CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie voor Algemeen bestuur en middelen 1 februari 2022, gemeente amstelveen37.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Op dit formulier zal de initiatiefnemer naast het voorstel en een toelichting in ieder geval zijn personalia moeten aangeven. Ter voorkoming van fraude met namen kan gevraagd worden naar personalia, zoals adressen en geboortedata. Op grond van deze gegevens kan de gemeente onderzoeken of het initiatief de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft. Op grond van deze gegevens kan de gemeente onderzoeken of het verzoek de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft. Voorbeelden van dergelijke formulieren zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. Artikel 6 De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de commissie haar voorstel spoedig toetst aan de vereisten en een besluit neemt over de behandeling. Hierin voorziet het eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te lang is, maar ook niet zo kort dat ze onvoldoende is om het voorstel te kunnen controleren. Verzoeken die niet tot de bevoegdheden van de raad behoren, kan de commissie doorzenden naar het college. Dat zal met name gebeuren als het college wel bevoegd is. Met het vierde tot en met zevende lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor transparantie bij de afhandeling van een burgerinitiatiefvoorstel door zowel de commissie als de raad. Op grond van het zevende lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk meegedeeld wat er met het ingediende voorstel gebeurt.

Dat kan dus een mededeling dat het verzoek wordt afgewezen of een inhoudelijk besluit zijn. Wordt het verzoek tot plaatsing van het burgerinitiatiefvoorstel door de commissie afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep op de rechter openstaan. Besluit de raad het burgerinitiatiefvoorstel te agenderen, dan is er sprake van een voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Afhankelijk van de inhoud van de beslissing op het initiatiefvoorstel zelf, zal er sprake zijn van een besluit in de zin van de Awb die vatbaar is voor bezwaar en beroep. Zo zal bijvoorbeeld bezwaar en beroep openstaan indien de raad naar aanleiding van het burgerinitiatiefvoorstel besluit een subsidie toe te kennen voor een bepaald project. Een ander voorbeeld is het besluit om een verordening op bepaalde punten aan te passen. Tegen een dergelijk besluit staan geen bezwaar en beroep bij de rechter open (artikel 8:2 van de Awb). Artikel 7 Het artikel bepaalt dat de burgemeester verplicht is om jaarlijks, in zijn burgerjaarverslag, een verslag over het burgerinitiatief uit te brengen.

Hierbij valt te denken aan getalsmatige gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen burgerinitiatiefvoorstellen), alsmede aan een beknopt overzicht van de inhoud van de burgerinitiatiefvoorstellen, de besluiten van de raad op de burgerinitiatiefvoorstellen en de https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR62685

4/5

14-12-2021 14:52

Verordening burgerinitiatief gemeente Amstelveen 2008

motivering op grond waarvan de raad tot deze besluiten is gekomen. Het Burgerjaarverslag biedt in dit kader tevens de mogelijkheid voor de raad om de werking van het initiatiefrechter voor de burger, te evalueren.

Ziet u een fout in deze regeling?

Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: almanak.overheid.nl Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR62685

5/5

3.1 Rondvraag 1 Rondvraag AVA. Veiligheid Joodse instellingen

Aan: Burgemeester en wethouders van Amstelveen Onderwerp: Mondelinge vragen over beveiliging Joodse instellingen in Amstelveen Datum: 25 januari 2022

Geacht college, De beveiliging van Joodse instellingen in Amsterdam gaat op de schop, zo meldt De Telegraaf vandaag. Dit wordt bevestigd door de gemeente Amsterdam en de Koninklijke Marechaussee. In Amstelveen woont eveneens een uitgebreide Joodse gemeenschap, met panden die worden beveiligd. AVA maakt zich zorgen dat het hier dezelfde kant opgaat als in Amsterdam Om deze reden wil ik graag tijdens de rondvraag in de Commissie Algemeen Bestuur en Middelen op1 februari a.s. de volgende vragen aan uw college stellen: • • • •

Gaat in Amstelveen, in navolging op Amsterdam, de beveiliging van Joodse instellingen hier ook op de schop? Zo ja, is de veiligheid voor bezoekers en omwonenden dan wel voldoende gewaarborgd? Is met de betrokken Joodse instellingen overleg over deze kwestie geweest? Indien dit een bezuinigingsmaatregel betreft door de Koninklijke Marechaussee, is het college bereid, om uit veiligheidsoverwegingen, dit financieel te compenseren?

Met vriendelijke groet, Michel Becker, Fractievoorzitter Actief voor Amstelveen

1 Rondvraag PvdA. Grensoverschrijdend gedrag

20220201_Rondvraag Commissie ABM Het Centrum Seksueel Geweld Amsterdam-Amstelland kreeg zes keer zoveel vragen sinds de berichtgeving over grensoverschrijdend gedrag bij tv-programma The Voice na de tv-uitzending van BOOS. Die toename is sterker dan ten tijde van #MeToo. Bij slachtofferhulp staat de telefoon roodgloeiend en bij hulporganisaties wordt een explosieve toename van het aantal hulpvragen gemeld. Afgelopen zaterdag vond er een manifestatie op het Museumplein plaats, georganiseerd door Stichting Wij zijn M: “No blame but change”. Grensoverschrijdend gedrag is niet beperkt tot The Voice. Het is een breed maatschappelijk probleem en hoog tijd dat we erover praten en vooral iets aan doen. Getalsmatig kan het niet anders dan dat het ook bij Gemeente Amstelveen voorkomt. Naast het hebben van een laagdrempelige manier van melden en een goede structuur om gevolg te geven aan een melding, is een veilige cultuur, waar men elkaar aan durft te spreken en durft te melden, misschien nog wel belangrijker. Daarom heeft de PvdA de volgende vragen aan de wethouder. 1. Wat is er geregeld op het gebied van meldingen over grensoverschrijdend gedrag? 2. Hoeveel meldingen zijn er afgelopen jaar gedaan? 3. Is het aantal meldingen over grensoverschrijdend gedrag de laatste weken toegenomen? 4. Wat gebeurt er met deze meldingen? 5. Hoe wordt degene die meldt ondersteund? 6.

Wat kan de wethouder vertellen over de cultuur om te melden? 7. Hoe veilig is het in de gemeentelijke organisatie? 8. Hebben we zicht op hoe dit geregeld is bij aan de gemeente verbonden organisaties, bv waar we een subsidie-/inkooprelatie mee hebben? 9. Welke mogelijkheden heeft de gemeente om daar zicht op te hebben en te houden?

Esther Veenboer Frvz Raad Amstelveen

1 Rondvraag GroenLinks. Wapenvergunningen

Vragen GroenLinks Amstelveen over verlenen wapenvergunningen ABM 1-2-22 Op de voorpagina van de NRC was gisteren te lezen dat er aanhoudende problemen zijn bij de politieteams die wapenvergunningen controleren. Die teams zijn nog steeds structureel onderbemand. Er zijn landelijk vijftig fulltime politie-controleurs te weinig, het merendeel van het politiepersoneel is nog steeds niet voldoende en aantoonbaar opgeleid en er wordt nog met papieren dossiers gewerkt. Het is voor GroenLinks Amstelveen al een doorn in het oog dat wapenvergunningen makkelijk worden verstrekt als je bijvoorbeeld lid van een schietvereniging bent, of om te jagen. Maar het is voor ons uiteraard onacceptabel dat er fouten worden gemaakt bij het verlenen van die vergunningen. GroenLinks Amstelveen heeft daarom de volgende vragen: 1. Is het team dat voor Amstelveen de wapenvergunningen moet controleren kwalitatief en kwantitatief voldoende bezet? Zo nee, hoe wordt er voor gezorgd dat dit op orde komt? 2. Zijn er in Amstelveen gevallen bekend van wapenvergunningen waarvan later bleek dat ze ten onrechte zijn verstrekt? 3. Zijn er in Amstelveen gevallen bekend van wapengebruik waarbij de regels van de verleende wapenvergunning overtreden zijn?

