Bijlage Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017 - ontwerp niet vaststellen
Tekst van het document
Figuur 5.2 Watersysteem Bronkhorstlaantje huidige situatie (bron: legger waterschap Rivierenland) Het onderscheid tussen A- en B-wateren is als volgt: A-wateren zijn van primair belang voor het waterbeheer en worden daarom door het waterschap onderhouden. Voor de A-wateren binnen het plangebied is een obstakelvrije beschermingszone van 5 meter aan beide zijden opgenomen in de legger. B-wateren zijn van secundair belang voor het waterbeheer en dienen door de aangrenzende eigenaren te worden onderhouden. Voor de B-wateren binnen het plangebied is een obstakelvrije beschermingszone van 1 meter aan beide zijden opgenomen in de legger. Tot slot laat figuur 5.2 zien dat in de huidige situatie een aanzienlijk deel van het watersysteem binnen het plangebied beduikerd is. Nieuwe situatie
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
27
Watergangen in en nabij het plangebied In het plangebied worden, met het oog op een goede afwatering en handhaving van de (grond-) waterkwaliteit enkele bestaande watergangen gedempt en nieuwe watergangen aangelegd. Figuur 5.3 toont de ligging van de watergangen binnen het plangebied die mogelijk worden gemaakt met voorliggend bestemmingsplan. Bij de dimensionering van de watergangen is uitgegaan van de bestaande watergangen binnen het plangebied. Dit betekent dat ook in de nieuwe situatie binnen het plangebied hoofdzakelijk B-status watergangen komen te liggen. De A-watergang wordt gehandhaafd. Voor de B-wateren geldt een beschermingszone van minimaal 1 meter aan beide zijden, voor de A-watergang een beschermingszone van 5 meter aan beide zijden. De status van de watergangen die grenzen aan het plangebied blijven na vaststelling van voorliggend bestemmingsplan ongewijzigd. De dimensionering van de nieuwe, binnen het plangebied gelegen watergangen is op de verbeelding vastgelegd. Daarmee zijn de watergangen planologisch gewaarborgd. Het waterschap onderhoudt de A-watergang. De technische uitwerking c.q. constructie, feitelijke aanleg en het onderhoud van de A-watergang wordt nader geregeld via de watervergunning. Voor de B-wateren ligt het onderhoud bij de gemeente, waardoor bovenstaande zaken hier niet geregeld worden in de watervergunning.
Figuur 5.3 Nieuw watersysteem Bronkhorstlaantje Aan de zuidzijde van het Bronkhorstlaantje wordt een nieuwe B-watergang aangelegd, bedoeld voor oppervlaktewaterafvoer van de kavels langs het genoemde laantje. Deze nieuwe watergang vervangt de huidige B-watergang die iets noordelijker gelegen is. Momenteel wateren deze kavels, net als de weg, af op het lager gelegen bestaande maaiveld in het plangebied of op de beduikerde watergang onder de kavels. Door de aanleg van een wadi in het nieuwbouwplan Kom Andel Bronkhorst 1, met aan de zuidzijde een kade, is afwatering naar het bestaande maaiveld niet meer mogelijk. De aanleg van een greppel zorgt ervoor dat een goede afwatering desondanks gegarandeerd kan worden. Riolering en afvalwater Het huishoudelijke afvalwater wordt aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Aangezien aangrenzend aan de percelen een watergang is gelegen, wordt al het hemelwater geloosd op de desbetreffende watergang en niet op de gemeentelijke riolering. Overige aspecten Tot slot is gekeken of het plangebied samenvalt met belangrijke beschermingszones of vrijwaringszones, bijvoorbeeld langs rivieren of langs bestaande leidingen. Dat blijkt niet het geval te zijn. Overleg Er is reeds diverse malen informeel overleg geweest met waterschap Rivierenland.
Dit heeft geleid tot aanpassingen aan de ligging en dimensionering van de in het plangebied gelegen watergangen. Officieel vooroverleg met het waterschap moet nog plaatsvinden, waarbij voorliggende waterparagraaf wordt voorgelegd om een positief advies te krijgen.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
28
Conclusie Het plan is uit oogpunt van een goede waterhuishouding aanvaardbaar.
5.9
Ecologie
Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. 5.9.1 Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. De gebiedsbescherming is in Nederland geregeld in de sinds 2017 van kracht geworden Wet natuurbescherming. De Flora- en faunawet is opgegaan in deze wet. De lijsten met beschermde soorten zijn hierop ook aangepast. Onderstaande onderzoeken zijn weliswaar nog uitgevoerd onder de vigeur van de voorheen geldende wettelijke kaders. De conclusies van het ecologisch onderzoek voor voorliggend bestemmingsplan blijven echter in stand. Gebiedsbescherming Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten.
Een belangrijk onderdeel van de Natuurbeschermingswet is dat er geen vergunning gegeven mag worden voor handelingen of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de kwaliteit van de habitats van soorten, waarvoor een gebied is aangewezen. Wanneer niet op voorhand uitgesloten kan worden dat er schadelijke effecten kunnen optreden, dan dient de initiatiefnemer een 'passende beoordeling' te maken. Dat betekent een onderzoek naar alle aspecten van het project en welke gevolgen die kunnen hebben voor datgene wat bescherming geniet. Soortenbescherming Het doel van de Flora- en faunawet (per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Flora- en faunawet is opgegaan in deze wet. De lijsten met beschermde soorten zijn hierop ook aangepast) is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Flora- en faunawet kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Er bestaan drie beschermingsregimes voor drie verschillende groepen van beschermde soorten.
