CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekende Integrale verordening sociaal domein 2021 (raadsbesluit)

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Integrale verordening sociaal domein27.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

4

Gemeente Altena

Raadsbesluit De raad van de gemeente Altena, gelezen het voorstel van het college van burgenneester en wethouders, gelet op - de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 en 2.6.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; -de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1van de Jeugdwet; - de artikelen 6, tweede lid, 8, 8a, 8b, iob, vijfde lid, 41, derde lid, en 47 van de Participatiewet; - artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; - artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; - en de artikelen 121, 122, 147 en 150 van de Genneentewet;

gezien het advies van de brede adviesraad sociaal domein van 19 oktober 2021;

besluit: vast te stellen de Verordening sociaal domein gemeente Altena 2022 Inhoudsopgave

1

Inleiding

8

1.1

Waarom deze regels?

8

1.2

Uitgangspunten

9

1.3

Kernwaarden

9

1.4

Artikel en wet

9

2

De hulpvraag

3.0

2.1

Inleiding

10

2.2

Kernwaarden•

10

2.3

Melding bij de gemeente

11

2.4

De hulpvraagprocedure

11

2.4.1

8/8

Procedure triage

11

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

2.4.2

Stap

2.4.3

Stap 2: het onderzoek

13

2 4.4

Stap 3: het verslag

13

2.4.5

Stap 4: de aanvraag

14

2.4.6

Stap 5: de beslissing

15

gegevensverzanneling en het gesprek na de melding

De aanvraagprocedure

2.5

12

16

2.5.1 Stap 1: de aanvraag 2.5.2 2.5.3

Stap 2: de beoordeling van de aanvraag Stap 3: de beslissing

2.6

Verval van recht

2.7

Uitzonderingen

3

2.7.1

Jeugdhulp via arts e.a.

2.7.2

Spoedeisende gevallen

17 17

Werk en participatie 3.1

lnleiding

3.2

Kernwaarden

19

3.3

Doelgroep

19

3.4

Samenwerking

19

3.5

Budget

20

3.6

Niet uitkeringsgerechtigden

20

3.7

Voorzieningen-werk

20

3.7.1

Detacheringsbaan

21

3.7.2

Proefplaatsing

21

3.7.3

Werkstage

21

3.7.4

Sociale activering

22

3.7.5

Participatieplaats

22

3.7.6

Scholing

23

3.7.7

Beschut werk

23

3.7.8

Hulp op de werkplek van een jobcoach

23

3.7.9

lncidentele loonkostensubsidie

24

3.7.10

Structurele loonkostensubsidie

24

3.7.11

Werkplekaanpassing

25

3.7.12

Overige vergoedingen

25

3.8 2/82

Staatsteun

26 www.genneenteAltena.n1

4 3.9

Tegenprestatie

3.9.1 3.9.2

26

Doel van de tegenprestatie

26

Duur en onnvang tegenprestatie

3.9.3

26

Voorwaarden tegenprestatie

3-9-4 3.9.5

27

Afzien van een tegenprestatie

27

Periodieke beoordeling

3.9.6 3.10

4

Gemeente Altena

27

Overig

28

Meedoen in de samenleving

28

3.10.1

Dagbesteding

28

3.10.2

lndividuele begeleiding

28

3.10.3

Contact met anderen

29

3.10.4

Rolstoel

29

3.10.5

Vervanging vervoernniddel en rolstoel

29

3.10.6

Sportvoorzieningen

30

Gezond en veilig opgroeien

30

4.1

lnleiding

30

4.2

Kernwaarden

30

4.3

Uitgangspunten bij het bieden van hulp

31

4-4

Preventieve maatregelen

31

4.5

Hulp-op-nnaat

32

4.5.1 4-5- 2 Thuis

Hulp-op-maatjeugdwet

32

Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig 32

4.6

Overgang van 1.8- naar 1.8+

32

4.7

Afstennming met andere vormen van hulp

33

Wonen in een veilige en gezonde omgeving

5

33

5.1

lnleiding

33

5.2

Kernwaarden

34

5.3

Zelfstandig en veilig wonen

34

3/82

5.3.1

Een geschikte woning

34

5.3.2

Een schone en leefbare woning

35

5.3.3

Beschermd wonen

36

5.3.4

Maatschappelijke opvang

36

5.3.5

Bezoekbaar maken van een woning

36

www.gemeenteAltena.n1

4 Mantelzorg

5.4

Gemeente Altena

37

5.4.1

Ondersteuning mantelzorger

37

5.4-2

Mantelzorgwaardering

37

6

Vervoer

37

6.1

Inleiding

37

6.2

Kernwaarden

37

6.3

Uitgangspunten

38

6.4

Onderzoek

38

6.5

Voorwaarden

38

6.5.1 6.5.2 6.5.3

Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer Tijdelijk verblijf buiten de gemeente

6.5.4 6.6

Vervoersvoorziening

Vervoersvoorziening naar stageadres

vorm en hoogte

38 39 40 40

41

6.6.1

Vervoersvoorziening

41

6.6.2

Bijzondere regeling vervoer naar basisschool

42

6.7

Vervoer van en naar een voorziening

42

6.8

Vergoeding van reiskosten

43

6.9

Bekostiging andere passende vervoersvoorziening

43

7

Inkomen en schulden

43

7.1

Inleiding

43

7.2

Kernwaarden

43

7.3

Armoedebeleid

44

7.3.1 7.4 7.5

Bijzondere bijstand

44 44

Vangnet

45

Studietoeslag

45

7.5.1

Doelgroep

45

7.5.2

Vaststellen beperking

46

7.5.3

Hoogte en duur van de toeslag

46

7.6

Inkomenstoeslag

46

7.6.1

Doelgroep

46

7.6.2

Hoogte van de toeslag

47

7.7 4/82

Wat wil de genneente?

Kindpakket

47 www.gemeenteAltenaml

4 7.7.1

Doelgroep

47

7.7.2

Inhoud kindpakket

48

7.8

Bijdrage voor maatschappelijke activiteiten

48

7.8.1

Doelgroep

48

7.8.2

Inhoud Activiteitenfonds

48

7.8.3

Bijdrage

49

7.9

Maaltijdvoorziening

49

7.9.1

Doelgroep

49

7.9.2

Bijdrage

49

7.10

Schuldhulpverlening

7.10.2 8

Gemeente Altena

50

Samenwerking en toegang

so

Schuldhulpverlening

50

Verstrekkingsvorm

so

8.1

Inleiding

so

8.2

Kernwaarden

51

8.3

Hulp in natura

51

8.4

Hulp in geld

51

8.5

Persoonsgebonden budget

51

8.5.1 8.5.2 8.5.3

Voorwaarden pgb professionele aanbieders

51

52

Voorwaarden pgb sociaal netwerk ofwel niet professionele aanbieders53

8.5.4

Pgb-plan

53

8.5.5

Hoogte en tarief pgb

53

8.5.6

De zorgovereenkomst

55

8.5.7

Verantwoording pgb

55

8.5.8

Opschorten pgb

55

Wat is de eigen bijdrage?

