CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022

Raadsvergadering 24 mei 2023, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen jaarstukken 202239.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De hieraan gerelateerde lasten zijn in 2022 € 130.000 lager voor vergunningverlening en € 116.000 lager voor toezicht. De verhoging van de voorziening dubieuze debiteuren omgevingsvergunningen wordt niet begroot en ultimo jaar wordt de hoogte van de voorziening berekend. Voor 2022 was een storting van € 655.000 nodig. Deze mutaties maken overigens geen onderdeel uit van de berekening van de kostendekkendheid.

Jaarstukken 2022

77

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

BOUWLEGES

BGR'22

BGR'22

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

REK'22

1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen 1c. verrekening met voorziening 1. Taakveld bouwvergunningen (netto kosten)

1.462 0 0 1.462

2.399 0 0 2.399

2.153 0 0 2.153

2a. Overhead 2b. BTW 2c. Vergoedingen welstandscommissie 2. Overige toe te rekenen kosten

1.038 72 44 1.154

1.704 268 44 2.016

1.529 215 34 1.778

3. Totaal voor bouwleges relevante kosten

2.616 N

4.415 N

3.931 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel 4b. evt. tariefvoorstel 2022 4. Totale opbrengst bouwleges

-1.898 0 -1.898 V

-3.000 0 -3.000 V

-2.455 0 -2.455 V

5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

718 N 72,6%

1.415 N 68,0%

1.476 N 62,5%

Burgerzaken Slechts een deel van de taken van de afdeling Burgerzaken is legesgerelateerd. Dit verklaart dat het dekkingspercentage in de orde van 40% ligt. Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000). BURGERZAKEN

BGR'22

BGR'22

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen 1. Taakveld burgerzaken (netto kosten)

2.468 -30 2.438

3.231 0 3.231

3.112 -4 3.108

2a. Overhead 2. Overige toe te rekenen kosten

1.367 1.367

1.367 1.367

1.367 1.367

3. Totaal voor burgerzaken relevante kosten

3.804 N

4.598 N

4.475 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel 4b. evt. tariefvoorstel 2022 4. Opbrengst burgerzaken

-1.423 -28 -1.451 V

-1.848 0 -1.848 V

-1.809 0 -1.809 V

5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

2.353 N 38,1%

2.750 N 40,2%

2.666 N 40,4%

78

Jaarstukken 2022

REK'22

Onroerende zaakbelastingen (OZB) Toelichting De onroerende zaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De OZB bestaat uit een belasting voor:  het gebruik (alleen niet-woningen) en  het eigendom (woningen en niet-woningen). De totale OZB-opbrengst in 2022 (inclusief voorgaande aanslagjaren) bedraagt € 24,1 miljoen. Overige heffingen Parkeren Ten opzichte van de begroting is € 449.000 (ruim 10%) minder opbrengst gerealiseerd:  € 210.000 naheffingsaanslagen;  € 123.000 parkeergelden en;  € 116.000 lagere inkomsten uit vergunningen. In algemene zin spelen drie oorzaken een rol: In de eerste plaats is sprake van vertraging in de realisatie van de uitbreiding van betaald parkeren, waardoor ingeboekte inkomsten later gaan binnenkomen. In de tweede plaats zorgt de nasleep van corona, c.a. voor achterblijvende opbrengsten. Er is nog steeds sprake van minder (auto)bezoek aan de stad en ondernemers vragen minder parkeervergunningen aan voor personeel en/of klanten. In de derde plaats worden de parkeertarieven niet jaarlijks automatisch geïndexeerd. Verder is op het onderdeel naheffingsaanslagen het aantal uitgevoerde scans niet meegegroeid met de wel gerealiseerde uitbreiding van het areaal betaald parkeren en de in samenhang hiermee ingeboekte meeropbrengst. In het kader van de Perspectiefnota 2024 zal de totale parkeerexploitatie worden geactualiseerd.

Daarbij zal ook worden bezien in hoeverre tariefaanpassingen wenselijk zijn. Aangezien er geen jaarlijkse indexering plaatsvindt is dit een punt van periodieke heroverweging in het licht van de ontwikkeling van het totale budgettaire kader. Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting loopt 1 jaar achter; in 2022 staat de opbrengst over 2021 verantwoord. Structureel wordt een inkomst geraamd van € 2,16 miljoen. Door de coronapandemie is de opbrengst in de primitieve begroting incidenteel verlaagd met € 1,1 miljoen ten laste van de algemene reserve (gewijzigde begroting: € 1.062.000). De daadwerkelijke aanslagoplegging over 2021 was nog lager, zijnde € 767.000. Via de decembercirculaire 2022 heeft het Ministerie van BZK het verschil tussen de gewijzigde begroting en € 767.000 vergoed aan de gemeente. Lokale lastendruk Woonlastenvergelijking Om een indruk te geven van de ontwikkeling van de Amstelveense tarieven vergelijken wij ons op deze plaats met andere gemeenten. Basis hiervoor zijn de tarieven 2022. Voor de vergelijking met omringende gemeenten is gebruikgemaakt van de Atlas van de lokale lasten 2022, opgesteld door het COELO. Voor 2022 bedragen de Amstelveense woonlasten voor een gemiddelde koopwoning (meerpersoonshuishoudens) € 881. Gemiddeld betaalt landelijk een huishouden met een eigen woning dit jaar € 1.486 euro, 2,9 procent meer dan vorig jaar.

Jaarstukken 2022

79

In de door COELO gehanteerde berekeningswijze is ten opzichte van voorgaande jaren een verfijning doorgevoerd. Sinds kort registreert het CBS afzonderlijke cijfers voor de gemiddelde woningwaarden voor koop en huur. Tot voor kort werd dit onderscheid niet gemaakt. Het COELO sluit hierbij aan, en hanteert in de woonlastenberekening ook dit onderscheid. In deze nieuwe berekening is Amstelveen niet langer de goedkoopste gemeente in AM-verband voor een meerpersoonshuishouden in een gemiddelde koopwoning. Niet alleen in landelijk verband, maar ook in AM-verband lopen de gemiddelde woningwaarden voor koopwoningen inmiddels fors uiteen, hetgeen een vergelijking steeds lastiger maakt.

80

Jaarstukken 2022

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het uitgangspunt is een dialoog-gerichte aanpak in plaats van een risicomanagementsysteem (het vullen van een tool met alle risico’s). Verwacht wordt dat door een dialoog meer interactie ontstaat waardoor de echte risico’s boven tafel komen. Idee daarbij is ook dat niet op honderden (kleinere) risico’s gestuurd kan worden. Gestuurd zal worden op grotere risico’s waarbij de kans aannemelijk is dat deze zich kunnen voordoen. Zoals in 2020 is gebleken uit de corona-pandemie is een 100% risico-inschatting echter niet te maken. Inleiding Het beleidskader is met de Nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021 in november 2021 vastgesteld. De nota is de kapstok aan de hand waarvan deze paragraaf is uitgewerkt. Het besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 11) definieert het weerstandsvermogen als de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiële risico's waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen.

Jaarstukken 2022

81

Risico's en beheermaatregelen Risicobeleid De risico’s zijn onderverdeeld in:  Normale bedrijfsrisico’s;  Financiële verhouding en decentralisaties;  Grondexploitaties;  Mobiliteit. Deze vier onderdelen worden hierna beschreven en afgesloten met een overzicht van de incidenteel benodigde weerstandscapaciteit (resumé risicoprofiel). De paragraaf biedt op hoofdlijnen inzicht in het risicoprofiel van de gemeente en de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit). Opgemerkt wordt dat er een onlosmakelijke samenhang is tussen risico's en beheersmaatregelen. Want met gedegen beheersmaatregelen worden de mogelijke risico's aanmerkelijk ingeperkt. Andersom geldt vanzelfsprekend ook dat, indien geen beheersmaatregelen worden getroffen, de risico's navenant toenemen. Risicoprofiel Bij het bepalen van het risicoprofiel wordt rekening gehouden met:  duiden van mogelijke tegenvallers waarmee de gemeente te maken kan krijgen;  de beheersmaatregelen die de gemeente neemt om risico's te identificeren;  het bevorderen van het risicobewustzijn;  het vermijden van risico's;  beperken van schade ingeval risico's zich onverhoopt toch voordoen. Weerstandscapaciteit Dit betreft de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen.

