CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke onderbouwing bij RV VVGB Koolmeespad-Essenveldlaan Andel

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Koolmeespad-Essenveldlaan Andel20.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierbij staan de volgende doelen centraal: Bepaling van het gemeentelijk beleid voor de komende tien jaar met betrekking tot inrichting en beheer van het groen in de kernen en ontwikkeling naar een karaktervolle, duurzame en hoogwaardige groenstructuur. De groenstructuur vormt de ruimtelijke basis van het Groenbeleidsplan. Er wordt een drietal niveaus onderscheiden:  Groene dorpsstructuur: groen dat een gemeenschappelijke (bovenwijkse) functie vervult voor de hele kern en dat stedenbouwkundig functioneren ondersteund. Het beleid is gericht op behoud en waar nodig versterking van de aanwezige waarden.  Groene wijkstructuur: groen dat een functie vervult voor een specifieke wijk of groep van woonhuizen. Uitgangspunt is behoud en waar nodig versterken van de

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

23

aanwezige waarden. Bij aantasting van de groenstructuur is terugbrengen van een gelijkwaardige groenstructuur vereist.  Groen in woon- en werkomgeving: het groen in de buurt, straat of directe bedrijfsomgeving en primair gericht op het welzijn van de gebruiker ter plekke. Dit groen is doorgaans meer onderhevig aan wijzigingen als gevolg van een veranderd gebruik. Het beleid is gericht op het optimaal inrichten en beheren in aansluiting op de maatschappelijke behoeften en wensen van de gebruiker binnen vaste kaders. Relevantie voor het plangebied Het groengebied achter de nieuwe woningen aan het Koolmeespad en de Dokter Esseveldlaan blijft behouden. Om het parkeren op te kunnen lossen zal het groengebied tussen het Koolmeespad en het Vinkenpad verkleind worden. Het groengebied zal door de toevoeging van enkele parkeerplaatsen substantieel van omvang blijven en zal niet versnipperd worden. 3.3.6 Lijst waardevolle bomen De lijst waardevolle bomen geeft een inventarisatie weer van waardevolle bomen in de gemeente Altena. Op deze lijst zijn de bomen opgenomen die niet zonder een vergunning mogen worden gekapt. Relevantie voor het plangebied De Dokter Esseveldstraat en het Koolmeespad zijn niet opgenomen op de lijst. De lijst waardevolle bomen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

3.3.7 Woonvisie 2021-2025 Gemeente Altena Op 22 juni 2021 is de Woonvisie 2021-2025 van de Gemeente Altena vastgesteld. Deze visie is opgesteld door Companen. In de woonvisie worden de kaders gegeven voor beleid voor de lokale woningmarktopgaven. De opgaven waar de gemeente voor staat op het gebied van het wonen zijn divers. In de Hoofdlijnennotitie die in februari 2021 door de raad is vastgesteld, zijn de belangrijkste thema’s bepaald. De volgende thema’s vormen de kern van de Woonvisie: • Meer woningen met de juiste kwaliteit: kwantiteit en kwaliteit; • Betaalbaar wonen: sociale huur, middeninkomens; • Kwaliteit bestaande voorraad op peil: verduurzaming, levensloopgeschikt; • Wonen met zorg: ouderen, mensen met verstandelijke beperking, maatschappelijke opvang en psychiatrische problematiek, prettige woonomgeving; • Leefbare en vitale kernen: voldoende draagkracht, vitaliteit, groene woonomgeving; • Bijzondere doelgroepen: spoedzoekers, arbeidsmigranten en statushouders. Afstemming regio Breda De uitdagingen op het vlak van het wonen houden niet op bij de gemeentegrens. Regionale afstemming met andere gemeenten is daarom vaak gewenst. De gemeente Altena maakt deel uit van het regionale woonoverleg Breda en omstreken. In dit overleg vindt zowel ambtelijk als bestuurlijk afstemming plaats, bijvoorbeeld als het gaat om het realiseren van de woningbouwopgave.

Waarbij ernaar gestreefd wordt om elkaar te versterken en aan te vullen in plaats van elkaar te beconcurreren. Daarnaast wordt er veel van elkaar geleerd als regiogemeenten verbinding zoeken. Zo werd de Regionale Investeringsagenda opgesteld (RIA). De regiogemeenten werken met een gezamenlijke investeringsstrategie op vier samenhangende pijlers: • Wonen; • Groenblauwe kwaliteit; • Economie; • Mobiliteit.

24

24

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

Deze regionale samenwerking wil de gemeenten komende jaren voortzetten en intensiveren Toekomstvisie De komende vijf jaar wil de gemeente Altena minimaal 1.220 woningen toevoegen om te voorzien in de verwachte woningbehoefte. Liefst nog iets meer, zodat ook de huidige druk op de woningmarkt vermindert kan worden én rekening houden kan worden met het aantal vestigers dat naar de gemeente Altena verhuist. Voor de lange termijn (t/m 2030) reikt de ambitie nog verder (+3.000 woningen). De woningbehoefte verschilt per kern. De omvang van de woningbehoefte hangt deels af van de lokale demografische trends (geboorte, sterfte, gezinsverdunning), deels van de aantrekkingskracht die kernen hebben, zowel op huishoudens vanuit andere kernen van Altena als op huishoudens van andere gemeenten. Een indicatief kwalitatief nieuwbouwprogramma Op basis van de uitgangspunten, de resultaten van het woningbehoefteonderzoek en met oog voor de landelijke Actieagenda Wonen, hanteert de gemeente het volgende indicatieve nieuwbouwprogramma (prijspeil 2021):

Indicatieve nieuwbouwprogramma (prijspeil 2021) (Woonvisie Altena, Companen, 2021)

Dit programma is richtsnoer voor de totale bouwproductie in de gemeente in de komende 10 jaar. Daarbij zijn de volgende noties van belang: • Het is met name een belangrijk uitgangspunt voor grotere locaties, waar differentiatie van belang is om een gemengde wijk te krijgen. Voor overige locaties is het tevens richtsnoer, waarbij maatwerk met het oog op haalbaarheid en de reeds bestaande woningvoorraad van de kern belangrijk is; • De differentiatie borgt dat alle groepen aan bod komen, ook lagere inkomens en middeninkomens die zonder sturing in de huidige woningmarkt waarschijnlijk tussen wal en schip terecht komen. Met name de realisatie van sociale huur, betaalbare koop en middeldure koop en huur is van belang om lagere inkomens en middeninkomens aan een passende woning te helpen. En dit zijn woningsegmenten waar wij als overheid een belangrijke inspanningsverplichting hebben om te zorgen dat ze ook daadwerkelijk gerealiseerd worden; • Dit programma is beslist niet in beton gegoten. De gemeente zal niet bij ieder initiatief rigide sturen op deze differentiatie. De gemeente ziet het als een uitvraag en uitdaging aan initiatiefnemers om hier een goed bod op te doen, passend bij de lokale omstandigheden en behoeften.

