CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapportage Rekenkamer Jeugdhulp Altena

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Onderzoek Rekenkamer naar jeugdhulp in Altena29.149 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Worstelen met jeugdhulp Met goede intenties aan de slag voor de jeugd en gezinnen in Altena

Colofon Offertenummer:

FC 545

Rekenkamerleden:

Govert Schermers (voorzitter) Trude Rietveld Peter van den Boogert Hans Peet (wnd secretaris)

Auteurs B&A:

Yorick van den Berg Gerard Nieuwe Weme Julian Edens Sari van Aart

B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag 070 – 3029500 info@bagroep.nl www.bagroep.nl Den Haag, november 2025

© Copyright B&A B.V. 2025. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam.

Inhoudsopgave 1. Samenvatting 1.1 Inleiding 1.2 Beantwoording centrale onderzoeksvraag 1.3 Conclusies 1.4 Aanbevelingen 1.4 Bestuurlijke reactie 1.5 Nawoord Rekenkamer 2. Inleiding 2.1 Aanleiding 2.2 Onderzoeksverantwoording 3. Bevindingen leefwereld 3.1 Inleiding 3.2 Bevindingen ervaring uitvoering door jongeren/gezinnen 3.3 Bevindingen aansluiting bij behoeften 3.4 Bevindingen informatie en advies aan jongeren en gezinnen 3.5 Bevindingen uitvoering menselijke maat 3.6 Bevindingen voorkoming intensieve hulp 3.7 Bevindingen effectiviteit van de hulp 3.8 Toetsing normenkader 4. Bevindingen uitvoeringswereld 4.1 Inleiding 4.2 Bevindingen inrichting uitvoering jeugdhulp 4.3 Bevindingen nodig in preventie om groeiende vraag jeugdhulp te reduceren 4.4 Bevindingen toegang en bereik 4.5 Bevindingen aansluiting aanbod op ondersteuningsvraag 4.6 Bevindingen gegevensverzameling, monitoring en evaluatie 4.7 Bevindingen samenwerking 4.8 Toetsing normenkader 5. Bevindingen beleidswereld 5.1 Inleiding 5.2 Bevindingen beleid en visie op jeugdhulp 5.3 Bevindingen inhoudelijke vormgeving jeugdhulpbeleid 5.4 Bevindingen kaderstellende en controlerende rol gemeenteraad 5.5 Toetsing normenkader Bijlage 1: geraadpleegde bronnen Bijlage 2: onderzoeksvragen Bijlage 3: normenkader Bijlage 4: analyseschema gezinnen

3

5 5 5 6 7 10 15 17 17 17 20 20 20 23 25 26 28 30 31 35 35 35 46 48 49 50 52 54 57 57 57 61 67 70 73 76 78 82

1 Samenvatting

4

Inhoudsopgave

1.

Samenvatting

1.1 Inleiding De Rekenkamer Altena is in het najaar van 2024 een onderzoek opgestart naar jeugdhulp. Het doel van het onderzoek was het bieden van inzicht in het jeugdhulpbeleid van de gemeente Altena, hoe dit beleid wordt uitgevoerd en hoe de raad wordt betrokken. Tijdens het onderzoek zijn documenten geanalyseerd is met inwoners gesproken die de jeugdhulp ontvangen, met uitvoerenden die direct in contact staan met deze inwoners en met beleidsmakers (beleidsmedewerkers, wethouder en raadsleden). In deze samenvatting van de nota van bevindingen zijn na de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag de conclusies en aanbevelingen weergegeven. 1.2 Beantwoording centrale onderzoeksvraag De centrale vraag van dit onderzoek was: Hoe doeltreffend en doelmatig is de jeugdhulp in de gemeente Altena, mede met het oog op de signalerende en preventieve opdracht zoals geformuleerd in recente beleidskaders? Doeltreffendheid De jeugdhulp in Altena kent sterke punten in het voorliggend veld. Inwoners ervaren preventieve hulp via partners zoals scholen, huisartsen en consultatiebureaus als laagdrempelig, persoonlijk en passend. Als eenmaal geïndiceerde of specialistische hulp wordt ingezet, leidt dit vaak tot verbetering in rust, structuur en functioneren van gezinnen.

Toch wordt de doeltreffendheid belemmerd door lange wachttijden, gebrekkige afstemming tussen hulpverleners en onduidelijkheid bij gezinnen bij het vinden van de toegang tot hulp. Gezinnen moeten vaak zelf actief hulp zoeken en ervaren bureaucratische drempels, waardoor hulp laat op gang komt en preventieve interventies minder worden benut. Doelmatigheid Het aanbod van jeugdhulp in Altena is breed maar de inzet is niet altijd doelmatig. Preventieve hulp wordt beperkt benut, waardoor zwaardere en duurdere vormen van hulp vaker nodig zijn. Samenwerking tussen 0e, 1e en 2e lijn is versnipperd, zonder centrale regie en gezamenlijke procesinrichting. De monitoring richt zich vooral op aantallen en financiën. Het effect van de hulp wordt onvoldoende gemeten en benut voor sturing. Hierdoor is het lastig om tijdig bij te sturen en middelen effectief en efficiënt in te zetten. Het ontbreken van een structurele leer- en verbetercyclus tussen alle partners in de keten (inclusief de gemeente) zorgt daarnaast ervoor dat niet gezamenlijk gereflecteerd wordt op de inzet van hulp en bijsturing nauwelijks plaatsvindt. Signalerende en preventieve opdracht In beleidskaders is het versterken van de sociale basis, normaliseren en vroegtijdig signaleren van problemen een belangrijk uitgangspunt. In de praktijk is de preventieve opdracht deels ingevuld.

Het voorliggend veld signaleert en verwijst door maar de verbinding met gemeentelijke toegang en geïndiceerde of specialistische hulp wordt onvoldoende gemaakt. Preventieve ondersteuning komt vaak pas op gang na verergering van problematiek. De gemeente werkt aan de transitie naar Stevige Lokale Teams en matched care om signalering en preventie te versterken maar deze veranderingen zijn nog in de ontwikkelfase waardoor de effecten nog niet zichtbaar zijn.

5

1.3 Conclusies De jeugdhulp in Altena kent sterke punten in het voorliggend veld, maar wordt belemmerd door versnipperde toegang, lange wachttijden, onvoldoende benutting van preventie, beperkte effectmeting en onvoldoende sturing op effect. De transitie naar Stevige Lokale Teams en matched care is ingezet, maar de effecten hiervan zijn nog niet zichtbaar in de praktijk. Conclusie 1: Toegang tot jeugdhulp is versnipperd en niet laagdrempelig Gezinnen ervaren de toegang tot jeugdhulp als onduidelijk en versnipperd. Er is geen centrale ingang; gezinnen moeten vaak zelf actief op zoek naar hulp. Dit leidt tot ongelijkheid in toegang en vertraging in het krijgen van passende ondersteuning. Informatie over jeugdhulp is verspreid over verschillende kanalen. De bereikbaarheid verschilt per organisatie en gezinnen ervaren belemmeringen door onduidelijke communicatie en wisselende contactpersonen. Uit cliënt-ervaringsonderzoeken blijkt dat in 2024 slechts 60% van de ouders wist waar ze terecht konden, en 30% niet. Het vragen om hulp wordt door minder ouders als gemakkelijk ervaren dan in voorgaande jaren. Conclusie 2: Wachttijden zijn structureel en leiden tot verergering van problematiek Wachttijden bij de gemeentelijke toegang en specialistische hulp zijn een groot knelpunt. Gezinnen geven aan soms maanden te moeten wachten voordat hulp daadwerkelijk wordt ingezet.

Deze wachttijden leiden tot frustratie, herhaaldelijk moeten uitleggen van de situatie, en verergering van de problematiek. Hierdoor is zwaardere en duurdere hulp vaker nodig. De gemeente Altena heeft al een taskforce ingesteld om de wachttijden in de jeugdhulp aan te pakken. Deze taskforce heeft als doel knelpunten in kaart te brengen en verbetermaatregelen te formuleren. Uit het onderzoek blijkt echter dat de effecten van deze taskforce tot nu toe nog beperkt zichtbaar zijn en dat gezinnen nog steeds knelpunten ervaren in de snelheid en toegankelijkheid van hulp. Conclusie 3: Preventieve en signalerende opdracht wordt onvoldoende benut Het beleid zet in op preventie en vroeg signalering, maar in de praktijk komt preventieve ondersteuning vaak pas op gang na escalatie van problemen. Het voorliggend veld (zoals scholen, huisartsen, consultatiebureaus) signaleert wel, maar de verbinding met gemeentelijke toegang en specialistische hulp is onvoldoende. Preventieve hulp wordt beperkt benut, waardoor zwaardere hulp vaker nodig is. Conclusie 4: Hulp sluit niet altijd aan bij de behoefte van gezinnen Hulp vanuit de sociale basis wordt als laagdrempelig, persoonlijk en passend ervaren. Geïndiceerde of specialistische hulp via de gemeente wordt vaak als traag, standaard en niet flexibel ervaren.

