CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie subsidiebeleid. Een onderzoek van de rekenkamercommissie Amstelveen

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 24 maart 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Rekenkameronderzoek subsidiebeleid19.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het Subsidieprotocol 2020 wordt het subsidieproces in detail beschreven: van aanvraag tot verlening, beschikking en vaststellingen. Dit protocol wordt als leidraad gebruikt bij het beoordelen van een subsidieaanvraag en de verdere procesgang.

16

Bron: https://www.amstelveen.nl/regelen-aanvragen/publicatie/subsidies_subsidies-algemene-informatie_hoe-vraagt-usubsidie-aan

17

Bron: Subsidieprotocol, versie 1, 11 mei 2020.

Pagina 26

Figuur 7.1: het subsidieproces conform het Subsidieprotocol van de gemeente Amstelveen

Hoewel de gemeente in staat moet zijn om het proces rondom 22 verschillende regelingen te beheersen zijn de dossiers op orde en compleet. Dit door het gestructureerde proces, de coördinatie van de afdeling Jeugd & Samenleving, ondersteunende software en het consequent gebruik van het zaaksysteem. Dat blijkt uit de audits die zijn uitgevoerd door de onderzoekers met betrekking tot verschillende casussen, die verder aan de orde komen in de volgende paragraaf 7.2. Voor subsidies aan grotere instellingen, met een jaarlijks bedrag van € 100.000,- of meer, zijn in het protocol bijzondere bepalingen beschreven: > Zo is enkel het college gemandateerd om deze instellingen een schriftelijke opdracht te verlenen; > Het college voert uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment waarop de indieningstermijn verstrijkt, een beleidsgerichte dialoog met de bestuurder van de instelling; > Jaarlijks worden in september/oktober gesprekken gevoerd tussen het college en de Raad van Toezicht van de grotere instelling en hebben de ambtelijk accounthouders ten minste twee gesprekken per jaar met deze instellingen; > De beoordeling van de aanvraag wordt ondersteund met een financiële schouw op de instelling. Het Subsidieprotocol bevat verder een beschrijving op basis waarvan een subsidieaanvraag wordt beoordeeld.

Hierbij wordt aangegeven waarop de gemeente de aanvraag toetst aan de hand van een aantal behulpzame kernvragen: 1 In hoeverre passen de activiteiten binnen het gemeentelijk beleid? 2 Heeft de subsidie rechtstreeks verband met de uit te voeren activiteiten? 3 Welke andere bronnen of eigen inkomsten dragen bij aan de activiteiten? 4 Is het project efficiënt? 5 Wat is de financiële positie van de aanvrager?

Pagina 27

Uit het bovenstaande blijkt dat niet expliciet wordt beoordeeld wat de verwachte resultaten zijn van de activiteiten en in welke mate die bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen. Conform het protocol wordt namelijk de vraag gesteld of de activiteiten passen binnen het gemeentelijk beleid, niet in welke mate die bijdragen aan de doelen van dat beleid. Er wordt niet expliciet beoordeeld of ook andere instellingen of initiatieven gelijkwaardige activiteiten ontplooien en waarvoor ook subsidie is aangevraagd, of waarmee wordt samengewerkt door de subsidieaanvrager. Het proces voor het verwerken van een subsidieaanvraag en het verlenen van subsidie wordt ook op hoofdlijnen omschreven in Algemene subsidieverordening Amstelveen 2016. Hierin staat beschreven welke gegevens ingediend moeten worden voor het aanvragen van een subsidie. Denk aan het doel of resultaten die worden nagestreefd, de activiteiten, een begroting van kosten en dekking en of eventueel gebruik wordt gemaakt van subsidies van andere overheden. De Algemene subsidieverordening beschrijft verder niet wat de toewijzingsgronden zijn voor de subsidieaanvraag. Wel worden de weigeringsgronden voor een subsidie beschreven in de Algemene subsidieverordening 2016.

Het college wijst een subsidieaanvraag af indien: 1 De Europese Commissie heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne gemeenschappelijke markt. 2 De te subsidiëren activiteiten onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen. 3 Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten. 4 Deze valt onder de voorwaarden van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen. 5 Deze niet voldoet aan de regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen. 6 De subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift.

7.2 Vertalen van doelen naar afspraken In de kern draait het bij het verstrekken van subsidies om het vertalen van gemeentelijke beleidsdoelen naar afspraken met subsidieontvangers. Die afspraken moeten gaan over prestaties en activiteiten die een bijdrage leveren aan de gemeentelijke beleidsdoelen. Om helder te krijgen hoe de subsidieverlening in de praktijk werkt zijn de zes geselecteerde casussen op dit punt bestudeerd. Hieronder lichten we in de volgende paragrafen de bevindingen per casus toe.

7.2.1 Platform C: Muziek- en Dansschool Amstelland DE SUBSIDIERELATIE Platform C is in 2017 ontstaan uit een fusie tussen de Muziek- en Dansschool Amstelveen, Volksuniversiteit Amstelland en de Kunstuitleen. De subsidie voor Platform C is bedoeld voor het onderdeel Muziek- en Dansschool Amstelland. Met de subsidie kan de Muziek- en Dansschool de huurpenningen betalen voor de huur van het gebouw van de gemeente (Het A-deel uit onderstaande kader). Ook subsidieert de gemeente culturele activiteiten met gemeentelijke prioriteit (Het B-deel uit het onderstaande kader). Platform C is voor 30% afhankelijk van subsidie (het A- en B-deel) en voor 70% afhankelijk van financieringsbronnen uit de markt (C-deel)18.

Het financieringsmodel van Platform C gaat uit van drie te financieren lagen: A Voorziening voor vaste lasten: huisvesting, infrastructuur en organisatie; B Subsidiabele culturele activiteiten met gemeentelijke prioriteit; C Commerciële activiteiten die uitsluitend uit marktinkomsten worden gefinancierd.

18 Bron: interviews

Pagina 28

De gemeente geeft Platform C jaarlijks een opdracht tot het maken van een offerte. Eerder is aangegeven dat hiermee in feite een subsidieaanvraag wordt bedoeld. In deze opdracht worden de relevante doelen uit het cultuurbeleid opgenomen en aan Platform C wordt gevraagd aan te geven op welke wijze zij daaraan een bijdrage wil leveren en hoe zij dat wil invullen. Platform C beschrijft daarbij hoofdzakelijk evalueerbare uitvoeringsprestaties zoals aantallen leerlingen, uren muziek- en dansles et cetera. Het B-deel wordt vervolgens door de gemeente voorzien van een toekenningsbeschikking, waarbij de uitvoeringsprestaties globaal worden geformuleerd. Dit is min of meer het gevolg van het in 2010 bewust op afstand zetten van de culturele instellingen, waarbij het idee was om globaal te sturen op de prestaties19. Uit gesprekken blijkt dat het college veel strakker op maatschappelijke prestaties wil sturen20: welke bijdrage levert Platform C aan de maatschappelijke doelen? Het college ziet namelijk een teruglopende interesse in het aanbod van Platform C en heeft de behoefte om het gemeentelijke cultuurbeleid meer aan te laten sluiten bij wat inwoners wensen. Het college trekt dit ook breder en wil in overleg met Platform C en andere instellingen bezien hoe inhoudelijke kaders en samenwerking het best in een opdrachtverlening vertaald kunnen worden21.

AUDIT DOSSIER In het onderzoek is het subsidieproces voor het jaar 2019 bestudeerd. Het dossier blijkt compleet en het subsidieproces is goed te volgen in het informatiesysteem (zaaksysteem) van de gemeente. Er wordt, conform het subsidieprotocol, in mei 2018 een opdracht gegeven aan Platform C om een offerte te doen voor het daaropvolgende jaar 2019. De gemeente verzoekt bij het uitbrengen van de offerte aan te geven hoe en op welke beleidsspeerpunten in de cultuuragenda Platform C een inhoudelijke bijdrage levert en geeft daarbij de speerpunten aan: > Verbinding maken binnen de culturele sector en andere sectoren zoals welzijn, onderwijs en zorg (opmerking onderzoek: hier stimuleert de gemeente samenwerking); > Verbinding maken met jongeren en mensen met participatieachterstanden; > Het aanbieden van een cultureel aanbod aan de verschillende groepen expats van de stad; > Verdere versterking en inbedding van het aanbod op het gebied van cultuureducatie door intensieve samenwerking tussen aanbieders en het onderwijs; > Jongerenparticipatie en talentontwikkeling; > Faciliteren van amateurkunst bij het realiseren van activiteiten en het bevorderen van verbinding met jonge amateurs.