55

8.6 9

Voorwaarden

Afspraken tussen inwoner en gemeente

56

9.1

Inleiding

56

9.2

Kernwaarden

56

9.3

Hoe gaan we met elkaar am?

57

9.3.1

De rol van de gemeente

57

9.3.2

De rol van de inwoner

58

9.4 5/82

Afspraken en verplichtingen over uitkeringen

58 www.gemeenteAltena.n1

4 9.4.1

Afstemming op houding en gedrag van de inwoner

58

9.4.2

Geen schuld en verjaring

9.4.3

59

Ingangsdatum en periode verlaging

59

9.44

Berekening verlaging

9.4.5

59

Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen

9.4.6

Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen

59

9.4.7

Stoppen verlaging

6o 6o

94-8

Te weinig besef van verantwoordelijkheid

61

9.4.9

Onacceptabel gedrag

61

9.4.10

Niet nakomen van andere verplichtingen

61

9.4.11

Sannenloop van gedragingen

62

94.12

Herhaling (recidive)

62

Terugvordering uitkering

62

9.5.1 Terugvordering en incasso

62

9.5 9.6

Beeindigen en terugvorderen van voorzieningen

63

9.6.1

Beeindiging voorziening

63

9.6.2

Terugvordering voorziening

63

9.7

10

Gemeente Altena

Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen

64

9.7.1

Controle

64

9.7.2

Voorkomen van fraude

64

9.7.3

Beleidsplan en beleidsverslag

64

9.7.4

Privacy

65

9.7.5

Toezichthouders

65

Inspraak en inwonerparticipatie

65

10.1

lnleiding

65

10.2

Kernwaarden

66

10.3

lnspraak van inwoners

66

10.4

Brede adviesraad sociaal domein

66

10.5

Taken en bevoegdheden brede adviesraad sociaal domein

67

10.6

Budget, vergoeding en voorzieningen

67

Kritiek op de uitvoering

ii

67

11.1

lnleiding

67

11.2

Kernwaarden

68

11.3

Doelen klacht- en bezwaarprocedure

68

6/8 2

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

11.4

Klachtenverordening

68

11.5

Klachten over andere personen of organisaties

69

1.1.6

Vertrouwenspersoon

69

11.7

Bezwaar

69

12

Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

70

12.1

lnleiding

70

12.2

Kernwaarden

70

12.3

Kwaliteit

70

12.4

lnkoop en aanbesteding

71

13

Van oud naar nieuw

72

13.1

lnleiding

72

13.2

Kernwaarden

72

13.3

Onderzoek naar de werking van de verordening

72

13.4

Uitvoeringsregels

72

13.5

Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)

73

13.6

Intrekken oude verordeningen

73

13.7

Overgangsrecht

74

13.8

Ingangsdatum en naam

74

14

7/82

Begrippen

74

www.gemeenteAltena.n1

4 1

Gemeente Altena

lnleiding

Deze verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: •

Werken en participeren

•

Gezond en veilig opgroeien,

•

Wonen in een veilige en gezonde omgeving

•

Vervoer, en

•

Uitkeringen en Schuldhulpverlening

De gemeenteraad heeft hier op 16 maart 2021 uitgangspunten voor vastgesteld. De verordening is binnen dat kader opgesteld.

1.1

Waarom deze regels?

In Nederland vinden we het belangrijk dat: •

mensen actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan;

•

kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien en veilig naar de school kunnen gaan die bij hen past.

• •

mensen een eigen huishouding kunnen voeren en voor zichzelf kunnen zorgen; mensen een geschikte en schone woonruimte hebben, waarin zij zelfstandig en veilig kunnen wonen; en

•

mensen een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen;

•

mensen hun financien op orde hebben;

Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: •

Participatiewet (PW), de IOAW, de 10AZ;

•

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

•

Wet inburgering 2021 (Wi)

•

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015);

•

Jeugdwet,

•

Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het

•

Gemeentewet.

voortgezet onderwijs; en De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Ook dat is in deze verordening geregeld. De Brede adviesraad sociaal domein heeft over deze regels op 19 oktober 2021 een advies gegeven. Dit advies is als bijlage bij het raadsvoorstel om deze verordening vast te stellen aan de gemeenteraad meegestuurd. 8/8 2

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Mena

1.2 Uitgangspunten De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels: 1.

zijn bedoeld om de bovengenoemde doelen te realiseren en knelpunten van inwoners op te lossen;

2. zijn goed leesbaar; 3.

regelen niet meer dan nodig is;

4.

houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk;

5.

kunnen goed uitgevoerd worden en zijn duidelijk voor de inwoners;

6.

zijn onderling afgestemd op elkaar;

7.

respecteren de wetten, maar wijken daar soms vanaf als dat nodig is om de doelen van de wetgever te realiseren of belangrijke internationale regels na te komen.

1.3 Kernwaarden Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houdt de gemeente rekening met de doelen van de genoemde wetten. De gemeente zorgt ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden: 1.

lnwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het realiseren van de genoemde doelen.

2. lnwoners zetten zich ervoor in om deze doelen te bereiken en maken gebruik van mogelijkheden die vrij beschikbaar zijn.. 3.

De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor problemen, bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (het sociaal netwerk).

4.

De gemeente bekijkt eerst of een andere voorziening beschikbaar is, waarmee de hulpvraag van de inwoner wordt opgelost. Pas als deze niet beschikbaar is, of onvoldoende de hulpvraag oplost, wordt hulp-op-maat gegeven.

Per hoofdstuk wordt aangegeven welke van deze en andere kernwaarden de basis van de regels vormen en welke rol zij spelen. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 14.

1.4 Artikel en wet Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd. Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd. Waar in deze verordening `Gemeentewet als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de algemene

9/82

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

regelingsbevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld (art. 121 en 14.7 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook de `Awb'(Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat er als er in de Awb specifieke bepalingen zijn die op dat artikel van toepassing zijn.

2

De hulpvraag

2.1 lnleiding Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop een inwoner aan de gemeente hulp kan vragen als het gaat om een of meer van de onderwerpen uit deze verordening. Beschreven wordt hoe de inwoner een hulpvraag kan stellen, hoe de hulpverlening in zijn werk gaat en wat de gemeente van de inwoner verwacht. Uitgangspunt is dat alle hulpvragen die de inwoner heeft in een keer kunnen worden gesteld en dat deze hulpvragen zo efficient mogelijk worden behandeld. Daarom zijn twee procedures na de melding: -

de hulpvraagprocedure (paragraaf 2.4) en

-

de aanvraagprocedure (paragraaf 2.5).

