Bijlage RV Alternatievenonderzoek ontsluiting Werkendam - Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam
Tekst van het document
Werkense Boezem. Met de verbreding van de weg wordt de doorsnijding ook breder; de in de dijk aanwezige coupure zal moeten worden vergroot. Een gering deel van de boezem en dijk zullen verdwijnen. Dit leidt echter niet tot veel meer aantasting van de cultuurhistorische waarden dan nu al het geval is. Met de doorsnijding van de huidige weg zijn deze waarden al aangetast. Ook de beleving wordt niet anders; er zit en blijft een ‘onderbreking’ in de dijk en boezem. De effecten op de cultuurhistorische waarden van de dijk en boezem zijn dus beperkt.
Huidige doorsnijding van de Schenkeldijk (met coupure) en Werkense Boezem door de Dijkgraaf den Dekkerweg (bron: Google Streetview)
De verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg heeft deels betrekking op gronden die tot de molenbiotoop van de Vervoornemolen horen. De huidige weg ligt ook deels binnen deze biotoop. De verbreding van de weg heeft op zichzelf geen effect op de windvang voor en het zicht op de molen. Hierbij wordt er wel vanuit gegaan dat er niet meer laanbeplanting en wegmeubilair (verkeersborden, verlichting, e.d.) wordt toegepast dan in de huidige situatie het geval is. Anders zou er namelijk wel een beperking in zichtbaarheid en windvang kunnen optreden. Naast de al genoemde Schenkeldijk, een inundatiedijk van de NHW, raakt de verbreding ook aan andere cultuurhistorisch waardevolle ruimtelijke patronen/ structuren van de NHW. De verbreding heeft betrekking op het gebied ten zuiden van de hoofdverdedigingslijn, de ‘onveilige’ zijde, waar de typische liniekenmerken aanwezig zijn. De verbreding gaat, evenals de bestaande Dijkgraaf den Dekkerweg, door het inundatiegebied en het schootsveld/ verboden kringen van fort Altena. Het inundatiegebied wordt als gevolg van de verbreding echter nauwelijks geschaad. Het inundatiegebied is namelijk al aangetast door de aanleg van de huidige weg, welke dit gebied van oost naar west doorsnijdt. Het ruimtebeslag van de verbreding is beperkt, waardoor de aantasting niet wezenlijk toeneemt en ter plaatse zijn er geen inundatiewerken aanwezig.
Er wordt met de verbreding ook geen afbreuk gedaan aan de kenmerkende openheid van het inundatiegebied en het schootsveld van fort Altena. Hierbij geldt wel dezelfde aanname als bij de molenbiotoop ten aanzien van de toepassing van laanbeplanting en wegmeubilair. De verbreding heeft geen effect op de beleving van fort Altena en fort Bakkerskil. Dit gezien de afstand van de verbreding tot de forten. Al met al wordt met de verbreding niet tot nauwelijks afbreuk gedaan aan het karakteristieke samenhangende systeem van forten, dijken, kaden en inundatiekommen van 29 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
de NHW. Dit geldt ook voor het groene en overwegend rustige karakter dat de NHW kenmerkt. Door het beperkte ruimtebeslag van de verbreding en bundeling bij de bestaande weg, gaat er weinig groene ruimte verloren en blijft de drukte van de weg geconcentreerd bij de bestaande weg, waardoor elders de rust behouden blijft. Beoordeling De effecten van variant 1 op cultuurhistorie zijn licht negatief (-/0) beoordeeld. De bestaande doorsnijding van het cultuurhistorisch waardevolle lijnelement Schenkeldijk en de aangrenzende historische groenstructuur Werkense Boezem wordt immers verbreed. De Schenkeldijk vormt tevens een inundatiedijk van de NHW. Andere kenmerken van de NHW, zoals het inundatiegebied en de schootsvelden, worden niet tot nauwelijks geschaad. Variant 2: Noordelijke ontsluitingsweg In deze variant wordt er ten noorden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg en de Schans een nieuwe noordelijke ontsluitingsweg gerealiseerd. De weg wordt ten zuiden van en parallel aan de Binnenvliet en het Afwateringskanaal aangelegd. Dit heeft geen fysieke aantasting van cultuurhistorisch waardevolle bouwkundige elementen tot gevolg, aangezien ter plaatse van het tracé geen monumenten, karakteristieke panden of andere cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn gesitueerd.
Zuidelijk van de nieuwe ontsluitingsweg ligt het cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslint Schans, waarlangs ook monumenten en karakteristieke panden staan. Direct ten noorden van de weg, aan de overzijde van het Afwateringskanaal, staat verscholen in een bosgebiedje de incomplete molen ’t Landeke’. De molen, die een monumentale status heeft, is in 1953 onttakeld, waarbij het wiekenkruis, de staart en het grootste deel van het gaande werk zijn verwijderd. De nieuwe weg zal afbreuk doen aan de beleving van het historische bebouwingslint Schans, de daarlangs aanwezige monumenten en karakteristieke panden en de incomplete molen. Met de realisatie van de weg raakt de Schans immers ingeklemd tussen twee drukke ontsluitingswegen en komt er op korte afstand van de incomplete molen een weg. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat afbreuk aan de beleving zich niet voordoet bij het meest westelijke deel van de Schans, aangezien ten noorden daarvan de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ ontwikkeld wordt. De noordelijke ontsluitingsweg doorsnijdt geen cultuurhistorisch waardevolle lijnelementen of historische groenstructuren en ligt daar ook niet direct naast. Dit geldt eveneens voor de wielen langs de Schans. Effecten op dergelijke elementen of structuren zijn dan ook niet aan de orde.
De weg sluit aan op een deel van de Tol dat ter plaatse van het oorspronkelijke dijklichaam van de Schans/Uppelsedijk ligt. Vanwege de aanleg van de infrastructuur van de Tol met rotonde en transferium is de structuur van de historische dijk, die tevens een inundatiedijk van de NHW vormde, hier reeds ernstig verstoord. Om die reden is van aantasting van de dijk als gevolg van de nieuwe ontsluitingsweg geen sprake. Met de komst van nieuwe op- en afritten van de A27 zullen hier bovendien opnieuw aanpassingen plaatsvinden. Het tracé van de noordelijke ontsluitingsweg gaat door het gebied dat ten noorden van de hoofdverdedigingslijn van de NHW ligt, het ‘veilige’ gebied. Ook hier zijn cultuurhistorisch waardevolle patronen/ruimtelijke structuren van de NHW gelegen, zij het in mindere mate dan aan de ‘onveilige’ zijde. De nieuwe weg loopt door een uitloper van het inundatiegebied en het schootsveld/verboden kringen van fort Altena. De uitloper van het inundatiegebied 30 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
bevindt zich in de noordelijke oksel van de Tol-A27. Hier wordt ook een nieuwe op- en afrit voor de A27 aangelegd in combinatie met de aanplant van bomen/bos. Dit leidt tot versnippering en verdichting van dit deel van het inundatiegebied en daarmee tot aantasting van (de openheid van) dit gebied. Het inundatiegebied zal hier niet meer herkenbaar zijn. De aanleg van de noordelijke ontsluitingsweg zal daardoor geen effect hebben op het inundatiegebied. Dit mede ook omdat ter plaatse geen inundatiewerken aanwezig zijn. De kenmerkende openheid van het schootsveld van fort Altena is noordelijk van de Schans voor een groot deel verdwenen, vooral als gevolg van een bosgebiedje ten noorden van het Afwateringskanaal. De bomen-/bosaanplant bij de nieuwe op- en afrit van de A27 zal voor verdere afname van de openheid van het schootsveld zorgen. Het gebied ten noorden van de Schans kenmerkt zich over het algemeen ook door een besloten karakter. Openheid is voor dit gebied dan ook niet als NHW-kernkwaliteit gedefinieerd. Wat dat betreft zal de nieuwe ontsluitingsweg dan ook niet tot nauwelijks afbreuk doen aan het schootsveld. Slechts een klein deel van de weg, tussen het bosgebiedje en de bocht van het Afwateringskanaal, gaat door een deel van het schootsveld dat thans nog enige openheid kent.