4.1 Oprichting stichting risicobeheer Veiligheidsregio's 1 Collegevoorstel Oprichting stichting risicobeheer Veiligheidsregios

COLLEGEVOORSTEL

Voorstel nr

1

Datum B&W-besluit

Portefeuillehouder

4 januari 2022

Afdeling

Burgemeester

Veiligheid en Handhaving

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen) Voor de raadsvergadering van

16 februari 2022

Bart Boon 020 – 540 4046 b.boon@amstelveen.nl

Algemeen bestuur en middelen (ABM) Niet van toepassing. De agendacommissie heeft geadviseerd dit voorstel direct als hamerstuk door te geleiden naar de raad ter besluitvorming. Behandelen in de raadscommissie op

Onderwerp

Oprichting stichting risicobeheer Veiligheidsregio’s Gevraagd besluit

De oprichting van de stichting risicobeheer Veiligheidsregio’s voor kennisgeving aan te nemen en geen wensen of bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

De veiligheidsregio’s hebben straks een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de schadebehandeling centraal plaats. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

De Brandweer, de GHOR, de GMK en het Veiligheidsbureau voldoen aan de wettelijke eisen. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

6.

Onderdeel Openbare orde en veiligheid.

Aanleiding

Op 4 oktober jl. heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voorzitters veiligheidsregio, mede op advies van de Bestuurlijke Advies Commissie Brandweer het principebesluit genomen tot het oprichten van een stichting Risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. Het bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) is bevoegd tot het oprichten van een stichting indien de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht te zijn voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Voorts wordt het besluit niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Dit is op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Argumenten

Huidige situatie

[] 101/F105/ICT

Pagina

2 van 4

De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) is enige tijd aan de slag met het thema ‘Goedwerkgeverschap na dienstongevallen’. Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Hierbij is veelal geen bewuste afweging gemaakt rondom aanspraken bij ongevallen. Er is een toenemend bewustzijn bij veiligheidsregio’s ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Dit bewustzijn is de afgelopen jaren gegroeid door een toenemende onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak. In de loop der tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Veelal spitst zich dit toe op de vraag of aan alle elementen van ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de medewerker evident letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk. Daarnaast is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan.

Dit alles heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van ‘verzekeringsdenken naar risicodenken’. Ook is de stap van ‘verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’: niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker. Ook is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context kan deze kwetsbaarheid worden verminderd. Om invulling te geven aan deze uitdagingen is de RCDV het Project Risicomanagement & Verzekeringen gestart om via landelijke samenwerking, antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling. Kort gezegd is het de bedoeling om: 1. Landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen. 2. Het collectief inkopen van één ongevallenverzekering (voor verzekerbare aanspraken). 3. Een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de nietverzekerbare aanspraken. 4. Het oprichten van een (landelijk) expertisebureau dat kan adviseren en bemiddelen. 5.

Het aangaan van strategische samenwerkingsverbanden, waaronder met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De aangewezen rechtsvorm voor het expertisebureau risicobeheer is een stichting. Deze stichting behoeft bovendien een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Toekomstige situatie De veiligheidsregio’s hebben straks een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de schadebehandeling centraal plaats. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Het expertisebureau risicobeheer heeft bovendien samenwerkingsverbanden afgesloten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Deelname aan het expertisebureau risicobeheer is vrijwillig. Naar verwachting levert de samenwerking behalve een efficiency- en kwaliteitsslag op termijn ook een besparing op door één gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades.

Pagina

3 van 4

Privaatrechtelijk Voor de activiteiten van het expertisebureau risicobeheer is een vergunning van de AFM vereist. Dit vloeit voort uit wet- en regelgeving over het adviseren en bemiddelen rondom verzekeringen. Deze vergunningsplicht heeft tot gevolg dat het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon noodzakelijk is. Het is niet mogelijk om deze activiteiten onder te brengen bij een veiligheidsregio of een andere rechtspersoon. Hier liggen drie overwegingen aan ten grondslag: 1. Het is de verwachting van juridisch experts dat de AFM niet akkoord gaat met het onderbrengen van deze activiteiten bij een rechtspersoon met andersoortige activiteiten. 2. Het samenvoegen van de activiteiten van het expertisebureau met de werkzaamheden van een veiligheidsregio leidt tot aansprakelijkheidsrisico’s voor de veiligheidsregio’s. 3. Het expertisebureau is wettelijk verplicht om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Net als de AFM zal de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar bedenkingen hebben bij het samenvoegen van activiteiten. Stichting De aangewezen rechtsvorm voor deze samenwerking is een stichting. De keuze voor de stichting is afgeleid van het reeds gegeven advies over de rechtsvorm voor een waarborgfonds. Dit fonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s.

Dit heet ‘verzekeren’ en is daarmee een activiteit die een vergunning van De Nederlandse Bank (DNB) vereist. Er kan echter voor het fonds een beroep worden gedaan op een vrijstelling van deze vergunningsplicht. Hierbij is het dan wel van belang dat geen sprake is van een winstoogmerk. Dat maakt dat gekozen moet worden tussen de rechtsvorm ‘stichting’ en de rechtsvormen ‘onderlinge waarborgmaatschappij’. Dit laatste is een bijzondere verenigingsvorm. Gelet op de wens voor een lichte structuur wordt voor het waarborgfonds een stichting beoogd (een vereniging is in dat opzicht veel omvangrijker). Om de activiteiten van het expertisebureau hierop te laten aansluiten ligt een stichting eveneens voor de hand. Hiermee wordt geen zwaardere structuur opgetuigd dan strikt noodzakelijk is. Vervolg Wat volgt is een waarborgfonds, dat eveneens een (separate) stichting dient te zijn. Dit fonds beoogt een financieringsoplossing te zijn voor in ieder geval niet-verzekerbare risico’s. Naar verwachting is een voorstel hierover in de eerste helft van 2022 gereed, waarna ook voor dit fonds een voorstel voor een soortgelijke procedure volgt. Het is niet mogelijk om de oprichting van beide stichtingen tegelijkertijd voor te leggen als gevolg van de beperkte tijd die resteert tot aan de einddatum van de ongevallenverzekeringen van de veiligheidsregio’s. Kanttekeningen

Aangezien voor het invullen van het expertisebureau risicobeheer een aantal extra stappen moet worden gezet, zoals de aanvraag van een vergunning bij de AFM en het bemensen van deze organisatie is ervoor gekozen om eerst te komen tot de oprichting van het expertisebureau. Financiën

De financiële consequenties van dit voorstel zijn beperkt en worden verwerkt binnen de bestaande begroting van de Veiligheidsregio. Dit betekent dat er geen effect verwacht wordt op de gemeentelijke bijdrage. Communicatie

De VrAA wordt geïnformeerd over de wensen en bedenkingen van de raad. Procedure

Vóór 28 februari 2022: Eventuele wensen of bedenkingen kunnen schriftelijk door de door de Gemeenteraad bij het algemeen bestuur van de VrAA ter kennis worden gebracht.

