CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapportage Rekenkamer Jeugdhulp Altena

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Onderzoek Rekenkamer naar jeugdhulp in Altena29.149 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een moeder zei hierover: “We moesten voor de zoveelste keer papieren invullen, terwijl we al jaren in het systeem zitten.” Gezinnen hebben het gevoel dat consulenten werken vanuit een vast protocol, in plaats van samen met het gezin te kijken naar wat écht nodig is. Ook geven meerdere gezinnen aan niet het gevoel te krijgen serieus te worden genomen. Hierover zei een geïnterviewde het volgende: “Er wordt vanuit gegaan dat je als ouder ook wel een beperking hebt, als je kind dat heeft.” In het merendeel van de gesprekken, is terug te zien dat de kwaliteit van het contact met de gemeente afhangt van de individuele consulent. Daar waar sprake is van een vaste, betrokken professional met dossierkennis en ruimte voor maatwerk, zijn gezinnen positiever: “Onze consulent denkt echt met ons mee. Er is begrip voor onze situatie en er wordt gekeken naar wat werkt voor ons gezin.”

27

Cliëntervaringsonderzoeken De gemeente laat cliëntervaringsonderzoeken onder ouders uitvoeren. Onderstaand zijn de uitkomsten weergegeven. Aspect De jeugdconsulent is deskundig genoeg om ons gezin te helpen

2020 (n=?7) 73% (Helemaal) eens 15% Neutraal 12% (Helemaal) oneens

2022 (n=15) 100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

De jeugdconsulent behandelt mij / ons gezin met respect

100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens 88% (Helemaal) eens 8% Neutraal 4% (Helemaal) oneens

100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

Beslissingen over de hulp worden in overleg met mij / ons gezin genomen

100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

2024 (n=10) 80% (Helemaal) eens 20% Neutraal 0% (Helemaal) oneens 100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens 100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat ouders in grote meerderheid vinden dat de consulent deskundig genoeg is om het gezin te helpen. Ouders vinden dat zij altijd met respect worden behandeld en een grote meerderheid vindt dat beslissingen over de hulp in overleg met hen worden genomen. 3.6 Bevindingen voorkoming intensieve hulp 5. Wat had jongeren in meer intensieve hulptrajecten - terugkijkend - kunnen helpen om te voorkomen dat problemen erger werden? Bevindingen op hoofdlijnen: • Geïnterviewde gezinnen geven aan dat escalatie had kunnen worden voorkomen met een duidelijke plek voor hun hulpvraag, snellere plaatsing voor hulp en één vaste regievoerder. • In de praktijk blijkt dat benodigde hulp pas beschikbaar komt, als de situatie al ernstig is. • Gezinnen die aangeven dat zij de hulp op tijd kregen, waardoor problematiek niet verergerde, geven aan dat dit een positief verschil maakte in het verdere verloop. • Uit cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat ouders in grote meerderheid ervaren dat de jeugdconsulent zorgt voor goede samenwerking tussen zorgaanbieders en andere organisaties, met een verbetering in 2022 en 2024 ten opzichte van 2020. Onderbouwing Perspectief gezinnen Het grootste gedeelte van de geïnterviewde gezinnen geeft aan dat de route naar geïndiceerde jeugdhulp te langzaam en reactief verloopt. Zij zien een samenhang tussen te late inzet van 7

Populatie niet bekend bij gemeentelijke organisatie.

28

ondersteuning, een gebrek aan regie en het ontstaan of verergeren van zwaardere problematiek. Concrete plekken om je hulpvraag neer te leggen, korte lijnen en één vast contactpersoon worden door meerdere gezinnen genoemd als voorwaarden om escalatie te voorkomen. Uit de gesprekken blijkt dat een ruime meerderheid van de geïnterviewde gezinnen het gevoel heeft dat problemen in een eerder stadium voorkomen konden worden, als hulp sneller of anders was ingezet. Meerdere gezinnen gaven aan dat zij vroeg signalen opmerkten bij hun kind, contact opnamen met de gemeente, maar dat de route naar passende hulp traag verliep. Gezinnen gaven aan dat het ontbreken van concrete plekken waar zij naartoe kunnen met een hulpvraag, een traag proces en versnipperde begeleiding tijdens het traject ervoor zorgen dat problemen erger worden dan ze in eerste instantie zijn. Een moeder verwoordde het als volgt: “We hebben het jaren geprobeerd zelf op te lossen. Toen we hulp vroegen, duurde het acht maanden voor er iets gebeurde. Tegen die tijd was de situatie geëscaleerd.” Gezinnen gaven aan dat hun casus voor hun gevoel pas serieus werden genomen toen de situatie thuis of op school ernstig uit de hand begon te lopen. Hierdoor werd pas laat ingegrepen, wat de problematiek verergerde en het hulptraject complexer maakte.

Daarnaast wordt het gebrek aan continuïteit in de begeleiding genoemd als een belangrijke belemmering. Bijna alle geïnterviewde gezinnen gaven aan dat zij telkens opnieuw hun verhaal moesten doen vanwege wisselende consulenten of hulpverleners. Hierdoor verdwijnt het gevoel van grip en voortgang. Zoals een geïnterviewde zei: “Er zat geen lijn in. We kregen elke keer iemand anders. Je bouwt geen band op, je begint steeds opnieuw.” Het ontbreken van iemand die bij het gezin vanaf de start betrokken blijft, het gezin kent en de situatie overziet wordt door meerdere gezinnen aangemerkt als een tekortkoming vanuit de gemeente. In geïnterviewde gezinnen waar wél sprake was van één vast contactpersoon, werd dit als waardevol ervaren. Het gaf rust, vertrouwen en een duidelijk aanspreekpunt. “Iemand die je verhaal kent, die aan je gekoppeld is, dat is essentieel,” zei een geïnterviewde. Daar waar situaties tijdig zijn opgepakt heeft dat voorkomen dat problemen erger zijn geworden. Deze gezinnen hebben het over laagdrempelige signalering vanuit bijvoorbeeld school of het consultatiebureau en een snelle doorverwijzing naar passende hulp vanuit de gemeente. Cliëntervaringsonderzoeken De gemeente laat cliëntervaringsonderzoeken onder ouders uitvoeren. Onderstaand zijn de uitkomsten weergegeven. Aspect De jeugdconsulent zorgt dat de zorgaanbieders en andere organisaties goed samen werken

2020 (n=?8) 64% (Helemaal) eens 9% Neutraal 28% (Helemaal) oneens

2022 (n=15) 100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

2024 (n=10) 100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat ouders in grote meerderheid ervaren dat de jeugdconsulent zorgt dat zorgaanbieders en andere organisaties goed samenwerken.

8

Populatie niet bekend bij gemeentelijke organisatie.

29

3.7 Bevindingen effectiviteit van de hulp 6. Hoe effectief was de ontvangen hulp en/of ondersteuning? In welke mate heeft deze de leefomstandigheden van de jongeren en/of hun gezinnen verbeterd? Bevindingen op hoofdlijnen: • Gezinnen die op tijd hulp kregen, ervaren verbetering van rust, structuur en functioneren. • Daar waar hulp niet op tijd kwam, verergert volgens gezinnen onnodig de problematiek van de jeugdige. • In het merendeel van de gesprekken komt naar voren dat de effectiviteit van jeugdhulp vooral afhangt van tijdige inzet, inhoudelijke aansluiting op de gezinssituatie en continuïteit in begeleiding. • Uit cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat ouders in 2022 en 2024 ervaren dat door de geboden hulp het beter gaat met hun kind of gezin. Zij hebben meer vertrouwen in zichzelf, het gezin en de toekomst. Dit is een stijging ten opzichte van 2020. Onderbouwing Perspectief gezinnen De interviews met gezinnen laten een wisselend beeld zien van de effectiviteit van de ontvangen hulp. De helft van de geïnterviewde gezinnen geeft aan dat de ondersteuning duidelijke en merkbare verbeteringen heeft opgeleverd. In deze situaties was sprake van tijdige inzet, een goede klik met de begeleider en afstemming op de behoefte van het gezin. Zo zegt een moeder: “Door de hulp functioneert mijn gezin beter.