Er vanuit gaande dat er langs dit deel van de weg niet veel wegmeubilair wordt geplaatst en geen laanbeplanting wordt toegepast, zal deze openheid nagenoeg behouden blijven. Fort Altena en fort Bakkerskil liggen op ruime afstand van de weg. Aantasting van de beleving van de forten is daarom niet aan de orde. Alles overziend kan worden vastgesteld dat het karakteristieke samenhangende systeem van forten, dijken, kaden en inundatiekommen van de NHW niet zal worden aangetast door de noordelijke ontsluitingsweg. Dit geldt echter niet voor het groene en overwegend rustige karakter dat de NHW kenmerkt. De weg zal dit karakter schaden. Door de weg komt er meer drukte in het gebied noordelijk van de Schans en is er sprake van ruimtebeslag in het landschap. Daarbij zij wel opgemerkt dat het rustige en overwegend groene karakter reeds afneemt door de komst van de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ en de nieuwe op- en afritten naar de A27. Dit beperkt de effecten van de weg.
Historisch bebouwingslint Schans
Beoordeling De effecten van variant 2 op cultuurhistorie zijn licht negatief (-/0) beoordeeld. De nieuwe weg zal namelijk afbreuk doen aan de beleving van het historische bebouwingslint Schans, de daarlangs aanwezige monumenten en karakteristieke panden en aan de incomplete monumentale molen ’t Landeke’. 31 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Echter, omdat dit alleen beleving is, en geen fysieke aantasting, is het effect beperkt. Daarnaast wordt het groene en overwegend rustige karakter dat de NHW kenmerkt geschaad. Dit effect wordt echter beperkt door de autonome ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden: de realisatie van de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ en nieuwe op- en afritten voor de A27. Deze ontwikkelingen beperken bovendien ook het eerstgenoemde belevingseffect. Variant 3: Zuidelijke ontsluitingsweg In deze variant wordt er ten zuiden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg een nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg aangelegd. De weg gaat door het gebied tussen de Dijkgraaf den Dekkerweg en Witdammen - Krouwerskade. Ter plaatse van het tracé bevinden zich geen monumenten, karakteristieke panden of andere cultuurhistorisch waardevolle bouwkundige elementen. De weg brengt daarom geen fysieke aantasting van cultuurhistorisch waardevolle bouwkundige elementen teweeg. De afstand van de weg tot het historisch bebouwingslint Schans en de bouwkundig waardevolle elementen die zich langs de Schans en tussen de Schans en Dijkgraaf den Dekkerweg bevinden, is zodanig groot dat aantasting van de beleving hiervan evenmin aan de orde is. Bovendien liggen het lint en de elementen noordelijk van de Dijkgraaf den Dekkerweg.
De zuidelijke ontsluitingsweg doorsnijdt het cultuurhistorisch waardevolle lijnelement Schenkeldijk en de aangrenzende historische groenstructuur Werkense Boezem. Daarnaast wordt deze dicht tegen de Krouwerskade gesitueerd, eveneens een cultuurhistorisch waardevol lijnelement. Zowel de Schenkeldijk als Krouwerskade zijn tevens inundatiedijken van de NHW. De Schenkeldijk en Werkense Boezem worden aangetast als gevolg van de doorsnijding. Niet alleen gaat ter plaatse van de doorsnijding een deel van de dijk en boezem verloren, maar ook de aaneengeslotenheid van het zuidelijk deel van de dijk en boezem zal verdwijnen. De dijk en boezem worden zo opgedeeld in meerdere delen. Kleine delen bovendien, vanwege de relatief nabij gelegen bestaande doorsnijding van de Dijkgraaf den Dekkerweg. De herkenbaarheid en samenhang van deze historische elementen neemt daardoor af. Thans vormen de Schenkeldijk en Krouwerskade aantrekkelijke recreatieve fiets- en wandelroutes. De doorsnijding van de Schenkeldijk/ Werkense Boezem door de weg en de ligging van de weg dicht tegen de Krouwerskade schaden de beleving van deze historische elementen/structuren en daarmee de aantrekkelijkheid van deze routes.
Behalve op de al genoemde inundatiedijken van de NHW, de Schenkeldijk en Krouwerskade, heeft de zuidelijke ontsluitingsweg ook effecten op andere onderdelen van de NHW die gezien worden als cultuurhistorisch waardevolle ruimtelijke/patronen structuren. De ontsluitingsweg loopt door het gebied ten zuiden van de hoofdverdedigingslijn van de NHW, de ‘onveilige’ zijde, waar ter hoogte van de weg de liniekenmerken nog betrekkelijk gaaf aanwezig zijn. De zuidelijke ontsluitingsweg doorsnijdt het inundatiegebied en het schootsveld/ verboden kringen van fort Altena en fort Bakkerskil. Het inundatiegebied versnippert hierdoor in kleinere eenheden. Dit doet, mede ook in combinatie met de doorsnijding van de Schenkeldijk, afbreuk aan de samenhang van het militair-historische systeem van de NHW. Ter plaatse van de T-kruising van de Schenkeldijk met de Krouwerskade is bovendien een inundatiewerk aanwezig in de vorm van een damsluis. Hoewel deze sluis thans maar heel beperkt zichtbaar is en geen waterstaatkundige functie meer heeft, wordt deze door de weg wel afgescheiden van het deel van het inundatiegebied dat noordelijk van de weg komt te liggen. Ook dit gaat ten koste van de samen32 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
hang. De kenmerkende openheid van de schootsvelden van de forten en het inundatiegebied, die ter plaatse van het wegtracé nog volop aanwezig is, wordt niet per se door de weg ernstig aangetast. Er vanuit gaande dat er langs de weg niet veel wegmeubilair wordt toegepast en geen laanbeplanting wordt aangebracht zal er zicht over de weg blijven bestaan en de aantasting beperkt zijn. Wel zal de beleving van openheid afnemen door de zichtbaarheid van auto’s in het inundatiegebied/schootsvelden. Fort Bakkerskil ligt nu niet direct nabij hoofdinfrastructuur. Met de zuidelijke ontsluitingsweg zal dergelijke infrastructuur een stuk dichterbij komen. Dit doet afbreuk aan de beleving van het fort. Voor fort Altena worden geen effecten voor de beleving verwacht. Hiervoor is gezien de ligging van het fort de A27 bepalend en niet de zuidelijke ontsluitingsweg. Alles bijeen moet worden geconstateerd dat het karakteristieke samenhangende systeem van forten, dijken, kaden en inundatiekommen van de NHW behoorlijk zal worden aangetast door de zuidelijke ontsluitingsweg. Voor het groene en overwegend rustige karakter dat de NHW kenmerkt geldt dit eveneens. Door de komst van de weg zal de rust en groene ruimte in het gebied immers afnemen. Beoordeling De effecten van variant 3 op cultuurhistorie zijn zeer negatief (--) beoordeeld.
De variant leidt namelijk op veel punten tot aantasting van cultuurhistorische waarden. Het cultuurhistorische waardevolle lijnelement Schenkeldijk en de historische groenstructuur Werkense Boezem worden zowel fysiek als qua beleving aangetast (nieuwe doorsnijding). Ook het cultuurhistorisch waardevolle lijnelement Krouwerskade wordt qua beleving geschaad. Meerdere kenmerken van de NHW worden aangetast, zoals het inundatiegebied (versnippering), de inundatiedijken (doorsnijding) en het groene en rustige karakter. Tevens wordt de beleving van openheid van de schootsvelden en van fort Bakkerskil geschaad.
