Dossier Externe Veiligheid
Tekst van het document
treffen van de tanks of andere objecten die daarmee een gifwolk kunnen veroorzaken is -5 c. q. 188*10 -5 (tabel 4 , Onderzoek externe veiligheid) groter dan de 1 op de met 265*10 , , 1. 000. 000 die in de verantwoording wordt vermeld. Er is een vraag uit naar de omgevingsdienst over de berekening van het groepsrisico in de QRA van Smit & Zoon met betrekking op het berekende groepsrisico. Die is berekend aan
de hand van de huidige rekenregels , maar ook die van de toekomstige ontwerpbesluit windturbines leefomgeving die nog niet vastgesteld is. Het Rijk heeft in 2023 conceptnormen gepubliceerd binnen het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving , maar door politieke vertraging zijn deze (nog) niet vastgesteld. De huidige overbruggingsregeling is daarom verlengd tot 31 december 2026. Aan de hand van de huidige rekenregels komt die boven de oriëntatie waarde uit , maar volgens de toekomstige rekenregels van het ontwerpbesluit daar onder. Er wordt niet aangegeven hoeveel eronder en wat de stijging is ten opzichte van de huidige vergunde situatie. Daarnaast is onduidelijk waarom volgens de toekomstige het groepsrisico daalt , maar de effectafstand gelijk blijft en de PR10-6 contour zelfs groter wordt. e.
6. Maatregelen ter beperking van risico’s 6. 1 Bronmaatregelen De genoemde voorzieningen van lekbakken en gescheiden tanks zijn voor de normale
bedrijfsvoering en de risico’s die daarbij kunnen optreden de geëigende maatregelen. Bij het scenario met het incident met de windturbine wordt daar geen rekening mee gehouden , omdat die juist uitgaat van het stukslaan van de tanks en de scheidende constructies en lekbakken. Dit is geen conservatief uitgangspunt , maar een onvermijdelijk onderdeel van het scenario. De conclusie wordt dan ook onjuist geacht. 6. 2 Organisatorische maatregelen (sector management windturbine) Het benoemen van het handelingsperspectief van schuilen hoort niet in deze paragraaf
thuis en wordt bij Zelfredzaamheid beschreven. Enkel de conclusie dat dit het rendement van de turbine te zeer zou aantasten. f.
7.Maatregelen , bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid 7. 1 Maatregelen en bestrijdbaarheid Door de grootte en instantane aard van de hoeveelheid giftige stoffen die er vrij kunnen komen is er voor de brandweer geen mogelijkheid om deze in korte tijd te beperken of geheel te verhelpen. Er moet rekening gehouden worden met de beschreven effectafstanden. Het bedrijf is niet dag en nacht operationeel en bemenst en daardoor is
Onderwerp Advies Omgevingsvergunning
Uw Kenmerk DSO: 20260128 00782 002
Ons kenmerk VRU2026-00001866
8
een snelle en gerichte
alarmering van de brandweer geenszins gegarandeerd.
7. 2 Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid van de bevolking moet bij het scenario worden geactiveerd door een alarmering zoals beschreven in de paragraaf. Voordat echter duidelijk is welk gevaar er dreigt en welk waarschuwingsmiddel er moet worden ingezet is een goede informatie via de alarmering nodig. Die is zoals gezegd niet gegarandeerd. Een alarmering via NL-alert en/of de WAS-palen is een beslissing die goed moet zijn afgewogen. In het effectgebied ligt het Meander-ziekenhuis. Dit is niet zomaar een functie met minder zelfredzamen , maar een zeer kwetsbaar gebouw met niet zelfredzamen en mogelijk een zeer groot aantal bezoekers en personeelsleden. Die zullen enkele uren in het gebouw moeten verblijven tot het weer verantwoord is om het gebouw te verlaten. De BHVorganisatie zal ook heel snel informatie moeten krijgen om alle openingen en ventilatiesystemen (ook naar de operatie- en behandelgebieden) af te kunnen sluiten voordat de schadelijke stoffen in het gebouw komen. g.
8. Conclusie Deze conclusie kan vanuit de veiligheidsregio op de volgende punten niet worden
onderschreven: I. De kans op raken van de tanks of het gebouw is ongeveer 4 keer groter dan de aangegeven 1 op de 1.000.000 , II. Tijdige waarschuwing is niet gegarandeerd en daarmee ook niet de acties voor de aanwezigen in het effectgebied voor het treffen van het handelingsperspectief (schuilen , ramen en deuren dicht en ventilatie uit). III. Het groepsrisico volgens toekomstige rekenregels wordt omgerekend van een overschrijding van de oriëntatiewaarde naar een waarde onder de oriëntatiewaarde. Het effectgebied blijft echter even groot. QRA Handelmaatschappij A. Smit en Zoon v4.0 ; d. d. 17-12-2025 Er is een aangepaste QRA met de mogelijke externe gevolgen aanwezig gemaakt. Aangezien de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) voor de Seveso-inrichtingen in de veiligheidsregio Utrecht de inspecterende Omgevingsdienst is zullen zij hierop een toetsing uitvoeren. Als voorbereiding op de vergunningverlening voor de windturbines is een vooruitblik op de consequenties voor Smit & Zoon aan te bevelen. Bij dit verzoek aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn de volgende vragen te stellen: a. Moet ook het scenario van het raken van meerdere of alle tanks in plaats van maar precies één worden meegenomen. b.
Moet als gevolg van de mogelijkheid van het raken van meerdere tanks ook de onderlinge reacties van de stoffen worden meegenomen in onder andere de berekeningen voor de c.
d.
effecten naar de omgeving? Is er een verwachting te geven van het effectgebied bij een volledige uitdamping van de originele of gereageerde producten bij een niet effectieve beperking van de uitstoot? Zijn de trefkansen vanuit de berekeningen correct meegenomen in de QRA?
Onderwerp Advies Omgevingsvergunning
Uw Kenmerk DSO: 20260128 00782 002
Ons kenmerk VRU2026-00001866
9
RAPPORT Uitwerking thematiek externe veiligheid Wind op Isselt , Amersfoort Klant:
Gemeente Amersfoort
Referentie:
BL3083-IB-RP001F01
Status:
Definitief/01
Datum:
20 maart 2026
Projectgerelateerd
be Haskoning Enhancing Society Together
HASKONING
NEDERLAND
B.V.
Laan
1914 no.35
EX
Amersfoort
3818
Netherlands
Industry Trade
register
Telefoon: +31 E-mail:
&
Buildings
number: 56515154
88 348 20 00
info@haskoning.com haskoning.com
Website:
Titel document: Ondertitel: Referentie:
Uitwerking
thematiek externe veiligheid Wind op Isselt, Amersfoort BL3083-1B-RP001F01
Uw kenmerk
Status: Datum:
Projectnaam: Projectnummer:
Definitief/01 20 maart 2026 Wind op Isselt BL3083
Auteur(s):
(geanonimiseerd) nn
Opgesteld
(geanonimiseerd) nn
door:
Gecontroleerd
(geanonimise rd) nm
door:
Datum:
19 maart 2026
Goedgekeurd
(geanonimise rd)
door:
Datum:
19 maart 2026
Classificatie:
Projectgerelateerd
Behoudens
andersluidende
afspraken
met de
Opdrachtgever,
voor een
Nederland B.V.
verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid
aanvaardt geen enkele
ander doel dan
mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning
openbaar gemaakt of worden gebruikt
voor
dit document,
anders dan
jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient
toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. Dit document kan zijn opgesteld met behulp van kunstmatige intelligentie (Al); alle door Al gegenereerde inhoud is beoordeeld en gevalideerd door onze experts. 20
maart 2026
UITWERKING
THEMATIEK
EXTERNE
VEILIGHEID
BL3083-1B-RP001F01
ü
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Introductie
1
1. 1
Aanleiding rapportage
1
1. 2
Behoefte van de gemeente Amersfoort
2
1. 3
Leeswijzer bij deze rapportage
2
2
Beschouwing planvoornemen
3
2. 1
Omschrijving planvoornemen
3
2. 2
Externe veiligheid
4
2. 3
Relevante omgevingsfactoren in relatie tot externe veiligheid
5
3
Invloed van windturbines op de omgeving
6
3. 1
Plaatsgebonden risico windturbines
6
3. 2
Toetsing plaatsgebonden risico windturbines
6
3. 2. 1 3. 2. 2
-5 10/jaar
3. 3
contour Gebouwen binnen de PR -6 -5 buiten de PR 10/jaar contour Gebouwen binnen de PR 10/jaar Incidentscenario’s windturbines
11
3. 3. 1 3. 3. 2 3. 3. 3
RWZI Rivier de Eem Smit en Zoon
12 12 13
4
Impact windturbines op Smit en Zoon
14
4. 1
Beschouwing kwantitatieve risicoanalyse Smit en Zoon Plaatsgebonden risico Smit en Zoon Invloedsgebied Smit en Zoon Gifwolkaandachtsgebied Smit en Zoon Ontwikkeling groepsrisico als gevolg van de windturbine
15
4. 1. 1 4. 1. 2 4. 1. 3 4. 1. 4 4. 1. 5
4. 2 4. 2. 1 4. 2. 2 4. 2. 3 4. 2. 4
4. 3 4. 3. 1 4. 3. 2 4. 3. 3 4. 3. 4 4. 3. 5 4. 3. 6
20 maart 2026
8 9
,
15 15 17 19 19
Aanwezigheid van kwetsbare groepen binnen het aandachtsgebied
Effecten scenario’s windturbines op Smit en Zoon Gondelfalen Mastfalen
20 20 20 20 21
Bladworp
Overig: afvallen/afwerpen van losse onderdelen Beschouwing berekening trefkansen en dominoscenario’s Smit en Zoon Raken is falen bij Mastfalen
22 22 23 24 24 26 26
Aanpassing rekenmethodiek Bladworp Uitstroomtijd mengscenario Foutieve uitstroomrichting plasverdamping “mengscenario’s” Rekenmethodiek windturbines van meer dan 5 MW Beschouwing uitgangspunten modelering
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
iii
Projectgerelateerd
5
Mogelijkheden tot mitigatie
28
5. 1
Maatregelen aan de bron (de windturbines)
28
5. 2
Mogelijke maatregelen bij Smit en Zoon
29
5. 3
Mogelijke maatregelen bij domino-effecten Smit en Zoon
30
5. 3. 1 5. 3. 2
Preventieve maatregelen Reactieve maatregelen
30 32
5. 4
Automatisch blussysteem in een windturbine
32
5. 5
Waterscherm t. b. v. neerslaan toxische wolk
33
5. 6
Voorbereiden en alarmeren van de omgeving
33
6
Conclusie
34
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
iv
Projectgerelateerd
1
Introductie
De gemeente Amersfoort heeft een aanvraag ontvangen voor het planologisch inpassen van twee windturbines met een BOPA. Bij de beoordeling van deze aanvraag maakt de gemeente als bevoegd gezag een integrale afweging van de betrokken belangen waaronder het belang van de energietransitie en het waarborgen van een veilige fysieke leefomgeving. ,
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) vormt hierbij het centraal beoordelingskader. Dit naast instructieregels waaruit volgt dat bij een BOPA rekening wordt gehouden met onder meer het voorkomen en beperken van branden rampen en crises en met de veiligheid van personen in de omgeving. ,
De gemeente Amersfoort heeft Haskoning verzocht om voor het thema externe veiligheid verdiepend onderzoek te doen in het kader van deze inpassing. In dit hoofdstuk wordt de aanleiding geschetst en de behoefte van de gemeente Amersfoort beschreven.
1. 1
Aanleiding rapportage
Om de aanleiding voor deze rapportage in beeld te brengen zijn op basis van de door de gemeente Amersfoort aangeboden informatie de volgende vaststellingen gedaan: ,
,
•
Gemeente Amersfoort heeft zich in de Regionale EnergieStrategie (RES) gecommitteerd aan het opwekken 05 terawattuur duurzame energie in 2030. De structuurvisie 2013 en het haalbaarheidsonderzoek Energielandschappen 2017 schetsen hiervoor basisuitgangspunten. ,
•
Industrieterrein Isselt in Amersfoort is aangewezen als kansrijke locatie voor windenergie in de RES. Hieruit is een initiatief voortgekomen om op Isselt in Amersfoort twee windturbines te realiseren.
•
In 2022 is door de gemeente een vrijwillige mer-beoordeling uitgevoerd (2022). De conclusie was dat de realisatie van de turbines niet tot significante negatieve milieueffecten leidt. Wat betekent dat het uitvoeren van een project-mer wettelijk gezien niet nodig is.
•
Als resultaat van de openbare inschrijving werken Renewable Factory en de energiecoöperatie Samen Energie Amersfoort nu samen als initiatiefnemers voor dit project in W-Isselt B. V. Zij hebben op 28 januari 2026 een BOPA-aanvraag gedaan om de twee windturbines op Isselt planologisch mogelijk te maken. ,
•
Uit het participatieproces gekoppeld aan deze ontwikkeling en de consultatie van adviespartners zoals de Veiligheidsregio Utrecht wordt aandacht gevraagd voor het mogelijk optreden van een toxisch scenario bij het Seveso-bedrijf Handelmaatschappij A. Smit en Zoon B. V. (Hierna: Smit en Zoon) als gevolg van het falen van één van de windturbines.
•
Op 28 mei 2024 heeft de gemeenteraad het uitwerkingsvoorstel voor het project Wind op Isselt aangenomen. In dit uitwerkingsvoorstel wordt onder meer extra aandacht gevraagd voor het aspect
externe veiligheid. •
Er bestaan zorgen bij Smit en Zoon en de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) over de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van dit scenario en de mogelijke effecten voor kwetsbare en zeer-kwetsbare gebouwen.
•
Op 18 februari 2026 heeft de gemeente voorbereidingsbesluit (Wind op Isselt 2026 vastgesteld die de huidige planologische situatie op Isselt ‘bevriest’.
20 maart 2026
,
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
1
Projectgerelateerd
1. 2
Behoefte
van
de gemeente Amersfoort
De gemeente Amersfoort heeft Haskoning verzocht om een verdiepende analyse voor het onderwerp externe veiligheid ten aanzien van de windturbines op te stellen. Deze analyse zal worden gebruikt: •
Als input voor de gemeente Amersfoort om invulling te geven aan de wettelijke verplichting om het groepsrisico als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen te duiden en te verantwoorden.
•
Voor het verkrijgen van dieper inzicht in de omgevingsrisico’s ten behoeve van de bestuurlijke afweging bij de vergunningaanvraag.
•
Voor het verkrijgen van een dieper inzicht in de mogelijke maatregelen om de risico’s te kunnen mitigeren
1. 3 •
Leeswijzer bij deze rapportage
In hoofdstuk 2 is het planvoornemen in relatie tot het milieuaspect externe veiligheid beschouwd. Op deze manier wordt inzicht verschaft in de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling de bestaande omgeving en de aanwezige risico’s. ,
•
Hoofdstuk 3 beschrijft de toetsing van de windturbines. Hieronder vallen onder andere de beschouwing van het plaatsgebonden risico in relatie tot de aanwezige gebouwen en de risico’s die windturbines ,
toevoegen aan de omgeving. •
Hoofdstuk 4 gaat in op de impact van de windturbines op Smit en Zoon. In deze analyse is per scenario uitgewerkt wat de impact is.
•
Vervolgens beschrijft Hoofdstuk 5 een overzicht van de mogelijkheden voor mitigerende maatregelen.
•
In Hoofdstuk 6 zijn de belangrijkste conclusies van deze rapportage beschreven.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
2
Projectgerelateerd
2
Beschouwing planvoornemen
Dit hoofdstuk beschrijft de voorgenomen planontwikkeling en de relevante aspecten ten aanzien van externe veiligheid. Deze aspecten zijn in de hiernavolgende hoofdstukken verder uitgewerkt.