Er is meer rust en structuur.” Ook andere gezinnen noemen positieve uitkomsten, zoals dat hun kinderen weer naar school konden, minder stress ervoeren of gezinsrelaties verbeterden. Dit beeld is niet bij elke geïnterviewde terug te zien. In de andere helft gesprekken vertellen gezinnen dat de geboden hulp geen merkbaar effect heeft gehad op zowel de jongere als op henzelf. Hier is structureel terug te zien dat hulp laat op gang kwam, onvoldoende aansloot bij de problematiek van de jongere of dat de hulp steeds werd onderbroken door personeelswisselingen. “De hulp was er, maar het sloot totaal niet aan. Er werd niet geluisterd en uiteindelijk veranderde er niets,” zei een vader. Een andere geïnterviewde benoemde het stelliger: “Het was tien jaar lang een hel. Mijn kind is er alleen maar slechter aan toe.” Gezinnen geven aan dat als hulp niet effectief is, deze daardoor dus ook schadelijk kan zijn voor de jongere. Niet alleen omdat er geen zicht is op verbetering maar ook omdat het gezin vertrouwen in de gemeente verliest en frustratie toeneemt. In de meerderheid van de gesprekken komt naar voren dat gezinnen ervaren dat het effect van de hulp ten eerste verbonden is aan de tijdige inzet van hulp. Hoe eerder de hulp start, hoe groter de positieve invloed op jongeren en gezinnen.

Verder wordt benadrukt dat de hulp inhoudelijk moet aansluiten bij de situatie van het gezin en standaardoplossingen daarom niet voldoende zijn. Tot slot wordt benoemd dat het hebben van een vaste begeleider en langdurige betrokkenheid belangrijk zijn. In casussen waar deze voorwaarden terugkomen, is te zien dat gezinnen over overzicht, rust en het oplossen van de problematiek spreken. Een geïnterviewde gaf aan: “De hulp gaf ons rust. Daardoor konden we weer functioneren.” In gevallen waar deze voorwaarden niet terugkomen, zien gezinnen weinig tot geen resultaat. Dan heeft de ondersteuning niet geleid tot verbetering en was het enkel een ‘formaliteit’. Zoals een geïnterviewde het formuleerde: “De hulp betekende niets. Het hielp mijn kind totaal niet.” Gezinnen die tijdig en passend worden geholpen door een professional, zien verbeteringen in hun gezin. Maar als daar niet aan wordt voldaan, verbetert de hulp de situatie van het gezin niet.

30

Cliëntervaringsonderzoeken De gemeente laat cliëntervaringsonderzoeken onder ouders uitvoeren. Onderstaand zijn de uitkomsten weergegeven. Aspect Door de hulp gaat het beter met mijn kind / ons gezin

2020 (n=?9) 56% (Helemaal) eens 35% Neutraal 8% (Helemaal) oneens

2022 (n=15) 100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

Door de hulp heb ik meer vertrouwen in mijzelf / ons gezin

57% (Helemaal) eens 19% Neutraal 24% (Helemaal) oneens

100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

Door de hulp heb ik meer vertrouwen in de toekomst

41% (Helemaal) eens 36% Neutraal 23% (Helemaal) oneens

100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

2024 (n=10) 80% (Helemaal) eens 20% Neutraal 0% (Helemaal) oneens 80% (Helemaal) eens 20% Neutraal 0% (Helemaal) oneens 80% (Helemaal) eens 20% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat in 2020 iets meer dan de helft van de ouders vindt dat door de hulp het beter gaat, in 2022 is dat gestegen tot 100 procent, waarna het weer daalt tot 80 procent in 2024. Eenzelfde uitkomst geldt voor het ervaren vertrouwen dat ouders in zichzelf en het gezin hebben. Waarin in 2020 41 procent van de ouders ervaarde dat door de hulp ze meer vertrouwen in de toekomst hadden is dat in 2022 gestegen tot 100 procent en in 2024 is dat 80 procent. 3.8 Toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze of slechts bijna (0-20%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (20-50%) wordt voldaan aan de norm • Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. • Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.

9

Normen

Toetsing

•

Voldoet beperkt. Uit de gesprekken met geïnterviewde gezinnen blijkt dat minder dan de helft van de gezinnen zelf de ondersteuning weet te vinden. Zij vinden de juiste ondersteuning pas via derden zoals

Inwoners weten de ondersteuning te vinden.

Populatie niet bekend bij gemeentelijke organisatie.

31

•

Inwoners ervaren een duidelijke en makkelijk begrijpelijke mondelinge en schriftelijke communicatie door de gemeente.

•

Inwoners ervaren geen onnodige drempels.

•

Het aanspreekpunt voor ondersteuning bij de gemeente is bekend bij jongeren/gezinnen.

•

Jongeren/gezinnen weten waar zij informatie en advies kunnen vragen bij de gemeente.

•

Inwoners vinden dat de menselijke maat wordt toegepast bij de uitvoering van de jeugdhulp.

32

school, huisarts of internet. Uit de cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd in opdracht van de gemeente blijkt dat ongeveer 60 procent van de ouders wist waar zij terecht konden met hun hulpvraag. Voldoet beperkt. Uit de gesprekken met geïnterviewde gezinnen blijkt dat de communicatie onduidelijk is voor het grootste deel van de gezinnen. Brieven of procedures zijn ingewikkeld en zij hebben het gevoel dat zij alles zelf moeten uitzoeken. Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat 60 procent van de ouders het vragen om hulp makkelijk vond. Voldoet beperkt. Uit de gesprekken met geïnterviewde gezinnen blijkt dat gezinnen vertraagde hulp en onnodige procedures ervaren. Het systeem wordt als ontoegankelijk en stroperig ervaren. Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat in de periode 2020-2024 ouders aangeven dat de snelheid waarmee zij geholpen worden afneemt. In 2024 vond tweederde van de ouders de wachttijd te lang en veel te lang. Voldoet beperkt. Slechts een aantal van de geïnterviewde gezinnen in het rekenkameronderzoek weet wie hun contactpersoon is bij de gemeente of hebben steeds met nieuwe consulenten te maken. Bereikbaarheid is regelmatig een probleem. Uit de cliëntervaringsonderzoeken van de gemeente blijkt dat 60 procent van de ouders het vragen om hulp makkelijk vond. Voldoet beperkt.

De informatievoorziening vanuit de gemeente wordt door geïnterviewde gezinnen in het rekenkameronderzoek als gebrekkig ervaren. Veel geïnterviewde gezinnen vinden de weg naar hulp via andere kanalen dan de gemeente. Uit de cliëntervaringsonderzoeken van de gemeente blijkt dat in 2024 60 procent van de ouders wist waar ze terecht konden en 30 procent niet. Voldoet merendeels. Geïnterviewde gezinnen ervaren het voorliggend veld als menselijk en betrokken. Binnen de gemeentelijke toegang en geïndiceerde trajecten heerst het gevoel van afstand en onpersoonlijkheid. Uit het cliëntervaringsonderzoek blijkt dat ouders de jeugdconsulent in grote meerderheid als deskundig ervaren en dat beslissingen over hulp in goed overleg met hen worden genomen.

•

Jongeren/gezinnen ervaren dat de ondersteuning aansluit op hun situatie en behoefte.

•

De ondersteuning heeft als effect dat jongeren/gezinnen ondersteuning ervaren waardoor hun ‘problematiek’ dragelijker wordt of oplost.

•

De ontvangen hulp en/of ondersteuning heeft de problematiek behapbaarder gemaakt of doen oplossen.

•

De ontvangen hulp en/of hulp heeft de leefomstandigheden van jongeren/gezinnen verbeterd.

•

Jongeren/gezinnen ervaren dat de ondersteuning aansluit op hun situatie en behoefte.

33

Voldoet beperkt. De hulp sluit niet aan voor het merendeel van de geïnterviewde gezinnen in het rekenkameronderzoek. Zij ervaren geen maatwerkoplossingen maar standaardprocedures en dat de hulp pas wordt ingezet als de situatie al is geëscaleerd. Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat een grote meerderheid van ouders aangeeft dat zij de hulp hebben gekregen die zij nodig hadden. Voldoet merendeels. De helft van de geïnterviewde gezinnen geeft aan dat de hulp helpt. Vooral als deze tijdig en passend wordt ingezet, is sprake van verbetering. De andere helft geeft aan dat het geen merkbaar effect heeft gehad. De hulp kwam laat op gang, sloot onvoldoende aan bij de problematiek of het contact met de gemeente werd onderbroken door personeelswisselingen. Uit het cliëntervaringsonderzoek blijkt in de periode 20202024 een meerderheid van de ouders aangeeft dat door de hulp beter gaat met het kind of het gezin. Voldoet merendeels. Voor de helft van de geïnterviewde gezinnen gold dat in hun situatie sprake was van passende begeleiding waardoor effect zichtbaar was. Voor de ander helft bleef de situatie ongewijzigd of verslechterde deze zelfs door te late of gebrekkige hulp. Uit het cliëntervaringsonderzoek blijkt in de periode 2020-2024 een meerderheid van de ouders aangeeft dat door de hulp beter gaat met het kind of het gezin. Voldoet merendeels.

