Agendabundel
Tekst van het document
Gemeenten krijgen daarnaast de mogelijkheid om een experiment te starten om jongeren, die na afloop van hun jongerencontract dakloos worden een steuntje in de rug te bieden, door middel van het toekennen van startpunten. Dit is een tijdelijk experiment, dat na 2 jaar geëvalueerd wordt.
6
Wat blijft hetzelfde?
Veel zaken blijven in het nieuwe voorstel bij het oude, omdat de focus ligt op de volgordecriteria voor woningzoekenden. Er worden geen wijzigingen voorgesteld in de mogelijkheden om te sturen op passende toewijzing van de woningen. Dat betekent dat de huidige mogelijkheden voor het toepassen van passendheidscriteria en labeling blijven bestaan. Bovendien blijven de mogelijkheden om lokaal te sturen bestaan, via lokale voorrang en lokale uitwerking van de regionale urgentieregels. Ook blijven verhuisregelingen bestaan.
wacht. Ingeschreven bij Woningnet of Woonmatch
geen maximum loopt altijd door
Inschrijftijd
zoek.
Betere positie starters gaat ten koste van minder actieve zoekers
Door de introductie van punten voor zoeken en omstandigheden is toewijzing niet alleen meer gebaseerd op wachttijd. Woningzoekenden die actief zoeken hebben zelf invloed op hun slaagkansen door actief te zoeken en door situatiepunten aan te vragen. Op deze manier zijn zij zelf in staat om hun positie op de ranglijst te verbeteren. Aandachtspunt daarbij is dat de doorstroming kan afnemen. Het aandeel en aantal toewijzingen aan starters en actieve zoekers neemt echter toe. Dit gaat waarschijnlijk ten koste van de positie van huishoudens met een langere inschrijfduur en die minder actief zoeken. Als zij wel actief zoeken, maken zij nog steeds veel kans in het nieuwe systeem. Voor de echte kwaliteitszoeker die heel selectief reageert, is minder ruimte.
1 punt per jaar
1 punt per maand
max
1 punt per maand
max
30
Actief reageren
situatie.
Drie specifieke omstandigheden
1. relatiebreuk met kinderen 2. inwonende gezinnen 3. problematisch thuiswonende jongeren
12
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
7
1
Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeenten en corporaties in de regio’s AmstellandMeerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland werken al vele jaren samen op het gebied van woonruimteverdeling1. Deze regionale samenwerking is belangrijk voor keuzevrijheid en bewegingsvrijheid van woningzoekenden. Al langere tijd zijn er signalen dat de huidige regels voor woonruimteverdeling niet meer voldoen. De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn de afgelopen jaren opgelopen naar ruim tien jaar voor starters.
Om het woningtekort aan te pakken, hebben gemeenten en corporaties in de regio maatregelen genomen. Er is een fors bouwprogramma, ook voor nieuwbouw van sociale huurwoningen. Zo is in de Woondeal tussen de Metropoolregio Amsterdam en het Rijk afgesproken dat er tot en met 2025 100.000 woningen gebouwd worden, waarvan een substantieel deel sociale huur. Een groot deel van deze woningen wordt gebouwd in Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland. Ondanks deze inspanningen is de verwachting dat de schaarste voorlopig niet afneemt. De bevolking blijft namelijk groeien en er zijn steeds meer eenpersoonshuishoudens. Ook wordt het door prijsstijgingen steeds moeilijker voor woningzoekenden om zelf oplossingen te vinden buiten de sociale huurvoorraad om.
Het uitgangspunt van het huidige systeem van woonruimteverdeling is dat de woningzoekende die het langste wacht, als eerste aan de beurt komt. Dit uitgangspunt doet echter geen recht aan de vraag van woningzoekenden die vanwege een dringend huisvestingsprobleem hard op zoek zijn naar een woning. Ook voor jongeren die het ouderlijk huis willen verlaten, of na hun jongerenwoning op zoek zijn naar een nieuwe woonplek, is het nu erg lastig om een woning te vinden.
Vanwege de schaarste en omdat groepen woningzoekenden in de knel komen, hebben gemeenten en corporaties in de regio de woonruimteverdeling tegen het licht gehouden. Dit voorstel bevat nieuwe regels voor de verdeling van sociale huurwoningen die beter rekening houden met de woningzoekenden die hard een woning nodig hebben. Deze nieuwe verdeling heeft effect op wie de woning krijgt, maar lost de schaarste aan sociale huurwoningen niet op.
1
e Metropoolregio Amsterdam omvat ook de regio’s Gooi- en Vechtstreek, Almere-Lelystad, Rijnmond D en Zuid-Kennemerland. Deze regio’s hebben hun eigen systeem voor woonruimteverdeling.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
9
1
Inleiding
1.2 Het huidige systeem Sociale huurwoningen in de regio worden nu verdeeld op basis van inschrijfduur of urgentie. De woningzoekende die het meeste inschrijfduur opgebouwd heeft in WoningNet of Woonmatch, krijgt na reactie op een woning als eerste de woning aangeboden. Voor woningzoekenden met een urgentiebewijs is er een andere route. In de praktijk zijn er grofweg drie groepen bij de toewijzing van sociale huurwoningen:
1
Urgenten die direct bemiddeld worden. Zij krijgen een woning aangeboden. Hieronder vallen bijvoorbeeld de uitstroom uit maatschappelijke opvang en statushouders.
2 Sociaal-medische urgenten en stadsvernieuwingsurgenten.
Zij mogen zelf zoeken op WoningNet en gaan voor op andere woningzoekenden. De datum waarop de urgentie verleend is, bepaalt de volgorde. Uitzondering is de regio Zaanstreek-Waterland waar deze twee groepen in een aantal gemeenten direct bemiddeld worden.
3 Regulier woningzoekenden die reageren op WoningNet of
Woonmatch. De volgorde wordt bepaald op basis van inschrijfduur. In sommige gemeenten wordt een deel van de woningen verloot. Er zijn passendheidseisen (inkomen en omvang huishouden) en doelgroeplabels (bijvoorbeeld jongeren en ouderen). Ook zijn er voorrangsregels, waarbij een bepaalde groep voorgaat op anderen (bijvoorbeeld de verhuisregeling ‘Van Hoog naar Laag’). Daarnaast hebben corporaties 5% maatwerkruimte om woningen toe te wijzen.
4
Welke gemeenten en corporaties?
1.3 Wat zijn de grootste knelpunten?
Deze gemeenten werken samen in de regio: Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Amsterdam, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, OuderAmstel, Uithoorn.
Sociale huurwoningen zijn schaars. Daarom moeten huishoudens zeer lang wachten op een woning. Veel woningzoekenden hebben niet alle tijd. Ze hebben een situatie die vraagt om een snelle oplossing, maar ze komen niet in aanmerking voor een urgentie. Veel mensen zoeken daardoor jarenlang hard naar een woning, maar vissen keer op keer achter het net. Dat moet anders: meer dan nu moet de woning terecht komen bij de huishoudens die de woning het hardst nodig hebben.
Deze corporaties zijn actief in de regio: De Alliantie, De Key, Eigen Haard, Stadgenoot, Rochdale, Ymere, Woonzorg NL, Intermaris, Parteon, ZVH, Wormerwonen, Wooncompagnie, Habion en WOV.
Beemster
Edam-Volendam
Wormerland Purmerend Zaanstad
Oostzaan Waterland Landsmeer Amsterdam Diemen
Haarlemmermeer Amstelveen OuderAmstel Aalsmeer
Het huidige systeem is in de basis eenvoudig en duidelijk. De woningzoekende die het langst heeft gewacht, is als eerste aan de beurt. Hierdoor werkt het wel als een spaarsysteem: veel mensen die nu geen sociale huurwoning nodig hebben schrijven zich voor de zekerheid in. Doordat veel mensen zich inschrijven, loopt de wachttijd op en maken woningzoekenden pas na ruim tien jaar kans op een woning. Niet iedereen schrijft zich echter meteen in, of heeft de kans gehad voldoende inschrijfduur op te bouwen. Als zich dan een dringende verhuiswens voordoet, kan de woningzoekende het zich vaak niet permitteren ruim tien jaar te wachten.
