CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Amstelveen 202420.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlage

Cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Bestemmingsplan

Amstelveen Zuid-West 12.1 12.2

12.3 12.4 12.5

Gebiedsbeschrijving algemeen Cultuurhistorische waarden 12.2.1 Dorpskern Bovenkerk 12.2.2 Spoorlijn 12.2.3 Kerken Landschappelijke waarden 12.3.1 Dijklichaam Legmeerdijk-Noorddammerlaan 12.3.2 Dijklichaam Bovenkerkerweg Archeologie 12.4.1 Dijklichaam 12.4.2 Verveend en drooggemaakt Monumenten

Cultuurhistorische waardekaart Amstelveen Zuid-West

12. 1 Gebiedsbeschrijving algemeen Het bestemmingsplangebied Westwijk Zuid-West ligt in het noordelijke deel van de Legmeerpolder en is in de tweede hel van de 19de eeuw ingepolderd. Hier ontstond een polderlandschap met intensieve akkerbouw. Het landschap werd in toenemende mate gedomineerd door het steeds groter wordende industriële karakter van de akkerbouw en de kassen-complexen. In de tweede hel van de twin gste eeuw werd het gebied gedomineerd door glastuinbouw, voornamelijk rozenkwekerijen. Eind jaren ‘90 is gestart met de bouw van de woonwijk Westwijk. Inmiddels is prak sch het gehele gebied bebouwd: de westzijde met hoofdzakelijk woningbouw, de oostzijde met een combina e van woningbouw en bedrijven-terreinen. Aan de noordzijde van het plangebied, aan de zuidelijke oever van de Poel, bevindt zich van oudsher het oost-westelijk georiënteerde lintdorp Bovenkerk, ontstaan op een hoger gelegen veendijk. Direct ten zuiden hiervan is in de jaren twin g en in de jaren na de tweede wereldoorlog woningbouw gerealiseerd; de wijk ‘het St. Urbanuspark’. De wijk werd aan de zuidzijde begrenst door de spoorlijn rich ng Aalsmeer. De woonwijk Westwijk is in de jaren negen g van de 20ste eeuw en in de eerste en jaar van de 21e eeuw gebouwd. Het overgrote deel van de woningen uit de jaren ‘40 en ‘50 is daarbij gesloopt, maar de nieuwbouw volgt de footprint van deze oudere woonwijk.

Westwijk wordt van de wijk Middenhoven gescheiden door het bedrijventerrein Legmeer. Uitgangspunt voor het stedenbouwkundig patroon van Westwijk is het sloten- en wegenpa-troon van de polder. Gekozen is voor een rechthoekige wateren groenstructuur met lange sloten of singels en duidelijke laanbeplan ngen. De typerende rechthoekige stroken grond, die door het graven van afwateringssloten werden verkregen, liggen hieraan ten grondslag. Het straatbeeld is geïnspireerde op de polderweg: een kaarsrecht wegen- en waterpatroon met aan weerszijden doorgaande bomenrijen en bermsloten. 12.2 Cultuurhistorische waarden 12.2.1 Dorpskern Bovenkerk Het lintdorp Bovenkerk ligt ten zuiden van het dorp Amstelveen, aan de zuidelijke oever van de Poel. Het lintdorp dankt zijn naam aan een voormalig

kerkje dat vroeger langs de weg hee gestaan, bij de kruising met de tegenwoordige Nesserlaan. Behalve deze ‘Bovenkerk’ bestond halverwege de Legmeerdijk ook een ‘Benedenkerk’. Bovenkerk is ontstaan als een lintdorpje op het hoger gelegen dijklichaam langs de Noorddammerlaan en de Legmeerdijk, nabij de doorgaande route tussen Amsterdam en Leiden, en de afsplitsing van die weg rich- ng het dorp Aalsmeer. Op kaarten van voor 1900 staat het dorp Bovenkerk nog niet aangegeven als bewoningskern. Het onderscheidde zich toen waarschijnlijk niet wezenlijk van de enkelzijdige lintbebouwing langs de Handweg. Toch is Bovenkerk van vroege oorsprong. In een 15e eeuwse akte en in de 16de eeuwse transportregisters komt de benaming Bovenkerk al voor. Toen de Legmeerpolder aan het eind van de 19de eeuw werd ingepolderd, gaf dit een impuls voor de agrarische sector, waarin veel bewoners van het dorpje Bovenkerk hun geld verdienden. In deze zelfde periode werd op een karakteris ek punt, in de knik van de Legmeerdijk/Noorddammerlaan, in 1883 de Sint Urbanuskerk met aangebouwde pastorie ges cht volgens een ontwerp van de bekende architect P.J.H. Cuypers. Nadat het Haarlemmermeerspoorlijntje bij de Noorddammerlaan een afsplitsing kreeg naar Aalsmeer en Uithoorn en de halte met sta on aan de Noorddammerlaan verrees in 1915, nam de bebouwing en inwonersaantal in Bovenkerk een vlucht.

De historisch gegroeide bebouwing aan weerszijden van de Noorddammerlaan wijkt sterk af van de overige seriema g geplande en gebouwde wijken van Amstelveen, en hee daarom een hoge cultuurhistorische waarde. Typerend voor het lintdorp is de grotendeels individuele bebouwing, in opdracht van de eige-naren zelf gebouwd. Naast vrijstaande bebouwing komen in het lint ook twee-onder-één-kapwoningen en korte rijtjes van meerdere woningen onder één kap voor. De bebouwing be-staat uit een mix van arbeiderswoningen en middenstandswoningen, winkels en kleine bedrij es, horecagelegenheden en de Rijksmonumentale Sint Urbanuskerk met pastorie. De oudere bebouwing hee overwegend één laag met kap, de meer recente bebouwing hee veelal twee lagen en een kap. De oudere bebouwing hee overwegend een eenvoudige en tradi onele vormgeving met een zorgvuldige detaillering. De bebouwing aan het lint kent een grote varia e doordat de huizen dateren uit verschillende perioden, individueel zijn vormgegeven en verschillend in bouwmassa. Ook de nokrich ng, de kapvorm en

de nok- en goothoogte verschillen per pand. Kenmerkend is het feit dat alle hoofdgebouwen in de voorgevelrooilijn staan: het enige vaste gegeven in het lintdorp, dat daarnaast juist gekenmerkt wordt door varia e. 12.2.2 Spoorlijn Door het bestemmingsplangebied Amstelveen Zuid-west loopt een uit 1915 stammende spoorlijn. Deze splitste ter hoogte van de kruising Noorddammerlaan-Handweg, en liep vanaf daar in westelijke rich ng naar Aalsmeer, en in zuidelijke rich ng naar Uithoorn. De Haarlemmermeerspoorlijnen vormden een netwerk van voormalige lokaalspoorlijnen in het gebied tussen Haarlem, Amsterdam, Utrecht en Leiden. De eerste plannen voor spoorlijnen door de Haarlemmermeer werden al gepresenteerd in 1864 door burgemeester Amers-foord, twaalf jaar na het droogvallen van de polder. Van uitvoering kwam niets terecht. Pas in 1912 werden de eerste lijnen geopend. De lijnen werden aangelegd door de HESM (Hollandsche Electrische SpoorwegMaatschappij). Ondanks de naam, die wijst op de ambi e van de maatschappij, zijn de lijnen nooit geëlektrificeerd. Voor reizigersvervoer hebben er alleen stoomtreinen gereden. Door de economische crisis van de jaren der g werden diverse lijnen al na ruim twee decennia weer gesloten. Alleen de lijnen Amsterdam-Haarlemmermeersta on – Amstelveen – Aalsmeer en Bovenkerk – Uithoorn – Nieuwersluis bleven nog voor reizigers- en goederenverkeer in gebruik.

