CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Erfgoednota

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Amstelveen 202433.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wanneer een object vanouds een belangrijke rol speelt in het straat- of dorpsbeeld (bijvoorbeeld een toren) kan dat bijdragen tot de monumentale waarde. Doorgaans zal dit echter van addi onele betekenis zijn, dat wil zeggen, dat een object niet louter op grond van dit criterium op de monumentenlijst zal worden geplaatst. Dat laatste geldt ook voor het geval, dat een object deel uitmaakt van een groter geheel (bijvoorbeeld een gebouwencomplex of een bepaalde stedenbouwkundige opzet) of dat er zaken bij behoren, die er in historisch opzicht onlosmakelijk mee zijn verbonden (bijvoorbeeld bijgebouwen, hekwerken, een historische tuinaanleg of er eplan ng). In dit geval wordt gesproken van ensemblewaarde. Tenslo e kan de cultuurhistorische waarde gebaseerd zijn op belangrijke gebeurtenissen, die in een gebouw of op een terrein hebben plaatsgevonden, met een belangrijke func e, die het hee gehad of met het feit, dat er een belangrijk persoon is geboren of gestorven. In dat geval wordt gesproken van herinneringswaarde. Ook kan

een terrein herinneringswaarde ontlenen aan een belangrijk bouwwerk, dat er in het verleden hee gestaan. Naast de criteria, die voortvloeien uit de gemeentelijke monumentenverordening, dienen bij de selec e nog drie andere aspecten betrokken te worden. Deze aspecten hebben als func e de toestand waarin het object zich bevindt te kunnen beoordelen, zoals de gaa eid, de situering en de bouwkundige staat van het object. A. De gaa eid van het object. De gaa eid moet vooral worden beschouwd in relae tot de architectonische kwaliteit en de detaillering. Een waardevol architectonisch concept kan bijvoorbeeld onherstelbaar zijn aangetast door latere verbouwingen of uitbreidingen. In zo’n geval zal de mate van zeldzaamheid of de wetenschappelijke betekenis moeten aangeven of plaatsing op de monumentenlijst toch nog te rechtvaardigen is. Hee men de keuze uit meerdere vergelijkbare exemplaren, dan kan de keuze uitgaan naar het meest gave. De mate van aantasng hangt samen met de mate waarin de wijzigingen structureel zijn. Het is minder erg als nieuwe ramen zijn aangebracht in de originele vensteropeningen, dan als geheel nieuwe vensteropeningen zijn uitgebroken. B. De situering van het object. De situering van een object is ook van belang voor de waardebepaling. De situering wordt met name beoordeeld aan de hand van de historische toestand.

Een boerderij, die is ingekapseld in een nieuwbouwwijk, zal minder guns g worden beoordeeld dan eenzelfde boerderij in een agrarische context. C. De bouwkundige staat van het object. Tenslo e dient aandacht te worden geschonken aan de bouwkundige staat van het object. Belangrijk is, dat het object te handhaven c.q. te restaureren is zonder dat het eerst moet worden afgebroken. In dit laatste geval zou immers de historische waarde defini ef verloren gaan.

B. Selec e Een nadere invulling van de criteria is noodzakelijk voor het beoordelen van de objecten. De criteria zijn onder te brengen in de volgende drie rubrieken: situeringswaarde, architectonische betekenis en historische betekenis.

Situeringswaarde A. van belang als belangrijk restant van een historisch stedenbouwkundig concept en/of als geheel of onderdeel van een historische aanleg of verkaveling. Een samenhangend gebied of terrein dat zijn waarden ontleent aan de ontworpen of gegroeide stedenbouwkundige structuur en de invulling daarvan. De samenhang van de onderscheiden elementen is hierbij belangrijker dan de afzonderlijke elementen zelf. Daarbij valt te denken aan: 1. de intrinsieke stedenbouwkundige kwaliteit of 2. de bijzondere historische betekenis of 3. de stedenbouwkundige betekenis in ruimere omgeving (kern van een ontwikkeling of aanleg) of 4. de zeldzaamheidswaarde qua aanleg/structuur. B. van belang als onderdeel van een ensemble of complex. Onder complex wordt verstaan een samenhangende groep van objecten (bouwwerken, straatmeubilair, beplan ng, infrastructurele werken en meer in het algemeen de inrich ng van de openbare ruimte). Deze objecten ontlenen een meerwaarde aan de onderlinge func onele of ruimtelijke samenhang of stedenbouwkundige opzet. Een complex bestaat meesten jds uit verschillende objecten. Een complex is over het algemeen kleiner en veelal minder veelzijdig van karakter. C. van belang als addi onele waarde.

Jurispruden e naar aanleiding van de Monumentenwet 1988 hee in de loop der jaren de grenzen bepaald waarbinnen de beoordeling plaatsvindt of sprake is van een monument. Deze uitspraken zijn ook van belang voor de interpreta e van de monumentenverordening. Vast is komen te staan dat situering, ligging en omgeving van een pand van invloed kunnen zijn op de waardering als monument, zowel in posi eve als in nega eve zin. Bij posi eve beïnvloeding kan evenwel van niet meer dan een addi onele waarde sprake zijn. D van belang vanwege de visuele, historische of func onele rela e met park- en/of tuinaanleg en meer in het algemeen in rela e tot het groen. E. van belang als oriënta epunt. F. van belang vanwege situering en/of markering

van het stadsbeeld. Architectonische betekenis Als object kunnen alle gebouwen, bouwwerken, straatmeubilair, parken (begraafplaatsen), brug-gen, waterwerken en infrastructurele werken worden aangemerkt. Ook groepen van gelijke of seriemag tot stand gekomen gebouwen kunnen als object worden beschreven. Met name valt daarbij te denken aan straatwanden, bebouwing aan pleinen of straten en series iden eke of vrijwel iden eke woningen. De selec e dient plaats te vinden op hun architectonische of architectuurhistorische waarde, de plaats in de stedenbouwkundige structuur of ontwikkeling, het materiaalgebruik en de detaillering, de historische of sociaal historische betekenis en/of de zeldzaamheid. Bovendien dienen de objecten op hun gaa eid te worden beoordeeld. Aandachtspunten hierbij zijn: A. de s lis sche betekenis als goed voorbeeld van een bouws jl, de kwaliteit van de gevelcomposi e of vanwege het inspelen op de naaste omgeving, “zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan” als bedoeld in ar kel 12 van de Woningwet. B. de typologische betekenis als goed voorbeeld

