CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IBK 2026-2029

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Herijking Integraal Beheer Kader (IBK)28.755 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2020

2025

Boom, niet vrij uitgroeiend Stuks Boom, vrij uitgroeiend Stuks Fruitboom Stuks Gekandelaberde boom Stuks Knotboom Stuks Leiboom Stuks Vormboom Stuks Geen gegevens Stuks Totaal Stuks

Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend 34.000

26.532 1.931 1.452 299 3.355 599 342 34.510

+1%

in verharding in gras en kruidachtige in beplanting in Bosplantsoen Totaal

Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend 34.000

308 23.166 5.490 5.546 34.510

+1%

Stuks Stuks Stuks Stuks Stuks

Toename

Plantjaren In onderstaande grafiek worden de plantjaren van de bomen weergegeven.  Het areaal bomen is relatief jong, de meeste bomen zijn aangeplant vanaf 1970. Daarnaast is te zien dat de aanplant van bomen niet is afgenomen;  Een kwart van de bomen, ca. 9.000 stuks, is in de afgelopen 15 jaar aangeplant.

Objectblad Bomen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Huidige kwaliteit Om de kwaliteit en de veiligheid van de bomen te waarborgen worden er boomveiligheidscontroles (BVC) uitgevoerd. Afhankelijk van de leeftijd van de bomen wordt de inspectiefrequentie bepaald. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:  Bomen in ontwikkeling (0-20 jaar) die begeleidingssnoei nodig hebben  Volwassen bomen (>20 jaar) die onderhoudssnoei nodig hebben De controle frequentie van bomen in ontwikkeling ligt tussen de 1x per jaar of 1x per 2 jaar. De volwassen bomen worden 1x per 3 tot 5 jaar gecontroleerd. De reguliere BVC-controle wordt uitgevoerd tijdens de snoeiwerkzaamheden. Maatregelen worden direct uitgevoerd en de verwachte levensduur ingeschat. Ook wordt aangegeven op welke termijn er (ongeveer) een nieuwe (eventuele) snoeiactie plaats moet vinden. Bomen met een gebrek of bomen in de aftakelingsfase worden minimaal jaarlijks gecontroleerd. Afsterving van (delen van) de boom is het meest voorkomende schadebeeld opgenomen tijdens de BVC-controle. Onderstaande tabellen geven aan hoe de gecontroleerde bomen scoren op conditie en wat de resterende levensverwachting van deze bomen is. Hierin is onder meer zichtbaar dat in de afgelopen jaren een grote stap gezet is in de registratie hiervan in het beheersysteem.

Conditie Totaal bomen Geregistreerd Niet geregistreerd

2022 2025 33.592 34.604 25.644 31.820 7.948 2.784

Levensverwachting Totaal bomen Geregistreerd Niet geregistreerd

2022 2025 33.592 34.604 15.103 31.820 18.489 2.784

Zeer slecht Slecht Onvoldoende Voldoende Totaal geregistreerd

< 1% < 1% 12% 88% 100%

< 1 jaar 1 tot 5 jaar 5 tot 15 jaar > 15 jaar Totaal geregistreerd

< 1% 7% 20% 73% 100%

< 1% < 1% 6% 94% 100%

< 1% 2% 8% 90% 100%

Beheerkaders Gemeente Altena zet in op integraal werken, waarbij ook de vervanging van bomen een onderdeel is. Bij herinrichting en/of rehabilitatie van de openbare ruimte, dragen bomen bij aan belangrijke maatschappelijke doelen zoals het afvangen van CO2 in de lucht en het tegengaan van hittestress. Voor het langdurig in stand houden van het bomenareaal is een goede standplaats van groot belang. Daarom wordt vanuit bomenbeheer meegedacht in de programmering en inrichting. Waar mogelijk is de voorkeur om bestaande bomen bij herinrichtingen te behouden. De volgende beheeruitgangspunten zijn specifiek voor bomen van toepassing:  De bomen worden onderhouden met als uitgangspunt: veiligheid, behoud en de specifieke eigenschappen van de bomen;  Werkzaamheden aan de bomen worden uitgevoerd conform het Handboek Bomen;  Duurzame boomsoort keuze bij nieuwe aanplant zorgt ervoor dat de biodiversiteit verhoogt en de kans op ziekten en plagen kleiner wordt;  Verwerken van vrijkomende materialen wordt op een zo duurzaam mogelijke manier uitgevoerd;  Bewoners worden gestimuleerd om hun huidige bomen te onderhouden, te behouden en om nieuwe aanplant te realiseren.

Dit draagt bij aan verkoeling en het tegengaan van hittestress;  De waarde van bomen voor de waterhuishouding en het tegengaan van hittestress wordt gezien en waar mogelijk worden bomen hiervoor gebruikt en aangeplant;  Het boombeheer wordt op dit moment grotendeels uitgevoerd door de eigen dienst van de gemeente: van BVC-controle tot de daadwerkelijke snoei of rooi van bomen; vanwege de bezetting van de bomenploeg is het de vraag of dit houdbaar en wenselijk blijft in de komende planperiode. Momenteel maken de eigen dienst en MidZuid afspraken over het onderhoud van de leibomen, knotbomen en vormbomen;

Objectblad Bomen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Indien nodig wordt nader onderzoek uitgevoerd door een externe (gespecialiseerde) partij; in het nieuwe Groenbeleid worden hiervoor kaders opgenomen op basis waarvan dit structureel vorm kan krijgen in het dagelijks groenbeheer; Waardevolle houtopstanden mogen niet gekapt worden zonder kapvergunning.

Strategie De beheeruitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie: Klein onderhoud: Onder klein onderhoud worden alle klachten en meldingen ondergebracht waarbij ad hoc relatief kleine acties noodzakelijk zijn om de veiligheid te garanderen, denk aan:  Een uitgezakte tak verwijderen;  Wortelopdruk verhelpen (struikelgevaar);  Vrij snoeien van een lantaarnpaal;  Vrij snoeien van onoverzichtelijke (verkeers)situaties;  Jonge aanplant water geven in tijden van droogte. Groot onderhoud: Het groot onderhoud zijn alle planbare en cyclische beheermaatregelen die worden ondernomen om het bomenbestand in stand te houden, hieronder vallen:  Uitvoeren van begeleidingssnoei in de leeftijdscategorie 1 tot 15 jaar, met een frequentie van minimaal 1 keer per 2 jaar;  Uitvoeren van onderhoudssnoei in de leeftijdscategorie 15 jaar en ouder, met een frequentie van 1 keer per 3 tot 5 jaar;  Snoeien van knotbomen 1 keer per 3 jaar;  Snoeien van leibomen 1 keer per jaar;  Snoeien van vormbomen 1 keer per jaar;  Gekandelaberde bomen 1 keer per 3 tot 5 jaar, boomsoort afhankelijk;  Snoeien van de fruitbomen 1 keer per 2 jaar;  Verwijderen van stamschot;  Rooien onveilige bomen of bomen die niet langer verantwoord zijn om te behouden;  Aanplanten van nieuwe bomen waarbij 1:1 vervangen de basis is bij het wegvallen van bomen;  Vervanging van grotere groepen

bomen wordt uitgevoerd in verschillende fases;  Verhelpen en tegengaan van ernstige wortelopdruk. Plaagdierbestrijding: Met de veranderende wereld omtrent het klimaat wordt de kans steeds groter dat er overlast ontstaat door de aanwezigheid van plaagdieren. Hier wordt in het beheerproces rekening mee gehouden. Tot op heden worden hiervoor de onderstaande beheeractiviteiten uitgevoerd:  De Eikenprocessierups wordt eenmalig mechanisch verwijderd door middel van afzuigen. Deze vorm van het reactief verwijderen van nesten wordt gedaan op plaatsen waar deze overlast veroorzaken. Hierbij wordt per locatie beoordeeld of er ingegrepen moet worden, zoals bijvoorbeeld bij drukbezochte locaties en fietsroutes;  Voorkomen van luis door middel van het uitzetten van de larve van lieveheersbeestjes op bekende overlast gevende locaties;  Essentaksterfte wordt volgens het Essentaksterfte opname protocol uitgevoerd, dit opname protocol is opgenomen in het beheersysteem waarin ook de BVC-controle wordt opgenomen;  Bomen met Iepenziekte worden gekapt als deze gevaarlijk of dood zijn. Er wordt dan een andere soort herplant. Vervanging (rehabilitatie) Bomen zijn levende organismen, deze kunnen tot volle wasdom in ontwikkeling komen en er kunnen voortijdig complicaties optreden waarbij eerder ingrijpen noodzakelijk is.

