Bijlage RV Alternatievenonderzoek ontsluiting Werkendam - Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam
Tekst van het document
GEMEENTE ALTENA
Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam
Opdrachtnummer
: 84.28
Datum
: maart 2021
Versie
: v2 - definitief
Auteurs
: mRO b.v.
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .................................................................................... 5 1.1 AANLEIDING .................................................................................... 5 1.2 DRIE MOGELIJKE VARIANTEN ................................................................. 5 1.3 DOELSTELLING ................................................................................. 7 1.4 UITGANGSPUNTEN ONDERZOEK .............................................................. 8 1.5 METHODE ....................................................................................... 9 1.6 LEESWIJZER .................................................................................... 9 2 LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE ............................................ 10 2.1 LANDSCHAP....................................................................................10 2.1.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling................................. 10 2.1.2 Beoordeling effecten landschap ................................................19 2.1.3 Conclusie effecten landschap ....................................................24 2.2 CULTUURHISTORIE............................................................................ 25 2.2.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling.................................
25 2.2.2 Beoordeling effecten cultuurhistorie .......................................... 28 2.2.3 Conclusie effecten cultuurhistorie.............................................. 33 3 GELUID ....................................................................................... 35 3.1 WETTELIJK KADER ............................................................................ 35 3.2 HUIDIGE SITUATIE EN AUTONOME ONTWIKKELING ....................................... 35 3.3 BEOORDELING EFFECTEN GELUID ...........................................................36 3.4 CONCLUSIE EFFECTEN GELUID ..............................................................39 4 LUCHTKWALITEIT ....................................................................... 40 4.1 WETTELIJK KADER ............................................................................ 40 4.2 HUIDIGE SITUATIE EN AUTONOME ONTWIKKELING ....................................... 40 4.3 BEOORDELING EFFECTEN LUCHTKWALITEIT ................................................41 4.4 CONCLUSIE EFFECTEN LUCHTKWALITEIT ...................................................43 5 NATUUR ...................................................................................... 45 5.1 BESCHERMDE SOORTEN ......................................................................
45 5.1.1 Wettelijk kader ....................................................................... 45 5.1.2 Huidige situatie en autonome ontwikkeling................................. 45 5.1.3 Beoordeling effecten beschermde soorten .................................. 45 5.1.4 Conclusie effecten beschermde soorten ..................................... 47 5.2 NATURA 2000 ................................................................................47 5.2.1 Wettelijk kader ....................................................................... 47 5.2.2 Huidige situatie en autonome ontwikkeling................................. 48 5.2.3 Beoordeling effecten Natura 2000 ............................................. 50 5.2.4 Conclusie effecten Natura 2000 ................................................52 5.3 NATUURNETWERK NEDERLAND ..............................................................52 5.3.1 Wettelijk kader ....................................................................... 52 5.3.2 Huidige situatie en autonome ontwikkeling................................. 52 5.3.3 Beoordeling effecten Natuurnetwerk Nederland ..........................54 5.3.4 Conclusie effecten Natuurnetwerk Nederland..............................59 6 CONCLUSIES ...............................................................................
60 6.1 CONCLUSIES ..................................................................................60 6.2 VERVOLG, NADER ONDERZOEK EN MITIGERENDE MAATREGELEN ........................63
3 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Bijlagen 1. Alcedo ‘Variantenstudie ontsluiting kern Werkendam – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai’, 18 november 2020; 2. Alcedo ‘Variantenstudie ontsluiting kern Werkendam – Onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege wegverkeer’, 25 november 2020; 3. EcoTierra Ecologisch adviesbureau, ‘Aanleg nieuwe ontsluitingsweg te Werkendam – Potentiecheck flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming’, 12 november 2020; 4. Ecogroen, ‘Variantenstudie ontsluiting Werkendam – Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming en het NNN-beleid in de provincie Noord-Brabant’, 18 maart 2021.
4 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De kern Werkendam is voor haar ontsluiting grotendeels afhankelijk van de Dijkgraaf den Dekkerweg. Deze tweebaansweg verbindt de kern Werkendam met de oostelijk gelegen Rijksweg A27. De Dijkgraaf den Dekkerweg vormt daarmee de belangrijkste verbinding van de kern met het nationale en provinciale wegennet. De verkeersdruk op de weg wordt echter steeds hoger en vanwege ruimtelijke ontwikkelingen in en nabij de kern Werkendam, zoals woningbouw en bedrijvigheid, zullen de verkeersintensiteiten de komende jaren verder stijgen. Naar verwachting zullen er in 2030 knelpunten ontstaan in de doorstroming op de Dijkgraaf den Dekkerweg. De gemeente Altena is daarom gestart met het verkennen van de mogelijkheden om de capaciteit van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg te vergroten of een andere ontsluiting van de kern Werkendam naar de A27 te realiseren. Dit met als doelstelling om een toekomstbestendige en robuuste ontsluiting van de kern te kunnen bewerkstelligen.
De Dijkgraaf den Dekkerweg en zoekgebied alternatieven (bron: Topotijdreis)
1.2
Drie mogelijke varianten
In het kader van de verkenning zijn er bij de gemeente Altena drie mogelijke varianten in beeld voor de ontsluiting van Werkendam: Variant 1: Verbreding van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken; Variant 2: Aanleg van een nieuwe weg ten noorden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg; Variant 3: Aanleg van een nieuwe weg ten zuiden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg. Deze drie varianten worden hieronder kort getypeerd. 5 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Variant 1: Verbreding Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken. In variant 1 wordt de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg verbreed van 2x1 rijstrook naar 2x2 rijstroken. Deze verbreding heeft betrekking op het wegvak tussen het kruispunt met de Tol en de rotonde bij de Borcharenweg. Er wordt vanuit gegaan dat de verbreding aan de zuidzijde van de bestaande weg plaatsvindt. Dit gelet op de beperkte ruimte aan de noordzijde op sommige delen van het tracé. Middels de verbreding wordt extra capaciteit op de Dijkgraaf den Dekkerweg gecreëerd.
Variant 1: Verbreding Dijkgraaf den Dekkerweg (bron: Royal HaskoningDHV)
Variant 2: Noordelijke ontsluitingsweg In variant 2 wordt er ten noorden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd. Deze weg loopt vanaf de huidige rotonde in de Tol tot aan de Lange Wiep. De aansluiting op de Lange Wiep geschiedt ter hoogte van de bocht aan de noordoostzijde van sportpark ‘De Zwaaier’. De weg wordt grotendeels parallel aan de waterloop Binnenvliet en het Afwateringskanaal gesitueerd. Ten oosten van de kern Werkendam is een nieuwe woonwijk gepland, genaamd ‘Achter de Schans’. De nieuwe weg sluit aan op deze nieuwe wijk. De nieuwe noordelijke ontsluitingsweg vormt op deze wijze een directe verbinding tussen de kern Werkendam, de nieuwe woonwijk en de A27, die de Dijkgraaf den Dekkerweg kan ontlasten.
Variant 2: Noordelijke ontsluitingsweg (bron: Royal HaskoningDHV, bewerking mRO) 6 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Variant 3: Zuidelijke ontsluitingsweg In variant 3 wordt er ten zuiden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd. Deze weg loopt vanaf het kruispunt met de Tol tot aan de Grote Waardweg. De aansluiting op de Grote Waardweg vindt plaats nabij het kruispunt met de Krouwerskade. Ten zuiden van Werkendam ligt het bedrijventerrein Bruine Kilhaven en wordt momenteel het Regionaal bedrijvenpark Kop van Brabant ontwikkeld. De Grote Waardweg vormt de ontsluitingsweg voor het bedrijvenpark. Via het bedrijvenpark is ook het bedrijventerrein Bruine Kilhaven bereikbaar. De aansluiting van de zuidelijke ontsluitingsweg op de Grote Waardweg is nabij het bedrijvenpark gesitueerd. Met de nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg wordt zo een directe verbinding gecreëerd tussen de bedrijventerreinen en de A27, die de Dijkgraaf den Dekkerweg kan ontlasten.