Voor de algemeen beschermde soorten (tabel 1) geldt een algemene ontheffing voor ruimtelijke ingrepen. Ook voor de overige beschermde soorten (tabel 2) is ontheffing mogelijk, mits wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor strikt beschermde soorten (tabel 3) kan enkel afgeweken worden na een uitgebreide toetsing. 5.9.2 Natura 2000 en EHS Op ruime afstand van het plangebied (1,5 km) liggen de Natura 2000-gebieden Biesbosch en Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem. De ingrepen zijn relatief kleinschalig en vinden plaats in kleinschalig landbouwgebied aan de rand van de kom van Andel. Eventuele effecten van tijdelijke bemaling zullen niet verder reiken dan een straal van 100 meter rond het plangebied. De opzet en inrichting van het watersysteem is zodanig dat dit geen effecten heeft op de grond- en oppervlaktewaterhuishouding in omliggende natuurgebieden. Het is niet aannemelijk dat deze werkzaamheden een negatieve invloed hebben op genoemde Natura 2000-gebieden. Daarnaast is beoordeeld of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden als gevolg van dit bestemmingsplan. De zeer beperkte toevoeging van woningen
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
29
leidt niet tot een substantiële verkeerstoename, waardoor op voorhand kan worden gesteld dat dit plan geen significant negatieve effecten veroorzaakt, in de zin van depositie van stikstof op daarvoor gevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. Deze conclusie sluit aan bij een AERIUS-berekening die voor het aansluitende plan Kom Andel Bronkhorst 1 is uitgevoerd. Op grond van die berekening is geconcludeerd dat de toevoeging van maximaal 97 woningen niet leidt tot toename van depositie op een Natura 2000-gebied waar instandhoudingsdoelstellingen gelden voor stikstofgevoelige instandhoudingsdoelstellingen. EHS De werkzaamheden vinden plaats buiten de Ecologische Hoofdstructuur. Het plan hoeft, wanneer dit niet in de EHS plaatsvindt, niet formeel getoetst te worden. Echter, de provincie Noord-Brabant kan in haar beleid daar van afwijken wanneer er sprake is van een verstorend effect. Gezien de afstand van 500 meter of meer zijn er geen verstorende effecten te verwachten op de wezenlijke kenmerken van de EHS als gevolg van de realisatie van het bestemmingsplan. 5.9.3 Quickscan Flora en Fauna In het kader van de Flora- en faunawet (sinds 1 januari 2017 de Wet Natuurbescherming) is het nodig om te beoordelen of er in het plangebied beschermde soorten voorkomen. Daarom is een quickscan Flora en fauna uitgevoerd.
De quickscan is opgenomen in Bijlage 5 Ecologisch onderzoek van deze toelichting. De belangrijkste bevindingen uit deze quickscan zijn: er komen geen beschermde vaatplanten, vissen, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren en ongewervelden voor in het bestemmingsplangebied; mogelijk komen er vaste paar- en verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw voor in het plangebied en de opstallen die daar gesloopt gaan worden in het kader van het bestemmingsplan; er is aanvullend onderzoek nodig naar het voorkomen van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen opstallen.
Dit dient conform Vleermuisprotocol 2013 (Zoogdiervereniging, 2013) te gebeuren over minimaal 5 ronden in de optimale perioden van de verschillende onderzoeksaspecten, in de periode mei t/m september; er is aanvullend onderzoek nodig naar het voorkomen van jaarrond beschermde nesten in de te slopen opstallen, rekening houdend met de beschreven werkwijzen in de soortenstandaarden van in elk geval huismus en gierzwaluw (RVO, 2014); uitkomsten van aanvullende onderzoeken leiden mogelijk tot de noodzaak van een ontheffingsaanvraag Wn voor de sloop van de gebouwen aan huisnummer 5; kap en sloopwerkzaamheden kunnen tijdens het regulier broedseizoen leiden tot verstoring van nesten van broedvogels zonder jaarrond beschermd nest; de initiatiefnemer van sloop en herbouw van de opstallen is verantwoordelijk voor het voorkomen overtreding van verbodsbepalingen van de Wn en draagt zodoende de eindverantwoordelijkheid voor het correct uitvoeren van de benodigde aanvullende onderzoeken. 5.9.4 Vervolgonderzoek Uit de quickscan flora en fauna is gebleken dat bij de voorgenomen plannen aan het Bronkhorstlaantje mogelijk nestlocaties van de huismus en/of gierzwaluw en vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren gaan.
