Bijlage 3 Cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen
Tekst van het document
Archeologische beleidsadvieskaart Amsterdamse Bos
Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Bestemmingsplan
Amstelveen Noord-West 16.1 16.2
16.3 16.4
16.5
Gebiedsbeschrijving algemeen Cultuurhistorische waarden 16.2.1 Spoorlijn 16.2.2 Dorpskern Amstelveen 16.2.3 Kerken 16.2.4 Molens 16.2.5 Buitenplaatsen Landschappelijke waarden 16.3.1 Parken 16.3.2 Dijklichaam Amsterdamseweg – Dorpsstraat Archeologie 16.4.1 Historische kern 16.4.2 Dijklichaam 16.4.3 Onverveend Bovenland 16.4.4 Verveend en drooggemaakt Monumenten
Cultuurhistorische waardekaart Amstelveen Noord-West
16.1.1 Gebiedsbeschrijving algemeen Het gebied Amstelveen Noord-West bestaat uit de wijken Patrimonium, Randwijck en Elsrijk, en het meest noordelijke deel van de oude dorpskern Amstelveen. Het westelijke gedeelte van dit gebied, ten westen van het Kazernepad en de Rentmeesterslaan, is niet ontveend en ligt daardoor hoger dan de wijken die ten oosten hiervan gebouwd zijn. De buurten die op dit hogere gebied liggen zijn eerder gebouwd dan de buurten van deze wijken die lager liggen, in het ontveende en ingepolderde gebied. De Amsterdamseweg is van oorsprong een veendijk, welke fungeerde als ontginningsbasis voor de verder in westelijke rich ng optrekkende ontginningen ten behoeve van de turfwinning. Op deze hoger gelegen dijk ontstond al in een vroeg stadium bebouwing. Bovendien fungeerde de dijk als doorgaande route tussen Am-sterdam en het dorp Amstelveen.
stelveen – Bovenkerk loopt vanaf het Haarlemmermeersta on, langs het Zwarte Pad rich ng de kruising Handweg-Noorddammerlaan, nog steeds een museumtrammetje. Het tracé is tussen 1975 en 1997 geëlektrificeerd en wordt gebruikt door de Electrische Museum-tramlijn Amsterdam. Het tracé van de spoorlijn vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde.
16.2.2 Oude dorp Amstelveen Binnen het gebied ligt het meest noordelijke deel van de oude dorpskern van Amstelveen. Het dorp Amstelveen is begonnen als bebouwing op de veendijk, welke fungeerde als ont-ginningsbasis voor de verder in westelijke rich ng optrekkende ontginningen. Langs deze kade zijn al in een vroeg stadium de buurtschappen Roemersdorp, Middeldorp en Smedeman ges cht. Deze groeide uit tot de belangrijkste dorpskernen binnen de heerlijckheid (voorloper van de gemeente) Nieuwer-Amstel. In de loop Na de annexa es van grondgebied van Nieuwer-Am- der jd zijn de nederze ngen aan de Veendijk aan stel door de gemeente Amsterdam in 1896 en 1921 elkaar gegroeid en gezamenlijk bekend komen te rich e Nieuwer-Amstel zich in het interbellum op staan als Amstelveen. Sinds de aanleg van de snelde ontwikkeling tot forens-gemeente van de hoofd- weg A9 in 1967 is het noordelijke gedeelte van de stad. Hierdoor kwam een fors verstedelijkingsproces oude dorpskern geïsoleerd komen te liggen van het op gang. Nog voordat de Tweede Wereldoorlog uit- oude dorp Amstelveen. brak kwamen langs de Amsterdamseweg de nieuwe Waardevolle bebouwing ten noorden van de A9 bewoonwijken Patrimonium en Randwijck tot stand. tre de Annakerk en pastorie en de En-gelbewaarPatrimonium werd aangelegd op het reste-rende derschool.
Bovendien bevind zich met name aan de bovenland van de Buitendijkse Buitenveldertse oostelijke zijde van de Amsterdamse weg nog een Polder en de Middelpolder. Randwijck kwam deels deel oude lintbebouwing: overwegend vrijstaande op resterend bovenland en deels in het verveende woningen die elk met zorg zijn vormgegeven, overgebied op Middelpolder te liggen. Verder werden wegend in het eerste kwartaal van de 20ste eeuw. in de verveende Middelpolder reeds delen van de Deze overwegend voorname woningen, gelegen aan wijken Elsrijk en Keizer Karelpark gerealiseerd. weerszijden van de entree van het Broersepark en de Parklaan zijn hier in deze periode gebouwd om 16.2 Cultuurhistorische waarde de inwoners van Amster-dam te verleiden naar de gemeente Nieuwer-Amstel te verhuizen. Ze verte16.2.1 Spoorlijn genwoordigen het rus ge en landelijke wonen in Ten behoeve van het droogmalen is in de 18de een groene se ng, dat in groot contrast stond met eeuw een ringdijk rondom de Middelpolder aangehet wonen in de overvolle, drukke binnenstad van legd. Deze loopt dwars door de wijken Randwijck Amsterdam. en Elsrijk heen. Op dit hoger gelegen dijklichaam is begin twin gste eeuw een spoorlijn aangelegd, 16.2.3 Kerken onderdeel van de Haarlemmermeerspoorlijnen, die Amstelveen met Amsterdam verbond.
De HaarHeilige Sint Annakerk lemmermeer-spoorlijnen vormen een netwerk van Direct ten noorden van de A9 vinden we de kathovoormalige lokaalspoorlijnen in het gebied tussen lieke enclave van het oude dorp, waarbin-nen de Haarlem, Amsterdam, Utrecht en Leiden aangelegd Heilige St. Annakerk met naastgelegen pastorie zich door de Hollandse Elektrische Spoorweg Maatbevind, de katholieke Engelbewaardersschool en schappij.. verschillende broeder- en zusterhuizen. De Sint AnHet overgrote deel van de spoorrails is inmiddels nakerk is in 1927 gebouwd naar ontwerp van archiopgebroken, maar op het tracé Amsterdam – Amtecten J.P.L. Hendriks en H.C.M. van Beers.
Pauluskerk Aan de Wolfert van Borsselenweg ligt de Pauluskerk. Deze is in 1937 gebouwd door architect A.T. Kraan. De Pauluskerk vormt samen met de kosterij aan de Mr. Sixlaan 31 en de pastorie aan de Rensdorplaan 32 een fraai complex. Tijdens de tweede wereldoorlog is de toren (achtkan ge, met koper beklede ruiter) van de kerk verwijderd, omdat de Duitse beze er bang was, dat het als referen e zou worden gebruikt bij luchtaanvallen. Na de bevrijding is deze herbouwd. Johanneskapel Aan de Amsterdamseweg, tegenover heempark de Braak, ligt de van oorsprong hervormde Johanneskapel. Een kleinschalig kerkje, in 1928 gebouwd naar ontwerp van architect A. Ingwersen. In 1975 is de kerk met een tweetal vleugels uitgebreid, naar ontwerp van de architect John Webbers dat sterk afwijkt van de architectuur van de Johanneskapel. Kruiskerk De Kruiskerk met bijgebouwen en het voorplein uit 1949-1950 is de eerste van zes naoorlogse Nederlands Hervormde kerken van de bekende architect en latere hoogleraar bouwkunde ir. Marius Duintjer. De Kruiskerk maakt nog tradi oneel gebruik van torens en een schip, maar in een zeer onconven oneel ontwerp dat beantwoordde aan de protestantse liturgische vernieuwing. De Kruiskerk ligt in het verlengde van de Charlo e van Montpensierlaan, een prach ge zichtas langs een groene singel.