Pagina

4 van 4

Bijlagen

Ontwerpbesluit oprichting stichting risicobeheer Veiligheidsregio’s. De secretaris,

De voorzitter,

Bert Winthorst

Tjapko Poppens

BEHANDELING RAADSCOMMISSIE Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Niet van toepassing. De agendacommissie heeft geadviseerd dit voorstel direct als hamerstuk door te geleiden naar de raad ter besluitvorming. Het voorstel aan de raad is

Aanvaarde amendementen / moties

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

RAADSBESLUIT Besluit

De oprichting van de stichting risicobeheer Veiligheidsregio’s voor kennisgeving aan te nemen en geen wensen of bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 februari 2022. De griffier,

De voorzitter,

Debby de Heus

Tjapko Poppens

1 Ontwerpbesluit oprichting stichting risicobeheer veiligheidsregio’s

Ontwerpbesluit oprichting stichting risicobeheer veiligheidsregio’s Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland; Gelet op Artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Overwegende dat: 

De veiligheidsregio’s veelal problemen ervaren bij het inkopen van onder meer de ongevallenverzekering;

De verzekeringsmarkt ‘verhardt’, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan;

Het verzekeren van financiële risico’s geen schade voorkomt;

De veiligheidsregio’s in het kader van goedwerkgeverschap een gezamenlijke lijn willen hanteren bij de afhandeling van schades na ongevallen;

Het bovenstaande vraagt om een omslag “van verzekeringsdenken naar risicodenken” en om een omslag “van verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken”;

De verzekeringsfunctie bij de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is georganiseerd;

De veiligheidsregio’s door samenwerking een beter antwoord kunnen bieden op deze interne en externe ontwikkelingen;

Het derhalve van bijzonder aangewezen belang is dat de veiligheidsregio’s afspraken maken hoe hier invulling aan te geven;

Deze samenwerking vorm moet krijgen in een expertisebureau risicobeheer die de veiligheidsregio’s adviseert rondom risicobeheer en bemiddelt en ondersteunt bij inkoop van in ieder geval (ongevallen)verzekeringen;

De samenwerking naar verwachting behalve een kwaliteitsslag tevens een efficiencyslag oplevert;

Er voor de oprichting van het expertisebureau een separate rechtspersoon vereist is omdat dit voortvloeit uit het wettelijk kader dat geldt voor het ‘adviseren en bemiddelen” rondom verzekeringen;

In de vergadering van het Veiligheidsberaad van 4 oktober 2021 het principe-besluit is genomen om te komen tot de oprichting van een expertisebureau risicobeheer wetende dat; - De aangewezen rechtsvorm een stichting is; - Deze stichting een vergunning behoeft van de Autoriteit Financiële Markten (AFM); - Deelname aan de stichting vrijwillig is;

Voor het afdekken van niet-verzekerbare risico’s een voorstel voor de oprichting van een waarborgfonds in voorbereiding is, waarvoor eveneens de oprichting van een separate stichting noodzakelijk is;

de formele oprichting van de stichting risicobeheer zo spoedig mogelijk volgt en dat ter voorbereiding hierop ondertussen zoveel mogelijk voorbereidingen worden getroffen, zoals de voorbereiding van de vergunningsaanvraag bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM);

de raden van de inliggende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om hun wensen en bedenkingen ten aanzien van deelname aan de stichting kenbaar te maken;

BESLUIT: Tot oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, die namens de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland in ieder geval ondersteuning biedt bij de afhandeling van ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering, gehoord hebbende de gemeenteraden Plaats, datum,

de voorzitter,

de secretaris.

F. Halsema

M.T.C. van Lieshout

4.2 Dekkingsplan 2022-2025 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 1 Collegevoorstel Dekkingsplan 2022-2025 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

COLLEGEVOORSTEL

Voorstel nr

2

Datum B&W-besluit 4 januari 2022

Portefeuillehouder Afdeling

Burgemeester

Veiligheid en Handhaving

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen) Voor de raadsvergadering van

16 februari 2022

Bart Boon 020 – 540 4046 b.boon@amstelveen.nl

Algemeen Bestuur en Middelen (ABM) Niet van toepassing. De agendacommissie heeft geadviseerd dit voorstel direct als hamerstuk door te geleiden naar de raad ter besluitvorming. Behandelen in de raadscommissie op

Onderwerp

Dekkingsplan 2022-2025 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (vrAA). Gevraagd besluit

Het Dekkingsplan 2022-2025 VrAA voor kennisgeving aan te nemen en geen zienswijze in te dienen.

WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

De hulpverlening in de VrAA is op een adequaat niveau georganiseerd. De brandweer, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), de gemeenschappelijke meldkamer (GMK) en het Veiligheidsbureau zijn daarvoor uitvoerende organisaties. De politie valt wel binnen de Veiligheidsregio maar wordt vanuit het Rijk gefinancierd. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

De Brandweer, de GHOR, de GMK en het Veiligheidsbureau voldoen aan de wettelijke eisen. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

6.

Onderdeel Openbare orde en veiligheid.

Aanleiding

Conform de Wet veiligheidsregio’s stelt het bestuur elke vier jaar een Dekkingsplan Brandweer vast. Het vorige dekkingsplan is in 2017 behandeld. Met het dekkingsplan stelt het bestuur vast welke brandweerzorg in de regio Amsterdam-Amstelland (per gemeente) verwacht kan worden. Ditmaal is het opstellingstraject onderdeel van een landelijke pilot en valt daarom niet samen met het traject voor het Beleidsplan en Risicoprofiel die eerder met de raad zijn besproken. Argumenten

Het huidige Besluit Veiligheidsregio’s gaat uit van vaste opkomsttijden. Leidend hierbij is de functie van een gebouw of object. De opkomsttijd zegt alleen iets over de snelheid waarmee de eerste brandweereenheid ter plaatse is. Dit jaar is Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland onderdeel van een landelijke pilot. In deze pilot is het Dekkingsplan 2022-2025 opgesteld conform de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen. De Handreiking beoogt een landelijke standaard voor het berekenen en opstellen van dekkingsplannen en een bredere blik op de operationele prestaties van

[] 101/F105/ICT

Pagina

2 van 4

de brandweer: hoe snel kunnen bijvoorbeeld voldoende en/of gespecialiseerde eenheden ter plaatse zijn. De integratie tussen preventie en repressie is expliciet onderdeel van de systematiek. Ook geeft de Handreiking een nieuwe methode voor het beoordelen van de basisbrandweerzorg. De proef vindt plaats met goedkeuring van het Ministerie van Justitie & Veiligheid. Het regionaal bestuur van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft op 23 november 2020 ingestemd met deelname aan de landelijke pilot. De methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden (GO) richt zich op het effect en de bestrijding van de brand. Hiervoor is de regio in gebieden verdeeld. Elk gebied valt in een categorie met bijbehorende opkomsttijd inclusief de bandbreedte waarbinnen afwijking van de geadviseerde opkomsttijd toelaatbaar is. De landelijke pilot volgt de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen en de hierin beschreven methode GO. Deze methode is gericht op het verwachte effect van brand en de bestrijding die daarvoor noodzakelijk is. Deze methode beoordeelt de brandweerzorg aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In het Dekkingsplan 2022-2025 is het volgende geconcludeerd: 1. De huidige kazerneconfiguratie, aantal eenheden en organisatievorm zijn nodig voor het leveren van passende brandweerzorg in de regio. 2.

