CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid (ADZ) 105

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 2 juni 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 10520.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De voorgestane woonfunctie en ­bebouwing tasten daarnaast de identiteit van de Amstelscheg niet aan, en passen tevens binnen het beleid (zie paragraaf 5.3.3). Overleg en advies provincie Noord­Holland Er is met de provincie overleg gevoerd over het onderhavige plan, en de provincie heeft geadviseerd met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit van het beoogde (bouw)plan. De conclusie van de provincie is dat het plan met de voorgestane ontwikkeling van drie woningen in elk geval niet tot een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit leidt. De positionering van de woningen (niet direct aan de dijk) wordt gezien als een ruimtelijke verbetering, en het doorzicht naar de achterliggende polder is reeds belemmerd. De provincie Noord­Holland heeft, via het advies, met het onderhavige plan ingestemd. 5.3.3 Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg Het onderhavige plangebied is gelegen in de Amstelscheg. De Amstelscheg is een groene lob die het Groene Hart verbindt met het centrum van Amsterdam. Het gebied is globaal gelegen tussen het stedelijke gebied van Amstelveen en de snelweg A2. De Amstel is de ruggengraat van dit gebied. Er spelen grotere of kleinere ontwikkelingen en transformaties die het ruimtelijke beeld en gebruik van de Amstelscheg veranderen.

Het Gebiedsperspectief Amstelscheg, vastgesteld door provincie, waterschap en betrokken gemeenten/stadsdelen, geeft richting aan deze ontwikkelingen, zodat de samenhang van de Amstelscheg als geheel bewaard blijft en de ruimtelijke kwaliteit waar mogelijk wordt versterkt. Hiermee kunnen betrokken overheden gezamenlijk beoordelen of bepaalde ontwikkelingen gewenst zijn. In het gebiedsperspectief wordt aan de hand van vier ruimtelijke hoofdopgaven een stip aan de horizon geschetst: de positie van de Amstelscheg ten opzichte van de stad en de landschappelijke karakteristieken zullen worden versterkt, de toegankelijkheid voor recreanten wordt vergroot en het voorzieningenprogramma zal zich verder ontwikkelen. De vier ruimtelijke hoofdopgaven zijn per deelgebied uitgewerkt. Het onderhavige plangebied is gelegen in deelgebied Amstel en Bovenlanden.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

28

Amstel en Bovenlanden - Amsteldijk Zuid Langs de gehele Amstel ligt het accent van verdere ontwikkeling op behoud van culturele, cultuurhistorische waarde en recreatieve mogelijkheden van de Amstel. Eventuele nieuwe ontwikkelingen moeten daaraan bijdragen en passen bij het landelijke karakter en de bestaande schaal en maat langs de rivier. De Bovenlanden langs de Amsteldijk Zuid, tussen de Amstel en de Bovenkerkerpolder, hebben een afwisselende inrichting tussen open en dicht. Het gebied heeft een zeer open karakter door de ruime maat tussen de erven en de schaarse beplanting langs de dijk. Verdichting bestaat uit het dorpje Nes aan de Amstel, enkele geclusterde (dicht op elkaar liggende) woonerven en boerenerven die zich hebben uitgebreid met kassen en akkerbouw. Tussen deze elementen door is er weids uitzicht op het bovenland en de achterliggende Bovenkerkerpolder, doordat de kavels veelal in gebruik zijn als weiden. Er is een grote ruimtelijke relatie met de veenweiden aan de overzijde van de Amstel, de Rondehoep, doordat ook hier weids zicht op is. De Bovenlanden zijn gelegen in het Nationale Landschap het Groene Hart. Nieuwe ontwikkelingen binnen het Groene Hart mogen geen negatief effect hebben op de kernkwaliteiten van het gebied. De Bovenlanden maken tevens deel uit van de Rijksbufferzone Amstelland­Vechtstreek.

In deze bufferzone ligt het accent op de ontwikkeling van recreatie, waarbij andere groene functies als landbouw en natuur­ en waterbeheer belangrijke dragers zijn. Er gelden in deze zone strikte regels voor de ontwikkeling van nieuwe functies ten aanzien van schaal en bebouwing. Ontwerpprincipes verkaveling (Amsteldijk Zuid): <0000> De herkenbaarheid van het verkavelingspatroon en de hiërarchie van het waterpatroon zijn randvoorwaarden. Bij ontwikkelingen binnen de bovenlanden moet het slotenpatroon en de breedte van de kavels in hun oorspronkelijke staat herkenbaar blijven. Ontwikkelingen met grotere maten dan de bestaande kavelmaten zijn niet toegestaan. <0000> Bij nieuwe ontwikkelingen op plaatsen waar de verkavelingsstructuur onherkenbaar of verdwenen is, is herstel van de herkenbaarheid van de oorspronkelijke verkaveling het uitgangspunt. Ontwerpprincipes openheid en zichtlijnen (Amsteldijk Zuid): <0000> Nieuwe ontwikkelingen of functies binnen de Bovenlanden moeten er op gericht zijn de openheid en zichtlijnen te respecteren. <0000> Nieuwe beplanting binnen de bovenlanden wordt vermeden. Erfbeplantingen rond kavels zijn wel gewenst. <0000> Er is geen boombeplanting gewenst langs wegen die los liggen van de verkavelingsstructuur en welke niet voor de inpassing van een dorpsrand of stadsrand zorgen. <0000> Geen hoge opgaande beplantingen achter het agrarische erf.

Relevantie onderhavige plan Het onderhavige plan heeft geen negatieve invloed op het landschap en de identiteit van het gebied. De openheid van, en het verkavelingspatroon en de landschapskenmerken in, de omgeving van het onderhavige plangebied blijven bewaard. De onderhavige drie woningen hebben een invloed op het landschap, maar door de aansluiting op het bestaand bebouwd gebied en de beperkte omvang van het project, is de invloed op het landschap beperkt. Het onderhavige plan voldoet aan de ontwerpprincipes voor ontwikkelingen langs de Amsteldijk Zuid (in de Bovenlanden).

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

29

Het onderhavige plan heeft geen relevante invloed op de landschappelijke karakteristiek van de Amstelscheg. De voorgestane woningen gaan niet ten koste van de openheid van het landschap. De onderhavige nieuwbouw heeft een beperkte invloed op de zichtlijnen vanaf de Amstel en op de openheid in de droogmakerijen. Het onderhavige plan heeft geen invloed op het verkavelingspatroon en het waterpatroon. Er is geen sprake van hoge opgaande beplantingen achterop het erf. Met het onderhavige plan is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling van een nieuwe functie, en dit sluit aan op het gebiedsperspectief. 5.3.4 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Noord­Holland kent een traditie van scheiding van landelijke en stedelijke functies, met compacte steden en scheggen die toegang bieden tot het groene buitengebied. Deze zogenaamde bufferzones worden door de provincie gehandhaafd en beschermd. In deze gebieden worden daarom enkel de functies toegelaten die het mogelijk maken om deze gebieden duurzaam te behouden, te benutten, te beleven en tegelijkertijd een toegevoegde waarde aan het landschap kunnen bieden. De kenmerken en waarden van het landschap zijn beschreven in de 'Leidraad Landschap & Cultuurhistorie (2018)'. Dit is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap. Het onderhavige plangebied behoort tot de Amstelscheg.