Weerstandsvermogen Door risicoprofiel en weerstandcapaciteit met elkaar te confronteren kan een uitspraak over het weerstandvermogen van de gemeente worden gedaan. Zolang de weerstandcapaciteit groter is dan de gekwantificeerde risico's kan de gemeente tegenvallers opvangen. De weerstandcapaciteit betreft overigens structurele en incidentele zaken. Normale bedrijfsrisico's Met het gemeentelijk takkenpakket is een structureel jaarbudget van ongeveer € 275 miljoen gemoeid. Dit takenpakket is zeer divers en de mate van beïnvloedbaarheid verschilt per onderdeel, maar is in relatie met de hiervoor genoemde (beheer)maatregelen voor het gemeentebestuur op zich goed structureel te managen. Dit kan er overigens wel degelijk toe leiden dat er bestuurlijk fors moet worden ingegrepen. Uitgangspunt is, dat waar sprake is van structurele tegenvallers, deze middels compenserende structurele maatregelen (bezuinigen en/of inzetten belastingcapaciteit) in een structureel sluitende meerjarenbegroting moeten worden ingepast. Wanneer er voor wordt gekozen om structurele maatregelen getemporiseerd in te voeren om de acceptatie en/of zorgvuldige implementatie te verbeteren kan een financiële faseringsbuffer uitkomst bieden. De risico's die met de uitvoering van het gemeentelijk takenpakket samenhangen, vallen onder de noemer normale bedrijfsrisico's.

82

Jaarstukken 2022

De normale bedrijfsrisico’s zijn als volgt ingedeeld: 1. Fysieke leefomgeving; 2. Informatieveiligheid en privacy; 3. Financieel-economisch; 4. Fiscaliteit; 5. Overige ontwikkelingen Fysieke leefomgeving Bouwleges De inkomsten uit bouwleges worden bepaald door de bouwactiviteiten binnen de gemeente. De geraamde inkomsten voor bouwleges zijn gebaseerd op de meerjarige planning van bouwactiviteiten. De realisatie kan afwijken van de planning zodat de inkomsten in een jaar afwijken van de begrote inkomsten, zowel in positieve als negatieve zin. Bestemmingsplan- en handhavingsprocedures De kans is altijd aanwezig dat de gemeente aangesproken wordt in het kader van bestemmingsplanen handhavingsprocedures en dergelijke, na afsluiting van een grondexploitatie of project. De gemeente krijgt te maken met bezwaren, rechtsprocedures en schade aansprakelijkstelling. Aanbestedingsrisico’s Bij de bouw en het onderhoud van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen wordt bij diverse vakgebieden (o.a. groenbestekken en nieuwbouwprojecten) gebruik gemaakt van de markt. Door de aantrekkende bouwmarkt, het personeelsgebrek bij de aannemers, de hogere loonkosten, de aangescherpte eisen voor nieuwbouw (BENG) per 1 januari 2021, de hogere energieprijzen en de hogere prijzen van grondstoffen, zien we dat de marktsituatie wijzigt en dat prijzen zich naar boven ontwikkelen.

Een en ander heeft tot gevolg dat de kosten van het onderhoud van de openbare ruimte en de gemeentelijke gebouwen in de toekomst hoger worden. Voor toekomstige eenmalige investeringen in (vervangende) nieuwbouw van (school)gebouwen en binnensportaccommodaties geldt eveneens dat het risico bestaat dat het aanbestedingsresultaat hoger uitvalt, dan in het investeringsplan maatschappelijk vastgoed is opgenomen. Niet alleen de stijging van de energie- en grondstofprijzen, maar ook het gemeentelijk ambitieniveau duurzaamheid drijft de investeringsbedragen op. Uitvoering infraprojecten in de openbare ruimte Projecten in de openbare ruimte kunnen soms niet tot uitvoering komen of forse vertraging oplopen door externe factoren. Ook komt het voor dat de vooraf ingeschatte kosten voor dergelijke projecten te laag blijken te zijn en dat kostenstijgingen op bepaalde projecten ertoe leiden dat er meerjarig minder budget overblijft voor andere of nieuwe projecten.

Enkele voorbeelden van onzekere factoren zijn:  afhankelijkheid van de bereidheid en capaciteit van kabel- en leidingbedrijven om hun medewerking vlot te verlenen;  het verkrijgen van vergunningen van derden (zoals waterschappen);  inspraak op projecten waardoor deze gewijzigd moeten worden;  beschikbaarheid van aannemers;  levertijden en prijzen van materialen en energie;  het moeilijk kunnen inschakelen van externe deskundige medewerkers die schaarser worden door het aantrekken van de economie;  het moeilijk kunnen aantrekken of inhuren van gekwalificeerd personeel om projecten te kunnen voorbereiden;  het op onverwachte plaatsen aantreffen van vervuilde grond waar in een project geen rekening mee gehouden is en waardoor sanering nodig is.

Jaarstukken 2022

83

In 2022 en 2023 zijn enkele van deze factoren zeer actueel. Vooral de kosten van asfalt en andere grondstoffen stijgen in hoge mate en hogere energiekosten worden doorberekend in de aanbiedingen. Het vinden van gekwalificeerd personeel voor de openstaande vacatures, zowel vast als inhuur, is een zorgpunt. De financiële gevolgen en sturingsmogelijkheden om risico’s binnen een krediet op te vangen verschillen van project tot project. Binnen het totale buitenruimteprogramma worden fluctuaties in budgetten zo goed mogelijk opgevangen. Zo nodig worden projecten getemporiseerd of worden extra incidentele of structurele middelen aangevraagd. Civieltechnische kunstwerken Door heel Nederland staan civieltechnische kunstwerken (bruggen, tunnels, viaducten, duikers en kademuren) die tientallen jaren geleden zijn aangelegd. Kunstwerken hebben over het algemeen een gemiddeld lange levensduur (soms >50 jaar). Budgetten voor vervangingsinvesteringen (vervangen bij einde levensduur of groot onderhoud) zijn in het huidige Meerjarenprojectenplan openbare buitenruimte niet voorzien, klein dagelijks onderhoud wel. Om het areaal en de technische staat van de kunstwerken in Amstelveen goed in beeld te krijgen is in 2020-2021 een uitgebreide technische inspectie uitgevoerd.

De inspectieresultaten zijn in 2022 geanalyseerd en vertaald naar een Nota Civieltechnische Kunstwerken, met bijbehorend financieel meerjarenperspectief, die gelijktijdig met de Perspectiefnota in het voorjaar van 2023 aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Afval Energie Bedrijf (AEB) De gemeente heeft na een Europese Aanbesteding samen met regiogemeenten een contract gesloten met het AEB voor 5 jaar met de mogelijkheid om dit contract 4 keer met 1 jaar te verlengen. De prijs per verwerkte ton restafval is lager dan wat de gemeente in de afgelopen jaren heeft betaald. Afvalbeheer De vergoeding voor het inzamelen van PMD is door het Afvalfonds structureel verlaagd omdat per 1 juli 2021 statiegeld wordt geheven op PET-flesjes en zal waarschijnlijk ook wijzigen als per 1 april 2023 statiegeld op blikjes wordt ingevoerd. De vergoeding per ingezamelde 1.000 kg PMD per 1 januari 2022 is nog steeds officieel niet vastgesteld. Er wordt nu gerekend met € 218 per ton ingezameld PMD terwijl dit in 2021 € 245 per ton was. Thuiswerken is ingeburgerd en dus zal naar verwachting de hoeveelheid huishoudelijk (rest)afval hoog blijven. Stikstofdepositie Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000gebieden.