De snelheid van de brandweer is in de regio over het algemeen goed. Wel zijn er overschrijding van opkomstnormen in Weesp, Zeeburgereiland en op een deel van IJburg. 3. De capaciteit (slagkracht) is voor de hele regio op orde. Wel is het doorzettingsvermogen bij grootschalige en langdurige incidenten kwetsbaar. De continuïteit van de vrijwillige bemenste specialismen is een aandachtspunt, ook door de mogelijke gevolgen van taakdifferentiatie. 4. De paraatheid van de brandweer is verbeterd, maar de onderliggende beschikbaarheid van vrijwilligers behoeft continue aandacht. 5. De werkdruk sluit aan bij de huidige organisatievorm van vrijwillige en beroepskazernes. Wel is er nader onderzoek naar de effecten van gelijktijdigheid bij duikinzetten in uitvoering. De praktische uitvoering van het Dekkingsplan wordt uitgewerkt in een Uitvoeringsplan van het Dekkingsplan 2022-2025. Situatie Amstelveen In 2020 was de eerste autospuit in Amstelveen in 65% van de gevallen binnen de opkomsttijd als bedoeld in het Besluit Veiligheidsregio ter plaatse. Dit is in lijn met de prestatie zoals is vastgesteld in het Dekkingsplan 2018-2021. De brandweer is overal in de regio AmsterdamAmstelland binnen de wettelijke maximale opkomsttijd van 18 minuten ter plaatse. De berekende prognose van de opkomsttijden conform de landelijke pilot sluit aan op de gewenste (gebiedsgerichte) opkomsttijden.

In Amstelveen is geen sprake van overschrijding van opkomstnormen. In Amstelveen bevinden zich twee locaties voor gezondheidzorg waar een opkomsttijd van 10 minuten door de brandweer in beperkte mate wordt overschreden. Het gaat om de Zonnehuisgroep (Salamander 12-18, opkomsttijd 10:10 minuten) en Stichting ons tweede huis (Amsteldijk Zuid, opkomsttijd 10:28 minuten). Beide locaties zijn inmiddels door een preventieadviseur van de brandweer bezocht. In samenspraak tussen deze instellingen en de brandweer worden flankerende maatregelen getroffen om de brandveiligheid bij deze locaties te vergroten en daarmee de risico’s te beperken, waaronder: 1. Meelezen en adviseren over het ontruimingsplan. 2. Adviseren over en controle van de preventieve voorzieningen 3. Adviseren over aansluiting interne hulpverlening op repressieve brandweerinzet. 4. Instellingen aan laten sluiten op het Convenant brandveiligheid in de zorg, waarin afspraken worden vastgelegd dat de zorg voor brandveiligheid onderdeel wordt van het systemisch denken binnen deze organisaties.

Pagina

5. 6.

3 van 4

Gezamenlijk met de brandweer een ontruimingsoefening organiseren. Ondersteuning voor de operationele dienst met oriëntaties, waarbij er extra aandacht is voor de bluswatervoorziening en aanvalswegen in het pand.

Kanttekeningen

Omdat de regionale brandweerzorg in de basis op orde is, zijn geen ingrijpende maatregelen nodig. In het Dekkingsplan 2022-2025 wordt voorgesteld om de bestaande organisatie verder te optimaliseren en te flexibiliseren door de introductie van Dynamisch Alarmeren, verdere flexibilisering van capaciteit, verdere integratie van preventie en repressie en continuering van bestaande verbetertrajecten. De praktische uitvoering wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan van het Dekkingsplan 2022-2025. Financiën

N.v.t. Communicatie

De VrAA wordt geïnformeerd over de zienswijze van de raad. Na definitieve vaststelling communiceert de VrAA over het Dekkingsplan 2022-2025. Procedure

1. 2.

Indienen zienswijzen gemeenteraden. Vaststelling van het Dekkingsplan 2022-2025 door het Veiligheidsbestuur.

Bijlagen

1. Dekkingsplan 2022-2025 VrAA. 2. Bijlagen Dekkingsplan 2022-2025 VrAA. 3. Infographic Dekkingsplan 2022-2025 VrAA. De secretaris,

De voorzitter,

Bert Winthorst

Tjapko Poppens

BEHANDELING RAADSCOMMISSIE Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Niet van toepassing. De agendacommissie heeft geadviseerd dit voorstel direct als hamerstuk door te geleiden naar de raad ter besluitvorming. Het voorstel aan de raad is

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

RAADSBESLUIT

Aanvaarde amendementen / moties

Pagina

4 van 4

Besluit

Het Dekkingsplan 2022-2025 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland voor kennisgeving aan te nemen en geen zienswijze in te dienen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 februari 2022 De griffier,

De voorzitter,

Debby de Heus

Tjapko Poppens

1 Bijlage 1 Dekkingsplan 2022-2025 VrAA

DEKKINGSPLAN BAA

DEKKINGSPLAN 2022-2025 BUITEN GEWOON VEILIG INHOUD

1

Wat hebben we beschikbaar?

19

kazernes

Welke taken voeren we uit?

459

198

beroeps brandweer mensen

vrijwillige brandweer mensen

+ 24

specialismen

2

• 6 vrijwillig • 1 gecombineerd • 11 beroeps • 1 Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA)

Brand voorkomen, beperken en bestrijden.

tankautospuiten

DEKKINGSPLAN BAA

• 2 waterongevallenwagens • 9 autoladders • 1 gaspakken eenheid • 3 hulpverleningsvoertuigen

• Quick response team brandweer • Industriëlebrandbestrijding • Scheepsbrandbestrijding • Grootschalig watervoorziening • Grootschalige ontsmetting • Logistieke ondersteuning

Gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen beperken en bestrijden.

• Samenwerken met regionale en interregionale partners • Verdere integratie preventie en repressie • Risicogerichte en dynamische brandweerzorg • Uitwisselbaarheid beroeps-, vrijwilligers en stafmedewerkers optimaliseren

Andere overheden en organisaties adviseren over risicogerichte brandweerzorg, brandbestrijding en brandpreventie.

A10

A5

m rda ste m A

A10

Oude binnenstad Groot aantal incidenten. Snelle interventie om uitbreiding te voorkomen. • Fijnmazig netwerk van kazernes

A10

n me A1 Die A9

en lve ste A9 Am

Voorbereiden en adviseren

Flexibiliseren en optimaliseren

Gevaar voor mensen en dieren bij waterongevallen beperken en bestrijden.

Risicogerichte brandweerzorg

Industrie Kleine kans op incidenten groot effect. • Gezamenlijke Brandweer Amsterdam • Specialistische kennis • Tank- & tankput brandbestrijding

Dit zijn de ontwikkelingen • Wijzigingen infrastructuur & bereikbaarheid • Areaal uitbreiding • Energietransitie & circulaire economie • Taakdifferentiatie • Areaal uitbreiding en verdichting

Ongevallen met gevaarlijke stoffen voorkomen, beperken en bestrijden.