Om het bomenbestand op het gewenste peil te houden is het noodzakelijk om in een vroeg stadium na te denken over het aanplanten van nieuwe bomen.

Objectblad Bomen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Wanneer repareren van schade niet meer mogelijk of rendabel is en/of de oorspronkelijke inrichting niet meer voldoet in de huidige tijd en er nieuwe bomen geplant worden, geldt onderstaande:  30-20-10-regel: Dit betekent dat 30% van het bomenbestand niet uit dezelfde familie mag bestaan, 20% niet uit hetzelfde geslacht mag bestaan en niet meer dan 10% uit dezelfde soort mag bestaan;  Er rekening gehouden wordt met de ondergrondse infrastructuur;  Er voldoende groeiruimte aanwezig is; zowel bovengrondse als ondergrondse groeiruimte. Inspectie en monitoring  BVC-controle regulier wordt gelijktijdig met de snoeiwerkzaamheden uitgevoerd;  BVC-controle bij attentiebomen wordt jaarlijks uitgevoerd;  Indien uit de BVC-controle blijkt dat er aanvullend nader onderzoek noodzakelijk is wordt dit ingepland.

Financiën Met het beheer en onderhoud van het bomenbestand in gemeente Altena zijn middelen verbonden. De afgelopen planperiode zijn de beheerdata op orde gebracht. De komende periode staat in het teken van verder vooruitkijken, integraal programmeren en budgetteren. De verdeling van de beheerbudgetten sluit niet meer aan bij de beheerpraktijk. Daarom bereiden we een actualisatie van de onderhoudsbudgetten en investeringskredieten tussen de verschillende beheerobjecten voor. Het doel hiervan is om op basis van de nieuwe inzichten te komen tot een doelmatige en evenwichtige verdeling van beschikbare budgetten. Deze financiële actualisatie is essentieel om het gewenste kwaliteitsniveau (beeldkwaliteit B) te kunnen blijven realiseren. In onderstaande tabel zijn de in de begroting 2026 opgenomen middelen opgenomen en beschreven. De jaren 2027 e.v. zijn indicatief weergegeven. Een voorstel voor de actualisatie van de budgetten wordt in de P&C cyclus ingebracht. Eventuele hieruit voortvloeiende taakveld overstijgende keuzes worden aan de raad voorgelegd. Onderstaande tabellen geven de beschikbare onderhoudsbudgetten en investeringskredieten weer. Onderhoudsbudgetten

2026

2027

2028

2029

Onderhoud bomen

€

242.000

€

242.000

€

242.000

€

242.000

Totaal

€

242.000

€

242.000

€

242.000

€

242.000

Investeringskredieten

2026

2027

2028

2029

Beschikbaar

€

302.000

€

302.000

€

302.000

€

302.000

Totaal

€

302.000

€

302.000

€

302.000

€

302.000

Actieplan Onderstaande acties staan gepland voor komende beheerperiode:  Plaagdierbestrijding structureel organiseren;  Bomenbestand verder op orde brengen: o.a. de conditie en levensverwachting hierin opnemen;  In kaart brengen wat de gevolgen zijn van langdurige droogte op het bomenbestand van de gemeente en hiervoor passende maatregelen treffen;  Onderzocht wordt of de huidige externe inhuur voor boombeheerder kan worden vervangen door een fulltime boombeheerder in dienst te nemen;  Afspraak maken over verdeling van het onderhoud van de leibomen, knotbomen en vormbomen tussen de eigen dienst en MidZuid;  Na afronding van de aanvullende doorrekeningen op basis van de Altena-norm per beheerdiscipline, wordt een herverdeling van de onderhoudsbudgetten voorbereid om de beschikbare middelen doelmatig en evenwichtig in te zetten.

Objectblad Civiele kunstwerken Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Afbakening Dit objectblad is gericht op het beheer en onderhoud van civieltechnische kunstwerken. De asset civiele kunstwerken omvat de bruggen, tunnel, grote duikers (gemetselde duikers en betonnen kokerduikers), keermuren, trappen en geluidschermen. Aanvullend valt een deel van de civiele kunstwerken van de historische haven van Woudrichem en de Vissershang binnen de scope. De kunstwerken in de Beatrixhaven, Biesboschhaven en Rijkshaven vallen erbuiten.

Areaal De gemeente Altena beheert 276 civiele kunstwerken. De areaalgegevens van de civiele kunstwerken zijn voor de hele gemeente vastgelegd in het beheersysteem:  Het areaal aan civiele kunstwerken is nu beter in beeld dan in 2020, resulterend in een toename;  Het overgrote deel van het areaal bestaat uit bruggen, namelijk 180 stuks;  Van de bruggen is circa 30% na 2010 aangelegd. Een groot deel hiervan, 31 stuks, is nieuw aangelegd in de Noordwaard;  Grote duikers en duikerbruggen vallen onder de civiele kunstwerken, kleine duikers niet;  Verscheidene civiele kunstwerken zijn in beheer bij derden en vallen daarmee buiten de afbakening van dit objectblad. Voor de volledigheid zijn deze wel in onderstaande tabel opgenomen, voor zover geregistreerd in het beheersysteem. Bekend is dat de daadwerkelijke aantallen groter zijn. 2020

Bruggen

Hoeveelheden

Niet beschouwd

Overige kunstwerken

Kades en keringen

Duikers

Brug, hout Brug, beton Brug, staal

Damwanden Kademuur Kade Grondkering Coupure

Toename

170

51 85 44 180

+6%

Stuks Subtotaal Stuks

8 8

14 14

+75%

m1 m1 Stuks Stuks Stuks Subtotaal m1 Subtotaal Stuks

Onbekend Onbekend Onbekend 6 1 Onbekend 7

2.245 353 6 7 1 2.598 14

+…% +100%

Stuks Stuks Stuks Stuks Stuks Stuks

29 Onbekend Onbekend Onbekend 1 30

29 2 1 36 68

+127%

TOTAAL BESHCOUWD Stuks

215

276

+28%

Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

Onbekend 2 1 11 14

Grote duiker/duikerbrug

Stuks Stuks Stuks Subtotaal Stuks

2025

Aanleginrichting/Stadshaven Verlichting (havenseinen) Onderdoorgang (fietstunnel Werkendam) Trap Overige objecten (schuilhuisje, hekwerk, …) Subtotaal In Beatrix-, Biesbosch- en Rijkshaven Duikerbruggen waterschap Onderdoorgang provincie Bruggen Noordwaard Rijkswaterstaat TOTAAL NIET BESCHOUWD

Stuks Stuks Stuks Stuks Stuks

Huidige kwaliteit Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de civiele kunstwerken worden deze één keer in de vier jaar door middel van een visuele instandhoudingsinspectie geïnspecteerd:  De civiele kunstwerken in de gemeente Altena zijn in 2025 geïnspecteerd;  Tijdens de inspectie is de technische staat opgenomen en direct ook het noodzakelijk onderhoud voor instandhouding bepaald;

Objectblad Civiele kunstwerken Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

 

Vanuit de inspectie blijkt dat de kunstwerken in algemene zin in redelijke staat van onderhoud verkeren. Bij 91% geldt de conditiescore 4 (matig) of hoger. 9% van de kunstwerken verkeert in slechte of zeer slechte staat; Bij negen kunstwerken is vanuit het inspectierapport geadviseerd nader onderzoek uit te voeren om de risico’s van geconstateerde gebreken beter te bepalen; Vijf kunstwerken zijn in dusdanig slechte conditie, dat deze op zeer korte termijn vervangen moeten worden. Dit gaat om meerpalen met hoge mate van scheefstand en een steiger met houtrot in de hoofddraagconstructie. Voor overige kunstwerken kan klein- of groot onderhoud volstaan voor de instandhouding.