Variant 3: Zuidelijke ontsluitingsweg (bron: Royal HaskoningDHV, bewerking mRO)
1.3
Doelstelling
De drie varianten zijn door Royal HaskoningDHV verkeerskundig onderzocht op oplossend vermogen1. Naast het verkeerskundig onderzoek wil de gemeente Altena ook bekijken wat de effecten van de drie varianten zijn op het gebied van: Landschap en cultuurhistorie; Geluid (wegverkeerslawaai); Luchtkwaliteit (stikstofdioxide en fijnstof); Natuur (beschermde soorten, Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland). Dit om tot een integrale afweging van een voorkeursvariant te komen. De gemeente Altena heeft mRO gevraagd om de effecten van de varianten op de vier omgevingsaspecten te onderzoeken. Het onderhavige rapport bevat de resultaten van dit onderzoek. Het rapport maakt de verwachte effecten van de drie varianten op de vier omgevingsaspecten inzichtelijk. Hierdoor kan de gemeente Altena de drie varianten tegen elkaar afwegen bij de keuze voor een voorkeursvariant. Het onderzoek biedt daarmee een handvat voor de besluitvorming. Opgemerkt wordt dat het onderzoek constaterend van aard is. 1
Royal HaskoningDHV, ‘Ontsluiting Werkendam’, 8 juli 2020 7
Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Er is geen weging toegepast voor de verschillende aspecten, in die zin dat bijvoorbeeld geluidseffecten zwaarder wegen dan landschappelijke effecten. Ook wordt er geen uitspraak gedaan over een voorkeursvariant. Wel wordt voor ieder omgevingsaspect duidelijk welke variant het gunstigste is. Het is aan de gemeente Altena om op basis van de resultaten van het onderhavige onderzoek, het verkeerskundig onderzoek en financiële aspecten een besluit te nemen over een voorkeursvariant, waarbij zij kan bepalen welke aspecten het zwaarst wegen of doorslaggevend zijn bij de keuze. 1.4
Uitgangspunten onderzoek
Voor het onderzoek naar de effecten van de drie varianten op de vier omgevingsaspecten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: In het onderzoek zijn de drie varianten vergeleken met de referentiesituatie 2030. Dit is de huidige situatie zonder het treffen van verkeersmaatregelen plus autonome ontwikkelingen die tot 2030 voorzien zijn, zoals de realisatie van een nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ aan de oostzijde van Werkendam en de aanleg van een nieuwe op- en afrit bij de A27. Voor de drie varianten bestaat geen wegontwerp en de ligging van de tracés is indicatief. Het onderzoek naar de vier omgevingsaspecten betreft daarom een onderzoek op hoofdlijnen en is globaal van aard. Het verkeerskundig onderzoek van Royal HaskoningDHV naar de drie varianten en het daarin gebruikte verkeersmodel vormt de basis voor het onderzoek naar de effecten op geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie (Natura 2000-gebieden). Dat wil zeggen dat voor de berekeningen ten aanzien van geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie dezelfde verkeersintensiteiten zijn gehanteerd. Voor de drie varianten is uitgegaan van een maximumsnelheid van 80 km/uur (behoudens het deel van variant 2 dat samenvalt met de nieuwe woonwijk ten oosten van de kern). Dit is ook de snelheid die in het verkeerskundig onderzoek is gehanteerd. Voor de drie varianten is ervan uitgegaan dat de nieuwe wegen, evenals
Overzicht variant 1-3, ligging nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’, nieuwe op- en afritten A27 (bron: landschapsplan A27 - bewerking mRO) 8 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
bij de bestaande Dijkgraaf den Dekkerweg het geval is, op maaiveldniveau worden aangelegd. Dus niet op een dijklichaam of verdiept. 1.5
Methode
Voor de vier omgevingsaspecten is beschreven welke effecten als gevolg van de drie varianten te verwachten zijn ten opzichte van de referentiesituatie 2030 (huidige situatie en autonome ontwikkelingen). Daartoe is voor de vier aspecten eerst de referentiesituatie in kaart gebracht. Per omgevingsaspect zijn de drie varianten beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is aangegeven op een schaal van – (zeer negatieve beoordeling) tot ++ (zeer positieve beoordeling). Zie de onderstaande tabel. Score
Beoordeling
++ Zeer positief in vergelijking met de referentiesituatie + Positief in vergelijking met de referentiesituatie 0/+ Licht positief in vergelijking met de referentiesituatie 0 Neutraal in vergelijking met de referentiesituatie -/0 Licht negatief in vergelijking met de referentiesituatie Negatief in vergelijking met de referentiesituatie -Zeer negatief in vergelijking met de referentiesituatie Tabel 1.1 Beoordelingskader
De effecten ten aanzien van de aspecten geluid en luchtkwaliteit zijn kwantitatief, aan de hand van berekeningen, beoordeeld. De effectbepaling voor landschap en cultuurhistorie is kwalitatief. Ook voor het aspect natuur is de beoordeling kwalitatief, met uitzondering van het onderdeel stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Hiervoor zijn de effecten gekwantificeerd middels stikstofdepositieberekeningen. 1.6
Leeswijzer
Deze rapportage is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 omvat de beoordeling van de effecten van de drie varianten op de aspecten landschap en cultuurhistorie. In hoofdstuk 3 komen de effecten ten aanzien van geluid aan de orde. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de effecten op luchtkwaliteit. In hoofdstuk 5 worden de effecten met betrekking tot natuur besproken. Voor deze vier hoofdstukken geldt dat eerst de huidige situatie en autonome ontwikkeling ten aanzien van het betreffende aspect wordt beschreven. Bij de aspecten geluid, luchtkwaliteit en natuur wordt tevens eerst het wettelijk kader beknopt geduid, gezien de relevantie daarvan voor de effectbeoordeling. Vervolgens wordt ingegaan op de effecten die de varianten op het aspect hebben. Het rapport wordt afgesloten met een korte conclusie (hoofdstuk 6).
9 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
2 2.1
LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE Landschap
2.1.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling Landschappelijke ontwikkeling De drie varianten voor de ontsluiting van de kern Werkendam zijn gesitueerd in het gebied dat tussen de kern en de A27 ligt. Dit gebied maakt deel uit van het ‘Land van Heusden en Altena’. Het water is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van het landschap in deze streek. De basis van het landschap in het ‘Land van Heusden en Altena’ bestaat uit zandige grindrijke sedimenten die door (voorgangers van) de rivieren Maas en Waal tijdens de laatste ijstijd zijn afgezet en plaatselijk door de wind tot hoge duinen zijn opgestoven. Met de start van het warmere Holoceen (circa 10.000 jaar geleden) veranderde de uitgestrekte grindvlakte in een systeem van zandige stroomgordels met tussenliggende kleiige komgebieden waarin uitgestrekte moerassen ontstonden. Als gevolg van de dynamiek van de rivieren werden de stroomgordels regelmatig verlegd. De voortgaande sedimentatie en veengroei zorgden ervoor dat verlaten stroomgordels na verloop van tijd werden afgedekt. Om de voortdurende dreiging van overstroming tegen te gaan, werden al vanaf de 11e eeuw dijken aangelegd. Uiteindelijk resulteerde dit in de volledige bedijking en het ontstaan van de waterstaatkundige eenheid ‘de Groote Waard’.