De Krouwerskade (links)
2.2.3 Conclusie effecten cultuurhistorie In de onderstaande tabel is de beoordeling van de effecten op cultuurhistorie van de drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam weergegeven. Alle varianten hebben een negatief effect op cultuurhistorische waarden. Varianten 33 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
1 en 2 hebben allebei licht negatieve effecten en zijn daarmee gelijkwaardig. Deze varianten zijn daarmee het gunstigste. De licht negatieve effecten van variant 1 komen voort uit het gegeven dat de bestaande doorsnijding van de cultuurhistorisch waardevolle Schenkeldijk en Werkense Boezem groter wordt als gevolg van de verbreding van de weg. Dit raakt tevens aan de waarden van de NHW, aangezien de Schenkeldijk een inundatiedijk van dit militairhistorische systeem is. Andere kenmerken van de NHW worden door variant 1 niet tot nauwelijks geschaad. Bij variant 2 zijn de licht negatieve effecten gelegen in het gegeven dat deze variant afbreuk zal doen aan de beleving van het historische bebouwingslint Schans, de daarlangs aanwezige monumenten en karakteristieke panden en aan de incomplete monumentale molen ’t Landeke’. Tevens wordt het groene en overwegend rustige karakter dat de NHW kenmerkt geschaad. Deze effecten zijn echter beperkt. Enerzijds omdat het eerstgenoemde effect alleen beleving betreft en geen fysieke aantasting. Anderzijds omdat de autonome ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden, namelijk de realisatie van de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ en nieuwe op- en afritten voor de A27, de effecten beperken. Variant 3 leidt op veel punten fysiek of qua beleving tot aantasting van cultuurhistorische waarden en scoort daardoor het slechtste.
De aantasting heeft onder meer betrekking op de Schenkeldijk en Werkense Boezem (nieuwe doorsnijding) en diverse kenmerken van de NHW, zoals het inundatiegebied (versnippering), de inundatiedijken Schenkeldijk en Krouwerskade, het groene en rustige karakter en de beleving van de openheid van de schootsvelden en van fort Bakkerskil. Omgevingsaspect Cultuurhistorie
Effectbeoordeling variant 1 -/0
Effectbeoordeling variant 2 -/0
34 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Effectbeoordeling variant 3 --
3 3.1
GELUID Wettelijk kader
De regelgeving met betrekking tot wegverkeerslawaai is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Volgens de Wgh hebben alle wegen een geluidzone, met uitzondering van woonerven en wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied ligt. De zone is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai verplicht is. De Wgh maakt een onderscheid tussen het wijzigen van een bestaande weg en de aanleg van een nieuwe weg. Weg(en) Variant 1, verbreding Dijkgraaf
Omgeving
Aantal rijstroken
Zonebreedte (m)
buitenstedelijk
4
400
buitenstedelijk
2
250
den Dekkerweg Variant 2 en 3, nieuwe wegen Tabel 3.1 Zonebreedten
Wijzigen bestaande weg Als een bestaande weg fysiek wordt gewijzigd, kan er sprake zijn van een reconstructie in de zin van de Wgh. Er is sprake van een reconstructie als: het gaat om een wijziging op of aan een aanwezige weg (wijzigen profiel, wegbreedte, hoogteligging, wegdek, aantal rijstroken, aanleg kruispunten, aanleg aansluitingen, op- en afritten, wijziging van snelheid), én de geluidsbelasting met 2 dB of meer toeneemt ten opzichte van de toetswaarde als gevolg van deze wijziging. Of er sprake is van reconstructie wordt per woning of andere geluidsgevoelige bestemming bepaald. Indien er sprake is van een reconstructie moet onderzocht worden of er maatregelen getroffen kunnen worden om de toename van de geluidsbelasting ongedaan te maken (bijvoorbeeld door toepassing van een stiller wegdek en/ of een geluidsscherm). Wanneer er geen maatregelen kunnen worden getroffen, kan het bevoegd gezag een hogere waarde voor de maximale toekomstige geluidsbelasting vaststellen tot een bepaald plafond. Aanleg nieuwe weg Bij de aanleg van een nieuwe weg, dient op de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de geluidzone van de weg liggen te worden voldaan aan de geluidnormen die in de Wgh zijn opgenomen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidsbelasting bedraagt 48 dB (per weg afzonderlijk beschouwd als er sprake is van meerdere wegen).
Indien de geluidsbelasting hoger is en het treffen van maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend is, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, kan het bevoegd gezag een hogere grenswaarde vaststellen tot een bepaald plafond. 3.2
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
Alcedo heeft akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai verricht om de gecumuleerde geluidbelasting in de huidige situatie en rekening houdend met autonome ontwikkelingen (de referentiesituatie) ter plaatse van woningen in 35 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
de omgeving van de drie varianten te bepalen2. De onderzoeksrapportage van Alcedo is opgenomen als bijlage. De gecumuleerde geluidsbelasting betreft de geluidbelasting van alle huidige wegen gezamenlijk inclusief autonome ontwikkelingen, zoals de nieuwe op- en afritten van de A27 (waardoor de verkeerssituatie wijzigt) en geplande ruimtelijke ontwikkelingen waaronder de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ en woningbouw in de kern Werkendam (waardoor het verkeersintensiteit wijzigt). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gecumuleerde geluidsbelasting (exclusief correctie artikel 110g Wgh3) bij de onderzochte woningen varieert van 46 tot 62 dB. Hierbij is de geluidsbelasting het hoogst bij de woningen gelegen op korte afstand van de A27, de Borcharenweg en/of Dijkgraaf den Dekkerweg. De gemiddelde gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt 54 dB. Voor de gecumuleerde geluidbelasting per woning wordt verwezen naar de rapportage van Alcedo. 3.3
Beoordeling effecten geluid
Om te bepalen welk effect de drie varianten op de geluidsbelasting bij de omliggende geluidsgevoelige bestemmingen zullen hebben, is voor de drie varianten door Alcedo akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer uitgevoerd. De drie varianten zijn getoetst aan de Wgh. Voor variant 1 is getoetst of er voor de Dijkgraaf den Dekkerweg sprake is van een reconstructiesituatie. De verbreding van deze weg naar 2x2 rijstroken wordt immers gezien als een wijziging van een bestaande weg. Voor variant 2 en 3 is getoetst aan de situatie voor de aanleg van een nieuwe weg. Bij variant 1 en 3 zal de aansluiting van de verbrede Dijkgraaf den Dekkerweg of de nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg op de Grote Waardweg/Borcharenweg leiden tot een wijziging van deze wegen. Daarom is bij de varianten 1 en 3 voor deze wegen ook een reconstructietoets uitgevoerd. Naast de toetsing aan de Wgh, zijn de drie varianten ook vergeleken met de referentiesituatie. Hierbij is de toe- of afname van de geluidbelasting per geluidgevoelig object binnen de geluidzones van de te onderzoeken wegen in beeld gebracht. Daarvoor is uitgegaan van de gecumuleerde geluidsbelasting, dat wil zeggen van alle wegen gezamenlijk. De varianten zorgen immers ook voor wijzigingen in de verkeersintensiteit op de bestaande wegen en hebben daarmee effect op de geluidbelasting van deze wegen.