Gezinnen geven aan dat goede hulp meer afhankelijk lijkt van individuele professionals dan van een goed werkend systeem. De helft van de geïnterviewde gezinnen geeft aan dat de hulp helpt, vooral als deze tijdig en passend wordt ingezet. De andere helft ervaart geen merkbaar effect, vooral door te late of gebrekkige hulp. Conclusie 5: Specifieke doelgroepen worden onvoldoende bereikt Gezinnen met een migratieachtergrond, laaggeletterde gezinnen, religieus gebonden gezinnen en jongeren met identiteitsproblematiek vinden moeilijk aansluiting bij het bestaande aanbod. Uitvoerders signaleren dat veel problematiek zich pas laat openbaart en dat onvoldoende zicht is op de totale hulpvraag binnen de gemeente.

6

Conclusie 6: Monitoring, sturing en PDCA ontbreken grotendeels Monitoring richt zich vooral op aantallen en financiën; effectmeting en structurele evaluatie ontbreken. Er is geen gezamenlijk systeem waarin gemeente en uitvoerders reflecteren op resultaten, knelpunten en verbeteracties. Monitoring en evaluatie vinden vooral plaats binnen afzonderlijke organisaties. Beleidsmakers en raad geven aan dat veel data beschikbaar is, maar dat duiding en integratie ontbreken. Hierdoor is het lastig om tijdig bij te sturen en middelen effectief en efficiënt in te zetten. Conclusie 7: Beleidsdoelen zijn niet SMART geformuleerd De beleidsdoelen van de gemeente Altena zijn richtinggevend, maar niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) geformuleerd. Hierdoor is het lastig om te sturen op maatschappelijke effecten en tijdig bij te sturen. Zowel gemeenteraad als beleidsmakers missen een goed overzicht van de feitelijke hulpvraag en de impact van het gevoerde beleid. Conclusie 8: Raad ervaart onvoldoende grip op jeugdhulp De gemeenteraad heeft onvoldoende inzicht in de feitelijke hulpvraag, de effectiviteit van het beleid en de financiële uitvoering. Informatievoorziening is te beperkt en vooral gericht op kosten, niet op maatschappelijke effecten.

De raad mist actuele informatie, vooral over wachttijden, problematiek in de uitvoering, maatschappelijke effecten en financiële afwijkingen. 1.4 Aanbevelingen In deze paragraaf worden concrete aanbevelingen gedaan op basis van de conclusies en de bevindingen. De aanbevelingen zijn ingedeeld naar de drie hoofdpunten uit de centrale onderzoeksvraag: 1. Doeltreffendheid, 2. Doelmatigheid, en 3. Signalering en preventie. Per aanbeveling is de actiehouder aangegeven: het college (uitvoering) of de raad (kaderstelling/ toezicht). 1. Doeltreffendheid van de jeugdhulp Aanbeveling 1.1: Los wachttijden bij de gemeentelijke toegang op korte termijn op Toelichting: Lange wachttijden zorgen voor verergering van problematiek en frustratie bij gezinnen. Het college moet prioriteit geven aan het verkorten van wachttijden, bijvoorbeeld door procesoptimalisatie, tijdelijke extra capaciteit of betere samenwerking met aanbieders. Zorg samen met de taskforce dat de opdracht van de taskforce expliciet en meetbaar is. Bijvoorbeeld met concrete doelstellingen zoals “maximale wachttijd bij toegang is 4 weken” of “90% van de gezinnen krijgt binnen 2 weken een eerste gesprek”. Leg deze opdracht vast in een raadsinformatiebrief of collegebesluit. Breng de wachttijden voor verschillende aanbieders volledig en actueel in kaart en analyseer de oorzaken van wachttijden.

Formuleer en implementeer gerichte maatregelen. Communiceer transparant over wachttijden en voortgang. Publiceer maandelijks de actuele wachttijden op de gemeentelijke website. Informeer gezinnen proactief over verwachte wachttijden en alternatieven voor lichte ondersteuning. Rapporteer maandelijks aan het college en per kwartaal aan de raad over de voortgang, knelpunten en effecten van de genomen maatregelen. Actiehouder: College Aanbeveling 1.2: Zorg voor een vaste gids per gezin Toelichting: Gezinnen hebben behoefte aan één vast aanspreekpunt gedurende het hele hulptraject. Dit voorkomt dat gezinnen steeds opnieuw hun verhaal moeten doen en vergroot het gevoel van continuïteit en vertrouwen. Dit kan concreet gemaakt worden door:

7

Per gezin dat specialistische hulp ontvangt een vaste contactpersoon toe te wijzen (bijvoorbeeld via het Stevig Lokaal Team). Deze gids heeft periodiek contact heeft met het gezin en betrokken hulpverleners. Evalueer na 6 maanden met gezinnen en professionals of de gidsfunctie werkt en waar verbetering nodig is. Maak tot slot de gidsfunctie structureel onderdeel van het beleid. Actiehouder: College (uitvoering, bijvoorbeeld via het Stevig Lokaal Team) 2. Doelmatigheid van de jeugdhulp Aanbeveling 2.1: Formuleer beleidsdoelen SMART en stel KPI’s op voor het verbeteren van de dienstverlening Toelichting: Beleidsdoelen zijn nu te algemeen. Door deze SMART te formuleren en te koppelen aan concrete indicatoren (zoals wachttijd, cliënttevredenheid, effect op gezinssituatie) kan beter gestuurd en geëvalueerd worden. Laat het college een voorstel uitwerken met per beleidsdoel 2-3 concrete KPI’s, bijvoorbeeld: maximale wachttijd, percentage gezinnen met vaste gids, cliënttevredenheid en leg dit ter besluitvorming aan de raad voor. Monitor en rapporteer periodiek op deze KPI’s. Actiehouder: Raad (kaderstelling), College (uitwerking en monitoring) Aanbeveling 2.2: Pas methodiek procesgericht verbeteren toe bij Jeugdzorg Toelichting: De methodiek van procesgericht verbeteren wordt nu al voor de dienstverlening gebruikt.

Pas deze methodiek ook toe bij de Jeugdzorg en richt een gezamenlijke cyclus in waarin gemeente, aanbieders en partners periodiek resultaten, trends en knelpunten bespreken. Combineer kwantitatieve data (bereik, wachttijden) met kwalitatieve inzichten (effecten, ervaringen). Dit kan door een periodiek overleg met alle partners (gemeente, aanbieders, scholen, huisartsen) om resultaten en knelpunten te bespreken. Deel de uitkomsten periodiek met de raad en gebruik ze voor bijsturing van beleid en uitvoering. Actiehouder: College (regie en uitvoering), Raad (toezicht op naleving) 3. Signalering en preventie Aanbeveling 3.1: Maak de toegang tot preventieve hulp laagdrempeliger en zichtbaarder Toelichting: Veel gezinnen weten niet waar ze terecht kunnen voor preventieve hulp. Investeer in duidelijke communicatie, centrale informatiepunten en proactieve benadering van gezinnen, bijvoorbeeld via scholen, huisartsen en sociale media. Actualiseer de gemeentelijke website en sociale media met duidelijke informatie over jeugdhulp en preventieve ondersteuning. Organiseer eventueel voorlichtingsbijeenkomsten op scholen, consultatiebureaus en bij huisartsen. Zet een centraal informatiepunt op (fysiek en digitaal) waar gezinnen terecht kunnen met vragen.

