CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Leidraad vermindering mondzorgmijding

Raadsdebat Amstelveenzaal 10 december 2025, gemeente amstelveenBij agendapunt: Gespreksnotitie onderzoek armoedebeleid34.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Het onderscheid tussen ziekenfonds- en particuliere verzekeringen kwam te vervallen, hiervoor in de plaats kwam een verplichte basisverzekering ingevoerd voor iedere Nederlander. Deze basisverzekering dekt de kosten van medische behandeling volgens een wettelijk beschreven pakket aan zorg. Voor zorg die niet onder de basisverzekering valt, kan een vrijwillige aanvullende verzekering afgesloten worden. Voor wat betreft de tandheelkundige zorg veranderde er met de invoering van de basisverzekering feitelijk niets ten opzichte van 2005. De mondzorg voor de jeugd tot 18 jaar kwam in het basispakket. Voor de mondzorg voor volwassenen gold dat niet, maar zij konden zich hiervoor wel aanvullend (blijven) verzekeren. Bron: KNMT Peilstations: Tandartsbezoek in de afgelopen decennia nader bezien

© BS&F 2025

Bijlage III

Verbeteren mondzorg kinderen Alle inspiratie in één document.

Het tandartsbezoek door kinderen verschilt erg per leeftijdsgroep. Zo is in 2021 voor slechts 43,4% van de 2- en 3-jarigen een periodieke controle bij de tandarts gedeclareerd. Bij jeugd van 4-17 jaar lag dit percentage flink hoger (zo’n 85% bij kinderen van 4-17 jaar in 2021). Maar dat betekent nog steeds dat zo’n 15% van alle kinderen in Nederland in deze leeftijdsgroep in dat jaar niet naar de tandarts is geweest[1].

Cijfers

Doel

Op waarstaatjegemeente.nl staan gegevens over het tandartsbezoek van kinderen per gemeente (Bron= Vektisgegevens). Ga naar de tegel ‘gezondheid’ om de cijfers te vinden. Selecteer de gemeente en scrol naar het onderdeel ‘Gedrag & vaardigheden’.

Dit document is bedoeld voor de pilotgemeenten die zich willen laten inspireren door bestaande mogelijkheden. We hebben op basis van een online verkenning vier soorten voorbeelden gevonden: algemene initiatieven vanuit de gemeente, initiatieven die zich richten op samenwerking met basisscholen, initiatieven waarbij de Jeugdgezondheidszorg/GGD betrokken is en initiatieven in samenwerking met de zorgverzekeraar.

Algemene initiatieven vanuit gemeente 1

In Arnhem heeft de gemeente een lokaal preventieplan mondzorg voor kinderen opgesteld. Dat plan bevat de volgende acties: 1. Een oproep van de gemeente per brief voor ouders wiens kinderen 1 jaar worden, met daarin informatie over het belang van goede mondzorg en een oproep voor controle; 2. Actieve voorlichting op consultatiebureaus inclusief een oproep voor controle en een gesprek over mondzorg en het belang van controle; 3. De gemeente fungeert als aanjager van een haal en breng service vanuit basisscholen, zodat dit door tandartsen vanuit de Arnhemse scholen kan worden aangeboden voor ouders en kinderen die dit willen. Voor de gemeente, ouders en scholen is deze service kosteloos[2]; 4. De sociale wijkteams informeren ouders over het belang van goede mondzorg en stimuleren actief tandartscontrole voor kinderen.

Samenwerking met scholen 2

Scholen kunnen voor gemeenten een belangrijke samenwerkingspartner zijn om kinderen (en hun ouders) die niet naar de tandarts gaan, te bereiken. Bijvoorbeeld door te stimuleren dat er op school voorlichting wordt gegeven aan kinderen (en liefst ook hun ouders) over het belang van goede mondzorg en de periodieke controle bij de tandarts. Voorbeelden waar gemeenten gebruik van zouden kunnen maken zijn de initiatieven “De Poetsbus”, “Trammelant in Tandenland” en “Hou je mond gezond.” Het betreft preventieve voorlichting die het belang van tandartsbezoek benadrukt en de eigen invloed (en die van de ouders) op de mondgezondheid benadrukt. Lees hier meer over op de volgende pagina.

Samenwerking met Jeugdgezondheidszorg/GGD 3

4

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie van de jeugdgezondheidszorg. Zij wijzen de uitvoering hiervan vaak toe aan de GGD'en. De jeugdgezondheidszorg (de JGZ) is er voor alle kinderen, jongeren en hun (aanstaande) ouders/opvoeders. Zij kunnen bij de JGZ terecht voor (gratis) advies, voorlichting en ondersteuning bij gezond opgroeien en opvoeden. Ook geeft de JGZ vaccinaties en volgen ze de ontwikkeling van kinderen van -9 maanden (al tijdens de zwangerschap) tot de leeftijd van 18 jaar. Bekijk de voorbeelden op pagina 4.

Samenwerking met zorgverzekeraar Zorgverzekeraars kunnen zien welke kinderen geen tandheelkundige zorg consumeren. De tandarts ziet die groep niet. DSW heeft ooit een proef gedaan in Schiedam.[3] Daardoor meldde zich 42 procent van de kinderen in hun bestand bij de tandarts. VGZ heeft ook ervaring met het versturen van een dergelijke brief, net als CZ die dat ooit in Heerlen heeft gedaan. [4] Gemeenten kunnen dus aan hun zorgverzekeraar vragen dit te doen en in deze brief ook informatie over de gemeentepolis (voor de ouders) laten opnemen.

© BS&F 2025

1 van 4

Voorbeelden samenwerking met scholen (1)

“De Poetsbus”, “Trammelant in Tandenland” en “Hou je mond gezond” zijn voorbeelden van preventieve voorlichting waarin het belang van tandartsbezoek wordt benadrukt en die ingaan op de eigen invloed op de mondgezondheid. Dergelijke voorlichting leidt tot meer kennis, maar niet altijd direct tot een betere mondgezondheid bij kinderen. Hiervoor is vaak meer nodig, waaronder het betrekken van ouders. Deskundigen benadrukken in dit verband ook dat het geven van goede voorlichting aan ouders niet te onderschatten specifieke vaardigheden vergt. Het gaat onder meer om het gebruik van goede gesprekstechnieken, het kunnen inschatten of de boodschap overkomt, het kunnen motiveren en stimuleren van ouders en kind en het kunnen opbrengen om de boodschap vriendelijk maar beslist regelmatig te herhalen (‘motivational communication’) [5]

De Poetsbus 1

De Poetsbus is een omgebouwde Amerikaanse schoolbus, die dienstdoet als mobiele mondhygiënistenpraktijk en basisscholen bezoekt. Allereerst krijgen de kinderen een klassikale voorlichting over de goede verzorging van hun tanden. Zodra de zorgbehoefte van het kind in de Poetsbus is vastgesteld, wordt een op maat afgestemde preventieve voorlichting en poetsinstructie aangeboden. Op de Poetsbus zijn mondhygiënisten werkzaam die zich richten op het voorkomen van problemen. De school ontvangt na afloop een rapportage over de voortgang van de kindergebitten. De Poetsbus is geen vervanging voor de tandarts, maar een toevoeging aan preventie. Momenteel is de Poetsbus voornamelijk actief in Noord-Holland, in verband met de reistijd (hun standplaats is Alkmaar). Op verzoek van de gemeente Rheden bezoeken ze in 2024 ook 2 scholen in Gelderland. Het is dus ook voor gemeenten buiten Noord-Holland mogelijk om, in samenwerking scholen, de Poetsbus op bezoek te laten komen. Voor scholen zijn er geen kosten verbonden aan het inzetten van de Poetsbus. Als een kind de Poetsbus bezoekt, krijgt de Poetsbus hier een vergoeding voor vanuit de zorgverzekering (hier zijn afspraken over gemaakt). De kosten vallen onder de basisverzekering en gaan niet van het eigen risico af, net zoals een bezoek aan de tandarts tot 18 jaar.

Hou je mond gezond 2

“Hou je mond gezond” is gratis onderwijsmateriaal van het Ivoren Kruis. Leerlingen op de basisschool leren hiermee over de mond en het gebit, tandenpoetsen, gaatjes, tanderosie, eet- en drinkmomenten, het belang van tandartsbezoek en zij worden bewust gemaakt van de eigen invloed op de (mond)gezondheid. Leerkrachten kunnen de lesmaterialen vinden op de site www.houjemondgezond.nl. Ze kunnen de les zelf verzorgen of een mondverzorger uitnodigen die bereid is deze les te verzorgen.

