CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

VU research. Ervaringen met burgertoppen

Commissie Bestuur 3 juni 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Raadsacademie Participatie (beeldvorming)37.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Nadeel van de procedure in Uden zou evenwel kunnen zijn, dat het proces door zijn inrichting minder common ground en de daaruit volgende creativiteit en energie heeft gecreëerd dan het proces in Amersfoort heeft gedaan. 2.3.3

Resultaten

Wat de resultaten van de G1000’en in Amersfoort en Uden betreft, valt allereerst op dat in geen van beide gevallen een onmiddellijk beleidsmatig gevolg is gegeven aan de uitkomsten van de G1000. Dit ondanks het feit dat de G1000 in Uden oorspronkelijk een idee van de raad zelf was, de raad van Uden meer betrokkenheid toonde dan die van Amersfoort en de resultaten in Uden ook politiek bruikbaarder waren dan die

2 De politieke invloed van de G1000 in Amersfoort en Uden



in Amersfoort. Veel aanleiding om te verwachten dat de op een programma verkozen volksvertegenwoordigers als vanzelf hun politieke primaat delen met een gelote burgerraad of een burgertop, geeft dat niet. Dat is niet anders wanneer een en ander gepaard gaat met hooggestemde democratische idealen. Daarbij moet evenwel worden herhaald dat deze conclusie voorlopig is en nu nog niet valt uit te sluiten dat de resultaten van de G1000 op de langere termijn alsnog opduiken op de beleidsagenda’s van de raden in Amersfoort en Uden. Naast onmiddellijke effecten op de beleidsagenda van raad, college en ambtenaren zijn er nog twee andere vormen van invloed die in dit onderzoek als resultaat van de G1000 tellen: invloed via de deelnemers die zich verbonden hebben aan de uitwerking van de geselecteerde plannen en meer procesmatige invloed op de rol van de instituties in het algemeen. Ten aanzien van deze twee soorten resultaten verschillen Amersfoort en Uden. In Amersfoort doofden de meeste themagroepen vrij snel uit en werd het gestelde doel van de duurzame innovatie bepaald niet gehaald. Op dit punt werd in Uden veel meer succes geboekt. De aanduiding G1000 is zelfs losgeraakt van die ene dag in oktober of van de specifiek op die datum vastgestelde prioriteiten.

De G1000 is in Uden een continue proces van verbinden en gezamenlijk uitvoeren van voorstellen geworden, dat nog tot op de dag van vandaag voortgaat. Ten aanzien van de doorontwikkeling van nieuwe vormen van burgerparticipatie heeft de G1000 in Amersfoort weer meer resultaten laten zien dan in Uden. In Amersfoort bestaat belangstelling voor een nieuwe G1000 met een nadrukkelijke aansluiting op een kerntakendiscussie en is het idee van een gelote burgerraad zeker niet van de agenda verdwenen. De G1000 Amersfoort is daarmee duidelijk een kwalitatief andere voortzetting van Het Nieuwe Samenwerken geweest, waar de G1000 Uden uiteindelijk vooral een kwantitatieve voortzetting van Udenaar de Toekomst was.

LITERATUUR Edelenbos, J. & R. Monnikhof (2001). Lokale interactieve beleidsvorming. Utrecht: Lemma.

DE G1000: MEER DAN EEN EXPERIMENT?

Harmen Binnema en Geerten Boogaard

INLEIDING Op 22 maart 2014 vond in de Rijtuigenloods in Amersfoort de eerste Nederlandse G1000 plaats. Enkele actieve bewoners die hun inspiratie vonden in het gedachtegoed van David van Reybrouck en de Belgische G1000, organiseerden deze burgertop. Op 4 oktober in hetzelfde jaar volgde Uden als tweede gemeente met een G1000. Hier kwam het initiatief van de gemeenteraad, passend in de pogingen om meer verbinding met de wereld buiten het gemeentehuis te krijgen. Later waren er G1000’en in de Amersfoortse wijk Kruiskamp en in Groningen en een op de G1000 geënte burgertop in Amsterdam. Zowel in Uden als Amersfoort is te zien dat de initiatiefnemers de G1000 als een alternatieve vorm van democratie wenselijk achten. Maar hoe verhoudt de G1000 zich tot de bestaande vertegenwoordigende democratie, in het bijzonder de rol van de gemeenteraad, en welke verdere ontwikkeling van de G1000 is mogelijk? Die vragen zullen centraal staan in dit hoofdstuk. We zullen verschillende varianten in dit hoofdstuk verkennen, met aan de ene kant een G1000 die geheel losstaat van de bestaande structuren (burgertop) en aan de andere kant een G1000 die geheel in die structuren is geïntegreerd (burgerraad). Deze verkenning is ten eerste gebaseerd op inzichten vanuit de literatuur over modellen van democratie, de verhouding burger-overheid en de rol van lokale politiek.

Ten tweede op de uitkomsten van ons onderzoek naar de G1000’en in Amersfoort en Uden, waarbij we zowel websites en documenten hebben bestudeerd als interviews hebben gehouden met organisatoren, raadsleden, bestuurders en ambtenaren. Paragraaf 3.1 bevat een theoretische duiding van de G1000, paragraaf 3.2 zoomt in op de opvattingen van raadsleden en bestuurders over de positie van de G1000 ten opzichte van de vertegenwoordigende democratie. In de slotparagraaf komen de verschillende mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van de G1000 aan bod.

.

D E G    I N T H E O R I E

De vraag wat een G1000 is, kan vanuit een aantal perspectieven worden beantwoord, waarbij elk perspectief andere aanknopingspunten biedt om te begrijpen welke



G1000. Ervaringen met burgertoppen

verwachtingen met een G1000 gepaard gaan en wat er op een G1000 gebeurt. We passen de theorie toe op de G1000 als concept zoals dat wordt uitgedragen door het Platform G1000, met als zeven ‘principes’: 1) burgerinitiatief, 2) geen agenda, 3) dialoog, 4) loting, 5) het hele systeem, 6) transparant, 7) veilig (zie verder hoofdstuk 1). Met name de aspecten 1, 2, 3 en 5 zijn daarbij relevant en zij bieden een referentiekader om na te kunnen gaan hoe het bij de G1000’en in Amersfoort en Uden is gegaan. We zetten in deze theoretische duiding drie stappen. Ten eerste kijken we naar de G1000 als model van democratie, ten tweede naar de G1000 in de verhouding tussen burger en overheid en ten derde naar de G1000 ten opzichte van de lokale politiek. 3.1.1

Democratie

Allereerst kunnen we de G1000 zien als vorm van directe democratie, met wel wat vertegenwoordigende elementen in zich. Centraal in de filosofie van de G1000 staan eigenaarschap en autonomie. De idealen van de directe democratie zijn daarmee primair: het zijn de burgers zelf die het roer van de gemeenschap in handen nemen en zich niet beperken tot het verwerven van indirecte invloed op de publieke zaak via de gemeenteraad. De uitkomst van een G1000 is in beginsel de agenda van de gemeenschap. Omdat de inhoudelijke agenda van elke G1000-bijeenkomst open is, hebben de uitkomsten niet per definitie betrekking op taken van de overheid. Soms is zelfs facilitering vanuit de overheid niet nodig, zoals bij een G1000-uitkomst om meer sociale cohesie in een buurt te creëren. Hoewel een G1000 de meeste verwantschap heeft met het model van directe democratie, vindt een G1000 plaats in en namens gemeenschappen met meer dan 1000 leden en is er dus per definitie ook sprake van enige mate van vertegenwoordiging. Daarvoor is een selectiesysteem nodig. In het geval van loting vindt de selectie expliciet plaats: alleen burgers die zijn ingeloot mogen zich aanmelden. In het geval van een open uitnodiging aan alle leden van de gemeenschap zal alleen selectie plaatsvinden als het aantal aanmeldingen de 1000 overtreft, bijvoorbeeld op basis van volgorde van binnenkomst of – alsnog – loting.