Daarnaast vraagt de gemeente om negen operationele kengetallen met daaronder verschillende zogenaamde teleenheden. Bijvoorbeeld (a) Kengetal Cursisten: Teleenheid naar leeftijdsgroep en naar soort cursus, (b) Kengetal Deelnemers: Teleenheid naar leeftijdsgroep en naar soort activiteit, (c) Kengetal openingsuren per week: Teleenheden Muziek- en Dansschool Amstelveen / Volksuniversiteit Amstelland / Kunstuitleen et cetera. Platform C wordt jaarlijks gevraagd de teleenheden te registreren en te rapporteren in de jaarstukken. Aan Platform C wordt tevens gevraagd welke stijging bereikt kan worden, of verandering beoogd wordt, ten aanzien van het aantal cursisten ten opzichte van het voorgaande cursusjaar. Platform C vraagt daarop uitstel en het college verleent deze uitstel. In november 2018 ontvangt de gemeente de offerte met een begroting voor het kalenderjaar 2019. Platform C geeft daarbij aan te

19 Bron: interviews 20 Bron: interviews 21 Bron: reactie college op aanbevelingen uit onderzoek Platform C, raadsbrief 9 juni 2020.

Pagina 29

kampen met een tekort op de begroting 2019 van € 80.000,-; dit tekort zal volgens Platform C vanaf 2021 niet meer aan de orde zijn22. Voor de overgangsperiode vraagt Platform C ondersteuning van de gemeente. In de offerte geeft Platform C verder aan wat de bijdrage is per speerpunt en wat de daarbij behorende prestatie-indicatoren zijn. De bijdragen en kengetallen zijn alle geformuleerd op het niveau van uitvoeringsprestaties en in wisselende mate evalueerbaar. Daarbij opgemerkt dat de uitvraag van de gemeente daartoe ook niet stimuleert. Zie het onderstaande voorbeeld. Offerte Platform C Speerpunt van de gemeente: verbinding maken met jongeren en mensen met participatieachterstanden. Aanbod Platform C: 7 Platform C zorgt in zijn profilering en communicatie dat jongeren en mensen met participatieachterstanden de instelling ervaren als een waar zij iets te zoeken hebben. 8 Prestatie-indicator: participeren in netwerken en voorzieningen voor minima; deze opnemen in marketing communicatie. Bron: offerte Platform C, 16 november 2018

Op 14 december 2018 verleent de gemeente middels een beschikking een subsidie van € 1.105.557,- voor: > Muziek- en dansactiviteiten: € 935.568,> Cursusaanbod Volksuniversiteit: € 129.093,> Huurlasten en structurele subsidies voor projecten: € 40.896,Met betrekking tot de prestaties en activiteiten wordt in de beschikking verwezen naar de offerte van Platform C. In het najaar van 2019 heeft het college een brief gestuurd naar de gemeenteraad met de mededeling dat de financiële situatie van Platform C zeer zorgwekkend was. Vanwege de slechte financiële situatie worden vervolgens twee onderzoeken onder gemeentelijke regie uitgevoerd: (1) naar de financiële stand van zaken en (2) naar de inhoudelijke prestaties en het toekomstperspectief. Daarnaast heeft het college meerdere keren met de directeur en de Raad van Toezicht overleg gehad23. Op 9 juni 2020 heeft het college in een brief aan de gemeenteraad de resultaten van de onderzoeken bekend gemaakt. De onderzoeken bevestigen de slechte financiële situatie van Platform C. Het blijkt dat een behoorlijke ingreep nodig is om het tij te keren en om de continuïteit in de toekomst te kunnen waarborgen. De zorgelijke financiële situatie bestaat al langer, maar is nog eens verder verslechterd door de COVID-19crisis.

Het college wil Platform C te hulp schieten en heeft daarom de gemeenteraad gevraagd een eenmalig krediet beschikbaar te stellen van € 350.000,- om hiermee Platform C een financiële injectie te geven. Daarnaast heeft het college voorgesteld om de jaarlijkse reguliere subsidie met € 100K te verhogen, om Platform C continuïteit te bieden. Het college heeft verder richting Platform C de voorwaarde gesteld dat er vóór 1 oktober 2020 een overtuigend toekomstplan moet komen. Platform C heeft tijdig een ‘Toekomstplan 2021-2022’ bij de gemeente ingediend. Dat plan is in de ogen van het college echter nog te beperkt en onvoldoende overtuigend voor een bestendige toekomst van deze instelling. Het ingediende toekomstplan geeft wel voldoende basis om de instelling de ruimte te geven om vóór 1 oktober 2021 met een definitief toekomstplan 2022-2026 te komen. Dat plan moet degelijk onderbouwd en concreet uitgewerkt de maatschappelijke waarde van de instelling aangeven. Deze lijn is op 3 november 2020 per brief aan de

22 Bron: begeleidende brief bij de offerte van Platform C, 16 november 2018 23

Bron: interviews

Pagina 30

gemeenteraad gemeld met daarin ook het voorstel om de subsidie voor Platform C voor 2021 en 2022 met € 200K te verhogen om de instelling de ruimte te bieden om snel op orde op zaken te kunnen stellen en om de organisatie te kunnen vernieuwen24. De gemeente heeft de Raad van Toezicht erop aangesproken en gevraagd om een zelfevaluatie uit te voeren. Dit is ook conform de door Platform C gehanteerde Governance Code Cultuur: deze code schrijft voor dat er jaarlijks een zelfevaluatie door de RvT plaats vind, waarvan minimaal eenmaal per drie jaar met externe begeleiding. In de eerder vermelde brief aan de gemeenteraad van 3 november heeft het college aangekondigd dat voor een werkelijke frisse start van de instelling na het overgangsjaar 2021 een compleet vernieuwde Raad van Toezicht vereist is.

Platform C geeft overigens aan dat zij aan drie codes wil voldoen. De Governance Code Cultuur zet zich samen met de Fair Practice Code en de Code Culturele Diversiteit in voor een gezonde en veerkrachtige sector. Elk van deze codes heeft een eigen focus: de Governance Code Cultuur richt zich op fatsoenlijk bestuur, de Fair Practice Code op een stevigere arbeidsmarktpositie van mensen werkzaam in de sector en de Code Culturele Diversiteit op een structurele verankering van culturele diversiteit binnen de organisatie.

7.2.2 Participe Amstelland DE SUBSIDIERELATIE In 2013 is een subsidietender uitgezet voor welzijnswerk. De zorg- en welzijnsorganisatie VITA heeft de tender gewonnen. Later is VITA overgenomen door Participe. De overname vormde voor het college geen belemmering om de subsidie te continueren. Per 1 januari 2018 heeft de zorg- en welzijnsorganisatie een nieuwe naam: ‘Participe Amstelland’. Participe bestaat uit vier werkmaatschappijen, te weten: Participe Alphen aan den Rijn, Participe Amstelland, Participe Delft, Participe Projecten én een bedrijfsbureau Participe Holding.

Participe Amstelland stond enige tijd, tot juni 2020, onder intensieve monitoring van de gemeente. Daarbij had de gemeente niet alleen aandacht voor de werkmaatschappij Participe Amstelland maar ook voor Participe Holding. De reden hiervoor is dat Participe Holding in financiële problemen is gekomen, wat ook nadelige gevolgen kan hebben voor Participe Amstelland. De gemeente Amstelveen heeft dan ook besloten om vanaf 1 november 2019 Participe Holding en Participe Amstelland intensief te monitoren25. Participe Amstelland heeft vier (contractuele) afspraken met de gemeente Amstelveen die voor inkomsten zorgen: 1 Een jaarlijkse reguliere subsidie voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid ten aanzien van ‘Bewoners aan zet’ (BAZ). 2 Projectsubsidies, zoals voor 2020 de inzet van extra uren ouderenadvies, in opvolging van de aangenomen motie ‘Ouderenadviseurs.’ 3 Inkoopcontract Preventieve zorg & ondersteuning (PZO). 4 Inkoopcontract Wmo. 5 Subsidies voor de inloopgroepen en het Odensehuis.

