CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid (ADZ) 105

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 2 juni 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 10520.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Stikstofdepositie Bij het stikstofdepositie­onderzoek is een gecombineerde uitgevoerd voor de toekomstige situatie ofwel de gebruiksfase en voor de tijdelijke situatie van de sloop en bouw ofwel de realisatiefase. Voor de stikstofdepositie­berekeningen is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2020. In het onderzoeksrapport staan de uitgangspunten en resultaten van het stikstofdepositie­onderzoek beschreven. Bij het stikstofonderzoek is geen rekening gehouden met salderen oftewel het gunstige effect van het verdwijnen van het huidige/voormalige gebruik. Indien negatieve effecten vanwege werkzaamheden en toekomstig gebruik (in verband met een plan of project) op een Natura 2000­gebied op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, dan is voor het planologisch besluit een milieueffectrapportage (m.e.r.) noodzakelijk en is voor de verlening van de omgevingsvergunning (voor het bouwen) een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is geen sprake van een m.e.r.­plicht of een vergunningsplicht bij een stikstofdepositiebijdrage (vanwege de activiteit) van maximaal 0,00 mol N/ha/jaar op een Natura 2000­gebied. De totale realisatiefase (sloop, sanering, grondwerk en bouw) en de gebruiksfase is voor hetzelfde jaar doorgerekend. Dit is worst­case omdat er dan met een hogere stikstofuistoot wordt gerekend.

De berekening van de gecombineerde realisatiefase en gebruiksfase van het plan Amsteldijk Zuid 105 geeft een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000­gebied. Conclusie Voor het plan Amsteldijk Zuid 105 is sprake van een stikstofdepositie bijdrage van 0,00 mol/ha/jaar. Het aspect stikstofdepositie is geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Er is, inzake stikstofdepositie, voor het woningbouwproject (bij de omgevingsvergunning bouwen) geen sprake van vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

49

Soortenbescherming / Flora & Fauna Flora In het plangebied zijn geen beschermde flora of resten hiervan aangetroffen. Het plangebied bestaat uit bebouwing; geen geschikt biotoop voor beschermde flora. De aanwezigheid van beschermde flora kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten. Amfibieën, vissen en reptielen In het plangebied zijn geen amfibieën, vissen en reptielen aangetroffen. Het plangebied bestaat uit bebouwing; geen geschikt biotoop voor amfibieën, vissen en reptielen. De aanwezigheid van amfibieën, vissen en reptielen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Vogels Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van (sporen van) vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Hierbij is specifiek gelet op de aanwezigheid van de huismus en gierzwaluwen. Sporen of andere aanwijzingen die duiden op de aanwezigheid van verblijfplaatsen werden niet aangetroffen. Tijdens het veldonderzoek zijn de eerst dakpanrijen pleksgewijs gelicht en geïnspecteerd. Sporen van verblijfplaatsen van huismussen en gierzwaluwen werden niet aangetroffen. In de directe nabijheid van het plangebied werden geen huismussen waargenomen. In deze periode van het jaar houden huismussen zich doorgaans op in de directe omgeving van hun nest. Gezien deze bevindingen is het dan ook niet de verwachting dat huismussen verblijfplaatsen hebben in de te slopen bebouwing.

Cafés zijn plekken die doorgaans aantrekkingskracht hebben op huismussen. Een mogelijke reden voor het ontbreken van huismussen kan zijn dat het café al enige tijd niet meer in gebruik is. Verblijfplaatsen van gierzwaluwen worden niet verwacht, op basis van geschiktheid van het plangebied. In de bebouwing ontbreken voor gierzwaluwen geschikte nestplekken, met voldoende vrije uitvliegruimte. De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels, kan (in de huidige situatie) redelijkerwijs worden uitgesloten. Op bekende waarnemingsplatforms zijn waarnemingen bekend van steenuilen in de omgeving van het plangebied. Aan de achterzijde van het perceel zijn enkele oude knotwilgen aanwezig. Voor aanvang aan eventuele bouwwerkzaamheden op het perceel moeten deze worden gecontroleerd op eventuele verblijfplaatsen van steenuilen. In een nader onderzoek (bij het vleermuisonderzoek) zijn geen verblijfplaatsen van steenuilen aangetroffen in het plangebied. Wezenlijke negatieve invloed van het onderhavige plan op beschermde functies van steenuilen kan worden uitgesloten.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