In 1950 reed hier de laatste reizigerstrein. In 1972 werden de lijnen gesloten. Het overgrote deel van de spoorrails is inmiddels opgebroken. Het nog bestaande tracé Amsterdam – Amstelveen – Bovenkerk loopt vanaf het Haarlemmermeersta on, langs het Zwar-te Pad rich ng de kruising Handweg-Noorddammerlaan. Het tracé is tussen 1975 en 1997 geëlektrificeerd en wordt gebruikt door de Electrische Museumtramlijn Amsterdam. Voorheen splitste het tracé zich, in een zuidelijke route over de huidige Hammarskjöldsingel rich ng Uithoorn, en een zuid-westelijke route richng Aalsmeer over de Noorddammerlaan. Sommige tracés van spoorlijnen zijn nog herkenbaar. De metrolijn door Amstelveen van Poortwachter naar Westwijk maakt bijvoorbeeld gebruik van het oude Haarlemmermeertra-cé. Ook is de loop van de spoorlijn nog te herkennen aan de resterende, markante sta ons-gebouwen en spoorwegwach-

terswoningen. In Amstelveen zijn deze sta onnetjes en spoorwachtershuizen allemaal aangewezen als gemeentelijke monumenten. Binnen bestemmingsplangebied Amstelveen Zuid-West zijn twee spoorwegwachtershuizen aangewezen als gemeentelijk monument, één aan de Vierlingsbeeklaan en één aan de J.C. van Ha umweg. Ook het tracé van de spoorlijn vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde. 12.2.3 Kerken In het begin van 1600 waren er twee kerkjes zuidelijk van Amstelveen voor de rooms-katholieke eredienst in gebruik. Dit waren de Bovenkerk aan de Bovenkerkerweg en de Be-nedenkerk aan de Legmeerdijk. In 1805 werd een nieuwe parochiekerk gebouwd op de hoek van de huidige Legmeerdijk en de Noorddammerlaan. Deze werd uiteindelijk gesloopt en in 1875 werd gestart met de bouw van de huidige Sint Urbanuskerk. De Sint-Urbanuskerk is een rooms-katholieke kerk en is gebouwd naar ontwerp van architect Pierre Cuypers, onder andere bekend van het Rijksmuseum en het Centraal Sta on van Amsterdam. In 1875 werd met de bouw begonnen en in 1888 werd de kerk ingewijd. Het is een driebeukige neogo sche hallenkerk met transept. De kerk hee een hoge zeskan ge toren. Naast de kerk staat de uit 1872 daterende pastorie, welke is opgetrokken in vak-werks jl. Het uit 1893 daterende priestergraf van J.W. Brouwers is uitgevoerd in neogo sche s jl en is gelegen op de in 1872 aangelegde begraafplaats.

De Sint Urbanuskerk van Bovenkerk is samen met de pastorie en het priestergraf in 1976 door het Rijk aangewezen als Rijksmonument. 12.3 Landschappelijke waarden 12.3.1 Dijklichaam Legmeerdijk – Noorddammerlaan Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer drie kilo-meter westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te beschermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze veendijk fungeerde als ontginningsbasis voor de verder in westelijke rich ng uitgevoerde ontginningen van de Legmeerpolder. Ook hier werd opnieuw een achterdijk opgeworpen en deze is nog al jd herkenbaar in het huidige tracé Noorddammerlaan en Legmeerdijk. Deze hoger gelegen veendijk vormde de doorgaande weg tussen Amstelveen en Aalsmeer.

De hoger gelegen Legmeerdijk is nog al jd goed herkenbaar in het landschap. 12.3.2 Dijklichaam Bovenkerkerweg Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer drie kilometer westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te beschermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze achterkade, ook wel de veendijk genoemd, is nog steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van de huidige Amsterdamse/Amstelveense weg, Dorpsstraat, Handweg en Bovenkerkerweg. De hoger gelegen Bovenkerkerweg is nog al jd goed herkenbaar, en hee cultuurhistorische waarde. Langs de Bovenkerkerweg ontstonden in de loop der eeuwen boerderijen, overwegend haaks op de dijk gelegen. Enkele exemplaren uit het begin van de 20ste eeuw zijn aangewezen als gemeentelijk monument. 12.4 Archeologie 12.4.1 Dijklichaam De dijkzones langs de Legmeerdijk en de Bovenkerkerweg en hebben een hoge archeologische verwach ngswaarde. Deze zijn als ‘primaire kade’ aangegeven en bovendien als ‘zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden’. Hiervoor geldt het criterium dat bij bodemverstoringen groter dan 100 vierkante meter én dieper dan 30 cm inventariserend archeologisch onderzoek verplicht is.

12.4.2 Verveend en drooggemaakt Westwijk en de Noorderlegmeerpolder zijn op de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen voor het overgrote deel aangeduid als ‘verveend en drooggemaakt’ gebied. De verwachngswaarde is er laag. Voor het gehele gebied geldt dat er bij bodemverstoringen dieper dan 30 cm én met een groter oppervlak dan 10.000 vierkante meter, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient te worden verricht. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de loca e vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’. Mochten er jdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform

ar kel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd gezag, de gemeente Amstelveen. 12.5 Monumenten Rijksmonumenten: ● Noorddammerlaan 124, 126: St. Urbanus kerk Bovenkerk, pastorie en priestergraf van J.W. Brouwersop de begraafplaats. Bouwjaar 1873 tm 1888. Architect P.J.H. Cuypers. Gemeentelijke monumenten: ● Vierlingsbeeklaan 14a en 14b: Voormalige spoorwegwachterswoning. Bouwjaar 1914. Architect onbekend. ● J.C. van Ha umweg 4-6: Voormalige dubbele spoorwegwachterswoning. Bouwjaar 1914. Architect onbekend.

Archeologische Beleidsadvieskaart Amstelveen Zuid-West

Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Bestemmingsplan

Amstelveen Zuid-Oost 13.1 13.2 13.3

13.4

13.5

Gebiedsbeschrijving algemeen Cultuurhistorische waarden 13.2.1 Verdedigingswerken 13.2.2 Koninklijke Nederlandse Springstoffen Fabriek Landschappelijke waarden 13.3.1 Groot Loopveld 13.3.2 Dijklichaam Bovenkerkerweg 13.3.3 Dijklichaam Ouderkerkerlaan Archeologie 13.4.1 Dijklichaam 13.4.2 Onverveend Bovenland 13.4.3 Historische kern 13.4.4 Verveend en drooggemaakt Monumenten

Cultuurhistorische waardekaart Amstelveen Zuid-Oost

13.1 Gebiedsbeschrijving algemeen Het bestemmingsplangebied Amstelveen Zuid-Oost bevat de woonwijken Groenelaan, Waardhuizen en Middenhoven. De wijken zijn gebouwd in de Bovenkerkerpolder. Honderd jaar lang, tot 1639 werd er turf gestoken in de Bovenkerkerpolder. De waterplas, die daardoor ontstond, reikte tot de Bovenkerkerweg (west), de Amsteldijk (bovenlanden) (oost), de Hollandse Dijk (zuid) in Uithoorn en aan de noordkant de Ouderkerkerlaan. De Ouderkerkerlaan vormde de grens tussen de Bovenkerkerpolder en de Middelpolder: allebei grote waterplassen ontstaan door turfwinning. Al dat water vormde uiteindelijk zo’n bedreiging voor Amstelveen en Amsterdam dat de waterplas weer droog gemalen werd. Een groot gedeelte van de polder is, na drooglegging, bebouwd en bewoond. De woonwijken Groenelaan, Waardhuizen en Middenhoven zijn achtereenvolgend gebouwd na de oorlog en vertegenwoordigen stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten van de opeenvolgende decennia, die in soms sterk contrasteren met elkaar. Aan de noordzijde van het bestemmingsplangebied loopt het tracé van de snelweg A9. Ten zuiden van die snelweg zijn verschillende bedrijfsgebouwen gerealiseerd. Groenelaan is in de jaren na de tweede wereldoorlog gebouwd, in een jd dat de woningnood hoog was.