Bij plannen en projecten dient aangetoond te worden (met het rekenprogramma AERIUS Calculator) dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000gebieden. Wanneer de stikstofbijdrage van een plan op een Natura 2000-gebied hoger is dan 0,00 mol/ha/j dan kan het plan niet zondermeer doorgang krijgen. Het verkrijgen van een toestemming van de provincie is door de druk op Natura 2000-gebieden lastig. Voor de kleinere projecten kunnen de AERIUS-berekeningen door de gemeente (Laura Hilhorst) zelf worden uitgevoerd. Bij complexere projecten en bij de eventuele nadere onderbouwing dient externe expertise ingeschakeld te worden. Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Echter, door een recente uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:3159) is die partiële vrijstelling verworpen waardoor er feitelijk wordt teruggegaan naar de situatie van vóór 1 juli 2021 waarin er zowel een stikstofberekening noodzakelijk is voor de bouwfase als de gebruiksfase. AERIUS Calculator wordt op 26 januari 2023 aangepast naar een nieuwe versie. Deze aanpassing kan leiden tot andere (depositie) uitkomsten en kan eventuele consequenties hebben voor een plan of project.

84

Jaarstukken 2022

Geluidsnormen Schiphol In 2020 heeft het Ministerie van BZK de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet ter inzage gelegd. Op basis van deze regeling zou door een nieuwe rekenmethodiek de cumulatie van geluid, waarbij luchtvaartlawaai strenger wordt gerekend dan op basis van bestaande regels, het akoestisch leefklimaat in grote delen van Amstelveen aangemerkt worden als ‘slecht’ of ‘zeer slecht’. Vanuit lokale bestuurders, de Bestuurlijke Regie Schiphol (RS), de VNG, het IPO en Bouwend Nederland is het ministerie gewezen op de mogelijke consequenties van deze regeling. Locaties in de MRA-regio, waar een zeer grote woningbouwopgave ligt, zouden ‘op slot’ worden gezet doordat in planologische procedures niet te onderbouwen is dat er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn brede impactanalyses gedaan naar de consequenties van de actualisering van de rekenregel voor luchtvaartgeluid bij cumulatie. Hieruit blijkt onder andere dat de categorie ‘slecht’ of ‘zeer slecht’ “echter niet betekent dat er geen woningen kunnen worden gebouwd. Een afweging van alle betrokken belangen en feiten en omstandigheden kan leiden tot de conclusie dat de geluidsituatie toch aanvaardbaar wordt geacht. Daarvoor bestaat niet één gouden onderbouwing, het gaat om de omstandigheden van het geval.

Uit de rechtspraak blijkt onder andere dat het vaststellen van beleid kan helpen om een relatief hoge gecumuleerde waarde te aanvaarden. Het is nu aan het kabinet om keuzes te maken naar aanleiding van de impactanalyses. Informatieveiligheid en privacy Vervanging Zaaksysteem De AA organisatie werkt al langere tijd met het Zaaksysteem InProces. Dit softwarepakket wordt door de gehele organisatie gebruikt voor, onder andere, de digitale dienstverlening voor inwoners en bedrijven, het persoonlijk Internetportaal voor inwoners, de Websites van beide gemeenten, de werkprocessen Bezwaar en Beroep, de gemeentebrede postafhandeling, het gemeentelijk archief en het subsidieproces. Afgelopen jaar ontving de AA organisatie het bericht van de leverancier, dat zij gaat stoppen met het softwarepakket voor hun klanten. Dit betekent dat al deze processen de komende jaren in andere toekomstvaste nieuwe systemen moeten worden opgenomen. Hiervoor is inmiddels een meerjarig project gestart. De kosten hiervan zijn op dit moment nog niet te begroten. Het is echter mogelijk dat deze kosten niet binnen de reguliere meerjarige ICT begroting gedekt kunnen worden. Informatieveiligheid Om de data en de informatie in de systemen waar de gemeente mee werkt te beschermen worden de nodige adequate beveiligingsmaatregelen getroffen.

Door de breedte en complexiteit van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), die sinds 1 januari 2019 van kracht is, pakt de gemeente informatieveiligheid planmatig op. Jaarlijks wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd en het informatieveiligheidsbeleid getoetst. Tweejaarlijks wordt een actieplan informatieveiligheid en privacy vastgesteld. Een belangrijk onderdeel is bewustwording, waarbij gebruikers worden getraind om alert te blijven. Verder nemen wij technische maatregelen om de kans op digitale aanvallen te verkleinen (onder andere door het inzetten van anti virus software, een firewall en via het Security Information & Event Management systeem (SIEM) om securitymeldingen te analyseren). Desalniettemin vraagt het veilig houden van het netwerk en de ICT systemen, vanwege de grote afhankelijkheid van digitale informatie in combinatie met de vele dreigingen, de continue aandacht van de organisatie. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Vanaf het moment dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ofwel de Europese privacy verordening in werking is getreden, zijn de privacyregels verder aangescherpt en kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zelfs boetes tot een maximum van € 20 miljoen opleggen in geval van overtreding van de regels met betrekking tot de omgang met persoonsgegevens.

De AVG verplicht bedrijven en overheden om een datalek te melden bij de AP en mogelijk bij alle getroffen individuen. Ook is het uitvoeren van privacyrisico-inventarisaties, de zogenaamde DPIA’s, op sommige processen verplicht. De gemeente Amstelveen heeft processen daarom ook zo ingericht dat de AVG wetgeving geborgd is binnen de organisatie.

Jaarstukken 2022

85

De AVG beperkt zich niet tot de inrichting van formele processen en het uitvoeren van DPIA’s, maar strekt zich uit tot alle handelingen van medewerkers en gegevensverwerkingen in systemen. Doordat persoonsgegevens binnen de gehele organisatie worden verwerkt blijft de naleving van de AVG veel aandacht vragen. Financieel-economisch Eneco / REMU De aandeelhouderscommissie Eneco heeft in een informerende notitie in overweging gegeven om de volgende tekst in deze paragraaf op te nemen: Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 verkocht is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De verkoop van de aandelen Eneco is in 2020 afgerond. De claim bedraagt nu ruim € 300 miljoen inclusief rente. Rekening houdend met een totale opbrengst Eneco van € 4,1 miljard betekent toekenning van de claim voor Amstelveen een terugbetaling van de opbrengst van € 4,4 miljoen.

Op 8 december 2020 hebben de oud-aandeelhouders de rechtszaak verloren waarna door de oudaandeelhouders cassatie is aangetekend. Dit is een langdurig proces en het is bij opmaak van deze begroting niet in te schatten wanneer de uitspraak volgt. Capaciteit elektriciteitsnet De capaciteit van het elektriciteitsnet staat onder druk. Directe beschikbaarheid c.q. aansluiting is niet meer vanzelfsprekend. De aanleg van zonneparken in vooral dunbevolkte gebieden (goedkope grond en ruimte) gaat niet gelijk op met de aanpassing van het netwerk. In andere regio's is juist extra vraag door datacenters en vraag van bedrijven die willen verduurzamen via elektrificatie. Dit betekent dat in het land een wachtrij van gebruikers ontstaat die niet allemaal aangesloten kunnen worden op het net (de spil van het energiesysteem). Door de landelijke regel dat de netbeheerder moet aansluiten in de volgorde van aanvraag c.q. "wie het eerst komt, wie het eerst maalt" kan betekenen dat een school in een nieuwe wijk geen tijdige aansluiting heeft. Naast het risico van onvoldoende capaciteit voor (nieuw)bouwplannen is Amstelveen aandeelhouder van netbeheerder Stedin. Door de behoefte aan financiële middelen voor aanpassing van het elektriciteitsnet kan het capaciteitsvraagstuk gevolgen hebben voor Amstelveen in de vorm van lager dividend en/of een aanvullende kapitaalvraag. Voorziening Alg.

