CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

VU research. Ervaringen met burgertoppen

Commissie Bestuur 3 juni 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Raadsacademie Participatie (beeldvorming)37.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VU Research Portal

G1000. Ervaringen met burgertoppen Boogaard, Geerten ; Michels, Ank; Cohen, Job; Smets, P.G.S.M.; Binnema, Harmen; Vlind, M.

2016

document version Publisher's PDF, also known as Version of record document license Unspecified Link to publication in VU Research Portal

citation for published version (APA) Boogaard, G., Michels, A., Cohen, J., Smets, P. G. S. M., Binnema, H., & Vlind, M. (2016). G1000. Ervaringen met burgertoppen. Boom Bestuurskunde.

General rights Copyright and moral rights for the publications made accessible in the public portal are retained by the authors and/or other copyright owners and it is a condition of accessing publications that users recognise and abide by the legal requirements associated with these rights. • Users may download and print one copy of any publication from the public portal for the purpose of private study or research. • You may not further distribute the material or use it for any profit-making activity or commercial gain • You may freely distribute the URL identifying the publication in the public portal Take down policy If you believe that this document breaches copyright please contact us providing details, and we will remove access to the work immediately and investigate your claim. E-mail address: vuresearchportal.ub@vu.nl

Download date: 04. Jun. 2026

G1000 Ervaringen met burgertoppen

Geerten Boogaard en Ank Michels (eindredactie) Job Cohen, Peer Smets, Harmen Binnema en Marloes Vlind

In 2014 en 2015 zijn er in Nederland tal van G1000’en en andere burgertoppen georganiseerd. Allemaal initiatieven om burgers een stem te geven en de democratie te verfrissen. Daarbij worstelen organisatoren en gemeenten ook met de vraag wat de rol van die burgertop kan zijn in de lokale democratie. Deze bundel doet verslag van een onderzoek van drie universiteiten, met steun van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, naar ervaringen met burgertoppen. De auteurs geven antwoord op vragen als: wie nemen deel en hoe divers is de deelnemersgroep? Wat gebeurt er met de resultaten van de burgertop? Hoe verhoudt deze vorm van participatie zich tot de rol van het lokale bestuur? En wat is de rol van dialoog en eigenaarschap tijdens de bijeenkomsten? De auteurs wijzen op mogelijke spanningen en valkuilen en doen ook suggesties hoe de betekenis en impact van een G1000 kunnen worden vergroot. Dit boek is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in vernieuwing van de democratie.

Geerten Boogaard is werkzaam als universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Ank Michels is universitair docent bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Job Cohen bekleedt de Thorbecke-Leerstoel aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Peer Smets is als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Harmen Binnema werkt als universitair docent bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Marloes Vlind is verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.

ISBN 978-94-6236-664-0

9 789462 366640

G1000. Ervaringen met burgertoppen

G1000. ERVARINGEN MET BURGERTOPPEN

GEERTEN BOOGAARD EN ANK MICHELS (EINDREDACTIE) JOB COHEN, PEER SMETS, HARMEN BINNEMA EN MARLOES VLIND

Boom bestuurskunde Den Haag 2016

Omslagontwerp: Textcetera, Den Haag Foto omslag: G1000 Groningen | Mark Sekuur © 2016 G. Boogaard & A.M.B. Michels (red.) | Boom bestuurskunde Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (art. 16 Auteurswet) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl). No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher. ISBN 978-94-6236-664-0 ISBN 978-94-6274-518-6 (e-book) NUR 805 www.boombestuurskunde.nl

INHOUD

1

1.1 1.2 1.3 1.4

2

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3

3

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3

Dialoog, democratische vernieuwing en politieke invloed Geerten Boogaard en Ank Michels Inleiding G1000 als deliberatief forum De zeven principes van het Platform G1000 Opzet van deze bundel Verantwoording Literatuur De politieke invloed van de G1000 in Amersfoort en Uden Geerten Boogaard en Harmen Binnema Inleiding De G1000 Amersfoort Inzet: de Agenda van Amersfoort Zaterdag 22 maart 2014: Rijtuigenloods, Amersfoort Resultaten De G1000 Uden Inzet: 1000 ideeën om Uden beter te maken Zaterdag 4 oktober 2014: Schaapskooi, Uden Resultaten Conclusies: verschillen en overeenkomsten Inzet Opzet Resultaten Literatuur De G1000: meer dan een experiment? Harmen Binnema en Geerten Boogaard Inleiding De G1000 in theorie Democratie Overheid en samenleving De lokale politiek

9 9 10 11 12 13 14 15 15 16 16 18 20 21 22 23 26 27 27 28 28 29 31 31 31 32 33 34

G1000. Ervaringen met burgertoppen

3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5

De praktijk van de G1000 in Amersfoort en Uden Ontwerp en uitvoering De opbrengst van de dag De positionering van de G1000 Discussie en aanbevelingen Nog geen andere democratie De popular space raakt geïnstitutionaliseerd De overheid trekt zich terug, maar blijft nodig De lokale politiek verandert nauwelijks mee Hoe verder? Literatuur

36 36 37 37 38 38 39 39 40 41 43

4

De realisatie van democratische waarden Ank Michels en Harmen Binnema Inleiding Een analysekader voor de evaluatie van de verwezenlijking van democratische waarden De realisatie van democratische waarden Insluiting Invloed Deliberatie Burgerschap Transparantie Legitimiteit Versterking van de G1000/burgertop Literatuur Overige bronnen

45

Loting en diversiteit. Te hoge verwachtingen Harmen Binnema en Ank Michels Inleiding Loting als antwoord op tekortkomingen van vertegenwoordigende democratie Loting als democratisch instrument De praktijk van de burgertoppen Selectie Diversiteit Discussie en aanbevelingen Literatuur

59

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.3

5

5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4

45 45 47 47 48 50 52 54 55 56 57 58

59 60 61 64 64 66 68 70

Inhoud

6

6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.3 6.4

7

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

8

8.1 8.2

De rol van dialoog: G1000 Kruiskamp in microperspectief Marloes Vlind en Peer Smets Inleiding Theoretisch microperspectief op de G1000 G1000 wijkbijeenkomsten Kruiskamp Bijeenkomst 1 (zaterdag 15 november 2014) Bijeenkomst 2 (woensdag 5 november 2014) Bijeenkomst 3 (donderdag 20 november 2014) Bijeenkomst 4 (woensdag 3 december 2014) Bijeenkomst 5a (vrijdag 16 januari 2015) Bijeenkomst 5b (zaterdag 17 januari 2015) Aandachtspunten dialoog Conclusie Literatuur Diversiteit als uitdaging voor de nieuwe democratie Peer Smets en Marloes Vlind Inleiding De wenselijkheid van diversiteit Voorbereiding Burgertop Amsterdam Burgertop Amsterdam Follow-up Discussie en conclusie Literatuur Epiloog. Observaties en … toch een kloof Job Cohen Inleiding Lessons learned De kloof

73 73 74 76 76 78 80 81 82 83 84 86 86 89 89 90 93 95 98 99 101 103 103 104 105

DIALOOG, DEMOCRATISCHE VERNIEUWING EN POLITIEKE INVLOED Geerten Boogaard en Ank Michels

INLEIDING In 2014 daalde de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen naar een nieuw historisch dieptepunt: slechts 53,8 procent van het electoraat besloot van zijn kiesrecht gebruik te maken. Het enige goede nieuws was dat de opkomst niet onder de 50 procent was gezakt, zoals wel gevreesd werd. Voor veel gemeenten was de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen en het publieke debat over een afnemend vertrouwen in de politiek en politici aanleiding om aandacht te besteden aan een belangrijkere stem voor de burger. Na de verkiezingen werd burgerparticipatie dan ook een belangrijk thema in de lokale coalitievorming. Een inventarisatie van alle in 2014 gesloten coalitieakkoorden laat zien dat veel gemeenteraden zich in meer of minder expliciete bewoordingen hebben voorgenomen te werken aan allerhande bottom-up democratische idealen (Cohen, 2015: 7). Er lijkt zich een zekere bestuurlijke verlegenheid meester te hebben gemaakt van lokale en landelijke overheden. Dat is niet onterecht, volgens David van Reybrouck in zijn boek Tegen verkiezingen. Hij beschrijft zelfs een ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’. Veel burgers hebben hun geloof in verkiezingen en politici verloren, terwijl de overheid zich in toenemende mate kenmerkt door bestuurlijk onvermogen en politieke verlamming (Van Reybrouck, 2015: 21-22).