De kerk ligt bovendien te midden van een groen park, welke is ontworpen door de directeur van de gemeentelijke plantsoenendienst, Chris Broerse. Daarvan is de padenstructuur bewaard gebleven, de groenaanleg is gewijzigd. De vrije en prominente ligging van de kerk is behouden gebleven. Bovengenoemde kerken zijn belangrijke beeldbepalende gebouwen in hun omgeving. De St. Annakerk en de Pauluskerk genieten een gemeentelijke monumentenstatus. De Kruiskerk is aangewezen als Rijksmonument. 16.2.4 Molens Op de hoek van de Molenweg en de Amsterdamseweg ligt molen De Dikkert. De molen is a oms g uit de Zaanstreek, en is daar in 1672 gebouwd als houtzaagmolen. In 1896 is de molen in Amstelveen opnieuw opgebouwd en deed dienst als korenmolen. De molen staat inmiddels volledig temidden
van de bebbouwing, en vormt een herkenbaar markeringspunt, op de hoek van de molenweg en de Amsterdamseweg. De molen doet tegenwoordig dienst als restaurant ‘De Jonge Dikkert’. De molen is aangewezen als Rijksmonument. 16.2.5 Buitenplaatsen Aan de oostzijde van de Amsterdamseweg, nabij de banpaal en de entree van het voormalige kantoor van Van Leer’s Vatenfabriek (RM), hee in de 17e en 18de eeuw de buitenplaats Elsrijk gestaan. Eerder hee e de buitenplaats ‘Braekrijck’ vanwege de dijkdoorbraak die een meertje genaamd ‘de Braak’ had veroorzaakt op de loca e. Helaas is er niets meer terug te vinden van de buitenplaats. Desondanks hee de loca e cultuurhistorische waarde. 16.2.6 Verdedigingswerken Aan de Wolfert van Borsselenweg, in het plantsoen tegenover de Pauluskerk, staat een schuilkelder die daar jdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers is gebouwd. Tegen het talud van de Ringdijk bouwden zij in 1943 twee bunkers, als schuilplaats voor de Duitse beze ers bij bombardementen die woonden in geconfisqueerde huizen in de buurt. Eén van de twee bunkers was ingericht als telefooncentrale voor het divisiehoofdkwar er. Deze is in 1949 gesloopt. De andere bunker diende als meteosta on. Vanaf deze bunker werden weerballonnen opgelaten om de weersomstandigheden voor Schiphol te bepalen. De bunker is in 2016 aangewezen als gemeentelijk monument.
16.3 Landschappelijke waarde Het onverveende deel van het gebied Amstelveen Noord-west vertegenwoordigt een land-schappelijke waarde. Bovendien zijn in dit gebied een aantal parken gelegen, die stuk voor stuk waardevol zijn. 16.3.1 Parken Broersepark Het Broersepark (gemeentelijk monument), direct ten noorden van de oude dorpskern van Amstelveen bijvoorbeeld, is aangelegd tussen 1926 en 1928 naar ontwerp van de Naardense tuinarchitect D.F. Tersteeg. Het park is daar temidden van een aantal vrijstaande villa’s aangelegd en hee e toen nog het ‘Stads- en Wandelpark’ en was bedoeld om een aantrek-kelijke woonomgeving te creëren voor de welgestelde Amsterdammers.
Heempark de Braak Meer naar het noorden, ligt in de bocht van de Amsterdamseweg het Rijksmonumentale Heempark de Braak, aangelegd vanaf 1939 naar ontwerp van hoofd plantsoenendienst van de gemeente Nieuwer-Amstel C.P. Broerse en met hulp van botanisch tekenaar en planten-kenner J. (Koos) Landwehr. Jac. P. Thijssepark Aan de noord-west zijde van het plangebied, ligt het eveneens Rijksmonumentale Jac. P. Thijssepark. Dit heempark is aangelegd tussen 1940 en 1972, in drie fasen, naar ontwerp van C.P. Broerse en J. Landwehr. Het langgerekte park ligt verscholen tussen een villawijk, en de grenzen van het Amsterdamse Bos. Koos J. Landwehrpark Ten noorden van de Amsterdamseweg, ingeklemd tussen enerzijds de Amsterdamseweg en anderzijds de Mauritslaan, ligt bovendien nog een klein heempark dat als gemeentelijk monument is aangewezen: het Koos J. Landwehrpark. Aangelegd in 1950 naar ontwerp van C.P. Broerse. Het heempark vormt een groene schakel tussen het Jac. P. Thijssepark en heempark De Braak. 16.3.2 Dijklichaam Amsterdamseweg - Dorpsstraat Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer 3 kilome-ter westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te beschermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen.
Deze achterkade, ookwel de veendijk genoemd, is nog steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van de huidige Amsterdamse/Amstelveense weg, Dorpsstraat, Handweg en Bovenkerkerweg. Zowel het verhoogde dijklichaam als de daarop aanwezige karakteris eke bebouwing hee cultuurhistorische waarde. Langs de lijn van het Kazernepad en de Rentmeesterslaan ligt een hoger gelegen secundaire kade, die het hoger gelegen westelijke gedeelte Patrimonium afscheidt van het door ontvening lager gelegen oostelijk gelegen Elsrijk en oostelijk gedeelte van Randwijck. De kade is onderdeel van de ringdijk die in de 18de eeuw rond de Middelpolder is aangelegd. De ringdijk loopt ten zuiden van de kal eslaan, ten oosten van het bovenland langs de Amstel, ten noorden van het Groot Loopveld (huidige A9-tracé) en ten westen van de Rentmeesterslaan.
16.4 Archeologie 16.4.1 Historische kern Op een groot deel van de veendijk waarover de Amsterdamseweg loopt, hee in een vroeg stadium bewoning plaatsgevonden. Bovendien was het de doorgaande route tussen Amsterdam en het dorp Amstelveen. Het gebied hee een hoge archeologische verwach ngswaar-de op de archeologische verwach ngswaarde. Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeo-logisch onderzoek plaats te vinden. Aan die Amsterdamse weg lag op loca e van de voormalige hoofdkantoor van de Vatenfa-briek van Leer in de 17e en 18e eeuw de buitenplaats Elsrijk. Dit gebied is ook aangeduid als van hoge archeologische waarde. Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch on-derzoek plaats te vinden. Hetzelfde criterium geldt voor de loca es van twee bekende archeologische vindplaatsen van de Late Middeleeuwen aan de Amsterdamseweg en de Nieuwe Tijd aan de Burgemeester A. Colijnweg, aangeduid met een rode s p op de kaart. 16.4.2 Dijklichaam Het tracé van de Amsterdamseweg is op de Archeologische beleidsadvieskaart aangeduid als ‘Dijklichaam’: een zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden.
Dat betekent dat bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 100 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. 15.4.3 Onverveend bovenland Het gebied rond de Poel en de Poeloevers bestaat uit onverveend bovenland. Het is daarom op de archeologische beleidsadvieskaart aanduid als van middelhoge archeologische waarde. 16.4.3 Onverveend bovenland Het Amstelveens grondgebied dat tussen de twee ringdijken van de Middelpolder en de Rietwijkerpolder in ligt, is niet ontveend en ingepoldert. Daarom hee het een middelhoge archeologische verwachngswaarde. Dat betekent dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 1.000 vierkante meter, dieper dan 30 cm, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden.
16.4.4 Verveend en drooggemaakt Het Amstelveens grondgebied ten oosten van de ringdijk rond de Middelpolder, hee een lage archeologische verwach ngswaarde. Alleen bij zeer grote bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het gebied is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd, drooggemalen en op loca e van de woongebieden opgespoten met zand. De archeologische verwach ngswaarde is er daarom laag. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de loca e vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’. Mochten er jdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform ar kel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd ge-zag, de gemeente Amstelveen. 16.5 Monumenten Rijksmonumenten ● Amsterdamseweg, nabij, de Braak, openbaar park met inheemse beplan ng (532028). Bouwjaar: 1939. Ontwerp: C.P. Broerse. Aan gewezen op 27 mei 2011. ● Amsterdamseweg, nabij 212 (8140); banpaal. Bouwjaar: 1625. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 15 december 1970.
● Amsterdamseweg 60; 62; 64; 66; (524290) twee dubbele woonhuizen. Bouwjaar: 1928. Aangewezen op 9 juli 2002. ● Amsterdamseweg 104A; (527661) (hout zaag)molen ‘De Dikkert’ met twee aangebouwde schuren. Bouwjaar: 1672. Aangewezen op 12 maart ● Amsterdamseweg 204; kantoorgebouw Van Leer’s Vatenfabriek met vrijstaande schoorsteen, por ersloge en parkaanleg. Bouwjaar: 1957, 1958. Ontwerp: Marcel Breuer. Aangewezen op 7 april 2010. ● Amsterdamseweg 419, 421 en 421a; bankgebouw voormalige incassobank (524291). Bouwjaar: 1938. Ontwerp: Gratema en Dinger. Aangewezen op 9 juli 2002. ● Van der Veerelaan 30a; Kruiskerk met twee
●
dienstgebouwtjes en voorplein (530844). Bouwjaar: 1949, 1950) Ontwerp: Marius Duintjer. Aangewezen op 23 maart 2010. Zuidelijke Hoornsloot, Prinses Irenelaan, Amsterdamseweg; Dr. J.P. Thijssepark, openbaar park met inheemse beplan ng (532027). Bouwjaar: 1941, 1949 en 1971. Ontwerp: C.P. Broerse. Aangewezen op 27 mei 2011.
