Agendabundel
Tekst van het document
De inwoner dient een aanvraag in voor een traject schuldhulpverlening. Balans biedt een integrale aanpak (voor financiële en (psycho)sociale problemen) en betrekt hier de samenwerkingspartners bij. De voorwaarden aan het traject worden besproken en de motivatie van de klant wordt beoordeeld. Balans probeert in eerste instantie zelf tot een afspraak te komen met de schuldeiser. Indien dit niet is gelukt, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van het moratorium.
Deze fase kan (afhankelijk van de situatie) 3 tot 6 maanden duren. Balans maakt afspraken met de klant over het regelen van inkomensondersteunende voorzieningen, aanvullende hulpverlening of juridische procedures.
10
Bijlage bij beleidsnota schuldhulpverlening ‘de toekomst in Balans’.
Instrument Schuldregeling/ minnelijk traject
Saneringskrediet
Schuldregeling/ wettelijk traject (WSNP)
Nazorg Budgetbegeleiding
Inkomensbeheer
MDO
Inhoud Bij een schuldregeling in het minnelijk traject bemiddelt Balans tussen de klant en de schuldeisers voor een aflossingsregeling. De regeling duurt in beginsel maximaal 36 maanden (waarna kwijtschelding wordt verleend), Balans berekent de afloscapaciteit. Verder wordt er op toegezien dat de klant de gemaakte afspraken nakomt en wordt er ook tijdens de 36 maanden aandacht geschonken aan gedragsverandering. Bij een saneringskrediet krijgen de schuldeisers de afloscapaciteit (van 36 maanden) van de klant in één keer overgemaakt waarna kwijtschelding voor het restant van de schuld wordt verstrekt. De klant gaat hiervoor een lening aan bij een kredietbank waarop hij 36 maanden aflost. Na een mislukt minnelijk traject kan de klant een beroep doen op het wettelijk traject, de WSNP. De rechtbank beslist, mede op basis van de door Balans afgegeven WSNP-verklaring, of de klant tot de wettelijke schuldregeling wordt toegelaten. Balans moet aantonen dat het minnelijk traject eerst is geprobeerd. Het bieden van nazorg aan inwoners waarvan het traject is afgesloten. Om de financiële zelfstandigheid te bevorderen biedt Balans budgetbegeleiding. De inwoner legt het beheer van zijn inkomen in handen van een derde. Het inkomen wordt overgemaakt op de rekening van de beheerder waarvan alle rekeningen, vaste lasten en een eventuele schuldregeling wordt overgemaakt.
De inwoner krijgt leefgeld op zijn rekening overgemaakt. Multi Disciplinair uitvoeringsoverleg.
Wat hebben we in Amstelveen Balans biedt een schuldregeling conform de landelijk geaccepteerde richtlijnen.
Als het inkomen stabiel is en het niet te verwachten valt dat het inkomen nog gaat stijgen kan een saneringskrediet aangevraagd worden via de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA). De gemeente staat borg voor de hoogte van de lening.
Balans geeft de WSNP-verklaring af en begeleidt de klant bij de zitting. Gedurende het WSNP-traject biedt Balans begeleiding
Balans geeft, indien nodig, nazorg na het beëindigen van een traject schuldhulpverlening. Uitgangspunt is dat de nazorg maximaal zes maanden duurt. Budgetbegeleiding is een vast onderdeel van een traject schuldhulpverlening en bestaat uit gesprekken over het aanleren van financiële vaardigheden, maar ook het verbeteren van inkomen of versterken van ondersteunend netwerk. Balans kan in een traject schuldhulpverlening het inkomen van inwoners (tijdelijk) beheren. Als het inkomensbeheer naar verwachting langdurig is (bijvoorbeeld bij verslavingsproblematiek of (licht) verstandelijke beperking) kan het inkomensbeheer overgedragen worden aan een externe organisatie/bewindvoerder. Door een MDO te organiseren ontstaat er een compleet beeld van de problematiek van de inwoner en worden afspraken gemaakt over de samenwerking en gecoördineerde en efficiënte hulpverlening. Bij een MDO kunnen onder andere de volgende interne en externe teams betrokken zijn. Zie ook paragraaf 6.1.
11
Bijlage bij beleidsnota schuldhulpverlening ‘de toekomst in Balans’.
Bijlage 7: Saneringskrediet versus schuldbemiddeling Huidige werkwijze saneringskrediet Na de inventarisatie van de schulden wordt berekend hoeveel een inwoner kan aflossen in drie jaar. Dit bedrag is de afloscapaciteit en wordt als lening aangevraagd bij de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA). Het maximale krediet is €5.000. De gemeente Amstelveen staat borg voor de lening, waardoor de lening in de praktijk altijd wordt toegekend. Balans onderhandelt met de schuldeisers. Na akkoord van alle schuldeisers betaalt de GKA het krediet, minus de te betalen rente, uit aan Balans. Balans verdeelt dit bedrag onder de schuldeisers. De inwoner betaalt de lening in 36 termijnen terug aan de GKA.
Looptijd Gevolgen inwoner
Gevolgen schuldeisers
Gevolgen gemeente
Saneringskrediet 36 maanden (3 jaar) Na uitbetaling van het krediet is er nog maar 1 schuldeiser over. Stress wordt daardoor beperkt
Schuldbemiddeling 36 maanden (3 jaar) Na akkoord door de schuldeisers worden de schulden voor 3 jaar aangehouden.
Indien er geen noodzaak is tot verdere begeleiding kan het traject worden afgesloten
De inwoner houdt 3 jaar lang een contactpersoon voor ondersteuning bij financiële vragen
Een inkomensstijging leidt tot een grotere bestedingsruimte
Een inkomensdaling wordt verrekend in de afloscapaciteit. De bestedingsruimte blijft in de meeste gevallen gelijk.
Bij een inkomensdaling kan de lening mogelijk niet worden terugbetaald en bestaat het risico op een nieuwe problematische schuldsituatie Na ontvangst van de af loscapaciteit wordt de schuld afgeboekt.
Een inkomensstijging wordt verrekend in de afloscapaciteit en zorgt voor een hogere aflossing Inkomensvoordelen komen ten gunste van de schuldeisers
Er is direct duidelijkheid over de hoogte
De schuldeiser moet het dossier drie jaar open houden en in contact blijven met de schuldhulpverlener
Geen hogere aflossing bij een stijging van het inkomen Na uitbetaling hoeft geen contact meer te worden onderhouden met schuldeisers De mogelijkheden om te sturen op het gedrag en de onderliggende problematiek te beheersen zijn beperkt De gemeente staat borg indien het krediet niet wordt terugbetaald. De kosten hiervoor kunnen oplopen.
Na het akkoord van de schuldeisers wordt het traject minimaal 3 jaar aangehouden in verband met hercontroles op de afloscapaciteit. Betere mogelijkheden om te sturen op gedrag en eventuele onderliggende problematiek aan te pakken
12
{{signer1}}
RAADSBESLUIT
{{signer2}}
De raad van de gemeente Amstelveen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 12 juni 2023, nummer 48 gelet op artikel 2 lid 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; Z23-048475
Besluit
1.
2.
Het beleidsplan “De toekomst in Balans, beleidsplan schuldhulpverlening 2021 – 2024” als volgt te wijzigen voor het onderdeel gemeentelijke schuldenregelingen: a. de standaard looptijd van de schuldbemiddeling wordt verkort van 36 naar 18 maanden. b. de standaard looptijd van het saneringskrediet wordt verkort van 36 naar 18 maanden. Dit besluit werkt terug tot 1 juli 2023.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 juli 2023, De griffier,
De voorzitter,
Debby de Heus
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
Raadsvergadering Behandelvoorstel agendacommissie Onderwerp Datum raadsvergadering Locatie Voorzitter Griffier Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Openbare bespreking Live-uitzending Advies van de agendacommissie
Raadsvoorstel Zienswijze gemeente Amstelveen op ontwerp Beleidskader Mobiliteit VRA 2023 5 juli 2023 Raadzaal Tjapko Poppens Debby de Heus Wethouder Herbert Raat Wilko Wieffering Ja https://amstelveen.bestuurlijkeinformatie.nl/ Hamerstuk. Het college stelt voor een zienswijze in te dienen. De Amstelveense vertegenwoordigers in de Vervoerregio hebben niet aangegeven dat een debat hierover nodig is.