Voor het afhandelen van hulpvragen is nader onderzoek nodig. In de aanvraagprocedure vindt in hoofdzaak alleen een beperkte beoordeling plaats. Soms geldt voor bepaalde hulpvragen een bijzondere route buiten de gemeente om. Die wordt aan het einde van dit hoofdstuk (paragraaf 2.6) genoemd. Signalen en hulpvragen van andere personen over inwoners die hulp nodig hebben, kunnen bij de gemeente gemeld worden. Indien het signaal afkomstig is van een dichtbij staand familielid of een professional, wordt de procedure van de hulpvraag gevolgd. Indien het signaal van een andere betrokken persoon komt, wordt door de gemeente aan de hand van de omstandigheden gehandeld.

2.2 Kernwaarden: •

De hulpvraag van de inwoner staat centraal. Voor de inrichting van het sociaal domein wordt er gekeken van buiten naar binnen.

•

De toegang is integraal (Wmo, Jeugd en Participatiewet) met voldoende specialisme per expertisegebied: een gezin, een plan, een regisseur).

•

We beperken regels en gevenruimte aan professionals (verantwoordelijkheden laag): we zijn een wendbare organisatie.

•

Eigen kracht van de inwoner staat voorop.

10/82

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

2.3 Melding bij de gemeente JEUGDWET IWMO IPWII0AW II0AZ I\NGs ILLy I \NI Inwoners die hulp nodig hebben kunnen zich melden bij de gemeente. De inwoner kan deze melding op de volgende manieren doen: • •

schriftelijk, door een brief te sturen aan de gemeente, Postbus 5, 4286 ZG in Almkerk mondeling, bij de balie van het gemeentehuis, Sportlaan 170, 4286 ET in Almkerk of een van de wijklocaties.

•

telefonisch, via 03.83-53.6060

•

digitaal, via www.gemeentealtena.nl, of via ons@gemeentealtena.n1

In sommige gevallen kan de melding in het eerste contact worden afgedaan als de hulpvraag daarmee opgelost is . Als dat niet het geval is, wordt aan de hand van de melding beoordeeld of hetzij de hulpvraagprocedure, hetzij de aanvraagprocedure wordt gevolgd. De eerste geldt voor hulpvragen van inwoners die nog niet eerder een hulpvraag in het kader van deze verordening hebben gesteld en waarvoor nader onderzoek nodig is. Voor inwoners die al eerder een hulpvraag hebben gesteld, en waarbij de nieuwe hulpvraag aansluit bij de eerdere hulpvraag, kan ook de aanvraagprocedure worden gevolgd. De gemeente bepaalt in nadere regels voor welke voorzieningen de aanvraagprocedure dan wel de hulpvraagprocedure gevolgd wordt. Bij aanvragen voor levensonderhoud vindt wel nader onderzoek plaats. De aanvraagprocedure is in ieder geval van toepassing als het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder of om het vervoer van kinderen naar school. Voor een persoonsgebonden budget wordt altijd de hulpvraagprocedure gevolgd.

2.4 De hulpvraagprocedure JEUGDWET IWMO IPW II0AW II0AZ IWG's I WI\ 0 AWB WI

2 . 4 .1 Procedure

triage

JEUGDWET IWMO IFW II0AW 110AZIWcs I \NI Na de melding neemt de gemeente de hulpvraag van de inwoner in behandeling. De gemeente bevestigt de melding binnen 3 dagen per brief of e-mail aan de inwoner. Ook geeft de gemeente informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen door een onafhankelijk deskundige (clientondersteuner) en de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn vraag (persoonlijk plan).

11/82

www.genneenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

2.4.2 Stap 1: gegevensverzameling en het gesprek na de

melding

JEUGDWET IWMO IPWII0AW110AZIWGslWi

2.4.2.1

gegevens

De gemeente verzamelt alle gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het gesprek. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien of verkrijgen, dan

vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen 2 weken te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek wordt duidelijk gemaakt welke gegevens dat zijn en welke

termijn er geldt.

2.4.2.2

uitnodiging voor gesprek

[en inwoner die zich heeft gemeld bij de gemeente, en waarbij de hulpvraag niet direct is

opgelost in het eerste contact, krijgt een uitnodiging voor een gesprek met een medewerker

van de gemeente. In die uitnodiging maakt de gemeente duidelijk waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan. Het gesprek kan telefonisch

plaatsvinden als dat voldoende is.

2.4.2.3

doel en procedure gesprek

Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, het effect dat de

inwoner wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie. Het gesprek vindt plaats binnen twee weken dagen na de melding. Indien deze termijn niet haalbaar blijkt, informeert de

gemeente de inwoner hierover. Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner. Bij een fysiek gesprek gebeurt dit met een geldig identiteitsbewijs. Als de inwoner een persoonlijk

plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als de inwoner dat wil, vindt de gemeente het gewenst als hij iemand (bijvoorbeeld een familielid) vraagt om bij het gesprek aanwezig te zijn.

In sommige situaties zijn meerdere gesprekken nodig om het doel te bereiken.

2.4.2.4 i.

inhoud gesprek

De medewerker bespreekt met de inwoner de hulpvraag en welk effect hij wil bereiken. In het gesprek onderzoekt de medewerker: a. b.

c.

de behoefte van de inwoner: wat is er nodig? de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor

het gewenste effect? Voor huishoudelijke ondersteuning wordt ook gevraagd of een inwoner financieel in staat is om zelf de hulpvraag op te lossen.

de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?

d.

de omgeving van de inwoner: welke hulp kan het sociaal netwerk of kunnen

organisaties bieden? e.

de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de

inwoner

12/82

www.gemeenteAltena.n1

4 f.

Gemeente Altena

indien relevant hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de inwoner en zijn gezin.

2.

De medewerker informeert de inwoner over de mogelijkheden van de gemeente om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren. Ook informeert de medewerker de inwoner over de mogelijkheden die er zijn om in bepaalde gevallen te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag. De medewerker informeert de inwoner ook over de eventuele bijdrage in de kosten die de inwoner moet betalen.

2 . 4 . 3 Stap

2: het onderzoek

JEUGDWET IWMO 1PW 110AW 110AZ IWGS 1V1/1 1.

Bij het uitvoeren van het onderzoek betrekt de gemeente, naast het gesprek, alle gegevens die van belang zijn. Het gaat onder meer om gegevens over: a.

2.

de behoeften van de inwoner;

b.

de (on)mogelijkheden van de inwoner;

c.

de persoonlijke situatie van de inwoner;

d.

de mogelijkheden van het sociaal netwerk, andere organisaties en de gemeente.

Om te bepalen of de gemeente hulp verleent, volgt de gemeente in principe de volgende stappen: Stap 1: De gemeente stelt eerst vast wat de hulpvraag van de inwoner is. Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke problemen, beperkingen en stoornissen er precies zijn. Stap 3: De gemeente bepaalt welke hulp nodig is en hoe veel. Stap 4: De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht), al dan niet met gebruikelijke hulp, met hulp van anderen uit het sociaal netwerk of van andere organisaties, of met andere voorzieningen. Stap 5: De gemeente bepaalt welke aanvullende hulp nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.