De democratie zal zich opnieuw moeten uitvinden, aldus Van Reybrouck, met een grotere rol voor de burgers. In de wetenschappelijke literatuur wordt veelvuldig gewezen op de noodzaak van democratische vernieuwingen als antwoord op de problemen waarmee onze huidige democratie heeft te maken (Cain et al., 2006; Smith, 2009; Chwalisz, 2015). De Engelse politicoloog Graham Smith onderscheidt in zijn boek Democratic Innovations (2009) drie vormen van democratische vernieuwing. Als eerste noemt hij de volksvergaderingen (popular assemblies) waarbij grote groepen mensen in een vergadering bijeenkomen en beslissen over lokale onderwerpen en/of begrotingen. Als voorbeelden noemt hij de New England town meetings en participatiebudgetten, waarbij burgers zelf beslissen over de besteding van het budget in hun wijk of stad. Het meest geïnstitutionaliseerde voorbeeld hiervan is te vinden in Porto Alegre in Brazilië. Een tweede vorm die Smith onderscheidt, is de directe democratie via de stembus, ofwel het



G1000. Ervaringen met burgertoppen

referendum. Referenda geven individuele burgers direct een stem in de politieke besluitvorming. Smith benadrukt dat het hier gaat om bindende referenda en dus niet om de adviserende. Tot slot onderscheidt hij een derde vorm van democratische vernieuwing, de zogenoemde mini-publics. Daarvan is de G1000 een voorbeeld, en daarover gaat dit boek.

.

G    A L S D E L I B E R A T I E F F O R U M

Mini-publics, ook wel deliberatieve fora genoemd, vallen uiteen in verschillende typen fora, waaronder burgerfora, burgerjury’s en consensusconferenties (Smith, 2009: 7279; Michels, 2011, 2012). De selectie van de deelnemers is erop gericht om de diversiteit van de groep te waarborgen. Een gemeenschappelijk kenmerk van al deze fora is verder dat de nadruk sterk wordt gelegd op het proces en het volgen van procedures die van belang zijn voor het creëren van een ideale omgeving voor deliberatie. Meningsvorming en uitwisseling van argumenten zijn belangrijker dan besluitvorming en de nadruk ligt meestal op het zoeken naar consensus. Voorbeelden van deliberatieve fora zijn vooral te vinden in het buitenland. Het in Canada door de regering van British Columbia in 2004 ingestelde British Columbia Citizens’ Assembly (BCCA) bestond uit 160 willekeurig gekozen burgers die gedurende elf maanden leerden en delibereerden over een verandering van het kiesstelsel en uiteindelijk met een advies aan de regering kwamen.

Andere bekende voorbeelden zijn het Australian Citizens’ Parliament van 150 burgers in Australië, dat een uitspraak deed over de toekomst van het politieke systeem in Australië (Dryzek, 2009), de Icelandic Constitutional Council (Landemore, 2015) en natuurlijk de G1000 in België over de toekomst van België toen het kabinet langdurig demissionair was (Van Reybrouck, 2013; Caluwaerts & Reuchamps, 2014). Een ander voorbeeld zijn consensusconferenties die sinds de jaren tachtig in Denemarken geregeld worden gehouden over wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Tot slot is er de deliberative poll, een creatie van de Amerikaanse democratietheoreticus James Fishkin (The Center for Deliberative Democracy). Het grote verschil met de andere vormen van deliberatieve fora is dat hier burgers niet worden gevraagd om een gemeenschappelijk advies of idee. In plaats daarvan vullen deelnemende burgers vóór en na de deliberatieve bijeenkomst van het forum vragenlijsten in waarin naar hun kennis en mening over het besproken onderwerp wordt gevraagd. De gedachte is dat burgers door deliberatie beter tot weloverwogen standpunten kunnen komen. Hoewel deliberatieve fora in Nederland veel minder vaak voorkomen dan in landen als Australië, Duitsland en Denemarken, zijn er de afgelopen tien jaar ook hier voorbeelden te vinden.

Het bekendste nationaal deliberatief forum is het Burgerforum Kiesstelsel dat in 2006 advies uitbracht aan het kabinet over het kiesstelsel. Op lokaal

1 Dialoog, democratische vernieuwing en politieke invloed



niveau zijn er qua opzet vergelijkbare deliberatieve fora geweest: onder meer in 2006 in Amsterdam over de luchtkwaliteit, in 2010 in Oude IJsselstreek over de verdeling van voorzieningen over de kernen van de gemeente en in Rotterdam, waar sinds begin 2015 een burgerjury van 150 Rotterdammers tweemaal per jaar het beleid van de gemeente beoordeelt en advies geeft. Hoewel de details van de opzet van de fora verschillen, is er in al deze gevallen sprake van een deliberatief proces en van een aselect gekozen groep burgers, waarbij rekening is gehouden met een aantal achtergrondkenmerken, zoals geslacht, leeftijd en opleiding (Leyenaar, 2009; website gemeente Rotterdam). In navolging van de G1000 in België zijn er de afgelopen anderhalf jaar in Nederland tal van deliberatieve burgertoppen georganiseerd, al dan niet onder de naam G1000. Sommige maakten hierbij gebruik van loting, anderen niet. G1000’en waren er in Amersfoort, Kruiskamp (een wijk in Amersfoort), Uden en Groningen. Vergelijkbare burgertoppen waren er ook onder meer in Amsterdam, in Maastricht (over gezondheidszorg) en in Utrecht (over duurzaamheid). Ondertussen dienen zich in rap tempo nieuwe voorbeelden aan, waaronder een gelote burgerraad in de gemeente Peel en Maas, een G1000 in Nijmegen en Eindhoven, en een nieuwe G1000 in Amersfoort.

.

D E Z E V E N P R I N C I P E S V A N H E T P L A T F O R M G   

Een van de drijvende krachten achter een aantal van deze lokale burgertoppen is het Platform G1000 uit Amersfoort, dat de eerste G1000 in Nederland initieerde. De ambitie van dit Platform is het verbinden van kennis en ervaringen met nieuwe initiatieven voor het organiseren van burgertoppen. Om richting aan de ontwikkeling te geven heeft het Platform naar aanleiding van de eerste ervaringen in 2014 en 2015 ‘zeven principes’ ontwikkeld. Deze principes geven samen aan waar volgens het Platform de kern en de potentie van de G1000 zit. Bron: www.G1000.nu: • ‘Burgers nemen het initiatief.’ Geheel uitgesloten is het in de praktijk niet dat de gehele raad of een burgemeester feitelijk het initiatief neemt. Zo lang het initiatief maar niet verpolitiekt en zo lang de organisatie van de G1000 maar ‘van de burgers’ blijft. • Geen agenda. Er is geen vooraf bepaalde agenda of een voorselectie van voorstellen. De G1000 ziet zichzelf als ‘een procedure om over nieuwe voorstellen te praten’. • Dialoog. Dit belangrijke punt omschrijft het Platform als volgt: ‘We gaan niet in discussie, maar in dialoog. Deelnemers aan de G1000 erkennen het recht op een ander standpunt. Je hoeft het niet met andermans ideeën eens te zijn om een open gesprek aan te gaan. We zoeken naar wat ons bindt. Elke mening telt en wordt gewaardeerd.’ • Loting. ‘Iedereen kan meedoen aan de G1000.