Actiehouder: College (uitvoering), Raad (stimuleren en monitoren) Aanbeveling 3.2: Versterk de samenwerking en regie tussen sociale basis, toegang en specialistische hulp Toelichting: Voorkom dat gezinnen tussen wal en schip vallen door betere afstemming en warme overdracht tussen partijen. Leg de regie bij het Stevig Lokaal Team en maak afspraken over gezamenlijke casusbesprekingen en overdrachten. Maak dit een expliciet onderdeel van hun opdracht. Organiseer minimaal elk kwartaal een multidisciplinair overleg en evalueer jaarlijkse de samenwerking.

8

Actiehouder: College (regie en uitvoering) Aanbeveling 3.3: Bereik specifieke doelgroepen beter Toelichting: Ontwikkel gerichte strategieën om laaggeletterde gezinnen, gezinnen met een migratieachtergrond, religieus gebonden gezinnen en jongeren met identiteitsproblematiek beter te bereiken, bijvoorbeeld via sleutelpersonen, cultuur sensitieve communicatie en samenwerking met maatschappelijke organisaties. Ontwikkel gerichte communicatie (in begrijpelijke taal, via relevante kanalen) en monitor jaarlijks het bereik. Actiehouder: College (uitvoering), Raad (monitoren of dit gebeurt) Overkoepelend Aanbeveling: Veranker bovenstaande punten in de ontwikkelopdracht voor het Stevig Lokaal Team Toelichting: De transitie naar Stevige Lokale Teams biedt kansen om bovenstaande aanbevelingen structureel te borgen. Leg in de opdracht aan het SLT vast: de gidsfunctie, het voorkomen van wachttijden, de regie op de leer- en verbetercyclus en het verbeteren van de samenwerking. Laat de raad periodiek toetsen of de opdracht wordt uitgevoerd zoals afgesproken. Actiehouder: College (uitwerking), Raad (kaderstelling en goedkeuring).

9

1.4

Bestuurlijke reactie

Aan de Rekenkamer Altena t.a.v. de heer G. Schermers Datum verzonden

Geachte heer Schermers, Het college spreekt zijn waardering uit voor het door u verrichte onderzoek en de daarin opgenomen inzichten. Uw onderzoek draagt bij aan het reflecteren op de uitvoering van jeugdhulp en de samenwerking binnen het sociaal domein in de gemeente Altena. We vinden het pijnlijk dat de ouders die meededen aan een interview tegen knelpunten zijn aangelopen en erkennen de impact die dit kan hebben gehad. Jaarlijks krijgen zo’n 1200 jeugdigen en hun ouders en/of verzorgers uit Altena hulp bij opvoeden en opgroeien. Het college hecht er groot belang aan om hen passende ondersteuning en hulp te bieden, en blijft zich daar met volle inzet voor inspannen. We realiseren ons dat de jeugdhulp in Altena, net als in veel andere Nederlandse gemeenten, structurele uitdagingen kent, zoals wachttijden, versnippering in de toegang en de wens om meer en vaker preventieve hulp te kunnen verlenen. Tegelijkertijd is het belangrijk te beseffen dat deze kwesties samenhangen met bredere landelijke en systematische ontwikkelingen binnen de jeugdhulp.

Uw brief Nota van bevindingen rekenkameronderzoek jeugdhulp voor bestuurlijk wederhoor Ons kenmerk D2025-11-005189 2025-030068 Betreft Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek Jeugdhulp 2024-2025 Bijlage(n) 0 Team Team Samenleving

Landelijke context en kaders De uitkomsten van het rapport sluiten aan bij conclusies die getrokken worden in landelijke akkoorden, zoals de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, het Toekomstscenario Kind- & Gezinsbescherming en de Norm voor opdrachtgeverschap Jeugd van de VNG. Deze kaders leggen de nadruk op gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, rijksoverheid en zorgaanbieders voor het versterken van de sociale basis, het verkorten van wachttijden en het vergroten van de effectiviteit van jeugdhulp. Altena werkt actief aan deze doelen, met het regionale programma NVO Jeugd, de inkoopstrategie ‘Op maat en dichtbij’ en de overgang naar een Stevig Lokaal Team vanaf 2027. Deze stappen moeten zorgen voor laagdrempelige toegang, meer aandacht voor preventie en signalering, en een integrale aanpak rondom gezinnen. Lopende verbeterplannen Het college erkent dat niet alle geïnterviewde gezinnen zich goed gehoord of geholpen voelden, wat uiteraard teleurstellend is. Tegelijkertijd zien we dat de conclusies en aanbevelingen voor een groot deel overeenkomen met de probleemanalyse waarop de veranderstrategie richting 2027 is gebaseerd. Dat betekent dat veel aanbevelingen al worden opgepakt. Het college werkt onder andere aan:

10

•

•

• •

Het versterken van de sociale basis en preventie, via programma’s als Kansrijke Start en door inzet van verbindingsfunctionarissen in het onderwijs. Deze functionarissen bieden laagdrempelig advies bij zorgen over de ontwikkeling van kinderen op school en kunnen passende jeugdhulp inschakelen. Zo wordt er vroegtijdig ondersteuning geboden. De Proof of Concepts (POC’s) ‘Stevig Lokaal Team Altena 2025 – 2026’, die centraal staan in de lokale transformatie. Hier draait het om één centraal team met vaste aanspreekpunten per gezin, die niet alleen regie voert maar ook direct zelf passende hulp verleent bij opvoed- en opgroeiproblemen. In nauwe samenwerking met onderwijs en huisartsen en extra aandacht voor preventie. Het terugdringen van wachttijden binnen OnS Altena door de taskforce wachttijden jeugd. Intensieve samenwerking binnen jeugdhulpregio WBO. Met de nieuwe gezamenlijke inkoopstrategie voor 2027 wordt gewerkt aan taakgerichte samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid voor kwaliteit, doelmatigheid en innovatie binnen de jeugdhulp.

Het college merkt op dat uw bevindingen zijn gebaseerd op gesprekken met een kleine groep gezinnen en uitvoeringspartners. Hoewel deze signalen waardevol zijn, plaatst het college de conclusies in breder perspectief door ze te combineren met andere bronnen. Zoals bijvoorbeeld de regionale monitor WBO, klanttevredenheidsonderzoeken en actuele ontwikkelingen zoals de POC’s, inkoopstrategie 2027 en de koers sociaal domein 2023. Daarnaast constateert het college dat de lijn van bevindingen naar conclusies naar vervolgens aanbevelingen niet altijd vanzelfsprekend is in uw rapport. Reactie per aanbeveling U geeft acht aanbevelingen mee om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het jeugdbeleid te verbeteren, en signalering en preventie van problematiek bij jeugdigen te versterken. Hieronder geven we een reactie per aanbeveling. Aanbeveling 1.1: Los wachttijden bij de gemeentelijke toegang op korte termijn op Het college vindt het belangrijk dat inwoners kunnen vertrouwen op de regels uit de Verordening Sociaal Domein. Daarom is er op 1 juli 2025 een speciale aanpak gestart, aangestuurd door een taskforce. Deze aanpak richt zich vooral op het verkorten van de wachttijden bij OnS Altena. Met jeugdhulpaanbieders hebben we in contracten afgesproken dat zij de actuele wachttijden op hun website te vermelden.

Ook zullen we de aanbevelingen van de Rekenkamer nadrukkelijk onder de aandacht brengen bij de contractmanagers van Regio WBO. Op landelijk niveau wordt gewerkt aan beter inzicht en kansen voor verbetering rondom wachttijden en wachtlijsten bij zorgaanbieders. We hebben hoge verwachtingen van deze landelijke aandacht voor het onderwerp. Aanbeveling 1.2: Zorg voor een vaste gids per gezin Het college erkent het belang van een vaste contactpersoon voor elk gezin. In Altena noemen we dit niet een gids maar een contactpersoon of regisseur. Volgens de serviceformules streven we bij ‘dienstverlening op maat’ – zoals die in het sociaal domein – naar één contactpersoon per gezin. Deze serviceformules zijn door het college vastgesteld. De Rekenkamer merkt terecht op dat dit in de praktijk beperkt lukt, door personeelsverloop, ziekteverzuim en de inzet van een flexibele schil met inhuurkrachten. Toch blijft ons doel om gezinnen zoveel mogelijk een vaste regisseur te bieden. Onderdeel van de taken van regisseurs in het sociaal domein is ook om regelmatig contact met