Conditiescore 1 2 3 4 5 6

Omschrijving Uitstekende conditie Goede conditie Redelijke conditie Matige conditie Slechte conditie Zeer slechte conditie

Toelichting Incidenteel geringe gebreken Incidenteel beginnende veroudering Plaatselijk zichtbare veroudering, functievervulling niet in gevaar Functievervulling incidenteel in gevaar De veroudering is onomkeerbaar Technisch rijp voor sloop

Uit de in 2025 uitgevoerde Vervanging & Renovatie rapportage blijkt:  Er zijn op dit moment geen urgente vervangingen voorzien;  Vervangen brug 507 Tol Drongelen en renovatie Hillegatsesluis Hank zijn in 2026 voorzien en al als investering opgenomen;  Voor o.a. brug Postweg 01 en 02 wordt geadviseerd nader onderzoek te doen naar de sterkte om te bepalen of levensduur verlengend onderhoud mogelijk is of om anders het juiste vervangingsjaar vast te stellen;  Van een groot aantal bruggen zijn archiefstukken niet volledig. Hiervoor wordt voorgesteld aanvullend archief- en of constructief onderzoek te doen. Vervangingsopgave komende 25 jaar:  Vervangingen 2030-2034 6 bruggen  Vervangingen 2035-2039 5 bruggen  Vervangingen 2040-2044 14 bruggen  Vervangingen 2045-2049 15 bruggen Voor deze vervangingen is nog geen budget geregeld.

Beheerkaders De volgende beheeruitgangspunten zijn van toepassing:  Door het beheer en onderhoud voldoen aan de gestelde wet- en regelgeving zoals de Wegenwet, de Wegenverkeerswet en het Nieuw Burgerlijk Wetboek;  Bij de uitvoering van het onderhoud wordt rekening gehouden met specifiekere wetgeving en richtlijnen zoals de wet Milieubeheer, het Bouwbesluit, de Flora-en faunawet en de Waterwet;  Als ambitieniveau wordt de conditiescore ‘Redelijk’ gehanteerd. Bij uitvoering van inspectie wordt op deze norm getoetst;  Bij grootschalige ingrepen wordt actief omgevingsmanagement toegepast om zo bedrijven, bewoners en bezoekers tijdig en op een juiste manier te informeren en te betrekken bij het project.

Strategie Gemeente Altena werkt aan integrale samenwerking tussen de beheerobjecten. Civiele kunstwerken houden vaak een direct verband met zowel water en riolering, als met de wegverhardingen. In integrale programmering en planning is civiele kunstwerken niet leidend, maar de onderhouds- en vervangingsopgave van de kunstwerken is een integraal onderdeel van de meerjarenprogrammering.

Objectblad Civiele kunstwerken Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Specifiek voor civiele kunstwerken geldt de volgende beheerstrategie: Inspecties Inspecties zijn binnen het kunstwerkenbeheer zeer belangrijk. Door gestructureerd en systematisch inspecties uit te voeren wordt afname van de kwaliteit tijdig gesignaleerd. De inspecties dienen de volgende doelen:  Waarborgen van de veiligheid: een kunstwerk moet altijd veilig zijn;  Waarborgen van de functionaliteit: door periodieke inspecties en het testen van bepaalde onderdelen wordt geborgd dat het object goed kan blijven functioneren;  Minimaliseren onderhoudskosten: door inspecties wordt in een vroegtijdig stadium noodzakelijk onderhoud geconstateerd en kan kapitaalvernietiging worden voorkomen;  Om het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) te actualiseren. De gemeente hanteert hiervoor verschillende soorten inspecties met verschillende frequenties: o Visuele technische inspectie kunstwerken, jaarlijks een visuele snelle beoordeling, elke 4 jaar een technische inspectie ten behoeve van de planning en begroting; o Nul-inspectie, bij nieuwbouw van kunstwerken; o Nader onderzoek, indien een inspectie daar aanleiding voor geeft. Reiniging Reinigingsonderhoud is bedoeld om de kunstwerk(onderdel)en schoon te houden. Dit gaat o.a. om:  Jaarlijks reinigen van houten bruggen en tweejaarlijks reinigen van betonnen en stalen bruggen.

Klein onderhoud Klein (of regulier) onderhoud is onderhoud dat veelal bedoeld is om de duurzaamheid van diverse kunstwerkonderdelen te verbeteren. Ook kleine werkzaamheden om het onderhoudsniveau (esthetica) te verbeteren vallen binnen het klein onderhoud. Onder andere de volgende maatregelen worden met klein onderhoud uitgevoerd:  Reinigen van hemelwaterafvoeren (t.b.v. de veiligheid en functionaliteit);  Herstellen van talud (t.b.v. duurzaamheid en functionaliteit);  Plaatselijk herstel van houtconstructies (gericht op veiligheid en esthetica); Groot onderhoud Het uitvoeren van groot onderhoud is veelal bedoeld om de kunstwerken technisch gezien veilig en functioneel te houden. Tevens bevorderen maatregelen die onder de noemer groot onderhoud vallen de duurzaamheid van de constructie of constructieonderdelen. Groot (correctief) onderhoud wordt uitgevoerd op basis inspecties en/of nader onderzoek. Enkele voorbeelden van maatregelen die onder groot onderhoud vallen zijn:  Conserveren van stalen leuningen (t.b.v. duurzaamheid en esthetica);  Groot onderhoud beton;  Groot onderhoud aan metselwerk en voegen;  Vervangen van constructieonderdelen;  Vervangen van slijtlagen. Vervanging Op het moment dat (alleen) onderhoud niet afdoende of rendabel meer is om de veiligheid te kunnen garanderen, dient een kunstwerk gerenoveerd of geheel vervangen te worden.

Dit kan technische maar ook financiële redenen hebben.  Het advies voor grootschalige renovatie wordt altijd afgewogen tegen het geheel vervangen van een kunstwerk. Op basis van de inspectieresultaten wordt een weloverwogen keuze gemaakt;  Zowel renovaties als vervangingen worden niet vanuit onderhoudsgeld gefinancierd, maar als investering opgenomen in de begroting;  De gemiddelde technische levensduur van civiele kunstwerken varieert tussen de 25 jaar voor houten bruggen en 80 jaar voor betonnen bruggen.

Objectblad Civiele kunstwerken Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Financiën Met het beheer en onderhoud van civiele kunstwerken in gemeente Altena zijn middelen verbonden. De afgelopen planperiode zijn de beheerdata op orde gebracht. De komende periode staat in het teken van verder vooruitkijken, integraal programmeren en budgetteren. De verdeling van de beheerbudgetten sluit niet meer aan bij de beheerpraktijk. Daarom bereiden we een actualisatie van de onderhoudsbudgetten en investeringskredieten tussen de verschillende beheerobjecten voor. Het doel hiervan is om op basis van de nieuwe inzichten te komen tot een doelmatige en evenwichtige verdeling van beschikbare budgetten. Deze financiële actualisatie is essentieel om het gewenste kwaliteitsniveau te kunnen blijven realiseren. In onderstaande tabel zijn de in de begroting 2026 opgenomen middelen opgenomen en beschreven. De jaren 2027 e.v. zijn indicatief weergegeven. Een voorstel voor de actualisatie van de budgetten wordt in de P&C cyclus ingebracht. Eventuele hieruit voortvloeiende taakveld overstijgende keuzes worden aan de raad voorgelegd. Onderstaande tabellen geven de beschikbare onderhoudsbudgetten en investeringskredieten weer. Hierin zijn de te maken kosten opgenomen die ingezet worden voor het uitvoeren van werkzaamheden op het beheerareaal. Bijkomende kosten zoals gas en elektra zijn hierin niet meegenomen. Deze zijn terug te vinden op de meerjarenbegroting 2026 - 2029.

Onderhoudsbudgetten

2026

2027

2028

2029

Onderhoud bruggen

€

575.000

€

645.000

€

645.000

€

645.000

Onderhoud trappen en poorten

€

5.000

€

5.000

€

5.000

€

5.000

Totaal

€

580.000

€

650.000

€

650.000

€

650.000

Met het onderhoud van civiele kunstwerken is in de planjaren 2027 e.v. € 650.000 gemoeid. De verhoging tussen 2026 en 2027 is geoormerkt voor schoonmaakkosten en reiniging. Dit deelbudget gaat van € 41.000 in 2026 naar € 111.000 in 2027 e.v., met het algemeen onderhoud en de uitbestede (kleine) onderhoudswerkzaamheden aan de bruggen is ca. € 70.000 per jaarschijf gemoeid, het groot onderhoud bedraagt € 465.000 per jaar. Investeringskredieten

2026

2027

2028

2029

Vervangingen

€

-

€

-

€

-

€

-

Totaal

€

-

€

-

€

-

€

-

Uit het Meerjaren Onderhoudprogramma dat opgesteld is blijkt dat de komende periode geen vervangingsopgave bestaat. Hiervoor zijn dan ook geen kredieten gereserveerd. Wel moet een aantal objecten nog nader onderzocht worden. De impact van deze resultaten is op dit moment niet in beeld.

