Bijlage RV Alternatievenonderzoek ontsluiting Werkendam - Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam
Tekst van het document
Stikstofdepositie Uit de verschilberekening blijkt dat variant 2 per saldo niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (0,00 mol/ha/jaar) in Natura 2000-gebied Biesbosch of andere Natura 2000 gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Significant negatieve effecten door stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase van variant 2 zijn daarom uitgesloten. Beoordeling De effecten van variant 2 op Natura 2000 zijn neutraal (0) beoordeeld. Dit is omdat (significant) negatieve effecten door oppervlakteverlies, versnippering, hydrologische effecten, verstoring en stikstofdepositie zijn uitgesloten. Variant 3: Zuidelijke ontsluitingsweg Oppervlakteverlies, versnippering, hydrologische effecten en verstoring Variant 3 ligt op circa 470 meter afstand van het Natura 2000-gebied Biesbosch. Hierdoor kunnen negatieve effecten door oppervlakteverlies, versnippering en hydrologische effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Biesbosch op voorhand uitgesloten worden. Dit geldt echter niet voor verstoringseffecten. Variant 3 zou kunnen leiden tot verstoringseffecten op het eindpunt van de Bakkerskil, welke is aangewezen als habitatrichtlijngebied. Uit een nadere effectbeoordeling blijkt dat significant negatieve effecten ten gevolge van verstoring op Natura 2000-gebied Biesbosch uitgesloten zijn.
De afstand van de aanwezige habitattypen en habitatrichtlijnsoorten tot variant 3 is zodanig dat deze niet gevoelig zijn voor verstoring. Stikstofdepositie Uit de verschilberekening blijkt dat variant 3 per saldo leidt tot een toename van 0,05 mol/ha/jaar stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Biesbosch ten 51 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
opzichte van de referentiesituatie. Significant negatieve effecten door stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase van variant 3 zijn daarom niet uit te sluiten. Indien voor deze variant zou worden gekozen, dan zijn vervolgstappen zoals een ecologische beoordeling nodig. Beoordeling De effecten van variant 3 op Natura 2000 zijn zeer negatief (--) beoordeeld. Significant negatieve effecten kunnen door een toename aan stikstofdepositie immers niet worden uitgesloten en deze toename is veel groter dan bij de andere varianten. 5.2.4 Conclusie effecten Natura 2000 In de onderstaande tabel is de beoordeling van de effecten op Natura 2000 van de drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam weergegeven. Variant 2 is het gunstigste. Deze variant heeft geen (significant) negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. De varianten 1 en 3 hebben beiden weliswaar geen negatieve effecten op Natura 2000gebieden door oppervlakteverlies, versnippering, hydrologische effecten en verstoring, maar significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen niet worden uitgesloten. Beide varianten leiden tot een toename van stikstofdepositie in vergelijking met de referentiesituatie, waarbij de toename bij variant 3 (0,05 mol/ha/jaar) aanzienlijk meer bedraagt dan de toename bij variant 1 (0,01 mol/ha/jaar). Omgevingsaspect Natuur – Natura 2000
5.3
Effectbeoordeling variant 1 -
Effectbeoordeling variant 2 0
Effectbeoordeling variant 3 --
Natuurnetwerk Nederland
5.3.1 Wettelijk kader Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden. Het NNN bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en daartussen gelegen ecologische verbindingszones. De gebieden die het NNN vormen zijn aangewezen en begrensd in provinciale verordeningen. Het NNN wordt tevens beschermd door deze verordeningen. In de provincie Noord-Brabant betreft dat de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan, geldt op basis van de verordening een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt in dat plannen en projecten niet zijn toegestaan indien daardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant worden aangetast, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. 5.3.2 Huidige situatie en autonome ontwikkeling De drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam liggen nabij gebieden die tot het NNN behoren en doorsnijden op een aantal plekken dergelijke gebieden. In bijgaande figuur is de ligging van de varianten ten opzichte van het NNN weergegeven.
Hieruit blijkt dat onder meer het Afwateringskanaal, De Werkense Boezem en daaraan grenzende gronden, stroken langs de Dijkgraaf den Dekkerweg, een gebiedje in de zuidelijke oksel van de A27 en Dijkgraaf den Dekkerweg en gronden langs de Krouwerskade tot het NNN behoren. De varianten 1 en 3 doorsnijden de Werkense Boezem. Variant 2 kruist een zijarm van de Binnenvliet/het Afwateringskanaal. 52 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Ligging van de drie varianten ten opzichte van het NNN (groene vlakken) (bron: Ecogroen)
Het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant vormt de basis voor het beheer en de inrichting van het NNN. In dit plan zijn een beheertypekaart en ambitiekaart opgenomen. De beheertypekaart toont de natuurbeheertypen die thans in de NNN-gebieden voorkomen. De ambitiekaart geeft aan welke natuurbeheertypen nagestreefd worden in de NNN-gebieden. Samen vormen zij de ecologische waarden en kenmerken van het NNN. Doelstelling is dat in 2027 het NNN volledig gerealiseerd is.