1.4 Nieuw systeem Vergeleken met het huidige systeem komen jongeren, starters en huishoudens met een dringende huisvestingsvraag beter aan bod. Het nieuwe systeem richt zich daarmee meer op de outsiders: de woningzoekenden die een start maken op de sociale huurmarkt. Door starters meer kans te bieden, hebben doorstromers minder kans op een nieuwe sociale huurwoning. En omdat doorstromers een sociale huurwoning achterlaten, neemt het aanbod van vrijkomende woningen af. Minder doorstroom en minder aanbod lijkt een verslechtering van de situatie. Zo simpel is het echter niet: alleen de huishoudens die uitstromen uit de sociale huur, bijvoorbeeld door samenwonen, emigratie of overlijden of doordat ze doorstromen naar koop of vrije sector huur, zorgen daadwerkelijk voor een vrijkomende sociale huurwoning voor iemand die nog geen sociale huurwoning heeft. Alle andere vormen van doorstroming is het onderling doorschuiven van woningen naar huishoudens die al een sociale huurwoning hebben. Voor doorstromers met een dringende verhuiswens geldt dat zij hun kansen kunnen beïnvloeden door meer te zoeken. Daarnaast kan doorstroming door gemeenten gestimuleerd worden door gerichte doorstroommaatregelen in te zetten, zoals ‘Van Hoog Naar Laag’ en ‘Van Groot Naar Beter’. Het inzetten of aanpassen van deze doorstroommaatregelen valt buiten de dit voorstel.
Veel zaken blijven in het nieuwe systeem bij het oude. Er worden geen wijzigingen voorgesteld in de mogelijkheden om te sturen op passende toewijzing van de woningen. Dat betekent dat de huidige mogelijkheden voor het toepassen van passendheidscriteria, labels en lokale voorrang blijven bestaan.
Uithoorn 10
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
11
2
Volgordecriteria: puntensysteem Bij de toewijzing van woningen aan ‘gewone’ woningzoekenden wordt straks niet alleen toegewezen op basis van inschrijfduur. Ook intensief zoeken en de omstandigheden van de woningzoekende gaan een rol spelen. Hierbij wordt gewerkt met een combinatie van drie kenmerken waar een woningzoekende punten voor kan krijgen: 1
Wat verandert is dat woningzoekenden met een dringend huisvestingsprobleem meer kansen krijgen door punten voor inschrijfduur te combineren met punten voor omstandigheden en punten voor de mate van zoeken. Om in aanmerking te komen voor situatiepunten gelden scherpe criteria, zodat de omvang van de groep beperkt blijft. Het uitgangspunt is dat eenvoudig kan worden vastgesteld of de omstandigheden van een huishouden vallen binnen de onderstaande drie categorieën:
Inschrijfduur: wachtpunten
→ Inwonend met kinderen
2 De mate van zoeken: zoekpunten
→ Relatiebreuk met kinderen
3 Omstandigheden: situatiepunten
→ Problematisch thuiswonende jongeren De toetsing van de aanvraag van de situatiepunten bestaat uit het screenen van een aantal documenten. Dit wordt belegd bij een centraal punt. Voor jongeren blijft loten bij toewijzing van jongerenwoningen bestaan. Daarnaast krijgen gemeenten, via een tijdelijk experiment, de mogelijkheid om startpunten toe te kennen aan jongeren die na afloop van hun jongerencontract dakloos worden. Met deze startpunten maken die jongeren meer kans op een volgende woning. Hierover meer in hoofdstuk drie.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
13
2
Volgordecriteria: puntensysteem
2.1 Opbouw, afbouw en afnemen van punten Op basis van inschrijfduur, zoekduur en omstandigheden wordt een puntenaantal opgebouwd. Dit puntenaantal is bepalend voor de woningtoewijzing. De woningzoekende met het hoogste aantal punten krijgt de woning 1. De opbouw van punten werkt als volgt: → Wachtpunten (inschrijfduur): per jaar wordt één wachtpunt opgebouwd. Er is geen bovengrens; → Zoekpunten: per maand kan één punt opgebouwd worden wanneer actief gezocht wordt. Een woningzoekende kan maximaal 30 zoekpunten opbouwen; → Situatiepunten: per maand kan één punt opgebouwd worden, mits voldaan wordt aan één van de omstandigheden. Het maximum aantal situatiepunten is twaalf.
1
14
eageren op een woning die wordt verloot, telt mee voor de opbouw van zoekpunten. De punten tellen R alleen niet mee in de volgordebepaling voor de lotingwoning. Wel gelden de zelfde sancties als bij een reguliere woning.
Sancties
Opbouwen van punten Opbouw voorwaarden +1 punt per jaar dat men (geen maximum) is ingeschreven Wachtpunten
Zoekpunten
(maximaal 30)
Situatiepunten (maximaal 12)
+1 punt per maand dat men actief zoekt
No-show
Weigeren woning na aanbieding
Wachtpunten
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Zoekpunten en situatiepunten
1x => alle zoekpunten en situatiepunten kwijt
2x => alle zoekpunten en situatiepunten kwijt
Aanvullende Opmerkingen Uitgerekend op basis van dagen vanaf de inschrijfdatum (of herinschrijving bij mutatie). Actief zoeken = tenminste 4 keer per maand reageren op een passende woning.
+1 punt per maand dat men in de situatie verkeert
Naast het feit dat een woningzoekende meer punten kan krijgen door ingeschreven te staan, door te zoeken en door omstandigheden, kunnen punten ook in mindering worden gebracht.
Afbouwen van punten Afbouwen* Wachtpunten
Niet van toepassing
Zoekpunten
→ In een maand nul keer reageren op een passende woning => -1 punt. Uitgerekend per kalendermaand. → Intrekken belangstelling voor een woning na reactie** => -1 punt.
Situatiepunten
Niet van toepassing
*Door het afbouwen van punten kunnen verschillen ontstaan in puntensaldi gedurende een bezichtigingsproces. Daarom geldt de sluitingsdatum van de advertentie voor het bepalen van de volgorde van toekenning. **Wanneer de einddatum van de advertentieperiode is bereikt, telt de reactie mee voor de opbouw van een zoekpunt. Het intrekken van de belangstelling is daarna niet meer vrijblijvend. Als men na die datum een reactie alsnog intrekt, kost dat één zoekpunt.
Sanctie bij weigering van een woning na acceptatie of no-show
In een aantal situaties kan er ook een sanctie worden opgelegd, waarbij alle zoekpunten en situatiepunten van een woningzoekende weer op nul worden gesteld. Het kan gaan om twee situaties:
Afbouwen van punten
Om woningzoekenden die hard/ dringend op zoek zijn naar een woning meer kans te geven, kunnen zoekpunten worden opgebouwd. Het opbouwen van zoekpunten moet dan niet te vrijblijvend zijn, het moet echt de kansen bevorderen van mensen die heel dringend op zoek zijn. Daarom kunnen zoekpunten ook weer afgebouwd worden. Dat gebeurt in twee situaties: → Per maand dat men niet reageert op woningen, wordt er één zoekpunt afgebouwd. → Als na een reactie de interesse in de woning ingetrokken wordt, wordt één zoekpunt op het puntensaldo in mindering gebracht. Situaties die gelden als afzien van een woning zijn het na de sluitingstermijn van de advertentie, afslaan voor een uitnodiging voor bezichtiging, het anderszins intrekken van de belangstelling voor de woning, of afzien van een woning nadat de bezichtiging heeft plaatsgevonden.
1
De woningzoekende is uitgenodigd voor een bezichtiging, maar laat de bezichtiging voorbij gaan zonder zich af te melden.
2
De woningzoekenden heeft de woning geaccepteerd, maar weigert alsnog de huurovereenkomst te tekenen. Bij een eerste weigering wordt een zoekpunt ingetrokken. Bij de tweede weigering vervallen alle zoek- en situatiepunten.
Om deze sanctie ook daadwerkelijk toe te passen gelden wel een aantal randvoorwaarden. De woningzoekende is minimaal 72 uur voor het moment van de bezichtiging daarvan op de hoogte gesteld en heeft dus een reële kans gehad zich af te melden. Daarnaast wordt de kwaliteit van de advertenties op WoningNet verbeterd. Dit is vooral belangrijk voor woningzoekenden die niet bij de bezichtiging aanwezig kunnen zijn, maar wel de woning willen accepteren.