2. 1
Omschrijving planvoornemen
Het project Wind op Isselt maakt volgens de vergunningaanvraag BOPA en onderliggende stukken de realisatie van twee windturbines mogelijk. Tabel 2-1 geeft de afmetingen van de te realiseren turbines. Tabel 2-1: Afmetingen windturbines op Isselt Ashoogte (meter)
Rotordiameter (meter)
Tiphoogte (meter)
Minimaal
130
170
215
Maximaal
155
185
2425,
Bandbreedte
De turbines worden gerealiseerd op de geografische locaties zoals geduid in Tabel 2-2. Tabel 2-2 Coördinaten windturbines Windturbine nummer
X-coördinaat
Y-coördinaat
Windturbine 1 (noord)
152. 630
465. 136
Windturbine 2 (zuid)
152. 289
464. 778
Onderstaand een overzichtskaart uit de Onderbouwing fysieke leefomgeving 2026 (OFLO):1
Figuur 2-1 Windturbineposities op Isselt 1
Bosch en van Rijn , 2026 ; Onderbouwing fysieke leefomgeving , Wind op Isselt , 27 januari 2026.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
3
Projectgerelateerd
Figuur 2-2 Windturbineposities op Isselt weergegeven op een kaartbeeld met functieaanduidingen
De turbines worden voorzien op het ‘TOP-terrein’ en op het terrein van de rioolwaterwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van het Waterschap Vallei en Veluwe. Het terrein heeft in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan de bestemming ‘Bedrijventerrein 1’.
2. 2
Externe veiligheid
Externe veiligheid valt onder de Omgevingswet in het bredere thema omgevingsveiligheid. Externe veiligheid gaat over de risico’s ten aanzien van de opslag het transport en de productie van gevaarlijke stoffen voor de omgeving. Het doel van het omgevingsveiligheidsbeleid is om mensen te beschermen tegen een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen. ,
In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen. De instructieregels dienen te worden nagevolgd in het omgevingsplan. Dit betekent dat in het kader van de BOPA is getoetst aan deze instructieregels. De regels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden als beoordelingsregels voor de aanvraag van een BOPA via hoofdstuk 8 van het Bkl. Met de BOPA-aanvraag wordt getoetst of wordt voldaan aan de ETFAL-criteria (Evenwichtige toedeling van functies aan locaties). In bijlage VII van het Bkl zijn milieubelastende activiteiten benoemd met een extern veiligheidsrisico (Hierna genoemd risicovolle activiteiten). Windturbines vallen onder de in bijlage VII benoemde risicovolle activiteiten. Windturbines kunnen namelijk een risico verhogend effect hebben op andere risicovolle activiteiten in de omgeving. Een risicovolle activiteit in de omgeving die in dit kader in dit onderzoek wordt betrokken is het Seveso-bedrijf Smit en Zoon.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
4
Projectgerelateerd
Naast een effect op risicovolle activiteiten hebben windturbines een mogelijk effect op de aanwezige personen in gebouwen in de directe omgeving. De volgende paragraaf gaat in op de voor dit planvoornemen relevante omgevingsfactoren in het kader van externe veiligheid. Het uitwerkingsvoorstel van de gemeente Amersfoort vraagt daarnaast om een uitwerking van specifieke aspecten. Dit betreffen de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare gebouwen de aanwezigheid van hoogspanningsleidingen wegen vaarwegen en een waterkering. In hoofdstuk 3 is ingegaan op de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare gebouwen en de vaarweg. De overige aspecten zijn reeds voldoende onderbouwd in de andere onderzoeken. ,
,
2. 3
,
Relevante omgevingsfactoren in relatie tot externe veiligheid
De windturbines moeten worden ingepast in de bestaande omgeving. Onderstaande factoren zijn beschouwd in dit onderzoek: •
De invloed van de windturbines op het RWZI en bijbehorende gebouwen ;
•
De aanwezigheid van gebouwen/ personen in de directe nabijheid van de windturbines ;
•
De aanwezigheid van Smit en Zoon binnen de invloedssfeer van de windturbines ;
•
De invloed/effecten van de windturbines op Smit en Zoon.
In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de invloed van de windturbines op de directe omgeving. Hoofdstuk 4 beschrijft de effecten die de windturbines hebben op Smit en Zoon.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
5
Projectgerelateerd
3
Invloed van windturbines op de omgeving
In dit hoofdstuk is de invloed van de windturbines op het milieuthema externe veiligheid beschouwd. In het kader van externe veiligheid hebben windturbines een plaatsgebonden risico. De definitie en geldende instructieregels vanuit het Bkl voor het plaatsgebonden risico ten aanzien van windturbines is gegeven in paragraaf 3. 2. De toetsing van de aanwezigheid van personen/gebouwen binnen de plaatsgebonden risicocontouren is beschreven in paragraaf 3. 3. Naast het plaatsgebonden risico dient er voor windturbines rekening te worden gehouden met faalscenario’s van de windturbines die effecten kunnen veroorzaken in de omgeving. Dit is beschreven in paragraaf 4. 2.
3. 1
Plaatsgebonden risico windturbines
Het plaatsgebonden risico is de kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit (artikel 5. 6 van het Bkl). Hierbij geldt vanuit artikel 5. 7 van het Bkl een grenswaarde van 1 op de 1. 000. 000 per jaar (1*10 -6 per jaar) voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Dit betekent dat er binnen de PR 10 -6 per jaar contour geen (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties aanwezig mogen zijn. In bijlage VI van het Bkl zijn de definities gegeven betreffende de gebouwen en locaties. Naast de hierboven genoemde grenswaarde geldt er conform artikel 5. 11 lid 2 van het Bkl een grenswaarde van 1 op de 100. 000 per jaar voor beperkt-kwetsbare gebouwen en beperkt-kwetsbare locaties. Dit betekent dat er binnen de PR 10 -5 per jaar contour geen beperkt-kwetsbare gebouwen en locaties aanwezig mogen zijn. Deze regeling wijkt af van de hoofdregel dat voor kwetsbare gebouwen locaties een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico geldt van 1 op de 1. 000. 000 per jaar. Dit betekent dat er mag worden afgeweken van de standaardwaarde en er beperkt-kwetsbare gebouwen en locaties binnen de PR10 -5 per jaar contour aanwezig kunnen zijn.
Afwijken van een standaardwaarde is toegelaten als dit goed wordt gemotiveerd (Stb. 2018 292 p. 218-219). ,
,
3. 2
,
,
Toetsing plaatsgebonden risico windturbines
Figuur 3-1 (zie pagina 8) uit het onderzoek externe veiligheid (Bosch en van Rijn 2 2026) laat de ligging van de PR-contouren zien. Deze risicocontouren zijn door Bosch en van Rijn bepaalt middels de online rekenmodule Save-W 3 en ten behoeve van voorliggend onderzoek geverifieerd door Haskoning. Met de berekeningsmodule zijn op basis van de specificaties van de windturbines zoals weergegeven in hoofdstuk 2 onder andere onderstaande PR-contouren berekend. ,
•
PR 10 -6 per jaar contour van 193 meter rond de turbines ;
•
PR 10 -5 per jaar contour van 81 meter rond de turbines ;
•
PR 10 -4 per jaar contour van 7 meter rond de turbines (niet weergegeven op de afbeelding).