11

jeugdigen, ouders en zorgaanbieders te houden om samen te evalueren hoe het gaat. Dit vinden we belangrijk, maar tegelijk zorgt het er ook voor dat regisseurs minder nieuwe gezinnen kunnen helpen. Bij het terugdringen van wachttijden onderzoeken we daarom of deze ambitie, binnen onze eigen en wettelijke kaders, anders kunnen invullen en daarmee de wachttijden kunnen verkorten. Aanbeveling 2.1: Formuleer beleidsdoelen SMART en stel KPI’s op voor het verbeteren van de dienstverlening Het college vindt het belangrijk dat beleidsdoelen helder en meetbaar zijn. De gemeenteraad heeft het beleidskader vastgesteld ‘Gewoon Opgroeien in Altena – een preventieve aanpak’. Indicatoren bij de beleidsdoelen worden gemeten via onafhankelijk cliëntonderzoek en door organisaties zoals de GGD. Helaas is de respons op het onafhankelijk clientonderzoek vaak te laag om betrouwbare conclusies te trekken. We kijken daarom of we de eigen klantcontactmonitor kunnen gebruiken om dit te verbeteren. Het is goed om te realiseren dat veel effecten pas op lange termijn zichtbaar zijn, zoals het aantal jongeren met mentale klachten. Indicatoren als maximale wachttijd en het percentage gezinnen met een vaste contactpersoon passen bij beleidsdoelen voor onze dienstverlening in het sociaal domein in brede zin. In Altena is er nog geen integraal beleidskader sociaal domein.

De nieuwe Koers Sociaal Domein 2030 die momenteel wordt opstelt, biedt een kans om nieuwe ambities te formuleren. Aanbeveling 2.2: Pas methodiek procesgericht verbeteren toe bij Jeugdzorg In de zomer van 2025 is de methode ‘procesgericht verbeteren’ toegepast op het proces voor het aanvragen van opvoedondersteuning en jeugdhulp. Daarbij is het hele werkproces uitgewerkt en vastgelegd in een werkinstructie die samen met het ‘handboek jeugd’ als leidraad dient. Dit gebeurde intern binnen onze organisatie. Als mogelijke volgende stap kunnen we deze aanpak herhalen, maar dan in samenwerking met ketenpartners door samen een procesverbeterteam te vormen. We willen echter zorgvuldig omgaan met deze partners, zeker omdat zij vaak samenwerken met meerdere gemeenten om gezinnen te helpen. Daarom geven we deze aanbeveling als eerste mee aan onze contractmanagers binnen regio WBO; zij voeren overleg met alle regionale jeugdhulpaanbieders. Ook zullen we dit onderwerp bespreken tijdens reguliere netwerkoverleggen met partijen uit het onderwijs en de jeugdgezondheidszorg. Aanbeveling 3.1: Maak de toegang tot preventieve hulp laagdrempeliger en zichtbaarder Het college onderschrijft het belang van een toegankelijke en herkenbare preventieve hulpstructuur.

In lijn met deze aanbeveling is op regionaal en lokaal niveau al ingezet op initiatieven die bijdragen aan laagdrempelige ondersteuning en vroegsignalering, zoals Stichting Buurtgezinnen, Kansrijke Start, verbindingsfunctionarissen en de ontwikkeling van het Stevig Lokaal Team (SLT) in de vorm van een Proof of Concept (POC). Binnen de POC’s wordt gewerkt aan één centrale toegang, vaste gezichten per gezin en nauwe samenwerking met onderwijs, huisartsen en andere partners in de sociale basis. Dit vergroot de zichtbaarheid van hulp en versterkt de preventieve functie. Uw aanbeveling sluit aan bij de ontwikkelopdracht van het SLT en de lopende verbeterplannen. In 2026 wordt voor het tweede en laatste jaar geëxperimenteerd met de werkwijze van het SLT. In dit jaar wordt het aanbod beter vindbaar gemaakt en breed gecommuniceerd, onder andere via sociale media. Ook

12

worden bestaande ingangen bij scholen (via de verbindingsfunctionarissen) en huisartsen benut, waarbij jeugdconsulenten kortdurende spreekuren houden. Het beschikbare aanbod wordt gecommuniceerd via verschillende kanalen. Zo wordt informatie gedeeld via de gemeentelijke website, de gemeentepagina in de krant, de website van LimonadeBrigade Altena, Instagram van Jongerenwerk en via de Sportcoaches. Alle platforms worden actief bijgehouden door de beheerders, zodat informatie actueel en toegankelijk blijft. Ook worden workshops, voorlichtingsbijeenkomsten en vaste ontmoetingsmomenten voor ouders en jongeren georganiseerd door onder andere de LimonadeBrigade, leerplichtambtenaren en jongerenwerkers. De POC in Altena bouwt voort op deze voorzieningen en experimenteert met verbeteringen in communicatie, herkenbaarheid en samenwerking, zodat preventieve hulp voor alle inwoners zichtbaar, toegankelijk en laagdrempelig blijft. Aanbeveling 3.2: Versterk de samenwerking en regie tussen sociale basis, toegang en specialistische hulp Het college hecht groot belang aan een goede samenwerking en regie tussen de sociale basis, toegang en specialistische hulp. Binnen de POC’s ligt nu de regie voor afstemming en warme overdracht bij de jeugdprofessional, waarbij aanvullende expertise tijdelijk wordt betrokken waar nodig. Vanaf 1 januari 2027 zal de regie volledig bij het SLT liggen.

Het team is expliciet verantwoordelijk voor gezamenlijke casusbesprekingen en samenwerking met de sociale basis. Omdat het SLT altijd betrokken blijft en aanvullende expertise tijdelijk wordt betrokken waar nodig, is er bovendien minder overdracht naar andere partijen nodig. In de tussentijd werken we aan betere samenwerking tussen de teams binnen OnS Altena. Dit sluit aan bij de aanpak wachttijden jeugd. Aanbeveling 3.3: Bereik specifieke doelgroepen beter Het college onderschrijft dat specifieke doelgroepen een specifieke aanpak en ondersteuning vragen. Voor gezinnen die identiteitsgebonden zorg vragen, zoals hulp met een christelijke signatuur, zijn reeds stappen gezet. We werken al langer aan een sterkere verbinding tussen jeugdhulp, onderwijs en kinderopvang. We zijn erg dankbaar voor de inspanning van onder meer onderwijspartner Berséba, die actief meewerkt aan acties die we uitvoeren samen met jeugdhulpregio WBO. Ook wordt gewerkt aan collectieve ondersteuning in het speciaal basisonderwijs, bijvoorbeeld via SBO De Akker. Ook binnen de POC wordt aandacht besteed aan passende communicatie en hulp aan deze groep. Het belang van het bedienen van specifieke doelgroepen en aansluiten bij hun cultuur, is meegenomen in de regionale aanbesteding. Waar mogelijk binnen het aanbestedingsrecht is dit meegenomen in selectiecriteria voor zorgaanbieders.

In de dialogen die met kandidaten worden gevoerd, wordt dit nog expliciet benadrukt. Uw signaal dat ook gezinnen met een migratieachtergrond en laaggeletterden extra aandacht vragen, wordt dankbaar ontvangen. We zullen onderzoeken op welke wijze we deze doelgroepen beter kunnen bereiken met onze communicatie. Overkoepelend aanbeveling: Veranker bovenstaande punten in de ontwikkelopdracht voor het Stevig Lokaal Team