Kwaliteit woningadvertenties
De advertentie bevat tenminste: foto van de buitenkant, plattegrond, omschrijving, benoeming van bekende gebreken2 en waar mogelijk foto’s van de binnenkant.
Wachtpunten en situatiepunten worden niet afgebouwd. Situatiepunten zijn maximaal drie jaar geldig. Na die drie jaar vervallen ze. 2
r komt een limitatieve lijst met objectieve gebreken die in de advertentie benoemd moeten worden E indien van toepassing. Ook komen er richtlijnen voor de omschrijving van de woning.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
15
2
Volgordecriteria: puntensysteem
2.2 Wachtpunten Inschrijfduur speelt nog steeds een belangrijke rol in dit voorstel, maar wordt minder prominent omdat ook omstandigheden en zoeken meewegen. Per jaar wachttijd wordt één punt opgebouwd, oplopend per dag. Deze punten worden niet afgerond om te voorkomen dat woningzoekenden precies evenveel punten hebben. Het huidige systeem werkt ook op deze wijze. Bij de inwerkingtreding van het nieuwe systeem wordt de inschrijfduur van woningzoekenden omgezet in wachtpunten. Er geldt geen maximum voor het aantal wachtpunten dat een woningzoekende kan opbouwen. De overgangsregeling die is vastgesteld met de wijziging van de woonruimteverdeling in 2015 blijft van kracht. Voor iedereen die gebruik heeft gemaakt van deze overgangsregeling is de woonduur tot uiterlijk 1 juli 2030 omgezet in inschrijfduur. Hierna geldt de inschrijfdatum als wachttijd. Ook hier geldt dat de opgebouwde inschrijfduur wordt omgezet in wachtpunten.
16
2.3 Zoekpunten Wie hard zoekt krijgt extra punten die worden opgeteld bij de wachtpunten en de eventuele situatiepunten. Het aantal zoekpunten wordt bepaald door hoe lang iemand al op zoek is (in maanden) en het aantal reacties. Deze zoekpunten gaan tot een maximum van 30 punten en nemen weer af met één punt per maand dat er niet actief gezocht wordt. Vier keer per maand reageren levert één zoekpunt op. Dit komt neer op (gemiddeld) één reactie per week. Veel actief woningzoekenden doen dat in de praktijk al en daarmee is dit een realistische en haalbare ondergrens. Het is wel te verwachten dat meer mensen actief gaan zoeken om punten op te bouwen. Er is straks een groep woningzoekenden die geen of minder zoekpunten kan opbouwen, omdat ze gemiddeld op minder dan vier woningen per maand reageren. Dit kan zijn omdat het kwaliteitszoekers zijn die bijvoorbeeld alleen reageren op woningen in bepaalde gemeenten of buurten. Als hier minder aanbod is, kunnen ze minder of geen zoekpunten opbouwen. Gemeentelijke lokale voorrang helpt deze groep, maar feit blijft dat woningzoekenden die meer eisen stellen aan hun nieuwe woning straks minder kans hebben dan woningzoekenden die dringend op zoek zijn naar een woning en minder eisen stellen. Er is ook een categorie woningzoekenden die een specifieke woning nodig heeft, zoals grote gezinnen.
Hiervoor geldt dat de woning labels en passendheidseisen er voor zorgen dat deze woningzoekenden in principe alleen hoeven te concurreren met woningzoekenden in dezelfde situatie.
2.4 Situatiepunten: inwonend met kinderen
De beoordeling betreft slechts een controle of de documenten en registraties voldoen aan de voorwaarden. Eenmaal toegekend is de status van “situatiepuntenhouder” drie jaar geldig. Na twee en een half jaar wordt een automatische herinnering gestuurd en kan een verlenging plaatsvinden op basis van dezelfde toetsing. Zo niet, dan worden de punten automatisch verwijderd in WoningNet en Woonmatch. Er vindt geen toetsing van de situatiepunten plaats bij toewijzing.
Gezinnen met kinderen tot achttien jaar die bij een ander huishouden inwonen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor situatiepunten: → Het gezin moet minimaal één jaar ingeschreven staan op adres(sen) waar wordt ingewoond; → Er is sprake van regiobinding, de woningzoekende heeft de afgelopen twee jaar aaneengesloten in de regio gewoond.
Toetsing en geldigheid
De beoordeling van de aanvraag voor de situatiepunten wordt gedaan door een daartoe ingesteld centraal aanvraagpunt. De aanvrager levert de volgende documenten aan: → Huurcontract hoofdhuurder of jaaropgave hypotheek eigenaar van de woning. Ook wordt via de basisregistratie op inwoning, woongeschiedenis en de gezinssamenstelling getoetst.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
17
2
Volgordecriteria: puntensysteem
2.5 Situatiepunten: relatiebreuk met kinderen Bij een relatiebreuk waarbij er sprake is van gezamenlijke kinderen tot achttien jaar en waarvan één van de ouders geen zelfstandige woning heeft, kan deze woningzoekende situatiepunten aanvragen. De voorwaarden zijn als volgt: → Er is een relatiebreuk tussen partners die minimaal twee jaar hebben samengewoond (duurzame relatie); → Er is sprake van ten minste een gezamenlijk minderjarig kind waarover men gezamenlijk gezag heeft; → Er is een ouderschapsplan met of een uitspraak van de rechter over een zorgregeling waarbij de partners minimaal één dag in de week de dagelijkse zorg hebben; → De aanvrager heeft geen zelfstandige woning; → Er moet sprake zijn van regiobinding. Aanvrager heeft de afgelopen twee jaar aaneengesloten in de regio gewoond; → De aanvraag kan maximaal een jaar na vastlegging relatiebreuk worden aangevraagd.
18
Toetsing en geldigheid
De beoordeling van de aanvraag voor de situatiepunten wordt gedaan door een daartoe ingesteld centraal aanvraagpunt. De aanvrager levert zelf documenten aan. De aanvrager levert de volgende documenten aan: → Bewijslast relatiebreuk; → Ouderschapsplan met of uitspraak rechter over zorgregeling; → Een huurcontract of jaaropgave hypotheek (of bij geen zelfstandige woning: huurcontract of jaaropgave hypotheek van hoofdhuurder of eigenaar woning). Ook wordt er via de basisregistratie op de overige voorwaarden zoals het adres, het gezamenlijk gezag en de afronding van de relatiebreuk getoetst. De aard van de beoordeling betreft slechts een controle of de documenten en registraties te voldoen. Eenmaal toegekend is de status van “situatiepunten houder” drie jaar geldig. Na twee en een half jaar wordt een automatische herinnering gestuurd en kan een verlenging plaatsvinden op basis van dezelfde toetsing. Zo niet worden de punten automatisch weer verwijderd in WoningNet en Woonmatch. Een huishouden wordt conform huidige afspraken op basis van de bezettingsnorm toegewezen. Dit betekent dat bij volledig co-ouderschap de kinderen mee mogen tellen bij de huishoudgrootte van beide ouders. Er is sprake van volledig co-ouderschap wanneer de kinderen minimaal drie dagen bij beide partners zijn.
2.6 Situatiepunten: problematisch thuiswonende jongeren
Toetsing en geldigheid
Als het nieuwe systeem in werking treed komen er voor twee categorieën problematisch thuiswonende jongeren situatiepunten:
→ De jongere heeft regiobinding.
1
De beoordeling van de aanvraag voor de situatiepunten wordt gedaan door een daartoe ingesteld centraal aanvraagpunt. De aanvrager levert zelf documenten aan. Voor de twee categorieën gelden in ieder geval de volgende voorwaarden. → Alleen jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 34 jaar komen in aanmerking. Punten kunnen worden opgebouwd tot op de dag dat de jongere 35 wordt.
Pleegjongeren: de vergoeding voor pleegkinderen vervalt op hun 21e jarige verjaardag. In de praktijk blijkt dat vanaf dit moment een urgente woonvraag kan ontstaan, wat vanuit de kwetsbaarheid van het pleegkind onwenselijk is.