De PR10 -4 per jaar contour is hierboven benoemd om een beeld te geven van de opbouw van de verschillende plaatsgebonden risicocontouren. Omdat alleen de PR 10 -5 en PR 10 -6 per jaar contour relevant zijn voor de aanwezigheid van gebouwen is alleen getoetst aan de aanwezigheid van gebouwen binnen deze contouren. Tussen de PR 10 -6 per jaar en PR 10 -5 per jaar contouren van de twee turbines liggen 2 3
Bosch en van Rijn , 2026 ; Externe veiligheidsonderzoek t. b. v. vergunningaanvraag , 27-01-2026. Berekeningsmodule Save-W
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
6
Projectgerelateerd
volgens de analyse van Bosch en van Rijn 2 29 gebouwen. Om te toetsen of wordt voldaan aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico is het van belang om te bepalen hoe deze 29 gebouwen volgens bijlage VI van het Bkl worden gekwalificeerd. Volgens het Bkl gelden de onderstaande definities voor een volledig overzicht wordt verwezen naar bijlage VI van het Bkl 4 ,
•
Zeer-kwetsbaar gebouw: Een gebouw waarin personen verblijven die zichzelf niet (of onvoldoende) in veiligheid kunnen brengen bij een incident. Deze gebouwen huisvesten verminderend zelfredzame personen zoals kinderen zieken gedetineerden of mensen met lichamelijke of geestelijke beperkingen. ,
•
,
,
Kwetsbaar gebouw: Een gebouw waarin veel mensen tegelijk aanwezig zijn of waar mensen langdurig verblijven zoals bij een woonfunctie of andere functies zoals een kantoorgebouw waar gedurende een groot deel van de dag veel personen aanwezig zijn. ,
•
Beperkt-kwetsbaar gebouw: Een gebouw waarbij sprake is van een relatief lage bezetting lage dichtheid of beperkte verblijfsduur van personen. ,
,
Voor de toetsing aan het plaatsgebonden risico geldt dat feitelijk nog niet gerealiseerde maar wel planologisch toegestane gebouwen (in het spraakgebruik ‘geprojecteerde gebouwen’ genoemd) worden meegerekend in de toetsing. Het voorbereidingsbesluit Wind op Isselt (vastgesteld op 18 februari 2026)5 sluit de ontwikkeling van nieuwe kwetsbare gebouwen binnen de PR10 -6 per jaar contouren van de windturbines uit. Dit betekent dat de ontwikkeling van bepaalde functies die het onderliggende tijdelijke omgevingsplan (Bestemmingsplan ; bedrijventerreinen e. o. en snelwegen) planologisch mogelijk maakt binnen deze contouren deels worden bevroren. Hierdoor kunnen er geen nieuwe kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd. ,
,
,
In de onderstaande toetsing zijn de 29 gebouwen getoetst aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico. Getoetst is of de 29 gebouwen uit de analyse van Bosch en van Rijn beperkt-kwetsbare gebouwen zijn en/of gebouwen zijn die niet onder bijlage VI van het Bkl vallen. De 29 gebouwen betreffen bestaande gebouwen en enkele planologisch toegestane gebouwen. Van de 29 gebouwen ligt één gebouw deels binnen de PR10 -5 per jaar contour dit betreft gebouw 25. De overige 28 gebouwen liggen tussen de PR10 -5 en de PR10 -6 per jaar contour. Deze toetsing wordt hieronder nader toegelicht. ,
4 wetten. nl - Regeling - Besluit kwaliteit leefomgeving - BWBR0041313 5 Voorbereidingsbesluit Wind op Isselt | Lokale wet- en regelgeving 20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
7
Projectgerelateerd
Figuur 3-1 Ligging PR10 -5 en PR10 -6 contouren ten opzichte van de bestaande bebouwing. (NB: in de legenda is door Bosch en van Rijn de verkeerde afstand voor het PR 10 -5 per jaar contour opgenomen)
3. 2. 1
-5 Gebouwen binnen de PR 10/jaar contour
Binnen de PR10 -5 per jaar contour van de noordelijke windturbine ligt een deel van een gebouw. Dit gebouw is door Bosch en van Rijn gelabeld als ‘gebouw 25’. Gebouw 25 is planologisch mogelijk maar nog niet gerealiseerd. Het gebouw ligt op het terrein van de RWZI. Het gebouw betreft conform de omgevingsvergunning van 6 maart 2025 een vuilcentraatbuffer / vuilcentraatput en een schakelgebouw. Om te kunnen voldoen aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico mag dit gebouw geen (zeer/ beperkt) kwetsbaar gebouw conform bijlage VI van het Bkl zijn. Volgens de omgevingsvergunning valt het gebouw onder het type ‘andere en overige gebruiksfuncties’ zoals in het Bbl genoemd in bijlage I onder B. ‘Andere overige gebruiksfuncties’ vallen niet onder bijlage VI van het Bkl. Dit betekent dat gebouw 25 geen (zeer/beperkt) kwetsbaar gebouw is. Gebouw 25 voldoet hiermee in zijn huidige vorm aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. ,
NB: Binnen de PR10 -5 per jaar contouren van beide windturbines geldt op grond van het omgevingsplan de bestemming Bedrijventerrein 1. Dit betekent dat er binnen de PR10 -5 per jaar contour wel beperktkwetsbare gebouwen toegestaan zijn. De ontwikkeling van nieuwe beperkt-kwetsbare gebouwen wordt op grond van het voorbereidingsbesluit niet uitgesloten. Hiermee wordt niet voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico omdat die normen ook gelden voor ‘geprojecteerde’ gebouwen en locaties: gebouwen en locaties die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning zijn toegelaten (Artikel 5.3 derde lid Bkl). De gemeente Amersfoort kan het voorbereidingsbesluit aanpassen om beperkt-kwetsbare gebouwen uit te sluiten binnen de PR10 -5 per jaar contour. ,
,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
8
Projectgerelateerd
3. 2. 2
-6 -5 Gebouwen binnen de PR 10/jaar , buiten de PR 10/jaar contour
Om te toetsen of de 29 gebouwen die in de zone tussen de PR10 -5 en PR10 -6 per jaar contour liggen voldoen aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico is bepaald wat voor type gebouwen dit betreft. Deze gebouwen zijn geen zeer-kwetsbare gebouwen omdat het tijdelijke omgevingsplan geen zeer-kwetsbare functies mogelijk maakt. De geldende bestemming bedrijventerrein 1 laat geen functies toe die vallen onder de definitie zeer-kwetsbaar gebouw uit bijlage VI bkl. Wel maakt het tijdelijke omgevingsplan kwetsbare gebouwen mogelijk. Het is daarom van belang om te toetsen of er geen bestaande kwetsbare gebouwen aanwezig zijn tussen de PR10 -6 per jaar en de PR10 -5 per jaar contour. ,
,
Figuur 3-2 Gebouwen binnen de contouren van de noordelijke windturbine
Binnen de contour van de noordelijke windturbine liggen gebouwen op de RWZI en gebouwen van Smit en Zoon. Dit betreffen gebouwen 13 7 8 13 14 19 25 26 en 29. ,
•
,
,
,
,
,
,
,
Gebouw 7 8 13 14 19 25 en 26 zijn gebouwen op de RWZI. Voor de aanwezige gebouwen op de waterzuivering geldt dat dit geen (beperkt) kwetsbare gebouwen betreft. Deze gebouwen zijn in het BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) aangemerkt als ‘overige gebruiksfunctie’. ‘Andere en overige gebruiksfuncties’ zijn in het Bbl genoemd in bijlage I onder B. Daarmee zijn deze gebouwen ,
,
,
,
,
niet opgenomen in bijlage VI van het Bkl. •
Gebouw 1 3 en 29 behoren tot de Seveso-inrichting Smit en Zoon. Voor de gebouwen van Smit en Zoon is artikel 5. 5 van het Bkl van toepassing. Dit betekent dat de gebouwen weliswaar als (beperkt) kwetsbaar gekwalificeerd kunnen worden maar een functionele binding hebben met een activiteit genoemd in bijlage VII van het Bkl namelijk een Seveso-inrichting. Hierdoor zijn de regels van het plaatsgebonden risico zowel ten gevolge van de activiteit (genoemd in bijlage VII Bkl) waar de gebouwen toe behoren (in dit geval Smit en Zoon) als van activiteiten (genoemd in bijlage VII Bkl) in de omgeving (in dit geval de noordelijke windturbine) niet van toepassing op deze gebouwen. ,
,
,
,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
9
Projectgerelateerd
Figuur 3-3 Gebouwen binnen de contouren van de zuidelijke windturbine
Binnen de contour van de zuidelijke windturbine liggen gebouw 2 4 5 6 9 10 11 12 13 15 16 17 18 20 22 23 24 27 en 28. ,
,
•
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Gebouwen 2 4 6 9 10 11 12 13 15 16 17 18 20 22 en 27 hebben volgens BAG-gegevens een aanwezigheid van een beperkt aantal personen overdag (2 tot 23) en in de nacht (1 tot 5). Uit een scan uitgevoerd met Google-Street view valt op te maken dat deze gebouwen bedrijfspanden zijn. Dit betekent dat deze gebouwen volgens bijlage VI van het Bkl worden gekwalificeerd als beperkt,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
kwetsbaar gebouw. •
Gebouw 5 betreft de kledingbank Amersfoort. Dit bedrijf heeft volgens BAG-gegevens een aanwezigheid van 75 personen overdag. Het pand betreft een bedrijfspand met een kantoorfunctie/ winkelfunctie en opslag. De winkelfunctie zorgt voor de grote aanwezigheid van personen. Deze personen zijn echter niet gelijktijdig en niet gedurende de hele werkdag aanwezig. Bovendien is het winkelbezoek op afspraak. Het bruto vloeroppervlak van het pand is 2. 450 m verdeelt over 2 verdiepingen. 2 Uitgaande dat het winkeloppervlak zich bevindt op de begane grond en er ook ruimte is voor kantoren op de tweede etage , betreft het bruto vloeroppervlak van de winkel minder dan 2. 000 m 2 bvo , daarmee is het pand te kwalificeren als beperkt-kwetsbaar gebouw volgens bijlage VI van het Bkl.
