Jaarstukken 2023
Tekst van het document
De positieve Amstelveense scores uit het onderzoek bevestigen dat. Dat correspondeert met het feit, dat Amstelveen tegelijkertijd veel meer middelen inzet op re-integratie dan het hiervoor beschikbare budget van het Rijk. gelden. Op het totaal van de bijstandsgelden én de re-integratiegelden is per saldo sprake van een geringer voordeel. Het voordeel op bijstand/reintegratie is in de Amstelveense begroting ingezet binnen het gehele sociaal domein ter dekking van (een deel van) het tekort op de bekostiging van de Jeugdhulp. Door het voordeel op de BUIG structureel in te zetten ter dekking van het tekort op Jeugdhulp zijn tot dusverre pijnlijke ingrepen voorkómen. Maar dit maakt onze structurele begrotingspositie wel kwetsbaarder op dit onderdeel. Een terugloop van het BUIG-voordeel is nu een budgettair risico. Daarbij spelen de volgende risico's: Er worden nog steeds pogingen ondernomen om het verdeelmodel aan te passen. Dit gebeurt met name met het oog op de (relatieve) “uitschieters” in de verdeling. Een lagere uitkering door modelaanpassingen of door het (gedeeltelijk) afromen van het financiële voordeel blijft daarmee een risico.
Amstelveen blijft de positie verdedigen dat een voordeel op het verdeelbudget grotendeels is te relateren aan inhoudelijk beleid en uitvoering; Bij de verdeling van het landelijk budget kunnen schommelingen in de volumes van maatstaven, landelijk en lokaal leiden tot herverdeeleffecten; Bij de huidige arbeidsmarktkrapte daalt het (landelijke) bijstandsvolume. Een lager macrobudget betekent ook een lager herverdeelvoordeel. Daarnaast is het (relatief geringe) Amstelveense bijstandsbestand veel minder “beweeglijk” dan het landelijk bestand. Bijstandsgerechtigden die kunnen werken zijn in Amstelveen voor een groot deel reeds aan het werk. De krapte op de arbeidsmarkt heeft daardoor een minder groot effect op het aantal bijstandsgerechtigden; Op dit moment loopt het verschil tussen de openstaande vacatures en de werkloze beroepsbevolking iets terug. Op dit moment (december 2023) is dit nog geen ontwikkeling waarvoor een extra waarschuwing noodzakelijk is. Bij de financiële gevolgen van deze risico’s gaat het al snel om serieuze bedragen. Een nadeel van 10% op het huidige budget correspondeert met een bedrag van rond de € 2 miljoen.
pagina 96 van 214
Jaarstukken 2023
Conclusie Effecten vanuit de decentralisaties en de financiële verhouding op de gemeentelijke financiële huishouding vragen structurele inpassing binnen de meerjarenbegroting. Daarbij moet in aanmerking worden genomen, dat de gemeente geen invloed heeft op de inkomsten via het gemeentefonds en dat de invloed op de uitgavenkant beperkt wordt door open einde regelingen en wettelijke verplichtingen. Hetgeen overigens onverlet laat, dat de decentralisaties ook kansen bieden om voordelen te realiseren. Al met al is het perspectief voor de ontwikkeling van de algemene uitkering niet rooskleurig. Structureel tekent zich met het nieuwe Regeerakkoord een tekort af. Of de nu gepresenteerde incidenteel hogere accressen in de eerste jaren ook daadwerkelijke ruimte opleveren is hoogst onzeker vanwege de risico’s van inflatie en onderuitputting op de Rijksbegroting. Een stevige buffer is van belang om incidenteel tegenvallers op te vangen (risicobuffer), maar ook om noodzakelijke beleidsaanpassingen te implementeren inclusief eventuele flankerende maatregelen (faseringsbuffer). De in deze paragraaf geschetste ontwikkelingen met betrekking tot de financiële verhouding en de decentralisaties in relatie tot de omvang van de hiermee gemoeide budgetten zijn aanleiding voor een aanvullende risicobuffer van € 10 miljoen bovenop de buffer voor de normale bedrijfsvoering ongewijzigd gehandhaafd.