Geïnterviewde gezinnen benoemen dat daar waar goede begeleiding en maatwerk wordt geboden, de hulp positief effect heeft. Meer dan de helft van de geïnterviewde gezinnen geeft aan dit niet te hebben ervaren. Uit het cliëntervaringsonderzoek blijkt in de periode 20202024 een meerderheid van de ouders aangeeft dat door de hulp beter gaat met het kind of het gezin. Voldoet merendeels. Voor het grootste deel van de geïnterviewde gezinnen sloot de hulp niet volledig aan op hun situatie. Maatwerk ontbreekt volgens hen doordat gewerkt wordt vanuit protocollen of gebrek aan kennis. Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat het grootste deel (meer dan driekwart) van de ouders aangeeft dat zij de hulp krijgen die nodig is.

4 Bevindingen uitvoeringswereld 34

4.

Bevindingen uitvoeringswereld

4.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen vanuit het perspectief van uitvoerders die gezinnen helpen weergegeven. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De lezer met minder tijd kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 7. Inhoudelijke vormgeving van de uitvoering van de jeugdhulp: a. Hoe is de uitvoering van jeugdhulp ingericht, zowel lokaal als regionaal? b. Hoe geven partijen in de vrij toegankelijke jeugdhulp invulling aan hun signalerende en preventieve rol? c. Wat is volgens uitvoerders nodig om de preventieve gezondheid van kinderen en jongeren linie-breed te versterken en de groeiende vraag naar jeugdhulp effectief en efficiënt te reduceren? d. Hoe is de toegang tot jeugdhulp georganiseerd in Altena? Zijn de huidige toegangspoorten laagdrempelig en bereikbaar voor alle jongeren met een hulpvraag? e. Worden alle jongeren met een hulp- of ondersteuningsvraag bereikt? f. Sluit het jeugdhulpaanbod in de gemeente aan bij de (potentiële) hulp en ondersteuningsvraag? g. Zijn kwantitatieve cijfers van jeugdigen en hun hulp- en ondersteuningsvragen bekend? h.

Zijn cijfers over de (eventuele) wachtlijsten bekend? En hoe wordt hierop in de uitvoering geacteerd? i. Hoe wordt de uitvoering en het effect van jeugdhulp gemonitord, gerapporteerd en geëvalueerd? j. Hoe is de samenwerking van 0de, 1ste en 2de lijnshulp en ondersteuning in de jeugdhulp- en ondersteuning tussen de gemeente en partners op gemeentelijk en regionaal niveau georganiseerd? 4.2 Bevindingen inrichting uitvoering jeugdhulp a) Hoe is de uitvoering van jeugdhulp ingericht, zowel lokaal als regionaal? b) Hoe geven partijen in de vrij toegankelijke jeugdhulp invulling aan hun signalerende en preventieve rol? Bevindingen op hoofdlijnen: • De uitvoering van de jeugdhulp is georganiseerd in drie delen: de sociale basis, toegang (regievoering) en de niet vrij toegankelijke jeugdhulp. • De gemeentelijke toegang tot jeugdhulp in Altena is georganiseerd via drie teams: Team Toegang (triage), Team Voorveld (lichte ondersteuning) en Team Regie (complexe problematiek). • De sociale basis bestaat uit hulp uit de directe omgeving van gezinnen zonder professionele inzet (0e lijnshulp), vrij toegankelijke lichte hulp (1e lijnshulp) door samenwerkingspartners zoals GGD, bibliotheek en Buurtgezinnen en verwijzing door de huisarts of de jeugdarts naar niet vrij toegankelijke jeugdhulp (2e lijnshulp). De 1e lijnshulp is gericht op vroegsignalering en preventie.

35

•

•

• •

•

Regionale inkoop van jeugdhulp vindt plaats via de regio West-Brabant Oost (WBO). Daarnaast is sprake van bovenregionale inkoop en inkoop via het landelijk Transitiearrangement. De bekostiging van jeugdhulpvoorzieningen gebeurt via lumpsum-financiering (verblijfszorg en crisiszorg) en via prijs per traject/eenheid/contact voor ambulante jeugdhulp, pleegzorg en gezinshuiszorg. Contractmanagement wordt regionaal uitgevoerd door Team WBO-Jeugd en omvat onder andere monitoring, facturatie en kwaliteitsbewaking. Signalering: jongerenwerkers, Stichting MEE en Buurtgezinnen signaleren problemen via direct contact met jongeren en gezinnen, zoals straatwerk, huisbezoeken, spreekuren en samenwerking met scholen en andere partners. De bibliotheek signaleert incidenteel via programma’s zoals de VoorleesExpress in samenwerking met kinderopvangen, maar is terughoudend er wat mee te doen vanwege AVG-onzekerheden. Preventie: preventieve ondersteuning wordt geboden via laagdrempelige activiteiten, voorlichting, netwerkvorming en het koppelen van gezinnen aan vrijwillige steungezinnen. Deze inzet gebeurt zonder beschikking met als doel het versterken van het sociaal netwerk en het voorkomen van zwaardere hulp.

Onderbouwing Momenteel is de gemeentelijke toegang ingericht in drie teams: team Toegang, team Voorveld en team Regie. Team Toegang voert de eerste triage en verkenning van hulpvragen uit. Team Voorveld biedt vroegtijdige en kortdurende ondersteuning, signaleert problemen en schakelt indien nodig door naar Team Regie. Team Regie behandelt complexere casussen, coördineert het hulptraject en evalueert in het Cluster Monitoren jeugd de voortgang en kwaliteit van de zorg. De gemeente Altena wil in de toekomst toe naar een driedeling in de inrichting van het jeugdveld, zoals blijkt uit lokale en regionale beleidsplannen: 1. De sociale basis. Dit is het netwerk van jeugdigen en bestaat uit ouders, vrienden, familie, buren, sportcoaches, leerkrachten, jongerenwerkers en informele steunfiguren, die bijdragen aan het voorkomen van problemen. Onder de sociale basis vallen ook voorzieningen als de huisarts, het consultatiebureau, school en bibliotheek, aangevuld met lichte (collectieve) hulp zoals jongerenwerk en maatschappelijk werk. 2. Het Stevig Lokale Team. Het SLT richt zich op de toegang tot hulp en moet per 1 januari 2027 functioneren als centraal aanspreekpunt voor gezinnen. In 2025 is met een SLT-pilot van start gegaan, waarvan de resultaten aan het eind van 2026 worden geëvalueerd. 3. Niet vrij toegankelijk aanbod (vrijwillig en gedwongen).

Dit is jeugdhulp die alleen via verwijzing of beschikking toegankelijk is, zoals verblijfszorg, gezinshuiszorg, dagbehandeling, begeleiding en logeeropvang. In de onderzoeksvragen van de rekenkamer zijn andere termen gehanteerd, o.a. waar het gaat om het voorliggend veld, de toegang, de 0e en 1e lijnshulp. In onderstaande tabel is aangegeven wat de rekenkamer onder deze termen verstaat en hoe die zich verhouden tot de bovengenoemde indeling die de gemeente Altena hanteert.