Beheertypekaart natuurbeheertypen NNN (bron: provincie Noord-Brabant) 53 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Uit de beheertypekaart komt naar voren dat het Afwateringskanaal en de zijarm van dit kanaal/de Binnenvliet behoren tot het beheertype N03.01 Beek en Bron. In de Werkense Boezem is dit beheertype ook aanwezig. Daarnaast gelden hier de natuurtypen N14.03 Haagbeuken- en essenbos, N12.01 Bloemdijk, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N17.05 Wilgengriend. Tevens is een deel van de Werkense Boezem aangemerkt als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Langs de Krouwerskade is ook het beheertype N12.01 Bloemdijk gesitueerd. De stroken grond langs de Dijkgraaf den Dekkerweg kwalificeren als N16.03 Droog bos met productie. In de zuidelijke oksel van de A27 met de Dijkgraaf den Dekkerweg zijn de beheertypen N04.02 Zoete Plas en N16.04 Vochtig bos met productie aanwezig. Ook bevinden zich hier gronden die aangemerkt zijn als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur.
Ambitiekaart natuurbeheertypen NNN (bron: provincie Noord-Brabant)
Op de ambitiekaart zijn de beheertypen niet gewijzigd ten opzichte van de beheertypekaart, behoudens voor de gronden die op de beheertypekaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur zijn aangegeven. Zowel de gronden ter plaatse van de Werkense Boezem als in de zuidelijke oksel van de A27 met de Dijkgraaf den Dekkerweg zijn op de ambitiekaart aangewezen voor het beheertype N05.04 Dynamisch moeras. 5.3.3 Beoordeling effecten Natuurnetwerk Nederland Ecogroen heeft beoordeeld wat de mogelijke effecten van de drie varianten zijn op het NNN7. Dit is gedaan aan de hand van drie toetsingscriteria die in Noord-Brabant de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vormen:
7
Ecogroen, ‘Variantenstudie ontsluiting Werkendam – Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming en het NNN-beleid in de provincie NoordBrabant’, 26 november 2020. 54 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
1. De ecologische kenmerken en waarden zoals vastgelegd in de beheertypenkaart (huidige beheertypen) en de ambitiekaart (geambieerde beheertypen); 2. Ecologische randvoorwaarden zoals rust, stilte, donkerte en hydrologische veranderingen bij: a. de aanleg van de weg (tijdelijk); b. het gebruik van de weg (permanent); 3. De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen. Hieronder zijn de bevindingen samengevat weergegeven. Voor een nadere beschrijving van de te verwachten effecten van de varianten op het NNN zij verwezen naar de rapportage van Ecogroen, welke als bijlage is opgenomen. De varianten liggen op minimaal 730 meter afstand van het NNN in de provincie Zuid-Holland. Vanwege deze afstand en tussenliggende ruimtelijke elementen zijn negatieve effecten niet te verwachten. Daarom is externe werking naar het NNN in de provincie Zuid-Holland buiten beschouwing gelaten. Variant 1: Verbreding Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken Ecologische kenmerken en waarden Huidige beheertypen Voor de verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg wordt, afhankelijk van de breedte van de nieuwe inrichting, minimaal één of meerdere beheertypen aangetast. De verbreding wordt aan de zuidzijde beoogd, waardoor alleen aan deze kant aantasting van beheertypen kan plaatsvinden.