Als reac e op de gesloten woonblokken van voor de oorlog, was in het naoorlogse bouwen ‘licht, lucht en ruimte’ het mo o. Groenelaan is een echte ‘stempelwijk’ en daarmee kenmerkend voor zijn jd. Patronen van bouwblokken werden binnen de wijk regelma g herhaald. De voorzieningen binnen de wijk, zoals wonen, werken en winkels, zijn strikt van elkaar gescheiden. Waardhuizen werd in de jaren zeven g gebouwd, als reac e op de grootschalige stempelwijken uit de naoorlogse periode. De wijk staat vol met woonerven, waarbij terug werd gegaan naar de menselijke maat: in plaats van flats vind je er hoofdzakelijk eengezinswoningen rond erven, speeltuintjes en parkeerhoven. Middenhoven dankt zijn naam aan een boerderij die ooit in het gebied stond. De wijk is gebouwd in de jaren tach g, en is net als Waardhuizen een typische woonervenwijk. Vanwege de stedenbouwkundige opzet van rondlopende en doodlopende straten

rond hoven en erven worden dergelijke wijken ook wel ‘bloemkoolwijken’ genoemd. De wijk bestaat hoofdzakelijk uit eengezinswoningen, maar in het centraal gelegen buurtcentrum en langs de grote ontslui ngswegen komen ook gestapelde woonvormen voor. Het gemeentebestuur had de ambi e om met Middenhoven een wijk te creëren ‘waar mensen zich thuisvoelen’. Woning-differen a e en – typologieën moesten een eind maken aan de eentonigheid van nieuwbouwwijken en Middenhoven een eigen gezicht geven. 13.2 Cultuurhistorische waarden 13.2.1 Verdedigingswerken Linie van Krayenhoff Dwars door Amstelveen loopt een stelling van een aantal oude verdedigingswerken: een voorloper van de Stelling van Amsterdam uit 1787. Deze linie werd aan het begin van de 19de eeuw door de luitenant-generaal C.R.T. baron Krayenhoff aangelegd, in opdracht van Raadspensionaris R.J. Schimmelpenninck (1761-1825). Begin 19de eeuw dreigde oorlog tussen Frankrijk en Pruissen en bestond er de angst dat het Koninkrijk bij het Franse Rijk zou worden ingelijfd. Dit was aanleiding om een verdedigingslinie met inunda es (het onderwater ze en van gebieden) en de verdedigingsposten te ontwerpen in een cirkel rondom Amsterdam, die de aanvallers op tenminste twee uur van de hoofdstad zouden houden. De linie bestond uit zogeheten ‘posten’: dit zijn eenvoudige, hoger gelegen aarden wallen bewapend met één of meer kanonnen.

De posten 11, 12, 13 en 14 van deze linie bevonden zich op het huidige Amstelveense grondgebied: twee ervan ter hoogte van het oude dorp (post 13 aan de Ouderkerkerlaan en post 14 aan de Handweg), en twee ten zuiden van de Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek, aan de Amstel (post 12 aan de Oostelijke Ringdijk in de Bovenkerkerpolder en post 11 aan weerszijden van de sluiswachterwoning). Van de posten is weinig meer terug te vinden. Ze zijn afgegraven of overbouwd. Alleen van post 12 aan de Kruitmolen is in 2011 een reconstruc e gemaakt. Post 12 van de Linie van Krayenhoff vertegenwoordigt een cultuurhistorische waarde, die ons meer verteld over de geschiedenis van Amstelveen en Amsterdam en de militaire geschiedenis van de regio. Geen van de posten geniet een monumentale status, maar ze zijn op de archeologische beleidsadvieskaart wel aangeduid als zeer waardevol.

13.2.2 Koninklijke Nederlandse Springstoffen fabriek Aan de Amsteloever, ten zuiden van de Buurt over Ouderkerk, ligt de voormalige Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek. Deze werd in 1719 ges cht, nadat de Amsterdamse kruitmolen aan de Overtoom in 1709 was ontplo . In de Koninklijke Nederlandse Springstoffen Fabriek in Ouderkerk aan de Amstel werden met name springstoffen voor militaire doeleinden geproduceerd, maar in mindere mate ook voor de mijnbouw en andere civiele doeleinden. Aanvankelijk werd er alleen zwart buskruit geproduceerd, later, in de tweede hel van de 19de eeuw, kwam het rookloze buskruit in produc e. Het huidige complex bestaat uit verschillende gebouwen, waaronder fabrieken, magazijnen, buskruitmolen, stallen en wagenschuren, een laboratorium, een kapberg en een watertoren. In 1991 is de krui abriek defini ef gesloten. De verschillende gebouwen op het terrein zijn in 2005 aangewezen als Rijksmonument. 13.3 Landschappelijke waarden 13.3.1 Groot Loopveld Het hoger gelegen, niet ontveende Groot Loopveld is van oorsprong ontstaan als een water-kering tussen de ontveende Middelpolder en Bovenkerkerpolder. De Ouderkerkerlaan werd ookwel ‘Het Groot Loopveld’ genoemd, in tegenstelling tot ‘Het Klein Loopveld’, waarmee de Kal eslaan werd aangeduid.

De benaming ‘loopveld’ maakt een oorspronkelijke func e als verbindingsroute tussen de Amsteldijk en het dorp Ouderkerk aan de Amstel en de Veendijk waaraan het dorp Amstelveen ontstond, aannemelijk. 13.3.2 Dijklichaam Bovenkerkerweg Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer 3 kilometer westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te beschermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze achterkade, ook wel de veendijk genoemd, is nog steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van de huidige Bovenkerkerweg. De veendijk fungeerde als ontginningsbasis voor de verder in westelijke richng optrekkende ontginningen. De hoger gelegen Bovenkerkerweg is nog al jd goed herkenbaar, en hee cultuurhistorische waarde.

13.3.3 Dijklichaam Ouderkerkerlaan Het hoger gelegen, niet ontveende Groot Loopveld is van oorsprong ontstaan als een water-kering tussen de ontveende Middelpolder en Bovenkerkerpolder. De Ouderkerkerlaan werd ook wel ‘Het Groot Loopveld’ genoemd, in tegenstelling tot ‘Het Klein Loopveld’, waarmee de Kal eslaan werd aangeduid. De benaming ‘loopveld’ maakt een oorspronkelijke func e als verbindingsroute tussen de Amsteldijk en het dorp Ouderkerk aan de Amstel en de Veendijk waaraan het dorp Amstelveen ontstond, aannemelijk. 13.4 Archeologie 13.4.1 Dijklichaam De dijkzone langs de Bovenkerkerweg is op de archeologische beleidsadvieskaart aangeduid als ‘primaire kade’ en bovendien als ‘Dijklichaam’; een zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden. Hiervoor geldt het criterium dat bij bodemverstoringen groter dan 100 vierkante meter én dieper dan 30 cm inventariserend archeologisch onderzoek verplicht is. Het meest oostelijke strookje van het bestemmingsplangebied wordt ter hoogte van het A9-tracé (het voormalige ‘Groot Loopveld’) gevormd door de Amsteldijk Zuid. Ook deze dijk is op de archeologische beleidsadvieskaart aangeduid als ‘Dijklichaam’ ; een zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden.

Ook hiervoor geldt het criterium dat bij bodemverstoringen groter dan 100 vierkante meter én dieper dan 30 cm inventariserend archeologisch onderzoek verplicht is. 13.4.2 Onverveend Bovenland Ook het ‘Groot Loopveld’ aan de noordzijde van het gebied is op de archeologische waardekaart aangeduid als ‘van waarde’ en wordt beschreven als zijnde ‘onverveend bovenland’. Hier geldt dat bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 1000 M2 en dieper dan 30 cm vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. 13.4.3 Historische kern Post 12 van de Linie van Kraijenhoff is op de archeologische beleidsadvieskaart aangewezen als van hoge waarde. Dat betekent dat het gebied een hoge archeologische verwach ngswaarde hee . Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient

Archeologische Beleidsadvieskaart Amstelveen Zuid-Oost

vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Ook de loca e van de voormalige molen aan de Bovenkerkerlaan is op de archeologische beleidsadvieskaart aangewezen als van hoge waarde. Dat betekent dat het gebied een hoge archeologische verwach ngswaarde hee . Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. 13.4.4 Verveend en drooggemaakt De wijken Middenhoven, Waardhuizen en Groenelaan zijn op de archeologische beleidsad-vieskaart van de gemeente Amstelveen voor het overgrote deel aangeduid als ‘verveend en drooggemaakt’ gebied. De verwach ngswaarde is er laag. Voor het gehele gebied geldt dat er bij bodemverstoringen dieper dan 30 cm én met een groter oppervlak dan 10.000 vierkante meter, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient te worden verricht. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de loca e vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’.