36

Begrippen

Betekenis

Voorliggend veld

Alle hulp geboden door organisaties waarvoor geen beschikking van de gemeente of een wettelijke verwijzer voor nodig is. Informele, algemeen toegankelijke ondersteuning vanuit de eigen omgeving of samenleving, zonder professionele inzet. In tegenstelling tot preventief aanbod is 0e lijnshulp niet georganiseerd door professionals maar ontstaat deze via bijvoorbeeld familie, buren of vrijwilligers. Professionele, laagdrempelige hulp die rechtstreeks toegankelijk is voor burgers, zonder tussenkomst van een verwijzer. In tegenstelling tot 0e lijnshulp wordt 1e lijnshulp verleend door geschoolde hulpverleners, zoals huisartsen, maatschappelijk werkers of psychologen in de basiszorg. Jeugdhulp die slechts ingezet kan worden nadat sprake is van een beschikking van de gemeente of een verwijzing van een wettelijke verwijzer (huisarts, jeugdarts, rechter etc.). Het betreft zowel hulp in het vrijwillig kader als hulp in het gedwongen kader (rechterlijke uitspraak). De toegang tot de jeugdhulp door de wettelijke verwijzers: de gemeente, de huisarts, de jeugdarts, de rechter en gecertificeerde jeugdinstellingen.

0e lijnshulp

1e lijnshulp

Geïndiceerde en specialistische jeugdhulp of 2e lijnshulp

Toegang

Verhouding tot indeling gemeente Altena Sociale basis.

Sociale basis.

Sociale basis

Niet-vrij toegankelijk aanbod.

Momenteel zijn dit team Toegang, Voorveld en Regie. Voor de toekomst is dit het Stevig Lokale Team (exclusief de nietgemeentelijke wettelijke verwijzers zoals de huisarts)

Het Stevig Lokaal Team (SLT) is nog in ontwikkeling zo blijkt uit de gesprekken met uitvoerders en beleidsmakers. In 2025 is gestart met twee pilots. De huidige toegang van de gemeente Altena bestaat uit drie teams binnen het jeugddomein: • Team Toegang: voert triage uit en doet de eerste verkenning. • Team Voorveld: bestaat uit verbindingsfunctionarissen, jeugdconsulenten kortdurende ondersteuning, jongerenwerkers en buurtsportcoaches. Zij signaleren problemen en bieden vroegtijdige hulp. Binnen team Voorveld proberen onder andere verbindingsfunctionarissen hulpvragen in een vroeg stadium te signaleren en inventariseren. Indien nodig wordt de casus opgeschaald naar team Regie. • Team Regie: wordt ingeschakeld bij complexere problematiek. De regisseur verzamelt informatie, neemt contact op met ouders en besluit binnen acht weken (indien mogelijk) over de benodigde hulp. Na een beschikking blijft de regisseur betrokken en coördineert het proces,

37

inclusief eventuele af- of opschaling van hulp. Het Cluster Monitoren jeugd is onderdeel van team Regie en evalueert of zorg moet worden voortgezet of opgeschaald. Het cluster Monitoren jeugd kende eerder personele uitdagingen zoals ziekteverzuim en verloop, maar heeft de afgelopen zes maanden een stabieler team opgebouwd. Er wordt gewerkt aan een uniforme werkwijze om de interne kwaliteit verder te verbeteren. Hieronder in figuur 1 wordt de inrichting van jeugdhulp in de gemeente Altena visueel weergeven, met daaronder een leeswijzer, aan de hand van de gevoerde gesprekken met gezinnen, uitvoerders en beleidsmakers. Hierna wordt in tabel 1 een beschrijving gegeven van de inrichting van uitvoering jeugdhulp zowel lokaal als regionaal gemeente Altena aan de hand van ontvangen documenten.

38

Figuur 1

1. Hulpvraag gezin

2. De sociale basis (voorliggend veld, 0e en 1e lijnshulp) Alle hulp waarvoor geen beschikking nodig is. Als gezinnen bij de huisarts of jeugdarts terecht komen, kan verwijzing plaatsvinden naar niet vrij toegankelijk aanbod.

3. Team Toegang Triage

Directe doorverwijzing van bevoegde verwijzers (o.a. huisarts, gecertificeerde instellingen, jeugdartsen)

4. Team Voorveld (incl. 1e lijnshulp) Lichte problematiek

39

Inhoudsopgave

6. Niet vrij toegankelijk aanbod (Geïndiceerde en specialistische hulp / 2e lijnshulp) Alle hulp waar een beschikking voor nodig is.

Vanaf 2027 wordt dit het Stevig Lokaal Team

5. Team Regie (incl. cluster Monitoren Jeugd) Complexe problematiek

Leeswijzer figuur 1. 1. Gesproken gezinnen hebben meestal het eerste contact met partners in de sociale basis (voorliggend veld) of nemen zelf contact op met de gemeente, aan de hand van eigen kennis of een tip van hun omgeving. Gezinnen hebben bij de gemeente dan altijd eerst contact met team Toegang. Deze kan gezinnen doorverwijzen naar de sociale basis. Dit verloopt meestal soepel. Gezinnen komen vaak direct bij de juiste partner terecht of worden snel doorverwezen. De communicatie vanuit de sociale basis richting gezinnen is over het algemeen duidelijk. Verbeterpunten liggen bij de overdracht van informatie van het voorliggend veld naar de gemeente. Gezinnen ervaren dat casussen blijven liggen, ze moeten hun verhaal vaak herhalen en communicatie verloopt traag. 2. De sociale basis biedt directe ondersteuning voor minder complexe hulpvragen, zonder beschikking. Voorbeelden zijn jongerenwerk en Buurtgezinnen. Als geïndiceerde of specialistische hulp nodig is, kunnen directe verwijzers in de sociale basis zoals huisartsen en jeugdartsen een beschikking afgeven, of kunnen gezinnen doorverwezen worden naar team Toegang van de gemeente. De toegang is breed en vrij toegankelijk, met afstemming tussen uitvoerders. Gezinnen ervaren dat hun hulpvraag snel wordt opgepakt in de sociale basis.

Verbeterpunten zijn de terugkoppeling bij opschaling en de betrokkenheid van de sociale basis bij zwaardere zorg. De samenwerking met team Regie kan beter. Medewerkers van de gemeente verwachten dat via het Stevig Lokale Team korte lijntjes ontstaan, zodat trajecten efficiënt worden afgestemd en waar mogelijk kunnen worden afgeschaald. 3. Team Toegang is het eerste contactpunt bij de gemeente voor gezinnen. Hier vindt triage plaats waarbij onder andere de verbindingsfunctionaris en partners zoals scholen betrokken zijn. Gezinnen kunnen zich zelfstandig aanmelden of worden ondersteund door school of andere betrokkenen. Gezinnen ervaren vanuit de gemeente trage en onduidelijke communicatie, wisselende medewerkers en lange wachttijden voor terugkoppeling. Intern bij de gemeente wordt de bereikbaarheid van triage als goed ervaren. Terugbelverzoeken worden doorgaans binnen twee dagen afgehandeld. De overdracht van casussen naar Team Regie verloopt niet altijd soepel, waardoor het oppakken van de hulpvraag vertraagt. De samenwerking met team Voorveld verloopt over het algemeen goed, zodat gezinnen snel geholpen worden. 4. Team Voorveld biedt kortdurende ondersteuning en bestaat onder andere uit verbindingsfunctionarissen, jeugdconsultenten, jongerenwerkers en buurtsportcoaches.

De overdracht vanuit Team Toegang naar Voorveld verloopt meestal goed, waardoor gezinnen snel hulp krijgen. Soms is er vertraging bij terugkoppeling of onduidelijkheid over de aard van de hulp. Team Voorveld biedt zelf hulp of verwijst door naar partners in de sociale basis die lichte ondersteuning bieden. De communicatie richting gezinnen vanuit partners in de sociale basis wordt door het merendeel van gesproken gezinnen als duidelijk ervaren en wachtlijsten zijn nauwelijks aanwezig. Verbeterpunten liggen bij inzicht in het effect van de hulpverlening van partners en de afschaling van hulp uit het niet vrij toegankelijk aanbod naar de sociale basis. De samenwerking met team Regie wordt verbeterd via geplande verbindingssessies. 5. Team Regie neemt casussen over die niet in de sociale basis kunnen worden opgelost. De regisseur verzamelt aanvullende informatie bij ouders, scholen en andere betrokkenen, en besluit binnen acht weken over vervolg, af- of opschaling. Gezinnen ervaren echter dat het proces traag kan zijn, door lange wachttijden voor afgeven van beschikkingen, personeelswisselingen en beperkte communicatie. Regie blijft betrokken gedurende het traject en zorgt voor afstemming met het voorliggend veld (sociale basis) en gespecialiseerde zorg. Het aanbod in de sociale basis sluit nog niet altijd voldoende aan, waardoor sneller wordt opgeschaald naar ambulante hulp.

