Raadsvoorstel Integrale verordening sociaal domein
Tekst van het document
PW | IOAW |IOAZ 1. 2.
De gemeente werkt samen met UWV, regiogemeenten en andere organisaties om inwoners te helpen passend werk te vinden. De gemeente zorgt ervoor dat werkgevers ondersteund worden als zij inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen, werk willen aanbieden. Dit doet de gemeente binnen de bepalingen in dit hoofdstuk en de nadere regels.
19/82
www.gemeenteAltena.nl
PW | IOAW |IOAZ 1. 2. 3.
4.
De gemeente kan een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. De gemeente kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Als dit plafond bereikt is, verstrekt de gemeente in dat kalenderjaar geen voorziening meer waarvoor dit plafond geldt. Voor structurele loonkostensubsidie en beschut werk kan geen budgetplafond worden vastgesteld. Op subsidies die op grond van deze verordening worden verstrekt, zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Altena 2019 niet van toepassing.
PW | IOAW |IOAZ 1.
2. 3.
Voor de re-integratie van niet-uitkeringsgerechtigden gelden de volgende eisen: a. de inwoner moet ten minste twintig uur per week beschikbaar zijn voor algemeen geaccepteerde arbeid; b. de gemeente vindt dat ondersteuning noodzakelijk is ; c. de ondersteuning moet gericht te zijn op het verkrijgen van betaalde arbeid; d. de inwoner moet verplicht ingeschreven staan als werkzoekende bij het UWV. De voorzieningen die genoemd worden in 3.7.1, 3.7.5 en 3.7.9, worden alleen ingezet voor uitkeringsgerechtigden. De gemeente kan wel besluiten een voorziening als genoemd in artikel 3.7.1 in te zetten voor de niet-uitkeringsgerechtigde jonger dan 27 jaar, afkomstig uit: a. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 1 0f van de Wet op het voortgezet onderwijs; b. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra; of c. de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die niet in staat kan worden geacht tot het volgen van uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs.
PW | IOAW |IOAZ 1.
De gemeente houdt bij het aanbieden van de in dit hoofdstuk opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van de inwoner. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van deze inwoner en de
20/82
www.gemeenteAltena.nl
2. 3.
mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. De gemeente kan een re-integratievoorziening aanbieden die bestaat uit een combinatie van de in dit hoofdstuk genoemde voorzieningen. De gemeente stelt nadere regels stellen voor de inzet van voorzieningen gericht op werk.
Detacheringsbaan PW | IOAW |IOAZ 1.
2. 3.
Het gemeente kan aan de inwoner die behoort tot de doelgroep via een andere organisatie een dienstverband aanbieden in de vorm van een detacheringsbaan, waarbij betrokkene voor het verrichten van de werkzaamheden wordt geplaatst bij een derde. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever, de andere organisatie en de inwoner. Het doel van een detacheringsbaan is dat de inwoner na afloop in dienst komt van de werkgever. Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
Proefplaatsing PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
De gemeente kan aan de personen behorend tot de doelgroep een proefplaatsing aanbieden indien de werkgever waar deze proefplaatsing wordt gerealiseerd aansluitend een dienstverband in het vooruitzicht stelt. De proefplaatsing is bedoeld om de werknemer de vaardigheden te leren die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de werkzaamheden in het aansluitende dienstverband.
Werkstage PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
De gemeente kan een inwoner een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep, en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft . Het doel van een werkstage is om inwoners met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring en werkritme, dan wel het werknemersvaardigheden, op te laten doen.
21/82
www.gemeenteAltena.nl
3.
De gemeente plaatst de inwoner uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
Sociale activering PW | IOAW |IOAZ 1.
2. 3.
De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering, onder andere in de vorm van een activeringsplaats, voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening of voor zover dit bijdraagt aan zelfstandige maatschappelijke participatie. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. De gemeente stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van de inwoner.
Participatieplaats PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
3.
4.
5.
6.
De gemeente kan een inwoner van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de Participatiewet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan maximaal 2 jaar met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht. De gemeente zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door de gemeente, de werkgever en de inwoner die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. De gemeente biedt de inwoner die minimaal zes maanden werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid verricht en geen startkwalificatie bezit een voorziening als bedoeld in artikel 10 van deze verordening aan, indien dit bijdraagt aan de vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de Pw bedraagt € 100,00 per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Geen aanspraak op een premie als genoemd in het derde lid bestaat, indien de gemiddelde inzet gedurende de periode genoemd in het derde lid minder bedraagt dan 4 uren per week.
22/82
www.gemeenteAltena.nl
Scholing PW | IOAW |IOAZ 1. 2.
De gemeente kan aan de inwoner die behoort tot de doelgroep scholing of opleiding aanbieden die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Participatiewet.
Beschut werk PW 1.
2.
3.
4.
5.