De typische selectie van deelnemers aan een G1000 is politiek neutraal en onderscheidt zich daarmee van de electorale logica waarin een stemming (bijv. peilingen, referenda, verkiezingen) de uitkomst bepaalt. Het gevolg van loting is wel een beperking van de deelname. In de vertegenwoordigende democratie doet idealiter de gehele politieke gemeenschap mee – of heeft in elk geval de rechten daartoe. Het ‘recht’ op deelname aan een specifieke G1000 bestaat uit de kans om te worden ingeloot. Ook is het de vraag of de deelnemers aan een G1000 zich zullen zien als vertegenwoordigers van de gemeenschap wanneer zij op persoonlijke titel meedoen en niet van hen wordt gevraagd over de gemaakte keuzes verantwoording af te leggen. Ten aanzien van het binnen de democratiemodellen gehanteerde onderscheid tussen ‘kiezersdemocratie’ en ‘consensusdemocratie’ (Hendriks, 2006) vertoont de G1000 een hybride karakter. Uiteindelijk leveren verkiezingen en referenda immers

3 De G1000: meer dan een experiment?



altijd winnaars en verliezers op, meerderheden en minderheden. De G1000 wil zich onderscheiden als een vorm waarin deliberatie tussen de deelnemers boven de aggregatie van hun standpunten gaat. De inrichting van de G1000 als een deliberatief forum, gekenmerkt door een dialoog van gelijkwaardige deelnemers met wederzijds respect en een goede uitwisseling van argumenten (Michels, 2012), sluit hierop aan. Naast deze opzet van een G1000 vol compromissen, consensus of zelfs werkelijke common ground (waarin niemand naar zijn gevoel iets ‘inlevert’, zie hoofdstuk 6), vindt ook op een G1000 aggregatie plaats. De gespreksthema’s moeten op enig moment worden vastgesteld en aan het einde van de dag moeten de aan tientallen tafels ontwikkelde voorstellen in relatief korte tijd worden teruggebracht naar 10 agendapunten voor de gemeenschap. De mate waarin daarbij werkelijk wordt geaggregeerd, hangt uiteraard af van de inhoudelijke verschillen tussen de ontwikkelde voorstellen. Maar het vinden van werkelijke common ground, zoals dat moet gebeuren aan de tafels, is gezien de korte tijd en het grote aantal deelnemers onmogelijk: enige mate van aggregatie is dus altijd noodzakelijk. Het Platform G1000 voert als motto ‘op weg naar een andere democratie’. Die weg lijkt te leiden naar ‘meer directe consensusdemocratie’, hoewel een G1000 zelf niet ontkomt aan vertegenwoordiging en aggregatie.

Burgers krijgen zeggenschap en gaan op zoek naar wat hen bindt. De bestaande structuren zijn er voor het beslechten van de verschillen, de G1000 is er voor het faciliteren van de overeenstemming. Die overeenstemming wordt in de filosofie van de G1000 eerder bereikt door deliberatie dan door aggregatie. 3.1.2

Overheid en samenleving

De G1000 is te zien als een bottom-up initiatief van burgers die een alternatief willen voor de bestaande structuren van de vertegenwoordigende democratie, maar ook als een vorm van burgerparticipatie die wordt ‘uitgelokt’ door de terugtrekkende beweging van de overheid. Waar participatie vaak de vorm krijgt van raadplegen of adviseren, kan de uitkomst van een G1000 zijn dat burgers taken samen met de overheid gaan uitvoeren (coproductie) of die zelfs gaan overnemen van de overheid en zo belanden op de hoogste trede van de participatieladder van Edelenbos en Monnikhof (2001): zelfbeheer. Die beweging komt enerzijds door forse bezuinigingen, die leiden tot initiatieven vanuit de samenleving om belangrijke voorzieningen alsnog overeind te houden, en anderzijds door herbezinning op wat wel en niet overheidstaken zijn en het vervolgens terugleggen van verantwoordelijkheid in de samenleving (vgl. Binnema, 2014). Voor de rol van een G1000 bij publieke taken betekent dit: • een andere rol en opstelling van de overheid, waarbij sturen en reguleren plaatsmaakt voor faciliteren en stimuleren. Een G1000 zou in zo’n visie complementair zijn aan datgene wat door de lokale overheid wordt gedaan;



G1000. Ervaringen met burgertoppen

• een daadwerkelijk terugtrekken door de overheid door een aantal taken niet langer uit te voeren: niet een andere overheid, maar minder overheid. Een G1000 komt dan in beeld als alternatief voor wat voorheen door de lokale overheid werd gedaan.1 Voor de duiding van de G1000 moeten we dus ook stilstaan bij wat die betekent voor de verhouding tussen overheid en samenleving. Cornwall (2004: 1-2) onderscheidt in dit verband invited spaces, waarin het initiatief bij de overheid ligt, en popular spaces op initiatief van burgers. Beide soorten ruimten brengen andere verwachtingen met zich mee over de rol van burgers en overheid. Bovendien is te verwachten dat in beide ruimten verschillende thema’s worden geagendeerd, waarbij in de invited space een sterkere aansluiting is bij de bestaande beleidsagenda.

In de verhouding tussen overheid en burger gaat het bovendien om macht en invloed: wie neemt het initiatief, wie bepaalt de agenda, hoe worden besluiten genomen (zie ook Koch, 2013)? Aan de ene kant roept het de vraag op hoe door gekozen volksvertegenwoordigers zal worden gereageerd: voelen zij zich gepasseerd door initiatieven van burgers? Aan de andere kant: hoe groot is het risico dat er zelfbenoemde vertegenwoordigers opstaan, die geen draagvlak hebben en nauwelijks verantwoording afleggen (Cornwall, 2004: 6)? De regels van het spel in deze nieuwe ruimten zijn immers nog niet altijd duidelijk. De ambitie van de G1000 is om primair een popular space te zijn: idealiter begint het bij een initiatief van onderop. Toch is er deels ook sprake van een invited space, omdat ook de gemeenteraad (in zijn geheel, dus niet politiek gedreven) initiatiefnemer kan zijn. Verder speelt de burgemeester een rol in het loten en uitnodigen van burgers, zitten er vertegenwoordigers van de overheid aan de tafels en raken de besproken onderwerpen zeer waarschijnlijk aan de beleidsagenda. Een pure popular space behoudt meer afstand en onafhankelijkheid en heeft meer ruimte voor democratische experimenten. Al te zeer geïnstitutionaliseerd raken, hoewel dit de invloed van de G1000 kan vergroten, is dan onwenselijk.

Zo wijzen Ercan en Hendriks (2013) op het risico dat deliberatieve fora los komen te staan van de bredere democratische context en van het maatschappelijk middenveld. 3.1.3

De lokale politiek

In veel vormen van burgerparticipatie neemt de lokale overheid het initiatief en wordt van burgers gevraagd met ideeën en suggesties te komen die helpen bij het

1. Een alternatief is dat een G1000 zich richt op onderwerpen die niet direct als (voormalige) overheidstaken te zien zijn, maar eerder te maken hebben met buurtgevoel, elkaar leren kennen, gezelligheid en samen activiteiten organiseren.

3 De G1000: meer dan een experiment?



beleidsproces. Zij worden ingeschakeld bij de uitvoering van vastgesteld beleid of gevraagd een gat te vullen dat de overheid achterlaat. De (verticale) verhouding tussen overheid en burger blijft daarmee intact. Daar staan overigens wel andere opbrengsten tegenover. Michels en De Graaf (2010) laten zien dat participerende burgers zich meer betrokken voelen bij de publieke zaak en hebben geleerd begrip op te brengen voor andere opvattingen dan die van henzelf. Bovendien wordt de legitimiteit van besluiten vergroot, zelfs als deelnemers niet zo gelukkig zijn met de uitkomst. Ervaringen over de grens zijn hiermee vergelijkbaar. Een onderzoek van Barnes et al. (2004) naar verschillende vormen van bewonersparticipatie in de steden Birmingham en Liverpool laat zien dat vrijwel altijd van invited spaces sprake is, waarin de bestaande (machts)verhouding tussen burger en overheid niet wordt veranderd. Burgers hebben daardoor nauwelijks invloed op de besluitvorming en bij sommigen leidt dat tot weerstand of zelfs vervreemding. Zij benadrukken dat juist daarom ook aan de popular space met een eigen taal en een eigen aanpak behoefte is, als cruciaal onderdeel van een gezonde (lokale) democratie.