Gemeentelijke monumenten ● Amsterdamseweg 22; kerkgebouw Heilige Annakerk. Bouwjaar: 1927. Ontwerp: J.P.L Hendriks en H.C.M. van Beers. Aangewezen op 16 februari 2010. ● Amsterdamseweg 24; vm H. Engelbewaar derschool. Bouwjaar: 1929. Ontwerp: J.P.L. Hendriks en H.C.M. van Beers. Aangewezen op 3 juni 2008. ● Amsterdamseweg tussen 44 en 60; Broer separk. Bouwjaar: 1926. Ontwerp: D.F. Ter-steeg. Aangewezen op 25 januari 2011. ● Amsterdamseweg 273; vm Van Speykschool. Bouwjaar: 1925. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 3 juni 2008. ● Amsterdamseweg 283; vm villa. Bouwjaar: 1937. Ontwerp: H.F. Sijmons. Aangewezen op 3 juni 2008. ● Amsterdamseweg tussen 297 en 311; Koos J. Landwehrpark, heempark. Bouwjaar: 1950. Ontwerp: C.P. Broerse. Aangewezen op 14 februari 2012. ● Amsterdamseweg 311; Johanneskapel. Bouwjaar: 1928. Ontwerp: A. Ingwersen. Aangewezen op 3 juni 2008. ● Amsterdamseweg 479; hel van twee-ondereen-kap. Bouwjaar: 1925. Ontwerp: H. van der Bijl. Aangewezen op 10 juni 2008. ● Amsterdamseweg 481; hel van twee-ondereen-kap. Bouwjaar: 1925. Ontwerp: H. van der Bijl. Aangewezen op 10 juni 2008. ● Amsterdamseweg 485; In de Groene Hagedis Bouwjaar: 1914. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 3 juni 2008. ● Amsterdamseweg 511; villa Aemstelle Bouw jaar: 1926. Ontwerp: H. van der Bijl. Aangewezen op 3 juni 2008.
● Baljuwenlaan 2 en 4, Margriete van Clevel aan 16 en 18; vier woonhuizen. Bouwjaar: 1928. Ontwerp: Corn. J.H. Schol. Aangewezen op 27 oktober 2009. ● Baljuwenlaan 26; woonhuis. Bouwjaar: 31.
●
●
●
● ●
●
● ●
● ● ● ●
●
●
Ontwerp: A.R. de Vries & W. Pool. Aangewezen op 3 juni 2008. Catharina van Clevelaan 28/ Margriete van Clevelaan 1 en 3; drie woonhuizen. Gevelwand. Bouwjaar: 1925. Ontwerp: F.A. Warners. Aangewezen op 3 juni 2008. Catharina van Clevelaan 30 en 32/ Margriete van Clevelaan 2; drie woonhuizen, gevelwand. Bouwjaar: 1926. Ontwerp: F.A. Warners. Aangewezen op 3 juni 2008. Catharina van Clevepark 10, Michiel de Ruyterschool. Bouwjaar: 1930. Ontwerp: Dienst Gemeentewerken. Aangewezen op 1 april 2008. Catharina van Clevepark 12, trafosta on. Bouwjaar:1932. Ontwerp: P.E.N. Aangewezen op 11 december 2007. De Savornin Lohmanlaan 2, Prof J.H. Gun ningschool. Bouwjaar: 1952. Ontwerp: Ge meentewerken Nieuwer-Amstel. Aangewe zen op 3 juni 2008. Dijkgravenlaan 1, 2, 3, 3A complex 4 woonhuizen. Gevelwand. Bouwjaar: 1938. Ontwerp: F. Jurrema. Aangewezen op 10 juni 2008. Eikenrodelaan 68; woonhuis. Bouwjaar: 1933. Ontwerp: Veerman en Dekker. Aangewezen op 3 februari 2009. Graaf Aelbrechtlaan 138, 140; pastorie en kerkgebouw Apostolisch Genootschap. Bouwjaar: 1940. Ontwerp: ir. C.M. Bakker. Aangewezen op 16 februari 2010. Heemraadschapslaan 23; woonhuis. Bouw jaar: 1923. Ontwerp: H. Baarda & Jac. Bot. Aangewezen op 3 juni 2008. Heemraadschapslaan 25; woonhuis. Bouw jaar: 1923. Ontwerp: H. Baarda & Jac. Bot. Aangewezen op 3 juni 2008. Heemraadschapslaan 44; woonhuis. Bouw jaar: 1923. Ontwerp: H.
Baarda & Jac. Bot. Aangewezen op 3 juni 2008. Keizer Karelweg 307-329; flatgebouw met 12 appartementen. Bouwjaar: 1960. Ont-werp: W.M. Dudok en R.M.H. Magnée. Aangewe zen op 27 oktober 2007. Margaretha van Borsselenlaan 4 / Rentmeesterslaan 65 t/m 68; gevels van 5 woonhuizen. Bouwjaar: 1926/1927. Ontwerp: H. van der Bijl. Aangewezen op 27 oktober 2009. Mr. Rendorplaan 32; vm pastorie bij Paulus kerk. Bouwjaar: 1937. Ontwerp: A.T. Kraan. Aangewezen op 3 februari 2009.
● ● ● ● ● ● ●
●
●
Mr. Sixlaan 31; kosterswoning bij Pauluskerk. Bouwjaar: 1937. Ontwerp: A.T. Kraan. Aange wezen op 3 februari 2009. Molenweg nabij 39; transformatorhuisje. Bouwjaar: 1927. Ontwerp: P.E.N. Aangewezen op 11 december 2007. Nassaupark; zuil met bloembak. Geplaatst in 1927. Aangewezen op 26 augustus 2008. Parklaan 5; woonhuis en garage. Bouwjaar: 1948. Ontwerp: W. Hol. Aangewezen op 22 juni 1999. Parklaan 8; woonhuis en garage. Bouwjaar: 1938. Ontwerp: dhr E. Verschuyl en dhr P. J. Verschuyl jr.; Aangewezen op 10 april 2012. Willem van Beijerenlaan 27-29; 2-onder-1kap woning. Bouwjaar: 1927. Ontwerp: P.J.M. Zeegers. Aangewezen op 10 juni 2008. Wolfert van Borsselenweg 92A en 92B; voor malig dubbele spoorwegwachterswoning en halte Karselaan ‘Post 33 T’. Bouwjaar: 1913. Ontwerp: H.E.S.M. Aangewezen op 1 december 1998. Wolfert van Borsselenweg 95; vm. landhuis, later woonhuis/kantoor. Bouwjaar: 1919. Ontwerp: J. van der Bijl. Aangewezen op 18 december 2007. Wolfert van Borsselenweg 116; kerkgebouw Prot. Pauluskerk. Bouwjaar: 1937. Ont-werp: A.T. Kraan. Aangewezen op 3 februari 2009.
Gemeentelijke beschermde dorpsgezichten ● Patrimoniumlaan 1-85, 4-58 en Spoorlaan 19-26; complex 79 woningen. Bouwjaar: 1949. Ontwerp: J.C. Teunisse. Aangewezen op 10 juni 2008. ● Plantsoen Laanhorn 1 t/m 22; complex 22 woningen. Bouwjaar: 1930. Ontwerp: A.R. de Vries & W. Pool. Aangewezen op 10 juni 2008. ● Boekenrodelaan 2-18; complex 9 woonhui zen; Bouwjaar: 1930. Ontwerp: J.C. Brand. Aangewezen op 3 februari 2009. ● Catharina van Clevepark 1-29 met Rentmees terslaan 69 en 70; complex van 17 woonhui zen. Bouwjaar: 1927. Ontwerp: J.C. Brand jr. Aangewezen op 12 mei 2009. ● Catharina van Clevepark 30-40; complex van 6 appartementen. Bouwjaar: 1949. Ontwerp: Wiegerinck & Rutgers. Aangewezen op 3 februari 2009. ● Claes Persijnlaan 2-12 met De Ruwiellaan 15-19 (even en oneven), De Ruyschlaan 195-205 en Dijkgravenlaan 17-21 (even en
●
oneven); complex 24 woonhuizen. Bouwjaar: 1938. Ontwerp: J.C. Teunisse. Aangewe zen op 3 februari 2009. Nassaupark 1-8; complex 8 woningen. Bouw jaar: 1926. Ontwerp: A. Ingwersen. Aangewezen op 8 september 2009.