2 . 4 . 4 Stap

3: het verslag

JEUGDWET IWMO IPW110AW110AZ IV/GS IW i.

Binnen 5 werkdagen na het laatste gesprek stuurt de medewerker de inwoner een verslag van de uitkomsten van het onderzoek, inclusief het gesprek/de gesprekken, naar de hulpvraag en naar de persoonlijke situatie van de inwoner.

2.

Als de medewerker nneer informatie nodig heeft voor het verslag, waardoor het verslag niet binnen de hiervoor genoennde termijn kan worden toegestuurd, dan wordt de inwoner hierover schriftelijk, of per e-mail geInformeerd.

13/82

www.gemeenteAltena.n1

4 3.

Gemeente Altena

Uit het verslag blijkt welk effect de inwoner wil bereiken en hoe dat kan worden gerealiseerd (het ondersteuningsplan). Daarbij wordt gekeken naar de korte en naar de lange termijn.

4.

De inwoner ondertekent het verslag en stuurt dit binnen 5 werkdagen naar de gemeente. Als de inwoner het niet eens is met het verslag, kan hij dat daarop aangeven en het voor gezien ondertekenen.

5.

Als de inwoner hulp-op-maat van de gemeente wil ontvangen, kan hij dit aangeven op het ondertekende verslag. De gemeente ziet het verslag dan als een aanvraag, met uitzondering voor aanvragen voor hulp op grond van PW, IOAW en IOAZ.

2 . 4 . 5 Stap 4: de aanvraag JEUGDWET WMO PW IOAW I 10AZ WGs WKO /Wig

2.4.5.1

aanvraag

Na de melding en het gesprek met een medewerker van de gemeente, kan de inwoner een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. Het door de inwoner ondertekende verslag uit stap 2 dient als aanvraag, met uitzondering van aanvragen voor hulp op grond van PW, IOAW enlOAZ Deze aanvraag wordt schriftelijk ingediend. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp gaat verlenen en welke vorm die hulp dan heeft. Dit oordeel wordt gebaseerd op de uitkomsten uit het onderzoek in stap 3.

2.4.5.2 i.

aanvraag voor hulp-op-maat

Vraagt de inwoner hulp-op-maat, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a.

De hulp is noodzakelijk om (een van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken;

b.

De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Hij kan dit effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp, met hulp vanuit het sociaal netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en

c. De hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner. 2. Voor sommige vormen van hulp zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. 3.

De hulp-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen.

4.

De gemeente kan hulp-op-maat weigeren als een inwoner iets (niet) heeft gedaan waardoor hij de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en hij deze had kunnen voorzien. De gemeente kan hulp-op-maat ook weigeren, als een inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven. Als die weigering betekent dat de inwoner grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart), dan kan de gemeente de hulp-op-maat wel toekennen.

14/82

www.gemeenteAltena.n1

4 2.4.5.3 1.

Gemeente Altena

advisering

De gemeente zorgt ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die hiervoor nodig is. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, zorgt de gemeente ervoor dat iemand die wel deskundig is een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag.

2.

Voor iedere stap geldt, dat de gemeente de deskundigheid inzet die nodig is om die stap goed te kunnen afronden. Is er bijzondere deskundigheid nodig, dan zet de gemeente die in. De gemeente stelt de inwoner op de hoogte van welke deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt.

2.4.5.4 1.

beslistermijn

De gemeente beslist zo snel nnogelijk, maar in ieder geval binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen.

2.

De beslistermijn kan schriftelijk warden opgeschoven als de inwoner niet voldoende gegevens heeft verstrekt.

3.

Als de gemeente een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kan nemen, dan noemt de gemeente een nieuwe termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen en geeft de reden van het uitstel aan.

2. 4 . 6 Stap 5: de beslissing JEUGDWET WMO P W110AW I 10AZ WGS Niro AWE WI 1.

De gemeente stelt een besluit per brief vast en stuurt deze brief naar de inwoner. Het besluit kan oak opgenomen warden in het verslag uit stap 3. Het doel van dit besluit is dat de inwoner te weten komt of er wel of geen hulp wordt gegeven. Oak wordt vastgesteld wanneer de hulp ingaat. Als de gemeente hulp geeft, staat in het besluit oak of de hulp in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven.

2.

3.

Geeft de gemeente de hulp in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a.

wat de hulp inhoudt en waarvoor de hulp bedoeld is;

b.

wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt, en;

c.

welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden.

Geeft de gemeente de hulp in de vorm van een pgb, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd:

4.

a.

waarvoor het pgb bedoeld is;

b.

hoe hoog het pgb is;

c.

wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;

d.

hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en

.e.

welke voorwaarden, kwaliteitseisen en verplichtingen er voor het pgb gelden.

Geeft de gemeente de hulp in de vorm van geld, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a.

15/82

voor welk doel het geld wordt gegeven;

www.genneenteAltena.n1

4 5.

b.

wanneer het geld wordt betaald;

c.

hoe vaak het geld wordt betaald; en

d.

welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.

Gemeente Altena

De gemeente informeert de inwoner in het besluit ook over een eventuele bijdrage in de kosten. Dit is de eigen bijdrage.

2.5 De aanvraagprocedure JEUGDWET WMO IPW PAW II0AZIWGS VVVO I AWB I LIN

2 . 5 . 1 Step 1: de aanvraag JEUGDWET IWN10 1PW 110AW PAZ WGS WKO I AWB LLV i.

Na de melding neemt de gemeente de aanvraag van de inwoner in behandeling.

2.

Melding en aanvraag worden op hetzelfde moment gedaan als het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder of om het vervoer van kinderen naar school. Het gesprek met een medewerker vindt dan plaats nadat de aanvraag is ingediend.

3.

De gemeente kan besluiten dat ook voor bepaalde andere vormen van hulp melding en aanvraag op hetzelfde moment worden gedaan en de aanvraagprocedure van toepassing is. lnwoners kunnen dan bij de melding direct een aanvraag indienen. De inwoner dient een aanvraag in met een aanvraagformulier van de gemeente. De gemeente stelt hiervoor nadere regels op.

4.

Vraagt de inwoner hulp-op-maat, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a.

De hulp is noodzakelijk om (een van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken;

b.

c. 5.

De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Hij kan dit effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp, met hulp vanuit het sociaal netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en De hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner.

Voor sommige vormen van hulp zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld.

6.

De hulp-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen.

7.

De gemeente kan hulp-op-maat weigeren als een inwoner iets (niet) heeft gedaan waardoor hij de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en hij deze had kunnen voorzien. De gemeente kan hulp-op-nnaat ook weigeren, als een inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft, tenzij de gemeente daarvoor toestemnning heeft gegeven. Als die weigering betekent dat de inwoner grote problemen zal krijgen (onevenredig

8.

nadeel ervaart), dan kan de gemeente de hulp-op-maat wel toekennen. De medewerker informeert de inwoner via het aanvraagformulier over de bijdrage in de kosten die de inwoner moet betalen.