Voorafgaande behandeling Het Raadsgesprek
Technische vragen Het Raadsdebat
Insprekers kunnen zich uiterlijk 22 juni om 12.00 uur melden om in te spreken tijdens Het Raadsgesprek van 28 juni. Op 28 juni is er tijdens Het Raadsgesprek een presentatie van de Vervoerregio over het ontwerp beleidskader mobiliteit. Technische vragen kunt u stellen tijdens Het Raadsgesprek van 28 juni waar de Vervoerregio het ontwerp beleidskader presenteert. Niet van toepassing
Behandelwijze tijdens de raadsvergadering Toelichting en doel van het agendapunt
Gevraagd besluit
De Vervoerregio Amsterdam heeft een ontwerp Beleidskader Mobiliteit 2023 voorgelegd. De gemeente kan daarop een zienswijze indienen. Het Beleidskader Mobiliteit wordt de regionale inzet ten aanzien van mobiliteit/bereikbaarheid. Dit is vanzelfsprekend ook belangrijk voor Amstelveen. Het college stelt voor een zienswijze in te dienen. Het doel van het agendapunt is een besluit te nemen over de zienswijze van Amstelveen. Het indienen van bijgaande zienswijze op het ontwerp Beleidskader Mobiliteit 2023 van de Vervoerregio Amsterdam (VRA). In de zienswijze wordt aangegeven: 1. Wij gaan ervan uit, dat de uitwerking van bijlage 2 (het omzetten van de ‘voorzet’ meetbare doelen naar definitieve doelen) op korte termijn in de regio bestuurlijk voor wordt gelegd; 2. Maak inwoners en werkgevers bekend met de mobiliteitsuitdagingen voor de komende jaren; 3. Wij zijn van mening dat een ‘what’s in it for me’ benadering de gestelde bereik-baarheidsdoelen beter dient dan sturing van gedrag; 4. Op pagina 8 voorbeelden opnemen van scherpe keuzes om mobiliteitsverandering te bereiken en daarnaast in te gaan op hoe de kansrijkheid van de (e-/)fiets extra benut kan worden in relatie met het feit dat relatief veel autoritten korte afstandsritten betreffen; 5. Visie ‘iedereen moet zich op elke plek op elk moment kunnen verplaatsen’ in overeenstemming brengen met ‘spreiden en mijden’; 6.
Opnemen dat in de zuidelijke regio de auto een belangrijk vervoermiddel is en blijft; 7. De Bereikbaarheidsagenda Zuidlob VRA 2040 is voor ons (mede) leidend, prioriteiten ten aanzien van de Zuidlob zijn een integrale visie op het toekomstig functioneren van het N wegennet in de Zuidlob én realisatie van een hub/tramhalte BTAZ. Wij verzoeken u dit in deel B op te nemen;
8. De (e-/) fiets biedt een groot oplossend vermogen in de mobiliteitsuitdaging van de komende jaren en verdient in deel B meer prioriteit; 9. In deel B meer nadruk leggen op verbeteren fijnmazigheid OV én verbeterde OV verbinding met Schiphol vanuit Amstelveen Zuid (/Aalsmeer noordoost) ; 10. Weeg, ook vanuit de VRA, de regionale belangen goed af in relatie met de (ex-tra) verkeersluwe plannen van de gemeente Amsterdam, de effecten t.a.v. Amstelveen/de regio moeten eerst duidelijk in beeld komen en regionaal bestuurlijk voorgelegd worden alvorens maatregelen in Amsterdam bestuurlijk ter besluitvorming worden voorgelegd. Beschikbare stukken Hamerstuk
Raadsvoorstel met 4 bijlagen. In de raadsvergadering kunt u verzoeken het hamerstuk alsnog te bespreken. De helft van het aantal fracties in de raad moet instemmen met dat verzoek. Stemt de meerderheid van de fracties daarmee in, dan wordt het voorstel aan de bespreekstukken toegevoegd. Anders kunt u bij de stemming een stemverklaring afleggen.
{{signer1}} 14/06/2023 08:53:11 CEST
Signed By: Poppens, T. <t.poppens@amstelveen.nl> ID: a6dd941c-39a7-4fe0-bf23-0afdb24e327b Auth: Scribble
RAADSVOORSTEL
{{signer2}} 14/06/2023 08:33:28 CEST
Signed By: Winthorst, H.H. <b.winthorst@amstelveen.nl> ID: a6dd941c-39a7-4fe0-bf23-0afdb24e327b Auth: Scribble
Datum 12 juni 2023 Nummer
49
Afdeling
Voorstel van
college van burgemeester en wethouders
Behandelend ambtenaar
wethouder Herbert Raat
020 540 4292 w.wieffering@amstelveen.nl
Portefeuillehouder
Stedelijke Ontwikkeling
Wilko Wieffering
Onderwerp
Zienswijze gemeente Amstelveen op ontwerp Beleidskader Mobiliteit 2023 van de Vervoerregio Amsterdam (VRA). Gevraagd besluit
Het indienen van bijgaande zienswijze op het ontwerp Beleidskader Mobiliteit 2023 van de Vervoerregio Amsterdam (VRA).
WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)
Een duurzame regionale bereikbaarheid. Het Beleidskader (deel A Beleid, deel B Uitwerking) betreft de visie/het beleidsvoornemen van de VRA op mobiliteit richting de toekomst/lange termijn en wat te doen om de doelen te bereiken. In de regioraad van 9 mei is besloten het beleidskader vrij te geven voor zienswijzen. Gemeenten kunnen tot 2 augustus een zienswijze indienen. Amstelveen maakt hiervan gebruik. In grote lijnen wordt het ontwerp Beleidskader positief ontvangen. In de zienswijze wordt aangegeven: 1. Wij gaan ervan uit, dat de uitwerking van bijlage 2 (het omzetten van de ‘voorzet’ meetbare doelen naar definitieve doelen) op korte termijn in de regio bestuurlijk voor wordt gelegd; 2. Maak inwoners en werkgevers bekend met de mobiliteitsuitdagingen voor de komende jaren; 3. Wij zijn van mening dat een ‘what’s in it for me’ benadering de gestelde bereikbaarheidsdoelen beter dient dan sturing van gedrag; 4. Op pagina 8 voorbeelden opnemen van scherpe keuzes om mobiliteitsverandering te bereiken en daarnaast in te gaan op hoe de kansrijkheid van de (e-/)fiets extra benut kan worden in relatie met het feit dat relatief veel autoritten korte afstandsritten betreffen; 5. Visie ‘iedereen moet zich op elke plek op elk moment kunnen verplaatsen’ in overeenstemming brengen met ‘spreiden en mijden’; 6.