Samenwerking met het niet-vrij toegankelijk aanbod is essentieel om passende zorg te organiseren. Het cluster Monitoren jeugd, wat

40

onderdeel is van team Regie, bepaalt of ouders (weer) zelf regie kunnen voeren. Dit cluster signaleert niet maar beoordeelt of zorg moet worden voortgezet, opgeschaald of afgebouwd. Het cluster heeft de afgelopen periode personele uitdagingen gehad maar is stabieler geworden en werkt aan uniforme werkwijzen. Samenwerking binnen team Regie is nodig voor een soepele overdracht en borging van de continuïteit van zorg. 6. Als een beschikking is afgegeven, wordt hulp van het niet vrij toegankelijk aanbod ingezet voor zwaardere hulpvragen, zoals gezinshuiszorg, logeeropvang en jeugd-GGZ. Gesproken gezinnen ervaren dat hiervoor vaak lange wachttijden zijn, wat toegang tot passende zorg vertraagt. Het proces van afschalen van de hulp naar partners in de sociale basis vindt weinig plaats. Warme overdrachten zijn er nauwelijks en partners kennen elkaar onvoldoende.

41

Tabel 1. Inrichting van uitvoering jeugdhulp zowel lokaal als regionaal gemeente Altena Onderdeel

Informatie

Beschrijving toegang tot jeugdhulp

Huidige situatie In de WBO Regiovisie (2022) en het WBO Strategieplan (2023) wordt benoemd dat voor de toegang tot jeugdhulp het volgende uitgangspunt geldt: lokaal waar mogelijk, regionaal waar nodig. Hierin worden naast de gemeente ook de andere wettelijke verwijzers genoemd zoals huisartsen, gecertificeerde instellingen en jeugdartsen. Gemeentelijke toegang Uit gesprekken blijkt dat de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp momenteel is onderverdeeld in drie teams. Het eerste contact van gezinnen met de gemeente verloopt via team Toegang, dat triage en een eerste verkenning uitvoert. Afhankelijk van de hulpvraag wordt de casus doorgestuurd naar team Voorveld (voor lichte ondersteuning door onder andere verbindingsfunctionarissen, jeugdconsulenten, jongerenwerkers en buurtsportcoaches) of naar team Regie bij complexe problematiek. Hiernaast kunnen gezinnen ook toegang verkrijgen tot jeugdhulp via de sociale basis. Dit bestaat uit onder andere uit de sociale omgeving van gezinnen zelf en partners van de gemeente zoals Playing for Succes of Buurtgezinnen. Zij kunnen gezinnen direct hulp bieden en verwijzen door naar de gemeente of naar wettelijke verwijzers die naar hulp uit het niet vrij toegankelijk aanbod kunnen verwijzen waarvoor een beschikking nodig is.

Andere wettelijke verwijzers Daarnaast zijn er andere wettelijke verwijzers zoals huisartsen, gecertificeerde instellingen en jeugdartsen. Zij kunnen gezinnen direct doorverwijzen naar jeugdhulp uit het niet vrij toegankelijk aanbod.

Organisatie sociale basis

42

Inhoudsopgave

Ontwikkelingen Vanaf 1 januari 2025 zijn de Proofs of Concepts van start gegaan, waarin de gemeente in twee pilots ervaring opdoet met de Stevige Lokale Teams (SLT’s). Deze teams zijn verantwoordelijk voor triage, toegang, toeleiding, regievoering en hulverlening. Het SLT heeft een signalerende en coördinerende rol en werkt nauw samen met de sociale basis, scholen, huisartsen en partners in het voorliggend veld. Het doel van de recent (maart 2025) vastgestelde regionale inkoopstrategie is om per 1 januari 2027 te komen tot een samenhangend en vereenvoudigd jeugdhulplandschap binnen Regio WBO-jeugd, waarbij voor iedereen duidelijk is wat zijn rol, taken en verantwoordelijkheden zijn. Om de jeugdhulp effectiever en doelmatiger te organiseren, transformeert de gemeente de toegang naar SLT’s. Huidige situatie De sociale basis in Altena bestaat uit organisaties en partners die zonder beschikking ondersteuning bieden aan gezinnen. Het gaat hierbij onder meer om: • 0e lijnshulp: hulp vanuit de sociale omgeving van gezinnen zonder professionele inzet.

•

Niet vrij toegankelijk aanbod / geïndiceerde en gespecialiseerde jeugdhulp / 2e lijnshulp

Regionale samenwerking op inkoop

1e lijnshulp: scholen, kinderopvangorganisaties, jeugdconsultenten kortdurende ondersteuning, jeugdgezondheidszorg (GGD), Buurtgezinnen, welzijnsorganisaties, sportverenigingen en bibliotheek. Zij spelen een rol in preventie, vroegsignalering en lichte vormen van ondersteuning.

Ontwikkelingen Het Stevig Lokaal Team (SLT) wordt vanaf 1 januari 2027 verantwoordelijk voor de triage, toeleiding en regie. Het team moet daarbij nauw samenwerken met partners uit de sociale basis. Zo ontstaat een meer geïntegreerd jeugdhulplandschap waarin de sociale basis een structurele rol speelt in de toegang en samenwerking rondom gezinnen. Huidige situatie Het gaat om verschillende vormen van jeugdhulp waar een verwijzing of beschikking nodig is van een wettelijk verwijzer. Het betreft ambulante hulp, pleegzorg en gezinshuiszorg en verblijfs- en crisiszorg. Daarnaast gaat het om Jeugdbescherming, jeugdreclassering, JeugdzorgPlus en specialistische zorg die landelijk wordt ingekocht via het Landelijk Transitiearrangement. Ontwikkelingen Een nieuwe regionale inkoopstrategie is in maart 2025 vastgesteld. Deze dient operationeel te zijn per 2027. Huidige situatie Regionale inkoop Sinds 2015 werken de vijf gemeenten in Regio WBO (Altena, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout) samen bij de inkoop van jeugdhulp waarvoor een beschikking nodig is. De gezamenlijke inkoop richt zich op gespecialiseerde jeugdhulp, waaronder ambulante hulp, pleegzorg en gezinshuiszorg en verblijfsen crisiszorg.

In de WBO Regiovisie (2022) is terug te lezen dat in de huidige periode de nadruk ligt op het versterken van de samenwerking met aanbieders door middel van een nieuwe inkoopstrategie en strategische, langdurige samenwerking. Deze werkwijze moet zorgen voor meer stabiliteit en continuïteit in de jeugdhulp, waarbij het bedrijfsrisico wordt gespreid over meerdere partijen en er ruimte blijft voor kleinere aanbieders om deel te nemen Een actueel overzicht van alle gecontracteerde jeugdhulpaanbieders is te vinden via: www.regiowbo.nl/jeughulpaanbieders-overzicht. Bovenregionale en landelijke inkoop Jeugdbescherming, jeugdreclassering, JeugdzorgPlus en specialistische zorg worden bovenregionaal (West-Brabant West en Zeeland) en landelijk ingekocht via het Landelijk Transitiearrangement. Ontwikkelingen In de WBO Inkoopstrategie (2025) wordt deze samenwerking vanaf 1 januari 2027 verder aangescherpt en onderverdeeld in vijf taakgebieden:

43

• • • • •

Het Stevig Lokaal Team (SLT) Specialistische en locatie gebonden jeugdhulp Zorg in het onderwijs Behandeling met verblijf en crisiszorg Wonen met begeleiding

Tegelijkertijd is vastgelegd welke vormen van zorg geen onderdeel zijn van de inkoopstrategie: de zorg voor jeugdigen met dyslexie (separaat in te kopen per 1 januari 2027), LTA-zorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering (gecertificeerde instellingen), specifieke kindergeneeskunde door kinderartsen en JeugdzorgPlus. Voor dit laatste geldt dat het product bovenregionaal wordt ingekocht, maar dat de afhankelijkheid en de opdracht rond de om- en afbouw van gesloten jeugdhulp wel zijn meegenomen in de strategie.