Op afbeelding 5.3 zijn de ruimtelijke kwaliteiten van de Amstelscheg weergegeven. Hierin is zichtbaar dat binnen de droogmakerijen de openheid als een belangrijke landschappelijke kwaliteit wordt gezien. Het Noord­Hollandse landschap is vooral een cultuurlandschap dat door de eeuwen heen door mensen is ingericht, ingepolderd, onder water gezet of herverkaveld. Dit maakt dat het landschap grote cultuurhistorische­, functionele­ en belevingswaarden heeft. Deze waarden zijn onder andere gebaseerd op openheid, kavelstructuren of kenmerkende landschapselementen. Afbeelding 5.3: Ruimtelijke kwaliteiten van de Amstelscheg

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

30

Voor de Amstelscheg geldt dat de algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: <0000> bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; <0000> bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid, en; <0000> helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Deze ambities en de bijbehorende ontwikkelprincipes zijn het vertrekpunt bij het streven naar ruimtelijke kwaliteit in de Amstelscheg. Relevantie onderhavige plan Het onderhavige plan heeft geen relevante invloed op de landschappelijke karakteristiek van de Amstelscheg. De voorgestane woningen gaan niet ten koste van de openheid, en hiermee de weidse vergezichten, van het polderlandschap. De onderhavige nieuwbouw heeft een beperkte invloed op de zichtlijnen vanaf de Amstel en op de (openheid in de) droogmakerijen. De bestaande bebouwing en begroeiing in en aan de rand van het plangebied beperkt reeds de zichtlijnen en openheid.

5.4 Gemeentelijk beleid 5.4.1 Structuurvisie Amstelveen 2025+ De gemeenteraad van Amstelveen heeft op 21 september 2011 de structuurvisie 'Amstelveen 2025+' vastgesteld. Dit is op de eerste plaats een ruimtelijke visie, maar het ondersteunt ook maatschappelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Het biedt daarmee helderheid aan inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden over de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente Amstelveen en de prioriteiten die het bestuur hierbij stelt. De wettelijk verplichte structuurvisie vormt de grondslag voor bindende bestemmingsplannen en exploitatieplannen. Versterken bestaande kwaliteiten en grijpen van nieuwe kansen Amstelveen wil haar bestaande kwaliteiten behouden en deze kwaliteiten waar mogelijk versterken. Deze kwaliteiten zijn een uitstekend woonklimaat, een ondernemend werkklimaat en een meer dan gemiddelde bereikbaarheid. Daarnaast wil Amstelveen nieuwe kansen die zich voordoen grijpen. Bijvoorbeeld door middel van een toekomstvaste openbaarvervoerverbinding tussen Amsterdam en Amstelveen door de vernieuwing van de Amstelveenlijn. Of de ontwikkeling van een knooppunt van hoogwaardig vervoer bij het Stadshart, waardoor het Stadshart een impuls krijgt.

Andere thema's waar de gemeente Amstelveen kansen ziet, zijn: <0000> Behoud van waardevol landschap door middel van zorgvuldig afgewogen ontwikkeling; <0000> Creëren van een toekomstvast openbaar vervoer. Een goed lokaal netwerk is hiervoor een noodzakelijke voorwaarde; <0000> Stimuleren van hoogwaardig wonen. Dit zorgt voor een betere doorstroming op de woningmarkt, energiezuiniger wonen en meer particulier opdrachtgeverschap; <0000> Stimuleren van het nieuwe werken door betere benutting van bestaande bedrijventerreinen en kantoren; <0000> Vergroten aantrekkelijkheid voorzieningen door onder andere versterking van het Stadshart, concentratie van wijkwinkelcentra en de beschikbaarheid van excellent onderwijs voor iedereen; <0000> Duurzamer benutten van ruimte door middel van slim en zuinig ruimtegebruik binnen een ruimtelijk kwaliteitskader. Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

31

Landschap Natuurwaarden en recreatiemogelijkheden zijn belangrijke elementen voor de metropoolregio Amsterdam, voor de inwoners van Amstelveen, maar ook als vestigingsfactor voor bedrijven. Behoud en versterking van deze waarden vergt dus grote zorgvuldigheid. Daarnaast is een goed functionerend watersysteem essentieel voor een verstedelijkt gebied dat bijna 5 meter onder NAP gelegen is. De belangrijkste vraagstukken met betrekking tot het landschap in de gemeente Amstelveen, zijn: <0000> Een economisch dynamische metropoolregio betekent verstedelijkingsdruk voor het aanpalende landelijke gebied, zo ook in de gemeente Amstelveen; <0000> Het verdwijnen van oorspronkelijke (bedrijfs)functies van bebouwing in het buitengebied is aanleiding voor 'verrommeling' van het landschap en mogelijke oorzaak van ongewenste bebouwing en functies in de toekomst; <0000> De afgelopen decennia is toegewerkt naar verbindingen in de groene en blauwe structuur. De kans die er nu ligt is om een kwaliteitsslag te maken door deze verbindingen af te maken. Landelijk gebied Het landelijk gebied in de gemeente Amstelveen typeert zich enerzijds als een open polderlandschap waar de Amstel doorheen meandert, met daarlangs karakteristieke (historische) bebouwing. Anderzijds treffen we grootstedelijke elementen aan als snelwegen, stadsranden en grootschalige kantoorbebouwing.

De hoofdelementen van het landschap en water in Amstelveen zijn de Middelpolder, de Bovenkerkerpolder, de Noorder Legmeerpolder, het Amsterdamse Bos, de Poel, de Amstel, de heemparken en de hoofdgroenstructuur in de stad. Het landschap biedt ruimte voor agrarische bedrijfsvoering, recreatieve voorzieningen, ecologische hoofdstructuur, weidevogels en het watersysteem van vlakken en verbindingen door stedelijk en landelijk gebied. In het landelijk gebied wordt ook gewoond, zij het in beperkte mate. De agrarische functie in de polder bestaat hoofdzakelijk uit melkveehouderijen in de Bovenkerkerpolder en vooral glastuinbouw in de Noorder Legmeerpolder. Langs de Amstel is sprake van onderbroken lintbebouwing (woningen en bedrijven) met uniek zicht op het achtergelegen open polderlandschap. Bedrijfsbebouwing, zoals kassen langs de Amstel die leegstaan of een andere functie hebben gekregen, leidt op een aantal plekken tot een rommelige situatie. De polders zelf zijn voornamelijk open van karakter met op een aantal plekken hoeves, natuurgebieden en bosjes. Waterschappen en gemeente hebben gezamenlijk een Stedelijk Waterplan en plannen voor het buitengebied van Amstelveen opgesteld die de basis vormen voor de waterstructuur.