De bedijkte gebieden kwamen echter geleidelijk steeds lager te liggen ten opzichte van de rivierbedding en het risico op overstroming nam toe. Tijdens de St. Elizabethsvloed van 1421 braken de dijken en ging een groot deel van de ‘Groote Waard’ en daarmee het rivierenlandschap in de golven verloren. Er ontstond een uitgestrekte getijdendelta (estuarium), waar onder invloed van de getijdenstromen een kleilaag werd afgezet die de oude rivierafzettingen geleidelijk helemaal bedekte. Aan de randen van het estuarium is het kleidek dun en schemert het onderliggende reliëf nog door, maar in de gebieden die na de overstroming nog eeuwen onder invloed van de getijden bleven staan, kan het kleidek enkele meters dik zijn. Na de St. Elizabethsvloed werd langzaamaan begonnen met de herbedijking van het gebied. De Werkensedijk werd in 1461 aangelegd en in het verlengde daarvan de Schans, de Uppelsedijk, de Kornsedijk en de Dussendijk. Het gebied ten zuiden en westen van dit dijklint bleef echter nog lang deel uitmaken van het estuarium. Hier ontstonden geleidelijk aan- en opwassen die, wanneer ze hoog genoeg waren opgeslibd, werden ingepolderd. Vanaf de randen van het estuarium, waar de aanwassen het eerste droogvielen, werd zo beetje bij beetje het land terug gewonnen op het water.
Deze geleidelijke inpoldering heeft geleid tot een uitgestrekt landbouwgebied, dat opnieuw is ontgonnen met een grootschalig en geometrisch patroon. Kenmerkend voor de polders is dat de gronden nu overwegend voor akkerbouw in gebruik zijn. Het oude rivierenlandschap, met name ten oosten van de Uppelsedijk, Kornsedijk en Dussendijk, kenmerkt zich juist door een afwisseling van veel kleinschaliger percelen gras- en akkerland. Het proces van overstroming en inpoldering heeft geresulteerd in een landschappelijke driedeling van het ‘Land van Heusden en Altena’. 10 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
De aan- en opwassen na de St. Elizabethsvloed met dijklint (geel) tussen Werkendam en Dussen (Bron: Erfgoedkaart gemeente Aalburg en Werkendam bewerkt mRO).
Luchtfoto huidige situatie met dijklint tussen Werkendam en Dussen als scheidingslijn van zeeklei- en rivierenlandschap (Bron: Google maps bewerkt mRO).
11 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Ten noorden van het dijklint bevindt zich het oude oorspronkelijke rivierenlandschap dat nauwelijks overstroomd is, met bewoning en akkers op de hogere oeverwallen en weidegebieden in de lagere komgebieden. Direct ten zuiden van het dijklint bevindt zich de randzone van het estuarium waar het rivierenlandschap is afgedekt door een relatief dunne laag getijdenklei (de oudste aanwassen), waardoor hier het reliëf sterk is afgevlakt. Ten (zuid) westen van de verder gelegen Buitendijk, Kildijk en Krouwerskade is het voormalige rivierenlandschap sterk geërodeerd en daarna afgedekt door een dikke laag getijdenklei (de jongere aanwassen). De kreken en killen die dit gebied doorsnijden zijn hiervan de getuigen. Landschapstypen In het ‘Land van Heusden en Altena’ kunnen op basis van de beschreven landschappelijke ontwikkeling globaal gezien twee hoofdlandschapstypen worden onderscheiden: het rivierlandschap en het zeekleilandschap. De scheiding tussen deze twee landschapstypen wordt gevormd door het dijklint Werkensedijk, Schans, Uppelsedijk, Kornsedijk en Dussendijk. Ontsluitingsvariant 2 loopt ten noorden van de Schans en gaat dus door het rivierenlandschap. De varianten 1 en 3 gaan door het gebied ten zuiden van de Schans, het zeekleilandschap. Zowel het rivierenlandschap als het zeekleilandschap bestaan uit verschillende landschappelijke eenheden.
Bij het rivierenlandschap zijn dit de overslaggronden/oeverwallen, stroomgordels, kommen en uiterwaarden. En bij het zeekleilandschap zijn dit de eerste aanwaspolders, jonge getijdenpolders en kreken en killen. Aan de hand van deze eenheden kunnen de hoofdlandschapstypen worden verdeeld in subtypen. Het rivierenlandschap waar variant 2 doorheen gaat behoort tot het subtype overslaggronden. Het zeekleilandschap ter plaatse van de varianten 1 en 3 maakt deel uit van het subtype eerste aanwaspolders. Deze twee subtypen zullen hieronder nader worden beschreven, waarbij ingezoomd wordt op de gebieden waar de varianten gelegen zijn.
Luchtfoto met ligging landschapstypen (Bron: Google maps bewerkt mRO).
Rivierenlandschap – overslaggronden/oeverwallen Dit landschapstype omvat het gebied ten noorden van de Schans, tussen de kernen Werkendam en Sleeuwijk en de dijk langs de rivier Boven Merwede. 12 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Overslaggronden/oeverwallen zijn gebieden waar in het verleden door dijkdoorbraken en overstromingen van rivieren sediment is afgezet. Noordelijk van de Schans is bovendien ook sediment afgezet door overstromingen vanuit het getijdengebied als gevolg van doorbraken van de Werkensedijk en Schans. De aanwezige wielen langs de Werkensedijk en Schans zijn daar de herinneringen van. Overslaggronden/oeverwallen kenmerken zich door een hogere ligging, (micro)reliëf en het voorkomen van zandige afzettingen in de bodem. Door de hogere ligging vormden zij na de overstroming geschikte vestigingslocaties. In deze gebieden komt daarom vaak bebouwing voor, waardoor ze ruimtelijk verdicht zijn. Noordelijk van de Schans heeft de bebouwing met name vorm gekregen door de ontwikkeling van de kernen Werkendam en Sleeuwijk. Samen met de bebouwingslinten langs de rivierdijk van de Boven Merwede en de Schans is het gebied duidelijk afgegrensd. De ruimtelijke verdichting en het besloten karakter zijn verder toegenomen met de aanleg van de A27 en de ontwikkeling van glastuinbouw langs de Kooikamp.
Overslaggronden met bebouwing (rood) en dijklint (geel) (Bron: Google maps bewerkt mRO).
Ontsluitingsvariant 2 loopt door het zuidelijke deel van het gebied dat gelegen is tussen de Schans en Vijcie en behoort grotendeels tot de Werkense polder. Dit gebied wordt gekenmerkt door de langgerekte, rechthoekige verkaveling die min of meer noord-zuid gericht is. De kavels staan daarmee haaks op de Binnenvliet een belangrijke hoofdwatergang die in oostelijke richting aansluit op het Afwateringskanaal. De huidige percelering is ontstaan met de ruilverkaveling in de jaren ’60, de percelen zijn vooral groter geworden, de verkavelingsrichting is niet gewijzigd. Het gebied zelf is vrij van bebouwing. De Schans vormt met zijn bebouwingslint de zuidelijke grens en aan de noordkant langs de Vijcie en Monnikenhoef zijn een aantal verspreid gelegen (voormalige) agrarische bouwpercelen gesitueerd. De laanbeplanting langs de Vijcie zorgt ervoor dat de weg als groen oost-west lint waargenomen wordt. De Binnenvliet is weliswaar een van de oudste landschapselementen in het gebied, maar door ontbrekende beplanting is deze nauwelijks waarneembaar in het landschap.