Samen met initiatiefnemers bekijkt de gemeente per locatie en kern wat nodig en haalbaar is; • Voor het maatwerk per kern zijn de uitgangspunten per kern het vertrekpunt (zie hieronder de uitgangspunten voor Wijk en Aalburg). Andel Huidige situatie Er wonen ongeveer 2.470 mensen in Andel. De leeftijden huishoudenssamenstelling komt redelijk overeen met het gemeentelijk gemiddelde; de groep 45 tot 65-jarigen is het grootst en er wonen relatief veel gezinnen met kinderen. De huidige voorraad ligt op 970 woningen en wordt sterk gedomineerd door grondgebonden koopwoningen. Er is slechts een klein

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

25

percentage appartementen. Het aandeel sociale huur is er iets lager dan gemiddeld. Andel ligt in een aantrekkelijk landelijk gebied, waar in lintbebouwing en op (agrarische) erven wordt gewoond en gewerkt. De kern ligt aan de N322 en vlak bij de N267, maar ligt wat minder gunstig ten opzichte van de snelweg dan sommige andere kernen. Woningbouwopgave Voor de komende vijf jaar is er behoefte aan ongeveer 55 woningen. De plancapaciteit ligt in deze periode op ongeveer 130 woningen. De vraag richt zich met name op betaalbare grondgebonden koopwoningen gericht op starters. Daarnaast is er enige behoefte aan levensloopgeschikte koopwoningen onder senioren. Daarbij kan het zowel om een appartement (maar dan wel in de buurt van het centrum) als een kleine grondgebonden woning gaan. Er is een beperkte vraag naar huurwoningen. Met name onder senioren die kleiner willen wonen in een levensloopgeschikte woning.

Woningbouwbehoefte Altena (Woonvisie Altena, Companen, 2021)

In de woonvisie is aangegeven dat de prognose in de woningbehoefte per kern een duidelijke richting aangeeft, maar zeker niet in beton gegoten is. Om goed in te kunnen spelen op de woningvraag is een zekere mate van flexibiliteit nodig. Dit houdt in dat als er zich een plan aandient dat afwijkt van de verwachte behoefte in een kern, de gemeente mogelijk alsnog wil meewerken aan een plan. Er kunnen goede redenen zijn om zo’n plan toch door te laten gaan. Bijvoorbeeld omdat daarmee ook een deel van de behoefte van andere, nabijgelegen kernen wordt ingevuld, of omdat daarmee leegstaand agrarisch vastgoed kan worden getransformeerd tot woonruimte. Of omdat het plan van hoge kwaliteit is, ruimtelijke knelpunten oplost of een zeer gewenste toevoeging aan de bestaande voorraad is (woonvormen die er nu nog niet zijn). De gemeente stuurt op kwaliteit, op basis daarvan kan de gemeente goede argumenten hebben om mee te werken aan een plan dat in een ruimere opgave voorziet dan de geïnventariseerde behoefte. Relevantie voor het plangebied Het voorliggende initiatief voorziet in de bouw van 6 koop- en 6 huurwoningen (ter vervanging van 8 woningen). Uit de woningbouwbehoefteprognose uit de woonvisie blijkt dat er behoefte is aan deze woningen.

26

26

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

4 Randvoorwaarden In dit hoofdstuk is een verantwoording voor de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten opgenomen.

4.1

Bodem

4.1.1 Verkennend bodemonderzoek, inclusief historisch onderzoek, en een verkennend onderzoek naar asbest (fase 1) Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, inclusief historisch onderzoek, en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Dokter Esseveldlaan 29-35 en het Koolmeespad 1-7 te Andel. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage A bij deze ruimtelijke onderbouwing. De diverse verkennende (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling (fase 1). Daarnaast wordt de kwaliteit van de bovengrond onder de gesloopte bebouwing na de sloop geactualiseerd in een later stadium (fase 2). Het doel van de diverse onderzoeken is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB, PFAS en asbest) op de onderzoekslocatie vóór de sloop vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie (fase 1).

Vervolgens wordt na de sloop onderzocht of de sloopwerkzaamheden hebben geleid tot een bodemverontreiniging middels onderzoek naar de kwaliteit van de bovengrond onder de gesloopte bebouwing (fase 2). Conclusies vooronderzoek Uit de beschikbare informatie is gebleken dat voor de locatie de volgende aandachtspunten van toepassing zijn: • Van de onderzoekslocatie en directe omgeving zijn geen bodemonderzoeken of overige gegevens bekend; • Op de onderzoekslocatie is naar verwachting één watergang aanwezig geweest; • Zowel op- als in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn boomgaarden aanwezig geweest; • De huidige bebouwing is in 1969 gerealiseerd en er zijn diverse elementenverhardingen aanwezig, waaronder mogelijk een puinstabilisatie is toegepast; • Door de opdrachtgever is aangegeven dat in/op de bebouwing asbesthoudende materialen zijn toegepast; • Op de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen overige bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest); • Voorgenomen is om de bebouwing op de onderzoekslocatie te slopen. Dit wordt gezien als een bodembedreigende activiteit, waarbij een bodemverontreiniging kan ontstaan; • In verband met de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie betreft het voorkomen van PFAS in de verdachte (boven)grond een aandachtspunt.