pensioenwet politiek ambtsdragers (APPA) Het Ministerie van BZK heeft op 5 oktober een brief gestuurd over wijziging van de APPA-wet. Het doel is om op 1 januari 2027 de financieringswijze van de APPA aan te passen. Dit is al ongeveer een decennium het voornemen vanuit het Rijk, maar door de invoering van het nieuwe pensioenstelsel lijkt dit nu concreet te worden. Via de jaarlijkse actualisatie van de overdrachtswaarde door de externe specialist wordt hierop voorgesorteerd. Voor de overgang is het belangrijk dat de gemeente Amstelveen op 1 januari 2027 een toereikende voorziening heeft voor de op dat moment al opgebouwde APPA-pensioenaanspraken. Een belangrijk risico aspect vormt de rekenrente. Dit blijkt uit de jaarlijkse (substantiële) financiële mutaties van de voorziening als de rekenrente iets muteert. AmstelveenSport B.V. AmstelveenSport merkt de financiële gevolgen van stijgende personeelslasten en energiekosten. Daarnaast is sprake van een uitbreiding van het veldenareaal, een voorgenomen uitbreiding van het zwembad/zwemwater en duurzaamheidsopgaven (denk aan CO2-reductie). Dit vraagt een actualisering van de business case, passend bij de eigen, verzelfstandigde entiteit AmstelveenSport B.V. Op dit moment is nog onduidelijk wat de uitkomsten hiervan zullen zijn. 86

Jaarstukken 2022

Inflatie/prijsindex Sterk gestegen energiekosten leiden direct en indirect tot hogere uitgaven, ook voor de gemeente. Het algehele beeld is, dat dit voor het jaar 2022 nog niet tot grote verstoringen in de financiële huishouding heeft geleid. Daarbij spelen de volgende factoren een rol: 1. De gemeente cao voor 2022 ligt vast, de inflatie werkt door in de looneisen voor de nieuw af te sluiten cao 2023; 2. Amstelveen had nog een vast energiecontract tot en met 2022; 3. Budgethouders zijn gehouden uit te komen met hun budgetten. Voor een korte periode is dat wellicht mogelijk, waar het voor de langere duur niet meer lukt bij aanhoudend hogere prijzen; 4. Inflatie-effecten op (meerjarige) projecten en uitvoeringsprogramma’s via reserves (MPP) leiden niet direct via deze tijdvak tot een begrotingsnadeel, maar werken wel door in de toekomstige (her)programmering en actualisering van deze projecten; 5. Investeringsramingen (onderwijshuisvesting, sport) moeten opwaarts worden bijgesteld. Dit leidt tot hogere kapitaallasten die met name na 2022 tot uitdrukking komen. 6. De tijdvakrapportage laat zien, dat op verschillende programma’s sprake is van uitstel/vertraging van zaken onder invloed van Corona, Oekraïne, grondstoffenschaarste en arbeidsmarktkrapte. Dat “dempt” de potentiële impact van inflatie op korte termijn.

Deze factoren laten onverlet, dat de hogere inflatie impact zal hebben. Het traject Perspectiefnota 2024 is bij uitstek geschikt om opnieuw de balans op te maken ten aanzien van de inmiddels bekende effecten, alsmede een risico-analyse voor de nog onzekere elementen. Dit raakt een breed spectrum van zeer uiteenlopende posten, waarbij de vraag zal zijn in hoeverre het prijskaartje van de inflatie kan worden opgevangen binnen de beschikbare middelen voor nominale ontwikkelingen. Economische ontwikkeling De gemeentebegroting is afhankelijk van economische ontwikkelingen. Een verandering in economische ontwikkeling heeft via de uitkering uit het gemeentefonds, belastinginkomsten van bedrijven, inkomsten bouwleges, netto-inkomsten of verliezen uit bouwgrondexploitaties en dividendinkomsten een effect op de begroting. Fiscaliteit Doorontwikkeling Horizontaal toezicht (HT) Begin 2020 heeft de Belastingdienst een brief gestuurd waarin is aangekondigd dat met ingang van 2023 alle bestaande HT-convenanten worden opgezegd. Inmiddels is bekend gemaakt dat organisaties alleen voor verlenging van een zo te noemen doorontwikkeld HT-convenant in aanmerking komen, indien de organisatie voldoet aan 6 geschiktheidscriteria: Transparantie, Werkrelatie, Strategie, Risicoanalyse, Monitoring en Gegevens derden.

Zowel Amstelveen als Aalsmeer hebben inmiddels de formele bevestiging gekregen dat zij voor verlenging tot ultimo 2023 in aanmerking komen. Wanneer een organisatie een nieuw HT-convenant wenst te sluiten dan dient de organisatie een selfassessment uit te (laten) voeren, waaruit blijkt dat aan bovengenoemde geschiktheidscriteria voor het HT wordt voldaan. Binnen het doorontwikkeld HT komen alleen organisaties die aantoonbaar in control zijn, en voldoende fiscale beheersmaatregelen hebben doorgevoerd om fiscale risico’s te beheersen, nog in aanmerking voor het sluiten van een convenant. Er ligt op dit moment een Fiscaal Beleidsplan dat is goedgekeurd door de directie. Bij dit Beleidsplan is een Plan van Aanpak gevoegd (Fiscaal Verbeterplan) over de wijze waarop wij vorenstaande denken te gaan realiseren. Dit onlangs nog aangepaste Plan van Aanpak is inmiddels ook door de Directie goedgekeurd en is vervolgens aan de Belastingdienst voorgelegd. De Belastingdienst is akkoord met dit plan. Om straks met een schone lei te kunnen beginnen, zijn we ook gestart met een nacalculatie voor de btw over de jaren 2017-2021. Deze is begin 4de kwartaal 2022 afgerond en de suppleties die hiervan het gevolg waren zijn bij de Belastingdienst ingediend. Eerste kwartaal 2023 wordt gestart met de nacalculatie van het jaar 2022.

Het tevens opgestelde grondslagendocument heeft geleid tot aanpassing van enkele btw-labels waarmee vanaf 2023 wordt gewerkt.

Jaarstukken 2022

87

Vennootschapsbelastingplicht (Vpb) Bij de aangiften VPB vanaf 2016 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Voor de resultaten uit grondexploitaties is de gemeente Amstelveen samen met de belastingdienst gekomen tot een Vaststellingsovereenkomst. De aangifte 2020 is in het 1e kwartaal van 2022 afgerond en ingediend. De aangifte 2021 is in voorbereiding en wordt binnenkort ingediend. In de rekening 2022 en begrotingen is een schatting gemaakt van de VPB last op basis van de schattingen van de belaste activiteiten en de grondexploitaties per peildatum 1 januari 2022.  De verkoop van reststromen van afval verantwoordt de gemeente in haar aangifte, samen met bedrijfsafval.  De reclame-inkomsten zijn landelijk nog het grootste discussiepunt met materieel belang. De ontwikkelingen geven aanleiding deze zekerheidshalve mee te nemen in de aangifte Vennootschapsbelasting. De gemeente heeft bezwaar aangetekend in afwachting van de landelijke procedures. Actualisering van reeds bestaande en nieuwe bouwgrondexploitaties met een hoger opbrengstpotentieel hebben een directe invloed op een eventuele VPB last in de toekomst en zijn in het financieel meerjarenperspectief verwerkt. Jaarlijks wordt bij de actualisatie van de grondexploitaties rekening gehouden met de VPB lasten.

Overige ontwikkelingen Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland De afgelopen jaren is de rol van de veiligheidsregio gegroeid door de grote crises (Corona en Vluchtelingen). Daarnaast kent de verdere modernisering van de brandweerorganisatie een aantal belangrijke uitdagingen die in gang gezet moeten worden. Bijvoorbeeld op het gebied van diversiteit en inclusie, duurzaamheid, nieuwe technologieën en de groei van onze regio. De veiligheidsregio kent hierdoor vanaf 2024 een aantal grote financiële opgaven en de financiële middelen zullen dan niet meer toereikend zijn. De verwachting is dat dit vanaf 2024 om een extra financiële bijdrage van de gemeente zal vragen Amity Enige jaren geleden is ook landelijk geconstateerd dat de capaciteit voor internationaal onderwijs achterblijft bij de behoefte. Dit aanbod is een belangrijke factor voor bedrijven om zich al dan niet te vestigen. Het Rijk en de gemeenten Amsterdam en Amstelveen hebben besloten gezamenlijk een subsidie van € 5 miljoen euro ter beschikking te stellen aan Amity International School, met als doel versneld een significante bijdrage te leveren aan het vergroten van het aantal internationale onderwijsplekken. De subsidie voor Amity wordt door gemeente Amstelveen in tranches uitbetaald. De uitkering van de tranches is gekoppeld aan een vooraf bepaald leerlingaantal. Tot nu toe is € 4 miljoen beschikbaar gesteld.