13 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Andere dominante beplantingselementen in het gebied zijn een fruitboomgaard direct achter de Schans, een bosgebiedje langs de A27 en een hoog opgaande boomsingel tussen de Schans en het Afwateringskanaal. De meeste erven in het gebied hebben een zware erfbeplanting zodat het gebied een overwegend een groen karakter heeft. De bebouwing en beplanting heeft het landschap eerst vanuit de dijken en later ook vanuit de overige ontsluitingswegen verdicht. Hierdoor is het landschap ter plekke steeds kleinschaliger geworden. Langs de randen zal het gebied nog verder verdichten als gevolg van de realisatie van de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ ten oosten van Werkendam en de aanleg van de nieuwe op- en afrit naar de A27. Echt wijde open ruimtes zijn dan ook niet aanwezig. Een van de grootste open ruimten ligt tussen de Vijcie en de Binnenvliet. Er kan worden geconstateerd dat in vergelijking met 100 jaar geleden de afwisseling in het landschap minder is geworden. Toen waren in het gebied nog meer bosstroken en bosschages die zich met akkers en weilanden afwisselden. De genoemde opgaande bomensingel loopt ter plekke van een nu verdwenen dijk die de oostgrens van het Werkense polder was. De aanwezigheid van de fruitboomgaard zorgt voor afwisseling in het landschapsbeeld. Met betrekking tot zichtlijnen heeft de bebouwing en beplanting langs de Schans de grootste invloed.
Er zijn maar weinig plekken vanuit de weg waar het achterliggende landschap waarneembaar is. Door de hogere ligging kan wel over de boomgaard heen richting de Vijcie gekeken worden. Vanuit de Vijcie die lager ligt is de Schans en ook de boomsingel en boomgaard het eindpunt van het zicht. Samengevat zijn de kernkwaliteiten TopoKaart rond 1920 (Bron: Topotijdreis). van het landschapstype rivierenlandschap overslaggronden/oeverwallen: Besloten en kleinschalig karakter; Overwegend groen karakter; Hogere ligging; Doorschemerend microreliëf. In onderstaande figuur zijn alle bovengenoemde landschapselementen nog eens in beeld gebracht.
14 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Gebied tussen de Schans en Vijcie met bebouwing (rood), dijken (blauwgroen), zichtlijnen (geel), landschapselementen (donkergroen) en open gebied (lichtblauw)
Zeekleilandschap – eerste aanwaspolders Dit landschapstype ligt ten zuiden van de Schans en ten westen van de Uppelsedijk. Het landschapstype eerste aanwaspolders omvat, zoals de naam al aangeeft, de eerste aanwassen die door de mens werden ingepolderd en ontgonnen na de St. Elizabethsvloed. Het betreft de randzone van het estuarium, waar de aanwassen als eerste droogvielen. Dit proces is heel goed te zien op onderstaande kaarten. De kaart van Bleau uit de 17de eeuw laat
15 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam Kaart Bleau rond 1660 (bron: erfgoedkaart) en Topokaart rond 1815 (bron: Topotijdreis). mRO bv /van 84.28–2 / maart 2021
zuidelijk van de Schans alleen de Vervoorne polder zien, die toen nog Buitenpolder heette. Op kaartmateriaal van 1815 is de Uppelse polder ook al ingedijkt. Hoewel het karakter van het oude rivierengebied in deze polders is weggevaagd, schemert het (micro)reliëf van het afgedekte landschap hier nog wel enigszins door. De eerste aanwaspolders kenmerken zich door grootschaligheid. Daarnaast hebben de polders overwegend een open karakter. Vanwege de strijd tegen het water die in dit gebied gevoerd is, zijn in dit landschapstype ook kades, dijken en bijbehorende taluds aanwezig. Later hebben juist deze kenmerken ertoe geleid dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie in dit gebied is aangelegd. Onderdelen hiervan zijn sindsdien eveneens geïntegreerd in het landschap.
Topokaart 1920- zonder A27 en Dijkgraaf den Dekkerweg en Topokaart 1981 na aanleg van de Dijkgraaf den Dekkerweg en de A27 (Bron: Topotijdreis).
De ontsluitingsvarianten 1 en 3 lopen door het gebied direct zuidelijk van de Schans, de Vervoorne Polder en het noordelijke deel van de Uppelse Polder. Aanvankelijk vormden deze polders een aaneengesloten geheel tussen de Schans, de Krouwerskade en de Kildijk. Met de aanleg van de Dijkgraaf den Dekkerweg eind jaren ’70 zijn de polders echter in oost-west richting doorsneden en in twee delen verdeeld. De weg was nodig om het groeiende
Randzone zuidelijk van het dijklint, de eerste aanwaspolders en de ligging van de polders 16 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Werkendam te voorzien van een adequate ontsluiting met de Rijksweg en de Schans te ontlasten die tot dan toe de belangrijkste ontsluiting was. Zoals eerder al genoemd zijn dijken en kades belangrijke landschapselementen in het open landschap. Een van de belangrijkste vanuit landschappelijk oogpunt is de Schenkeldijk met de naastgelegen Werkense Boezem die in noord-zuid richting het gebied ten zuiden van de Schans doorsnijdt. De Werkense Boezem is een gegraven watergang langs de Schenkeldijk, waarmee de Werkense polder, Vervoorne polder en Uppelse polder ontwaterd werden. Overtollig water uit de polders werd geborgen en afgevoerd via de boezem. Elke polder werd daarbij bemalen door één windmolen. De Vervoorne molen, die langs de Schenkeldijk ten noorden van de Dijkgraaf den Dekkerweg staat, was één van die molens. Zoals de naam al aangeeft bemaalde deze molen de Vervoornepolder. Het water in de Werkense Boezem werd in zuidelijke richting afgevoerd door het gemaal ‘De Drie Sluizen’ te Nieuwendijk. De boezem kenmerkt zich nu als een langgerekte strook met opgaande beplanting/bos langs het water. Over de Schenkeldijk loopt een fietspad dat in noordelijke richting via een brug over de Dijkgraaf den Dekkerweg aansluit op de Schans.
De dijk en de boezem vormen een duidelijke ruimtelijke noord-zuid scheiding in het gebied en laten zo duidelijk de grens tussen de Vervoorne polder en Uppelse polder zien. De westelijk gelegen Vervoorne polder die aan de noordkant door de Schans en aan de zuidkant door de Krouwerskade begrensd wordt, oogt door deze begrenzingen kleinschaliger als de oostelijk gelegen Uppelse polder. Beide polders kennen een andere verkavelingsstructuur, wat het verschil nog benadrukt. De eerder ontgonnen Vervoorne polder kent een noord-zuidgerichte verkaveling met smalle rechthoekige percelen die parallel aan de Schenkeldijk lopen. De kavels ontwaterden op de Vervoornse Vliet en de Achtervliet. De Achtervliet is bij de aanleg van de Dijkgraaf den Dekkerweg verdwenen. In de tijd van de ruilverkaveling zijn de maten van de kavels veranderd, maar de verkavelingsrichting is ongewijzigd. Behalve een zeer uitgedunde laan aan de zuidkant van de Dijkgraaf den Dekkerweg en de erfbeplanting langs de Schans zijn er geen noemenswaardige groenelementen in het gebied aanwezig. Behoudens de beplanting van de Werkense Boezem langs de Schenkeldijk. De Uppelse polder kent twee verkavelrichtingen, een noord-zuidgerichte verkaveling met oorspronkelijk kleinere meer vierkante percelen die parallel aan de Schenkeldijk en Zandsteeg lagen en een oost-west verkaveling.
