Getekende Integrale verordening sociaal domein 2021 (raadsbesluit)
Tekst van het document
Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor een besluit van de gemeente, of een verwijzing door een huisarts, een medisch specialist, een gecertificeerde instelling, rechtbank of een jeugdarts nodig. 4 . 5. 2 Advies—
en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis
De gemeente biedt het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling
4.6 Overgang van 18- naar 18+ i.
De gemeente is er verantwoordelijk voor datjongeren uit de jeugdhulp ondersteund blijven worden als ze i8jaarworden. Dat wil zeggen dat de gemeente zorgt voor een plan voor de jongere op alle belangrijke leefgebieden.
2.
Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a.
scholing, werk of participate
b.
wonen
c.
inkomen
d.
zorg en ondersteuning
e.
vrije tijd
32/82
www.gemeenteAltena.n1
4 f. 3.
Gemeente Altena
het netwerk van de jongeren
Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan maxinnaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt en pas als blijkt dat andere hulp waaronder beschermd wonen, of begeleiding niet toereikend en/of passend is. Deze verlenging is dan een onderdeel van het plan.
4.
Als sprake is van gezinshuiszorg of pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot de dag dat de jongere 21jaar wordt, tenzij de jongere 18 jaar of ouder is en heeft aangegeven op eigen benen te willen staan. De jeugdhulp kan eventueel worden verlengd totdat de jongere 23 jaar wordt.
4.7 Afstemming met andere vormen van hulp JEUGDWET De gemeente zorgt ervoor dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die aan de jongere of zijn ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maakt de gemeente afspraken met hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over: •
procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp;
•
communicatie met andere organisaties en de gemeente;
•
afbakening van taken en verantwoordelijkheden; en/of
•
aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en hulp-op-maat;
De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm.
5
Wonen in een veilige en gezonde omgeving
5.1 Inleiding Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te ondersteunen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de ondersteuning die de gemeente aan deze inwoners kan geven. De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. lnwoners kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen, als ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.4.5.2 respectievelijk 2.5.1. Ook moet die hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in
33/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Wanneer sprake is van 24 uur zorg en/of toezicht in de nabijheid, draagt de gemeente de ondersteuning over aan de Wlz.
5.2 Kernwaarden •
lnwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en leven.
•
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. De gemeente heeft hiervoor afspraken gemaakt met welzijnsorganisaties. Dit betreft onder meer advisering over wonen met zorg, ouderenadvies, het realiseren van vrij toegankelijke ontmoetingsplekken (woon/zorg-steunpunten, Hartenbrigade, Buurtplein et cetera), een klussendienst en mantelzorgondersteuning.
•
De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor.
•
De gemeente helpt bij het oplossen van de hulpvraag van de inwoner.
•
De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.
De gemeente stelt nadere regels en vast voor hulp om zelfstandig en veilig te wonen. Ook wordt in beleidsregels aangegeven hoe aan deze hulp invulling gegeven wordt.
53 Zelfstandig en veilig wonen 5. 3 . 1 Een geschikte
i.
woning
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is, door aanpassing van de woning of door het bieden van een verhuisvergoeding.
2. De gemeente verwacht dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning, als deze beschikbaar is. De inwoner kan dan een vergoeding krijgen voor de kosten van verhuizing. Als verhuizing niet passend is, kan de gemeente besluiten de woning toch aan te passen. 3.
De gemeente verstrekt in ieder geval geen ondersteuning in de vorm van het aanpassen van de woning in de volgende situaties: a.
De beperkingen van de inwoner zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt.
b.
De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerwoonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een huurwoning waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen.
c.
34/82
De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex, en de
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners. d.
Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden.
e.
De inwoner is zonder dringende reden verhuisd vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning.
f.
De inwoner heeft een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg.
g.
De inwoner is verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de genneente daartoestennming voor heeft verleend.
h.
De inwoner vraagt de voorziening voor een woning waar de inwoner niet zijn hoofdverblijf heeft of gaat hebben.
i. 4.
De aanpassing gevraagd wordt voor een niet-elementaire ruimte.
Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt als: a.
de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven;
b.
de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om;
c.
de woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen van de inwoner.
5 . 3 . 2 Een
1.
schone en leefbare woning
De gemeente biedt de inwoner huishoudelijke ondersteuning als hij als gevolg van zijn beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden. Bij deze beoordeling worden ook de eigen financiele mogelijkheden van de inwoners om in deze hulpvraag te voorzien meegewogen. In dit geval wordt voor niet AOW-gerechtigden een inkomensgrens gehanteerd van 200% van het bruto wettelijk minimunnloon en voor AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens gehanteerd van 150% van het bruto wettelijk minimumloon. Bij een inkomen boven deze grenzen is er sprake van eigen kracht.
2. De huishoudelijke ondersteuning bestaat uit: a.
niveau
schoonmaakhulp en indien nodig, het overnemen van de was en strijk en
het bereiden van maaltijden; b.
niveau 2: schoonmaakhulp en overnemen van de planning en structuur van het (ontregeld) huishouden. Indien nodig wordt dit aangevuld met het bereiden van maaltijden, gebruikelijke hulp voor minderjarige kinderen of het aanleren van vaardigheden voor het zelf uitvoeren van huishoudelijke taken.
35/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
5. 3 . 3 Beschermd wonen
a.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning kan krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner moet deze woonvorm nodig hebben als gevolg van psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helot om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving.