Blakeley (2010) beargumenteert, op basis van onderzoek in onder meer Barcelona, dat er een risico is dat participatie een soort technologie wordt die de lokale overheid inzet, met een sterk instrumenteel karakter en vooral leunend op professionele expertise. Zij werpt de vraag op of deze vorm van participatie burgers niet eerder op afstand zet dan hun meer invloed geeft. De rol van politici, die in de vertegenwoordigende democratie een centrale plek innemen, wordt ingewikkeld in participatietrajecten die (deels) invited spaces zijn en waar de governance is gericht op zelfbestuur en samenwerking. Dit sluit aan bij onderzoek van Nyholm en Haveri (2009) onder Finse raadsleden, waarin wordt geconstateerd dat binnen netwerken controle en coördinatie lastig zijn, de belangen sterk uiteenlopen en de rol van de actoren (inclusief de politieke actoren) onduidelijk is. Een te nauwe betrokkenheid in het netwerk kan ook betekenen dat raadsleden te dicht op de uitvoering komen te zitten, wat hun vertegenwoordigende en controlerende rol in het gedrang kan brengen. Een vergelijkbare conclusie over hoe raadsleden zoekende zijn naar hun rol, vinden we bij Denters en Klok (2013), die met name kijken naar de verhouding tussen raadsleden en burgers.

Zij constateren dat raadsleden die al meer aan vormen van directe democratie gewend zijn, zoals een gekozen burgemeester of lokale referenda, ook meer open staan voor participatie. Ook in dit perspectief levert de G1000 een gemengd beeld op. De standaarddeelname van raadsleden en wethouders doorbreekt het principe van loting. Hun aanwezigheid wordt gerechtvaardigd met het argument dat het hele systeem aan tafel moet zitten, zodat iedereen zich eigenaar van het resultaat gaat voelen. Het is vooral goed voor de impact van de G1000 als de politici alvast iets van de resultaten meekrijgen. Deelnemen aan een G1000 in deze verhouding past niet bij elke stijl van raadslidmaatschap even goed (vgl. Tops & Zouridis, 2003). Bovendien opereren raadsleden in de praktijk binnen politieke bindingen aan het verkiezingsprogramma, de fractie waar



G1000. Ervaringen met burgertoppen

zij deel van uitmaken en eventueel coalitieafspraken. Daardoor zijn individuele raadsleden niet vrij om de uitvoering van willekeurig welke uitkomst van een G1000 vooraf te beloven. Ten slotte stelt het staatsrecht hier grenzen. Het politieke mandaat over het algemeen belang van een lokale gemeenschap ligt juridisch bij de gemeenteraad als orgaan, niet bij de inwoners.

.

D E P R A K T I J K V A N D E G   I N A M E R S F O O R T E N U D E N

In dit deel verleggen we de focus van het concept van de G1000 naar de praktijk van Amersfoort en Uden. Aan de orde komen het ontwerp en de uitvoering van de G1000, de opbrengst van de dag in de vorm van een top tien en de doorwerking van de G1000. 3.2.1

Ontwerp en uitvoering

De voorbereiding en organisatie van de G1000 was grotendeels in handen van inwoners van de betreffende gemeente. Zo werd het initiatief dat in Uden aanvankelijk door de gemeenteraad was genomen al snel door anderen overgenomen. De G1000 Uden was sterker dan Amersfoort geworteld in bestaande initiatieven. De ondersteuning vanuit het gemeentehuis was van belang, zowel voor het verkrijgen van draagvlak als voor een financieel duwtje in de rug. Vooral de rol van de driehoek burgemeester-griffier-gemeentesecretaris viel hierbij op. De boodschap die de organisatie vooraf en op de dag meegaf, was dat de G1000 de deelnemers de mogelijkheid bood direct invloed uit te oefenen (‘de politiek kan hier niet omheen’). Bovendien waren de deelnemers zelf aan zet: in Amersfoort en Uden werd een open agenda gehanteerd. Er was niet al vooraf een indeling in thema’s gemaakt (denk aan openbare ruimte, ouderenzorg, verkeer, werkgelegenheid, duurzaamheid). De G1000 in Amersfoort was, binnen een vast format met een aantal rondes, meer op dialoog gericht, waarbij pas aan het eind (in de burgerraad) gestemd moest worden om tot een top tien te komen. Uden week af van dit format, had ook een strakkere tijdsplanning en richtte zich al sneller op het presenteren en selecteren van ideeën (en dus stemmen).

Er was minder dan in Amersfoort gelegenheid voor een gezamenlijke probleemanalyse en voor een algemene verkenning van wat inwoners belangrijk vonden. Bij het stemmen over de voorstellen konden in Uden alle aanwezigen deelnemen, in Amersfoort waren dat alleen de gelote burgers. Dit idee is overigens bij de G1000 in Groningen losgelaten, daar mocht iedereen meestemmen. Aan de ene kant is er iets te zeggen voor een duidelijke scheiding tussen de gelote burgers en de overige deelnemers, als een scheiding tussen directe democratie en vertegenwoordigende democratie. Burgers zijn aan zet en de aanwezige politici luisteren en laten zich informeren. Aan de andere kant heeft dit iets kunstmatigs, zeker omdat de politici hebben meegedaan met het ontwikkelen van de voorstellen en ook van hen wordt verwacht dat

3 De G1000: meer dan een experiment?



zij hieraan in de politieke arena een vervolg gaan geven. Dit laat mooi de spanning zien tussen het consequent hanteren van een democratieconcept en de praktische vertaling die het zou moeten krijgen. 3.2.2

De opbrengst van de dag

De top tien voorstellen in Amersfoort hebben een vrij hoog abstractieniveau, mede als gevolg van de gekozen methode (zie hoofdstuk 2). In veel voorstellen ging het om verbinding tussen burgers onderling en de overheid vooral als aanjager en ondersteuner. In Uden is de top tien concreter en hier en daar meer in beleidstaal geformuleerd. Er wordt bovendien in Uden meer om (ander/nieuw) beleid gevraagd. Tegelijkertijd vragen, net als in Amersfoort, veel thema’s in Uden met name een faciliterende rol van de overheid, of kunnen ze ook zonder de overheid. Terwijl in Amersfoort de thema’s zorg en groen slechts met moeite overeind bleven tot aan de top tien, hebben zij in Uden een prominente plek. Wel zijn in beide gemeenten thema’s als economie en werkgelegenheid afwezig. Hoewel de methodiek van Uden anders was dan die van Amersfoort, tenderen ze allebei naar specifieke delen van de agenda van de overheid: duurzaamheid, zorg, openbare ruimte. Ook voor de gelote burgers is het dubbele karakter van de G1000 lastig. Onderzoek naar diverse vormen van burgerparticipatie heeft geleerd dat het cruciaal is vooraf aan de deelnemers duidelijk te maken wat zij kunnen verwachten en wat er met de uitkomsten gaat gebeuren. In de burgertop ligt de nadruk op dialoog en het vinden van gezamenlijkheid, in de burgerraad ligt de nadruk op stemmen om de tien beste ideeën te selecteren.