Mochten er jdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform ar kel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd gezag, de gemeente Amstelveen. 13.5 Monumenten Rijksmonumenten: Binnen het bestemmingsplangebied Amstelveen Zuid-Oost bevinden zich een aantal Rijksmonumenten die allemaal tot het complex van de Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek (KNSF) behoren: Het gaat om de volgende objecten: ● De Oude Molen 1A: werkplaats annex m merwinkel. Bouwjaar 1913. Architect: B.J. Ouendag. ● De Oude Molen 1B: Salpeter- en katoenmagazijn. Bouwjaar 1903. Architect onbe-kend. ● De Oude Molen 1C: Salpetermagazijn. Bouw jaar 1896. Architect onbekend. ● De Oude Molen 1: Laboratorium en watertoren. Bouwjaar 1895, 1910, 1925 en 1955.

● ● ● ● ● ●

Architecten: J.F. Klinkhamer en B.J. Ouendag. De Oude Molen 2: Twee salpeterzuurgebouwen. Bouwjaar 1907, 1918. Architect onbekend De Oude Molen 4: Magazijn. Bouwjaar 1925. Architect onbekend. De Oude Molen 5: Koestal, wagenschuur en kapberg. Bouwjaar 1913. Architect B.J. Ouendag. Amsteldijk zuid 54 tm 58: Buskruitmolen met vier woningen, inclusief poort. Bouwjaar 1718, 1782. Architect B.J. Ouendag. Amsteldijk zuid 59 tm 62: vier dienstwoningen. Bouwjaar: 1940. Kruitmolen 2-4, 6-8: Twee keer twee gekop pelde dienstwoningen. Bouwjaar 1940. Architect onbekend.

Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Bestemmingsplan

Wester-Amstel 14.1 14.2

14.3

14.4

14.5

Gebiedsbeschrijving algemeen Cultuurhistorische waarden 14.2.1 Dorpskern Buurt over Ouderkerk 14.2.2 Buitenplaatsen 14.2.3 Molens 14.2.4 Dijkbebouwing Amsteldijk Landschappelijke waarden 14.3.1 Polderlandschap 14.3.2 Onverveend Bovenland 14.3.3 Dijklichaam Amsteldijk Archeologie 14.4.1 Historische kern 14.4.2 Dijklichaam 14.4.3 Onverveend Bovenland 14.4.4 Verveend en drooggemaakt Monumenten

Cultuurhistorische waardekaart Wester-Amstel

14.1 Gebiedsbeschrijving algemeen Buurt over Ouderkerk en de Amstel De rivieren de Amstel en de Bullewijk, waartussen Ouderkerk gelegen is, zijn van oorsprong afwateringsstroompjes in de uitgestrekte Utrechtse en Hollandse veengebieden. In de 12de eeuw komen de veenstroompjes in open verbinding te staan met de Zuiderzee. Door de ge jdenwerking vond afze ng van zeeklei plaats op de oevers van de Amstel. Op deze oeverwallen kwam later in de Middeleeuwen opnieuw bewoning tot stand. Deze oevers vormden eveneens de basis voor de ontginning van de achterliggende gronden. Zo ontstond de eerste lintbebouwing. Vanaf de veer ende eeuw vormde Buurt over Ouderkerk de marktplaats van Ouderkerk, een gehucht tussen de Utrechtse en Hollandse veengebieden. Ouderkerk, evenals het omringende gebied oorspronkelijk als Aemstelle aangeduid, vormt het oudste bestuurlijk en kerkelijk centrum van Amstelland. In de 13de eeuw vindt een splitsing van Amstelland in Ouder- en Nieuwer-Amstel plaats, met de Amstel als grens. Ouderkerk wordt het centrum van het ambacht Ouder-Amstel en het latere dorp Amstelveen wordt één van de kernen van Nieuwer-Amstel. Aan het eind van de 13de eeuw krijgt de jongere nederze ng aan de monding van de Amstel, Amsterdam, stadsrechten. De oudere kernen Ouderkerk en Amstelveen worden in korte jd overvleugeld door de zich snel ontwikkelende stad.

In Ouderkerk vindt een toename plaats van op het reizigersverkeer afgestemde bedrijven, voornamelijk geconcentreerd op de westelijke oever van de Amstel, in de Buurt over Ouderkerk. Aan de kade die vanaf de 14de eeuw als markt func oneerde, komen herbergen en uitspanningen tot stand. Op een kaart uit 1629 is duidelijk de bebouwing langs het water en de brug over de Amstel te zien. Tot in de 17de eeuw func oneerde Ouderkerk als verzorgingskern voor het omringende gebied, waar veeteelt en visserij de belangrijkste bestaansmiddelen waren. De aanleg van buitenplaatsen voor de stedelingen versterkte de verzorgingsfunc e. De buitendijks gelegen bebouwing aan de Amsteldijk is rond 1650 ontstaan. Aan de westkant van de Amstel hee waarschijnlijk al vanouds een over- of doortocht van de rivier gelegen, die later een lange brug zou worden. Deze waterovergang won aan belang als gevolg van de opkomst van Amsterdam. Het vervoer van en naar Utrecht ging voor en belangrijk deel via de Amstel, en kwam dus door Ouderkerk. De opmerkelijke concentra e van uitspanningen en tapperijen langs de Amstelzijde

dateert al vanaf deze jd en diende als pleisterplaats voor reizigers en handelslieden die zich vooral over het water verplaatsten. Het waterverkeer over de Amstel bestond inder jd met name uit vrachtscheepjes, trekschuiten en beurtschepen. In 1938 werd de lange brug vervangen door een nieuwe brug, de Oranjebaan. Deze brug werd over de Amstel gebouwd ten behoeve van de provinciale weg Haarlem-Hilversum. De oude brug werd afgebroken. Alleen het brugwachtershuis is echter behouden gebleven. Niet ver daarnaast langs de Amstelzijde bevindt zich ook nog de oude weegbrug. Amsteldijk Noord en het onverveende bovenland Langs de Amstel loopt de Amsteldijk: de deels natuurlijke, deels door mensen opgeworpen barrière die het Amstelwater uit het binnenland houdt. De dijk is van oudsher de belangrijke doorgangsroute tussen Amsterdam en Ouderkerk aan de Amstel. Op de dijk vond en vindt ook bebouwing plaats, in de vorm van boerderijen, (arbeiders)huizen en buitenplaatsen. Het achterliggende onverveende bovenland daarentegen is overwegend vrij van bebouwing. Hoewel lager dan de dijk, is het gebied hoger dan het achtergelegen land van de Middelpolder. Het bovenland is in tegenstelling tot de Middelpolder nooit ontveend. Dit hee verschillende redenen: ten eerste was het veen direct langs de Amsteldijk minder bruikbaar als brandstof (bosveen, vaak vermengd met kleiafze ngen).

Daarnaast was in de 17de eeuw een verbod uitgevaardigd om turf te steken langs de Amsteldijk van zo’n 150 tot 450 meter breedte uit angst voor a alving van de Amsteldijk. Daarbij behoorde het land van oudsher bij boerderijen en buitenplaatsen en mocht het dus niet zomaar afgegraven worden. Eind 18de eeuw werd de Ringdijk aangelegd rond de Middelpolder. Langs de Amsteldijk staan enkele agrarische bedrijven en woningen, zowel afzonderlijk als aaneengesloten. Daarnaast kent het gebied een volkstuinencomplex en een gemaal. Ten noorden van Ouderkerk aan de Amstel hebben vroeger, langs de rivier, diverse buitenplaatsen gestaan. Er zijn er nog maar twee over. De meest zuidelijke is Oostermeer, een fraaie buitenplaats met een de ig herenhuis met bijgebouwen uit 1728 en aangelegde tuin en ten noorden daarvan buitenplaats Westeramstel, waarbij de tuinaanleg en het mooie rococo inrijhek behouden zijn. De Amstel, Ringvaart, kavelsloten en gemaalsloot vormen de waterstructuur in het gebied. De groenstructuur bestaat uit de weidegron-