24

Bron: Collegebrief aan de gemeenteraad over Toekomstplan 2021-2022 van Platform C, 3 november 2020.

25

Bron: interviews

Pagina 31

Naast een subsidierelatie heeft de gemeente dus ook een inkooprelatie met Participe. De organisatie heeft met alle gemeenten verschillende (contractuele) afspraken en daarmee verschillende financieringsbronnen. Het gaat in totaal om ruim 40 verschillende contracten (en bijna 60 kostendragers). Over al die contracten moet de organisatie verantwoording afleggen. Door de verscheidenheid van contracten en de aantallen is er sprake van een ingewikkeld en kostbaar verantwoordingssysteem26. Bij de ambtelijke organisatie van de gemeente leeft dit vraagstuk en speelt de afweging tussen inkopen en subsidiëren. Het idee leeft om het inkoopdeel om te zetten naar een subsidie in de vorm van een lumpsum27. De redenatie hierachter is dat het gaat om een algemene voorziening en dat een algemene voorziening beter kan worden gefinancierd met een subsidie. Om grip te houden op de kosten kan dan met een lumpsum gewerkt worden28. Uit gesprekken blijkt dat dit ook voor het college een aandachtspunt is. Voor het college gaat het in de kern om het realiseren van maatschappelijke doelen en hierbij een passende opdrachtgever-opdrachtnemer relatie te kiezen. Daar wil het college weloverwogen besluiten over kunnen nemen. Deze afwegingen worden momenteel door het college gemaakt.

Het college zou graag meer willen toewerken naar een centrale opdracht die scherp is geformuleerd en waarmee de sturing en regie op samenhang eenvoudiger en beter kan worden AUDIT DOSSIER In het onderzoek is het subsidieproces voor het jaar 2019 bestudeerd. Het dossier blijkt compleet en het subsidieproces is goed te volgen in het informatiesysteem van de gemeente.

Ook hier wordt conform het protocol een subsidieaanvraag gedaan door Participe. De subsidieaanvraag bevat een wijkaanpak voor 2019 ‘Bewoners aan Zet’29. Het uitgangspunt is de maatschappelijke agenda van de gemeente. Daarnaast heeft Participe ter voorbereiding op de voorgestelde wijkaanpak gesprekken gevoerd met actieve bewoners en professionals en hun wensen ten aanzien van de wijkaanpak geïnventariseerd. Dat sluit aan op de vraag van de gemeente om voor 2019 per wijk met bewoners wijkplannen te maken. In het voorstel van Participe worden twee maatschappelijke effecten benoemd en prestatie-indicatoren die hierop aansluiten. De twee maatschappelijke effecten zijn ‘bevorderen van participatie’ en ‘bevorderen van zelfredzaamheid’. De prestatie-indicatoren maken dat de doelen goed evalueerbaar zijn. Zie het onderstaande kader met voorbeelden.

Offerte Participe Maatschappelijk effect: bevorderen van participatie. Prestaties: toename van bewonersinitiatieven en gebruik van maatschappelijk vastgoed. Indicatoren: > Procentuele groei van initiatieven en alle wijken hebben een wijkplan. > Gebruik van het maatschappelijk vastgoed, 2% groei van het gebruik.

26

27

Bron: interviews. Lumpsum is een betaling die in een keer wordt gedaan en niet in delen, ook wel partijprijs genoemd, of een forfaitaire of vaste prijs.

28

Bron: interviews.

29

Bron: wijkaanpak 2019 ‘Bewoners aan Zet’.

Pagina 32

Na de subsidieaanvraag door Participe is er overleg met de portefeuillehouder, dat leidt tot aanvullende vragen die worden beantwoord in een addendum op de aanvraag door Participe30. Op 7 januari 2019 verleent de gemeente een subsidie van € 1.231.808,- middels een beschikking31. Met betrekking tot de verwachte prestaties geeft de gemeente aan dat de subsidieaanvraag gebaseerd is op de maatschappelijke agenda van de gemeente en als doel heeft het welzijnswerk in de wijken van Amstelveen uit te voeren en de sociale samenhang te versterken door een maatschappelijke agenda per wijk onder regie van bewoners op te (laten) stellen. De toegekende subsidie is bestemd voor: > Exploitatie van wijkcentra en sociaal beheer: € 549.079,> Wijkcoaches: € 618.951,> Activiteitengelden voor bewonersinitiatiefgroepen: € 20.547,> De huur van het Open Hof: € 63.778,-

7.2.3 AmstelveenSport RELATIE GEMEENTE EN AMSTELVEENSPORT

De casus AmstelveenSport is in de oriënterende fase van het onderzoek geselecteerd omdat toen werd aangenomen dat er sprake is van een subsidierelatie. Gaandeweg het onderzoek bleek echter dat er momenteel geen sprake meer is van een subsidierelatie. In 2019 is de bedrijfsvorm namelijk omgezet van een stichting naar een besloten vennootschap, met als enige aandeelhouder de gemeente Amstelveen. In dat licht is er nu sprake van een verbonden partij; de gemeente heeft zowel een bestuurlijk belang als een financieel belang. Kenmerkend daarbij is dat de gemeente twee rollen heeft, die van eigenaar en opdrachtgever. De opdracht aan AmstelveenSport is (a) de sportaccommodaties waarvan de gemeente eigenaar is te exploiteren, (b) de accommodaties te verhuren aan sportverenigingen en (c) het gemeentelijk sportbeleid uit te voeren. Hiertoe stelt AmstelveenSport jaarlijks een uitvoeringsplan op waarin naast financiële kaders ook prestatie-indicatoren worden benoemd. Op basis van dat uitvoeringsplan ontvangt AmstelveenSport een exploitatiebijdrage van de gemeente. Dit is geen subsidie maar een betaling voor de te leveren diensten en prestaties. Het is in feite een inkoopopdracht. Verder heeft AmstelveenSport inkomsten uit de verhuur van de accommodaties. AmstelveenSport huurt de accommodaties van de gemeente en betaalt de huurpenningen aan de gemeente.

AmstelveenSport verhuurt vervolgens aan maatschappelijke organisaties of instellingen en hanteert daarbij een tariefstelsel met maatschappelijke tarieven.

7.2.4 Regeling voorkomen van woninginbraken DE SUBSIDIERELATIE

Op 7 oktober 2014 is de gemeenteraad Amstelveen door het college geïnformeerd over het Plan van aanpak Woninginbraken Amstelveen. Onderdeel van dit plan is de Subsidieregeling Voorkoming Woninginbraken Amstelveen. Met deze regeling ondersteunt de gemeente inwoners die zelf maatregelen treffen om hun woning beter te beveiligen met inbraakwerende materialen die zijn goedgekeurd volgens het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW). De subsidie bedraagt max €500,- per deelnemer. De subsidieregeling is sindsdien jaarlijks verlengd.

30

Addendum aanvraag subsidie Bewoners aan Zet 2019.

31

Bron: beschikking 7 januari 2019.

Pagina 33

Er is inmiddels ruim 2.000 keer van de regeling gebruik gemaakt. Het uitgekeerde bedrag in 2019 bedroeg ca € 70.000,- De belangstelling voor de regeling begint wat af te nemen. Dit kan meerdere oorzaken hebben: nieuwe woningen worden opgeleverd met deugdelijk hang- en sluitwerk, veel oudere woningen zijn inmiddels voorzien van nieuw hang- en sluitwerk en/of het aantal woninginbraken neemt af en daarmee het urgentiebesef bij bewoners. AUDIT DOSSIER

Gekozen is voor een laagdrempelige, gebruiksvriendelijke regeling met een zo beperkt mogelijke administratieve belasting voor de gemeente. Het proces wijkt dan ook af van het Subsidieprotocol en is ingericht met oog op efficiency en laagdrempeligheid. Gebruikers kunnen eenmalig inbraakwerende materialen aanschaffen bij 5 deelnemende bedrijven32. Zij hoeven daarvoor alleen een formulier in te vullen. De subsidie wordt aan de kassa direct verrekend met de klant. De deelnemende winkeliers verrekenen het voorgeschoten subsidiebedrag maandelijks met de gemeente. De adressen waar gebruik is gemaakt van de regeling worden geregistreerd door de gemeente. Het beschreven proces is conform de Algemene subsidieverordening. Volgens deze verordening kan de gemeente voorschotten verlenen voordat de subsidie is vastgesteld en in het geval van subsidies tot € 5.000,- een subsidie toekennen en direct vaststellen.