50

Zoogdieren/Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen aangetroffen welke duiden op de aanwezigheid van (beschermde) zoogdieren in het plangebied. Hierbij is specifiek gelet op de aanwezigheid en sporen (uitwerpselen) van vleermuizen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen kan echter niet op voorhand worden uitgesloten. Het horecapand heeft een pannendak en daklijsten met open zijden die door vleermuizen gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. De potentiële verblijfplaatsen worden door de onderzoeker echter niet als erg kansrijk ingeschat. Winterverblijfplaatsen en (grote) kraamverblijfplaatsen kunnen op basis van geschiktheid van het plangebied worden uitgesloten. Het is mogelijk dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van vleermuizen. Het betreft hier echter geen essentieel onderdeel van dit foerageergebied. Naast mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen, worden andere beschermde functies van zoogdieren niet verwacht in de bebouwing. Het is noodzakelijk om een beperkt vervolgonderzoek uit te voeren naar verblijfplaatsen van vleermuizen in het pannendak en onder de daklijsten van het horecapand. Vleermuisonderzoek Met het vleermuisonderzoek is vastgesteld dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen opstallen aanwezig zijn.

Wel heeft het plangebied een beperkte functie als foerageergebied voor enkele gewone dwergvleermuizen. Aan deze functie als foerageergebied zal door het uitvoeren van het voorgenomen plan geen wezenlijke afbreuk worden gedaan. Het kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat het onderhavige plan en de voorgenomen werkzaamheden negatieve invloed hebben op beschermde functies van vleermuizen. Libellen en dagvlinder In het plangebied (de bebouwing) komen geen voedselarm water of voor libellen en vlinders geschikte vegetaties voor. De aanwezigheid van (beschermde) libellen en dagvlinders kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten. Overige ongewervelden In het plangebied ontbreken onder andere oude eiken en voedselarm water. De aanwezigheid van overige ongewervelden kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten. 6.7.3 Conclusie De aspecten natuur en ecologie, en de flora en fauna, zijn geen belemmering voor het onderhavige plan.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

51

6.8 Cultuurhistorie en Archeologie 6.8.1 Cultuurhistorie In het kader van de Erfgoednota Amstelveen zijn voor het Amstelveense grondgebied cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen opgesteld. Voor de locatie Amsteldijk Zuid 105 zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden opgenomen. Met het onderhavige plan worden het bestaande horecagebouw en woonpand gesloopt en drie vrijstaande woningen opgericht. Het perceel Amsteldijk Zuid 105 en het daarbij behorende (horeca)gebouw heeft geen nadrukkelijke cultuurhistorische waarde en betreft geen monument. Het onderhavige plan heeft geen invloed op erfgoed of de cultuurhistorische waarden van het landschap. 6.8.2 Archeologie Voor het perceel Amsteldijk Zuid 105 gelden de archeologische verwachtingswaarden 2 en 3. Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 0,30 meter, die tevens groter zijn dan 100 m² dan wel 1.000 m², archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. De verwachtingswaarden zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtings­ en beleidsadvieskaart. De grondwerkzaamheden ten behoeve van het onderhavige project gaan dieper dan 0,30 meter en hebben binnen het vlak van de verwachtingswaarde 2 een oppervlakte groter dan 100 m². Daarom is een archeologisch onderzoek voor het project voor drie voorgestane woningen op de locatie Amsteldijk Zuid 105 nodig.

Voor het perceel Amsteldijk Zuid 105 is een archeologisch vooronderzoek verricht door het bureau RAAP. Zie bijlage 8 voor het rapport (d.d. 9 juli 2018) van het archeologisch vooronderzoek. Archeologische situatie plan(gebied) Het bureau RAAP heeft in juli 2018 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO­O, verkennende fase) middels handmatige boringen uitgevoerd in het plangebied Amsteldijk Zuid 105. De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen om op deze locatie woningen te realiseren, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het plangebied is gelegen in een oud getijdenlandschap dat later is afgedekt door veen. Voor eventuele kreekruggen in het oude getijdenlandschap gold een middelhoge verwachting voor resten uit het Midden en Late Neolithicum. Indien het aanwezige veen veraard zou zijn gold er een middelhoge verwachting voor resten uit de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen. Mogelijk heeft de Amstel klei afgezet op het veen in het plangebied. Indien er oevers aanwezig zijn, dan gold er een middelhoge verwachting voor resten uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. Op basis van historisch kaartmateriaal is bekend dat het plangebied tot het einde van de 19e eeuw onbebouwd is gebleven. De archeologische verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd was daarmee laag.