den, begroeiing rondom de landgoederen, woonerven en een volkstuinencomplex. De Middelpolder In de zeven ende eeuw werd de Middelpolder drooggelegd, tussen de Ouderkerkerlaan, Amsterdamseweg, Kal eslaan, Dorpsstraat en Amsteldijk. Halverwege de negen ende eeuw werd de vraag naar turf zo groot dat werd ingestemd met de ontvening van de Middelpolder. Toen aan het eind van de negen ende eeuw de turf gestoken was, werd de ontstane plas opnieuw drooggemalen. De oude verkavelingsstructuur van de Middelpolder is nog steeds herkenbaar, en hee een rechthoekige verkavelingsstructuur, met kavels in oostwestelijke rich ng. Het bovenland is het restant van het oude veenweidegebied, dat door inklinking nu onder het niveau van de Amstel ligt, maar boven het polderniveau. Het gebied wordt ontsloten door de Amsteldijk, Kal eslaan en twee dwarsverbindingen tussen de Amsteldijk en Ringdijk: de Machineweg van de Middelpolder en Oostermeerweg. Alle woon- en bedrijfsgebouwen zijn te bereiken vanaf de Ringdijk, die een grillig verloop hee en op elke plek weer anders heet (Bankrasweg, Machineweg en Kostverlorenweg). De boerderijen liggen aan de laaggelegen polderzijde van de Ringdijk. Kenmerkend is de hiërarchie van de gebouwen op het erf; de woningen zijn gericht op de dijk, de bedrijfsgebouwen (schuren, bergingen) en gebruikelijke ‘rommelige’ erven liggen daarachter.

De overige woningen langs de dijk betreffen kleinschalige landarbeiderswoningen van één bouwlaag en een kap. De laatste jaren zijn in het gebied woningen gerealiseerd die qua typologie, kleurgebruik en massaopbouw niet passen bij de bestaande bebouwing in het gebied. Een ontwikkeling die a reuk doet aan het landelijke karakter van de omgeving. Zowel de Amsteldijk als de Middelpolder zijn van grote recrea eve waarde voor stedelingen uit Amstelveen en Amsterdam. Fietsers, hardlopers en wandelaars maken veelvuldig gebruik van het natuur- en recrea egebied langs de Amstel en in de Middelpolder. 14.2 Cultuurhistorische waarden 14.2.1 Dorpskern Buurt over Ouderkerk Het dorp Ouderkerk aan de Amstel bestaat uit twee delen, waartussen de rivier de Amstel de grens vormt. Op de oostoever van de Amstel ligt het dorp met dezelfde naam, gelegen in de gemeente

Ouder-Amstel. Op de westoever ligt, op het grondgebied van Amstelveen, de voormalige Buurt over Ouderkerk. Mede door het boch ge verloop van de Amstel hee deze buurtschap een geheel eigen karakter. Dat eigen karakter, vastgelegd in een Rijksbeschermd dorpsgezicht wordt nog versterkt door de kleinschalige bebouwing met een veelheid aan func es. Daarin is de horeca sterk vertegenwoordigd, waardoor Ouderkerk aan de Amstel bij velen bekend is. De bebouwing aan de Amstelzijde is zeer divers, en verschilt in bouwperiode, massa, kaprich ng, func e en architectonische detaillering. Het historische gegroeide lintdorpje aan de Amstel is mede daarom een geliefde plek om te recreëren, maar ook om te wonen en te werken. 14.2.2 Buitenplaatsen Vanaf de zeven ende eeuw raakt bij vermogende families het bezit van een buitenplaats naast een huis in de stad in de mode. Bij historische buitenplaatsen gaat het om een van oorsprong tweede huis (naast een huis in de stad) met grond daarbij, waarop onder andere een aangelegd park te vinden was. De welgestelde Amsterdammers in de 17de eeuw verruilden in de zomermaanden graag hun grachtenpand voor een zogeheten ‘buiten’, bij voorkeur niet te ver van de stad, en makkelijk te bereiken. Omdat de boot in deze periode het meest comfortabele vervoermiddel was, is het niet verwonderlijk dat de Amsteloever een geliefde loca e was.

De meeste buitenplaatsen in Nieuwer-Amstel werden niet nieuw aangelegd maar waren bestaande boerderijen die werden aangekocht en verbouwd. Meestal verbleef de eigenaar alleen in de zomermaanden op het pla eland en werd slechts een deel van de boerderij mooi ingericht voor de nieuwe eigenaar. Daarnaast werd een beperkt aantal grote, pres gieuze buitenplaatsen aangelegd, die werden voorzien van fraaie aangelegde tuinen en bijgebouwen, zoals dienstwoningen, koetshuizen, theekoepels, ijskelders en oranjerieën. Rond 1800 was het voor velen echter alweer afgelopen met het sprookje aan de Amstel. De Verenigde Oos ndische Compagnie (VOC) was failliet gegaan en het ging in het hele land economisch bergafwaarts. De Franse jd betekende voor veel buitenplaatsen de ondergang. Aan de Amstel zijn alleen Amstelrust (gemeente Amsterdam), Wester-Amstel en Oostermeer (gemeente Amstelveen) aan de slopershamer ontkomen. Zoals op de Cultuurhistorische waardekaart van het deelgebied Wester-Amstel te zien is, zijn er naast de twee bestaande buitenplaatsen, acht verdwenen

buitenplaatsen. Van noord naar zuid stonden langs de Amstel de volgende buitenplaatsen: Kostverloren-Ruischenstein, De Morgenstond, Oost Rust, Nooitgedacht, Rozenburg, Noordwijk, Tulpenburg, Wester-Amstel, Zonnestein en Oostermeer. Slechts twee hiervan bestaan nog: De buitenplaats Wester-Amstel, die van rond 1665 dateert, is een voorbeeld van het betrekkelijk eenvoudige hofstedetype. Iets zuidelijker aan de Amstel ligt het sta ge buiten Oostermeer, gebouwd rond 1700. Een symmetrisch vormgegeven woonhuis met aan weerszijde bijgebouwen, een pres gieus inrijhek aan de Amstel en een zeer fraai vormgegeven tuin. Omdat deze buitenplaats nog al jd par culier wordt bewoond, is zowel het exterieur en het interieur van het woonhuis als de tuin in zeer oorspronkelijke staat gebleven. Beide bestaande buitenplaatsen zijn aangewezen als Rijksmonument. Een van de oudste buitenplaatsen aan de Amstel was Kostverloren, gelegen in een bocht van de rivier, niet ver van de huidige gemeentegrens met Amsterdam. Het leek wel een kasteel, compleet met een toren en een grote aangelegde tuinpar j. Kostverloren diende rond 1500 als onderkomen voor Jan Benningh, burgemeester van Amsterdam en zijn vrouw. Dat het de allure droeg van een (pseudo) kasteel, hing vermoedelijk samen met een kasteelach g woonhuis, inclusief slotgracht, dat er rond 1420 had gestaan.

Het buiten Kostverloren hee , nadat Benningh er was vertrokken, enige jd Ruischenstein geheten. Op de loca e van de voormalige buitenplaats Tulpenburg stond sinds 1606 een huis dat ‘het Breeweer of Jonge Costverloren’ werd genoemd. In 1650 werd Dirk Tulp, bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie, samen met zijn vrouw, eigenaar van het huis en noemde het ‘Tulpenburg’ en bouwde het om tot een pres gieuze buitenplaats met een fraaie tuin met fonteinen en gro en. In 1761 kwam het huis in handen van de Amsterdamse koopman de Pinto. Na faillissement van het handelshuis werd de buitenplaats in 1784 verkocht aan de beruchte sloper van buitenplaatsen Frederik Kaal. De buitenplaats werd tot de grond toe afgebroken en de bouwmaterialen verkocht. In 2014 is op de plaats van de oude Buitenplaats Tulpenburg een nieuwe buitenplaats gebouwd. Voorafgaande aan de bouw hee archeologisch onderzoek plaatsgevonden. 14.2.3 Molens In de Middelpolder werden rond 1640 twee molens gebouwd. Eén bij de buitenplaats Tulpenburg, nabij de banpaal aan de Amsteldijk. De tweede molen