A2

A1

esp We

l ste Am r e Oud

eer sm Aal

rn hoo Uit

Hoogbouw en portiekwoningen Complexe brandweerinzet en beperkte vluchtmogelijkheden. Toekomstbestendige brandweerzorg: • Dagdienstbezetting • Uitruk op Maat Woningen, bedrijvigheid en buitengebied Passende brandweerzorg bij incidenttype en opkomsttijden. • Dagdienstbezettingen • Uitruk op Maat • Paraatheid 2e tankautospuit

Aandachtsgebieden • Verkenning van gezamenlijk Veiligheidscentrum • Beperkte overschrijding opkomsttijd (1 á 2 min.) • Risicogerichte preventie en preparatie

INHOUD

DEKKINGSPLAN BAA

Inhoud Voorwoord

4

Inleiding Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Pilotdeelname Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen Relatie met het brandrisicoprofiel Leeswijzer

5 5

1. Dekking bijstellen | Processtap 1 1.1 Interne ontwikkelingen 1.1.1 Repressieve inrichting 1.1.2 Organisatievorm 1.2 Externe ontwikkelingen 1.2.1 Geografie 1.2.2 Risico’s in de regio 2. Dekking beschrijven | Processtap 2 2.1 Doel 2.2 Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk 2.2.1 Snelheid 2.2.2 Capaciteit 2.2.3 Paraatheid 2.2.4 Werkdruk

5 5 5 7 7 7 8 9 9 9 11 11 11 12 14 17 18

3. Dekking beoordelen | Processtap 3 3.1 Doel 3.2 Indeling gebieden in categorieën (Gebiedsgerichte Opkomsttijden) 3.3 Beoordeling van de basisbrandweerzorg 3.3.1 Beoordeling van de operationele prestatie op snelheid 3.3.2 Beoordeling van de operationele prestatie op capaciteit 3.3.3 Beoordeling van de operationele prestatie op paraatheid 3.3.4 Beoordeling van de operationele prestatie op werkdruk 3.3.5 Aandachtspuntenlijst 3.4 Regionale conclusies en aanbevelingen

20 20

4. Dekkingsplan vaststellen | Processtap 4

26

5. Uitvoering bijstellen | Processtap 5

27

20 21 21 22 23 23 24 24

6. Dekking uitvoeren en beoordelen | Processtap 6 & 7 28

INHOUD

3

DEKKINGSPLAN BAA

Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt het Dekkingsplan 2022-2025 van Brandweer AmsterdamAmstelland. Elke vier jaar stelt de brandweer een dekkingsplan op voor onze veiligheidsregio. In dit plan beschrijven wij de operationele prestaties die wij de komende jaren gaan leveren, welke taken wij uitvoeren en welke middelen wij inzetten om de (basis) brandweerzorg te leveren. Deze zorg leveren wij op basis van onze kernwaarden: Behulpzaam, Deskundig en Daadkrachtig aan de ruim 1 miljoen inwoners, bedrijven en bezoekers in onze Veiligheidsregio. Dit dekkingsplan is anders dan voorgaande plannen. Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft dit plan opgesteld als onderdeel van een landelijke pilot. De minister van Justitie & Veiligheid heeft de deelnemende regio’s, waaronder Amsterdam-Amstelland, de ruimte gegeven om op basis van een nieuwe methode het dekkingsplan op te stellen. Door deelname aan deze pilot willen wij bijdragen aan een landelijke standaard voor het berekenen en opstellen van dekkingsplannen en een bredere blik op de operationele prestaties van de brandweer. Deze nieuwe methode werkt niet alleen door in een nieuwe blik op het beoordelen van de brandweerprestaties.

Door het toepassen ervan wordt de beoordeling bovendien een cyclisch proces, waarin de brandweer vaker dan de wettelijke vierjaarlijkse termijn kan analyseren of het wenselijk is om conclusies en maatregelen bij te stellen. De integratie tussen preventie en repressie is expliciet onderdeel van de systematiek, waardoor voorkomen en bestrijden van brand en incidenten nog meer in elkaar opgaan.

Dit dekkingsplan is een stap naar het nog beter kunnen wegen en beoordelen van de wijze waarop de brandweerzorg in onze regio is ingericht. Het leveren van brandweerzorg die toegespitst is op de risico’s en dynamiek vraagt soms om specialisatie. Zo zijn wij in AmsterdamAmstelland bijvoorbeeld goed toegerust op het bestrijden van branden in stedelijk gebied en industriële brandbestrijding en andere regio’s op natuurbranden. Op grootschalige incidenten met een kleine kans en hoog effect maken we gebruik van landelijke specialistische teams en kennis. De wereld om ons heen verandert volop. Veranderingen in infrastructuur, staduitbreiding en verdichting, de energietransitie en de taakdifferentiatie tussen beroeps- en vrijwillige brandweerprofessionals vragen om een flexibel en dynamisch korps. Het leveren van passende brandweerzorg blijft ook mensenwerk. Daarom hebben we oog voor onze mensen en moeten we blijven inzetten op een gezonde en veilige werkomgeving en het werven en behouden van onze brandweerprofessionals. Namens het bestuur van onze veiligheidsregio, bedank ik iedereen die een bijdrage geleverd heeft aan het opstellen van dit dekkingsplan en het 24/7 leveren van onze brandweerzorg. Tijs van Lieshout Commandant Brandweer Amsterdam-Amstelland Directeur Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

INHOUD

4

DEKKINGSPLAN BAA

Inleiding Conform de Wet veiligheidsregio’s1 stelt het bestuur van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland elke vier jaar een dekkingsplan voor de (basis)brandweerzorg vast. Hierin onderzoekt de regio hoe de operationele prestaties van de brandweer zich verhouden met de daaraan gestelde eisen. Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland De regio heeft ruim 1 miljoen inwoners. De bevolkingsdichtheid is hoog en de verwachting is dat deze blijft toenemen. Veel mensen hebben een migratie-achtergrond. Daarnaast vergrijst de bevolking. Het aantal thuiswonende ouderen neemt toe en daarmee groeit het aantal kwetsbare en verminderd zelfredzame inwoners. Per dag reizen miljoenen mensen van, naar en binnen de regio. Er is veel en diverse bedrijvigheid, waaronder BRZO-bedrijven2, een haven, afvalverwerking, internationaal toonaangevende musea, financiële en zakelijke dienstverlening, een knooppunt van internationale bloemenhandel en massatoerisme. Met de veiligheidsregio’s Noord-Holland Noord, Kennemerland en Zaanstreek-Waterland wordt samengewerkt onder de noemer Noordwest 4. Maar ook met de buurregio’s Hollands Midden, Utrecht en Gooi & Vechtstreek zijn samenwerkingsafspraken gemaakt. Pilotdeelname Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen Dit jaar is Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland onderdeel van een landelijke pilot.

In deze pilot is het Dekkingsplan 2022-2025 opgesteld conform de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen.3 De Handreiking beoogt een landelijke standaard voor het berekenen en opstellen van dekkingsplannen en een bredere blik op de operationele prestaties van de brandweer. Door het toepassen van de Handreiking wordt de beoordeling bovendien een cyclisch proces, waarin de brandweer vaker dan de wettelijke vierjaarlijkse termijn kan

analyseren of het wenselijk is om conclusies en maatregelen bij te stellen. De integratie tussen preventie en repressie is expliciet onderdeel van de systematiek. Ook geeft de Handreiking een nieuwe methode voor het beoordelen van de basisbrandweerzorg. De proef vindt plaats met goedkeuring van het Ministerie van Justitie & Veiligheid. De Inspectie Justitie & Veiligheid toetst het eindresultaat.4 Het regionaal bestuur van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft ingestemd met deelname aan de landelijke pilot.5 Een samenvatting van de Handreiking is opgenomen in Bijlage 1. Relatie met het brandrisicoprofiel In de pilot is onderkend dat er een relatie is tussen het brandrisicoprofiel en het dekkingsplan. Er bestaat op dit moment geen eenduidige (landelijke) systematiek voor het opstellen van een brandrisicoprofiel. Daarom gaat de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen niet in op het gebruik van een brandrisicoprofiel. Leeswijzer In dit dekkingsplan zijn de processtappen uit de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen doorlopen. Hierbij is gebruik gemaakt van twee beoordelingskaders. De nieuwe methode voor het doorrekenen van Gebiedsgerichte Opkomsttijden uit de Handreiking en het beoordelingskader voor Grootschalig Brandweeroptreden, dat is overeengekomen in de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s.