Opnemen dat in de zuidelijke regio de auto een belangrijk vervoermiddel is en blijft; 7. De Bereikbaarheidsagenda Zuidlob VRA 2040 is voor ons (mede) leidend, prioriteiten ten aanzien van de Zuidlob zijn een integrale visie op het toekomstig functioneren van het N wegennet in de Zuidlob én realisatie van een hub/tramhalte BTAZ. Wij verzoeken u dit in deel B op te nemen; 8. De (e-/) fiets biedt een groot oplossend vermogen in de mobiliteitsuitdaging van de komende jaren en verdient in deel B meer prioriteit;
Pagina
2 van 3
9. In deel B meer nadruk leggen op verbeteren fijnmazigheid OV én verbeterde OV verbinding met Schiphol vanuit Amstelveen Zuid (/Aalsmeer noordoost) ; 10. Weeg, ook vanuit de VRA, de regionale belangen goed af in relatie met de (extra) verkeersluwe plannen van de gemeente Amsterdam, de effecten t.a.v. Amstelveen/de regio moeten eerst duidelijk in beeld komen en regionaal bestuurlijk voorgelegd worden alvorens maatregelen in Amsterdam bestuurlijk ter besluitvorming worden voorgelegd. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)
Een bestuurlijke zienswijze indienen op het ontwerp Beleidskader Mobiliteit 2023 van de Vervoerregio Amsterdam. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)
Programma 2.5.4 Verkeer en Vervoer. Aanleiding
Het Beleidskader betreft de visie/het beleidsvoornemen van de VRA op mobiliteit richting de toekomst/lange termijn en wat te doen om de doelen te bereiken. Gemeenten kunnen tot 2 augustus 2023 zienswijzen indienen. Argumenten
Het Beleidskader Mobiliteit wordt de regionale inzet ten aanzien van mobiliteit/bereikbaarheid. Dit is vanzelfsprekend ook belangrijk voor Amstelveen. Regionaal beleid heeft invloed op de bereikbaarheid vanuit/naar Amstelveen en daarom is het van belang op dit moment een zienswijze in te dienen om Amstelveen goed te positioneren binnen de regio, om opbouwend te reageren op het ontwerp Beleidskader en aan te geven dat wij enkele voor Amstelveen (in regionale context) belangrijke zaken opgenomen willen zien worden. Kanttekeningen
Niet van toepassing. Financiën
Het indienen van een zienswijze kent geen financiële consequentie(s). Communicatie
Er is geen actieve communicatie benodigd. Procedure
In de regioraad van 9 mei 2023 is besloten het Beleidskader vrij te geven voor zienswijzen. Gemeenten kunnen tot 2 augustus 2023 een zienswijze indienen. Op 28 juni is er een Raadsgesprek waar de Vervoerregio Amsterdam een technische toelichting geeft en eventuele vragen beantwoordt. Amstelveen is voornemens een zienswijze in te dienen aan het Dagelijks Bestuur (DB) van de Vervoerregio. In de Regioraad van de Vervoerregio op 31 oktober 2023 wordt het Beleidskader, aangepast op de zienswijzen, ter finale besluitvorming voorgelegd. In de regioraad zitten vijf Amstelveense regioraadsleden en waar nodig kunnen zij daar nog met het DB in gesprek gaan over mogelijk niet door DB overgenomen inhoud uit de Amstelveense zienswijze. Bijlagen
Bijlage A Aanbiedingsbrief ontwerp Beleidskader Mobiliteit 2023 van DB Vervoerregio Amsterdam Bijlage B Ontwerp Beleidskader deel A (Visie)
Pagina
3 van 3
Bijlage C Ontwerp Beleidskader deel B (Uitwerking) Bijlage D Brief gemeenteraad Amstelveen aan Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio met daarin de zienswijze van de gemeente Amstelveen op het concept VRA Beleidskader Mobiliteit 2023 De secretaris,
De voorzitter,
Bert Winthorst
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
Postbus 626 1000 AP Amsterdam Termini 179 1025 XM Amsterdam
Aan de colleges en raden van de gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam
T 020 527 37 00 E info@vervoerregio.nl W www.vervoerregio.nl KvK: 34374879000 IBAN: NL46BNGH0285168274 BIC: BNGHNL2G
10 mei 2023
Datum
Onderwerp
Uw kenmerk Ons kenmerk
2023/17777/MD
Inlichtingen
Projectteam Beleidskader Mobiliteit,
Bijlagen
Aanbieding ontwerp Beleidskader Mobiliteit voor zienswijze 3
beleidskadermobiliteit@vervoerregio.nl
Geacht college en geachte leden van de gemeenteraad, De Vervoerregio Amsterdam ontwikkelt momenteel een nieuw Beleidskader Mobiliteit. Met deze brief vragen wij u een zienwijze te geven. Het Beleidskader is (als regionaal verkeer-en vervoersplan binnen de Planwet verkeer en vervoer en de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam) het overkoepelende, strategische beleidsdocument van de Vervoerregio. Het schetst onze visie op de lange termijn, op alle vormen van mobiliteit in onze regio. Ook beschrijft het wat we willen gaan doen om deze visie te realiseren. Daarmee geeft het richting aan het handelen van de Vervoerregio. Het ontwerp Beleidskader Mobiliteit is op 9 mei in de regioraad besproken. Tijdens de bespreking heeft de regioraad op hoofdpunten de volgende zaken meegegeven: • • • • • •
Er is veel steun voor brede welvaart als basis voor het beleidskader en de principes die hieruit volgen, zoals het STOMP-principe en de notie dat dit in ieder gebied anders wordt ingevuld. Het onderwerp verkeersveiligheid, en met name het streven naar nul verkeersdoden, staat heel hoog op de agenda bij de regioraad. De regioraad bevestigt dat deelmobiliteit een onderwerp is waar nadere uitwerking gewenst is. De regioraad geeft aan graag te willen zien hoe de nieuwe richting van het beleidskader straks terugkomt in de investeringen van de Vervoerregio. De tabel op pagina 11 van deel B van het ontwerp Beleidskader Mobiliteit (de uitwerking) riep een aantal vragen op. De voorzitter heeft aangegeven dat we hier nadere duiding aan geven. De regioraad stelt het op prijs dat er een uitgebreide mogelijkheid is om in te spreken op het ontwerp Beleidskader Mobiliteit. Zowel voor het bedrijfsleven als breed in de samenleving.
•
Ons kenmerk
2023/17777/MD
Pagina
2 van 2
Het bewonersonderzoek geeft interessante inzichten, maar het aantal 55-plussers is oververtegenwoordigd. Daarom zijn er vragen gesteld bij de representativiteit: komt de eventueel afwijkende mening van 55-minners (= 1/3 van de respondenten) wel voldoende terug?
Deze en andere genoemde punten nemen wij, samen met de binnenkomende zienswijzen, mee bij het opstellen van het definitieve voorstel voor het Beleidskader Mobiliteit en in de nota van beantwoording, die in oktober aan de regioraad worden aangeboden. Hoe kunt u een reactie geven? Vandaag, op 10 mei, heeft het dagelijks bestuur van de Vervoerregio de terinzagelegging van het ontwerp Beleidskader gestart. Uw gemeente heeft op basis van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam de gelegenheid om binnen de termijn van 12 weken na terinzagelegging, dus tot en met 2 augustus 2023, een formele zienswijze op het ontwerp Beleidskader in te dienen. U kunt uw zienswijze sturen naar het dagelijks bestuur van de Vervoerregio. Bij voorkeur via het emailadres beleidskadermobiliteit@vervoerregio.nl Of anders via de post aan: Dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam Onderwerp: reactie ontwerp Beleidskader Mobiliteit Postbus 626 1000 AP Amsterdam Meer informatie Voor meer informatie over het ontwerp Beleidskader Mobiliteit kunt u contact opnemen met één van de medewerkers van het projectteam Beleidskader Mobiliteit via het e-mailadres beleidskadermobiliteit@vervoerregio.nl of via het algemene telefoonnummer van de Vervoerregio Amsterdam: 020-5273700. Hoogachtend, Roel Salden secretaris-directeur
Bijlagen:
1. Ontwerp Beleidskader Deel A 2. Ontwerp Beleidskader Deel B 3. Infographic
Dit document is digitaal ondertekend en bevat daarom geen zichtbare handtekening. Zie akte van ondertekening.
Verbinden in Verscheidenheid
Ontwerp Beleidskader Mobiliteit Vervoerregio Amsterdam Deel A: Visie 11 april 2023
INHOUD Voorwoord
3
Samenvatting DEEL A - Visie
4
Inleiding en leeswijzer
7
1. Opgave en doelen 1.1. Grote opgaven vragen andere, brede benadering 1.2. De Vervoerregio aan zet
8 8 11
2. Principes en richtingen 2.1 Mens als startpunt voor comfortabel, veilig en ontspannen reizen 2.2 STOMP is de basis 2.3 Ieder gebied vraagt om een andere oplossing 2.4 Mobiliteit en Ruimte versterken elkaar
12 12 13 15 15
3. Sturen, samenwerken en bijsturen 3.1 Samen voor en met de regio 3.2 Plan Do Check Act: sturen en bijsturen
17 17 19
Bijlage 1: Trends en ontwikkelingen
21
Bijlage 2: Van doelen naar meetbare resultaten
24
Bijlage 3: Taken en rollen van de Vervoerregio
27
2
VOORWOORD We willen een bereikbare regio zijn voor de mensen die hier wonen, werken, leren en recreëren. Nu en in de toekomst. Dat vraagt om verantwoorde keuzes die voor de mens, onze omgeving en de planeet het beste zijn. Meer dan ooit moeten we in deze drukste regio van het land zorgen voor schone en gezonde vervoersopties die passen bij de verschillende gebieden. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat al onze inwoners en bezoekers hun bestemming kunnen bereiken. Daarom werken we samen met onze partners aan een duurzaam bereikbare regio waarin onze reizigers veilig, betaalbaar, soepel en prettig kunnen reizen van deur tot deur. Verschillende ontwikkelingen en nieuwe thema’s binnen mobiliteit hebben ertoe geleid dat we ons beleidskader uit 2017 opnieuw hebben bekeken. Denk aan verduurzaming, het woningtekort, de toenemende drukte op straat, de steeds grotere aandacht voor een gezonde en verkeersveilige leefomgeving en een inclusieve samenleving. Hoewel dit nieuwe beleidskader verder bouwt op het vorige beleidskader, is de manier waarop we naar mobiliteit kijken wel sterk veranderd. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat mobiliteit echt past bij wat mensen in onze regio nodig hebben.