Er is sprake van oppervlakteverlies van de beheertypen N12.02 Kruiden en faunarijk grasland en N12:01 Bloemdijk. Deze beheertypen liggen direct aan de huidige weg. Afhankelijk van de breedte kan ook oppervlakteverlies optreden van N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N16.04 Vochtig bos met productie. Significante aantasting door oppervlakteverlies is daarom niet uit te sluiten. Variant 1 doorkruist ook het beheertype N03.01: Beek en bron. De huidige Dijkgraaf den Dekkerweg gaat middels een duiker over het beheertype heen. Er is aangenomen dat de verbreding ook middels een duiker over het beheertype heen loopt, waardoor geen aantasting aan de orde is. Geambieerde beheertypen Door de verbreding kan oppervlakteverlies optreden van ambitiebeheertype N12.02 Bloemdijk. Afhankelijk van de breedte kan ook sprake zijn van oppervlakteverlies van N14.03 Haagbeuken- en essenbos, N16.04 Vochtig bos met productie en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Significante aantasting door oppervlakteverlies is daarom niet uit te sluiten. Er is aangenomen dat de verbreding evenals de huidige weg met een duiker over bekeertype N03.01 Beek en bron loopt, waardoor oppervlakteverlies binnen dit beheertype uitgesloten is. Ecologische randvoorwaarden Aanleg - tijdelijk Tijdens de werkzaamheden (overdag en ’s nachts) vinden uitstralende effecten plaats, zoals verstoring door licht, geluid of beweging.
Hierdoor zal 55 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
gedurende de aanlegfase sprake zijn van een tijdelijke aantasting van rust, donkerte en stilte in de nabijgelegen beheertypen. Er kunnen eveneens hydrologische veranderingen optreden in aanliggende beheertypen wanneer bronbemaling nodig is. Gebruik - permanent Hydrologie Vanwege de afwatering van de weg kunnen veranderingen optreden in lokale hydrologische omstandigheden. Dit kan leiden tot een mogelijke aantasting van de hydrologische randvoorwaarden van aanliggende beheertypen. Dit is afhankelijk van de definitieve inrichting van het afwateringssysteem en het totaal verhard oppervlak. Stilte, rust en donkerte De verbreding van de Dijkgraaf den Dekkerweg leidt tot een lichte stijging van de verkeersintensiteit. Door de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de referentiesituatie, is er geen sprake van een significante (toename van) aantasting van rust, stilte en donkerte. Verbindingsfunctie Variant 1 doorkruist bij de Werkense boezem het beheertype N03.01 Beek en bron. Aangenomen wordt dat dit middels een duiker gebeurt, zoals ook met de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg het geval is. De verbinding blijft hiermee intact. Er is geen sprake van aantasting van migratieroutes of andere verbindingen. Significante aantasting van verbindingsfuncties is daarom niet aan de orde. Beoordeling De effecten van variant 1 op het NNN zijn negatief (-) beoordeeld.
De variant kan immers leiden tot significante aantasting van het NNN op twee criteria: ecologische kenmerken en waarden (oppervlakteverlies) en ecologische randvoorwaarden (tijdelijk ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte en permanent ten aanzien van hydrologie). Variant 2: Noordelijke ontsluitingsweg Ecologische kenmerken en waarden Huidige beheertypen Variant 2 loopt langs het beheertype N03.01 Beek en bron. Er is geen sprake van aantasting van dit beheertype door oppervlakteverlies of versnippering. Hiervoor is aangenomen dat er een brug over de zijarm van de Binnenvliet/ het Afwateringskanaal gerealiseerd wordt en deze niet versmald worden. Significante aantasting door oppervlakteverlies en versnippering is uitgesloten. Geambieerde beheertypen Het beheertype N03.01 Beek en bron wordt ook in de toekomst geambieerd. Er is geen sprake van aantasting van dit ambitiebeheertype, uitgaande van de bovengenoemde aannames. Significante aantasting door oppervlakteverlies en versnippering is uitgesloten.
56 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Ecologische randvoorwaarden Aanleg - tijdelijk Tijdens de aanlegfase zal een tijdelijke aantasting van rust, donkerte en stilte in nabijgelegen beheertypen optreden. Tevens kunnen er hydrologische veranderingen optreden in aanliggende beheertypen bij toepassing van bronbemaling. Gebruik - permanent Hydrologie Er kunnen veranderingen optreden in lokale hydrologische omstandigheden vanwege de afwatering de weg, waardoor hydrologische randvoorwaarden van aanliggende beheertypen mogelijk worden aangetast. Dit is afhankelijk van de definitieve inrichting van het afwateringssysteem en het totaal verhard oppervlak. Stilte, rust en donkerte Geluids-, licht- en optische verstoring door voertuigen heeft een uitstralende werking. Hierdoor treedt verstoring op nabijgelegen beheertypen (o.a. N03.01 Beek en bron) en daarin voorkomende soorten op. Ten aanzien van geluidsverstoring is sprake van een cumulatief effect. Vanuit de oostkant vormt de A27 een belangrijke bron van geluidsverstoring. Echter, de geluidsbronnen die samenhangen met variant 2 komen vanuit de westkant. Hierdoor ontstaat een stapeling van bronnen vanuit verschillende kanten, waardoor deze niet bij elkaar wegvallen maar juist in cumulatie optreden. Er is sprake van een significante aantasting van rust, stilte en donkerte. Verbindingsfunctie Variant 2 doorkruist geen beheertypen anders dan N03.01 Beek en bron.