Archeologische Beleidsadvieskaart Amstelveen Noord-West
Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Bestemmingsplan
Amstelveen Midden-West 17.1 17.2
17.3 17.4
17.5
Gebiedsbeschrijving algemeen Cultuurhistorische waarden 17.2.1 Dorpskern Amstelveen 17.2.2 Verdedigingswerken 17.2.3 Kerken 17.2.4 Spoorlijn Landschappelijke waarden 17.3.1 Groot Loopveld 17.3.2 Dijklichaam Handweg - Bovenkerkerweg Archeologie 17.4.1 Historische kern 17.4.2 Dijklichaam 17.4.3 Onverveend Bovenland 17.4.4 Verveend en drooggemaakt Monumenten
Cultuurhistorische waardekaart Amstelveen Midden-West
17.1.1 Gebiedsbeschrijving algemeen Het gebied, centraal gelegen in Amstelveen, wordt aan de noordzijde begrenst door het A9 tracé en de Ouderkerkerlaan. Van oudsher werd deze strook bovenland tussen het dorp en de Amsteldijk ook wel ‘het groot loopveld’ genoemd. Aan de westzijde wordt het gebied be-grenst door de Handweg/ Bovenkerkerweg, eveneens een oude veendijk die fungeerde als ontginningsbasis voor de verder in westelijke rich ng optrekkende ontginningen. Daar waar de twee veendijken samenkomen ontstond het dorp Amstelveen. Het Keizer Karelpark is het gebied tussen Rijksweg A9, de Beneluxbaan, de Sportlaan en de Handweg. Dit omvangrijke plangebied omvat een belangrijk deel van de uitleg die in de jaren vij ig ten zuiden van de Ouderkerkerlaan werd gerealiseerd. Bij het bepalen van de stedenbouwkundige opzet van Keizer Karelpark speelde de gemeentelijke stedenbouwkundige W. Bron en de directeur van de Plantsoenendienst Chr. P. Broerse een belangrijke rol. Het resultaat van deze samenwerking is onder andere zichtbaar in het samenspel van de flats die Augus nuspark omzomen en het groen. In 1953 werd een begin gemaakt met het ontwerpen van stedenbouwkundige plannen voor het Keizer Karelpark. Het zuidelijke gedeelte van Keizer Karelpark hee een menging van dominante flatgebouwen en strak verkavelde eengezinsrijenhuizen.
Er is een samenhang met de goed ontwikkelde groenstructuur en tussen de flatgebouwen zijn grote solitaire groenplekken. Hierdoor levert de wat droge opzet van de verkaveling in totaal toch een aan-genaam woonmilieu op. Daaraan wordt ook een bijdrage geleverd door de zorgvuldige situering van de bijzondere gebouwen (scholen, kerken) met de vaak ruime terreinen eromheen.
verder in westelijke rich ng optrekkende ontginningen. Langs deze kade zijn al in een vroeg stadium de buurtschappen Roemersdorp, Middeldorp en Smedeman ges cht. Deze groeide uit tot de belangrijkste dorpskernen binnen de heerlijckheid (voorloper van de gemeente) Nieuwer-Amstel. In de loop der jd zijn de nederze ngen aan de Veendijk aan elkaar gegroeid en gezamenlijk bekend komen te staan als Amstelveen. Deze benaming komt in de loop van de 15e eeuw voor het eerst voor in schri elijke bronnen. Hoewel sterk op Amsterdam georiënteerd, bleef Amsterdam tot in de 20ste eeuw een landelijke nederze ng waarvan de bevolking zich bezighield met veehouderij, turfwinning en visserij.
In de 17e en 18e eeuw waren in het dorp Amstelveen een kerk, een aantal herbergen, win-kels en ambachtelijke bedrij es te vinden. Het oude dorp Amstelveen had omstreeks 1850 een lintvormig karakter, waarin zich een plaatselijke verdich ng bevond rond de kerk aan het Dorpsplein. Omdat de Amsterdamseweg de doorgaande route tussen Amsterdam en Leiden vormde, was het dorp Amstelveen een goede pleisterplaats met herbergen voor de passerende mensen- en goederenstroom. In de 19de eeuw werd zelfs tol geheven aan de Dorpsstraat. Na de aanleg van het spoorlijntje in 1915 en de komst van het sta on Amstelveen, nam het inwonersaantal snel toe en groeide niet alleen de dorpskern van Amstelveen maar werden daaromheen ook woonwijken gepland, in eerste instan e aan weerszijde van de Amsterdamseweg. Vanwege de snelle groei van het inwonersaantal in de eerste decennia van de twin gste eeuw bleek het noodzakelijk een uitbreidingsplan voor de gemeente op te stellen. Als gevolg hiervan werden de wijken Patrimonium en Randwijck gebouwd. In de jaren zes g bleek dat het oude dorp niet langer als kern kon dienen voor de moderne en nog al jd snel groeiende plaats. Men ontwikkelde een nieuw 17.2 Cultuurhistorische waarden krach g, aantrekkelijk en centraal gelegen centrum aan de A9; het stadshart.
Horeca en winkels vertrok17.2.1 Oude dorp Amstelveen ken in rap tempo uit het dorp rich ng het nieuwe Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening centrum. In deze periode hee een deel van de plaatsvond, werd op ongeveer 3 kilome-ter westehisto-rische bebouwing in het oude dorp plaats lijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om moeten maken voor modernere bebouwing. het ontgonnen gebied te beschermen tegen water- Zowel de veendijk als de historisch gegroeide beoverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze bouwing in de dorpskern van Amstelveen hebben achterkade, ookwel de veendijk genoemd, is nog cultuurhistorische waarde. steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van Ten zuiden van het oude dorp heet de veendijk in de huidige Amsterdamse/Amstelveense weg, Dorps- het verlengde van de Amsterdamseweg de Handstraat, Handweg en Bovenkerkerweg. weg. De historische oorsprong van de Handweg is De veendijk fungeerde als ontginningsbasis voor de niet alleen af te lezen aan de hogere ligging van de
veendijk, maar ook aan de historisch gegroeide bebouwing. Deze is overwegend vrijstaand en per bouweenheid ontworpen. De bebouwing verschilt in uiterlijke verschijningsvorm, bouwjaar en oriënta e aan de dijk. Nog zuidelijker gaat de Handweg over in de Bovenkerkerweg. 17.2.2 Verdegingswerken Vanaf de 16e eeuw ontwikkelde de wapentechniek zich zodanig dat kastelen, stadsmuren en ves nggrachten niet voldoende bescherming boden tegen vijandelijk geschut. Er werden daarom steeds meer verdedigingswerken aangelegd in het buitengebied. De omgeving van Amstelveen maakte deel uit van het verdedigingsgebied rond Amsterdam. Om aaneengesloten stellingen te creëren werden in oorlogs jd in laag gelegen gebieden tussen de verdedigingswerken militaire inunda es aangelegd. Zodoende ontstonden in de loop der jd verdedigingslinies zoals de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dwars door Amstelveen loopt een stelling van een aantal oude verdedigingswerken: een voorloper van de Stelling van Amsterdam uit 1787. Deze linie werd aan het begin van de 19de eeuw door de luitenant-generaal C.R.T. baron Krayenhoff aangelegd, in opdracht van Raadspensionaris R.J. Schimmelpenninck (17611825). Begin 19de eeuw dreigde oorlog tussen Frankrijk en Pruissen en bestond er de vrees dat het Koninkrijk bij het Franse Rijk zou worden ingelijfd.