2 Jongeren met een indicatie voor ambulante ondersteuning:
het gaat hier vaak om jongeren met psychische of psychosociale problematiek, met een WMO indicatie voor ambulante/ individuele ondersteuning. Soms is het niet wenselijk dat deze jongvolwassenen nog langer thuis wonen. Ook kan de woonsituatie negatieve invloed hebben op de (ontwikkeling van de) rest van het gezin. Het gaat hier om jongeren die al langere tijd ondersteuning ontvangen.
Pleegjongeren 1
De jongere heeft een voltijd pleegzorgindicatie en woont in een pleeggezin of gezinshuis.
2
Toetsing, via de basisregistratie en kopie pleegzorgbeschikking.
Jongere met een WMO indicatie 1
Verklaring van WMO-ondersteuning thuis van tenminste één jaar oud. Het ondersteuningplan moet geactualiseerd zijn waarmee de vervolgondersteuning is bepaald.
2
Toetsing, via de basisregistratie, op het adres van de ouders en de leeftijd.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
19
3
Uitstroom jongerencontracten: startpunten Er zijn zorgen dat het jongeren na afloop van het tijdelijke jongerencontract niet lukt om een nieuwe woonplek te vinden. Daarom kunnen gemeenten via een experiment ervoor kiezen om deze groep onder voorwaarden startpunten toe te kennen. Deze startpunten zijn alleen lokaal geldig. Doel van de startpunten is het bevorderen dat jongeren – die behoren tot de doelgroep van de sociale huur – na afloop van hun jongerencontract een volgende stap kunnen maken in de sociale huursector.
3.1 Hoe werkt het Niet alle jongeren hebben na afloop van het jongerencontract recht op startpunten. Om in aanmerking te komen moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: → De jongere kan aantonen dat er intensief gezocht is (vier reacties per maand) naar vervangende woonruimte. De jongere heeft geen uitnodigingen voor bezichtiging afgeslagen of genegeerd en heeft geen woningen geweigerd. Jongeren die opnieuw in aanmerking komen voor een jongerencontract hebben minimaal de helft van de reacties geplaatst op een woning met jongerencontract, of → De jongere heeft (gezag over) kinderen die jonger zijn dan vijf. Als aan één van deze voorwaarden wordt voldaan krijgt de jongere tien startpunten. Met deze startpunten maakt de jongere meer kans op een volgende woning. Als het tijdelijk contract na vijf jaar vervalt en er geen andere woonruimte is gevonden, krijgt de jongere een verlenging van het tijdelijk contract met twee jaar. De verlenging geldt niet voor jongeren die in een tijdelijk complex wonen. Ook als er sprake is van overlast, woonfraude of problematische huurschulden, kan een verlenging worden afgewezen.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
21
3
Uitstroom jongerencontracten: startpunten
De startpunten zijn twee en een half jaar geldig en kunnen alleen ingezet worden bij reactie op een woning in de gemeente die de startpunten heeft toegekend. De startpunten vervallen als de jongere, na het ontvangen van een uitnodiging voor bezichtiging niet reageert of belangstelling voor de woning intrekt of weigert.
Goede informatie
Het werken met startpunten is een experiment. Tijdens de looptijd van dit experiment wordt gemonitord en kunnen de voorwaarden worden bijgesteld. Twee jaar na de ingangsdatum van het nieuwe systeem worden deze experimenten geëvalueerd en wordt besloten over eventuele voortzetting.
→ Drie jaar voor beëindiging van het jongerencontract krijgt de huurder een geautomatiseerd bericht dat het huurcontract over drie jaar vervalt en dat actief zoeken nodig is om kans te maken op een nieuwe sociale huurwoning.
Afnemen van startpunten (sancties)
Startpunten
No-show
Weigeren woning na aanbieding
1x => alle startpunten kwijt
2x => alle startpunten kwijt
Als bij een sanctie de startpunten worden afgenomen, kan de corporatie het verlengde contract alsnog opzeggen.
Ook bij het toekennen van startpunten is het belangrijk dat jongeren zelf actief op zoek gaan naar vervangende woonruimte, ruim voordat hun jongerencontract afloopt. Goede informatie hierover is cruciaal.
→ Eén jaar voor beëindiging van het jongerencontract volgt nogmaals een geautomatiseerd bericht dat het huurcontract over één jaar vervalt en dat actief zoeken nodig is om kans te maken op een nieuwe sociale huurwoning. → Een half jaar voor beëindiging van het jongerencontract zegt de verhuurder actief de huur aan en wijst daarbij op de mogelijkheid om startpunten aan te vragen.
3.2 Verwachte effecten Voor jongeren die al voor hun 23ste een woning hebben gekregen en dus opnieuw in aanmerking komen voor een jongerenwoning zijn de startpunten genoeg voorsprong om boven aan de lijst te komen, mits zij ook actief zoekpunten hebben opgebouwd. Voor jongeren van 28 jaar en ouder die moeten doorstromen naar een reguliere sociale huurwoning geldt dat de startpunten hun slaagkans aanzienlijk vergroten. De gemiddelde starttijd die in 2018 nodig is om in aanmerking te komen voor een woning is vijftien jaar1. De inschrijfduur bij toewijzing van jongerenwoningen was in 2018 gemiddeld acht jaar. Na afloop van het jongerencontract is dat dan gemiddeld dertien jaar. Het toekennen van tien startpunten zou dan een redelijke kans bieden om door te stromen, mits ook actief gezocht wordt.
Deze werkwijze wordt uitgevoerd door de verhuurder, aangezien deze beschikt over de gegevens over de contracten en vervaldata.
1
22
et gaat hierbij om niet gelabelde woningen. De gemiddelde wachttijd voor gelabelde woningen is in 2018 H korter.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
23
4
Aanbod In het nieuwe systeem kunnen alle woningzoekenden net als nu het volledige woningaanbod zien. Wel maken ze net als nu op sommige woningen meer of minder kans, door middel van labeling, voorrangsregels en passendheidseisen. Bovendien kunnen huishoudens op 50% van het aanbod hun situatiepunten inzetten. Urgenten kunnen niet zoeken in het aanbod voor gewone woningzoekenden. Zij worden direct bemiddeld. Hiermee kunnen gewone woningzoekenden hun kansen beter inschatten. Een uitzondering hierop zijn de stadsvernieuwingsurgenten. Zij kunnen wel reageren op het aanbod voor ‘gewone woningzoekenden’, ook op het aanbod waarop de situatiepunten meetellen. Daarnaast wordt het mogelijk om via een experiment woningen met tijdelijke contracten aan te bieden, als een tussenoplossing voor huishoudens die op korte termijn geen alternatief hebben. Hierover kunnen corporaties en gemeenten op gemeentelijk niveau met elkaar overleggen.
4.1 Woningen voor huishoudens met situatiepunten Het uitgangspunt is dat bij 50% van de woningen die worden verhuurd via de media (WoningNet of Woonmatch) situatiepunten meetellen in de toewijzing. Deze afspraak geldt per gemeente. Gemeenten met minder dan 50 verhuringen op jaarbasis mogen hier iets soepeler mee omgaan. Woningen worden toegewezen via directe bemiddeling of verhuurd via de media. Ongeveer 60% van het totale aanbod van sociale huurwoningen van corporaties wordt momenteel1 via de media geadverteerd. Bij 50% van deze woningen telt de situatie dan mee in de toewijzing, bij de andere 50% niet. Het is de meest praktische uitwerking omdat het aantal woningen dat via de media wordt aangeboden makkelijk te tellen is. Er zijn dan geen berekeningen vooraf nodig hoeveel urgenten er precies zijn en hoeveel woningen dan beschikbaar zijn voor gewone woningzoekenden.