De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als deze door een beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassing van de werkplek nodig heeft, dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze inwoner in dienst neemt. De inwoner behoort of tot de doelgroep, of ontvangt een uitkering van het UWV. De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als UWV heeft vastgesteld dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. Het doel van beschut werk is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden. De gemeente biedt de volgende voorzieningen aan, zodat een inwoner beschut kan werken: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in werktempo, arbeidsduur, of de wijze van werkbegeleiding. De gemeente biedt niet meer plaatsen beschut werk aan dan het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het Rijk en zoals dit aantal wordt vastgesteld bij ministeriële regeling als genoemd in artikel 10b, lid 4, van de wet.
De inwoner die nog geen beschutte werkplek kan krijgen omdat de gemeente het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken voor dat jaar al heeft bereikt, komt op een wachtlijst. De inwoner die het langst op de wachtlijst staat, komt als eerste in aanmerking voor een beschutte werkplek, als deze beschikbaar komt. Zolang er nog geen geschikte werkplek voor deze inwoner beschikbaar is, is het mogelijk dat een andere inwoner voorgaat.
Hulp op de werkplek van een jobcoach PW | IOAW |IOAZ 1.
Aan een inwoner die behoort tot de doelgroep kan de gemeente persoonlijke ondersteuning in de vorm van jobcoaching aanbieden bij het verrichten van de aan die inwoner opgedragen taken in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder
23/82
www.gemeenteAltena.nl
2.
persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem door de werkgever opgedragen taken te verrichten. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen.
Incidentele loonkostensubsidie PW | IOAW |IOAZ | AWB) 1. 2.
3.
4.
5. 6.
De gemeente kan een incidentele loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers ten behoeve van specifieke doelgroepen: Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. De gemeente kan nadere regels stellen ten aanzien van de voorziening bedoeld in het eerste lid Voor zover deze nadere regels worden opgesteld hebben deze in ieder geval betrekking op: a. de specifieke doelgroepen waarvoor incidentele loonkostensubsidie kan worden verleend; b. de hoogte en duur van de incidentele loonkostensubsidie; c. het recht op de incidentele loonkostensubsidie gerelateerd aan de omvang van de dienstbetrekking; d. de wijze van betaalbaar stellen; e. het maximaal aantal te verstrekken incidentele loonkostensubsidies per werkgever. De incidentele loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing plaatsvindt. De incidentele loonkostensubsidie wordt alleen dan verstrekt als er voor dezelfde werknemer geen structurele loonkostensubsidie wordt verstrekt. Een incidentele loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.
Structurele loonkostensubsidie PW | IOAW |IOAZ | AWB 1. 2.
3.
De gemeente stelt vast of een inwoner behoort tot de doelgroep van de structurele loonkostensubsidie. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. De structurele loonkostensubsidie wordt aan de werkgever verstrekt. Hierbij neemt de gemeente de volgende criteria in acht: a. de inwoner moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet of tot de doelgroep van de
24/82
www.gemeenteAltena.nl
4. 5. 6.
participatievoorziening beschut werk als bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet; b. de inwoner is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en c. de inwoner heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Om de hoogte van de structurele loonkostensubsidie te bepalen, stelt de gemeente de loonwaarde van de inwoner vast. De vaststelling van de loonwaarde wordt gedaan conform het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021. De gemeente kan met de werkgever overeenkomen dat gedurende de eerste zes maanden van het dienstverband heeft vastgesteld dat de vaststelling van de loonwaarde van die inwoner achterwege kan blijven en de dienstbetrekking tot stand komt. Hierbij geldt wel artikel 10d, lid 5, van de Participatiewet.
Werkplekaanpassing PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
De gemeente kan een werkgever, die met een inwoner die behoort tot de doelgroep, een dienstbetrekking aangaat van ten minste zes maanden, een vergoeding verstrekken voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht, waardoor de inwoner beter in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren; Deze vergoeding wordt niet verstrekt indien op grond van een andere regeling een vergoeding voor de kosten kan worden verstrekt.
Overige vergoedingen PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
De gemeente kan aan inwoners behorend tot de doelgroep zoals genoemd in 3.3.1 onder a, een vergoeding geven voor noodzakelijke kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling. Dit betreft reiskosten en kosten voor kinderopvang en tussenschoolse opvang. De inwoner die kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid ontvangt, kan voor de kosten van kinderopvang die voor zijn rekening blijven, van de gemeente een bijdrage krijgen, als hij voldoet aan de volgende voorwaarden: a. De inwoner heeft een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering en de kinderopvang is nodig om mee te kunnen doen aan een activiteit van de gemeente die de inwoner dichter bij werk brengt (een voorziening), of b. de inwoner volgt voltijds HBO- of universitair onderwijs, voortgezet onderwijs of vavo-onderwijs, en c. de kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of gastouderbureau.
25/82
www.gemeenteAltena.nl
1.
2.
Als en voor zover de verstrekking van de voorzieningen aan de werkgever staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie geschiedt de verstrekking op grond van: a. hoofdstuk III, deel 6 van de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard; of b. de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Als en voor zover de verstrekking van de voorzieningen aan de werkgever staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt de voorziening verstrekt onder de voorwaarde dat de begunstigde onderneming een dossier bijhoudt aan de hand waarvan kan worden geverifieerd of de verleende steun voldoet aan de voorwaarden van de in lid 1 genoemde toegepaste verordeningen.