Inkoop- en contractmanagement

Naast de regionale samenwerking wordt ook de bestaande bovenregionale samenwerking met West-Brabant West en Zeeland versterkt. Dit is nodig om hoog specialistische hulp en schaarse expertise beschikbaar en continu te houden en om de transformatie van de gesloten jeugdhulp gezamenlijk vorm te geven. Huidige situatie In het WBO Strategieplan (2023) staat beschreven dat de huidige inkoop zich richt op vier categorieën jeugdhulp: (1) vrij toegankelijke jeugdhulp in het SLT, (2) ambulante jeugdhulp, (3) pleegzorg en gezinshuiszorg en (4) verblijfzorg en crisiszorg. Jeugdbescherming, jeugdreclassering, JeugdzorgPlus en landelijk ingekochte specialistische zorg vallen buiten de opdracht. Belangrijke randvoorwaarden hiervoor zijn: risicospreiding over meerdere partijen, oog voor de positie van kleine aanbieders en het opdoen van ervaring om het SLT vanaf 2030 verder te ontwikkelen. Het SLT probeert zoveel mogelijk ambulante hulp te bieden of door te verwijzen. De inzet van het SLT moet de geïndiceerde hulp zo veel mogelijk vervangen. Binnen contracten is ruimte om de producten- en dienstencatalogus aan te passen, ontwikkelagenda’s af te dwingen en de specialistische hulp geleidelijk af te bouwen.

Ontwikkelingen In de WBO Inkoopstrategie (2025) staat beschreven dat contractmanagement per januari 2027 wordt ingericht via vijf taakgebieden: SLT, specialistische hulp, verblijf en crisiszorg, zorg in onderwijs en wonen met begeleiding. Binnen deze taakgebieden wordt gekozen voor minder maar stabielere partners. Contracten zijn meerjarig en gekoppeld aan ontwikkelagenda’s, zodat aanbieders en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor kwaliteit, doelmatigheid en innovatie. Bestuurlijke borging via een gemeenschappelijke regeling versterkt consistentie, transparantie en gezamenlijke sturing. Alle taakgebieden, waaronder de SLT’s, worden aanbesteed, waarin geselecteerde partijen deelnemen aan een dialoogfase voordat de opdracht wordt gegund op basis van EMVI. Alleen partijen uit de dialoogfase komen in

44

aanmerking voor gunning. De SLT’s worden verdeeld over drie geografische percelen: 1. Altena, Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout 2. Breda Noordwest en Noordoost 3. Breda Zuidwest en Zuidoost

Wijze van bekostiging

Budgetplafonds

Per perceel wordt één contractpartner aangesteld. Huidige situatie In het WBO Strategieplan (2023) is beschreven dat is gekozen voor lumpsumfinanciering, waarbij per productcategorie de meest passende bekostigingsvorm wordt toegepast. Voor (1) vrij toegankelijke jeugdhulp in het SLT en (4) verblijfszorg en crisiszorg is dit lumpsum. Voor (2) ambulante jeugdhulp en (3) pleegzorg en gezinshuiszorg is dit P x Q (kosten per traject/tijdseenheid/contact). Ontwikkelingen In de WBO Inkoopstrategie (2025) is beschreven dat de (SLT’s) taakgericht worden uitgevoerd. Regio WBO-Jeugd geeft per contractpartner de taak om de SLTprocessen uit te voeren voor de jeugdigen in het betreffende gebied. De bekostiging vindt plaats via lumpsumfinanciering, waarmee een integrale aanpak en flexibiliteit voor de contractpartners mogelijk wordt gemaakt. Dit stimuleert transformatie en vraagt om een effectieve en efficiënte werkwijze. De taakgerichte uitvoeringsvariant moet leiden tot continue resultaten en kwaliteitsverbetering. Voor andere taakgebieden, zoals dagbesteding en dagbehandeling, geldt ook lumpsumfinanciering. Alleen bij specialistische ambulante behandeling en wonen met begeleiding wordt een inspanningsgerichte bekostiging toegepast. Daarbij wordt voor een vaste prijs een bepaalde inspanning geleverd, en vindt betaling plaats op basis van het aantal uitgevoerde inspanningen.

Huidige situatie In het WBO Strategieplan (2023) staat beschreven dat voor de taakgericht bekostigde jeugdhulpaanbieders (lumpsumfinanciering) per aanbieder een jaarlijks afgesproken budget geldt. Voor de andere productcategorieën met een P x Q-financiering geldt dat niet. Daar zijn wel gemeentelijke budgetten voor vastgesteld per aanbieder waarbij wordt gewerkt met een vaste prijs. Ontwikkelingen In de WBO Inkoopstrategie (2025) staat beschreven dat de specialistische ambulante behandeling inspanningsgericht wordt uitgevoerd. Voor een vaste prijs wordt een bepaalde inspanning geleverd. De financiële vergoeding wordt berekend door het aantal keren dat de inspanning is geleverd te vermenigvuldigen met de vastgestelde prijs.

De signalerende en preventieve rol van de vrij toegankelijke jeugdhulp Binnen de sociale basis in Altena zijn verschillende voorbeelden van hoe partners hun signalerende en preventieve functie vervullen. Binnen de gemeente zijn een aantal voorbeelden van grotere rollen/ketenpartners zoals de JGZ (GGD), Buurtgezinnen, Bibliotheek, Kinderopvangorganisaties, LimonadeBrigade Altena, Team Voorveld (jongerenwerk, verbindingsfunctionaris, jeugdconsulent kortdurende ondersteuning, VSV-participatiecoach, Buurtsportcoaches). Voor dit onderzoek is met

45

meerdere van hen gesproken. Het jongerenwerk van de gemeente Altena signaleert door aanwezigheid in de leefomgeving van jongeren, onder andere via straatwerk, individuele contacten en deelname aan overleggen met scholen, politie en andere partners. Preventie wordt vormgegeven door het organiseren van laagdrempelige activiteiten, voorlichting, netwerkvorming en het bieden van lichte ondersteuning waarvoor geen beschikking nodig is. Stichting MEE signaleert op basis van directe betrokkenheid bij gezinnen, onder meer via spreekuren en contacten met scholen en kinderopvangen. Signalen worden verzameld via vragenlijsten en cliëntonderzoeken en periodiek gedeeld met de gemeente. Preventief biedt MEE laagdrempelige ondersteuning. Buurtgezinnen signaleert tijdens huisbezoeken en gesprekken met gezinnen. Aan de hand van deze signalen wordt preventieve ondersteuning geboden door vraaggezinnen te koppelen aan vrijwillige steungezinnen. De ondersteuning is gericht op het voorkomen van overbelasting en het versterken van de eigen regie van gezinnen. De bibliotheek CultuurPuntAltena heeft geen structurele signalerende taak maar signaleert incidenteel via programma’s zoals de VoorleesExpress. Vanwege privacywetgeving wordt terughoudend omgegaan met signalering.

Preventief draagt de bibliotheek bij door activiteiten gericht op het verminderen van laaggeletterdheid, het geven van voorlichting en samenwerking met partners. Het bereik is beperkt tot gezinnen die zelf actief ondersteuning zoeken. 4.3 Bevindingen nodig in preventie om groeiende vraag jeugdhulp te reduceren c) Wat is volgens uitvoerders nodig om de preventieve gezondheid van kinderen en jongeren liniebreed te versterken en de groeiende vraag naar jeugdhulp effectief en efficiënt te reduceren? Bevindingen op hoofdlijnen: • Toegankelijkheid en samenwerking: uitvoerders benadrukken het belang van laagdrempelige toegang, betere samenwerking tussen organisaties en versterking van de sociale basis om preventie te verbeteren en de vraag naar jeugdhulp te verminderen. Daarbij wordt ook gewezen op het belang van structurele samenwerking tussen kind, school en thuis en het herstel van laagdrempelige maatschappelijke hulpstructuren die grotendeels zijn weggevallen. • Belemmeringen in praktijk: er zijn knelpunten volgens uitvoerders zoals laaggeletterdheid, beperkte bekendheid van hulpaanbod, versnipperde monitoring, lange wachttijden en gebrek aan uniforme samenwerking en procesinrichting op lokaal niveau. Daarnaast ontbreekt centrale regie op opvoedondersteuning en is er geen passend aanbod voor gezinnen die zelf ondersteuning zoeken bij opvoedvragen of stress.