1
at is inclusief de woningen die op dit moment verhuurd worden aan sociaal medisch urgenten. Na D aftrek van de sociaal-medisch urgenten blijft ca. 55% van het totale aanbod beschikbaar voor ‘gewone’ woningzoekenden.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
25
4 Aanbod Voor het bepalen voor welke woningen de situatie meetelt in de toewijzing gelden de volgende regels: → Gemeenten en corporaties bepalen in overleg of en welke afspraken gemaakt worden over geografische spreiding (wijken/ complexen) van de gelabelde woningen. → Bij senioren- en zorgwoningen tellen situatiepunten niet mee. → Woningen waarbij de situatie meetelt in de volgordebepaling zijn een afspiegeling van het totaalaanbod in de gemeente. De huishoudens die in aanmerking komen voor situatiepunten zijn waarschijnlijk divers. Qua inkomen, huishoudenssamenstelling en leeftijd. Daarom is het belangrijk dat in elke gemeente ook verschillende soorten woningen worden aangeboden voor deze huishoudens. → Niet alle woningen waarbij situatiepunten meetellen worden gelabeld voor lokale voorrang.
26
4.2 Passendheid, labelen en lokale voorrang
4.3 Maatregelen voor meer doorstroming
Om het aanbod zo doelmatig mogelijk toe te wijzen kunnen passendheidscriteria en labels ingezet worden. Deze mogelijkheid blijft ook in het nieuwe systeem bestaan. Met passendheidscriteria komen de goedkopere woningen terecht bij de lagere inkomens. Dit is ook een wettelijke eis. Daarnaast worden passendheidsnormen ook gebruikt om grote woningen beschikbaar te houden voor grote huishoudens.
Op dit moment wordt er op lokaal niveau gewerkt met een aantal maatregelen om de doorstroming naar een passende woning te bevorderen. Voorbeelden hiervan zijn de regelingen ‘Van Groot Naar Beter’ (beschikbaar krijgen van grote woningen voor grote huishoudens) en ‘Van Hoog Naar Laag’ (ouderen passend laten wonen). Ook valt te denken aan het inzetten van verhuiscoaches. Deze regelingen blijven ook in de nieuwe woonruimteverdeling mogelijk en kunnen worden ingezet om de doorstroming te bevorderen.
Het inzetten van labels geeft de mogelijkheid om woningen te reserveren voor speciale doelgroepen. Het gaat om bijvoorbeeld rolstoelwoningen, maar ook om woningen voor jongeren en senioren. Ook houden gemeenten de mogelijkheid te sturen op lokale woningmarktomstandigheden door woningen aan te bieden met lokale voorrang. Het wettelijk kader voor het verlenen van lokale voorrang is vastgelegd in de Huisvestingswet. Maximaal 25% van de woningen kan met voorrang worden aangeboden aan inwoners van de gemeente, of met buurtbinding. Daarbinnen kan ook gedifferentieerd worden naar doelgroep. Bijvoorbeeld voorrang voor lokale jongeren. In de nieuwe situatie kunnen zowel woningen waarop situatiepunten gelden, als de woningen waarop alleen zoek- en wachtpunten gelden, gelabeld worden voor lokale voorrang. Intentie is dat in elke gemeente wel woningen met een ‘situatiepuntenlabel’ beschikbaar blijven voor huishoudens uit de regio. Gemeenten in de regio hebben met het Rijk en onderling afgesproken dat zij tijdelijk meer ruimte krijgen voor lokale voorrang. Gemiddeld wordt dit 30%.
4.4 Tijdelijke contracten Het werken met jongerencontracten wordt voorgezet. Daarnaast kunnen gemeenten hun experimentruimte in de Huisvestingsverordening inzetten om woningen met tijdelijke contracten voor spoedzoekers aan te bieden. Dit gebeurt in overleg met de corporaties en vice versa. De tijdelijke contracten die ingezet kunnen worden zijn het contract van twee jaar voor huishoudens met spoedsituaties en het contract van vijf jaar voor onzelfstandige woningen. Doel is huishoudens met een dringende verhuiswens tijdelijk onderdak te bieden om de zaken op orde te krijgen. Binnen de gestelde termijn moeten zij zelf op zoek naar geschikte huisvesting. Belangrijke voorwaarde bij verdere uitwerking is het inzetten van verhuisbegeleiding. In totaal kan maximaal 10% van het aanbod via experimenten als tijdelijke toegewezen worden. Na afloop van het experiment wordt in elk geval geëvalueerd of het voor de beoogde doelgroep daadwerkelijk mogelijk is om binnen de termijn een ‘echt’ woonalternatief te vinden en of met dit experiment de beoogde doelgroep geholpen wordt. De betreffende gemeente(n) en corporatie(s) beslissen in overleg met elkaar of zij een dergelijk experiment willen en hoe dat verder uitgewerkt wordt.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
27
4 Aanbod
4.5 Regionale uitwisseling urgenten In principe krijgen urgenten alleen voorrang op woningen in de eigen gemeente. Onder voorwaarde kan een urgent ook voorrang krijgen op woningen in een andere gemeente. Daar moet een formele aanvraag voor ingediend worden en om dat te toetsen zijn formele afwijzingsgronden opgesteld. Voor het huisvesting van elkaars stadsvernieuwingsurgenten hebben gemeenten quota afgesproken.
→ Een grote stadsvernieuwingsopgave waardoor een gemeente niet goed in staat is om de eigen urgenten te huisvesten. Dan kan een beroep worden gedaan op buurgemeenten. Deze lijst is niet limitatief. Het gaat er juist om dat gemeenten in voorkomende gevallen met elkaar in overleg treden.
Aanleiding voor aanpassing
De huidige afspraken over uitwisseling van regionale urgenten zijn te formeel en daardoor niet goed werkbaar. Voorgesteld wordt aanvragen voor regionale urgentie niet meer te toetsen op basis van deze afspraken, maar een principe-afspraak te maken dat gemeenten elkaar in redelijkheid helpen om elkaars urgenten te huisvesten, mits daar een goede aanleiding toe is. Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende gevallen: → Aanwezigheid van sociaal netwerk van de urgent in de andere gemeente. → Aanwezigheid van een zorginstelling/voorziening waar de urgent sterk afhankelijk van is. → Uitstroom uit maatschappelijke opvanginstellingen waarbij het wenselijk is dat de urgent terug verhuist naar de gemeente van herkomst. Hier zijn recent afspraken over gemaakt. Deze blijven van kracht.
28
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
29
5
Uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het de nieuwe woonruimteverdeling is het van belang dat gebruikers het begrijpen. Het is belangrijk dat gebruikers op een transparante manier inzicht hebben in het aantal punten dat zij hebben opgebouwd, op welke woningen zij kunnen reageren (en welke niet en waarom), hoeveel reacties er zijn binnengekomen op een woning en wat hun slaagkans is. Informatie over de herziening van het woonruimteverdeelsysteem moet niet alleen digitaal beschikbaar zijn, maar ook op papier aangezien er een groep (vooral oudere) gebruikers is die digitaal minder vaardig is.
5.1 Uitlegbaarheid en begeleiding De uitlegbaarheid van het systeem is een belangrijk aandachtspunt. Tijdens de informatiecampagne voorafgaand aan de invoering, maar ook op het moment dat het systeem daadwerkelijk ingevoerd is. De uitleg wordt eenvoudig en helder ingericht. Er wordt rekening gehouden met de volgende doelgroepen: → Minder digitaal vaardigen; → Laaggeletterden; → Mensen die de taal niet goed machtig zijn; → Mensen met een (licht verstandelijke) beperking.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
31
5 Uitvoerbaarheid Het nieuwe systeem moet straks goed toegankelijk zijn op WoningNet en Woonmatch, ook voor deze doelgroepen. Er komt een duidelijke uitleg door middel van het gebruik van animaties, filmpjes, instructies en gebruik van pictogrammen. Ook staat duidelijk aangegeven waar instructies te vinden zijn en waar woningzoekenden fysiek, digitaal en telefonisch terecht kunnen voor vragen of begeleiding. Voor de minder digitaal vaardigen wordt ook een folder uitgegeven. Een informatiecampagne wordt ingezet om woningzoekenden op de hoogte te brengen van de wijzigingen Voor minder (digi)taalvaardigen is ook extra aandacht en persoonlijke begeleiding nodig. Bij gemeenten, corporaties en ondersteunde organisaties als sociale wijkteams en (in Amsterdam en Amstelveen) Stichting !WOON wordt extra begeleiding georganiseerd. Informatie wordt ook verspreid bij Stichting MEE, buurtorganisaties, bibliotheken en andere relevante locaties. Extra capaciteit voor telefonische hulp wordt ingeschakeld via de klantcontactcentra van WoningNet en Woonmatch. Aan de huurderskoepels wordt gevraagd of zij inzet willen leveren voor verspreiding onder bewonersverenigingen. Na vaststelling van het beleidsvoorstel worden nadere afspraken gemaakt over de wijze waarop deze extra capaciteit georganiseerd moet worden.