De laatste tranche, een bedrag van € 1 miljoen, wordt verstrekt bij het behalen van 400 leerlingen. De afgelopen jaren zijn de leerlingenprognoses niet gerealiseerd in het tempo, zoals oorspronkelijk was begroot. Dit betekent dat in de P&C-documenten van de afgelopen jaren regelmatig een fasering is gemeld in de subsidiebijdrage aan Amity. De periode waarin de verdere groei van Amity moest plaatsvinden, viel samen met de corona pandemie. Het college heeft dientengevolge besloten deze verplichting van 400 leerlingen met circa twee schooljaren te verlengen naar het schooljaar 2023-2024. Met Amity is regelmatig overleg over de financiële situatie, prognoses in leerlingenaantal, financiële gezondheid op lange termijn en de strategie van de school. Verwachting is dat het leerlingenaantal van 400 binnen de gestelde periode wordt behaald. Opvang ontheemden uit Oekraïne Vanwege de oorlog in Oekraïne vangt Amstelveen sinds begin maart 2022 circa 700 800 ontheemden op uit Oekraïne. Eind 2022 bood Amstelveen aan circa 700 ontheemden uit Oekraïne onderdak: circa 360 in de hotels Adagio en Ibis, circa 70 in de units Sonjashnik, die speciaal voor de ontheemden uit Oekraïne in Kronenburg zijn neergezet. Daarnaast verbleven nog circa 250 ontheemden uit Oekraïne in de particuliere opvang.

88

Jaarstukken 2022

Naast bed, bad en brood is de gemeente verantwoordelijk voor de organisatie van voorzieningen: maatschappelijke begeleiding, onderwijs en zorg. Sinds 1 april 2022 is staatsnoodrecht ingesteld waarmee de burgemeester de bijzondere bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft gekregen te voorzien in de noodzakelijke voorzieningen voor deze ontheemden. Het rijk heeft aangegeven gemeenten een redelijke vergoeding voor de opvang van de ontheemden uit Oekraïne te verstrekken. Begin juni is een Specifieke Uitkering voor Gemeentelijke Opvang in werking getreden. Deze regeling loopt tot eind 2022. Ook in 2023 zullen gemeenten een reële vergoeding voor de opvang van de ontheemden uit Oekraïne ontvangen. Eind 2022 is een voorschot op de rijksuitkering ontvangen van in totaal circa € 12 mln. Daarnaast keert het rijk specifieke vergoedingen uit voor een aantal voorzieningen, bijvoorbeeld onderwijshuisvesting. Voor een aantal vergoedingsregelingen zijn nog gesprekken gaande binnen de ministeries en met de VNG over de hoogte en vorm van de vergoeding. De gemeenteraad heeft in 2022 in vier tranches totaal € 25 mln beschikbaar gesteld als lokaal werkbudget voor de kosten van de opvang van de ontheemden uit Oekraïne. Dat budget zetten wij in als voorfinanciering van kosten waarvan het rijk heeft aangegeven dat die vergoed zullen gaan worden.

Wij monitoren de mate waarin de gemaakte kosten gedekt kunnen worden uit reeds bekende rijksregelingen en informeren de raad daar periodiek over in raadsbrieven. Uit die monitoring blijkt tot begin 2023 dat de uitgaven grotendeels passen in de vergoedingen die we verwachten vanuit het rijk. Uit het toegekende budget worden ook enkele uitgaven gedaan die geen betrekking hebben op de opvang van Oekraïense ontheemden, conform de wens van de raad. Risicomanagement Met risicomanagement speelt gemeente Amstelveen in op de risico’s die zich mogelijk kunnen voordoen. Goed risicomanagement biedt overigens geen garantie op het uitsluiten van risico’s. De coronapandemie en de opvang van ontheemden uit Oekraïne zijn voorbeelden van risico’s die nimmer zijn benoemd in deze paragraaf. Maar ook een zedenzaak, grote overstroming door een dijkdoorbraak of een vliegtuigongeluk zijn onderwerpen die we niet specifiek benoemen maar wel een grote impact kunnen hebben op inwoners, bedrijven, instellingen en gemeente. Daarnaast kan dit grote financiële consequenties hebben. Conclusie Met het vaststellen van de nota Risicobeleid en reservebeleid is door de raad een risicobuffer van afgerond € 15 miljoen (5 procent van het begrotingstotaal van € 275 miljoen) vastgesteld. Dit als buffer voor incidentele risico's waarvoor geen voorziening is getroffen.

Structurele problemen moeten in een sluitende meerjarenbegroting worden ingepast.

Financiële verhouding en decentralisaties Onder de noemer financiële verhouding en decentralisaties gaan wij apart in op ontwikkelingen op de terreinen: 1. financiële verhouding met het Rijk, 2. omgevingswet en 3. sociaal domein. Financiële verhouding De financiële verhouding is dé grote risicofactor voor alle gemeenten. Het Kabinet Rutte III heeft de achterliggende jaren een structureel herstel van gezonde gemeentefinanciën met een toereikende Rijksbekostiging doorgeschoven naar een nieuw Kabinet c.g. Regeerakkoord. Het nieuwe Regeerakkoord van het Kabinet Rutte IV met de naderhand verschenen mei- en septembercirculaire zorgen voor een diffuus en complex beeld:  Enerzijds is sprake van fors extra incidentele bedragen tot en met 2026. Rijk en VNG hebben inmiddels een akkoord gesloten om de (hoge) volume-accressen voor deze jaren te bevriezen, hetgeen de nodige “hardheid” geeft aan deze incidentele ruimte;  Anderzijds is c.q. blijft er na 2026 een groot structureel probleem (“ravijnjaar”).

Jaarstukken 2022

89

Twee posten zijn in hoge mate bepalend voor het structurele probleem na 2026:  Het wegvallen na 2026 van eenmalig gemeentefondsgeld voor structurele taken betekent een structureel nadeel met ingang van 2027;  Amstelveen kampt, net als heel veel andere gemeenten, met een structureel tekort op het sociaal domein (met name Jeugd/Wmo). Overleg Rijk/VNG over de uitvoering van het Hervormingsagenda Jeugd verloopt moeizaam. Het is onzeker of de ingeboekte besparingen kunnen worden gerealiseerd en wat er gebeurt als dit niet mogelijk blijkt; Binnen de financiële verhouding zijn de volgende risico’s van substantiële omvang te noemen: 1. Het sociaal domein laat al een reeks van jaren een sterke autonome kostenstijging zien. Dit is een landelijk patroon. De bekostiging houdt hiermee geen gelijke tred; 2. De grote tekorten op Jeugdhulp hebben geleid tot een arbitrageprocedure tussen Rijk en VNG. Als uitkomst van de arbitrage ligt er een uitspraak, dat het Rijk extra middelen dient toe te kennen. Dit is een aflopende reeks, waarbij de afbouw van de extra middelen moet worden gerealiseerd door een maatregelenpakket om de kosten terug te dringen (Hervormingsagenda). Hier bovenop boekt het Rijk in het nieuwe Regeerakkoord eenzijdig een extra ombuiging in, oplopend naar € 500 miljoen structureel.