Als deelnemer heb je geen speciale opleiding of kennis nodig. Elke mening is waardevol en telt. Omdat er geen fysieke



G1000. Ervaringen met burgertoppen

ruimte is voor alle inwoners, wordt er gewerkt met loting. Zo heeft iedereen kans om mee te doen.’ • Hele systeem. ‘We doen niet aan antipolitiek, maar we geloven in de kracht van het hele systeem. Alle belangrijke partijen doen mee aan de dialoog om ervoor te zorgen dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor het resultaat: overheid, werkgevers, vrije denkers en de inwoners.’ • Transparant. ‘De deelnemers zijn gedurende de gehele dag zelf eigenaar van het resultaat en hoe het tot stand komt.’ • Veilig. ‘Door inzet van gekwalificeerde leiding en een zorgvuldig programma is er op elk moment ruimte voor een open dialoog. We gebruiken spelregels waar iedereen zich aan houdt.’ Het Platform G1000 beoogt met deze principes vooral de huidige stand van de ‘G1000-kunde’ weer te geven en heeft de ambitie de inhoud ervan voortdurend tegen het licht van nieuwe inzichten en ervaringen te houden. Deze houding vormde een belangrijke aanleiding voor het opzetten het onderzoeksproject waarvan deze bundel het resultaat is. We plaatsen de zeven principes van het Platform G1000 in een wat breder democratisch perspectief, gaan in op de werking ervan, wijzen op mogelijke spanningen en valkuilen en doen suggesties hoe de betekenis en impact van een G1000 kan worden vergroot.

.

OPZET VAN DEZE BUNDEL

Het onderzoek waarvan deze bundel verslag doet, wordt gestructureerd door drie hoofdvragen: 1. Wat is de optimale aansluiting van een G1000/burgertop op de bestaande gemeentelijke democratie? 2. Wat is de toegevoegde democratische waarde van een G1000/burgertop? 3. Hoe is de groepsdynamiek tijdens een G1000/burgertop en hoe draagt deze bij aan de uitkomsten ervan? Het onderzoek is multidisciplinair uitgevoerd. Bij het onderzoek naar de eerste hoofdvraag hadden staatsrechtjuristen en politicologen het voortouw, het onderzoek naar de tweede hoofdvraag werd getrokken door politicologen en bestuurskundigen, terwijl het antwoord op de derde hoofdvraag is gezocht door sociologen. Door de publicatie en gezamenlijke bespreking van tussentijdse working papers is deze bundel echter vooral het resultaat van een gezamenlijk uitgevoerd onderzoek over de grenzen van de verschillende disciplines heen. Het onderzoeksobject van deze bundel is afgebakend tot een aantal burgertoppen uit 2014 en de eerste helft van 2015. Inhoudelijk ligt de focus op zowel burgertoppen die zichzelf hebben geplaatst in de lijn van de Belgische G1000 en het pamflet van Van

1 Dialoog, democratische vernieuwing en politieke invloed



Reybrouck als op burgertoppen die op verschillende punten daarvan afwijken. De primair onderzochte burgertoppen zijn: de G1000 Amersfoort van 22 maart 2014, de G1000 Uden van 4 oktober 2014, de WijkG1000 Amersfoort Kruiskamp van oktober 2014 tot januari 2015, de G1000 Groningen van 6 juni 2015 en de Burgertop Amsterdam van diezelfde dag. Incidenteel is ook gebruikgemaakt van ervaringen met andere burgertoppen. Deze bundel is opgebouwd uit zes hoofdstukken, die elk een ander inhoudelijk aspect van de ervaringen met anderhalf jaar burgertoppen belichten. Om elk hoofdstuk in beginsel zelfstandig leesbaar te maken zijn minimale overlappingen niet geheel uitgesloten. Hoofdstuk 2 bevat een institutionele analyse van de G1000 in Amersfoort en in Uden. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de politieke invloed van een G1000/burgertop binnen hun lokale politieke werkelijkheid. In hoofdstuk 3 wordt de politieke invloed in een theoretisch perspectief geplaatst en de vraag behandeld waarheen die ‘weg naar een andere democratie’ precies leidt. In hoofdstuk 4 wordt uitgezoomd en in zijn algemeenheid verslag gedaan van de realisatie van democratische waarden van de onderzochte burgertoppen. Deze waarden zijn, naast invloed: deliberatie, insluiting, burgerschap, transparantie en legitimiteit. Hoofdstuk 5 diept vervolgens een belangrijk element van de G1000-beweging uit: loting.

Wat is precies de gedachte achter loting en maakt loting de beloften waar? In de hoofdstukken 6 en 7 wordt vanuit een microperspectief belicht wat er op de dag zelf aan de tafels en in de zaal gebeurt. Hoofdstuk 6 gaat over de rol van dialoog en gedeeld eigenaarschap en hoofdstuk 7 bespreekt de noodzaak van diversiteit voor creativiteit en commitment in een deliberatief proces. Het afsluitende hoofdstuk schetst de kansen voor een G1000 of burgertop en vat de belangrijkste aanbevelingen nog eens samen.

.

VERANTWOORDING

Een algemene methodologische verantwoording is door de sterk multidisciplinaire aanpak van het onderzoek niet te geven. Voor zover nodig worden dan ook in elk hoofdstuk apart de gebruikte methoden verantwoord. Algemeen gebruikte methoden zijn literatuurstudie, (micro-)observaties, semigestructureerde interviews en informele gesprekken met organisatoren en politieke actoren en enquêtes onder de deelnemers. Financieel is het onderzoek mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Onze dank gaat ook uit naar alle organisatoren en deelnemers van de G1000’en die alle medewerking hebben gegeven aan dit onderzoek. We danken verder de studentassistenten Lars Brummel van de Universiteit Utrecht en Heleen van Amerongen en Ard Zomer van de Universiteit Leiden, die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan het verzamelen en analyseren van de



G1000. Ervaringen met burgertoppen

gegevens. Ook zijn we Ardaan van Ravenzwaaij en Marjon Schols van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de overige deelnemers aan de expertmeeting op 4 november 2015, Monique Leyenaar, Pepijn van Houwelingen en Didier Caluwaerts, dankbaar voor hun kritische opmerkingen en suggesties. De verhouding met het Platform G1000, ten slotte, is die van inhoudelijke betrokkenheid en wetenschappelijke onafhankelijkheid. De onderzoekers vormen een zelfstandige groep binnen het Platform, met onbeperkte toegang tot de beschikbare data en overige gegevens, maar zonder enige vorm van inhoudelijke verantwoording aan of financiële afhankelijkheid van het Platform.

LITERATUUR Cain, B., R. Dalton & S. Scarrow (2006). Democracy Transformed? Expanding Political Opportunities in Advances Industrial Democracies. Oxford: Oxford University Press. Caluwaerts, D. & M. Reuchamps (2014). Strengthening democracy through bottomup deliberation: An assessment of the internal legitimacy of the G1000 project. Acta Politica, 50(2), 151-170. Chwalisz, C. (2015). The Populist Signal. Why Politics and Democracy need to change. Policy Network. London: Rowman & Littlefield International. Cohen, J. (2015). De vierde D (oratie Universiteit Leiden, Rechtsgeleerdheid). Leiden, 9 januari 2015. Dryzek, J. (2009). The Australian Citizens’ Parliament: A World First. Journal of Public Deliberation, 5(1): Article 9. Beschikbaar via: www.publicdeliberation.net/jpd/vol5/ iss1/art9. Landemore, H. (2015). Inclusive Constitution-Making: The Iceland Experiment. Journal of Political Philosophy, 23(2), 166-191. Leyenaar, M. (2009). De burger aan zet. Burgerforum: theorie en praktijk. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konininkrijksrelaties. Michels, A. (2011). Innovations in democratic governance. How does citizen participation contribute to a better democracy? International Review of Administrative Sciences 77(2), 275-293. Michels, A. (2012). Citizen participation in local policy making: design and democracy.

International Journal of Public Administration 35(4), 285-292. Smith, G. (2009). Democratic Innovations. Designing Institutions for Citizen Participation. Cambridge: Cambridge University Press. Van Reybrouck, D. (2013). Tegen verkiezingen. Amsterdam: De Bezige Bij. Website gemeente Rotterdam. www.rotterdam.nl/gemeenterotterdam.