Doel van de tegenprestatie PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
De gemeente legt een inwoner met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie op als de gemeente vindt dat de inwoner in staat is om iets terug te doen voor de samenleving. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner.
Duur en omvang tegenprestatie PW | IOAW |IOAZ 1. 2.
3.
De tegenprestatie wordt opgelegd voor maximaal 10 uur per week gedurende een periode van maximaal 6 maanden. De tegenprestatie kan binnen een periode van 12 maanden slechts eenmaal worden opgelegd, tenzij de uitkeringsgerechtigde zelf kenbaar maakt dat hij vaker een tegenprestatie wil verrichten. Dit is om de volgende redenen: a. De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten. b. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie.
26/82
www.gemeenteAltena.nl
c. 4.
Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd. Na afloop van de tegenprestatie wordt aan de deelnemer een getuigschrift verstrekt.
Voorwaarden tegenprestatie PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
Bij het opleggen van de tegenprestatie houdt de gemeente rekening met persoonlijke omstandigheden van de inwoner. Hierbij wordt in ieder geval rekening gehouden met de navolgende factoren: a. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht; b. de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de belanghebbende moeten in overweging worden genomen; c. zorgtaken. De gemeente zet de tegenprestatie motiverend in, waarbij tegemoet wordt gekomen aan het individueel en collectief belang.
Afzien van een tegenprestatie PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
In afwijking van artikel 3.9.3 van deze verordening legt de gemeente aan de uitkeringsgerechtigde geen tegenprestatie op bij: a. het verrichten van mantelzorg, welke naar het oordeel van de gemeente naar omvang vergelijkbaar is met de duur van een tegenprestatie; b. het verrichten van aantoonbaar vrijwilligerswerk, dat naar aard en omvang vergelijkbaar is met een tegenprestatie; c. deelneming aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject; d. een parttime baan voor ten minste 16 uur per week; e. een alleenstaande ouder die vrijstelling van de arbeidsplicht heeft vanwege de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar; f. duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid. De gemeente legt geen tegenprestatie op, indien geen werkzaamheden voorhanden zijn, die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.
Periodieke beoordeling PW | IOAW |IOAZ 1.
Als de gemeente geen tegenprestatie oplegt, wordt periodiek beoordeeld of deze op een later moment wel opgelegd kan worden.
27/82
www.gemeenteAltena.nl
Overig PW | IOAW |IOAZ 1.
De gemeente stelt beleidsregels vast voor de uitvoering van de tegenprestatie, , waarbij tevens uitvoering aan deze verordening wordt gegeven.
WMO Inwoners die vanwege een beperking, een psychisch of psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Zij moeten wel aan de voorwaarden van artikel 2.4.5.2 respectievelijk 2.5.1. voldoen. Ook moet de hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren voor de inwoners, zodat zij in staat zijn om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente kan in ieder geval hiervoor begeleiding aanbieden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve begeleiding (dagbesteding) en individuele dagbesteding. De cliënt maakt samen met de zorgaanbieder een keuze voor (een combinatie van) de vorm. De gemeente stelt nadere regels en vast voor hulp om mee te doen in de samenleving. Ook wordt in beleidsregels aangegeven hoe aan deze hulp invulling gegeven wordt.
Dagbesteding WMO De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de dag goed in te vullen hulp-opmaat kunnen krijgen (dagbesteding). De hulp-op-maat houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding, voor een of meer dagdelen per week. Indien nodig zorgt de gemeente ervoor dat dit inclusief vervoer van en naar de dagbesteding is.
Individuele begeleiding WMO De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de normale dagelijkse activiteiten te doen, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners begeleid worden bij deze activiteiten (individuele begeleiding). Het betekent, dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over.
28/82
www.gemeenteAltena.nl
Contact met anderen WMO 1.
2. 3.
4.
De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking in hun mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis. Zo kunnen zij meedoen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen doen, of naar een medische afspraak gaan. Die hulp kan bestaan uit het aanbieden van de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer of het gebruikmaken van een vervoermiddel. De gemeente kan inwoners daarnaast een bijdrage in de kosten geven, voor het gebruik van een (rolstoel)taxi; De hulp is bedoeld voor: a. Het zich verplaatsen rondom de woning; b. Het zich verplaatsen over een langere afstand dicht bij huis; of Om collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden, kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief taxivervoer. Pas als dat niet passend is, kan een bijdrage in de kosten gegeven worden.
Rolstoel WMO De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet kunnen verplaatsen in en om de woning, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik.
Vervanging vervoermiddel en rolstoel WMO Als de inwoner hulp-op-maat wil en het gaat om vervanging van een eerder door de gemeente verstrekte rolstoel of vervoermiddel, dan doet de gemeente dit alleen, als het vervoermiddel of de rolstoel: a. b. c.