Relevantie onderhavige plan Het onderhavige plan biedt een toekomstperspectief voor de betreffende locatie in het landelijk gebied en aan de rand van het buurtschap De Zwarte Kat. Door de voorgestane nieuwbouw van drie woningen kan een verloederde locatie tot ontwikkeling komen en van ruimtelijke kwaliteitsimpuls worden voorzien. Door de nieuwe functie wordt het ongebruikte terrein (met een leegstaand pand) weer gebruikt en worden de oude panden en verhardingen opgeruimd. Voor het behoud van de horecafunctie is geen markt, getuige de jarenlange leegstand van het bestaande horecapand en gezien de resultaten van het verrichte haalbaarheidsonderzoek horeca Amsteldijk Zuid 105 (zie paragraaf 2.2 en bijlage 10). Met het onderhavige plan is geen sprake van verrommeling maar wordt verrommeling/verloedering juist tegengegaan. Het onderhavige plan voldoet ook aan het landschapsbeleid met betrekking tot de Amstelscheg, zoals beschreven in de paragrafen 5.3.3 en 5.3.4.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

32

5.4.2 Nota Parkeernormen Op 3 december 2020 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen 2021' vastgesteld. Op basis van de parkeernormen in deze nota worden projecten en bouwplannen getoetst ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen. Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Hiermee kan elk initiatief waarvoor een omgevingsvergunning wordt ingediend getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. 2. Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. 3. De Nota Parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover zij van invloed zijn op het parkeren. 4.

Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits­ en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. Indien voor projecten in het voortraject normen zijn vastgesteld in het programma van eisen van deze projecten wordt aan deze normen vastgehouden. Op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan was de 'Nota Parkeernormen 2016' van toepassing. Relevantie onderhavige plan De parkeernormen in het parkeerbeleid zijn van toepassing op het onderhavige bouwplan. In het onderhavige bestemmingsplan zit een koppeling met de 'Nota Parkeernormen Amstelveen'. Er kan ten aanzien van de voorgestane functies worden voldaan aan het beleid in de 'Nota Parkeernormen 2021' van de gemeente Amstelveen. Het aantal benodigde parkeerplaatsen conform de parkeernorm wordt gerealiseerd en de parkeerplaatsen worden op eigen terrein aangelegd. Ten aanzien van het parkeren wordt verwezen naar paragraaf 6.3.

5.4.3 Beeldkwaliteitplan Amsteldijk (2020) De gemeenteraad heeft op 5 februari 2014 het Beeldkwaliteitplan Amsteldijk vastgesteld met het doel de bescherming van de Amstelscheg en in het bijzonder de Amsteldijk en het Bovenland langs de Amstel op Amstelveens grondgebied. Naar verwachting wordt in december 2020 het Beeldkwaliteitplan Amsteldijk 2020 ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. De bebouwing en doorzichten langs de Amstel zijn afwisselend in uitstraling. Voor de verschillende karakteristieken van deelgebieden en de verschillende woontypologieën zijn randvoorwaarden en ontwerpprincipes voor toekomstige ontwikkelingen langs de Amstel opgesteld. Het Beeldkwaliteitplan Amsteldijk maakt deel uit van de Welstandsnota.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

33

Relevantie onderhavige plan Het onderhavige bouwplan kan niet worden geschaard onder een typologie benoemd in het Beeldkwaliteitplan Amsteldijk (2020). Er liggen echter erven/kavels aan de Amstel met een specifieke kwaliteit die niet (allemaal) uitdrukkelijk genoemd (kunnen) worden in het Beeldkwaliteitplan Amsteldijk. Deze locaties verdienen bijzondere aandacht en zijn gebaat bij een locatie specifieke benadering. Voor het onderhavige plan geldt een locatie specifieke benadering. Zie ook paragraaf 2.2. De voorgestane nieuwbouw is qua bouwhoogte, dicht op elkaar staande bebouwing en perceelindeling passend bij de bestaande bebouwing van het buurtschap Zwarte Kat. En er is sprake van vervangende nieuwbouw, waarbij één extra bouwvlak/woning wordt mogelijk gemaakt. Het hoofddoel van het Beeldkwaliteitplan Amsteldijk is bescherming van de Amstelscheg en in het bijzonder de Amsteldijk en Bovenland langs de Amstel op Amstelveens grondgebied. Die bescherming is met het onderhavige (bouw)plan niet in het geding. 5.4.4 Erfgoednota Amstelveen Op 28 september 2016 heeft de gemeenteraad van Amstelveen de Erfgoednota Amstelveen vastgesteld. De Erfgoednota beschrijft het erfgoed van Amstelveen en de beoogde omgang ermee in drie delen. Het eerste deel beschrijft de ambitie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed.

Het tweede deel beschrijft Amstelveen in al haar (ruimtelijke) facetten; van de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed. In het derde deel wordt het instrumentarium beschreven: welke middelen zijn er om de visie en ambitie waar te maken. Met de Erfgoednota wordt ingegaan op: het opnemen van cultuurhistorie in bestemmingsplannen, het actualiseren van het archeologiebeleid, de omschakeling van objectgericht­ naar gebiedsgericht denken en het credo 'behoud door ontwikkeling'. Met de monumentenlijst van de gemeente zijn de meest waardevolle gebouwen, objecten en parken afdoende beschermd. Monumenten zijn bij wet beschermd: zonder omgevingsvergunning mag er niets wijzigen aan het uiterlijk aanzien. Andere zaken met cultuurhistorische waarden, maar zonder monumentale bescherming hebben beleidsmatig een stuk minder bescherming. Sloop van bijvoorbeeld karakteristieke panden is niet tegen te gaan, en vergunningsvrij kan er op van alles worden op­, aan­ en bijgebouwd. Een monumentale bescherming mag enerzijds geen keurslijf zijn waarbinnen de tijd stil staat, en een karakteristiek pand of cultuurhistorisch waardevol gebied moet anderzijds beeldbepalend zijn en blijven en inspiratie bieden bij nieuwe ontwikkelingen. De prioriteit in de Erfgoednota ligt niet meer in het inventariseren en aanwijzen van monumenten.

De Erfgoedverordening maakt dat altijd nog mogelijk, maar veel meer zal er ingestoken worden op het behoud van structuren en ensembles. De omgang met het lokale cultureel erfgoed in meer algemene zin, zal in deze nota onder de loep worden gelegd. Er wordt niet langer gefocust op een strikt en statisch behoud van objecten, maar vooral op de ontwikkeling van gebieden, structuren, ensembles en gebouwen, waarbij cultuurhistorie en erfgoed wordt ingezet als inspiratiebron en verrijking. In het kader van de Erfgoednota Amstelveen zijn voor het Amstelveense grondgebied cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen opgesteld.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

34

Relevantie onderhavige plan Voor de locatie Amsteldijk Zuid 105 zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden in de Erfgoednota opgenomen. De bestaande bebouwing in het plangebied is niet aangewezen als monument.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

35

HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSASPECTEN 6.1 Bodem 6.1.1 Beleidskader en wettelijk kader Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar in principe tegen elke aantasting die het gebruik benadeeld. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico's optreden, is in Amstelveen bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet Milieubeheer vormt hiervoor de basis. Het derde spoor is het ruimtelijke spoor (Wro en Bro) dat tot doel heeft te komen tot een 'goede ruimtelijke ordening'. Dit gebeurt door een nieuwe gebruiksfunctie alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit. Als ijkpunt worden de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit toegepast. Bij bestaand bodemgebruik worden momenten van grondverzet aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren.