2. De inwoner meldt zich met zijn hulpvraag in eerste instantie bij de gemeente Altena. Als uit het onderzoek blijkt dat de inwoner beschermd wonen nodig heeft, wordt de 3.
hulpvraag overgedragen aan de centrumgemeente Breda. Ondersteuning in de vorm van beschermd wonen, wordt toegekend door centrumgemeente Breda. De regels daarover zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda.
5 . 3 . 4 Maatschappelijke opvang
1.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld.
2.
Ondersteuning in de vorm van maatschappelijke opvang, wordt toegekend door centrumgemeente Breda. De inwoner stelt bij de gemeente Breda zijn hulpvraag voor opvang . De regels zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda.
5 . 3 . 5 Bezoekbaar maken van een woning
a.
De gemeente kan een vergoeding verstrekken voor het bezoekbaar maken van een woning. Voorwaarden hiervoor zijn: a.
de aan te passen woning staat in de gemeente Altena
b.
de persoon t.b.v. wie de woning wordt aangepast, woont in een (Wiz) instelling wil structureel bezoek afleggen in deze woning
2.
Onder bezoekbaar maken verstaat de gemeente dat de bezoeker de woonkamer kan bereiken en het toilet kan bereiken en gebruiken.
3.
De vergoeding wordt toegekend aan de eigenaar van de woning.
36/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
5.4 Mantelzorg 5. 4 . 1 Ondersteuning mantelzorger
De gemeente zorgt ervoor dat personen die mantelzorg geven aan een inwoner, ondersteuning kunnen krijgen als zij niet meer in staat zijn om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat zij overbelast raken. De ondersteuning houdt in dat een voorziening wordt verstrekt die de mantelzorg voor een korte periode overneemt.
5 . 4 . 2 Mantelzorgwaardering Wm°
1.
De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking. Daarom stelt de gemeente een mantelzorgwaardering vast. Het doel hiervan is om het belang van mantelzorgers in onze samenleving te onderstrepen en waarderen.
2. De gemeente bepaalt in een nadere regel hoe de mantelzorgwaardering wordt vormgegeven.
6 Vervoer 6.1 lnleiding leder kind heeft recht op onderwijs dat bij zijn talenten en mogelijkheden past en dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school groot voor het kind, of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan meestal een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school. Ook is geregeld hoe de gemeente mensen hulp kan aanbieden voor vervoer van en naar voorzieningen. Tenslotte wordt ook geregeld waarvoor een vergoeding van de reiskosten verstrekt kan worden.
6.2 Kernwaarden •
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. Via de welzijnsstichting biedt de gemeente een vrijwillige taxiservice aan (ANWB AutoMaatje).
• •
De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor. Kinderen hebben recht op vervoer als ze niet zelfstandig naar school kunnen door ziekte of een handicap;
•
Voorkomen van niet-noodzakelijke 'zorg gerelateerde'reisbewegingen door digitale toepassingen in zorg en welzijn (e-health oplossingen) in te zetten.
37/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Mena
6.3 Uitgangspunten a.
Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het kind naar school gaat. De gemeente beoordeelt op aanvraag van de ouders of zij hulp van de gemeente kunnen krijgen bij het vervoer van hun kind naar school. De hulp van de gemeente heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om een vergoeding voor reiskosten of om aangepast vervoer dat wordt geregeld door de gemeente, zoals een taxibusje. Het is nnogelijk dat ouders van kinderen op de basisschool een deel van de kosten zelf moeten betalen. Dat is de eigen bijdrage.
2.
Krijgen ouders een vervoersvoorziening en wordt het kind meerderjarig? Dan wordt de vervoersvoorziening niet langer aan de ouders verstrekt. Het kind kan dan zelf een vervoersvoorziening krijgen als hij aan de voorwaarden voldoet.
6.4 Onderzoek a.
De gemeente onderzoekt of ouders een vervoersvoorziening kunnen krijgen. Als dat zo is gaat de gemeente na welke voorziening er nodig is. De gemeente onderzoekt dan met welk vervoermiddel het kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route voor het kind is. Ook onderzoekt de gemeente of er begeleiding nodig is bij het reizen.
2. Voor het bepalen van de route naar school maakt de gemeente gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB. De gemeente berekent wat de afstand van de woning of opstapplaats van het kind is tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route. 3.
De gemeente betrekt bij het onderzoek het (school)ondersteuningsplan voor het kind. Dit plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband van scholen, na overleg met de gemeente. Bij de beoordeling van de aanvraag kan de gemeente de (vervoers-)adviezen van externe deskundigen betrekken.
4.
Gaat het kind naar de basisschool, dan onderzoekt de gemeente ook hoe hoog het inkomen van de ouders is. Dat is nodig om te bepalen of de ouders een eigen bijdrage moeten betalen.
6.5 Voorwaarden 6. 5. 1 Vervoersvoorziening
a.
De gemeente verstrekt aan ouders een vervoersvoorziening, als het kind: a.
minimaal vier jaar oud is;
b.
in de gemeente Altena woont;
38/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
c.
naar de basisschool gaat, speciaal of voortgezet onderwijs volgt, en
d.
vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig met het OV of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of aangepast vervoer nodig heeft.
2.
De gemeente verstrekt aan ouders ook een vervoersvoorziening, als het kind: a.
minimaal vier jaar oud is;
b.
naar de basisschool gaat of speciaal onderwijs volgt; en
c.
de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is voor het kind, meer dan zes kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt; of
d.
het kind naar een school gaat die verder weg is gelegen dan die dichtstbijzijnde toegankelijke school, en de ouders in een brief aan de gemeente aangeven dat ze de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld.