Grondexploitatie Voorziening bouwgrondexploitatie Voor de dekking van het nadelig resultaat op eindwaarde in de huidige actieve gemeentelijke grondexploitaties is er een (verlies)voorziening getroffen. Per 31 december 2023 is de hoogte van de voorziening € 0,7 miljoen. Het gaat hierbij om de grondexploitaties Lindelaan 315-323 (€ 536.000), Stadshart/Townhouse (€ 148.000) en Bioscoop Stadshart (€ 37.000). Ook voor een negatief resultaat op de facilitaire projecten is er een voorziening getroffen. De stand van deze voorziening per 31 december 2023 bedraagt € 3,1 miljoen. Benodigde weerstandscapaciteit De analyse van risico’s en de beheersing hiervan is een belangrijk speerpunt. Door het opstellen van scenario’s wordt inzichtelijk gemaakt wat de benodigde weerstandscapaciteit per project is. Mede op basis hiervan kan besluitvorming plaatsvinden over de te nemen beheersmaatregelen, wanneer deze genomen kunnen worden en wordt de benodigde weerstandscapaciteit gealloceerd. Ook onderdeel van de benodigde weerstandstandscapaciteit vormt de potentiële afwaardering van gemaakte voorbereidingskosten op Actieve grondexploitatie in voorbereiding (AGIV). De gemeente is bij de uitwerking van ruimtelijke initiatieven verantwoordelijk voor een integrale afweging van alle belangen in de buurt. Dat dient zorgvuldig te gebeuren.
Het onderzoek naar de financiële en ruimtelijke haalbaarheid van een project is er een van de lange adem. Nederland kent een stapeling van wetgeving en beleid, op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het vinden van de juiste balans in die eisen, ambities en het belang van omwonenden is complex en daarmee langdurig. Ondertussen staat de tijd niet stil en zijn projecten onderhevig aan de grillen van de conjunctuur. De oorlog in Oekraïne en de Covid-pandemie hebben impact gehad op de prijzen van grondstoffen en rentestanden. Dit heeft vervolgens weer impact op de financiële haalbaarheid van een project. Daarnaast gaat de groei van de stad gepaard met een groei van de behoefte aan voorzieningen en infrastructuur. Dit is continue aandachtspunt bij het opstarten van ruimtelijke ontwikkelingen. Grondexploitaties excl. Legmeer, BTAZ en De Scheg De totale benodigde weerstandscapaciteit voor de grondexploitaties exclusief Legmeer, BTAZ en De Scheg bedraagt per 31-12-2023 € 6,0 miljoen. Dit is een afname van € 2,0 miljoen ten opzichte van de Programmabegroting 2024. De belangrijkste verklaring van deze afname betreft de voortgang op het project De Loeten (€ 0,8 miljoen). In 2023 zijn er op de Loeten diverse Jaarstukken 2023
pagina 97 van 214
omgevingsvergunningen verleend exploitatiebijdragen betaald.
en
meerdere
anterieure
overeenkomsten
afgesloten
en
Legmeer In de raad van 27 mei 2020 heeft de gemeenteraad unaniem ingestemd met de Ontwikkelvisie Legmeer. In 2021 is financiële steun van het Rijk, de Woningbouwimpuls, in casu € 9,2 miljoen toegekend. Het bedrag is inmiddels naar de gemeente overgemaakt. Vanaf eind 2021 is het project Legmeer in een dynamisch proces terecht gekomen. Met name het onderzoek naar de haalbaarheid is daarbij aan de orde geweest en de markt is geconsulteerd. Daarnaast hebben we te maken gehad met negatieve financiële ontwikkelingen, zoals een stijging van bouwkosten en rente, die effect hebben op de haalbaarheid en hiermee de voortgang van het project. Nog steeds wordt gestuurd via de ontwikkeling van clusters en vindt afstemming plaats met de marktpartijen in het gebied. Dit heeft geleid tot een eerste set van gewijzigde uitgangspunten (die in overleg met de markt zijn opgesteld) en een herijking van de Ontwikkelvisie Legmeer. Plan is om dit Q2 2024 ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad. Voorafgaand aan deze besluitvorming, worden via een besloten raadsgesprek de uitkomsten van de risicoanalyse en second opinion gedeeld. De gekozen uitgangspunten hebben namelijk een bepalend effect op het risico (en daarmee het benodigde weerstandsvermogen). Besluitvorming hierover afwachtend, zijn de berekeningen niet aangepast en blijven de cijfers hetzelfde zoals eerder gepresenteerd.