Ten behoeve van de bestemmingsplanherziening is een volledig protocollair onderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid hiervan aan te tonen, dan wel uit te sluiten (Aanvullend ecologisch onderzoek, Bronkhorst (ong.) te Andel, 27 augustus 2018, Econsultancy). Dit rapport is opgenomen in Bijlage 6 Protocollair ecologisch onderzoek. Tijdens de veldbezoeken zijn geen nestlocaties en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en gebouwgebonden vleermuizen aangetroffen. Daarnaast maakt de locatie geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied van de genoemde soorten en zijn er geen vliegroutes aangetroffen. De onderzoekslocatie heeft dan ook geen essentiële functie voor streng beschermde diersoorten. Ten opzichte van streng beschermde diersoorten zijn geen vervolgstappen benodigd. Met betrekking tot de voorgenomen plannen is overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen niet aan de orde.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
30
5.9.5 Conclusie Het plan is uit oogpunt van ecologie aanvaardbaar.
5.10
Archeologie
De gemeente Woudrichem heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Beleidskaart. Op basis van de beleidskaart kent het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde. Volgens dit beleid moet voor het plangebied een bureauonderzoek opgesteld worden in de vroegste fase van de planvorming. Om voor dit plangebied een aanvaardbare inschatting te kunnen maken van de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden wordt een beroep gedaan op twee recente archeologische onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de separate bestemmingsplanprocedure voor Kom Andel Bronkhorst 1, dat direct grenst aan het plangebied van dit bestemmingsplan. Bij deze onderzoeken is tevens gebruik gemaakt van eerdere onderzoeken uit 2004 en 2007. Resultaten archeologisch onderzoek Het doel van het hiervoor bedoelde archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied geldt een onbekende verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum, een lage verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum en een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de bronstijd tot en met de nieuwe tijd. De ondergrond van het plangebied bestaat uit rivierafzettingen, die zijn afgezet door een aantal voorlopers van de Maas.
Tijdens het neolithicum was de stroomgordel van Andel actief. Van deze stroomgordel zijn tijdens het booronderzoek in 2004 in het grootste deel van het plangebied beddingafzettingen aangetroffen. Alleen in het zuidelijkste deel van het plangebied zijn ze niet aangetroffen in de bovenste 4 meter van de ondergrond. De beddingafzettingen zijn afgedekt door een kleipakket, die door de uitvoerders van het onderzoek in 2004 zijn geïnterpreteerd als oeverafzettingen. Binnen het pakket oeverafzettingen zijn twee laklagen aangetroffen, waarin op twee plaatsen houtskool is aangetroffen. De bodem die binnen het plangebied verwacht wordt is een poldervaaggrond. Tijdens het onderzoek in 2004 is vastgesteld dat deze bodem lokaal is verstoord tot circa 80 cm beneden maaiveld. Op grond van de aanwezigheid van de beddingafzettingen van de stroomgordel van Andel, de aanwezigheid van laklagen in het afdekkende pakket oeverafzettingen en de vondst van verschillende fragmenten aardewerk tijdens het onderzoek in 2004 kunnen er binnen het plangebied archeologische vindplaatsen worden verwacht. De beddingafzettingen zijn in 2004 aangetroffen op een diepte variërend van 1,3 en 2,8 meter beneden maaiveld. De laklagen werden op een diepte van circa 110 cm beneden maaiveld aangetroffen. Op de top van de beddingafzettingen en op de laklagen kunnen sporen van bewoning aanwezig zijn.
Op de beddingafzettingen uit de periode bronstijd tot en met de vroege ijzertijd en op de laklagen uit de periode midden-ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen. Resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld voorkomen. Gezien de voorgenomen graafwerkzaamheden ten behoeve van de woningbouw en de aanleg van ondergrondse infrastructuur worden eventueel archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied. Aanbevelingen vanuit het verkennend onderzoek Op grond van de resultaten van het onderzoek van BILAN uit 2007 werd door de bevoegde overheid een karterend booronderzoek geadviseerd voor het hele plangebied. De actualisatie van het bureauonderzoek geeft geen aanleiding om hier van af te zien. Voorafgaand aan het karterend booronderzoek dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld, waarin de vraagstelling en de werkwijze van het onderzoek is verwoord. Dit Plan van Aanpak moet voor aanvang van het veldonderzoek worden getoetst door de bevoegde overheid, de gemeente Woudrichem.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
31
Resultaten karterend booronderzoek Aan het plangebied was op grond van het bureauonderzoek een hoge verwachting toegekend voor archeologische resten uit de bronstijd tot en met de nieuwe tijd. Resten uit de bronstijd tot en met de vroege ijzertijd werden verwacht in of op de afzettingen van de stroomgordel van Biesheuvel-Hamer. Deze afzettingen zijn in de boringen ook aangetroffen. In een aantal boringen is aan de vermoedelijk top van deze afzettingen ook een humeuze laag aangetroffen. In deze afzettingen zijn geen indicatoren aangetroffen die wijzen op een archeologische vindplaats uit deze periode. De kans dat er binnen het plangebied een vindplaats uit deze periode aanwezig is wordt klein geacht. Daarom kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek de hoge verwachting voor deze periode naar laag worden bijgesteld. Resten uit de periode midden-ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen werden op grond van het bureauonderzoek verwacht in afzettingen de stroomgordel van de Alm. Tijdens het veldonderzoek zijn deze afzettingen niet aangetroffen/onderscheiden. Uit de boringen lijkt op (de humeuze top van) de afzettingen van de stroomgordel van Biesheuvel Hamer komklei van de Afgedamde Maas te liggen, die zijn afgezet in de late middeleeuwen.