Vm. pastorie Dorpskerk, Dorpsstraat 34

van een bouwtype, gerelateerd aan de oorspronkelijke func e, vanwege het materiaalgebruik en construc ewijze. C. de kwaliteit van het interieur. D. unica in de gemeente, vanwege een unieke verschijningsvorm, eventueel verbonden met bijzondere ouderdom. Historische betekenis/cultuurhistorische waarde A. van belang als symbool of herinnering aan een historische gebeurtenis of ontwikkeling in het verleden. B. van belang als uitdrukking van een geografische/ landschappelijke ontwikkeling van de ge-meente. C. van belang in verband met de zeldzaamheidswaarde qua gaa eid (exterieur/interieur), ouderdom, herkenbaarheid per individueel object/ensemble/complex. D. van belang als verschijningsvorm van een sociaal-economische en/of poli eke ontwikkeling.

Bijlage 3

Monumentenlijst Rijksmonumentenlijst 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32.

Amsteldijk-Noord 36; 37; 38 (complex 530661 vh 8117) Historische buitenplaats ‘Oostermeer’ (vóór 1722), bestaande uit de onderdelen: Hoofdgebouw (nr. 37) (1), historische tuin- en parkaan leg (2), bouwhuizen (nrs. 36 en 38) (3A en 3B), toegangsbrug met keer- en kademuren en balustrade (4), inrijhek (5), koepel daterende uit 1728 (6), tuinmuur (7), werkplaats/stal (8) Amsteldijk-Noord 55 (complex 414318) landhuis ‘Westeramstel’ (vóór 1730) hoofdgebouw, histori sche tuin- en parkaanleg, toegangsbrug met pijlers en toegangshek en tuinkoepel Amsteldijk-Noord, nabij 65 (8122) banpaal (1625) Amsteldijk-Noord 93 (8119) boerderij ‘Nooit Gedacht’ (17de eeuw) Amsteldijk-Noord 147 (8120) boerderij ‘Oud Mijl’ (18de eeuw) Amsteldijk-Noord 165 (8121) Hoeve ‘Sloterdijk’ en zomerhuis (17de resp. 19de eeuw) Amsteldijk-Zuid 23-28; 29-34; 35-40 (complex 524282) drie blokken van zes dienstwoningen spring stoffenfabriek (1905) Amsteldijk-Zuid 68 (8124) vm. sluiswachterswoning (1764) Amsteldijk-Zuid 91 (8125) boerderij (19de eeuw) Amsteldijk-Zuid 144; 145 (complex 524286) St. Urbanuskerk Nes a/d Amstel incl. toegangshek tot begraafplaats (1889; Joseph T.J. Cuypers (1861-1949)) en pastorie met erfscheiding Amstelzijde 2;4 (8216) vm.

Herberg ‘’t Jagershuis’ (1614) Amstelzijde 28 (8127) woonhuis (18e eeuw) Amstelzijde 30 (8128) woonhuis (1806) Amstelzijde 33 (8129) winkel-woonhuis (19de eeuw) Amstelzijde 34 (8130) woonhuis (18de eeuw) Amstelzijde 37 (8131) vm. Herberg ‘De Oude Prins’ (1636) Amstelzijde 42 (8132) woonhuis (begin 19de eeuw) Amstelzijde 45 (8133) woonhuis (18e eeuw) Amstelzijde 46; 48 (8135) woonhuis (vóór 1907) Amstelzijde 47 (8134) theehuis ‘Paardenburg’ met woning (1693) Amstelzijde 51 (8136) vm. Woonhuis (18de eeuw) Amstelzijde 52 (8137) brugwachterswoning (18de eeuw) Amstelzijde 53 (8138) café met woonhuis (18de eeuw) Amstelzijde 55 (8139) restaurant ‘Paardenburg’ met bovenwoning (1702) Amsterdamseweg 60; 62; 64; 66 (524290) twee dubbele woonhuizen (1928) Amsterdamseweg 104A (527661) (houtzaag)molen ‘De Dikkert’ met twee aangebouwde schuren (1672) Amsterdamseweg 204 (complex 531203) kantoorgebouw Van Leer’s Vatenfabriek (Breuer, Marcel; 1958) met vrijstaande schoorsteen (1957), por ersloge (1958) en parkaanleg (1957) Amsterdamseweg, nabij 212 (8140) banpaal (1625) Amsterdamseweg 419; 421; 421a (524291) bankgebouw vm. Incassobank (1938) Amsterdamseweg, nabij (532028) Heempark de Braak openbaar park met inheemse beplan ng (1939) Augus nuspark 1 (532146) kerkgebouw gereformeerde Paaskerk (1962) Bosbaan 2 (506203) botenhuis met staan-tribune op het dak (1936)

33. 34.

35. 36. 37. 38. 39.

Bovenkerkerweg 96 (524294) boerderij ‘het zwarte koetje’ (1879) De Oude Molen 1; 2; 3; 4; 5 (complex 511966) De Oude Molen 1: laboratorium, watertoren; De Oude Molen 1a: werkplaats annex mmerwinkel; De Oude Molen 1b: salpeter- en ka toenmagazijn; De Oude Molen 1c: salpermagazijn; De Oude Molen 2: twee salpeterzuurge bouwen; De Oude Molen 4: magazijn; De Oude Molen 5: koestal en wagenschuur, kapberg; Amsteldijk-Zuid 59; 60; 61; 62: vier dienstwoningen; Kruitmolen 2; 4: twee gekoppelde dienstwoningen; Kruitmolen 6; 8: twee gekoppelde dienstwoningen; Amsteldijk-Zuid 54; 55; 56; 57; 58: buskruitmolen met vier woningen, incl. poort (ca. 1720) Hollandse dijk (524292) uitstroomgoot met uitwateringsluis (spuisluis) ten behoeve van het gemaal van de Noorder Legmeer en Thamerpolder (1884; W.C. & K. de Wit) Kruitmolen tegenover 21 (524293) transformatorhuisje (1918; J.B. van Lochem) Noorddammerlaan 124, 126 (complex 524279) St. Urbanuskerk Bovenkerk, pastorie (1887-1888; P.J.H. Cuypers) en priestergraf op de begraafplaats Van der Veerelaan 30 A (complex 530844) Kruiskerk met twee dienstgebouwtjes en voorplein (1949-1950, ir. Marius Duintjer) Zuidelijke Hoornsloot / Prinses Irenelaan / Amsterdamseweg. J.P. Thijssepark (532027) Langgerekt openbaar park met wandelpaden langs inheemse beplan ng (1940-1972)

Rijksbeschermde stads- of dorpsgezichten 1.