Trammelant in Tandenland 3

“Trammeland in Tandenland” is een lespakket over tandenpoetsen, tandartsbezoek en eet- en drinkmomenten gericht op leerlingen van groep 1 t/m 4 én hun ouders. Kinderen in deze leeftijdsgroep zijn nog erg afhankelijk van hun ouders. Ouders maken immers de afspraak met de tandarts, maar leren ook de gewoonte aan om tanden te poetsen, herinneren hun kinderen eraan, moeten de gebitten napoetsen en stellen snoep- en frisdrankregels op. Daarom spelen ook de ouders een belangrijke rol in Trammelant in Tandenland. De materialen ondersteunen de kinderen en ouders bij het aanleren van goede mondgezondheidsgewoontes. Het materiaal is te bestellen bij: https://www.kenmerkeducatief.nl/lesprogramma/trammelant

Rol brugfunctionaris op scholen 4

Het aandacht besteden aan goede mondzorg voor kinderen, tandartsbezoek en een goede zorgverzekering, zou goed kunnen passen bij het takenpakket van een brugfunctionaris op een basisschool. Steeds meer basisscholen, vooral in aandachtswijken, hebben zo’n functie op school, mede doordat scholen hiervoor landelijke subsidie konden aanvragen bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Een brugfunctionaris signaleert, reageert en biedt laagdrempelige ondersteuning of leidt ouders toe naar oplossingen en andere partners, professionals en instanties in de omgeving. Hij of zij is geen zorgverlener, maar weet wel precies waar de juiste hulp en ondersteuning te vinden is voor ouders. Er zijn vooral brugfunctionarissen werkzaam op scholen waar relatief veel ouders ook behoefte hebben aan extra ondersteuning. Zij hebben veel contacten met ouders en organiseren vaak ook groepsvoorlichtingen. Welke basisscholen een subsidie voor een brugfunctionaris hebben gekregen is te zien op: www.dus-i.nl/subsidies [6]. Brugfunctionarissen zouden bijvoorbeeld via groepsvoorlichtingen aan ouders informatie kunnen geven over het belang van goede mondzorg, informatie bieden over de gratis mondzorg voor kinderen in de basisverzekering en informatie bieden over het belang van een tandartsverzekering (bijvoorbeeld via de Gemeentepolis) voor ouders.

Hierbij kunnen ze ouders ook wijzen op leuke apps die kinderen ondersteunen bij het tandenpoetsen. [7].

© BS&F 2025

2 van 4

Voorbeelden samenwerking met scholen (2)

Schooltandartsen 5

De KNMT vindt een landelijke invoering van de schooltandarts niet wenselijk en efficiënt. Gezien het tekort aan mondzorgverleners is uitbreiding van het aantal schooltandartsen bovendien weinig realistisch. De KNMT pleit er daarom voor de schooltandarts te beperken tot specifieke groepen leerlingen waar de opkomst bij de tandarts laag is en andere maatregelen bewezen niet werken, zoals in bepaalde aandachtswijken. In praktijk zie je dat vooral in de grote steden in dergelijke aandachtswijken al sprake is van een schooltandarts. Lees hierna het voorbeeld van Jeugdtandverzorging in Amsterdam.

Voorbeeld Jeugdtandverzorging Amsterdam Zo richt Jeugdtandverzorging in Amsterdam bijvoorbeeld tandartskamers in binnen scholen. De Jeugdtandverzorging Amsterdam werkt zowel vanuit vaste praktijken als op school (PO).Hun vier vaste praktijken zijn verdeeld over de stad en 19 mobiele tandartsen werken met hun mobiele praktijken op 150 scholen in de stad. De randvoorwaarden voor het inzetten van een schooltandarts zijn volgens Jeugdtandverzorging Amsterdam: Het vaststellen van de doelgroep en onderzoeken waar deze te vinden is. Met gegevens van Vektis is te zien waar de kinderen wonen, die wel verzekerd zijn, maar geen tandartsbezoek hadden. Goede samenwerking en vaste afspraken met de scholen Bepalen hoe de zorg geleverd kan worden op een school. Er moet ruimte zijn voor een bus/portocabin bij school of voor een mobiele setting in de school. Tandartsen en hulppersoneel met affiniteit voor behandelen van kinderen en begrip voor de problematiek van de doelgroep. Zorgen dat er continuïteit van zorg is, waar de kinderen naar toe kunnen gaan als de tandarts niet op school is. De financiering loopt als volgt: bij Jeugdtandverzorging Amsterdam wordt de financiering van de organisatie grotendeels door de tandartsen zelf gedaan. De tandheelkundige verrichtingen van verzekerden worden volgens de normale tandartstarieven vergoed door de zorgverzekeraars.

Verder krijgt Jeugdtandverzorging een belangrijke toeslag van de zorgverzekeraars voor de kosten van het brengen van de zorg en een klein percentage extra over de tandartstarieven omdat ze een patiëntengroep behandelen die meer tijd vergt. Jaarlijks overleggen zij hun begroting aan de zorgverzekeraars en wordt opnieuw bekeken of deze bijdragen worden verstrekt en wordt de hoogte ervan opnieuw vastgesteld. Van de gemeente Amsterdam ontvangen ze geen bijdrage. Zorgverzekeraars kunnen dus aan jeugdtandartsen subsidies/toeslagen verlenen voor de ‘schooltandarts’ onder specifieke voorwaarden, die ieder jaar opnieuw worden bepaald. Er is dus geen structurele financiering voor schooltandartsen. Wil je als gemeente de schooltandarts in bepaalde wijken proberen te introduceren, kijk dan of er in jouw regio ook een organisatie is die gespecialiseerd is in mondzorg voor jongeren en die wellicht al een dergelijk initiatief heeft. Welke organisaties dit zijn, kun je nazoeken op de site van de Nederlandse Vereniging Instellingen Jeugdtandzorg ( http://nvij.nl/).

© BS&F 2025

3 van 4

Voorbeelden

samenwerking met Jeugdgezondheidszorg/GGD

GigaGaaf: Samenwerking tussen CJG, GGD en Stichting Jeugdtandzorg 1

In Den Haag ging GigaGaaf! in 2015 van start. De opzet is als volgt: aan de ouders wordt gevraagd of ze met hun kindje al naar de eigen tandarts gaan. Is dat niet het geval, dan wordt gevraagd om dat alsnog te doen of er wordt gevraagd of Jeugd Tandzorg West (JTW) contact met hen kan opnemen voor een eerste afspraak. Kan of wil de eigen tandarts het kind toch niet zien, dan wordt er alsnog op aangedrongen naar JTW te gaan. Bij een volgend bezoek aan het consultatiebureau wordt gecheckt of ouder en kind inderdaad al bij een mondzorgpraktijk zijn geweest. Door deze samenwerking tussen Centrum Jeugd en Gezin (CJG) Den Haag, GGD Haaglanden en Stichting Jeugdtandzorg West gaan in Den Haag in een aantal wijken zes keer meer kinderen (0-4 jaar) naar de tandarts[8]. Ook in andere regio’s is een dergelijke aanpak gevolgd, zie dit artikel. Kijk of er in jouw regio ook een organisatie is die gespecialiseerd is in mondzorg voor jongeren. Dit kun je nazoeken op de site van de Nederlandse Vereniging Instellingen Jeugdtandzorg ( http://nvij.nl/).

2

Gezonde Peutermonden: samenwerking met consultatiebureau De ‘Gezonde Peutermonden’ is een vrij nieuwe interventie die inmiddels bij een aantal consultatiebureaus in Nederland is uitgetest. Hiervoor stelt een consultatiebureau een mondzorgcoach aan. De interventie start bij het consultatiebureau zodra het eerste tandje doorkomt, meestal tussen 6 en 12 maanden, en begeleidt kinderen tot 48 maanden oud. Het programma wordt uitgevoerd door getrainde mondzorgcoaches, meestal mondhygiënisten, en focust op het aanleren van gezonde mondgewoonten aan zowel ouders als kinderen vanaf een jonge leeftijd. Hierbij krijgen kinderen in de Gezonde Peutermonden groep tijdens de standaard bezoeken aan het consultatiebureau ook een consult bij de mondzorgcoach. Gezonde Peutermonden werd in samenwerking met de GGD, gemeenten en lokale tandartspraktijken op 9 consultatiebureaus in het midden en zuiden van het land geïmplementeerd bij wijze van proef. Hierbij is een groep van 400 kinderen door onderzoek gevolgd, waarbij de ene helft de Gezonde Peutermonden-aanpak kreeg en de andere helft als controlegroep diende. Uit de resultaten van het onderzoek bleek dat kinderen uit de Gezonde Peutermonden-groep minder gaatjes hadden dan de controlegroep. Op 4-jarige leeftijd hadden zij 25 procent minder kans op (beginnende) cariës en 30 procent minder kans op dentinecariës.