5.2 Monitoring en evaluatie De wijziging van de woonruimteverdeling heeft als doel dat er meer woningen terecht komen bij de huishoudens die deze het hardste nodig hebben: huishoudens met een dringende huisvestingsvraag en starters. Monitoring moet inzicht bieden of dit doel gehaald wordt. Daarnaast moet ook goed zicht komen wat de effecten zijn voor de overige woningzoekenden. Zo kan eventueel bijgestuurd worden op de effecten van het systeem. Een nieuwe manier van toewijzing kan ook leiden tot ander zoekgedrag. De effecten van de wijziging zijn echter niet meteen zichtbaar. Pas na twee en een half jaar (30 maanden) heeft een eerste actieve groep woningzoekenden het maximaal aantal zoekpunten kunnen opbouwen en zijn de effecten op zoekgedrag volledig zichtbaar. Dan is er nog een periode van één jaar nodig om de effecten op de slaagkans van verschillende groepen woningzoekenden te observeren. Tenslotte is circa één kwartaal nodig voor dataverzameling en de eerste analyse. Al met al kan dus pas na drie en een half jaar de eerste uitgebreide analyse plaatsvinden.
Wanneer bijsturen?
Monitoring en evaluatie moet duidelijk maken of het nieuwe systeem de verwachte resultaten oplevert. Wanneer dat niet het geval is, moet worden bezien of bijsturing nodig is. Redenen om dit te overwegen kunnen zijn: → Als de kans van woningzoekenden met zoek- en situatiepunten niet voldoende wordt verhoogd ten opzichte van de huidige situatie; → Als de situatie van starters niet voldoende bevorderd wordt; → Wanneer bepaalde categorieën woningzoekenden problematisch weinig kans krijgen, of andere ongewenste neveneffecten optreden (een belangrijk voorbeeld is als de doorstroming problematisch zou afnemen); → Wanneer zich lokaal ongewenste effecten voordoen.
Er wordt wel vanaf de start een jaarlijkse rapportage gemaakt om bij te houden welke effecten wel snel zichtbaar worden. Daarnaast wordt voorgesteld een periodiek bestuurlijk overleg in te stellen tussen gemeenten en corporaties. In dit overleg worden de resultaten van de monitoring besproken, maar ook om experimenten van gemeenten of corporaties en eventuele aanpassingen binnen lokaal beleid te bespreken. De frequentie van dit overleg is in eerste instantie halfjaarlijks. Wanneer de uitgebreide effectenrapportage beschikbaar komt in 2025 vindt een evaluatie plaats van het systeem.
32
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
33
Een sociale huurwoning zoeken verandert
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling Vormgeving: DSGN.FRM
1 (v2) Een sociale huurwoning zoeken verandert. Nota van Beantwoording
Een sociale huurwoning zoeken verandert
Nota van Beantwoording
Inhoud Samenvatting
6
I. Beantwoording zienswijzen per onderwerp
9
Inleiding
9
Beeld op hoofdlijnen reacties en gemeentelijke verschillen
9
Opbouw Nota van beantwoording
10
II. Reacties op het regionale beleidsvoorstel 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
2
11
Positief over het puntensysteem Vragen en opmerkingen – algemeen Vragen en opmerkingen – positief Positief: bepaalde groepen krijgen meer kans Vragen/opmerkingen over werking puntensysteem
11 11 12 12 13
2. Negatief over het puntensysteem 2.1 Negatief- algemeen 2.2 Negatief: het voorstel maakt het ingewikkelder/ complexer 2.3 Minder kansen voor groepen woningzoekenden 2.4 Negatief - doorstroming
14 14 14 15 16
3. 3.1 3.2 3.3
Wachttijd/inschrijftijd moet leidend blijven Niet minder kansen van huishoudens die selectief zoeken Negatief- positie van huishoudens met een lange inschrijfduur gaat achteruit Vragen over het systeem in relatie tot wachttijd
16 16 17 17
4.
Geldigheid overgangsregeling omzetten woonduur naar inschrijfduur in nieuw systeem 17
5. Zoekpunten 5.1 Waarom actief zoeken belonen? 5.2 Het aantal punten: hoeveel is redelijk? 5.3 Snelheid van opbouwen zoekpunten 5.4 Waarom reageren als middel en niet inloggen? 5.5 Zoekpunten opbouwen: is het een spel? 5.6 Waarom vier keer reageren en niet maar één keer? 5.7 Maandelijks puntenverlies is niet eerlijk en ontmoedigend 5.8 Zoekpunten opbouwen is moeilijk voor hulpbehoevenden en levert stress op 5.9 Zoekpunten- negatief voor selectieve zoekers/zoekers met specifieke behoeften 5.10 Zoekpunten- vragen over zichtbaarheid van het woningaanbod
18 18 18 18 19 19 20 20 20 21 21
6. Situatiepunten 6.1 Positieve reacties op het verlenen van situatiepunten en voorstel voor uitbreiding 6.2 Situatiepunten voor ‘relatiebreuk met kinderen’ 6.3 Extra groepen die in aanmerking moeten komen voor situatiepunten/steun in de rug 6.4 Vragen m.b.t. werking situatiepunten 6.5 Negatieve reacties op het verlenen van situatiepunten- algemeen 6.6 Negatieve reacties situatiepunten relatiebreuk met kinderen 6.7 Negatief situatiepunten inwonende gezinnen
22 22 22 23 24 24 25 25
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
6.8 Negatief situatiepunten problematisch thuiswonenden jongeren
26
7. 7.1 7.2 7.3 7.4
Sancties op weigeren en no-show Positieve reacties op het beleid ten aanzien van weigeren Negatieve reacties op beleid ten aanzien van weigeren Sancties op no-show Uitnodigingsbeleid
26 26 27 28 28
8. 8.1 8.2
Doe meer voor jongeren Jongeren/ starters algemeen Studenten
28 28 29
9.
Doe meer voor gezinnen
29
10.
Doe meer voor doorstromers
30
11.
Voorrang voor eigen inwoners
30
12.
Uitstroom tijdelijke contracten/ jongerencontracten
31
13.
Loten voor jongerencontracten
32
14. Transparantie van het nieuwe systeem 14.1 Opmerkingen transparantie 14.2 Vragen en opmerkingen begeleiding
32 32 33
15.
Uitlegbaarheid
33
16.
Voorstellen voor een alternatief systeem
34
17. Planning en proces 17.1 Reacties-positief: voer het voorstel zo snel mogelijk in 17.2 Negatief- niet voldoende tijd om in te spreken
35 35 36
18.
36
Monitoring
III. Inspraak op aanpalend beleid, niet op het voorstel
36
19. Vergroot het aanbod, ook in het middensegment 19.1 Vergroot het aanbod 19.2 Betaalbaarheid van het wonen
36 36 38
20.
39
Verhuisregelingen
IV. Vragen over het huidige systeem van woonruimteverdeling 40
3
21.
Aanbod en overige algemene vragen
40
22.
Huidige urgentiesystematiek
41
23.
Verblijfsgerechtigde statushouders
41
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
V.
Overige vragen/opmerkingen beleid
43
24. Gemeentelijk/ regionaal beleid algemeen
43
25. Vrije sector huur
44
26. Airbnb
44
27. Landelijk beleid
45
VI. Reacties huurdersverenigingen
4
45
1. Stichting !Woon
45
2. Cliëntbelang
47
3. Kansplus (organisatie voor mensen met een beperking)
48
4. Jeugdplatform Amsterdam
49
5. Jeugdhulpaanbieder Level Amstelveen
50
6. Werkgroep Jongeren Plus (mede namens Volksbond Streetcornerwork)
51
7. HVO Querido
51
8. WAUW Netwerk maatschappijkritische 50+ vrouwen
52
9. Wooncafé Amsterdam
53
10. FAH
55
11. HBO Argus
57
12. HVA Arcade
58
13. HNA
61
14. Platform Y
63
15. HAK Huurdervereniging Aalsmeer Kudelstraat
64
16. HPD (Diemen)
65
17. HVO Huurdersvereniging Oostzaan
67
18. Zienswijze huurdersvereniging Uithoorn en de Kwakel
68
19. Huurdervereniging Huurders voor huurders Wormerland
69
20. Huurdersvereniging Zaanstad (HoZ)
70
21. IBN (Initiatief Betaalbaar Wonen Noord)
71
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
VII.