In de gecumuleerde geluidbelasting zijn al deze effecten meegenomen. De hieronder genoemde geluidsbelastingen per weg (in de reconstructietoetsen en de nieuwe wegen), zijn inclusief correctie conform artikel 110g Wgh. Hierbij is een correctie van 2 dB gehanteerd voor de wegvakken met een rijsnelheid van 80 km/uur en 5 dB voor een rijsnelheid lager dan 70 km/uur. De gecumuleerde geluidsbelasting is exclusief correctie artikel 110g Wgh.
2
Alcedo ‘Variantenstudie ontsluiting kern Werkendam – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai’, 18 november 2020 3 Volgens artikel 110g van de Wgh dient een correctie op de berekende geluidbelasting te worden toegepast in verband met de verwachte afname van de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst. 36 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Hieronder zijn de algemene bevindingen weergegeven. Voor de resultaten per woning wordt verwezen naar de rapportage van Alcedo die als bijlage is opgenomen. Variant 1: Verbreding Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken Dijkgraaf den Dekkerweg Na verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg neemt de geluidsbelasting afkomstig van het verkeer op de Dijkgraaf den Dekkerweg met ten hoogste 1,2 dB toe ter plaatse van de woningen waar sprake is van een geluidsbelasting van minimaal 48 dB. Hiermee is er geen sprake van een reconstructiesituatie. Grote Waardweg Na verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg neemt de geluidsbelasting afkomstig van het verkeer op de Grote Waardweg met ten hoogste 0,5 dB toe ter plaatse van de woningen waar sprake is van een geluidsbelasting van minimaal 48 dB. Hiermee is er geen sprake van een reconstructiesituatie. Borcharenweg Na verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg neemt de geluidsbelasting afkomstig van het verkeer op de Borcharenweg met ten hoogste 0,7 dB toe ter plaatse van de woningen waar sprake is van een geluidsbelasting van minimaal 48 dB. Hiermee is er geen sprake van een reconstructiesituatie. Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidsbelasting neemt bij verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg op de hoogst belaste gevel van de woningen ten hoogste 0,2 dB toe of af ten opzichte van de referentiesituatie.
Gemiddeld is sprake van een toename van 0,02 dB ten opzichte van de referentiesituatie. Afhankelijk van de woning is sprake van een zeer geringe toe- of afname van het geluid. Daarmee is variant 1 voor geluid vergelijkbaar met de referentiesituatie. Beoordeling De effecten van variant 1 op geluid zijn neutraal (0) beoordeeld. Ten aanzien van de gecumuleerde geluidbelasting is de variant immers vergelijkbaar met de referentiesituatie. Tevens is er geen sprake van een reconstructiesituatie. Variant 2: Noordelijke ontsluitingsweg Nieuwe noordelijke ontsluitingsweg De geluidsbelasting afkomstig van de nieuwe noordelijke ontsluitingsweg bedraagt bij alle bestaande woningen ten hoogste 45 dB en voldoet hiermee aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hiermee vormt de aanleg van de noordelijke ontsluitingsweg geen belemmering voor de bestaande woningen. Ter plaatse van de referentiepunten ter hoogte van de toekomstige woningen in de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ bedraagt de geluidsbelasting ten hoogste 63 dB. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er wordt ook niet voldaan aan de maximaal toelaatbare hogere waarde van 58 dB voor geprojecteerde woningen.
Indien voor deze variant gekozen wordt, dient onderzocht te worden of het mogelijk is de geluidsbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen te verlagen door het treffen van bronmaatregelen en/of afschermende maatregelen. 37 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Bij bronmaatregelen kan gedacht worden aan verlaging van de snelheid en/of het toepassen van een stiller wegdek. Bij afschermende maatregelen kan gedacht worden aan een geluidsscherm en/of -wal. Gezien de hoogte van de optredende geluidsniveaus zullen maatregelen naar verwachting niet voldoende zijn om te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. In dat geval dienen hogere waarden aangevraagd te worden voor de woningen en dient rekening te worden gehouden met geluidsisolerende maatregelen aan de gevels van de woningen. Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidsbelasting is bij de noordelijke ontsluitingsweg met name ter plaatse van de toekomstige woningen in de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ veel hoger dan de referentiesituatie. De geluidsbelasting is hier op de maatgevende beoordelingshoogte tot 17 dB hoger. Bij deze woningen wordt de nieuwe weg maatgevend voor de gecumuleerde geluidsbelasting. Bij de bestaande woningen aan de Richter 144 en 179, Buitenlaag 30, 31, 34, 36 neemt de gecumuleerde geluidsbelasting met 2 tot 3 dB toe in vergelijking met de referentiesituatie. Hier zijn de wegen Monnikenhoef en Lange Wiep maatgevend voor de geluidsbelasting en deels de snelweg A27. Bij de overige woningen is de toename op de hoogst belaste gevel ten hoogste 2 dB. De grootste afname bedraagt 3 dB.
Gemiddeld is sprake van een toename van 0,33 dB ten opzichte van de referentiesituatie. Indien de nieuwe woningen buiten beschouwing worden gelaten, is er sprake van een verschil variërend van -3,3 tot 2,6 dB. Er is dan gemiddeld sprake van een afname van 0,75 dB ten opzichte van de referentiesituatie. Beoordeling De effecten van variant 2 op geluid zijn negatief (-) beoordeeld. Dit komt door de (forse) toename van de gecumuleerde geluidbelasting ten opzichte van de referentiesituatie voor de toekomstige woningen in de nieuwe wijk ‘Achter de Schans’ en de bestaande woningen aan de Richter en Buitenlaag. Ook wordt bij de woningen in de nieuwe wijk de voorkeursgrenswaarde overschreden. Variant 3: Zuidelijke ontsluitingsweg Nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg De geluidsbelasting afkomstig van de nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg bij de bedraagt bij alle woningen ten hoogste 46 dB en voldoet hiermee aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hiermee vormt de aanleg van de zuidelijke ontsluitingsweg geen belemmering voor de woningen. Grote Waardweg Na aanleg van de zuidelijke variant neemt de geluidsbelasting afkomstig van het verkeer op de Grote Waardweg niet toe ter plaatse van de woningen waar sprake is van een geluidsbelasting van minimaal 48 dB. Hiermee is er geen sprake van een reconstructiesituatie.
Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidsbelasting neemt bij de zuidelijke ontsluitingsweg op de hoogst belaste gevel van de woningen met ten hoogste 0,5 dB toe ten opzichte van de referentiesituatie. Het verschil in geluidbelasting varieert, afhankelijk van de woning, van 0,5 tot -1,7 dB. Gemiddeld is sprake van een afname van 0,06 dB ten opzichte van de referentiesituatie. Dit betreft een 38 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
zeer geringe afname van geluid. Bij de meeste woningen is er sprake van een geringe toe- of afname van het geluid, waardoor deze variant wat betreft geluid vergelijkbaar is met de referentiesituatie. Beoordeling De effecten van variant 3 op geluid zijn neutraal (0) beoordeeld. De gecumuleerde geluidbelasting is namelijk vergelijkbaar met de referentiesituatie. Ook wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en is er geen sprake van een reconstructiesituatie. 3.4
Conclusie effecten geluid
In de onderstaande tabel is de beoordeling van de effecten op geluid van de drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam weergegeven. Varianten 1 en 3 zijn de beste opties. Deze varianten zijn wat betreft de gecumuleerde geluidbelasting vergelijkbaar met de referentiesituatie en daardoor qua geluid geen verslechtering. Bovendien is er bij variant 1 geen sprake van reconstructie en voldoet variant 3 aan de voorkeursgrenswaarde. Variant 2 scoort slechter vanwege de verslechtering van de geluidssituatie door de toename van de gecumuleerde geluidbelasting voor de toekomstige woningen in de nieuwe wijk ‘Achter de Schans’ en de bestaande woningen aan de Richter en Buitenlaag. Daarnaast wordt bij de woningen in de nieuwe wijk de voorkeursgrenswaarde overschreden. Omgevingsaspect Geluid
Effectbeoordeling variant 1 0
Effectbeoordeling variant 2 -
39 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Effectbeoordeling variant 3 0
4
LUCHTKWALITEIT
4.1
Wettelijk kader
In de Wet milieubeheer zijn in hoofdstuk 5 titel 2 grenswaarden opgenomen die betrekking hebben op de luchtkwaliteit. Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als de ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden. De ervaring leert dat langs wegen de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) maatgevend zijn. Overschrijdingen van grenswaarden van andere stoffen komen in Nederland slechts in exceptionele gevallen voor. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/m³ (jaargemiddelde). De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/m³ (jaargemiddelde). Daarnaast geldt een richtwaarde voor PM2,5. Deze bedraagt in het gebied waar het variantenonderzoek betrekking op heeft 11 µg/m³ (jaargemiddelde). Bij het berekenen van de luchtkwaliteit langs wegen worden de concentraties stikstofdioxide en fijn stof conform de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 bepaald op maximaal 10 meter van de wegrand. Als de rooilijn van bebouwing dichter bij de weg ligt dan dient de afstand vanaf de wegrand tot de rooilijn aangehouden te worden.
Volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit dienen natuurlijke bronnen die geen schadelijke effecten hebben voor de gezondheid, zoals zeezout, bij de beoordeling van de luchtkwaliteit buiten beschouwing te worden gelaten. Hiervoor wordt een aftrek toegepast. 4.2
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
Alcedo heeft luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd om de luchtkwaliteit in de huidige situatie en rekening houdend met autonome ontwikkelingen (de referentiesituatie) langs de wegen in de omgeving van de drie varianten te bepalen4. De onderzoeksrapportage van Alcedo is opgenomen als bijlage. Overeenkomstig de Regeling beoordeling luchtkwaliteit zijn de concentraties stikstofdioxide en fijn stof berekend op maximaal 10 meter van de wegrand of ter plaatse van de rooilijn van woningen indien die dichter bij de weg ligt. Hierbij is, als worst-case benadering, de zeezoutcorrectie niet toegepast. De concentraties zijn gecumuleerd, dat wil zeggen van alle wegen gezamenlijk. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 het hoogste zijn langs de A27, respectievelijk maximaal 20 µg/m³, 17,5 µg/m³ en 9,6 µg/m³. Langs de lokale wegen zijn deze concentraties lager. Daar bedragen de concentraties NO2 en PM10 ten hoogste 16 µg/m³ en de concentratie PM2,5 ten hoogste 9,2 µg/m³. Tussen de beoordelingspunten varieert de concentratie NO2 tussen de 11,4 en de 16,0 μg/m³. Deze is het hoogst langs de Dijkgraaf den Dekkerweg. De gemiddelde concentratie bedraagt 12,7 μg/m³.
4
Alcedo ‘Variantenstudie ontsluiting kern Werkendam – Onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege wegverkeer’, 25 november 2020 40 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
De concentratie PM10 varieert bij de beoordelingspunten tussen de 15,1 en de 16,0 μg/m³. Deze is het hoogst langs de Borcharenweg. De gemiddelde concentratie bedraagt 15,4 μg/m³. De concentratie PM2,5 varieert bij de beoordelingspunten tussen de 8,7 en de 9,2 μg/m³. Deze is het hoogst langs de Borcharenweg. De gemiddelde concentratie bedraagt 8,77 μg/m³. Voor de concentraties per beoordelingspunt wordt verwezen naar de rapportage van Alcedo. 4.3
Beoordeling effecten luchtkwaliteit
Om te bepalen welk effect de drie varianten op de luchtkwaliteit langs de wegen zullen hebben, is voor de drie varianten door Alcedo onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege het wegverkeer uitgevoerd. De drie varianten zijn getoetst aan de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) uit hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer. Bezien is of er locaties zijn waar mogelijk de grenswaarden vanwege wegverkeer worden overschreden. Omdat over het algemeen langs snelwegen de concentraties het hoogst zijn, is er onderscheid gemaakt tussen de A27 en de lokale wegen. Naast de toetsing aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer, zijn de drie varianten ook vergeleken met de referentiesituatie. Hierbij is de toe- of afname van de concentraties stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) per beoordelingspunt van de te onderzoeken wegen in beeld gebracht. De concentraties zijn op 10 meter uit de wegrand berekend of ter plaatse van de rooilijn van woningen indien die dichter bij de weg ligt. Hierbij is (worstcase) de zeezoutcorrectie niet toegepast. De berekende concentraties zijn de gecumuleerde concentraties van alle wegen gezamenlijk. Daarmee zijn de effecten van de varianten op alle wegen meegenomen. Hieronder zijn de algemene bevindingen weergegeven.
Voor de resultaten per beoordelingspunt wordt verwezen naar de rapportage van Alcedo die als bijlage is opgenomen. Variant 1: Verbreding Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken Na verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg blijven de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 het hoogste langs de A27, respectievelijk maximaal 20 µg/m³, 17,5 µg/m³ en 9,6 µg/m³. Langs de lokale wegen bedraagt bij variant 1 de hoogste concentratie NO2 16,2 µg/m³ (langs de Dijkgraaf den Dekkerweg). De hoogste concentratie PM10 bedraagt 16,0 µg/m³ en de hoogste concentratie PM2,5 9,2 µg/m³ (beiden langs de Borcharenweg). Er wordt bij variant 1 voor zowel NO2, PM10 als PM2,5 voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Tevens wordt voldaan aan de richtwaarde voor PM2,5. De hoogste concentraties langs de A27 verschillen niet ten opzichte van de referentiesituatie. Bij de lokale wegen neemt de hoogste concentratie NO2 toe met 0,2 µg/m³ ten opzichte van de referentiesituatie. De hoogste concentraties PM10 en PM2,5 wijzigen niet in vergelijking met de referentiesituatie. 41 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Als gekeken wordt naar de beoordelingspunten dan blijkt dat langs lokale wegen bij variant 1: De concentratie NO2 ten hoogste 0,92 μg/m3 toeneemt en -0,39 μg/m3 afneemt ten opzichte van de referentiesituatie. De gemiddelde toename bedraagt 0,05 μg/m3. De grootste toe- en afname van de concentratie PM10 ten opzichte van de referentiesituatie respectievelijk 0,14 en -0,07 μg/m3 bedraagt. De gemiddelde toename bedraagt 0,01 μg/m3. De grootste toe-en afname van de concentratie PM2,5 ten opzichte van de referentiesituatie respectievelijk 0,05 en -0,03 μg/m3 bedraagt. De gemiddelde toename bedraagt 0,00 μg/m³. Afhankelijk van het beoordelingspunt is sprake van een zeer geringe toe- of afname van de concentraties (< 1,0 μg/m³). Daarmee is variant 1 voor luchtkwaliteit vergelijkbaar met de referentiesituatie. Beoordeling De effecten van variant 1 op luchtkwaliteit zijn neutraal (0) beoordeeld. De variant is met betrekking tot de concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 immers vergelijkbaar met de referentiesituatie (verschil <1,0 µg/m³). Tevens wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Variant 2: Noordelijke ontsluitingsweg Met de realisatie van de noordelijke ontsluitingsweg blijven de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 het hoogste langs de A27, respectievelijk maximaal 20 µg/m³, 17,5 µg/m³ en 9,6 µg/m³.