29/82
technisch is afgeschreven; verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om, of geen oplossing meer is voor de problemen die de inwoner ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis.
www.gemeenteAltena.nl
Sportvoorzieningen WMO 1. 2. 3.
De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners kunnen sporten. Voor mensen met een beperking is er soms een voorziening nodig om te kunnen sporten. De inwoner kan een vergoeding krijgen voor aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: a. De inwoner kan aantonen dat de sport structureel wordt beoefend, bijvoorbeeld door middel van een bewijs van lidmaatschap van een sportvereniging b. De aanschaf van de sportvoorziening leidt tot meerkosten t.o.v. de mensen zonder beperking die dezelfde sport uitoefenen c. De vergoeding kan maximaal 1x per 3 jaar worden verstrekt.
Jongeren in Altena moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van jongeren, hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te verminderen. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en jongeren tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 werden en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
•
•
•
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. Daar waar het kan zetten we in op eigen mogelijkheden van gezinnen met inzet van hun sociaal netwerken. In complexe casuïstiek nemen we de regie en bieden we tijdig passende ondersteuning. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp. Hierbij is het oplossen van de hulpvraag van de jongere en/of het gezin leidend. De gemeente stuurt op een goede samenwerking met vindplaatsen (in het bijzonder school en kinderopvang) om vroeg en adequaat te signaleren en advies/inzet in te vliegen waar nodig.
30/82
www.gemeenteAltena.nl
•
•
De gemeente stuurt op tijdige, passende en effectieve jeugdhulp, zo veel mogelijk dicht bij de jongere en in zijn eigen sociale context. Zo is hulp makkelijker vindbaar en sluit het beter aan op de ondersteuningsbehoefte. Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat.
JEUGDWET 1. 2. 3. 4. 5.
6.
Bij het bieden van hulp houden de gemeente en de jeugdhulpverlener rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jongere en de ouders. Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jongere, zijn ouders en hun sociaal netwerk. De gemeente betrekt de wensen van de jongere en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet. Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente. Als het gewenste effect van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met het sociaal netwerk bereikt kan worden, maar wel met hulp die vrij toegankelijk is, dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp door het casusregisseurs van de gemeente, jongerenwerkers, of door een jeugdwelzijnsorganisatie. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die hulp, dan wordt hulp-op-maat ingezet. De gemeente stelt in nadere regels vast wat onder gebruikelijke hulp valt en wat van het sociaal netwerk verwacht mag worden.
JEUGDWET 1.
De gemeente zorgt ervoor dat jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken helpt de gemeente alle jongeren, hun ouders en hun sociaal netwerk in ieder geval met: a. het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen; b. informatie, advies en trainingen; c. jeugdgezondheidszorg (GGD: consultatiebureau, schoolarts); d. activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen via het jongerenwerk; e. opvoedondersteuning; f. een vertrouwenspersoon; g. Coördinatie van jeugdhulp en arrangeren van passende zorg. Deze hulp is vrij toegankelijk. De inwoner heeft hiervoor geen verwijzing door een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts nodig, en ook geen besluit van de gemeente. 2.
De gemeente zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg
31/82
www.gemeenteAltena.nl
mogelijk hulp wordt geboden. Waar mogelijk biedt de gemeente jeugdhulp op vrijwillige basis en zo dichtbij mogelijk.
Hulp-op-maat jeugdwet JEUGDWET 1.
De gemeente kan in ieder geval de volgende hulp-op-maat aanbieden: a. een plek in een pleeggezin, gezinshuis of verblijf in een instelling. Gezinshuis en pleegzorg heeft hierbij de voorkeur; b. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; c. begeleidende verzorging; d. Respijtzorg; gericht op het ontlasten van de (pleeg)ouder die zorg levert aan jongeren met een lichamelijke, zintuiglijke en/of verstandelijke beperking, en/of een psychiatrische of somatische aandoening. De dienstverlening die gevraagd is met betrekking tot respijt betreft dag-/naschoolse opvang en logeerzorg; Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor een besluit van de gemeente, of een verwijzing door een huisarts, een medisch specialist, een gecertificeerde instelling, rechtbank of een jeugdarts nodig.
Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis WMO De gemeente biedt het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling
JEUGDWET 1.
2.
De gemeente is er verantwoordelijk voor dat jongeren uit de jeugdhulp ondersteund blijven worden als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat de gemeente zorgt voor een plan voor de jongere op alle belangrijke leefgebieden. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a. scholing, werk of participatie b. wonen c. inkomen d. zorg en ondersteuning e. vrije tijd
32/82
www.gemeenteAltena.nl
3.
4.
f. het netwerk van de jongeren Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt en pas als blijkt dat andere hulp waaronder beschermd wonen, of begeleiding niet toereikend en/of passend is. Deze verlenging is dan een onderdeel van het plan. Als sprake is van gezinshuiszorg of pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot de dag dat de jongere 21 jaar wordt, tenzij de jongere 18 jaar of ouder is en heeft aangegeven op eigen benen te willen staan. De jeugdhulp kan eventueel worden verlengd totdat de jongere 23 jaar wordt.