In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet verminderd en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Amstelveen is wel gebiedspecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer (2013), maar er zijn geen regels opgenomen die het bestemmen van gebruiksfuncties beperken. Daar is ook weinig aanleiding voor, omdat de chemische bodemkwaliteit over het algemeen geen knelpunt vormt voor bestaand en toekomstig bodemgebruik. Provinciale milieuverordening Er mag alleen grond mag worden toegepast die voldoet aan de bodemchemische normen en die bodemfysisch vergelijkbaar is met de in het toepassingsgebied voorkomende grondsoort. Dit is vastgelegd in de Provinciale milieuverordening. 6.1.2 Bodemkwaliteit plangebied Er zijn in verband met de herontwikkeling van de locatie Amsteldijk Zuid 105 Amstelveen meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Het betreft twee onderzoeksrapporten uit 2018 en 2019 (zie bijlagen 2 en 3). Hierna zijn de resultaten en conclusies van de bodemonderzoeken beschreven. In verband met de bij het verkennend bodemonderzoek aangetoonde verontreinigingen, is een nader bodemonderzoek uitgevoerd.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek 2018 Er is een verkennend bodem­ en asbestonderzoek uitgevoerd door Certicon (rapport d.d. 2 oktober 2018 met projectnummer P2018­0783/V2, zie bijlage 2). Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is het vaststellen of de bodem asbest bevat en het doen van een uitspraak over het asbestgehalte. Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

36

Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie onderzocht volgens de 'onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet­lijnvormige locatie' uit de NEN 5740 en de 'onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ uit de NEN 5707. Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: <0000> Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. <0000> Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem overwegend uit kleiig of zandig veen met plaatselijk een dunne laag zand. Plaatselijk is een zwakke bijmenging met baksteen, beton, glas, hout, aardewerk en/of asfalt aangetroffen. <0000> Ter plaatse van asbestinspectiegaten Asb02 en Asb10 is asbestverdacht materiaal aangetroffen. <0000> Analytisch zijn in drie van de vier geanalyseerde grondmengmonsters interventiewaarde­overschrijdingen aangetroffen met PAK of lood, en plaatselijk is zink boven de tussenwaarde gemeten. Verder zijn in alle mengmonsters licht verhoogde gehalten cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK, PCB en/of minerale olie gemeten. <0000> Na analyse van de individuele grondmonsters zijn interventiewaarde­overschrijdingen aangetroffen ter plaatse van boring 3 (PAK, traject 0,0­1,0 m­mv) en boring 6 (lood en zink, traject 0,0­0,5 m­mv).

Bij boring 11 wordt de tussenwaarde overschreden (lood, traject 0,0­0,5 m­mv). Verder zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten gemeten en plaatselijk wordt de achtergrondwaarde niet overschreden. <0000> In de toplaag van de inpandig geplaatste boring 13 is een matig verhoogd gehalte zink en zijn licht verhoogde gehalten kwik en lood. In de laag daaronder is zink beneden boven de achtergrondwaarde gemeten. <0000> Nabij de PAK­verontreiniging, zoals die eerder is aangetroffen bij boring 3, is alleen in de toplaag van boring 14 een sterk verhoogde PAK­gehalte gemeten. Ter plaatse van de overige geanalyseerde monsters zijn licht verhoogde PAK­gehalten gemeten. Een nadere horizontale inkadering van deze verontreiniging was niet mogelijk door de aanwezigheid van een asfaltverharding. <0000> In het mengmonster ter plaatse van de voormalige bebouwing zijn licht verhoogde gehalten koper, kwik, lood, zink en PAK gemeten. <0000> In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten barium en naftaleen gemeten. Beide parameters worden op onverdachte locaties regelmatig in vergelijkbare concentraties gemeten. Naar verwachting bestaat hiervoor geen locatiegebonden oorzaak. Het verhoogde naftaleengehalte is bovendien marginaal verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. <0000> Ter plaatse van de meest verdachte asbestinspectiegaten zijn totaal gewogen asbestconcentraties van 40 en 16 mg/kg d.s.

vastgesteld. In het mengmonster van de overige inspectiegaten is geen asbest aangetoond. De totaal gewogen gehalten bevinden, die zijn vastgesteld in de meest verdachte locaties, bevinden zich beneden de helft van de interventiewaarde. Daarom wordt het aannemelijk geacht dat ook de interventiewaarde op de locatie niet wordt overschreden. Naar verwachting is de grond met bodemvreemde materialen van de gehele onderzoekslocatie heterogeen, licht tot en met sterk verontreinigd met vooral zware metalen en PAK, en plaatselijk eveneens met PCB en minerale olie. Het verontreinigingspatroon komt in grote lijnen overeen met dat zoals aangegeven in de Nota bodembeheer en de kwaliteit zoals aangetroffen ter plaatse van Amsteldijk Zuid 96. Aanbevolen wordt de grond onder de asfaltverharding nader te onderzoeken om de omvang en ernst van de verontreiniging ter plaatse vast te stellen.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

37

Bodemonderzoek 2019 Er is een bodem­milieutechnisch onderzoek uitgevoerd door Tritium Advies B.V. (rapport d.d. 27 juni 2019 met documentkenmerk 1903/087/EL­01, versie 0, zie bijlage 3). Aanleiding voor het onderzoek is de voorgestane herontwikkeling van de onderzoekslocatie (Amsteldijk Zuid 105) en de bij eerder op de locatie uitgevoerd bodemonderzoek aangetroffen verontreinigingen van de bodem met PAK en zware metalen. De doelstellingen van het onderzoek zijn als volgt: Bodem: Bepalen van de ernst en omvang van de aangetroffen verontreiniging met PAK om na te gaan of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bepalen van de ernst en omvang van de aangetroffen verontreiniging met lood en zink om na te gaan of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Asfalt: Bepalen hergebruiksmogelijkheden van het vrijkomende asfalt op de locatie (bepalen teergehalte). Fundering: Indicatief bepalen hergebruiksmogelijkheden. Asbest: Bepalen of de grond onder de afwateringspunten van de asbestverdachte dakconstructie verontreinigd zijn met asbest. Uit de resultaten van het vooronderzoek, de veldwerkzaamheden en de uitgevoerde analyses wordt het volgende geconcludeerd.