DE POLITIEKE INVLOED VAN DE G1000 IN AMERSFOORT EN UDEN Geerten Boogaard en Harmen Binnema

INLEIDING Sinds het Belgische idee van de G1000 de Schelde is overgewaaid, worden ook in Nederland dergelijke burgertoppen georganiseerd. Niet altijd met gelote deelnemers en niet altijd onder de naam G1000, maar doorgaans wel onder verwijzing naar het Belgische voorbeeld of het pamflet dat David van Reybrouck tegen verkiezingen schreef. De G1000-beweging is nadrukkelijk een beweging gericht op democratische vernieuwing. Als zodanig hebben wij twee van dergelijke burgertoppen uit 2014, in Amersfoort en in Uden, uitgebreid bestudeerd in de lokale politiek-bestuurlijke context waarin ze werden georganiseerd. Van alle mogelijke onderzoeksperspectieven op het fenomeen van de G1000 kiezen wij in dit en het volgende hoofdstuk voor een institutioneel perspectief. Centraal staat de vraag naar – kortweg – de invloed van een G1000, zowel de gewenste als de gerealiseerde. Meer in het bijzonder richten wij ons daarbij op wat wij politieke invloed noemen: de invloed op de volksvertegenwoordigende, de kaderstellende en de controlerende rol van de gemeenteraad. Dat kan gaan om de inhoud van concreet beleid, maar ook meer abstract om de rol van de instituties onderling en hun verhouding tot burgerparticipatie. Bovendien gaat het ons niet om een nul-somspel waarbinnen de invloed van een G1000 per definitie ten koste gaat van die van de gemeenteraad.

Het begrip is bedoeld om duidelijk te maken dat wij één aspect van het fenomeen onderzoeken, gericht op het beter begrijpen ervan en met het oog op de inpassing in een staatsrechtelijk systeem dat het politieke primaat bij de gekozen gemeenteraad legt. Het onderzoek bestond uit raadpleging van (digitale) archieven van de G1000organisatie, bestudering van raadsstukken uit Amersfoort en Uden, verzameling van media-uitingen rondom de G1000 in nationale en lokale nieuwsbronnen en uit semigestructureerde interviews met zowel de organisatoren als een representatieve selectie van politieke actoren in beide gemeenten. In twee digitaal gepubliceerde



G1000. Ervaringen met burgertoppen

working papers is van dit onderzoek gedetailleerd verslag gedaan.1 Naar deze papers wordt hier als algemene bronverwijzing verwezen. Dit hoofdstuk verzamelt en vergelijkt de belangrijkste bevindingen, als opmaat naar een meer theoretisch en duidend hoofdstuk 3.

.

D E G   A M E R S F O O R T

‘Als zoiets als de G1000 ergens moet lukken, dan is het wel hier’, aldus Mirjam Barendregt, oud-wethouder voor D66 en ambassadrice voor de G1000. Het idee paste volgens haar bij de hoogopgeleide bevolking van Amersfoort en bij de bestaande traditie van democratische innovatie. Falende politiek, zoals die in België een drijfveer was voor de G1000, lijkt in Amersfoort niet aan de orde. Weliswaar was de periode 2010-2014 in Amersfoort op z’n minst genomen roerig, maar een bijzondere vertrouwensbreuk tussen politici en inwoners wordt in opinieonderzoek van de Gemeente Amersfoort uit die tijd niet gerapporteerd. Wel is een algemene onvrede over het huidige functioneren van de politiek doorgaans een van de motieven om een G1000 te organiseren of eraan deel te nemen. Een duidelijke positieve voorzet kwam van Het Nieuwe Samenwerken. Aan dit initiatief namen ambteloze burgers, wethouders, raadsleden en ambtenaren deel. De inzet was gelijkwaardige burgerparticipatie bij de uitwerking en ontwikkeling van beleid, waarbij de kaderstellende rol van de gemeenteraad expliciet het uitgangspunt was en bleef. Het voornaamste succes van dit initiatief was de gezamenlijke realisatie van Elisabeth Groen, de ontwikkeling van een stadspark op de locatie van het voormalige Elisabethziekenhuis. Het Nieuwe Samenwerken smaakte in Amersfoort naar meer.

Naar meer eigenaarschap van de burgers bij hun buurt, meer co-creatie in de beleidsvorming, maar ook: meer gedepolitiseerde invloed op de agenda van de raad. 2.1.1

Inzet: de Agenda van Amersfoort

Het bepalen van de claim op politieke invloed van de G1000 Amersfoort is als schieten op een bewegend doel. Wat op 22 maart 2014 plaatsvond, was feitelijk het resultaat van de inspanning van velen en inhoudelijk de combinatie van niet noodzakelijkerwijs met elkaar te verenigen ambities. Bovendien is het evenement gaandeweg ontwikkeld en is er dus ook een verschil tussen het overslaan van de vonk van David van Reybrouck op Harm van Dijk, tijdens een uitzending van Buitenhof op 29 september 2013, en het uiteindelijke programma van de dag. Om deze redenen richten wij ons op de persoonlijke ambities van belangrijke spelers in de organisatie en op de 1. G. Boogaard & H. Binnema, De G1000 Amersfoort: Reconstructie en analyse vanuit politiek-institutioneel perspectief (september 2015) en H. Binnema & G. Boogaard, De G1000 Uden: Innovatie in de verhouding tussen burger en overheid? (november 2015). Beide te raadplegen op: http://kennisopenbaarbestuur.nl/rapportenpublicaties.

2 De politieke invloed van de G1000 in Amersfoort en Uden



beeldvorming van de G1000 in de aanloop naar 22 maart. Zo bepalen we de politieke claim aan de hand van bedoelingen en verwachtingen. Wat de bedoeling betreft, vallen drie onderscheiden ambities op. De eerste is het toepassen van co-creatie in de context van doe-democratie. Coach en trainer Harm van Dijk was al professioneel gericht op eigenaarschap, synergie en zelfsturing in autonome groepen. Hij wilde zijn ervaringen en inzichten toepassen op grote groepen gewone burgers die zich met elkaar buigen over wat hen bindt in de publieke zaak. Typisch voor deze insteek is de keuze om deelnemers zelf de agenda van de dag te laten vaststellen, in plaats van deskundigen de vooraf bepaalde thema’s te laten toelichten, zoals op de G1000 in Brussel was gebeurd. Zelf de agenda vaststellen, bevordert immers het vinden van common ground. De tweede ambitie is drempelloze inspraak aan de start van het gemeentelijke formatieproces. Die ambitie zat met name in de niet-partijpolitieke delen van het gemeentebestuur van Amersfoort: bij burgemeester Lucas Bolsius, griffier Will van der Vlies en bij het hoofd van de afdeling Strategie en Bestuur Jos van Winkel. Zij waren ieder op hun eigen manier al langer bezig met democratische vernieuwing en burgerparticipatie en daarom gevoelig voor het idee van een G1000 in Amersfoort.

Typisch voor hun insteek is het optimaliseren van de positie van de gemeenteraad. Om die reden ligt de datum van de G1000 vlak na de gemeenteraadsverkiezingen, maar nog net voor het officiële begin van de collegevorming. Nieuw benoemde raadsleden konden de G1000 in hun factsheet bovendien moeilijk over het hoofd zien. De derde ambitie is die van Nicole Estéjé, afkomstig uit de wereld van de Amersfoortse initiatieven. Haar insteek is institutioneel en gericht op de democratische potentie van loten als principe van vertegenwoordiging. Typisch voor haar benadering is de aandacht voor de zuiverheid van de deelnemersselectie en het principieel vasthouden aan loting als het op de besluitvorming op de dag zelf aankomt. Uitgedrukt in persoonlijke ambities was de G1000 Amersfoort dus bedoeld als groepsproces om eigenaarschap bij deelnemende burgers te bevorderen, als aftrap van de inhoudelijke collegevorming en als vehikel om via loting de gemeenteraad naar de volksvertegenwoordigende kroon te steken. In persberichten, media-uitingen en voorlichtingsmateriaal heeft de G1000-organisatie zo veel mogelijk een combinatie van de verschillende persoonlijke ambities willen zijn.

De bijeenkomst in de Rijtuigenloods zou enerzijds een burgertop worden in de overtreffende trap van de participatieladder (Edelenbos & Monnikhof, 2001): burgers maken zelf plannen en vragen, indien nodig, de gemeente te participeren. Anderzijds was de bijeenkomst een burgerraad (‘de eerste gelote burgerraad van Amersfoort’) waarop de deelnemers na een dag delibereren de Agenda van Amersfoort zouden vaststellen.