Dit betreft de zijarm van de Binnenvliet/het Afwateringskanaal. Aangenomen is dat deze doorkruising per brug gebeurt, waardoor de verbinding behouden blijft. Er is geen sprake van aantasting van migratieroutes of andere verbindingen. Significante aantasting van verbindingsfuncties is daarom niet aan de orde. Beoordeling De effecten van variant 2 op het NNN zijn licht negatief (-/0) beoordeeld. De variant leidt immers mogelijk tot significante aantasting van het NNN op één criterium: ecologische randvoorwaarden (zowel tijdelijk als permanent ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte). Variant 3: Zuidelijke ontsluitingsweg Ecologische kenmerken en waarden Huidige beheertypen Variant 3 doorkruist bij de Werkense Boezem vier beheertypen. Dit zijn N03.01 Beek en bron, N12.01 Bloemdijk, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Verwacht wordt dat de variant door middel van een brug over N03.01 Beek en bron heen geleid wordt. Hierdoor worden geen effecten op dit beheertype verwacht. Er is wel sprake van oppervlakteverlies en versnippering van de andere genoemde beheertypen. Dit geldt eveneens voor beheertype N16.04 Vochtig bos met productie vanwege de doorsnijding bij de aansluiting op de Tol. Significante 57 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
aantasting door oppervlakteverlies en versnippering is daarom niet uit te sluiten. Geambieerde beheertypen Variant 3 leidt tot oppervlakteverlies en versnippering van de geambieerde beheertypen N12.01 Bloemdijk, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N14.03 Haagbeuken- en essenbos (vanwege doorsnijding Werkense boezem) en N16.04 Vochtig bos met productie (doorsnijding bij aansluiting op de Tol). Significante aantasting door oppervlakteverlies en versnippering is daarom niet uit te sluiten. Ecologische randvoorwaarden Aanleg - tijdelijk Gedurende de aanlegfase zal sprake zijn van een tijdelijke aantasting van rust, donkerte en stilte in nabijgelegen beheertypen. Ook kunnen er hydrologische veranderingen optreden in aanliggende beheertypen bij de inzet van bronbemaling. Gebruik - permanent Hydrologie De afwatering van de weg kan leiden tot veranderingen in lokale hydrologische omstandigheden. Dit kan een mogelijke aantasting van de hydrologische randvoorwaarden van aanliggende beheertypen tot gevolg hebben. Dit is afhankelijk van de definitieve inrichting van het afwateringssysteem en het totaal verhard oppervlak. Stilte, rust en donkerte Variant 3 doorkruist bij de Werkense Boezem vier beheertypen (N03.01 Beek en bron, N12.01 Bloemdijk, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N14.03 Haagbeuken- en essenbos). Deze beheertypen liggen in een relatief verstoringsvrije omgeving.
Wel ligt er een fiets- /wandelpad. Variant 3 leidt tot een verhoogde mate van geluid-, licht- en optische verstoring van deze beheertypen en hierin voorkomende soorten. Bij de aansluiting op de Tol doorkruist variant 3 beheertype N16.04 Vochtig bos met productie. Thans is sprake van een verstoorde omgeving met verstoringsbronnen aan de noord- en oostkant. De mate van verstoring neemt echter toe omdat er door variant 3 ook verstoringsbronnen uit het zuidwesten ontstaan. Verder ligt hier N04.02 Zoete plas. Deze is aan de kant van de A27 en Dijkgraaf den Dekkerweg omzoomd met bosschages. Aan de westkant (richting variant 3) zijn geen bosschages. Hierdoor worden verstoringseffecten niet gedempt. Door een extra bron van verstoring vanuit de westkant kan hierdoor verstoring door licht en beweging optreden op N04.02 Zoete plas. Ten aanzien van geluid is er sprake van een cumulatief effect. Vanuit de oostkant vormt de A27 een belangrijke bron van geluidsverstoring. Echter, de geluidsbronnen die samenhangen met variant 3 komen vanuit de westkant. Hierdoor ontstaat er een stapeling van bronnen vanuit verschillende kanten, waardoor deze niet bij elkaar wegvallen maar juist in cumulatie optreden. Al met al is er sprake van een significante aantasting van rust, stilte en donkerte.