Weliswaar zijn er themagroepen gevormd die burgers eigen verantwoordelijkheid geven (coproductie, zelfbeheer), maar lang niet iedereen ging daaraan meedoen en de groepen zelf functioneerden zeer wisselend. Voor sommige deelnemers is het bovendien teleurstellend dat het idee waar zij de hele dag aan hebben gewerkt geen vervolg krijgt, omdat dat niet de top tien heeft gehaald. Hoe ziet aldus de balans eruit tussen zelf aan de slag gaan en wensen formuleren voor de lokale overheid? Deze vraag geldt het sterkste voor Amersfoort, waar deelname van politici belangrijk werd gevonden, omdat zij daardoor mede-eigenaar zouden worden van de resultaten en daarmee samen met burgers aan de slag zouden gaan. Daar waar een rol voor de overheid was weggelegd, was het de bedoeling een politiek feit te creëren waar de lokale politiek niet omheen zou kunnen. In Uden zien we dat de thema’s dichter tegen de beleidsagenda van de gemeente aan lagen. Tegelijkertijd werd in de framing het idee dat de gemeente ‘er iets mee moest’ of ‘er niet omheen kon’ steeds meer gerelativeerd. 3.2.3

De positionering van de G1000

Zowel in Amersfoort als Uden hebben deelnemers zich in groepen verbonden aan een van de tien thema’s. In beide gemeenten geeft dat een wisselend beeld: een aantal



G1000. Ervaringen met burgertoppen

groepen is niet van de grond gekomen, enkele zijn vanwege inhoudelijke overlap samengevoegd en andere groepen zijn behoorlijk actief. Veel groepen zoeken naar hun rol, naar hoe ze het enthousiasme (en de mensen) vast kunnen houden en naar wat het concrete resultaat zou moeten zijn. De politici zijn noch in Uden, noch in Amersfoort ruim vertegenwoordigd in de themagroepen. De algemene houding van de gemeenteraad is dat het prima is dat een G1000 is gehouden, maar die moet vooral iets van de burgers blijven: de politiek past enige afstand. Er wordt gevreesd dat een G1000 anders te politiek wordt en institutionaliseert. Deze nadruk op het burgertop-aspect verklaart mogelijk ook waarom de thema’s van de G1000 nauwelijks zijn terug te vinden op de agenda’s van raad en college en slechts met moeite zijn terug te vinden in een aantal beleidsdocumenten. Steeds meer wordt de G1000 één van de burgerinitiatieven die in een gemeente plaatsvinden. De G1000 wordt niet als concurrent of als bedreigend ervaren door de raadsleden, wel is het omgaan met initiatieven als de G1000 met name voor de Udense raadsleden erg wennen. De spanning ontstaat daar waar een claim op de politiek wordt gelegd om de uitkomsten van de G1000 als een opdracht te beschouwen, met een eigen legitimatie. Er is grote terughoudendheid de G1000 een aparte status te geven.

Het initiatief moet dan wel bij de raad liggen en het moet worden ingepast in de bestaande structuur van commissievergaderingen en raadsvergaderingen. Een (gelote) burgerraad naast de gemeenteraad kan rekenen op sceptische geluiden, hoewel er partijen zijn die hier meer voor open staan. Aan de ene kant komt dit sceptische geluid van raadsleden die benadrukken dat zij de gekozen volksvertegenwoordigers zijn en een G1000 daarvoor niet in de plaats kan komen: ‘Hebben we straks nog wat te zeggen?’ Aan de andere kant wordt dit benoemd door raadsleden die een andere verhouding tussen overheid en samenleving belangrijk vinden, maar de G1000 daarvoor maar één van de vele manieren vinden.

.

DISCUSSIE EN AANBEVELINGEN

Op basis van de verkenning van de literatuur en de reflectie op de praktijk van de G1000 in Amersfoort en Uden formuleren we een aantal discussiepunten. Vervolgens geven we een aantal richtingen aan waarin de G1000 zich verder kan ontwikkelen, geënt op het idee van een burgertop of juist van een burgerraad. 3.3.1

Nog geen andere democratie

Is de G1000 nu een volgend station op de weg naar de andere democratie, zoals het motto van het Platform belooft? Hier zien we allereerst een verschil tussen de hooggestemde ambities van Amersfoort en de wat nuchterder aanpak van Uden. De

3 De G1000: meer dan een experiment?



verbinding met de bestaande democratische structuren was sterk in Uden en op de dag zelf stonden kiezen en stemmen centraal. In tegenstelling tot Amersfoort werd er maar weinig geïnvesteerd in de common ground. Het neerzetten van ideeën en proberen anderen van het nut daarvan te overtuigen kreeg al snel de overhand. In Amersfoort werd meer tijd genomen om de dialoog aan te gaan en te zoeken naar wat deelnemers verbond. In beide G1000’en zien we elementen van directe democratie: zeggenschap en eigenaarschap voor burgers, die bovendien niet door verkiezingen maar door loting of zelfselectie hebben kunnen deelnemen. Vooral Amersfoort heeft daarnaast nadrukkelijk gekozen voor consensusdemocratie (gemeenschappelijkheid, overeenstemming), waar het in Uden al snel naar kiezersdemocratie (concurrentie, competitie) tendeerde. 3.3.2

De popular space raakt geïnstitutionaliseerd

In de voorbereiding van de G1000 kiezen de meeste raadsleden voor een rol op afstand. De kerngroep bestaat vooral uit burgers en daarmee heeft de voorbereiding van de G1000 elementen van een popular space in zich, waar bovendien voor deze specifieke gelegenheid spelregels worden gemaakt. Tegelijkertijd zien we dat de lijntjes met het gemeentehuis kort zijn, door de betrokkenheid van griffier, burgemeester en gemeentesecretaris. Er komt bovendien financiële ondersteuning voor de organisatie van de G1000. Zo is de G1000 maar ten dele als een initiatief van onderop of als een popular space te beschouwen; dat zou immers een hogere mate van eigen invulling, een nog sterker bottom-up karakter en grotere afstand tot de politiek veronderstellen. De top tien zit met name in Uden dicht tegen de beleidsagenda aan, wat mogelijk het gevolg is van het invited space-karakter dat de G1000 onmiskenbaar ook had. Een ander aspect dat hierop wijst, is de nadruk op het naar voren brengen van ideeën en het stemmen over voorstellen, vergelijkbaar met de spelregels die in de lokale politieke arena gelden. In Amersfoort is het beter gelukt het popular space-karakter te bewaren, met name door het format en de ‘dromen-denken-doen’-methode om tot thema’s en voorstellen te komen.

Wel bestaat in beide gemeenten het risico dat de G1000 gaat institutionaliseren en daarmee meer en meer op een invited space gaat lijken. 3.3.3

De overheid trekt zich terug, maar blijft nodig

In lijn met de beschreven trend van een terugtrekkende overheid zien we bij een aantal voorstellen uit de top tien een bescheiden rol voor de overheid weggelegd: wat stimuleren of faciliteren, wellicht enig budget, maar daar blijft het ook bij. Het gaat dan ook om onderwerpen die burgers prima met elkaar kunnen regelen en waar de overheid niet per se voor nodig is (sommige zijn vooral op onderlinge samenhang



G1000. Ervaringen met burgertoppen

gericht en in die zin nooit een overheidstaak geweest) of onderwerpen die met name procesmatig iets van de gemeente vragen. Meer dan in Amersfoort kent de top tien van Uden echter diverse voorstellen die een actieve, beleidsmakende rol van de overheid veronderstellen. Voor zover er discussie is over de kerntaken van de overheid en een nieuwe balans tussen wat je van de overheid vraagt en wat je als maatschappij zelf organiseert, is daarvan weinig terug te zien in de opgestelde agenda’s. De onderwerpen zijn daarvoor aan de ene kant te abstract, aan de andere kant dekken ze lang niet alle beleidsterreinen waar de lokale overheid voor verantwoordelijk is. De dubbelheid van burgertop en burgerraad laat bovendien de vraag in het midden wie nu precies aan zet is om uitvoering aan de top tien te geven. 3.3.4

De lokale politiek verandert nauwelijks mee

De verwarring waarmee raadsleden te maken hebben als gevolg van de doorgaande worsteling met hun rol in het duale stelsel en de toegenomen taken en verantwoordelijkheden door de decentralisatie, zien we terug in hun houding tegenover de G1000. Aan de ene kant wordt de G1000 verwelkomd en schikken raadsleden zich in hun rol als gewone deelnemer aan een G1000, die zich met name door medeburgers wil laten informeren en inspireren. Aan de andere kant benadrukken zij dat het uiteindelijke mandaat om besluiten te nemen nog wel bij de gemeenteraad als democratisch gekozen orgaan ligt. Hoe meer de G1000 zich in de richting van een burgerraad ontwikkelt en daarmee als alternatief forum met een eigen legitimiteit, des te terughoudender zijn de raadsleden. Het commitment aan de onderwerpen van de top tien is bij raadsleden weinig uit de verf gekomen: slechts een enkeling is betrokken bij de follow-up van de G1000. Bovendien plaatsen zij zich weer in een klassieke positie ten opzichte van de inwoners: die moeten maar bij de gemeenteraad langskomen om te vertellen wat de voortgang is van de verschillende themagroepen. College en raad wijden sympathieke woorden aan het proces en de resultaten van de G1000, maar gaan weer over tot de politieke orde van de dag. Er is weinig moeite gedaan om de resultaten van de G1000 te vertalen naar de politieke agenda.