Buurt over Ouderkerk. Amstelzijde 2 tm 89. Aangewezen op 26 oktober 1990.

Provinciale monumenten 1.

Amstelzijde, nabij 52 voertuigweegbrug en dienstgebouwtje (1951; Willem Pool).

Gemeentelijke monumenten 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

Amsteldijk-Noord 69 poldergemaal (1878, restaura e 1973) complex met Machineweg MP stuw en sluis (1960) 11 december 2007. Amsteldijk-Noord 127/128 dubbel woonhuis en kaasboerderij Rembrandt (1904) 11 december 2007. Amsteldijk-Noord 167 villa (1937) 11 december 2007. Amsteldijk-Noord 168 villa (1936) 11 december 2007. Amsteldijk-Zuid 67/67A vm gemeentelijk aba oir met kantoor en bovenwoning (1928) 18 december 2007. Amsteldijk-Zuid 74 voormalige boerderij Van Buuren (ca 1855) met drie lindebomen 11 december 2007. Amsteldijk-Zuid 81 boerderij De Waardhuizen (18e eeuw?) 11 december 2007. Amsteldijk-Zuid 117 voormalige molen (1766) 12 juli 2011. Amsteldijk-Zuid 122 voormalige boerderij (laatste kwart 19e eeuw?) 11 december 2007. Amsteldijk-Zuid 138 vm parochiale St. Josephschool (1921) 18 december 2007. Amsteldijk-Zuid 146 woonhuis (kerkbestuur St. Urbanuskerk) (1914) 18 december 2007. Amsteldijk-Zuid 150 woonhuis (laatste kwart 19e eeuw) 18 december 2007. Amsteldijk-Zuid 167 woonhuis (eerste kwart 19e eeuw) 18 december 2007. Amsteldijk-Zuid 194 woon-zorgboerderij, voormalige boerderij (vermoedelijk 1874) alleen voorhuis met 1 beuk en 1 taxus. 11 december 2007. Amstelzijde 20 woonhuis (1909) 28 augustus 2007.

16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59.

Amstelzijde 22 woonhuis + vm mmerwerkplaats (1909) 28 augustus 2007. Amstelzijde 25 woonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 27 woonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 29 woonhuis, voormalig winkelwoonhuis (18e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 31 dubbel woonhuis met winkel, voormalige woning-smederij (18e/19e eeuw) 28 au gustus 2007. Amstelzijde 32 woonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 39 woonhuis, voormalig winkelwoonhuis met werkplaats (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 41 woonhuis, voormalig winkelwoonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 43 woonhuis, voormalig winkelwoonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 44 woonhuis, voormalig winkelwoonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 63 hel van dubbel woonhuis, voormalig winkelwoonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 65 hel van dubbel woonhuis, voormalig winkelwoonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 67 woonhuis, voormalig winkelwoonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 69 woonhuis, voormalig winkelwoonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 79 woonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amstelzijde 81 woonhuis (19e eeuw) 28 augustus 2007. Amsterdamseweg 22 kerkgebouw H. Annakerk (1927) 16 februari 2010. Amsterdamseweg 24 vm H. Engelbewaarderschool (1929) 3 juni 2008. Amsterdamseweg tussen 44 en 60. Broersepark (1926) 25 januari 2011.

Amsterdamseweg 273 vm Van Speykschool (1925) 3 juni 2008. Amsterdamseweg 283 vm villa (1937) 3 juni 2008. Amsterdamseweg tussen 297 en 311. Koos J. Landwehrpark, heempark (1950). 14 februari 2012. Amsterdamseweg 311 Johanneskapel (1928) 3 juni 2008. Amsterdamseweg 479 hel van twee-onder-een-kap (1925) 10 juni 2008. Amsterdamseweg 481 hel van twee-onder-een-kap (1925) 10 juni 2008. Amsterdamseweg 485 In de Groene Hagedis (1914) 3 juni 2008. Amsterdamseweg 511 villa Aemstelle (1926) 3 juni 2008. Badlaan 2A, 4 twee-onder-een-kap (1927) gevelwand 18 december 2007. Badlaan 6, 8 twee-onder-een-kap (1925) gevelwand 18 december 2007. Badlaan 10 villa (vm woonhuis architect P. Heijn) (1922) 18 december 2007. Badlaan 12 villa (1924) 18 december 2007. Baljuwenlaan 2 en 4/ Margriete van Clevelaan 16 en 18 vier woonhuizen (1932) 27 oktober 2009. Baljuwenlaan 6 woonhuis (1932) 22 december 2009. Baljuwenlaan 26 woonhuis (1931) 3 juni 2008. Benderslaan 2, 4 complex Het Palet Zuid (1954-1955) 1 april 2008. Bovenkerkerkade 3 villa (1935) 10 juni 2008. Bovenkerkerweg 86 boerderij Arbeid Adelt met zomerhuis en kaasmakerij (1901) met 1 beuk 18 december 2007. Bovenkerkerweg 106 kaasboerderij Clara Maria (voorheen Kent u zelve) (ca 1880) 18 december 2007. Bovenkerkerweg 112 boerderij Hoeksjan (1e kwart 19e eeuw) 18 december 2007.

Bovenkerkerweg 132 langhuisboerderij Eben Haezer met zomerhuis (1896) met 1 beuk en 1 es 18 december 2007. 53 Bruggen in het Amsterdamse Bos diverse loca es (1937 – 1970) 19 november 2013. Catharina van Clevelaan 28/ Margriete van Clevelaan 1 en 3 drie woonhuizen (1925) gevelwand 3 juni 2008. Catharina van Clevelaan 30 en 32/ Margriete van Clevelaan 2 drie woonhuizen (1926) gevelwand 3 juni 2008. Catharina van Clevepark 10 Michiel de Ruyterschool (1930) 1 april 2008.

60. 61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75. 76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101.

