Dossier Externe Veiligheid
Tekst van het document
,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
23
Projectgerelateerd
4. 3. 3
Uitstroomtijd mengscenario
De rekensoftware gaat voor het mengscenario van een uitstroom van 30 minuten terwijl de uitstroom in werkelijkheid 120 minuten is. De vraag is of aantoonbaar kan worden gemaakt dat de effecten niet groter zijn bij een langere uitstroom. De risico’s in een QRA worden altijd gedaan voor een duur van 30 minuten. Dit is op deze manier opgenomen in de rekenvoorschriften voor de uitvoering van QRA’s. De grote effectenafstanden van de domino-mengscenario’s met de vorming van SO 2 worden veroorzaakt door weerklasse F15. De overige weerklassen hebben niet dermate grote effectafstanden. Aangezien het falen van een windturbine minder waarschijnlijk is bij F15 weersomstandigheden (zeer stabiel weer met lage windsnelheid in de nacht) maar eerder bij hoge windsnelheden zoals storm zullen de effecten zich niet voordoen bij F15 en zullen de effectafstanden kleiner zijn dan de theoretische afstanden die in de QRA zijn berekend. ,
,
,
,
,
Na langere tijd worden de effectafstanden kleiner door afname van de concentratie van de uitgangsstoffen omdat deze wegreageren. De op concentratie gebaseerde effectafstanden zullen bij gelijkblijvende bronterm een steady state aannemen. Door in de tijd afnemende bronterm zal de concentratie die verantwoordelijk is voor het aandachtsgebied minder ver reiken. De effecten zullen hierdoor na het verloop van de tijd naar verwachting afnemen. Dit effect is niet meegenomen in de berekeningen. Wel kan de duur van de uitdamping langer zijn dan waar in de QRA mee wordt gerekend. Dit valt echter buiten de reikwijdte van dit instrument en het beoordelingskader. Echter het afnemen van de concentratie in de tijd met verminderende bronterm en de overschatting van de effectafstanden (omdat onterecht uitgegaan wordt van F15) zal naar verwachting meer dan compenseren voor de langere blootstelling. ,
De effecten zijn hierdoor naar verwachting niet groter dan het scenario voor 30 minuten.
4. 3. 4
Foutieve uitstroomrichting plasverdamping “mengscenario’s”
In de berekening voor het invloedsgebied en het aandachtsgebied is voor de mengscenario’s met reactie tot SO 2 foutief uitgegaan van een horizontale uitstroming voor de plasverdamping. Voor dit type scenario moet de uitdamping verticaal worden gemodelleerd conform de rekenvoorschriften van het RIVM. Door de horizontale uitdamping wordt een te grote effectafstand berekend voor de scenario’s. Dit levert een te groot invloedsgebied en aandachtsgebied op. Voor de situatie met verticale uitdamping zijn indicatieve berekeningen gedaan voor de invloedsgebieden en de aandachtsgebieden. Het invloedsgebied wordt in deze berekening hierdoor 905 meter in plaats van 1. 269 meter rond de loods. Een kleiner invloedsgebied betekent dat het rekenkundige groepsrisico zal veranderen. Het gifwolkaandachtsgebied wordt met 1. 220 meter ook kleiner ten opzichte van de 1. 305 meter. Figuur 4-8 en Figuur 4-9 laten het invloedsgebied en het gifwolkaandachtsgebied zien voor de situatie met verticale uitstroming.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
24
Projectgerelateerd
0. 0
0. 4
0. 8 km
Figuur 4-8 Invloedsgebied (905 meter) domino-QRA met verticale uitstromingsrichting plasverdamping “mengscenario’s”
0. 0
0. 4
0. 8 km
Figuur 4-9 Aandachtsgebied (1. 220 meter) domino-QRA met verticale uitstromingsrichting plasverdamping “mengscenario’s”
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
25
Projectgerelateerd
4. 3. 5
Rekenmethodiek windturbines van meer dan 5 MW
In de rekenvoorschriften wordt aangegeven dat de methodiek oorspronkelijk is ontwikkeld voor windturbines tot 5 MW. De rekenmethodiek mag toegepast worden op windturbines met een vermogen groter dan 5MW. In paragraaf 7. 6. 1 van de toelichting van de rekenvoorschriften staat het volgende hierover: Dit hoofdstuk geeft de scenario’s en faalkansen weer zoals bepaald uit historische Deense Duitse Engelse en Nederlandse faalgegevens in de periode 2001-2010. De hier gepresenteerde faalscenario’s en bijbehorende faalfrequenties zijn van toepassing op moderne windturbines van 1 tot 5 MW. Volgens het analagon-principe zijn de faalfrequenties ook toepasbaar op windturbines met een hoger geïnstalleerd vermogen. ,
,
Bij toepassing op turbines met een hoger vermogen wordt gewezen op het indicatieve karakter van de resultaten. Dit betekent niet dat de methodiek ongeschikt is maar dat onzekerheden expliciet worden erkend. Het indicatieve karakter ziet uitsluitend op de onzekerheidsmarge in de invoergegevens en niet op het beschermingsniveau. In beide versies blijven dezelfde plaatsgebonden risiconormen van toepassing. Door het gebruik van conservatieve faalfrequenties worst-case modellering en bovenwaarden wordt geborgd dat ook bij toepassing op grotere turbines geen onderschatting van risico’s optreedt. ,
,
4. 3. 6
Beschouwing uitgangspunten modelering
De bovenstaande analyse laat zien dat de uitgangspunten in de QRA conservatief zijn en op onderdelen fouten bevatten. Dit betekent dat er grotere afstanden worden berekend voor het invloedsgebieden en aandachtsgebieden. Onderstaand de belangrijkste constateringen: 1
Bij windturbinescenario’s geldt dat raken niet altijd gelijk is aan falen. Door de trefkansen ook als bronkansen te nemen wordt een zeer conservatief (te conservatief) risico berekend. Dit wordt ook bevestigd door het RIVM. Tevens geeft het RIVM aan dat de vervolgscenario’s en kansen moeten worden onderbouwd conform de rekenvoorschriften. Daarnaast dienen de uitgangspunten te worden afgestemd met het bevoegd gezag.