Op basis van de beschikbare gegevens dient ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling een verkennend onderzoek conform de NEN 5740

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

27

te worden uitgevoerd, waarbij het voorliggend onderzoek (fase 1) wordt uitgevoerd vóór de sloop. Hierbij vormen de voormalige watergang en het voorkomen van OCB in de teeltlaag aandachtspunten. Tevens dient een aanvullend onderzoek naar PFAS te worden uitgevoerd naar de verdachte (boven)grond. Tevens dient tijdens fase 1 een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897. Verder zijn geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuis en proefgaten wordt rekening gehouden met de eventuele aandachtspunten. Na de sloop wordt vervolgens de grondlaag onder de gesloopte bebouwing aanvullend op NEN en asbest onderzocht (fase 2). Verkennend bodemonderzoek Voor de algemene kwaliteit werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging met de standaard NENparameters, waarbij de voormalige watergang en het voorkomen van OCB in de teeltlaag aandachtspunten vormden. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten voor enkele zware metalen in de boven- en/of ondergrond zijn aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor barium en naftaleen aangetoond.

Daarnaast heeft de voormalige watergang niet geleid tot een (ernstige) bodemverontreiniging. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende streefen achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarde van 0,5 en de interventiewaarde niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de WBB. Op basis van de indicatieve toetsingen aan de BBK is de grond altijd toepasbaar. Teeltlaagonderzoek Voor de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige boomgaarden op en nabij de locatie hebben niet geleid tot een verontreinigingen met OCB in de teeltlaag. PFAS Op basis van de aangetoonde gehalten voor de PFAS-parameters in de onderzochte mengmonsters van de verdachte (boven)grond (zand en klei) voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor de grond voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens in grondwaterbeschermingsgebieden. Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging.

Op basis van de onderzoeksresultaten dient de verdachte hypothese te worden verworpen, aangezien zowel op het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Analytisch is eveneens geen asbest aangetoond in de grondlagen. Algehele conclusies en aanbevelingen Middels onderhavige onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van de Dokter Esseveldlaan 29-35 en Koolmeespad 1-7 te Andel in voldoende mate verkennend onderzocht. De boomgaarden en slootdemping hebben niet geleid tot een (ernstige) bodem en/of asbestverontreiniging en/of verslechtering van de bodemkwaliteit. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen belemmeringen

28

28

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling op de locatie, rekening houdend met onderstaande aandachtspunten. Na de sloop dient nog een aanvullend onderzoek van de grondlaag onder de gesloopte bebouwing te worden uitgevoerd (NEN en asbest, fase 2). Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN- als PFAS-parameters. 4.1.2 Actualiserend bodem- en asbestonderzoek (fase 2, na sloop en verwijdering fundering), Dokter Esseveldlaan 29-35 en Koolmeespad 1-7 te Andel Door Verhoeven Milieutechniek b.v. is een onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie en naar aanleiding van de sloop van de bebouwing. Het onderzoek had tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie te actualiseren om vast te stellen of de sloopwerkzaamheden hebben geleid tot een bodemverontreiniging. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen bij deze onderbouwing als bijlage N. Op basis van de onderzoeksresultaten is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie in voldoende mate geactualiseerd. In bovengrond (tot 0,5 m-mv) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor kobalt, nikkel en/of PAK aangetoond.

De overige onderzochte parameters (NEN) zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Tevens is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond zijn niet per definitie te relateren aan de uitgevoerd sloopwerkzaamheden, aangezien voor de sloop geen gegevens bekend zijn van de bodemkwaliteit onder de bebouwing. Naar verwachting zijn de verhoogde gehalten historisch van aard gezien de vergelijkbare zintuiglijke bijmengingen als tijdens voorgaand onderzoek buiten de voormalige bebouwing. Wel was sprake van geroerde grond. Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat ervan uit milieuhygienisch oogpunt geen belemmeringen tegen de voorgenomen herontwikkeling. De voormalige bebouwing en fundering zijn in voldoende mate verwijderd en hebben niet geleid tot een noemenswaardige verslechtering van de bodemkwaliteit.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

4.2.1 Archeologie Wettelijk toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Sindsdien geldt dat waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd (Monumentenwet) en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz was een wijzigingswet en omvatte een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moesten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

29

nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2024 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Planspecifiek Voor de planlocatie is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van de bestaande bebouwing (540 m2), die gevolgd wordt door de realisatie van 12 woningen (circa 480 m2), met bijbehorende schuren, parkeerplaatsen, ontsluitingswegen en groenvoorzieningen. Voor deze ontwikkeling gaat het grootste deel van het plangebied op de schop. Het plangebied heeft een totale omvang van 1453 m2. Tot welke diepte graaf- (en eventueel hei-) werkzaamheden zullen reiken is in het huidige stadium van de planvorming nog niet precies bekend. Voor de funderingen wordt gerekend op een diepte van circa 1 m -Mv. Volgens het bestemmingsplan ‘Notenhoff – partiele herziening 2015’ geldt in het plangebied een ‘Waarde – Archeologie 2’. Dit betekent dat een archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen vanaf 100 m2 die dieper reiken dan 30 cm -Mv. De waarde archeologie is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart (Ellenkamp, 2018).

Op deze kaart is in het plangebied sprake van drie archeologische kaarteenheden: het westen van het plangebied valt binnen een bekende archeologische vindplaats, het noordoosten van het plangebied ligt binnen de historische kern van Andel, en het zuiden van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting. De archeologische vindplaats duidt op het huis/kasteel van Andel.

Gemeentelijke beleidskaart (Ellenkamp, 2018)

Archeologisch bureauonderzoek In het kader van de werkzaamheden is in december 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd door Hamaland Advies. De volledige rapportage is opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing als bijlage B. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt op de Biesheuvel-Hamer stroomrug.