Catharina van Clevepark 12 trafosta on (1932) 11 december 2007. De Savornin Lohmanlaan 2 Prof J.H. Gunningschool (1952) 3 juni 2008. Dijkgravenlaan 1, 2, 3, 3A complex 4 woonhuizen (1938) gevelwand 10 juni 2008. Dorpsstraat 10 Villa Cornelia vm ambtswoning burgemeester (1908) 28 oktober 2008. Dorpsstraat 24 vm winkelwoonhuis (ca. 1900) 28 oktober 2008. Dorpsstraat 29 vm koetshuis, later winkelwoonhuis (1909) 18 december 2007. Dorpsstraat 31,33/Badlaan 2 drie winkelwoonhuizen (1936) gevelwand 18 december 2007. Dorpsstraat 34 vm pastorie NH kerk (ca 1876) 28 oktober 2008. Dorpsstraat 36 kerkgebouw Dorpskerk (1866) 16 februari 2010. Dorpsstraat 38 vm Openbare Lagere School (1907) 28 oktober 2008. Dorpsstraat 40-42 dubbel woonhuis (ca 1800) 28 oktober 2008. Dorpsstraat 43 vm winkelwoonhuis, later winkel (1908) 18 december 2007. Dorpsstraat 44 woonhuis (1799) 28 oktober 2008. Dorpsstraat 63 vm rijtuighandel/wagenmakerij, later winkelwoonhuis (1910) 18 december 2007. Dorpsstraat 64-64A vm café ‘Het Dors ge Hert’ (ca 1911) 28 oktober 2008. Dorpsstraat 65 woonhuis (1909) 18 december 2007. Dorpsstraat 66-76/ Sta onsstraat 2-20 complex 16 winkel-woonhuizen gevelwand (1923) 28 oktober 2008. Dorpsstraat 78/ Sta onsstraat 1-5 complex 4 winkel-woonhuizen gevelwand (1926) 28 oktober 2008. Eikenrodelaan 68 woonhuis (1933) 3 februari 2009. Elegast ong.

Brug (1937) met herdenkingsboom bij geboorte prinses Beatrix (31 januari 1938) 11 december 2007. Graaf Aelbrechtlaan 138 en 140 pastorie en kerkgebouw Apostolisch Genootschap (1940) 16 februari 2010. Haagbeuklaan 1 en 3 kerkgebouw met pastorie H. Geestkerk (1962) 16 februari 2010. Handweg 2 voormalig spoorwegwachterswoning ‘Post 32’ (1913) 1 december 1998. Handweg 31 villa Johanna (1916) 12 mei 2009. Handweg 111 vm onderwijzerswoning (ca 1908) 3 juni 2008. Handweg 117 kerkgebouw Geref. Handwegkerk (1899) Gevelwand. 16 februari 2010. Handweg 119 vm pastorie (gevelwand) met 2 beuken, fagus sylva ca ‘Atropunicea’ in de voor tuin (1907) 15 maart 2011. Heemraadschapslaan 23 woonhuis (1923) 3 juni 2008. Heemraadschapslaan 25 woonhuis (1923) 3 juni 2008. Heemraadschapslaan 44 woonhuis (1923) 3 juni 2008. Ir. Romplaan ong. brug (1937) 11 december 2007. J.C. van Ha umweg 4 en 6 voormalig dubbele spoorwegwachterswoning (1914) 1 december 1998. Keizer Karelweg 259-281 en 307-329 gevels van 2 flatgebouwen met elk 12 appartementen (1960) 27 oktober 2009. Kerklaan 40 woonhuis met vm werkplaats (laatste kwart 19e eeuw) 18 december 2007. Margaretha van Borsselenweg 4/ Rentmeesterslaan 65 t/m 68 gevels van 5 woonhuizen (1926/1927) 27 oktober 2009. Molenweg nabij 39 transformatorhuisje (1927) 11 december 2007. Mr. Rendorplaan 32 vm pastorie bij Pauluskerk (1937) 3 februari 2009. Mr.

Sixlaan 31 kosterswoning bij Pauluskerk (1937) 3 februari 2009. Nassaupark zuil met bloembak (geplaatst 1927) 26 augustus 2008. Nesserlaan 1 boerderij Bouwlust (1820) 18 december 2007. Nieuwe Kal eslaan 9 voormalig spoorwegwachterswoning en halte Kal eslaan 9 (1914) 1 de cember 1998. Noorddammerlaan 36 voormalig spoorwegwachterswoning en halte Bovenkerk ‘Sta on 31’ (1913) 1 december 1998.

102. 103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118. 119. 120. 121. 122. 123. 124. 125. 126. 127. 128.

Noorddammerweg 99 boerderij (laatste kwart 19e eeuw) 18 december 2007. Noorddammerweg 104 boerderij Adriaanhoeve (laatste kwart 19e eeuw) 18 december 2007. Ouderkerkerlaan 1,3 vm marechausseekazerne (1921) 10 juni 2008. Ouderkerkerlaan 10 woonhuis (1915) 8 september 2009. Ouderkerkerlaan 14,15 vm Christelijke school voor ULO (1926) 3 juni 2008. Parklaan 5 woonhuis en garage (1948) 22 juni 1999. Parklaan 8 woonhuis en garage (1938) 10 april 2012. Ringdijk BP 1 dwarshuisboerderij ‘Mariahoeve’ en vm zomerhuis (4e kwart 19e eeuw) 10 juni 2008. Ringdijk BP 6 samengevoegde arbeidershuisjes vh 5 en 6 behorende bij boerderij nr. 7 (ca 1900) 10 juni 2008. Ringdijk BP 7 boerderij (1923) 10 juni 2008. Ringdijk BP 15 voormalige molen (1765) 12 juli 2011. Ringdijk BP 18 voormalige molen (1767) 12 juli 2011. Ringdijk BP 22 boerderij (3e kwart 19e eeuw) 10 juni 2008. Ringdijk BP 23 stolpboerderij ‘Kerkzicht’ (ca 1885) 10 juni 2008. Sta onsstraat 15-17 vm Post- en Telegraa antoor met bovenwoning (ca 1921) 28 oktober 2008. Sta onsstraat 24-26 vm kantoor Rijksontvanger der Belas ngen met bovenwoning (ca 1922) 28 oktober 2008. Sta onsstraat 28, 28B en 30 voormalig spoorwegsta on Amstelveen met sta onswachterswoning en vrijstaand privaatgebouw met bergplaats (1912) 1 december 1998. Straat van Mozambique 1 Rietveldwoning, huize Dolk (1966) 18 december 2007.