Verontreinigingssituatie PAK en zware metalen Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de aard en omvang van de verontreinigingen met PAK en zware metalen binnen de perceelgrens afdoende zijn vastgesteld. Nagenoeg het gehele perceel is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en PAK. De sterke verontreiniging met zware metalen overlapt de relatief 'kleine' sterke verontreiniging met PAK. De verontreinigingen met PAK en zware metalen zijn vermoedelijk te relateren aan de bijmengingen (puin, slakken, kolengruis en sintels) in de ophooglaag. De aangetroffen gehaltes aan zware metalen (met name lood) hangen samen met de mate van bodemvreemde bijmengingen. Voor de verontreiniging met PAK is dit verband niet vastgesteld. De sterke verontreiniging met PAK komt voor ter plaatse van de parkeerplaats en is aanwezig vanaf het maaiveld tot 1 m­mv. De omvang van de sterke verontreiniging wordt geraamd op 50 m3. De sterke verontreiniging met zware metalen komt voor aan de (noord)oost­ en aan de westzijde van het perceel. Deze is aanwezig vanaf het maaiveld tot aan de veenlaag. De bovenzijde van de veenlaag is aanwezig variërend vanaf het maaiveld tot 1,7 m­mv. De veenlaag is over het algemeen maximaal licht verontreinigd. Uitzondering hierop vormt het westelijk deel waar de veenlaag (in de bovengrond) eveneens sterk verontreinigd is.

De totale omvang van de verontreiniging met zware metalen wordt geraamd op 2.000 m3. Hiervan is circa 935 m3 sterk verontreinigd. De sterke verontreiniging met PAK valt merendeels binnen de sterke verontreiniging met zware metalen. De totale omvang sterke verontreinigde grond wordt derhalve geraamd op circa 950 m3. Gezien de mate, omvang en historie van de verontreinigingen kan worden afgeleid dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

38

Risicobeoordeling Uit de risicobeoordelingen blijkt dat bij het huidige gebruik van de locatie geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Dit betekent dat voor het huidige gebruik door het (in de Wet bodembescherming bepaalde) bevoegd gezag geen saneringstijdstip zal worden vastgesteld in de beschikking ernst en spoed. Bij het toekomstige gebruik is, op basis van lood, wel sprake van onaanvaardbare risico's. Omdat bij het toekomstige gebruik van de locatie wel sprake is van onaanvaardbare risico's moet de locatie voorafgaand aan de gebruikswijziging worden gesaneerd. Het bevoegd gezag zal op basis van de locatiespecifieke situatie het saneringstijdstip vaststellen. Asfaltonderzoek Uit de resultaten blijkt dat het asfalt ten noorden van de bebouwing een teerhoudende kleeflaag bevat. Het overige asfalt aan de zuidzijde van de bebouwing blijkt teervrij te zijn en komt in aanmerking voor hergebruik. Funderings- en asbestonderzoek Onder de asfaltverharding is sprake van een puinfundering. Onder de puinfundering bleek een slakken­ en sintelhoudende bodemlaag aanwezig. Zintuiglijk zijn in het uitkomende materiaal géén asbestverdachte materialen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt de puinfundering niet asbesthoudend te zijn.

Op verzoek van de opdrachtgever is niet op de puinfundering maar op de onderliggende slakken­ en sintelhoudende bodemlaag een samenstellings­ en uitloogonderzoek uitgevoerd en zijn de resultaten hiervan indicatief getoetst aan de tabellen 1 en 2 in bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de slakken­ en sintelhoudende bodemlaag, als het wordt getoetst als zijnde bouwstof, deze geclassificeerd zou worden als niet toepasbare bouwstof. Verkennend en nader asbestonderzoek De schuur op de onderzoekslocatie is voorzien van een asbestverdachte dakconstructie. De dakconstructie is voorzien van een afvoergoot. Welke aan de noord en aan de zuidzijde afwatert op het (onverharde) maaiveld. Bij het verkennend asbestonderzoek is in de grond ter plaatse van het afwateringspunt aan de noordzijde van de schuur geen asbest aangetoond. Ter plaatse van het afwateringspunt aan de zuidzijde van de schuur is in de fractie < 20 mm 360 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. Dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en dient daarom als indicatief te worden gezien. Aangezien het indicatieve gehalte hoger is dan de helft van de interventiewaarde, kan niet uitgesloten worden dat de interventiewaarde wordt overschreden op basis van dit verkennend onderzoek en is een nader asbestonderzoek uitgevoerd.

Middels het nader onderzoek is de aard en omvang van de verontreiniging voldoende vastgesteld. In de kern van de verontreiniging is 1.774 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. De verontreiniging heeft zich verspreid over een oppervlakte van 2,6 m2 en is aanwezig vanaf het maaiveld tot 0,15 m­mv. Het verontreinigd bodemvolume bedraagt 0,39 m3. Omdat op de locatie meer dan 100 mg/kg d.s. asbest is aangetoond, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Gelet op de ouderdom van de bebouwing en de aard van verontreiniging, wordt verwacht dat de verontreiniging grotendeels vóór 1 juli 1993 is veroorzaakt en daarmee 'historisch' is in de zin van de Wet bodembescherming (Wbb).

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

39

Bij het huidige gebruik van de locatie (volledig bedekt met vegetatie en niet betreden) is geen sprake van onaanvaardbare risico's. Opgemerkt wordt dat bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond of bij het verwijderen van de vegetatie wel sprake is van onaanvaardbare risico's. Resumé De resultaten van onderhavig onderzoek vormen, zonder sanering, een belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen en het voorgenomen gebruik van de locatie als wonen met tuin. Geadviseerd wordt om de gevallen van ernstige bodemverontreiniging met PAK, zware metalen en asbest voorafgaand aan de herinrichting te saneren. Hiervoor dient een BUS­melding of een saneringsplan te worden opgesteld. Ook kan er met de rapportage van Tritium een beschikking ernst en spoed worden aangevraagd bij het bevoegd gezag Wbb. Toekomstige situatie Voorafgaand aan de herontwikkeling en het voorgestane toekomstige gebruik van de locatie zal sanering moeten plaatsvinden. Na sanering is het onderhavige plangebied in de toekomst geschikt voor de functie wonen. De sanering kan ook (deels) het aanbrengen van een leeflaag (schone grondlaag) betreffen. Met het onderhavige plan is er geen sprake van activiteiten en werkzaamheden die leiden tot relevante bodemverontreiniging of een aantasting van de bodemkwaliteit. De functie wonen leidt niet of nauwelijks tot bodemvervuiling.