30

30

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

Deze stroomrug heeft zich gevormd vanaf circa 2070 v.Chr. (de Vroege-Bronstijd). Op de oevers kan vanaf de actieve periode van de stroomrug bewoning hebben plaatsgevonden. Na het inactief worden van de stroomrug, aan het einde van de Bronstijd (circa 1260 v.Chr.), kan men ook de geulopvulling in gebruik hebben genomen. Het zwaartepunt van de archeologische verwachting ligt in de periode Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd: in het plangebied bevinden zich mogelijk resten die zijn gerelateerd aan het kasteel van Andel. Deze resten kunnen direct onder maaiveld voorkomen. Op grond van het bureauonderzoek is geadviseerd de ondergrondse sloopwerkzaamheden in het plangebied archeologisch te laten begeleiden. De bevoegde overheid, de gemeente Altena, heeft echter niet met dit advies ingestemd en eist dat voorafgaande aan de ondergrondse sloopwerkzaamheden en bouwwerkzaamheden een archeologisch proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Programma van Eisen Door Transect is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld dat voorziet in de kaders voor het proefsleuvenonderzoek. Het PvE is vóór aanvang van het veldwerk beoordeeld en ondertekend door de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid. Het PVE is opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing als bijlage C. Proefsleuvenonderzoek Transect b.v. heeft in oktober 2021 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Dr.

Esseveldlaan en het Vinkenpad in Andel (gemeente Altena). Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet de vraag beantwoorden of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage D. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn drie proefsleuven aangelegd met een totale oppervlakte van 164 m2 (10% van het onderzoeksgebied). Resultaten Tijdens het proefsleuvenonderzoek is één antropogeen spoor gevonden, een paalkuil, en zijn er zeven vondsten gedaan. Deze archeologische resten bevonden zich in de top van de oeverafzettingen van de Biesheuvel-Hamer stroomrug, die tijdens de Bronstijd actief was. De aangetroffen archeologische resten dateren uit de periode IJzertijd – Vroege Middeleeuwen. Het enige aangetroffen spoor, kan door de aanwezigheid van een sterk verweerd fragment handgevormd aardewerk niet nauwer gedateerd worden dan de bovengenoemde periode. Uit de waardestelling van de aangetroffen vindplaats is gebleken dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats in het plangebied.

Archeologische resten in relatie tot het kasteel of hof van Andel die in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn, zijn hier dan ook niet gevonden. Selectieadvies Het selectieadvies omvat de volgende mogelijkheden: (1) het vrijgeven van het plangebied; (2) het behoud in situ van vindplaatsen (fysiek beschermen); of (3) het behoud ex situ van vindplaatsen (definitief opgraven). Het selectieadvies wordt voorgelegd aan de bevoegde overheid, die uiteindelijk een selectiebesluit moet nemen. Het voornemen bestaat om in het plangebied de bestaande bebouwing, waarvan ten tijde van het onderzoek alleen nog de funderingen resteren, te slopen. Hiervoor zullen twaalf nieuwe woning worden gebouwd. Het is ten tijde van het onderzoek niet bekend hoe diep de funderingen van de nieuwbouw zullen reiken, er wordt uitgegaan van 1,0 m -Mv. Aangezien er tijdens het

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

31

proefsleuvenonderzoek geen behoudenswaardige vindplaats is aangetroffen, adviseren wij om het plangebied archeologisch vrij te geven voor de bovengenoemde ontwikkeling. Bovenstaande vormt een advies. Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de gemeente Altena om een selectiebesluit te nemen. Selectiebesluit Het advies van de Regio West-Brabant betreffende het selectiebesluit is om in te stemmen met het advies van Transect om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Dit besluit is door de gemeente genomen.

4.2.2 Cultuurhistorie Wettelijk toetsingskader De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW).

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) (bron: Provincie Noord-Brabant), de planlocatie zwart omcirkeld.

Planspecifiek De cultuurhistorische waardenkaart (CHW-kaart) van de provincie Noord-Brabant Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Elke tijdsperiode heeft haar weerslag gehad op de vorming van de gebouwde omgeving. Lijnen, punten en vlakken uit het verleden zijn soms nog afleesbaar in het huidige (dorps)landschap. De CHW-kaart brengt deze cultuurhistorische waardevolle patronen en objecten in beeld. Op de cultuurhistorische waardenkaart is te zien dat de begrenzing van een schootsveld over een klein deel van het plangebied valt. Dit schootsveld behoort tot het aan de andere zijde van de Afgedamde Maas gelegen Fort Poederoijen. De schootsvelden dienen zo veel mogelijk gevrijwaard te blijven van hoge bebouwing. In

32

32

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

voorliggend initiatief wordt reeds bestaande bebouwing vervangen door nieuwbouw in een reeds bebouwde omgeving. De bebouwing zal bestaan uit één laag met kap. Van hoge bebouwing is geen sprake. Dit initiatief leidt dan ook niet tot een aantasting van het schootsveld. In of in de directe omgeving van het plangebied zijn naast het schootsveld geen elementen aangegeven die door het initiatief aangetast worden ofwel waar in het plan rekening mee gehouden kan worden.

4.3

Waterparagraaf [nog te actualiseren]

4.3.1 De watertoets Econsultancy heeft een watertoets voor een ontwikkeling aan het Koolmeespad en de Dr. Esseveldlaan te Andel uitgevoerd. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage E. In de waterparagraaf is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Rivierenland en de gemeente Land van Altena). In de rapportage (zie bijlage E) zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen voor het plan gegeven. Deze rapportage vormt de basis voor invulling van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van de ruimtelijke onderbouwing. Hiermee is invulling gegeven aan de verplichte watertoets en is gegarandeerd dat specifieke eisen van de waterbeheerders op een goede wijze in het ontwerp worden verwerkt. Aan de hand van de beschreven randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen, kan op eenduidige wijze, later het waterhuishoudkundig(inrichtings)plan worden opgesteld. De planlocatie (ca. 1.500 m²) ligt aan het Koolmeespad en de Dr. Esseveldlaan (ong.), te Andel en is kadastraal bekend gemeente Woudrichem, sectie I, nummers 478 en 3223 (ged.). De coördinaten van een centraal punt zijn X = 131.960, Y = 421.960. De planlocatie is momenteel braakliggend en volledig onbebouwd en onverhard.