Veenendaalplein brug en plantsoen met vijver (1937) 11 december 2007. Vierlingsbeeklaan 14A en 14B voormalig dubbele spoorwegwachterswoning (1914) 1 december 1998. Westelijk Halfrond 1 en 3A kerkgebouw Titus Brandsmakerk met Karmelietenklooster (1969) 16 februari 2010. Willem van Beijerenlaan 27 woonhuis onderdeel van complex woningen Van Spaenstraat 2 t/m 24 en Willem van Beijerenlaan 27 en 29 (1927) 10 juni 2008. Willem van Beijerenlaan 29 woonhuis onderdeel van complex woningen Van Spaenstraat 2 t/m 24 en Willem van Beijerenlaan 27 en 29 (1927) 10 juni 2008. Wolfert van Borsselenweg 92A en 92B voormalig dubbele spoorwegwachterswoning en halte Karselaan ‘Post 33 T’ (1913) 1 december 1998. Wolfert van Borsselenweg 95 vm landhuis, later woonhuis/kantoor (1919) 18 december 2007. Wolfert van Borsselenweg 116 kerkgebouw Prot. Pauluskerk (1937) 3 februari 2009. Wolfert van Borsselenweg 117a Bunker, gelegen in plantsoen tegenover de Pauluskerk (1943) 16 mei 2016

Gemeentelijke beschermde stads- of dorpsgezichten 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Amsteldijk-Noord 1c-16 complex 16 woonhuizen (Schneidershuisjes) Gevelwand met bermsloot; 11 december 2007. Boekenrodelaan 2-18 complex 9 woonhuizen; 3 februari 2009. Catharina van Clevepark 1-29 met Rentmeesterslaan 69 en 70 complex van 17 woonhuizen; 12 mei 2009. Catharina van Clevepark 30-40 complex van 6 appartementen; 3 februari 2009. Claes Persijnlaan 2-12 met De Ruwiellaan 15-19 (even en oneven), De Ruyschlaan 195-205 en Dijkgravenlaan 17-21 (even en oneven) complex 24 woonhuizen; 3 februari 2009. Jan Tooropplantsoen 1-16 met Jan Tooroplaan 51 t/m 53 en Nieuwe Kal eslaan 11-15 complex van 22 woningen; 27 oktober 2009. Middeldorpstraat 17-25 en Roemerdorpstraat 1 t/m 11 complex van 16 woningen; 16 december

8. 9. 10.

2009 / gewijzigd aanwijzingsbesluit van 31 mei 2016. Nassaupark 1-8 complex 8 woningen; 8 september 2009. Patrimoniumlaan 1-85, 4-58 en Spoorlaan 19-26 complex 79 woningen; 10 juni 2008. Plantsoen Laanhorn 1 t/m 22 complex 22 woningen; 10 juni 2008.

Bijlage 4

Cultuurhistorische waardekaart

Bijlage 5

Archeologische beleidsadvieskaart

Bijlage 6

Erfgoedverordening ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE AMSTELVEEN. De raad van de gemeente Amstelveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 augustus 2016; gelet op de ar kelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang met de ar kelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de ar kelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; gezien het advies van de commissie Ruimte Wonen en Natuur; besluit vast te stellen de volgende verordening: Erfgoedverordening gemeente Amstelveen. § 1. Algemeen Ar kel 1. Begripsbepalingen. Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het ge meentelijk erfgoedregister; b. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; c. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in ar kel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappe lijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden. e.

gemeentelijke archeologische waardekaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachngsgebieden zijn aangegeven; f. Archeologische waardekaart: Kaart van Amstelveense grondgebied die op basis van geomorfologische gegevens, de kans weergee op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge en lage tre ans; g. archeologisch verwach ngsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardekaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vond-sten of sporen te verwachten zijn; h. plan van aanpak: plan dat weergee hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; i. programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders wor den gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. j. gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan.

Ar kel 2. Gemeentelijk erfgoedregister 1. 2.

Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedre gister). Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter iden fica e van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschri en van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in ar kel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet. § 2. Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen Ar kel 3. Aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoederen of beschermde gemeentelijke verzameling

1.

2.

3. 4.

5.

Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cul tuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervang baar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigen dom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als be schermd gemeentelijk cultuurgoed. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermde gemeentelijk verzameling. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in ar kel 4.18 van de Erfgoedwet.

Dit ar kel is niet van toepassing op: a. beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in ar kel 1.1 van de Erfgoedwet, en b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in ar kel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. Ar kel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling

1.

2.

3.

Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in ar -kel 3, eerste of tweede lid, ambtshalve wijzigen of intrekken. Ar kel 3, vierde lid, is hierop van overeenkoms ge toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betre of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking hee als zodanig is tenietgegaan. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking hee wordt aangewezen als: a. beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in ar kel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in ar kel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister. § 3. Aanwijzing gemeentelijk monument Ar kel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument

1. 2.

Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. Dit ar kel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een pro vinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. Ar kel 6. Voornemen tot aanwijzing

1. 2.

Een voornemen om toepassing te geven aan ar kel 5 wordt door burgemeester en wethouders schri elijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerech gden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in ar kel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. Ar kel 7. Voorbescherming

1. 2.

De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkoms ge toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in ar kel 6 is bekendgemaakt. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aan wijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernie gd.

Ar kel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie 1.

2. 3.

Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan ar kel 5 ad vies aan een gemeentelijke adviescommissie waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. De gemeentelijke adviescommissie brengt binnen 4 weken na ontvangst van de adviesaanvraag schri elijk en deugdelijk gemo veerd advies uit. Ar kel 9. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit

1. 2.

Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag. De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monu ment. Ar kel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving

1. 2.

De aanwijzing wordt schri elijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerech gden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in ar kel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. Ar kel 11. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument

1.

2. 3.

In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van ar kel 8 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk mo-nument. Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als bur gemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in ar kel 5. Paragraaf 4 is van overeenkoms ge toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden schri elijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Ar kel 10 is van overeenkoms ge toepassing op deze aanwijzing.

Ar kel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1. 2. 3.

Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregis ter. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 3 van overeenkoms ge toepas sing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking hee als zodanig is tenietgegaan. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch mo nument waarop de aanwijzing betrekking hee is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in ar kel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister. § 4. Bescherming gemeentelijk monument Ar kel 13. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument

Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Ar kel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1.

2.

3.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of b. inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betre dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid. Ar kel 15. Intrekken van de omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning, bedoeld in ar kel 14, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden

ingetrokken: a. als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de ac viteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortze ng of ongewijzigde voortze ng van die ac viteit verze en. Ar kel 16. Weigeringsgronden 1. 2.

De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet verleend zonder overeenstem ming met de eigenaar. § 5. Rijksmonumenten Ar kel 17. Advies omgevingsvergunning rijksmonument

Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschri van de ontvankelijke aan-vraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in ar kel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in ar kel 8, eerste lid. Ar kel 8, tweede en derde lid, zijn van overeenkoms ge toepassing. § 6. Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten Ar kel 18. Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. 2. 3. 4. 5.

6.

De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in ar kel 8, eerste lid. Ar kel 8, tweede en derde lid, zijn van overeenkoms ge toepassing. De gemeenteraad beslist binnen 18 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening

7.

8.

kan worden vastgesteld. Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge ar kel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking van ar kel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen. Dit ar kel is niet van toepassing op beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van ar kel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in ar kel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ar kel 19. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads- en dorpsgezicht

1.

2.

3.

De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in ar kel 18, eerste lid, wijzigen of intrekken. Ar kel 18, tweede en derde lid, is hierop van overeenkoms ge toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betre of het stads- en dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking hee als zodanig is tenietgegaan. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- en dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking hee wordt aangewezen als: a. beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in ar kel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of b. beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in ar kel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister. Ar kel 20. Verbodsbepaling en aanvraag vergunning

1. 2. 3. 4.

Het is in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsver gunning als bedoeld in ar kel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. De ar kelen 15 en 16 zijn van overeenkoms ge toepassing. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplich ng als bedoeld in de ar kelen 13, 13a of 13b van de Woningwet. § 7. Instandhouding van archeologische terreinen. Ar kel 21. Instandhoudingsbepaling.

1. 2.

Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in ar kel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwach ngsgebied, bedoeld in ar kel 1, onder g, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien; a. het een verstoring betre van een archeologisch monument of archeologisch verwach ngsgebied als aangegeven op de archeologische waardekaart, en waarbij die verstoring plaats vindt: • in een gebied met lage archeologische verwach ngswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 10.000 m2, of; • in een gebied met een middelhoge archeologische verwach ngswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 1.000 m2 bij onverveend bovenland of kleiner is dan 5.000 m2 bij een ge jde-inversierug • in een gebied met hoge archeologische verwach ngswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2 bij zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden of kleiner is dan 50 m2 bij zone AMK-terrein. b. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; c.

in een wijzigingsplan, een uitwerkingsplan, een binnenplanse afwijking, nadere eisen, een buitenplanse afwijking, een buitenplanse jdelijke afwijking of een buitenplanse kleine afwijking als bedoeld in de ar kelen 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 1, 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 3, 2.12 lid 2 of 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 2 van Wet algemene bepalingen om gevingsrecht voorschri en zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; d. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwach ngs gebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische waardekaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart. e. een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of • de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of • in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. Ar kel 22. Opgravingen en begeleiding.

1.

2.

3.

Indien binnen het grondgebied van de gemeente Amstelveen onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van ar kel 1 sub 1c van de Erfgoedwet, dient, onver minderd de overige bepalingen van deze wet: a. het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in ar kel 1 onder i, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek. b. de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoel in ar kel 1 onder h van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen. In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen. Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de Archeologische monumentenzorg.

Ar kel 23. Procedure. De bepalingen uit ar kel 8, 15 en 16 zijn van overeenkoms ge toepassing op de bepalingen uit ar kel 21, tweede lid, onder e, en ar kel 22, eerste lid, onder b. § 8. Handhaving en toezicht Ar kel 24. Stra epaling Degene die handelt in strijd met ar kel 13 of het bepaalde krachtens ar kel 14, derde lid, van deze verordening wordt gestra met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Ar kel 25. Toezichthouders 1. 2.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de aangewezen (handhavings)ambtenaren. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. § 9. Slotbepalingen Ar kel 26. Intrekken oude verordening

De Erfgoedverordening gemeente Amstelveen 2010 wordt ingetrokken. Ar kel 27. Overgangsrecht 1. 2.

Een krachtens de Erfgoedverordening gemeente Amstelveen 2010 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkoms g de bepalingen van deze verordening. Aanvragen om vergunningen die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening gemeente Amstelveen 2010. Ar kel 28. Inwerkingtreding en citeer tel

1.

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekend gemaakt.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening gemeente Amstelveen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Amstelveen, 28 september 2016. De voorzi er, De griffier,

Toelich ng ALGEMEEN DEEL Inleiding Het gemeentelijk erfgoedbeleid verandert. Vooral de bundelingen van wetgeving in één Erfgoedwet en de verwachte invoering van de Omgevingswet s muleren zowel een meer integraal gemeentelijk erfgoedbeleid als de erkenning dat erfgoed een integraal onderdeel is van (de kwaliteit van) de fysieke leefomgeving. Door de invoering van deze twee we en is het bereik van de gemeentelijke Erfgoedverordening in vergelijking met de voorgaande verordening zowel breder – het betre nu monumenten én cultuurgoederen – als smaller: belangrijke fysieke onderwerpen zoals de aanwijzing of bescherming van stads- en dorpsgezichten of archeologische waarden en verwach ngen worden steeds minder geregeld via een verordening en meer via het bestemmingsplan en straks, onder de Omgevingswet, het omgevingsplan. Per saldo leidt een en ander tot een vereenvoudigde Erfgoedverordening. De Erfgoedverordening wordt vernieuwd vanwege de invoering van de nieuwe Erfgoedwet, per 1 juli 2016. De Erfgoedwet vervangt en integreert verschillende we elijke regelingen op het gebied van het cultureel erfgoed. Naast de Erfgoedwet wordt besluitvorming over cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving op termijn geregeld via de Omgevingswet.