3.
Ouders krijgen geen vergoeding voor het vervoer van hun kind, als het kind meereist met een andere ouder die van de gemeente een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind.
4.
De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening krijgen.
5.
Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die het kind bezoekt.
6.
Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden kan de gemeente besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van een of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer.
7.
Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtig kind de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt.
6 . 5 . 2 Bij zondere
1.
regeling voor weekend— en vakantievervoer
De gemeente verstrekt aan ouders die een vervoersvoorziening krijgen voor een kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor: a.
het weekendvervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie. De vervoersvoorziening geldt voor een eenmaal per weekend gemaakte reis.
b.
het vakantievervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd.
2.
De regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.6.2 lid 2, onderdeel a.
39/82
www.genneenteAltena.n1
4 6 . 5. 3 Tijdelijk
verblijf
Gemeente Altena
buiten de gemeente
ILV 1.
De gemeente kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een kind, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.
het kind blijft zijn eigen school bezoeken;
b.
in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en
c. 2.
de intentie bestaat dat het kind terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente.
Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra het kind terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.
6 . 5 . 4 Vervoersvoorziening
i.
naar stageadres
Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek van de ouders een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een
2.
stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden.
3.
De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
de stage is onderdeel van het onderwijsprogramnna zoals opgenomen in de
b.
de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden;
schoolgids van de school of in het stagecontract; c.
de stage vindt plaats op een stageadres; en
d.
het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door de gemeente te bepalen maximale straal van de woning of de school.
4.
Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van het kind dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor het kind toegankelijke stageadres.
5.
De gemeente kan het stagecontract opvragen.
40/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Mena
6.6 vorm en hoogte 6. 6. 1 Vervoersvoorziening
1.
De gemeente stemt de vervoersvoorziening af op de goedkoopste manier van reizen. Als het kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan het kind niet fietsen naar school, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer (OV), alleen als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt. Ouders kunnen gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is. Maar ouders kunnen er in dat geval ook voor kiezen om het kind zelf te vervoeren. Dan hebben zij recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat het kind naar de basisschool, dan betalen de ouders de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.6.2).
2.
Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: a.
Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van de reistijd met het OV.
b.
OV naar school ontbreekt en het kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding).
c.
Het kind kan niet begeleid worden door de ouders of anderen, of begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk.
d.
Het kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij niet met het OV kan reizen (ook niet met begeleiding).
3.
Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperkt de gemeente de vergoeding tot de reiskosten van een begeleider.
4.
De hoogte van een vergoeding van de gemeente is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB.
5.
Als de ouders recht hebben op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekt de gemeente deze vergoedingen af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag bij de ouders in rekening. Dit is de eigen bijdrage.
6.
De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel (de (brom)fiets/e-bike) afgeleid van de CAO Rijk en de kilometervergoeding als opgenomen in de VNG bedragen leerlingenvervoer van het betreffende schooljaar.
7.
Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren of laten vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Cao Rijk en de kilometervergoeding als opgenomen in de VNG bedragen leerlingenvervoer van het betreffende schooljaar.
8.
De gemeente geeft geen vergoeding aan ouders die een of meer kinderen laten vervoeren door andere ouders, die zelf van de gemeente voor het vervoer van een of meer kinderen een vergoeding ontvangen.
41/8 2
www.gemeenteAltena.n1
4 6 . 6 . 2 Bij zondere
1.
Gemeente Altena
regeling vervoer naar basisschool
Is het jaarinkomen van de ouders in het peiljaar hoger dan € 27.450 (drempelbedrag). Dan trekt de gemeente per kind de kosten voor de eerste zes kilometer met het OV af
van de vergoeding aan de ouders. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OVchipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele
begeleider. Ook als er geen OV beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het OV, trekt de gemeente dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer
moeten de ouders dit bedrag aan de gemeente betalen (eigen bijdrage). 2. Is de reisafstand meer dan zo kilometer? Dan betalen ouders per kind de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op een
andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van de eigen bijdrage
wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het jaarinkomen van de ouders
in het peiljaar: Jaarinkomen
Eigen bijdrage per schooljaar
0-C 36.000
nihil
€ 36.000 C 42.500
€ 150
C 42.500 C 49.000 I C 49.000 C 55.500 C 55.500 C 63.000 € 63.000 C 69.500
€ 69.000 en verder voor elke extra 5.000:
3.
€ 645
° I € 1.200 ; 1 € 1.760 I C 2.360 4
I € 565 erbij
De gemeente stopt de vervoersvoorziening als ouders de eigen bijdrage niet (langer)
betalen aan de gemeente. De gemeente stopt de vervoersvoorziening ook als het kind
zich ernstig misdraagt. 4.
De gemeente past de bedragen van de inkomensgrenzen in het eerste en tweede lid, en
van de eigen bijdragen in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering). De gemeente volgt daarbij de wijzigingen die de VNG aan de gemeente doorgeeft.
5.
Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het OV kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Zij betalen geen eigen bijdrage.
6.7 Vervoer van en naar een voorziening JR, DA ET I WMO
1.
De gemeente kan in ieder geval in de vorm van hulp-op-maat aanbieden:
a.
42/82
het vervoer van de jongere van en naar een plek waarjeugdhulp wordt aangeboden;
www.gemeenteAltena.n1
4 b.
Gemeente Altena
het vervoer van een inwoner naar een plek waar dagbesteding of individuele begeleiding wordt aangeboden.
c.