Dit was aanleiding om een verdedigingslinie met inunda es (het onderwater ze en van gebieden) en de verdedigingsposten te ontwerpen in een cirkel rondom Amsterdam, die de aanvallers op tenminste twee uur van de hoofdstad zouden houden. De linie bestond uit zogeheten ‘posten’: dit zijn eenvoudige, hoger gelegen aarden wallen bewapend met één of meer kanonnen. De posten 11, 12, 13 en 14 van deze linie bevonden zich op het huidige Amstelveense grondgebied: twee ervan bevinden zich in het bestemmingsplangebied Am-stelveen MiddenWest: Post 13 aan de Ouderkerkerlaan en post 14 aan de Handweg. Van de posten is weinig meer terug te vinden. Ze zijn afgegraven of overbouwd. Ter herinnering van post 13 en 14 is in 1996 een zwart granieten herdenkingssteen aangebracht in de bestra ng van het Tempelhof. 17.2.3 Kerken Handwegkerk en pastorie De gereformeerde Handwegkerk aan de Handweg is gebouwd in 1899 naar ontwerp van de Amster-
damse architect B. Koolhaas. Het betre een zaalkerk met een kerkzaal van zeven traveeën en een zadeldak. De toegang van de kerk wordt bekroond met een achthoekig torentje met een achtzijdige spits. Naast de Handwegkerk ligt de bijbehorende pastorie. Deze is in 1907 gebouwd door de Amstelveense architect L. van der Bijl, en profileert zich als een sta g huis in een landelijke omgeving. Zowel de kerk als de pastorie zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Heilige Geestkerk De Heilige Geestkerk bevindt zich op de hoek van de Haagbeuklaan en de Lindenlaan en is gebouwd in 1961 naar ontwerp van architect J.G. de Groot. Het betre een groot vierkant gebouw met een plat dak, een vrijstaande klokkenstoel en een doopkapel die met een korte gang met de kerkzaal is verbonden, past qua ontwerp in de bouwtradi e van de jaren ’50 en ’60. Bijzonder is het tegeltableau dat zich bevindt boven de entree, naar ontwerp van glas-kunstenaar Hub Levigne. De kerk is aangewezen als gemeentelijk monument. Paaskerk Centraal in het Keizer Karelpark, aan het water, staat de in 1963 gebouwde hervormde Paaskerk naar ontwerp van de architect J.B. baron van Asbeck. De bijzondere architectuur van de kerk is geïnspireerd op de kapel in Ronchamp van architect Le Corbusier. De kerk hee een vierkante pla egrond en twee verdiepingen. Daarop ligt een zeer karakteris ek zogeheten schaaldak.
De kerk is gelegen in een groene parkse ng, en twee van de gevels van de kerk grenzen aan een vijver. De kerk stond vanaf 2010 op de gemeentelijke monumentenlijst en is in 2014 aangewezen als Rijksmonument. Dorpskerk De Dorpskerk, in het centrum van het dorp Amstelveen, staat op een plek waar al vele eeu-wen een kerk hee gestaan. Het overgrote deel van de huidige Dorpskerk is gebouwd in 1866, mogelijk staat hij op een oude fundering van een voorganger. In 1925 wordt de kerk uitgebreid met een transept. In 1928 wordt de kerk voorzien van de huidige toren en entree, naar ontwerp van architect Bakhuizen, nadat de vorige toren door blikseminslag was be-schadigd. Na enkele jaren van leegstand hee de kerk in 2012 een nieuwe func e gekregen als gezondheidscentrum. De kerk is aangewezen als gemeentelijk monument.
17.2.4 Spoorlijn Midden in het oude dorp Amstelveen staat het staon Amstelveen en loopt in noord-zuidelijke rich ng een spoorlijn over een hoger gelegen dijklichaam. Deze is begin twin gste eeuw aangelegd, en was onderdeel van de Haarlemmermeerspoorlijnen, die Amstelveen met Amsterdam verbond. De Haarlemmermeerspoorlijnen vormen een netwerk van voormalige lokaalspoorlijnen in het gebied tussen Haarlem, Amsterdam, Utrecht en Leiden aangelegd door de Hollandse Elektrische Spoorweg Maatschappij. Het overgrote deel van de spoorrails is inmiddels opgebroken, maar op het tracé Amsterdam – Amstelveen – Bovenkerk loopt vanaf het Haarlemmermeersta on, langs het Zwarte Pad rich ng de kruising Handweg-Noorddammerlaan, nog steeds een museumtrammetje. Het tracé is tussen 1975 en 1997 geëlektrificeerd en wordt gebruikt door de Electrische Museum-tramlijn Amsterdam. Het tracé van de spoorlijn vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde. De sta onnetjes aan deze lijn, waaronder het sta on Amstelveen, evenals de spoorwegwachterswoningen, zijn in Amstelveen allemaal aangewezen als gemeentelijke monumenten. 17.3 Landschappelijke waarde 17.3.1 Groot Loopveld Het hoger gelegen, niet ontveende Groot Loopveld is van oorsprong ontstaan als een water-kering tussen de ontveende Middelpolder en de Bovenkerkerpolder.
De Ouderkerkerlaan werd ookwel ‘Het Groot Loopveld’ genoemd, in tegenstelling tot ‘Het Klein Loopveld’, waar-mee de Kal eslaan werd aangeduid. De benaming ‘loopveld’ maakt een oorspronkelijke func e als verbindingsroute tussen de Amsteldijk en het dorp Ouderkerk aan de Amstel en de Veendijk waaraan het dorp Amstelveen ontstond, aannemelijk. 17.3.2 Dijklichaam Handweg – Bovenkerkerweg Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer 3 kilome-ter westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te beschermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze achterkade, ookwel de veendijk genoemd, is nog steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van de huidige Amsterdamse/Amstelveense weg, Dorpsstraat, Handweg en Bovenkerkerweg. Zowel het verhoogde dijklichaam als de daarop
aanwezige karakteris eke bebouwing hee cultuurhistorische en landschappelijke waarde. 17.4 Archeologie 17.4.1 Historische kern In de dorpskern van Amstelveen, evenals op de veendijk waarover de Amsterdamseweg – Handweg loopt, hee in een vroeg stadium bewoning plaatsgevonden. Het gebied hee een hoge archeologische verwach ngswaarde op de archeologische verwach ngswaarde. Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. 17.4.2 Dijklichaam De veendijk waarover de Handweg - Bovenkerkerweg loopt, hee een hoge archeologische waarde. Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 100 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het betre onverveend bovenland en vormde eeuwenlang de doorgaande route voor reizigers tussen Amsterdam en Leiden. 17.4.3 Onverveend Bovenland Het Groot Loopveld, de strook onverveend bovenland tussen het dorp Amstelveen en Ouderkerk aan de Amstel, hee een middelhoge archeologische verwach ngswaarde. Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 1.000 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden.
17.4.4 Verveend en drooggemaakt Het Amstelveens grondgebied ten zuiden van de Ouderkerkerlaan en ten oosten van de Handweg hee een lage archeologische verwach ngswaarde. Alleen bij zeer grote bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het gebied is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd, drooggemalen en op loca e van de woongebieden opgespoten met zand. De archeologische verwachngswaarde is er daarom laag. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de loca e vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een
gebied gaat dat op de be-leidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’. Mochten er jdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform ar kel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd ge-zag, de gemeente Amstelveen.
● ● ●
17.5 Monumenten Rijksmonumenten ● Augus nuspark 1 (532146); kerkgebouw gereformeerde Paaskerk. Bouwjaar: 1962. Ontwerp: ir J.B. baron van Asbeck. Aangewezen op 15 augustus 2014. Gemeentelijke monumenten ● Badlaan 2A, 4; twee-onder-een-kap gevelwand. Bouwjaar: 1927. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 18 december 2007. ● Badlaan 6, 8; twee-onder-een-kap gevelwand. Bouwjaar: 1925. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 december 2007. ● Badlaan 10; villa, vm woonhuis architect P. Heijn. Bouwjaar: 1922. Ontwerp: P. Heijn. Aangewezen op 18 december 2007. ● Badlaan 12; villa. Bouwjaar: 1924. Ontwerp: Joh. A. Bakhuizen. Aangewezen op 18 de cember 2007. ● Dorpsstraat 10 Villa Cornelia vm ambtswoning burgemeester. Bouwjaar: 1908. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 28 oktober 2008. ● Dorpsstraat 24; vm winkelwoonhuis. Bouw jaar: ca. 1900. Ontwerp: Joh. A. Bakhuizen. Aangewezen op 28 oktober 2008. ● Dorpsstraat 29; vm koetshuis, later winkel woonhuis. Bouwjaar: 1909. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 18 december 2007. ● Dorpsstraat 31,33/Badlaan 2; drie winkelwoonhuizen, gevelwand. Bouwjaar: 1936. Ontwerp: bouwbedrijf Albert Heijn. Aangewezen op 18 december 2007. ● Dorpsstraat 34; vm pastorie NH kerk. Bouwjaar: ca 1876. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 28 oktober 2008. ● Dorpsstraat 36; kerkgebouw Dorpskerk. Bouwjaar: 1866. Aangewezen op 16 februari 2010. Ontwerp: Joh. A.
Bakhuizen (toren), Posthumus Meyes & Zoon (transept). ● Dorpsstraat 38; vm Openbare Lagere School. Bouwjaar: 1907. Ontwerp: L. van der Bijl.