Als kinderen in de interventiegroep toch cariës kregen, waren er aanzienlijk minder tandoppervlakken aangedaan voor zowel beginnende cariës als dentinecariës. Ook werden kinderen in de interventiegroep vaker gepoetst, werd er vaker fluoridetandpasta gebruikt en gaven ouders aan beter te kunnen anticiperen op barrières die zij ervaren bij het tandenpoetsen van hun peuter. Uit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat preventie vanaf het doorbreken van het eerste tandje werkt. Zeker als dit op de juiste plekken wordt ingezet, zoals in risicowijken met een grote groep bewoners met een lage SES. Dat het consultatiebureau hierbij wordt ingezet, is effectief want bijna alle ouders gaan hier met hun kindje naartoe. Het voornemen van VWS is om per ______ een betaaltitel te hebben voor de mondhygiënist om op het consultatiebureau te kunnen werken. De consulten van de mondhygiënist kunnen dan bij de zorgverzekeraars gedeclareerd worden. Je kunt als gemeente contact opnemen met je consultatiebureau om te kijken of ze van deze mogelijkheid op de hoogte zijn en of ze deze interventie willen gaan opzetten. Zie voor meer informatie: https://husite.nl/gezonde-peutermonden/actueel/

Praktijkkaart tandarts-jeugdarts 3

Met deze praktijkkaart beogen de beroepsvereniging voor tandartsen (KNMT) en de vereniging van jeugdartsen AJN een handreiking te bieden om lokaal in gesprek te komen over elkaars werkwijzen, de (on)wenselijkheden en elkaars (on)mogelijkheden in de samenwerking. Met de praktijkkaart kan het makkelijker worden om contact met elkaar te maken en de lijntjes tussen tandartsen en jeugdartsen korter te maken.[9]

Voorbeelden van de rol van de GGD 4

Er zijn meerdere GGD ’s die bezig zijn met het thema mondzorg voor kinderen. Sommigen hebben vooral voorlichtingsmateriaal op hun site staan voor professionals en ouders. Zie bijvoorbeeld: www.ggdflevoland.nl [10] en www.ggdhaaglanden.nl [11]. Hecht (GGD Hollands Midden) organiseert ook twee keer per jaar het Regionaal Overleg Jeugdtandzorg. Doel van dit overleg is om samen de mondgezondheid van de jongeren te verbeteren. Deelnemers aan dit overleg zijn: Hecht GGD Hollands Midden (Jeugdgezondheidszorg 0-19-jarigen); de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van Tandheelkunde (KNMT); de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM); een zorginkoper van zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid.

© BS&F 2025

4 van 4

Verwijzingen [1] [2] [3] [4] [5]

Bron: https://www.staatvandemondzorg.nl/vraag-naar-mondzorg/tandartsbezoek/ De haal- en brengservice wordt vergoed door de zorgverzekeraar op basis van een jaarlijks door de NZa vastgesteld tarief. https://archief.wos.nl/nieuwsarchief/bericht/20190907-dsw-stuurt-brief-ga-met-kinderen-naar-de-tandarts https://www.medischondernemen.nl/artikel/heerlense-kinderen-krijgen-brief-over-tandartsbezoek Van Dam, B.A.F.M., Bruers, J.J.M., Monshouwer, M. (2011). Zorg om de mondzorg van jonge kinderen. Inventarisatie van initiatieven en interventies ter verbetering van de mondgezondheid van kinderen met een melkgebit. NMT, Onderzoek & Informatievoorziening, Nieuwegein.

[6] https://www.dus-i.nl/subsidies/brugfunctionaris/documenten/publicaties/2024/05/24/toegekende-aanvragen-2024brugfunctionaris [7] Deze apps zijn te vinden op: https://www.allesoverhetgebit.nl/nieuws/kinderen-leren-tandenpoetsen-met-een-app-0 [8] https://www.cjgdenhaag.nl/nieuws/zes-keer-meer-kinderen-naar-tandarts-dankzijsamenwerking/#:~:text=Dankzij%20een%20succesvolle%20samenwerking%20tussen,op%20de%20rest%20van%20Nederland [9] https://knmt.nl/nieuws/praktijkkaart-tandarts-jeugdarts-gebruik-jij-hem-al [10] https://www.ggdflevoland.nl/professional/scholen-en-kinderopvang/mondzorg-0-4-jaar/ [11] https://www.ggdhaaglanden.nl/inwoner/inwoners/gezond-leven/mondgezondheid/mondgezondheid-5-tot-12jaar/#:~:text=Poets%202%20keer%20per%20dag,zachte%20haren%20en%20junior%20tandpasta

© BS&F 2025

Bijlage IV LITERATUURLIJST [1]

Begovic, S., van der Heijden, G., & Listl, S. (2023). Ongewenste mijding van mondzorg: Financiële drempels in de toegankelijkheid van mondzorg. ACTA / Radboud UMC.

[2]

De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten. Een samenwerking van Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), 2024.

[3]

Eindverslag verkenning mondzorg. Project ‘Verminderen van ongewenste mijding van mondzorg vanwege financiële redenen’ (2024). Een samenwerking van: Ministerie van VWS, Ministerie van SZW, Zorgverzekeraars Nederland, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Divosa, Patiëntenfederatie Nederland, Mondzorgalliantie: samenwerkingsverband van KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT.

[4]

OECD (2019), Health for Everyone?: Social Inequalities in Health and Health Systems, OECD Health Policy Studies, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/3c8385d0-en.

[5]

Gupta Strategists (2023). Onderzoek toegankelijkheid mondzorg. Kosten en baten in beeld.

[6]

Monitor Mondgezondheid van het RIVM.

[7]

Van Schaik, A., de Hoon, M., Michon, L., de Jong, I. (2023). Tandzorgmijding om financiële redenen. O&S, gemeente Amsterdam.

[8]

Ongewenste mijding van mondzorg om financiële redenen. De inzet van gemeentelijke regelingen. (2023) BS&F.

[9]

Kennisdocument Mondzorg. (2024). SUN Nederland.

[10] 1Hermens, N., Kwakernaak, M., Badou , M., de Zwart, O. (2020). Ongewenste zorgmijding vanwege financiële redenen. Maatregelen van gemeenten en zorgverzekeraars. Verwey-Jonker Instituut. [11]

Thompson, B., Cooney, P., Lawrence, H. et al . The potential oral health impact of cost barriers to dental care: findings from a Canadian population- based study.. 78, 2014, BMC Oral Health, Vol. 14.

[12] CBS, Gezondheidsenquête, 2020 en 2021. [13] Pomp, M. (2017). Oorzaken en gevolgen van het mijden van mondzorg door kwetsbare ouderen & een voorstel voor een beleidsexperiment. [14] Laat je tanden zien! Evaluatie van een pilootproject rond tandzorg voor mensen in kansarmoede 2014-2015. Logo Antwerpen. [15] Patiëntenmonitor Mondzorg. (2022). Patiëntenfederatie Nederland. [16] Hoffer, C. Cultuursensitieve communicatie in de mondzorg. (2018) Tijdschrift Quality Practice. Jaargang 5, nummer 2, februari 2018. [17]

Gragoll I, Schumann L, Neubauer M, Westphal C, Lang H. (2021). Healthcare avoidance: a qualitative study of dental care avoidance in Germany in terms of emergent behaviours and characteristics. 1, 8 November 2021, BMC Oral Health, Vol. 21, p. 563.