2
Als een windturbine een brand veroorzaakt in de PGS 15-opslag dan is al bij de start van de brand het dak beschadigd (weg) waardoor al veel sneller pluimstijging zal optreden. Beschadiging van het dak is waarschijnlijk bij de grote brandoppervlaktes die worden aangenomen. Doordat de brand niet zuurstofbeperkt zal zijn zal de brand ook zeer snel groter worden. Hierbij zal sneller dan in de QRA aangenomen pluimstijging optreden. Bij pluimstijging zullen de toxische (verbrandings-)producten geen risico’s veroorzaken in de QRA. Dit betekent dat het scenario uit de QRA gehaald kan worden. ,
3
Bij het mastbreukscenario van een windturbine is over het algemeen tijd om te reageren (de turbine valt niet zomaar plotseling om) dit betekent dat de omgeving kan worden ontruimd en dat de tankwagen kan worden weggereden van de verladingsplaats. Hierdoor zal de kans op dit scenario afnemen tot nihil.
4
Bij het bladbreukscenario van een windturbine is over het algemeen tijd om te reageren (een turbineblad breekt niet plotseling af) dit betekent dat de omgeving kan worden ontruimd en dat de tankwagen kan worden weggereden. Hierdoor zal de kans op dit scenario afnemen tot nihil.
5
De afstand van de windturbine tot aan de Seveso-inrichting is dusdanig dat de opslagtanks buiten de zone ligt waar de gondel terechtkomen kan bij mastbreuk. Hierdoor kan alleen een turbineblad op de tanks en de tankwagen en de gebouwen terechtkomen. Een windturbineblad is veel minder robuust dan een gondel of een mast en raken zal zeker niet in alle gevallen tot falen leiden (wel schade maar niet in alle gevallen volledig falen). De tankwagen is opgesteld tussen de opslagtanks en het gebouw en het is zeer onwaarschijnlijk dat het blad zowel de opslagtank (T12) als de tankwagen zal volledig laten falen. ,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
26
Projectgerelateerd
6
Bij mastbreuk is het niet zeker dat het gebouw dusdanig beschadigd kan raken dat de reactoren in het gebouw volledig zullen falen op een manier waardoor de reactieproducten bij elkaar kunnen komen en het dominoscenario veroorzaken zoals in de QRA wordt beschouwd.
7
Bij het bladbreuk scenario is de kans op het optreden van deze scenario’s nog kleiner. Zeker bij gedeeltelijke bladbreuk omdat de tip van een blad nog minder massa en impuls heeft. Deze scenario’s zijn relevant voor letale effecten aan mensen niet zozeer voor schade en domino-effecten. Het is wel mogelijk maar zeker niet waarschijnlijk. ,
8
De vervolgscenario’s zijn in het QRA-rapport zo conservatief mogelijk weergegeven. Het is onwaarschijnlijk dat de scenario’s bladbreuk of mastbreuk optreden terwijl het weertype F15 is). ,
9
Door een foutieve uitstroomrichting van de plasverdamping van SO 2 voor de “mengscenario’s” zijn de effectafstanden voor deze scenario’s overschat. Hierdoor is foutief een te groot invloedsgebied en aandachtsgebied gerapporteerd.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
27
Projectgerelateerd
5
Mogelijkheden tot mitigatie
In hoofdstuk 3 en 4 van dit rapport zijn de relevante aspecten voor het thema externe veiligheid van de ontwikkeling van twee windturbines behandeld. Daarnaast is er een analyse gemaakt van de mogelijke domino-effecten bij het naastgelegen Seveso-bedrijf Smit en Zoon. In dit hoofdstuk worden de mogelijke maatregelen om de benoemde risico’s te kunnen mitigeren verkend. De onderstaande maatregelen spitsen zich toe op het mitigeren van de risico’s die voortkomen uit de realisatie van twee windturbines op Isselt.
5. 1
Maatregelen
aan
de bron (de windturbines)
In de handreiking risicozonering Windturbines 14 worden verschillende bronmaatregelen genoemd. Dit zijn: •
Ashoogteverlaging ;
•
Toerentalverlaging (i. c. m. vermogensbeperking) ;
•
Sectormanagement ;
•
Verhoging van de IEC-klasse voor mast en fundering.
Deze maatregelen kunnen worden geborgd in de vergunningverlening van de windturbines. Ashoogteverlaging: Ashoogteverlaging is het gebruik van een lagere ashoogte bij de windturbine. Door de beperking van de ashoogte worden de effectafstand van het mastbreuk en het rotorblad afwerpingscenario beperkt. De inrichtingsgrens van Smit en Zoon ligt op 120 meter van de noordelijke turbinepositie. Tot de gebouwen van Smit en Zoon is meer marge dan 120 meter. Het verlagen van de ashoogte resulteert in een lager vermogen van de turbine. Toerentalverlaging: Het vermogen van de windturbine kan worden geregeld door het toerental terug te regelen. Deze maatregel kan alleen in samenwerking met de leverancier van de windturbine worden toegepast omdat het terug regelen technisch mogelijk moet zijn. Deze maatregel kan het scenario rotorbladafwerping beperken.