In het verleden hebben op de planlocatie enkele woningen gestaan (Koolmeespad 1 t/m 7 en Dr. Esseveldlaan 29 t/m 35). De woningen zijn momenteel al geheel gesloopt. De initiatiefnemer is voornemens 12 woningen te realiseren, opgebouwd uit twee rijen van 6 woningen. Om te kunnen voorzien in de toekomstige parkeerbehoefte worden aan de bestaande parkeerhaven in het Koolmeespad 10 parkeerplaatsen toegevoegd. Ten opzichte van de voormalige verhardingssituatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen met 525 m2. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt ca. 1.254 m2. Vanuit de gemeente Altena dient in alle gevallen de toename van verharding gecompenseerd te worden. Ten aanzien van extreme buien wordt vanuit de gemeente uitgegaan van een bui die statistisch 1 keer in de 100 jaar optreedt. Rekening houdend met de toekomstige klimaatverandering gaat de gemeente uit van 25% extra compensatie. Voor de gemeente Altena komt dit overeen met een bui van 75 mm in 60 minuten. De waterbergingsopgave voor de planlocatie bedraagt in totaal ca. 40 m3 (525 m2 x 75 mm /1.000). Op basis van een boorprofiel uit het archief van TNO blijkt de bodem nabij de planlocatie te zijn opgebouwd uit een deklaag van klei met een dikte van ca. 3,5 meter. Daaronder zijn tot de onderzochte diepte (7,5 m -mv) wisselende zand en kleilagen aangetroffen.

Volgens gegevens uit de Atlas van de provincie Noord-Brabant en de KlimaatEffectAtlas wordt ervan uitgegaan dat de GHG is gelegen op ca. 0,8 m -mv. Op basis van een gemiddeld

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

33

maaiveldniveau van 1,6 m +NAP, zou de GHG op ca. 0,8 m +NAP zijn gelegen. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen oppervlaktewateren gelegen. Water wordt bij de verdere planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en verwerkt. Op basis van de GHG, bodemopbouw en textuur zullen de infiltratiemogelijkheden zeer beperkt zijn. Vanuit de hemelwatervoorziening zal (hemel)water vertraagd worden afgevoerd op het riool in de Dr. Esseveldlaan. In het plan is in het groen achter de woningen een wadi voorzien. In de wadi wordt het afstromende hemelwater van de achterpaden opgevangen. Het restant van de wateropgave ca. 32 m3 wordt opgevangen op één centrale plek onder de uitbreiding van het parkeerterrein met 10 parkeerplaatsen. Bij de verdere planuitwerking zal bekeken moeten worden of dit voor alle woningen haalbaar is. Wellicht dat alleen de woningen gelegen aan het Koolmeespad aangesloten worden op de hemelwatervoorziening en dat de woningen aan de Dr. Esseveldlaan het hemelwater gescheiden mogen aanleveren en aansluiten op het bestaande riool in de weg. Het afvalwater wordt gescheiden ingezameld en aangeleverd.

Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. In de voormalige situatie waren reeds 8 woningen aanwezig. Conform het planontwerp worden in totaal 12 woningen gerealiseerd. Dit betekent dat er sprake is van in totaal 4 woningen extra. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van ca. 1,2 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. 4.3.2 Conclusie Er worden vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de ruimtelijke procedure en uitvoering van het plan.

4.4

Geluidshinder wegverkeerslawaai

Om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan heeft Econsultancy een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage F. 4.4.1 Onderzoeksresultaten Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een weg is een onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. De geluidgevoelige bestemmingen zijn niet gelegen in de geluidszone van een weg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen (Beatrixstraat, Dokter Esseveldlaan, Hofflaan, Hoge Maasdijk, Huiswerf, Julianastraat, Koningin Emmastraat, Langenhof en Pr. Bernhardstraat) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het

34

34

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

toetsingskader. Voor het plangebied is reeds een tekening opgesteld met de projectie van de woningen. Voor elke zijde van de woningen zijn toetspunten ten behoeve van 3 bouwlagen gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2022.31. De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen bedraagt maximaal 48 dB. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB plaats. 4.4.2 Conclusie Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.

4.5

Bedrijven en milieuzonering

De Essentie heeft een onderzoek uitgevoerd naar Bedrijven en milieuzonering. De resultaten van dit onderzoek zijn in deze paragraaf opgenomen. 4.5.1 Inleiding Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG-brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Zodra er sprake is van een ‘gemengd gebied’ mogen de richtafstanden met een trede verlaagd mogen worden. Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. 4.5.2 Doorwerking projectlocatie De voorgestane ontwikkeling betreft de sloop- en nieuwbouw van de aanwezig woningen in de projectlocatie, waarbij vier wooneenheden worden toegevoegd.

Aangezien het nieuwe bouwplan binnen het huidige bouwvlak blijft komt er geen nieuwe milieugevoelige functie dichter tot omliggende functies te liggen. Het aspect bedrijven en milieuzonering zal daarom geen belemmering vormen voor de ontwikkeling. Omdat er wél sprake is van het toevoegen van vier milieugevoelige functies wordt het aspect bedrijven en milieuzonering wel nader beschouwd. In de VNG-brochure wordt het omgevingstype “gemengd gebied” als volgt omschreven: "Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd”. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn naast woningen ook een groot aantal andere functies aanwezig. De omgeving van de projectlocatie kan daarom worden aangemerkt als gemengd gebied en de richtafstanden kunnen met één stap worden verlaagd. De volgende functies zijn in de omgeving van de projectlocatie aanwezig: Maatschappelijke voorzieningen In de directe omgeving van de projectlocatie bevinden zich verschillende maatschappelijke

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

35

voorzieningen zoals een woonzorgcomplex (Dokter Esseveldlaan 66, tandarts (Dokter Esseveldlaan 50) en verzorgingstehuis (Nachtegaallaantje 1). Deze voorzieningen dragen maximaal milieucategorie 2. De richtafstand van deze categorie is in een ‘rustige woonwijk’ 30 meter, deze afstand mag met één stap worden verlaagd naar 10 meter. De dichtstbijzijnde functie (Doktor Esseveldlaand 66) ligt op ca. 18 meter afstand van de projectlocatie en valt daarmee buiten de richtafstand. Deze functies vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Autogarage Op 66 m afstand van de projectlocatie ligt een autogarage (Julianastraaat 3). Dit is een bedrijf met milieucategorie 3.2. Voor dit soort bedrijven geldt een richtafstand van 100 m. Aangezien de projectlocatie binnen een gemengd gebied ligt, mag deze richtafstand verlaagd worden naar 50 m. Daarmee wordt aan de richtafstand voldaan, deze inrichting vormt geen belemmering voor het planvoornemen. De Heus veevoeders BV Aan de rand van het dorp Andel, op een afstand van ca. 150 meter tot de projectlocatie, ligt het bedrijf De Heus Veevoeders (Hoge Maasdijk 1). Dit bedrijf kent milieucategorie 4.2 en is daarmee van invloed op de kern Andel. Voor dit bedrijf geldt een richtafstand van 300 m.