•
Gebouw 23 is een recyclingbedrijf. Dit bedrijf heeft volgens BAG-gegevens een aanwezigheid van 44 personen overdag en 10 in de nacht. Volgens Bijlage VI van het Bkl valt het bedrijf onder de categorie industriefunctie en is daarmee te kwalificeren als beperkt-kwetsbaar gebouw.
•
Gebouw 24 en 28 hebben volgens de BAG-gegevens een ‘overige gebruiksfunctie’. Deze gebouwen zijn daarmee geen beperkt-kwetsbare gebouwen. ‘Andere en overige gebruiksfuncties’ zijn in het Bbl genoemd in bijlage I onder b. Deze gebouwen niet opgenomen in bijlage VI van het Bkl.
Dit betekent dat er geen kwetsbare gebouwen tussen de PR10 -5 en PR10 -6 per jaar liggen. Hieruit volgt dat uit de toetsing van gebouwen in het planvoornemen aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico komen geen knelpunten naar voren komen.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
10
Projectgerelateerd
3. 3
Incidentscenario’s windturbines
Windturbines kunnen in het kader van externe veiligheid risico verhogende effecten hebben op risicovolle milieubelastende activiteiten zoals genoemd in bijlage VII van het Bkl. Daarnaast kunnen windturbines een risico verhogend effect hebben voor omliggende infrastructuur. Dit betekent dat risicoafstanden kunnen worden vergroot veroorzaakt door faalscenario’s van de windturbine. De scenario’s zijn beschreven in het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module IV van het RIVM. Een windturbine bestaat uit verschillende onderdelen. Deze onderdelen spelen een rol bij de beschrijving van de verschillende incident scenario’s bij het falen van een windturbine. Volgende afbeelding laat de verschillende onderdelen van een windturbine zien. ,
Figuur 3-4 Aanduidingen van de verschillende onderdelen van een windturbine (bron: Pondera , onderdeel van Haskoning)
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
11
Projectgerelateerd
Bij het falen van een windturbine zijn er verschillende incidentscenario’s mogelijk. In volgende afbeelding is een overzicht gegeven van de belangrijkste scenario’s bij het falen van een windturbine. De verschillende scenario’s kunnen worden berekend met de online Berekeningsmodule Save-W.6
Figuur 3-5 Incidentscenario’s bij het falen van een windturbine (bron: Haskoning)
De ongevalsscenario’s van de windturbines op Isselt hebben impact op de RWZI en de Smit en Zoon. Daarnaast ligt de rivier de Eem als vaarweg binnen de effectgebieden.
3. 3. 1
RWZI
Op de RWZI is binnen de PR10 -6 per jaar contour van de noordelijke windturbine een biogashouder aanwezig als onderdeel van een biovergistingsinstallatie. Biovergisters worden niet gezien als risicovolle milieubelastende activiteit zoals genoemd in bijlage VII van het Bkl. Dit betekent dat het uitvoeren van een risicoberekening voor deze installatie niet verplicht is. Biogas wordt wel gezien als een gevaarlijke stof. In de gashouder/biovergister is uitsluitend sprake van opslag onder lage druk. De risico’s van dit type opslag voor de omgeving zijn beperkt zoals onder andere blijkt uit studies naar dit onderwerp door het RIVM.7 In de milieuvergunning is benoemd dat er behalve bij de biovergister geen gevaarlijke stoffen aanwezig zijn op de RWZI. Dit betekent dat er op de RWZI ten gevolge van de windturbines in het kader van externe veiligheid geen nieuwe/ vergrootte plaatsgebonden risicocontouren en/of aandachtsgebieden ontstaan. In het voorliggend onderzoek is er niet verder ingegaan op de RWZI. Belangrijke noot is wel dat een RWZI wordt aangemerkt als essentiële kritieke infrastructuur.8 Het is daarom van belang dat onderbouwd wordt of de bedrijfscontinuïteit niet wordt bedreigd als gevolg van het falen van een windturbine.
3. 3. 2
Rivier de Eem
De Eem ligt ten noorden van de noordelijke windturbine. De Eem is in gedeeld beheer bij de gemeente Amersfoort het waterschap Vallei en Veluwe en de provincie Utrecht. De rivier is daarmee geen rijksvaarweg en valt niet onder het beheer van Rijkswaterstaat. Dit betekent dat de “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op in of over Rijkswaterstaatwerken” niet van toepassing is op de Eem. Als aan de regel getoetst zou worden dan zou niet kunnen worden voldaan aan de eisen voor de doorvaarthoogte. Ten opzichte van de rijksregels geldt voor de Eem een beperkte doorvaarthoogte van 30 meter wat ruim binnen de overdraaihoogte van 595 meter valt. Daarnaast heeft de brug bij Eembrugge een doorvaarthoogte van 77 meter. Dit betekent dat de windturbines geen beperking vormt voor de scheepvaart op de Eem (NB: Bovenstaande is gebaseerd op de conclusies van Bosch en van Rijn). ,
,
,
,
6 7 8
URL van de online berekeningsmodule Save-W: https://www. save-w. nl/ RIVM Rapport 620201001 veiligheid grootschalige productie van biogas Aanpak vitaal | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
12
Projectgerelateerd
3. 3. 3
Smit en Zoon
De terreingrens van Smit en Zoon ligt op ongeveer 120 meter van de noordelijke windturbine. Smit en Zoon is als Seveso-bedrijf een risicovolle milieubelastende activiteit onder bijlage VII van het Bkl. Uit onderzoek blijkt dat de windturbine een risico verhogend effect heeft op de risico’s van Smit en Zoon. Deze risico’s worden veroorzaakt door de faalscenario’s van de windturbine. De verdere uitwerking van Smit en Zoon de faalscenario’s en bijbehorende risico’s zijn verder toegelicht in hoofdstuk 4. ,
20 maart 2026
,
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
13
Projectgerelateerd
Impact windturbines op Smit en Zoon
4
Dit hoofdstuk beschrijft de impact van de windturbines op Smit en Zoon. Paragraaf 4. 1 gaat in op het plaatsgebonden risico het invloedsgebied en het aandachtsgebieden. In paragraaf 4. 2 is ingegaan op de effecten van de windturbine zoals beschouwd in het QRA-rapport 9 en door Bosch en van Rijn. Paragraaf 4. 3 geeft vervolgens een technische nuance aan de uitgevoerde QRA. ,
Het bedrijf Smit en Zoon produceert grondstoffen voor de leerindustrie. Voor deze productie heeft dit bedrijf een vergunning voor diverse activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het gaat hier om: •
de op- en overslag van verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15) ;
•
de opslag van gevaarlijke stoffen in opslagtanks ;
•
de bulkoverslag van gevaarlijke stoffen ;
•
het gebruik van een leidingbrug.