Indien de gemeenteraad de herijking van de Ontwikkelvisie Legmeer vaststelt, is de verwachting dat in de loop van 2024 een stedenbouwkundig plan en een grondexploitatie ter besluitvorming aan de raad voorgelegd kan worden. Dit vormt vervolgens de basis voor het opstellen van een omgevingsplan. Vanaf 2022 is naast de verslechtering van de markt een aantal risico’s toegenomen: Onder meer door de verslechterde economische omstandigheden wordt gewerkt aan de actualisatie van de uitgangspunten, maar het risico blijft bestaan dat er sprake is van een onhaalbaar plan voor de gemeente. Met behulp van de risicoanalyse en de second opinion zullen we inzichtelijk maken welke risico’s er zijn. Door het bijstellen van de uitgangspunten t.b.v. de haalbaarheid (vanwege economische ontwikkelingen), is het project vertraagd. Door uitloop van het project wordt de datum voor de eerste paal (eis WBI) niet gehaald. De gemeente heeft in dit kader een wijzigingsverzoek bij BZK ingediend. De gemeente voert continue overleg met het ministerie van BZK in het kader van de WBI-bijdrage. We wachten momenteel op goedkeuring op het wijzigingsverzoek. In 2022 is gebleken dat de verplaatsing van de werf en het afvalbrengstation duurder uitvalt dan eerder geraamd. Dit heeft een nadelig effect op de totale businesscase.
De gemeentelijke investering was per saldo geraamd op € 17,5 miljoen, waarvan € 7,5 miljoen onderwijs/sport, € 3 miljoen projectenorganisatie voor de periode 2021-2024 en € 7 miljoen “onrendabele top” op de ruimtelijke ontwikkeling, vooral veroorzaakt door de verplaatsing van de gemeentewerf en het afvalbrengstation. De cijfers zijn afkomstig uit de businesscase bij de WBIaanvraag van november 2020. Gezien de actuele ontwikkelingen zullen deze cijfers ten behoeve van de grondexploitatie geactualiseerd worden op basis van nieuwe uitgangspunten. De actuele grondexploitatie (actief en facilitair deel) wordt voorgelegd ter besluitvorming, naar verwachting in de loop 2024. Gedurende het project wordt vooralsnog rekening gehouden met een benodigde weerstandscapaciteit van € 9,5 miljoen. Dit is na verwerking van de gemeentelijke investering van € 17,5 miljoen en de bijdrage Woningimpuls van € 9,2 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit van € 9,5 miljoen dient voor de vaststelling van de grondexploitatie geactualiseerd te worden op basis van een nieuwe risicoanalyse. BTAZ In de Raad van 10 november 2021 is de grondexploitatie BTAZ vastgesteld, inclusief kansen en risico paragraaf. Op basis van de vastgestelde grondexploitatie BTAZ is destijds een Monte Carlo risicoanalyse uitgevoerd, welke tweemaal per jaar wordt geactualiseerd.