Haalbaarheid De totale saneringsopgave bedraagt circa 2.000 m3 te saneren grond. De kosten van een dergelijke sanering bedragen enkele tonnen. De grondopbrengst van de onderhavige drie woningen zal het meervoud van de saneringskosten zijn. Daarmee is de bodemsanering en het onderhavige (bouw)plan financieel haalbaar. 6.1.3 Conclusie De bodemkwaliteit van het onderhavige plangebied is na sanering met daarbij mogelijk het aanbrengen van een schone (leef)laag, geschikt voor de functie wonen. Het aspect bodem geeft, behoudens het uitvoeren van sanering en maatregelen, geen belemmeringen voor het onderhavige bestemmingsplan en het realiseren van de drie voorgestane woningen op de locatie Amsteldijk Zuid 105.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

40

6.2 Water Beleidskader en wettelijk kader Beleidsdoelen en -regels water Het doel van waterbeheer in Nederland bestaat van oudsher uit het beschermen tegen overstromingen en het ontwateren van laaggelegen gebieden. Door de klimaatverandering is nieuw beleid gemaakt voor deze taken van veiligheid en peilbeheer. Dit vereist mogelijk ruimte voor de versterking en verbreding van dijken en waterkerende werken of voor extra waterberging. Een ander doel betreft het zorgen voor schoon en gezond water. Voor schoon water is een goed functionerend watersysteem vereist met voldoende volume en doorstroming. Een ecologische oeverinrichting is wenselijk, maar legt beslag op de ruimte. Op de onderhavige planlocatie is het beleid van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) van toepassing. Activiteiten moeten voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de Keur. In de Keur staan de eisen omtrent werkzaamheden op of nabij water, oevers en dijken beschreven. Wet- en regelgeving De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Voor de organisatie van het waterbeheer bevat het Waterbesluit de toedeling van oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk en regels over het verstrekken van informatie met betrekking tot het waterbeheer.

Ook regelt het Waterbesluit procedurele en inhoudelijke aspecten van het nationale waterplan en het beheerplan voor de rijkswateren en enkele inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico's. Vergunningplichtige handelingen volgen uit de Waterwet en uit de Keur van het Waterschap. Veel handelingen in het watersysteem vallen onder algemene regels en dan is er geen watervergunning nodig. Een melding is vaak wel noodzakelijk. Het Waterbesluit bevat bepalingen over de wijze waarop de aanvraag om een watervergunning wordt gedaan. Watertoets - Situatie plan(gebied) Bij ruimtelijke plannen dient een watertoets te worden uitgevoerd. Doel van de watertoets is om de relatie tussen planvorming en waterhuishouding te versterken. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen daartoe te worden getoetst door de waterbeheerder. Bij een watertoets moeten de gevolgen voor de waterhuishouding in beeld worden gebracht. Op de onderhavige planlocatie is het beleid van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) van toepassing. Activiteiten moeten voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de Keur. Bij (de uitvoering van) het onderhavige plan en de beoogde ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met het beleid en de Keur van het Waterschap AGV.

Het onderhavige plangebied ligt binnen de beschermingszones van een waterkering, waarbij voor een deel binnen de kernzone van de Amsteldijk. Aan de westrand van het plangebied bevindt zich een watergang met een oever(talud). Elke demping van water dient voor 100% te worden gecompenseerd binnen het peilgebied. Bij een toename van verharding met meer dan 1.000 m² dient binnen het betreffende peilgebied 10% van het extra verhard oppervlak als open water te worden gecompenseerd.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

41

In en bij het onderhavige plangebied wordt, in het kader van de voorgestane ontwikkeling, geen water gedempt. Langs de waterkant van de aanwezige watergang wordt mogelijk een beschoeiing gerealiseerd. Hiermee blijft het wateroppervlak gelijk of wordt het wateroppervlak zelfs groter. Voor de beschoeiing dient een melding te worden gedaan of een watervergunning te worden aangevraagd. In het plangebied is geen sprake van een toename van verhard oppervlak met het project voor de drie nieuwe woningen. In de bestaande situatie is sprake van een substantiële hoeveelheid verhard oppervlak binnen het plangebied. Het is mogelijk dat met het onderhavige plan en project het verhard oppervlak iets afneemt. Waterkering Ter plaatse van de Amsteldijk ligt een secundaire waterkering. De drie nieuwe woningen liggen voor een deel in de kernzone en binnenbeschermingszone. De graaf­ en bouwwerkzaamheden en eventuele grondwateronttrekkingen ten behoeve van de bouw liggen in de invloedsfeer van de kering. De voorgenomen gebouwen en werken vallen daarmee onder de Keur en daarvoor zal een watervergunning bij het Waterschap AGV moeten worden aangevraagd. Aangezien in de directe omgeving zich ook woningen in de zones van de waterkering bevinden, is de verwachting dat de situering van de onderhavige voorgenomen woningen en werkzaamheden in de zones geen belemmering is voor de realisatie van het plan.

Inmiddels heeft Waternet twee watervergunningen verleend voor het project, namelijk voor de gebouwen en bouwwerkzaamheden en voor de graafwerkzaamheden en sanering. Grondwater Het maaiveld wordt, vanaf het punt waar de nieuwe woningen het talud van de dijk raken tot aan de achterzijde van de woningen, opgehoogd. Het grondwaterpeil is daarmee voor de nieuwbouw geen aandachtspunt. Aangezien er bij de nieuwbouw tevens geen (semi­)verdiepte delen worden gerealiseerd die nabij de grondwaterstand zitten, is het grondwater geen aandachtspunt of belemmering voor het onderhavige plan. Het plangebied ligt volledig op eigen privaat terrein. De eigenaar van het terrein is verantwoordelijk ten aanzien van het grondwater. Vooroverleg Waternet (Waterschap AGV) Het onderhavige bouwplan is voorgelegd aan Waternet, de uitvoeringsorganisatie van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet heeft geen bezwaren te hebben tegen het bouwplan, en heeft inmiddels twee watervergunningen verleend aan de initiatiefnemer/aanvrager van het bouwplan. Conclusie Met het onderhavige plan is er geen sprake van functies en activiteiten die, per saldo, leiden tot een aantasting van de waterhuishouding. Het verhard oppervlak neemt niet toe met het project. Het aspect water is geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

42

6.3 Verkeer en Parkeren Als een project of ruimtelijk plan voorziet in de toevoeging van verkeersaantrekkende functies dienen de gevolgen voor de verkeer­ en parkeersituatie te worden beoordeeld. Allereerst wordt inzicht gegeven in de parkeervraag. Parkeren Het onderhavige plan met de drie nieuwe woningen op de locatie Amsteldijk Zuid 105 leidt tot een nieuwe parkeervraag. In het kader van de voorgestane drie woningen is de parkeervraag, ofwel de behoefte aan parkeerplaatsen, bepaald. De parkeervraag wordt berekend op basis van de bij de woningen behorende parkeernorm. De bepaling van de parkeervraag met betrekking tot het onderhavige plan is hierna gegeven. De gemeente Amstelveen heeft in de Nota Parkeernormen 2021 de parkeernormen vastgelegd. Van belang bij de parkeervraag is de omvang van de voorgestane woningen. De onderhavige woningen betreffen vrijstaande koophuizen. De parkeernorm voor deze woningen betreft 1,9 parkeerplaatsen per woning. Daarmee komt de parkeervraag voor de drie woningen uit op 6 parkeerplaatsen. Aan de voorzijde van de drie woningen worden 2 parkeerplaatsen per woning gerealiseerd. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om 6 parkeerplaatsen langs/aan de Amsteldijk Zuid te realiseren. Verkeersgeneratie Van een verkeersaantrekkende werking is bij het onderhavige plan slechts in geringe mate sprake.

