CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie voor Algemeen bestuur en middelen 1 februari 2022, gemeente amstelveen37.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

c.

er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners; d. het initiatief naar het oordeel van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is; e. het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken; f. het een onderwerp betreft dat overwegend het privébelang van de indiener dient. Artikel 4.4 Bekendmaking Het gemeentelijk aanspreekpunt informeert de initiatiefnemers van het maatschappelijk initiatief over het besluit van het college om wel of niet ondersteuning te verlenen. HOOFDSTUK 5. Burgerinitiatief Artikel 5.1 Voorwaarden en wijze van indiening burgerinitiatief

1. Initiatiefgerechtigden kunnen een burgerinitiatief indienen bij de gemeenteraad.

2. Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van Het Raadsgesprek wordt schriftelijk of digitaal en gedagtekend, via de griffier, ingediend bij de voorzitter van de raad. 3. Na aanbieding van het burgerinitiatief in de gemeenteraad plaatst de agendacommissie het initiatief op de agenda van Het Raadsgesprek. 4. Er zit ten minste twee weken tussen de dag van het indienen van het verzoek en de dag van de bijeenkomst waarin het verzoek wordt behandeld. 5. Voor het indienen van een burgerinitiatief is een formulier, al dan niet digitaal, beschikbaar bij de griffie van de raad of op de website van de gemeente. Na invulling dient het formulier weer bij diezelfde griffie te worden ingediend. 6. Het verzoek tot burgerinitiatief bevat ten minste: a. een nauwkeurige omschrijving van het voorstel; b. een toelichting op het voorstel; c. de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn/haar plaatsvervanger, en; d. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningenvan de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen. 7. Ongeldig is het verzoek dat: a. niet door ten minste 100 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund; b. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; c.

een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het college; d. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur; e. een onderwerp waarover korter dan vier jaar voor indiening van het burgerinitiatief door de raad een besluit is genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden; f. onderwerpen die privé-belangen betreffen. 8. De agendacommissie organiseert een bijeenkomst tijdens Het Raadsgesprek om met de indiener over het burgerinitiatief te praten en nodigt de indiener daartoe uit. Aan het eind van de bijeenkomst formuleert de voorzitter een conclusie en stelt een eventuele vervolgwijze van behandeling voor. 9. De griffie informeert de indiener van het burgerinitiatief over de vervolgstappen. HOOFDSTUK 6. Slotbepalingen Artikel 6.1 Evaluatie en monitoring 1. De uitvoering van deze verordening wordt jaarlijks geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

2. Ten behoeve van de evaluatie verzamelt het college systematisch informatie over: a. Aantal participatietrajecten en de onderwerpen; b. Verschillende gekozen vormen van participatie; c. Uitkomsten, inzet daarvan en effectiviteit in praktijk; d. Kosten. Artikel 6.2 Inwerkingtreding verordening Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Op die datum vervalt de Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013 en de Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008. Artikel 6.3 Overgangsbepaling Op procedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013 en de Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008 van toepassing. Artikel 6.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Participatie Verordening Amstelveen 2022. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 februari 2022. De griffier,

Debby de Heus

De voorzitter,

Tjapko Poppens,

Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

14-12-2021 14:41

Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

1 Bijlage 2 Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

Lokale wet- en regelgeving

Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013 Geldend van 25-03-2013 t/m heden Intitulé Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen De verordening verstaat onder: a.

beleidsvoornemen : het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;

b.

inspraak : het bieden van de formele mogelijkheid aan ingezetenen en belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken;

c.

inspraakprocedure : de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;

d.

participatie : het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van doelgroepen (burgers, instellingen, bedrijven, en dergelijke) bij beleidsvoorbereiding, -vaststelling, -uitvoering of -evaluatie;

e.

randvoorwaarden : aan de participatie ten grondslag liggende feiten, waarop het bestuursorgaan geen invloed heeft dan wel door het bestuursorgaan aan participatie gestelde kaders.

Artikel 2 Onderwerp van participatie of inspraak 1.

Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van beleid van de gemeente.

2.

Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.

3.

Onverlet het bepaalde in het tweede lid beslist het bestuursorgaan over het verlenen van participatie of inspraak in die gevallen waartoe de wet niet verplicht.

4.

Geen participatie of inspraak wordt verleend: a.

ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

b.

indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

c.

indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

d.

inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

e.

indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;

f.

indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Artikel 3 Participatie- of inspraakgerechtigden https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR274662

1/7

14-12-2021 14:41

Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

Participatie en/of inspraak wordt verleend aan ingezetenen van de gemeente Amstelveen en belanghebbenden.

HOOFDSTUK 2 PARTICIPATIEPROCEDURE Artikel 4 Participatieprocedure 1.

Het bestuursorgaan stelt voor elk onderwerp waarop participatie wordt verleend een procedure vast. Het bestuursorgaan maakt een gemotiveerde keuze uit de participatiecategorieën: informatie, consultatie of coproductie.

2.

De participatieprocedure bevat ten minste:

3.

a.

een omschrijving van het onderwerp van participatie, zoals bedoeld in artikel 2;

b.

een aanduiding van de kring van belanghebbenden, zoals bedoeld in artikel 3;

c.

het onderwerp waarop de participatie zich richt;

d.

de vermelding van de ambtelijke en bestuurlijke portefeuillehouder van de participatie.