Van de oost-west verkaveling met lange smalle stroken was sprake in het gebied tussen de voormalige waterloop Schansgat en Uppelse Dijk. Hier heeft het samenvoegen van kavels in de jaren ‘60 ook de verkavelingsrichting veranderd. De kavels staan nu merendeels recht op de Zandsteeg in oostwestelijke richting, terwijl enkele kavels tussen de Zandsteeg en A27 nu eerder een noord-zuid richting kennen. Op de topografische kaart van 1920 en 1980 is dat verschil goed te zien. De noordelijke hoek die bij de aanleg van de Dijkgraaf den Dekkerweg van de polder is afgesneden, is volledig bij de lintbebouwing van de Schans getrokken. Ook hier zijn naast de beplanting van de Werkense Boezem langs de Schenkeldijk weinig andere grote groene landschapselementen aanwezig. Een uitzondering hierop is het gebied direct grenzend aan de Dijkgraaf den Dekkerweg in het noorden van de Uppelse polder. Dat stuk heeft met een 17 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
robuuste (deels) aaneengesloten laanbeplanting en een boomgaard een stevige groenstructuur. Pas de Kruissteeg veel verder zuidelijk heeft weer laanbeplanting. Het rest van het gebied is vrij van groenelementen. Samengevat zijn de kernkwaliteiten van het landschapstype zeekleilandschap – eerste aanwaspolders: Openheid; Grootschalig karakter; Doorschemerend microreliëf; Kades en dijken en bijhorende taluds; De Werkense Boezem. Op onderstaande kaart zijn de boven besproken landschapselementen nog eens aangeduid.
Gebied ten zuiden van de Schans met bebouwing (rood), dijken (blauwgroen), zichtlijnen (geel), landschapselementen (donkergroen) en open gebied (lichtblauw)
18 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
2.1.2 Beoordeling effecten landschap In deze paragraaf wordt beoordeeld wat de effecten zijn van de drie varianten op de landschapswaarden. Hiervoor wordt bekeken welke invloed de varianten hebben op de kernkwaliteiten van het ter plaatse aanwezige landschapstype. Daarnaast wordt nagegaan welke gevolgen de varianten hebben voor landschapselementen (zoals beplanting en wateren), en voor de structuur van het landschap (zoals verkavelingspatronen, dijken, watergangen). Variant 1: Verbreding Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken In deze variant wordt de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg verbreed naar 2x2 rijstroken. De weg bestaat nu uit 2x1 rijstrook. Dit betekent dat de breedte van de rijbaan verdubbeld. De verbreding vindt plaats aan de zuidzijde van de bestaande weg. Daarmee gaat variant 1 door het landschapstype zeekleilandschap – eerste aanwaspolders. De verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg heeft geen invloed op de kenmerkende grootschaligheid van de eerste aanwaspolders. De bundeling van de extra rijstroken bij de bestaande weg zorgt er namelijk voor dat het ruimtebeslag beperkt blijft en het landschap niet opnieuw doorsneden wordt. Versnippering van het landschap in kleinere eenheden is daardoor niet aan de orde.
Weliswaar is er aan de zuidzijde van de bestaande weg door de verbreding wat extra ruimtebeslag in het landschap, maar gezien de schaal van het landschap waar hier sprake van is, doet dit geen merkbare afbreuk aan het grootschalige karakter. Vanwege de bundeling bij de bestaande weg tast de verbreding het open karakter van het landschap ook niet aan. Dit zou anders zijn als bij de verbreding overal geleiderails, veel portalen, veel borden of veel ander wegmeubilair wordt toegepast of indien dichtere/robuustere (laan) beplanting langs de weg wordt aangebracht dan nu het geval is. Hier wordt echter niet vanuit gegaan. Direct zuidelijk van de Dijkgraaf den Dekkerweg is in de huidige situatie nauwelijks sprake van microreliëf. Het kenmerkende doorschemerende reliëf van het landschapstype eerste aanwaspolders bevindt zich met name in het gebied tussen de Dijkgraaf den Dekkerweg en de Schans. De verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg aan de zuidzijde van de huidige weg leidt dan ook niet tot aantasting van het microreliëf. De huidige Dijkgraaf den Dekkerweg doorsnijdt het landschapselement de Werkense Boezem en de naastgelegen Schenkeldijk. Hiervoor is een coupure in de dijk aangebracht. De verbreding van de weg doorsnijdt de boezem en de dijk logischerwijs ook. De doorsnijding zal daardoor breder worden. De coupure dient hiervoor te worden verruimd.
De landschappelijke effecten hiervan op de boezem en dijk zijn beperkt. De boezem en dijk zijn reeds aangetast door de aanleg van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg. Met de verbreding komt er geen nieuwe doorsnijding bij, maar wordt de bestaande doorsnijding alleen breder. De bredere doorsnijding zal ervoor zorgen dat er een klein deel van de boezem en dijk verdwijnen, maar dit is niet zodanig van omvang dat dit vanuit landschappelijk oogpunt tot wezenlijk meer aantasting van de boezem en dijk leidt. De huidige laanbeplanting aan de zuidzijde van de Dijkgraaf den Dekkerweg zal als gevolg van de verbreding verdwijnen. Deze laanbeplanting is echter de laatste jaren al flink uitgedund als gevolg van noodzakelijke kap in verband met de essentaksterfte. Een aanzienlijk deel van de oorspronkelijke laanbeplanting is dus al verdwenen. Het effect van de verbreding op de beplanting is 19 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
daarmee gering. Er zijn wel nieuwe jonge bomen aangeplant, maar deze hebben nog niet de landschappelijke waarde van de oorspronkelijke beplanting. Bovendien kan aan de zuidzijde van de verbreding nieuwe beplanting worden aangebracht. De verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg heeft geen invloed op andere waardevolle landschapselementen dan de genoemde laanbeplanting en Werkense Boezem. Aangenomen wordt dat de verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg niet kan plaatsvinden binnen de huidige zuidelijke berm. De ruimte tussen de huidige rijbaan en de bermsloot is te klein. Dit betekent dat de bermsloot in zuidelijke richting moet worden opgeschoven, om ruimte te creëren voor het wegprofiel. De landbouwkavels ten zuiden van de weg worden daardoor iets ingekort; de noordelijke koppen van de kavels worden bij het wegprofiel getrokken. Het verkavelingspatroon wordt hiermee niet aangetast. Vanwege de verbreding van de bestaande weg komen er geen nieuwe lijnen in het landschap, maar wordt aangesloten op een bestaande lijn. Tegelijkertijd blijft bij het verleggen van de bermsloot de verkavelingsrichting met rechthoekige percelen behouden. In die zin wordt er recht gedaan aan de huidige structuur van het landschap. Beoordeling De effecten van variant 1 op het landschap zijn licht negatief (-/0) beoordeeld.
De huidige doorsnijding van het landschapselement de Werkense Boezem en de naastgelegen Schenkeldijk wordt namelijk breder en de laanbeplanting aan de zuidzijde van de Dijkgraaf den Dekkerweg verdwijnt.