7.2.5 Regeling voor bewonersinitiatiefgroepen Het betreft hier de casussen Stichting Buurtkamer Keizer Karelpark, Wijkkoepel Groenelaan en Stadsdorp Elsrijk. DE SUBSIDIERELATIE De doelen zijn vastgesteld in de Nota Sociaal Domein 2018-2022. Hierin wordt gesteld dat de gemeente de sociale cohesie in wijken wil stimuleren. Het gaat daarbij om ‘het duurzaam of herhaald bij elkaar brengen van mensen met andere mensen, groepen of instituties, zodat er sociale netwerken kunnen ontstaan’ (Bron: RMO 2005: 16). Duurzaam en herhaald bij elkaar brengen van mensen is geen incidentele of eenmalige activiteit, het gaat om het structureel ontwikkelen van sociale netwerken. Daarom is voor bewonersinitiatiefgroepen die hier een bijdrage aan leveren een jaarlijkse subsidie beschikbaar.

Bewonersgroepen ontvangen een jaarlijks activiteitenbudget per wijk om de sociale basis in hun wijk te versterken. Een bewonersinitiatiefgroep bedenkt en organiseert activiteiten en adviseert andere bewoners hoe zij een initiatief kunnen opzetten in de wijk. Bewonersgroepen kunnen worden ondersteund door de welzijnsorganisatie Participe. Zij kunnen dit echter ook zelf ter hand nemen. Een goed voorbeeld is Right to Challenge Stadsdorp Elsrijk: bewoners organiseren het sociaal werk in de wijk zelf. Aanvullend op het activiteitenbudget ontvangen bewonersgroepen die een wijkcentrum beheren subsidie voor personele lasten zoals een sociaal beheerder en organisatiekosten zoals huur. Om de samenwerking te verbeteren zet de gemeente in op één wijkplan per wijk. Het gaat daarbij om samenwerking tussen de partijen die zich inzetten voor het bevorderen van de sociale basis in de wijken en buurten. In de subsidieverleningsbeschikking voor 2020 wordt dit door de gemeente als specifieke opgave meegenomen. Bewonersgroepen dienen een wijkplan op te stellen met zoveel mogelijk andere

32

Deelname aan de regeling staat open voor alle PKVW-gecertificeerde ondernemers in Amstelveen.

Pagina 34

partijen en inwoners uit de wijk. Aan Participe wordt voor 2020 de opdracht gegeven te ondersteunen bij het ontwikkelen van een wijkplan wanneer de bewonersinitiatiefgroep hulp nodig heeft. AUDIT DOSSIER In het onderzoek is het subsidieproces voor het jaar 2020 bestudeerd. Het dossier blijkt compleet en het doorlopen proces is goed te volgen in het informatiesysteem van de gemeente. Het dossier sluit ook aan op de wensen van de gemeente om te komen tot wijkplannen.

De gebruikte taal in brieven en beschikkingen is duidelijk, formeel maar ook vriendelijk. De gemeente stelt zich ook flexibel op: geeft aanvragers uitstel van de uiterste aanvraagdatum als daar goede redenen voor zijn en bij een onvolledige aanvraag probeert de gemeente te helpen met e-mail wisselingen met de aanvrager.

7.2.6 Duurzaamheidsfonds Amstelveen DE SUBSIDIERELATIE Gemeente Amstelveen wil op termijn onafhankelijk zijn van fossiele energiebronnen. Daarvoor is het nodig om energie te besparen en de resterende benodigde energie duurzaam in te vullen. Het Duurzaamheidsfonds Amstelveen is een instrument waarin deze ambities zijn vertaald naar twee doelen: > Stimuleren van de verduurzaming van de gebouwde omgeving; > Stimuleren van bewustwording over het verduurzamen de gebouwde omgeving.

Het fonds is bedoeld om verduurzamingsinitiatieven uit de samenleving te stimuleren en te activeren en om drempels bij verduurzaming weg te nemen. De gemeente kan via het fonds subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek en/of een laagrentende lening voor het daadwerkelijk opstarten en uitvoeren van verduurzamingsprojecten. De afspraken met subsidieontvangers zijn voor het Duurzaamheidsfonds Amstelveen vastgelegd in twee regelingen; de ‘Nadere regels vouchers Duurzaamheidsfonds Amstelveen’ en de ‘Nadere regels Stimuleringslening Duurzaamheidsfonds Amstelveen’. Het Duurzaamheidsfonds richt zich op het stimuleren van mensen en organisaties die in collectief verband willen verduurzamen. Zodoende stimuleert het fonds samenwerking tussen mensen en organisaties op het gebied van verduurzaming. De gemeente bouwt een netwerk op van mensen en organisaties die zich richten op verduurzaming en leert wensen, uitdagingen en knelpunten van doelgroepen kennen. Deze kennis en ervaring wordt gebruikt bij beleidsontwikkeling en de ondersteuning van aanvragers. Ook leidde het fonds tot samenwerking tussen initiatiefnemers en de gemeente. Een aansprekend voorbeeld is Duurzame Wijk Elsrijk. Een samenwerking tussen Stadsdorp Elsrijk, de gemeente, het RegionaalEnergieloket.nl en Groene Grachten.

Het project richt zich op het verduurzamen van de jaren ’30 woningen met behoud van stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten. Het Duurzaamheidsfonds is recent geevalueerd met de centrale vraag: Zijn de middelen voor het Duurzaamheidsfonds Amstelveen doelmatig en doeltreffend ingezet?. De deelvragen daarbij zijn: Zijn de doelstellingen behaald?, wat was succesvol, wat kan beter en wat was niet succesvol? Ook is de maatschappelijke impact (CO2-reductie) in beeld gebracht en is naar klanttevredenheid gekeken. Geconcludeerd is dat de gestelde doelen van het Duurzaamheidsfonds worden bereikt. De CO₂-reductie is vergelijkbaar met de CO₂-reductie van omstreeks 8.000 zonnepanelen. Het fonds heeft de afgelopen twee jaar bijgedragen aan een grotere bewustwording over en daadwerkelijke verduurzaming van de gebouwde omgeving in Amstelveen. De lokale samenleving en economie profiteert van de investeringen

Pagina 35

in verduurzaming in termen van opbrengsten en besparing. Op basis van de evaluatie wordt nu gewerkt aan een voorstel om de aanpak verder te optimaliseren: > Uit de resultaten blijkt dat energieadvies (haalbaarheidsonderzoek) voorziet in een belangrijke behoefte om de mogelijkheden van verduurzaming voor doelgroepen concreet te maken zowel voor energie-opwek als energiebesparing. De huidige werkwijze is langdurig en tijdrovend voor de gemeente en aanvragers. Vanuit efficiëntie en klantvriendelijkheid wordt nu bekeken hoe energieadvies laagdrempelig(er) beschikbaar kan worden gesteld. > VvE’s zijn een complexe doelgroep, ze maken veel gebruik van het fonds, maar na het haalbaarheidsonderzoek blijven maatregelen (vaak) uit. Daarom wordt voor VvE’s een specifieke aanpak onderzocht waarbij aandacht is voor knelpunten bij verduurzamingstrajecten en ondersteuning bij het op orde krijgen van de randvoorwaarden voor goed functionerende VvE’s. Dit komt ook de duurzame instandhouding van VvE’s ten goede. > Het leendeel van het fonds is geen succes. De beschikbaar gestelde middelen leveren nog geen maatschappelijke meerwaarde op en leidden niet tot investeringen in verduurzaming. Ook zijn er (steeds meer) landelijke financieringsregelingen voor diverse doelgroepen beschikbaar.