We willen een regio zijn waarin jongeren hun vrienden kunnen ontmoeten, kinderen veilig op school kunnen komen, gezinnen makkelijk de bioscoop of het strand kunnen bereiken en ouderen op hun eigen tempo hun rondje langs de winkels kunnen blijven maken. Waar mensen op hun werk kunnen komen om een inkomen te verdienen. Mobiliteit op maat die past bij het gebied waar je bent en bij de wensen van bewoners en bezoekers. Om dat voor elkaar te krijgen, nemen we de mens als uitgangspunt voor ons beleid. De keuzes en het gedrag van mensen bepalen namelijk het verkeersbeeld op straat. En de voorkeuren van mensen bepalen of zij het reizen prettig en ontspannen vinden. Inzicht in wat mensen beweegt en hoe we bepaalde keuzes kunnen aanmoedigen is daarom belangrijk. We kijken dus eerst vanuit de mens, daarna volgt pas het systeem. Voor ons betekent dit een andere manier van denken en (samen)werken, voor onze reizigers zorgt dit voor een fijne reisbeleving en voor onze inwoners voor een prettige woonomgeving. Met in ons achterhoofd de persoonlijke wensen van reizigers en verschillende gebieden in onze regio, gaan we met dit beleidskader verbinden in verscheidenheid. Dat doen we samen met onze veertien gemeenten, vervoerders, inwoners en andere overheden.
We nemen hen graag aan de hand mee om te werken aan onze gezamenlijke doelen voor mobiliteit, zodat iedereen in onze regio comfortabel en veilig kan blijven reizen. Melanie van der Horst Voorzitter dagelijks bestuur Vervoerregio Amsterdam
3
SAMENVATTING DEEL A - VISIE De Vervoerregio Amsterdam verbindt veertien gemeenten en samen met de gemeenten werken we aan een regio waar mensen zich prettig en vlot kunnen verplaatsen. Het Beleidskader Mobiliteit is het centrale, strategische beleidsdocument van de Vervoerregio. Het geeft onze doelen weer en geeft richting aan al onze activiteiten, uitgaven en de keuzes die we daarbij moeten maken.
BREDE WELVAART De Vervoerregio pakt de mobiliteitsopgaven aan vanuit het concept ‘Brede Welvaart’. Een goed ingericht mobiliteitssysteem zorgt voor een krachtige en aantrekkelijke regio om in te wonen, werken en recreëren. Daarmee is mobiliteit een middel om onze brede welvaart te vergroten voor reizigers en voor nietreizigers. We kijken eerst vanuit de mens, pas daarna volgt het systeem. Dit verandert de doelen en opgaven van ons mobiliteitsbeleid. Die vertalen we in vijf samenhangende thema’s: bereikbaarheid, duurzaamheid, verkeersveiligheid, gezondheid en inclusiviteit. Bereikbaarheid
Duurzaamheid
Brede welvaart in de Vervoerregio Amsterdam
Verkeersveiligheid
Inclusiviteit
Gezondheid
Bereikbaarheid - Ons doel is optimale bereikbaarheid voor onze inwoners, werknemers, bezoekers en bedrijven. Dat was altijd al zo, maar de invulling verandert. We verbreden de definitie van bereikbaarheid naar ‘de mogelijkheden voor iedereen om binnen redelijke tijd en tegen redelijke kosten en op een prettige en soepele manier de plaatsen te bereiken waar men wil zijn’. Inclusiviteit - Iedereen moet kunnen meedoen aan maatschappelijke activiteiten, ongeacht leeftijd, fysieke of mentale gesteldheid, sociaaleconomische status of waar diegene vandaan komt. Mobiliteit speelt hierin een belangrijke rol. We willen dat iedereen genoeg kansen heeft om voorzieningen, sociale contacten, een opleiding of werkplek te bereiken. Wanneer dit niet toereikend is zoeken we naar oplossingen. Duurzaamheid - Ons klimaat verandert snel, de biodiversiteit gaat achteruit en onze grondstoffen raken op. Voor de Vervoerregio betekent dit dat we de komende jaren grote stappen moeten zetten naar een
4
mobiliteitssysteem met een neutrale ecologische impact in 2050. We werken aan een CO2-neutraal mobiliteitssysteem, het verminderen van stikstofuitstoot, verminderd grondstoffenverbruik, verminderde invloed van ons mobiliteitssysteem op het milieu, het voorkomen van de verslechtering van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Verkeersveiligheid – Het aantal verkeersdoden en ernstig gewonden in het verkeer stijgt. De Vervoerregio Amsterdam wil in 2050 zo dicht mogelijk bij het doel van nul verkeersdoden en ernstig gewonden komen. Door meer op risico’s te sturen, willen we op korte termijn een trendbreuk realiseren en de stijging omzetten in een daling. We richten ons op de aanpassing van de wegen en het gedrag van de verkeersdeelnemer. Gezondheid – Met de juiste mobiliteitsoplossingen en -keuzes dragen we positief bij aan onze fysieke en mentale gezondheid. Dat kan door mensen aan te moedigen meer voor actieve manieren van vervoer (lopen, fietsen) te kiezen. En we werken toe naar minder uitstoot van schadelijke stoffen, minder geluid en zo min mogelijk stress.
PRINCIPES EN RICHTINGEN De visie ondersteunen wij met vier uitgangspunten die de rode draad van het Beleidskader vormen. De mens als startpunt voor comfortabel, veilig en ontspannen reizen - Reizigers in onze regio moeten comfortabel, veilig, vlot en onbezorgd hun bestemmingen kunnen bereiken. Inzicht in wat mensen beweegt en hoe we bepaalde keuzes kunnen aanmoedigen is daarom belangrijk. We nemen gedragsbeïnvloeding en de vraagkant van mobiliteit als uitgangspunt en kijken welke maatregelen in de infrastructuur daar het beste op aansluiten. STOMP is de basis – We willen de mobiliteit in onze regio verminderen, veranderen en verduurzamen. Verminderen betekent inzetten op slimme ruimtelijke keuzes, mijden van de spits en thuiswerken. Voor veranderen hanteren we het STOMP-principe (Stappen – Trappen – OV – Mobiliteitsdiensten – Privéauto): we moedigen de manieren van vervoer aan die het meeste bijdragen aan onze doelen, en passend zijn bij het gebied waar je reist. Dit betekent dat we de vervoersopties makkelijker en aantrekkelijker maken die minder ruimte innemen en veiliger, gezonder en duurzamer zijn. Zonder bepaalde vervoersopties te verbieden of onmogelijk te maken. De consequente inzet van STOMP draagt ook bij aan verduurzaming.
Verder zetten we in op verminderde uitstoot van schadelijke stoffen, het gebruik van schone energie en de inzet van zo min mogelijk grondstoffen om dit doel te bereiken. Ieder gebied vraagt om een andere oplossing – De Vervoerregio is in alle opzichten een diverse regio. We maken daarom onderscheid tussen vijf verschillende gebiedstypen, van hoogstedelijk tot landelijk. Ieder gebiedstype vraagt om een andere invulling van de mobiliteit volgens het STOMP-principe: in landelijk gebied houdt de auto een grotere rol, maar moeten de alternatieven ook beter worden; in centra veel ruimte voor lopen en fietsen en doorgaand verkeer eromheen. We kijken ook naar de relaties tússen de gebiedstypen, waarbij onder meer hubs overstappen tussen vervoerswijzen mogelijk maken. We geven onze inwoners dus keuzemogelijkheden die passen bij de omgeving en aansluiten op onze doelen. Mobiliteit en ruimte versterken elkaar – De Vervoerregio heeft geen zeggenschap over de openbare ruimte en is geen wegbeheerder, maar heeft wel grote belangen bij een goede ruimtelijke ordening en een goede, prettige en klimaatbestendige openbare ruimte. Dit bepaalt namelijk hoe mensen kunnen en
5
willen reizen. Samen met onze partners streven we naar nabijheid van dagelijkse activiteiten en prettig ingerichte wijken, buurten en straten. We helpen gemeenten om bereikbaarheid een goede plek te geven binnen ruimtelijke plannen.