Verbindingsfunctie Variant 3 doorkruist vijf beheertypen, vier bij de Werkense Boezem en één bij 58 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
de aansluiting op de Tol. Eventuele migratieroutes over land worden hierdoor verbroken. Er is aangenomen dat N03.01 Beek en bron bij de Werkense Boezem via een brug gepasseerd wordt. De aquatische verbindingsfunctie blijft daarom wel in stand. Er is wel sprake van aantasting van migratieroutes of andere verbindingen over land. Verbindingsfuncties worden derhalve significant aangetast. Beoordeling De effecten van variant 3 op het NNN zijn zeer negatief (--) beoordeeld. De variant kan immers leiden tot een significante aantasting van het NNN op alle drie de criteria: ecologische kenmerken en waarden (oppervlakteverlies en versnippering), ecologische randvoorwaarden (zowel tijdelijk als permanent ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte) en verbindingsfuncties (verbreking migratieroutes en verbindingen over land). 5.3.4 Conclusie effecten Natuurnetwerk Nederland In de onderstaande tabel is de beoordeling van de effecten op het NNN van de drie varianten voor de ontsluiting van Werkendam weergegeven. Alle drie de varianten kunnen leiden tot een significante aantasting van het NNN. De mate van aantasting varieert echter per variant. Variant 2 verdient de voorkeur. Deze variant leidt alleen tot aantasting van de ecologische randvoorwaarden van het NNN (zowel tijdelijk als permanent ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte).
Variant 1 leidt zowel tot aantasting van de ecologische kenmerken en waarden (oppervlakteverlies) als de ecologische randvoorwaarden (tijdelijk ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte en permanent ten aanzien van hydrologie) van het NNN. Variant 3 heeft de grootste aantasting van het NNN tot gevolg. Deze variant leidt niet alleen tot aantasting van de ecologische kenmerken en waarden (oppervlakteverlies en versnippering) en ecologische randvoorwaarden (zowel tijdelijk als permanent ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte), maar ook tot aantasting van verbindingsfuncties (verbreking migratieroutes en verbindingen over land). Aangezien elke variant kan leiden tot significante aantasting van het NNN, zullen er in alle gevallen mitigerende maatregelen getroffen moeten worden om de aantasting te beperken of voorkomen (zie paragraaf 6.2). Omgevingsaspect Natuur – Natuurnetwerk Nederland
Effectbeoordeling variant 1 -
59 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Effectbeoordeling variant 2 -/0
Effectbeoordeling variant 3 --
6
CONCLUSIES
6.1
Conclusies
De kern Werkendam is voor haar ontsluiting grotendeels afhankelijk van de Dijkgraaf den Dekkerweg. De verkeersdruk op de weg wordt echter steeds hoger waardoor naar verwachting in 2030 knelpunten zullen ontstaan in de doorstroming. De gemeente Altena is daarom gestart met het verkennen van de mogelijkheden om een toekomstbestendige en robuuste ontsluiting van de kern Werkendam te realiseren. In dit kader worden drie mogelijke varianten onderzocht voor de ontsluiting van Werkendam: Variant 1: Verbreding van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg naar 2x2 rijstroken; Variant 2: Aanleg van een nieuwe weg ten noorden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg; Variant 3: Aanleg van een nieuwe weg ten zuiden van de huidige Dijkgraaf den Dekkerweg. De voorliggende rapportage bevat de resultaten van het onderzoek naar de effecten van de drie varianten op het gebied van: Landschap en cultuurhistorie; Geluid (wegverkeerslawaai); Luchtkwaliteit (stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5)); Natuur (beschermde soorten, Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland). Voor deze vier omgevingsaspecten is bekeken welke effecten als gevolg van de drie varianten te verwachten zijn ten opzichte van de referentiesituatie 2030.