G1000. Ervaringen met burgertoppen

De politieke claim van de burgerraad is bepaald forser dan die van de burgertop. Maar in de beeldvorming werd ervoor gewaakt om de G1000 tegenover de gemeenteraad te plaatsen. Ze moesten als aanvulling op elkaar worden beschouwd en juist het proces van co-creatie zou rivaliteit uitbannen. Het aantal deelnemers op basis van loting werd beperkt tot 600. De overige 400 plaatsen zouden worden gevuld door politici, ambtenaren, ondernemers en kunstenaars. Door zo ‘het hele systeem’ (vgl. de zeven principes van een G1000, zie hoofdstuk 1) te laten deelnemen, zou de Agenda van Amersfoort als vanzelf ook de politieke agenda worden en in het coalitieakkoord belanden. Op dit punt is het compromis tussen de G1000-als-burgertop en de G1000-als-burgerraad goed zichtbaar. De deelname van 400 niet-gelote deelnemers gaat ten koste van de theoretische zuiverheid van de afspiegeling van de bevolking onder de 1000 deelnemers. Maar de niet-gelote deelnemers kregen aan het einde van de dag geen stemrecht bij de uiteindelijke selectie van de tien belangrijkste voorstellen. En dat gaat dan weer ten koste van hun commitment bij de resultaten. De dubbele insteek van burgerraad en burgertop is een complexe boodschap. Onder de deelnemers hebben vrijwel zeker tegenstrijdige verwachtingen ten aanzien van de politieke claim geheerst.

Aan de ene kant ingelote burgers die verwachtten dat de gemeenteraad de Agenda van Amersfoort zonder meer zou overnemen, aan de andere kant verkozen raadsleden die meenden dat de G1000 vooral ging over wat burgers zelf wilden doen. 2.1.2

Zaterdag 22 maart 2014: Rijtuigenloods, Amersfoort

Het programma was erop gericht 1000 gedeelde ervaringen in één dag om te zetten in betrokkenheid bij tien gezamenlijk ontwikkelde plannen. Daarvoor zouden de deelnemers om te beginnen de thema’s van de dag bepalen door in drie ronden van 20 minuten telkens aan wisselende tafels van vier deelnemers (en een neutrale tafelsecretaris) ervaringen uit te wisselen aan de hand van drie vragen: 1) wat vind jij belangrijk voor Amersfoort in de komende vier jaar, 2) wat moet daarvoor gebeuren en 3) wat wil en kan jij daaraan bijdragen? Na elke gespreksronde gaven de deelnemers individueel via een smartphone één woord door, dat live werd geaggregeerd in een word cloud waarin woorden groter worden naarmate ze vaker worden doorgegeven. De zes belangrijkste woorden uit de gecombineerde resultaten van deze drie ronden vormden de agenda van de dag. Voor 22 maart waren 6.000 Amersfoortse burgers uit de Basisregistratie personen ingeloot en (door de burgemeester) uitgenodigd. Daarvan hadden zich er 500 aangemeld en waren er ongeveer 450 bij aanvang aanwezig. In totaal waren er 780 aanmeldingen, inclusief de bijzondere categorieën deelnemers, en ongeveer 680 aanwezigen bij aanvang.

De raad van Amersfoort had zich vanuit alle fracties aangemeld (40 aanmeldingen in de categorie politici) en uiteindelijk schatten wij dat er zich onder de aanwezigen een tiental raadsleden heeft bevonden, verdeeld over het hele politieke



2 De politieke invloed van de G1000 in Amersfoort en Uden

spectrum. De deelnemers stelden op de hiervoor beschreven wijze zes thema’s vast: verantwoordelijkheid, meedoen/betrokkenheid/nabuurschap/faciliteren, wijk100, veiligheid, zorg en groen. Het tweede deel van het programma bestond uit drie ronden van 50 minuten, waarin deelnemers aan tafels van telkens negen personen (en een neutrale tafelsecretaris) één thema uitwerkten via de dromen-denken-doencyclus. Elk van de zes thema’s werd aan tien tafels uitgewerkt, deelnemers konden zelf kiezen aan welk thema zij wilden meewerken. Aan het einde van de middag leverden 50 tafels een uitgewerkt plan op. Alle plannen werden in een cirkel gepresenteerd, waarna de overgebleven gelote deelnemers (we schatten rond de 350) elk vier stemmen uitbrachten door stickertjes te plakken bij de voorstellen. Daarmee bepaalden zij een top tien die de Agenda van Amersfoort opleverde. Die ziet er als volgt uit: Tabel 2.1

De Agenda van Amersfoort

Voorstel

Aanduiding van het plan/relatie overheid

Stemmen

Keigroen samendoen

WOZ-vergroenen, duurzame producten kopen. Gemeente werkt mee, jaagt aan en verbindt.

72

Samen zorgen in

Locaties en coördinatoren om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Gemeente

67

Amersfoort

faciliteert.

WijkG100

‘Dit gunnen we iedereen.’ Dus ook in wijken. Gemeente is betrokken en faciliteert.

53

Buurtweter

Verbinder tussen systeemwereld en leefwereld. Niet van de gemeente, maar wel

53

gefaciliteerd. Amersfoort gelukkig veilig

Meer sociale samenhang in een wijk. Overlastgevers worden coaches. Gemeente

50

Duurzaam inbreiden

samenwerkingspartner. Meer groen op straat en duurzaam gebruik publiek vastgoed. Gemeente stelt dat ter

50

beschikking. Verbindingsregisseur

Verbinder tussen systeemwereld en leefwereld. Niet van de gemeente, maar wel

50

gefaciliteerd. Samensfoort

Digitaal prikbord om te verbinden en te delen. Indien nodig gefaciliteerd door de

50

gemeente. Kraamkamer duurzame

Groene innovatieruimte. Duurzame ontmoetingsplaatsen. Gemeente regisseert.

48

innovatie Onze wijk aan zet

Wijkgericht beleid. Kleinschalig. Wijkapp, wijkkrant, menselijke maat. Gemeente

41

faciliteert.

Opvallend aan deze uitkomst is allereerst de bescheiden politieke claim. De gemeente komt hoofdzakelijk als facilitator in beeld en dan nog vooral ten aanzien van de uitvoering van het beleid en minder ten aanzien van het bepalen ervan. Desalniettemin zitten er wel politieke complicaties aan verschillende voorstellen, zoals het ter beschikking stellen van publiek vastgoed en het vergroenen van de WOZ. Aan sommige tafels waren overigens wel voorstellen met een grote politieke claim ontwikkeld, zoals WijkG1000’en met eigen budgetrecht of initiatiefrecht in de gemeenteraad.



G1000. Ervaringen met burgertoppen

Maar over het algemeen genomen vallen de resultaten meer samen met de verwachtingen van een doe-democratische burgertop dan dat een gelote burgerraad de hoofdlijnen van een coalitieakkoord heeft geschetst. De opzet van het programma, met zowel in de agendavorming als in de uitwerking een toespitsing op wat de deelnemers zelf kunnen doen, zal hieraan hebben bijgedragen. 2.1.3

Resultaten

Aan het einde van de dag keert het dubbele karakter van de G1000 terug. Enerzijds wordt de Agenda van Amersfoort aangeboden aan de burgemeester in zijn hoedanigheid van voorzitter van de gemeenteraad. Deze neemt de agenda aan, maar kopt de verwachtingen behendig door naar de samenleving. ‘De stad moet het oppakken!’, zegt hij. ‘Als het daar niet gebeurt, gebeurt het niet.’ Anderzijds wordt aan de deelnemers gevraagd zich aan te melden bij één van de tien plannen om die in themagroepen te gaan uitvoeren. Dat doen 180 deelnemers. De ambitie is hoog: eind 2014 moet op vier van de tien initiatieven duurzame innovatie zijn opgetreden, dat wil zeggen ‘een proces, strategie of productiemethode die aan de moderne behoefte voldoet zonder schade te berokkenen en strevend naar verbetering’ (website G1000 Amersfoort). Wat er van de uitvoering van de Agenda van Amersfoort door de deelnemers zelf is geworden, kan niet eenvoudig worden vastgesteld. De meeste zelfstandige themagroepen van de G1000 doven vrij snel uit. Zichtbare en concrete G1000-successen zijn de organisatie van een WijkG1000 in Kruiskamp en de maandelijkse uitreiking van een Buurtwetertegel aan iemand die zich verdienstelijk maakt voor zijn buurt. Een deel van de energie voegt zich echter bij bestaande initiatieven en is dus minder goed traceerbaar.