JEUGDWET De gemeente zorgt ervoor dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die aan de jongere of zijn ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maakt de gemeente afspraken met hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over: • procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp; • communicatie met andere organisaties en de gemeente; • afbakening van taken en verantwoordelijkheden; en/of • aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en hulp-op-maat; De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm.
Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te ondersteunen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de ondersteuning die de gemeente aan deze inwoners kan geven. De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. Inwoners kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen, als ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.4.5.2 respectievelijk 2.5.1. Ook moet die hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in
33/82
www.gemeenteAltena.nl
hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Wanneer sprake is van 24 uur zorg en/of toezicht in de nabijheid, draagt de gemeente de ondersteuning over aan de Wlz.
•
Inwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en leven. • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. De gemeente heeft hiervoor afspraken gemaakt met welzijnsorganisaties. Dit betreft onder meer advisering over wonen met zorg, ouderenadvies, het realiseren van vrij toegankelijke ontmoetingsplekken (woon/zorg-steunpunten, Hartenbrigade, Buurtplein et cetera), een klussendienst en mantelzorgondersteuning. • De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor. • De gemeente helpt bij het oplossen van de hulpvraag van de inwoner. • De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar. De gemeente stelt nadere regels en vast voor hulp om zelfstandig en veilig te wonen. Ook wordt in beleidsregels aangegeven hoe aan deze hulp invulling gegeven wordt.
Een geschikte woning WMO 1.
2.
3.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is, door aanpassing van de woning of door het bieden van een verhuisvergoeding. De gemeente verwacht dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning, als deze beschikbaar is. De inwoner kan dan een vergoeding krijgen voor de kosten van verhuizing. Als verhuizing niet passend is, kan de gemeente besluiten de woning toch aan te passen. De gemeente verstrekt in ieder geval geen ondersteuning in de vorm van het aanpassen van de woning in de volgende situaties: a. De beperkingen van de inwoner zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b. De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerwoonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een huurwoning waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen. c. De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex, en de
34/82
www.gemeenteAltena.nl
4.
voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners. d. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. e. De inwoner is zonder dringende reden verhuisd vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. f. De inwoner heeft een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg. g. De inwoner is verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft verleend. h. De inwoner vraagt de voorziening voor een woning waar de inwoner niet zijn hoofdverblijf heeft of gaat hebben. i. De aanpassing gevraagd wordt voor een niet-elementaire ruimte. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt als: a. de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven; b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; c. de woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen van de inwoner.
Een schone en leefbare woning WMO 1.
2.
De gemeente biedt de inwoner huishoudelijke ondersteuning als hij als gevolg van zijn beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden. Bij deze beoordeling worden ook de eigen financiële mogelijkheden van de inwoners om in deze hulpvraag te voorzien meegewogen. In dit geval wordt voor niet AOW-gerechtigden een inkomensgrens gehanteerd van 200% van het bruto wettelijk minimumloon en voor AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens gehanteerd van 150% van het bruto wettelijk minimumloon. Bij een inkomen boven deze grenzen is er sprake van eigen kracht. De huishoudelijke ondersteuning bestaat uit: a. niveau 1: schoonmaakhulp en indien nodig, het overnemen van de was en strijk en het bereiden van maaltijden; b. niveau 2: schoonmaakhulp en overnemen van de planning en structuur van het (ontregeld) huishouden. Indien nodig wordt dit aangevuld met het bereiden van maaltijden, gebruikelijke hulp voor minderjarige kinderen of het aanleren van vaardigheden voor het zelf uitvoeren van huishoudelijke taken.
35/82
www.gemeenteAltena.nl
Beschermd wonen WMO 1.
2.
3.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning kan krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner moet deze woonvorm nodig hebben als gevolg van psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. De inwoner meldt zich met zijn hulpvraag in eerste instantie bij de gemeente Altena. Als uit het onderzoek blijkt dat de inwoner beschermd wonen nodig heeft, wordt de hulpvraag overgedragen aan de centrumgemeente Breda. Ondersteuning in de vorm van beschermd wonen, wordt toegekend door centrumgemeente Breda. De regels daarover zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda.
Maatschappelijke opvang WMO 1.
2.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. Ondersteuning in de vorm van maatschappelijke opvang, wordt toegekend door centrumgemeente Breda. De inwoner stelt bij de gemeente Breda zijn hulpvraag voor opvang . De regels zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda.
Bezoekbaar maken van een woning WMO 1.
2. 3.
De gemeente kan een vergoeding verstrekken voor het bezoekbaar maken van een woning. Voorwaarden hiervoor zijn: a. de aan te passen woning staat in de gemeente Altena b. de persoon t.b.v. wie de woning wordt aangepast, woont in een (Wlz) instelling wil structureel bezoek afleggen in deze woning Onder bezoekbaar maken verstaat de gemeente dat de bezoeker de woonkamer kan bereiken en het toilet kan bereiken en gebruiken. De vergoeding wordt toegekend aan de eigenaar van de woning.