• Verbeterwensen vanuit uitvoerders: uitvoerders pleiten voor toegankelijke communicatie (zoals apps en filmpjes), proactieve benadering van gezinnen, meer zichtbaarheid en gelijkwaardige samenwerking met de gemeente en betere afstemming tussen organisaties. Ook is er behoefte aan duidelijke aansturing vanuit de gemeente, versterking van de rol van scholen en verbindingsfunctionarissen in signalering en het ontwikkelen van ondersteuningsaanbod voor gezinnen. Onderbouwing Uitvoerders geven aan dat het versterken van de preventieve gezondheid en het verminderen van de vraag naar jeugdhulp, vraagt om een combinatie van laagdrempelige toegang, betere samenwerking, vroegsignalering, normalisering en versterking van de sociale basis. Vanuit de Bibliotheek CultuurPuntAltena wordt benadrukt dat laaggeletterdheid een belangrijke belemmering vormt voor toegang tot hulp. Preventieve inzet via voorlichting en activiteiten is

46

waardevol, maar bereikt vooral gezinnen die al actief op zoek zijn. Er is behoefte aan toegankelijke communicatie. Zij geven aan dat het gebruik van filmpjes of toegankelijke apps een mogelijke oplossing kan zijn, zoals de Leessimpel-app. Volgens Playing for Succes is het versterken van preventieve gezondheid en het verminderen van de jeugdhulpvraag alleen mogelijk met meer samenhang tussen kind, school en thuis. Volgens hen is de maatschappelijke hulpstructuur grotendeels weggevallen, waardoor vroegtijdige ondersteuning ontbreekt. Zij ervaren geen centrale regie op opvoedondersteuning en de samenwerking met de gemeente is vrijblijvend. Gezinnen geven aan behoefte te hebben aan ondersteuning voor zichzelf maar daar is geen passend aanbod voor. Scholen spelen een belangrijke rol in signalering maar hun betrokkenheid is wisselend. Kinderen met complexe achtergronden komen vaker in beeld, terwijl gezinnen met schaamte of beperkte taalvaardigheid juist uit beeld blijven. De toeleiding naar hulp verloopt traag door lange wachtlijsten. Playing for Succes pleit voor meer centrale regie op opvoedondersteuning, betere afstemming onderling tussen gemeente & partners, en versterking van het voorliggend veld.

Nu Niet Zwanger (een programma van de GGD) wijst op het belang van bewustwording rond kinderwens en anticonceptie, ook binnen religieuze contexten, omdat religieuze overtuigingen drempels vormen bij bespreking van anticonceptie. De GGD geeft aan dat voorlichtingen beter moeten aansluiten bij lokale context en gevoeligheden. Buurtgezinnen ziet dat gezinnen vaak moeite hebben met vertrouwen en onbekend zijn met het hulpaanbod. Door het koppelen van vraaggezinnen aan steungezinnen wordt overbelasting van gezinnen voorkomen en kan zwaardere hulp worden vermeden. Voor professionals van andere organisaties is het soms lastig om te beoordelen of een gezin bij Buurtgezinnen past. Buurtgezinnen merkt dat het beeld dat professionals hebben van de dienstverlening van Buurtgezinnen niet altijd klopt, waardoor zij soms niet ingeschakeld worden waar het wel passend zou kunnen zijn. Buurtgezinnen pleit daarom voor betere bekendheid van hun werkwijze bij professionals en meer samenwerking, omdat goede communicatie met andere organisaties vaak mist en het vaak onduidelijk is wie wat doet en wanneer. Stichting MEE signaleert dat gezinnen vaak laat hulp zoeken en dat er meer proactieve benadering nodig is. Ook vinden zij het belangrijk dat organisaties zich meer zichtbaar maken bij partners.

Zij geven aan dat “als je eenmaal elkaars mobiele nummer hebt”, dat er dan een kort lijntje is, maar dat het lang duurt voordat een cliënt dit heeft. Verder geven zij aan dat hun cliënten enorme wachttijden en veel wisseling bij de gemeente ervaren. Stichting MEE wil met de gemeente gelijkwaardig opereren en meer samenwerken. Ook geven zij aan dat hulp verspreid is over de gemeente, waardoor gezinnen soms van kern tot kern moeten reizen om hulp te krijgen. Dit kan voor gezinnen een drempel zijn om een hulptraject in te gaan. SCIO biedt ondersteuning aan de hand van een beschikking. Zij benoemt dat zij eerder gezinnen zouden kunnen helpen, omdat gezinnen pas komen na een wachtlijst bij het wijkteam en SCIO heeft ook een wachtlijst bij de GGZ. Verder geven zij aan dat zij een gebrek zien aan uniforme samenwerking. Verder zou het volgens hen beter zijn als iemand een oogje in het zeil houdt (zoals bijvoorbeeld iemand van het wijkteam) maar dit gebeurt niet. SCIO geeft aan niet zonder de gemeente te willen werken, maar zij ervaren wantrouwen vanuit de gemeente als het om geld gaat. Zij geven aan dat alles wat zijzelf

47

opzetten zonder betrokkenheid van de gemeente succesvol verloopt, en alles wat zij opzetten met de gemeente stroef gaat of gewoon niet lukt. De consulenten geven aan dat de toegang tot hulp verschilt per kern, dat samenwerking tussen organisaties op gemeentelijk niveau beperkt is en dat er geen uniforme samenwerking of procesinrichting op lokaal niveau is. Ook geven zij aan dat het preventieve aanbod en het aanbod in het voorliggend veld nog te beperkt is. Verder geven de consulenten aan dat de wachttijden bij de gemeente en bij de verschillende gecertificeerde instellingen een groot knelpunt zijn. De consulenten geven aan dat de monitoring nu versnipperd is en daarom zouden zij dit graag sociaal domein breed uniform en integraal willen aanpakken. Zij vertellen dat er veel data voorhanden zijn, maar met weinig duiding. Veel data zijn aanwezig over kosten en gebruik, maar niet of weinig data zijn aanwezig op de effecten van de jeugdhulp, transformatie jeugdhulp en ervaringen van gezinnen. Volgens de consulenten biedt het nieuwe beleid ruimte om te normaliseren, meer gebruikmaken van de sociale basis, dus het netwerk van buren, verenigingen, groepen en gezinnen, aangevuld en ondersteund door gemeente, organisaties en voorzieningen, zodat de gemeente eerder in beeld is bij problemen en meer maatwerk kan leveren en zo meer aan de voorkant te komen.

4.4 Bevindingen toegang en bereik d) Hoe is de toegang tot jeugdhulp georganiseerd in Altena? Zijn de huidige toegangspoorten laagdrempelig en bereikbaar voor alle jongeren met een hulpvraag? e) Worden alle jongeren met een hulp- of ondersteuningsvraag bereikt? Bevindingen op hoofdlijnen: • De toegang tot jeugdhulp verloopt via verschillende routes, zoals gemeente, scholen en partners, maar kent geen uniforme ingang. De gemeente werkt aan verbetering door de toegang vanaf 2027 te centraliseren binnen het Stevig Lokaal Team (SLT). • Informatie over jeugdhulp is versnipperd en gezinnen weten vaak niet waar zij terechtkunnen. De bereikbaarheid verschilt per organisatie en wordt belemmerd door onduidelijke communicatie en wisselende contactpersonen. • Jongeren en gezinnen komen vaak pas in beeld bij ernstige problematiek. Vooral laaggeletterde, religieus gebonden en nieuwkomersgezinnen worden moeilijk bereikt. • Gezinnen moeten vaak zelf initiatief nemen om hulp te krijgen. Een actieve benadering vanuit gemeente en hulpverlening ontbreekt regelmatig, wat leidt tot verschillen in toegang en ondersteuning. Onderbouwing Toegang tot jeugdhulp De toegang tot jeugdhulp in Altena verloopt via meerdere routes. Binnen de gemeentelijke toegang vormt het eerste contactpunt het team Toegang, dat triage en een eerste verkenning uitvoert.

Afhankelijk van de aard en complexiteit van de hulpvraag wordt de casus overgedragen aan team Voorveld voor lichte ondersteuning of aan team Regie bij zwaardere problematiek. Daarnaast kunnen gezinnen ook via de sociale basis toegang krijgen tot jeugdhulp. Deze bestaat onder andere uit de sociale omgeving van gezinnen en uit partners zoals Buurtgezinnen, Playing for Succes, scholen en welzijnsorganisaties. Zij kunnen lichte ondersteuning bieden en verwijzen naar de gemeente of wettelijke verwijzers, zoals huisartsen, jeugdartsen of gecertificeerde instellingen, door als ondersteuning uit het niet vrij toegankelijk aanbod nodig is.