16/82

www.gemeenteAltena.n1

4 9.

Gemeente Altena

Een aanvraag wordt ingediend bij de gemeente, behalve als het om een aanvraag voor een bijstandsuitkering gaat voor alle dagelijkse kosten (algemene bijstand voor levensonderhoud) en voor een IOAW-uitkering. Die aanvragen worden digitaal ingediend bij UWV (www.werk.n1).

2 . 5 . 2 Stap

2: de beoordeling van de aanvraag

JE.JamETI\Nmo IPVVIIOAW II0AZ IWGS I W70 I A',VB I LLV i.

In deze stap beoordeelt de gemeente of de inwoner recht heeft op de voorziening op grond van onder meer de wet en de regels uit deze verordening. Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente alle gegevens die voor de beoordeling van belang zijn. Bij de aanvraag moet de inwoner alle gewenste bijlagen hiervoor aanleveren.

2. De gemeente beslist zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag is ontvangen. 3.

De beslistermijn kan schriftelijk worden opgeschoven als de inwoner niet voldoende gegevens heeft verstrekt.

4.

Als de gemeente een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kan nemen, dan noemt de gemeente een nieuwe termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen.

2 . 5. 3 Stap

3: de beslissing

JELJGDWET IWN10 IPW 110AW 110AZ IWGs I WKO I AWB I LLV 1.

De gemeente stelt een besluit per brief vast en stuurt deze brief naar de inwoner. Het doel van dit besluit is dat de inwoner te weten komt of er wel of geen hulp wordt gegeven. Als de gemeente hulp geeft, staat in het besluit ook of de hulp in natura, in geld of op een andere manier wordt gegeven.

2.

3.

Geeft de gemeente de hulp in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a.

wat de hulp inhoudt en waarvoor de hulp bedoeld is;

b.

wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt, en;

c.

welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden.

Geeft de gemeente de hulp in de vorm van geld, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a.

4.

voor welk doel het geld wordt gegeven;

b.

wanneer het geld wordt betaald;

c.

hoe vaak het geld wordt betaald; en

d.

welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.

De gemeente informeert de inwoner in het besluit ook over een eventuele bijdrage in de kosten. Dit is de eigen bijdrage.

17/82

www.gemeenteAltena.n1

Gemeente Altena

2.6 Venial van recht EUG D'NET LLV I WMO Het recht op hulp vervalt als de inwoner niet binnen 6 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp, tenzij dit de inwoner niet te verwijten valt. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen.

2.7 Uitzonderingen 2 . 7 . 1 Jeugdhulp

via arts e.a.

A:2V E

1.

De gemeente zorgt ervoor dat de jongere jeugdhulp krijgt, als de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling ofjeugdreclassering de jongere doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder.

2. De gemeente maakt afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over zulke doorverwijzingen. De gemeente stemt met de gecertificeerde instelling ofjeugdreclassering vindt af.

2 .7 .2 Spoedeisende

gevallen

JEUGDWET I WM01 PW 4 ,4'1 In spoedeisende gevallen zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner binnen 3 dagen de hulp krijgt die nodig is. De gemeente kan dan afwijken van de normale procedure, als dat nodig is. Het kan gaan om de volgende (tijdelijke) hulp in afwachting van een onderzoek van de gemeente:

3

a.

het bieden van hulp en zorg aan ouders en hun kinderen;

b.

het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor geslotenjeugdhulp;

c.

het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning;

d.

schuldhulpverlening,

e.

vervoer naar school, of

f.

het verstrekken van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend.

Werk en participatie

3.1 Inleiding De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners met een uitkering worden geholpen bij het vinden van passend werk als zij kunnen werken. Welke hulp dat kan zijn wordt in dit hoofdstuk beschreven. De hulpmiddelen die worden ingezet heten voorzieningen. Deze voorzieningen moeten op een goede manier worden verdeeld over verschillende

18/82

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

doelgroepen. Hoe de voorzieningen worden verdeeld wordt vooral bepaald door de kansen op betaald werk van de inwoners. Dit hoofdstuk gaat verder over de tegenprestatie die kan worden gevraagd en over meedoen aan activiteiten in de samenleving voor inwoners met een beperking. Het is belangrijk dat deze inwoners ook volwaardig kunnen meedoen en dat hun positie in de samenleving verbetert.

3.2 Kernwaarden •

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. De inwoner kan hiervoor bijvoorbeeld gebruik maken van vrijwilligersondersteuning via de welzijnsorganisaties als vrij toegankelijke hulp. Via de bibliotheek wordt diensten ten behoeve van digitalisering en laaggeletterdheid aangeboden.

•

De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor.

•

Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente.

•

De gemeente helpt bij het oplossen van de hulpvraag van de inwoner. ledereen doet mee aan de samenleving.

•

De gemeente maakt de aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker.

3.3 Doelgroep PW I IOAW 110 L.Z •

De gemeente helpt de volgende inwoners op weg naar werk: a.

inwoners met een gemeentelijke uitkering die niet op eigen kracht en met de hulp van het sociaal netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties de weg naar werk kunnen vinden.

b.

inwoners die geen hulp kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per geval beoordeelt de gemeente of er hulp wordt gegeven.

C.

jongeren tot 27 jaar die geen werk en geen havo-of vwo-diploma of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebben en geen recht hebben op bijstand. De gemeente helpt hen een passende opleiding of passend werk te vinden, of leidt hen naar hulpverlening of zorg.

d.

Jongeren als bedoeld onder c. die wel bijstand krijgen komen wet in aanmerking voor hulp, zoals onder a. genoemd.

2.

De gemeente zorgt ervoor dat er gelijke aandacht voor de doelgroepen is.

3.4 Samenwerking PW I 10,4V1 110A-L 1.

De gemeente werkt samen met UWV, regiogemeenten en andere organisaties om inwoners te helpen passend werk te vinden.

2. De gemeente zorgt ervoor dat werkgevers ondersteund worden als zij inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen, werk willen aanbieden. Dit doet de gemeente binnen de bepalingen in dit hoofdstuk en de nadere regels. 19/82

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

3.5 Budget PW110AW110AZ 1.

De gemeente kan een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen.

2. De gemeente kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. 3.

Als dit plafond bereikt is, verstrekt de gemeente in dat kalenderjaar geen voorziening meer waarvoor dit plafond geldt. Voor structurele loonkostensubsidie en beschut werk

4.

Op subsidies die op grond van deze verordening worden verstrekt, zijn de bepalingen

kan geen budgetplafond worden vastgesteld. van de Algemene Subsidieverordening gemeente Altena 2019 niet van toepassing.