In aanvulling op het tweede lid bevat deze procedure voor zover mogelijk: a.

de randvoorwaarden, zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder e.;

b.

de wijze van vormgeving van het participatieproces;

c.

een tijdpad met termijnstelling;

d.

een communicatieparagraaf;

e.

een financiële paragraaf.

4.

De in het tweede en derde lid genoemde onderdelen worden opgenomen in communicatieparagraaf als onderdeel van het plan van aanpak van het desbetreffende project.

5.

Het bestuursorgaan kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin de vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist. Het bestuursorgaan geeft hiervan overeenkomstig het gestelde in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk kennis.

Artikel 5 Voorbereiding participatie 1.

Het bestuursorgaan informeert voorafgaand aan de participatie belanghebbenden hierover op correcte wijze. Volstaan kan worden met vermelding van de zakelijke inhoud.

2.

Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de kring van belanghebbenden voldoende tijd en informatie krijgt voor een goede voorbereiding.

Artikel 6 Verslaglegging participatie 1.

Het bestuursorgaan draagt zorg voor verslaglegging van de in het kader van participatie gehouden bijeenkomsten.

2.

Deze verslagen worden aan alle deelnemers bij de in het eerste lid bedoelde bijeenkomsten toegezonden.

3.

Een weergave van het resultaat van participatie maakt deel uit van het voorstel dat ter besluitvorming aan het bestuursorgaan wordt aangeboden.

4.

Na besluitvorming door het bestuursorgaan wordt het voorstel en besluit op gebruikelijke wijze openbaar gemaakt.

5.

De burgemeester maakt melding van het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR274662

2/7

14-12-2021 14:41

Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

HOOFDSTUK 3 INSPRAAKPROCEDURE Artikel 7 Inspraakprocedure 1.

Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

2.

Voor de inspraak met betrekking tot ruimtelijke plannen (zoals bestemmingsplannen, beheersverordeningen en gemeentelijke structuurvisies) wordt een termijn van vier weken aangehouden. Deze termijn kan door het bestuursorgaan met twee weken verlengd worden.

3.

Het bestuursorgaan kan voor overige beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen.

Artikel 8 Verslaglegging inspraak 1.

Ter afronding van de inspraak stelt het bestuursorgaan een eindverslag of een antwoordbrief op.

2.

Het eindverslag of antwoordbrief bevat in elk geval: a.

een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;

b.

een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;

c.

een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.

3.

Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar of verstuurt de antwoordbrief.

4.

De burgemeester maakt melding van de projecten waarover inspraak is verleend in zijn burgerjaarverslag.

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 9 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 10 Intrekking oude verordening De Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2006 wordt ingetrokken.

Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013”.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 maart 2013. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING PARTICIPATIE- EN INSPRAAKVERORDENING GEMEENTE AMSTELVEEN 2013 HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen a. Inspraak en participatie: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR274662

3/7

14-12-2021 14:41

Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

Er zijn veel omschrijvingen mogelijk voor de wijze waarop belanghebbenden betrokken kunnen worden bij de totstandkoming van beleid: informatie, communicatie, inspraak, interactieve beleidsvorming etc.. Omwille van eenduidigheid is gekozen voor de termen inspraak en participatie. Bij de in dit artikel opgenomen formulering van het begrip inspraak is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het beleid van de gemeente en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet “eenzijdig” gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. b. Participatie: De formulering van het begrip participatie sluit aan bij de Nota participatie gemeente Amstelveen. Met de nota heeft de raad het participatiebeleid vastgesteld, dat beoogt een aanvulling te geven op de inspraak. De participant krijgt in een eerder stadium dan bij inspraak de gelegenheid invloed uit te oefenen op de beleidsontwikkeling van de gemeente. c.

Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is afdeling 3.4 (zoals deze zal luiden na het in werking treden van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Staatsblad 2002, 54) van toepassing verklaard op de inspraak bij provincies en gemeenten. In artikel 7, eerste lid van deze verordening is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. Artikel 7, tweede, derde en vierde lid van deze verordening geeft het bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de inspraak. d. Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid van de Awb. Het omvat in elk geval raad, dagelijks bestuur en stadsdeelvoorzitter. e.

Randvoorwaarden: Dit begrip is bedoeld om de ruimte voor inspraak of participatie af te bakenen, om bijvoorbeeld te voorkomen dat deze zich richt op onderdelen waarover het bestuursorgaan geen beslissingsbevoegdheid heeft of waarover het bestuursorgaan reeds heeft besloten. De Nota Participatie geeft door middel van een schematische analyse van de randvoorwaarden binnen het te ontwikkelen beleid en de organisatie richting aan de mate van openheid en interactie in het beleidsproces. Artikel 2 Onderwerp van participatie of inspraak In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van beleid van de gemeente. Het begrip bestuursorgaan omvat de raad, het college en de burgemeester. Elk bestuursorgaan kan zijn eigen beleidsvoornemens aan participatie of inspraak onderwerpen. In de Memorie van Toelichting (Tweede Kamer 1999-2000, 27023, nummer 3, bladzijde 20) is vermeld dat het ter volledige beoordeling van de raad blijft ten aanzien van welke beleidsvoornemens inspraak wordt verleend.

Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen, is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans bij: a.

de voorbereiding van het beleid inzake stadsvernieuwing (artikel 8 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing);

b.

de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing (artikel 7 van de Wet stedelijke vernieuwing);

c.

de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17, derde lid van de Wet milieubeheer (WM));

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR274662

4/7

14-12-2021 14:41

Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

d.

de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 van de WM (artikel 10.26, tweede lid van de WM);

e.

het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a van de Wet Voorzieningen Gehandicapten);

f.

de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (artikel 42);

g.

de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a. en b. van de Woningwet (artikel 12, vierde lid).

Het derde lid geeft het bestuursorgaan een aanvullende bevoegdheid. Voor een aantal onderwerpen heeft de rijksoverheid inspraak wettelijk voorgeschreven. In de overige gevallen beslist het bestuursorgaan over het al dan niet toepassen van inspraak of participatie, al dan niet voorafgegaan door een verzoek daartoe door belanghebbenden. In ieder geval kan deze bevoegdheid gelden voor artikel 19, tweede lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). In het vierde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend. Artikel 3 Participatie- of inspraakgerechtigden De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden “in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen” vervangen door “belanghebbenden”. Het begrip “belanghebbende” is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb. Dit artikel legt de verantwoordelijkheid voor de keuze van bij participatie of inspraak te betrekken belanghebbenden neer bij het bestuursorgaan: raad, het college of de burgemeester, afhankelijk van de bevoegdheid over het betreffende onderwerp.

Vanwege het open karakter van dit artikel vraagt dit in concrete gevallen om een bewuste afweging, rekening houdend met onder andere aard, schaal en reikwijdte van het onderwerp. De Nota Participatie geeft een aanzet daartoe. HOOFDSTUK 2 PARTICIPATIEPROCEDURE Artikel 4 Participatieprocedure Ondanks het open en flexibele karakter van participatie dient omwille van de duidelijkheid hiervoor ook een procedure te worden opgesteld. Deze dient in ieder geval object, belanghebbenden en bestuurlijke vraag aan te geven en voor zover in de fase van gedachtevorming al mogelijk is de overige elementen, zoals bedoeld in het derde lid. Naarmate er aan meer randvoorwaarden voor participatie is voldaan ontstaat er meer ruimte voor participatie van buitenaf. In de Nota Participatie zijn drie niveaus voor participatie omschreven op basis waarvan het mogelijk is een (of meer) standaardprocedure(s) te ontwikkelen die wanneer nodig kan (kunnen) worden ingezet: 1 . Informatie. Meeweten In deze vorm bepaalt de gemeente zelf de inhoud van het beleid op basis van onderzoek en eventueel beperkte consultatie van professionele organisaties en het maatschappelijk middenveld. De voorlichting aan de burgers over de achtergronden van en motieven voor de keuzes is gericht op het overtuigen van de doelgroepen en op het verwerven van draagvlak.

Het bestuursorgaan kan voor dit model kiezen als er te weinig tijd of beleidsruimte is, of als een discussie met de bevolking over de inhoud nauwelijks een toegevoegde waarde heeft. 2. Consultatie. Meedenken Het college bepaalt zelf grotendeels de inhoud van concept-plannen, waarna deze breed worden getoetst en bediscussieerd. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen commentaar geven. Op basis daarvan kunnen de plannen worden aangepast, of Meedoen. De gemeente kan, binnen zeer ruime kaders, ingezetenen en belanghebbenden via een open vraagstelling uitnodigen om een probleem gezamenlijk aan te pakken. De gemeente probeert daarbij zo veel mogelijk ideeën en eventuele oplossingen los te krijgen. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen vanaf het begin https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR274662

5/7

14-12-2021 14:41

Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

meedoen in het proces. Uitgangspunt is wel dat de gemeente zich zoveel mogelijk verbindt aan de resultaten van de participatie. 3. Coproductie. Meebeslissen. Op basis van (de analyse en de gegevens over) het beleidsprobleem wordt met ingezetenen en belanghebbenden samengewerkt. Deze samenwerking gebeurt soms op basis van gelijkwaardigheid en soms krijgen de deelnemers binnen vooraf gestelde kaders zelfs beslissingsbevoegdheid. In dit model is de gemeente niet per definitie de initiator. Het is mogelijk dat de probleemanalyse door de burgers zelf wordt gemaakt. Het uiteindelijke beleidsresultaat is in dit model een gezamenlijke productie. Aan het eind van het participatieproces kan formele inspraak worden georganiseerd volgens de regeling van deze verordening. Het participatieniveau dat wordt ingezet is maatgevend voor de keuze van een communicatiestrategie en in te zetten communicatiemiddelen en -activiteiten. De keuze wordt voorts beïnvloed door de aard van het onderwerp, de kenmerken van de doelgroep, het aantal deelnemers, de structuur van de samenwerking en de politieke gevoeligheid van het onderwerp. Uit het vierde lid volgt dat ook in geval van participatie het bestuursorgaan de procedure, indien noodzakelijk, kan wijzigen. Belanghebbenden worden hierover geïnformeerd.

Artikel 5 Voorbereiding participatie In dit artikel zijn enkele richtlijnen ten aanzien van de voorbereiding opgenomen. In tegenstelling tot inspraak is voor participatie geen minimale voorbereidingstijd van vier weken opgenomen, teneinde de flexibiliteit van participatie niet te beperken. Afhankelijk van het onderwerp dient in concrete gevallen en bij voorkeur in overleg met belanghebbenden bepaald te worden wat voldoende voorbereidingstijd is. Artikel 6 Verslaglegging van participatie De verslaglegging van de resultaten van het participatieproces is uitermate belangrijk. Van de te houden bijeenkomsten zal altijd een verslag gemaakt moeten worden. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Het is aan te bevelen om tijdens het proces al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. In het uiteindelijke voorstel aan de raad zal de inbreng van het participatieproces een duidelijke plek moeten krijgen. HOOFDSTUK 3 INSPRAAKPROCEDURE Artikel 7 Inspraakprocedure Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17 van de Awb is de inspraakprocedure te vinden.

Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken (tot de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb: vier weken) schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het derde lid de inspraakprocedure worden aangepast. In het tweede lid van dit artikel wordt afgeweken van de termijn in de in afdeling 3.4 van de Awb vastgelegde termijn van zes weken. De inspraaktermijn voor ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, is vier weken. Deze termijn kan met twee weken verlengd worden. Op grond van het derde lid kan het bestuursorgaan bij overige beleidsvoornemens, zoals bijvoorbeeld beleidsnotities, middels een inspraakformulier, een afwijkende inspraakprocedure vaststellen. Artikel 8 Verslaglegging inspraak In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb, waarin slechts wordt bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. Onder het in het tweede lid, onderdeel a., genoemde verslag van de gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd enz.? Onderdeel b.

betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In het verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. Voor de bestemmingsplannen wordt in de regel een inloopavond gehouden. De inspraakreacties die tijdens de inloopavond en de inspraaktermijn zowel mondeling als schriftelijk zijn ingediend, worden schriftelijk beantwoord en opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR274662

6/7

14-12-2021 14:41

Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013

Onder c. wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan. In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar maakt of een brief stuurt aan de personen die zienswijzen hebben ingediend. De bekendmaking van de resultaten van de inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om degenen die hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te vermelden in zijn burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid, aanhef en onder b. van de Gemeentewet. Het is niet de bedoeling om elk verslag op te nemen. Opgenomen worden de aard, omvang en aantal procedures en zijn bevindingen. HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 9 Inwerkingtreding Geen nadere toelichting. Artikel 10 Intrekking oude verordening Met deze bepaling wordt de bestaande participatie- en inspraakverordening ingetrokken. De datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt (zie artikel 9).

Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013.

Ziet u een fout in deze regeling?

Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: almanak.overheid.nl Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR274662

7/7

1 Bijlage 3 Nota van toelichting participatie verordening gemeente Amstelveen 2022

Nota van toelichting bij de Participatie Verordening Amstelveen 2022 Zaaknummer: Z21-019063

Datum:

16 februari 2022

Algemeen Inspraak, participatie, ontwerpwetsvoorstel en Omgevingswet De raad is verplicht om een inspraakverordening vast te stellen (artikel 150 van de Gemeentewet). Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om deze inspraak uit te breiden naar ‘participatie’ en eventueel ook ‘uitdaagrecht’. Het gaat hier om het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau (voluit: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en lokale maatschappelijke partijen, hierna: het ontwerpwetsvoorstel). Het ontwerpwetsvoorstel is op 5 juni 2020 door de ministerraad aanvaard en voor advies naar de Raad van State gestuurd en tot op heden nog niet ingediend bij het parlement. Deze verordening is in lijn met bovengenoemd wetsvoorstel. Tevens wordt aangesloten bij de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (hierna: de Omgevingswet) die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking zal treden. Definitie participatie Participatie omvat het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid. In de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel staat hierover het volgende.

Inwoners hebben in toenemende mate een belangrijke rol in de agendering, de voorbereiding, de totstandkoming, de uitvoering en de beoordeling van beleid. Niet alleen omdat de inwoner de gevolgen van beleid ervaart, maar ook omdat participatie aan het politieke proces als intrinsieke waarde van de Nederlandse samenleving wordt ervaren. Participatie mobiliseert de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand nog niet weet, of nog niet wil bepalen, hoe deze opgelost zullen worden. De Omgevingswet beschrijft participatie als het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet inwoners, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. Procedure participatie Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is afdeling 3.4 van de Awb als hoofdregel van toepassing verklaard op de inspraak. Het is ook mogelijk een andere procedure van toepassing te verklaren. Dit is ook zo opgenomen in het ontwerpwetsvoorstel.

Het bevoegde bestuursorgaan is bevoegd om in aansluiting op de wettekst besluiten om in specifieke beleidstrajecten zowel geheel als gedeeltelijk af te wijken van afdeling 3.4 van de Awb. Dit laatste kan bijvoorbeeld gebeuren in gevallen waarin het wenselijk is om de participatie op andere wijze te organiseren dan via het mondeling of schriftelijk naar voren brengen van zienswijzen of om te werken met andere termijnen. Dit is meegenomen in deze verordening. Alternatieven voor participatie

Toelichting Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

Participatie is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en strekking begrensde fase daarin. Het moet onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Andere mogelijkheden die buiten de hier geregelde participatie vallen zijn: het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren en het houden van informatiebijeenkomsten. Participatie is uiteraard ook van een andere orde dan de mogelijkheid om de concrete uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door middel van bezwaar en beroep. Uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie in de uitvoeringsfase Het ontwerpwetsvoorstel bevat een (facultatieve) bevoegdheid om het uitdaagrecht te regelen. Bij de uitvoering van beleid is het uitdaagrecht – ook wel Right to Challenge – een bijzondere vorm van betrokkenheid van inwoners en lokale maatschappelijke partijen. Deze vorm houdt in dat inwoners van de gemeente of lokale maatschappelijke partijen de gemeente kunnen verzoeken om de feitelijke uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen als zij denken deze taak beter en goedkoper te kunnen uitvoeren. Samenwerkingsrecht Onder uitdaagrecht wordt ook het zogenaamde samenwerkingsrecht begrepen, want er is geen werkelijk onderscheid tussen deze twee begrippen.