36/82
www.gemeenteAltena.nl
Ondersteuning mantelzorger WMO De gemeente zorgt ervoor dat personen die mantelzorg geven aan een inwoner, ondersteuning kunnen krijgen als zij niet meer in staat zijn om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat zij overbelast raken. De ondersteuning houdt in dat een voorziening wordt verstrekt die de mantelzorg voor een korte periode overneemt.
Mantelzorgwaardering WMO 1.
2.
De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking. Daarom stelt de gemeente een mantelzorgwaardering vast. Het doel hiervan is om het belang van mantelzorgers in onze samenleving te onderstrepen en waarderen. De gemeente bepaalt in een nadere regel hoe de mantelzorgwaardering wordt vormgegeven.
Ieder kind heeft recht op onderwijs dat bij zijn talenten en mogelijkheden past en dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school groot voor het kind, of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan meestal een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school. Ook is geregeld hoe de gemeente mensen hulp kan aanbieden voor vervoer van en naar voorzieningen. Tenslotte wordt ook geregeld waarvoor een vergoeding van de reiskosten verstrekt kan worden.
• • • •
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. Via de welzijnsstichting biedt de gemeente een vrijwillige taxiservice aan (ANWB AutoMaatje). De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor. Kinderen hebben recht op vervoer als ze niet zelfstandig naar school kunnen door ziekte of een handicap; Voorkomen van niet-noodzakelijke ‘zorg gerelateerde’ reisbewegingen door digitale toepassingen in zorg en welzijn (e-health oplossingen) in te zetten.
37/82
www.gemeenteAltena.nl
LLV 1.
2.
Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het kind naar school gaat. De gemeente beoordeelt op aanvraag van de ouders of zij hulp van de gemeente kunnen krijgen bij het vervoer van hun kind naar school. De hulp van de gemeente heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om een vergoeding voor reiskosten of om aangepast vervoer dat wordt geregeld door de gemeente, zoals een taxibusje. Het is mogelijk dat ouders van kinderen op de basisschool een deel van de kosten zelf moeten betalen. Dat is de eigen bijdrage. Krijgen ouders een vervoersvoorziening en wordt het kind meerderjarig? Dan wordt de vervoersvoorziening niet langer aan de ouders verstrekt. Het kind kan dan zelf een vervoersvoorziening krijgen als hij aan de voorwaarden voldoet.
LLV 1.
2.
3.
4.
De gemeente onderzoekt of ouders een vervoersvoorziening kunnen krijgen. Als dat zo is gaat de gemeente na welke voorziening er nodig is. De gemeente onderzoekt dan met welk vervoermiddel het kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route voor het kind is. Ook onderzoekt de gemeente of er begeleiding nodig is bij het reizen. Voor het bepalen van de route naar school maakt de gemeente gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB. De gemeente berekent wat de afstand van de woning of opstapplaats van het kind is tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route. De gemeente betrekt bij het onderzoek het (school)ondersteuningsplan voor het kind. Dit plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband van scholen, na overleg met de gemeente. Bij de beoordeling van de aanvraag kan de gemeente de (vervoers-)adviezen van externe deskundigen betrekken. Gaat het kind naar de basisschool, dan onderzoekt de gemeente ook hoe hoog het inkomen van de ouders is. Dat is nodig om te bepalen of de ouders een eigen bijdrage moeten betalen.
Vervoersvoorziening LLV 1.
De gemeente verstrekt aan ouders een vervoersvoorziening, als het kind: a. minimaal vier jaar oud is; b. in de gemeente Altena woont;
38/82
www.gemeenteAltena.nl
c. d. 2.
3.
4.
5.
6.
7.
naar de basisschool gaat, speciaal of voortgezet onderwijs volgt, en vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig met het OV of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of aangepast vervoer nodig heeft. De gemeente verstrekt aan ouders ook een vervoersvoorziening, als het kind: a. minimaal vier jaar oud is; b. naar de basisschool gaat of speciaal onderwijs volgt; en c. de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is voor het kind, meer dan zes kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt; of d. het kind naar een school gaat die verder weg is gelegen dan die dichtstbijzijnde toegankelijke school, en de ouders in een brief aan de gemeente aangeven dat ze de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld. Ouders krijgen geen vergoeding voor het vervoer van hun kind, als het kind meereist met een andere ouder die van de gemeente een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind. De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening krijgen. Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die het kind bezoekt.
Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden kan de gemeente besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtig kind de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt.
Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer LLV 1.
2.
De gemeente verstrekt aan ouders die een vervoersvoorziening krijgen voor een kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor: a. het weekendvervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie. De vervoersvoorziening geldt voor een eenmaal per weekend gemaakte reis. b. het vakantievervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. De regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.6.1 lid 2, onderdeel a.
39/82
www.gemeenteAltena.nl
Tijdelijk verblijf buiten de gemeente LLV 1.
2.
De gemeente kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een kind, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. het kind blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat het kind terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra het kind terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.