●
●
● ●
●
●
● ● ● ● ●
● ●
Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 40-42; dubbel woonhuis. Bouw jaar: ca 1800. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 43; vm winkelwoonhuis, later winkel. Bouwjaar: 1908. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 18 december 2007. Dorpsstraat 44; woonhuis. Bouwjaar: 1799. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 63; vm rijtuighandel/wagenma kerij, later winkelwoonhuis. Bouwjaar: 1910. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 18 december 2007. Dorpsstraat 64-64A; vm café ‘Het Dors ge Hert’. Bouwjaar: ca 1911. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 65; woonhuis. Bouwjaar: 1909. Ontwerp: L. van der Bijl. 18 december 2007. Dorpsstraat 66-76/ Sta onsstraat 2-20; com plex 16 winkel-woonhuizen, gevelwand. Bouwjaar: 1923. Ontwerp: Joh. A. Bakhuizen. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 78/ Sta onsstraat 1-5; complex 4 winkel-woonhuizen gevelwand. Bouw-jaar: 1926. Ontwerp: H. van der Bijl. Aangewezen op 28 oktober 2008. Haagbeuklaan 1 en 3; kerkgebouw met pas torie H. Geestkerk. Bouwjaar: 1962. Ontwerp: J.G. de Groot. Ontwerp: J.G. de Groot. Aangewezen op 16 februari 2010. Handweg 2; voormalig spoorwegwachters woning ‘Post 32’. Bouwjaar: 1913. Aangewezen op 1 december 1998. Handweg 31; villa Johanna. Bouwjaar: 1916. Ontwerp: J. Roodenburgh. Aangewezen op 12 mei 2009. Handweg 111; vm onderwijzerswoning.
Bouwjaar: ca 1908. Ontwerp: onbe kend. Aangewezen op 3 juni 2008. Handweg 117; kerkgebouw Geref. Hand wegkerk Gevelwand. Bouwjaar: 1899. B. Koolhaas. Aangewezen op 16 februari 2010. Handweg 119; vm pastorie (gevelwand) met 2 beuken, fagus sylva ca ‘Atropunicea’ in de voortuin. Bouwjaar: 1907. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 15 maart 2011. Ir. Romplaan ong. brug. Bouwjaar: 1937. Ontwerp: J. Wils. Aangewezen op 11 december 2007. Noorddammerlaan 36; voormalig spoorweg
●
● ● ●
●
●
● ●
wachterswoning en halte Bovenkerk ‘Sta on 31’. Bouwjaar: 1913. Ontwerp: H.E.S.M. Aan gewezen op 1 december 1998. Ouderkerkerlaan 1,3; vm marechausseekazerne. Bouwjaar: 1921. Ontwerp: Genie Amsterdam. Aangewezen op 10 juni 2008. Ouderkerkerlaan 10; woonhuis. Bouwjaar: 1915. Ontwerp: Heineke & Kuipers. Aangewezen op 8 september 2009. Ouderkerkerlaan 14,15; vm Christelijke school voor ULO. Bouwjaar: 1926. Ontwerp: A. Ingwersen. Aangewezen op 3 juni 2008. Sta onsstraat 15-17 vm Post- en Telegraaf kantoor met bovenwoning. Bouwjaar: ca 1921. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 28 oktober 2008. Sta onsstraat 24-26; vm kantoor Rijksont vanger der Belas ngen met boven woning Bouwjaar: ca 1922. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 28 oktober 2008. Sta onsstraat 28, 28B en 30; voormalig spoorwegsta on Amstelveen met sta onswachterswoning en vrijstaand privaatgebouw met bergplaats. Bouwjaar: 1912. Ontwerp: H.E.S.M. Aangewezen op 1 december 1998. Veenendaalplein; brug en plantsoen met vij ver. Bouwjaar: 1937. Ontwerp: J. Wils. Aangewezen op 11 december 2007. Vierlingsbeeklaan 14A en 14B; voormalig dubbele spoorwegwachterswoning. Bouwjaar: 1914. Ontwerp: H.E.S.M. Aangewezen op 1 december 1998.
Gemeentelijke beschermde dorpsgezichten • Middeldorpstraat 17-25 en Roemer dorpstraat 1 t/m 11; complex van 16 woningen. Ontwerp: W. Pool. Aangewezen op 22 december 2009.
Archeologische Beleidsadvieskaart Amstelveen Midden-West
Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Bestemmingsplan
Stadshart 18.1 18.2 18.3 18.4 18.5
Gebiedsbeschrijving algemeen Cultuurhistorische waarden Landschappelijke waarden Archeologie 18.4.1 Verveend en drooggemaakt Monumenten
Cultuurhistorische Waardekaart Stadshart
18.1 Gebiedsbeschrijving algemeen
18.4 Archeologie
De geschiedenis van het huidige winkelcentrum Het Stadshart van Amstelveen is betrekkelijk jong. De oudste delen van het stadshart zijn onmiskenbaar producten van de tweede hel van de vorige eeuw. De planningsgeschiedenis van het centrum van Amstelveen begint in de jaren vij ig. Aan de Rembrandtweg, die de toegangsweg naar het nog te realiseren winkel-centrum vormde, zijn in 1955 ongeveer 30 winkels geopend. Het centrum werd in de loop van 1961 geopend: “Plein 1960”. Het Binnenhof was een grote rechthoekige binnenplaats, waar men onder luifels rus g zou kunnen winkelen. De Galerijflats, in de volksmond ‘Zaagtandflats’ genoemd, aan de noordzijde van het plein, waarmee het centrum werd afgesloten van de achterliggende wijk, vormen een tegenstelling met het rechte Binnenhof. Aan de zuidkant is het centrum begrensd door hoge torenflats, afgewisseld door lage flatgebouwen met daar tussen groenstroken. De grondvorm van de flats is slingerende ofwel meandervormige woonblokken, vandaar de naam ‘Meanderflats’. Eind jaren tach g werd duidelijk dat er iets met het centrum moest gebeuren. Uitbreidingen en vernieuwingen van concurrerende centra in de regio maakten het noodzakelijk om het centrum van Amstelveen een nieuwe impuls te geven. In 1989 werd dan ook het winkelcen-trum “Plein 1960” gerenoveerd; het werd overdekt en uitgebreid. Dat was bij lange na niet voldoende.
In 1991 koos de gemeenteraad opnieuw voor een impuls in de ontwikkeling van het Stadshart. In 1998 werd het Stadshart geopend. Aan de geplande cultuurstrip, met de muziekschool, volksuniversiteit en een nieuwe openbare bibliotheek annex kunstuitleen, is pas in 1999 begonnen.
18.4.1 Verveend en drooggemaakt Het Amstelveens grondgebied in het bestemmingsplangebied Amstelveen Stadshart, hee een lage archeologische verwach ngswaarde. Alleen bij zeer grote bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het gebied is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd, drooggemalen en opgespoten met zand. De archeologische verwachngswaarde is er daarom laag.
18. 2 Cultuurhistorische waarde Op de Cultuurhistorisch waardekaart zijn geen gebieden of objecten aangeduid met cultuur-historische waarde. 18.3 Landschappelijke waarde Op de Cultuurhistorisch waardekaart zijn geen gebieden aangeduid met landschappelijke waarde.
De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de loca e vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’. Mochten er jdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform ar kel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd ge-zag, de gemeente Amstelveen. 18.5 Monumenten Gemeentelijke monumenten ●
Keizer Karelweg 259-281; flatgebouw met 12 appartementen. Bouwjaar: 1960. Ontwerp: W.M. Dudok en R.M.H. Magnée. Aangewezen op 27 oktober 2007.