Hoofdstuk 1 beschrijft wijzigingen in de geografische en maatschappelijke context van het dekkingsplan. Hoofdstuk 2 beschrijft de operationele prestaties van de brandweer aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, slagkracht en werkdruk. Hoofdstuk 3 beschrijft de indeling van de regio in gebieden, de daarvoor geldende opkomsttijden, de mate waarin Brandweer Amsterdam-Amstelland aan deze tijdsnormen kan voldoen en of er maatregelen noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 4 tot en met 6 hebben betrekking op bestuurlijke vaststelling, implementatie en monitoring. Bijlage 1 geeft een samenvatting van de Handreiking. In Bijlage 2 zijn de (technische) uitgangspunten van de berekeningen opgenomen.

INHOUD

5

DEKKINGSPLAN BAA

Bijlage 3 bevat aanvullende visualisatie ter ondersteuning van hoofdstuk 2 en 3. Bijlage 4 bespreekt de repressieve dekking van het redvoertuig en de taakgebieden hulpververlening, waterongevallen en bestrijding van gevaarlijke stoffen. Bijlage 5 bevat de aandachtsobjecten in de regio.

1

De Wet veiligheidsregio’s geeft algemene inhoudelijke kaders (art. 14) en het Besluit normen voor opkomsttijden van de brandweer (art 3.2.1).

2

Besluit risico’s zware ongevallen: bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn bóven een bepaalde drempelwaarde.

3

Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen. Brandweer Nederland, ongedateerd.

4

Brief Minister Justitie & Veiligheid aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, 15 oktober 2019; Plan van Aanpak Gebiedsgericht Opkomsttijden Brandweer. Inspectie Justitie & Veiligheid, maart 2021.

5

Regionale bestuursvergadering 23 november 2020.

INHOUD

6

DEKKINGSPLAN BAA

1

Dekking bijstellen Processtap 1

1.1.1 Repressieve inrichting De repressieve organisatie van Brandweer Amsterdam-Amstelland bestaat vanaf 2022 uit zes vrijwillige, één gecombineerde- en elf beroepsbrandweerkazernes.7 Er is een Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA) in het Westelijk Havengebied en voor ondersteuning en logistiek bij grote incidenten rekent de brandweer op de vrijwilligers van de Brandweer Ondersteuning.

Dit hoofdstuk beschrijft de bestaande regionale context, die dient als vertrekpunt in het opstellingsproces, en de verschillende interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de dekking. 1.1 Interne ontwikkelingen Ontwikkelingen in organisatie en werkveld maken dat de brandweer zich slim moet organiseren. Flexibilisering en modernisering van de repressie blijven noodzakelijk. Daarnaast kampt de brandweer met een afnemende beschikbaarheid van vrijwilligers.6

Figuur 1 – Geografisch overzicht van kazernes van Brandweer AmsterdamAmstelland.

A10

A5

m

rda

ste

Am

A10

A10

n

me

Die

A1 A9

Kazernes A

A2

en

lve

te ms

A1

p

es We

A9

l

ste

Am

rude

O

er

Aa

e lsm

rn

hoo

Uit

INHOUD

7

DEKKINGSPLAN BAA

1.1.2 Organisatievorm Brandweer Amsterdam-Amstelland beschikt over 198 vrijwillige- en 459 beroepsbrandweermensen. Binnen en buiten de organisatie wordt continu gezocht naar verbetering. In het volgende overzicht staan enkele stappen die daarin al zijn gezet. Opening proeftuinkazerne Conform de Transitieovereenkomst is in 2019 de proeftuinkazerne Victor geopend. Op de kazerne is ruimte voor experimenten met alternatieve brandweerwerkzaamheden en roostering. Een eerste proefrooster is geëvalueerd. Een tweede proef met een 16-uursrooster is gestart. Uitruk op Maat Om de verminderde beschikbaarheid van vrijwilligers op te vangen zijn er op de kazernes Aalsmeer en Uithoorn proeven gedraaid met kleinere bezettingen op de tankautospuiten (Uitruk op Maat). Naar aanleiding van de resultaten is besloten deze werkvorm op alle vrijwillige kazernes te implementeren.8 Dagbezettingen, ROP en slimme pagers Brandweer Amsterdam-Amstelland ondersteunt de paraatheid van de vrijwillige kazernes met dagdienstbezettingen op kazernes Aalsmeer, Diemen en Uithoorn. Naast beroepsmedewerkers en vrijwilligers wordt voor deze dagdiensten ook geput uit een repressieve ondersteuningspoule (ROP) van gekwalificeerde stafmedewerkers. De inzet van slimme pagers stelt de brandweer in staat de beschikbaarheid van vrijwilligers real time monitoren. Dit maakt o.a.

mogelijk dat, bij onvoldoende bezetting, een opvolgende eenheid al direct gealarmeerd wordt. Interregionale operationele grenzen Brandweer Amsterdam-Amstelland heeft met alle aangrenzende regio’s convenanten waarin is afgesproken dat regiogrenzen geen belemmering meer vormen bij het bieden van (spoedeisende) hulp aan de burger. De interregionale samenwerking laat vanzelfsprekend het gezag, zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s, onveranderd. Ook de afspraken

over (landelijke) bijstand bij grootschalige incidenten blijven intact. Springen In navolging van de flexibiliseringsmaatregelen in het Dekkingsplan 2018-2021 wordt er op een aantal beroepskazernes ‘gesprongen’. Dit betekent dat één bezetting uit kan rukken met verschillende soorten brandweervoertuigen.9 Versterking samenwerking veiligheidsdomein De hulpdiensten gaan nauwer samenwerken. Er is een Quick Response Team opgericht voor ondersteunende brandweerzorg bij incidenten met grof- en extreem geweld. Bij de ontwikkeling van een veiligheidscentrum op IJburg onderzoekt de brandweer mogelijkheden voor samenwerking met de Reddingsbrigade, ambulance en Stadsdeel Oost. Daarnaast is de brandweerzorg in het Westelijk Havengebied van Amsterdam versterkt met de publiek-private Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA). De brandweer deelt locaties met Ambulance Amsterdam en onderzoekt verdere samenwerking. Strategisch Huisvestingsplan In het Strategisch Huisvestingsplan anticipeert de brandweer op langjarig beheer en modernisering van de kazernes, maar ook op noodzakelijke ontwikkeling in de spreiding van brandweerlocaties door stedelijke uitbreiding. Ook de toekomstbestendigheid van de kazernes Victor en Zebra spelen een rol bij toekomstige strategische keuzes, alsook de financiële armslag om in vastgoed te kunnen blijven investeren.

Preventie Brandweer Amsterdam-Amstelland werkt met de Veiligheidsketen waarin preventie, preparatie en repressie circulair verbonden zijn. Het project Brandveilig Leven organiseert diverse (wijk)preventieprojecten en voor preventieve brandweeradviezen is een Risicomatrix ontwikkelt. De brandweer is deelnemer in het Amsterdamse Plan- en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen (Plaberum).