Actieplan Onderstaande acties staan gepland voor komende planperiode:  Er is een onbekend areaal kleine (grond)duikers aanwezig in gemeente Altena, waarvoor verantwoordelijkheid en kosten verdeeld zullen worden over de assets Civiele Kunstwerken en Riolering. Hierbij geldt dat de gemetselde duikers en betonnen kokerduikers bij Civiele Kunstwerken horen en het overig areaal bij Riolering. Voor komende planperiode wordt aangeraden inzicht te creëren in de arealen en een verdeelsleutel te bespreken tussen de assets zodat deze in een vervolgproces opgenomen kunnen worden in de budgetten. Deze actie is belegd bij Cluster Riolering en Water;  Kleinschalige areaaluitbreiding wordt gemonitord en tijdig ingelezen in beheersysteem iAsset;  Voor de komende jaren is voorzien dat op een aantal locaties grootschalige acties worden uitgevoerd. Dit gaat om: o Hillegatsesluis in 2026 (budget geregeld); o Tol Drongelen in 2026 (budget geregeld); o Peerenboomsluis in 2027. Onderzoek naar mogelijkheden loopt. Afhankelijk van werkzaamheden zal budget aangevraagd moeten worden;

Objectblad Civiele kunstwerken Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

 

o Aanlegsteiger Stadshaven n.t.b. qua uitvoering en budget. Op basis van het MJOP worden civiele kunstwerken opgenomen in de integrale meerjarenprogrammering van gemeente Altena. Deze wordt, net als wegbeheer, water en riolering en groenbeheer op kaart gezet. Deze worden naast elkaar gelegd om te bepalen waar en wanneer de civiele kunstwerken onderdeel vormen van een integraal project. De afweging omtrent veilig gebruik en veilige instandhouding van civiele constructies heeft altijd prioriteit boven integrale afstemming indien deze in het geding komen; Van een groot aantal bruggen zijn archiefstukken niet volledig. Hiervoor wordt komende planperiode aanvullend archief- en of constructief onderzoek gedaan; Na afronding van de aanvullende doorrekeningen op basis van de Altena-norm per beheerdiscipline, wordt een herverdeling van de onderhoudsbudgetten voorbereid om de beschikbare middelen doelmatig en evenwichtig in te zetten.

Objectblad Groen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Afbakening Dit objectblad is gericht op het beheer en onderhoud van het openbaar groen in de gemeente Altena. Hieronder vallen de cultuur- en natuurlijke beplanting, hagen, gazons, ruw gras en bloemrijk gras. Ook valt het ruimen van zwerfafval, onkruidbestrijding op verhardingen en het ledigen van afvalbakken binnen de scope. Ook het bestrijden van invasieve exoten is onderdeel van dit objectblad. Het onderhoud aan het groen op de begraafplaatsen en sportcomplexen vallen buiten dit objectblad. Ook het beheer en onderhoud van bomen vallen buiten dit objectblad. Hiervoor is een eigen objectblad opgesteld.

Areaal De areaalgegevens van het openbaar groen zijn, evenals die van andere beheerdisciplines, vastgelegd in het integraal beheersysteem. Op peildahectare groen tum 19-05-2025 beheert de gemeente ca. 500 hectare aan openbaar groen. Hierbij vallen de volgende constateringen te maken:  Het areaal groen is volledig en actueel. Er zijn geen grote mutatieachterstanden aanwezig;  Ten opzichte van 2020 is er een toename van 8% op het totale areaal aan groenvoorzieningen;  Het openbaar groen in de gemeente Altena bestaat overwegend uit ruw gras, bloemrijk gras, gazons en bosplantsoenen. Heesters zijn de meest voorkomende vorm van cultuurlijke beplanting;  Het openbaar groen binnen de bebouwde kom bestaat grotendeels uit ruw gras, gazons en bloemrijk gras;  In de gemeente zijn invasieve exoten geconstateerd. Dit gaat om de Reuzen Berenklauw, Ambrosia, Japanse Duizendknoop en Aziatische hoornaar. De omvang hiervan is nog niet volledig in beeld.

500

2025 920.643 9.850 8.155 5.527 1.579.189 1.854.354 4.377.718

+9%

577.000

22.095 161.020 3.124 20.653 337.455 25.600 9 569.947

-1%

m2 Subtotaal m2

41.000 41.000

60.507 60.507

+48%

TOTAAL Groen (excl stuks) m

4.632.000

5.008.172

+8%

Gazon Gazon met bollen Gazon , talud steil Ruigte Ruw gras Bloemrijk gras Subtotaal

m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2

Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

Bodembedekkers Heesters Gemengde beplanting Vaste planten Bosplantsoen Braakliggend Plantenbakken Subtotaal (excl stuks)

m2 m2 m2 m2 m2 m2 Stuks m2

Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

Groen Hagen

Blokhaag

Onkruid en afval

Groen - Gras en kruidachtigen

2020

Groen - Natuurlijke en cultuurlijke beplanting

Hoeveelheden

Afvalbakken Containers Halfverharding Elementenverharding

2

Stuks Stuks m2 m2

4.014.000

Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

Toename

639 434 33.700 2.400.000

Huidige kwaliteit De onderhoudstoestand van het openbaar groen wordt geschouwd op beeldkwaliteit door een externe partij. Uit de resultaten blijkt dat de beeldkwaliteit van het openbaar groen afgelopen jaren in algemene zin licht is afgenomen. Met name de grashoogten en de onkruidgroei in beplanting scoren laag. Belangrijke redenen van deze afgenomen beeldkwaliteit zijn onvoldoende onderhoud, beperkt toezicht en nog niet uitgevoerde renovaties.

Objectblad Groen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Overzicht schouwresultaten 2024 Reiniging (natuurlijk en zwerfafval) Onkruidgroei verhardingen incl. obstakels en goten Gras en kruidachtigen - Grashoogte Beplanting - Onkruidgroei Beplanting - snoei en overgroei 0%

10%

20%

A+

30%

40%

A

50%

60%

70%

B

C

80%

90% 100%

D

Beheerkaders Gemeente Altena werkt aan integraal beheer. Ook in projecten wordt dan op elkaar aangesloten en werkmet-werk gemaakt wanneer dit zinvol en efficiënt is. Vanuit wegen en riolering staan er de komende jaren omvangrijke projecten op de planning. Openbaar groen haakt in een vroeg stadium aan op de planningen van andere beheerobjecten om te bepalen of in de benodigde renovaties van plantvakken en/of herinrichting van de groenvoorzieningen een koppeling gemaakt kan worden. In de komende jaren wordt met een meerjarige kwalitatieve planning op basis van technische staat gekeken waar de integrale koppeling gelegd kan worden. De volgende beheeruitgangspunten zijn specifiek voor openbaar groen van toepassing:  Binnen de gemeente geldt een eenduidig onderhoudsregime voor alle kernen. Zo wordt het openbaar groen op kwaliteitsniveau basis (B) onderhouden;  Biodiversiteit wordt gestimuleerd door rekening te houden met het plantassortiment en wijze van het uitvoeren van het onderhoud.

Bij herinrichtingen en rehabilitaties wegen we af of een ander sortiment geplant kan worden;  We gebruiken geen bestrijdingsmiddelen;  Er wordt uitvoering gegeven aan natuurlijk bermbeheer;  Het afvoeren van groenafval doen we zo duurzaam mogelijk;  We stimuleren inwoners om eigen terreinen te vergroenen door middel van bewustwording;  Het benutten van de aanwezige en nieuwe groenstructuren om hittestress op te vangen en meer water te bergen;  Door middel van kerngericht werken en het inzetten van gebiedsbeheerders wordt de verbinding en communicatie tussen inwoners en gemeente versterkt;  Initiatieven met betrekking tot zelfbeheer van inwoners voor beheer van openbare ruimte worden onder voorwaarden gefaciliteerd. Komende periode leggen we deze voorwaarden eenduidig vast;  Meldingen vormen een belangrijke input voor de bijsturing van dagelijks beheer en onderhoud;  Afhankelijk van de situatie worden passende maatregelen getroffen tegen invasieve exoten, zoals de Reuzen Berenklauw, Ambrosia en Japanse Duizendknoop. In de praktijk blijkt de uitvoering van deze uitgangspunten wisselend. Met name op het gebied van plantassortiment, bewonerscommunicatie, bewustwording en het benutten van meldingen voor bijsturing is nog aanzienlijke verbetering mogelijk. De komende periode hebben we hier aandacht voor, ook in relatie tot het integraal beheer.