Er worden verschillende factoren genoemd die het functioneren van de themagroepen niet bevorderd hebben. Het Platform G1000 heeft naar aanleiding van de Amersfoortse ervaringen in ieder geval een verbetering en professionalisering van de nazorg in het concept opgenomen. De politieke impact van de G1000 op de Amersfoortse politiek laat een verdeeld beeld zien. Informateur Fränzel was expliciet gevraagd rekening te houden met de G1000 en de formerende partijen wilden er ook graag iets mee. In het coalitieakkoord (tussen D66, VVD, ChristenUnie en PvdA) kwam de G1000 in algemene zin terug als een mooi voorbeeld van burgers die zelf verantwoordelijkheid namen. Het verlangen naar een overheid die bereid is zaken los te laten en zich te concentreren op een faciliterende rolopvatting werd gedeeld. Wat de concrete plannen betreft, stelde het collegeakkoord dat men in ‘de aankomende tijd’ gezamenlijk zou kijken hoe een en ander kon worden ingevuld. In de eerste Kaderbrief van het college wordt eveneens in algemene zin verwezen naar de bruikbaarheid van de inbreng van Amersfoorters, ‘zoals bijvoorbeeld tijdens de G1000’. Deze algemene en abstracte doorwerking van uitkomsten van de G1000 is het algemene beeld in ons onderzoek. Betrokkenen kwalificeren het als een ‘positieve drive’

2 De politieke invloed van de G1000 in Amersfoort en Uden



en een ‘zetje in de rug’, maar kunnen geen duidelijke sporen van de G1000 in de beleidsagenda aanwijzen. Dat geldt zowel voor de voorstellen met een duidelijke politieke claim als voor de voorstellen waaruit raadsleden zonder veel moeite een politieke agenda hadden kunnen afleiden. Onder raadsleden is de afwezigheid van een duidelijke doorwerking op de raadsagenda een punt van zorg en van kritiek. Kritiek van degenen die vanaf het begin al vonden dat de G1000 een politieke claim legde die zij nooit waar kon maken en een punt van zorg vanwege teleurgestelde reacties van deelnemers die de raadsleden hebben bereikt. Overigens is zeker niet uitgesloten dat de voorstellen van de G1000 mogelijk later alsnog hun weg vinden naar de politieke agenda van de raad. De ervaring van de Belgische G1000 leert dat sommige ideeën na lange tijd alsnog door de politiek worden opgepakt. Invloed op de inhoud van het beleid moet worden onderscheiden van de meer procesmatige invloed van de G1000 op de rol van de instituties. Van een dergelijke invloed lijkt wel sprake. De G1000 is het voortbouwende vervolg op Het Nieuwe Samenwerken en als zodanig weer de voorloper van weer andere G1000’en, burgertoppen of gelote burgerraden.

Het zicht op deze meer procesmatige doorwerking werd in Amersfoort grotendeels ontnomen door het preventieve provinciale begrotingstoezicht waaraan de gemeente werd onderworpen en de pijnlijke herstelbegroting die vervolgens moest worden vastgesteld. Maar inmiddels zijn er weer nieuwe plannen van het Platform G1000, de griffie en Ontwikkelgroep Samen maken we de Stad, die verder zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor burgerparticipatie en democratische vernieuwing, al dan niet met vertegenwoordiging via loting.

.

D E G    U D E N

De G1000 Uden kwam zeker niet uit de lucht vallen, aldus Brigite van Haaften in haar speech tijdens de burgertop op 4 oktober 2014. Zelf dingen doen zonder te wachten op de gemeente zit de Udenaren volgens de CDA-gedeputeerde ‘in de genen’. Een duidelijk voorbeeld daarvan was het proces waarmee de gemeente in 2011 een toekomstvisie opstelde, onder leiding van Mirande Heffels, de griffier van de weinig gepolitiseerde gemeenteraad van Uden. Dit proces was allereerst een participatietraject waarin gezamenlijk de visie (Udenaar de Toekomst) werd vastgesteld langs ‘vier G’s’, namelijk die van groen, gezond, gastvrij en gezellig. Daarnaast ontstond in dit traject een lijst aan concrete ideeën, die deels als projecten werden uitgevoerd door groepjes burgers. Sprekende voorbeelden daarvan zijn D’n Hof van de toekomst (een forse permacultuurtuin, gerund door vrijwilligers) en een Energiecorporatie. Dit proces had in Uden de behoefte naar meer aangewakkerd. De toekomstvisie moest meer handen en voeten krijgen, aldus gemeentesecretaris Jeroen Smarius, met de inwoners centraal en de gemeente in een faciliterende rol. In dit gespreide bedje vertoonde Harm van Dijk op 29 maart 2014, tijdens een raadsconferentie van



G1000. Ervaringen met burgertoppen

de zojuist verkozen raad van Uden, een filmpje van de Amersfoortse G1000. Rond het idee van een eigen G1000 in Uden als de vijfde G, van gezamenlijkheid, vormde zich een werkgroepje dat de beschikking kreeg over (uiteindelijk) 18.000 euro. Binnen de raad waren CDA en D66 uitgesproken enthousiast, terwijl andere partijen wat meer aarzelingen hadden, maar zeker niet negatief tegenover het idee stonden. Alleen de lokale partij Gewoon Uden was ronduit tegen, omdat zij in de G1000 een ondermijning van de Projectgroep Udenaar de Toekomst zagen. 2.2.1

Inzet: 1000 ideeën om Uden beter te maken

Ook het vaststellen van de politieke claim van de G1000 Uden is niet eenvoudig. De belangrijkste oorzaak daarvoor is echter niet het verschil in persoonlijke ambitie, maar de factor tijd. Oorspronkelijk ontstond op de raadsconferentie het idee van een G1000 zoals in Amersfoort. Maar de organisatie ervan is daarna een geheel eigen weg gegaan, waarin het Platform G1000 na verloop van tijd op de achtergrond raakte en Uden formeel ook niet meer helemaal paste in de principes die het Platform G1000 heeft ontwikkeld (zie hoofdstuk 1). De inzet van de G1000 Uden is daarom het beste te analyseren vanuit het perspectief van de tijd. De eerste stap in de eigen ontwikkeling was een betere inbedding van de G1000 in de plaatselijke politiek, ‘een betere link met de politieke wereld’ (website G1000 Uden). In de (oudere) nieuwsberichten over de G1000 staat daarom met regelmaat dat de raad serieuze voorstellen zal overnemen of iets in die trant. Een dergelijke intentie heerste ook onder de raadsleden, die immers zelf met het idee van een G1000 waren gekomen. Tegelijkertijd nam de raad steeds meer afstand tot de feitelijke organisatie van de G1000. Het was immers wel de bedoeling dat de G1000 een evenement van de leefwereld zou zijn en niet van de systeemwereld.

