds aangekondigd, maar het is op dit moment onduidelijk of dit toereikend is om de hogere kosten door tarievenstijgingen (indexaties) te compenseren. Het rijksbeleid leidt ook op andere vlakken tot meer vraag in de Wmo, zoals beleid dat gericht is op het langer thuis blijven wonen, tekorten op de woningmarkt en in de verpleeghuiszorg. Daarnaast is het zo dat er personeelstekorten zijn bij gecontracteerde partijen. Op moment dat deze

Jaarstukken 2023

pagina 95 van 214

personeelstekorten worden opgelost zal dit leiden tot meer ingezette zorg waar kosten uit voort vloeien. Uitkeringen levensonderhoud (Bijstandsgelden) Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Dit budget wordt objectief bepaald. Als gemeenten meer of minder uitgeven aan bijstandsuitkeringen blijft dit voor rekening van de gemeente. Dit BUIG-budget gaat alleen over de uitkeringsgelden. De bekostiging van de ambtelijke uitvoeringskosten wordt geacht plaats te vinden via de algemene uitkering gemeentefonds. Zoals ieder objectief verdeelmodel brengt ook dit verdeelmodel voor- en nadeelgemeenten met zich mee. Amstelveen behoort relatief bezien in dit model tot de grotere voordeelgemeenten. De actuele raming van de verwachte uitkering BUIG van het Rijk bedraagt € 23.950.000 versus de geraamde bijstandsuitgaven van € 18.550.000 (niveau 2023, conform notitie uitkomsten septembercirculaire 2023 gemeentefonds en bijstandsgelden 2023 bij Begrotingsbehandeling 2024). Uit inhoudelijk verdiepingsonderzoek bij de grootste voor- en nadeelgemeenten blijkt dat er een verband bestaat tussen positieve financiële resultaten en de invulling die gemeenten geven aan beleid en uitvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=fb05c53b-6f6f-4ca6-9831-dd65fd2d859c