Strategie De beheeruitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie: Onderhoud Binnen het onderhoud wordt onderscheid gemaakt in dagelijks onderhoud (schoffelen, maaien, zwerfafvalruimen) en technisch onderhoud (snoeien, terugzetten, inboet).

Objectblad Groen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

   

    

Het onderhoud van het openbaar groen vindt plaats in een hybride vorm. De meeste objecten worden beheerd conform CROW-beeldkwaliteitsniveau B. Enkele maatregelen, zoals het maaien van bermen, snoeien van hagen, etc., wordt op frequentie uitgevoerd; Bij het groenonderhoud zijn navolgende bestekken van toepassing: Gazonbestekken, Combibestek Groen en Water, Veeg/onkruidbestekken. Deze bestekken worden in 2026 opnieuw aanbesteed. De verwachting is dat hieruit een aanzienlijke verhoging van de prijzen zal volgen, wat een financieel risico betekent; Het onderhoud van cultuurbeplanting (bodembedekkers, heesters, gemengde beplanting en vaste planten) bestaat voornamelijk uit het onkruidvrij houden van beplantingsvakken en het snoeien van de beplantingsvakken en randen ter voorkoming van overlast; Bosplantsoenen worden onderhouden met een beheerstrategie die afhankelijk is van de samenstelling en situering van de beplanting. Onderhoudswerkzaamheden omvatten het dunnen van bosplantsoen en het maaien en snoeien langs randen; Het onderhoud aan hagen is afhankelijk van de soort en standplaats.

Dit betreft zowel de zijde van het onderhoud (bovenkant, zijkant), als de frequentie hiervan; Gazons worden periodiek gemaaid op basis van de afgesproken beeldkwaliteit; Het knippen van graskanten gebeurt incidenteel op basis van meldingen; Het maaien rondom obstakels in gazons wordt periodiek (bij)gemaaid op basis van afgesproken beeldkwaliteit C. Het maaien rond obstakels in bloemrijk en ruw gras gebeurt daarentegen op basis van frequentie. Hierbij hebben drukker bezochte locaties (bijv. t.b.v. recreatie) een hogere eis; Bermen en bloemrijk gras worden waar mogelijk onderhouden volgens natuurlijk bermbeheer; De stadswallen rondom Woudrichem worden begraasd door schapen; In het najaar wordt blad geruimd op gazons en verhardingen en worden bladkorven ter beschikking gesteld voor inwoners; Invasieve exoten worden daar waar nodig bestreden en verspreiding wordt voor zover mogelijk tot het minimum beperkt; Kale plekken in beplantingsvakken worden geïnventariseerd en op prioriteit ingepland voor inboet. We verbeteren en borgen dit proces met aansluiting op integrale vervangingen. Hiervoor is een actueel meerjarig beeld van technische staat en restlevensduur nodig. Hiertoe willen we, net als bij wegbeheer, structureel technische inspecties uitvoeren — via toezichthouders of marktpartijen. Deze input ondersteunt integraal beheer en programmering.

Vervanging Groen is levend materiaal, waarvan de levensduur eindig is. Vervanging vindt plaats aan het einde van de levensduur. Wanneer dat moment is moet blijken uit de praktijk; aan de hand van inspecties en monitoring. Het moment van vervangen hangt af van de soort beplanting en de plaatselijke omstandigheden. We gaan uit van gemiddelde theoretische levensduren (in jaren) welke hieronder staan weergegeven. Daarnaast wordt een groenvoorziening bij projecten soms vervangen vanuit andere opgaven in de openbare ruimte, terwijl het vanuit de technische staat van de groenvoorziening nog niet nodig is. Object Cultuurbeplanting  Bodembedekkers en heesters  Vaste planten en rozen Bosplantsoen beplanting Hagen Gazon

Vervangingstermijn 25-30 jaar 15 jaar 40-70 jaar 40 jaar 40 jaar

Inspectie en monitoring  Toezicht vindt plaats op de werkzaamheden die worden uitgevoerd door externe partijen. Gedane werkzaamheden worden regelmatig getoetst op compleetheid en juistheid;

Objectblad Groen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

De kwaliteit van het onderhoud van het openbaar groen wordt momenteel op een objectieve manier geschouwd. Gedurende het jaar wordt (door een externe partij) een objectieve meting uitgevoerd op basis van de lopende bestekken; Er vindt geen inspectie op de technische staat van het groen plaats voor het in beeld brengen van de werkelijke vervangingsopgave.

Taakverdeling  De eigen dienst heeft een grote rol in het beheer van het openbaar groen in de gemeente. Het takenpakket van de buitendienst is in ontwikkeling en staat aan de vooravond van het kerngericht werken. Momenteel is de eigen dienst verantwoordelijk voor het volgende takenpakket: o Het technische onderhoud aan het cultuur- en natuurlijk groen. Zoals snoeien van plantvakken, dunnen etc.; o Het verzorgend onderhoud aan het cultuur- en natuurlijk groen in enkele kernen. Zoals onkruidvrij houden van plantvakken, zwerfafval verwijderen etc.; o De renovatie van het cultuur- en natuurlijk groen inclusief het onderhouden van de plantvakken voor twee jaar op een hoger kwaliteitsniveau (hoog), met uitsluiting van grote renovaties (deze worden uitbesteed incl. nazorg); o Het onderhouden van belangrijke locaties in de kernen, waaronder het snijden van graskanten, maaien rondom obstakels en ruimen van blad; o Het onderhouden van het groen bij speellocaties; o Het plaatsen, legen en verwijderen van bladkorven; aandachtspunt hierbij is dat momenteel gewerkt wordt aan een herverdeling van deze taak tussen buitendienst, MidZuid en mogelijke uitbesteding aan marktpartijen; o Het toezicht en eventueel contact met bewoners. 

Het sociaal werkvoorzieningsschap MidZuid wordt ingezet ten behoeve van het beheer van het openbaar groen. Hierbij wordt ingezet op een intensieve samenwerking met de eigen dienst. MidZuid is verantwoordelijk voor het volgende takenpakket: o Het technische onderhoud aan het cultuur- en natuurlijk groen. Zoals snoeien van plantvakken, dunnen etc.; o Het verzorgend onderhoud aan het cultuur- en natuurlijk groen. Zoals onkruidvrij houden van plantvakken, zwerfafval verwijderen etc.; o Het knotten, snoeien en verwijderen van waterlot van knot- en leibomen binnen een deel van de gemeente; o Het ruimen van blad; o Het ledigen van de afvalbakken in de gehele gemeente.

Door middel van contracten zijn externen ingeschakeld voor het beheer van het openbaar groen. Deze zijn verantwoordelijk voor de volgende beheeronderdelen: o Het snoeien van hagen; o Het maaien van de gazons; o Het maaien van ruw gras en bermen, inclusief watergangen; o Onkruidbeheersing en schoonhouden (vegen) van verhardingen op CROW-niveau A. In het toekomstige bestek wordt dit het basisniveau B.

Objectblad Groen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Financiën Met het beheer en onderhoud van het openbaar groen in gemeente Altena zijn middelen verbonden. De afgelopen planperiode zijn de beheerdata op orde gebracht. De komende periode staat in het teken van verder vooruitkijken, integraal programmeren en budgetteren. De verdeling van de beheerbudgetten sluit niet meer aan bij de beheerpraktijk. Daarom bereiden we een actualisatie van de onderhoudsbudgetten en investeringskredieten tussen de verschillende beheerobjecten voor. Het doel hiervan is om op basis van de nieuwe inzichten te komen tot een doelmatige en evenwichtige verdeling van beschikbare budgetten. Deze financiële actualisatie is essentieel om het gewenste kwaliteitsniveau (beeldkwaliteit B) te kunnen blijven realiseren. In onderstaande tabel zijn de in de begroting 2026 opgenomen middelen opgenomen en beschreven. De jaren 2027 e.v. zijn indicatief weergegeven. Een voorstel voor de actualisatie van de budgetten wordt in de P&C cyclus ingebracht. Eventuele hieruit voortvloeiende taakveld overstijgende keuzes worden aan de raad voorgelegd. Onderstaande tabellen geven de beschikbare onderhoudsbudgetten en investeringskredieten weer. Hierin zijn de te maken kosten opgenomen die ingezet worden voor het uitvoeren van werkzaamheden op het beheerareaal. Belastingen, opbrengsten e.d. zijn niet opgenomen in onderstaand overzicht.