[18] CBS Gezondheidsenquête, 2023. [19] Groen, A., Houtsma, N. (2021). Nibud mbo-onderzoek 2021. Onderzoek naar de geldzaken van mbo-studenten. Nibud. [20] Kengne Talla P, Gagnon MP, Dramaix M, Leveque A. (2013). Barriers to dental visits in Belgium: a secondary analysis of the 2004 National Health Interview Survey. Public Health Dent. 2013 Winter;73(1):32-40. doi: 10.1111/jphd.12003. Epub 2012 Dec 5. PMID: 23215822. [21] De Greef, M., Segers, M. (2016). Van gezonde taal tot familietaal naar werktaal. Een literatuuronderzoek naar de problematiek van taal en impact van specifieke taalprogramma’s in zes levensdomeinen. Maastricht University in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven. [22] Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) (2017), Weten is nog geen doen: een realistisch perspectief of redzaamheid, WRR-rapport nr. 97. [23] Regionale spreiding van geletterdheid in Nederland. (2016). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University, in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven. [24] Armoede en sociale uitsluiting (2023). CBS. [25] Hoe denken arbeidsmigranten over gezondheid en zorg in Nederland? De resultaten van het 2e arbeidsmigrantenpanel. (2021). Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten. Jan Cremers (Voorzitter Wetenschappelijke Raad), gebaseerd op panelonderzoek van I&O Research.

Oktober 2021 (revisie in november 2021) [26] Kwaliteitscriteria mondzorg voor mensen met psychiatrische aandoeningen. Geformuleerd vanuit cliënten- en familieperspectief. (2015). NPCF, Landelijk Platform GGz en Ieder(in).

© BS&F 2025

Onderdeel C Samenwerken aan gelijkwaardige toegang tot mondzorg

Rapport met praktische aanbevelingen ten behoeve van doelgroepgerichte voorlichting mondzorg aan Nederlandse Gemeenten

Door Odette Moreira-van Dijk, in samenwerking met Floris Papenhuijzen april 2025

Inhoudsopgave H1. Inleiding ...................................................................................................................................

3

H2. Rollen en verantwoordelijkheden ..........................................................................................

4

H3. Huidige staat informatievoorziening mondzorg ...................................................................

5

H4. Kenmerken doelgroep ............................................................................................................

7

H5. Uitdagingen in de voorlichting mondzorg .............................................................................

8

H6. Praktische aanbevelingen voorlichting mondzorg ...............................................................

11 11

A. Investeren in inclusieve communicatie ........................................................................................ B. Beleidsprioritering, coördinatie en samenwerking ....................................................................

15

H7. Referenties ..............................................................................................................................

17

Bijlage I: Historisch Perspectief voorlichting mondzorg Bijlage II: Overzicht landelijke initiatieven mondzorg Bijlage III: Overzicht van communicatiemiddelen in de mondzorg Bijlage IV: Uitvraag mondzorgcommunicatie gemeenten Bijlage V: Vragen tijdens de focusgroep met ervaringsdeskundigen Bijlage VI: Jongeren van 18-34 jaar bereiken met effectieve communicatie

© VWS 2025

2 van 17

In het kort Gemeenten en GGD’en spelen, samen met andere partijen, een rol in het bevorderen van mondgezondheid, vooral via preventie en signalering. Dit rapport gaat in op de mogelijkheden voor gemeenten en GGD’en om met doelgroepgerichte voorlichting kwetsbare inwoners beter te bereiken. De uitgave van dit rapport valt samen met een advies aan het ministerie van VWS over de verbetermogelijkheden van (doelgroepgerichte) voorlichting op Rijksniveau. Aanleiding hiervoor is het project ‘vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen’ dat op initiatief van het ministerie van VWS in 2023 is gestart. De aanbevelingen in dit rapport zijn: Maak mondzorginformatie toegankelijker via persoonlijk contact met buurtteams en creëer een lokale routekaart voor regelingen en vergoedingen Investeer in scholing van buurtteammedewerkers over mondzorg voor betere informatievoorziening en doorverwijzing Organiseer laagdrempelige ontmoetingen tussen doelgroep en mondzorgverleners op vertrouwde locaties Verbeter communicatie met eenvoudig taalgebruik (A2-niveau), visuele elementen en meertalige informatie Verspreid communicatiemomenten over het hele jaar en focus op praktische informatie over tandartsbezoek en kosten

1. Inleiding In Nederland wordt het aantal volwassenen dat niet ten minste om de twee jaar naar de tandarts gaat om financiële redenen geschat op 640.000. Dit blijkt op basis van cijfers uit het Eindverslag Verkenning Mondzorg (mei 2024) van het project ‘Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen’. Het project is aanvullend op de programma’s Gezonde Peutermonden en GigaGaaf! voor peuters en jonge kinderen en ‘De Mond Niet Vergeten!’ voor kwetsbare ouderen. Aanleiding voor dit project waren signalen van maatschappelijke organisaties en gemeenten over een toenemend aantal mensen dat zegt de mondzorg niet te kunnen betalen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het ministerie van Sociale Zekerheid & Werkgelegenheid (SZW), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), 1 Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Divosa, Patiëntenfederatie Nederland en de Mondzorgalliantie , hebben de problematiek onderzocht en geven de volgende oplossingsrichtingen mee: Verbeter de financiële toegankelijkheid van de mondzorg, zoals een landelijke aanvullende mondzorgverzekering of andere pakketmaatregelen. Versterk het sociale vangnet, waarbij het gaat om verschillende samenwerkingsvormen van gemeentelijke inzet en maatschappelijke initiatieven. Geef mondzorg hernieuwde aandacht in de publieke gezondheid, zoals het verbeteren van doelgroepgerichte voorlichting.

Het project heeft onder andere vervolg gekregen in de gemeentepilot Mondzorg, waarin samen met vijftien gemeenten, drie zorgverzekeraars en mondzorgprofessionals, vier gerichte maatregelen zijn uitgewerkt behorende bij de drie bovengenoemde aanbevelingen: A) verbeterde inzet van gemeentelijke regelingen, B) onderzoek naar de ‘ideale’ gemeentepolis, C) doelgroepgerichte voorlichting en D) het opzetten van een sociaal vangnet door Dokters van de Wereld. In dit rapport wordt nader uitwerking gegeven aan onderdeel C van de gemeentepilot Mondzorg: ‘doelgroepgerichte voorlichting’. Het doel van dit onderdeel van de gemeentepilot is om meer inzicht te krijgen in:

1 Mondzorgalliantie: samenwerkingsverband van KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT

© VWS 2025

3 van 17

1 2 3

hoe de informatievoorziening aan inwoners en hulpverleners rondom mondzorg en financiële ondersteuning is georganiseerd; hoe inwoners die ongewenst afzien van mondzorg het beste kunnen worden bereikt; en welke concrete oplossingsrichtingen kunnen worden geïdentificeerd voor de betrokken stakeholders in het verbeteren van de informatievoorziening.

2. Rollen en verantwoordelijkheden Het verbeteren van de mondgezondheid door voorlichting en het verbeteren van de toegang tot mondzorg voor mensen die nu vanwege financiële redenen mondzorg mijden, is een gezamenlijke verantwoordelijk van verschillende partijen, ieder met een eigen rol en verantwoordelijkheid – zie tabel 1. Het vergt landelijke sturing en koers en op lokaal niveau een gezamenlijke inspanning van meerdere partijen. De gezamenlijke inspanning gaat om de samenwerking van de gemeente met de zorgverzekeraar, met tandartsen en de samenwerking tussen de gemeente en lokale organisaties die hulp bieden aan (specifieke) groepen. Partij

Verantwoordelijkheden

Zorgverleners

Zorgverleners, zoals tandartsen en mondhygiënisten, geven individuele voorlichting, behandelingen, begeleiden gedragsverandering en bieden intensieve ondersteuning waar nodig.

Rijksoverheid

De Rijksoverheid bevordert mondgezondheid via wetgeving, financiering, kwaliteitsbewaking (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Nederlandse Zorgautoriteit), preventiecampagnes en onderzoek. Ze stimuleert gezonde gewoonten en innovatie en werkt samen met professionals om zorg toegankelijk en van hoge kwaliteit te houden.

Gemeenten en GGD

Gemeenten en GGD’en spelen een belangrijke rol in het bevorderen van mondgezondheid, vooral via preventie en signalering. Zij geven collectieve voorlichting (Wet publieke gezondheid, Jeugdgezondheidszorg, art. 6), onder andere via consultatiebureaus en jeugdgezondheidszorg, en signaleren mondproblemen bij kinderen en kwetsbare groepen, met doorverwijzing waar nodig. Daarnaast ontwikkelen gemeenten lokaal gezondheidsbeleid en werken samen met scholen en zorgverleners om mondgezondheid te verbeteren. Voor ouderen en andere kwetsbare groepen bieden GGD’en extra ondersteuning en voorlichting.