Dit zou betekenen dat eventuele archeologische resten uit de periode midden-ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen op de top van de afzettingen van de stroomgordel van Biesheuvel-Hamer te verwachten zijn. Op dit niveau zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. De kans dat er binnen het plangebied een vindplaats uit deze periode aanwezig is wordt klein geacht. Daarom kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek de hoge verwachting voor deze periode naar laag worden bijgesteld. Resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd konden worden verwacht vanaf het (oorspronkelijke) maaiveld. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen indicatoren aangetroffen die wijzen op een archeologische vindplaats uit deze periode. De kans dat er binnen het plangebied een vindplaats uit deze periode aanwezig is wordt klein geacht. Daarom kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek de hoge verwachting voor deze periode naar laag worden bijgesteld. Aanbeveling op grond van het veldonderzoek Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het onderzoeksgebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Geconcludeerd kan worden dat de archeologische verwachting laag is en dat er geen aantasting van bestaande waarden vanwege de werkzaamheden zal plaatsvinden.
Overweging en conclusie De gemeente overweegt dat het aannemelijk is dat de hiervoor vermelde resultaten en analyse ten aanzien van Kom Andel Bronkhorst 1 in beginsel ook van toepassing zullen zijn op het onderhavige plangebied. Dat betekent dat er op voorhand geen belangrijke archeologische waarden hoeven te worden verwacht. Voor het bepalen van de uitvoerbaarheid van dit plan is nader onderzoek dan ook niet noodzakelijk. Uiteraard is het wel noodzakelijk eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen via een dubbelbestemming. Op grond van deze dubbelbestemming moet, voorafgaande aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, ten minste een archeologisch bureauonderzoek worden uitgevoerd en (zo nodig) aansluitend een archeologisch veldonderzoek.
5.11
Kabels en leidingen
Voor zover bekend liggen in en nabij het plangebied geen kabels en/of leidingen die een ruimtelijke doorwerking in dit bestemmingsplan behoeven.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
32
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische planopzet
Algemeen
Het bestemmingsplan is een ruimtelijk besluit waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Het bestemmingsplan is een digitaal bestand in gml-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Om het plan te kunnen raadplegen zijn in feite drie onderdelen van belang: een digitale en analoge verbeelding van de geometrisch bepaalde planobjecten (verbeelding); de juridisch bindende regels van het bestemmingsplan (planregels); een bijbehorende toelichting (plantoelichting). Het bestemmingsplan kan geraadpleegd worden door middel van computersoftware; in ieder geval via de internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl. Met de software kunnen verschillende kaarten van het bestemmingsplan opgeroepen worden door het aan- of uitvinken van planobjecten. Door interactie met het kaartbeeld worden de regels van de betreffende bestemmingen weergegeven. Ook kan de toelichting worden opgeroepen.
Om de vergelijkbaarheid te bevorderen bestaat er een landelijke standaard voor de verbeelding van bestemmingsplannen (SVBP 2012). De toepassing van de SVBP is verplicht. Hiermee wordt geborgd dat alle bestemmingsplannen overeenkomen voor wat betreft kleurgebruik, naamgeving, gebruik van arceringen en dergelijke. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de koppeling tussen de regels en de kaart. In de volgende paragraaf staat uitgelegd welke systematiek voor dit bestemmingsplan gehanteerd is en hoe de eigenschappen van het plangebied zich hebben vertaald in de toegekende bestemmingen. De paragraaf daarna geeft een korte toelichting per artikel van de planregels. In de laatste paragraaf wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan
6.2
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begrippen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen De tot 'Groen' bestemde gronden zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Bij de bestemming behorende voorzieningen zijn onder andere straatmeubilair en voet- en fietspaden. Gebouwen binnen deze bestemming zijn uitsluitend bedoeld voor nutsvoorzieningen. De maximale bouwhoogte van deze gebouwen mag 3 meter
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
33
bedragen met een oppervlak van maximaal 20 m2. Artikel 4 Tuin Deze bestemming is toegekend aan particuliere tuinen. Binnen deze bestemming mogen alleen gebouwen voor berging en opslag worden gebouwd en uitsluitend binnen een bouwvlak. De bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter. Artikel 5 Verkeer De bestemming 'Verkeer' is bedoeld voor de openbare weg en openbaar parkeren binnen het plangebied. Eventuele gebouwen binnen deze bestemming zijn uitsluitend bedoeld voor nutsvoorzieningen. De maximale bouwhoogte van deze gebouwen mag 3,5 meter bedragen met een oppervlak van maximaal 20 m2. Artikel 6 Water De bestemming 'Water' is toegekend aan waterlopen, waterpartijen en waterberging binnen het plangebied. Tevens zijn de gronden bestemd voor groenvoorzieningen en extensief recreatief gebruik. Op of in deze gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd. Voor het uitvoeren van bepaalde werken of werkzaamheden binnen deze bestemming is een omgevingsvergunning nodig. Artikel 7 Wonen - 1 De te bouwen vrijstaande woningen, en bijgebouwen aan de uiteinden van het Bronkhorstlaantje zijn bestemd als 'Wonen - 1'. Hoofdgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd. Hieraan is wel een maximum inhoud verbonden. Artikel 8 Wonen - 2 De bestaande en overige nog te bouwen vrijstaande woningen, en bijgebouwen zijn bestemd als 'Wonen - 2'.
Hoofdgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel De antidubbeltelregel is opgenomen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Deze bepaling heeft betrekking op de wijze waarop, in het kader van een bouwaanvraag, wordt bezien welke gronden mogen worden bebouwd. Artikel 10 Algemene bouwregels De algemene bouwregels regelen dat als een bestaand gebouw groter is dan de maximale toegestane goot- en bouwhoogtes, oppervlaktes en volumes, de maten ter plaatse als maximaal toelaatbaar mogen worden beschouwd. Tevens wordt in de algemene bouwregels geregeld dat ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing worden gelaten wanneer de overschrijding van de bouw of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 meter bedraagt. Voor parkeren geldt dat dit dient te worden voorzien op eigen terrein en conform de parkeernormen van de gemeente Woudrichem. Artikel 11 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels regelen welke vormen van gebruik van onbebouwde gronden en gebouwen in ieder geval moeten worden aangemerkt als een verboden gebruik. Artikel 12 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels is een bepaling opgenomen vanwege de herbegrenzing van de aanduiding 'bestaand stedelijk gebied' zoals opgenomen in de provinciale Verordening ruimte.
Daarnaast is een aanduiding ter bescherming van de obstakelvrije zone naast watergangen opgenomen. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels Behalve de specifieke afwijkingsregels, opgenomen binnen de bestemmingsregels, kent het plan ook een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden. Deze bevoegdheden hebben als doel om flexibel te kunnen inspelen op afwijkingen en overschrijdingen van beperkte aard of omvang. Artikel 14 Algemene procedureregels
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
34
Indien gebruik gemaakt wordt van een nadere eisenregeling, is hier aangegeven dat de procedure als genoemd in afdeling 3.4 Awb van toepassing is. Artikel 15 Overige regels Indien er wordt verwezen naar een wet of een wettelijke regeling, dan geldt deze regeling zoals die luidt en van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 16 Overgangsrecht De overgangsregels bevat de regels van overgangsrecht die op grond van het Besluit ruimtelijke ordening in elk bestemmingsplan verplicht moeten worden opgenomen. Artikel 17 Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald
6.3
Handhaving
De gemeente Woudrichem heeft, samen met de gemeenten Werkendam en Aalburg, een integraal handhavingsbeleidsplan vastgesteld. Hierbij is aangesloten bij de uitgangspunten die zijn vastgelegd in de “Bestuursovereenkomst Handhaving "Omgevingsrecht Provincie Noord-Brabant”, de hieronder liggende strategie “Zo handhaven we in Brabant” en het bestuursconvenant “Samenwerken in het Land van Heusden en Altena”. In het integraal handhavingsbeleidsplan worden deze visie, uitgangspunten en achtergronden vertaald naar concrete doelen en strategieën. Hierbij is het de bedoeling om dit integraal handhavingsbeleidsplan tot uitvoering te brengen aan de hand van een jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma waarin de concrete toezicht- en handhavingactiviteiten worden beschreven. Bovendien wordt in het integrale handhavingsbeleidsplan op basis van de bepaalde visie en de gestelde prioriteiten invulling gegeven aan de wijze waarop de gemeente haar toezicht- en handhavingstaken wenst in te vullen. Hiertoe is een nalevingstrategie opgesteld, die uitgewerkt is in een aantal beleidsstrategieën, te weten de Toezichtstrategie, de Sanctiestrategie, de Gedoogstrategie en de Preventiestrategie. Het handhaven van bestemmingsplannen maakt onderdeel uit van het handhavingsbeleid zoals hiervoor is beschreven.
Het volledige handhavingsbeleid, inclusief het prioriteitenoverzicht, is na te lezen op de website van de gemeente Woudrichem.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
35
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
36
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Eigendomssituatie De gronden zijn hoofdzakelijk in particulier bezit, behoudens de openbare weg. Dit geldt ook voor de nieuwe woonpercelen. Economische uitvoerbaarheid De nieuwe woonpercelen worden voor eigen rekening en risico van de ontwikkelaars ontwikkeld. Op grond van door de grondeigenaar verstrekte gegevens blijkt dat de financiële uitvoerbaarheid daarvan aannemelijk is. Exploitatieplan Op grond van artikel 6.12 Wro, lid 1 en 2 (afdeling 6.4 grondexploitatie) stelt de gemeenteraad bij de vaststelling van (onder meer) een bestemmingsplan een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, indien het kostenverhaal niet op een andere wijze is verzekerd. In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven wat onder een bouwplan moet worden verstaan (art. 6.2.1 Bro). Het gaat dan onder meer om de bouw van een of meer woningen. Een exploitatieplan is niet vereist, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld via gronduitgifte, precarioverordening of (exploitatie)overeenkomsten. Een exploitatieplan is evenmin noodzakelijk wanneer realisering van het bouwplan geen kosten voor de gemeente met zich meebrengt. Omdat dit bestemmingsplan een directe (nieuwe) bouwtitel geeft voor bouwplannen voor woningen, leidt dit in beginsel tot verplichting voor de gemeente om een exploitatieplan op te stellen.