Sectormanagement: Bij sectormanagement worden de turbines bij een bepaalde windrichting of bij specifieke windcondities stilgezet of in een modus gezet die minder belastend is voor de turbine. Sectormanagement is een operationele beheersmaatregel gericht op het bladafworpscenario. De risico’s worden hierdoor in een bepaalde windrichting kleiner omdat de windturbine in die richting minder belast wordt. Bijkomend voordeel is dat de levensduur van de turbine kan worden verlengd onder andere omdat de belasting op de windturbine afneemt. Wanneer sectormanagement moet worden toegepast voor de in Nederland dominante windrichting (Zuidwest) dan is dit productieverlies naar verwachting aanzienlijk. De zuidelijke turbine ligt in de dominante windrichting (Zuidwest) van Smit en Zoon. Uit de onderstaande verbeelding (Wind op Isselt Externe veiligheidsonderzoek t. b. v. vergunningaanvraag Bosch en van Rijn 2026) blijkt dat de maximale werpafstand bij overtoeren (376 meter) niet over de gebouwen van Smit en Zoon rijkt. Dit betekent dat er voor de zuidelijke turbine geen sectormanagement hoeft te worden toegepast. De maatregel sectormanagement kan bruikbaar zijn voor de noordelijke turbine bij een (in Nederland niet dominante) noordwestenwindrichting. Figuur 5-1 geeft een overzicht van de werpafstanden. ,
14
,
Handreiking risicozonering windturbines 2020 (HRW 2020).
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
28
Projectgerelateerd
Figuur 5-1 Kaart met werpafstanden (Bosch en van Rijn)
IEC-klasse: Een turbine wordt gebouwd op basis van de verwachte weerscondities op de bouwlocatie. Uit analyse van deze condities volgt welke IEC-klasse er geplaatst moet worden. Het is mogelijk een windturbine te ‘overdimensioneren’ door een hogere IEC-klasse te plaatsen dan volgens de analyse van de weerscondities noodzakelijk is. Hiermee kan een reductiefactor tot 1. 6 op de faalkans van het scenario mastfalen worden behaald. +
Op Isselt kunnen bronmaatregelen worden toegepast om de kans te verkleinen dat bij de (gedeeltelijke) afwerping van een rotorblad of bij mastfalen bepaalde objecten in de omgeving zoals Smit en Zoon geraakt worden. ,
,
-
Het toepassen van deze bronmaatregelen zorgen voor productieverlies en/of hogere bouwkosten.
5. 2
Mogelijke maatregelen bij Smit en Zoon
Bij Smit en Zoon kunnen maatregelen worden genomen om te voorkomen dat incidentscenario’s optreden om de mogelijke scenario’s beperkt en beheersbaar te houden en om eventuele incidenten tijdig te signaleren. De borging van deze maatregelen gaat veelal via het opnemen van voorschriften in de vergunning van Smit en Zoon. Over het opnemen van dit type voorschriften in de vergunning van Smit en Zoon moet overleg worden gevoerd met het bedrijf. ,
Bij een bedrijf zoals Smit en Zoon waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt is het van belang dat een incident tijdig wordt gedetecteerd en dat het bedrijf de hulpdiensten op de snelst mogelijke manier kan alarmeren. Het reguliere proces bij de meldkamer van de hulpdiensten is dat er bij een automatische 20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
29
Projectgerelateerd
melding een verificatiehandeling gedaan wordt om eventueel vals alarm te detecteren. Hierbij wordt telefonisch contact opgenomen met de melder alvorens de hulpdiensten worden gealarmeerd. In veel regio’s verlopen deze meldingen via een commerciële dienstverlener waardoor er een extra stap in het proces is. Het is mogelijk de organisatorische maatregel door te voeren om meldingen bij Smit en Zoon niet te verifiëren en altijd direct de hulpdiensten te alarmeren. Dit is de zogeheten ‘directe doormelding’. Op deze manier kunnen alarmeringstijden worden geminimaliseerd. Daarnaast is het mogelijk om communicatie omtrent onregelmatigheden van de windturbine die duiden op een naderend incident vroegtijdig te signaleren zodat het Seveso-bedrijf maatregelen kan treffen om grote incidenten te voorkomen en personeel tijdig te waarschuwen. Het feit dat bij Smit en Zoon 24 uur per dag iemand aanwezig is kan een positieve uitwerking hebben op de vroege detectie van een incident maar maakt geen verschil voor de directe doormelding. ,
+
Door de verificatiestap organisatorisch uit het proces te halen kan de alarmeringssnelheid in het geval van een incident bij Smit en Zoon worden geoptimaliseerd. -
Uit de praktijk blijkt dat een groot gedeelte van de automatische meldingen vals alarm is (80 tot meer dan 90%). Het niet verifiëren van de melding zorgt voor extra uitrukken van de hulpdiensten (met de bijhorende maatschappelijke kosten) waarvan een deel onnodig zal zijn.
5. 3
Mogelijke maatregelen bij domino-effecten Smit
en
Zoon
Voor het mitigeren van de mogelijke effecten van de dominoscenario’s die kunnen optreden bij Smit en Zoon als gevolg van het falen van de windturbines zijn verschillende opties. De maatregelen die in deze paragraaf worden besproken vallen uiteen in preventieve en reactieve maatregelen. De aard van de maatregelen kan zijn: B : Bouwkundig I : Installatietechnisch
O
:
5. 3. 1
Organisatorisch
Preventieve maatregelen
Bouwkundig: plaatsen scheidingswand Het plaatsen van een scheidingswand tussen opslagtanks en tankwagen opstelplaats bij Smit en Zoon. Door het plaatsen van deze scheidingswand kan worden voorkomen dat natriumbisulfiet en zwavelzuur bij elkaar kunnen komen op het moment dat de twee tanks tegelijkertijd falen. Het is onwaarschijnlijk dat zowel de twee tanks als het muurtje falen bij een windturbine scenario waardoor het mengscenario op zal treden.