Archeologische Beleidsadvieskaart Stadshart
Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Bestemmingsplan
Landelijk Gebied 19.1 19.2
19.3
19.4
19.5
Gebiedsbeschrijving algemeen Cultuurhistorische waarden 19.2.1 Dorpskern Nes aan de Amstel 19.2.2 Boerderijen 19.2.3 Molens Landschappelijke waarden 19.3.1 Polderlandschap 19.3.2 Onverveend Bovenland 19.3.3 Dijklichaam Amsteldijk 19.3.4 Amsteleiland 19.3.5 Dijklichaam Bovenkerkerweg Archeologie 19.4.1 Dijklichaam 19.4.2 Onverveend Bovenland 19.4.3 Ge j-inversieruggen 19.4.4 Verveend en drooggemaakt Monumenten
Cultuurhistorische Waardekaart Landelijk Gebied
19.1 Gebiedsbeschrijving algemeen De Amstel is een natuurlijke waterweg die vanaf de late middeleeuwen voortdurend is aan-gepast ten behoeve van goederen- en personen vervoer over water. Kenmerkend voor de ontwikkeling van het veen- en poldergebied is de aanleg van de polderkaden. Door de ont-vening in de 17de en 18de eeuw en het natuurlijke proces van inklinking daalde de bodem. Door de voortschrijdende bodemdaling van de aanliggende veen- en landbouwgronden werd het verschil tussen de hoogte van het maaiveld en het peil van de Amstel steeds groter. Hierdoor moesten de kaden steeds worden verhoogd. Het “Bovenland” is het niet ontveende gebied dat wordt begrensd door de Amstel en Amsteldijk aan de ene zijde en de Ringdijk en Ringsloot aan de andere zijde. Achter de Ringdijk is het land ontveend en lager gelegen: de polder of zogeheten “benedenland”. Zowel langs de Amsteldijk als langs de Ringdijk hebben in de 17de en 18de eeuw een heel aantal molens gestaan, om het water van het benedenland via de Ringsloot en het Bovenland naar de Amstel te malen. Begin 20ste eeuw werd de bemaling grotendeels overgenomen door (stoom)gemalen en verdwenen de molens uit het landschap. De bewoning van de Bovenkerkerpolder is van oudsher gesitueerd aan de rand van de droogmakerij, aan de Ringdijk en de Amsteldijk.
De gene sche en ruimtelijke samenhang met de ringdijk, ringsloot en de verkaveling is nog duidelijk aanwezig. Hoewel het grootste deel van de molens verdwenen is, is de molengang in de Bovenkerkerpolder nog herkenbaar aan de afwijkende verkaveling. Boerderijen aan de Ringdijk en de Amsteldijk zijn nog in re-delijke getalen aanwezig, al verliezen zij hun agrarische func e. Wonen aan de Amstel en in de polder is in trek, maar de gemeente Amstelveen hee in haar beleid vastgelegd dat langs de Amsteldijk geen ruimte meer wordt geboden voor uitbreiding van de woonbebouwing. Vervangende nieuwbouw dient bovendien aan te sluiten qua diversiteit, schaal en uitstraling bij de bestaande bebouwing langs de Amstel. 19.2 Cultuurhistorische waarde 19.2.1 Dorpskern Nes aan de Amstel Het dorpje Nes aan de Amstel ligt halverwege Ouderkerk en Uithoorn en is ontstaan op een landtong (of nes), die eerder vastzat aan de oostoever van de Amstel. Toen men de bocht afsneed door het graven van een kortere verbinding ontstond een eiland. De oorspronkelijke rivierarm slibde dicht, waarna het
eiland vastzat aan de westoever. Het dorp ligt aan de rand van de Bovenkerkerpolder welke in 1764 werd drooggelegd. Het oorspronkelijke lintdorp langs de Amsteldijk bestaat thans uit verschillende buurtschappen; De Nes, de Zwaluwen-buurt, Vierhuizen en Waardhuizen. De Zwaluwenbuurt vormt nu de kern van het dorp, hier ligt het Rijksmonumentale katholieke complex met de Urbanuskerk met pastoriewoning en de voormalige Sint Josephschool. Het dorp Nes is een kilometer zuidelijker ontstaan in de omgeving van de Nessersluis, de plek waar nu een pont over de Amstel vaart. Hier stond ten jde van de hervorming (begin 17de eeuw) een katholieke schuilkerk, die vele katholieken aan zich bond. Mede daardoor is het te verklaren dat de Nesser gemeenschap tot aan het midden van de 20ste eeuw bijna voor 100% rooms-katholiek was. De toenemende ontkerkelijking bracht daar verandering in en de bouw van meer dan 100 nieuwe woningen in de Zwa-luwenbuurt in de jaren ‘70 versterkte die ontwikkeling nog eens. Die nieuwe Nessers waren veelal Amstelveners en Amsterdammers die hun hart hadden verpand aan de kleinschalige woongemeenschap. De katholieke neo-gothische Urbanuskerk, gebouwd door Jos Cuijpers tussen 1889 en 1891, is desondanks nog al jd beeldbepalend voor het silhouet van het dorp.
19.2.2 Boerderijen Niet zo lang geleden stonden er nog 27 boerderijen in de Bovenkerkerpolder, bijna allemaal aan de Ringdijk en aan de Amsteldijk-Zuid, overwegend van het type dwarshuis. Het woon-gedeelte stond dwars op de stallen, evenwijdig aan de weg. Het belangrijkste vertrek was de verhoogde ‘opkamer’, die eigenlijk alleen maar werd gebruikt op zondag of bij voornaam be-zoek. Omdat deze kamer hoog lag, bood zij tevens een uitzicht over de dijk, maar vormde ook een ideale vluchtplaats bij overstromingen. Onder de opkamer bevond zich een koele ruimte, die gebruikt werd als voorraadkamer of voor het maken van kaas. De open tralieven-sters dienden voor ven la e. Achter het aan de dijk georiënteerde woonhuis, lag de stal. Daarachter, los verspreid over het erf bevonden zich de bijgebouwen: stallen, (wa-gen)schuren, de hooizolder. Als gevolg van het verlies van de agrarische func e transforme-ren veel boerderijen tot woningen en verdwijnen de bijgebouwen. Of ze maken plaats voor nieuwbouwwoningen, veelal vrijstaande villa’s die niet passen binnen de typologie van het polderlandschap en de daarbij behorende bebouwing.
19.2.3 Molens De Bovenkerkerpolder werd in 1629 bedijkt en bemaald door twee molens, aan de noordzijde ‘De Weteringsbrugmolen’ en aan de zuidzijde ‘De Nessermolen’ ofwel ‘De Oude Gerard’. Nadat het grootste gedeelte van de polder in een plas was veranderd werd in 1764 door de Staten van Holland en Wes riesland octrooi verleend voor het droogmaken van de polder. Op circa 250 meter van de Amstel werd de ringsloot aangelegd en met de vrijgekomen grond kon de Ringdijk worden opgeworpen. Aan de Ringdijk kwamen de molens ‘De Hoorn’ en ‘De Zon’ tot stand. Deze molens loosden op het niet verveende bovenland en om het waterpeil daar niet te veel te laten s jgen werd molen ‘De Parel’ gebouwd, die het water van het bo-venland weer in de Amstel loosde. Nadat het waterpeil in de polder was gezakt werden in 1767 op een lager niveau nieuwe molens opgericht, ‘De Johanna Bregi a’ en ‘De Cornelia Wilhelmina’. Een jaar later werden weer op een lager niveau molens bijgebouwd, totdat de polder in 1769 droogviel. Tussen 1818 en 1836 werden de schepradmolens verbouwd tot vij-zelmolens. Na de overgang op machinale bemaling werden de molens in 1914 buiten gebruik gesteld. Van het bemalingsapparaat van totaal 11 molens zijn slechts drie onderstukken bewaard gebleven: De Hoorn (1765, vervijzeld in 1819), De Parel (1766, vervijzeld in 1822) en De Cornelia Wilhelmina (1766, vervijzeld in 1836).
Deze zijn alle drie aangewezen als gemeentelijk monument en als woning in gebruik. 19.2.4 Verdedigingswerken Vanaf de 16e eeuw ontwikkelde de wapentechniek zich zodanig dat kastelen, stadsmuren en ves nggrachten niet voldoende bescherming boden tegen vijandelijk geschut. Er werden daarom steeds meer verdedigingswerken aangelegd in het buitengebied. De omgeving van Amstelveen maakte deel uit van het verdedigingsgebied rond Amsterdam. Dwars door Am-stelveen loopt een stelling van een aantal oude verdedigingswerken: een voorloper van de Stelling van Amsterdam uit 1787. Deze linie werd aan het begin van de 19de eeuw door de luitenantgeneraal C.R.T. baron Krayenhoff aangelegd, in opdracht van Raadspensionaris R.J. Schimmelpenninck (1761-1825). Begin 19de eeuw dreigde oorlog tussen Frankrijk en Pruissen en bestond er de vrees dat het Koninkrijk bij het Franse Rijk zou worden ingelijfd. Dit was aanleiding om een verdedigingslinie met inunda es (het onderwater ze en van gebieden) en de verdedigingsposten te ontwerpen in een cirkel rondom Amsterdam, die de aanvallers op ten-
minste twee uur van de hoofdstad zouden houden. De linie bestond uit zogeheten ‘posten’: dit zijn eenvoudige, hoger gelegen aarden wallen bewapend met één of meer kanonnen. De posten 11, 12, 13 en 14 van deze linie bevonden zich op het huidige Amstelveense grondgebied: twee ervan ter hoogte van het oude dorp (post 13 aan de Ou-derkerkerlaan en post 14 aan de Handweg), en twee ten zuiden van de Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek, aan de Amstel (post 12 aan de Oostelijke Ringdijk in de Boven-kerkerpolder en post 11 aan de Amsteldijk zuid). Van de posten is weinig meer terug te vinden. Ze zijn afgegraven en/of overbouwd. Alleen van de post 12 aan de Kruitmolen is in 2011 een reconstruc e gemaakt. 19.3 Landschappelijke waarden 19.3.1 Polderlandschap Het landschap van de Bovenkerkerpolder is steeds aan veranderingen onderhevig geweest. Aanvankelijk was de polder een deel van een uitgestrekt moerasbos, later werd het een grote veenplas, en daarna een droogmakerij waarbij molens rond Nes aan de Amstel het landschap bepaalden. Als gevolg van de bemaling, ging de bodem van de polder inklinken en moest men het water van de droogmakerij steeds dieper wegmalen. Het bemalingsapparaat bleef tot 1914 gehandhaafd: het jaar waarin het polderbestuur overstapte op mechanische bemaling. De overgebleven vijzelmolens werden verkocht en geleidelijk aan geheel of gedeeltelijk gesloopt.