3.6 Niet uitkeringsgerechtigden PWI1OAW IICAZ 1.

Voor de re-integratie van niet-uitkeringsgerechtigden gelden de volgende eisen: a.

de inwoner moet ten minste twintig uur per week beschikbaar zijn voor algemeen geaccepteerde arbeid;

b.

de gemeente vindt dat ondersteuning noodzakelijk is ;

c.

de ondersteuning moet gericht te zijn op het verkrijgen van betaalde arbeid;

2.

d.

de inwoner moet verplicht ingeschreven staan als werkzoekende bij het UWV. De voorzieningen die genoemd worden in 3.7.1, 3.7.5 en 3.7.9, worden alleen ingezet

3.

De gemeente kan wel besluiten een voorziening als genoemd in artikel 3.7.1 in te zetten

voor uitkeringsgerechtigden. voor de niet-uitkeringsgerechtigde jonger dan 27 jaar, afkomstig uit: a.

het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel iof van de Wet op het voortgezet

b.

het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de

onderwijs; expertisecentra; of c.

de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die niet in staat kan worden geacht tot het volgen van uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs.

3.7 Voorzieningen-werk pwlio,AwlioAz i.

De gemeente houdt bij het aanbieden van de in dit hoofdstuk opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van de inwoner. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van deze inwoner en de

20/82

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a.

de opvang van ten laste komende kinderen tot vijfjaar, en

b.

de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.

2. De gemeente kan een re-integratievoorziening aanbieden die bestaat uit een combinatie van de in dit hoofdstuk genoemde voorzieningen. 3.

De gemeente stelt nadere regels stellen voor de inzet van voorzieningen gericht op werk.

3 . 7 . 1 Detacheringsbaan PW I 10AW II0AZ 1.

Het gemeente kan aan de inwoner die behoort tot de doelgroep via een andere organisatie een dienstverband aanbieden in de vorm van een detacheringsbaan, waarbij betrokkene voor het verrichten van de werkzaamheden wordt geplaatst bij een derde. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever, de andere organisatie en de inwoner.

2. Het doel van een detacheringsbaan is dat de inwoner na afloop in dienst komt van de werkgever. 3.

Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

3 .7 .2 Proefplaatsing PW 1 IOAW 110AZ 1. De gemeente kan aan de personen behorend tot de doelgroep een proefplaatsing aanbieden indien de werkgever waar deze proefplaatsing wordt gerealiseerd aansluitend een dienstverband in het vooruitzicht stelt. 2. De proefplaatsing is bedoeld om de werknemer de vaardigheden te leren die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de werkzaamheden in het aansluitende dienstverband.

3 . 7 . 3 Werkstage P \A/ 1 10AW 110AZ 1.

De gemeente kan een inwoner een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a.

behoort tot de doelgroep, en

b.

nog niet actief is geweest op de arbeidsnnarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft

2.

Het doel van een werkstage is om inwoners met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring en werkritme, dan wel het werknemersvaardigheden, op te laten doen.

21/82

www.gemeenteAltena.n1

4 3.

Gemeente Altena

De gemeente plaatst de inwoner uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen

niet onverantwoord worden beInvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

3. 7 . 4 Sociale activering PW 110ANN 10AZ a.

De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in

het kader van sociale activering, onder andere in de vorm van een activeringsplaats, voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid

kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening of voor zover dit bijdraagt aan zelfstandige maatschappelijke participatie. 2. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.

3.

De gemeente stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van de inwoner.

3.7 .5 Participatieplaats

PW I 10AW 110AZ 1.

De gemeente kan een inwoner van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand

overeenkomstig artikel loa van de Participatiewet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten.

2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan maximaal 2 jaar met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek

werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht.

3.

4.

De gemeente zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door de gemeente,

de werkgever en de inwoner die de additionele werkzaamheden gaat verrichten.

De gemeente biedt de inwoner die minimaal zes maanden werkzaamheden als bedoeld

in het eerste lid verricht en geen startkwalificatie bezit een voorziening als bedoeld in

artikel ao van deze verordening aan, indien dit bijdraagt aan de vergroting van de kans

op inschakeling in het arbeidsproces. 5.

De premie, bedoeld in artikel aoa, zesde lid, van de Pw bedraagt € aoo,00 per zes

maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 6.

Geen aanspraak op een premie als genoemd in het derde lid bestaat, indien de

gemiddelde inzet gedurende de periode genoemd in het derde lid minder bedraagt dan

4 uren per week.

22/82

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

3 . 7 . 6 Scholing PW 1 10AW 110AZ 1.

De gemeente kan aan de inwoner die behoort tot de doelgroep scholing of opleiding aanbieden die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Participatiewet.

3 . 7 . 7 Beschut werk FY* 1.

De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als deze door een beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassing van de werkplek nodig heeft, dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze inwoner in dienst neemt. De inwoner behoort of tot de doelgroep, of ontvangt een uitkering van het UWV.

2.

De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als UWV heeft vastgesteld dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd.

3.

Het doel van beschut werk is onn inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden. De gemeente biedt de volgende voorzieningen aan, zodat een inwoner beschut kan werken: a.

4.

fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkonngeving;

b.

uitsplitsing van taken;

c.

aanpassingen in werktempo, arbeidsduur, of de wijze van werkbegeleiding.

De gemeente biedt niet meer plaatsen beschut werk aan dan het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het Rijk en zoals dit aantal wordt vastgesteld bij ministeriele regeling als genoennd in artikel lob, lid 4, van de wet.

5.

De inwoner die nog geen beschutte werkplek kan krijgen omdat de gemeente het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken voor dat jaar al heeft bereikt, komt op een wachtlijst. De inwoner die het langst op de wachtlijst staat, komt als eerste in aanmerking voor een beschutte werkplek, als deze beschikbaar komt. Zolang er nog geen geschikte werkplek voor deze inwoner beschikbaar is, is het mogelijk dat een andere inwoner voorgaat.

3 . 7. 8 Hulp op de werkplek van een jobcoach

PWII0AW 110AZ 1.

Aan een inwoner die behoort tot de doelgroep kan de gemeente persoonlijke ondersteuning in de vorm van jobcoaching aanbieden bij het verrichten van de aan die inwoner opgedragen taken in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder

23/82

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem door de werkgever opgedragen

taken te verrichten. 2.

Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen.

3.7. 9 Incidentele loonkostensubsidie 1.7.)

AWB)

a.

De gemeente kan een incidentele loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers ten

2.

Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans

behoeve van specifieke doelgroepen:

op werk in dienst te nemen en extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. 3.

De gemeente kan nadere regels stellen ten aanzien van de voorziening bedoeld in het eerste lid Voor zover deze nadere regels worden opgesteld hebben deze in ieder geval betrekking op:

a.

de specifieke doelgroepen waarvoor incidentele loonkostensubsidie kan worden

verleend; b.

de hoogte en duur van de incidentele loonkostensubsidie;

c.

het recht op de incidentele loonkostensubsidie gerelateerd aan de omvang van de

d.

de wijze van betaalbaar stellen;

e.

het maximaal aantal te verstrekken incidentele loonkostensubsidies per werkgever.

dienstbetrekking;

4.