Een jongere kan alleen aanspraak maken op een voorziening genoemd in dit artikel als hier niet reeds in de regionale inkoopafspraken in is voorzien.
2.
De gemeente kan beleidsregels stellen over het vervoer van en naar een voorziening.
6.8 Vergoeding van reiskosten JEUGDWET PW 10AW I 10AZ
a.
De gemeente kan in ieder geval in de volgende gevallen een vergoeding van de reiskosten verstrekken: a.
het vervoer van een kind vanaf het huisadres naar de vestiging van de Internationale
b.
aan inwoners die in verband met het volgen van een re-integratietraject moeten
c.
aan inwoners met een laag inkomen, voor reizen die noodzakelijk zijn op grond van
schakelklas. reizen. bijzondere sociale-of financiele omstandigheden 2.
2.
De gemeente kan beleidsregels opstellen over de vergoeding van reiskosten.
6.9 Bekostiging andere passende vervoersvoorziening JELJGDWET
Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan de gemeente na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.
7
lnkomen en schulden
7.1 lnleiding Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen heeft de gemeente een financieel vangnet: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra's geregeld. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem.
7.2 Kernwaarden •
De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor.
•
Voorkomen is beter dan genezen (vroeg eropaf).
43/82
www.genneenteAltena.n1
4 •
Gemeente Altena
De gemeente helpt bij het oplossen van de hulpvraag van de inwoner. De gemeente biedt hiervoor via de welzijnsstichting onder andere de formulierenbrigade aan. Ook zijn
via de bibliotheek diensten gericht op laaggeletterdheid (Taalhuis en Taalmaatjes) en
digitalisering beschikbaar. •
De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner.
•
ledereen doet mee aan de samenleving
7.3 Armoedebeleid In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken
van beleid om armoede en schulden in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan. Over de wijze waarop de gemeente omgaat met de hulp gericht op inkomen en schulden stelt de
gemeente beleidsregels op.
7 . 3 . 1 Wat wil de gemeente? PW I WGS j GEMEENTE \NET 1.
De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiele buffer
hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de
samenleving.
2. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben hulp aan bij het op orde krijgen van hun financier'. Het doel van die hulp is dat inwoners
3.
blijvend een gezonde financiele huishouding krijgen. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel
mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn 4.
gericht op het bestrijden van armoede en het voorkomen en tegengaan van schulden.
De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een inkomen net boven de bijstandsnorm voldoende ondersteund worden, en dat betaald werk krijgen, voor
inwoners met een gemeentelijke uitkering, niet leidt tot een armoedeval.
5. 6.
De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.
De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden
verstrekt, na afloop van die periode niet opnieuw aangevraagd hoeven te worden of op
een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.
7.4 Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand is een belangrijk hulpmiddel voor de gemeente om inwoners financieel te
helpen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt als zij de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet toepast.
44/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
7. 4 . 1 Vangnet
1.
De gemeente biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiele buffer: a.
extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en
b.
voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten.
2.
Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid.
3.
De gemeente maakt zo weinig mogelijk gebruik van bijzondere bijstand in de vorm van
4.
De gemeente legt in beleidsregels vast welke rol bijzondere bijstand heeft bij
een lening. armoedebestrijding.
7.5 Studietoeslag Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgen deze studenten een financieel steuntje in de rug. Het inkomen wordt daarmee maandelijks aangevuld. In deze paragraaf geeft de gemeente aan voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld. Ook staat hier welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald. 7 . 5. 1 Doelgroep
i.
De studietoeslag is bedoeld voor de student die: a.
mbo-, hbo-, of universitair onderwijs volgt; en
b.
een tegemoetkoming in de schoolkosten (op grond van hoofdstuk 4 Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten) of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen; en
c.
wel kan werken, maar
d.
door een door een beperking langdurig niets kan bijverdienen naast zijn studie.
2.
De student moet a8 jaar of ouder zijn en mag geen financiele buffer hebben.
3.
De student ontvangt geen uitkering op grond van de Wajong.
45/8 2
www.gemeenteAltena.n1
4 7 . 5 . 2 Vaststellen
Gemeente Altena
beperking
De gemeente onderzoekt of de beperking van de student zo groot is dat hij naast zijn studie langdurig niets kan bijverdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven.
7 . 5 . 3 Hoogte
1.
en duur van de toeslag
De studietoeslag is gelijk aan het bedrag dat is genoemd in artikel zo, eerste lid onder a van de wet; en wordt elke maand uitbetaald voor een periode van maximaal 6 maanden. Het bedrag wordt naar boven afgerond op hele euro's.
2.
Als het bedrag uit lid 1 wijzigt, dan volgt de gemeente die wijziging.
3.
De student moet na afloop van de periode van 6 maanden de studietoeslag opnieuw aanvragen.
7.6 Inkomenstoeslag Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje datjaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld. Ook staat hier welk bedrag kan worden toegekend en welke aanvullende voorwaarden er gelden.
7. 6 . 1 Doelgroep
1.
De inkomenstoeslag is bedoeld voor de inwoner van zijaar of ouder, maarjonger dan de AOW-leeftijd die in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen heeft gehad dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm is niet van toepassing.
2.
Geen recht op de inkomenstoeslag heeft de inwoner die: a.
een goede financiele buffer heeft of heeft gehad;
b.
uitzicht heeft op inkomensverbetering; of
c.
een tegemoetkoming in de schoolkosten (op grond van hoofdstuk 4 Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten) of studiefinanciering van DUO krijgt.
46/82
www.gemeenteAltena.n1
4 7 . 6 . 2 Hoogte
1.