Daarom wordt nu gewerkt aan een voorstel om de middelen beschikbaar in het leendeel (€ 350.000,-) effectiever en gerichter in te zetten. > Op basis van het evaluatieonderzoek blijkt dat zonne-energieprojecten tot de meeste CO₂-reductie leiden. De subsidiemiddelen die hieraan zijn besteed hebben de grootste maatschappelijke impact. Zowel in termen van CO₂-reductie, verhoging van het aandeel duurzaam opgewekte energie alsook in termen van opbrengsten voor de lokale samenleving. Daarom wordt een voorstel voorbereid om de beschikbare fondsmiddelen specifieker in te zetten op het stimuleren van zonneenergieprojecten. AUDIT DOSSIER Van een tweetal aanvragen zijn steeksproefsgewijs de dossiers beoordeeld. De dossiers bleken compleet. Belangrijke stukken voor de aanvraag zijn compleet, zoals het aanvraagformulier, offertes, plan van aanpak, uittreksel KvK, notulen van Algemene Ledenvergadering, bankafschriften et cetera. Beschikkingen zijn aanwezig en bevatten een onderbouwing waarom de subsidie is toegekend, ook als dat afwijkt van hetgeen is aangevraagd.

7.2.7 Afwijzingen subsidieaanvragen Er zijn in totaal zeven afgewezen aanvragen en vier door de aanvrager ingetrokken aanvragen bestudeerd. De dossiers zijn getoetst aan de hand van de door de onderzoekers gestelde criteria. Toegepaste toetsingscriteria 9 Het dossier is volledig en bevat alle relevante stukken die zijn voorgeschreven in het Subsidieprotocol van de gemeente. 10 De afwijzing van de subsidieaanvraag is schriftelijk beargumenteerd en is valide. 11 Er is een goede balans tussen de juridische en menselijke maat: begrijpelijke en inlevende taal in de brieven en de gemeente helpt de aanvrager om vanuit mogelijkheden alsnog tot een toekenning van de subsidie te komen. 12 Een eventueel bezwaar van de subsidieaanvrager is rechtmatig behandeld.

Pagina 36

AFGEWEZEN AANVRAGEN Zes aanvragen zijn op inhoudelijke gronden afgewezen en een aanvraag op procedurele gronden. Bijvoorbeeld: > Inhoudelijke afwijzing: Afwijzing vanwege doorontwikkeling van een bestaand commercieel product. De gemeente heeft bezwaren tegen het financieren van commerciële producten met publieke middelen. > Procedurele afwijzing: Betreft een subsidieaanvraag in het kader van onderhoud aan de riolering. Aanvrager dient echter de aanvraag in voor de regeling kleine veiligheidsprojecten van particulieren.

De dossiers zijn volledig en aanvragers worden met argumenten schriftelijk op de hoogte gebracht van de afwijzing. De taal en toon is overwegend formeel en helder. In wisselende mate steekt de gemeente een helpende hand uit door persoonlijk contact op te nemen en mee te denken hoe de aanvraag wel gehonoreerd zou kunnen worden: > In een geval worden er vanuit de gemeente aanvullende vragen gesteld om meer duidelijkheid te krijgen; > In een geval is bij een verkeerd fonds de aanvraag ingediend. Er worden door de gemeente verder geen stappen ondernomen; > In een geval bericht de gemeente dat zij hoopt in de toekomst alsnog een nieuwe aanvraag te mogen ontvangen; > In drie gevallen is niet uit het dossier te herleiden dat er is meegedacht met de aanvrager; > In een geval wordt aangeven dat de naar een andere sponsor zal moeten worden gezocht. Er zijn verder geen bezwaren ingediend door de aanvragers. INGETROKKEN AANVRAGEN In een geval is uit het dossier niet te achterhalen wat de reden is voor intrekking. Er is mondeling overleg geweest met de aanvraag, schriftelijke stukken hierover zijn niet aangetroffen in het dossier.

In drie gevallen is de reden van intrekking te achterhalen vanuit de stukken: (a) het betreft het sportbedrijf van de gemeente waarbij er nieuwe afspraken worden gemaakt op basis van een exploitatieovereenkomst in plaats van subsidie, (b) de aanvrager wil gebruik maken van het eigen netwerk, (c) bij nader inzien lukt het de aanvrager niet om op tijd de activiteiten te organiseren.

7.3 Samenspel met de gemeente In het onderzoek zijn gesprekken gevoerd met aanvragers van een subsidie. Hierbij is gevraagd hoe zij de samenwerking met de gemeente ervaren. We vatten de belangrijkste punten uit de gesprekken hieronder samen: 1 In het geval er sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals bij Participe en Platform C, is er intensief contact met de portefeuillehouder en ambtelijk accounthouder van de gemeente. 2 Het is niet altijd eenvoudig om te doorgronden wat de beleidsdoelen zijn van de gemeente. Doordat de beleidsterreinen verkokerd zijn georganiseerd, komt informatie gefragmenteerd tot stand en is de samenhang niet altijd duidelijk. 3 Een vast contactpersoon bij de gemeente heeft de voorkeur. Bij personele wisselingen ervaren de subsidieontvangers dat informatie niet altijd goed wordt overgedragen, de opvolger is dan niet goed bekend met afspraken uit het verleden. 4 Samenwerking tussen partijen in de lokale samenleving is niet altijd makkelijk. Bijvoorbeeld om buurtbewoners op een lijn te krijgen of de samenwerking tussen bewonersinitiatiefgroepen en zorgen welzijnsorganisaties. De gemeente zou met betrekking tot dit laatste een regisserende rol kunnen spelen.

Pagina 37

5 In het geval van de bewonersinitiatiefgroepen stelt de gemeente zich op als een lerende partner. Samen leren ontwikkelen van de relatie en de wijkplannen wordt zeer gewaardeerd. Suggestie is wel om de lijnen kort te houden en de wijkplannen niet teveel te bureaucratiseren. Wijkplannen zijn geen doel op zich maar een hulpmiddel. Uit gesprekken met de gemeente, in het kader van dit onderzoek, blijkt ook dat samenwerking een nadrukkelijk onderdeel van de opdracht is aan subsidieontvangers. Tegelijkertijd is aangegeven dat dit niet altijd makkelijk is. Hierbij zijn voorbeelden genoemd die op zichzelf niet verder zijn onderzocht door de onderzoekers. Het onderzoek heeft zich namelijk geconcentreerd op de geselecteerde casussen. De voorbeelden noemen we hier wel, zij geven aan dat het stimuleren van samenwerking veel inspanning vraagt van de gemeente. Een voorbeeld is het plan van de gemeente om met drie welzijnsorganisaties te komen tot één plan voor gespecialiseerd zorgvrijwilligers. De gemeente heeft hiervoor met drie organisaties om de tafel gezeten. In plaats van één plan kreeg de gemeente echter drie verschillende plannen. Een ander voorbeeld is de GGZ in de Wijk. Ook hier blijkt de samenwerking tussen zorg- en welzijnsorganisaties niet goed van de grond te komen.

Pagina 38

8

Informeren en evalueren

In dit hoofdstuk staat blok C van het evaluatiemodel centraal. De deelvragen 8 en 9 sluiten aan op dit blok en worden direct beantwoord onder het onderstaande kader. De beantwoording van de deelvragen is gebaseerd op bevindingen die verder zijn beschreven in de verschillende paragrafen van dit hoofdstuk. In dat licht zijn de antwoorden op de deelvragen ook op te vatten als een samenvatting van de belangrijkste bevindingen, in dit rapport ‘kernbevindingen’ genoemd. DEELVRAGEN 8 Hoe verantwoorden subsidieontvangers zich over de bereikte resultaten en geleverde prestaties? 9 Dragen de verstrekte subsidies bij aan de door de gemeente geformuleerd doelen in termen van maatschappelijke effecten? TOEGEPASTE NORMEN  Subsidieontvangers verschaffen tijdige en relevante informatie aan het college en deze informatie sluit aan bij de gemaakte afspraken of doelstellingen.  Aan de hand van de verstrekte informatie heeft de gemeente zich op maatschappelijke effecten.