werd aan het eind van het huidige Bankraspad gebouwd. Het waren 8-kan ge molens die tezamen een oppervlakte van 1024 ha moesten bemalen. Van beide molens is niets bewaard gebleven. 14.2.4 Dijkbebouwing Amsteldijk Langs de gehele oostelijke gemeentegrens loopt de rivier de Amstel, en de daarnaast gelegen Amsteldijk. Naast de func onele waarde, namelijk de barrière die de dijk vormt tegen het water uit de Amstel, hee de dijk ook cultuurhistorische waarde. De hoger gelegen dijk vormt al vele eeuwen de doorgaande route voor het vervoer van mensen en goederen tussen Amsterdam en Ouderkerk aan de Amstel. Ook is hier, langs de dijk en op het hoger gelegen bovenland, in de afgelopen eeuwen bebouwing ontstaan, variërend van buitenplaatsen tot boerderijen en arbeiderswoningen. De verschillende bebouwingstypologieën die zowel in func e als architectonische uitwerking, evenals de inrich ng van de bijbehorende erven en tuinen, sterk uiteenlopen, zijn cultuurhistorisch waardevol. In het Beeldkwaliteitsplan Amsteldijk van de gemeente Amstelveen worden deze verschillende typologieën nader toegelicht. Het document is opgesteld om het bestaande kwaliteitsniveau aan de Amsteldijk te handhaven. 14.3 Landschappelijke waarden 14.3.1 Polderlandschap Droogmakerijen zijn zeer kenmerkend voor de landschapsontwikkeling van de Middelpolder.

De ra onele en regelma ge inrich ng is zowel op het onderveend bovenland, als in de lager gelegen Middelpolder herkenbaar. De kenmerkende openheid is nog ten dele aanwezig, hoewel de druk op deze open ruimte hoog is. De ruimtelijke en gene sche samenhang tussen het wegen- en afwateringspatroon enerzijds, en de Amsteldijk, het bovenland, de polder en de ringdijk anderzijds, is afleesbaar in het landschap. Zowel deze verkaveling als het hoogteverschil in het landschap is van landschappelijke waarde. Het huidige polderlandschap gee ons inzicht in het onstaan, de ontwikkeling en het func oneren van een droogmakerij. 14.3.2 Onverveend Bovenland De strook bovenland langs de Amstel is nooit ontveend. Dit hee verschillende redenen: ten eerste was het veen direct langs de Amsteldijk minder bruikbaar als brandstof (bosveen, vaak vermengd met kleiafze ngen). Daarnaast was in de 17de

eeuw een verbod uitgevaardigd om turf te steken langs de Amsteldijk van zo’n 150 tot 450 meter breedte uit angst voor a alving van de Amsteldijk. Daarbij behoorde het land van oudsher bij boerderijen en buitenplaatsen en mocht het dus niet zonder toestemming afgegraven worden. Het onverveende bovenland onderscheidt zich duidelijk van het achtergelegen lagere ontveende polderlandschap, en hee landschappelijke waarde. 14.3.3 Dijklichaam Amsteldijk Langs de gehele oostelijke gemeentegrens loopt de rivier de Amstel, en de daarnaast gelegen Amsteldijk. Naast de func onele waarde, namelijk de barrière die de dijk vormt tegen het water uit de Amstel, hee de dijk ook landschappelijke waarde. De hoger gelegen dijk vormt al vele eeuwen een markant en karakteris ek element in het polderlandschap aan de Amstel. De Amsteldijk is niet alleen een zeer geliefde plek om te wonen, maar ook wordt er door zowel Amsterdammers als Amstelveners in grote getalen gerecreëerd; te voet, op de (race)fiets, op de motor en in de boot. 14.4 Archeologie 14.4.1 Historische kern De loca es van de bestaande en voormalige buitenplaatsen langs de Amsteldijk zijn op de archeologische beleidsadvieskaart aangewezen als van hoge waarde. Dat betekent dat het gebied een hoge archeologische verwach ngswaarde hee .

Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Ook de loca es van de voormalige molens op het onverveend bovenland, zijn op de archeologische beleidsadvieskaart aangegeven als van hoge waarde. Dat betekent dat het gebied een hoge archeologische verwach ngswaarde hee . Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. 14.4.2 Dijklichaam De Amsteldijk is op de Archeologische beleidsadvieskaart aangeduid als ‘Dijklichaam’: een zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden. Dat betekent dat bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 100 vierkante me-

ter, en dieper dan 30 cm, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. 14.4.3 Onverveend bovenland Het gebied tussen de Amsteldijk en de ringdijk bestaat uit onverveend bovenland. Het is daarom op de archeologische beleidsadvieskaart aanduid als van middelhoge archeologische waarde. Dat betekent dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 1.000 vierkante meter, dieper dan 30 cm, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. 14.4.4 Verveend en drooggemaakt Het gebied ten westen van de ringdijk hee een lage archeologische verwach ngswaarde. Alleen bij zeer grote ontwikkelingen met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter, en een diepte van meer dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek verricht te worden. Het gebied is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd en drooggemalen. De archeologische verwach ngswaarde is er daarom laag. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de loca e vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’.

Mochten er jdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform ar kel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd gezag, de gemeente Amstelveen. 14.5 Monumenten Rijksmonumenten ● Amsteldijk-Noord 36; 37; 38 (530661) Historische buitenplaats ‘Oostermeer’ be staande uit de onderdelen: Hoofdgebouw (nr. 37), historische tuin- en parkaanleg, bouwhuizen (nrs. 36 en 38), toe gangsbrug met keer- en kademuren en balus trade, inrijhek, koepel daterende uit 1728, tuinmuur, werkplaats/stal. Bouwjaar: vóór 1722. Ontwerp: Van Logte ren. Aangewezen op 19 november 2008. ● Amsteldijk-Noord 55 (414318) landhuis ‘Westeramstel’, bestaande uit hoofdgebouw, historische tuin- en parkaanleg, toegangs

● ● ● ●

● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

brug met pijlers en toegangshek en tuin koepel. Bouwjaar: voor 1730. Ont werp: onbekend. Aangewezen op 18 oktober 1991. Amsteldijk-Noord, nabij 65 (8122) banpaal. Bouwjaar: 1625. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 29 april 1993. Amsteldijk-Noord 93 (8119) boerderij ‘Nooit Gedacht’. Bouwjaar: 17de eeuw. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 14 januari 1993. Amsteldijk-Noord 147 (8120) boerderij ‘Oud Mijl’. Bouwjaar: 18de eeuw. Ontwerp: onbe kend. Aangewezen op 22 maart 1995. Amsteldijk-Noord 165 (8121) Hoeve ‘Sloterdijk’ en zomerhuis. Bouwjaar: 17de resp. 19de eeuw. Ontwerp: onbekend. Aan gewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 2;4 (8216); vm. Herberg ‘’t Jagershuis’. Bouwjaar: 1614. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 29 oktober 1993. Amstelzijde 28 (8127); woonhuis. Bouwjaar: 18e eeuw. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 30 (8128); woonhuis. Bouwjaar: 1806. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 33 (8129); winkel-woonhuis. Bouwjaar: 19de eeuw. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 34 (8130); woonhuis. Bouwjaar: 18de eeuw. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 22 mei 1989. Amstelzijde 37 (8131); vm. Herberg ‘De Oude Prins’. Bouwjaar: 1651 / 18e eeuw. Aangewe zen op 30 juni 1989. Amstelzijde 42 (8132); woonhuis. Bouwjaar: begin 19de eeuw. Ontwerp: onbekend. Aan gewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 45 (8133); woonhuis.

Bouwjaar: 18e eeuw. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 46; 48 (8135); woonhuis. Bouwjaar: vóór 1907. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 22 mei 1989. Amstelzijde 47 (8134); theehuis ‘Paardenburg’ met woning. Bouwjaar: 1693. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 51 (8136); vm. Woonhuis. Bouw jaar: 1702. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 52 (8137); brugwachterswoning. Bouwjaar: 18de eeuw. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 1 april 1992.

● ●

Amstelzijde 53 (8138); café met woonhuis. Bouwjaar: 18de eeuw. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 februari 1989. Amstelzijde 55 (8139); restaurant ‘Paarden burg’ met bovenwoning. Bouwjaar: 1702. Aangewezen op 11 december 1991.