Langs de lokale wegen bedraagt bij variant 2 de hoogste concentratie NO2 16,3 µg/m³ (langs de Dijkgraaf den Dekkerweg). De hoogste concentratie PM10 bedraagt 16,0 µg/m³ en de hoogste concentratie PM2,5 9,1 µg/m³ (beiden langs de Sportlaan). Er wordt bij variant 2 voor zowel NO2, PM10 als PM2,5 voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Tevens wordt voldaan aan de richtwaarde voor PM2,5. De hoogste concentraties langs de A27 veranderen niet ten opzichte van de referentiesituatie. Langs de lokale wegen neemt de hoogste concentratie NO2 toe met 0,3 µg/m³ ten opzichte van de referentiesituatie. De hoogste concentratie PM2,5 neemt met 0,1 µg/m³ af in vergelijking met de referentiesituatie. De hoogste concentratie PM10 blijft gelijk. Als gekeken wordt naar de beoordelingspunten dan blijkt dat langs lokale wegen bij variant 2: De concentratie NO2 ten hoogste 0,92 μg/m3 toeneemt en -0,62 μg/m3 afneemt ten opzichte van de referentiesituatie. De gemiddelde toename bedraagt 0,04 μg/m3. De grootste toe- en afname van de concentratie PM10 ten opzichte van de referentiesituatie respectievelijk 0,16 en -0,13 μg/m3 bedraagt. De gemiddelde toename bedraagt 0,00 μg/m3. De grootste toe- en afname van de concentratie PM2,5 ten opzichte van de referentiesituatie respectievelijk 0,05 en -0,04 μg/m3 bedraagt. De gemiddelde toename bedraagt 0,00 μg/m3.
Afhankelijk van het beoordelingspunt is sprake van een zeer geringe toe- of afname van de concentraties (< 1,0 μg/m³). Daarmee is variant 2 voor luchtkwaliteit vergelijkbaar met de referentiesituatie. Wel is bij de toekomstige woningen in de nieuwe wijk ‘Achter de Schans’ sprake van iets grotere toenames dan bij de varianten 1 en 3. Dit komt omdat de noordelijke 42 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
ontsluitingsweg vlak langs de toekomstige woningen wordt aangelegd. De toename van de concentraties NO2, PM10 en PM2,5, bedraagt bij de nieuwe woningen respectievelijk ten hoogste 0,82, 0,16 en 0,05 μg/m³. In de andere varianten is dit ten hoogste respectievelijk 0,02, 0,01 en 0,01 μg/m³. Beoordeling De effecten van variant 2 op luchtkwaliteit zijn neutraal (0) beoordeeld. De variant is namelijk vergelijkbaar met de referentiesituatie ten aanzien van de concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 (verschil <1,0 µg/m³). Ook wordt aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer voldaan. Variant 3: Zuidelijke ontsluitingsweg Bij de aanleg van de zuidelijke ontsluitingsweg blijven de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 het hoogste langs de A27, respectievelijk maximaal 20 µg/m³, 17,5 µg/m³ en 9,6 µg/m³. Langs de lokale wegen bedraagt bij variant 3 de hoogste concentratie NO2 15,8 µg/m³ (langs de Dijkgraaf den Dekkerweg). De hoogste concentratie PM10 bedraagt 16,0 µg/m³ en de hoogste concentratie PM2,5 9,2 µg/m³ (beiden langs de Borcharenweg). Er wordt bij variant 3 voor zowel NO2, PM10 als PM2,5 voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Tevens wordt voldaan aan de richtwaarde voor PM2,5. De hoogste concentraties langs de A27 veranderen niet ten opzichte van de referentiesituatie.
Langs de lokale wegen neemt de hoogste concentratie NO2 af met 0,2 µg/m³ ten opzichte van de referentiesituatie. De hoogste concentraties PM10 en PM2,5 veranderen niet. Als gekeken wordt naar de beoordelingspunten dan blijkt dat langs lokale wegen bij variant 3: De concentratie NO2 ten hoogste 0,60 μg/m3 toeneemt en -0,25 μg/m3 afneemt ten opzichte van de referentiesituatie. De gemiddelde toename bedraagt 0,01 μg/m3. De grootste toe- en afname van de concentratie PM10 ten opzichte van de referentiesituatie respectievelijk 0,07 en -0,05 μg/m3 bedraagt. De gemiddelde toename bedraagt 0,00 μg/m3. De grootste toe- en afname van de concentratie PM2,5 ten opzichte van de referentiesituatie respectievelijk 0,02 en -0,02 μg/m3 bedraagt. De gemiddelde toename bedraagt 0,00 μg/m3. Afhankelijk van het beoordelingspunt is sprake van een zeer geringe toe- of afname van de concentraties (< 1,0 μg/m³). Daarmee is variant 3 voor luchtkwaliteit vergelijkbaar met de referentiesituatie. Beoordeling De effecten van variant 3 op luchtkwaliteit zijn neutraal (0) beoordeeld. De variant is namelijk vergelijkbaar met de referentiesituatie voor wat betreft de concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 (verschil <1,0 µg/m³). Ook wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. 4.4
Conclusie effecten luchtkwaliteit
In de onderstaande tabel is de beoordeling van de effecten op luchtkwaliteit van de drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam weergegeven. Alle varianten kennen een neutrale beoordeling (0). De varianten zijn namelijk allen vergelijkbaar met de referentiesituatie. Er zijn nauwelijks verschillen in de hoogste concentraties ten opzichte van de referentiesituatie (<1,0 µg/m³). 43 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Ook zijn de verschillen bij de beoordelingspunten in vergelijking met de referentiesituatie zeer gering (<1,0 µg/m³). Bovendien voldoen alle varianten ruimschoots aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer. Tevens wordt voldaan aan de richtwaarde voor PM2,5. Omgevingsaspect Luchtkwaliteit
Effectbeoordeling variant 1 0
Effectbeoordeling variant 2 0
44 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Effectbeoordeling variant 3 0
5 5.1
NATUUR Beschermde soorten
5.1.1 Wettelijk kader De bescherming van planten- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb beschermt soorten uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn en de lijst van nationaal beschermde soorten. De Wnb kent een zorgplicht en verbodsbepalingen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De verbodsbepalingen regelen dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten, zoals het beschadigen of vernielen van nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren, verboden zijn. Van de verbodsbepalingen kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of vrijstelling. 5.1.2 Huidige situatie en autonome ontwikkeling Ecologisch adviesbureau EcoTierra heeft in het kader van de Wnb op basis van bronnenonderzoek, veldonderzoek, expert-judgement en ecologische principes geïnventariseerd welke beschermde soorten aanwezig zijn of verwacht worden ter plaatse van de tracés en de directe omgeving van de drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam5. De rapportage van EcoTierra is opgenomen als bijlage. In de rapportage zijn per variant per soortgroep de voorkomende en te verwachten beschermde soorten beschreven, waarbij tevens rekening is gehouden met autonome ontwikkelingen.
Voor een uiteenzetting van de aanwezige en te verwachten beschermde soorten wordt derhalve verwezen naar de rapportage van EcoTierra. 5.1.3 Beoordeling effecten beschermde soorten EcoTierra heeft beoordeeld wat de effecten van de drie varianten zijn voor beschermde soorten. Hiervoor is per variant per beschermde soort bezien wat de impact van de variant voor de betreffende beschermde soort is. De beoordeling is samengevat weergegeven in de onderstaande tabel. Tevens is hierbij aangegeven onder welk beschermingsregime de soorten vallen en of nader onderzoek/vervolg actie nodig is indien een bepaalde variant zou worden gekozen.