Gemeente Altena
van de toeslag
De inkomenstoeslag voor inwoners met een inkomen tot en met no% van de bijstandsnorm is per kalenderjaar:
2.
a.
€ 433 voor een alleenstaande;
b.
€ 544 voor een alleenstaande ouder;
c.
€ 6o6 voor gehuwden of samenwonenden.
De inkomenstoeslag voor inwoners met een inkomen tussen no% en 120% van de bijstandsnorm, is per jaar:
3.
a.
€ 217 voor een alleenstaande
b.
€ 272 voor een alleenstaande ouder
c.
€ 303 voor gehuwden of samenwonenden
Voor gehuwden en samenwonenden geldt het volgende: als een van de partners geen recht heeft op inkomenstoeslag, krijgt de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Het gaat om situaties, waarbij de partner uitgesloten is van de inkomenstoeslag op grond van artikel 11 en 13, eerste lid, van de Participatiewet.
4.
Nadat een inkomenstoeslag is toegekend, wordt een inkomen boven de inkomensgrens als gevolg van werkaanvaarding, niet als inkomen gezien bij de beoordeling van een volgende aanvraag, als die overschrijding niet langer heeft geduurd dan drie maanden.
5.
Met ingang van ijanuari van elk kalenderjaar worden de genoemde bedragen gewijzigd met de procentuele stijging van de consumentenprijsindex, en naar boven afgerond op hele euro's.
7.7 Kindpakket Kinderen vormen een belangrijke en kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten en het kunnen volgen van onderwijs. Deze maatregelen worden het kindpakket genoemd. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor het kindpakket gelden.
7 . 7 . 1 Doelgroep PW I GEMEENTE‘NET Het kindpakket is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen, die geen goede financiele buffer hebben en moeten rondkomen van een inkomen dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm is niet van toepassing.
47/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Mena
7 . 7 . 2 Inhoud kindpakket PW I GEMEENTEWET 1.
De gemeente steltjaarlijks de inhoud van het kindpakket vast.
2. De gemeente wijst een organisatie aan die het kindpakket uitvoert. De inwoner kan een hulpvraag bij die organisatie indienen. 3.
De inhoud van het kindpakket en de voorwaarden die daarvoor gelden legt de gemeente vast in beleidsregels.
7.8 Bijdrage voor maatschappelijke activiteiten Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. De gemeente heeft hiervoor een Activiteitenfonds. Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen am te sporten en am mee te doen aan culturele, sportieve, recreatieve en andere maatschappelijke activiteiten. Ouderen en arbeidsgehandicapten kunnen de bijdrage oak besteden aan een aantal voorzieningen die sociaal isolement tegengaan.
7 . 8 . 1 Doelgroep GEMEENTEWET 1.
Een bijdrage uit het Activiteitenfonds is bedoeld voor de inwoner die geen goede financiele buffer heeft en een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm is niet van toepassing.
2. Geen recht op een bijdrage heeft de inwoner die: a.
een tegemoetkonning in de schoolkosten (op grand van hoofdstuk 4 Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten) of studiefinanciering van DUO krijgt;
b.
in een Wlz-instelling verblijft; of
c.
jonger is dan 18jaar.
7 . 8 .2 Inhoud Activiteitenfonds GEMEENTEWET i.
•
Het Activiteitenfonds is bedoeld voor kosten voor eenmalige of terugkerende maatschappelijke activiteiten. De gemeente legt in beleidsregels vast am welke activiteiten het gaat.
2.
Het Activiteitenfonds is oak bedoeld voor kosten die inwoners met een AOW-uitkering en arbeidsgehandicapte inwoners maken am sociaal isolement tegen te gaan. De gemeente legt in beleidsregels vast am welke kosten het gaat.
48/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
7 . 8 . 3 Bi jdrage GEMEENTEWET 1. De gemeente legt in een beleidsregel de hoogte van de maximale bijdrage per kalenderjaar vast. 2. De inwoner met een inkomen tussen l00% en no% van de bijstandsnorm komt in aanmerking voor een vergoeding van de aantoonbare kosten, tot het bedrag van de maximale bijdrage. 3.
De inwoner met een inkomen tussen alo% en 120% van de bijstandsnorm komt in aanmerking voor een vergoeding van de aantoonbare kosten, tot 5o% van de maximale bijdrage.
4.
De gemeente gaat ervan uit, dat de inwoner die langer dan twaalf maanden een inkomen ontving dat lager was dan een van de genoemde inkomensgrenzen, en wiens inkomen toeneemt als gevolg van werkaanvaarding, in het eerste kalenderjaar na werkaanvaarding nog over een inkomen beschikt onder die inkomensgrens.
5.
Een aanvraag voor een bijdrage moet worden ingediend voor 1 maart van het kalenderjaar nadat de kosten zijn gemaakt. Anders wordt de bijdrage niet verstrekt.
7.9 Maaltijdvoorziening lnwoners zijn niet altijd zelf in staat om een warme maaltijd te bereiden. lnwoners kunnen dan gebruik van de maaltijdservice van enkele maatschappelijke organisaties. Hiervoor stelt het college een nadere regeling vast. Deze maaltijden voldoen aan de eisen die worden gesteld aan gezonde maaltijden. Voor inwoners met een laag inkomen die gebruik maken van deze maaltijdvoorziening is een financiele bijdrage mogelijk.
7. 9 . 1 Doelgroep
De bijdrage van de gemeente voor de maaltijdvoorziening is bedoeld voor de inwoner met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm die niet in staat is zelf een warme maaltijd te bereiden. De kostendelersnorm is niet van toepassing.