Deze zijn terug te vinden op de meerjarenbegroting 2026 - 2029. Onderhoudsbudgetten

2026

2027

2028

2029

Onkruidbestrijding

€

656.000

€

656.000

€

656.000

€

656.000

Zwerfafval

€

255.000

€

255.000

€

255.000

€

255.000

Onderhoud gazons

€

475.000

€

475.000

€

475.000

€

475.000

Maaien bermen

€

256.000

€

256.000

€

256.000

€

256.000

Onderhoud

€

1.373.000

€

1.373.000 €

1.373.000 €

1.373.000

Totaal

€

3.015.000

€

3.015.000 €

3.015.000 €

3.015.000

2027

2028

2029

Investeringskredieten

2026

Beschikbaar

€

281.000

€

281.000

€

281.000

€

281.000

Totaal

€

281.000

€

281.000

€

281.000

€

281.000

Actieplan In 2022 is een actieplan opgesteld om in de navolgende periode aan te werken. Hieronder is een reflectie op deze acties opgenomen.       

Beheerdata op orde houden: Wordt continu bijgehouden en is grotendeels op orde. Wel verdient de overdracht vanuit projecten nog verbetering; Taakverdeling eigen dienst doorontwikkelen naar wijkteams: De ontwikkeling van wijkteams en afstemming met MidZuid en RB is complex en nog in uitvoering; Natuurvriendelijk beheer monitoren, analyseren en bijsturen: Niet opgepakt; monitoring en bijsturing worden onderdeel van nieuw groenbeleid; Natuurlijk bermbeheer: Ingezette lijn van natuurlijk bermbeheer is voortgezet. Monitoring en bijsturing kunnen beter. Vanaf 2026 wordt gewerkt met een gecombineerd onderhoudsbestek; Inpassen maatschappelijke thema’s als klimaatadaptatie en duurzaamheid in groen: Incidenteel opgepakt, zoals het omvormen van verharding naar groen. Structurele aandacht ontbreekt nog; Inventarisering en bestrijding invasieve exoten: Japanse duizendknoop is geïnventariseerd en wordt bestreden door een extern bedrijf. Reuzenberenklauw wordt lokaal gemaaid; Beleid en regels rond groenadoptie herzien: Niet opgepakt; gemeente is terughoudend vanwege ruimtelijke claims door de energietransitie;

Objectblad Groen

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Na afronding van de aanvullende doorrekeningen op basis van de Altena-norm per beheerdiscipline, wordt een herverdeling van de onderhoudsbudgetten voorbereid om de beschikbare middelen doelmatig en evenwichtig in te zetten.

Voor de komende jaren wil de gemeente naast het voortzetten van bovenstaande acties ook: 

Onderzoeken of met de recente aanstelling van twee nieuwe toezichthouders, de objectieve monitoring van het groenonderhoud door de eigen medewerkers gedaan kan worden, in plaats van door een externe partij. Dit ook met het oog op potentiële kostenbesparing; Door een externe partij tweejaarlijks een technische inspectieronde op het groenareaal te laten lopen, ontstaat een actueel meerjarig inzicht in de technische staat inclusief verwachte restlevensduur. Deze input wordt meegenomen aan tafel bij het integraal beheren en programmeren. Dit krijgt de komende periode structureel vorm in de werkwijze in Altena.

Objectblad Openbare Verlichting Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Afbakening Dit objectblad is gericht op het beheer en onderhoud van alle openbare verlichting in de gemeente Altena. De openbare verlichting omvat de lichtmasten, armaturen en lampen in beheer bij de gemeente, waaronder ook de verlichting bij abri’s, fietsoverkappingen en aanschijnverlichtingen.

Areaal Hoeveelheden en typen De gemeente beheert in totaal circa 13.300 masten met armaturen. Vergeleken met 2020 is dit een toename van 5%. Areaalgegevens van de openbare verlichting zijn vastgelegd in het beheersysteem.  Van de ruim 13.100 reguliere armaturen, is ruim 99% uitgevoerd in energiezuinige LED verlichting. o Ruim 9.000 armaturen zijn LED armaturen. o Het proactief omzetten van conventionele verlichting naar LED verlichting met remplace heeft de voorkeur boven het oplossen van tussentijdse storingen, omdat dit kosteneffectiever is. Ook verbruikt LED verlichting minder energie en is daarmee duurzamer dan conventionele lampen. Sinds 2021 zijn bijna 4.000 conventionele armaturen voorzien van LED-retrofitlampen. o Nog slechts circa 100 armaturen hebben géén LED verlichting. Ook deze laatste conventionele armaturen zonder LED verlichting worden vóór 2026 voorzien van LED verlichting. 

Naast de reguliere openbare verlichting, heeft de gemeente ook de verlichting bij abri’s, fietsoverkappingen en aanschijnverlichting voor o.a. monumenten en (kerk)torens in beheer. Dit betreft ca. 200 armaturen. Bij 12 locaties heeft de aanschijnverlichting nog conventionele armaturen. Onderzocht wordt of ook deze conventionele armaturen verLED kunnen worden. Naast eigen masten en armaturen wordt ook beheer en onderhoud uitgevoerd op (circa 150) verlichtingselementen van derden (woningbouwverenigingen, stichtingen en gedeeld eigendom met Provincie Gelderland). De kosten worden door de gemeente betaald en doorgerekend naar genoemde partijen. Deze zijn dan ook niet opgenomen in dit productblad. 2020 Aantal

Overige armaturen

Reguliere armaturen

Type

Aantal

2025 Aandeel

Groei

LED

-

9.113

69% -

Conventioneel met LED lamp

-

3.936

30% -

Conventioneel

-

107

1% -

Subtotaal

12.700

13.156

100%

+4%

Abri's en fietsoverkappingen

-

153

-

-

Aanschijnverlichtingen (LED)

-

13

-

-

Aanschijnverlichtingen (conv.)

-

12

-

-

Subtotaal

-

178

Totaal

12.700

13.334

-

+5%

Leeftijdsopbouw De aanlegjaren van de openbare verlichting zijn goed en volledig geregistreerd in het beheersysteem. Dit gecombineerd met een (theoretische) technische levensduur, geeft inzicht in de te verwachten vervangingsopgave voor de komende jaren:

Objectblad Openbare Verlichting Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Voor de LED verlichting wordt een technische levensduur van 20 jaar gehanteerd. Circa 0,5% van het areaal overschrijdt deze grens (2006 of ouder). o Voor LED retrofitlampen in conventionele armaturen wordt een technische levensduur van 10 jaar gehanteerd. Hierbij dient echter ook rekening gehouden te worden met de leeftijd van het conventionele armatuur. Dit betekent een vervangingspiek vanaf 2030/2031. o Voor de lichtmasten wordt een technische levensduur van 50 jaar gehanteerd. Circa 1,5% van het areaal is ouder dan de gehanteerde technische levensduur van 50 jaar (1976 of ouder). Het areaal dat de technische levensduur heeft overschreden wordt in 2026 vervangen. o

Vervangingsjaar LED armaturen (levensduur 20 jaar)

5.207

5.000 4.000 3.000

2.092

2.000 1.000 -

906 14

3

35

5

51

152

198

91

157

130

≤ 2026 2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

31

2037

2038 ≥ 2039

Vervanging conventionele armaturen met LED-retrofitlamp (levensduur lamp 10 jaar) 2.851

3.000 2.000

936

1.000

64

59

38

-

Geïnstalleerd in 2021, Geïnstalleerd in 2021, Geïnstalleerd in 2023, Geïnstalleerd in 2023, Geïnstalleerd in 2024, oud armatuur: jong armatuur, oud armatuur: jong armatuur, jong armatuur, vervanging vóór 2031 vervanging 2031 vervanging vóór 2033 vervanging 2033 vervanging 2034

Vervangingsjaar lichtmasten (levensduur 50 jaar)

11.770

12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000

218

13

20

13

183

174

61

45

39

221

97

185

73

≤ 2026 2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038 ≥ 2039

-

Huidige kwaliteit De kwaliteit van de openbare verlichting kenmerkt zich als volgt:  Het areaal is relatief jong; er is een beperkt aantal masten en armaturen dat de theoretische levensduur heeft overschreden;  Het aantal storingen is beheersbaar. Door in de afgelopen planperiode het areaal van conventionele verlichting om te vormen naar LED-armaturen en conventionele armaturen met LED-retrofitlampen is het storingenonderhoud als gevolg van ouderdom van de lampen sterk afgenomen.