Voor de jaarrekening 2023 is de risicoanalyse geactualiseerd, waarbij de benodigde weerstandscapaciteit van de geactualiseerde pagina 98 van 214
Jaarstukken 2023
grondexploitatie op € 9,65 miljoen uitkomt. Ten opzichte van de begroting 2024 betekent dit een lichte toename van de benodigde weerstandscapaciteit. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het risico van netcongestie is toegenomen. Scheg Een ander majeur project in de gemeente Amstelveen betreft de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Scheg voor circa 1.400 woningen, bestaande uit de deelgebieden West, Midden en Oost. Op 1 juni 2022 is de grondexploitatie Scheg (West, Midden en Oost), door de gemeenteraad vastgesteld. Het eerste bestemmingsplan (deelgebied Oost) is in 2022 vastgesteld en onherroepelijk geworden. Het programma is reeds van 172 naar 153 woningen aangepast en loopt naar verwachting gefaseerd via vier omgevingsvergunningen, waarvan de eerste eind 2023 is aangevraagd. Voor het aangepaste plan wordt, als aanvulling op de anterieure overeenkomst, een Allonge opgesteld. Het tweede bestemmingsplan (deelgebied West) is op 18 oktober 2023 vastgesteld. Vooruitlopend daarop is het college op 22 augustus 2022 een anterieure overeenkomst aangegaan met de ontwikkelende partijen in plangebied. Het derde en laatste bestemmingsplan (deelgebied Midden) is op 20 december 2023 als ontwerp ter inzage gelegd. Het besluit tot vaststelling is voorzien in Q2 2024. De risicoanalyse van de Scheg is geactualiseerd. Hieruit blijkt een actuele benodigde weerstandscapaciteit van € 10,8 miljoen.
Dit is lager dan in de vastgestelde programmabegroting 2024 staat aangegeven (€ 12,9 miljoen). In het jaar 2023 zijn vooral voor het deelgebied Scheg West de risico’s afgenomen doordat een overeenkomst is gesloten en het bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad. Conclusie grondexploitatie Gelet op de aard en omvang van de grondexploitatieprojecten vinden wij een risicobuffer van € 36 miljoen (begroting 2024: € 40 miljoen) reëel voor de projecten in de meerjarenprognose grondexploitaties. De raad heeft op 13 februari 2019 de reserve bedrijventerrein Amstelveen Zuid ingesteld ter risicoafdekking en hiervoor € 4,4 miljoen gereserveerd. De resterende stand bij opmaak van deze rekening bedraagt € 4,1 miljoen en vormt een deel van de benodigde dekking voor het risico op grondexploitatieprojecten. De risico-analyse betreft hier het duiden van mogelijke tegenvallers waarmee de gemeente te maken kan krijgen. In directe samenhang hiermee zijn van belang de beheersmaatregelen die de gemeente neemt om risico's te identificeren, het bevorderen van het risicobewustzijn, het vermijden van risico's en ten slotte beperken van schade ingeval risico's zich onverhoopt toch voordoen. De risicobuffer is geen aparte reservering “die op de plank ligt om te worden ingezet”.
Mobiliteit Organisatiekosten De grote ruimtelijke en infrastructurele projecten Amsteltram, A9 en Stadshart leggen tijdelijk een extra beslag op onze organisatie. De raad heeft in het kader van het College Uitvoeringsprogramma 2018-2022 financiële middelen beschikbaar gesteld voor inzet van extra capaciteit tot en met 2022 voor onder meer de projectorganisatie, bereikbaarheidsregie, vergunningenmanagement en communicatie. In het kader van de Perspectiefnota 2021 zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor het A9-project voor de periode tot en met 2024. In de paragraaf weerstandsvermogen begroting 2023 staat dat voor de afronding van het A9-project in de periode 2025 t/m 2026 naar verwachting nog een budget benodigd is van circa € 1 miljoen. RWS en VeenIX hebben recent aangegeven dat de oplevering van de A9 flink vertraagd is. Door de verschuiving van de opleverdatum naar 2028 wordt extra ambtelijk inzet noodzakelijk. Waar gedeeltelijk sprake is van verschuiving, is voor een groot deel sprake van het verlengen van Jaarstukken 2023
pagina 99 van 214
opdrachten en het doorlopen van begeleidingsteams, waaronder communicatie, organisatie, financiën, civiele techniek etc. Indicatief wordt de extra inzet voor de jaren 2027/2028 geschat op € 0,8 miljoen. In de Perspectiefnota 2023 wordt de ambtelijke inzet 2025 t/m 2028 (indicatief € 1,8 miljoen) nader uitgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd. Kosten infrastructuur A9 Na afloop van het project heeft de gemeente tot taak de aan de gemeente over te dragen overkappingen in te richten en alle gerealiseerde gemeentelijke objecten in beheer te nemen. Dit betreft met name de inrichting van de drie overkappingen Oude Dorp, Stadshart en Meander; de Bomenbrug, de Meanderbrug, de Colijnbrug en een rioolgemaal. De overkappingen zelf worden aangelegd en gefinancierd door Rijkswaterstaat. De inrichting van de overkappingen komt ten laste van de gemeente, waarbij zij aangetekend hebben dat RWS groencompensatie financiert tot een maximum van € 1,1 mln. (ex BTW). De inrichtingskosten worden – zoals eerder gemeld - voorlopig geraamd op € 6 a € 8 miljoen, waarvoor, nadat de plannen zijn opgesteld, kredietaanvragen zullen worden voorgelegd. De realisatie van de project A9 Badhoevedorp-Holendrecht is vertraagd met ruim een jaar. Dat zal leiden tot extra kosten voor de begeleiding van het project A9 door de ambtelijke organisatie voor omgevingsmanagement, communicatie, vergunningen etc.