13

Uw conclusies en aanbevelingen sluiten aan bij de probleemanalyse waarop de veranderstrategie voor 2027 is gebaseerd. De aanbevelingen zien we voor een belangrijk deel van ook terug in de inkoopopdracht voor het SLT. Ook in de ontwikkeling na 2027, zullen we hier oog voor blijven houden. Communicatie Tijdens de Altenatafel van 25 november a.s. zal de Rekenkamer haar rapport presenteren. De portefeuillehouder kan daar de reactie van het college toelichten. Vervolg In Altena werken we, samen met onze lokale en regionale partners, aan een nieuwe manier om hulp voor jeugd en gezinnen te organiseren. Vanaf 2027 gelden er afspraken die beter aansluiten bij de Regiovisie WBO Jeugd en het beleidskader ‘Gewoon opgroeien in Altena’, die eerder door onze raad zijn vastgesteld. Tot die tijd blijft het prioriteit om onze inwoners op tijd en op maat ondersteuning te bieden bij opvoeden en opgroeien. De eerste tussentijdse rapportage van de taskforce ‘Aanpak wachttijden jeugd’ zal in december worden aangeboden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena, de secretaris,

de burgemeester,

P.J.E. Breukers

drs. E.B.A. Lichtenberg MCM

14

1.5 Nawoord Rekenkamer De Rekenkamer Altena heeft in goede samenwerking met onderzoekers van de B&A-groep dit onderzoek uitgevoerd. De complexiteit van het werkveld van de jeugdhulp, heeft er mede aan bijgedragen dat het noodzakelijk was meer tijd te nemen voor dit onderzoek. De reactie van het college van burgemeester en wethouders geeft de dynamiek van de jeugdhulp aan. Hoewel de verantwoordelijkheid voor de jeugdhulp ongeveer 10 jaar geleden is overgedragen aan de gemeenten, zijn gemeenten nog volop in beweging om voor jongeren en gezinnen tot een goede aanpak en uitvoering te komen. Ook het college van Altena is daarmee druk doende. De Rekenkamer herkent de landelijke tendens, maar vraagt van het college daadkracht voor de eigen inwoners. De bevindingen tonen aan dat er uitdagingen bestaan die aandacht vereisen. Wij moedigen de raad aan om de aanbevelingen in dit rapport serieus te wegen en het college op te dragen de nodige stappen te ondernemen om de efficiëntie en effectiviteit van de hulp aan jongeren verder te verbeteren. De raad wordt aanbevolen om actief de vinger-aan-de-pols te houden en het college te vragen in een 'actieplan' vooral concréét te maken wat het gaat doen met de aanbevelingen en daarover te rapporteren.

Het is belangrijk dat de raad transparant kan volgen of de aanbevelingen van de Rekenkamer daadwerkelijk tot concrete vertaling in de uitvoeringspraktijk komt, zodat zichtbaar blijft welke verbeteringen voor jeugdigen en gezinnen worden gerealiseerd. Tenslotte dankt de Rekenkamer de gemeentelijke organisatie, de partners en de gezinnen met wie is gesproken voor hun medewerking aan het onderzoek. De Rekenkamer wenst het college en de organisatie veel succes om de goede intenties voor de jongeren en gezinnen in Altena in de praktijk concreet en zichtbaar te maken.

15

2 Inleiding 16

2.

Inleiding

2.1 Aanleiding De Rekenkamer Altena is in het najaar van 2024 een onderzoek opgestart naar jeugdhulp. Dit onderwerp is eerder door raadsleden als mogelijk onderzoeksonderwerp geopperd. De raadsleden vragen zich af hoe effectief en doelmatig de jeugdhulp in Altena wordt uitgevoerd. Raadsleden zijn vooral geïnteresseerd in de vrij toegankelijk jeugdhulp. Het doel van het onderzoek is het bieden van inzicht in het jeugdhulpbeleid van de gemeente Altena, hoe dit beleid wordt uitgevoerd en hoe de raad wordt betrokken. Het onderzoek moet leiden tot het bieden van handvatten voor verbetering voor de kaderstellende en controlerende rol van de raad. In dit onderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Hoe doeltreffend en doelmatig is de jeugdhulp in de gemeente Altena, mede met het oog op de signalerende en preventieve opdracht zoals geformuleerd in recente beleidskaders? 2.2 Onderzoeksverantwoording Het onderzoek heeft bestaan uit de volgende stappen: Documentenstudie Aan de hand van een documentenanalyse is een beeld gevormd van het beleid van de gemeente Altena op het gebied van jeugdhulp. Bestudeerde documenten zijn onder andere beleidskaders, programmabegrotingen, jaarstukken, verantwoordingsdocumenten, factsheets en rapportages. Ook is gekeken naar cijfers over gebruik en kosten van de Jeugdwet. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van geraadpleegde documenten.

Veldwerk inwoners Voor het onderzoek zijn gesprekken gevoerd met twintig gezinnen waarvan vier gezinnen enkel gebruik hebben gemaakt van hulp uit de sociale basis1. De rest heeft gebruikt gemaakt van hulp uit het niet vrij toegankelijk aanbod2 hulp waarbij in de meerderheid eerst sprake was van hulp uit de sociale basis. Vanuit hun perspectief kregen we inzicht in de toegankelijkheid, afstemming en ervaren effecten van de geboden hulp. Veldwerk uitvoerenden Er zijn interviews gehouden met uitvoerende medewerkers van diverse partners, zoals de GGD, GGZ, Buurtgezinnen, Playing for Success en MEE West-Brabant. Verder is gesproken met consulenten binnen de gemeente Altena. De gesprekken gaven inzicht in het proces van toegang, de bereikbaarheid van de hulp, knelpunten in de uitvoering en de samenwerking onderling. Uitvoerenden gaven ook hun reflectie op de ervaringen van geïnterviewde gezinnen.

1

Met de sociale basis wordt laagdrempelige ondersteuning bedoeld. Dit is 0e en 1e lijnshulp.

2

Met het niet vrij toegankelijk aanbod wordt jeugdhulp bedoeld waarvoor een beschikking nodig is, bijvoorbeeld via gecertificeerde instellingen of de gemeente. Dit is 2e lijnshulp.

17

Veldwerk beleidsmakers Beleidsmedewerkers, teammanagers, kwaliteitsadviseurs en de wethouder jeugd zijn geïnterviewd. In deze gesprekken is gesproken over de doelstellingen van het jeugdbeleid, de sturing op resultaten en de balans tussen preventie en zwaardere hulp. Ook is besproken wat goed gaat in het huidige systeem en waar ruimte is voor verbetering. De reflectie op de bevindingen uit eerdere stappen vormde hierbij een onderdeel. Werksessie gemeenteraad In de afrondende fase van het onderzoek is een gesprek gehouden met een vertegenwoordiging van de gemeenteraad. Tijdens deze bijeenkomst zijn de voorlopige bevindingen gedeeld en is gezamenlijk gereflecteerd op de uitkomsten en op de rol van de raad in het jeugddomein. Raadsleden bespraken wat zij als sterk ervaren in het huidige beleid en wat beter kan, zowel in inhoudelijke sturing als in hun kaderstellende en controlerende taak. Rapportage De resultaten van het onderzoek zijn gebundeld in drie hoofdstukken: de leefwereld, de uitvoeringswereld en de beleidswereld. In de leefwereld komen de ervaringen en percepties van de inwoners die de hulp of ondersteuning ontvangen naar voren. In de uitvoeringswereld, wordt op basis van de bevindingen van de inwoners gesproken met uitvoerders die direct de hulp of ondersteuning verlenen aan de inwoners.

Vervolgens wordt met de beleidswereld gesproken (beleidsmedewerkers, wethouder en gemeenteraadsleden) die het beleid maken en vaststellen waarmee de uitvoering wordt ingericht. Deze indeling vormt de structuur van deze nota van bevindingen. In elk hoofdstuk worden de bevindingen gepresenteerd en afgesloten met een toetsing aan het normenkader. Het normenkader is gebruikt als toetsingsinstrument om de bevindingen uit de leefwereld, uitvoeringswereld en beleidswereld te beoordelen aan de hand van de gestelde normen.

18

3 Bevindingen leefwereld 19

3.

Bevindingen leefwereld

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen vanuit het perspectief van de geïnterviewde gezinnen weergegeven. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De lezer met minder tijd, kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 1. Hoe wordt de uitvoering van de jeugdhulp door jongeren en/of gezinnen ervaren? 2. In hoeverre sluit de geboden jeugdhulp in de gemeente aan op de hulpvragen en behoeften van jongeren en hun gezinnen (volgens de jongeren/gezinnen zelf)? 3. Is het voor jongeren/gezinnen duidelijk waar zij terecht kunnen voor informatie en advies? 4. Hoe wordt volgens de jongeren/gezinnen de menselijke maat bij de uitvoering van de jeugdhulp toegepast? 5. Wat had jongeren in meer intensieve hulptrajecten - terugkijkend - kunnen helpen om te voorkomen dat problemen erger werden? 6. Hoe effectief was de ontvangen hulp en/of ondersteuning? In welke mate heeft deze de leefomstandigheden van de jongeren en/of hun gezinnen verbeterd? 3.2 Bevindingen ervaring uitvoering door jongeren/gezinnen 1.