STUREN, SAMENWERKEN EN BIJSTUREN Nieuw beleid vraagt om nieuwe keuzes en afwegingen en een nieuwe manier van werken. Sturen, samenwerken en bijsturen zijn daarbij erg belangrijk. Samen voor en met de regio – Voor het uitvoeren van activiteiten en projecten hebben we alle partijen in de regio nodig. We zoeken daarom de samenwerking, vooral met onze gemeenten. Om onze doelen te bereiken gaan we bewoners, bezoekers, werknemers, onderwijsinstellingen en bedrijven beter betrekken. Plan Do Check Act: sturen en bijsturen – Omdat de toekomst altijd onbekend en onvoorspelbaar is, moeten we ervoor zorgen dat we wendbaar en gefocust zijn. We kiezen een duidelijke richting, maar sturen bij als de situatie verandert of nieuwe kansen voorbij komen. Dat doen we via de Plan-Do-CheckAct-cyclus: we maken een visie, voeren deze stap voor stap door, meten de effecten en sturen indien nodig bij. We werken hierbij waardegedreven en sturen op dat wat in het dagelijks leven belangrijk is voor de bewoners en reizigers in de regio. We ontwikkelen een afwegingskader dat de brede welvaart koppelt aan efficiënt gebruik van ruimte, energie en financiën en waarmee we afwegingen binnen en tussen projecten maken. We gaan de vijf brede welvaart doelen vertalen in goed meetbare indicatoren.
Hiermee gaan we in een monitoringsplan bijhouden of beleidskeuzes en investeringen voldoende aan de doelen bijdragen of dat we moeten bijsturen. Ook willen we meer ruimte geven aan experimenten, die bij succes een vervolg kunnen krijgen, en vooraan staan bij nuttige innovaties. We staan open voor initiatieven van buiten, zoals van bewoners of marktpartijen. Ten slotte vraagt het werken vanuit de nieuwe doelen binnen deze plan-do-check-act-cyclus een cultuurverandering bij de medewerkers van de Vervoerregio. We gaan van een focus op infrastructuur, vervoer, reistijd en snelheid naar een bredere blik waarin duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en inclusiviteit net zo belangrijk worden.
6
INLEIDING EN LEESWIJZER Dit document beschrijft onze lange termijn visie op mobiliteit en bereikbaarheid. Eerst presenteren we het concept brede welvaart. Hierbij wordt aandacht besteedt aan de pijlers bereikbaarheid, inclusiviteit, gezondheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid. Daarnaast komen de trends en ontwikkelingen voorbij die ons hebben aangemoedigd om ons beleid opnieuw te bekijken. Daarna leggen we de uitgangspunten uit die de rode draad van dit document vormen. Zo staan mensen, groepen en reizigers voorop in ons beleid. We gaan hier dieper in op het STOMP-principe (bij het inzetten van maatregelen denken we in de volgorde ‘Stappen-Trappen-OV-Mobiliteitsdiensten-Privéauto’) dat voor een groot deel de keuzes in dit beleidsdocument hebben bepaald. Dit principe helpt namelijk goed om onze doelen te bereiken. Ook kunt u in dit hoofdstuk lezen dat de mobiliteitsproblemen niet overal hetzelfde zijn en dat voor elk gebied andere oplossingen nodig zijn. Tenslotte is ook de ruimte een belangrijk hulpmiddel, want mobiliteit begint bij een goede ruimtelijke ordening. In het laatste hoofdstuk besteden we aandacht aan de manier waarop we het beleid werkelijkheid willen laten worden. We vinden het belangrijk dat we dat samen met onze reizigers, vervoerders, gemeenten en andere overheden doen en zo samenwerken om onze gemeenschappelijke doelen te bereiken.
We nemen u mee in de manier waarop we Plan-Do-Check-Act willen gaan inzetten en vertellen we wat dit betekent voor de cultuur van onze organisatie en onze manier van werken. Voor een uitwerking van deze visie voor onze deelregio’s en voor verschillende deelonderwerpen zoals gedrag, fiets, publieke mobiliteit en ruimtelijke ordening, verwijzen we u naar deel B van het Beleidskader Mobiliteit.
7
1. OPGAVE EN DOELEN Vervoerregio Amsterdam verbindt veertien gemeenten en samen met de gemeenten werken we aan een regio waar mensen zich prettig en vlot kunnen verplaatsen. Met dit beleidskader willen we niet alleen de verbindingen tussen plekken en mensen beter maken, maar ook de verbinding met andere taakvelden zoals ruimte en wonen, waar provincie en gemeenten verantwoordelijk voor zijn. En dat in een regio met verschillende gebieden en met inwoners en bezoekers die verschillende mogelijkheden en wensen hebben. Daarom ook de titel van dit beleidskader: Verbinden in Verscheidenheid. Het Beleidskader Mobiliteit is het centrale, strategische beleidsdocument van de Vervoerregio Amsterdam. Het geeft onze doelen en ambities weer en geeft richting aan al onze activiteiten, onze investeringen en de keuzes die we daarbij moeten maken. Meer specifiek is het beleidskader – als uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoersplan1 zoals verplicht vanuit de Planwet Verkeer en Vervoer ook tevens hanteerbaar als “sustainable urban mobility plan” (SUMP2) – gewenst om in aanmerking te komen voor Europese subsidies – de basis voor de beslissingen die het dagelijks bestuur en de Regioraad van de Vervoerregio Amsterdam nemen.
1.1. GROTE OPGAVEN VRAGEN ANDERE, BREDE BENADERING De maatschappelijke opgaven die op ons afkomen op het gebied van klimaat, energie, woningbouw, werkgelegenheid, verkeersveiligheid en de toenemende ongelijkheid in de samenleving zijn groot en ingrijpend. Zie ook de trends en ontwikkelingen in Bijlage 1. Mobiliteit speelt daarin een belangrijke rol en doorgaan op de oude weg is daarbij geen optie: de regio loopt dan vast. En dan bedoelen we niet (alleen) dat het verkeer vastloopt. We halen onze klimaatdoelen niet, we kunnen te weinig woningen bouwen en de leefkwaliteit wordt slechter. Er is een verandering in de mobiliteit nodig en daarvoor zijn scherpere keuzes nodig. Keuzes die de opgaves aan elkaar verbinden en die rekening houden met de verscheidenheid van onze regio. Het Beleidskader Mobiliteit legt die scherpere keuzes op verschillende thema’s en voor verschillende vervoersmiddelen vast. Dit vraagt om een bredere benadering van mobiliteit dan we tot nu toe gewend waren. Steeds meer overheden kiezen ervoor om de maatschappelijke opgaven aan te pakken vanuit het concept ‘Brede Welvaart’ (zie kader). Vervoerregio Amsterdam sluit zich daar met dit Beleidskader bij aan. Want een goed ingericht mobiliteitssysteem zorgt voor een sterke en aantrekkelijke regio om in te wonen, werken en recreëren.
Een goed ingericht mobiliteitssysteem is een middel om onze brede welvaart te vergroten voor reizigers en voor omwonenden langs de infrastructuur. Zo bewaken we de ecologische bovengrens en de sociale ondergrens (zie afbeelding hieronder). Omdat welzijn, welbevinden en duurzaamheid voor ons voorop staan, onderbouwen we onze keuzes ook anders: we kijken eerst naar de mens en het gebied en kijken op basis daarvan welke oplossingen (welke systemen) daarbij passen. Daarbij vinden we het belangrijker dat mobiliteit eraan bijdraagt dat het welzijn van iedere persoon voldoende is, dan dat we daar waar het al (heel) goed is, het nóg beter maken. 1 Als bedoeld in artikel 6 van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam.
2 Als bedoeld in het Urban Mobility Framework (Europese Commissie, 2022): een SUMP wordt verplicht voor
knooppunten in het Trans-Europese transportnetwerk en is voorwaarde voor verschillende EU-subsidies.