7 . 9 . 2 Bij drage
a.
De gemeente vergoedt de prijs van de warme maaltijd geheel of gedeeltelijk, als die prijs hoger is dan het bedrag, dat de gemeente rekent voor het zelf bereiden van een maaltijd.
2.
De inwoner met een inkomen tot no% van de bijstandsnorm krijgt de kosten boven het genoemde bedrag volledig vergoed.
49/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
3.
De inwoner met een inkomen tussen no% en 120% van de bijstandsnorm krijgt een vergoeding van 50% van de kosten boven het genoemde bedrag.
4.
De gemeente kan de bijdrage in de kosten in mindering brengen op de maaltijdprijs. De bijdrage wordt dan niet aan de inwoner uitbetaald.
7.10 Schuldhulpverlening De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen.
Samenwerking en toegang 1.
De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen.
2. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3.
De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is.
4.
De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.
7.10.2
Schuldhulpverlening
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden,
die hulp zo snel mogelijk krijgt. 1.
De gemeente informeert de inwoner die hulp kan krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven.
2. De gemeente stuurt iedere inwoner die geen hulp kan krijgen een brief waarin staat waarom er geen hulp wordt gegeven.
8 Verstrekkingsvorm 8.1 lnleiding De hulp die de gemeente geeft is in principe 'in natura': de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In 50/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld warden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Oak is geregeld wanneer de gemeente een financiele bijdrage aan de inwoner kan vragen.
8.2 Kernwaarden •
De gemeente versterkt de zelfredzaannheid van de inwoner.
•
De inwoner staat centraal.
•
De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor.
•
De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.
•
De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.
8.3 Hulp in natura JEUGDWET I WMO I PW I IOAW I 10AZ I WGS I GEMEENTEWET
1.
De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in principe bruikleen verstrekt.
2. De gemeente ziet erop toe dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft en de inwoner informeert over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product. 3.
De gemeente kan ten aanzien van lid i nadere regels opstellen.
8.4 Hulp in geld JEUGDWET I WM 0 I PW IOAW I 10AZ I GEM EEITIEWET AWB
1.
De inwoner die hulp of ondersteuning van de gemeente krijgt, kan dit in de vorm van geld ontvangen, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald
2. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen, als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grand van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.
8.5 Persoonsgebonden budget 8 . 5. 1 Voorwaarden JEUGDNET WMO i.
In plaats van hulp in natura kan de inwoner een pgb krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die; a.
51/82
de Wmo of de Jeugdwet stellen,
www.gemeenteAltena.n1
4 b.
Gemeente Altena
in deze paragraaf staan, en
c. zijn vastgelegd in nadere regels. De gemeente kent een pgb pas toe als zij vindt dat de inwoner (of zijn wettelijk of pgb
2.
vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren.
3.
De inwoner of diens wettelijk vertegenwoordiger kan ervoor kiezen een pgb-
vertegenwoordiger aan te stellen. Deze persoon beheert het pgb namens de inwoner. De gemeente toetst of de pgb-vertegenwoordiger voldoet aan de eisen als bedoeld in het eerste lid. Als dat zo is, registreert de gemeente de pgb vertegenwoordiger en meldt deze aan bij de SVB. 4.
Een pgb wordt pas toegekend als naar het oordeel van de gemeente is gewaarborgd dat de hulp-op-maat die wordt ingekocht, veilig, doeltreffend en clientgericht is, en
bijdraagt aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde
resultaat; 5.
Een pgb wordt pas toegekend als de aanvrager kan motiveren dat het aanbod hulp
natura niet passend is; 6.
in
Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:
a.
kosten voor bemiddeling, tussenpersonen, pgb-vertegenwoordigers of belangenbehartigers, contributie voor het lidmaatschap van belangenverenigingen
van budgethouders kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; b.
het voeren van een pgb-administratie;
c.
ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en
d. e. 7.
kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s) en reiskosten. alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen
De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties:
a.
De kosten zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te
b.
Het gaat om kosten voor vervoer, in het geval dat de inwoner kan gebruikmaken van
c.
Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp
d.
De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en er is ook geen geschikte pgb-
e.
De beoogde pgb-vertegenwoordiger is dezelfde persoon als de beoogde
gaan of die hulp nodig was. het collectief taxivervoer.
voldoende gewaarborgd is. vertegenwoordiger;
f.
hulpverlener, tenzij de gemeente hier schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. Voor pleegzorg
8 . 5. 2 Voorwaarden
pgb professionele aanbieders
ialt;D,vET WMn 1.
Een professionele aanbieder dient te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet of hoofdstuk 3 van de Wmo.
52/82
www.gemeenteAltena.n1
4 2.
Gemeente Altena
Een professionele aanbieder is verplicht een dossier in te richten met betrekking tot de verlening van jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 7.3.8 van de Jeugdwet.
8.5.3
Voorwaarden pgb sociaal netwerk ofwel niet prof essionele aanbieders
JEuGD\NET I Wm o 1.
De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociaal netwerk van de inwoner zijn als deze persoon met goede argumenten aan kan geven dat hij door het geven van de hulp niet overbelast raakt. Ook is deze persoon in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken.
2.
Bij inzet vanuit het sociaal netwerk met een pgb moet er in elk geval sprake zijn van een van de volgende situaties: a.
de hulp is vooraf niet goed in te plannen;
b.
de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden,
c.
de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden;
d.
de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd;
e.
de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn;
f.
de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de client vertrouwd is en goed contact heeft.