De gemeente Woudrichem verzekert het kostenverhaal echter op andere wijze, namelijk door het sluiten van één of meer anterieure overeenkomsten met de ontwikkelaar. Om die reden wordt geen exploitatieplan vastgesteld.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De gemeente heeft zich door de jaren heen een goed beeld kunnen vormen van de wensen en opvattingen van de om- en aanwonenden van de locatie en hiermee bij de planvorming zoveel mogelijk rekening gehouden.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
37
Bestemmingsplan Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017 Planregels
Documenttitel: Bestemmingsplan Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017 Planregels Status: ontwerp Datum: 9 oktober 2018 Projectnaam: Bronkhorst I Projectnummer: 9X5604 Opdrachtgever: Gemeente Woudrichem Referentie: Auteur(s): Luitzen Jager, Jan-Willem Geuke Collegiale toets: Jan-Willem Geuke Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Jan-Willem Geuke Datum/paraaf vrijgave:
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
Inhoudsopgave Planregels
Planregels
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 10
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
11 12 13 14 15 18
Groen Tuin Verkeer Water Wonen - 1 Wonen - 2
Hoofdstuk 3 Algemene regels
21
Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
21 22 23 24 25 26 27
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
29
Artikel 16 Artikel 17
29 30
Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen Bijlage 1
Notitie Parkeren
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
2
Planregels
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
3
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
4
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017 met het identificatienummer NL.IMRO.0874.ANDLBP201701-ONT1 van de gemeente Woudrichem; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan huis gebonden activiteit: activiteiten van beperkte omvang, die door de bewoner(s) zelf, in of bij de woning, met behoud van de woonfunctie, kunnen worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt, en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aanbouw: uitbreiding van een hoofdgebouw; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aanduidingsvlak: een geometrisch bepaald vlak waarop een aanduiding betrekking heeft; 1.8 afhankelijke woonruimte: een onderdeel van het hoofdgebouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de
grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.11 bed & breakfast: een nevenactiviteit in een bestaande woning waar logies wordt verstrekt en waar eventueel afzonderlijke maaltijden worden verstrekt aan gasten; 1.12 bestaand (in relatie tot bebouwing): aanwezige legale dan wel vergunde bebouwing ten tijde van de terinzagelegging van het (ontwerp) bestemmingsplan; 1.13 bestaand (in relatie tot gebruik) aanwezig legaal dan wel vergund gebruik van grond en opstallen ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan;
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
5
1.14 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.17 bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden (aanbouw) of daarvan vrijstaand gebouw, dat door zijn ligging en/of afmeting ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, daarbij inbegrepen erkers en serres; 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk: een
bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.25 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26 discotheek: een bedrijf dat is gericht op het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren; 1.27 erker: een uitbouw van de gevel van het hoofdgebouw;
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
6
1.28 escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; 1.29 erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.30 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31 gedeeltelijk vernieuwen: de inhoud van een bouwwerk mag niet worden vergroot en/of in opeenvolgende fasen nagenoeg geheel worden afgebroken en herbouwd.
Een gedeeltelijke vernieuwing of verandering mag er niet toe leiden dat in een betrekkelijk korte periode in feite een compleet nieuw bouwwerk wordt gerealiseerd; 1.32 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.33 horecabedrijf: een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie en een discotheek; 1.34 huishouden: een persoon of groep personen die een huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.35 kampeermiddel: tent, tentwagen, tenthuisje, kampeerauto of (sta)caravan, al dan niet een bouwwerk zijnde; waarvoor ingevolge de Woningwet geen omgevingsvergunning voor bouwen vereist is, één en ander voor zover deze geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.36 kantoor: het
bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.37 maaiveld: de gemiddelde hoogte van het terrein ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het bestemmingsplan; 1.38 maatschappelijke voorziening: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, woonzorg en kinderopvang, alsook ondergeschikte detailhandel en horecabedrijf ten dienste van deze voorzieningen;
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
7
1.39 mantelzorg: het bieden van hulp bij het dagelijks functioneren, die vrijwillig en onbetaald, buiten organisatorisch verband, wordt verleend aan personen uit het sociale netwerk die – door welke oorzaak dan ook – vrij ernstige fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen hebben. Voor personen die 65 jaar en ouder zijn, wordt geen indicatie noodzakelijk geacht; 1.40 nutsvoorziening: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.41 ondergeschikte functie: functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt tot een maximum vloeroppervlak van 100 m2, tenzij elders in deze regels anders is bepaald; 1.42 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.43 overkapping: een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten ruimte van lichte constructie. Indien een overkapping aangebouwd is aan een gebouw mag een overkapping maximaal 2 niet eigen wanden hebben. Eigen wanden zijn dan niet toegestaan.
Indien een overkapping niet is aangebouwd aan een gebouw mag een overkapping maximaal 1 eigen wand hebben; 1.44 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.45 peil: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in afwijking van het bepaalde onder a, voor bouwwerken die zijn gebouwd in het talud van de dijk en/of op een afstand van ten hoogste 4 meter uit de grens van de dijkweg: de hoogte van de kruin van de dijk; c. bij bouwen boven of op het water: het gemiddelde waterpeil; d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
In het geval van een brug en aanbrug is het aansluitende afgewerkte maaiveld de bovenkant van het wegdek; 1.46 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.47 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.48 serre: een overwegend uit glas bestaande overdekte gesloten uitbouw, die tenminste aan twee zijden transparant van karakter is;
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
8
1.49 straatprostitutie: het op de openbare weg door handeling, houding, woord, gebaar of op andere wijze benaderen van het publiek, met de kennelijke intentie passanten te werven voor prostitutie; 1.50 voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; 1.51 voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen; 1.52 vrijstaand: woningen waarbij het hoofdgebouw vrijstaat van naast gelegen hoofdgebouwen; 1.53 water en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 1.54 webwinkel: a. een internetwinkel waar alleen een elektronische transactie tot stand komt; b. een internetwinkel met opslag- en verzendfunctie; c.
een internetwinkel met beperkte afhaalmogelijkheid; 1.55 wonen het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid, conform de onderhavige begripsbepaling; 1.56 woning of wooneenheid: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan een huishouden.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
9
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Afstand tot de bouwperceelgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: a. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; b. in afwijking van het onder a gestelde geldt dat bij het meten van de goothoogte van een bouwwerk dakkapellen buiten beschouwing worden gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructieonderdeel van de dakkapel; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7 afstand tussen gebouwen: de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.8 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.