Vervoersvoorziening naar stageadres LLV 1.
2.
3.
4.
5.
Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek van de ouders een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door de gemeente te bepalen maximale straal van de woning of de school. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van het kind dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor het kind toegankelijke stageadres. De gemeente kan het stagecontract opvragen.
40/82
www.gemeenteAltena.nl
Vervoersvoorziening LLV 1.
2.
3. 4.
5.
6.
7.
8.
De gemeente stemt de vervoersvoorziening af op de goedkoopste manier van reizen. Als het kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan het kind niet fietsen naar school, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer (OV), alleen als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt. Ouders kunnen gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is. Maar ouders kunnen er in dat geval ook voor kiezen om het kind zelf te vervoeren. Dan hebben zij recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat het kind naar de basisschool, dan betalen de ouders de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.6.2). Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: a. Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van de reistijd met het OV. b. OV naar school ontbreekt en het kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding). c. Het kind kan niet begeleid worden door de ouders of anderen, of begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk. d. Het kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij niet met het OV kan reizen (ook niet met begeleiding).
Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperkt de gemeente de vergoeding tot de reiskosten van één begeleider. De hoogte van een vergoeding van de gemeente is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB. Als de ouders recht hebben op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekt de gemeente deze vergoedingen af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag bij de ouders in rekening. Dit is de eigen bijdrage. De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel (de (brom)fiets/e-bike) afgeleid van de CAO Rijk en de kilometervergoeding als opgenomen in de VNG bedragen leerlingenvervoer van het betreffende schooljaar. Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren of laten vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Cao Rijk en de kilometervergoeding als opgenomen in de VNG bedragen leerlingenvervoer van het betreffende schooljaar.
De gemeente geeft geen vergoeding aan ouders die een of meer kinderen laten vervoeren door andere ouders, die zelf van de gemeente voor het vervoer van een of meer kinderen een vergoeding ontvangen.
41/82
www.gemeenteAltena.nl
Bijzondere regeling vervoer naar basisschool LLV 1.
Is het jaarinkomen van de ouders in het peiljaar hoger dan € 27.450 (drempelbedrag). Dan trekt de gemeente per kind de kosten voor de eerste zes kilometer met het OV af van de vergoeding aan de ouders. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OVchipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als er geen OV beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het OV, trekt de gemeente dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten de ouders dit bedrag aan de gemeente betalen (eigen bijdrage). 2. Is de reisafstand meer dan 20 kilometer? Dan betalen ouders per kind de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het jaarinkomen van de ouders in het peiljaar: Jaarinkomen Eigen bijdrage per schooljaar 0-€ 36.000 € 36.000 € 42.500 € 42.500 € 49.000 € 49.000 € 55.500 € 55.500 € 63.000 € 63.000 € 69.500 € 69.000 en verder voor elke extra 5.000:
3.
4.
5.
nihil € 150 € 645 € 1.200 € 1.760 € 2.360 € 565 erbij
De gemeente stopt de vervoersvoorziening als ouders de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan de gemeente. De gemeente stopt de vervoersvoorziening ook als het kind zich ernstig misdraagt. De gemeente past de bedragen van de inkomensgrenzen in het eerste en tweede lid, en van de eigen bijdragen in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering). De gemeente volgt daarbij de wijzigingen die de VNG aan de gemeente doorgeeft. Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het OV kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Zij betalen geen eigen bijdrage.
JEUGDWET | WMO 1.
De gemeente kan in ieder geval in de vorm van hulp-op-maat aanbieden: a. het vervoer van de jongere van en naar een plek waar jeugdhulp wordt aangeboden;
42/82
www.gemeenteAltena.nl
b.
2.
het vervoer van een inwoner naar een plek waar dagbesteding of individuele begeleiding wordt aangeboden. c. Een jongere kan alleen aanspraak maken op een voorziening genoemd in dit artikel als hier niet reeds in de regionale inkoopafspraken in is voorzien. De gemeente kan beleidsregels stellen over het vervoer van en naar een voorziening.
JEUGDWET | PW | IOAW | IOAZ 1.
2.
De gemeente kan in ieder geval in de volgende gevallen een vergoeding van de reiskosten verstrekken: a. het vervoer van een kind vanaf het huisadres naar de vestiging van de Internationale schakelklas. b. aan inwoners die in verband met het volgen van een re-integratietraject moeten reizen. c. aan inwoners met een laag inkomen, voor reizen die noodzakelijk zijn op grond van bijzondere sociale-of financiële omstandigheden 2. De gemeente kan beleidsregels opstellen over de vergoeding van reiskosten.
JEUGDWET Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan de gemeente na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.
Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen heeft de gemeente een financieel vangnet: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem.
• •
De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor. Voorkomen is beter dan genezen (vroeg eropaf).