Onderzoeks- en gezondheidsorganisaties

Onderzoeks- en gezondheidsorganisaties pleiten voor epidemiologisch onderzoek en ontwikkelen strategieën om risicogroepen beter te bereiken. Daarbij wordt gekeken naar een integrale aanpak van gedeelde risicofactoren, zoals obesitas en diabetes, die direct verband houden met mondgezondheid.

Bedrijfsleven

Draagt bij door het promoten van mondverzorgingsproducten en samenwerking met zorgverleners en overheidsinstanties ter ondersteuning van preventiecampagnes.

Onderwijsinstellingen

Onderwijsinstellingen spelen een cruciale rol bij het aanleren van gezonde mondzorggewoonten op jonge leeftijd. Via schoolprogramma’s en campagnes, zoals Hou je mond gezond! en Trammelant in Tandenland, worden kinderen bewust gemaakt van het belang van mondhygiëne.

Tandheelkundige organisaties zoals de KNMT en Ivoren Kruis

Tandheelkundige organisaties, zoals de KNMT (de beroepsvereniging voor mondzorgprofessionals) en het Ivoren Kruis, zetten zich in voor de bevordering van mondgezondheid door het ontwikkelen van richtlijnen en het verspreiden van wetenschappelijke informatie.

Zorgverzekeraars

Zorgverzekeraars vergoeden via de basisverzekering mondzorg voor jongeren tot 18 jaar en specifieke tandheelkundige zorg voor volwassenen. Voor reguliere mondzorg bij volwassenen bieden ze aanvullende verzekeringen met verschillende dekkingsgraden aan. Daarnaast zijn ze verantwoordelijk voor zorginkoop en contractering van mondzorgverleners, waarbij ze onderhandelen over tarieven en kwaliteitseisen. Verzekeraars vervullen ook een rol in kwaliteitsbevordering, kostenbeheersing en het transparant informeren van verzekerden over vergoedingen en voorwaarden.

Tabel 1: Betrokken partijen en hun verantwoordelijkheden in de opgave mondzorg

© VWS 2025

4 van 17

3. Huidige staat informatievoorziening mondzorg Een korte terugblik. De informatievoorziening rondom mondzorg in Nederland kent een lange geschiedenis van campagnes en preventieprogramma’s, die met name in de tweede helft van de 20e eeuw in Nederland hebben bijgedragen aan een verbetering van de mondgezondheid. Sinds de jaren '60 werd het gebruik van fluoride in tandpasta gestimuleerd, wat leidde tot een significante afname van cariës bij kinderen. In de jaren '70 en '80 werden schooltandartsprogramma's geïntroduceerd, gericht op preventieve zorg en voorlichting aan kinderen. Organisaties zoals het Ivoren Kruis en de KNMT hebben door de jaren heen campagnes gevoerd over het belang van poetsen, gezonde voeding en regelmatige tandartscontroles. Zie bijlage I voor een historisch overzicht van 50 jaar Tandheelkundige Gezondheidsvoorlichting en – Opvoeding (TGVO) [1]. Huidige staat. In 2017 heeft VWS TNO opdracht gegeven een overzicht te maken van initiatieven binnen de mondzorg voor kinderen en jeugdigen. Op basis van een veldraadplegingen zijn de huidige initiatieven in kaart gebracht [2]. Deze initiatieven zijn aangevuld met de opbrengt uit recente gesprekken met stakeholders, zie bijlage II.

Landelijke informatievoorziening en communicatie mondzorg Op dit moment wordt landelijke mondzorginformatie verspreid vanuit diverse partijen en via diverse kanalen. Bijlage III toont een overzicht van de huidige communicatiekanalen over mondzorg gericht op verschillende doelgroepen, daarbij staan de initiatiefnemers vermeld. In het kort: Er zijn vele online platforms en websites zoals Allesoverhetgebit.nl (van KNMT), Ivoren Kruis en Tandarts.nl. Deze sites bieden uitgebreide informatie over mondverzorging en behandelingen. Voor laaggeletterden en mensen die de taal minder beheersen, zijn er meer toegankelijke platforms, zoals Mondzorg.steffie.nl en Pharos.nl. Voor ouderen bestaan er programma’s zoals De Mond Niet Vergeten! en vele lokale voorbeelden zoals het spreekuur van Senioren Brabant-Zeeland. Op scholen worden programma’s zoals Hou je mond gezond! van het Ivoren Kruis en Trammelant in Tandenland, ontwikkeld door GGD Amsterdam, ingezet om kinderen bewust te maken van het belang van mondgezondheid. De interventies en campagne zoals Gezonde Peutermonden, GigaGaaf en lokale voorbeelden zoals de Friese Tandenpoetsweek richten zich op preventie bij kinderen.

Platforms zoals Mondzorgkosten.nl, Zorgverzekeringslijn.nl, Consumentenbond.nl en Gezondverzekerd.nl bieden inzicht in kosten van behandelingen, vergoedingen, verzekeringen en gemeentelijke regelingen voor mensen met beperkte financiële middelen. Op de site van Zorginstituut Nederland wordt de zorgverzekeringswet uitgelicht. Via CheckJeTandartsnota.nl kan een consument een tandartsnota controleren en zien of de uitgevoerde behandelingen in lijn zijn met de geldende tarieven en opgevoerde kosten. Enkele zorgverzekeraars zoals Menzis bieden een Tandcodechecker aan, waarmee te zien is welke behandelingen binnen een polis worden vergoed. Het Tandheelkundig Informatie Punt (TIP) en patiëntenorganisaties zoals de Patiëntenfederatie bieden hulp bij vragen over behandelingen, kosten en rechten. Zorgverleners, zoals tandartsen, mondhygiënisten en andere zorgprofessionals maken gebruik van de informatiefolders en educatief materiaal van het Ivoren Kruis, Zorgvoorbeter.nl (folders voor in de wachtruimte) en verwijzen patiënten veelal naar Allesoverhetgebit.nl. In het dossier Mondzorg van het Nationaal Zorgakkoord kunnen zijn informatie vinden over het declareren en registreren van mondzorg.

Zij volgen de branche-informatie via het communicatiekanalen van het KNMT en volgen richtlijnen zoals de Richtlijn Mondgezondheid Jeugdgezondheidszorg.2 Omnios.nl is gericht op professionals in de zorgsector voor ouderen en biedt hulpmiddelen en instructies om de mondgezondheid van deze kwetsbare groep te verbeteren. 2 Wordt momenteel geactualiseerd, open voor commentaar Richtlijnen - NCJ JGZ commentaarronde

© VWS 2025

5 van 17

Gemeentelijke informatievoorziening en communicatie mondzorg Gemeenten staan inwoners bij met diverse hulpvragen, variërend van schuldenproblematiek tot zorgbehoeften. Een aspect dat hierbij vaak onderbelicht blijft, is mondgezondheid terwijl een deel van de mensen die bij de gemeente aanklopt ook te maken heeft met mondzorgproblemen. Zij gaan onvoldoende preventief naar de tandarts, weten niet welke mogelijkheden er zijn als zij de kosten niet kunnen dragen en hebben moeite om de juiste informatie te vinden. Communicatieadviseurs van 10 gemeenten zijn middels vragenlijsten (zie bijlage IV), interviews en brainstormsessies bevraagd over de informatievoorziening rondom mondzorg binnen hun gemeenten. Wat opvallend was dat de gemeenten vrij eensgezinds antwoordden, wat suggereert dat de informatievoorziening rondom mondzorg grofweg vergelijkbaar is ingericht en dat gemeenten kampen met vergelijkbare uitdagingen op communicatiegebied. Communicatie mondzorg Gemeenten communiceren niet of nauwelijks specifiek over mondzorg. De focus van deze communicatie ligt vooral op de gemeentepolis – aan het eind van het jaar tijdens de overstapperiode van zorgverzekeringen - en de kosten van mondzorg. Specifieke aandacht voor mondgezondheid (preventie, tandartsbezoeken, het belang van een gezonde mond) blijft beperkt.