3.
Een pgb voorjeugdhulp uit het sociaal netwerk kan alleen betrekking hebben op
4.
Hulp door een bloed-of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp
ondersteuning en/of begeleidende verzorging en respijtzorg. door iemand uit het sociaal netwerk en ook als hulp van een niet-professionele aanbieder gezien. 5.
De inwoner of pgb-vertegenwoordiger draagt de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de hulp die zij betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren.
8 . 5. 4 Pgb—plan JEUGDWET i.
De inwoner of diens wettelijk vertegenwoordiger maakt samen met de aanbieder een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen.
2.
Het college nadere regels vast over de voorwaarden waar dit plan aan moet voldoen.
8 . 5 . 5 Hoogte
en tarief
pgb
JEUGDWET I WMO
1.
De hoogte van het pgb bedraagt nooit meer dan de tarieven waarvoor de gemeente de dienst of voorziening heeft gecontracteerd bij verstrekking in natura.
53/82
www.gemeenteAltena.n1
4 2.
Gemeente Altena
De pgb-tarieven worden als volgt bepaald: a.
Jeugdhulp door een professionele hulpverlener: Deze tarieven zijn gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder, tot een maximum van go% van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder.
b.
Jeugdhulp door iemand uit het sociaal netwerk of een niet professionele hulpverlener: Het pgb bedraagt minimaal het wettelijk minimum uurloon voor een persoon van 23 jaar of ouder, inclusief vakantietoeslag, bij een 36-urige werkweek en maximaal € 20,= per uur. Bij respijtzorg door een niet-professionele aanbieder geldt een maximumtarief van € 3o= per etmaal voor logeeropvang en € 7,50 per dagdeel voor dagopvang. De gemeente betrekt bij de hoogte van het pgb de persoonlijke situatie van de inwoner en de werkervaring en deskundigheid van de hulpverlener.
c.
Producten: Het pgb is zo hoog als de door inwoner ingediende offerte. Indien van toepassing wordt dit bedrag verhoogd met een post voor onderhoud, reparatie en verzekering. Het pgb is maximaal het bedrag zoals omschreven in lid i.
d.
Wmo-hulp in de vorm van huishoudelijke ondersteuning door een niet gecontracteerde zorgaanbieder: l00% van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder;
e.
Wmo-hulp in de vorm van huishoudelijke ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk, of door een persoon niet werkzaann voor een zorgaanbieder: 68% van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder;
f.
Wmo-hulp in de vorm van begeleiding uitgevoerd door een (niet door de gemeente gecontacteerde) zorgaanbieder of een daartoe opgeleid persoon: i.
zelfstandig werkend, en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en in het bezit van een adequaat intern kwaliteitsplan, of in het bezit van een geldig branche specifiek kwaliteitscertificaat:
l00% van het toepasselijke tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder; g.
Wmo-hulp in de vorm van begeleiding uitgevoerd door een persoon die niet voldoet aan de criteria genoemd onder lid f: 6o% van het toepasselijke tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontacteerde aanbieder.
3.
Het tarief is toereikend om effectieve en kwalitatief goede hulp-op-maat in te kopen;
4.
De gemeente stelt de tarieven voor PGB's vast in nadere regels.
54/82
www.gemeenteAltena.n1
4 8 . 5. 6 De
Gemeente Mena
zorgovereenkomst
JEUGDWET I WMO 1.
De inwoner of diens wettelijk vertegenwoordiger komt met de zorgverlener een zorgovereenkomst overeen.
2.
De toetsing van de zorgovereenkomst op arbeidsrechtelijke zaken wordt uitgevoerd door de SVB. De gemeente is verantwoordelijk voor de goedkeuring van de zorgovereenkomst. Daarbij worden zowel de inhoud als de financien beoordeeld.
8 . 5 . 7 Verantwoording
pgb
JEUGDWET I WMO 1.
De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen.
2. Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is. 3.
Bij onderbesteding of overbesteding kan de gemeente een onderzoek instellen naar de
4.
De gemeente kan op basis van de evaluatie besluiten tot aanpassing van de beschikking.
oorzaak hiervan.
8 . 5. 8 Opschorten
pgb
JEUGDWET I Wtv10 De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a.
de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijI het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente;
2.
de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; of
3.
de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.
8.6 Wat is de eigen bijdrage? a.
De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat, zolang de inwoner gebruikmaakt van die hulp of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. Gaat het om een product of overige kosten zoals onderhoud en reparatie aan een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte
55/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van de Wmo 2015.
2.
3.
De kostprijs van hulp-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na
consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. De kostprijs van hulp-op-maat in pgb is gelijk aan de hoogte van dat pgb.
4.
Het startmoment van het betalen van de eigen bijdrage is het moment dat de hulp-opmaat start, of het product geleverd wordt.
5.
Bij tussentijds pauzeren (bijvoorbeeld door een opname of vakantie) langer dan zes weken, wordt de eigen bijdrage na zes weken op pauze gezet.
6.
Voor gebruik van het collectief vervoer en de individuele taxikostenvergoeding geldt een ritbijdrage per nt. De gemeente stelt de tarieven hiervoor vast in nadere regels.
7.
Geen bijdrage in de kosten is verschuldigd voor: a.
Hulp in geld;
b.
Een rolstoel;
c.
Vervoerskosten van en naar de dagbesteding;
d.
Maatwerkvoorzieningen voor clienten jonger dan a8 jaar inclusief woningaanpassingen, en;
e. 8.