Kernbevindingen en beantwoording deelvragen Deelvraag 8 Subsidieontvangers verantwoorden zich conform het verantwoordingsregime zoals gesteld in de Algemene subsidieverordening. De zwaarte van het verantwoordingsregime is afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag. Hoe hoger het subsidiebedrag hoe uitgebreider de verantwoording. De verantwoordingsinformatie sluit daarbij goed aan op gemaakte afspraken en doelstellingen van de gemeente. Los van de formele verantwoordingsdocumenten is er ook regelmatig overleg tussen de gemeente en de instellingen. Voor grote instellingen is er daarnaast overleg tussen de portefeuillehouder van de gemeente en de Raad van Toezicht van de instellingen. Het college wil door regelmatiger met de Raad van Toezicht te spreken meer vinger aan de pols houden. Uit gesprekken met het college blijkt dit een nieuwe werkwijze die zich nog verder moet ontwikkelen. Daarbij spelen nog vragen zoals: wat verwacht het college precies van de gesprekken en wat zijn de verwachtingen van de Raad van Toezicht? Deelvraag 9 De verantwoording die subsidieontvangers afleggen bevindt zich met name op het niveau van uitvoeringsprestaties. Het maatschappelijk effect is minder aan de orde. De basis ligt hier al in de vertaling van beleidsdoelen naar afspraken met de instellingen.

In het geval beleidsdoelen niet evalueerbaar zijn geformuleerd op het niveau van maatschappelijke effecten, worden de doelen van de instellingen ook niet op dat niveau geformuleerd. Uit alle bestudeerde casussen blijkt dat de desbetreffende subsidieontvangers de gemeente informeren over gerealiseerde uitvoeringsprestaties, activiteiten, status van projecten, ingezette uren, kosten en

Pagina 39

baten. Dat doen zij achteraf met jaarverslagen maar ook tussentijds op basis van rapportages. De rapportages liggen in lijn met de eisen die vanuit de Algemene subsidieverordening worden gesteld. Daarin is namelijk sprake van verantwoordingsregime dat afhankelijk is van de hoogte van het subsidiebedrag: > Een kleine subsidie (< €5.000,-) wordt direct vastgesteld en de subsidieontvanger toont op verzoek aan dat de activiteiten zijn verricht. Een goed voorbeeld hiervan zijn de subsidies voor het voorkomen van woninginbraken. In feite wordt de subsidie al vastgesteld bij de kassa van de leverancier. > Subsidies vanaf €5.000,- tot €50.000,- moeten worden voorzien van een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten zijn verricht. Een goed voorbeeld hiervan zijn de jaarverslagen van de burgerinitiatiefgroepen. Deze verslagen zullen het komende jaar ook aansluiten op de wijkplannen die in ontwikkeling zijn. > Vanaf €50.000,- moet er worden voorzien in een inhoudelijk verslag, een overzicht van activiteiten en daaraan verbonden kosten, een financieel verslag, een balans van het subsidietijdvak met toelichting en een controleverklaring van een accountant. Goede voorbeelden hiervan zijn Platform C en Participe. Los van de formele rapportages is er met de grotere subsidieontvangers regelmatig overleg.

Bijvoorbeeld met Participe is er wekelijks een uitvoeringsoverleg met de ambtelijk accounthouder en twee keer per jaar een overleg met het bestuur. Participe maakt halfjaarlijks een rapportage en op basis van deze rapportages stuurt de gemeente bij. Een goed voorbeeld zijn de wijkcentra en de activiteiten in wijkcentra. Participe en de gemeente overleggen en trekken samen op als er ingrijpende veranderingen nodig zijn zoals het verplaatsen van activiteiten als een wijkcentrum sluit of een activiteit niet goed loopt33. Participe Amstelland heeft met alle gemeenten verschillende (contractuele) afspraken. De verantwoording vraagt daardoor wel een grote inspanning. Voor grotere instellingen en subsidies is goed toezicht belangrijk. Veel grotere instellingen hebben een Raad van Toezicht (RvT). Het college wil regelmatig met de RvT spreken om zodoende vinger aan de pols te houden. Dit is voor het college een nieuwe werkwijze en zal zich in de praktijk nog moeten ontwikkelen: wat verwacht het college van de gesprekken en wat zijn de verwachtingen van de RvT’s? De verantwoording die subsidieontvangers afleggen beweegt zich met name op het niveau van uitvoeringsprestaties. Het maatschappelijk effect van deze prestaties is minder aan de orde. De basis ligt hier al in de vertaling van beleidsdoelen naar afspraken met de instellingen.

In het geval beleidsdoelen niet evalueerbaar zijn geformuleerd op het niveau van maatschappelijke effecten, worden de doelen van de instellingen ook niet op dat niveau geformuleerd.

33 Bron: ambtelijke verificatie op het conceptrapport van bevindingen.

Pagina 40

9

Politieke kaderstelling, verantwoorden en controleren

In dit hoofdstuk staat blok D van het evaluatiemodel centraal. De deelvraag 10 sluit aan op dit blok en worden direct beantwoord onder het onderstaande kader. De beantwoording van de deelvraag is gebaseerd op bevindingen die verder zijn beschreven in de verschillende paragrafen van dit hoofdstuk. In dat licht zijn de antwoorden op de deelvragen ook op te vatten als een samenvatting van de belangrijkste bevindingen, in dit rapport ‘kernbevindingen’ genoemd. ONDERZOEKSVRAGEN 10 Is er sprake van kaderstelling en controle door de raad en waarop? TOEGEPASTE NORMEN Het college verschaft tijdige en relevante informatie aan de raad en deze informatie sluit aan bij de door de raad beoogde doelstellingen.

Kernbevindingen en beantwoording onderzoeksvragen Deelvraag 10 De raad heeft alle relevante beleidskaders vastgesteld, evenals de programmabegroting met de daarin gestelde subsidieplafonds. Sterk punt van de programmabegroting is dat Amstelveen een uitgebreide bijlage heeft toegevoegd waarin alle subsidies per instelling inzichtelijk zijn. Dit maakt dat de raad zijn kaderstellende rol ook op het niveau van instellingen kan invullen. Verder heeft de gemeente een openbaar subsidieregister. Met het subsidieregister heeft de raad zicht op alle aan instellingen verstrekte subsidies, zowel de jaarlijkse als de projectsubsidies. Het subsidieregister is echter niet actueel, de raad kan op dit punt minder goed zijn controlerende rol invullen. De raad ziet voor zichzelf nog wel voldoende ruimte om zijn rol verder door te ontwikkelen: > Het is nog moeilijk voor de raad om afwegingen te maken wat wel en niet te subsidiëren. De rol van de raad is in dat opzicht nog marginaal en de raad reageert vooral op voorstellen van het college. > Er sluit een ‘vanzelfsprekend’ in, mede door historisch gegroeide subsidies. > De raad wordt soms voor voldongen feiten gesteld in het geval er sprake is van substantiële financiële problemen bij instellingen. > De raad heeft geen afwegingskader om afgewogen keuzes te maken tussen subsidie of inkoop.

Het college sluit hierop aan en wil net zoals de raad beter in staat zijn om weloverwogen keuzes te kunnen maken tussen wat wel en wat niet te subsidiëren, voor welke periode en wat daarbij een passende relatie is (subsidie of inkoop). Hierbij spelen echter verschillende factoren een rol die dit vraagstuk complex maken en die ook politiek van aard kunnen zijn. Daarom is samenwerking met de raad nodig. Het gaat daarbij om: > Situaties waarbij het stopzetten van een jaarlijkse subsidie aan verenigingen, die historisch zijn gegroeid, tot veel weerstand kan leiden in de samenleving. Het gaat dan om een afweging tussen verschillende belangen, waarbij politieke motieven een rol kunnen spelen. > Sommige voorzieningen komen niet van de grond zonder ondersteuning van de overheid, terwijl deze wel maatschappelijk relevant zijn.

Pagina 41

>

Het is niet eenvoudig om keuzes te maken tussen welke instellingen wel of niet te subsidiëren omdat activiteiten niet altijd een-op-een vergelijkbaar zijn.