Ruimte voor initiatieven van inwoners en lokale maatschappelijke partijen Het is van wezenlijk belang dat decentrale overheden ruimte bieden voor initiatieven van onderop en dat aan de samenleving een grote rol wordt toebedeeld bij het ontwikkelen van initiatieven voor algemene voorzieningen. Inwoners kennen hun buurt en hun gemeente, weten wat er leeft en spelen daarop in. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van gemeentelijke taken bij het gemeentebestuur zelf berust. Een maatschappelijk initiatief is een voorstel of idee van een groep bewoners van een wijk om bijvoorbeeld de sociale samenhang in de buurt te versterken of om een stukje openbaar groen te verfraaien of te onderhouden. Vaak wordt daarvoor een budget beschikbaar gesteld waarmee de bewoners zelf hun idee kunnen uitvoeren. Bij het burgerinitiatief gaat het om het lokale (Amstelveense) belang, zoals ook aangegeven staat in de definitie in artikel 1.1 onder d. Het burgerinitiatief is dus breder van opzet eerder om de mogelijkheid om een idee te agenderen bij de gemeenteraad. Het is (meestal) breder van opzet dan een maatschappelijk initiatief en moet in het gemeentelijk beleid passen en/of een positieve bijdrage leveren aan de Amstelveense samenleving.

Taken burgemeester en wethouders Bij het overnemen van gemeentelijke taken, na een succesvolle ‘uitdaging’, gaat het in de regel om de feitelijke uitvoering van een taak van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders – als de verantwoordelijken voor de uitvoering van de betreffende taak of taken – beslissen naar aanleiding van een verzoek of ‘uitdaging’ of de feitelijke uitvoering van die taak of taken aan inwoners of de lokale maatschappelijke partij kan worden gelaten. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1.1 Definities Beleidsvoornemen Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Burgerinitiatief

Toelichting Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

Het burgerinitiatief biedt de mogelijkheid dat inwoners een onderwerp of een voorstel indienen bij de raad, zonder dat hierbij een concreet voorstel is gevoegd. Uiteraard hebben inwoners ook de vrijheid om een concreet voorstel in te dienen. Initiatiefgerechtigde Inwoners hebben de mogelijkheid om een onderwerp onder de aandacht van de raad te brengen. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 3 van de Kieswet. Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan geldt het moment van indiening van het verzoek. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment wordt voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn wordt geregeld in artikel 5.1 van deze verordening. Maatschappelijk initiatief Bij het maatschappelijk initiatief is er sprake van een voorstel of idee van een groep bewoners van een wijk om bijvoorbeeld de sociale samenhang in de buurt te versterken of om een stukje openbaar groen te verfraaien of te onderhouden. Vaak wordt daarvoor een budget beschikbaar gesteld waarmee de bewoners zelf hun idee kunnen uitvoeren. Het maatschappelijk initiatief staat ook bekend als bewonersinitiatief. Echter omdat deze term zeer vergelijkbaar is met burgerinitiatief en daardoor voor verwarring kan zorgen kiezen we in de verordening voor de term maatschappelijk initiatief.

Participatie Bij de omschrijving van participatie is aangesloten bij de tekst van het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau waarbij een wijziging van artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet is voorzien. Hierin is bepaald dat de raad een verordening vaststelt waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken. Het huidige artikel 150 van de Gemeentewet omvat inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; bij participatie wordt dit uitgebreid met uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. De omschrijving van participatiegerechtigden (ingezetenen en belanghebbenden) vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip belanghebbende is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb, zoals deze verordening. Het Raadsgesprek Tijdens Het Raadsgesprek vindt dialoog plaats tussen de raad en het college, inwoners, bedrijven of instellingen over actuele onderwerpen. Deze dialoog wordt vormgegeven in diverse bijeenkomsten georganiseerd door de raad. Het Raadsgesprek wordt verder geregeld in artikel 8 van het Reglement van orde van de raad.

Uitdaagrecht Bij de omschrijving van het begrip uitdaagrecht is aangesloten bij de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau. Het uitdaagrecht berust bij ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen. In de begripsomschrijving is ‘lokale’ ter verduidelijking van de tekst van het ontwerpwetsvoorstel toegevoegd in aansluiting op de memorie van toelichting, waarin is toegelicht dat afhankelijk van de lokale omstandigheden het bijvoorbeeld kan gaan om lokale verenigingen of stichtingen, buurtcomités, woongroepen, vrijwilligersorganisaties, een maatschappelijke organisatie, sociale bedrijven zonder winstoogmerk of een georganiseerd collectief van inwoners die geen formele rechtsvorm hebben. Hoofdstuk 2 Artikel 2.1 Onderwerp en reikwijdte van participatie Eerste lid In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie mogelijk is. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1.1 onder c van deze verordening en in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval raad en college. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan participatie onderwerpen, of niet.

Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als participatie geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden wordt geregeld.