Begeleiding trede waakvlam.
Een client is voor verblijf in maatschappelijke opvang of beschermd wonen een bijdrage
in de kosten verschuldigd aan de centrumgemeente Breda.
9 Afspraken tussen inwoner en gemeente 9.1 lnleiding Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan.
Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover.
Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beeindigen, terugvorderen of verlagen.
9.2 Kernwaarden •
De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner.
•
De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor.
•
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.
•
De inwoner geeft de informatie die nodig is.
56/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
9.3 Hoe gaan we met elkaar om? 9. 3 .1 De
rol van de gemeente
JEUGDWET I WMO IPW I 10AW 110AZ WGS I LLV \NKO GEMEENTEWET I AWE 1.
De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: a.
Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk.
b.
De inwoner heeft, om zijn probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek met een medewerker. Dat gesprek kan op het gemeentehuis, thuis bij de inwoner of ergens anders plaatsvinden.
c.
Als de gemeente niet de geyraagde hulp en ondersteuning biedt, helpt de gemeente de inwOner om de juiste organisatie te vinden.
d. e.
De website van de gemeente voldoet aan erkende kwaliteitseisen. Er zijn eenvoudige aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en die wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn.
f.
De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt eryoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn.
g. h.
De gemeente respecteert zoveel mogelijk de privacy van de inwoner. De gemeente vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag.
I. 2.
De gemeente wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp.
De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat ontoelaatbaar is. De gemeente zorgt voor het volgende: a.
De inwoner wordt op tijd genformeerd over: i.
zijn rechten en plichten; wat er van hem wordt verwacht; welk gedrag niet deugt;
b.
iv.
wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt; en
v.
waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt.
Als de gemeente van plan is om een maatregel te nemen vanwege het gedrag van de inwoner, krijgt de inwoner de kans om zijn mening te geven voordat de gemeente beslist
c.
d.
De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij: i.
de ernst van het gedrag;
ii.
de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en
iii.
de persoonlijke situatie van de inwoner.
De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hi] het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie
57/82
www.gemeenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).
9. 3 . 2 De rol
van de inwoner
JEUGDWET VAIO IP 'IN 10AW i0AZ WGS LLV j WKO GEMEENTEWET AVV1,3 1.
De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn probleem. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociaal netwerk aan als dat nodig is. De inwonerzorgt voor het volgende: a.
De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn probleem op te lossen.
b.
Als de gemeente hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn
c.
De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is.
probleem. 2.
De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a.
De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend.
b.
De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel
c.
De inwoner doet wat nodig is om de hulp van de gemeente zo kort mogelijk te laten
d.
De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn
mogelijk van de inwoner. duren. beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente.
9.4 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen 9.4.1 Afsternraing op houding en gedrag van de inwoner
P \NI IOAW 110AZ I AvVEz 1.
De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner.
2.
Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt de gemeente rekening met: a.
de ernst van het gedrag;
b.
de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden, en
c.
de persoonlijke situatie van de inwoner.
Dit kan betekenen dat de gemeente afwijkt van de hierna genoemde duur en/of percentage van de verlaging. 3.
Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manier doen:
58/82
www.gemeenteAltena.n1
4 a.
Mondeling (persoonlijk of telefonisch)
b.
schriftelijk
c.
via e-mail
Gemeente Altena
9 . 4 . 2 Geen schuld en verjaring PW110AW 110AZ !PANT De gemeente verlaagt de uitkering niet als het gedrag van de inwoner meer dan eenjaar voor het nemen van een besluit heeft plaatsgevonden of als het gedrag hem niet te verwijten is.
9 . 4 . 3 Ingangsdatum en periode verlaging PW I 10AW I 10AZ I AWB i.
De gemeente maakt het besluit tot verlaging per brief aan de inwoner bekend. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald.
2.
Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beeindigd. Dan zal de gemeente het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen 6 maanden na de beeindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.
9 . 4 .4 Berekening verlaging PW IOAW I 10AZ AWS i.
De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die van toepassing is op de inwoner.
2. Als de inwoner maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kan de gemeente de bijzondere bijstand verlagen met een percentage van de bijzondere bijstand. 3.
Eenmalige bijzondere bijstand die nodig is door verwijtbaar gedrag van de inwoner kan door de gemeente geweigerd worden.
9.4 .5 Niet nakomen wettelijke
1.
arbeidsverplichtingen
De gemeente verlaagt de uitkering een maand als de inwoner een arbeidsverplichting uit artike118, vierde lid, van de Participatiewet niet voldoende nakomt. Die verlaging is l00% van de uitkeringsnorm.
59/82
www.genneenteAltena.n1
4
Gemeente Altena
9 . 4 . 6 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen PW 110AW 110AZ I AWB i.
De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met zo % van de voor de inwoner geldende uitkeringsnorm, voor het volgende gedrag: a.
het niet voldoende proberen werk te vinden;
b.
het niet voldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak;
c.
het niet voldoende meewerken aan het afleggen van een taaltoets als bedoeld in artikel 3.8b van de Participatiewet;
d.
het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie;
e.
bij de inwoner die alleenstaande ouder is: het uit houding en gedrag laten blijken geen gebruik te willen maken van een voorziening bedoeld om de kans op werk te vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel ga, eerste lid, van de Participatiewet.
2.
De gemeente verlaagt de IOAW-of IOAZ-uitkering een maand met zo% van de voor de inwoner geldende uitkeringsnornn voor het volgende gedrag: a.