Droogmakerijen zijn zeer bepalend geweest voor de landschapsontwikkeling van de Bovenkerkerpolder. De kleinschalige verkaveling is in dit (zuidelijke) deel van de Bovenker-kerpolder gaaf en herkenbaar, in het noordelijke deel (bestemmingsplan Zuid-Oost) is het volledig verdwenen door de bouw van de woonwijken Middenhoven, Waardhuizen en Groe-nelaan. De kenmerkende openheid is in het zuidelijk en oostelijk gedeeltelijk nog aanwezig. De ruimtelijke en gene sche samenhang tussen het wegen- en afwateringspatroon enerzijds, en de Amsteldijk, het bovenland, de polder en de ringdijk anderzijds, is hier nog al jd afleesbaar in het landschap. De ringdijk van de Bovenkerkerpolder is in het oosten het best herkenbaar. Hier is ook de overgang van droogmakerij naar de bovenlanden van de Amstel te zien. In het westen valt de ringdijk samen met de ringdijk van de Noorder-Legmeerpolder. Zowel deze verkaveling als het hoogteverschil in het landschap is van landschappelijke waarde. Het gee
ons inzicht in het ontstaan, de ontwikkeling en het func oneren van een polderlandschap en de droogmakerij. 19.3.2 Onverveend Bovenland De strook bovenland langs de Amstel is nooit ontveend. Dit hee verschillende redenen: ten eerste was het veen direct langs de Amsteldijk minder bruikbaar als brandstof (bosveen, vaak vermengd met kleiafze ngen). Daarnaast was in de 17de eeuw een verbod uitgevaardigd om turf te steken langs de Amsteldijk van zo’n 150 tot 450 meter breedte uit angst voor a alving van de Amsteldijk. Daarbij behoorde het land van oudsher bij boerderijen en buitenplaatsen en mocht het dus niet zomaar afgegraven worden. Het onverveende bovenland onderscheidt zich duidelijk van het achtergelegen lagere ontveende polderlandschap, en hee cultuurhistorische waarde. 19.3.3 Dijklichaam Amsteldijk Langs de gehele oostelijke gemeentegrens loopt de rivier de Amstel, en de daarnaast gelegen Amsteldijk. Naast de func onele waarde, namelijk de barrière die de dijk vormt tegen het water uit de Amstel, hee de dijk ook cultuurhistorische waarde. De hoger gelegen dijk vormt al vele eeuwen de doorgaande route voor het vervoer van mensen en goederen tussen Am-sterdam en Ouderkerk aan de Amstel. Ook is hier, langs de dijk en op het hoger gelegen bo-venland, in de afgelopen eeuwen bebouwing ontstaan, variërend van buitenplaatsen tot boerderijen en arbeiderswoningen.
Nog al jd is de Amsteldijk een zeer geliefde plek om te wonen en te recreëren. 19.3.4 Amsteleiland Het Amsteleiland is in de geschiedenis niet van nature een eiland, het was van oorsprong verbonden met de nu westelijke oever van de Amstel; de Amsteldijk Zuid. Oorspronkelijk maakte de Amstel, tot 1738, ter hoogte van het eiland, alleen een zeer scherpe bocht in de van nature sterk meanderende rivier. Gezien de grote bedrijvigheid in de streek, het belang van transport over water, maar vooral vanwege de in de loop der jaren steeds langer wordende trekschuiten die in de problemen kwamen door de scherpe bocht in de Amstel, beslo-ten de “Schepenen van Amsterdam” om ter plaatse de rivier recht door te trekken. Deze kor-te verbinding werd gegraven in 1738, waardoor het Amsteleiland ontstond. In die jd hee e het gebied echter nog “Rietmolenshoek”, genoemd naar de krijtmolen die
op de zuidwestelijke punt van het ontstane eiland stond. Aanvankelijk was het ‘nieuwe’ eiland een onontgonnen (natuur)gebied. De eerste bedrijvigheid ontstond aan het begin van de 20e eeuw. Aan de westelijke zijde ontwikkelde zich een bedrijfsma g gebruik in de scheepsbouw. De enige bebouwing op het eiland is dan nog het houten huis aan de oostzijde van het eiland, de houten driekap loods en twee hellingbanen. In die jd was er nog geen vaste verbinding naar één van de oevers. Er lag lange jd alleen een vlotbrug aan de zijde van het houten huis naar de oostelijke oever van “De Ronde Hoep”. Eind jaren ’50 van de vorige eeuw werd er een vaste verbinding gebouwd aan de noordzijde van het eiland naar de doorgaande weg Rondehoep West. In de historie van de scheepswerf zijn er in de loop van de jd onder meer dekschuiten, bin-nenvaartschepen, mossel- en visko ers en ten slo e grote jachtschepen van de helling ge-gaan. In 1993 ging het laatste schip van de helling en in 2008 is het eiland verkocht aan een projectontwikkelaar. De aanwezige bebouwing is toen gesloopt, maar de realisa e van de voorziene villawijk is niet van de grond gekomen.
19.3.5 Dijklichaam Bovenkerkerweg Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer 3 kilome-ter westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te be-schermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze achterkade, ook wel de veendijk genoemd, is nog steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van de huidige Amsterdamse/Amstelveense weg, Dorpsstraat, Handweg en Bovenkerkerweg. De hoger gelegen Bovenkerkerweg is nog al jd goed herkenbaar, en hee cultuurhistorische waarde. Langs de Bovenkerkerweg ontstonden in de loop der eeuwen boerderijen, overwe-gend haaks op de dijk gelegen. Enkele exemplaren uit het begin van de 20ste eeuw zijn aan-gewezen als gemeentelijk monument. 19.4 Archeologie 19.4.1 Dijklichaam Zowel de meest westelijke grens van het bestemmingsplangbied Landelijk gebied als de oostelijke grens is op de archeologische beleidsadvieskaart aangegeven als een ‘zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden’. Aan de westzijde
loopt de Boven-kerkerkade, de doorgaande route tussen Amstelveen en Uithoorn, en aan de oostzijde de Amsteldijk zuid, de doorgaande route tussen Amsterdam en Ouderkerk aan de Amstel. De archeologische verwach ngswaarde is hier hoog. Dat betekent dat bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm een vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek vereist is. 19.4.2 Onverveend bovenland Het gebied tussen de Amsteldijk en de ringdijk bestaat uit onverveend bovenland. Het is daarom op de archeologische beleidsadvieskaart aanduid als van middelhoge archeologische waarde. Dat betekent dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 1.000 vierkante meter, dieper dan 30 cm, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. 19.4.3 Ge j-inversieruggen Een groot gedeelte van het bestemmingsplangebied landelijk gebied is op de archeologische beleidsadvieskaart aangegeven als ge j-inversierug. Hiervoor geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 5.000 m2 én dieper dan 30 cm vroeg jdig inventariserend archeologisch on-derzoek vereist is. 19.4.4 Verveend en drooggemaakt Het landelijk gebied ten westen van de ringdijk rond de Bovenkerkerpolder en ten oosten van de Bovenkerkerweg, hee voor een deel een lage archeologische verwach ngswaarde.
Alleen bij zeer grote bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het gebied is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd en drooggemalen. De archeologische verwach ngswaarde is er daarom laag. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de loca e vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’. Mochten er jdens de geplande werk-zaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform ar kel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd ge-zag, de gemeente Amstelveen.