Beheerkaders Openbare verlichting is zeer belangrijk voor het veilig gebruik van de openbare ruimte. Niet alleen voor de juiste zichtbaarheid van weggebruikers, maar ook voor sociale veiligheid. In integrale programmering is verlichting volgend aan wegverharding. In de komende periode wordt gewerkt aan een meerjarig integraal investeringsprogramma. Een aandachtspunt hierbij is dat op dit moment een beperkt aantal mas-

Objectblad Openbare Verlichting Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

ten aan vervanging toe is. Vanuit de mogelijkheid tot hergebruik en herplaatsing wordt kapitaalvernietiging in projecten voorkomen, wat ook betekent dat vanuit verlichting een zeer beperkte bijdrage plaats zal vinden. De volgende beheeruitgangspunten zijn van toepassing:  

           

Voldoen aan wettelijke kaders en regelgeving: Wegenverkeerswet en Burgerlijk Wetboek; Verlichten conform de richtlijnen openbare verlichting. Als leidraad wordt bij vervanging en nieuw te plaatsen verlichting de Nieuwe Praktijkrichtlijn voor Openbare Verlichting (NPR 13201-1) gehanteerd; Installatieverantwoordelijkheid wordt momenteel geïmplementeerd; Het materiaal en de uitvoeringswijze voldoen aan de geldende Europese en Nederlandse normen; Alleen voldoen aan PKVW als deze aanvullende eis gesteld wordt voor nieuw in te richten woonwijken; Realiseren van energiebesparing, conform doelstellingen dat Altena in 2046 een CO2-neutrale gemeente wil zijn; Standaard dimbare LED verlichting toepassen bij plaatsing van nieuwe verlichting en bij het vervangen van armaturen die het einde van hun levensduur hebben bereikt; Buiten de kom alleen verlichten waar nodig in relatie tot gebruik, zoals bijvoorbeeld het verlichten van polderwegen tussen kernen zodat deze in het donker met de fiets bereden kunnen worden; Daar waar mogelijk wordt slimme verlichting toegepast. Dit o.a.

bij fietspaden buiten de bebouwde kom en bij parkeerplaatsen; Inkopen van duurzame en circulaire materialen op basis van afweging totale levensduur; Inkoop van 100% groene stroom; Kleinschalige pilots met nieuwe technologieën (bijvoorbeeld telemanagement) en grootschalig uitrollen op basis van kosten- en batenanalyse; Er is een standaard materiaalkeuze gemaakt voor zowel koffer- als kegelmodellen. Op de plekken waar er proefarmaturen gehangen zijn, zijn de bewoners erbij betrokken; Toepassen sfeer- en aanstraalverlichting afhankelijk van toegevoegde waarde (bijvoorbeeld historische kern).

Strategie De beheeruitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie: Correctief onderhoud  Het correctief onderhoud is gericht op het herstellen op basis van klachten en meldingen;  Het verhalen van schades als gevolg van aanrijdingen en vandalisme is een complex en tijdrovend proces. Voor de openbare verlichting, evenals andere gemeentelijke objecten zoals verkeersborden en straatmeubilair, is de afhandeling van schades belegd bij de NODR. Preventief onderhoud  De conventionele lampen werden groepsgewijs vervangen (lamp-remplace) op basis van plaatsingsdatum, verwachte levensduur en branduren. Gelijktijdig met de remplace werd dan preventief onderhoud uitgevoerd zoals het nakijken van mastdeurtjes, invetten en waar nodig schoonmaken van armaturen. Doordat er steeds meer verlichting in LED is uitgevoerd, wordt geen remplace meer uitgevoerd. Voor de objecten met LED verlichting blijft het schoonmaken van de armaturen, het nakijken en invetten van de mastdeurtjes dan achterwege. Dit wordt nu meegenomen in het schilderwerk.

De overige acties worden in aparte rondes uitgezet volgens raamovereenkomst;  Het schilderen van de lichtmasten en het preventieve onderhoud dat voorheen tijdens de remplace uitgevoerd werd, gebeurt 1 keer per 12 jaar;  Het schoonmaken van de armaturen en lichtmasten op specifieke locaties, zoals de antieke masten in de kern Woudrichem, gebeurt met hogere frequentie;  Het correctief onderhoud is ondergebracht bij één onderhoudsaannemer.

Objectblad Openbare Verlichting Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Vervangen  Voor het vervangen van masten houden we rekening met een gemiddelde technische levensduur van ca. 50 jaar;  Voor het vervangen van armaturen hanteren we een gemiddelde technische levensduur van ca. 20 jaar;  Conventionele armaturen met een LED-retrofitlamp kennen een levensduur van ca. 10 jaar;  Het werkelijke vervangingsmoment vindt plaats op basis van technische staat, niet op basis van theoretische cycli;  Er worden twee standaard armaturen (kegel- en koffermodel) toegepast bij renovatie, tussentijdse vervanging en nieuwe aanleg. Inspectie en monitoring De kwaliteit van de openbare verlichting wordt gemonitord:  Op basis van de registratie van klachten en meldingen van bewoners;  Signalen van medewerkers binnen de eigen organisatie;  Kwaliteitscontroles van de verlichtingsobjecten ter voorbereiding op de schilderrondes.  In het kader van installatieverantwoordelijkheid worden jaarlijks bij de masten ouder dan 30 jaar steekproeven uitgevoerd om inzicht te krijgen in de staat van de elektrische veiligheid.

(Data)beheer  Voor het uitvoeren van de operationele beheertaak wordt de gemeente ondersteund door een externe partij;  Deze ondersteuning bestaat uit adviseringen op het gebied van verlichting, het aansturen van storingsafhandeling, controle op de bestekken en verwerking van mutaties in het beheersysteem bij zowel kleine projectmatige werkzaamheden als bij het onderhoudswerk. De aanvullende beheerskosten hiervoor zijn apart aangegeven bij de financiële onderbouwing. Acties uitbesteed aan marktpartij  Een belangrijke rol in het beheer van de openbare verlichting is uitbesteed aan een marktpartij, thans Nobralux. Op dit moment is Nobralux verantwoordelijk voor het volgende takenpakket: o Adviseringen op het gebied van openbare verlichting; o Areaalbeheer; o Het aansturen van storingsafhandelingen; o Controleren facturen; o Controle op de bestekken; o Onderhoudsplanning schilderwerk, directievoering en toezicht; o Verwerken mutaties/revisiegegevens bij zowel kleine projectmatige werkzaamheden als bij het onderhoudswerk; o voorbereiden en toezicht bij nieuwbouw- en renovatieprojecten en vervangingsprogramma’s.

Financiën Met het beheer en onderhoud van openbare verlichting in gemeente Altena zijn middelen verbonden. De afgelopen planperiode zijn de beheerdata op orde gebracht. De komende periode staat in het teken van verder vooruitkijken, integraal programmeren en budgetteren. De verdeling van de beheerbudgetten sluit niet meer aan bij de beheerpraktijk. Daarom bereiden we een actualisatie van de onderhoudsbudgetten en investeringskredieten tussen de verschillende beheerobjecten voor. Het doel hiervan is om op basis van de nieuwe inzichten te komen tot een doelmatige en evenwichtige verdeling van beschikbare budgetten. Deze financiële actualisatie is essentieel om het gewenste kwaliteitsniveau (beeldkwaliteit B) te kunnen blijven realiseren. In onderstaande tabel zijn de in de begroting 2026 opgenomen middelen opgenomen en beschreven. De jaren 2027 e.v. zijn indicatief weergegeven. Een voorstel voor de actualisatie van de budgetten wordt in de P&C cyclus ingebracht. Eventuele hieruit voortvloeiende taakveld overstijgende keuzes worden aan de raad voorgelegd.