8
Door aan mobiliteit te werken vanuit brede welvaart, veranderen ook de doelen en opgaven van ons mobiliteitsbeleid. Die vertalen we in vijf samenhangende thema’s: bereikbaarheid, duurzaamheid, verkeersveiligheid, gezondheid en inclusiviteit. Brede welvaart Brede welvaart gaat over alles dat invloed heeft op ons welzijn en welbevinden. Behalve materiële welvaart betekent het ook onze gezondheid, veiligheid, opleiding, sociale contacten, zingeving, zorg, persoonlijke ontwikkeling, vrijetijdsbesteding en de kwaliteit van de leefomgeving. Mobiliteit levert een belangrijke bijdrage aan de brede welvaart en het welzijn van mensen. Hierdoor kunnen we belangrijke bestemmingen bereiken, zoals werk, winkels, sport en onze sociale contacten. Ook kan mobiliteit onze lichamelijke en geestelijke gezondheid verbeteren, bijvoorbeeld wanneer we buiten wandelen of een rondje fietsen. Het zorgt er ook voor dat mensen over de producten en diensten kunnen beschikken die hun welzijn vergroten. Maar door mobiliteit kan de brede welvaart ook verminderen, bijvoorbeeld door verkeersonveiligheid, geluidsoverlast, stress en milieuvervuiling.
Bereikbaarheid
Duurzaamheid
Inclusiviteit Brede welvaart in de Vervoerregio Amsterdam
Verkeersveilighei d
Gezondheid
Figuur 1: Toepassing van brede welvaart in de Vervoerregio Amsterdam
9
Bereikbaarheid sluit als thema direct aan op de taken en verantwoordelijkheden van de Vervoerregio. Ons doel is om de Amsterdamse regio te houden voor onze inwoners, werknemers, bezoekers en bedrijven. Dat blijft hetzelfde, maar de invulling verandert. We verbreden de definitie van bereikbaarheid naar ‘de mogelijkheden voor iedereen om binnen redelijke tijd en tegen redelijke kosten en op een prettige en soepele manier de plaatsen te bereiken waar men wil zijn’. Het gaat om het goed kunnen bereiken van dagelijkse voorzieningen en recreatiemogelijkheden en het hebben van voldoende mogelijkheden voor banen en opleiding. Voor het vervoer van goederen vullen we dit in als ‘de mogelijkheden voor bedrijven om hun diensten en producten binnen redelijke tijd en tegen redelijke kosten en op een prettige en soepele manier aan te bieden aan voldoende mogelijke klanten’. Inclusiviteit houdt in dat iedereen moet kunnen meedoen aan maatschappelijke activiteiten, ongeacht leeftijd, fysieke of mentale beperking, sociaaleconomische status of waar diegene vandaan komt. Mobiliteit speelt hierin een belangrijke rol. De wet verplicht ons zelfs dat ons mobiliteitssysteem fysiek en mentaal aan iedereen toegang biedt.
Kan iemand goed het voertuig betreden, de weg goed vinden en is betalen voor iedereen mogelijk? De Vervoerregio investeert hierin en dat blijft ook de komende jaren nodig, met oplossingen die passen bij verschillende doelgroepen. We kijken of iedereen genoeg kansen heeft om voorzieningen, sociale contacten, een opleiding of werkplek te bereiken. Als er plekken in onze regio zijn waar dat niet het geval is (voor bepaalde groepen), bijvoorbeeld door een mobiliteitsbeperking, leeftijd, inkomen of door belemmeringen of onvoldoende aanbod, dan is er sprake van bereikbaarheidsongelijkheid. Dan zijn betere, sociaal veiligere en/of beter betaalbare oplossingen nodig. Inclusiviteit is een relatief nieuw thema binnen mobiliteit waar we nog niet genoeg kennis van hebben. Daarom doen we in de komende jaren meer onderzoek naar specifieke doelgroepen en de mogelijke oplossingen voor hun problemen. Het derde thema is duurzaamheid. Ons klimaat verandert snel, de biodiversiteit gaat achteruit en onze grondstoffen raken op. We moeten samen alles op alles zetten om deze ontwikkelingen tegen te gaan en de negatieve gevolgen ervan te verminderen. Voor de Vervoerregio betekent dit dat we de komende jaren grote stappen zetten naar een mobiliteitssysteem met een neutrale ecologische impact in 2050. Dat is niet alleen een mobiliteitssysteem dat per saldo geen CO2 uitstoot.
Het gaat ook om het verminderen van de stikstofuitstoot, ons grondstoffenverbruik, de invloed van ons mobiliteitssysteem op het milieu en het voorkomen van de verslechtering van de biodiversiteit. In een wereld waarin het klimaat al bezig is te veranderen, zien we nu al de noodzaak om de invloed op ons mobiliteitssysteem te verkleinen. Denk aan het verminderen van wateroverlast op bijvoorbeeld wegen en stations bij langdurige regen of een dijkdoorbraak en het zorgen voor verkoeling en schaduw tijdens langdurige hitte. Verkeersveiligheid is een belangrijk thema vanwege het persoonlijk leed dat verkeersongevallen veroorzaken: elk slachtoffer is er één te veel. Daarbij zijn de maatschappelijke kosten van verkeersonveiligheid veel hoger dan bijvoorbeeld die van dagelijkse files of de uitstoot van schadelijke emissies. Na jaren van daling stijgt het aantal doden en ernstige verkeersslachtoffers de laatste tijd weer. Daar maken we ons zorgen over. De Vervoerregio Amsterdam wil in 2050 zo dicht mogelijk bij nul verkeersdoden en ernstige slachtoffers komen. Dat betekent dat we meer moeten doen dan nu. Door meer op risico’s te sturen, willen we op korte termijn een omslag bereiken en onze doelen beter te kunnen bereiken. We richten ons op de aanpassing van de wegen en het gedrag van de verkeersdeelnemer (educatie en handhaving gericht op veilig gedrag, aandacht voor kwetsbare groepen).
10
Het laatste thema is gezondheid en daar kunnen wij met mobiliteitsoplossingen en -keuzes positief aan bijdragen. Gemiddeld genomen is de gezondheidssituatie in Nederland, en ook in onze regio, goed. Toch zijn er aandachtspunten: het aantal ouderen neemt toe, enkele steden in onze regio scoren laag in de Gezonde Stad Index (Arcadis, 2022) en steeds meer mensen hebben problemen met hun mentale gezondheid. We willen het mobiliteitssysteem en onze openbare ruimte daarom zo inrichten dat het zorgt voor een gezonde leefstijl. Dat kan door mensen aan te moedigen meer voor actieve manieren van vervoer (lopen, fietsen) te kiezen. Maar het werken aan een gezonde regio betekent ook het verminderen van de invloed die schadelijke stoffen, geluid en drukte door mobiliteit hebben op de fysieke en mentale gezondheid van omwonenden. We willen veilig en zonder veel stress kunnen reizen, en dat is best lastig in een regio die steeds drukker wordt. Wanneer we dat bereiken, dan draagt dat ook bij aan andere doelen bij thema’s als duurzaamheid, inclusiviteit of verkeersveiligheid. Hieruit blijkt opnieuw dat, als we brede welvaart in het mobiliteitsbeleid toepassen, we de diverse doelen met elkaar verbinden. Doelen vertaald in meetbare resultaten Om te weten of we onze doelen overal bereiken, is het nodig dat we ze kunnen meten. Dat doen we door de doelen te vertalen in meetbare resultaten.
Zo is een meetbaar resultaat voor verkeersveiligheid: “in 2050 komen we zo dicht mogelijk bij nul verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden”. En voor gezondheid kunnen we meten wat het aandeel is van lopen en fietsen in het totale aantal verplaatsingen. We vinden het daarbij ook belangrijk te meten of mensen tevreden zijn of zich prettig voelen over de mobiliteit. Dus als onderdeel van het doel bereikbaarheid, meten we bijvoorbeeld ook hoe goed mensen de bereikbaarheid van hun woonplek vinden. Voor alle vijf doelen hebben wij een voorzet voor meetbare resultaten opgenomen in Bijlage 2.
1.2. DE VERVOERREGIO AAN ZET Vanuit onze wettelijke taken3 kan de Vervoerregio een belangrijke rol spelen om de mobiliteit te verbeteren en daarmee de brede welvaart in de regio Amsterdam te vergroten. Als opdrachtgever van het openbaar vervoer zijn we verantwoordelijk voor het stad- en streekvervoer. We geven opdrachten (zogenaamde OV-concessies) en subsidies aan vervoerbedrijven voor het uitvoeren van het openbaar vervoer. Sinds 2022 zijn we ook (volledig) verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de metroen trambanen en (met de vervoerder) de aangewezen partij voor de veiligheid op het lokaalspoor4. Van het Rijk ontvangen we de Brede Doel Uitkering (BDU) waarmee we overal in de regio kunnen investeren in bereikbaarheidsoplossingen, van nieuwe tramlijnen en toegankelijke bushaltes tot fietspaden, verkeersveiligheidscampagnes en laadpalen voor schone voertuigen. Anders dan bijvoorbeeld gemeenten of provincies, is de Vervoerregio geen wegbeheerder (maar wij zijn wel verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van metro- en tramsporen) en hebben we geen ruimtelijke taken. Alleen als het een weg . Samenwerking met andere partijen is dus belangrijk om onze doelen te bereiken. Zo stellen we regionaal beleid op en organiseren we projecten die we samen uitvoeren. Ook ontwikkelen en delen we kennis, bijvoorbeeld via het MRA-platform Smart Mobility.