Al met al is het staatsrechtelijke primaat van de gemeenteraad daarmee zowel in de opzet als in de praktijk van de G1000 niet in het geding geweest. Vanuit de lokale politiek wordt de burgertop toegejuicht, terwijl de burgerraad in potentie grotere consequenties heeft. De burgertop sluit immers aan bij de roep die politiek van links tot rechts klinkt om meer verantwoordelijkheid bij de samenleving te leggen en eigen initiatief te bevorderen. Bovendien gaat het voor een belangrijk deel om onderwerpen die niet de kerntaken van de (lokale) overheid raken, dan wel een welkome aanvulling zijn waar de gemeente mede door bezuinigingen minder kan

3 De G1000: meer dan een experiment?



doen. De burgerraad is veel meer concurrerend voor de bestaande instituties van de vertegenwoordigende democratie. 3.3.5

Hoe verder?

De ervaringen en de analyse van de politieke aansluiting in Amersfoort en Uden werpen een aantal vragen op over de verdere ontwikkeling van de G1000. Het bevorderen van betrokkenheid en het zelf aan de slag gaan, is lastig te verenigen met het komen tot voorstellen en uitspraken die sturend moeten zijn voor het handelen van de lokale politiek. Door de vraagstelling – wat vind jij belangrijk, wat is daarvoor nodig en wat kan jij daaraan doen? – worden deelnemers met name op het eerste spoor gezet, terwijl het idee dat de politiek er iets mee moet boven de markt blijft hangen. Daarnaast vragen we ons af hoe effectief het principe van ‘het hele systeem in de zaal’ is voor het realiseren van politieke invloed. De deelname van raadsleden in Amersfoort en in Uden heeft althans geen aanwijsbare politiek-inhoudelijke effecten op de beleidsagenda gehad. Het commitment onder de raadsleden is kennelijk niet zo sterk dat zij als vanzelf G1000-resultaten gaan implementeren. Evenmin creëert een G1000 zoveel maatschappelijke verwachting dat een gemeenteraad de facto geen andere keuze heeft dan de resultaten ervan over te nemen. Een en ander brengt ons tot de volgende denkrichtingen voor het verder ontwikkelen van de G1000: 1. Het idee van aansluiting bij de beleidsagenda en invloed op de lokale politiek loslaten.

Dit betekent dat een G1000 een echte burgertop wordt, waarin vooropstaat wat inwoners belangrijk vinden voor de stad of buurt én dat zij zelf met de uitkomsten aan de slag gaan. De methode van dromen-denken-doen is hier bij uitstek voor geschikt, omdat die deelnemers op het spoor zet van wat hen bindt en laat nadenken over wat zij zelf aan de realisatie van hun ideeën kunnen bijdragen. De uitdaging is dan het enthousiasme en de energie op lange termijn vast te houden en het vervolg goed te faciliteren. Open agenda? Voor een burgertop is het essentieel dat de deelnemers zelf de agenda bepalen, geen thema’s vooraf definiëren. Loting? Kan, hoeft niet. Wanneer het wordt gebruikt, dan is het vooral bedoeld om diversiteit aan deelnemers en ideeën te krijgen. Politici en ambtenaren? Alleen in de rol van burger, meedenken over ideeën en zelf bijdragen. Wanneer wordt gekozen voor loting, is hun deelname niet vooraf gegarandeerd. 2. Geheel inzetten op beïnvloeden van de politiek en het karakter van de burgerraad benadrukken. Dit betekent dat de G1000 zich nadrukkelijk moet verhouden tot de onderwerpen die op de lokale beleidsagenda staan. De G1000 stuurt dan de politieke agenda bij en formuleert nieuwe of andere prioriteiten. De methode



G1000. Ervaringen met burgertoppen

van dromen-denken-doen is hiervoor minder geschikt; wel is het van belang een vorm van deliberatie te kiezen en niet de debatarena van de gemeenteraad te kopiëren. De uitdaging is om de politieke doorwerking te borgen: dit kan bijvoorbeeld door een referendum te houden over de uitkomsten van een G1000 en zo het politieke gewicht te versterken. Open agenda? Voor een burgerraad is aansluiting op het lokale beleid essentieel en zal vooraf een aantal thema’s moeten worden vastgesteld. Loting? Ja. De burgerraad ontleent zijn legitimiteit onder andere aan het gegeven dat hij via een andere methode dan verkiezingen is samengesteld. Dit geeft een stevige positie ten opzichte van de gekozen volksvertegenwoordiging. Politici en ambtenaren? In elk geval niet als deelnemer, zij hebben immers hun eigen plek in de bestaande institutionele structuur. Wel zouden ze een rol als toehoorder kunnen krijgen, om inzicht te krijgen in de achtergrond van de gemaakte keuzes in de burgerraad. Tot nu toe is het bij de G1000 telkens gegaan om een eenmalige bijeenkomst, met uitzondering van Kruiskamp. Wanneer we het spoor volgen van Van Reybrouck (Van Reybrouck, 2013) en diverse andere auteurs, dan zou het voor de hand liggen om voor een G1000 in meerdere bijeenkomsten te kiezen, zeker in de variant als burgerraad.

Dit helpt om inhoudelijk meer de diepte in te gaan, langdurig commitment te verkrijgen en een sterker politiek gewicht te ontwikkelen. Bij de G1000 als burgertop, die meer een doe-democratisch karakter heeft, is dit minder nodig, behalve voor de follow-up van de groepen die met de gekozen thema’s aan de slag gaan. Het is daarom niet verwonderlijk dat tot nu is gekozen voor een hybride vorm die burgerraad en burgertop in zich heeft. Echter, zowel met het oog op de verwachtingen van de deelnemers als de mogelijke politieke doorwerking is een keuze voor een van de twee varianten geboden. Dit leidt tot een wat paradoxale slotsom. De ambities van de G1000 om het bestaande politieke systeem te beïnvloeden en tegelijkertijd democratische vernieuwing te realiseren zijn lastig te verenigen. Ligt de nadruk op het laatste, met loting, een open agenda en burgers aan zet, dan is de top tien die hieruit resulteert onvoldoende sturend voor de lokale politiek en leggen raadsleden de claim op politieke invloed eenvoudig naast zich neer. Deze vorm levert wel de meeste energie op en realiseert daadwerkelijk het politieke buiten de vaste kaders van college en raad. De G1000 als burgertop brengt de leefwereld in stelling om het gesprek over de publieke zaak aan te gaan.

Wanneer politieke invloed wordt nagestreefd, dan begint de G1000 meer op een institutional space te lijken en komen de spelregels van de politieke arena (aggregeren, stemmen) al snel op de voorgrond. Het is nog wel de vraag hoe een eventuele politieke claim van een G1000 in het bestaande staatsrechtelijke systeem kan worden ingepast. Het huidige stelsel van evenredige vertegenwoordiging via een lijstenstelsel is ingevoerd om via verkiezingen politieke ideologie te representeren. Dan ligt het

3 De G1000: meer dan een experiment?



niet voor de hand dat raadsleden daags na de verkiezingen de inhoud van het coalitieakkoord uitbesteden of delen met 1000 gelote burgers. Mogelijk is de burgerraad beter op zijn plek waar het staatsrecht nu rekent op politieke partijen: bij de ontwikkeling van de plannen voor de verkiezingen.

LITERATUUR Barnes, M., H. Sullivan, A. Knops & J. Newman (2004). Power, participation and political renewal: issues from a study of public participation in two English cities. International Development Studies Bulletin, 35(2), 58-66. Binnema, H. (2014). Terugtrekken of opzij stappen. Beleidsadviezen over minder overheid en meer samenleving. Bestuurskunde, 23(3), 47-55. Blakeley, G. (2010). Governing ourselves: Citizen participation and governance in Barcelona and Manchester. International Journal of Urban and Regional Research, 34 (1), 130-145. Cornwall, A. (2004). Introduction: New democratic spaces? The politics and dynamics of institutionalised participation. International Development Studies Bulletin, 35(2), 1-10. Denters, B. & P.-J. Klok (2013). Citizen democracy and the responsiveness of councillors: The effects of democratic institutionalisation on the role orientations and role behaviour of councillors. Local Government Studies, 39(5), 661-680. Edelenbos, J. & R. Monnikhof (2001). Lokale interactieve beleidsvorming. Utrecht: Lemma. Ercan, S.A. & C.M. Hendriks (2013). The democratic challenges and potential of localism: insights from deliberative democracy. Policy Studies, 34(4), 422-440. Hendriks, F. (2006). Vitale democratie. Theorie van democratie in actie. Amsterdam: Amsterdam University Press. Koch, P. (2013).