Gemeenten zetten voor de gemeentepolis communicatiemiddelen in als websites, sociale media, campagnes, advertenties of artikelen in huis-aan-huisbladen en fysieke folders. Mondzorg (en de toegang tot mondzorg) is binnen veel gemeenten geen beleidsprioriteit, waardoor de communicatie hierover vaak ondergeschikt is aan bredere gezondheids- of armoedebeleidsthema’s. Mondzorg is op dit moment ook niet opgenomen in programma’s gericht op algemene gezondheidsbevordering (zoals stoppen met roken of meer bewegen). Hoewel alle gemeenten met een gemeentepolis een website hebben met informatie over deze verzekering, is er verder op de websites alleen aandacht voor mondzorg in relatie tot specifieke doelgroepen, zoals (de regeling voor) Oekraïense vluchtelingen. Daarnaast blijkt dat gemeenten geen gebruikmaken van de landelijk beschikbare informatie over mondzorg (bijvoorbeeld van Ivoren Kruis of KNMT), omdat deze onvoldoende aansluit op de lokale context. De adviseurs zien wel dat betere informatievoorziening hard nodig is. Het valt hen op dat veel (kwetsbare) inwoners bijvoorbeeld niet weten dat kinderen gratis naar de tandarts kunnen. In enkele gemeenten is de achteruitgang van kindermonden werkelijk zichtbaar.

Persoonlijk contact Gemeenten organiseren in het ‘overstapseizoen van verzekeringen’ vaak (samen met of uitbesteed aan zorgverzekeraars) fysieke en digitale spreekuren over de gemeentepolis om inwoners ondersteuning te bieden bij het begrijpen en aanvragen van verzekeringen. Deze worden goed gewaardeerd. Tijdens deze spreekuren wordt nog weinig aandacht besteed aan het belang van mondzorg. Gemeentelijke medewerkers, zoals WMO- en Werk & Inkomen-consulenten, begeleiden kwetsbare inwoners, maar niet specifiek op het gebied van mondgezondheid. Via o.a. GGD Haaglanden en GGD Flevoland wordt door tandheelkundig preventief medewerkers wel actief ingezet op het verbeteren van mondzorg en toeleiding naar tandartsen. Zij organiseren in deze regio’s informatiesessies op scholen, in buurthuizen en verzorgingstehuizen. Echter, GGD’en signaleren een afname van het aantal tandheelkundig preventieve medewerkers (tussen 2008 en 2017 daalde het aantal van 40 naar 10). En verdere afname wordt verwacht. Moeilijk bereikbare inwoners Een uitdaging voor gemeenten is het bereiken van de groep mensen die ongewenst afziet van mondzorg om financiële redenen.

Want hoewel de kennis over inwoners in financieel kwetsbare posities doorgaans aanwezig is (via werk & inkomen, via de lijst ontvangers energietoeslag of de gebruikers van de stadspas), is er binnen deze groep nauwelijks inzicht op de specifieke groep die mondzorg mijdt.

© VWS 2025

6 van 17

Communicatie is niet altijd de oplossing Adviseurs benadrukken dat meer communicatie niet altijd de oplossing is. Enkele gemeenten gaven aan capaciteit, tijd en geld te besteden aan campagnes voor de gemeentepolis om vervolgens slechts enkele aanmeldingen te ontvangen. De financiële drempels, beperkte dekking en stelselcomplexiteit blijven voor de doelgroep de grootste obstakels.

4. Kenmerken doelgroep Het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) heeft specifiek onderzoek gedaan naar mensen voor wie een bezoek aan de tandarts financieel onhaalbaar is. Deze doelgroep kampt vaak met multi-problematiek en wordt gekenmerkt door factoren die zijn uitgebeeld in figuur 1 [3]. Hieruit blijkt dat mensen die geen gebruik maken van mondzorg geen homogene groep vormen. In hoofdstuk 2 van het rapport Vermindering drempels tandartsbezoek voor minima zijn de risicogroepen uitgebreid beschreven. In dit hoofdstuk worden enkele elementen belicht.

Figuur 1: Persona mijden mondzorg om financiële redenen - ACTA (2023)

Mensen mijden mondzorg om verschillende redenen, waaronder beperkte gezondheidsvaardigheden, angst voor tandheelkundige behandelingen, ontevredenheid over zorg, schaamte en moeite met navigeren in het zorgsysteem. Daarnaast spelen financiële redenen een belangrijke rol, vooral bij mensen zonder (volledige) dekking in hun zorgverzekering en onvoldoende financiële buffer. De beperkte bereikbaarheid en toegankelijkheid van zorgverleners of zorgpraktijken kan eveneens een reden voor mijding van mondzorg zijn [4]. Multi-problematiek Wat opvalt is dat zorgmijding om financiële redenen nooit op zichzelf staat en voorkomt bij een groep met als gemeenschappelijke eigenschap dat zij meerdere uitdagingen in het dagelijkse leven ervaren. Dit betreft groepen met lage inkomens, schulden, stress in de thuissituatie, lage gezondheidsvaardigheden en laaggeletterdheid. Mensen met een lagere opleiding lopen extra risico, mede doordat laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden hier vaker voorkomen [5]. In Nederland heeft 35% van de volwassenen onvoldoende of beperkte gezondheidsvaardigheden, met name ouderen en lager opgeleiden [6]. Ervaringsdeskundige vanuit armoede en gezondheidsproblemen: ‘’Je weet soms niet waar je aan begint. Dan besluit je gewoon: ik ga naar de tandarts. Dan denk je dat het wel betaald wordt (via de verzekering). En dan komt die rekening. Dan schrik je toch nog.

Als de volgende komt denk ik: laat maar dicht. Ik maak het maar niet meer open. En ik ga ook niet meer naar de tandarts. Het is gewoon te duur, ook met een goede verzekering’’

© VWS 2025

7 van 17

Kwetsbare verzekerden, waaronder mensen die zorg mijden, hebben vaak moeite met het kiezen van een passende zorgverzekering vanwege laaggeletterdheid en onbekendheid met compensatieregelingen, bijvoorbeeld van de gemeente. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen met een lage sociaaleconomische status (SES), die vaker kampen met problematische schulden, bestaansonzekerheid en een gebrek aan kennis over het zorgverzekeringsstelsel [5]. Daardoor kiezen ze soms voor een verzekering met een hoog eigen risico of maken ze geen gebruik van zorgtoeslag. Specifieke risicogroepen Jongvolwassenen: CBS-cijfers [7] (figuur 2) laten zien dat vooral jongvolwassenen na hun 18e minder vaak naar de tandarts gaan, mede doordat ze zelf verantwoordelijkheid moeten dragen voor hun zorgverzekering. Jongeren met een lage SES hebben vaker een slechtere mondgezondheid door onvoldoende fluoridegebruik en ongezonde eet- en drinkgewoonten. ·Zij hebben een laag opleidingsniveau of een lage startkwalificatie (maximaal mbo1), een laag of geen inkomen, geen vast werk of zijn werkeloos, een chronische ziekte, hoge zorgkosten (relatief t.o.v. inkomen), of problematische schulden [4]. Zij beschikken veelal niet over een sociaal netwerk met kennis van het zorgverzekeringsstelsel, waardoor wordt gekozen voor de goedkoopste zorgverzekering met het hoogste eigen risico.

Daarnaast hebben ze vaak ook geen financieel vangnet en zijn ze soms niet bekend met zorgtoeslag [5]. Kinderen: Ondanks een verzekering vanuit de basisverzekering gaat 60% tot 80% van de kinderen niet naar de tandarts, terwijl het advies is om vanaf het doorbreken van het eerste tandje al te gaan [8]. Angst voor kosten bij ouders (vooral eenoudergezinnen), laaggeletterdheid en gebrek aan bewustzijn over het belang van mondzorg spelen een rol. Ongedocumenteerden: Zij kunnen zich niet verzekeren of gebruikmaken van compensatieregelingen, waardoor mondzorg financieel onbereikbaar blijft. Niet-westerse migranten en statushouders: Zij lopen verhoogd risico op armoede en zorgmijding. Daklozen en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond mijden relatief vaak zorg, mede door laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden [9]. Kwetsbare ouderen: Naast financiële drempels spelen hier mobiliteitsproblemen een rol, zoals afstand tot de tandartspraktijk en gebrek aan (geld voor) passend vervoer. Inzet op preventieve zorg In de afgelopen jaren is ingezet op meer preventieve zorg voor jeugdigen, wat leidde tot een stijging in behandelingen.

Dit effect was echter vooral zichtbaar bij kinderen die al naar de tandarts gingen, terwijl de grootste risicogroepen – kinderen uit gezinnen met lage opleiding, laaggeletterdheid, schulden en migratieachtergrond – het minst vaak de tandarts bezoeken [10].