Dit is de huidige situatie zonder het treffen van verkeersmaatregelen plus autonome ontwikkelingen die tot 2030 voorzien zijn, zoals de realisatie van de nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ ten oosten van Werkendam en de aanleg van een nieuwe op- en afrit bij de A27. Per omgevingsaspect zijn de drie varianten beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. In de onderstaande tabel is een totaaloverzicht van de effectbeoordelingen opgenomen. Omgevingsaspect
Effectbeoordeling variant 1 -/0 -/0 0 0 -/0
Effectbeoordeling variant 2 -/0 0 -
Effectbeoordeling variant 3 --0 0 --
0 -/0
---
Landschap Cultuurhistorie Geluid Luchtkwaliteit Natuur – beschermde soorten Natuur – Natura 2000 Natuur – Natuurnetwerk Nederland Tabel 6.1 Totaaloverzicht effectbeoordelingen varianten Score
Beoordeling
++ Zeer positief in vergelijking met de referentiesituatie + Positief in vergelijking met de referentiesituatie 0/+ Licht positief in vergelijking met de referentiesituatie 0 Neutraal in vergelijking met de referentiesituatie -/0 Licht negatief in vergelijking met de referentiesituatie Negatief in vergelijking met de referentiesituatie -Zeer negatief in vergelijking met de referentiesituatie Tabel 6.2 Beoordelingskader 60 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Conclusies landschap Variant 1 is het meest gunstig. De landschappelijke effecten van deze variant zijn beperkt door bundeling van de verbreding bij de bestaande Dijkgraaf den Dekkerweg. Wel worden de huidige doorsnijding van het landschapselement de Werkense Boezem en aangrenzende Schenkeldijk groter en verdwijnt de laanbeplanting aan de zuidzijde van de huidige weg. Variant 2 heeft een versnipperende werking op het landschap en doet afbreuk aan het overwegend groene karakter en de beleving van het kleinschalige/besloten karakter van het ter plaatse van het tracé gelegen landschapstype rivierlandschap – overslaggronden/oeverwallen. Door bundeling bij bestaande lijnen in het landschap (waterlopen) doet deze variant wel recht aan de structuur van het landschap en van aantasting van waardevolle landschapselementen is geen sprake. De effecten worden beperkt door de autonome ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden (nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ en nieuwe op- en afritten A27). Variant 3 leidt tot aantasting van de kenmerkende grootschaligheid (versnippering), de structuur en de beleving van de openheid van het aldaar aanwezige eerste aanwaspolderlandschap. Daarnaast wordt het landschapselement de Werkense Boezem en naastgelegen Schenkeldijk aangetast als gevolg van een nieuwe doorsnijding.
Ten aanzien van het aspect landschap is variant 1 de voorkeursvariant. Conclusies cultuurhistorie Variant 1 en 2 zijn het gunstigste. Beiden hebben licht negatieve effecten op cultuurhistorische waarden. De licht negatieve effecten van variant 1 komen voort uit het gegeven dat de bestaande doorsnijding van het cultuurhistorisch waardevolle lijnelement Schenkeldijk en historische groenstructuur Werkense Boezem groter wordt als gevolg van de verbreding van de weg. Dit raakt tevens aan de waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), aangezien de Schenkeldijk een inundatiedijk van dit militair-historische systeem is. Andere kenmerken van de NHW worden door variant 1 niet tot nauwelijks geschaad. Bij variant 2 zijn de licht negatieve effecten gelegen in het gegeven dat deze variant afbreuk zal doen aan de beleving van het historische bebouwingslint Schans, de daarlangs aanwezige monumenten en karakteristieke panden en aan de incomplete monumentale molen ’t Landeke’. Tevens wordt het groene en overwegend rustige karakter dat de NHW kenmerkt geschaad. Deze effecten zijn echter beperkt. Enerzijds omdat het eerstgenoemde effect alleen beleving betreft en geen fysieke aantasting. Anderzijds omdat de autonome ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden (nieuwe woonwijk ‘Achter de Schans’ en nieuwe op- en afritten voor de A27) de effecten beperken.
Variant 3 leidt op veel punten fysiek of qua beleving tot aantasting van cultuurhistorische waarden. De aantasting heeft onder meer betrekking op de Schenkeldijk en Werkense Boezem (nieuwe doorsnijding) en diverse kenmerken van de NHW, zoals het inundatiegebied (versnippering), de inundatiedijken Schenkeldijk en Krouwerskade, het groene en rustige karakter en de beleving van de openheid van de schootsvelden en van fort Bakkerskil.
Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn variant 1 en 2 de voorkeursvariant. 61 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
Conclusies geluid Variant 1 en 3 zijn de beste opties. Deze varianten zijn wat betreft de gecumuleerde geluidbelasting vergelijkbaar met de referentiesituatie en daardoor qua geluid geen verslechtering. Bovendien is er bij variant 1 geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh) en voldoet bij variant 3 de geluidbelasting van de nieuwe weg aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh. Variant 2 zorgt voor een verslechtering van de geluidssituatie door de toename van de gecumuleerde geluidbelasting voor de toekomstige woningen in de nieuwe wijk ‘Achter de Schans’ en de bestaande woningen aan de Richter en Buitenlaag. Daarnaast wordt bij de woningen in de nieuwe wijk de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh overschreden.