5
EcoTierra Ecologisch adviesbureau, ‘Aanleg nieuwe ontsluitingsweg te Werkendam – Potentiecheck flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming’, 12 november 2020 45 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Mate van mogelijke impact (tijdelijk en permanente gecombineerd)* Groen: Niet tot weinig (0 punten) Oranje: beperkt tot redelijk veel (1 punt) Rood: Veel (2 punten) Flora
Variant 1 (Weg)
Variant 2 (Noord)
Variant 3 (Zuid)
Beschermingsregime
Nader onderzoek/ vervolg actie
Beschermde soorten
Geen
Geen
Geen
N.v.t.
Nee
Verblijf in gebouw
Geen
Geen
Geen
Verblijf in boom
Matig
Geen
Sterk
Vliegroute
Sterk
Sterk
Sterk
Foerageergebied
Licht
Licht
Matig
Verblijfplaatsen
Matig
Geen
Sterk
Functioneel leefgebied
Matig
Matig
Matig
Dispersie (barrierewerking)
Matig
Geen
Matig
Verblijfplaatsen
Matig
Sterk
Sterk
Functioneel leefgebied
Matig
Matig
Sterk
Dispersie (barrierewerking)
Matig
Geen
Sterk
Matig
Matig
Sterk
Dispersie (barrierewerking) Burcht Functioneel leefgebied Dispersie (barrierewerking) Verblijfplaatsen en leefgebied
Geen Geen Licht Licht licht
Geen Geen Geen Licht Matig
Geen Sterk Sterk Sterk Sterk
Nestlocatie/ roestplek Functioneel leefgebied Dispersie (barrierewerking) Nestlocatie/ roestplek Functioneel leefgebied Dispersie (barrierewerking) Nestlocatie/ roestplek Functioneel leefgebied Dispersie (barrierewerking) Nestlocatie
Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen
Geen Matig Matig Geen Matig Matig Geen Sterk Sterk
Geen Matig Matig Geen Matig Matig Geen Geen Geen
Matig
Matig
Sterk
Licht Geen Geen Licht
Licht Geen Geen Licht
Licht Geen Geen Licht
Jaarrond beschermd nest Vogelrichtlijn
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Tracé 2* Tracé 2 Tracé 2 Check Tracé 1, 2 en 3. Mogelijk nader onderzoek Nee Nee Nee Nee
Geen
Sterk
Sterk
Vogelrichtlijn
Nee
Licht
Sterk
Sterk
Vogelrichtlijn Wnb Zorgplicht
Nee
Leefgebied Leefgebied
Sterk
Sterk
Sterk
Sterk
Sterk
Sterk
Voortplantingswater/ landhabitat Voortplantingswater/ landhabitat
Geen
Sterk
N.v.t.
Zoogdieren Vleermuizen
Steenmarter
Kleine marterachtigen
Eekhoorn
Bever
Door provincie vrijgestelde soorten
Nest
Nee Habitatrichtlijn
Tracé 1 en 3 Tracé 1, 2 en 3 Nee Tracé 1 en 3
Andere soorten
Nee Nee Tracé 1, 2 en 3
Andere soorten NB
Tracé 1, 2 en 3 Nee
Andere soorten
Habitatrichtlijn Wnb zorgplicht
Check Tracé 1, 2 en 3 Nee Tracé 3 Tracé 3 Tracé 3 Nee
Vogels Steenuil
Kerkuil
Ransuil
Roofvogels Boomvalk, buizerd, havik, sperwer
Grote gele kwikstaart en roek Weidevogels (Kievit, scholekster) Vogels zonder jaarrond beschermd nest
Functioneel leefgebied Dispersie (barrierewerking) Nestlocatie Leefgebied Nestlocatie/ functioneel leefgebied Nestlocatie/ functioneel leefgebied
Jaarrond beschermd nest Vogelrichtlijn Jaarrond beschermd nest Vogelrichtlijn Jaarrond beschermd nest Vogelrichtlijn Jaarrond beschermd nest Vogelrichtlijn
Vissen Grote modderkruiper Algemene soorten
Andere soorten NB Visserijwet Wnb zorgplicht
Tracé1, 2 en 3
Sterk
Habitatrichtlijn
Tracé 2 en 3
Sterk
Sterk
Wnb zorgplicht
Nee
Geen
Geen
Geen
N.v.t.
Nee
Geen
Geen
Geen
N.v.t.
Nee
17
29
43
Nee
Amfibieën Poelkikker Door provincie vrijgestelde soorten Reptielen Alle soorten
Sterk
Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten
N.v.t.
Totaalscore
* De locatie en de functie van de nest-/ roestlocatie dient bepaald te worden om te kunnen bepalen wat de impact zal zijn op het functionele leefgebied.
46 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Voor een nadere beschrijving van de te verwachten effecten van de varianten op de beschermde soorten wordt verwezen naar de rapportage van EcoTierra, welke als bijlage is opgenomen. Uit de beoordeling van de effecten op beschermde soorten blijkt dat: Variant 1 weinig directe en indirecte effecten zal hebben op beschermde soorten. Dit komt vooral doordat deze variant betrekking heeft op de zuidelijke berm van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg en direct aangrenzende gronden. Hier zijn weinig beschermde soorten aanwezig of verwacht. De functie die deze gronden voor beschermde soorten heeft is dus beperkt. De effecten van variant 1 op beschermde soorten zijn daarom licht negatief (-/0) beoordeeld. Variant 2 redelijk veel impact zal hebben op beschermde soorten. Dit komt met name door de impact die het tracé kan hebben op (het leefgebied van) uilen, roofvogels, weidevogels en andere vogels. De effecten van variant 2 op beschermde soorten zijn derhalve negatief (-) beoordeeld. Variant 3 veel impact zal hebben op beschermde soorten. Met name de doorsnijding van de groenstructuur van de Werkense Boezem zal voor aantasting van (het leefgebied van) beschermde soorten zorgen. Er is veel impact op zoogdieren. De effecten van variant 3 op beschermde soorten zijn daarom zeer negatief (--) beoordeeld.
5.1.4 Conclusie effecten beschermde soorten In de onderstaande tabel is de beoordeling van de effecten op beschermde soorten van de drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam weergegeven. Variant 1 is de gunstigste optie ten aanzien van beschermde soorten. Deze variant zal weinig effecten hebben op beschermde soorten. Ter plaatse van het tracé zijn weinig beschermde soorten aanwezig of verwacht. Variant 2 zorgt daarna voor de minste aantasting van beschermde soorten. Dit tracé heeft met name impact op (het leefgebied van) vogels. Variant 3 heeft de meeste impact op beschermde soorten. De doorsnijding van de Werkense Boezem is hier vooral debet aan. Omgevingsaspect Natuur – Beschermde soorten
5.2
Effectbeoordeling variant 1 -/0
Effectbeoordeling variant 2 -
Effectbeoordeling variant 3 --
Natura 2000
5.2.1 Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt ook de bescherming van Natura 2000-gebieden (Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR)). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. De Wnb verplicht om te beoordelen of plannen en projecten significant negatieve effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig, zoals een ecologische beoordeling of passende beoordeling. Een plan of een vergunning kunnen alleen worden vastgesteld/verleend indien uit de beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan of project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen dan kan dit 47 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
uitsluitend als er voor het plan of project geen alternatieve oplossingen zijn, het plan of project nodig is om dwingende redenen van groot openbaar belang en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. Het bevoegd gezag voor de verlening van een vergunning is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt. 5.2.2 Huidige situatie en autonome ontwikkeling De drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam liggen nabij het Natura 2000-gebied Biesbosch. De Biesbosch is aangewezen als Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied. Variant 3 ligt het dichtst bij het Natura 2000-gebied. De afstand van deze variant tot dit gebied bedraagt minimaal 470 meter. Hier kwalificeert het Natura 2000-gebied alleen als Habitatrichtlijngebied. Het betreft de Bakkerskil. Variant 1 en 2 liggen op respectievelijk minimaal 900 meter en 1,9 kilometer afstand van Natura 2000-gebied Biesbosch. Overige Natura 2000-gebieden, zoals Loevestein, Pompveld en Kornsche Boezem en Lingegebied & Diefdijk-Zuid liggen op minimaal 5 kilometer afstand.