De tweede stap was een verschuiving van de focus op 1000 Udenaren die samen de Agenda voor Uden zouden vaststellen, naar duizenden ideeën voor Uden. Deelnemers mochten ook ideeën van anderen meebrengen. Figuur 2.1

Logo G1000 Uden

Bron: www.G1000uden.nl



2 De politieke invloed van de G1000 in Amersfoort en Uden

De gedachte van de deelnemers als een gelote vertegenwoordiging van de bevolking werd in Uden niet toegepast. Daarvoor wordt als reden aangevoerd dat de plaatselijke regelingen zich zouden verzetten tegen loting uit de Basisregistratie personen. Of deze onmogelijkheid om te loten echter werkelijk is betreurd, valt te betwijfelen. Veel verschil zal dat in praktische zin overigens in ieder geval niet hebben gemaakt, nu de burgemeester in Uden ongeveer 18.000 uitnodigingen naar alle huishoudens uit zijn gemeente stuurde in plaats van 10.000 namen te trekken uit een kiesregister van 32.382 kiesgerechtigden. Theoretisch is de claim op de volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad uiteraard beduidend minder wanneer er niet wordt geloot. Uiteindelijk is de inzet van de G1000 Uden steeds nadrukkelijker in het verlengde van Udenaar de Toekomst komen te liggen. Dat wordt geïllustreerd door het logo van de G1000 Uden, waarin het logo van Uden naar de Toekomst visueel is geïncorporeerd. Ook in zijn huisstijl is de organisatie altijd het oorspronkelijke blauw van de Amersfoortse G1000 blijven combineren met het felroze van Udenaar de Toekomst. Al met al had de G1000 Uden uiteindelijk een bescheiden claim op politieke invloed. 2.2.2

Zaterdag 4 oktober 2014: Schaapskooi, Uden

Het programma was ontworpen om de (ruim 250) deelnemende burgers hun eigen ideeën en de meegebrachte ideeën te laten uitwisselen, deze ideeën vervolgens te aggregeren tot een top twaalf en die dan ten slotte in een eerste ronde uit te werken. Daarvoor was een ingenieus systeem uitgewerkt. Dat bestond – na een kennismaking – in de eerste plaats uit het uitwisselen en verzamelen van ieders idee voor de toekomst van Uden. Elke tafel werkte aan het formuleren van de eigen ideeën, wat leidde tot een totaal van zo’n 400 ideeën.2 De principiële gelijkwaardigheid van ieders idee werd Figuur 2.2

Van idee naar straat

De straat

Welk idee wilt u inbrengen voor de toekomst van Uden?

De straat

Welke vier ideeën with u verder brengen naar de buurt?

Bron: G1000 Uden – de Resultaten (www.G1000uden.nl), p. 5-6

2. Omdat een aantal hiervan dubbel was of erg op elkaar leek, zijn ze in het verslag (G1000 Magazine) tot 327 ideeën samengevoegd.



G1000. Ervaringen met burgertoppen

uitgedrukt doordat iedereen een idee op een steen van papier kon schrijven, en dat deze stenen werden verzameld als het samen bouwen aan de toekomst van Uden. Na het verzamelen van de ideeën ging men snel over naar het aggregeren ervan. Elke tafel zou zelf de negen ingebrachte ideeën (de rol van de tafelvoorzitter blijft beperkt tot het proces) terugbrengen tot vier. Dat ging via handopsteken, waarbij iedereen drie maal op een idee van een ander mocht stemmen. In een volgende ronde, na de lunch, werden telkens vier tafels samengevoegd (een buurt) waar de eigen top vier werd vergeleken met die van de andere tafels, gelijksoortige ideeën werden samengevoegd en de formuleringen werden aangescherpt. Figuur 2.3

Van straat naar buurt De buurt

Vier eigen ideeën en ook vier ideeën uit drie andere straten

Iedere straat in de buurt

Selecteer nu vijf van de zestien ideeën

Bron: G1000 Uden – de Resultaten (www.G1000uden.nl) , p. 6-7

Via het plakken van stickers moest iedere buurt tot een keuze voor drie ideeën komen. Tien maal een top drie leverde 30 ideeën op voor de slotronde, de stap van buurten naar wijken. Deze 30 ideeën werden gescoord aan de hand van een vierpuntsschaal: hoe hoger de score, des te groter het enthousiasme voor het idee. Geheel volgens het binnen het project Udenaar de Toekomst gehanteerde adagium Hier HoUden we van. Via deze scores werden uiteindelijk de belangrijkste ideeën geselecteerd. Oorspronkelijk was met 1000 deelnemers een uitkomst van 12 ideeën voorzien. Dat werd uiteindelijk een top tien. Na het selecteren van deze ideeën werd een laatste ronde gewijd aan een eerste uitwerking van de meest breedgedragen ideeën. Deelnemers konden zich voegen bij het idee naar keuze en daar nadenken over doelgroep, waarde, middelen, stakeholders en risico’s van een idee en dus tot een eerste plan van aanpak komen. Ten slotte kon men aangeven na de G1000 beschikbaar te zijn voor verder meedenken, meedoen of mee helpen mogelijk maken. Het programma voorzag in 15:00 uur als eindtijdstip.



2 De politieke invloed van de G1000 in Amersfoort en Uden

Figuur 2.4

Ideeën voor de stad Ideeën voor de stad

Waardering van de ideeën op 'Hier houden we van'

De stad

Uitwerking van de initiatieven

Bron: G1000 Uden – de Resultaten (www.G1000uden.nl), p. 7-8

Inhoudelijk leverde de G1000 Uden de volgende top tien van ideeën op. Daarbij is telkens aangegeven of en in welke hoedanigheid de overheid een rol speelt in de plannen. Tabel 2.2

De top tien van Uden

Voorstel

Rol van de gemeentelijke overheid?

1. G1000 van vandaag structureel inzetten bij de ontwikkeling van gemeentebeleid,

Faciliteren

samen met het invoeren van klankbordgroepen op specifieke vraagstukken

Beleid maken (burgerparticipatie)

waarin deskundigen hun expertise inbrengen. 2. Bibliotheek laten voortbestaan als basisvoorziening voor kennisdeling: belangrijk Faciliteren voor ontwikkeling en ontmoeting. 3. Gegarandeerde zorg voor iedere Udenaar in de gemeente Uden

Beleid maken (Wmo, jeugdzorg)

(naar voorbeeld VN verdrag gehandicapten). 4. Ontmoeting stimuleren ter voorkoming van eenzaamheid. Infrastructuur daarop aanpassen, bijvoorbeeld door buurthuizen, omgeving inrichting hofjes, bankjes, woningen aanpassen aan ontmoeten.

Faciliteren Beleid maken (ruimtelijke ordening en welzijn)

5. Uden 2035 energieneutraal. Afval ook zien als grondstof. Beter scheiden aan de Faciliteren bron (projecten bij scholen, sportverenigingen, gemeenschapshuizen en

Beleid maken (milieu en energie)

verzorgingstehuizen). Afval lokaal vermarkten, lagere kosten voor de inwoner. 6. Verbetering wandel- en fietsvriendelijkheid (bewegwijzering/varkensruggen verwijderen/promotie/stimulering).

Beleid maken (verkeer en ruimtelijke ordening, evt. ook recreatie/toerisme)

7. Fietsveiligheid verbeteren in gehele gemeente: verbreding fietspaden en veiligere oversteekplaatsen bij o.a. scholen.

Beleid maken (verkeer en ruimtelijke ordening)

8. Gebruikers betrekken vóór de uitwerkingen van plannen, bijv.

Faciliteren

de gidslijnen en geleidelijnen voor slechtzienden rondom de Markt. 9. Een leercafé opzetten: leren van elkaars kwaliteiten en elkaars

Geen

expertise en betrokkenheid verhogen binnen gemeente Uden. 10. Op kleine schaal vraag en aanbod hulp en zorg bij elkaar brengen. Bijvoorbeeld: Faciliteren kleinschalige buurtteams oprichten met professionele ondersteuning.