2.9 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als erkers, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
10
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsgebied' voor verblijfsgebieden; c. bermen en beplantingen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: f. gebouwen, uitsluitend voor nutsvoorzieningen; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. straatmeubilair, afvalcontainers, kunstwerken en hondentoiletten. 3.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: 3.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. voorzieningen van algemeen nut; b. overige bouwwerken; met in achtneming van de volgende bepalingen: 3.2.2 Nutsvoorzieningen a. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 2,5 meter; b. de oppervlakte van een gebouw mag maximaal 20 m2 bedragen. 3.2.3 Overige bouwwerken a. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. met uitzondering van 1. verlichtingsarmaturen; 2. vlaggenmasten; 3. speelvoorzieningen; 4. kunstwerken; waarvan de bouwhoogte maximaal 7,5 meter mag bedragen.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
11
Artikel 4
Tuin
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. gebouwen voor berging en opslag; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen d. parkeren; met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: 4.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de bestemming; b. overige bouwwerken; met in achtneming van de volgende bepalingen: 4.2.2 Gebouwen a. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen een bouwvlak; b. de goothoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; c. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 5 meter; 4.2.3 Overige bouwwerken a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 30 m2 bedraagt en de overkapping niet voor de voorgevellijn is toegestaan; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 meter bedragen.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
12
Artikel 5
Verkeer
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. erftoegangswegen met maximaal 1 rijstrook; b. voet- en fietspaden; c. parkeren op maaiveld; d. nutsvoorzieningen; met daarbij behorende: e. gebouwen, uitsluitend voor nutsvoorzieningen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bruggen en dammen; i. groenvoorzieningen; j. fietsenstallingen; k. straatmeubilair; l. geluidwerende voorzieningen; m. riolering 5.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: 5.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de bestemming; b. overige bouwwerken; met in achtneming van de volgende bepalingen: 5.2.2 Gebouwen a. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; b. de maximale oppervlakte van een gebouw bedraagt 20 m2; 5.2.3 Overige bouwwerken a. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 meter bedragen; b. met uitzondering van 1. verlichtingsarmaturen; 2. vlaggenmasten; 3. speelvoorzieningen; 4. kunstwerken; waarvan de bouwhoogte maximaal 7,5 meter mag bedragen.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
13
Artikel 6
Water
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishouding; b. waterlopen, waterpartijen en waterberging; c. ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsgebied' voor verblijfsgebieden; met de daarbij behorende: d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. bruggen, dammen en duikers. 6.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: 6.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. overige bouwwerken; met in achtneming van de volgende bepalingen: 6.2.2 Overige bouwwerken a. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. met uitzondering van 1. verlichtingsarmaturen; 2. vlaggenmasten; 3. speelvoorzieningen; 4. kunstwerken, waaronder bruggen; waarvan de bouwhoogte maximaal 7,5 meter mag bedragen. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen of verwijderen van oevers en kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande oevers en kaden; 2.
het verhogen of verlagen van de waterbodem, alsmede het dempen van open water, over een oppervlakte van meer dan 50 m2; b. het onder a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, waaronder wordt begrepen werkzaamheden in de bodem tot maximaal 40 cm; c. de werken en/of werkzaamheden genoemd onder a zijn slechts toelaatbaar indien: 1. zij verband houden met de doeleinden, die aan de desbetreffende bestemming zijn toegekend; 2. door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in lid 1 aangegeven doeleinden.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
14
Artikel 7
Wonen - 1
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. vrijstaande woningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorende: c. praktijk- en kantoorruimten voor het ondergeschikt aan het wonen uitoefenen van een aan huis gebonden activiteit, mits de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd en niet meer dan 25 m2 per woning daarvoor wordt gebruikt; d. bijgebouwen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. erven en tuinen; g. parkeervoorzieningen. 7.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: 7.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijgebouwen c. overige bouwwerken; met inachtneming van de volgende regels: 7.2.2 Hoofdgebouwen a. de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd tot een maximum van één woning per bouwvlak; b. de goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 4 meter; c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 10 meter; d. de inhoud van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 950m3. 7.2.3 Bijgebouwen a. een bijgebouw moet achter de voorgevel (of het denkbeeldig verlengde daarvan) van het hoofdgebouw worden gebouwd; b.