Het Rijk heeft onder druk van de gemeenten en VNG besloten het risico en de invulling van de maatregelen voor deze extra ombuiging voor haar rekening te nemen. Het abonnementstarief Wmo wordt niet afgeschaft maar iets anders ingestoken. Dit blijft voor gemeenten een financieel risico; 3. Een structureel afdoende bekostiging van nieuwe gemeentelijke taken c.q. maatschappelijke opgaven zoals het klimaatakkoord (duurzaamheidsopgave) en de invoering en uitvoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging in de Bouw is nog niet goed geregeld en een risico; 4. De komende tijd vinden allerlei onderzoeken plaats naar de werking van het nieuwe verdeelmodel voor de algemene uitkering. Amstelveen is in het huidige model een voordeelgemeente. Het risico bestaat, dat de nadere onderzoeken tot verfijningen leiden die dit beeld veranderen; 5. We leven in uiterst turbulente tijden met een cumulatie van (mondiale) crisissituaties die zorgen voor grote onzekerheden en risico’s als het gaat om de toekomst de gemeentefinanciën als onderdeel van de overheidsfinanciën: de oorlog in Oekraïne, de vluchtelingen- en asielopvang, de hoge inflatie, energie/grondstoffentekorten, arbeidsmarktkrapte, woningmarkt en klimaatopgaven. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Eind januari is de invoering van de Omgevingswet uitgesteld van 1 juli 2023 naar 1 januari 2024.

De invoering en de implementatie van deze wetten betreft een omvangrijk en complex proces waar veel tijd mee gemoeid is. Met name de ICT component van de met deze wetswijziging zorgt nog steeds (landelijk) voor veel problemen. Doelstelling van de wetgeving is onder andere om ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving meer integraal te benaderen, eenvoudiger, transparanter en sneller te maken. Voor de interne organisatie betekent dit, naast een aanpassing van werkwijzen en systemen ook een omwenteling in de manier van denken en handelen. De inwerkingtreding van deze wetten kan op termijn financiële gevolgen hebben. Binnen de organisatie wordt er aan gewerkt om de verschillende onderdelen van de implementatie van deze wet voor te bereiden en tijdig inzichtelijk te maken. Sociaal domein Tekorten op Jeugd De gemeente is verantwoordelijk voor taken op de terreinen Zorg, Werk en Jeugd. Deze drie terreinen komen afzonderlijk aan de orde in Programma 1 Sociaal Domein, verreweg het grootste van de zes programma’s. Met name op de decentralisatie Jeugd kampen veel gemeenten met grote tekorten. Amstelveen behoort hier tot de grote tekortgemeenten. Zie verder ook de tekst bij het hoofdstuk "Financiële verhouding".

90

Jaarstukken 2022

Rijksmiddelen De landelijke tekorten op Jeugd liggen in de orde van € 1,7 miljard (rapport AEF december 2020 met cijfers over 2019). Dat was nog voor de grote gevolgen die Corona met zich meebracht. Op basis van de uitkomsten van het onderzoeksrapport van AEF heeft het Rijk vanaf 2022 incidenteel extra geld beschikbaar gesteld. Tegelijk zijn vanaf 2022 ‘normatieve’ (lees: taakstellende) besparingen ingeboekt van macro € 214 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op een maatregelenpakket in het rapport van de arbitrage-commissie ‘waarover overeenstemming bestaat tussen Rijk en VNG’. In het rapport loopt dit bedrag meerjarig op tot afgerond € 1 miljard per 2026 voor alle gemeenten. Er tekenen zich aldus twee sporen af: Het eerste spoor is de erkenning van de bestaande tekorten en de verantwoordelijkheid van het Rijk voor een betere bekostiging (meer geld). Het tweede spoor is de inzet op een betere beheersing en terugdringing van de kosten, zowel binnen de bestaande regelgeving als via aanpassing van de regelgeving De beoogde terugdringing van kosten zou moeten worden gerealiseerd via de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028. Deze wordt opgesteld door het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers), professionals en de VNG. De Hervormingsagenda Jeugd moet leiden tot verbetering van de (complexe) hulpverlening en een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdstelsel.

De Hervormingsagenda is tijdelijk opgeschort in de eerste helft van 2022 omdat in het nieuwe Regeerakkoord eenzijdig € 500 miljoen extra bezuiniging op Jeugd is ingeboekt bovenop de hiervoor genoemde, reeds ingeboekte € 1 miljard. Het kabinet heeft na druk van de gemeenten en VNG besloten het risico te dragen voor deze € 500 miljoen extra bezuiniging (in plaats van dit risico bij gemeenten te leggen). Het is aan het Rijk om invulling te geven aan deze extra bezuiniging van € 500 miljoen met extra (wettelijke) maatregelen. Doordat het Rijk dit risico voor haar rekening neemt wordt een doorstart gemaakt met de Hervormingsagenda. De gesprekken hierover tussen onder andere VNG en Rijk verlopen moeizaam en de voorstellen vanuit het Rijk ten aanzien van de concrete invulling van de bezuiniging laten nog op zich wachten. De gemeente houdt de ontwikkelingen nauw in de gaten en waar mogelijk zijn en worden maatregelen uit de hervormingsagenda al lokaal geïmplementeerd. In afwachting van nadere informatie en nieuwe afwegingen voor 2024 en verder heeft Amstelveen de reële kosten van voortzetting van het bestaande gemeentelijke beleid in de begroting opgenomen en de tekorten op Jeugd voor deze jaren voor eigen rekening genomen, ten laste van de gemeentelijke reserve.

Lokaal beeld, invloed Corona, maatregelen Er is van 2018 tot en met 2021 een grote stijging te zien geweest van de jeugdhulpkosten. De financiële tekorten t/m 2021 werden veroorzaakt door een combinatie van factoren, waaronder een stijging van het aantal cliënten, de lengte van trajecten en de zwaarte van trajecten. Corona heeft alle drie deze ontwikkelingen versterkt. Met name in 2020 was de stijging van kosten mede hierdoor fors. De onderliggende maatschappelijke oorzaken zijn divers. Ook de indexatie van de tarieven is een jaarlijks terugkerend issue omdat deze vaak hoger is dan de compensatie vanuit het Rijk. De lokale/regionale maatregelen vanaf 2018 hebben effect gehad, maar hebben tegelijk de opwaartse trend t/m 2021 niet kunnen keren. Zeker niet gezien de gevolgen van Corona. In 2022 zijn de jeugdhulpkosten gedaald ten opzichte van eerdere jaren. Deze daling heeft verschillende oorzaken. Er zijn minder jeugdigen in zorg dan in 2021, er zijn meer jongeren naar andere gemeente overgedragen door de wijziging van het landelijk woonplaatsbeginsel dan onze gemeente heeft ontvangen (vaak ging dit om duurdere trajecten al dan niet met verblijf) en de gemiddelde kosten voor de grootste groep ‘ambulante jeugdhulp’ per traject zijn gedaald (mede door de nieuwe inkoop per 2022).

Relatief kleine dalingen in deze gemiddelde kosten per jeugdige hebben door het grote aantal jeugdigen een groot effect.

Jaarstukken 2022

91

Ondanks de daling van de kosten voor 2022 ten opzichte van 2021 is voor de komende jaren de verwachting dat de opwaartse druk op de jeugdhulpkosten aanwezig blijft. Stijging van het aantal jeugdigen, de lengte en de zwaarte blijven gezien maatschappelijke ontwikkelingen reëel. Tegelijk lijken de maatregelen om de kostenstijging te remmen meer in evenwicht met deze opwaartse druk. De maatregelen zullen worden doorontwikkeld om de opwaartse druk tegen te gaan en tegelijk passende en noodzakelijke jeugdhulp te blijven bieden. Naast de nieuwe inkoop in 2022 gaat het bijvoorbeeld om de werkwijzen per verwijsgroep (o.a. POH GGZ jeugd voor huisartsen, IHV13w om inzet van jeugdbescherming te voorkomen in gezinnen waar onveiligheid heerst) en het sturen op de lengte en zwaarte van trajecten via tussentijdse zorgevaluaties. Tekorten op Wmo De eenzijdige invoering door het Rijk van een vast, laag abonnementstarief voor Wmomaatwerkvoorzieningen heeft bij gemeenten ervoor gezorgd dat sprake is van een aanzuigende werking waardoor het volume van het aantal aanvragen reeds enkele jaren aan het groeien is. Inmiddels heeft het Rijk aangekondigd het abonnementstarief te wijzigen in 2025. Tot die tijd wordt een sterke groei verwacht van het volume van de aanvragen.