INHOUD

8

DEKKINGSPLAN BAA

Taakdifferentiatie De brandweer moet tussen beroeps- en vrijwillige krachten een scherper arbeidsrechtelijk onderscheid aanbrengen.10 Zonder taakdifferentiatie in takenpakket en (gepiketteerde) opkomstverplichting vervalt het onderscheid tussen deze twee werkvormen. In de toekomst kan dit de organisatie van de vrijwillige bezettingen veranderen. Landelijke Meldkamer Samenwerking In de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) is een proces van standaardisatie in gang gezet. Dit verbetert de interregionale samenwerking en fall back bij (zeer zeldzame) uitval van een meldkamer. Lokaal maatwerk, de informatiepositie van de brandweer en de mogelijkheid voor regionale innovaties zijn aandachtspunten in dit traject. 1.2 Externe ontwikkelingen Brandweer Amsterdam-Amstelland streeft naar een nauwe verbondenheid met de maatschappij die zij dient. De maatschappij verandert en daarmee ook de eventuele hulpvraag van inwoners en bezoekers van de regio. In het Regionaal Risicoprofiel van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland wordt elke vier jaar een overzicht gegeven van de regionale geografie, demografie, risico’s in de regio en de aanwezige kwetsbare objecten. De volgende paragrafen geven een kort overzicht. 1.2.1 Geografie Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland wordt gevormd door de gemeenten Aalsmeer, Amsterdam, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

De regio is met een oppervlak van 355 km2 compact. Maar er is een dichte en complexe infrastructuur van spoorwegen, autowegen, tunnels, luchtverkeer en dataverbindingen. In 2022 komt gemeente Weesp bij de regio en gaat op in de gemeente Amsterdam. 1.2.2 Risico’s in de regio Het Regionaal Risicoprofiel van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland beschrijft mogelijke grootschalige rampen en crises waarmee de regio te

maken kan krijgen. Daarnaast zijn er trends in de samenleving die mogelijk nieuwe risico’s met zich meebrengen. Rampen en crises De kans op een terroristische aanslag is in de regio aanzienlijk.11 Een dergelijk incident vereist een grote slagkracht van de nood- en hulpdiensten. Verder kan er sprake zijn van een calamiteit bij een grootschalig evenement zoals Pride, SAIL en Koningsdag. Vanwege de aanwezige industrie zijn de nood- en hulpdiensten ook voorbereid op industriële ongevallen en rampen. Trends in de samenleving Trends in de samenleving veranderen het aantal en type incidenten. In de energietransitie stapt de samenleving over op hernieuwbare energiebronnen en voor de circulaire economie is het gebruik van duurzame (bouw)materialen vereist. Dit heeft impact in de hele veiligheidsketen en kan een brandweerinzet complexer en langduriger te maken. De brandweer onderzoekt mogelijke preventieve veiligheidseisen en innoveert de repressie om de impact op de paraatheid en restdekking op te vangen. Maatregelen ter regulering van verkeersdruk en reizigersstromen hebben invloed op de brandweerinzet. Voorbeelden zijn verkeersen snelheidsbeperkende maatregelen in de binnensteden en de introductie van hoogfrequent spoor, de uitbreiding van het metro- en sneltramnetwerken, de aanleg van tunnels en verdiepingen in snelwegen en de ingebruikname van nieuwe transportroutes (water).

De samenleving vertrouwt in toenemende mate op ICT-systemen. Verstoringen in deze netwerken hebben in toenemende mate gevolgen voor de samenleving en leveren extra risico’s op. Dit geldt ook voor de hulpdiensten zelf, met kans op verstoringen in communicatie- en alarmeringssystemen.

INHOUD

9

DEKKINGSPLAN BAA

Steeds meer mensen willen in de randstad wonen, werken en recreëren. De gemeenten anticiperen hierop met uitbreiding van bebouwd areaal en het integreren van meerdere soorten activiteiten in een gebouw (parkeren, wonen, winkels, entertainment). De Omgevingswet maakt het simpeler om gebouwen te laten wisselen van gebruiksbestemming en staat het toe te bouwen in grotere brandcompartimenten. Tegelijkertijd vraagt de openbare ruimte meer grootschalig onderhoud. Een voorbeeld hiervan is de aanpak van de Amsterdamse kademuren en bruggen. Dit alles heeft gevolgen voor de bereikbaarheid en de brandweerinzet.

6

Vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland - Een onderzoek naar het werven en behouden van brandweervrijwilligers. Brandweeracademie, 2021.

7

Per 1 januari 2022 maakt kazerne Weesp onderdeel uit van Brandweer AmsterdamAmstelland.

8

Regionale Bestuursvergadering van 14 oktober 2019.

9

De uitkomsten en eventuele aanbevelingen van het onderzoek naar het springen in de duikorganisatie worden in een separaat (bestuurlijk) traject behandeld.

10 Rapport Rechtspositie Vrijwilligers. Pels Rijcken, 2018. Notitie Oplossingen. Verburg, 2019. 11 Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 54. Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, 14 april 2021.

INHOUD

10

DEKKINGSPLAN BAA

2

Dekking beschrijven Processtap 2 2.1 Doel In dit hoofdstuk wordt, met behulp van Handreiking Landelijk Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen, de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij, onder de gegeven omstandigheden, repressief toe in staat is.12

De brandweereenheden worden ingezet met het principe van ‘operationele grenzen’. Dit betekent dat gemeente- en regiogrenzen geen belemmeringen meer vormen. Het Dekkingsplan geeft inzage in de prestaties op regionaal niveau. Interregionale eenheden zijn conform de afspraken met de omliggende regio’s meegenomen in de berekeningen.

2.2

Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk De kwaliteit van de brandweerzorg wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In onderstaand overzicht is aangegeven welke aspecten hiervan onderzocht zijn. Tabel 1 – Beoordelingsfactoren uit de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen.

Factor Onderzoeksaspecten Snelheid • Maatgevend scenario gebouwbrand • Eerste tankautospuit ter plaatse Capaciteit • Slagkracht • Grootschalige en langdurige inzetten Paraatheid • Beschikbaarheid • Gelijktijdigheid en restdekking Werkdruk

• Alarmeringsfrequentie

INHOUD

11

DEKKINGSPLAN BAA

2.2.1 Snelheid Een snelle reactie kan levens redden en schade voorkomen. De factor snelheid is onderzocht aan de hand van het maatgevende scenario gebouwbrand en de berekening van de snelheid van de eerste tankautospuit ter plaatse. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.

Figuur 2 – Opkomsttijden van de eerste tankautospuiten. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer en de donkerste kleur de hoogste.

Maatgevend scenario gebouwbrand De brandweer beschikt over diverse soorten eenheden met verschillende opkomsttijden. Voor het beschrijven van de factor snelheid is het maatgevend scenario gebouwbrand. Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbranden of industriebranden. Eerste tankautospuit ter plaatse Bij melding van gebouwbrand stuurt de brandweer altijd als eerste een tankautospuit (basisbrandweereenheid).13 Daarom is Snelheid gedefinieerd als de tijd waarmee de eerste tankautospuit ter plaatse kan zijn. In een geografische weergave is hieronder de opkomstprognose van de basisbrandweereenheid in regio Amsterdam-Amstelland inzichtelijk gemaakt.

GGO Snelheid in minuten 0-6 6-9 9-12

12-15

15-18

18+

INHOUD

12

DEKKINGSPLAN BAA

Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd wordt bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve. In een staafdiagram is verder gespecifieerd in welke tijdvakken de locaties bereikt worden. Figuur 3 – Percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door de eerste tankautospuit bereikt wordt, aangevuld met tijdvakken waarin ze bereikt worden.