5
Wijzigingen en toezeggingen
72
1. Zoekpunten
72
2.
Situatiepunten: problematisch thuiswonende jongeren
72
3.
Sancties op weigeren en no-show
73
4.
Uitstroom uit jongerencontracten
73
5.
Transparantie en begeleiding
74
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Samenvatting Woonruimteverdeling is een onderwerp dat leeft. Sociale huurwoningen in de regio Amsterdam zijn erg schaars. Een nieuwe manier voorstellen om deze woningen te verdelen raakt veel mensen daarom direct. Dat blijkt ook uit de vele inspraakreacties op dit voorstel. In dit voorstel worden sociale huurwoningen niet alleen toegewezen op basis van inschrijfduur. Zoeken en specifieke situaties gaan ook een rol spelen. Daarmee doen we recht aan woningzoekenden die dringend op zoek zijn naar een woning. De reacties op dit voorstel laten een divers beeld zien. Er zijn ongeveer evenveel positieve als negatieve reacties. Insprekers vinden het positief dat zoeken een rol gaat spelen en dat er meer ruimte komt voor woningzoekenden die dat het hardste nodig hebben. Zorgen zijn er vooral over wat de nieuwe regels betekenen voor mensen met veel inschrijfduur en of mensen zonder situatiepunten straks nog wel in aanmerking komen voor een woning. Daarnaast zijn er vragen over de uitlegbaarheid en wordt er aandacht gevraagd voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. In de nota wordt op deze verschillende reacties ingegaan. Ook zijn een deel van de reacties reden geweest om zaken te wijzigingen in het beleidsvoorstel. Gezien het grote aantal reacties is ervoor gekozen de inhoudelijke vragen en opmerkingen uit deze reacties te rubriceren.
Per rubriek wordt steeds een inhoudelijke reactie gegeven en waar nodig een wijzigingsvoorstel of toelichting hoe hiermee wordt omgegaan. Alle regionale reacties zijn meegenomen. Vragen die lokaal van aard zijn, worden door de betreffende gemeente opgenomen in de lokale nota van beantwoording.
De volgende vijf onderwerpen komen vaak terug in de reacties: Invoeren puntensysteem Veel mensen zijn positief over het invoeren van een puntensysteem. Doordat naast inschrijfduur ook zoeken en specifieke situaties gaan meetellen, zijn er meer kansen voor woningzoekenden die voorheen niet in aanmerking kwamen voor een sociale huurwoning. Vooral jongeren en starters hopen met het puntensysteem meer kans te maken op een woning. Ook zijn veel mensen positief over het werken met situatiepunten. Zij ervaren dit als een steun voor hun benarde situatie, of kennen iemand die in zo’n situatie zit. Zij vinden het rechtvaardig dat deze mensen voorrang krijgen. Tegelijkertijd zijn er ook veel zorgen over het puntensysteem. Genoemd wordt dat de complexiteit toeneemt, waardoor ouderen en minder digitaal vaardigen minder kans maken. Ander belangrijk punt is de positie van gewone woningzoekenden. De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn erg lang. Vrees is dat het voor woningzoekenden die straks geen situatiepunten krijgen nog moeilijker wordt een woning te bemachtigen. Reactie hierop is dat één van de doelen van dit puntensysteem is de positie van starters en jongeren te bevorderen. De situaties waarvoor punten worden toegekend zijn gebaseerd op een breed participatietraject. Veel draagvlak bleek voor het toekennen van punten voor
6
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
mensen in de situaties relatiebreuk met kinderen, inwonend met kinderen en problematisch thuiswonende jongeren. Om te zorgen dat ook gewone woningzoekenden nog aan bod komen, kunnen situatiepunten ingezet worden bij 50% van het aanbod via de media. Bij de invoering van het nieuwe systeem wordt veel aandacht besteed aan de uitlegbaarheid. Uitgangspunt is dat de uitlegbaarheid niet mag afnemen ten opzichte van het huidige systeem. Zoekpunten De reacties ten aanzien van zoekpunten zijn divers. Een deel van de mensen is positief over het invoeren van zoekpunten, maar er zijn ook zorgen over hoe dit gaat werken. Mensen die positief reageren, vinden het fijn dat activiteit beloond wordt en dat inschrijfduur niet meer het enige doorslaggevende criterium is. Zorgen gaan vooral over het laten opbouwen en afbouwen van zoekpunten per maand. Indruk is dat
7
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
mensen altijd moeten blijven zoeken, alleen om punten op te bouwen en mee te kunnen doen. Ook zijn er zorgen of er wel voldoende aanbod is en of zoekpunten niet te fraudegevoelig zijn. Op basis van deze reacties is het beleidsvoorstel aangepast. Zoekpunten worden opgebouwd door vier keer per maand te reageren, maar afbouw vindt minder snel plaats. Alleen als geen enkele reactie wordt geplaatst in een maand, wordt één zoekpunt in mindering gebracht. Het is niet nodig om altijd/ continu te zoeken. Alleen als je echt op zoek bent naar een woning, loont het om actief te reageren. Binnen 2,5 jaar kan het maximaal aantal zoekpunten opgebouwd worden. Je zoekpuntensaldo wordt bovendien nooit lager dan nul. Als je niet actief op zoek bent, hoef je dus niet te reageren. Reageren is niet vrijblijvend. Als iemand na reactie geen interesse blijkt te hebben, vervalt het zoekpunt weer. Ook zijn de sancties tegen het licht gehouden: men kan zich nu afmelden voor een bezichtiging en men kan na bezichtiging afzien van een woning. Dit heeft een lichte sanctie tot gevolg; de afname van één zoekpunt. Tot slot worden in het systeem waarborgen ingebouwd om fraude tegen te gaan. Situatiepunten De reacties op situatiepunten zijn overwegend positief, alhoewel ook hier wel wat kanttekeningen geplaatst worden.
Veel insprekers vinden het eerlijk dat mensen in één van de genoemde situaties een voordeel krijgen. Voor veel insprekers zijn de situaties dan ook herkenbaar. Of zij verkeren in deze situatie, hebben hier in het verleden mee te maken gehad, of kennen iemand die in een van deze situaties zit. Daarnaast zijn er veel voorstellen om het aantal categorieën uit te breiden, of om mensen een andere vorm van voorrang of urgentie te geven. Negatieve reacties gaan vooral over de toegenomen complexiteit en transparantie bij toetsing en toewijzing van de situatiepunten. Daarnaast vindt een deel van de insprekers het oneerlijk dat deze categorieën voorrang krijgen. Dit speelt vooral bij gescheiden mensen en bij problematisch thuiswonende jongeren. Reactie is dat het draagvlak voor deze situaties getoetst is via het participatietraject. Bij de uitwerking is met veel aandacht gekeken naar de mogelijkheden om de criteria zo transparant en eenvoudig mogelijk weer te geven. Bij de situatie problematisch thuiswonende jongeren heeft dit ertoe geleid dat een aantal categorieën geschrapt is. Deze categorieën waren moeilijk toetsbaar. Kwaliteit van de informatie in relatie tot het weigeringsbeleid Veel insprekers vinden dat als er sancties op weigeren ingevoerd worden, betere informatievoorziening op WoningNet/Woonmatch nodig is.