5. Uitdagingen in de voorlichting mondzorg Onderstaande bevindingen zijn ontvangen tijdens interviews, werksessies en focusgroepen (zie bijlage IV en V) met diverse stakeholders en 10 ervaringsdeskundigen 4 .

3

Volgens ervaringsdeskundigen en gesprekspartners voldoet de huidige communicatie over mondzorg, mondgezondheid en financiële ondersteuning niet aan de informatiebehoefte. De informatie is vaak moeilijk te vinden, niet toegankelijk, niet begrijpelijk en onvoldoende herkenbaar. Communicatiemiddelen sluiten niet aan Wat duidelijk naar voren komt is dat persoonlijk contact via buurthuizen, wijkteams en consultatiebureaus effectiever blijkt dan digitale communicatie, vooral voor mensen met beperkte digitale of leesvaardigheden. Persoonlijke begeleiding is bij complexe informatie cruciaal voor correcte duiding, vertaling en toepassing. Gemeenten sturen ook brieven (zowel digitaal als op papier) om inwoners te informeren of de attenderen, bijvoorbeeld op de gemeentepolis, maar dit blijkt niet effectief. Voor sommigen is een brief van de overheid juist een 3

De geraadpleegde stakeholdergroep bestaat uit communicatie- en beleidsadviseurs van de 10 aan dit onderdeel deelnemende pilotgemeenten, GGD/GHOR, NJC, KNMT, Ivoren Kruis, ACTA, 2 zorgverzekeraars, welzijnsorganisaties en buurtteams en tandartsen. 4 De deelnemers hadden uiteenlopende achtergronden: slachtoffer van de toeslagenaffaire, vluchtelingen, alleenstaande ouders, licht verstandelijke beperkte jongvolwassene en mensen met schulden en/of gezondheidsproblemen, met kenmerken laaggeletterdheid, laagopgeleid en migratieachtergrond.

© VWS 2025

8 van 17

reden om deze niet te openen, vanwege wantrouwen, taalbarrières of angst voor slecht nieuws. Offlinemiddelen, zoals folders en telefonische voorlichting, werken beter. Daarnaast halen niet alle inwoners hun informatie uit dezelfde (Nederlandstalige) bronnen. Met name de eerste generatie migranten (circa 2,4 miljoen mensen) gebruikt vaak andere media dan Nederlanders die hier geboren zijn [11]. Kennis mondzorg in buurt- en wijkzorg beperkt Buurtteammedewerkers proberen mensen zo goed mogelijk wegwijs te maken maar hebben zelf wisselende kennis over mondzorg, de relatie tussen mondgezondheid en algemene gezondheid en de beschikbare hulpmogelijkheden. Ook is er een gebrek aan zicht op de activiteiten van andere partijen (gemeente, tandartsen, noodfondsen) en ontbreekt het aan samenwerking en/of korte lijnen. Beperkte digi-vaardigheden in een digitale wereld Door de toenemende digitalisering moeten (kwetsbare) inwoners over veel diverse vaardigheden beschikken om toegang te krijgen tot informatie en dienstverlening van de overheid. Informatie over mondzorg, mondgezondheid en financiële regelingen (gemeentelijke verzekeringen) is vooral te vinden op websites van gemeenten, landelijke organisaties en zorgverzekeraars. Ook het aanvragen van verzekeringen, checken of declareren van vergoedingen, en zelfs afspraken maken met een (mond)zorgverlener, verloopt online.

Terwijl bijna 1 op de 5 Nederlanders het moeilijk vindt om te werken met digitale apparaten, zoals een computer of smartphone. Het gaat dan om jongeren (tot 35 jaar) én ouderen (75+). In totaal beschikken 4,5 miljoen mensen niet over voldoende digitale vaardigheden om goed gebruik te kunnen maken van de informatie en diensten van de overheid. Mensen missen daardoor bijvoorbeeld digitale post [12]. 12% van de Nederlanders beschikt niet over de digitale basisvaardigheden om online persoonlijke zaken te kunnen regelen, 19% is niet in staat om persoonlijke zaken online te regelen, en heeft hiervoor ook geen ondersteuning in de omgeving, 18% is hier ook niet toe in staat, maar kan wel beschikken over hulp van familie, vrienden of kennissen (in totaal 50%) [13]. Daarnaast heeft 1 miljoen [11] mensen helemaal geen computer, internet of tv. De ervaringsdeskundigen bevestigen dat een website, webapplicatie of een digitale berichtenbox niet de meest geschikte communicatiekanalen zijn voor de doelgroep. Hoewel veel gemeentelijke en verzekeringswebsites – en applicaties aan toegankelijkheidseisen voldoen, ontbreken op de meeste sites (geldt ook voor de landelijke informatie over mondzorg en mondgezondheid) de voorlees- of vertaalfuncties. Leeftijd blijkt een grote invloed te hebben op de digitale vaardigheden: hoe ouder men is, hoe minder digitale vaardigheden men heeft.

72% van de 55-plussers hulp nodig bij digitale handelingen [14]. Ook het onderwijsniveau heeft invloed: hoe lager het onderwijsniveau, hoe minder vaardigheden men heeft. Online gezondheidsinformatie minder geraadpleegd door laagopgeleiden Tegelijkertijd maken veel mensen intensief gebruik van smartphones en sociale media: 88% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder dagelijks online en gebruiken velen behendig social media-apps op hun smartphone [15]. Eenmaal online is zoeken naar gezondheidsinformatie in trek. Bijna drie kwart van de Nederlanders van 12 jaar of ouder zocht in 2021 online naar informatie over gezondheid en leefstijl. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om informatie over ziekten, voeding of beweging. Vooral 25- tot 45‑jarigen zochten vaak online naar gezondheidsinformatie. Het aandeel laagopgeleiden (59%) dat in 2021 online naar gezondheidsinformatie zocht is kleiner dan het aandeel hoogopgeleiden (85%) [16]. Informatie is te complex, te talig Verder geven de ervaringsdeskundigen aan dat de inhoud van informatie van de (gemeentelijke) overheid en landelijke organisaties vaak te complex en te talig is. Veel mensen begrijpen de teksten in brieven, folders en op websites niet.

De meeste teksten zijn te moeilijk voor laaggeletterden (2,5 miljoen) [17], NT2-sprekers (2 miljoen) [17], jongeren [18], en mensen met een laag werk- en denkniveau, zoals licht verstandelijk beperkten (1,1 miljoen). Bovendien vormen taalbarrières voor mensen met een migratieachtergrond of nieuwkomers extra obstakels. Officiële communicatie is idealiter op B1-niveau, maar in de praktijk blijkt A2 passender [19]. Slechts 7% van de gezondheidswebsites voldoet aan het B1-niveau 5, laat staan aan A2-niveau. Daarnaast wordt er nog te weinig

5 Gemeld door Van Weert tijdens een LOGEION webinar ‘Strategische communicatie vraagt om digitale inclusie’),

© VWS 2025

9 van 17

gebruikgemaakt va n visuele en audiovisuele middelen. Echter, ook beeldmateriaal biedt niet altijd een oplossing; ervaringsdeskundigen geven aan dat afbeeldingen over mondverzorging lastig te interpreteren zijn. Onbekendheid met preventieve mondzorg Uit de gesprekken blijkt dat de perceptie van mondzorg sterk beïnvloed wordt door de gewoonten binnen het gezin (of land) van herkomst. Wanneer preventieve mondzorg geen vanzelfsprekendheid was in de opvoeding of cultuur, is de kans groter dat men deze ook op latere leeftijd mijdt of niet urgent vindt. Schaamte over een slecht gebit of financiële situatie vormt daarbij een extra drempel om contact op te nemen met een tandarts. Twee ervaringsdeskundigen gaven aan dat zij in het AZC of tijdens hun inburgeringscursus onvoldoende zijn gewezen op de preventieve normen en gebruiken rondom mondzorg in Nederland (jaarlijks per jaar naar de tandarts, dagelijkse mondverzorging). Ervaringsdeskundige vanuit immigratie: ‘’Als er geen mensen rondom mij waren die informatie hadden gegeven, dan was ik niet naar de tandarts gegaan.’’