in afwijking van het bepaalde onder a mogen aan het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen (uitbouw), zoals ingangspartijen en erkers, voor het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning worden gebouwd, tot een gezamenlijke oppervlakte, bij eenzelfde woning, van 6 m² en tot een diepte van 1,5 meter uit de voorgevel, onverminderd het bepaalde onder c; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen op een bouwperceel mag maximaal 150 m² bedragen; d. de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 3 meter respectievelijk 5 meter bedragen, waarbij geldt dat bij aan het hoofdgebouw aangebouwde bijgebouwen, waarvan het dakvlak in het verlengde van het dakvlak van het hoofdgebouw ligt, op de goothoogte van het dakvlak van het hoofdgebouw mag worden aangesloten; 7.2.4 Overige bouwwerken a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen voor zover gelegen voor de voorgevellijn van een hoofdgebouw. b. de bouwhoogte van antenne- en vlaggenmasten mag maximaal 6 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 meter bedragen.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
15
7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. permanente of tijdelijke bewoning, in vrijstaande bijgebouwen; b. bewoning als afhankelijke woonruimte, in vrijstaande bijgebouwen. 7.3.2 Aan huis gebonden activiteit Tot niet strijdig gebruik wordt gerekend het uitoefenen van aan huis gebonden activiteiten in een woning en/of in bij deze woning bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. de activiteit uitsluitend is toegestaan als nevenfunctie van het wonen; b. de activiteit uitsluitend mag worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning; c. ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de woning en/of bij deze woning bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2, voor de uitoefening van aan huis gebonden activiteiten mag worden gebruikt; d. het gebruik geen horeca mag betreffen; e. Bed&Breakfast is toegestaan tot een maximum van 2 slaapkamers met een totaal van maximaal 5 personen waarbij de ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik niet meetellen voor de oppervlakte, een nachtregister wordt bijgehouden door de bewoner en de maximaal aansluitende verblijfsduur voor gasten 14 dagen bedraagt; f. geen afbreuk mag worden gedaan aan het karakter van de omgeving; g.
geen activiteit plaatsvindt betreffende een inrichting als genoemd in artikel 2.1, lid 1, sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, tenzij voldoende is aangetoond dat de vestiging van de activiteit geen overwegende bezwaren van milieuhygiënische aard zal oproepen, gelet op de ligging, bedrijfsvoering en omvang van het bedrijf ten opzichte nabijgelegen woningen; h. geen detailhandel is toegestaan tenzij het een webwinkel betreft voor zover bedoeld in 1.54 onder a; i. geen verlichte en/of opvallende reclame-uitingen aan de gevel zichtbaar mogen zijn; j. het gebruik van (een deel van) de gebouwen als seksinrichting niet is toegestaan; k. opslag buiten de woning en/of de bij de woning bijbehorende bouwwerken niet is toegestaan; l. activiteiten waarbij meer dan 2 personen zijn betrokken niet zijn toegestaan. 7.4
Afwijken van de gebruiksregels
7.4.1 Aan huis gebonden activiteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.3.2 voor het toestaan van: a. vergroting van het vloeroppervlak; b. activiteiten voor meer van 2 personen; c. aan een aan huis gebonden activiteit ondergeschikte mogelijkheid tot verkoop; zulks voor zover aannemelijk is gemaakt dat bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het karakter van de omgeving; dit betekent onder meer dat: 1. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; 2. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; 3. parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden; 4. er sprake is van een rechtstreekse entree van de woning op het openbaar gebied (geen gezamenlijke entree). 7.4.2 Mantelzorg Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3.1 en 7.3.2 voor het gebruik van bijgebouwen bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat: d. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg; e. op het perceel al een woning aanwezig is; f.
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; g. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
16
worden verleend; h. inwoning in beginsel plaats dient te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; het gebruik van een vrijstaand bijgebouw als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is; i. indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, bevoegd gezag de omgevingsvergunning intrekt; j. maximaal 75 m² van het hoofdgebouw en/of bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning.
Kom Andel - Bronkhorstlaantje 2017
17
Artikel 8
Wonen - 2
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. vrijstaande woningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorende: c. praktijk- en kantoorruimten voor het ondergeschikt aan het wonen uitoefenen van een aan huis gebonden activiteit, mits de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd en niet meer dan 25 m2 per woning daarvoor wordt gebruikt; d. bijgebouwen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. erven en tuinen; g. parkeervoorzieningen. 8.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: 8.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijgebouwen c. overige bouwwerken; met inachtneming van de volgende regels: 8.2.2 Hoofdgebouwen a. de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd tot een maximum van één woning per bouwvlak; b. de goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 4 meter; c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 9 meter; 8.2.3 Bijgebouwen a. een bijgebouw moet achter de voorgevel (of het denkbeeldig verlengde daarvan) van het hoofdgebouw worden gebouwd; b.
in afwijking van het bepaalde onder a mogen aan het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen (uitbouw), zoals ingangspartijen en erkers, voor het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning worden gebouwd, tot een gezamenlijke oppervlakte, bij eenzelfde woning, van 6 m² en tot een diepte van 1,5 meter uit de voorgevel, onverminderd het bepaalde onder c; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen op een bouwperceel mag maximaal 40 m² bedragen; d. de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 3 meter respectievelijk 5 meter bedragen, waarbij geldt dat bij aan het hoofdgebouw aangebouwde bijgebouwen, waarvan het dakvlak in het verlengde van het dakvlak van het hoofdgebouw ligt, op de goothoogte van het dakvlak van het hoofdgebouw mag worden aangesloten; 8.2.4 Overige bouwwerken a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen voor zover gelegen voor de voorgevellijn van een hoofdgebouw. b. de bouwhoogte van antenne- en vlaggenmasten mag maximaal 6 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 meter bedragen. 8.3
Specifieke gebruiksregels