Men vindt de voorwaarden die aan de advertenties gesteld worden in het beleidsvoorstel niet voldoende. Daarnaast willen veel insprekers een klantgerichter uitnodigingsbeleid. Zij vragen uitnodigingen voor bezichtiging tijdig te versturen en de termijn voor afmelding van een bezichtiging te verlengen. Veel insprekers vinden het niet eerlijk, wanneer een woning geweigerd wordt, meteen puntenaftrek plaatsvindt. Een bezichtiging is nodig om te kunnen beoordelen of
8
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
een woning geschikt is. Op basis van deze reacties is het beleid met betrekking tot weigeren van een woning aangepast. De kwaliteitseisen voor de advertenties op WoningNet/Woonmatch worden aangescherpt. Corporaties versturen minimaal 72 uur voor bezichtiging een uitnodiging en woningzoekenden en krijgen de mogelijkheid zich tot het moment van bezichtiging af te melden. Op het moment dat een woningzoekende, na reactie op een woning, de belangstelling intrekt, vindt aftrek van één zoekpunt plaats. Het is niet de bedoeling dat mensen alleen maar reageren op woningen om zoekpunten op te bouwen, terwijl er geen echte belangstelling is. Het toepassen van een sanctie, waarbij alle zoek- en situatiepunten vervallen, vindt plaats in twee situaties: 1 Als een woningzoekende zonder bericht niet komt opdagen bij bezichtiging 2 Bij de tweede keer dat een woningzoekende na bezichtiging de woning heeft geaccepteerd, maar alsnog weigert het huurcontract te ondertekenen
9
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Voorrang voor eigen inwoners Veel mensen vinden dat inwoners uit de eigen gemeente voor moeten gaan ten opzichte van buitenstaanders of nieuwkomers. Zij hebben het gevoel dat zij, en hun kinderen die willen starten, verdrongen worden van de woningmarkt. Reactie is dat de huisvestingswet de kaders geeft voor het toepassen van lokale voorrang. Jaarlijks kan maximaal 25% van de woningen worden toegewezen met voorrang aan inwoners van de eigen gemeente. Het beleidsvoorstel voorziet in regionale afspraken over de woonruimteverdeling op hoofdlijnen. Gemeenten gaan zelf over het toepassen van lokale voorrang. Naast de inhoudelijke reacties die gaan over het beleidsvoorstel zijn er ook veel reacties die buiten de scope van het beleidsvoorstel vallen, bijvoorbeeld omdat ze gaan over de noodzaak meer woningen te bouwen. De enige manier om de schaarste op te lossen is inderdaad het bouwen van meer woningen. Gemeenten zetten hier via diverse nieuwbouwprogramma’s op in. Toch zal zelfs als alle ambities gerealiseerd worden, de schaarste de komende jaren niet worden opgelost. De huisvestingswet biedt gemeenten het kader om juist in zo’n periode van schaarste te sturen op toewijzing van sociale huurwoningen.
1 0
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
I. Beantwoording zienswijzen per onderwerp Inleiding Dit regionale format voor de Nota van beantwoording is opgesteld naar aanleiding van alle ingekomen reacties op het beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling: “Een sociale huurwoning zoeken verandert”. Dit voorstel heeft in de periode 2 juni 2020 tot en met 28 juli 2020 in de inspraak gelegen in de 15 gemeenten in de regio’s Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland. In totaal kwamen er 951 reacties binnen, 930 van inwoners en 21 reacties van belangenbehartigers en platforms. Het grootste aantal inspraakreacties is binnen gekomen in de gemeente Amsterdam, in totaal 657. Het aantal reacties in overige gemeenten varieert van 4 tot 83 per gemeente. In Amsterdam beperkten zich 64 reacties tot een vraag of opmerking. In de regio bleken in verhouding meer vragen over lokale voorrang en lokale situaties te gaan. Van de 289 inspraakreacties buiten Amsterdam zijn 71 inspraakreacties waarbij nog een extra lokale aanvulling nodig is. Veel van deze vragen gingen over de zoektocht naar een woning. Soms was de vraag algemeen van aard: “Kunt u mij helpen aan een woning?” Soms werden specifieke vragen gesteld. Bijvoorbeeld over rolstoelwoningen, woningen voor SV-urgenten of ging het om een meer persoonlijke hulpvraag.
Deze insprekers hebben een persoonlijke mail ontvangen met een verwijzing naar de juiste informatie. De zienswijzen zijn verder ingedeeld in 27 categorieën die in deze Nota van beantwoording worden beantwoord. Binnen elke categorie zijn vragen gebundeld en voorzien van een antwoord. In dit regionaal format voor de Nota van beantwoording zijn alle reacties die in de 15 gemeenten zijn binnengekomen behandeld. Gemeenten kunnen van deze beantwoording gebruik maken voor hun eigen lokale nota van beantwoording. Op een deel van de vragen over lokaal gemeentelijk beleid nog een antwoord komen van de betreffende gemeente. Het is mogelijk dat het beeld niet in alle gemeenten helemaal overeenkomt qua verhouding positieve en negatieve reacties ten aanzien van de verschillende punten. Bij de uitleg van het uiteindelijk beleidsvoorstel en de wijzigingsvoorstellen kan daarom worden verwezen naar dit regionale traject en totaalbeeld op basis van alle ingekomen reacties.
Beeld op hoofdlijnen reacties en gemeentelijke verschillen Van de insprekers die duidelijk te kennen geven voorstander of tegenstander te zijn van de 11
wijzigingen, is ongeveer de helft positief. De andere helft ziet het systeem liever niet ingevoerd worden. Een groot deel van hen is voorstander van de huidige wijze van verdelen. Uit de participatie in alle gemeenten in de regio in het voorjaar van 2019 bleek echter ook een groot draagvlak voor aanpassing van het huidige systeem naar een puntensysteem. In de enquête van 2019 bleek dat deze manier van verdelen op het meeste draagvlak kon rekenen. 33% van de respondenten ondersteunde dit, tegenover 29% voor inschrijfduur en 21 % alleen op basis van zoekpunten. De inspraakreacties binnen en buiten de gemeente Amsterdam verschillen enigszins. Deze verschillen zijn niet groot, in grote lijnen komen de reacties overeen als het gaat om de verdeling over de categorieën. Zowel in Amsterdam als de regio gaan veel inspraakreacties over zoekpunten en uitlegbaarheid. In de kleinere kernen zoals bijvoorbeeld Landsmeer is meer behoefte aan lokale voorrang voor jongeren. Ook wordt in de regio net als in Amsterdam vaak om een vergroting van het aanbod gevraagd, in de regio wordt daarbij ook vaak om meer aanbod van seniorenwoningen gevraagd. Verder is men bijvoorbeeld in Haarlemmermeer wat positiever over de situatiepunten voor gescheiden met kinderen dan in andere gemeenten.
Verder valt op dat men in de regio meer vragen over de regionale werking van het systeem heeft en meer kritiek lijkt te hebben op het landelijke beleid van passend toewijzen.
12
Opbouw Nota van beantwoording In de hoofdstukken II tot en met V wordt ingegaan op de ingekomen gecategoriseerde reacties, onderverdeeld in de verschillende hoofdpunten. → Hoofdstuk II (punt 1-18): reacties ten aanzien van het beleidsvoorstel → Hoofdstuk III (punt 19-20): reacties naar aanleiding van het beleidsvoorstel, maar die betrekking hebben op aanpalend beleid en niet direct over woonruimteverdeling → Hoofdstuk IV (punt 21-23): huidige toewijzing → Hoofdstuk V (punt 24-25): beleid van gemeente en rijk opgenomen → Per hoofdpunt worden de inspraakreacties verder uitgesplitst. De inspraak is cursief en vervolgens staat er een reactie op de genoemde inspraak
Hoofdstuk VI gaat in op de inspraakreacties van de huurdersverenigingen. Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk VII gaat in op de wijzigingen en toezeggingen naar aanleiding van de inspraak.
13
II. Reacties op het regionale beleidsvoorstel 1.
Positief over het puntensysteem
Veel zienswijzen zijn positief over het nieuwe toewijzingssysteem. Mensen vinden het eerlijker en goed dat woningzoekenden met dringende omstandigheden een extra steun in de rug krijgen. Er worden ook veel categorieën voor situatiepunten toegevoegd, zie hiervoor paragraaf 6, over de situatiepunten. Naast een aantal algemene vragen wordt de verwachting uitgesproken dat woningzoekenden meer kans maken om sneller een woning te vinden.