Met dit beleidskader geven we aan hoe we deze rollen en taken in de komende periode willen invullen, om zo onze doelen te bereiken. Waarbij we ons vooral richten op de plekken waar het nog onvoldoende is, in plaats van nóg beter maken wat al (heel) goed is.
3 Zie Bijlage 3 voor een uitgebreidere beschrijving van onze taken en rollen
4 Lokale of interlokale spoorwegen voor openbaar personenvervoer: metro- of tramwegen.
11
2. PRINCIPES EN RICHTINGEN Wij willen de bijdrage van mobiliteit aan brede welvaart in onze regio optimaliseren. Dat doen we door de volgende principes te hanteren.
Figuur 2: Principes van het beleidskader
2.1 MENS ALS STARTPUNT VOOR COMFORTABEL, VEILIG EN ONTSPANNEN REIZEN Reizigers in onze regio moeten comfortabel, veilig, vlot en onbezorgd hun bestemmingen kunnen bereiken. We zorgen ervoor dat reizen een fijne beleving is. Ongeacht fysieke en mentale gesteldheid, leeftijd en inkomen. Iedereen moet zich intuïtief en zonder beperkingen kunnen verplaatsen van deur tot deur, op elke plek en elk moment. We hebben steeds meer keuzeopties die dat mogelijk te maken. Ook richten we de omgeving zo in dat ook de kwetsbare groepen zich welkom voelen en goed gebruik kunnen maken van het mobiliteitssysteem. Onze maatstaf is: als het door kwetsbare groepen gebruikt kan worden, dan kan iedereen dat. Hiervoor is het nodig de mens als uitgangspunt voor ons beleid te nemen. De keuzes en het gedrag van mensen bepalen namelijk het verkeersbeeld op straat. En de voorkeuren van mensen bepalen of zij het reizen comfortabel en ontspannen vinden.
12
Inzicht in wat mensen beweegt en hoe we bepaalde keuzes kunnen aanmoedigen, is daarom belangrijk. Op basis van (gedrags-)inzichten kunnen we maatregelen nemen die de vraag naar mobiliteit beïnvloeden, die mensen laten nadenken of ze wel een (extra) eigen auto nodig hebben en die zorgen voor duurzamer en veiliger mobiliteitsgedrag. Bijvoorbeeld via opleiding en campagnes, maar ook door gedragskennis te gebruiken bij het ontwerpen van straten en bij het bepalen van de tarieven voor de verschillende vervoersmiddelen. Zo kunnen we mensen van jong tot oud, van elke achtergrond en in elk deel van onze regio, helpen om bijvoorbeeld veilig te fietsen of het openbaar vervoer te gaan gebruiken én daarbij rekening te houden met elkaar. Het kijken vanuit de mens nemen we ook verderop in dit beleidskader als startpunt. We beginnen met gedragsbeïnvloeding en de vraagkant van mobiliteit, daarna gaan we pas in op de infrastructuur. Bovendien nemen we ook bij het bepalen van onze inzet op infrastructuur, mobiliteitsdiensten en ruimtelijke keuzes de gebruiker als uitgangspunt: wat heeft de gebruiker nodig om bepaalde mobiliteitskeuzes te kunnen maken en bepaald verkeersgedrag te laten zien?
2.2 STOMP IS DE BASIS
STOMP Principe (bron: CROW-KpVV, 2021)
Om onze doelen te bereiken, willen we de mobiliteit in onze regio verminderen, veranderen en verduurzamen. We beginnen met het verminderen van mobiliteit. Dat is de meest effectieve maatregel, want het voorkomt onnodig energiegebruik en vermindert de drukte op straat. Verminderen kan op verschillende manieren. Ritten niet meer maken, bijvoorbeeld door thuiswerken. Ritten op een ander moment maken, waardoor de spits minder druk wordt. En kortere ritten maken. Slimme ruimtelijke keuzes zijn hierbij heel belangrijk. Veranderen gaat over de keuze voor het vervoermiddel. We moedigen de manieren van vervoer aan die het meeste bijdragen aan onze doelen. Dit doen we volgens het STOMP-principe. Dit betekent dat we de
13
vervoersopties makkelijker en aantrekkelijker maken die minder ruimte innemen en veiliger, gezonder en duurzamer zijn. Zonder bepaalde vervoersopties te verbieden of onmogelijk te maken. We willen juist meer opties geven en mensen minder afhankelijk maken van één vervoermiddel. De actieve vervoersmiddelen (lopend en op de (e-)fiets) zijn dan de basis, vooral op kortere afstanden. De (e-)fiets is een kans om ov- en autoverplaatsingen op de korte (en middellange afstand) te vervangen. Op grote afstanden is ov (eventueel zelfs over water) belangrijker. En in bepaalde gevallen is dat de auto. Afhankelijk van het type gebied en de persoonlijke situatie en gezondheid kan dan de best passende manier van vervoer gekozen worden. Voor goederenvervoer betekent dit: vervoer over grotere afstanden over water en spoor, waar dat kan. En in de bebouwde kom liever combineren en vaker – maar niet altijd – met kleine voertuigen. Dit houdt in dat we moeten zorgen voor een regio waarbij de ruimte zo is ingericht dat bestemmingen dichtbij zijn en het uitnodigt om te kiezen voor de actieve en gedeelde mobiliteitskeuzes. Ook moet fietsinfrastructuur uitnodigend en van hoge kwaliteit zijn en moeten we zorgen dat het HOV op de belangrijke trajecten voldoende snel is.
Het kan ook betekenen dat een andere route voor de (doorgaande) auto buitenom nodig is, of dat parkeren in een centrumgebied duurder en lastiger is dan aan de rand ervan. STOMP betekent verder dat we niet met één vervoersmiddel alle problemen willen oplossen, want iedere situatie is anders. We zoeken juist de ideale combinatie. Bijvoorbeeld in landelijk gebied, waar mensen met de auto naar een knooppunt of hub kunnen rijden en dan kunnen overstappen op ov. Zo kunnen mensen makkelijk de grotere afstanden afleggen met vervoersmiddelen naar keuze, maar die wel passen bij de omstandigheden en het gebied. Door nieuwe manieren van vervoer en diensten ontstaan daarvoor ook nieuwe kansen. Dit zie je heel goed bij de fiets. Steeds meer mensen hebben een elektrische fiets. Daardoor kunnen mensen vaker én verder fietsen in onze regio. Dat willen we dus aanmoedigen en nog aantrekkelijker maken. En je ziet het ook in het openbaar vervoer. In landelijk gebied of aan de randen van woonwijken is het bijvoorbeeld moeilijk een goed en betaalbaar aanbod te geven. Maar door ov te verbinden met nieuwe flexibele vervoersoplossingen en deelmobiliteit, kunnen we toewerken naar een beter en toegankelijker aanbod van publieke mobiliteit5. Prijsprikkels zijn verder heel nuttig om de verandering verder aan te moedigen.
Denk aan belastingregels voor woon-werkverkeer, accijnzen, kilometerheffing en parkeerbeleid. De Vervoerregio heeft hier geen bevoegdheden, maar biedt graag haar kennis en expertise aan. Ook gaan we hier graag het gesprek over aan met onze gemeenten, de MRA-partners en het Rijk. 5 Een samenhangend kwalitatief goed aanbod van vervoersmiddelen, die toegankelijk zijn voor iedereen en die
passen bij het gebied en de doelgroep. Naast bus, tram, metro en trein zijn dat bijvoorbeeld flexibel vervoer, deelfietsen, deelscooters en deelauto's. Zie verder Beleidskader Mobiliteit deel B – Uitwerking.