De aanwezige hoeveelheid en de kenmerken van de gevaarlijke stoffen zorgt ervoor dat Smit en Zoon is gekwalificeerd als een (lage drempel) Seveso-inrichting. Dit betekent dat het bedrijf een hoeveelheid van bepaalde gevaarlijke stoffen heeft hoger dan ‘de lage drempel van de Seveso-richtlijn’ maar lager dan ‘de hoge drempel van de Seveso-richtlijn’. Hieronder vallen niet alleen de opslag van stoffen maar ook de productie verwerking en mogelijke vorming van stoffen (ook bij verlies van procescontrole). Dit betekent dat het bedrijf verplicht is om maatregelen te nemen (volgend uit Bal artikel 4. 8) en preventiebeleid moet voeren gericht op het voorkomen van calamiteiten. Voor Seveso-lagedrempelinrichtingen betekent dit het opstellen en onderhouden van een Preventie Beleid Zware Ongevallen (PBZO volgend uit Bal-artikel 4:10). Het PBZO-beleid dient te worden uitgevoerd middels het voeren van een Veiligheidsbeheersysteem (VBS volgend uit Bal artikel 4. 11). ,
,
,
,
Om de mogelijke domino-effecten inzichtelijk te maken is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld. Deze QRA is opgesteld als onderdeel van het OFLO en uitgevoerd door de Antea Group. In deze analyse is onder meer beoordeeld in hoeverre de aanwezigheid van de windturbines kan leiden tot een verhoging van de kans op een ongeval bij Smit en Zoon. Naast de ruimtelijke afweging door de gemeente heeft de aanwezigheid van de windturbines ook een mogelijke doorwerking naar de veiligheidsbeoordeling van Smit en Zoon zelf. In module I van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid is opgenomen dat externe oorzaken die buiten de inrichting liggen en kunnen leiden tot een loss of containment 10 in de risicoberekening van het bedrijf moeten worden betrokken wanneer deze relevant zijn. Als installaties of opslagtanks zich binnen de maximale werpafstand van een windturbine bevinden kan het falen van de windturbine bijvoorbeeld leiden tot beschadiging van een installatie en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. ,
,
In dat geval wordt het faalscenario van de windturbine als oorzaak betrokken in de risicoberekening van het bedrijf. Dit betekent dat de planologische keuze om windturbines mogelijk te maken in de omgeving van Smit en Zoon niet alleen relevant is voor de ruimtelijke afweging van de gemeente maar ook gevolgen kan hebben voor de veiligheidsbeoordeling van het bedrijf. Wanneer de windturbine binnen de effectzone van de windturbinescenario’s ligt kan dit leiden tot een aanpassing van de risicoberekeningen van het bedrijf. De uitgangspunten die het Smit en Zoon hanteert in zijn veiligheidsdocumentatie kunnen hierdoor wijzigen. ,
,
9 10
Antea Group 2025 ; Domino-effecten door windturbines , QRA Handelsmaatschappij A. Smit en Zoon B. V. 17 december 2025. Verlies van de mogelijkheid een stof te beheersen binnen een installatie , verpakking of insluitsysteem.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
14
Projectgerelateerd
Voor een Seveso-inrichting betekent dit dat dergelijke domino-scenario’s een rol kunnen spelen in het kader van de verplichtingen op grond van de Seveso-regelgeving waaronder het preventiebeleid zware ongevallen (PBZO) en de daarmee samenhangende veiligheidsbeheerssystemen. ,
4. 1
Beschouwing kwantitatieve risicoanalyse Smit
en
Zoon
De komst van de windturbines hebben een risicoverhogend effect voor Smit en Zoon. Dit heeft effect op het plaatsgebonden risico het invloedsgebied/ aandachtsgebied. De risico’s voor de externe veiligheid van Smit en Zoon worden door een incident met de windturbines vergroot. Dit geldt zowel voor de PR 10 -6 per jaar contour als voor het invloedsgebied en de aandachtsgebieden. De vergroting van het gifwolkaandachtsgebied beschreven in de QRA wordt met name veroorzaakt door de introductie van twee domino-scenario’s veroorzaakt door de komst van de windturbines. In de QRA is een scenario opgenomen voor de vorming van een giftige wolk die ontstaat wanneer meerdere bedrijfsonderdelen gelijktijdig of kort na elkaar falen en de daarbij vrijkomende stoffen bij elkaar komen en reageren. In de QRA zijn hiervoor twee domino-scenario’s opgenomen. Het gaat om het vrijkomen van SO 2 na het in contact komen van: ,
1 2
Nattriumbisulfiet 40% (verladingsactiviteit) met Zwavelzuur 96% (opgeslagen in T12) ; Natriumbisulfiet (uit opslagtank T28) met R21/R204 in hal Q.
In deze paragraaf worden de gevolgen voor het plaatsgebonden risico het invloedsgebied het aandachtsgebied en het groepsrisico beschouwd. ,
4. 1. 1
,
Plaatsgebonden risico Smit en Zoon
In de QRA 9 wordt gesteld dat door de komst van de windturbine de plaatsgebonden risicocontouren van Smit en Zoon groter worden. De PR 10 -6 per jaar contour van Smit en Zoon wordt volgens de QRA weliswaar groter maar dit vormt geen belemmering voor de omgeving. De toetsing van het plaatsgebonden risico aan de standaard- en grenswaarden voldoet hiermee aan de in de wetgeving gestelde normen.
4. 1. 2
Invloedsgebied Smit en Zoon
In de QRA 9 wordt gesteld dat het invloedsgebied van Smit en Zoon toeneemt door de komst van de windturbine. Onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (vervallen bij de invoering van de Omgevingswet de inhoud is nu gedeeltelijk opgenomen in het Bkl). De regels ten aanzien van het groepsrisico zijn onder het Bkl veranderd. Onder het Bkl dient het groepsrisico te worden beschouwd binnen het grootste bepaalde aandachtsgebied. Om de verhoudingen tussen het invloedsgebied en het aandachtsgebied in beeld te brengen is in deze paragraaf ingegaan op het invloedsgebied en is in de volgende paragraaf op ingegaan op het aandachtsgebied. Deze paragraaf laat het invloedsgebied voor verschillende situaties zien. In de bestaande vergunde situatie is er een invloedsgebied (PR 10 -20 per jaar contour) van 175 meter vanaf het centrum van de loods van Smit en Zoon. ,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
15
Projectgerelateerd
0. 00
0. 06
0. 12 km
Figuur 4-1 Invloedsgebied vergunde situatie Smit en Zoon
Wanneer de leidingbrug wordt meegenomen in de QRA ontstaat een invloedsgebied van 290 meter vanaf het centrum van de loods van Smit en Zoon. 0. 00
0. 10
0. 20 km
Figuur 4-2 Invloedsgebied vergunde situatie Smit en Zoon + leidingbrug
Wanneer de windturbines worden meegenomen ontstaat er een invloedsgebied van 1. 269 meter vanaf het centrum van de loods van Smit en Zoon.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
16
Projectgerelateerd
0. 00
0. 50
1. 00 km
Figuur 4-3 Invloedsgebied vergunde situatie Smit en Zoon + leidingbrug + windturbines
De bovenstaande verbeeldingen impliceren dat de windturbines het effectgebied van Smit en Zoon aanzienlijk vergroten.
4. 1. 3
Gifwolkaandachtsgebied Smit en Zoon
In de QRA zijn de aandachtsgebieden niet berekend. Om de verhouding tussen het invloedsgebied en de aandachtsgebieden in te schatten zijn de aandachtsgebieden berekend. De scenario’s leiden tot een gifwolkaandachtsgebied. Binnen het gifwolkaandachtsgebied dient rekening te worden gehouden met de gevolgen van een giftige wolk voor de omgeving. Voor de vergunde situatie geldt dat de PGS 15-loods hoofdzakelijk maatgevend is voor de grote van het gifwolkaandachtsgebied. Conform de rekenregels van het RIVM geldt een aandachtsgebied van 490 meter rond de loods. Onderstaande afbeelding Figuur 4-4 is een weergave uit de Atlas van de Veiligheid 11 en laat het vergunde aandachtsgebied zien.
11 Atlas
Veiligheid | Register externe veiligheid
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
17
Projectgerelateerd
Figuur 4-4 Gifwolkaandachtsgebied Smit en Zoon vergunde situatie (Bron Atlas Veiligheid (REV))
Door de komst van de windturbines neemt het aandachtsgebied toe tot 1. 305 meter. Het aandachtsgebied is berekend volgens de nu geldende rekenmethodiek. Het aandachtsgebied is berekend volgens de dosis benadering conform het Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebied | RIVM. 0. 00
0. 50
1. 00 km
Figuur 4-5 Gifwolkaandachtsgebied Smit en Zoon na realisatie windturbines
Bovenstaande verbeeldingen laat zien dat het gifwolkaandachtsgebied groter is dan het invloedsgebied.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
18
Projectgerelateerd
4. 1. 4
Ontwikkeling groepsrisico als gevolg van de windturbine
In de QRA is het groepsrisico berekend binnen het invloedsgebied (PR10 -20 per jaar contour). Deze contour staat gelijk aan de 1% letaliteitsafstand. Dit is de afstand waarbinnen een onbeschermde persoon (zowel binnenshuis als buiten) een kans van 1% op overleiden heeft ten gevolge van een ongewoon voorval. Om de groepsrisico berekening uit te voeren is binnen deze contour alle bevolking meegenomen. Drie definities invloedsgebied: •
Volgens Bevi (vervallen bij invoering Omgevingswet) is dit het gebied waarin volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.