Hoe wordt de uitvoering van de jeugdhulp door jongeren en/of gezinnen ervaren? Bevindingen op hoofdlijnen: • Geïnterviewde gezinnen zijn positiever over hulp en handelen van partners dan over de gemeente. • Meerderheid geïnterviewde gezinnen ervaart frustratie door wisselende contactpersonen en trage communicatie vanuit de gemeente. • Het gebrek aan continuïteit en meermaals moeten uitleggen van de situatie wordt door gezinnen als belastend ervaren. • Als gezinnen positief zijn over de gemeente, ging het over goede bereikbaarheid, duidelijke communicatie en proactief handelen. • Uit cliëntervaringsonderzoeken (2020, 2022 en 2024) uitgevoerd in opdracht van de gemeente blijkt dat ouders positief zijn over de vriendelijkheid van de gemeente, maar dat waarderingen in 2022 en 2024 zijn gedaald op het aspect langere wachttijden voor het eerste gesprek. Onderbouwing Perspectief gezinnen De uitvoering van de jeugdhulp in de gemeente Altena wordt door de geïnterviewde gezinnen wisselend ervaren, waarbij de knelpunten voor gezinnen voornamelijk in communicatie en begeleiding zitten. In de praktijk blijkt de kwaliteit van de uitvoering door gezinnen, sterk af te hangen van het individueel handelen van medewerkers, de betrokkenheid van hulpverleners en het zorgen voor continuïteit in de ondersteuning.

Als hierin iets ontbreekt, leidt dat voor gezinnen tot gevoelens van onzekerheid, frustratie en het idee dat zij er alleen voor staan.

20

In de gesprekken is voornamelijk het onderscheid te zien in de manier waarop gezinnen vinden dat zij worden geholpen door medewerkers van de gemeentelijke toegang, in vergelijking met medewerkers van partners zoals Buurtgezinnen of de GGD. De meerderheid van de geïnterviewde gezinnen geeft aan dat de manier waarop zij ondersteuning ervaren sterk afhangt van de persoon die vanuit de gemeente is betrokken. Zij vinden dat de betrokkenheid van een vaste medewerker vanuit zowel de gemeentelijke toegang als partners belangrijk is voor het opbouwen van vertrouwen en hen het gevoel geeft serieus genomen te worden. Als sprake is van een vaste contactpersoon die het gezin goed kent, ervaren gezinnen de samenwerking over het algemeen als beter. Dit komt volgens gezinnen vaker voor bij hulp vanuit partners, waar vaak één vaste persoon aan een gezin wordt gekoppeld, zoals bij Buurtgezinnen. Een moeder zei hierover: “De hulp is écht top. Alles wordt gezamenlijk besproken.” Dit is iets dat de meerderheid van de gezinnen missen bij de gemeentelijke toegang. Gezinnen geven aan dat zij daar te maken hebben gehad met meerdere wisselingen van contactpersonen. Zo vertelt een geïnterviewde dat zij in een periode van drie jaar met zeven verschillende ‘regiebehandelaren’ te maken had. Een andere geïnterviewde: “Het is niet normaal dat je als gezin steeds weer een nieuwe persoon krijgt.

Je moet elke keer opnieuw je verhaal doen, terwijl je juist behoefte hebt aan rust en stabiliteit.” Deze wisselingen zorgen volgens gezinnen ervoor dat continuïteit in de hulp ontbreekt. Het maakt het lastig een relatie op te bouwen met de medewerker. Ook het hierdoor opnieuw moeten vertellen van hun verhaal wordt als belastend ervaren, zeker als bij een gezin complexe problematiek speelt: “Je moet steeds weer uitleggen wat er speelt. En dat terwijl je al zo moe bent.” Naast personeelswisselingen noemt de meerderheid van de geïnterviewde gezinnen een matige bereikbaarheid van de gemeentelijke toegang als een knelpunt. Zij geven aan dat onder andere niet wordt teruggebeld terwijl dit wel toegezegd is, mails onbeantwoord blijven en het regelmatig onduidelijk is wie het aanspreekpunt voor het gezin is. Een geïnterviewde zei hierover: “Ik word gewoon niet teruggebeld. Ook mijn hulpverlener krijgt geen contact met de gemeente. Dat zorgt voor onrust.” Ook gaven meerdere gezinnen aan dat zij lang moeten wachten op een besluit of beschikking van uit de gemeente: “Het duurde acht maanden voordat we een beschikking kregen.” Tegelijkertijd zijn er ook gezinnen die positieve ervaringen hebben met het contact vanuit de gemeentelijke toegang. Deze ervaringen zijn vooral in situaties waarin medewerkers goed bereikbaar zijn, duidelijk communiceren en proactief handelen.

In die gevallen voelen gezinnen zich gesteund: “De jeugdconsulent was erg fijn. We kregen de hulp die we nodig hadden zonder al te veel gedoe.” Cliëntervaringsonderzoeken De gemeente laat cliëntervaringsonderzoeken onder ouders en jongeren uitvoeren. Hierover rapporteert de gemeente in de raadsmonitor Sociaal Domein aan de raad. Deze ontvangt de raad sinds 2021. Voor de daaropvolgende jaren zijn in deze raadsmonitor de volgende cliëntervaringen gerapporteerd. In de raadsmonitor van 2024 is (nog) niet gerapporteerd over cliëntervaringen op het vlak van jeugdhulp, de gegevens over 2024 zijn gehaald uit het cliëntervaringsonderzoek. Vermeld moet worden dat het aantal deelnemende ouders aan deze onderzoeken laag is (n=ligt tussen 10 en 15). Daarnaast geldt dat bij meerdere vragen deze door niet door alle ouders zijn beantwoord en de cijfers gebaseerd zijn op soms vier respondenten. De deelname onder jongeren is zo laag (laatste jaren n=3) dat deze resultaten niet zijn opgenomen. Onderstaand zijn de uitkomsten weergegeven.

21

Aspect Ik ben snel geholpen met mijn hulpvraag

2020 (n=?3) 68% (Helemaal) eens 8% Neutraal 25% (Helemaal) oneens

2022 (n=15) 63% (Helemaal) eens 0% Neutraal 38% (Helemaal) oneens

Ik ben vriendelijk geholpen

94% (Helemaal) eens 3% Neutraal 3% (Helemaal) oneens

75% (Helemaal) eens 13% Neutraal 13% (Helemaal) oneens

Hoe snel kon u in gesprek over uw hulpvraag?

41% Binnen 2 weken 13% Direct 16% 2 tot 4 weken 9% 4 tot 6 weken 22% meer dan 6 weken

0% Binnen 2 weken 0% Direct 29% 2 tot 4 weken 14% 4 tot 6 weken 57% meer dan 6 weken

Wat vond u van deze wachttijd?

67% Goed 10% Te lang 23% Veel te lang 70% Ja 30% Nee

40% Goed 20% Te lang 40% Veel te lang 38% Ja 62% Nee

2024 (n=10) 50% (Helemaal) eens 20% Neutraal 30% (Helemaal) oneens 60% (Helemaal) eens 30% Neutraal 10% (Helemaal) oneens 25% Binnen 2 weken 0% Direct 38% 2 tot 4 weken 13% 4 tot 6 weken 25% meer dan 6 weken 33% Goed 33% Te lang 30% Veel te lang 50% Ja 50% Nee

21% Cijfer tot 5 25% Cijfer 6 t/m 7 54% Cijfer 8 of hoger

33% Cijfer tot 5 0% Cijfer 6 t/m 7 66% Cijfer 8 of hoger

0% Cijfer tot 5 20% Cijfer 6 t/m 7 60% Cijfer 8 of hoger

Gemiddeld cijfer: 7,4

Gemiddeld cijfer: 7

Gemiddeld cijfer: 8,6

Heeft uw kind / uw gezin hulp ontvangen van een jeugdconsulent? Hoe tevreden bent u over de hulp die uw kind / uw gezin krijgt of heeft gekregen van de jeugdconsulent? (in rapportcijfers)

Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat ongeveer tweederde van de ouders in 2020 en 2022 vonden dat zij snel werden geholpen met hun hulpvraag. In 2024 vindt de helft van de ouders dat. Waar in 2020 nog vrijwel alle ouders (94 procent van de ouders) vinden dat zij vriendelijk worden geholpen daalt dit in de jaren daarop naar 60 procent. De wachttijden om in gesprek te komen zijn in 2022 en 2024 toegenomen ten opzichte van 2020. Waar in 2020 meer dan de helft van de ouders direct of binnen twee weken werd geholpen is dat in 2022 gedaald tot 0 procent en in 2024 naar 25 procent. Waar in 2020 70 procent van de ouders aangaf dat zij hulp hebben gekregen van een consulent, is dat in 2022 gedaald tot 38 procent waarna dit weer stijgt naar 50 procent in 2024. Het gemiddelde rapportcijfer voor de jeugdconsulent is in 2022 lager (7) dan in 2022 (7,4), maar stijgt in 2024 weer naar een 8,6. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het aantal ouders dat deze vraag heeft beantwoord in 2022 en 2024 laag is.