14
Ten slotte zetten we in op verduurzamen. Daarom zetten we ook eerst in op lopen en fietsen. Maar in veel gevallen bieden juist gemotoriseerde vervoersmiddelen of vervoersmiddelen met (trap) ondersteuning de gebruiker de beste mogelijkheden. Daarom willen we dat ook die voertuigen zo min mogelijk schadelijke stoffen uitstoten, schone energie gebruiken en de productie en beheer en onderhoud zo min mogelijk impact op het milieu heeft. Dat doen we onder meer door als opdrachtgever van het ov zero emissie en schone energie als uitgangspunt te nemen en eisen rond circulariteit (hergebruik) op te nemen. We stimuleren gemeenten zero emissie zones in te stellen voor stadslogistiek, waar alleen nog voertuigen mogen komen die geen schadelijke stoffen uitstoten. En we vragen onze partners om met prijsprikkels voor schoon vervoer te bevorderen.
2.3 IEDER GEBIED VRAAGT OM EEN ANDERE OPLOSSING De Vervoerregio bestaat uit veertien gemeenten die veel van elkaar verschillen. Van hoogstedelijk tot landelijk gebied. Van woonwijken met weinig voorzieningen, stadscentra met een combinatie van wonen en werken, tot kantoor- en industriegebieden. De beschikbare ruimte, de inrichting en de beschikbare infrastructuur verschilt sterk en daarmee ook de mobiliteitsoplossingen die daar het beste bij passen. Toch zijn er ook overeenkomsten tussen verschillende gebieden te omschrijven. Bijvoorbeeld in de mate van verstedelijking of type voorzieningen. We maken daarom onderscheid tussen vijf verschillende gebiedstypen (zie deel B, hoofdstuk 1). Ieder gebiedstype vraagt een andere invulling van de mobiliteit. Zo krijgt het STOMP-principe overal een andere invulling. We proberen onze inwoners keuzemogelijkheden te geven, die passen bij de omgeving en aansluiten op onze doelen. We kijken daarbij ook naar het reizen tussen de gebieden en bieden daarbij directe verbindingen en overstapmogelijkheden naar andere vervoersmiddelen. Zo sluiten we met de mobiliteitsoplossingen dus aan bij de verscheidenheid van onze regio. In landelijk gebied zijn de afstanden bijvoorbeeld vaak groter en is de auto dus vaker de beste oplossing, bijvoorbeeld als je van het ene naar het andere landelijke gebied in onze regio wilt.
Maar de e-bike vergroot ook in landelijk gebied de mogelijkheden van de fiets. Dat alternatief willen we dan beter maken. En via hubs sluiten we het landelijk gebied aan op andere typen gebieden. In de grotere dorpen, maar ook buiten de centra in steden, is het steeds vaker zoeken naar de balans, mede doordat er meer mensen komen door woningbouw. Hier kan deelmobiliteit, als onderdeel van publieke mobiliteit, ervoor zorgen dat mensen minder snel een (tweede of derde) auto aanschaffen. In centrumgebieden en hoogstedelijk gebied is veel aandacht nodig voor de verblijfskwaliteit. Daarom staan lopen en fietsen daar voorop en zijn ze goed bereikbaar met ov. Bewoners kiezen er vaker voor geen auto te hebben. Met de auto kun je er komen, maar doorgaand verkeer willen we voorkomen. Zie hiervoor verder deel B van het Beleidskader, Hoofdstuk 1.
2.4 MOBILITEIT EN RUIMTE VERSTERKEN ELKAAR De Vervoerregio heeft geen zeggenschap over de openbare ruimte en is geen wegbeheerder, maar heeft wel grote belangen bij een goede ruimtelijke ordening en een goede, prettige en klimaatbestendige openbare ruimte. Goede bereikbaarheid valt of staat allereerst met hoe dichtbij bestemmingen zijn. In het stedelijke gebied bereiken we dit bijvoorbeeld door woningen, kantoren en voorzieningen dicht op elkaar te bouwen, en bij voorkeur in de buurt van (ov-)knooppunten. Dan hoeven bewoners en bezoekers minder te reizen, en
15
worden lopen en fietsen logischer. Kosten voor investeringen in en het uitvoeren van ov zijn zo minder. We willen verder dat de regio zo is ingericht dat woon- en werklocaties op logische plekken voor het ov liggen. Vooral het zorgen voor meer arbeidsplaatsen op knooppunten buiten Amsterdam is van groot belang voor een evenwichtigere mobiliteit in de regio. Ook buiten het grootstedelijk gebied komen we op voor compact bouwen, om zo het draagvlak voor goede fietsroutes en snelle en frequente ovverbindingen richting de stad te vergroten. Binnen wijken en buurten is prettige inrichting gewenst met de focus op verblijfskwaliteit en actieve vormen van mobiliteit. Loop- en fietsroutes sluiten goed aan op ov-haltes, knooppunten en mobiliteitshubs. Groen zorgt daarbij zowel voor een betere beleving als voor klimaatadaptatie. Daarom dragen we niet alleen bij aan een veilige, maar ook een groene en klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte, passend bij het gebiedstype. Om dit te bereiken biedt de Vervoerregio kennis en expertise aan aan de gemeenten, MRA-partners en ontwikkelaars zodat de mogelijkheid van comfortabel en duurzaam reizen meteen vanaf het begin wordt opgenomen in nieuwe plannen. In mobiliteitsprogramma’s voor ontwikkelgebieden maken we met gemeenten ook afspraken over de financiering.
Zo draagt de Vervoerregio bij aan goede bereikbaarheid binnen ruimtelijke plannen, en sluiten we aan bij de verstedelijkingsafspraken.
16
3. STUREN, SAMENWERKEN EN BIJSTUREN Nieuw beleid vraagt om nieuwe keuzes en afwegingen en een nieuwe manier van werken. Want dit beleidskader slaagt pas wanneer we onze beleidskeuzes ook echt om kunnen zetten in activiteiten. Bijvoorbeeld in ons Uitvoeringsprogramma Mobiliteit en de concessies en contracten voor het openbaar vervoer, maar ook bij gemeenten. Sturen, samenwerken en bijsturen zijn daarbij erg belangrijk.
3.1 SAMEN VOOR EN MET DE REGIO De mensen betrekken De Vervoerregio werkt voor de bewoners, bezoekers, werknemers en bedrijven in onze regio. Wij willen aansluiten op wat mensen belangrijk vinden. Daarom proberen we al deze mensen – direct en via onze gemeenten en vervoerders – bij onze keuzes te betrekken. En dat is soms lastig, omdat we vaak slechts een deel van de mensen kunnen bereiken. Meestal het deel dat zich persoonlijk betrokken voelt bij het onderwerp en de tijd en mogelijkheid heeft om zich daarover uit te spreken. Voor de projecten waar wij als Vervoerregio zelf verantwoordelijk voor zijn (zoals dit beleidskader), betrekken wij de mensen al op allerlei manieren: via de Reizigersadviesraad, het reizigerspanel, de OV-klantenbarometer en door de inzet van mystery guests. Ook betrekken we ervaringsdeskundigen bij onze beleidskeuzes. En bij grote projecten maken we omgevingsmanagers verantwoordelijk voor goede betrokkenheid van de mensen in de regio. Om tot nog betere voorstellen en oplossingen te komen, willen we de komende tijd wel gaan kijken of we aanvullend nieuwe vormen van meedenken en meepraten kunnen uitproberen.
Uitkomsten bewonersenquête • • • •
•
• •
•
874 inwoners en reizigers uit verschillende delen van onze regio hebben de enquête ingevuld; 67% geeft aan tevreden te zijn over het reizen in de regio; De drukte op wegen, fietspaden en het ov wordt relatief slecht beoordeeld; De verbetering van het ov is een belangrijk verbeterpunt: deelnemers willen liever een lagere prijs en meer, beter en gemakkelijker ov. Ze geven aan dat dit ook kan helpen om vaker het ov te pakken in plaats van de auto; Men wil meer ruimte voor fiets en voetganger, net als meer voorzieningen in de buurt en minder verkeerslachtoffers; 6 % geeft aan meer wegen voor auto’s te wensen; Redenen om met de auto te gaan zijn: flexibiliteit, afhankelijkheid en plezier. Redenen om met het ov te gaan zijn: praktisch, comfort en snelheid. Redenen om met de fiets te gaan zijn: praktisch flexibiliteit en comfort; Op wijkniveau geeft een ruime meerderheid aan graag meer ruimte te hebben voor openbare ruimte en groen en minder voor zaken als parkeren. Ook is men voor verlaging van de maximumsnelheid naar 30 km/uur in de bebouwde kom. En 96% vindt dat kinderen zelf naar school moeten kunnen fietsen, ook als de schoolomgevingen daardoor minder toegankelijk worden voor auto’s.