De incidentele loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de

concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beInvloed en geen verdringing

plaatsvindt. 5. 6.

De incidentele loonkostensubsidie wordt alleen dan verstrekt als er voor dezelfde werknemer geen structurele loonkostensubsidie wordt verstrekt.

Een incidentele loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiele tegemoetkomingen in verband met

de indiensttreding van de werknemer.

3.7.10

Structurele loonkostensubsidie

PW I 10AW 110AZ I AWB

a.

De gemeente stelt vast of een inwoner behoort tot de doelgroep van de structurele

loonkostensubsidie.

2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. De structurele loonkostensubsidie wordt aan de werkgever verstrekt.

3.

Hierbij neemt de gemeente de volgende criteria in acht: a.

de inwoner moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid,

onderdeel a, van de Participatiewet of tot de doelgroep van de

24/82

www.gemeenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

participatievoorziening beschut werk als bedoeld in artikel lob van de Participatiewet; b.

de inwoner is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en

c. 4.

de inwoner heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.

Om de hoogte van de structurele loonkostensubsidie te bepalen, stelt de gemeente de loonwaarde van de inwoner vast.

5.

De vaststelling van de loonwaarde wordt gedaan conform het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021.

6.

De gemeente kan met de werkgever overeenkomen dat gedurende de eerste zes maanden van het dienstverband heeft vastgesteld dat de vaststelling van de loonwaarde van die inwoner achterwege kan blijven en de dienstbetrekking tot stand komt. Hierbij geldt wel artikel aod, lid 5, van de Participatiewet.

3 .7 .11

Werkplekaanpas sing

PW 10AW110AZ 1.

De gemeente kan een werkgever, die met een inwoner die behoort tot de doelgroep, een dienstbetrekking aangaat van ten minste zes maanden, een vergoeding verstrekken voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht, waardoor de inwoner beter in staat is zijn werkzaannheden uit te voeren;

2. Deze vergoeding wordt niet verstrekt indien op grond van een andere regeling een vergoeding voor de kosten kan worden verstrekt.

3 .7 .12

Overige vergoedingen

PW I 10AWII0AZ 1.

De gemeente kan aan inwoners behorend tot de doelgroep zoals genoemd in 3.3.1 onder a, een vergoeding geven voor noodzakelijke kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling. Dit betreft reiskosten en kosten voor kinderopvang en tussenschoolse opvang.

2. De inwoner die kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid ontvangt, kan voor de kosten van kinderopvang die voor zijn rekening blijven, van de gemeente een bijdrage krijgen, als hij voldoet aan de volgende voorwaarden: a.

De inwoner heeft een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering en de kinderopvang is nodig om mee te kunnen doen aan een activiteit van de gemeente die de inwoner dichter bij werk brengt (een voorziening), of

b.

de inwoner volgt voltijds HBO- of universitair onderwijs, voortgezet onderwijs of vavo-onderwijs, en

c.

de kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of gastouderbureau.

25/82

www.genneenteAltena.n1

4

Gemeente Mena

3.8 Staatsteun 1.

Als en voor zover de verstrekking van de voorzieningen aan de werkgever staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie geschiedt de verstrekking op grond van: a.

hoofdstuk Ill, deel 6 van de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieen steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard; of

b.

de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 3.8 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

2.

Als en voor zover de verstrekking van de voorzieningen aan de werkgever staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt de voorziening verstrekt onder de voorwaarde dat de begunstigde onderneming een dossier bijhoudt aan de hand waarvan kan worden geverifieerd of de verleende steun voldoet aan de voorwaarden van de in lid 1 genoemde toegepaste verordeningen.

3.9 Tegenprestatie 3 . 9 . 1Doel

van de tegenprestatie

PWJ 10Y-oN 1.

De gemeente legt een inwoner met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie op als de gemeente vindt dat de inwoner in staat is om iets terug te doen voor de samenleving.

2. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner.

3 . 9 . 2 Duur

en omvang tegenprestatie

PW 10,4W110AZ 1.

De tegenprestatie wordt opgelegd voor maximaa13.6 uur per week en voor maximaal 6 maanden, waarbij bij het bepalen van het daadwerkelijk aantal uren rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden van de werkzoekende.

2. Het college kan besluiten om na afloop van de tegenprestatie een nieuwe tegenprestatie op te leggen, waarbij rekening wordt gehouden met de ervaringen tijdens de eerdere tegenprestatie. 3.

Na afloop van de tegenprestatie wordt aan de deelnemer een getuigschrift verstrekt.

26/82

www.gemeenteAltena.n1

4 3. 9 . 3 Voorwaarden

Gemeente Altena

tegenprestatie

PW 110AV/110AZ. i.

Bij het opleggen van de tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende omstandigheden: a. b.

de tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten; de tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie;

c.

het moet gaan am activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd.

2. Bij het opleggen van de tegenprestatie houdt de gemeente verder rekening met persoonlijke omstandigheden van de inwoner. Hierbij wordt in ieder geval rekening gehouden met de navolgende factoren: a.

de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht;

b.

de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de belanghebbende moeten in overweging worden genomen;

c. zorgtaken. De gemeente zet de tegenprestatie motiverend in, waarbij tegemoet wordt gekomen aan het individueel en collectief belang. 3. 9. 4 Afzien

van een tegenprestatie

PW I 10AW II0AZ 1.

In afwijking van artikel 3.9.3 van deze verordening legt de gemeente aan de uitkeringsgerechtigde geen tegenprestatie op bij: a.

het verrichten van mantelzorg, welke naar het oordeel van de gemeente naar

b.

het verrichten van aantoonbaar vrijwilligerswerk, dat naar aard en omvang

omvang vergelijkbaar is met de duur van een tegenprestatie; vergelijkbaar is met een tegenprestatie; c.

deelneming aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject;

d.

een parttime baan voor ten minste i6 uur per week;

e.

een alleenstaande ouder die vrijstelling van de arbeidsplicht heeft vanwege de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar;

f. 2.

duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid.

De gemeente legt geen tegenprestatie op, indien geen werkzaamheden voorhanden zijn, die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.

3. 9 . 5

Periodieke beoordeling

PWII0AW II0AZ 1.

Als de gemeente geen tegenprestatie oplegt, wordt periodiek beoordeeld of deze op een later moment wel opgelegd kan warden.

27/82

www.gemeenteAltena.n1

4 3.9.6

Gemeente Altena

Overig

PW 10AWII0AZ 1.

De gemeente stelt beleidsregels vast voor de uitvoering van de tegenprestatie„ waarbij tevens uitvoering aan deze verordening wordt gegeven.