KADERSTELLENDE ROL De raad heeft alle relevante beleidskaders vastgesteld, evenals de programmabegroting met de daarin gestelde subsidieplafonds. Sterk punt van de programmabegroting is dat Amstelveen een uitgebreide bijlage heeft toegevoegd waarin alle subsidies per instelling inzichtelijk zijn. Dit maakt dat de raad zijn kaderstellende rol ook op het niveau van instellingen kan invullen. Daarnaast informeert het college de raad wanneer zich substantiële financiële problemen voordoen. Het college vraagt dan bijvoorbeeld aan de raad om een tijdelijke financiële injectie. Ook op dat moment kan de raad kaders stellen door bijvoorbeeld randvoorwaarden aan het college mee te geven. CONTROLERENDE ROL De gemeente Amstelveen heeft een openbaar subsidieregister. Met het subsidieregister heeft de raad zicht op alle aan instellingen verstrekte subsidies, zowel de jaarlijkse als de projectsubsidies. In het subsidieregister zijn verder de volgende gegevens opgenomen: > De namen van de organisaties en instellingen waaraan subsidie is verleend; > Het type subsidie: jaarlijks of eenmalig; > Het subsidiebedrag dat is toegekend; > Het beleidsveld/programmaonderdeel waarop de subsidie betrekking heeft; > Een omschrijving van de gesubsidieerde activiteit.

Daarmee kan de raad in principe zijn controlerende rol uitoefenen. De laatste publicatie is echter van 27 juni 2018 en is dus niet meer actueel. De raad is daarmee niet in staat om te controleren welke subsidies het college heeft verstrekt over het jaar 2019. Tot zover de theorie op basis van de schriftelijke stukken. Om zicht te krijgen hoe de raad zijn kaderstellende en controlerende rol in de praktijk uitoefent is in dit onderzoek een gesprek gevoerd met een afvaardiging van de raad. Hieruit komen samengevat de volgende vijf essentiële punten: 1 Het is voor de raad moeilijk om een afweging te maken over welke instellingen en activiteiten wel of niet te subsidiëren, het ontbreekt hiervoor aan een helder zicht op de bijdrage van gesubsidieerde instellingen aan maatschappelijke doelen. Hoewel in een bijlage van de programmabegroting de verdeling van subsidies over instellingen zichtbaar is, stuurt de raad niet op deze verdeling. De raad heeft hier geen afwegingskader voor. Ook is het niet mogelijk om ‘appels met peren’ te vergelijken. De doelen en programmeringen van de instellingen zijn immers verschillend. 2 De rol van de raad bij het vaststellen van een nieuwe subsidieregeling is verder marginaal. De discussie vindt plaats aan de hand van een voorstel voor een nieuwe regeling of wijziging van een subsidieverordening.

De raad is niet vooraf sturend hierin, maar reageert op voorstellen die van uit het college worden gedaan aan de raad. 3 Het gevoel van raadsleden is dat het na toekenning van een subsidie de aandacht vanuit de gemeente verslapt; er sluipt een houding van ‘vanzelfsprekendheid’ in. Daarom worden de raad en het college soms geconfronteerd met onaangename verrassingen. Voorbeelden zijn de organisaties Participe en Platform C. De raad wordt dan voor een voldongen feit gesteld. Bij stopzetten van de subsidie valt de instelling om, een werkelijke afweging tussen stopzetten of doorgaan is niet aan de orde. 4 Subsidies zijn ook historisch bepaald, en worden ieder jaar als vanzelfsprekend toegekend. Betrokken organisaties rekenen dus elk jaar op een financiële bijdrage van de gemeente. Stopzetten van subsidie zou deze organisaties ernstig in de problemen brengen.

Pagina 42

5

Er zijn verschillende relaties met instellingen. Soms is er sprake van een subsidierelatie en soms een inkooprelatie, of een mix van beiden. Hoe kies je de juiste relatie?

De hierboven genoemde punten liggen in lijn met de aandachtspunten die het college momenteel heeft. Dat blijkt uit een gesprek met het college, waaruit naar voren komt dat het ook voor het college niet eenvoudig is om jaarlijks een afweging te maken welke instellingen in welke mate moeten worden gesubsidieerd. Het is momenteel niet altijd mogelijk om de inhoudelijke bijdrage van een subsidieontvanger aan gemeentelijke doelen objectief te beoordelen. Het college wil hier wel op sturen door maatschappelijke doelen scherper te formuleren. Ook wil het college daarbij een weloverwogen keuze kunnen maken tussen een subsidie of inkoop en wil het college meer kunnen sturen op samenhang tussen prestaties en activiteiten van de verschillende instellingen. Er spelen bij het college nog een aantal aandachtspunten om het hiervoor genoemde goed in de praktijk te kunnen brengen: > Het subsidiëren van een instelling of vereniging is, naast inhoudelijk, ook een politieke keuze. Er is op dit punt samenwerking nodig tussen de raad en het college. Het stopzetten van een structurele jaarlijkse subsidie is namelijk niet altijd makkelijk en kan weerstand oproepen in de samenleving. Om dit beheersbaar te houden wil het college subsidies verstrekken voor een vooraf afgesproken periode en na die periode een evaluatiemoment inbouwen.

Een voorbeeld is de subsidie voor het museum Jan, daar is besloten om subsidie voor een periode van drie jaar te verstrekken en na die periode de subsidierelatie te evalueren. > Sommige voorzieningen komen niet van de grond zonder ondersteuning van de overheid. Deze kunnen nooit zelfstandig op eigen benen staan, terwijl de doelen die bereikt worden met de voorziening wel maatschappelijk relevant zijn. > Het maken van weloverwogen keuzes tussen wat wel en wat niet te subsidiëren is niet altijd makkelijk omdat niet alles vergelijkbaar is (de zogenaamde ‘appels en peren’).

Pagina 43

10

Bestuurlijke reactie van het college

Pagina 44

Pagina 45

11

Nawoord van de rekenkamercommissie

Pagina 46

Deel 3: De bijlagen

Pagina 47

Bijlage 1 Evaluatiemodel en normenkader Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen is in het onderzoek gebruik gemaakt van het onderstaande evaluatiemodel, dat aansluit op de gestelde deelvragen van het onderzoek. Toepassing van de geschetste cyclus stimuleert een doelmatige en effectieve subsidiepraktijk. Het evaluatiemodel laat alle facetten van het subsidieproces zien én wie in ieder deel van de cyclus een rol heeft.

Het evaluatiemodel bestaat uit vijf blokken (0, A,B,C en D). Deze vormen tevens de kapstok voor het normenkader. Blok 0: Subsidiebeleid Het subsidiebeleid en de subsidieverordening, die door de raad zijn vastgesteld, vormen het bestuurlijke en juridisch kader voor subsidieverstrekking (Blok 0). De gemeentelijke subsidieverordening en de uitwerking daarvan in uitvoeringsregels biedt het kader waarbinnen subsidieverlening plaats dient te vinden. De norm is dat het subsidiebeleid, de subsidieverordening en eventuele deelverordeningen/ uitvoeringsregels een werkbaar en helder kader voor subsidieverstrekking vormt. Dit wordt onder meer bepaald door de omvang van administratieve lasten voor het aanvragen van subsidies, een helder onderscheid in subsidietypen en de mate waarin de kaders stimuleren tot het sturen op maatschappelijke effecten. Blok A: Formuleren van beleidsdoelen De subsidiecyclus start met de mate waarin de raad evalueerbare en resultaatgerichte doelen formuleert waaraan de inzet van subsidies moet bijdragen. Subsidies zijn effectief indien zij bijdragen aan de beoogde doelen van de gemeente. De beleidsdoelen treffen we onder meer aan in de programmabegroting. De norm is dat de beleidsdoelen evalueerbaar en resultaatgericht geformuleerd zijn.

Resultaatgerichtheid is: > minimaal bij het slechts ter beschikking stellen van middelen voor een globale bestemming als resultaat. > maximaal bij het benoemen van een maatschappelijk eindeffect waar subsidies aan bijdragen.