Toelichting Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

Artikel 2.2 Procedure participatie Eerste lid In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, voor zover in de verordening niet anders is bepaald. Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de participatie. In de artikelen 3:11 tot en met 3:17 van de Awb is de participatieprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. Tweede lid Als het bestuursorgaan de procedure van afdeling 3.4 van de Awb niet passend acht voor een specifiek beleidstraject, kan op grond van het tweede lid een andere procedure worden gevolgd. Zevende lid Binnen de bevoegdheid van de raad zijn meerdere mogelijkheden waarin de raad participatie zelf initieert. In het reglement van orde van de raad wordt hier nader op ingegaan. Artikel 2.4 Eindverslag participatie Eerste lid Er is hier niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb. In artikel 3:17 van de Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt opgemaakt van hetgeen tijdens de procedure mondeling naar voren is gebracht.

Tweede lid , onder a Het bedoelde overzicht dient in ieder geval informatie te bevatten inzake het feitelijk verloop van de procedure, de toepassing van afdeling 3.4 van de Awb en de datum van terinzagelegging van het betreffende beleidsvoornemen. Tweede lid, onder b Het eindverslag dient een volledig overzicht te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke participatiereacties. In het eindverslag kan worden volstaan met een korte, zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. De schriftelijke participatiereacties kunnen aan het eindverslag worden gehecht. Tweede lid, onder c Als het sluitstuk van de participatie wordt voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan. Derde lid De bekendmaking van de resultaten van de participatieprocedure is uitermate belangrijk. Dit rondt de participatieprocedure daadwerkelijk af. Het ligt voor de hand om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal participanten omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking.

Het is belangrijk om aan het begin van de participatieprocedure al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. Hoofdstuk 3 Artikel 3.1 Onderwerp van uitdaagrecht Eerste lid In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen taken besluit of het uitdaagrecht mogelijk is. Het zal hier meestal gaan om taken van burgemeester en wethouders als in de regel het verantwoordelijke bestuursorgaan voor de uitvoering van gemeentelijke taken (artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet). Derde lid In het derde lid is opgenomen voor welke taken het niet mogelijk is om de uitvoering van het gemeentebestuur over te nemen. Er kan ten aanzien van deze taken dus geen uitdaagrecht worden toegepast.

Toelichting Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

Derde lid, onder a Onder lopende uitvoeringstrajecten vallen ook taken die al zijn aanbesteed of gecontracteerd. Derde lid, onder e Als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt, geldt dat in die gevallen aanbesteding is vereist. Artikel 3.2 Procedure uitdaagrecht Eerste lid Het in het eerste lid genoemde bestuursorgaan betreft het bestuursorgaan dat de betreffende taken uitvoert. Meestal zijn dat burgemeester en wethouders en een verzoek om overname van hun taken dient dus bij hen te worden ingediend. Vierde lid De gemeente zorgt voor een vaste contactpersoon die de verzoekers gedurende het gehele uitdaagproces begeleidt. Hoofdstuk 4 Maatschappelijk initiatief Artikel 4.1 Indiening maatschappelijk initiatief Eerste lid Maatschappelijke initiatieven kunnen op diverse wijzen worden ingediend bij het college. Dit staat beschreven op de website van de gemeente. Artikel 4.2 Verlening ondersteuning Eerste t/m vierde lid De initiatievenmakelaar begeleidt de indieners van maatschappelijke initiatieven; deze geeft informatie over mogelijkheden tot bijvoorbeeld subsidieaanvragen, verwijst naar andere inhoudelijke vakcollega’s en andere vormen van ondersteuning. Artikel 4.3 Weigering ondersteuning De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een maatschappelijk initiatief vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen.

Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om het college te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover deze geen beslissende bevoegdheid heeft of die in strijd is met het algemeen belang. Een vraag of klacht over gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een maatschappelijk initiatief zijn. Ook moet voorkomen worden dat een maatschappelijk initiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop kan worden bepaald dat het initiatief geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van het college kan inhouden. Hoofdstuk 5 Artikel 5.1 Voorwaarden en wijze van indiening burgerinitiatief Tweede t/m vierde lid Een indiener van een burgerinitiatief dient het initiatief in bij de voorzitter van de raad tijdens de raadsvergadering. Vervolgens wordt het ingediende burgerinitiatief tijdens het eerstvolgende Raadsgesprek besproken. Afhankelijk van de inhoud van het burgerinitiatief kan hieruit raadsbehandeling volgen. Het kan ook voorkomen dat de agendacommissie ervoor kiest om het initiatief niet te behandelen in de raad. De griffie zal de indiener gedurende de verdere procedure adviseren en begeleiden. Vijfde lid

Toelichting Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

Indieners dienen middels een schriftelijk of digitaal formulier het burgerinitiatief in. Het is uit praktische overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam dat indiening van een burgerinitiatief plaatsvindt door middel van een standaardformulier. De griffie draagt zorg voor de juiste afhandeling van een ingediend burgerinitiatief. Zesde lid Er is een aantal minimumvereisten waaraan het verzoek om een burgerinitiatief in te dienen moet voldoen. Deze zijn vervat in het schriftelijke en digitale formulier. Het schriftelijk formulier is te verkrijgen bij de griffie van de gemeente en het digitale formulier kan worden ingevuld op de website van de gemeente. Op dit formulier zal de initiatiefnemer naast het voorstel en een toelichting in ieder geval de eigen personalia moeten aangeven. Op grond van deze gegevens kan de gemeente onderzoeken of het initiatief de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft. Zevende lid De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een burgerinitiatief vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om de raad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover de raad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft.