Bringing power back in: Collective and distributive forms of power in public participation. Urban Studies, 50(14), 2976-2992. Michels, A. (2012). Citizen participation in local policy making: design and democracy. International Journal of Public Administration, 35(4), 285-292. Michels, A. & L. de Graaf (2010). Examining citizen participation: local participatory policy making and democracy. Local Government Studies, 36(4), 477-491. Nyholm, I. & A. Haveri (2009). Between government and governance – Local solutions for reconciling representative government and network governance. Local Government Studies, 35(1), 109-124. Tops, P. & S. Zouridis (2003). De binnenkant van de politiek. Amsterdam: Atlas. Van Reybrouck, D. (2013). Tegen Verkiezingen. Amsterdam: De Bezige Bij.

DE REALISATIE VAN DEMOCRATISCHE WAARDEN

Ank Michels en Harmen Binnema

INLEIDING De vraag die in dit hoofdstuk centraal staat, is wat de democratische kwaliteit is van de burgertoppen, dat wil zeggen: in hoeverre realiseren zij democratische waarden zoals invloed, deliberatie, burgerschap en legitimiteit? De vijf onderzochte burgertoppen zijn in een aantal opzichten vergelijkbaar. Overal zijn burgers uitgenodigd om ideeën uit te werken over de toekomst van hun stad of wijk, de burgertop wordt gehouden op een fysieke locatie en de bijeenkomst verloopt volgens een vooraf vastgesteld programma. Maar daarnaast zijn er ook belangrijke verschillen in het ontwerp van de burgertoppen. Die verschillen hebben bijvoorbeeld betrekking op de selectie van de deelnemers, de betrokkenheid van het college van B&W en de gemeenteraad en de wijze van communicatie tijdens de bijeenkomst. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd. Eerst introduceren we een analysekader om de verwezenlijking van democratische waarden te evalueren. Vervolgens bespreken we voor elk van de onderzochte burgertoppen in hoeverre deze democratische waarden zijn gerealiseerd. Daarbij gaan we ook steeds in op de relevante kenmerken van het ontwerp van elke burgertop. We sluiten af met een aantal ideeën en suggesties om de bijdrage van de G1000 of burgertop aan de democratie te versterken.

.

EEN ANALYSEKADER VOOR DE EVALUATIE VAN DE VERWEZENLIJKING VAN DEMOCRATISCHE WAARDEN

Een burgertop is een van de vele vormen van burgerparticipatie. In de afgelopen decennia zijn er verschillende normatieve benaderingen ontwikkeld die het belang van burgerparticipatie voor de kwaliteit van de democratie onderstrepen. Zo wordt in participatieve democratietheorieën gesteld dat het afstaan van besluitvormingsmacht aan volksvertegenwoordigers ertoe heeft geleid dat burgers zich vervreemd voelen van de politiek. Deze theoretici beschouwen burgerparticipatie als de kern van democratie (Pateman, 1970; Barber, 1984). Participatie geeft, volgens deze theoretische stroming, burgers zeggenschap in de besluitvorming en daarmee invloed op het besluitvormingsproces. Daarnaast heeft participatie verschillende andere functies



G1000. Ervaringen met burgertoppen

in een democratie. Zo heeft participatie een educatieve functie: burgers vergroten hun burgerschapsvaardigheden en dat maakt hen vaardiger als ze deelnemen aan besluitvormingsprocessen. Ook heeft participatie een integratiefunctie. Daarmee wordt bedoeld dat door te participeren burgers zich meer publieke burgers gaan voelen en zich meer betrokken voelen bij de gemeenschap en de publieke zaak. Dat kan ertoe bijdragen dat ze zich meer verantwoordelijk voelen voor politieke besluiten. Tot slot draagt participatieve democratie bij aan een grotere legitimiteit van beslissingen. Participatie vervult immers een belangrijke functie in het maken van regels die voor iedereen acceptabel zijn. In aanvulling hierop wordt door theoretici van de deliberatieve democratie gesteld dat de essentie van democratische legitimiteit is gelegen in het feit dat mensen die geraakt worden door een besluit ook betrokken worden in het overleg over dat besluit (Dryzek & List, 2003; Gastil & Levine, 2005). Overleg en uitwisseling van argumenten (deliberatie), en dus niet het tellen van stemmen, zijn volgens deze theoretici de essentiële mechanismen voor politieke besluitvorming (Gutmann & Thompson, 2004; Fishkin & Laslett, 2002; Elster, 1998). Onder theoretici bestaat verschil van mening over de plek waar deliberatie plaats zou moeten vinden.

Verschillende fora worden genoemd, variërend van deskundigenfora tot burgerpanels (Fishkin & Laslett, 2002). Maar alle theoretici zijn het erover eens dat deliberatie betekent dat discussie en uitwisseling van argumenten waarbij individuen hun opvattingen uiteenzetten en rechtvaardigen, gepaard gaan met de bereidheid om ook van opvatting te veranderen. Een deliberatief proces houdt per definitie in dat bovendien sprake is van gelijkheid, de deelname van verschillende belangen en achtergronden van mensen, en wederzijds respect. Deliberatieve democratietheorieën stellen dat deliberatie leidt tot rationele collectieve uitkomsten. En, omdat ieder individu een gelijke stem heeft en over de mogelijkheid beschikt om de anderen te overtuigen, geeft dat de kans aan minderheden en aan individuen om zich te laten horen. Daar komt bij dat theoretici van de deliberatieve school ervan overtuigd zijn dat deliberatie bijdraagt aan de legitimiteit van beslissingen (Hendriks et al., 2007). Samenvattend, burgerparticipatie realiseert in de visie van deze theoretici bepaalde democratische waarden. Hoewel elke benadering weer andere accenten legt, kunnen we een aantal democratische waarden onderscheiden (voor een nadere uitwerking hiervan, zie Smith, 2009; Michels, 2011a, 2011b; Michels & De Graaf, 2010). Burgerparticipatie: • geeft individuele burgers een stem in het beleidsproces.

Insluiting heeft betrekking op de mate waarin burgers uit diverse sociale groepen participeren en er geen sprake is van de uitsluiting van bepaalde groepen; • geeft burgers zeggenschap in besluitvorming (invloed). Dit betreft de invloed die deelnemers hebben op de verschillende fasen van het besluitvormingsproces; • leidt tot rationele beslissingen op basis van uitwisseling van argumenten (deliberatie). Deliberatie heeft betrekking op dialoog tussen deelnemers en de uitwisseling van argumenten op basis van gelijkheid en wederzijds respect;



4 De realisatie van democratische waarden

• leidt tot meer democratische vaardigheden en meer betrokkenheid bij en verantwoordelijkheid voor de gemeenschap, en stimuleert zo democratisch burgerschap; • draagt bij aan een transparante besluitvorming. Dit heeft betrekking op het verloop van het proces; begrijpen deelnemers wat de kaders zijn van het proces, hoe bijvoorbeeld thema’s zijn gekozen, wie de organisator is en wat er met de output gebeurt; • vergroot de legitimiteit van beslissingen. Legitimiteit heeft betrekking op de steun van de deelnemers voor het proces en de uitkomsten van het proces. Tabel 4.1 laat per democratische waarde zien welke evaluatievraag en daarbij behorende thema’s aan de orde komen. Dit analysekader maakt vergelijking tussen de G1000’en en burgertoppen mogelijk. Tabel 4.1

Democratische waarden en thema’s

Democratische waarden

Evaluatievragen

Thema’s

Insluiting

Hoe divers is de deelnemersgroep?