Voor de periode 2025-2028 verwachten we nog circa € 1.8 miljoen nodig te hebben (zie hiervoor bij "organisatiekosten"). Areaalvergroting A9 Door de levering van de diverse objecten vanuit het project A9 is sprake van areaalvergroting. De extra beheerslasten daarvan zijn nog niet verwerkt in de begroting. Amsteltram Het project Ombouw Amstelveenlijn is eind 2020 opgeleverd. In 2022 worden nog enkele werkzaamheden en restpunten uitgevoerd. De werkzaamheden voor het herstel van het groen langs de Amstelveenlijn zijn in 2022 afgerond. Eind 2022 is nog de nieuwe noordelijke toegang naar halte Meent aangelegd. Over de inrichting van de middeneilanden van de rotondes bij de ongelijkvloerse kruisingen bij de haltes Kronenburg, Zonnestein en Sportlaan zijn nieuwe inzichten ontstaan. De middeneilanden hebben een afwerking met geel beton. De omgeving ervaart deze inrichting als stenig en stedelijk en er is een nadrukkelijke wens om de middeneilanden van de rotondes een groene inrichting te geven, die aansluit bij het herstel van de groenvoorzieningen langs de Beneluxbaan. Ook vanuit het perspectief van de verkeersveiligheid op de rotondes is geadviseerd om de middeneilanden van een groene inrichting te voorzien, omdat door het beperken van overzicht op de rotonde er minder snel gereden zal worden door gemotoriseerd verkeer. De exacte invulling hiervan moet nog vorm krijgen in 2023.
In 2022 zijn de glazen panelen bij de drie rotondes vervangen door hekwerken met een open profiel. De glazen panelen beperkten de zichtbaarheid van het langzaam verkeer. In de komende jaren wordt in het kader van de Amsteltram (mee)gewerkt aan de Uithoornlijn en realisatie van de eindhalte bij de Zuidas in Amsterdam. Daar zal op korte termijn eerst een tijdelijke halte bij de Strawinskylaan gerealiseerd worden en later wordt de halte bij de Parnassusweg aangepast Stadshart Het programma Stadshart heeft de grondexploitaties: Bioscoop, Townhouse en Mr.G.Groen van Prinstererlaan 114 en deze zijn in 2023 geactualiseerd vastgesteld door de raad. De ontwikkeling Uitbreiding Rembrandthof zal in 2024 als nieuwe grondexploitatie worden toegevoegd. Niet alle deelprojecten behorende bij de uitwerking van de ruimtelijke kaders Stadshart zijn ondergebracht in een grondexploitatie. De kosten van herinrichting van de openbare ruimten, inclusief de pleinen en de vernieuwing van culturele gebouwen worden nader geconcretiseerd en samen met de inrichtingsplannen aan de raad voorgelegd.
pagina 100 van 214
Jaarstukken 2023