Provinciale monumenten ● Amstelzijde, nabij 52 voertuigweegbrug en dienstgebouwtje. Bouwjaar: 1951. Architect: Willem Pool. Gemeentelijke monumenten ● Amsteldijk-Noord 69 poldergemaal (1878, restaura e 1973) complex met Machineweg MP stuw en sluis (1960). Aangewezen op 11 december 2007. ● Amsteldijk-Noord 127/128 dubbel woonhuis en kaasboerderij Rembrandt (1904). Aange wezen op 11 december 2007. ● Amsteldijk-Noord 167 villa. Bouwjaar: 1937. Ontwerp: F. Jurrema en J.H. Antonisse. Aan gewezen op 11 december 2007. ● Amsteldijk-Noord 168 villa. Bouwjaar: 1936. Ontwerp: F. Jurrema. Aangewezen op 11 december 2007. ● Amstelzijde 20 woonhuis. Bouwjaar: 1909. Aangewezen op 28 augustus 2007. ● Amstelzijde 22 woonhuis + vm mmerwerk plaats. Bouwjaar: 1909. Aangewezen op 28 augustus 2007. ● Amstelzijde 25 woonhuis. Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. ● Amstelzijde 27 woonhuis. Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. ● Amstelzijde 29 woonhuis, voormalig winkel woonhuis. Bouwjaar: 18e eeuw. Aangewe zen op 28 augustus 2007. ● Amstelzijde 31 dubbel woonhuis met winkel, voormalige woning-smederij. Bouwjaar: 18e /19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. ● Amstelzijde 32 woonhuis. Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. ● Amstelzijde 39 woonhuis, voormalig win kelwoonhuis met werkplaats. Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007.

● Amstelzijde 41 woonhuis, voormalig winkel woonhuis. Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewe zen op 28 augustus 2007. ● Amstelzijde 43 woonhuis, voormalig winkel woonhuis. Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewe zen op 28 augustus 2007.

● ● ● ● ● ● ●

Amstelzijde 44 woonhuis, voormalig winkel woonhuis Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. Amstelzijde 63 hel van dubbel woonhuis, voormalig winkelwoonhuis Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. Amstelzijde 65 hel van dubbel woonhuis, voormalig winkelwoonhuis. Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. Amstelzijde 67 woonhuis, voormalig winkel woonhuis. Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. Amstelzijde 69 woonhuis, voormalig winkel woonhuis Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. Amstelzijde 79 woonhuis Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007. Amstelzijde 81 woonhuis Bouwjaar: 19e eeuw. Aangewezen op 28 augustus 2007.

Rijksbeschermde stads- of dorpsgezichten ● Buurt over Ouderkerk. Amstelzijde 2 tm 89. Aangewezen op 26 oktober 1990. Gemeentelijke beschermde dorpsgezichten ● Amsteldijk-Noord 1c-16 complex 16 woon huizen (Schneidershuisjes) Gevelwand met bermsloot; Aangewezen op 11 december 2007.

Archeologische beleidsadvieskaart Wester-Amstel

Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Bestemmingsplan

Amsterdamse Bos 15.1 15.2

15.3 15.4

15.5

Gebiedsbeschrijving algemeen Cultuurhistorische waarden 15.2.1 Molens 15.2.2 Verdedigingswerken 15.2.3 Oude dorp Amstelveen 15.2.4 Spoorlijn Landschappelijke waarden 15.3.1 Amsterdamse Bos 15.3.2 Dijklichaam Schinkelpolder Archeologie 15.4.1 Historische kern 15.4.2 Dijklichaam 15.4.3 Onverveend Bovenland 15.4.4 Verveend en drooggemaakt Monumenten

Cultuurhistorische waardekaart Amsterdamse Bos

15.1 Gebiedsbeschrijving algemeen Het Amsterdamse Bos ligt voor het grootste deel op Amstelveens grondgebied; het noordelijke gedeelte in de voormalige Rietwijkerpolder, het zuidelijke gedeelte in de Schinkelpolder. Het bos is ingeklemd tussen de Nieuwe Meer in het noorden, de Amsterdamseweg in het oosten, de Bosrandweg in het zuiden en de ringvaart van de Haarlemmermeer in het westen. Hoewel de naam anders doet vermoeden, ligt het Amsterdamse Bos ligt voor het overgrote deel op Amstelveens grondgebied. Het gebied waar nu het Amsterdamse Bos ligt, was vroe-ger veengebied en bestaat uit drie polders: de Buitendijkse Buitenveldertse Polder, de Rietwijkeroordpolder en de Schinkelpolder. In 1879 werd begonnen met de vervening van de Rietwijkeroordpolder en in 1906 is deze drooggelegd en vervolgens verkaveld en agrarisch in gebruik genomen. Het agrarisch landgebruik hee hier niet lang geduurd, want in de jaren der g werd al begonnen met de aanleg van het bos en zijn de boerderijen en de droogmakerij gesloopt. Tenslo e hebben nog verveningen en droogleggingen plaatsgevonden in de Bui-tendijkse Buitenveldertse polder. In de negen ende eeuw is het veen grotendeels afgegraven. Het gedroogde veen (turf) werd gebruikt om de Amsterdamse huizen te verwarmen. Het gebied kwam daardoor een stuk lager te liggen en moest worden bemaald.

Het Amsterdamse Bos is in de jaren der g van de vorige eeuw ontworpen en deels aangelegd naar ontwerp van Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder. Het zuidelijke deel van het bos is na de Tweede Wereldoorlog aangelegd. Het ontwerp ging uit van een gebruiksbos voor alle Amsterdammers. Het ontwerp vormde een ideale mix tussen voorzieningen voor recrea e en ontspanning enerzijds, en een natuurlijk parklandschap anderzijds. De grote speelvijver en de grote speelweide zijn een voorbeeld van deze mix: niet alleen om naar te kijken, maar ook om te gebruiken. Voor de aanleg van het bos ze e de gemeente werklozen in, en was daarmee een van de grootste werkverschaffingsprojecten van Amsterdam jdens de economische crisis van de jaren ’30. Tussen 1934 en 1940 werkte er maar liefst 20.000 mensen in het bos, onder leiding van de Nederlandse Heidemaatschappij. Een bijzonder onderdeel van het bos zijn de in totaal 116 bruggen. Daarvan zijn 67 bruggen naar ontwerp

van architect Piet Kramer, werkzaam bij de Dienst Publieke Werken van de gemeente Amsterdam. Hij behoorde tot de architectuurstroming van de Amsterdamse School. Deze expressieve ontwerps jl zie je terug in deze bruggen. 53 bruggen zijn door de gemeente Amstelveen aangewezen als gemeentelijk monument. Het bos kent vier hoofdonderdelen: het kamvormige ‘ecologische’ gedeelte langs het Nieuwe Meer, de Bosbaan en zijn omgeving, het radvormige parkachge gedeelte tussen de Bosbaan en de A9, en het meer bosach ge ‘doolhof’ ten zuiden van de A9. Het middengedeelte bevat de meeste func es en kent de meest uitgewerkte aanleg van func es. Het bestaat uit verschillende assen. Er zijn ‘ac viteitsassen’, waarlangs de verschillende (recrea eve) funces in het bos zijn geplaatst, en zicht-assen, waaraan met name opvalt dat de schijn van on-eindigheid wordt gewekt, en dat alle architectonische accenten asymmetrisch, dus uit de zicht-as zijn geplaatst. De concentra e van ac viteiten was gericht op het ‘vrij van rumoer’ houden van andere delen van het Bos. Verder hee het bos geen harde rand, zoals een stadspark, maar wordt het van de stad gescheiden door een meer geleidelijke overgang, waarbij de meeste gebouwen van de rand van het bos af zijn georiënteerd.