Organisatorisch: niet opstellen tankwagen naast specifieke opslag Het vermengen van zwavelzuur en natriumbisulfiet moet voorkomen worden om een mengscenario met een omvangrijk effectgebied te voorkomen. Concreet kan hier invulling aangegeven worden door: •
De tankwagen met zwavelzuur niet op te stellen naast de natriumbisulfiet opslag
De tankwagen met natriumbisulfiet niet op te stellen naast de zwavelzuur opslag. Door deze aanpassing in de bedrijfsprocessen van Smit en Zoon wordt de kans verkleind dat de tankwagen en de opslagvoorziening gelijktijdig getroffen worden waardoor het mengscenario op zal treden. •
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
30
Projectgerelateerd
Organisatorisch: geen tankverlading naast opslagtanks Dominoscenario’s kunnen worden voorkomen door tankwagenverlading niet direct naast opslagtanks te laten plaatsvinden maar op afstand en de verlading via een leiding naar de opslagtanks leiden. ,
Organisatorisch: onderlinge afstand voor de mengscenario’s relevante stoffen De kans op het optreden van een dominoscenario kan worden verminderd door zwavelzuur in een andere opslagtank op te slaan op grotere afstand van de tank met natriumbisulfiet. Voor het tweede dominoscenario kan dit door natriumbisulfiet op grotere afslag op te slaan van de reactor (met zure inhoud).
Organisatorisch: Afstemming oefeninspanningen brandweer De veiligheidsregio bereidt zich voor op specifieke risico’s in haar verzorgingsgebied door het doen van operationele voorbereiding. In dit proces past het in kaart brengen van de risico’s en het afstemmen van de benodigde oefeninspanning. Door specifiek te oefenen op de incidentbestrijding bij scenario’s met mengreacties zowel inpandig als uitpandig kan hieraan invulling worden gegeven. ,
,
Organisatorisch: Geen verlading in de nacht In de vergunning voor Smit en Zoon is opgenomen dat er in de nacht mag worden verladen. Hier is in de modelering ook vanuit gegaan. Hierbij is het mengscenario tankauto/T12 is ‘s nachts gemodelleerd. Als er ’s nachts niet wordt verladen omdat het bedrijf niet volcontinu in bedrijf is dan moet dit scenario naar de dag verplaatst worden. Omdat de effectafstanden ’s nachts veel groter zijn dan overdag (Uitgangspunt weersomstandigheden in de nacht is F15. Deze weersomstandigheden komen overdag niet voor) wordt het aandachtsgebied kleiner. Figuur 5-2 laat zien dat het aandachtsgebied afneemt naar 1. 125 meter rond ,
de loods. 0. 0
0. 4
0. 8 km
Figuur 5-2 Aandachtsgebied (1. 125 meter) domino QRA zonder nachtverlading
Organisatorisch: reactoren leeg bij geen productie Wanneer Smit en Zoon niet produceert kan het een positieve bijdrage leveren aan het voorkomen van dominoscenario’s om reactoren niet onnodig met chemicaliën gevuld te laten. Wanneer de reactoren ’s nachts niet gebruikt worden moeten er geen chemicaliën in de reactoren achterblijven. Uit afstemming
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
31
Projectgerelateerd
met de ODNZKG komt naar voren dat de reactoren op dit moment niet leeg zijn wanneer er geen productie is bij Smit en Zoon.
Organisatorisch: Chemicaliën strategisch inpandig opslaan De mengscenario’s bij Smit en Zoon kunnen mogelijk worden voorkomen door chemicaliën uitsluitend inpandig op te slaan. Aanvullend hierop kan de inpandige opslaglocatie zo worden gekozen dat de kans op menging van de stoffen zeer klein is.
Organisatorisch: Contact leggen met controlekamer windturbines en afstemmen incidentplannen
en rampvoorbereiding Door afstemming van proces upsets , verstoringen en onregelmatigheden tussen de exploitant van de windturbine en Smit en Zoon kan bij incidenten vroegtijdig worden ingegrepen. Bijvoorbeeld door het wegrijden van de tankwagen , het veilig stellen van installaties en het ontruimen het terrein. Ook kunnen er gezamenlijke incidentplannen worden opgesteld , kan er gezamenlijk worden geoefend en worden voorbereid op rampen.
5. 3. 2
Reactieve maatregelen
Met het bedrijf kan worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn om een ontstane mengplas te neutraliseren. Hiervoor zijn een aantal opties die onderzocht kunnen worden. Het is belangrijk om dit samen met het bedrijf te onderzoeken. Het bedrijf kent haar chemicaliën en processen het beste en kent de (on)mogelijkheid van de onderstaande opties: Het stoppen van de mengreactie (SO-productie) 2 De zuurgraad is een belangrijke variabele in de mengreactie. Bij te hoge pH (minder zuur) zal de reactie stoppen. Onderzocht kan worden hoe de pH kan worden verhoogd. Dit zou kunnen met bijvoorbeeld een NaOH-oplossing. Belangrijk is dat de toevoeging van deze basische stof gecontroleerd gedaan wordt en dat er een goede menging plaatsvindt. De zuur/base reactie die optreedt door toevoeging van de NaOHoplossing is exotherm en genereert dus warmte. Door temperatuurverhoging kan de SO-uitdamping 2 toenemen. Deze uitdamping is voorzienbaar en moet organisatorisch worden gefaciliteerd en beheerst. Het afschuimen van de plas Een zuurbestendig schuim kan worden gebruikt om de plas van een schuimlaag te voorzien. Hierdoor zal de SO-uitdamping sterk worden gereduceerd. Belangrijk is dat schuim water bevat. Toevoegen van water 2 aan een sterk zuur geeft een exotherme reactie (mengwarmte). Hierdoor kan het toegevoegde water direct gaan koken en spatten.