Pagina 48

Resultaatgerichtheid betekent ook: evalueerbaar formuleren van resultaten: specifiek, meetbaar en tijdgebonden. In de bijlage 2 werken we dit uit. Blok B: Omzetten van beleidsdoelen in subsidieafspraken Vervolgens is het aan het college om deze beleidsdoelen om te zetten in subsidieafspraken met de subsidieontvangers. Hierbij is van belang dat de subsidieafspraken en voorwaarden aansluiten bij het subsidiebeleid en zodanig worden vormgegeven dat achteraf kan worden vastgesteld in welke mate subsidies hebben bijgedragen aan het realiseren van de beleidsdoelen. De norm is (ook hier) dat de subsidieafspraken evalueerbaar en resultaatgericht geformuleerd zijn en aansluiten op de gemeentelijke beleidsdoelen (zie de toelichting onder blok A en de bijlage 2). Blok C: Informeren, evalueren en bijsturen Op basis van de subsidieafspraken kunnen instellingen met de uitvoering van activiteiten beginnen. Tussentijds en na afloop verschaffen deze instellingen aan het college informatie over de realisatie van de subsidieafspraken en de mate waarin de afgesproken doelen zijn gerealiseerd. Indien noodzakelijk stuurt het college bij. De norm is dat instellingen tijdig en relevante informatie verschaffen aan het college en dat deze informatie aansluit bij de gemaakte afspraken of doelstellingen. Norm is ook dat het college op basis van deze informatie bijstuurt indien noodzakelijk.

Blok D: Politiek verantwoorden en controle Aan het einde van de cyclus legt het college politieke verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college verschaft de raad tijdig en relevante informatie met het oog op de kaderstellende en controlerende rol van de raad. De raad benut deze informatie om zijn rol in te vullen. De norm is dat het college tijdige en relevante informatie verschaft aan de raad en dat deze informatie aansluit bij de door de raad beoogde doelstellingen (zie blok A). Norm is ook dat het college een eigen zienswijze toevoegt aan de informatie van gesubsidieerde instellingen, dus niet ‘een-op-een’ jaarverslagen van instellingen doorstuurt aan de raad zonder nadere toelichting. De raad benut deze informatie actief voor kaderstelling en controle.

Pagina 49

Bijlage 2 Subsidieregelingen Amstelveen De gemeente Amstelveen kent 22 verschillende subsidieregelingen. Deze worden ook gepresenteerd op de gemeentelijke website. Nr.

Naam

Doel

Doelgroep

Opmerking

1

Garantiesubsidie en

Voorlopige overbrugging aan

Maatschappelijke

Deze regeling is van

Maatschappelijk overbruggingskrediet

maatschappelijke instellingen (welzijn, sport, cultuur) tijdens de

instellingen gevestigd in Amstelveen met activiteiten

tijdelijke aard.

coronacrisis t.b.v. bedrijfscontinuïteit.

binnen de gemeente.

Subsidie voor

Stimuleren van internationale

Organisaties of groepen

internationale initiatieven

activiteiten voor en door Amstelveners.

gevestigd in Amstelveen.

Subsidie tentoonstellen professionele kunst

Tegemoetkoming in de kosten voor het tentoonstellen van professionele

Kunstenaars gevestigd in Amstelveen

2

3

kunst

Zie ook beleidsregels stimulering amateurkunst 2012 en beleidsregels projectsubsidies stimulering amateurkunst 2012

4

Subsidie stimulering

Financiële bijdrage per

Sportverenigingen in

Nadere regels voor

jeugdsport

contribuerend jeugdlid woonachtig in Amstelveen.

Amstelveen of waarvan 50% van de jeugdleden van 4 tot

subsidiëring stimulering jeugdsport Amstelveen

18 jaar in Amstelveen wonen en is aangesloten bij een

2020.

sportbond onder de koepel NOC*NSF. 5 6

Subsidie voor kleine

Subsidie voor het verbeteren van de

Bewoners van een buurt in

veiligheidsprojecten

veiligheid in de buurt.

Amstelveen.

Subsidie voor

Financiële bijdrage in de kosten voor

Eigenaren van een

gemeentelijke monumenten

het herstellen of conserveren van beschermingswaardige onderdelen

gemeentelijk monument in Amstelveen.

van een gemeentelijk monument 7

Subsidies energiebesparing

Stimuleren van aardgasvrij wonen en

Inwoners van Amstelveen en

Regeling heeft een

huiseigenaren en (ver)huurders

financiële tegemoetkoming voor maatregelen die bijdragen aan deels

VvE-wooncomplexen Amstelveen

looptijd van 2 jaar (2020-2021);

aardgasvrij maken van bestaande woningen.

subsidieregeling gebiedsgericht verduurzamen bestaande woningen.

Subsidies energiebesparing

De gemeente wil het verduurzamen

voor VvE’s

van de stad versnellen en energiebesparende maatregelen van inwoners stimuleren. Het doel is het verminderen van het energiegebruik met als stip op de horizon een fossielonafhankelijk Amstelveen in 2040.

VvE’s en hun ledeninwoners.

Pagina 50

Nr.

Naam

Doel

8

Subsidie voor energieadvies

Advies energiebesparende maatregelen via het Regionaal

Doelgroep

Opmerking

Energieloket. 9

Subsidie voor

Financiële bijdrage per lid tot 19 jaar

Verenigingen die lid zijn van

Geen nadere regeling op

scoutingclubs

en voor de huur van het gebouw.

Scouting Nederland en waarvan 75% van de leden in

de website aangetroffen.

Subsidieregeling

Subsidieregeling voor inwoners die

voorkoming woninginbraken

maatregelen treffen om hun woning te beveiligen.

Duurzaamheidsfonds

Subsidie of lening voor het

Bewonersgroepen, VvE’s,

ondersteunen van duurzame initiatieven die zich richten om op

bedrijven en organisaties gevestigd in Amstelveen.

Amstelveen wonen. 10

11

Inwoners van Amstelveen.

Regeling loopt tot 31.12.2020.

meerdere woningen, gebruikers of gebouwen. Het gaat om initiatieven die bijdragen aan energiebesparing of opwekking van duurzame energie. 12

Subsidie Groen op Gebouwen

Eigenaren van woningen of bedrijfspanden in

Nadere regels voor subsidiëring van aanleg

Amstelveen.

van groen op bestaande gebouwen gemeente Amstelveen 2019-2022.

13

Subsidie (kleine)

Financiële bijdrage aan ondernemers

Ondernemers met

Geen regeling op

veiligheidsprojecten voor bedrijven en instellingen

t.b.v. preventieve veiligheidsmaatregelen o.b.v. een

bedrijfsactiviteiten in Amstelveen en die

gemeentelijke website aangetroffen, wel een

veiligheidsscan.

aangesloten zijn bij een brancheorganisatie,

stappenplan.

ondernemers- of winkelvereniging. 14

15

Subsidie

Financiële bijdrage voor het

Sportverenigingen gevestigd

Er worden specifieke

Sportevenementen

organiseren van een topsport- of breedtesportevenement

in of met een werkgebied in Amstelveen en aangesloten

criteria op de website benoemd waarin het

bij een sportbond van NOC*NSF.

evenement moet voldoen.

Financiële tegemoetkoming voor een voorziening die bijdraagt aan de

VvE- woongebouwen met woonfunctie voor een groep

Link op webpagina naar Nadere regels subsidie

toegankelijkheid van een woongebouw.

bewoners in Amstelveen.

toegankelijkheid woongebouwen

Subsidie Toegankelijkheid woongebouwen

Amstelveen. Hierin wordt nog verwezen naar de ASV 2012. 16

Subsidie voor

Een projectsubsidie voor activiteiten

Amateurkunstverenigingen

Link op webpagina naar

amateurkunstverenigingen

van amateurkunstverenigingen die plaatsvinden in Amstelveen, gericht

in Amstelveen: koren, orkest, toneel, operette, drumband,

Beleidsregel stimulering amateurkunst 2018.

op inwoners van de gemeente en bijdragen aan ‘het op de kaart zetten

harmonie, dans en beeldende kunst.

Vervangt de regeling uit 2012. Er zijn 2 soorten

van Amstelveen’.

subsidie voor amateurkunst:(jaarlijks en eenmalig.

Pagina 51

Nr.

Naam

Doel

Doelgroep

Opmerking

17

Innovatiefonds Zorg en Welzijn Amstelveen

Innovatieve initiatieven voor zorg, ondersteuning en welzijn die de

Inwoners, maatschappelijke organisaties en commerciële

Link op webpagina naar Nadere regels

kwaliteit en doelmatigheid van zorg bevorderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=6a94cd5b-48f1-4846-bf9a-f1f9a7c7c769