Objectblad Openbare Verlichting Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Onderstaande tabellen geven de beschikbare onderhoudsbudgetten en investeringskredieten weer. Hierin zijn de te maken kosten opgenomen die ingezet worden voor het uitvoeren van werkzaamheden op het beheerareaal. Belastingen, opbrengsten, schades e.d. zijn niet opgenomen in onderstaand overzicht. Deze zijn terug te vinden op de meerjarenbegroting 2026 - 2029. Onderhoudsbudgetten

2026

2027

2028

2029

Beheerskosten

€

48.500

€

58.500

€

58.500

€

58.500

Onderhoud

€

230.000

€

230.000

€

230.000

€

230.000

Totaal

€

278.500

€

288.500

€

288.500

€

288.500

Voor gas en elektra is de komende jaren ca. € 320.000 per jaar begroot. Vanwege grillige prijsontwikkelingen op de energiemarkt is dit een onzekere factor die tot financiële tegenvallers kan leiden. Wel is met de grootschalige verLEDding de afgelopen periode een stap gezet in verduurzaming van het areaal en daarmee verminderd energieverbruik. De jaarlijkse schades zijn begroot op ca. € 8.000 per jaar. De afgelopen jaren is echter gebleken dat dit in de regel hoger ligt. Investeringskredieten

2026

2027

2028

2029

Masten

€

180.000

€

180.000

€

180.000

€

180.000

Armaturen

€

220.000

€

220.000

€

220.000

€

220.000

Totaal

€

400.000

€

400.000

€

400.000

€

400.000

Een aandachtspunt bij de investeringen van de komende jaren is de vervangingsopgave van armaturen in 2030 – 2031. In 2021 is een groot aantal conventionele armaturen (ca. 4.000 stuks) uitgerust met LEDretrofitlampen. Met een verwachte technische levensduur van ca. 10 jaren zal deze opgave met een financiële omvang van ca. € 1,8 miljoen zich vanaf 2031 aandienen.

Actieplan Onderstaande acties staan gepland voor komende planperiode:  Vanaf 2024 is een nieuwe onderhoudscontract afgesloten waarbij ook (kleine) projecten rechtstreeks binnen dit kader zijn aanbesteed.  Vanaf 1 november 2025 is een nieuw beheercontract afgesloten met marktpartij Nobralux.  Vanuit een opgesteld vervangingsprogramma wordt ingezet op volledige verLEDding van de armaturen. De ambitie is dat 100% van de openbare verlichting LED verlichting is. Naast de conventionele armaturen van de reguliere openbare verlichting, is op 12 locaties de aanschijnverlichting nog conventioneel. Ook deze verlichting worden verLED.  Aangezien vanaf 2021 zeer veel conventionele armaturen zijn uitgerust met LED-retrofitlampen met een technische levensduur van circa 10 jaar, geldt vanaf 2030/2031 een grote vervangingsopgave bij deze armaturen. Om deze vervangingsopgave goed te laten verlopen, dient hier tijdig op ingespeeld te worden.  Jaarlijks worden de lichtmasten die de leeftijd van 50 jaar hebben behaald vervangen. Voor de komende periode van 5 jaar (t/m 2030) gaat dit om ca. 450 lichtmasten.  In afgelopen jaren is een Materialenboek ontwikkeld met standaard eisen omtrent materiaalkeuzen en ontwerp, uitvoering en oplevering. Deze standaardisering wordt nu in de praktijk gebracht.

 Na afronding van de aanvullende doorrekeningen op basis van de Altena-norm per beheerdiscipline, wordt een herverdeling van de onderhoudsbudgetten voorbereid om de beschikbare middelen doelmatig en evenwichtig in te zetten.

Objectblad Riolering

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Afbakening Het beheerdomein riolering is gericht op een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving door goed om te gaan met inzameling en transport van afvalwater, grondwater en hemelwater. Het beheerdomein omvat riolering (vrij verval en mechanisch) met pompen, gemalen, randvoorzieningen en waterbergende voorzieningen. De stelsels bij sportvoorzieningen behoren ook tot dit objectblad, maar stelsels in particulier eigendom (zoals privédrainage) vallen buiten de afbakening.

Areaal De gemeente beheert 743 km riolering. Ten opzichte van 2020, toen 740 km riolering was geregistreerd, is dit nagenoeg gelijk en heeft te maken met een toedeling van drainage aan de sportvelden. Kilometer riool  Het omvangrijkste stelseltype betreft drainage. Met ca. 306 km leidinglengte omvat dit ca. 41% van het totale areaal. De gemengde riolering omvat met ca. 223 km leidinglengte 30% van het totale areaal. Ook het mechanische stelsel omvat met 188 km een significant aandeel van het totale areaal (25%);  Naast de rioolleidingen, heeft de gemeente ook een groot aantal objecten in beheer ten behoeve van het riolering systeem. Dit zijn bijvoorbeeld gemalen en pompunits voor het mechanische stelsel, maar ook wadi’s en infiltrerende verhardingen t.b.v. hemelwaterverwerking, bergbezinkstations, overstorten, individuele behandelingsinstallaties (IBA’s) en kolken;  De pompen en gemalen staan nu in SAM (voor beheer) en I-view (voor storingsmeldingen);  De gegevens van de leidingen zijn grotendeels ingevuld en betrouwbaar. Duikers, uitstroomvoorzieningen en andere rioleringsobjecten moeten echter wel opnieuw worden ingemeten.

743

Type

Subtype

Areaal

Gemengde riolering Hemelwaterstelsel Vuilwaterstelsel Drainage/drainage-infiltratie Totaal Vrijverval riolering

km km km km km

223 128 86 306 743

Drukleiding Persleiding Vacuümleiding Hoofdgemalen Pompunits Vacüumpompstations Vacuümbufferputten

km km km st st st st

127 52 9 111 728 2 139

Totaal mechanisch riool leidingen Totaal mechanisch riool objecten

km st

188 980

Infiltrerende verharding Wadi's/groene berging

m2 m2

4.000 69.400

Totaal hemelwatervoorzieningen

m2

73.400

Bergbezinkbasins Externe overstorten IBA's Kolken

st st st st

19 173 79 26.044

Totaal overige voorzieningen

st

26.315

Vrijverval riolering leidingen

Mechanische riolering

Hemelwatervoorzieningen

Overige voorzieningen

Aandeel per stelseltype

22%

27%

10% 36%

5%

Gemengde riolering

Hemelwaterstelsel

Vuilwaterstelsel

Drainage/drainage-infiltratie

Mechanisch

Objectblad Riolering

Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2026-2029, definitief versie 29-10-2025

Huidige kwaliteit De huidige kwaliteit is als volgt te omschrijven:  De kwaliteit van de data in het beheersysteem is op dit moment voldoende. De harmonisatie van de beheerdata is in afgelopen jaren afgerond en er worden alleen nog nadere detaildata voor ingemeten om de berekeningen voor de Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) te maken;  De gemeente heeft een inhaalslag gemaakt in inspecties en het uniformeren van gegevens, maar een volledig gebiedsdekkend beeld ontbreekt nog. Hiervoor is nog 4–5 jaar nodig. Op basis van de inspectiegegevens komen de objecten als ‘voldoende’ naar voren. Echter zijn tekenen van veroudering van de stelsels zichtbaar. Voor de komende jaren wordt hierdoor een aanzienlijke vervangingsopgave verwacht, die naar verwachting oploopt van 2,5 km/jaar naar 5 km/jaar;  Door toenemende extreme regenval is besloten om de capaciteit van de riolering projectmatig te gaan vergroten. Prioriteit wordt gegeven aan de locaties met schade, de rest volgt door werk met werk te maken. Bij normale omstandigheden is het functioneren over het algemeen goed. Verstoppingen en klachten treden incidenteel op.

Beheerkaders De volgende beheeruitgangspunten zijn van toepassing:  Het vigerend beleid is vastgelegd in het Water en Rioleringsplan 2025-2028 van gemeente Altena;  Met het beheer en onderhoud van de riolering voldoen aan de zorgplichten als omschreven in de Wet milieubeheer en de Waterwet;  Bij de uitvoering van het onderhoud rekening houden met specifiekere wetgeving en richtlijnen, zoals het Activiteitenbesluit, het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah), het besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi), Wet ruimtelijke ordening en het Bouwbesluit 2012;  Voldoen aan de Wet informatie-uitwisseling boven en ondergrondse netten en netwerken (WIBON), die helpt om graafschade te voorkomen door het registreren van de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur;  Uitgangspunt is een water robuuste en klimaatbestendige inrichting in 2050. Bij (her)inrichting van het rioolareaal wordt met de andere disciplines binnen de gemeente en met andere belanghebbenden afgestemd om onder- en bovengronds invulling te geven aan de klimaatopgave.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16190205/2