De effecten van deze reactie zijn voorzienbaar en moet organisatorisch worden gefaciliteerd en beheerst.
5. 4
Automatisch blussysteem in een windturbine
Bij windturbines is er een brandrisico met name in de gondel van de turbine. Deze branden kunnen worden veroorzaakt door: elektrische storingen (bijvoorbeeld: kortsluiting en fouten in de aansluitingen) mechanische slijtage (bijvoorbeeld oververhitte lagers) smeeroliebranden of blikseminslag. Brand in de gondel van de windturbine kan tot (gedeeltelijke) rotorbladafwerping leiden. Om deze reden worden er in toenemende mate automatische blussystemen in windturbines toegepast. De turbines worden niet met een traditioneel blusmiddel zoals water geblust vanwege de vele elektrische onderdelen en het feit dat de gondel op hoogte hangt. De meest gebruikte type systemen zijn: ,
,
,
1
Aerosolenblussing ;
2
Gasblussing met Halon of een soortgelijke stof ;
3
Blussing met thermisch geactiveerde patronen ;
4
Blussing met elektrisch geactiveerde units.
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
32
Projectgerelateerd
+
Snelle detectie en automatische inwerkingtreding Het verlies van een turbine kan in bepaalde gevallen worden voorkomen. -
De systemen zijn kostbaar voor het afdekken van een kans die relatief klein is (1 op 2. 000 turbines per jaar) Het systeem is bij een beginnende kleinschalige brand effectief maar kan de brand in de gondel niet altijd beheersen Veel blussystemen blussen door het wegnemen van zuurstof. Dit is een risico bij onderhoud aan de turbine voor het personeel
5. 5
Waterscherm t. b. v. neerslaan toxische wolk
Bij het optreden van een toxische wolk is het in bepaalde gevallen technisch mogelijk om de verspreiding van toxische gassen te verminderen. Deze techniek kan worden uitgevoerd door middel van een vast systeem (door het bedrijf) dat voor dit doel is aangelegd. In dit geval moet de aanleg en de instandhouding van dit systeem zijn opgenomen in de vergunning. Daarnaast is het mogelijk dat de brandweer (hulpdiensten overheid) met mobiele monitors een waterscherm opzet. +
Bij deze vorm van mitigatie kunnen de hulpdiensten relatief veel afstand behouden van de toxische wolk wat de arbeidsveiligheid ten goede komt. Waterschermen kunnen effectief zijn bij kleine lekkages of scenario’s met een lage uitstroomsnelheid. -
Waterschermen zijn minder effectief bij een snelle release van een toxische wolk. Bij een deel van de door Smit en Zoon beschreven dominoscenario’s is sprake van een relatief snelle release. Door de verspreiding van de toxische wolk in 3D is het in de praktijk gecompliceerd om een hoog genoeg waterscherm te kunnen opzetten en alle richtingen te kunnen afdekken. Deze maatregel gebruikt zeer grote hoeveelheden water door de omvang van het waterscherm en de noodzaak om in de praktijk vaak meerdere rijen waterschermen toe te passen. Dit zorgt voor een langdurige inzet en daarmee een grote operationele druk op de hulpdiensten.
5. 6
Voorbereiden
en
alarmeren
van
de omgeving
De betrokken partijen waaronder: de exploitant van de windturbines Smit en Zoon de gemeente Amersfoort en de VRU kunnen samenwerken om personen in de omgeving (bijvoorbeeld binnen de aandachtsgebieden actief te informeren over de mogelijke scenario’s en bijpassende handelingsperspectieven. Op deze manier weten de in de omgeving aanwezige personen een incident te herkennen en hoe te handelen. Een voorbeeld van een dergelijk handelingsperspectief kan zijn: ,
•
ga naar binnen
•
sluit ramen en deuren
•
schakel mechanische ventilatie indien mogelijk uit. ,
,
,
Daarnaast kan er een plan op worden gesteld over de wijze van het tijdig alarmeren van deze mensen bij een incident. Op deze manier worden mensen in staat gesteld het geboden handelingsperspectief te benutten. Daarnaast kan een belangrijke maatregel zijn om het onderlinge contact tussen de windturbine exploitant en Smit en Zoon te standaardiseren. Vastgelegd kan worden bij welke afwijkende situaties onderlinge informatie-uitwisseling plaats zal vinden welke informatie wordt uitgewisseld hoe deze informatie moet worden geïnterpreteerd en wat het proces van informatie-uitwisseling is. ,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
,
BL3083-IB-RP001F01
33
Projectgerelateerd
Conclusie
6
Het planvoornemen Wind op Isselt maakt twee windturbines mogelijk op het terrein van de RWZI en op de TOP-locatie op Isselt. In het kader van externe veiligheid worden nieuwe risico’s toegevoegd aan de omgeving. De gemeente Amersfoort heeft gevraagd enkele aspecten voortkomend uit de onderzoeken bij de vergunningaanvraag nader te beschouwen. Gekeken is naar de externe veiligheid ten gevolge van de windturbines enerzijds en de toename van de risico’s ten gevolge van de windturbines bij Smit en Zoon. Invloed windturbines op de omgeving •
Plaatsgebonden risico Windturbines: Binnen de PR10 -6 per jaar contour van de windturbines zijn geen (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties aanwezig. Binnen de PR10 -5 per jaar contour zijn geen (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties aanwezig. Dit betekent dat het planvoornemen voldoet aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico.