Tijdens het veldonderzoek is inderdaad gebleken dat het plangebied in een getijdengebied ligt. Dit landschap is later overgroeid door veen. Dit veen is in het oosten van het plangebied afgedekt door een dunne laag klei, afgezet door de Amstel. In deze genoemde, natuurlijke afzettingen zijn geen natuurlijke kenmerken van rijping of veraarding waargenomen. Verder is de bovengrond in het gehele plangebied geroerd, tot een gemiddelde diepte van 0,7 meter. De aanwezige zandbijmenging en puinfragmentjes hangen samen met bemesting of verschraling van de bodem.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

52

Op basis van het bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) is geconcludeerd dat de archeologische verwachting voor het plangebied kan worden bijgesteld naar laag. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het onderhavige plan. Met de voorgestane ontwikkeling in het onderhavige plan is geen sprake van activiteiten en werkzaamheden die leiden tot een aantasting van (mogelijk aanwezige) archeologische waarden. De benodigde omgevingsvergunning kan worden verleend. Op basis van het verrichte archeologisch onderzoek kan de archeologische dubbelbestemming voor het gebied worden bijgesteld, omdat is gebleken dat het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde heeft.

De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ is in het onderhavige plangebied bijgesteld naar ‘Waarde – Archeologie 3’.

6.9 Milieueffectrapportage (m.e.r.) Wettelijk kader Het instrument en de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in (samenhang met) het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle projecten waarbij de activiteit is opgenomen in (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Via een m.e.r.­beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Volgens onderdeel D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit mer dient er voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen een m.e.r.­beoordeling te worden gedaan. Relevantie onderhavige plan Het onderhavige plan heeft geen betrekking op een stedelijk ontwikkelingsproject of een andere activiteit opgenomen in (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage. Derhalve hoeft geen milieueffectrapport (MER) te worden gemaakt en tevens niet te worden beoordeeld of een MER moet worden gemaakt. Het plan heeft tevens geen significante gevolgen voor een Natura 2000­gebied. In dat kader is geen 'passende beoordeling' nodig en is er geen m.e.r.­plicht.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

53

6.10 Luchthaven Schiphol Wettelijk kader - Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden (zie Staatsblad met nr. 389). Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB.

De procedures ­ in het kader van een aanvraag van een omgevingsvergunning ­ voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bebouwing en het gebruik van grond in verband met het externe­veiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bebouwing en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> bebouwing die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 (van de kaart van bijlage 3 LIB) blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke­contour gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied zijn volgens het LIB nieuwe woningbouwlocaties niet toegestaan.

Situatie plan(gebied) en relevantie onderhavige plan Het onderhavige plangebied valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. De algemene bouwhoogtebeperking voor de planlocatie betreft 129 tot 131 meter ten opzichte van NAP. De bouwhoogtebeperking in verband met radar voor de planlocatie betreft 47 meter ten opzichte van NAP. De onderhavige te realiseren bouwwerken/woningen kennen een bouwhoogte die ruim onder de toegestane bouwhoogtes van het LIB ligt, en voldoen daarmee aan de toegestane bouwhoogtes van het LIB. Het onderhavige plan ligt in bestaand stedelijk gebied. Het onderhavige plangebied ligt niet binnen het afwegingsgebied geluid en externe veiligheid ofwel binnen de 20 Ke­contour, betreffende nummer 5 van bijlage 3 van het LIB Schiphol.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

54

Conclusie Het beperkingengebied van Schiphol vormt geen belemmering voor het onderhavige plan.

Toelichting Bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 105 (16-4-2021)

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=9e35bd51-e3cc-4921-90da-e89a9957bc1b