Ligging van de drie varianten ten opzichte van Natura 2000-gebied Biesbosch (bron: Ecogroen). Groene vlakken: Habitat- en Vogelrichtlijngebied. Gele vlakken: Habitatrichtlijngebied.
Biesbosch De Biesbosch was eeuwenlang een uitgestrekt zoetwatergetijdengebied. Ontstaan in het begin van de vijftiende eeuw, tijdens de St-Elizabethsvloed, werd het gebied lange tijd gekenmerkt door verraderlijke wilgenvloedbossen (deels in gebruik als grienden), afgewisseld met kale zand- en slikplaten, rietgorzen en biezenvelden. De getijdenkreken hadden vaak steile flanken. Door de uitvoering van de Deltawerken heeft de Biesbosch veel van zijn allure moeten prijsgeven. Na de afsluiting van het Volkerak in 1960 en het Haringvliet in 1970 viel het getij terug van gemiddeld 2 meter naar enkele 48 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
decimeters. Het gebied bestaat uit drie delen: de Sliedrechtse en Dordtsche Biesbosch ten noorden van de Nieuwe Merwede en de Brabantse Biesbosch ten zuiden ervan. Alleen in de Sliedrechtse Biesbosch resteert nog een getijdenverschil van ongeveer 70 centimeter door de open verbinding via de Oude Maas. Het dynamische getijdengebied veranderde na de uitvoering van de Deltawerken in een verruigd moerasgebied waarin de hoogteverschillen tussen platen en geulen geleidelijk verminderden, wat ten koste ging van afkalving van de eilanden. De biezenvelden, rietgorzen en wilgenvloedbossen zijn deels verdwenen, delen zijn ingepolderd en er zijn drinkwaterbekkens aangelegd. Ondanks deze ingrepen bestaat het landschap van eilanden en slingerende waterwegen in wezen nog steeds en wordt het nu gekenmerkt door rivieren, kreken, slikken, rietgorzen, bekade grienden en polders. In de Sliedrechtse Biesbosch komt nog een groot areaal droog rivierduingrasland en natte stroomdalgraslanden voor. Voor het Natura 2000-gebied Biesbosch zijn negen habitattypen, veertien habitatrichtlijnsoorten, acht broedvogelsoorten en 22 niet-broedvogelsoorten aangewezen.
Habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten, Broedvogelsoorten en Niet-broedvogelsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Biesbosch is aangewezen (bron: Ecogroen)
Stikstofdepositie Stikstofdepositie heeft een vermestend en verzurend effect waarvoor diverse vegetaties van habitattypen en leefgebieden van soorten gevoelig kunnen zijn. In het Natura 2000-gebied Biesbosch zijn stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden aanwezig, zoals stroomdalgraslanden en glanshaver- en vossenstaarthooilanden. Een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige vegetatietypen leidt tot verruiging en vergrassing. Dit heeft weer een effect op het voedselaanbod van aanwezige soorten en de florarijkdom.
49 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Ecogroen heeft met een stikstofdepositieberekening inzichtelijk gemaakt wat de bijdrage van het verkeer is aan de stikstofdepositie op het Natura 2000gebied Biesbosch en overige Natura 2000-gebieden in de huidige situatie en rekening houdend met autonome ontwikkelingen (de referentiesituatie)6. De onderzoeksrapportage van Ecogroen is opgenomen als bijlage. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie van het verkeer in de referentiesituatie 19,3 mol/ha/jaar bedraagt op Natura 2000-gebied Biesbosch. Op het Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid betreft dit 1,55 mol/ha/jaar en op het gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem 0,76 mol/ha/jaar. 5.2.3 Beoordeling effecten Natura 2000 Ecogroen heeft op basis van de effectenindicator van het Ministerie van LNV, de ligging van de drie varianten, bekende dosis-effectrelaties en expert judgement beoordeeld of de varianten (significant) negatieve effecten kunnen hebben op de beschermde waarden van het Natura 2000-gebied Biesbosch. Het gaat om effecten als oppervlakteverlies, versnippering, hydrologische effecten en verstoring (door geluid, licht en beweging). Voor alle varianten geldt dat de gebruiksfase kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Biesbosch en andere Natura 2000gebieden. Dit als gevolg van de wijzigingen van de verkeersintensiteiten.
Zoals genoemd heeft stikstof een vermestend en verzurend effect, waardoor een negatief effect kan ontstaan op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten als de stikstofdepositie toeneemt. Ecogroen heeft daarom met verschilberekeningen voor elke variant inzichtelijk gemaakt of er al dan niet sprake is van een toename (>0,00 mol/ha/jaar) aan stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in vergelijking met de referentiesituatie. Alle wegen waarop ten gevolge van de varianten een wijziging van de verkeersintensiteit plaatsvindt zijn meegenomen in de berekeningen. Er zijn alleen berekeningen gemaakt voor de gebruiksfase. Voor de variant die uiteindelijk gekozen wordt zal te zijner tijd ten behoeve van de planologische procedure ook de stikstofdepositie in de aanlegfase moeten worden berekend. Mobiele werktuigen die nodig zijn voor de aanleg van de weg kunnen immers stikstofemissies uitstoten. Aangezien thans niet duidelijk is welk type werktuigen zal worden ingezet en gezien de ontwikkelingen in de landelijke wetgeving met betrekking tot stikstofdepositie in de aanlegfase, is stikstofdepositie in de aanlegfase in het kader van het variantenonderzoek buiten beschouwing gelaten. Hieronder zijn de bevindingen samengevat weergegeven.
Voor een nadere beschrijving van de te verwachten effecten van de varianten op Natura 2000gebieden wordt verwezen naar de rapportage van Ecogroen, welke als bijlage is opgenomen. Variant 1: Verbreding Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken Oppervlakteverlies, versnippering, hydrologische effecten en verstoring Variant 1 ligt op minimaal 900 meter afstand van het Natura 2000-gebied Biesbosch. Door de grote afstand en tussenliggende elementen zoals bebouwing, wegen, landerijen en dijken zijn negatieve effecten door 6
Ecogroen, ‘Variantenstudie ontsluiting Werkendam – Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming en het NNN-beleid in de provincie NoordBrabant’, 18 maart 2021. 50 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
oppervlakteverlies, versnippering, hydrologische effecten en verstoring op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Biesbosch uitgesloten. Stikstofdepositie Uit de verschilberekening blijkt dat variant 1 per saldo leidt tot een toename van 0,01 mol/ha/jaar stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Biesbosch ten opzichte van de referentiesituatie. Significant negatieve effecten door stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase van variant 1 zijn daarom niet uit te sluiten. Indien voor deze variant zou worden gekozen, dan zijn vervolgstappen zoals een ecologische beoordeling nodig. Beoordeling De effecten van variant 1 op Natura 2000 zijn negatief (-) beoordeeld. Significant negatieve effecten kunnen als gevolg van een toename van stikstofdepositie namelijk niet worden uitgesloten. Variant 2: Noordelijke ontsluitingsweg Oppervlakteverlies, versnippering, hydrologische effecten en verstoring Variant 2 ligt op minimaal 1,9 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Biesbosch. Door de grote afstand en tussenliggende elementen zoals bebouwing, wegen, landerijen en dijken zijn negatieve effecten door oppervlakteverlies, versnippering, hydrologische effecten en verstoring op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Biesbosch uitgesloten.