48

De huidige toegang kent meerdere ingangen en wordt niet overal als laagdrempelig ervaren. Zowel gezinnen als uitvoerende partners geven aan dat informatie versnipperd is, dat niet altijd duidelijk is waar men moet beginnen en dat de bereikbaarheid verschilt per persoon of organisatie. Gezinnen ervaren belemmeringen door onduidelijke communicatie, wisselende consulenten en beperkte terugkoppeling. De gemeente werkt aan verbetering van de toegang via de ontwikkeling van het Stevige Lokale Team (SLT). In de periode 2025–2027 worden hiervoor Proofs of Concepts uitgevoerd. Het SLT wordt per 1 januari 2027 verantwoordelijk voor triage, toegang, toeleiding en regievoering. Hiermee wordt gestreefd naar één centrale, herkenbare ingang voor gezinnen en een meer samenhangende werkwijze in nauwe samenwerking met de sociale basis, scholen en wettelijke verwijzers. Bereik van jongeren Niet alle jongeren met een hulp- of ondersteuningsvraag worden op dit moment bereikt. Uit gesprekken met gezinnen en partners blijkt dat signalering en vroegtijdige ondersteuning nog onvoldoende functioneren. Gezinnen komen vaak pas in beeld bij de gemeente als de problematiek al ver is ontwikkeld.

Bepaalde groepen worden moeilijker bereikt, zoals laaggeletterde gezinnen, religieus gebonden gezinnen waar taboes of schaamte spelen, nieuwkomers en vluchtelingen en jongeren die worstelen met identiteitsvraagstukken (zoals LHBTI-jongeren). Uitvoerders geven aan dat een deel van de problematiek “achter de voordeur” blijft en dat het zicht op de totale hulpvraag beperkt is. Daarnaast blijkt dat gezinnen vaak zelf initiatief moeten nemen om hulp te vinden. Een actieve benadering vanuit de gemeente of hulpverlening is niet altijd aanwezig, wat leidt tot verschillen in toegang en ondersteuning. Partners zoals de GGD en de bibliotheek signaleren dat onbekendheid met het aanbod, taalbarrières en beperkte digitale vaardigheden extra drempels vormen. De ontwikkeling van het Stevige Lokale Team moet bijdragen aan het verbeteren van signalering, vroegtijdige ondersteuning en bereik. Door een integrale aanpak en nauwere samenwerking met de sociale basis wordt beoogd dat gezinnen met een hulpvraag eerder in beeld komen en beter worden ondersteund.

4.5 Bevindingen aansluiting aanbod op ondersteuningsvraag f) Sluit het jeugdhulpaanbod in de gemeente aan bij de (potentiële) hulp en ondersteuningsvraag? Bevindingen op hoofdlijnen: • Het jeugdhulpaanbod in Altena is breed, maar sluit niet altijd tijdig of passend aan bij de hulpvraag: hulp komt vaak pas na escalatie van problemen en preventieve ondersteuning wordt beperkt benut. • Specifieke doelgroepen worden onvoldoende bereikt of vinden moeilijk aansluiting bij het bestaande aanbod, waaronder gezinnen met een migratieachtergrond, laaggeletterde gezinnen, religieus gebonden gezinnen en jongeren met identiteitsproblematiek. • De gemeente werkt aan een herinrichting van het jeugdhulpsysteem richting matched care en Stevige Lokale Teams maar deze transitie is nog in ontwikkeling en de effecten zijn nog niet zichtbaar in de praktijk. Onderbouwing

49

Uit de gesprekken met uitvoerders blijkt dat sprake is van een breed aanbod aan hulpvormen, variërend van ambulante begeleiding en logeeropvang tot dagbesteding, therapieën en gezinscoaching. Beschikbaar horen van gezinnen die zij helpen dat deze hulp, wanneer eenmaal beschikbaar, in veel gevallen van goede kwaliteit is en bijdraagt aan het functioneren van het gezin. Tegelijkertijd komt uit gesprekken met gezinnen en uitvoerders naar voren dat het aanbod niet altijd tijdig of passend beschikbaar is. Gezinnen ervaren regelmatig dat hulp pas wordt ingezet nadat de problematiek is geëscaleerd: preventieve ondersteuning is beperkt en wordt niet altijd herkend of benut. Volgens geïnterviewde gezinnen en uitvoerders leidt dit ertoe dat gezinnen met relatief lichte hulpvragen soms geen toegang vinden tot passende ondersteuning, terwijl gezinnen met complexe problematiek juist te maken krijgen met lange wachttijden of onvoldoende gespecialiseerde hulp. Daarnaast wordt benoemd door uitvoerders dat het aanbod onvoldoende aansluit bij specifieke doelgroepen, zoals gezinnen met een migratieachtergrond, laaggeletterde gezinnen, religieus gebonden gezinnen en jongeren met identiteitsproblematiek. Deze groepen worden niet altijd bereikt of vinden moeilijk aansluiting bij het bestaande hulpaanbod.

Uitvoerders signaleren dat veel problematiek zich pas laat openbaart en dat onvoldoende zicht is op de totale hulpvraag binnen de gemeente. De gemeente Altena erkent de huidige knelpunten en werkt aan een herinrichting van het jeugdhulplandschap, die per 1 januari 2027 ingaat. In het vastgestelde plan verschuift veel individuele hulp van stepped care naar matched care, en met de invoering van het Stevige Lokale Team wordt beoogd de aansluiting tussen vraag en aanbod te verbeteren. Deze transitie is nog in ontwikkeling en de effecten zijn momenteel nog niet zichtbaar in de praktijk. 4.6 Bevindingen gegevensverzameling, monitoring en evaluatie g) Zijn kwantitatieve cijfers van jeugdigen en hun hulp- en ondersteuningsvragen bekend? h) Zijn cijfers over de (eventuele) wachtlijsten bekend? En hoe wordt hierop in de uitvoering geacteerd? i) Hoe wordt de uitvoering en het effect van jeugdhulp gemonitord, gerapporteerd en geëvalueerd? Bevindingen op hoofdlijnen: • Cijfers over jeugdhulp zijn beschikbaar, afkomstig van het CBS en tonen een lichte stijging in het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt. • Wachtlijsten zijn een erkend probleem, zowel bij de gemeentelijke toegang als bij specialistische hulp. Er is geen integraal overzicht, wat sturing bemoeilijkt. De gemeente werkt met een taskforce en lokale teams aan oplossingen maar effecten zijn nog beperkt zichtbaar.

• Monitoring en evaluatie zijn versnipperd en niet structureel, met beperkte effectmeting. Er is behoefte aan duidelijke kaders en een leer- en verbetercyclus tussen gemeente en partners om kwaliteit en beleid te verbeteren. Onderbouwing Kwantitatieve cijfers jeugdigen In onderstaande tabel staan de kerncijfers over de jeugdhulp tot 18 jaar in de gemeente Altena. Deze cijfers komen van het CBS10. In de cijfers is te zien: het totaal jeugdhulp, het totaal jeugdhulp in natura 10

Bron: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85099NED/table

50

en het totaal jeugdhulp zonder verblijf zijn in 2024 gestegen ten opzichte van 2023. Het totaal jeugdhulp PGB is in 2024 gedaald. Het totaal jeugdhulp met verblijf is gelijk gebleven. Verder is er in 2024 opnieuw een lichte stijging van het totaal aantal jongeren in de jeugdbescherming en ook het totaal jeugdreclassering is verder toegenomen. Tabel 2. Kerncijfers over jeugdhulp gemeente Altena: jongeren met jeugdhulp Onderwerp 2022 2023 2024 Aantallen Percentage Aantallen Percentage Aantallen Totaal 1.520 9,8% 1.535 9,9% 1.635 jeugdhulp Totaal 75 0,5% 90 0,6% 45 jeugdhulp PGB Totaal 1.485 9,6% 1.500 9,7% 1.615 jeugdhulp in natura Totaal 1.455 9,4% 1.455 9,4% 1.595 jeugdhulp zonder verblijf Totaal 100 0,7% 115 0,8% 115 jeugdhulp met verblijf Totaal 105 0,9% 95 0,8% 110 jeugdbesche rming Totaal 10 0,1% 15 jeugdreclass ering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263413/1