De geluidzone van het bedrijf is geborgd in het vigerende bestemmingsplan, daarin is de volgende regeling opgenomen: “In afwijking van het overige in het plan bepaalde is het niet toegestaan nieuwe geluidsgevoelige objecten te bouwen of geluidsgevoelige terreinen aan te leggen of in te richten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie', te weten de 50 dB(A) zone behorende bij het industrieterrein.” Met dit planvoornemen worden ten opzichte van de huidige situatie vier geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. Derhalve is door Econsultancy een geluidsonderzoek industrielawaai uitgevoerd naar het gezoneerde industrieterrein van De Heus Veevoerders. Dit onderzoek is als bijlage G bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Uit het onderzoek van Econsultancy blijkt dat het hoogst berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als gevolg van industrieterrein De Heus 48 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. Deze geluidsbelasting treedt op een hoogte van 5 meter. Op grond van de huidige berekening heeft de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant aangegeven dat de geluidsbelasting 2 dB hoger wordt, waardoor de etmaalwaarde 50 dB(A) bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de zonegrenswaarde en hoeven er geen hogere waarde te worden vastgesteld. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt ondanks de ligging binnen de zone geen belemmeringen voor het plan.

4.5.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project passend is binnen de kaders van bedrijven en milieuzonering.

4.6

Externe veiligheid

De Essentie heeft een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid. De resultaten van dit onderzoek zijn in deze paragraaf opgenomen. 4.6.1 Onderzoeksresultaten Het landelijk beleid met betrekking tot externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • Het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven

36

36

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

(inrichtingen); • Het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); • Het gebruik van luchthavens. Dat gebeurt onder andere om te voorkomen dat te dicht bij kwetsbare bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, om de zelfredzaamheid te bevorderen en om de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (die als wettelijke grenswaarde fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde. Van deze waarde mag gemotiveerd worden afgeweken.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt van 10 personen of meer. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De eindafweging (vertaald in een ruimtelijke onderbouwing) kan pas worden gemaakt wanneer advies bij de veiligheidsregio is ingewonnen. 4.6.2 Doorwerking projectlocatie Aan de hand van de risicokaart is beoordeeld of er risicovolle inrichtingen of transportroutes in de buurt van de projectlocatie liggen. Op onderstaand figuur is een uitsnede van deze risicoaart weergegeven.

Uitsnede risicokaart, projectlocatie is met geel aangegeven (risicokaart.nl)

Transport over water Op circa 3.4 km afstand van de projectlocatie ligt het basisnet – watervervoer. Het gaat hierbij om de Afgedamde Maas. Door de Regeling Basisnet wordt deze niet specifiek

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

37

genoemd als route waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Volgens het ‘Definitief ontwerp basisnet water’ uit 2008 is de Afgedamde Maas een groene vaarweg. Groene vaarwegen zijn binnenvaartroutes zonder frequent vervoer van gevaarlijke stoffen. Er is dan ook geen PR 10-6-risicocontour of een plasbrandaandachtsgebied. Daarnaast is het groepsrisico vanwege het beperkt aantal transporten bij groene vaarwegen minder dan 0,1 maal de orientatiewaarde. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over water vormen geen aandachtspunt voor de projectlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Transport over de weg De projectlocatie ligt niet binnen een PR 106-risicocontour of een plasbrandaandachtsgebied van een nabijgelegen weg waarover structureel gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Ook bevindt de projectlocatie zich niet binnen het invloedsgebied van een nabijgelegen weg. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over de weg vormen geen aandachtspunt voor de projectlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Transport over het spoor De projectlocatie ligt niet binnen een PR 10-6-risicocontour of een plasbrandaandachtsgebied van een nabijgelegen spoorweg waarover structureel gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Het plan bevindt zich ook niet binnen het invloedsgebied van een nabijgelegen spoorlijn. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over het spoor vormen geen aandachtspunt voor de projectlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Buisleidingen Op circa 800 m ligt een buisleiding van de Gasuni voor het transport van aardgas. Dit traject van de aardgasleiding heeft geen plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt 230 m. Daarmee valt de projectlocatie niet binnen het invloedsgebied van buisleidingen. De risico's als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen derhalve geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Inrichtingen Op circa 1.2 km afstand tot de projectlocatie ligt een lpg-inrichting met een vulpunt en tankzuil. Het invloedsgebied van deze inrichting is maximaal 150 m. Daarmee valt de projectlocatie buiten het invloedsgebied van deze inrichting. Verder bevindt de projectlocatie zich niet binnen een PR 106-risicocontour of een ander invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. De risico’s als gevolg van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vormen geen aandachtspunt voor de projectlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.

4.6.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt voor de beoogde ontwikkeling geen beperkingen.

4.7

Luchtkwaliteit

De Essentie heeft een onderzoek uitgevoerd naar luchtkwaliteit. De resultaten van dit onderzoek zijn in deze paragraaf opgenomen. 4.7.1 Beleidskader Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van

38

38

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. 4.7.2 Doorwerking projectlocatie Toename verkeersbewegingen Op basis van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ is voor de te realiseren woningen de verkeersgeneratie (licht verkeer) bepaald, door het maximum in de door de CROW opgegeven bandbreedte aan te houden. Daarnaast is er uitgegaan van de categorie ‘rest van de bebouwde kom’ in een ‘weinig’ of ‘niet-stedelijke omgeving’. Onderstaande tabel toont de verkeersgeneratie op basis van deze uitgangspunten in de huidige situatie en in de toekomstige situatie: Huidige situatie Woningtype Rijwoningen (sociale huur) Rijwoningen (koop) Totaal

Aantal 8 won

Verkeer/won 5,2-6,0 mvt/etm/wom

8 won

Toekomstige situatie Woningtype Aantal Rijwoningen (sociale huur) 6 won Rijwoningen (koop) 6 won Totaal 12 won Overzicht verkeersgeneratie vanuit de woningen.