•
Voorbereidingsbesluit gemeente Amersfoort: Het voorbereidingsbesluit sluit de ontwikkeling van kwetsbare gebouwen binnen de PR10 -6 per jaar contour van de windturbines uit. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het tijdelijke omgevingsplan wel beperkt-kwetsbare gebouwen toestaat binnen de PR10 -5 per jaar contour. Om dit te voorkomen kan de gemeente het voorbereidingsbesluit aanpassen.
•
Effectgebieden scenario’s: De effectgebieden vallen over de RWZI de Eem en Smit en Zoon. Voor de RWZI en de Eem zijn er geen belemmeringen vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Voor Smit en Zoon is verdere uitwerking gegeven door de QRA 9 verder te analyseren. ,
Invloed windturbines op Smit en Zoon Smit en Zoon is een Seveso-inrichting die in haar productieproces gebruik maakt van gevaarlijke stoffen. Met name de noordelijke windturbine heeft invloed op de risico’s van deze inrichting. De komst van de windturbines veroorzaakt een domino-effect voor twee scenario’s. Het gaat om het vrijkomen van SO 2 na het in contact komen van: 1 2
Nattriumbisulfiet 40% (verladingsactiviteit) met Zwavelzuur 96% (opgeslagen in T12). Natriumbisulfiet (uit opslagtank T28) met R21/R204 in hal Q.
Deze domino-effecten komen tot uiting in de QRA.9 Onderstaand de belangrijkste conclusies: •
Plaatsgebonden risico: Door de komst van de windturbines wordt de PR 10 -6 per jaar contour van het bedrijf groter. Dit heeft geen negatief effect voor de omgeving. Het plaatsgebonden risico voldoet aan de grens- en standaardwaarde.
•
Invloedsgebied: Door de komst van de windturbines ontstaat een invloedsgebied (PR 10 -20 ) van 1269 meter. In de vergunde situatie met leidingbrug is dit 290 meter. Dit heeft impact voor het rekenkundige groepsrisico zoals beschreven in het onderzoek van Bosch en van Rijn.
•
Gifwolkaandachtsgebied: Het gifwolkaandachtsgebied wat is berekend op basis van de QRA van Antea is met 1. 305 groter dan het invloedsgebied. Binnen het gifwolkaandachtsgebied bevinden zich verschillende kwetsbare gebouwen en groepen waaronder het Meander ziekenhuis. Een groot deel van de bestaande bebouwing beschikt niet over de vereiste ventilatiemaatregelen volgens het Bbl wat de veiligheid en zelfredzaamheid bij een toxische emissie vermindert. ,
,
•
Groepsrisico: Het groepsrisico verandert niet ondanks een groter aandachtsgebied ten opzichte van het invloedsgebied omdat Safeti-NL uitsluitend rekent binnen de 1% letaliteitseffectafstand. ,
,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
34
Projectgerelateerd
Beoordeling faalscenario’s Uit de beoordeling van de verschillende faalscenario’s van de windturbines volgt dat niet alle scenario’s een risico vormen voor een domino-effect bij Smit en Zoon. Bij gondelfalen blijkt de impactzone die maximaal 925 meter rond de turbine beslaat duidelijk kleiner te zijn dan de afstand tot Smit en Zoon. Hierdoor kan dit scenario niet leiden tot een realistisch domino-effect. ,
,
,
Mastfalen vormt daarentegen wél een relevant risico. De maximale reikwijdte van een vallende mast bedraagt 2425 meter waardoor de opslagtanks de tankwagenverlading en de bedrijfsgebouwen van Smit en Zoon binnen het bereik vallen. Aangezien het RIVM voor mastfalen het principe ‘raken = falen’ hanteert vanwege de extreme krachten kan dit scenario leiden tot catastrofaal falen van installaties. Voor bladworp geldt dat het risico afhankelijk is van de omstandigheden. ,
,
,
,
Bij nominaal toerental komt de maximale werpafstand van 154 meter niet verder dan het massazwaartepunt van het blad. Hoewel delen van het blad de installaties mogelijk kunnen raken leidt een treffer niet automatisch tot falen. Het risico op een domino-effect is daarom beperkt en afhankelijk van een zeer ongunstige oriëntatie van het afgeworpen blad. ,
Bij bladworp onder overtoeren is het risico groter: met een maximale werpafstand van 376 meter vallen de tanks de verlading en de gebouwen van Smit en Zoon volledig binnen het bereik. In dit geval kan het scenario wél leiden tot een domino-effect. ,
Het afwerpen van kleinere onderdelen zoals bouten of neuskegels wordt door inspecties en continue monitoring vrijwel uitgesloten en is bovendien niet relevant voor de beoordeling van domino-effecten. Deze scenario’s worden niet meegenomen in de risicoberekeningen en hebben daarmee geen invloed op de PR-contouren. ,
,
Beschouwing berekening trefkansen en domino-effecten Uit de analyse blijkt dat meerdere uitgangspunten in de uitgevoerde QRA voor Smit en Zoon conservatief of aantoonbaar onjuist zijn toegepast wat heeft geleid tot een overschatting van zowel de berekende trefkansen als de aandachtsgebieden en invloedsgebieden. ,