43/82
www.gemeenteAltena.nl
•
• •
De gemeente helpt bij het oplossen van de hulpvraag van de inwoner. De gemeente biedt hiervoor via de welzijnsstichting onder andere de formulierenbrigade aan. Ook zijn via de bibliotheek diensten gericht op laaggeletterdheid (Taalhuis en Taalmaatjes) en digitalisering beschikbaar. De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. Iedereen doet mee aan de samenleving
In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede en schulden in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan. Over de wijze waarop de gemeente omgaat met de hulp gericht op inkomen en schulden stelt de gemeente beleidsregels op.
Wat wil de gemeente? PW | WGS | GEMEENTEWET 1.
2.
3.
4.
5. 6.
De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn gericht op het bestrijden van armoede en het voorkomen en tegengaan van schulden. De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een inkomen net boven de bijstandsnorm voldoende ondersteund worden, en dat betaald werk krijgen, voor inwoners met een gemeentelijke uitkering, niet leidt tot een armoedeval. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode niet opnieuw aangevraagd hoeven te worden of op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.
Bijzondere bijstand is een belangrijk hulpmiddel voor de gemeente om inwoners financieel te helpen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt als zij de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet toepast.
44/82
www.gemeenteAltena.nl
Vangnet PW 1.
2. 3. 4.
De gemeente biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer: a. extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en b. voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid. De gemeente maakt zo weinig mogelijk gebruik van bijzondere bijstand in de vorm van een lening. De gemeente legt in beleidsregels vast welke rol bijzondere bijstand heeft bij armoedebestrijding.
Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgen deze studenten een financieel steuntje in de rug. Het inkomen wordt daarmee maandelijks aangevuld. In deze paragraaf geeft de gemeente aan voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld. Ook staat hier welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald.
Doelgroep PW 1.
2. 3.
De studietoeslag is bedoeld voor de student die: a. mbo-, hbo-, of universitair onderwijs volgt; en b. een tegemoetkoming in de schoolkosten (op grond van hoofdstuk 4 Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten) of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen; en c. wel kan werken, maar d. door een door een beperking langdurig niets kan bijverdienen naast zijn studie. De student moet 18 jaar of ouder zijn en mag geen financiële buffer hebben. De student ontvangt geen uitkering op grond van de Wajong.
45/82
www.gemeenteAltena.nl
Vaststellen beperking PW De gemeente onderzoekt of de beperking van de student zo groot is dat hij naast zijn studie langdurig niets kan bijverdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven.
Hoogte en duur van de toeslag PW 1.
2. 3.
De studietoeslag is gelijk aan het bedrag dat is genoemd in artikel 20, eerste lid onder a van de wet; en wordt elke maand uitbetaald voor een periode van maximaal 6 maanden. Het bedrag wordt naar boven afgerond op hele euro’s. Als het bedrag uit lid 1 wijzigt, dan volgt de gemeente die wijziging. De student moet na afloop van de periode van 6 maanden de studietoeslag opnieuw aanvragen.
Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld. Ook staat hier welk bedrag kan worden toegekend en welke aanvullende voorwaarden er gelden.
Doelgroep PW 1.
2.
De inkomenstoeslag is bedoeld voor de inwoner van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd die in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen heeft gehad dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm is niet van toepassing. Geen recht op de inkomenstoeslag heeft de inwoner die: a. een goede financiële buffer heeft of heeft gehad; b. uitzicht heeft op inkomensverbetering; of c. een tegemoetkoming in de schoolkosten (op grond van hoofdstuk 4 Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten) of studiefinanciering van DUO krijgt.
46/82
www.gemeenteAltena.nl
Hoogte van de toeslag PW 1.
2.
3.
4.
5.
De inkomenstoeslag voor inwoners met een inkomen tot en met 110% van de bijstandsnorm is per kalenderjaar: a. € 433 voor een alleenstaande; b. € 544 voor een alleenstaande ouder; c. € 606 voor gehuwden of samenwonenden. De inkomenstoeslag voor inwoners met een inkomen tussen 110% en 120% van de bijstandsnorm, is per jaar: a. € 217 voor een alleenstaande b. € 272 voor een alleenstaande ouder c. € 303 voor gehuwden of samenwonenden Voor gehuwden en samenwonenden geldt het volgende: als één van de partners geen recht heeft op inkomenstoeslag, krijgt de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Het gaat om situaties, waarbij de partner uitgesloten is van de inkomenstoeslag op grond van artikel 11 en 13, eerste lid, van de Participatiewet. Nadat een inkomenstoeslag is toegekend, wordt een inkomen boven de inkomensgrens als gevolg van werkaanvaarding, niet als inkomen gezien bij de beoordeling van een volgende aanvraag, als die overschrijding niet langer heeft geduurd dan drie maanden. Met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar worden de genoemde bedragen gewijzigd met de procentuele stijging van de consumentenprijsindex, en naar boven afgerond op hele euro’s.
Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten en het kunnen volgen van onderwijs. Deze maatregelen worden het kindpakket genoemd. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor het kindpakket gelden.
Doelgroep PW | GEMEENTEWET Het kindpakket is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen, die geen goede financiële buffer hebben en moeten rondkomen van een inkomen dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm is niet van toepassing.
47/82
www.gemeenteAltena.nl