Opvallend aan deze top tien is de sterke focus op beleidsinhoudelijke thema’s en de concreetheid van de voorstellen. Hoewel echt wilde plannen (kernwapens weg uit



G1000. Ervaringen met burgertoppen

Volkel) werden weggestemd, hebben zes van de eerste zeven plannen behoorlijke implicaties voor het beleid. Opmerkelijk is ook het specifieke karakter van het tweede idee, om de bibliotheek open te houden. Dat zou heel goed iets te maken kunnen hebben met het feit dat de bibliotheek vanaf het begin actief campagne heeft gevoerd voor de G1000 en er dus naar verwachting meer mensen uit haar achterban aanwezig geweest zullen zijn. Al met al lijkt de G1000 Uden in zijn uitkomsten een grotere politieke claim neer te leggen dan op basis van zijn inzet als burgertop verwacht zou kunnen worden. Waarschijnlijk heeft dat iets te maken met de opzet van het proces, dat na een korte kennismaking was gericht op de uitwisseling en verzameling van ideeën. 2.2.3

Resultaten

Aan het einde van de middag verbonden zich in Uden 150 deelnemers ter plekke aan de uitvoering van een idee. Ruim een half jaar na de G1000 is het de ene groep beter gelukt dan de andere om een vervolg te geven aan de tijdens de G1000 gekozen ideeën. Er wordt zeer regelmatig een Leercafé gehouden, met onderwerpen variërend van het bakken van worstenbroodjes tot helend tekenen. Samen met Udenaar de Toekomst heeft G1000 Uden het Kantelhuis in gebruik genomen als uitvalsbasis en ontmoetingsplek. De ruimte, die door de gemeente beschikbaar is gesteld en wordt gerund door vrijwilligers, biedt plek voor allerlei bewonersinitiatieven om te vergaderen en elkaar te ontmoeten. De thema’s afvalverwerking en Uden energieneutraal zijn over twee groepen verdeeld. De eerste is bezig met plannen voor het terugdringen en hergebruik van restafval en sluit aan bij projecten die de gemeente al onderneemt. De tweede is opgegaan in de al bestaande coöperatie EnergieUden, die zich richt op verduurzaming en eigen energievoorziening. De G1000 is in Uden duidelijk niet exclusief voor de deelnemers aan de bijeenkomst op 4 oktober 2014 of gefixeerd op het uitvoeren van de top tien van die dag. Het begrip staat veel meer voor een proces van telkens nieuwe verbindingen, nieuwe krachten, nieuwe samenwerkingen, aldus G1000-woordvoerder Ad Hartmann in een filmpje van Udenaar de toekomst van 21 november 2014.

De G1000 is in Uden de naam geworden voor een doe-democratisch proces dat ontstond in het verlengde van het formuleren van de toekomstvisie: het continue genereren van ideeën en die als project een stap verder proberen te brengen. Als zodanig leeft de G1000 in Uden nog steeds. Ondanks de aanvankelijke welwillendheid van de gemeenteraad om de ideeën van de G1000 over te nemen en ondanks de politieke bruikbaarheid van de uitkomsten van de G1000 Uden, zijn de plannen als zodanig niet terug te vinden in de politieke discussies binnen de gemeenteraad of het college. Dat geldt in twee richtingen. Zo is er geen ferme steun voor de bibliotheek uitgesproken, ondanks de hoge notering van deze voorziening op 4 oktober, maar er is evenmin oppositie gevoerd met het argument dat een concreet plan in strijd zou zijn met een uitspraak van de G1000,

2 De politieke invloed van de G1000 in Amersfoort en Uden



bijvoorbeeld het recht op betaalbare zorg voor iedereen. De G1000 lijkt zich zelfs redelijk buiten het blikveld van de raadsleden te bevinden. Uit de presentaties en de bijeenkomsten over de voortgang is bij de raadsleden vooral blijven hangen dat er druk gewerkt wordt, maar dat het nog te vroeg is om concrete resultaten te melden. Een en ander past bij de algemene houding van de gemeenteraad (op één partij na): prima dat een G1000 is gehouden en die moet vooral iets van de burgers blijven. De G1000 moet namelijk in hun ogen niet te politiek worden en niet ‘institutionaliseren’ zoals raadsleden van verschillende partijen dat noemen. De mate waarin de G1000 meer in het algemeen invloed heeft gehad op de rol van de instituties, is moeilijk vast te stellen. De ambitie van de G1000-organisatie is wel om een dergelijke burgertop niet eenmalig te organiseren, maar voort te zetten in een permanente dialoog tussen inwoners, instellingen, bedrijven en gemeente, mogelijk in de vorm van een ‘G35-burgerraad’. Bovendien beweren sommige actoren dat de gemeenteraad anders tegen burgerparticipatie is gaan aankijken. Enkele bij aanvang sceptische raadsleden gaven toe dat ze positief waren verrast. Aan de andere kant is er nog weinig aanleiding om te veronderstellen dat de gemeenteraad van Uden zijn traditionele werkwijze werkelijk wil veranderen.

Meer nog dan de waardevolle inbreng van de burger bij de uitwerking en de opstelling van beleid wordt het politieke primaat van de gemeenteraad benadrukt. Loting als nieuwe vorm van politieke representatie is als zodanig in ieder geval geen groot issue in de Udense politiek.

.

CONCLUSIES: VERSCHILLEN EN OVEREENKOMSTEN

We moeten de nodige voorzichtigheid in acht nemen bij de vergelijking tussen de G1000 van Amersfoort en die van Uden, vanwege de scope van het onderzoek en de beperkte tijd die sinds de G1000 is verstreken. Toch is zo’n vergelijking interessant. Juist in de onderlinge confrontatie tussen de twee casus vallen verschillen op. In algemene zin zouden we willen spreken van een randstedelijke D66-G1000 in Amersfoort en een Brabantse CDA-G1000 in Uden. De één gedreven door democratische innovatie met veel hoogopgeleide aandacht voor het proces en de ander voortkomend uit een actief maatschappelijk middenveld, met veel praktische aandacht voor goede ideeën. Maar beide zijn voorbeelden van moderne vormen van partijloze lokale politiek. Meer in het bijzonder zijn de overeenkomsten en de verschillen de volgende. 2.3.1

Inzet

Kijkend naar de ambities van de G1000 in Uden en Amersfoort vallen allereerst twee overeenkomsten op die in beide gemeenten succesfactoren waren: steun voor het idee bij de trits burgemeester-gemeentesecretaris-griffier en een duidelijke voorloper die de geesten rijp had gemaakt. In Amersfoort was dat Het Nieuwe Samenwerken, in Uden was dat Udenaar de Toekomst. Voor het overige vallen vooral de verschillen



G1000. Ervaringen met burgertoppen

op. In Amersfoort was het plan om zowel een burgerraad-met-uitspraken als een burgertop-met-voorstellen te organiseren. Rivaliteit met de gekozen gemeenteraad werd nadrukkelijk ontkend, maar de onderbouwing daarvoor was vooral dat ‘het hele systeem’ aan een proces van co-creatie zou deelnemen. Op die manier zouden de raadsleden gecommitteerd raken aan de resultaten, die daarmee dan verzekerd waren van een plaatsje in het coalitieakkoord. Toch was het uiteindelijk de bedoeling om daags na de gemeenteraadsverkiezingen door een gelote volksvertegenwoordiging de Agenda van Amersfoort voor de nieuwe raadsperiode vast te stellen, en dat is een stevige claim op politieke invloed. In Uden was het oorspronkelijk ook de bedoeling om, vergelijkbaar met Amersfoort, een Agenda van Uden vast te stellen. Dat oorspronkelijke voornemen is in de loop der tijd vervangen door het plan om een burgertop te organiseren waar zo veel mogelijk Udenaren zo veel mogelijk ideeën voor Uden zouden presenteren om die met een geavanceerd selectieproces te trechteren naar de ideeën met het meeste draagvlak. 2.3.2

Opzet

Hoewel juist de G1000 Amersfoort veel meer als burgerraad met politieke uitspraken was opgezet dan de G1000 Uden, zijn de uiteindelijke uitkomsten andersom: de politieke implicaties van de top tien van Uden zijn groter dan die van de Agenda van Amersfoort. Een zeer voor de hand liggende verklaring is het verschil in de gehanteerde methoden. In Amersfoort was het proces gericht op het ontwikkelen van common ground tussen de deelnemers, op dialoog over ieders ervaringen en het co-creëren van voorstellen. De openingsvragen waren gericht op wat deelnemers belangrijk vonden en wat zij daaraan zelf konden doen. Het selecteren van de tien belangrijkste voorstellen gebeurde pas helemaal aan het einde van de dag. In Uden ging het na een korte kennismaking meteen over iemands idee en zagen sommige deelnemers hun voorstel al meteen na de eerste ronde sneuvelen. Voordeel van het proces in Uden was dat het daar gehanteerde selectieproces geavanceerder was dan het in korte tijd moeten plakken van vier stickertjes op 50 ideeën. Voordeel is ook dat het proces in Uden al om 15:00 uur was afgelopen, terwijl in Amersfoort werd opgemerkt dat de dag wel erg lang duurde en de laatste ronde weinig meer toevoegde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://research.vu.nl/ws/portalfiles/portal/21809331/Boogaard_et_al_2016_G1000_ervaringen_met_burgertoppen_webpd.pdf