Doordat het minimumloon is gestegen en vanwege mondiale problematiek zien wij de kosten van zowel diensten als de levering van goederen stijgen. Naast genoemde aanzuigende werking vanwege het abonnementstarief en de prijsstijgingen van diensten en goederen zijn ook andere factoren van het Rijksbeleid van invloed, zoals beleid dat gericht is op het langer thuis blijven wonen, de krapte op de woningmarkt (voor wat betreft woningaanpassingen) en de stijging van de salarissen en daarmee de tarieven in de zorg. Zowel voor Jeugd als voor de Wmo geldt, dat een hogere indexatie dan landelijk wordt gecompenseerd een belangrijke risicofactor blijft, die voor een stijging van de tekorten kan zorgen. Weliswaar heeft het Rijk een extra nominaal accres gemeentefonds 2022 aangekondigd via de meicirculaire 2023, maar het is op dit moment onduidelijk of dit toereikend is om de hogere kosten door tarievenstijgingen (indexaties) te compenseren. Uitkeringen levensonderhoud (Bijstandsgelden) De BUIG-gelden (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten) betreffen het budget dat gemeenten ontvangen voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Dit budget wordt objectief bepaald. Als gemeenten meer of minder uitgeven aan bijstandsuitkeringen blijft dit voor rekening van de gemeente. Dit budget gaat alleen over de uitkeringsgelden.

De bekostiging van de ambtelijke uitvoeringskosten wordt geacht plaats te vinden via de algemene uitkering gemeentefonds. Zoals ieder objectief verdeelmodel brengt ook dit verdeelmodel voor- en nadeelgemeenten met zich mee. Amstelveen behoort relatief bezien in dit model tot de grotere voordeelgemeenten. De actuele raming van de verwachte uitkering BUIG van het Rijk bedraagt € 21,5 miljoen versus de geraamde bijstandsuitgaven van € 17 miljoen. Inhoudelijk verdiepingsonderzoek bij de grootste voor- en nadeelgemeenten laat zien dat er een verband bestaat tussen positieve financiële resultaten en de invulling die gemeenten geven aan beleid en uitvoering. De positieve Amstelveense scores in het gehouden onderzoek bevestigen dat. Dat correspondeert met het feit, dat Amstelveen tegelijkertijd veel meer middelen inzet op reintegratie dan de hiervoor beschikbare gelden. Op het totaal van de bijstandsgelden én de reintegratiegelden is per saldo sprake van een geringer voordeel. Het voordeel op bijstand/re-integratie is in de Amstelveense begroting ingezet binnen het gehele sociaal domein ter dekking van (een deel van) het tekort op de bekostiging van de Jeugdhulp.

92

Jaarstukken 2022

Door het voordeel op de BUIG structureel in te zetten ter dekking van het tekort op Jeugdhulp zijn tot dusverre pijnlijke ingrepen voorkómen. Maar dit maakt onze structurele begrotingspositie wel kwetsbaarder op dit onderdeel. Een terugloop van het BUIG-voordeel is nu een budgettair risico. Daarbij spelen de volgende risico's:  Er lopen nog steeds onderzoeken om het verdeelmodel verder te verbeteren, met name waar het gaat om de (relatieve) “uitschieters” in de verdeling. Een lagere uitkering door modelaanpassingen blijft daarmee een risico. Dat een voordeel op het verdeelbudget is te relateren aan inhoudelijk beleid en uitvoering zegt nog niet, dat dit de totale omvang van het huidige voordeel verklaart;  Bij de verdeling van het landelijk budget kunnen schommelingen in de volumes van maatstaven, landelijk en lokaal leiden tot herverdeeleffecten;  Bij de huidige arbeidsmarktkrapte daalt het (landelijke) bijstandsvolume. Een lager macrobudget betekent ook een lager herverdeelvoordeel. Daarnaast is het (relatief geringe) Amstelveense bijstandsbestand veel minder “beweeglijk” dan het landelijk bestand. Verder is met de oorlog in Oekraïne naast het onnoemelijke menselijke leed, sprake van veel onzekerheid in de wereld en daarmee ook in de economie.

De mogelijke gevolgen voor onze economie die sterk afhankelijk is van de internationale economische situatie, betekenen een onzekere nabije toekomst. Een nadeel van 10% op het huidige budget correspondeert met een bedrag van circa € 2 miljoen. Conclusie Effecten vanuit de decentralisaties en de financiële verhouding op de gemeentelijke financiële huishouding vragen structurele inpassing binnen de meerjarenbegroting. Daarbij moet in aanmerking worden genomen, dat de gemeente geen invloed heeft op de inkomsten via het gemeentefonds en dat de invloed op de uitgavenkant beperkt wordt door open einde regelingen en wettelijke verplichtingen. Hetgeen overigens onverlet laat, dat de decentralisaties ook kansen bieden om voordelen te realiseren. Al met al is het perspectief voor de ontwikkeling van de algemene uitkering niet rooskleurig. Structureel tekent zich met het nieuwe Regeerakkoord een tekort af. Of de nu gepresenteerde incidenteel hogere accressen in de eerste jaren ook daadwerkelijke ruimte opleveren is hoogst onzeker vanwege de risico’s van inflatie en onderuitputting op de Rijksbegroting. Een stevige buffer is van belang om incidenteel tegenvallers op te vangen (risicobuffer), maar ook om noodzakelijke beleidsaanpassingen te implementeren inclusief eventuele flankerende maatregelen (faseringsbuffer).

De in deze paragraaf geschetste ontwikkelingen met betrekking tot de financiële verhouding en de decentralisaties in relatie tot de omvang van de hiermee gemoeide budgetten zijn aanleiding voor een aanvullende risicobuffer van € 10 miljoen bovenop de buffer voor de normale bedrijfsvoering ongewijzigd gehandhaafd. Grondexploitatie Voorziening bouwgrondexploitatie Voor de dekking van de risico’s in de huidige actieve gemeentelijke grondexploitaties is er een voorziening. Deze bedroeg per 1 januari 2022 € 1,8 miljoen. Per 1 januari 2023 is de hoogte van de voorziening € 0,6 miljoen. Het gaat hierbij om het maatschappelijke project Lindelaan 315-323 (€ 461.000), Stadshart/Townhouse (€ 90.000), Bioscoop Stadshart (€ 50.000) en Maalderij 4-8 (€ 15.000). Ook voor een negatief resultaat op de facilitaire projecten is er een voorziening. De stand van deze voorziening per 1 januari 2022 is € 1,09 miljoen, op 1 januari 2023 bedraagt dit € 0,6 miljoen.

Jaarstukken 2022

93

Benodigde weerstandscapaciteit De hoogte van het risico en de beheersing hiervan is een belangrijk speerpunt. Door het opstellen van scenario’s wordt inzichtelijk gemaakt wat de benodigde weerstandscapaciteit per project is. Mede op basis hiervan kan besluitvorming plaatsvinden over de te nemen beheersmaatregelen, wanneer deze genomen kunnen worden en wordt de benodigde weerstandscapaciteit gealloceerd. De totale benodigde weerstandscapaciteit voor de grondexploitaties die zijn opgenomen in de meerjarenprognose grondexploitaties bedraagt € 7,2 miljoen. Dit is vergelijkbaar met vorig jaar (€ 7 miljoen), maar nog exclusief Legmeer, BTAZ en de Scheg. De groei van de stad wordt voornamelijk gerealiseerd met faciliterend grondbeleid. De gemeente heeft zelf beperkt eigen grond beschikbaar voor ruimtelijke ontwikkelingen. De haalbaarheid van projecten staat wel op gespannen voet door enerzijds de toegenomen eisen en wensen en anderzijds de invloed van de ontwikkeling van VON-prijzen en daartegenover de gestegen bouwkosten (mede als gevolg van extra duurzaamheid ambities). Dit heeft effect op de haalbaarheid van projecten. Daarnaast gaat de groei van de stad gepaard met een groei van de behoefte aan voorzieningen en infrastructuur. Dit is continue aandachtspunt bij het opstarten van ruimtelijke ontwikkelingen.