Aangezien de planlocatie in de huidige situatie niet meer wordt gebruikt, zal er sprake zijn van een verkeerstoename. De verkeersgeneratie bij de onderhavige woningen wordt ingeschat op basis van de parkeernorm, het type woning, de locatie en de CROW­kengetallen. De verkeersgeneratie/­groei vanwege het onderhavige plan wordt als volgt ingeschat. Van belang bij de verkeersberekening is dat er sprake is van een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning. Er zullen 6 parkeerplaatsen beschikbaar zijn, zoals hiervoor is aangegeven. Daarbij liggen de onderhavige woningen in het buitengebied. Op basis van de kengetallen in de CROW­publicatie is de verkeersgeneratie maximaal 8,6 auto's/ritten per woning, voor een vrijstaande koopwoning. De verkeersgeneratie van de drie onderhavige vrijstaande woningen is maximaal 26 auto's/ritten. De berekende maximale verkeersgroei als gevolg van de voorgestane woningen betreft 26 auto's per dag, en is gering te noemen. Aangezien de toename van de verkeersintensiteit op de Amsteldijk Zuid vanwege de onderhavige woningen beperkt is, zal de verkeersgroei naar verwachting niet tot verkeersproblemen leiden. Conclusie Bij het project worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. De verkeerstoename vanwege het onderhavige plan is gering.

De aspecten verkeer en parkeren zijn geen belemmering voor het onderhavige plan voor de drie woningen op de locatie Amsteldijk Zuid 105.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

43

6.4 Geluid 6.4.1 Wettelijk kader, en beleid De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt, voor spoor­ en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen, zijn grondslag in de Wet geluidhinder. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, met betrekking tot de goede ruimtelijke ordening. In de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) zijn voorkeursgrenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies opgenomen. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere waarden vast te stellen. Voor de hogere waarden van de geluidsbelasting geldt dat deze lager dienen te zijn dan de maximaal te verlenen hogere waarde, voor verschillende situaties, die zijn neergelegd in de Wgh en het Bgh. De gemeenteraad van Amstelveen heeft de "Deelnota Hogere Waarden" vastgesteld. In deze nota is de procedure uitgewerkt om de hogere waardenprocedure te doorlopen. In het hogere waardenbeleid is een aantal aspecten opgenomen die bij de afweging van een hogere waarde een rol speelt. Deze aspecten zijn: 1. het heersende geluidsniveau; 2. het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau; 3. cumulatie en compensatie.

Voor de geluidsbelasting vanwege een 50 km/uur weg mag conform artikel 110g van de Wet geluidhinder er 5 dB aftrek worden toegepast. 6.4.2 Geluidsituatie plan(gebied) Ten behoeve van de te realiseren woningen is inzicht nodig in de te verwachten geluidsbelastingen vanwege de weg Amsteldijk Zuid. Deze weg kent een geluidszone op grond van de Wet geluidhinder. Het bureau M+P heeft akoestisch onderzoek verricht naar de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de gevels van de nieuw te realiseren woningen op de locatie Amsteldijk Zuid 105. Tevens is de geluidsbelasting vanwege de weg Ronde Hoep West aan de overzijde van de Amstel (ook met een geluidszone) beoordeeld. De resultaten van het akoestisch onderzoek staan beschreven in het rapport "Nieuwbouw 3 vrijstaande woningen "De Zwarte Kat" aan de Amsteldijk te Amstelveen, onderzoek wegverkeerslawaai" d.d. 16 april 2019. Zie bijlage 4 voor dit geluidsrapport. Amsteldijk Zuid De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Amsteldijk Zuid bedraagt meer dan 48 dB op de drie woningen. Voor de gevels met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) is de geluidsbelasting op de gevel 49 tot 58 dB. Dit betreft de geluidsbelasting inclusief de aftrek van 5 dB conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.

De geluidsbelastingen zijn hoger dan de maximale grens­/ontheffingswaarde van 53 dB (voor buitenstedelijke wegen). De hoogste geluidsbelastingen zijn berekend voor de oostgevels, waarbij de hoogste geluidsbelasting per woning als volgt is: <0000> noordelijke woning: 56 dB. <0000> middelste woning: 57 dB. <0000> zuidelijke woning: 58 dB. Voor de overige gevels is de geluidsbelasting ten hoogste 53 dB.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

44

Bij de oostgevels, ofwel de voorzijde, dienen dove gevels te worden gerealiseerd, omdat voor een geluidsbelasting hoger dan 53 dB geen hogere waarde kan worden verleend. Voor de noord­ en zuidgevels, ofwel de zijgevels, is een hogere waarde c.q. ontheffing mogelijk van maximaal 53 dB. Ronde Hoep West De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Ronde Hoep West bedraagt minder dan 40 dB (incl. 5 dB aftrek). 6.4.3 Maatregelen(overweging) Volgens de Wet geluidhinder kunnen hogere waarden worden vastgesteld voor een plan wanneer toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard ontmoeten. In verband met de geluidsbelastingen hoger dan de voorkeursgrenswaarde is onderzocht of (realistische) maatregelen mogelijk zijn waarmee de geluidsbelasting ter plaatse van de planlocatie teruggebracht kan worden. Bij het onderzoeken van de maatregelen wordt, conform de Wet geluidhinder, de voorkeursvolgorde bron­overdracht­ontvanger aangehouden. Bron­ en overdrachtsmaatregelen zijn in de onderhavige situatie niet doelmatig en niet reëel. Maatregelen bij de ontvanger Bij de drie woningen zal sprake zijn van een dove gevel aan de zijde van de Amsteldijk Zuid, ofwel bij de oostgevel, voor zowel de begane grond als op de verdieping.

In de dove gevels mogen geen te openen delen worden opgenomen. Spuivoorzieningen en woningtoegangsdeuren moeten in de zijgevels worden gerealiseerd. Er dient op basis van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer rekening te worden gehouden met aanvullende gevelweringsmaatregelen. Er zal een hogere karakteristieke geluidwering van de gevel moeten worden gerealiseerd om te voldoen aan een binnenniveau van 33 dB in de woningen conform het Bouwbesluit 2012. Afweging Omdat er voldoende geluidwering van de gevel kan worden gerealiseerd en de woningen een geluidluwe gevel hebben, en omdat andere maatregelen niet reëel zijn, en omdat er wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid, is het mogelijk om hogere (grens)waarden vast te stellen voor de geluidsbelasting vanwege het verkeer op de Amsteldijk Zuid. 6.4.4 Conclusie Voor de drie voorgestane woningen moet aan de oostgevel/voorzijde een dove gevel gerealiseerd worden en moet voor de overige geluidsbelaste gevels een hogere waarde vastgesteld worden ten aanzien van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Amsteldijk Zuid. De grenswaarden voor de binnenwaarden van nieuwe woningen dienen te worden geborgd. In het Bouwbesluit zijn grenswaarden voor de binnenwaarden opgenomen.

Voor de verlening van de omgevingsvergunning bouwen wordt getoetst of een bouwplan voldoet aan de binnenwaarden; in de onderhavige situatie heeft deze toetsing reeds plaatsgevonden.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

45

De geluidsbelasting binnen de woningen zal gering zijn, en de woningen kennen een geluidluwe zijde, namelijk de westgevel/achterzijde. Daarmee is de geluidsbelasting op de gevels van de woningen aanvaardbaar.