Analyse snelheid Over het algemeen is de opkomsttijd bij gebouwbrand binnen de ring van Amsterdam het snelst. Dit komt door de hoge dichtheid van beroepskazernes. De opkomsttijd in de buitengebieden van de regio is langer door een lagere kazernedichtheid en een hogere uitruktijd van de vrijwillige eenheden. Over het algemeen wordt een kwart van de objecten in de regio tussen de 6-7 minuten bereikt. De brandweer kan alle objecten in de regio binnen 14 minuten bereiken.

Dekkingsgrafiek 1e Tankspuitauto regio Amsterdam-Amstelland 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

0-1

1-2

2-3

3-4

4-5

5-6

6-7

7-8

8-9

9-10

10-11

11-12

12-13

13-14

14-15

Per tijdvak 0,2 Cumulatief 0,2

0,0 0,2

0,0 0,2

0,7 0,9

6,1 7,0

15,5 22,5

23,6 46,1

23,5 69,6

17,6 87,2

7,4 94,6

3,1 97,7

1,9 99,6

0,3 99,9

0 100

0 100

Opkomsttijd in minuten

INHOUD

13

DEKKINGSPLAN BAA

2.2.2 Capaciteit Als de brandweer ter plaatse is begint de bestrijding van een incident. Hiervoor zijn mensen en materieel nodig, soms voor langere tijd. De factor capaciteit is onderzocht aan de hand van de aspecten slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. De prestaties op het gebied van slagkracht zijn berekend onder het principe van basisbrandweerzorg. De prestaties op het gebied van grootschalige en langdurige inzetten zijn geanalyseerd onder het principe van Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.

Slagkracht Voor het beschrijven van het aspect slagkracht zijn twee uitgangspunten gebruikt. De maximale opkomsttijd van drie tankautospuiten en het totale aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn.

Figuur 4 - Opkomsttijden van drie tankautospuitenin minuten. De lichtste kleur geeft het kortste tijdbestek weer en de donkerste kleur het hoogste.

Figuur 5 – Geografische weergave van het aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. De lichtste kleur geeft het hoogste aantal tankautospuiten weer.

GGO Slagkracht 3 tankautospuiten 0-10 10-15 15-20

GGO Slagkracht aantal tankautospuiten binnen 15 min. 5+ 4 3 2 1 0

20-25

25-30

30+

INHOUD

14

DEKKINGSPLAN BAA

Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve. Figuur 6 – Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie (interregionale) tankautospuiten kan worden bereikt.

Dekkingsgrafiek slagkracht regio Amsterdam-Amstelland 100% 90%

Capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten Voor de aspecten grootschalige en langdurige inzetten is gekeken naar regionale organisatie van eenheden ten behoeve van grootschalige brandweeroptreden. Voor (interregionale) grootschalige en langdurige inzetten kan Brandweer Amsterdam-Amstelland in ieder geval basispelotons Noord en Zuid of het eigen slagkrachtpeloton gebruiken. Een basispeloton levert extra capaciteit bij brandbestrijding, redding, basis-IBGS en waterongevallen. In de eigen regio zijn deze drie pelotons respectievelijk binnen 30, 45 en 60 minuten aanwezig op de Uitgangsstelling. In het overzicht hieronder is de opbouw van de basispelotons weergegeven.

80%

Tabel 2 – Deelnemende eenheden aan de drie regionale basispelotons.

70% 60%

Basispelotons voor Grootschalig Brandweeroptreden

50%

Noord (100)

40%

Tankautospuiten

30%

Pieter Teunis Zebra Victor16 Willem Dirk Ysbrand Commando-eenheden OvD Noord OvD Regio OvD Zuid

20% 10% 0% 1e TS 2e TS 3e TS

0-1

1-2

2-3

3-4

4-5

5-6

6-7

7-8

8-9

9-10

10-11

11-12

12-13

13-14

14-15

15-16

16-17

17-18

18-19 19-20

0,16 0,16 0,00

0,16 0,16 0,00

0,16 0,16 0,00

0,88 0,16 0,00

6,97 0,16 0,00

22,46 0,32 0,00

46,10 5,51 0,03

69,56 19,94 0,69

87,15 43,56 6,51

94,60 67,54 27,48

97,70 84,12 57,75

99,63 92,74 77,41

99,95 97,90 90,25

99,98 99,68 97,67

100 99,95 99,71

100 99,98 99,93

100 99,98 99,96

100 99,99 99,97

100 100 99,98

100 100 100

Analyse slagkracht De brandweer beschikt over 19 eerstelijns en 5 tweedelijns tankautospuiten.14 Regionaal kunnen bijna overal binnen korte tijd (15 minuten of minder) drie tankautospuiten ter plaatse zijn. Het duurt iets langer in een aantal buitengebieden en een deel van het Westelijk Havengebied van Amsterdam. De kazernes liggen hier verder uiteen. In 2020 is hier de geopend. Bij grote incidenten kan Brandweer Amsterdam-Amstelland een beroep doen op interregionale eenheden en landelijke bijstand. In het Westelijk Havengebied versterkt de Gezamenlijke Brandweer Amsterdam de slagkracht.

Zuid (200)

Slagkracht (300) 15

Aalsmeer 1 Uithoorn 1 Driemond Diemen 1 Pieter Zebra Duivendrecht

Diemen 2 Driemond Duivendrecht Uithoorn 2 Aalsmeer 2 Amstelveen 2

OvD Zuid OvD Regio OvD Noord

OvD Regio OvD Noord OvD Zuid

INHOUD

15

DEKKINGSPLAN BAA

Analyse grootschalige en langdurige inzetten Brandweer Amsterdam-Amstelland kan voor grootschalige en langdurige inzet in eigen regio twee basispelotons, een peloton Grootschalige Watervoorziening (GWV) en een peloton Redding & Technische Hulpverlening (THV) leveren. Vanzelfsprekend zijn de pelotons ook beschikbaar voor interregionale bijstand. In aanvulling hierop is er regionaal ook een slagkrachtpeloton beschikbaar. Er zijn inzetvoorstellen gemaakt die garanderen dat er restdekking blijft. 2.2.3 Paraatheid Paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer volgens plan gereed is om uit te rukken. De factor paraatheid is onderzocht aan de hand van de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel en materieel, de kans op gelijktijdige incidenten en regionale restdekking. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. Beschikbaarheid Wanneer er voor een brandweereenheid voldoende gekwalificeerd personeel en materieel is, dan staat deze eenheid ‘in dienst’. De eenheid is dan inzetbaar om incidenten te bestrijden. De beschikbaarheid van de brandweer is uitgedrukt in de percentages per jaar dat de tankautospuiten (basisbrandweereenheden) inzetbaar zijn. Analyse beschikbaarheid Brandweer Amsterdam-Amstelland streeft naar een minimum beschikbaarheid van 95%.

Door de aanwezigheid van beroepsposten in de regio is de paraatheid van de tankautospuiten over het algemeen hoog. Bij vrijwillige en tweedelijnseenheden is de beschikbaarheid soms lager. Vanzelfsprekend komen er bij een alarmering opvolgende eenheden ter plaatse, maar wel na een langere rijtijd. De minder parate eenheden zijn nog wel beschikbaar voor slagkracht en restdekking. De brandweer hanteert een afschaaltabel om bij personeelsuitval de capaciteit zo optimaal mogelijk te blijven inzetten.17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=689ee224-e0db-4c1e-830e-20c1034b2d7a