•
Rekenkundig is dit gebied begrensd tot de omhullende 1% letaliteitseffectafstand omdat buiten die afstand het programma Safeti-NL geen personen meer meeneemt in de risicoberekening.
•
Vrij vertaald is dit het volledige effectgebied van een risicobron dus de afstand tot waar directe gezondheidseffecten kunnen optreden wanneer een ernstig ongeval plaatsvindt.
,
,
Definitie aandachtsgebied: •
Volgens IPLO is een aandachtsgebied een zone rond een risicobron (zoals een fabriek spoorlijn of snelweg) waar mensen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen onvoldoende beschermd kunnen zijn in gebouwen. Het geeft aan waar extra veiligheidsmaatregelen of ruimtelijke afwegingen nodig zijn vaak onderverdeeld in brand- explosie- of gifwolkaandachtsgebieden. ,
,
,
Onder het Bkl wordt er gekeken naar het groepsrisico binnen het aandachtsgebied. Het aandachtsgebied is groter dan het invloedsgebied. In theorie zou er hierdoor meer bevolking meegenomen moeten worden in de berekening. Echter door het rekenprogramma worden uitsluitend personen binnen de 1% letaliteitsafstand opgenomen in de groepsrisicoberekening. Het berekende aandachtsgebied is niet hetzelfde als het invloedsgebied. In dit geval is het een fractie groter dan het invloedsgebied. Maar doordat in de berekening van het groepsrisico de berekening begrensd is tot de 1% letaliteit effectafstand (ofwel het rekenkundige invloedsgebied) wordt daarbuiten de populatie niet meer meegenomen in de hoogte van het groepsrisico. Dit betekent dat het berekende groepsrisico gelijk blijft.
4. 1. 5
Aanwezigheid van kwetsbare groepen binnen het aandachtsgebied
In het kader van ETFAL is binnen het aandachtsgebied in beeld gebracht waar de aanwezigheid van de meest kwetsbare groepen wordt verwacht. Binnen een gifwolkaandachtsgebied zijn conform het Bkl (zeer/ beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties toegestaan. Conform het Bbl dient nieuwbouw te worden uitgerust met afsluitbare ventilatie. Binnen het aandachtsgebied zijn bestaande gebouwen aanwezig. Afhankelijk van de leeftijd van de bouwwerken zijn ze beter of slechter geïsoleerd en wel of niet met afsluitbare ventilatie uitgerust. Een gedeelte van de gebouwen voldoet niet aan de eisen uit het Bbl en diens voorganger het Bouwbesluit 2012 aangaande afsluitbare (mechanische) ventilatie. Binnen het aandachtsgebied ligt het Meander ziekenhuis (op ca 925m). Het Meander betreft een zeerkwetsbaar gebouw. Het gebouw is inmiddels 10 jaar in gebruik en is ontworpen naar moderne eisen betreft ventilatie. Naast bovengenoemde gebouwen valt ook een deel van het Soesterkwartier en een deel van Hoogland binnen het aandachtsgebied. Hier zijn scholen en andere voorzieningen gevestigd waar minder zelfredzame personen aanwezig zijn. Dit betekent dat binnen het gifwolkaandachtsgebied weinig tot geen gebouwen zijn uitgerust met de mitigerende maatregel handmatig afsluitbare ventilatie (Art. 4.124 vierde lid onder m Bbl). ,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
,
,
BL3083-IB-RP001F01
19
Projectgerelateerd
4. 2
Effecten scenario’s windturbines
op
Smit en Zoon
De risico’s in de omgeving van een windturbine kan worden veroorzaakt door verschillende scenario’s. De faalscenario’s zijn eerder beschouwd in hoofdstuk 3. Onderstaand is toegelicht welk effect de scenario’s kunnen hebben voor Smit en Zoon.
4. 2. 1
Gondelfalen
Bij gondelfalen valt de gondel inclusief de rotor van de mast van de windturbine. De gondel zal de grond raken in de directe omgeving van de mast van de turbine. Omdat de rotorbladen aan de gondel zijn bevestigd komen deze rotorbladen eveneens naast de turbine neer. De eventuele effecten op de omgeving als gevolg van dit scenario treden daarom op direct rond de turbine. De impactzone wordt als volgt berekend: Formaat gondel + halve rotordiameter. Voor de turbines op Isselt is deze zone berekend op circa 925 meter rond de mast. De terreingrens van Smit en Zoon is gelegen op 120 meter afstand van de noordelijke turbine. Dit betekent dat het scenario gondelfalen gezien het verloop van het scenario en de afstand van de turbine tot Smit en Zoon niet kan leiden tot een realistisch dominoscenario bij Smit en Zoon. ,
,
,
,
,
4. 2. 2
Mastfalen
Bij mastfalen valt de mast van de windturbine om of breekt af. Als gevolg hiervan komt de volledige massa van de windturbine in een bepaalde richting op de grond neer. Voor de maximale impactzone van de vallende mast wordt de maximale tiphoogte van de windturbine gehanteerd. De tiphoogte is de optelsom van de mast de gondel en een rotorblad. Het scenario mastfalen heeft daarmee een maximaal valbereik van 2425 meter. ,
,
Bij mastfalen kunnen de rotorbladen van de noordelijke turbine installatieonderdelen van Smit en Zoon raken. Uit navraag bij het RIVM 12 komt naar voren dat bij mastfalen raken = falen moet worden gehanteerd. De achtergrond hiervan is dat de krachten die gepaard gaan met een dergelijk falen dusdanig zijn dat objecten hier niet tegen bestand zijn. Deze benadering betekent dat door het mastfalen van de windturbine zowel opslagtanks de tankwagenverlading en het gebouw catastrofaal kunnen falen. Catastrofaal falen is een plotselinge en doorgaans onomkeerbare verstoring van de systemen van een bedrijf met grote gevolgen voor mens milieu en de bedrijfscontinuïteit. ,
,
4. 2. 3
Bladworp
Bij het scenario bladworp wordt onderscheid gemaakt tussen bladworp bij nominaal toerental en bladworp bij overtoeren. Bij bladworp kunnen objecten of personen binnen de werpafstand eventueel worden geraakt door het rotorblad van de turbine. Bij bladbreuk (volledig blad) is de maximale werpafstand 154 meter bij nominaal toerental. Dit is minder dan de afstand tot de opslagen de opgestelde en verladende tankwagen en het gebouw van Smit en Zoon. Dit betekent dat het massazwaartepunt van het afgeworpen blad niet tot de opslagen en het gebouw komt. Omdat de ruimtelijke impact van het neerkomen van het rotorblad zich niet beperkt tot het zwaartepunt en een driedimensionale vorm heeft kan niet worden uitgesloten dat een deel van het rotorblad toch een opslagtank de verladende tankwagen of het gebouw treft. Een scenarioverloop waarbij een afgeworpen rotorblad op de maximale afstand terecht komt en zorgt voor het falen van een installatie bij Smit en Zoon is mogelijk maar slechts in een deel van de gevallen. Het blad moet in dit scenario op de meest ongunstige manier vallen (waarbij de flensverbinding een deel van ,
,
,
,
12
Vraagnummer M2602 2719 , 3 maart 2025.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
20
Projectgerelateerd
het blad met de grootste concentratie massa de installatie raakt. Voor bladafworp geldt de stelregel raken 13 Zie voor een verduidelijking van dit principe Figuur 4-6. = falen niet (per definitie). ,
Afgeworpen blad Geroteerd blad Flens blad Tip blad
Zwaartepunt blad
Opslagtank Tankwagen
Gebouw
Figuur 4-6 Schematische weergave van blad oriëntatie ten opzichte van zwaartepunt (niet op schaal)
Naast bladafwerping bij nominaal toerental wordt bladafwerping bij overtoeren beschouwd. Uit het onderzoek van Bosch en van Rijn volgt een maximale werpafstand bij overtoeren van 376 meter. De tanks de tankwagenverlading en de gebouwen met daarin de reactoren van Smit en Zoon vallen binnen deze maximale werpafstand. ,
4. 2. 4
Overig: afvallen/afwerpen van losse onderdelen
Het afvallen /afwerpen van losse onderdelen van de windturbinewindturbine betreft het loskomen van kleinere onderdelen zoals bouten en moeren en het neerkomen van deze onderdelen in de omgeving. De kans op het optreden van dit scenario is klein omdat windturbine-exploitanten door middel van (visuele inspecties) het losraken van losse onderdelen zoals bouten en moeren vroegtijdig proberen te detecteren. Daarnaast wordt het trillingspatroon van de windturbines doorlopend gemonitord om zo het losraken van onderdelen te kunnen detecteren. Deze detectie is onderdeel van de voorschriften in de exploitatievergunning voor een windturbine. De scenario’s die kunnen optreden moeten volgens het rekenvoorschrift module IV kwalitatief worden beschouwd ter onderbouwing van de risicoanalyse. De uitkomsten van de beschouwing hebben geen invloed op de risicoberekening en hebben daarom geen impact op de grootte van de plaatsgebonden risicocontouren.