Ten aanzien van het aspect geluid zijn variant 1 en 3 de voorkeursvariant. Conclusies luchtkwaliteit De varianten zijn met betrekking tot luchtkwaliteit alle drie vergelijkbaar met de referentiesituatie. Er zijn nauwelijks verschillen in de hoogste concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 ten opzichte van de referentiesituatie (<1,0 µg/m³). Ook zijn de verschillen in concentraties bij de afzonderlijke beoordelingspunten in vergelijking met de referentiesituatie zeer gering (<1,0 µg/m³). De onderlinge verschillen tussen de drie varianten zijn minimaal. Verder voldoen alle varianten ruimschoots aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer en wordt voldaan aan de richtwaarde voor PM2,5. Luchtkwaliteit is niet of minder relevant voor de afweging welke variant de voorkeur verdient.
Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit is er geen voorkeursvariant. Conclusies natuur – beschermde soorten Variant 1 verdient de voorkeur. Deze variant zal de minste directe en indirecte effecten hebben op beschermde plant- en diersoorten. Ter plaatse van het tracé zijn weinig beschermde soorten aanwezig of verwacht. Variant 2 zal redelijk veel impact hebben op beschermde soorten. Dit tracé heeft met name impact op (het leefgebied van) vogels. Variant 3 heeft de meeste impact op beschermde soorten. Dit is met name het gevolg van de doorsnijding van de Werkense Boezem.
Ten aanzien van het aspect beschermde soorten is variant 1 de voorkeursvariant. Conclusies natuur – Natura 2000 Variant 2 is het gunstigste. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn bij deze variant uitgesloten. Variant 1 en 3 leiden mogelijk tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie, waarbij de toename bij variant 3 (0,05 mol/ha/jaar) aanzienlijk meer bedraagt dan de toename bij variant 1 (0,01 mol/ha/ jaar).
Ten aanzien van het aspect Natura 2000 is variant 2 de voorkeursvariant. Conclusies natuur – Natuurnetwerk Nederland (NNN) Alle varianten kunnen leiden tot een significante aantasting van het NNN, waardoor er bij elke variant mitigerende maatregelen getroffen moeten 62 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
worden om de aantasting te beperken of voorkomen (zie paragraaf 6.2). Variant 2 leidt tot de meest beperkte aantasting van het NNN. Er is alleen sprake van aantasting van de ecologische randvoorwaarden van het NNN (zowel tijdelijk als permanent ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte). Variant 1 leidt zowel tot aantasting van de ecologische kenmerken en waarden (oppervlakteverlies) als de ecologische randvoorwaarden (tijdelijk ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte en permanent ten aanzien van hydrologie) van het NNN. Variant 3 leidt tot aantasting van de ecologische kenmerken en waarden (oppervlakteverlies en versnippering), ecologische randvoorwaarden (zowel tijdelijk als permanent ten aanzien van hydrologie, stilte, rust en donkerte) en verbindingsfuncties (verbreking migratieroutes en verbindingen over land) van het NNN.
Ten aanzien van het aspect Natuurnetwerk Nederland is variant 2 de voorkeursvariant. 6.2
Vervolg, nader onderzoek en mitigerende maatregelen
Nu de effecten van de drie varianten op de omgevingsaspecten landschap en cultuurhistorie, geluid, luchtkwaliteit en natuur inzichtelijk gemaakt zijn, is het aan de gemeente Altena om een besluit te nemen over een voorkeursvariant voor de ontsluiting van de kern Werkendam. Daarbij dient niet alleen te worden gekeken naar de effecten van de varianten op deze vier omgevingsaspecten, maar zullen ook de resultaten van verkeerskundig onderzoek en financiële aspecten moeten worden meegewogen. De gemeente bepaalt welke aspecten het zwaarst wegen of doorslaggevend zijn bij de keuze voor een variant. Nader onderzoek Nadat er een keuze voor een voorkeursvariant gemaakt is, zal er een planologische procedure doorlopen moeten worden om de gekozen variant te kunnen realiseren. Ten behoeve van deze procedure zal er te zijner tijd specifiek nader onderzoek gedaan moeten worden voor de aspecten geluid, luchtkwaliteit en natuur. Het onderzoek dat verricht is voor de voorliggende rapportage is globaal van aard, aangezien er nog geen wegontwerp is. Voor de gekozen variant zal wel een gedetailleerd wegontwerp worden opgesteld, waarmee de daadwerkelijke inrichting van de weg duidelijk wordt. Het nadere onderzoek dient specifiek te worden toegesneden op het definitieve ontwerp. Mitigerende maatregelen De uiteindelijk gekozen voorkeursvariant zal op bepaalde aspecten negatieve effecten hebben.