Selectie en diversiteit

Invloed

Wat gebeurt er met de input en ideeën van

Doorwerking in agendavorming en beleid

Deliberatie

deelnemers? In hoeverre is er sprake van dialoog tussen

Kwaliteit gesprekken, dialoog en uitwisseling van

deelnemers?

argumenten

Burgerschap

Leidt het tot betere democratische burgers?

Betrokkenheid, verantwoordelijkheid en initiatief

Transparantie

Is duidelijk wat deelnemers kunnen

Inzicht in verloop proces

Legitimiteit

Steunen deelnemers het proces en de uitkomst? Steun proces en uitkomst

verwachten?

.

DE REALISATIE VAN DEMOCRATISCHE WAARDEN

De bevindingen waarover we hier rapporteren, gaan over de G1000’en in Amersfoort, Uden, Kruiskamp en Groningen en over de Burgertop Amsterdam. 4.2.1

Insluiting

De toepassing van verschillende selectiemethoden en de diversiteit van de deelnemersgroep is het onderwerp van hoofdstuk 5. Hierna geven we alleen een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Selectie In Amersfoort en Groningen is geloot onder alle inwoners van de stad. Ook in de wijk Kruiskamp in de gemeente Amersfoort is geselecteerd op basis van loting. Toen dit maar een beperkt aantal aanmeldingen opleverde, is overgegaan tot flyeren, nogmaals nieuwe brieven sturen, contacten via sleutelfiguren en op straat mensen aanspreken.



G1000. Ervaringen met burgertoppen

In Uden en Amsterdam is niet geloot, maar kon iedereen deelnemen na een open uitnodiging aan alle bewoners. Wel zijn er in Amsterdam zogeheten ambassadeurs ingezet. Deze ambassadeurs, die een groot aantal organisaties vertegenwoordigden, hebben gericht via hun netwerk mensen benaderd. Diversiteit Of nu gekozen wordt voor loting of voor een open uitnodiging, voor de diversiteit van de groep deelnemers maakt het weinig uit. De typische deelnemer aan alle onderzochte burgertoppen is geboren en getogen in Nederland, ouder dan 50 jaar en heeft een hbo- of academische opleiding. Bij alle onderzochte toppen zijn er meer ouderen en meer hoogopgeleiden aanwezig dan op basis van de verdeling in de gemeente zou worden verwacht. Bovendien was het percentage deelnemers met een niet-westerse achtergrond in Amsterdam en Kruiskamp opvallend lager dan in de gemeente respectievelijk de wijk. 4.2.2

Invloed

Initiatief Het initiatief voor de G1000 of burgertop ging, met uitzondering van Uden, in alle gevallen uit van een groep burgers. In Amersfoort kwam het initiatief voor de G1000 van een groep enthousiaste burgers die zich door Van Reybrouck hadden laten inspireren. Hoewel er de nodige contacten waren met zowel politici als ambtenaren en de gemeente de G1000 financieel faciliteerde, kunnen we zeggen dat de G1000 bottom-up door burgers is georganiseerd. De G1000 in Kruiskamp was een uitvloeisel van de G1000 Amersfoort, waar als een van de tien thema’s de WijkG1000 werd vastgesteld. Deze G1000 was nadrukkelijk op de eigen wijk gericht en niet op de gemeenteraad. Wel zijn er raadsleden aanwezig geweest bij één of meer bijeenkomsten tussen oktober 2014 en januari 2015. Het initiatief voor de burgertop in Amsterdam kwam van een groep burgers die zich onder meer zorgen maakten over de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen. De burgemeester en de raadsleden werden geïnformeerd over de burgertop en spraken hun waardering uit, maar er was geen ondersteuning vanuit de gemeente. Ook in Groningen kwam het initiatief van een groep burgers. Onder hen bevond zich één D66-raadslid, maar zij deed dit in de rol van burger en niet van raadslid. Twee wethouders ondersteunden het initiatief door als ambassadeur van de G1000 Groningen op te treden.

Alleen in Uden ontstond het idee om een G1000 te organiseren tijdens een conferentie van de net gekozen gemeenteraad. Diverse raadsleden bleven ook betrokken bij de

4 De realisatie van democratische waarden



organisatie, die overigens wel voor het grootste deel uit burgers bestond en aansluiting vond bij een eerder gehouden participatietraject, Udenaar de Toekomst. Invloed De burgertoppen kunnen op verschillende manieren invloed hebben op politiek en beleid. In de meest directe variant worden de voorstellen uit een burgertop door de gemeenteraad op de agenda gezet en onderdeel van politieke besluitvorming. Daarnaast kan de invloed ook minder direct zijn, bijvoorbeeld als er naar aanleiding van de burgertop meer bereidheid ontstaat burgers te betrekken en nieuwe vormen van burgerparticipatie te introduceren. De conclusie van ons onderzoek is dat de resultaten van de burgertoppen niet expliciet op de agenda van de raad zijn gekomen of rechtstreeks zijn vertaald in lokaal beleid. Wel is de lokale politiek enthousiaster geraakt over het betrekken van burgers op een G1000-achtige manier (zie ook hoofdstuk 2). De G1000 in Amersfoort leverde aan het eind van de dag een top tien op van thema’s voor de stad. Hoewel de burgemeester deze in ontvangst heeft genomen, is de top tien niet gepresenteerd als een ‘wensenlijstje’ voor de gemeenteraad (of voor het college), maar als een agenda waarmee de Amersfoorters zelf iets moeten gaan doen. Omdat de top tien tamelijk abstract geformuleerde thema’s bevat, is lastig vast te stellen of de G1000 invloed heeft gehad.

Bij een aantal onderwerpen bleek dat die voor een belangrijk deel al onderdeel waren van het bestaande beleid van de gemeente. In Amersfoort zijn er plannen voor een gelote burgerraad die dichter op het werk van de gemeenteraad zal gaan opereren en voor een tweede G1000 in 2016. In Groningen leverde de dag een top tien van ideeën op die voor een deel een beroep doen op beleid van de gemeente. De top tien is niet aangeboden aan de gemeente. Wel hebben twee wethouders het initiatief voor de G1000 ondersteund en waren de burgemeester, ambtenaren en enkele raadsleden bij de G1000 aanwezig. De organisatie van de G1000 zoekt naar manieren om een verbinding met de gemeente tot stand te brengen door ambtenaren te betrekken bij de ontwikkeling van initiatieven en in gesprek te gaan met de gemeenteraad over de ideeën van de G1000. De moeizame verbinding met de politiek zien we ook in Amsterdam. Hier is zowel voorafgaand aan de burgertop als na afloop door de organisatie ingesproken bij de raadscommissie en een van de wethouders heeft de ideeën van de burgertop in ontvangst genomen. In tegenstelling tot de G1000’en is er geen top tien uitgekomen, maar een verzameling van bijna 60 ideeën. In een aantal gevallen vragen die ideeën ondersteuning of beleid van de gemeente, maar het is onduidelijk hoe deze verbinding tot stand moet komen.

Er zijn geen afspraken met de raad of het college over een vervolg en er zijn nog geen onderwerpen uit de burgertop op de raadsagenda gekomen. Wel zijn er gesprekken geweest met bijna alle bestuurscommissies in de stadsdelen.