Een ander argument voor deze uitzondering is, dat de afstand tussen inwoner en bestuur alleen maar zou worden vergroot als de inwoner na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de raad niets met het burgerinitiatief kan doen, omdat hij er niet over gaat. Een vraag over gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de inwoner andere wegen open, zoals de participatiemogelijkheden van het college genoemd in deze verordening. Ook moet voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop kan worden bepaald dat het burgerinitiatief geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van het college kan inhouden. Hiervoor heeft de inwoner andere wegen. Tenslotte is het evenmin de bedoeling dat zaken, die recent nog in de raad aan de orde zijn geweest, opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren. Daarbij kan een raad zelf bepalen welke termijn hij daarvoor geschikt acht. Gekozen kan worden voor de duur van een raadsperiode (vier jaar) terugrekenend vanaf het moment dat het burgerinitiatief wordt ingediend.

Vasthouden aan de zittingstermijn van een gemeenteraad zou betekenen dat een voorstel betrekking kan hebben op een onderwerp waar de raad een jaar geleden een besluit over heeft genomen of ook vier jaar geleden. Daarom vier jaar voor alle burgerinitiatieven. Met uitzondering echter van situaties waar sprake is van gewijzigde omstandigheden of nieuwe informatie. Het is dan aan de indiener om aan te tonen dat het initiatief een nieuw voorstel betreft dat nog geen onderwerp van een raadsbesluit is geweest. Hoofdstuk 6 Artikel 6.1. Evaluatie en monitoring Eerste lid De evaluatie van de werking van deze verordening in de praktijk is wenselijk. Daarom wordt de uitvoering van deze verordening eenmaal per jaar geëvalueerd. Er wordt een participatie verslag aan de raad verzonden. Tweede lid Over de in het tweede lid genoemde gegevens verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie. Artikel 6.2 Inwerkingtreding verordening Met deze bepaling worden de bestaande Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013 en de Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008 ingetrokken. Er wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude verordeningen vervallen, is de datum waarop de Participatie

Toelichting Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

Verordening participatie Amstelveen 2022 in werking treedt (met uitzondering van het in artikel 6.3 beschreven overgangsrecht).

Toelichting Participatie Verordening – Gemeente Amstelveen 2022

14-12-2021 14:52

Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008

1 Bijlage 4 Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008

Lokale wet- en regelgeving

Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008 Geldend van 01-12-2008 t/m heden Intitulé Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008

Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of een voorstel op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen.

Artikel 2 1.

Het voorzittersoverleg plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadscommissie die erover gaat indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. Nadat in de commissie voldoende informatie voor besluitvorming vergaard is, wordt het initiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad geplaatst.

2.

Ongeldig is het verzoek dat: a.

niet door ten minste 100 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;

b.

een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of;

c.

niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5.

Artikel 3 1.

Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad.

2.

Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de hoedanigheid op de dag van indiening van het verzoek bepalend.

Artikel 4 1.

Een burgerinitiatiefvoorstel kan geen betrekking hebben op: a.

een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad;

b.

een vraag over het gemeentelijk beleid;

c.

een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het college;

d.

een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;

e.

een onderwerp waarover korter dan vier jaar voor indiening van het burgerinitiatief door de raad een besluit is genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden;

f.

onderwerpen die privé-belangen betreffen.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR62685

1/5

14-12-2021 14:52

Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008

2.

Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillehouder.

3.

Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als bedoeld in lid 2 behandelen als ware het een burgerinitiatief.

Artikel 5 1.

Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de betreffende commissievergadering wordt schriftelijk en gedagtekend, via de griffier, ingediend bij de burgemeester namens het voorzittersoverleg. Formulieren voor indiening van een burgerinitiatief zijn bij de griffie verkrijgbaar en kunnen – na invulling – weer bij diezelfde griffie worden ingediend. De griffie zal de initiatiefnemer gedurende de verdere procedure adviseren en begeleiden.

2.

Het verzoek tot burgerinitiatief bevat ten minste: a.

een nauwkeurige omschrijving van het voorstel;

b.

een toelichting op het voorstel;

c.

de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn/haar plaatsvervanger, en;

d.

een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen.

3.

Voor het indienen van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1 van deze verordening opgenomen model.

4.

Voor het indienen van de ondersteuningsverklaringen wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 2 van deze verordening opgenomen model.

Artikel 6 1.

Het voorzittersoverleg beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de commissie wordt geplaatst, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin op het verzoek wordt beslist. Het verzoek wordt slechts dan afgewezen, wanneer het ongeldig is.

2.

De griffier nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de commissievergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten.

3.

Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.

4.

Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker en diens plaatsvervanger. De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.

5.

Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep open staat.

Artikel 7 De burgemeester brengt jaarlijks in het Burgerjaarverslag verslag uit over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk.

Artikel 8 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR62685

2/5

14-12-2021 14:52

Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008

1.

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008.

2.