Deze negatieve effecten van de voorkeursvariant zullen geminimaliseerd moeten worden. Dit kan door mitigerende maatregelen te treffen. Dit zijn maatregelen die effecten beperken of voorkomen. Hieronder worden voor elk omgevingsaspect (uitgezonderd luchtkwaliteit) suggesties gegeven voor mitigerende maatregelen. Landschap en cultuurhistorie Effecten op landschap en cultuurhistorie kunnen geminimaliseerd worden door een goede landschappelijke en cultuurhistorische inpassing van de weg. Het wegontwerp dient daartoe rekening te houden met het ter plaatse aanwezige landschapstype en cultuurhistorische waarden. Belangrijke aspecten daarbij zijn: 63 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
aansluiten op bestaande lijnen in het landschap; terughoudend omgaan met wegmeubilair, voor zover de verkeersveiligheid dat toelaat; alleen beplanting langs de weg toepassen indien dit landschappelijke en cultuurhistorische waarden versterkt (bijvoorbeeld besloten en groen karakter) of niet aantast (bijvoorbeeld het behoud van openheid).
Geluid De geluidbelasting van de weg kan worden gereduceerd door het treffen van bron- en/of afschermende maatregelen, zoals: het gebruik van ‘stil’ asfalt; het aanleggen van geluidschermen en/of –wallen, mits dit landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet aantast. Natuur – beschermde soorten Effecten op beschermde soorten kunnen onder meer worden geminimaliseerd door: verstorende werkzaamheden buiten kwetsbare perioden plaats te laten vinden, zoals de winterslaap, de voortplantingstijd, de periode van afhankelijkheid van jongen, het broedseizoen, etc.; alternatieve nest- of verblijfplaatsen aan te bieden (afhankelijk van nader specifiek soortenonderzoek); de vestiging van beschermde soorten ter plaatse van het definitieve tracé te voorkomen; de algemene zorgplicht bij de uitvoering van werkzaamheden in acht te nemen. Deze zorgplicht houdt in dat de degene die werkzaamheden uitvoert passende maatregelen moet nemen om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Natuur – Natura 2000 Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door een toename van stikstofdepositie kunnen mogelijk worden voorkomen door: het uitvoeren van een ecologische beoordeling, waarmee kan worden vastgesteld of de toename daadwerkelijk leidt tot significante negatieve effecten; interne of externe saldering.
Natuur – Natuurnetwerk Nederland (NNN) Effecten op het NNN kunnen mogelijk worden beperkt of voorkomen door: in de aanlegfase geluidschermen en verduisterende schermen te plaatsen langs de weg, waardoor uitstralende geluid- en lichteffecten beperkt blijven tot de direct aanliggende beheertypen; lage beplanting aan te brengen langs de weg die past bij het ter plaatse aanwezige beheertype, waardoor uitstralende licht- en bewegingseffecten worden geminimaliseerd, mits landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast; het gebruik van ‘stil asfalt’, zodat geluidverstoring kan worden beperkt; het toepassen van een afwateringssysteem van de weg dat niet leidt tot (ongunstige) hydrologische veranderingen in aanliggende beheertypen; het creëren van goede faunapassages, waarmee de functionaliteit van verbindingsfuncties zo optimaal mogelijk blijft. Voor oppervlakteverlies zijn mitigerende maatregelen niet mogelijk. Mitigatie zou verband houden met het voorkomen van oppervlakteverlies, maar dit kan alleen door de ligging van de varianten zodanig aan te passen dat deze buiten het NNN komen te liggen. Voor de varianten die dit betreft, variant 1 en 3, is 64 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021
dit gezien de ligging van het NNN niet mogelijk. Dit betekent dat voor het oppervlakteverlies compenserende maatregelen dienen te worden getroffen. Compensatie gebeurt doorgaans kwantitatief, maar soms kan dit ook kwalitatief. De compensatiewijze dient met het bevoegd gezag (provincie Noord-Brabant) te worden afgestemd. Bij kwantitatieve compensatie wordt er nieuwe natuur aangelegd die aan het NNN wordt toegevoegd. Kwantitatieve compensatie behelst het treffen van inrichtingsmaatregelen in bestaand NNNgebied gericht op het verhogen van de natuurkwaliteit.
65 Gemeente Altena Variantenonderzoek ontsluiting Werkendam mRO bv / 84.28–2 / maart 2021