13
Vraagnummer M2602 2719 , 3 maart 2025.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
21
Projectgerelateerd
Onderstaande scenario’s worden in deze rapportage niet nader beschouwd: •
Naar beneden vallen van kleine onderdelen b. v. bouten neuskegels of windmeters: ,
,
Dit scenario is voor de beoordeling van de domino-effecten van Smit en Zoon niet relevant. Deze risico’s moeten door de initiatiefnemer procedureel en middels BBT worden afgehecht. Ook kunnen restricties aan het verblijf van personen binnen de halve rotordiameterafstand van de windturbine worden gesteld.
o
•
,
Naar beneden vallen van delen van een blad nadat het tegen de mast is geslagen: Dit scenario is voor de beoordeling van de domino-effecten van Smit en Zoon niet relevant. Deze risico’s zijn werken niet door in de berekening van plaatsgebonden risico’s (PR10 -5 en PR10 -6 per jaar contour). Ook kunnen restricties aan het verblijf van personen binnen de rotordiameterafstand van de windturbine worden gesteld.
o
4. 3
Beschouwing berekening trefkansen Zoon
en
dominoscenario’s Smit
en
In de verschillende rekenmethodieken is een aantal keuzes vastgelegd die tot een bepaalde uitkomst leiden in een QRA. In deze paragraaf zijn een aantal keuzes beschouwd en vanuit technisch perspectief genuanceerd. Daarnaast zijn enkele foutieve aannames die zijn gedaan in de QRA uitgevoerd door Antea Group toegelicht in deze paragraaf. ,
,
4. 3. 1
Raken is falen bij Mastfalen
Een verdiepende analyse van het mastfaal-scenario kan de conclusie raken is falen in deze situatie verder nuanceren. Binnen de valafstand van het mastfaal-scenario valt de mast de gondel en de turbinebladen. De massa van de mast en de gondel is dusdanig dat de stelregel raken = falen moet worden onderschreven. In deze situatie kan de plek waar de gondel van de noordelijke turbine neerkomt dicht bij de opslagtanks liggen. Wanneer de tanks dan worden getroffen door het deel van de bladen dat zich dicht bij de gondel bevindt kunnen deze mogelijk catastrofaal falen. Voor de onderdelen die worden getroffen door delen van de rotorbladen die verder van de gondel verwijderd zijn zoals de tankwagen is het minder vanzelfsprekend dat raken falen is. De tankwagen bevindt zich vanuit de windturbine gezien achter de opslagtanks en kan alleen door het rotorblad van de turbine worden geraakt nadat de rotor al de opslagtank heeft geraakt. Vervolgens zal het blad eerder het gebouw raken dan de tankwagen zie ook de situatieschets hieronder. Deze twee impacts verminderen de energie in het blad aanzienlijk. Daarnaast is de tankwagen in de realiteit naar alle waarschijnlijkheid niet op de verladingslocatie aanwezig.
De tankwagen is naar een locatie buiten de maximale valafstand van de windturbine gereden omdat er naar verwachting genoeg tijd zit tussen de start van het voorval met de windturbine en het daadwerkelijk omvallen van de windturbine. Dit komt doordat de conditie van de windturbine doorlopend wordt gemonitord d. m. v. sensoren. De verwachting is dat ongebruikelijke condities die uiteindelijk tot mastbreuk leiden naar alle waarschijnlijkheid tijdig kunnen worden gedetecteerd. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Het gebouw met de reactoren en de PGS 15-opslagen ligt verder van de windturbine af en wordt uitsluitend door de rotorbladen ‘ver van de gondel’ geraakt. De verwachting is dat het gebouw kan worden beschadigd echter is het niet direct aannemelijk dat de beide reactoren altijd worden getroffen op zo’n manier dat ze volledig leeglopen en de stoffen het mengscenario veroorzaken zoals in de QRA is opgenomen grootschalig zullen vrijkomen. ,
,
,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
22
Projectgerelateerd
Onderstaande foto toont het terrein van Smit en Zoon vanaf de openbare weg. Bij mastfalen valt de turbine vanaf ‘linksvoor’ op de installatie van Smit en Zoon. In deze omgevingsfoto is zichtbaar dat de tankwagen zich tussen de tanks en het gebouw bevindt. Daarnaast is de tankwagen lager dan het gebouw en de tanks.
Figuur 4-7 Smit en Zoon gezien vanaf de Neonweg (Bron: Google Street View)
4. 3. 2
Aanpassing rekenmethodiek Bladworp
Naar verwachting rekenvoorschrift module IV op termijn aangepast. Voor bladbreuk wordt dan onderscheid gemaakt naar het afbreken van een volledig rotorblad of van het afbreken van het gedeelte (1/3 en 2/3) van het rotorblad. Bij een bladworp in delen wordt een kleiner deel van het blad afgeworpen dan het gehele blad. Het buitenste deel van het blad breekt bij dit scenario af en wordt weggeworpen terwijl de flensverbinding en een deel van het blad aan de turbine vast blijft zitten. Dit buitenste deel heeft veel minder massa dan het hele blad (de grootste massa zit in de flensverbinding en het eerste (dikkere) deel. Daarna neemt de massa af met toenemende afstand vanaf de gondel omdat het blad steeds smaller wordt). Wel heeft dit buitenste deel een grotere snelheid omdat het verder vanaf het rotorcentrum ligt. Hierdoor kan dit kleinere deel verder worden weggeworpen dan een heel blad. De kans dat een specifiek object wordt geraakt door dit kleinere bladdeel is veel kleiner dan de trefkans van een volledig blad. Dit komt omdat de kans op een (gedeeltelijke) bladbreuk kleiner is en omdat bladdelen over een groter gebied terecht kan komen hierdoor wordt de trefkans berekend in een groter gebied. Dit betekent dat de kans dat een specifiek object in de omgeving geraakt wordt kleiner is.
Daarnaast is de massa lager dus de impact op objecten in de omgeving kleiner dan bij een volledige bladbreuk. Er kan echter niet met zekerheid gezegd worden dat er bij gedeeltelijke bladbreuk geen vervolgschade aan objecten ontstaat die leidt tot catastrofaal falen. Dit betekent bijvoorbeeld dat niet kan worden uitgesloten dat een installatie instantaan faalt als deze geraakt wordt door een gedeelte van een blad. Wel is de trefkans lager en de vervolgkans op schade waarschijnlijk kleiner. Door een combinatie van de lagere trefkans en de lagere massa zullen de scenario’s gedeeltelijke bladbreuk waarschijnlijk niet bijdragen aan de ligging van de PR=10 -6 per jaar contour van de windturbine. De afbreuk van een gedeelte van een blad kan potentieel leiden tot dodelijke slachtoffers maar is minder van belang voor gevolgschade aan installaties bij Smit en Zoon. Dat geldt zeker voor door gebouwen beschermde installaties zoals de reactoren. Bij gedeeltelijke bladbreuk zal de impact naar verwachting onvoldoende zijn om de schade te veroorzaken die nodig is voor de in de QRA opgenomen domino-effecten. ,