3

Populatie niet bekend bij gemeentelijke organisatie.

22

3.3 Bevindingen aansluiting bij behoeften 2. In hoeverre sluit de geboden jeugdhulp in de gemeente aan op de hulpvragen en behoeften van jongeren en hun gezinnen (volgens de jongeren/gezinnen zelf)? Bevindingen op hoofdlijnen: • Hulp vanuit de sociale basis, waarvan het voorliggend veld onderdeel is, wordt als laagdrempelig, persoonlijk en passend ervaren. • Hulp vanuit geïndiceerde of specialistische hulp via de gemeente sluit volgens de meeste gezinnen onvoldoende aan. Deze wordt als traag en standaard ervaren. • Gezinnen geven aan dat goede hulp meer afhankelijk lijkt van individuele inzet van professionals dan van een goed werkend systeem. • Uit cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat ouders ervaren dat in toenemende mate goed naar hen wordt geluisterd, dat zij passende hulp ontvangen en dat beslissingen over hulp in overleg plaatsvinden. De tevredenheid op deze punten is in 2022 en 2024 hoger dan in 2020. Onderbouwing Perspectief gezinnen Uit gesprekken met gezinnen blijkt dat de manier waarop de hulp aansluit op de behoeften van gezinnen afhankelijk is van de route. Het voorliggend veld, wat onderdeel is van de sociale basis, wordt veelal als helpend, nabij en persoonlijk ervaren. Hulp via een beschikking van de gemeente wordt juist vaak als standaardmatig, traag en weinig flexibel gezien.

De meerderheid van de geïnterviewde gezinnen ervaart dat de geboden jeugdhulp onvoldoende aansluit op hun hulpvragen en behoeften. Hoewel enkele gezinnen positieve ervaringen delen over passende ondersteuning en goede afstemming, geldt voor de meerderheid dat zij zich niet gehoord voelt of dat de hulp niet past bij hun situatie. Een moeder gaf aan dat zij wél passende hulp ontving: “We zitten op dezelfde lijn met onze zorgregisseur. Zij begrijpt wat we nodig hebben en denkt goed met ons mee.” Wat sterk naar voren komt in de gesprekken, is het verschil in hoe gezinnen zich benaderd en erkend voelen binnen het voorliggend veld in vergelijking met hulp via een beschikking van de gemeente. Binnen het voorliggend veld spreken gezinnen over gelijkwaardig behandeld worden, duidelijke communicatie en betrokkenheid. Via de gemeente is dat beeld minder positief. Gezinnen voelen zich daar vaker tegenover de professional staan, in plaats van naast hen. Hierover zei één geïnterviewde dat zij het gevoel heeft meer kennis van het systeem te hebben dan de consulent die hen ondersteunt. Het grootste deel van de geïnterviewde gezinnen vindt dat goede ondersteuning vooral afhankelijk is van individuele inzet van professionals en niet van het systeem.

Hulp vanuit het voorliggend veld (onderdeel van de sociale basis) Hulp die wordt aangeboden vanuit het voorliggend veld, zoals verbindingsfunctionarissen of een jeugdconsulent kortdurende ondersteuning, wordt door de meerderheid van de geïnterviewde gezinnen als passend, laagdrempelig en ondersteunend ervaren. Gezinnen geven aan dat deze hulp snel beschikbaar is, goed aansluit bij hun dagelijkse situatie en wordt gegeven door mensen die bekend zijn met het gezin of dichtbij staan. Gezinnen waarderen voornamelijk de inzet van vaste personen, korte lijnen en de mogelijkheid tot maatwerk. Een geïnterviewde zei hierover “De hulp van Buurtgezinnen was echt goed. Het voelde vertrouwd, we konden er meteen terecht en het was precies wat we nodig hadden.” De hulp vanuit het voorliggend veld komt vaak tot stand via school, de huisarts of andere lokale schakels. Het vraagt volgens geïnterviewde gezinnen geen ingewikkelde

23

beschikkingen of langdurige procedures. Juist deze toegankelijkheid wordt als meerwaarde gezien. De meerderheid van de geïnterviewde gezinnen geeft aan dat zij zich binnen dit veld serieus genomen voelen en ervaren dat hun situatie als uitgangspunt wordt genomen. Geïndiceerde en specialistische jeugdhulp De ervaring met hulp die via de gemeente wordt ingezet, is anders. Geïnterviewde gezinnen ervaren geen maatwerkoplossingen maar standaardprocedures die niet altijd aansluiten op hun situatie en behoeftes. Consulenten hebben niet altijd voldoende zicht op de context van het gezin of werken via vaste protocollen, wat leidt tot een gebrek aan maatwerk. Een moeder zegt hierover: “We zijn naar een licht verstandelijke beperking-cursus gestuurd, maar dat was oud nieuws. Dat was niet wat wij nodig hadden.” Daarnaast blijkt uit de interviews dat hulp sommige geïnterviewde gezinnen ervaren dat hulp vanuit de gemeente pas wordt ingezet als de situatie al is geëscaleerd. Deze vertraging kan leiden tot minder succesvolle ondersteuning. Een geïnterviewde vertelde: “Mijn zoon had veel meer gekund, als hij eerder de juiste hulp had gehad. Nu is hij door alle vertraging teruggezet naar een lager niveau van onderwijs.” Ook in crisissituaties vinden zij dat de benodigde flexibiliteit ontbreekt binnen het gemeentelijk aanbod.

Gezinnen vertellen dat zij in acute situaties, zoals bij heftige psychische problematiek van een kind, niet de juiste hulp konden krijgen of dat extra ondersteuning uitbleef. “In de moeilijkste periode van het kind was er weinig ruimte voor extra hulp,” zei een andere geïnterviewde. Cliëntervaringsonderzoeken De gemeente laat cliëntervaringsonderzoeken onder ouders uitvoeren. Onderstaand zijn de uitkomsten weergegeven. Aspect De jeugdconsulent / regisseur / professional luisterde goed naar verhaal van mij en mijn gezin

2020 (n=?4) 87% (Helemaal) eens 8% Neutraal 5% (Helemaal) oneens

2022 (n=15) 88% (Helemaal) eens 0% Neutraal 14% (Helemaal) oneens

Ik heb de hulp gekregen die mijn kind/ons gezin nodig had

75% (Helemaal) eens 11% Neutraal 14% (Helemaal) oneens

86% (Helemaal) eens 25% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

Beslissingen over de hulp worden in overleg met mij / ons gezin genomen

88% (Helemaal) eens 8% Neutraal 4% (Helemaal) oneens

100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

2024 (n=10) 66% (Helemaal) eens 0% Neutraal 33% (Helemaal) oneens 80% (Helemaal) eens 20% Neutraal 0% (Helemaal) oneens 100% (Helemaal) eens 0% Neutraal 0% (Helemaal) oneens

Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat 87-88 procent van de ouders vindt dat er goed naar hun verhaal is geluisterd. In 2024 daalt dat naar 66 procent. Meer dan driekwart van de ouders vindt dat ze de hulp hebben gekregen die nodig was en dat beslissingen over de hulp in overleg met hen worden genomen. De scores zijn in 2022 en 2024 positiever dan in 2020. 4

Populatie niet bekend bij gemeentelijke organisatie.