15.2 Cultuurhistorische waarden Het gehele bos, zowel het ontwerp als de natuurlijke inpassing en de gebouwde elementen binnen het bos, vertegenwoordigen tezamen een hoge cultuurhistorische waarde. Momenteel loopt een onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van het Amsterdamse Bos, uitgevoerd door het Amsterdamse Bos in samenwerking met Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam en de gemeente Amstelveen naar een eventuele monumentwaardige status van het bos. 53 bruggen in het bos zijn aangewezen als gemeentelijk monument. De Botenloods bij de Bosbaan is aangewezen als Rijksmonument. 15.2.1 Molens In 1645 werd de Rietwijkeroordpolder ges cht. Samen met de Buitendijkse Buitenveldertse Polder werd deze voorzien van een doorlopende kade langs de Nieuwe Meer, de Koenenkade. Voor het droogmalen van de polders werden twee molens, de Koenenmolen en de Noordermolen, geplaatst die uitsloegen op de Nieuwe Meer. De molens zijn met

de aanleg van het bos in de jaren ’30 gesloopt. De loca e van de molens vertegenwoordigen cultuurhistorische waarde. 15.2.2 Verdedigingswerken Niet ver van de Hockeyclub Hurley, ligt verscholen in het groen, een schuilkelder, aangelegd in 1966. De kelder was bedoeld als schuilplaats voor het management van het Amsterdamse Bos van de gemeente Amsterdam ten jde van de koude oorlog, bij eventuele dreiging van een bombardement of nucleaire aanval. De kelder bestaat uit twee ruimten en een nooduitgang achter een stalen luik, vanwaar een stalen trappetje door een betonnen schacht omhoog gaat. De schuilkelder is van binnen uitgerust met elektriciteit, een luchtven la esysteem, een (grond)waterpomp en een douche. Van de schuilkelder zijn bovengronds alleen twee metalen luiken, twee luchtpijpen en een antenne binnen een hek zichtbaar. De schuilkelder vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde vanwege de tastbare herinnering aan de Koude Oorlog.

lemaal aangewezen als gemeentelijke monumenten. 15.3 Landschappelijke waarden

15.3.1 Amsterdamse Bos De landschappelijke waarde van het Amsterdamse Bos is hem met name gelegen in het ontwerp van het bos van Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder, de verschillende aanleg-perioden van het bos en de natuurlijke elementen (groen, water, flora en fauna) en gebouwde elementen (bruggen, bosbaan, kleinschalige bebouwing etc) daarbinnen. Hoewel het bos door mensen is aangelegd volgens een ontwerp is het op de cultuurhistorische waardekaart aangeduid als van landschappelijke waarde, vanwege de natuurlijke, groene se ng en de recrea eve waarde van het bos. Van de oorspronkelijke situa e, het ontveende polderlandschap en droogmakerij, is niets meer te zien. Dit slotenpatroon en bijbehorende molens en dijken zijn bij de aanleg van het bos verloren gegaan of aan het oog on rokken. Het gehele bos vertegenwoordigd landschappelijke waarde. Momenteel wordt door het Am-sterdamse 15.2.3 Oude dorp Amstelveen Bosbeheer en Bureau Monumenten en Archeologie Aan de noord-oost zijde van de Poel is op de waarvan de gemeente Amsterdam onderzoek gedaan dekaart nog een klein gedeelte van de oude dorpsnaar de (eventueel monumentale) waarde van het kern van Amstelveen te vinden. Het betre de meest gehele Amsterdamse Bos.

zuidelijke bebouwing van het oude dorp Amstelveen gelegen aan de Handweg, van oudsher de doorgaan- 15.3.2 Dijklichaam Schinkelpolder-Rietwijkerpolder de weg van Amsterdam langs het dorp Amstelveen In noord-zuidelijke rich ng liep dwars door het bos naar Leiden. een dijklichaam. Voor de aanleg van het bos lag deze hoger gelegen dijk te midden van de Rietwij15.2.4 Spoorlijn keroordpolder en de Schinkelpolder, en werd ten Aan de oostzijde van de Poel loopt een spoorlijn jde van de ontvening gebruikt voor vervoer door over een hoger gelegen dijklichaam. Deze is begin het drassige veenlandschap en bebouwing. Bij de twin gste eeuw aangelegd, en was onderdeel van aanleg van het Amsterdamse Bos zijn de boerderijen de Haarlemmermeerspoorlijnen, die Amstelveen en de droogmakerij gesloopt en is het hoger gelegen met Amsterdam verbond. De Haarlemmermeerdijklichaam gedeeltelijk aan het oog on rokken door spoorlijnen vormen een netwerk van voormalige ophoging van het landschap. Alleen aan de zuidzijde lokaalspoorlijnen in het gebied tussen Haarlem, van het bos, in de schinkelpolder, is de dijk nog als Amsterdam, Utrecht en Leiden aangelegd door de zodanig herkenbaar. Hollandse Elektrische Spoorweg Maatschappij.

Het overgrote deel van de spoorrails is inmiddels 15.5 Archeologie opgebroken, maar op het tracé Amsterdam – Amstelveen – Bovenkerk loopt vanaf het Haarlem15.4.1 Historische kern mermeersta on, langs het Zwarte Pad rich ng de Ook de loca es van de voormalige molens aan de kruising Handweg-Noorddammerlaan, nog steeds westelijke rand van de Schinkelpolder en de Rietwijeen museumtrammetje. Het tracé is tussen 1975 kerpolder, zijn op de archeologische beleidsadviesen 1997 geëlektrificeerd en wordt gebruikt door de kaart aangegeven als van hoge waarde. Dat betekent Electrische Museum-tramlijn Amsterdam. Het tracé dat het gebied een hoge archeologische verwachvan de spoorlijn vertegenwoordigt cultuurhistorische ngswaarde hee . Bij bodemverstoringen met waarde. De sta onnetjes aan deze lijn, evenals de een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en spoorwegwachterswoningen, zijn in Amstelveen aldieper dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend

archeologisch onderzoek plaats te vinden. 15.4.2 Dijklichaam Het meest zuidelijke deel van het dijklichaam dat door de Schinkelpolder en de Rietwijker-polder loopt, is op de Archeologische beleidsadvieskaart aangeduid als ‘Dijklichaam’: een zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden. Dat betekent dat bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 100 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. Het noordelijke deel van de Schinkeldijk is bij de aanleg van het bos verdwenen, en hee geen bijzondere waarde meer op de archeologische beleidsadvieskaart. De Handweg is op de Archeologische beleidsadvieskaart aangeduid als ‘Dijklichaam’: een zone waarbinnen historische bebouwing hee plaatsgevonden. Dat betekent dat bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 100 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. 15.4.3 Onverveend bovenland Het gebied rond de Poel en de Poeloevers bestaat uit onverveend bovenland. Het is daarom op de archeologische beleidsadvieskaart aangeduid als van middelhoge archeologische waarde. Dat betekent dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 1.000 vierkante meter, dieper dan 30 cm, vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden.

15.4.4 Verveend en drooggemaakt Het overgrote deel van het bos hee een lage archeologische verwach ngswaarde. De oude polderstructuren van ontvening en bemaling zijn verdwenen nadat het bos in de jaren der g tot en met de jaren zes g is aangelegd. Alleen bij zeer grote ontwikkelingen met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter, en een diepte van meer dan 30 cm, dient vroeg jdig inventariserend archeologisch onderzoek verricht te worden. Het gebied is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd en drooggemalen. De archeologische verwach ngswaarde is er daarom laag. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de loca e vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een

gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’. Mochten er jdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform ar kel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd ge-zag, de gemeente Amstelveen. 15.5 Monumenten Rijksmonumenten ● Bosbaan 2 (506203) botenhuis met staan-tribune op het dak. Bouwjaar: 1936. Archi-tect: Dienst Publieke Werken, gemeente Amsterdam. Gemeentelijke monumenten ● 53 Bruggen in het Amsterdamse Bos, diverse loca es. Bouwjaar: van 1937 tot 1970. Architect: P.J. Kramer en anderen. Brugnummers: Aangewezen op 19 november 2013. ● Nieuwe Kal eslaan 9 vm. spoorwegwachterswoning en halte Kal eslaan. Bouwjaar: 1914. Aangewezen op 1 december 1998. ● Handweg 31, villa Johanna. Bouwjaar: 1916. Architect: J. Roodenburgh. Aangewezen op 12 mei 2010. Gemeentelijke beschermde dorpsgezichten ● Jan Tooropplantsoen 1-16 met Jan Tooroplaan 51 t/m 53 en Nieuwe Kal eslaan 11-15 complex van 22 woningen. Bouwjaar: 1931. Architect: Alb. J. Kramer. Aangewezen op 27 oktober 2009

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=e4f0d202-49a2-494b-a0a7-c509ff4f6bc8