Huidige Dijkgraaf den Dekkerweg gezien in de richting van Werkendam met laanbeplanting aan de zuidzijde
Variant 2: Noordelijke ontsluitingsweg In deze variant wordt er ten noorden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg en de Schans een nieuwe noordelijke ontsluitingsweg gerealiseerd. Daarmee gaat variant 2 door het landschapstype rivierlandschap – overslaggronden/ oeverwallen. 20 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
De noordelijke ontsluitingsweg loopt vanaf de Tol tot aan de Lange Wiep en sluit aan op de nieuwe woonwijk die aan de oostzijde van de kern Werkendam is gepland en op de Tol ter hoogte van de nieuw te realiseren op- en afritten van de A27. De weg wordt ten zuiden van de Binnenvliet en het Afwateringskanaal gesitueerd en loopt grotendeels parallel aan deze waterlopen. Voor de realisatie van dit tracé hoeft er geen bebouwing te worden gesloopt. Grootschalige bomenkap is evenmin aan de orde. Daardoor wordt het kenmerkende besloten en kleinschalige karakter van het landschap niet aangetast en blijft behouden. Weliswaar doorsnijdt de weg het meest noordelijke deel van de fruitboomgaard en de opgaande boomsingel die zich tussen de Schans en de Binnenvliet bevinden, waardoor hier beplanting zal verdwijnen, maar dit betreft slechts een beperkte oppervlakte, waardoor dit geen wezenlijke invloed zal hebben op het besloten en kleinschalige karakter. De ‘kamerstructuur’ tussen de Schans en de Binnenvliet, met de afwisseling open en besloten, blijft in stand. De grootste open ruimte tussen de Binnenvliet en Vijcie blijft eveneens behouden. Desalniettemin zal de weg wel de beleving van het besloten en kleinschalige karakter schaden, omdat er auto’s in het landschap te zien zijn.
Zoals gezegd wordt de zuidelijke ontsluitingsweg parallel aan de waterlopen Binnenvliet en Afwateringskanaal gesitueerd. Deze bundeling van de weg met de waterlopen zorgt ervoor dat aangesloten wordt op bestaande lijnen in het landschap. In die zin wordt recht gedaan aan de structuur van het landschap. Dat neemt echter niet weg dat de weg een ‘hardere’ barrière in het landschap vormt dan de waterlopen, waardoor deze met name voor het deel langs de Binnenvliet een versnipperende werking heeft op het landschap. Voor het nieuwe wegtracé zullen de huidige landbouwkavels aan de noordzijde iets worden ingekort, maar de verkaveling met langgerekte rechthoekige percelen haaks op de Binnenvliet blijft behouden en wordt niet aangetast. De nieuwe weg zorgt voor ruimtebeslag in het landschap. Hierdoor wordt afbreuk gedaan aan het overwegend groene karakter van het gebied. Een strook onverharde landbouwgrond wijzigt immers in een verharde rijbaan. Bovendien zullen er, afhankelijk van het wegontwerp, mogelijk bijbehorende voorzieningen worden geplaatst, zoals geleiderails, verkeersborden of ander wegmeubilair. Het betreft echter wel een smalle strook die aan het landschap wordt ‘onttrokken’ en het is niet aannemelijk dat bij een weg als de onderhavige veel bijbehorende voorzieningen nodig zijn. Dit maakt dat de effecten op het overwegend groene karakter beperkt zullen zijn.
Indien er laanbeplanting langs de nieuwe weg wordt aangebracht, kunnen de effecten worden verzacht en het groene karakter worden versterkt. Dan ontstaat eenzelfde groene oost-west lijn in het landschap als nu al bij de Vijcie het geval is. In het gebied tussen de Schans en de rivierdijk langs de Boven Merwede loopt de hoogte van het maaiveld globaal gezien in noordelijke richting op. De verhoging begint ongeveer halverwege tussen de Schans en de Binnenvliet. De aanleg van het tracé voor de nieuwe weg zorgt voor plaatselijke verstoring van dit microreliëf. Het min of meer geleidelijk iets oplopende maaiveld wordt onderbroken door het wegtracé. Tegelijkertijd moet worden geconstateerd dat de Binnenvliet in de huidige situatie reeds ook een onderbreking vormt. Met de nieuwe weg worden er geen waardevolle landschapselementen aangetast. Het tracé doorsnijdt wel het meest noordelijke deel van de fruitboomgaard en de opgaande boomsingel die tussen de Schans en de Binnenvliet liggen, waardoor deze zullen worden verkleind. Dit betreft echter maar een 21 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
beperkte oppervlakte en de boomgaard en singel vertegenwoordigen niet zozeer een waarde als landschapselement, maar meer als productie-element. Ook wordt er geen afbreuk gedaan aan andere landschapselementen, zoals de wielen langs de Schans. Tot slot dient te worden opgemerkt dat de autonome ontwikkelingen in het gebied de effecten van de noordelijke ontsluitingsweg op het landschap zullen dempen. Een aanzienlijk deel van de weg gaat als gevolg daarvan niet meer door het huidige landschap. Immers, het meest westelijke deel van de weg gaat door de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ die ten oosten van de kern Werkendam wordt gerealiseerd en ter plaatse van het meest oostelijke deel van de weg wordt het landschap al verstoord door nieuwe infrastructuur vanwege de aanleg van de nieuwe op- en afritten van de A27. Beoordeling De effecten van variant 2 op het landschap zijn negatief (-) beoordeeld. Dit komt omdat de weg een versnipperende werking heeft op het landschap, er afbreuk wordt gedaan aan het overwegend groene karakter van het gebied (ruimtebeslag) en de beleving van het besloten en kleinschalige karakter van het landschap wordt geschaad. De effecten zijn echter niet zeer negatief omdat deze onder meer worden beperkt door de autonome ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden (realisatie nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ en nieuwe op- en afritten A27).
Binnenvliet met op de achtergrond eerst de fruitboomgaard en daarachter de opgaande boomsingel
Variant 3: Zuidelijke ontsluitingsweg In deze variant wordt er ten zuiden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg een nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg aangelegd. Daarmee gaat variant 3 door het landschapstype zeekleilandschap – eerste aanwaspolders. De zuidelijke ontsluitingsweg loopt vanaf het kruispunt met de Tol tot aan de Grote Waardweg. De weg gaat midden door het landschap. Er is geen sprake van bundeling met bestaande wegen of watergangen. De nieuwe weg tast daardoor de kenmerkende grootschaligheid van de eerste aanwaspolders aan. 22 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Immers, de weg doorsnijdt het landschap, creëert een nieuwe barrière in het landschap en versnippert het landschap in kleinere eenheden. Op sommige plaatsen zijn de eenheden die ontstaan zodanig klein, dat deze als niet passend moeten worden beschouwd bij de schaal van het eerste aanwaspolderlandschap. Dat is bijvoorbeeld het geval met de ruimten die ontstaan tussen de nieuwe weg en de Krouwerskade. Dat de nieuwe weg het landschap doorsnijdt, betekent niet per definitie dat de openheid van het landschap ook ernstig wordt aangetast. Of dit het geval is, is met name afhankelijk van het wegontwerp. Als er langs de weg laanbeplanting wordt aangebracht en/of geleiderails en/of veel ander wegmeubilair dan zal dat de openheid schaden. Indien deze zaken niet worden aangebracht, dan heeft de weg slechts een beperkte invloed op de openheid; er kan dan immers overheen worden gekeken. Met name het gevoel van openheid zal dan afnemen, omdat men dan auto’s, vooral vrachtauto’s, in het landschap kan zien rijden. De zuidelijke ontsluitingsweg wordt, zoals al genoemd, niet gebundeld met bestaande lijnstructuren in het landschap als wegen of watergangen. De weg gaat midden door het landschap. Ook volgt de weg niet het bestaande verkavelingspatroon, maar doorsnijdt juist dit patroon. In feite ontstaan hierdoor andere patronen. Grote rechthoekige kavels veranderen kleinere schuine kavels.