24

3.4 Bevindingen informatie en advies aan jongeren en gezinnen 3. Is het voor jongeren/gezinnen duidelijk waar zij terecht kunnen voor informatie en advies? Bevindingen op hoofdlijnen: • Toegang tot informatie en advies wordt als onduidelijk en versnipperd ervaren. • Meerderheid geïnterviewde gezinnen geeft aan dat het moeilijk is om hulp te vinden. De toegang, zoals de gemeentelijke website of loketten, zijn moeilijk vindbaar. • Meerderheid geïnterviewde gezinnen vinden via partners (school, huisarts, internet) de weg naar hulp. • Positieve ervaringen zijn er vooral als één consulent betrokken is bij het gezin. • Uit cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat het merendeel van ouders de weg naar hulp weet te vinden via de gemeente en zij ervaren het vragen om hulp als gemakkelijk, al is dit in 2024 minder vaak het geval dan in 2020. Onderbouwing Perspectief gezinnen De gemeente is volgens geïnterviewde gezinnen onvoldoende zichtbaar en toegankelijk voor gezinnen die hulp zoeken. Het initiatief voor het vinden van de juiste ingang, informatie en advies ligt nu grotendeels bij gezinnen zelf. Dit leidt volgens hen tot vertraging in de toegang en verstoort het op tijd krijgen van passende hulp. Meer dan de helft van de geïnterviewde gezinnen geeft aan dat zij de toegang tot informatie en advies in de gemeente als onduidelijk en gefragmenteerd ervaren.

Gezinnen weten regelmatig niet waar zij aan moeten kloppen om hun vraag te stellen. Een duidelijke of laagdrempelige route om snel informatie te vinden ontbreekt. Een geïnterviewde: “Het is echt een doolhof. Als je geen ervaring hebt in de wereld van de jeugdhulp, weet je echt niet waar je moet beginnen.” Gezinnen komen via andere kanalen dan de gemeente in contact met de juiste hulp, zoals het consultatiebureau of via zelf op zoektocht gaan op het internet: “Wij zijn via internet bij Jijstaatcentraal terechtgekomen. Maar dat was eigenlijk toeval. De gemeente heeft ons daarin niet geholpen.” Verder is in meerdere gesprekken terug te zien dat weinig sprake is van een duidelijke plek voor hulpvragen. Gezinnen zijn afhankelijk van hun eigen netwerk of via een verwijzing vanuit bijvoorbeeld school. Daarbij is het onduidelijk voor gezinnen bij wie ze binnen de gemeente moeten zijn voor informatie of advies. Dit vergroot volgens gezinnen de kans dat hun hulpvragen blijven liggen of dat zij te laat pas ondersteuning ontvangen. Daar waar gezinnen positieve ervaringen hebben, blijkt dit vooral te zijn als zij al eerder contact hebben gehad met een consulent of via eerdere trajecten of aanvragen bekend waren met het systeem. In deze gevallen is er al een ingang aanwezig, waardoor de route naar hulp sneller en overzichtelijker is.

De meerderheid van de geïnterviewde gezinnen gaven aan dat zij zelf hun weg moeten vinden, wat veel moeite kan kosten: ‘’Als je het systeem eenmaal kent, lukt het wel. Maar dat is voor de meeste mensen niet haalbaar.”

25

Cliëntervaringsonderzoeken De gemeente laat cliëntervaringsonderzoeken onder ouders uitvoeren. Onderstaand zijn de uitkomsten weergegeven. Aspect Bij wie om hulp gevraagd

Ik wist waar ik terecht kon toen ik hulp nodig had

Het vragen om hulp was gemakkelijk

2020 (n=?5) 35% CJG 38% gemeente 11% huisarts 16% Overig 54% (Helemaal) eens 19% Neutraal 27% (Helemaal) oneens

2022 (n=15) 87% gemeente 13% huisarts

2024 (n=10) 70% gemeente 10% huisarts 20% anders

58% (Helemaal) eens 29% Neutraal 14% (Helemaal) oneens

70% (Helemaal) eens 11% Neutraal 19% (Helemaal) oneens

57% (Helemaal) eens 29% Neutraal 14% (Helemaal) oneens

60% (Helemaal) eens 10% Neutraal 30% (Helemaal) oneens 60% (Helemaal) eens 30% Neutraal 10% (Helemaal) oneens

Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat een groot deel van de ondervraagde ouders de weg naar hulp weet te vinden via de gemeente (in 2020 ook het CJG). Meer dan de helft van de ouders wist waar ze terecht konden. De verschillen tussen 2020 en 2024 zijn op deze punten klein. Het vragen om hulp wordt door een meerderheid van de ouders als gemakkelijk ervaren. Wel is sprake van een daling: in 2020 vond 70 procent van de ouders het makkelijk, in 2024 is dat gedaald tot 60 procent. 3.5 Bevindingen uitvoering menselijke maat 4. Hoe wordt volgens de jongeren/gezinnen de menselijke maat 6 bij de uitvoering van de jeugdhulp toegepast? Bevindingen op hoofdlijnen: • Gezinnen ervaren de ‘menselijke maat’ vooral als sprake is van een vaste, betrokken hulpverlener. • In het voorliggend veld voelen de meeste geïnterviewde gezinnen zich serieus genomen, erkend en ondersteund. • Binnen hulp via een beschikking van de gemeente vanuit partners overheerst bij het merendeel van geïnterviewde gezinnen het gevoel van afstand, bureaucratie en een gebrek aan persoonlijke behandeling. • Uit cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat ouders de jeugdconsulent als deskundig en respectvol ervaren, en dat beslissingen over hulp in goed overleg met hen worden genomen. Dit is in 2022 en 2024 hoger dan in 2020.

5

Populatie niet bekend bij gemeentelijke organisatie.

6

Wij zien de menselijke maat als maatwerk dat aansluit bij de situatie en behoeften van kind en gezin. In de interviews vroegen wij in hoeverre hiermee rekening is gehouden.

26

Onderbouwing Perspectief gezinnen Uit gesprekken met gezinnen blijkt dat de toepassing van de menselijke maat in specialistische jeugdhulp wisselt. In sommige situaties voelen gezinnen zich gezien, is er ruimte voor maatwerk en wordt de ondersteuning als passend ervaren. In andere gevallen heerst het beeld van afstandelijke communicatie, standaardbehandeling en bureaucratie. Deze verschillen hangen samen met de weg waarlangs gezinnen de hulp ontvangen. Binnen het voorliggend veld is de menselijke maat voelbaar voor geïnterviewde gezinnen. Zij ervaren betrokkenheid, maatwerk en erkenning. Binnen de geïndiceerde of specialistische hulp ervaren gezinnen dat de menselijke maat minder structureel wordt toegepast. Gezinnen voelen zich niet altijd serieus genomen en missen persoonlijke afstemming. Hulp vanuit het voorliggend veld (sociale basis) Over hulp vanuit het voorliggend veld, zoals het kinderdagverblijf, Slachtofferhulp of het consultatiebureau, geeft een ruime meerderheid van de geïnterviewde gezinnen aan dat zij wél de menselijke maat ervaren. Hulpverleners in dit veld worden omschreven als betrokken, laagdrempelig en empathisch. De inzet van vaste contactpersonen en het gevoel dat écht naar gezinnen wordt geluisterd, worden als positieve punten genoemd. Gezinnen benoemden dat zij zich hier als mens benaderd voelen, niet als dossier of probleemgeval.

Een geïnterviewde zei hierover: “De begeleiding vanuit Buurtgezinnen voelde warm en respectvol. We werden niet beoordeeld, maar geholpen.” De betrokkenheid van deze professionals en vrijwilligers vanuit Buurtgezinnen, die vaak lang bij een gezin betrokken zijn, met hen meedenken en niet enkel een beschikking uitvoeren, draagt bij aan het gevoel van vertrouwen. Ook waarderen gezinnen dat binnen dit veld ruimte is om af te wijken van standaardoplossingen. Niet alles hoeft via een officiële beschikking of uitgebreid keukentafelgesprek geregeld te worden. Dit geeft gezinnen rust, overzicht en het gevoel dat ze er niet alleen voor staan. Gemeentelijke toegang en gespecialiseerde jeugdhulp Bijna alle gezinnen die zijn geïnterviewd, geven aan dat zij de menselijke maat in het contact met de gemeentelijke toegang en trajecten bij partners missen. Zij vertellen dat eerder met hen als cliënt wordt omgegaan dan als persoon. Communicatie is formeel en afstandelijk. Eén geïnterviewde zei hierover: “De huidige consulent is bagger. Die praat alleen maar beschuldigend.” Gezinnen geven aan dat het hen frustreert dat zij steeds opnieuw hun verhaal moeten doen bij wisselende contactpersonen, dat dossierkennis ontbreekt of dat opnieuw formulieren moeten worden ingevuld die in het systeem staan. Dit geeft het gevoel dat ze als gezin niet gezien worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263413/1