Legmeer In de raad van 27 mei 2020 heeft de gemeenteraad unaniem ingestemd met de Ontwikkelvisie Legmeer. In 2021 is financiële steun van het Rijk, de Woningbouwimpuls, in casu € 9,2 miljoen toegekend. Het bedrag is inmiddels naar de gemeente overgemaakt. Vanaf eind 2021 is het project Legmeer in een dynamisch proces terecht gekomen. Met name het onderzoek naar de haalbaarheid is daarbij aan de orde geweest en de markt is geconsulteerd. Daarnaast hebben we te maken met negatieve financiële ontwikkelingen, zoals een stijging van bouwkosten en rente, die effect hebben op de haalbaarheid en hiermee de voortgang van het project. Nog steeds wordt gestuurd via de ontwikkeling van clusters en vindt afstemming plaats met de partijen in het gebied. De gekozen aanpak heeft een bepalend effect op het risico (en daarmee het benodigde weerstandsvermogen). Vooralsnog heeft dit nog niet tot nieuwe vastgestelde uitgangspunten geleid voor Legmeer. De verwachting is dat het college medio 2023 een nieuwe set aangepaste uitgangspunten samen met een grondexploitatie ter besluitvorming aan de raad voorlegt. Derhalve zijn de berekeningen niet aangepast en blijven de cijfers hetzelfde zoals eerder gepresenteerd.

In 2022 is naast de verslechtering van de markt een aantal risico’s toegenomen:  Onder meer door de verslechterde economische omstandigheden wordt gewerkt aan de actualisatie van de uitgangspunten, maar het risico blijft bestaan dat dit niet leidt tot een haalbaar plan en dat de gemaakte plankosten niet verhaald kunnen worden, omdat de ontwikkeling op de lange baan geschoven moet worden;  Door uitloop van het project wordt de datum voor de eerste paal (eis WBI) niet gehaald. Er bestaat een kans dat de gemeente hierdoor van de WBI-subsidie moet afzien;  In 2022 is gebleken dat de verplaatsing van de werf en het afvalbrengstation duurder uitvalt dan eerder geraamd. Hierdoor neemt het tekort op de totale businesscase toe. De uitgangspunten van het plan worden momenteel nader uitgewerkt in afstemming met de marktpartijen in het gebied.

94

Jaarstukken 2022

De gemeentelijke investering was per saldo geraamd op € 17,5 miljoen, waarvan € 7,5 miljoen onderwijs/sport, € 3 miljoen projectenorganisatie voor de periode 2021-2024 en € 7 miljoen “onrendabele top” op de ruimtelijke ontwikkeling, vooral veroorzaakt door de verplaatsing van de gemeentewerf en het afvalbrengstation. De cijfers zijn afkomstig uit de businesscase bij de WBIaanvraag van november 2020. Gezien de actuele ontwikkelingen zullen deze cijfers ten behoeve van de grondexploitatie geactualiseerd worden op basis van nieuwe uitgangspunten. De actuele grondexploitatie (actief en facilitair deel) wordt voorgelegd ter besluitvorming, naar verwachting rond medio 2023. Gedurende het project wordt vooralsnog rekening gehouden met een benodigde weerstandscapaciteit van € 9,5 miljoen. Dit is na verwerking van de gemeentelijke investering van € 17,5 miljoen en de bijdrage Woningimpuls van € 9,2 miljoen. BTAZ In de Raad van 10 november 2021 is de grondexploitatie BTAZ vastgesteld, inclusief kansen en risico paragraaf. Op basis van de vastgestelde grondexploitatie BTAZ is destijds een Monte Carlo risicoanalyse uitgevoerd. De gemeentelijke grondexploitatie wordt in het kader van de jaarrekening ieder jaar geactualiseerd. Ook de risico’s en kansen worden dan geactualiseerd, zodat vervolgens “opnieuw” een Monte Carlo risicoanalyse kan worden uitgevoerd.

De benodigde weerstandscapaciteit van de geactualiseerde grondexploitatie voor de jaarrekening 2022 komt op bijna € 10,1 miljoen uit. Scheg Een ander majeur project in de gemeente Amstelveen betreft de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Scheg voor circa 1.400 woningen, bestaande uit de deelgebieden West, Midden en Oost. Het eerste bestemmingsplan (deelgebied Scheg Oost) is in 2022 vastgesteld en onherroepelijk geworden. Voor het deelgebied Scheg West is het ontwerp bestemmingsplan begin januari 2023 ter inzage gelegd. Voor het deelgebied Scheg Midden is de verwachting dat het ontwerp bestemmingsplan Q2 2023 ter inzage wordt gelegd. Op 1 juni 2022 is de grondexploitatie Scheg (West, Midden en Oost), door de gemeenteraad vastgesteld. De risicoanalyse van de Scheg is geactualiseerd. Hieruit blijkt een actuele benodigde weerstandscapaciteit van € 12,9 miljoen. Dit is hoger dan in de vastgestelde programmabegroting aangegeven (€ 8,9 miljoen) en komt door nieuwe risico’s op het vlak van infrastructuur en waterhuishouding. Conclusie grondexploitatie Gelet op de aard en omvang van de grondexploitatieprojecten vinden wij een risicobuffer van € 40 miljoen (begroting 2023: € 34 miljoen) reëel voor de projecten in de meerjarenprognose grondexploitaties. De risico-analyse betreft hier het duiden van mogelijke tegenvallers waarmee de gemeente te maken kan krijgen.

In directe samenhang hiermee zijn van belang de beheersmaatregelen die de gemeente neemt om risico's te identificeren, het bevorderen van het risicobewustzijn, het vermijden van risico's en ten slotte beperken van schade ingeval risico's zich onverhoopt toch voordoen. De risicobuffer is geen aparte reservering “die op de plank ligt om te worden ingezet”. Mobiliteit Organisatiekosten De grote ruimtelijke en infrastructurele projecten Amsteltram, A9 en Stadshart leggen tijdelijk een extra beslag op onze organisatie. De raad heeft in het kader van het College Uitvoeringsprogramma 2018-2022 financiële middelen beschikbaar gesteld voor inzet van extra capaciteit tot en met 2022 voor onder meer de projectorganisatie, bereikbaarheidsregie, vergunningenmanagement en communicatie. In het kader van de Perspectiefnota 2021 zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor het A9-project voor de periode tot en met 2024. In de paragraaf weerstandsvermogen begroting 2023 staat dat voor de afronding van het A9-project in de periode 2025 t/m 2026 naar verwachting nog een budget benodigd is van circa € 1 miljoen.

Jaarstukken 2022

95

RWS en VeenIX hebben recent aangegeven dat de oplevering van de A9 flink vertraagd is. Door de verschuiving van de opleverdatum naar 2028 wordt extra ambtelijk inzet noodzakelijk. Waar gedeeltelijk sprake is van verschuiving, is voor een groot deel sprake van het verlengen van opdrachten en het doorlopen van begeleidingsteams, waaronder communicatie, organisatie, financiën, civiele techniek etc. Indicatief wordt de extra inzet voor de jaren 2027/2028 geschat op € 0,8 miljoen. In de Perspectiefnota 2023 wordt de ambtelijke inzet 2025 t/m 2028 (indicatief € 1,8 miljoen) nader uitgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd. Kosten infrastructuur A9 Na afloop van het project heeft de gemeente tot taak de aan de gemeente over te dragen overkappingen in te richten en alle gerealiseerde gemeentelijke objecten in beheer te nemen. Dit betreft met name de inrichting van de drie overkappingen Oude Dorp, Stadshart en Meander; de Bomenbrug, de Meanderbrug, de Colijnbrug en een rioolgemaal. De overkappingen zelf worden aangelegd en gefinancierd door Rijkswaterstaat. De inrichting van de overkappingen komt ten laste van de gemeente, waarbij zij aangetekend hebben dat RWS groencompensatie financiert tot een maximum van € 1,1 mln. (ex BTW).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=78bf1810-bd51-420b-a122-4d0328d45034