De Erfgoedwet an cipeert op de invoering van de Omgevingswet door overgangsrecht als gevolg waarvan delen van de Monumentenwet 1988 van kracht blijven, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarom is deze verordening zowel gebaseerd op de Erfgoedwet als op de Monumentenwet 1988. In de Omgevingswet zal materieel gezien het bestaande stelsel van monumenten- en sloopvergunningen nagenoeg één-op-één worden overgenomen. Wel vindt op een aantal wetstechnische, procedurele en inhoudelijke punten stroomlijning plaats, die samenhangt met de samenvoeging met andere stelsels en de achterliggende vereenvoudigingsgedachte. Ook bepalingen over taken en bevoegdheden van de gemeentelijke monumentencommissies, de aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten en in dat kader het opstellen van beschermende bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen) en de bepalingen over de archeologische monumentenzorg in bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen zullen overgaan naar de Omgevingswet. Reikwijdte De Erfgoedwet integreert de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen 2013, de Wet verzelfstandiging museale diensten, de Monumentenwet 1988 (Mw 1988), de Wet tot behoud van cultuurbezit (Wbc), de Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtma ge invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen en de Wet tot teruggave cultuurgoederen a oms g uit bezet gebied.

In aanslui ng op de Erfgoedwet is gekozen voor een brede Erfgoedverordening die conform het begrip ‘cultureel erfgoed’ ziet op zowel onroerend cultureel erfgoed (monumenten) als roerend cultureel erfgoed (cultuurgoederen). Deze verordening ziet in beginsel niet meer op archeologie. Archeologische waarden moeten worden geborgd via het ruimtelijke spoor (lees: de bestemmingsplannen en de afwijkvergunning op basis van de Wabo) op grond van ar kel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en ar kel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht. [Omdat er binnen de gemeente nog bestemmingsplannen zijn waarin de bescherming van archeologische monumenten niet is opgenomen, is in het overgangsrecht afzonderlijk in een vangnetbepa-

ling voorzien (ar kel 23).] We elijke grondslag De grondslag voor deze verordening bestaat uit ar kel 3.16 van de Erfgoedwet en, op de voet van het overgangsrecht van ar kel 9.1 van de Erfgoedwet, de ar kelen 12 ,15 en 38 van de Monumentenwet 1988. Deze laatste wetgeving blij op grond van het overgangsrecht van de Erfgoedwet van kracht tot de invoering van de Omgevingswet. Daarnaast zijn ook de ar kelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) van belang in verband met de bescherming van monumenten door middel van omgevingsvergunningen. ARTIKELSGEWIJS Enkel die bepalingen die nadere toelich ng behoeven worden hieronder behandeld. Ar kel 1. Begripsbepalingen De we elijke defini es uit ar kel 1.1 van de Erfgoedwet gelden onverkort voor de begrippen die gebruikt worden in deze verordening, nu deze verordening berust op ar kel 3.16 van de Erfgoedwet en derhalve in samenhang met de Erfgoedwet moet worden gelezen. Ar kel 1 van deze verordening bevat daarom uitsluitend de begrippen “gemeentelijk monument”, “minister”, “omgevingsvergunning” en “stads- en dorpsgezichten” waarvan de defini e moet worden omschreven of die kortheidshalve zijn gegeven en die niet reeds (in deze vorm) in ar kel 1.1 van de Erfgoedwet zijn gegeven.

De voor deze verordening relevante begrippen uit de Erfgoedwet zijn: - archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; - archeologische vondst: overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezig-heid in het verleden a oms g van een archeologisch monument; - beschermd cultuurgoed: cultuurgoed dat: a. als zodanig is aangewezen op grond van ar kel 3.7, eerste lid [van de Erfgoedwet]; b. voorkomt in een opsomming als bedoeld in ar kel 3.7, derde lid [van de Erfgoedwet]; of c.

in geval van de aanwijzing van een beschermde verzameling op grond van ar kel 3.8, eerste lid, [van de Erfgoedwet] zolang nog geen opsomming voor die verzameling is vastgesteld, redelijkerwijs onder de algemene omschrijving van die beschermde verzameling valt; - beschermde verzameling: verzameling die is aangewezen op grond van ar kel 3.7, tweede lid [van de Erfgoedwet]; - cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de jd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, ona ankelijk van het bezit ervan, iden ficeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradi es, en die aan hen en toekoms ge genera es een referen ekader bieden; - cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; - kerkelijk monument: monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging; - monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; - normaal onderhoud: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het be-houd van monumentale

waarde; - rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; - rijksmonumentenregister: register als bedoeld in ar kel 3.3 [van de Erfgoedwet]; - verzameling: cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen.

Ar kel 2. Gemeentelijk erfgoedregister Het gemeentelijk erfgoedregister hee betrekking op al het (beschermd) gemeentelijk aangewezen cultureel erfgoed als dat krachtens deze verordening is gebeurd. Het gaat om door het gemeentebestuur zelf aangewezen monumenten, stads- of dorpsgezichten of cultuurgoederen. [Daarnaast is in het tweede lid geregeld dat ook informa e over rijksmonumenten die in de gemeente zijn gelegen in het gemeentelijk erfgoedregister worden opgenomen. Op grond van de Erfgoedwet ontvangen burgemeester en wethouders deze informa e in afschri van de minister bij de inschrijving in het rijksmo-numentenregister.] Dit ar kel gee uitvoering aan de verplich ng van ar kel 3.16, derde lid, van de Erf-goedwet en is daarmee van toepassing op al het cultureel erfgoed, ongeacht of het om onroerende of roerende zaken gaat, dat is aangewezen op grond van deze verordening. Het woord “onherroepelijk” betekent hier dat tegen de aanwijzing geen beroep (of be-zwaar) is ingesteld of dat het is afgewezen. Ar kel 3.

Aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoeder of beschermde gemeentelijke verzameling Dit ar kel maakt het mogelijk dat topstukken van het gemeentelijk cultuurbezit worden aangewezen als beschermde gemeentelijke cultuurgoederen of beschermde gemeentelijke verzamelingen, voor zover deze niet al voor het Nederlandse cultuurbezit als beschermde cultuurgoederen zijn aangewezen door de minister op grond van ar kel 3.7 van de Erf-goedwet of door gedeputeerde staten op grond van de provinciale erfgoedverordening krachtens ar kel 3.17 van de Erfgoedwet. De formele gevolgen van een aanwijzing van een cultuurgoed of verzameling als beschermd gemeentelijk cultuurgoed of beschermde ge-meentelijke verzameling zijn beperkt: ingevolge ar kel 2 van deze verordening zullen ze ingeschreven dienen te worden in het gemeentelijk erfgoedregister en er geldt op grond van het derde lid, in aanvulling op ar kel 4.18 van de Erfgoedwet, een adviesverplich ng bij een eventuele vervreemding daarvan door de gemeente of wanneer de gemeente afstand wil doen van het eigendom of de zorg voor het cultuurgoed dat of de verzameling die aan haar was toevertrouwd. De aanwijzing hee daarnaast vooral een symbolische betekenis en gee uitdrukking aan het belang dat de gemeente stelt in het betreffende cultuurgoed of de betreffende verzameling.

De aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen kan uit-sluitend betrekking hebben op cultuurgoederen en verzamelingen die in eigendom zijn van de gemeenten of cultuurgoederen en verzamelingen waarvan de zorg aan de gemeente is toevertrouwd. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij cultuurgoederen die door de gemeente in bruikleen zijn verkregen uit collec es van derden. Voor aanwijzing van dergelijke cul-tuurgoederen is overeenstemming met de eigenaar een vereiste. Burgemeester en wet-houders moeten voorts in het geval van een schenking, erfstelling, legaat of aankoop even-tuele beperkende of andere jurisische voorwaarden in acht nemen. Er kan op grond van deze verordening geen sprake zijn van de aanwijzing van cultuurgoe-deren van derden als beschermde gemeentelijke cultuurgoederen of verzamelingen, zonder toestemming van de eigenaar. Er bestaat onvoldoende we elijke grondslag om bij veror-dening een juridisch beschermingsregime eenzijdig aan een andere eigenaar op te leggen, zoals dat geldt voor de op rijksniveau beschermde cultuurgoederen (zie Hoofdstuk 4 van de Erfgoedwet). Van een eventuele aanwijzing zou daardoor geen enkele beschermde werking uitgaan. Daarom is ervan afgezien een aanwijzingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders te creëren. Ar kel 4.

Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd ge-meentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling Dit ar kel bepaalt o.a. dat bij wijziging (van niet-ondergeschikte aard) van een aanwijzing en bij intrekking van de status als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling dezelfde adviesprocedure geldt als bij onder meer de aanwijzing daarvan; over het voornemen daartoe vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in ar kel 4.18 van de Erfgoedwet. Bij een wijziging van onderge-schikte betekenis kan o.a. gedacht worden aan de plaatsaanduiding i.v.m. verhuizing van een cultuurgoed naar een andere loca e ter plekke of omdat het in jdelijke bruikleen wordt gegeven aan een museum. Voorts is hier bepaald dat een aanwijzing vervalt zodra het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking door de minister op een provincie wordt aangwezen als beschermd

cultuurgoed of beschermde verzameling.] Ar kel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument Dit ar kel regelt de toekenning van de status van gemeentelijk monument aan een monument of archeologisch monument (een tuin en een park vallen binnen het begrip ‘monument’, natuurlandschap niet). De aanwijzing vergt een belangenafweging tussen het met de aanwijzing te dienen belang en de overige bij de aanwijzing betrokken belangen, waaronder planologische en/of economische belangen of het gebruik van het monument of archeologisch monument. Deze formulering is ontleend aan ar kelen 3.1, eerste lid, en 3.16, tweede lid, van de Erfgoedwet. Burgemeester en wethouders hebben beleidsvrijheid bij de aanwijzing van een monument of archeologisch monument als beschermd gemeentelijk monument; er geldt bovendien niet zoiets als de voorheen gehanteerde vij igjarengrens voor monumenten. Bij de afweging van belangen die daarbij een rol spelen moeten ook de belangen van het gebruik ten opzichte van de te beschermen monumentale waarde uitdrukkelijk en gemo veerd naar voren komen. Bij de voorbereiding van een aanwijzing moeten deze belangen derhalve in concreto worden onderzocht. Ar kel 2 van de oude verordening (vergelijkbaar met het oude ar kel 2, eerste lid, van de Monumentenwet 1988) over het gebruik van het monument, keert echter niet terug in deze verordening.

Voor de aanwijzing als gemeentelijk monument voegt de bepaling over het gebruik van het (archeologisch) monument geen belang toe dat niet al op grond van ar kel 3:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dient te worden meegewogen. Volgens vaste jurispruden e van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat het bij een besluit over de aanwijzing als beschermd monument om de afweging van het algemeen belang dat is gemoeid met de bescherming van het cultureel erfgoed tegen de belangen die de eigenaar hee bij al dan niet aanwijzing. Het gebruik van het monument wordt beschouwd als een aspect van de belangen van de eigenaar en behoe daarom niet afzonderlijk te worden benoemd. Ar kel 6. Voornemen tot aanwijzing Eerste lid Ieder monument is gegeven de begripsbepaling van ar kel 1.1 van de Erfgoedwet per defini e een onroerende zaak (het gebouw). Ieder archeologisch monument omvat ten minste één onroerende zaak (het terrein, dat vanwege en samen met de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen, gegeven de begripsbepaling van ar kel 1.1 van de Erfgoedwet wordt aangemerkt als archeologisch monument).

Voor alle zakelijk gerech genden op de betreffende onroerende zaken is ontvangst van het voornemen van een aanwijzing door burgemeester en wethouders van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook ar kel 1, onder a, onderdeel 1, jo. ar kel 1, onder b, onderdeel 5, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Onder zakelijk gerech gden vallen ook hypothecaire schuldeisers ten aanzien van de onroerende zaak. Tweede lid De aanwijzing van kerkelijke monumenten vereist voorafgaand overleg met de eigenaar. Het gaat dan per defini e om een monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkge-nootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging (ar kel 1.1 van de Erfgoedwet). Dit lid stemt overeen met de vergelijkbare eis in ar kel 3.1 van de Erfgoedwet en ar kel 3.2a van de Wabo en doet recht aan de bijzondere posi e van het kerkelijk monument als plaats voor het gezamenlijk belijden van godsdienst of levensovertuiging. Dit geldt naast de algemene regel van ar kel 4:8 van de Awb op grond waarvan belanghebbenden zoals eigenaren moeten worden gehoord. Ar kel 7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=c2a0f85b-2ec8-49c5-92b4-ce43394e1bd6