G1000. Ervaringen met burgertoppen

De ideeën die uit de G1000 in Kruiskamp naar voren zijn gekomen, zijn vooral bedoeld als een agenda waarmee de bewoners zelf aan de slag gaan. Het idee van een G1000 op wijkniveau lijkt navolging te krijgen in andere wijken in Amersfoort. In Uden, waar het initiatief van de gemeenteraad kwam, zijn de ideeën die uit de G1000 kwamen concreter geformuleerd; een aantal thema’s beoogt bovendien directe invloed op het beleid. Desondanks is ook in Uden geen onderwerp vanuit de G1000 op de raadsagenda gekomen. Sommige thema’s stonden al op de agenda of sluiten nauw aan bij de agenda van de gemeente en er lijkt bereidheid bij de raad om bij nieuw beleid vaker burgers te raadplegen. 4.2.3

Deliberatie

Aan tafel Op het eerste gezicht is de setting bij alle onderzochte G1000’en dezelfde: mensen zitten aan tafels en praten met elkaar over ideeën voor de toekomst van hun wijk of gemeente. In de wijze waarop het proces van de G1000’en vorm heeft gekregen, zien we echter ook verschillen. De G1000’en in Amersfoort en Groningen kenden een sterk vergelijkbare opzet. De G1000 in Amersfoort vond plaats op 22 maart 2014 en die in Groningen op 6 juni 2015. Beide G1000’en duurden één dag. De bijeenkomst startte met de volgende vragen aan de deelnemers: wat vind jij belangrijk in Amersfoort/Groningen voor de komende vier jaar? En wat moet daarvoor gebeuren? Deze vragen werden aan alle tafels besproken in wisselende combinaties van deelnemers. De antwoorden van alle deelnemers werden verzameld en de onderwerpen die het meest genoemd waren, bepaalden de agenda van de middag (website G1000 Amersfoort). In de middag gingen deelnemers uiteen in kleine groepen; iedere groep ging aan de slag om het door hen gekozen thema verder uit te werken. De deelnemers bepaalden dus zelf de agenda. Uiteindelijk stemden alle aanwezigen over de uitgewerkte projecten en kwam een top tien tot stand. Ook de G1000 in Uden op 4 oktober 2014 duurde één dag. Maar hier was brainstormen over ideeën en stemmen belangrijker dan het gesprek.

De bijeenkomst startte met de vraag: welke ideeën wilt u inbrengen voor de toekomst van Uden? Daarna werd de lange lijst van ideeën ingekort door middel van handopsteken per tafel. In de volgende ronde werden de ideeën van verschillende tafels bijeengebracht en moest er opnieuw gestemd worden, deze keer door middel van het plakken van stickers. Uiteindelijk leidde het hele proces van brainstormen over ideeën en vervolgens samenvoegen van ideeën en daarover stemmen tot 10 initiatieven voor Uden (Handout dagprogramma G1000 Uden; website G1000 Uden). Aan het einde van de dag konden deelnemers zich opgeven om één of meer initiatieven verder uit te werken.



4 De realisatie van democratische waarden

Weer een andere variant is gekozen bij de burgertop in Amsterdam, die plaatsvond op 6 juni 2015 en eveneens één dag duurde. Op de burgertop werd gesproken over onderwerpen die door de deelnemers zelf waren aangedragen toen zij zich via de website aanmeldden. Dit leidde tot 35 thema’s met bijbehorende tafels. De deelnemers vonden bij binnenkomst een overzicht van de thema’s en kozen het definitieve onderwerp waarover ze die dag wilden praten pas op de burgertop zelf. Ze gingen aan die tafel zitten en bleven in veel gevallen de rest van de dag aan dezelfde tafel. De opdracht voor de ochtend was om een ‘uitdagende vraag’ te formuleren bij het thema (Burgertop Amsterdam 2015). In de middag werden in twee rondes eerst oplossingen bij deze vraag bedacht en vervolgens in concrete ideeën uitgewerkt. Dit waren er in totaal 57. De G1000 in Kruiskamp, tot slot, hanteerde inhoudelijk dezelfde methodiek als Amersfoort en Groningen. Afwijkend is dat deze G1000 verspreid was over vijf bijeenkomsten, waarvan de eerste was op 15 oktober 2014 en de slotbijeenkomst op 16 en 17 januari 2015. Nadat tijdens de eerste bijeenkomst de thema’s waren bepaald, zijn deze in drie werkgroepavonden verder uitgewerkt, waarbij in de eerste bijeenkomst ‘dromen’ centraal stond, in de tweede ‘denken’ en in de derde ‘doen’.

Op de slotbijeenkomst werd de uitwerking van de voorstellen gepresenteerd, werden keuzes gemaakt en werd een begin gemaakt met een plan van aanpak voor de uitwerking. Waardering van de gesprekken Wat vonden de deelnemers zelf van de kwaliteit van de gesprekken? In de surveys die zijn gehouden kort na de G1000’en is hierover een aantal vragen gesteld:1 • In hoeverre voelde u zich aan uw tafel vrij om te zeggen wat u wilde? • In hoeverre voelde u zich aan uw tafel gehoord door uw gesprekspartners? • Hadden uw gesprekspartners een constructieve bijdrage aan de dialoog? Tabel 4.2 laat zien hoe de respondenten verschillende aspecten van de gesprekken aan tafel waarderen. Daarnaast is in de survey de vraag gesteld welke trefwoorden men bij het gesprek vond passen. Tabel 4.2 Waardering kwaliteit gesprekken (percentage dat een positief tot zeer positief antwoord geeft)2 Amersfoort

Uden

Kruiskamp

Amsterdam

Groningen

Vrij om te zeggen

81,5

82,5

71,4

88,9

83,9

Voelt zich gehoord

72,6

60

42,8

82,2

72,3

Constructieve bijdrage anderen

n.b.

57,5

42,8

82,2

59,8

1. De surveys zijn afgenomen en technisch ondersteund door bureau MarketRespons (www.marketrespons.nl). De respons varieert tussen de 16 en 35 procent en ligt gemiddeld op iets meer dan 26 procent. 2. Respondenten kunnen via een schuif een antwoord geven, waarbij het beginpunt staat voor bijvoorbeeld ‘voel mij helemaal niet gehoord’ en het eindpunt voor ‘heel erg gehoord’. In de figuur zijn de



G1000. Ervaringen met burgertoppen

De waardering van de gesprekken is over het algemeen hoog. Deelnemers voelen zich vrij om te zeggen wat ze willen. In Amersfoort, Amsterdam en Groningen voelen deelnemers zich ook gehoord. In Amersfoort kwalificeren de respondenten het groepsgesprek vooral als constructief, inspirerend en gelijkwaardig. De gesprekken in Groningen worden door de deelnemers omschreven als constructief, ontspannen en inspirerend. En in Amsterdam worden de gesprekken omschreven als ontspannen en inspirerend. Opvallend is dat men in Amsterdam van alle G1000’en het meest positief over de bijdragen van anderen is. De waardering van de gesprekken in Uden is iets lager, maar verschilt niet significant van de andere burgertoppen. Ook hier voelt een ruime meerderheid zich vrij om zich uit te spreken. De mate waarin men zich gehoord voelt, ligt lager dan in Amersfoort, Amsterdam en Groningen. En iets meer dan de meerderheid beoordeelt de bijdrage van anderen als constructief. Deelnemers ervaren het gesprek als constructief en ontspannen, maar ongeveer een vierde kwalificeert het gesprek ook als moeizaam. In vergelijking met de andere burgertoppen is de waardering van de gesprekken in Kruiskamp duidelijk lager. Slechts 42,8 procent voelt zich gehoord en beoordeelt de bijdrage van anderen als constructief. Eveneens 42,8 procent zegt dat er nieuwe inzichten zijn ontstaan tijdens de bijeenkomst.

De gedachte achter de spreiding van de G1000 over vijf bijeenkomsten was dat deelnemers zich daardoor meer eigenaar zouden voelen van het proces. Veel mensen vielen echter in de loop van het proces af (van ongeveer 110 deelnemers tijdens de eerste bijeenkomst tot 14 tijdens de laatste) en de meeste overgebleven deelnemers oordeelden negatief over de gesprekken. 4.2.4

Burgerschap

Voelen burgers zich na deelname aan een G1000 meer betrokken bij hun gemeente of wijk? Voelen ze zich meer verantwoordelijk voor hun omgeving en nemen ze meer initiatief in hun buurt of stad? Deze vragen beantwoorden we op basis van de surveys en op basis van korte interviews die zijn gehouden met deelnemers tijdens en enkele maanden na de G1000. Tabel 4.3 geeft een overzicht van de antwoorden van de respondenten op de volgende uitspraken (die in Kruiskamp niet aan de deelnemers zijn voorgelegd): • Sinds de G1000/Burgertop voel ik mij meer betrokken bij mijn buurt. • Sinds de G1000/Burgertop voel ik mij meer betrokken bij mijn woonplaats. • Ik draag sinds de G1000/Burgertop vaker mijn steentje bij aan het verbeteren van de buurt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://research.vu.nl/ws/portalfiles/portal/21809331/Boogaard_et_al_2016_G1000_ervaringen_met_burgertoppen_webpd.pdf