3.10 Meedoen in de samenleving Inwoners die vanwege een beperking, een psychisch of psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Zij moeten wel aan de voorwaarden van artikel 2.4.5.2 respectievelijk2.5.1. voldoen. Ook moet de hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren voor de inwoners, zodat zij in staat zijn om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente kan in ieder geval hiervoor begeleiding aanbieden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve begeleiding (dagbesteding) en individuele dagbesteding. De client maakt samen met de zorgaanbieder een keuze voor (een combinatie van) de vorm. De gemeente stelt nadere regels en vast voor hulp om mee te doen in de samenleving. Ook wordt in beleidsregels aangegeven hoe aan deze hulp invulling gegeven wordt. 3.10.1

Dagbesteding

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de dag goed in te vullen hulp-opmaat kunnen krijgen (dagbesteding). De hulp-op-maat houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding, voor een of meer dagdelen per week. Indien nodig zorgt de gemeente ervoor dat dit inclusief vervoer van en naar de dagbesteding is.

3.10.2

Individuele begeleiding

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de normale dagelijkse activiteiten te doen, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners begeleid worden bij deze activiteiten (individuele begeleiding). Het betekent, dat de begeleider helot bij de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helot om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financien. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over.

28/82

www.gemeenteAltena.n1

4 Contact met anderen

3.10.3

1.

Gemeente Altena

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking in hun mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis. Zo kunnen zij meedoen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen doen, of naar een medische afspraak gaan. Die hulp kan bestaan uit het aanbieden van de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer of het gebruikmaken van een vervoermiddel.

2.

De gemeente kan inwoners daarnaast een bijdrage in de kosten geven, voor het gebruik

3.

De hulp is bedoeld voor:

van een (rolstoel)taxi;

4.

a.

Het zich verplaatsen rondom de woning;

b.

Het zich verplaatsen over een langere afstand dicht bij huis; of

Om collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden, kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief taxivervoer. Pas als dat niet passend is, kan een bijdrage in de kosten gegeven worden.

3.10.4

Rolstoel

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet kunnen verplaatsen in en om de woning, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik.

3.10.5

Vervanging vervoermiddel en rolstoel

Als de inwoner hulp-op-maat wit en het gaat om vervanging van een eerder door de gemeente verstrekte rolstoel of vervoermiddel, dan doet de gemeente dit alleen, als het vervoermiddel of de rolstoel: a.

technisch is afgeschreven;

b.

verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om, of

c.

geen oplossing nneer is voor de problemen die de inwoner ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis.

29/82

www.gemeenteAltena.n1

4 3.10.6

1.

Gemeente Altena

Sportvoorzieningen

De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners kunnen sporten. Voor mensen met een beperking is er soms een voorziening nodig om te kunnen sporten.

2. De inwoner kan een vergoeding krijgen voor aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening.

3.

De volgende voorwaarden zijn van toepassing: a. b. c.

De inwoner kan aantonen dat de sport structureel wordt beoefend, bijvoorbeeld

door middel van een bewijs van lidmaatschap van een sportvereniging De aanschaf van de sportvoorziening leidt tot meerkosten t.o.v. de mensen zonder

beperking die dezelfde sport uitoefenen De vergoeding kan maxinnaal ix per 3 jaar worden verstrekt.

4 Gezond en veilig opgroeien 4.1 lnleiding Jongeren in Altena moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van jongeren, hun ouders en hun netwerk. Als zij

daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure,

gespecialiseerde hulp te verminderen. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale

omgeving voorop. Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en jongeren tot

•

jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij i8 werden en die

deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel

Li van de Jeugdwet.

4.2 Kernwaarden •

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. Daar waar het kan zetten we in op eigen mogelijkheden van gezinnen met inzet van hun sociaal

netwerken. In complexe casuIstiek nemen we de regie en bieden we tijdig passende ondersteuning.

•

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner en zorgt voor goede aansluiting met

andere hulp. Hierbij is het oplossen van de hulpvraag van de jongere en/of het gezin

leidend. •

De gemeente stuurt op een goede samenwerking met vindplaatsen (in het bijzonder

school en kinderopvang) om vroeg en adequaat te signaleren en advies/inzet in te

vliegen waar nodig.

30/82

www.gemeenteAltena.n1

4 •

Gemeente Mena

De gemeente stuurt op tijdige, passende en effectievejeugdhulp, zo veel mogelijk dicht bij de jongere en in zijn eigen sociale context. Zo is hulp makkelijker vindbaar en sluit het beter aan op de ondersteuningsbehoefte.

•

Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat.

4.3 Uitgangspunten bij het bieden van hulp JEUGDWET 3..

Bij het bieden van hulp houden de gemeente en de jeugdhulpverlener rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jongere en de ouders.

2.

Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleennoplossend vermogen van de jongere, zijn ouders en hun sociaal netwerk.

3.

De gemeente betrekt de wensen van de jongere en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet.

4-

Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente.

5.

Als het gewenste effect van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met het sociaal netwerk bereikt kan worden, maar wet met hulp die vii] toegankelijk is, dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld onn hulp door het casusregisseurs van de gemeente, jongerenwerkers, of door een jeugdwelzijnsorganisatie. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die hulp, dan wordt hulp-op-maat ingezet.

6.

De gemeente stelt in nadere regels vast wat onder gebruikelijke hulp valt en wat van het sociaal netwerk verwacht mag worden.

4.4 Preventieve maatregelen JEUGDWET

i.

De gemeente zorgt ervoor datjongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken helpt de gemeente allejongeren, hun ouders en hun sociaal netwerk in ieder geval met: a.

het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen;

b.

informatie, advies en trainingen;

c.

jeugdgezondheidszorg (GGD: consultatiebureau, schoolarts);

d.

activiteiten voorjongeren die hun talenten ontwikkelen via het jongerenwerk;

e.

opvoedondersteuning;

f. een vertrouwenspersoon; g. Coordinatie van jeugdhulp en arrangeren van passende zorg. Deze hulp is vrij toegankelijk. De inwoner heeft hiervoor geen verwijzing door een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts nodig, en ook geen besluit van de gemeente. 2.

De gemeente zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg

31/82

www.genneenteAltena.n1

4

Gemeente Altena

mogelijk hulp wordt geboden. Waar mogelijk biedt de gemeentejeugdhulp op vrijwillige basis en zo dichtbij mogelijk.

4.5 Hulp-op-maat 4 . 5 . 1 Hulp—op—maat

1.

jeugdwet

De gemeente kan in ieder geval de volgende hulp-op-nnaat aanbieden: a.

een plek in een pleeggezin, gezinshuis of verblijf in een instelling. Gezinshuis en pleegzorg heeft hierbij de voorkeur;

b.

specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling;

c.

begeleidende verzorging;

d.

Respijtzorg; gericht op het ontlasten van de (pleeg)ouder die zorg levert aan jongeren met een lichamelijke, zintuiglijke en/of verstandelijke beperking, en/of een psychiatrische of somatische aandoening. De dienstverlening die gevraagd is met betrekking tot respijt betreft dag-/naschoolse opvang en logeerzorg;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10969679/2