Verkeer totaal 48 mvt/etm 48 mvt/etm

Verkeer/won 5,2-6,0 mvt/etm/wom 7,0-7,8 mvt/etm/won

Verkeer totaal 36 mvt/etm 47 mvt/etm 83 mvt/etm

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er maximaal (83-48=) 35 extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) te verwachten zijn. Bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het initiatief op de luchtkwaliteit Ten opzichte van de huidige situatie worden er vier nieuwe woningen toegevoegd. De realisatie van vier extra woningen blijft ver onder de grenswaarden en kan aangemerkt worden als een niet in betekende mate (NIBM) project. Voor de volledigheid is er aan de hand van de NIBM- tool een berekening gemaakt. Op basis van een verkeersgeneratie per etmaal van 7,8 bij de koopwoningen en 6,0 bij de sociale huurwoningen blijkt dat de maximale bijdrage extra verkeer 0,02 µ/m3 NO2 en 0,01 µ/m3 PM10 is. Hieruit volgt dat er geen nader onderzoek naar luchtkwaliteit nodig is.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 (NIBM-tool)

Naast de bijdrage aan de luchtkwaliteit is het ook van belang om de luchtkwaliteit ter plaatse van de projectlocatie te beoordelen. Om de bestaande luchtkwaliteit op de

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

39

planlocatie te kunnen beoordelen is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten Nederland (GCN-kaarten) van het RIVM. Op deze kaarten wordt de achtergrondconcentratie inzichtelijk gemaakt welke het gevolg is van de infrastructurele en bedrijvige omstandigheden ter plaatse. Voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) geldt een grenswaarde van 40 µg/m³. Voor fijnstof (PM2,5) geldt een grenswaarde van 25 µg/m³. Op onderstaande tabel is weergegeven welke waarden er op de projectlocatie gelden. Stof Toetsing van Stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie Stikstofoxide (NOX) jaargemiddelde concentratie Fijnstof (PM10) jaargemiddelde concentratie

Waarde op projectlocatie 11,02 µg/m³ 13,89 µg/m³ 14,88 µg/m³

Luchtkwaliteit op projectlocatie

De waarde op de projectlocatie vallen onder de grenswaarden gesteld door het RIVM, ter plaatse van het projectgebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4.7.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmeringen voor het initiatief.

4.8

Stikstof

De Essentie heeft een onderzoek uitgevoerd naar stikstof. De resultaten van dit onderzoek zijn in deze paragraaf opgenomen. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage H opgenomen bij deze onderbouwing. 4.8.1 Wettelijk kader In Nederland behoren ruim 160 natuurgebieden tot Natura 2000. Dit zijn natuurgebieden met een Europese beschermingsstatus. Het Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Veel van deze gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan mogelijk leiden tot ‘significante (negatieve) effecten’ op het beschermde natuurgebied. Indien er mogelijk sprake is van ‘significante effecten’ is een Wet natuurbescherming vergunning (Wnb-vergunning) noodzakelijk.

4.8.2 Onderzoek Door middel van AERIUS Calculator moet worden berekend of er, ten gevolge van het plan, sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden: als uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van deposities (> 0,00 mol/ha/jr) dan kunnen gevolgen voor de natuur niet worden uitgesloten. Dit wordt onderzocht in deze voortoets. Stikstofemissies bouwfase Tijdens de bouwfase vinden stikstofemissies plaats als gevolg van de inzet van bouwverkeer en de inzet van mobiele werktuigen. De mogelijkheid tot stikstofemissies is relatief beperkt vanwege de nabijheid van Natura 2000- gebied ‘Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem’. Hierdoor is het noodzakelijk dat een deel van de bouw elektrisch plaatsvindt. In dit geval is ervoor gekozen voor een elektrische hijskraan om de stikstofuitstoot te reduceren. Bij de mobiele werktuigen op diesel is de aanname dat het gaat om STAGE klasse IV mobiele werktuigen met het gebruik van AdBlue. Daarnaast is aangenomen dat alle activiteiten

40

40

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

inclusief het bouw- en woonrijp maken in één jaar plaatsvinden. Het bouwverkeer wordt volledig via de westelijke route uit het dorp geleid naar de N322. Aangenomen wordt dat het verkeer hier opgaat in het heersende verkeersbeeld. Er is ook rekening gehouden met het manouvreren en stationair draaien van het bouwverkeer op de bouwplaats. Hiervoor is een route ingetekend met 100% filevorming. De totale stikstofemissie tijdens de bouwfase bedraagt 14,5 kg NOx/ jr. en 0,5 kg NH3/ jr. Stikstofemissies gebruiksfase Verwarming Het gebruik van woningen kan stikstofemissies veroorzaken. Hoewel de precieze uitwerking van de verwarming van de woningen nog niet bekend is, staat wel vast dat dit gasloos zal zijn. Hierdoor zal de verwarming geen stikstofemissie tot gevolg hebben. Gebruiksverkeer Tijdens de gebruiksfase van het project zal er verkeer van en naar de locatie gegenereerd worden door bewoners en bezoekers. In AERIUS wordt de verkeersemissie berekend op basis van de lengte van de ingetekende rijroute, het aantal en type voertuigen, het omgevingstype en de mate van stagnatie. Wat betreft de route, dient het verkeer meegenomen te worden totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld, een en ander conform de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022.

Dit is het moment dat het verkeer zich qua rij- en stopgedrag niet meer onderscheidend maakt aan het overige (autonome) verkeer, waarbij de bijdrage van het planeffect in de regel niet meer mag zijn dan enkele procenten. Op basis van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ is voor de te realiseren woningen de verkeersgeneratie (licht verkeer) bepaald, door het maximum in de door de CROW opgegeven bandbreedte aan te houden. Daarnaast is er uitgegaan van de categorie ‘rest van de bebouwde kom’ in een ‘weinig’ of ‘niet-stedelijke omgeving’. Onderstaande tabel toont de verkeersgeneratie op basis van deze uitgangspunten.