Voor het mastfaalscenario geldt in deze casus dat de aanname raken = falen kan worden genuanceerd: alleen de gondel en mast hebben naar verachting een zodanige massa dat catastrofaal falen kan optreden terwijl bladdelen in veel gevallen onvoldoende impactenergie hebben om opslagtanks of de tankwagen volledig te laten falen. Daarbij is er doorgaans tijd om te reageren op afwijkende turbinecondities waardoor de tankwagen realistischerwijs kan worden weggehaald van de verladingsplaats. Daarnaast is het niet aannemelijk dat het gebouw met reactoren structureel zodanig wordt geraakt dat de in de QRA veronderstelde domino-effecten optreden. ,
,
Voor bladbreukscenario’s geldt dat toekomstige rekenvoorschriften onderscheid zullen maken tussen volledige en gedeeltelijke bladbreuk. Gedeeltelijke bladbreuk resulteert in aanzienlijk lagere massa’s en lagere impactenergie met een kleinere trefkans en een sterk gereduceerde waarschijnlijkheid op gevolgschade aan installaties. Deze scenario’s zijn daarmee in beperkte mate relevant voor domino,
effecten. Verder blijkt dat de uitstroomduur van het mengscenario in de QRA conform voorschrift conservatief op 30 minuten is berekend terwijl de combinatie van onrealistische weerklasse F15 en het ontbreken van chemische afbraakprocessen leidt tot een overschatting van effectafstanden. ,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
,
BL3083-IB-RP001F01
35
Projectgerelateerd
Daarnaast is gebleken dat in de QRA foutief een horizontale uitstroomrichting voor plasverdamping is toegepast terwijl verticale uitdamping conform RIVM-voorschrift noodzakelijk is. Correcte modellering resulteert in kleinere invloeds- en aandachtsgebieden. ,
Geconcludeerd wordt dat de gehanteerde uitgangspunten in de QRA op meerdere punten leiden tot overschatting van risico’s doordat zowel trefkansen vervolgscenario’s als effectafstanden te conservatief zijn bepaald of onjuist gemodelleerd. Hierdoor zijn de berekende invloedsgebieden aandachtsgebieden en domino-effecten omvangrijker weergegeven dan op grond van een juiste en realistische toepassing van de rekenvoorschriften aannemelijk is. ,
,
,
Mogelijkheden voor mitigatie Uit de analyse zijn verschillende mogelijk te treffen maatregelen naar voren gekomen. Maatregelen aan de bron (de windturbines) Voor het beperken van de veiligheidsrisico’s die ontstaan door de komst van de windturbines kunnen bronmaatregelen worden overwogen. De handreiking risicozonering windturbines noemt onder meer ashoogteverlaging toerentalverlaging sectormanagement en het toepassen van een hogere IEC-klasse. ,
,
,
Ashoogteverlaging beperkt de effectafstanden van mastbreuk en bladworp maar verlaagt het turbinevermogen. Toerentalverlaging kan slechts in samenwerking met de leverancier worden toegepast en vermindert de kans op rotorbladafwerping. Sectormanagement biedt mogelijkheden om turbines bij bepaalde windrichtingen te ontzien ; voor de zuidelijke turbine lijkt dit niet nodig voor de noordelijke turbine kan het bij specifieke windrichtingen wel relevant zijn. Het toepassen van een hogere IEC-klasse verkleint de faalkans van mastfalen met een reductiefactor tot 16. Bronmaatregelen zijn technisch effectief maar leiden tot productieverlies en/of hogere kosten. ,
,
,
Mogelijke maatregelen bij Smit en Zoon Bij Smit en Zoon kunnen maatregelen worden getroffen om incidentscenario’s te voorkomen of te beperken. Een belangrijke organisatorische maatregel is het toepassen van directe doormelding naar de hulpdiensten waarmee alarmeringstijd wordt geminimaliseerd. Het nadeel hiervan is dat een groot deel van automatische meldingen vals alarm is wat leidt tot extra uitrukken. Ook kan vroegtijdige communicatie over turbine-onregelmatigheden bijdragen aan preventie zeker omdat er 24/7 personeel op locatie aanwezig is. ,
,
,
Mogelijke maatregelen bij domino-effecten Smit en Zoon Preventieve maatregelen: Voor het voorkomen van mengscenario’s en domino-effecten zijn zowel bouwkundige als organisatorische maatregelen mogelijk. Bouwkundig kan een scheidingswand tussen opslagtanks en de tankwagenopstelplaats worden geplaatst zodat stoffen niet bij elkaar kunnen komen bij gelijktijdig falen. Organisatorisch kan worden voorkomen dat tankwagens worden opgesteld naast tanks met reactieve stoffen ; verlading kan worden verplaatst of stoffen kunnen verder uit elkaar worden opgeslagen. Ook kan worden gezorgd dat ‘s nachts niet wordt verladen wat effectafstanden verkleint doordat de ongunstige nachtelijke weerklasse F15 zich overdag niet voordoet. Het leeg laten van reactoren buiten productieperioden en strategische inpandige opslag verminderen eveneens de kans op mengreacties. Tot slot kan afstemming tussen windturbine-exploitant en Smit en Zoon bijdragen aan tijdige signalering en gezamenlijke incidentvoorbereiding. ,
,
,
,
Reactieve maatregelen: Reactieve maatregelen richten zich op het beheersen van een reeds ontstane mengplas. Het staken van de reactie kan bijvoorbeeld door pH-verhoging met een basische oplossing (zoals NaOH) hoewel dit een exotherme reactie geeft. Afschuimen met zuurbestendig schuim kan de ,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
36
Projectgerelateerd