Deze verordening treedt in werking per 1 december 2008.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 oktober 2008. Artikelsgewijze toelichting op de Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen Artikel 1 In deze bepaling is er voor gekozen de term “burgerinitiatiefvoorstel” ruim te hanteren. Deze ruime definitie biedt de mogelijkheid dat burgers een onderwerp of een voorstel bij de raad, zonder dat hierbij een concreet voorstel is gevoegd, indienen. Uiteraard hebben burgers ook de vrijheid om een concreet voorstel in te dienen. Artikel 2 Uit dit artikel volgt dat de raad een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van een commissievergadering moet plaatsen indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De commissievergadering zal zich in dat geval dus in ieder geval moeten uitspreken over het burgerinitiatiefvoorstel. Van een geldig verzoek is sprake als: a.

het verzoek door ten minste 100 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;

b.

het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet in artikel 4 is uitgezonderd; en

c.

aan de in artikel 5 gestelde procedurele voorwaarden wordt voldaan.

In artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven wanneer een persoon initiatiefgerechtigd is. Over het vereiste dat het verzoek door ten minste een bepaald aantal initiatiefgerechtigden wordt ondersteund kan het volgende worden opgemerkt. Het burgerinitiatief biedt burgers de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de agenda van de raad. Het is daarom een inbreuk op het uitgangspunt dat de raad zijn eigen agenda vaststelt. Dit is alleen gerechtvaardigd als het burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de bevolking wordt gedragen. In de praktijk is in Amstelveen het ‘voorzittersoverleg’ verantwoordelijk voor het opstellen van de conceptagenda’s van de raadscommissies. Dat wil zeggen dat het voorzittersoverleg het initiatief in ontvangst neemt om het te agenderen voor de daartoe bestemde raadscommissie. Als datum wordt uitgegaan van de eerstvolgende vergadering van de commissie. Het voorzittersoverleg vergadert twee weken voor de commissievergaderingen en stelt dan de agenda vast. De doorlooptijd voor de behandeling van een burgerinitiatief wordt aanzienlijk ingekort. In de huidige formulering moet een burgerinitiatief bij de commissie worden ingediend. Dat moet twee weken voordat de commissie vergadert.

Vervolgens beslist de commissie of er voldoende informatie beschikbaar is om het burgerinitiatief te agenderen voor de komende commissievergadering. Dat is in de regel vijf á zes weken later. En vervolgens kan het burgerinitiatief worden geagendeerd voor de raadsvergadering (twee weken later). De totale doorlooptijd is dan negen á tien weken. Door de toetsing en de agendering bij het voorzittersoverleg neer te leggen wordt de doorlooptijd in principe ingekort tot zes weken. De commissie besluit overigens over haar eigen agenda en blijft inhoudelijk verantwoordelijk voor de behandeling van het burgerinitiatief. Artikel 3 Het ligt voor de hand het initiatiefrecht toe te kennen aan kiesgerechtigden voor de gemeenteraadsverkiezingen, vanuit de gedachte dat het burgerinitiatief een instrument is om burgers bij de besluitvorming van de raad te betrekken en die besluitvorming te beïnvloeden. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 3 van de Kieswet. Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, lijkt het moment van indiening van het verzoek aangewezen. Het verzoek vindt immers formeel op dit moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment wordt voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn wordt geregeld in artikel 5.

Artikel 4 De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een burgerinitiatiefvoorstel vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om de raad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover de raad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. Een ander argument voor deze uitzondering is, dat de afstand tussen burger en bestuur alleen maar zou worden vergroot als de https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR62685

3/5

14-12-2021 14:52

Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008

burger na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de raad niets met het burgerinitiatiefvoorstel kan doen, omdat hij er niet over gaat. Een vraag over gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de burger andere wegen open, zoals het spreekrecht in een commissievergadering of een spreekuur van een wethouder. Ook moet voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop kan worden bepaald dat het burgerinitiatiefvoorstel geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van het college kan inhouden. Hiervoor heeft de burger andere wegen. Tenslotte is het evenmin de bedoeling dat zaken, die recent nog in de raad aan de orde zijn geweest, opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren. Daarbij kan een raad zelf bepalen welke termijn hij daarvoor geschikt acht. Gekozen kan worden voor de duur van een raadsperiode (vier jaar) terugrekenend vanaf het moment dat het burgerinitiatief wordt ingediend. Vasthouden aan de zittingstermijn van een gemeenteraad zou betekenen dat een voorstel betrekking kan hebben op een onderwerp waar de raad een jaar geleden een besluit over heeft genomen of ook vier jaar geleden.

Daarom vier jaar voor alle burgerinitiatieven. Met uitzondering echter van situaties waar sprake is van gewijzigde omstandigheden of nieuwe informatie. Het is dan aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat het initiatief een nieuw voorstel betreft dat nog geen onderwerp van een raadsbesluit is geweest. Als blijkt dat een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel gaat dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, dan is het correct om het toch in behandeling te nemen. Voor de meeste burgers is de gemeente een geheel. Een burgerinitiatief dat wordt doorgestuurd naar college of burgemeester als portefeuillehouder, is geen burgerinitiatief meer volgens de definitie van artikel 1 van deze verordening. Lid 3 is bedoeld om te voorkomen dat college of burgemeester een initiatief om die reden terzijde kan schuiven. Artikel 5 Het ligt voor de hand om het burgerinitiatief bij de voorzitter van de raad, tevens voorzitter van het voorzittersoverleg, te laten indienen. Om de voortgang van het burgerinitiatief ordelijk te laten verlopen, is het onvermijdelijk dat aan het verzoek een aantal minimumeisen wordt gesteld. Het is uit praktische overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam, dat indiening van een burgerinitiatief plaatsvindt door middel van een standaardformulier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=689ee224-e0db-4c1e-830e-20c1034b2d7a