Overzicht verkeersgeneratie vanuit de woningen.

Bovenstaande verkeersgeneratie betreft het lichte verkeer (personenauto’s). Daarnaast zal er ook in geringe mate sprake zijn van middelzwaar vrachtverkeer (bakwagens) en zwaar vrachtverkeer. Er is rekening gehouden met 2 verkeersbewegingen middelzwaar verkeer per etmaal en 0,5 verkeersbeweging zwaar vrachtverkeer per etmaal. In de voorliggende situatie is niet precies duidelijk vanaf welk punt het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld omdat er geen beeld is van de huidige verkeersintensiteit in Andel. Derhalve is gekozen voor het worstcase-scenario dat het verkeer pas op de provinciale N-wegen opgaat in het heersende verkeersbeeld. Aangenomen is dat 50% van het verkeer via een westelijke route naar de N322 gaat en de overige 50% via een zuidelijke route naar de N267. In de AERIUS-berekening is 2023 gebruikt als rekenjaar, zijnde het eerstmogelijke jaar waarin de woningen in gebruik genomen gaan worden. De totale stikstofemissie in de gebruiksfase bedraagt 11,9 kg NOx/ jr. en 0,9 kg NH3/ jr. 4.8.3 Conclusie Er zijn twee AERIUS Calculator berekeningen uitgevoerd: • Een berekening van de bouwfase; • Een berekening van de gebruiksfase.

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

41

Op basis van de in het onderzoek genoemde uitgangspunten (zie bijlage H) is berekend of er vanuit de bouwfase of vanuit de gebruiksfase mogelijk sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Uit de uitgevoerde berekeningen voor de bouwfase en de gebruiksfase van het initiatief blijkt dat zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase er geen sprake is van een significante toename van de stikstof deposities: nergens wordt een netto toename van meer dan 0,00 mol/ha/j berekend. Het gebruik zal dan ook niet leiden tot mogelijke significante negatieve effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Er wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van significante negatieve effecten op de nabijgelegen Natura 2000 gebieden als gevolg van stikstofdepositie veroorzaakt door het project.

4.9

Natuurwaarden

4.9.1 Quickscan Flora en Fauna In 2019 is door BTL Advies een QuickScan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van Koolmeespad 1-7 en Dokter Esseveldlaan 29-37 te Andel (zie bijlage I voor rapportage). Dit onderzoek bestond uit een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 18 januari 2019. Uit de QuickScan flora en fauna is gebleken dat beide panden kunnen fungeren als verblijfplaats (zomer- en paarverblijf) voor vleermuizen. Eveneens blijkt uit het verkennend onderzoek van de QuickScan flora en fauna dat algemeen beschermde broedvogels, algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, algemeen voorkomende amfibieën kunnen voorkomen. Het overtreden van verbodsartikelen van de Wnb op deze soortgroepen is niet uit te sluiten. Voor de algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën die binnen het plangebied kunnen worden verwacht geldt echter een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast zijn jaarrond beschermde (broed-)vogels, zowel verblijfplaatsen en essentiële leefgebieden, niet te verwachten. Overige niet benoemde soortgroepen zijn eveneens niet te verwachten in het plangebied. Wel geldt te allen tijde, voor alle soortgroepen, de zorgplicht. Naar aanleiding van deze QuickScan is in 2019 een vleermuisonderzoek uitgevoerd.

4.9.2 Aanvullend onderzoek vleermuizen Door BTL Advies is in 2019 een aanvullend onderzoek Vleermuisonderzoek Andel uitgevoerd. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage J. Als onderdeel van dit onderzoek zijn op verschillende data veldbezoeken uitgevoerd ter inventarisatie van vleermuizen. Voor het onderzoek naar verblijfplaatsen in beide panden is éénmaal het plangebied in de paarperiode (15 mei-15 juli) en tweemaal in de paarperiode (15 augustus – 31 oktober) bezocht en uitgevoerd. Tijdens het vleermuisonderzoek is specifiek onderzoek gedaan naar de laatvlieger, gewone en ruige dwergvleermuis. De resultaten zijn hieronder beschreven. Gewone dwergvleermuis Kraamperiode Doordat het plangebied niet in 1x goed onderzocht kon worden door één ecoloog zijn voor ieder kraamverblijfbezoek 2 veldbezoeken uitgevoerd (totaal 4). Hierbij is rekening gehouden met de onderzoeksperioden van de laatvlieger, ruige en gewone dwergvleermuis. Tijdens beide veldbezoeken zijn meerdere gewone dwergvleermuizen waargenomen. In de meeste gevallen betrof het overvliegende en kortstondig foeragerende exemplaren. Tijdens de tweede ronde in de kraamperiode is een zomerverblijfplaats van één gewone dwergvleermuis onder het dak van Dokter Esseveldlaan 29 vastgesteld.

42

42

Ruimtelijke onderbouwing Koolmeespad, Andel Gemeente Altena

Paarperiode Tijdens de eerste twee veldbezoeken zijn geen waarnemingen gedaan die paarverblijven binnen het plangebied doen indiceren. De activiteit van vleermuizen was tijdens het veldbezoek aanmerkelijk lager dan in de kraamperiode. Slechts een enkel foeragerend exemplaar van de gewone dwergvleermuis is waargenomen. Op de binnenplaats en ter plaatse van de noordelijke bomenrij zijn in het begin van het veldbezoek meerdere foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Daarnaast is een laatvlieger waargenomen. Dit exemplaar werd overvliegend waargenomen en had verder geen binding met het plangebied. Tijdens het derde paarverblijfbezoek (30 september 2019) zijn meerdere waarnemingen gedaan van baltsende gewone dwergvleermuizen. Het gaat hierbij om paarverblijfplaatsen in het woningblok aan de Koningin Emmastraat (buiten het plangebied). Langs de bomenrijen aan de Koningin Emmastraat en de Langenhof zijn gedurende het veldbezoek meerdere foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Daarnaast zijn tijdens het veldbezoek meerdere overvliegende laatvliegers en rosse vleermuizen waargenomen. De waargenomen exemplaren vertoonden echter geen binding met het plangebied. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12899271/1