6.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader, en beleid Het belangrijkste wettelijk kader is de Wet luchtkwaliteit die is opgenomen in de Wet milieubeheer. Daarnaast zijn enkele Algemene Maatregelen van Bestuur van belang, namelijk het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" en de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)". Als nationaal beleid is enkele jaren geleden het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet en vastgelegd. Een project of plan zal moeten voldoen aan één of meerdere van de andere luchtkwaliteitseisen die zijn vastgesteld bij de invoering van het NSL en in de Wet luchtkwaliteit (wijziging van de Wet milieubeheer) zijn opgenomen. De luchtkwaliteitseisen staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Eén luchtkwaliteitseis is het voldoen aan grenswaarden, aangegeven in tabel 6.5. Tabel 6.5: Grenswaarden stoffenconcentraties, Wlk (Titel 5.2 Wm, Bijlage II)

Met de Wet luchtkwaliteit is gestreefd naar meer flexibiliteit als het gaat om de koppeling van luchtkwaliteitseisen en ruimtelijke ontwikkelingen. Deze flexibiliteit is met name terug te vinden in een verdeling in projecten die in betekende mate (IBM) of niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. NIBM­projecten hoeven niet langer getoetst te worden aan de grenswaarden. Besluit niet in betekenende mate [NIBM] bijdragen, en Regeling NIBM bijdragen In het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” en de daarop gebaseerde “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” is geregeld welke projecten niet meer getoetst hoeven te worden. Projecten, die maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10) bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit, vallen onder de definitie van NIBM en hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wm. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarbij een besluit, aangaande een project, in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt. In de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” zijn categorieën projecten opgenomen die niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

46

In de ‘Regeling NIBM bijdragen’ is onder meer opgenomen dat voor woningbouwlocaties van een bepaalde omvang sprake is van niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit ofwel dat het woningbouwproject geen aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten is de regeling van toepassing op woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat. Luchtkwaliteitssituatie plan(gebied) Het onderhavige plan omvat drie woningen. Gezien dit beperkte aantal woningen zal het onderhavige woningbouwplan niet in betekende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Dit kan worden geconstateerd op grond van de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Verder blijkt uit de NSL­monitoringstool (2019) dat de concentraties aan de luchtverontreinigende stoffen NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het onderhavige plangebied ruim onder de grenswaarden (voor jaargemiddelde concentraties) liggen, in zowel 2018, 2020 als 2030. Dit volgt uit het toets­/rekenpunt van de NSL­monitoringstool liggend vlakbij het plangebied (langs de Amsteldijk Zuid).

De huidige luchtkwaliteit ter plaatse van de onderhavige locatie Amsteldijk Zuid 105 is ruim voldoende zodat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Er is ten aanzien van het onderhavige plan sprake van 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Met NIBM bijdragen wordt voldaan aan de eisen van de Wet milieubeheer. Er is bij het project Amsteldijk Zuid 105 geen relevant effect op de luchtkwaliteit. Tevens is de huidige luchtkwaliteit in de omgeving van het onderhavige plangebied ruim voldoende. De luchtkwaliteit, of een geringe verandering daarvan, vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105.

6.6 Externe veiligheid Beleidskader en wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het om de vraag of de veiligheid van personen in de omgeving van een risico­opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen voldoende is gewaarborgd. Het gaat hier met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de (hoofd)wegen, spoorwegen en waterwegen en door buisleidingen. De veiligheidskader en ­normen zijn vastgelegd in respectievelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid transportroutes en Besluit externe veiligheid buisleidingen. De risicokaart (Noord­Holland) geeft inzicht in de risico's in de woon­ en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere typen risicobronnen en ongevallen. De gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

47

Situatie plan(gebied) Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het onderhavige plangebied geen risicovolle bedrijven en/of activiteiten zijn vermeld. Het onderhavige plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een gasleiding, een transportroute voor gevaarlijke stoffen, een LPG­tankstation, een andere risicovolle inrichting of een opslagplaats met gevaarlijke stoffen. Een (nadere) beschouwing van het groepsrisico, het plaatsgebonden risico en de zelfredzaamheid is niet nodig. Conclusie Het aspect exerne veiligheid is geen belemmering voor het onderhavige plan.

6.7 Natuur en Ecologie 6.7.1 Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De Wet natuurbescherming beslaat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder de andere soorten vallen bijvoorbeeld de ringslang en grote modderkruiper. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen voor de andere soorten. Met betrekking tot de gebiedsbescherming wordt hoofdzakelijk gekeken naar de Natura 2000­gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

6.7.2 Ecologische situatie plangebied Het bureau Jansen&Jansen Groenadviesbureau heeft middels een quickscan flora en fauna het onderhavige plan en de voorgenomen werkzaamheden getoetst aan de natuurwetgeving. Door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie is beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het plangebied Amsteldijk Zuid 105 en is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant­ en diersoorten. De veldverkenning van het flora­ en faunaonderzoek heeft op 5 juni 2018 plaatsgevonden. Daarnaast is aanvullend in 2019 een vleermuisonderzoek verricht. Zie bijlage 5 voor het rapport van de quickscan flora en fauna. Zie bijlage 6 voor het rapport van het vleermuisonderzoek. De resultaten van de flora­ en faunaonderzoeken worden hierna onder de kop Soortenbescherming beschreven. Tevens is in verband met de ontwikkeling en werkzaamheden in het kader van het onderhavige bouwplan een stikstofdepositie­onderzoek verricht in 2020 door het bureau LBP SIGHT. Zie bijlage 7 voor het rapport van het stikstofdepositie­onderzoek.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

48

Gebiedsbescherming / Natuurgebied Het onderhavige plangebied ligt niet in een natuurgebied of een weidevogelleefgebied. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied Amsteldijk Zuid 15 ligt niet in of direct nabij het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN­gebied ligt op circa 600 meter afstand, ten zuiden van het plangebied. Door het uitvoeren van de werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNN verloren. Gezien de afstand en de lokale aard van het plan kunnen negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000­gebied "Botshol" ligt op circa 3,5 kilometer afstand van het plangebied. Door de voorgenomen ontwikkelingen gaat geen oppervlakte aan Natura 2000­gebied verloren. Externe effecten op de Natura 2000­gebieden dienen ook getoetst te worden. Voor de mogelijke effectfactoren geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trillingen geldt dat gezien de aard van het project en de werkzaamheden, de afstand en de tussenliggende elementen geen effecten op de Natura 2000­gebieden te verwachten zijn. Ten aanzien van de uitstoot van stikstof kan zonder berekening niet worden uitgesloten dat er geen effect, ofwel stikstofdepositie, op een Natura 2000­gebied is. Derhalve is er een berekening van de (mogelijke) stikstofdepositie op Natura 2000­gebieden gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=9e35bd51-e3cc-4921-90da-e89a9957bc1b