De weg leidt aldus tot een nieuwe lijnstructuur in het landschap, die niet aansluit op de bestaande structuur. De weg schaadt dan ook de structuur van het landschap. In de noordelijke oksel van de Krouwerskade en de Schenkeldijk is sprake van kleine hoogteverschillen (ca. 30 cm) in de noord-zuidrichting. De nieuwe weg gaat hier min of meer in oost-west richting doorheen. Dit kan ertoe leiden dat dit microreliëf ten behoeve van het wegtracé (met aan weerszijden bermen en sloten) wordt afgevlakt. De overige gronden waar de zuidelijke ontsluitingsweg betrekking op heeft, kennen in de huidige situatie nauwelijks microreliëf. Aantasting van dit reliëf door de zuidelijke ontsluitingsweg doet zich dan ook verder niet voor. De zuidelijke ontsluitingsweg zal het landschapselement de Werkense Boezem en de aangrenzende Schenkeldijk doorsnijden. De dijk en de boezem worden hierdoor aangetast. Temeer aangezien de nieuwe doorsnijding dan op relatief korte afstand komt van de bestaande doorsnijding voor de Dijkgraaf den Dekkerweg, waardoor de dijk en de boezem behoorlijk fragmenteren. Deze worden opgedeeld in relatief kleine delen. Het deel van de dijk en de boezem ter plaatse van de weg gaat verloren. Daarnaast zal dan ook het zuidelijk deel van deze karakteristieke dijk en het karakteristieke landschapselement niet langer aaneengesloten zijn.
Als gevolg van de aansluiting van de zuidelijke ontsluitingsweg op de kruising met de Tol, zullen waarschijnlijk ter hoogte van de kruising enkele laanbomen langs de zuidzijde van de Dijkgraaf den Dekkerweg verdwijnen. Omdat het om enkele bomen zal gaan zal dit maar beperkt afbreuk doen aan de laanbeplanting. Dit mede ook omdat direct oostelijk van de kruising al een gat is ontstaan in de oorspronkelijke laanbeplanting als gevolg van recente kap. De zuidelijke ontsluitingsweg heeft geen effecten op andere waardevolle landschapselementen dan de genoemde laanbeplanting en Werkense Boezem. 23 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Beoordeling De effecten van variant 3 op het landschap zijn zeer negatief (--) beoordeeld. De voornaamste redenen hiervoor zijn dat de nieuwe weg de kenmerkende grootschaligheid van het landschap, de structuur van het landschap en het landschapselement de Werkense Boezem en naastgelegen Schenkeldijk (nieuwe doorsnijding) aantast. Ook wordt de beleving van de openheid geschaad.
Schenkeldijk met rechts de Werkense Boezem. Op de achtergrond de Vervoornemolen
2.1.3 Conclusie effecten landschap In de onderstaande tabel is de beoordeling van de effecten op het landschap van de drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam weergegeven. Alle varianten hebben een negatief effect op het landschap. Variant 1 is het meest gunstig. De effecten van deze variant zijn beperkt door de bundeling bij de bestaande Dijkgraaf den Dekkerweg. Wel zal de huidige doorsnijding van het landschapselement de Werkense Boezem en de aangrenzende Schenkeldijk groter worden en de laanbeplanting aan de zuidzijde van de huidige weg verloren gaan. Variant 2 heeft een versnipperende werking op het landschap en doet afbreuk aan (de beleving van) het kleinschalige/besloten en groene karakter van het ter plaatse aanwezige landschapstype rivierlandschap – overslaggronden/ oeverwallen. Door bundeling bij bestaande lijnen in het landschap (waterlopen) doet deze variant wel recht aan de structuur van het landschap en van aantasting van waardevolle landschapselementen is geen sprake. De effecten worden bovendien beperkt door de autonome ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden (realisatie nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ en nieuwe op- en afritten A27). Variant 3 scoort veruit het slechtste aangezien deze leidt tot aantasting van de kenmerkende grootschaligheid, de structuur en de beleving van de openheid van het eerste aanwaspolderlandschap.
Daarnaast wordt het landschapselement de Werkense Boezem en naastgelegen Schenkeldijk aangetast als gevolg van een nieuwe doorsnijding. Omgevingsaspect Landschap
Effectbeoordeling variant 1 -/0
Effectbeoordeling variant 2 -
24 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Effectbeoordeling variant 3 --
2.2
Cultuurhistorie
2.2.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling De drie varianten voor de ontsluiting van de kern Werkendam gaan over het grondgebied van de voormalige gemeente Werkendam. Voor de voormalige gemeente Werkendam is een cultuurhistorische beleidsadvieskaart opgesteld. Op deze beleidskaart zijn cultuurhistorische waardevolle elementen, patronen en/of structuren aangegeven. Bijgaand is een uitsnede opgenomen van cultuurhistorische beleidskaart voor het gebied waar de drie varianten gelegen zijn.
Uitsnede cultuurhistorische beleidsadvieskaart (Bron: RAAP erfgoedkaart Werkendam).
Cultuurhistorisch waardevolle elementen De Schans, Schenkeldijk en Krouwerskade zijn op de cultuurhistorische beleidsadvieskaart aangemerkt als waardevolle lijnelementen. Deze dijken hebben een belangrijke rol gespeeld bij het terugwinnen van land na de St. Elizabethsvloed. Daarnaast maakten deze dijken deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (zie onder). De dijken zijn als zodanig duidelijk herkenbaar in het landschap. Het meest westelijke deel van de Schans zal met de komst van de nieuwe woonwijk ten oosten van de kern Werkendam niet meer vrij in het landschap liggen, maar deel gaan uitmaken van het stedelijk weefsel van de kern. Langs de Schans en in het gebied tussen de Schans en de Dijkgraaf den Dekkerweg zijn een aantal cultuurhistorisch waardevolle bouwkundige elementen gesitueerd. Dit betreft monumenten en andere karakteristieke panden, zoals de Vervoornemolen en groepsschuilplaatsen die behoren tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie (zie onder). Cultuurhistorisch waardevolle ruimtelijke patronen en/of structuren Het middendeel van de Schans, waar de Schenkeldijk op de Schans aansluit, is aangeduid als historische kern. Dit historische bebouwingslint is ontstaan na de bedijking na de St. Elizabethsvloed. 25 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
De Vervoornemolen is voorzien van een molenbiotoop. Dit om de windvang voor en het zicht op de molen te waarborgen. De biotoop is niet geheel vrij van bebouwing en beplanting aangezien de lintbebouwing langs de Schans en de Werkense Boezem ook in de biotoop liggen. Langs de Schans bevinden zich wielen waarvan delen verdwenen zijn. Langs de Krouwerskade is ook sprake van een verdwenen wiel. De wielen zijn ontstaan bij dijkdoorbraken die in het verleden hebben plaatsgevonden. De Werkense Boezem is aangemerkt als cultuurhistorisch waardevolle groenstructuur. Dit hangt samen met de waterstaatkundige functie die de boezem in het verleden had. Verder zijn ook onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangewezen als cultuurhistorisch waardevolle ruimtelijke patronen en/of structuren. Naast Fort Altena en Fort Bakkerskil betreft dit het inundatiegebied en verboden kringen/schootsvelden (zie onder). Historisch-geografische landschapstypen Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn ook historisch-geografische landschapstypen aangegeven. De cultuurhistorische waarden van het historisch-geografisch landschap maken onderdeel uit van de landschappelijke waarden en zijn daardoor reeds aan de orde gekomen bij de beschrijving van het landschap in paragraaf 2.1.