uitdamping van SO₂ sterk reduceren maar vereist beheersing van de warmteontwikkeling door waterzuurreacties. De toepassingsmogelijkheden moeten altijd samen met het bedrijf worden onderzocht vanwege de specifieke chemische processen. ,
Automatisch blussysteem in een windturbine Windturbines kunnen worden uitgerust met automatische blussystemen om branden in de gondel te detecteren en te bestrijden. Toegepaste systemen zijn onder meer aerosolblussing gasblussing en thermisch of elektrisch geactiveerde units. Deze systemen kunnen schade beperken maar zijn kostbaar en niet altijd effectief bij grotere branden. Bovendien kunnen zuurstofverdringende blusmiddelen risico’s opleveren voor personeel bij onderhoud. ,
,
Waterscherm t. b. v. neerslaan toxische wolk Waterschermen kunnen worden ingezet om toxische gassen neer te slaan door een vast systeem of door mobiele monitors van de brandweer. Deze methode is vooral effectief bij kleine lekkages of lage uitstroomsnelheden en biedt voordelen voor de veiligheid van hulpdiensten. Bij snelle releases zoals bij enkele door Smit en Zoon onderzochte scenario’s is de effectiviteit beperkt en zijn grote hoeveelheden water nodig wat operationele druk geeft. ,
,
,
,
Voorbereiden en alarmeren van de omgeving Samenwerking tussen de windturbine-exploitant Smit en Zoon gemeente Amersfoort en de VRU kan bijdragen aan goede risicocommunicatie richting omwonenden. Door handelingsperspectieven (zoals ‘ga naar binnen sluit ramen en deuren schakel ventilatie uit’) te communiceren en duidelijke afspraken te maken over alarmering kunnen personen in het aandachtsgebied adequaat reageren. Daarnaast kan structurele informatie-uitwisseling tussen windturbine-exploitant en Smit en Zoon worden vastgelegd om bij afwijkende condities tijdig actie te ondernemen. ,
,
,
,
,
20 maart 2026
UITWERKING THEMATIEK EXTERNE VEILIGHEID
BL3083-IB-RP001F01
37
Wraskeni Haskoning Enhancing Society Together
Notitie / Memo
Haskoning Nederland B.V. Industry & Buildings
Aan:
Gemeente
Amersfoort
Van:
(geanonimiseerd)
Datum:
08 april 2026
Kopie:
Click to enter
Ons kenmerk:
BL3083-RHD-IB-ME-0001
Classificatie:
Projectgerelateerd
Gecontroleerd
(geanonimiseerd)
door
Onderwerp:
1
“CopyTo"
Aandachtsgebied
en
invloedsgebied
F1,5
zonder
en
D1,5
introductie
De
gemeente Amersfoort heeft een aanvraag ontvangen voor het planologisch inpassen van twee windeen BOPA. Bij de beoordeling van deze aanvraag maakt de gemeente als bevoegd gezag een integrale afweging van de betrokken belangen, waaronder het belang van de energietransitie en het waarborgen van een veilige fysieke leefomgeving. turbines met
evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) vormt hierbij het centraal beoordelingsDit naast instructieregels waaruit volgt dat bij een BOPA rekening wordt gehouden met onder meer het voorkomen en beperken van branden, rampen en crises en met de veiligheid van personen in de omgeving. Een
kader.
De
gemeente Amersfoort heeft Haskoning
onderzoek te doen
rapport: Uitwerking thematiek RP001F01; 20 maart 2026”. Naar
aanleiding
veiligheid verdiepend inpassing. Dit onderzoek uitgevoerd en gerapporteerd in het externe veiligheid; Wind op Isselt, Amersfoort; kenmerk: BL3083-1B-
in het kader van
de externe
van
verzocht
om
voor
het thema
externe
deze
veiligheid analyse zijn er in er vanuit de gemeente Amersfoort
twee
additionele vragen. Wat
e
is het
aandachtsgebied voor alleen de domino-scenario’s F1,5 en D1,5 niet meegenomen worden?
als
atmosferische
stabiliteitscondities Wat
invloedsgebied. voor alleen de domino-scenario’s als atmosferische stabiliteitscondities F1,5 en D1,5 niet meegenomen worden?
e
2
is het
Resultaten
Allereerst wordt naar
de
het
en
Conclusie
aandachtsgebied
LBW-indoor
beschouwd.
Hierbij
wordt er voor de dominoscenario's
gekeken
dose.
De
berekening
van
het
1.
Allereerst wordt
het
aandachtsgebied verloopt in drie stappen: aandachtgebied berekend met Safeti-NL zonder
de scenario's
voor
de
PGS
15
loods.
2. 3.
8
Vervolgens opgestelde
worden methode
Tot slot wordt de
april 2026
de
aandachtsgebieden
voor
de
PGS15
loods
bepaald op
basis van
de daarvoor
in de rekenvoorschriften.
grootste afstand
voor
het
aandachtsgebied genomen.
BL3083-RHD-IB-ME-0001
1/4
a.
Situatie voor bestaande en dominoscenario’s voor alle weerscondities
Stap 1. De door safeti-NL berekende aandachtsgebieden zijn gegeven in Figuur 2-1 zoals ook gerapporteerd in Uitwerking thematiek externe veiligheid (straal 1. 305 meter). ,
000 ,
050 ,
100 , km
Figuur 2-1: Aandachtsgebied LBW indoor dose voor alle atmosferische stabiliteitscondities voor het weerstation Soesterberg , zonder PGS 15 loods
Stap 2. Het aandachtsgebied voor de PGS15 loods wordt bepaald op 490 meter (straal). Stap 3. Het aandachtsgebied voor de dominosituatie is duds 1305 meter. b.
Situatie voor bestaande en dominoscenario’s maar exclusief de weerscondities F15 en D15 voor de domino scenario’s. ,
,
,
Stap 1. De door safeti-NL berekende aandachtsgebieden zijn gegeven in Figuur 2-2 en bedragen 371 meter.
08 april 2026
BL3083-RHD-IB-ME-0001
2/4