Ervaringsdeskundige: “Ik voel zelf niet de behoefte om te gaan, pas als het weer nodig is.’’ Complexiteit zorgverzekeringsstelsel Uit de gesprekken met de ervaringsdeskundigen komt naar voren dat er veel onduidelijkheid is over de vergoeding van mondzorg vanuit de basisverzekering. Dat geldt voor mondzorg voor zowel volwassenen als kinderen, zoals de onbekendheid dat kinderen tot 18 jaar kosteloos naar de tandarts. Veel van hen zijn in het verleden voor een vervelende financiële verrassing komen te staan. Ook buurtteams, in veel gevallen het eerste aanspreekpunt voor kwetsbare mensen in de wijk of buurt met gezondheids- of financiële problemen, en tandartsen horen terug dat het vergoedingenstelsel te ingewikkeld is en dat er een grote angst is voor onverwachte kosten (ondanks een tandartsverzekering). Communicatieboodschap niet afgestemd op de doelgroep Een belangrijk signaal dat ervaringsdeskundigen meegeven is dat de communicatie over mondzorg onvoldoende aansluit bij hun belevingswereld. Hierdoor blijft de boodschap vaak onopgemerkt. Zo sluit een communicatieboodschap gericht op preventie, mogelijk minder goed aan bij de realiteit van nieuwkomers of mensen met een andere culturele achtergrond voor wie preventieve mondzorg niet vanzelfsprekend is. Emotie en bejegening spelen hierbij een belangrijke rol om betrokkenheid te vergroten [11].

Inhoud niet afgestemd op de doelgroep Ervaringsdeskundigen geven aan dat de informatie inhoudelijk beter kan worden afgestemd op hun behoefte. Informatie gaat nu over verzekeringen, vergoedingen (kosten). Maar de doelgroep wil meer inzicht in de kosten vooraf, contact met de tandarts en weten waar zij hulp kunnen krijgen (zekerheid en steun). Ook is hen gevraagd welke informatie zij wel essentieel achten om goede keuzes te maken voor een gezonde mond, maar waarover kennis ontbreekt. In onderstaande tabel staan deze onderwerpen weergegeven: Inzicht in kosten en vergoedingen

Inzicht in kosten van mondzorg en vergoedingen, vóórafgaand aan een tandartsbezoek. Actieve betrokkenheid van tandartsen en andere hulp- en zorgverleners is gewenst in communicatie hierover. Inzicht in beschikbare toeslagen, financiële regelingen, noodfondsen voor urgente mondzorgkosten (ook een van tandartsen én sociaal- en welzijnsorganisaties).

Bekendheid met financiële regelingen en hulpmiddelen

Kennis van (de voordelen van) een gemeentepolis en andere inkomensondersteunende regelingen waarop aanspraak kan worden gemaakt. Bekendheid toegankelijke hulpmiddelen zoals de tandcodechecker of zelftests zoals op de website demondnietvergeten.nl.

Toegankelijke tandartsen

Het zoeken en vinden van een geschikte tandarts. Kennis van het contactverloop met een tandarts (intake, diagnose, eerste behandeling). Informatie over sociale, benaderbare tandartsen in de buurt die meedenken over spreiding behandelingen (verminderen van drempels zoals angst en schaamte).

© VWS 2025

10 van 17

Basiskennis mondgezondheid vergroten

Relatie tussen mondgezondheid en algehele vitaliteit. Invloed van suikerinname op mondgezondheid. Preventieve norm: tweemaal daags poetsen en tweemaal per jaar een tandartscontrole. Kinderen tot 18 jaar zijn gratis (mee)verzekerd voor gebitscontroles. Belang van een passende tandartsverzekering om onverwachte kosten op te vangen.

6. Praktische aanbevelingen voorlichting mondzorg A. Investeren in inclusieve communicatie Meer inclusieve communicatie vergroot de kans om moeilijk bereikbare inwoners—zoals mensen met een lage sociaaleconomische status, laaggeletterden, mensen met een migratieachtergrond en jongeren—beter te bereiken. Inclusieve communicatie wordt gedefinieerd als: "Communicatie die zoveel mogelijk mensen probeert te bereiken en te betrekken, waarbij toegankelijkheid, herkenning en begrip worden nagestreefd en waarvan het resultaat leidt tot positieve communicatie, vrij van stereotypen." (Hanan Challouki, Inclusieve communicatie, 2021). Op basis van de vier waarden [19] van inclusieve communicatie die de (Rijks)overheid hanteert, zijn suggesties geformuleerd om het bereik van informatie over mondzorg te verbeteren. De vier waarden zijn: bereikbaarheid, toegankelijkheid, begrijpelijkheid en herkenbaarheid zijn. Onderstaande suggesties afkomstig uit de gesprekken en interviews met de gemeenten, partners en doelgroepen. Hoe kan informatie over mondzorg beter bereikbaar worden gemaakt? Persoonlijk contact via bekende netwerken is het meest effectief voor het overbrengen van informatie over mondzorg, mondgezondheid en inkomensondersteunende regelingen. Persoonlijke begeleiding speet een cruciale rol bij het begrijpen van zaken en correcte duiding en toepassing van de informatie.

Hiervoor zijn meer contactmomenten nodig om de drempel tot mondzorg te verlagen. Help hulp- en zorgverleners navigeren. De aandacht voor mondgezondheid en mondzorg in het contact met inwoners, bijvoorbeeld via sociaal- en welzijnsorganisaties, wijkteams, schuldhulpverlening, kan worden geïntensiveerd. Deze partijen hebben hiervoor zelf meer kennis van en inzicht in het speelveld binnen een gemeente. Creëer een routekaart (of wegwijzer, overzichtplaat) met informatie over gemeentelijke regelingen, vergoedingen en tegemoetkomingen, noodfondsen, contactpersonen van betrokken organisaties, procedures doorverwijzingen, sociale tandartsen, binnen een gemeente. Met name buurtteams en tandartsen gaven aan hier behoefte aan te hebben. Ondersteun o.a. buurtteams middels scholing mondzorg. Samenwerking met bekende medewerkers van buurt- en wijkteams verlaagt de drempel en helpt barrières zoals schaamte of angst te verminderen. Buurtteams geven aan dat zij het eerste aanspreekpunt zijn voor kwetsbare mensen in de wijk of buurt met gezondheids- of financiële problemen. Buurtteammedewerkers proberen deze mensen zo goed mogelijk wegwijs te maken maar hebben wisselende kennis over mondzorg, de relatie tussen mondgezondheid en algemene gezondheid en de beschikbare hulpmogelijkheden.

Ondersteun buurtteams hun basiskennis over mondzorg, mondgezondheid op orde te brengen bijvoorbeeld middels een teamlid scholing aan te bieden over mondzorg. Inspiratie uit de praktijk: In Amsterdam-Noord werd tijdens een sessie voorgesteld om één teamlid per wijkteam te voorzien van basiskennis over mondgezondheid en toegang tot mondzorg. Dit teamlid kan dan ondersteuning bieden aan inwoners met multi-problematiek, inclusief mondzorgproblemen. Het gaat nadrukkelijk om basisinformatie, zonder dat deze medewerker een preventiemedewerker wordt. Dit maakt hulpverlening efficiënter.

© VWS 2025

11 van 17

Zet in op interventies die de doelgroep en mondzorgverleners elkaar laten ontmoeten. De ervaringsdeskundigen geven aan graag informatie van de tandarts zelf te ontvangen over mogelijke behandelingen en kosten, zonder meteen naar de praktijk te hoeven gaan of een afspraak te maken (i.vm. schaamte en angst voor kosten). Voor de meeste mensen die nu mondzorg mijden staat de tandarts op grote afstand. Stimuleer partners om extra spreekuren, preventieve screeningsdagen en laagdrempelige kennismakingsgesprekken met mondzorgprofessionals te organiseren op vertrouwde locaties, zoals buurthuizen, markten, scholen en consultatiebureaus. Tandartsen zouden patiënten die 1 of 2 jaar niet naar de tandarts zijn geweest kunnen wijzen op dergelijke initiatieven. Naarmate mensen langer niet naar de tandarts gaan, wordt de drempel om te gaan steeds hoger/ Idee uit de brainstormsessie: Er zijn ongeveer evenveel basisscholen (6500) als tandartspraktijen (5000+) in Nederland. Een tandartspraktijk zou een basisschool kunnen ‘adopteren’. Met het initiatief "Adopteer een basisschool’ kan een praktijk geregeld (in overleg met scholen en naar behoefte) voorlichting geven en de jeugd inspireren voor het beroep tandarts. Uitbreiden contactmomenten over mondzorg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=1844e074-24da-413c-b7ca-4dbb8a12f67f