Nieuwe Hollandse Waterlinie Om grote delen van Holland gelijktijdig te verdedigen werd aan het eind van de 16e eeuw begonnen met de aanleg van de Hollandse Waterlinie. Om ook de stad Utrecht te beschermen, werd in 1816 gestart met de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Het meest zuidelijke deel van de NHW ligt in het Land van Heusden en Altena bij Werkendam. De drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam liggen dan ook in het gebied van de NHW. De NHW is een militair verdedigingsstelsel, een verdedigingslinie, die van het IJmeer bij Muiden tot aan de Biesbosch bij Werkendam loopt. De basis van de waterlinie bestaat al meer dan 300 jaar. In de loop van de geschiedenis is de waterlinie uitgebreid en aangepast aan de veranderende militaire situaties en inzichten. Het doel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie was om Holland te verdedigen tegen vijandelijke legers, door het inlaten van water om laaggelegen gebieden, zogenoemde inundatiegebieden, onder water te laten lopen. Een laag water van een halve meter diep, over een breedte van drie tot vijf kilometer, zou niet passeerbaar zijn voor zowel de soldaten als het militaire materieel. Door hoogteverschillen in het landschap, bijvoorbeeld bij rivieren en dijken, bleven sommige gronden droog en dus begaanbaar voor de vijand. Deze doorgangen (‘accessen’) werden met vuur verdedigd vanuit forten, schansen en batterijen.
Daar verbleven troepen en stond geschut opgesteld. Rondom de forten waren schootsvelden en verboden kringen aanwezig. Deze gebieden moesten open blijven. Binnen 300 meter mocht daarom alleen in hout worden gebouwd. Tussen 300 en 600 meter mochten alleen fundamenten van steen zijn, tussen 600 en 1000 meter waren alle bouwmaterialen geoorloofd, maar mocht de militaire bevelhebber in geval van nood alle aanwezige gebouwen, bomen en andere obstakels verwijderen. 26 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Nieuwe Hollandse Waterlinie (Bron: RAAP erfgoedkaart Werkendam).
Het inundatiegebied in het Land van Heusden en Altena dat gelegen is ten oosten van de Kornsedijk kon door middel van een papsluis bij Kille in de Schenkeldijk onder water worden gezet. Via deze inundatiesluis, gebouwd in 1815, kon water uit de Bakkerskil worden ingelaten. Door de verdedigingswerken Werk aan de Bakkerskil (fort Bakkerskil) en Fort aan de Uppelsche Dijk (fort Altena) werden de accessen van de dijken verdedigd. Het Fort aan de Uppelsche Dijk werd aangelegd in de periode 1840-1850 ter verdediging van de Uppelschedijk en de weg Gorinchem-Breda. In de jaren 1878-1880 is het fort ingrijpend verbouwd en uitgebreid. Door egalisatie van de aardwerken en verbreding van de weg (A27) zijn de cultuurhistorische waarden van het fort verminderd. Het Werk aan de Bakkerskil is gebouwd in de jaren 18771879 ter vervanging van een 30 jaar eerder gebouwd fort dat iets zuidelijker lag. Het fort diende ter afsluiting van de Schenkeldijk en ter verdediging van de papsluis. Op verschillende plaatsen in het gebied zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog en in de jaren ’30 van de vorige eeuw groepsschuilplaatsen gebouwd. Deze bevinden zich met name tussen de Dijkgraaf den Dekkerweg en de Schans, waar de hoofdverdedigingslijn van de waterlinie gelegen is. Noordelijk van deze verdedigingslijn ligt de ‘veilige’ zijde, het verdedigde gebied, en zuidelijk daarvan de ‘onveilige’ zijde.
Veel van de militaire structuren van de waterlinie zijn nu nog in het landschap herkenbaar, zoals de forten en dijken. De NHW is aangewezen als Erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. De kernkwaliteiten van de NHW zijn vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Dit betreffen: de samenhang van forten, dijken, kaden en inundatiekommen; het groene en overwegend rustige karakter, en 27 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
de openheid.
De NHW is voorgedragen om in 2021 op de UNESCO Werelderfgoedlijst te komen als uitbreiding op de Stelling van Amsterdam. De drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam gaan door het inundatiegebied van de NHW en de schootsvelden/verboden kringen van fort Altena en fort Bakkerskil. De waarde van het inundatiegebied is met name gelegen in de openheid, de lage ligging en de werken ten behoeve van inundatie, zoals sluizen, dammen, duikers, etc. Kenmerkend voor de schootsvelden/verboden kringen is de openheid. Het oorspronkelijke inundatiegebied is reeds aangetast/verstoord door de aanleg van de Dijkgraaf den Dekkerweg. Deze doorsnijdt dit gebied van oost naar west, waarbij tevens de Schenkeldijk wordt gekruist. Het gebied zal verder aangetast worden door de realisatie van de nieuwe op- en afrit naar de A27. Doordat dit gepaard gaat met de aanplant van bomen/bos zal het deel van het inundatiegebied in de noordelijke oksel van de Tol-A27 worden verdicht. De schootsvelden/verboden kringen van de forten zijn niet meer overal open als gevolg van bebouwing en beplanting. Tussen de A27 en de Grote Waardweg, ten noorden van de Krouwerskade, is het schootsveld van fort Bakkerskil aan weerzijden van de Werkense Boezem, nog wel open. Het schootsveld van Fort Altena is ten zuiden van de Dijkgraaf den Dekkerweg en ten westen van de A27 nog overwegend open.
In het gebied noordelijk van de Schans is de kernkwaliteit openheid niet meer aanwezig vanwege het besloten karakter en de ruimtelijke verdichting van dit gebied. 2.2.2 Beoordeling effecten cultuurhistorie In deze paragraaf wordt beoordeeld wat de effecten van de drie varianten zijn op cultuurhistorische waarden. Hiervoor wordt nagegaan welke gevolgen de varianten hebben voor de aanwezige cultuurhistorische elementen, patronen en/of structuren. Tevens wordt bekeken welke invloed de varianten hebben op de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Er wordt niet ingegaan op de cultuurhistorische waarden van het historisch-geografisch landschap. Deze maken onderdeel uit van de landschappelijke waarden en zijn derhalve reeds aan de orde gekomen bij de effectbeoordeling op het landschap. Variant 1: Verbreding Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken In deze variant wordt de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg verbreed naar 2x2 rijstroken. De verbreding vindt plaats aan de zuidzijde van de bestaande weg. Dit leidt niet tot fysieke aantasting van cultuurhistorisch waardevolle bouwkundige elementen. Ter plaatse van de verbreding zijn namelijk geen monumenten, karakteristieke panden of andere cultuurhistorisch waardevolle bouwkundige elementen aanwezig.
Ten noorden van de Dijkgraaf den Dekkerweg, tussen de weg en de Schans en langs de Schans, bevinden zich wel diverse monumenten en karakteristieke panden, zoals de Vervoornemolen en groepsschuilplaatsen van de NHW. De Schans zelf is een cultuurhistorisch waardevol bebouwingslint. De beleving van deze monumenten en karakteristieke panden alsmede het bebouwingslint wordt niet geschaad door de verbreding. De weg komt immers niet dichterbij deze cultuurhistorisch waardevolle elementen, aangezien de verbreding aan de zuidzijde plaatsvindt. De afstand tot de weg blijft gelijk. De huidige Dijkgraaf den Dekkerweg doorsnijdt het cultuurhistorisch waardevolle lijnelement Schenkeldijk en de aangrenzende historische groenstructuur 28 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021