CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bundeling wijzigingen bij RV Aanvulling wijziging gemeenschappelijke regelingen - bundeling november 2023

Raadsvergadering 12 december 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Zienswijze actualisering GR-regelingen vanwege aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen incl nagekomen voorstel over twee regelingen29.895 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Artikel 7 1.

Zittingsduur

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur wordt bepaald door de inhoud van artikel 13 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

2.

De raad kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit zijn vertrouwen niet meer heeft, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van toepassing.

3.

Het college meldt elke wijziging in het lidmaatschap zo snel mogelijk aan de voorzitter.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

3

Artikel 8 1.

Vergaderingen

Het algemeen bestuur vergadert overeenkomstig het bepaalde in de wet en in het Reglement van Orde van het algemeen bestuur.

2.

Elk lid heeft in de vergadering één stem.

3.

Elk lid kan maximaal één ander lid vertegenwoordigen in de vergadering. Een lid dat een ander lid in de vergadering vertegenwoordigt, overlegt een schriftelijke volmacht daartoe afkomstig van het lid dat de volmacht heeft verleend.

4.

Voor het vaststellen van de begroting is daarnaast een meerderheid nodig van de leden die in totaal tenminste de helft vertegenwoordigen van het aantal inwoners van de gemeenten waarvan de leden een stem uitbrengen.

5.

Voor het vaststellen van de inwoneraantallen van de gemeenten gelden de aantallen op 1 januari van het jaar vóór het begrotingsjaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Hoofdstuk 5 Artikel 9 1.

Het dagelijks bestuur

Samenstelling

Het dagelijks bestuur bestaat tenminste uit de voorzitter en 5 andere leden, die allen ook lid zijn van het algemeen bestuur.

2.

3.

Het algemeen bestuur wijst deze leden aan, waarbij hij: -

drie leden aanwijst uit de leden van het dagelijks bestuur van de GGD West-Brabant;

-

drie leden aanwijst uit de leden van het dagelijks bestuur van de GGD Hart voor Brabant.

Het algemeen bestuur kan daarnaast ook leden van het dagelijks bestuur aanwijzen die geen lid zijn van het algemeen bestuur.

4.

Het algemeen bestuur kan leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen.

Artikel 10 1.

Zittingsduur

Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of wanneer het lid van het dagelijks bestuur als zodanig ontslag neemt of krijgt verleend.

2.

Het lid van het dagelijks bestuur dat ontslag neemt of krijgt verleend, blijft in functie totdat zijn opvolger de functie heeft aanvaard.

Artikel 11

Vergaderingen

De artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van het dagelijks bestuur.

Hoofdstuk 6 Artikel 12

De voorzitter

Aanwijzing en vervanging

1.

Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan.

2.

De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

4

3.

Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wijst het dagelijks bestuur uit zijn midden een plaatsvervanger aan.

4.

Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen.

Hoofdstuk 7 Artikel 13

Bevoegdheden

Bevoegdheden van de bestuursorganen

1. Aan de bestuursorganen komen de bevoegdheden toe als bepaald in artikel 33 tot en met 33d van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij daarvan in deze regeling wordt afgeweken. Artikel 14 1.

Overdracht bevoegdheden van algemeen bestuur aan dagelijks bestuur

Het algemeen bestuur draagt aan het dagelijks bestuur alle bevoegdheden over behalve de bevoegdheid tot: -

het vaststellen van de jaarstukken en het vaststellen en/of wijzigen van de begroting;

-

het besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen;

-

alle andere bevoegdheden die in wettelijke regelingen zijn opgenomen en niet overdraagbaar zijn of in deze regeling expliciet aan het algemeen bestuur zijn voorbehouden.

2. Het dagelijks bestuur draagt de uitoefening van zijn bevoegdheden in mandaat over aan de directeur RAV. Hiertoe wordt een mandaatregeling vastgesteld.

Hoofdstuk 8 Artikel 15 1.

Informatie en verantwoording

Informatie en verantwoording

Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

2.

Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

3.

Het algemeen bestuur is verplicht de raden en/of de colleges desgevraagd, en in ieder geval binnen zes weken, te informeren en inlichtingen te verschaffen over alle zaken over deze regeling.

4.

Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer raden en/of colleges advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig vindt.

5.

Het algemeen bestuur is verplicht de door een of meer leden van de raad of het college van een gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Zij verstrekken deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat daarom is gevraagd.

6.

Elk lid van het algemeen bestuur is daarnaast verplicht de door een of meer leden van de raad of het college van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

5

7. Het dagelijks bestuur informeert de raden na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten die hij daarin nam. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur de raden over ontwikkelingen in het beleid of de organisatie die hij van belang acht. 8.

Elk lid van het algemeen bestuur is aan de raad en het college van de gemeente waarvan de raad hem als lid heeft aangewezen verantwoording schuldig voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat de raad of het college hem daarom heeft gevraagd.

9.

Participatie van cliënten en burgers is geregeld in een cliëntenraad, conform de Wet Medezeggenschap cliëntenraden in de zorg (Wmcz).

10. Deze regeling voorziet niet in het, op andere wijze dan bovenstaand vermeld, betrekken van ingezetenen van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de RAV.

Hoofdstuk 9 Artikel 16

De organisatie

De directie

1.

De directeur RAV is voorzitter van de directie en belast met de operationele directievoering.

2.

Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur RAV.

3.

Het dagelijks bestuur kan naast de directeur RAV ook als leden van de directie aanwijzen: de directeur publieke gezondheid van de GGD Hart voor Brabant en de directeur publieke gezondheid van de GGD West-Brabant.

4.

Bij een directie die uit meerdere personen bestaat, verdeelt zij onderling de taken en legt deze taakverdeling ter goedkeuring voor aan het dagelijks bestuur.

5.

De directeur RAV is secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De artikelen 102 tot en met 106 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17

Het archief

1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden. 2. De gemeentearchivaris van de gemeente ’s-Hertogenbosch is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden.

Hoofdstuk 10 Artikel 18 1.

Financiën

Algemeen

Op dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing Titel IV van de Gemeentewet voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet is afgeweken.

2.

Het algemeen bestuur stelt verordeningen vast overeenkomstig de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet.

3.

De gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

6

Artikel 19 1.

De begroting

Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast conform het bepaalde in artikel 34 en 35 van de wet. De begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

2.

De begroting en de meerjarenraming zijn gebaseerd op het door het algemeen bestuur vastgesteld regionaal ambulanceplan.

3.

Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting ter formulering van een zienswijze naar de raden uiterlijk op 5 april in het jaar vóór het begrotingsjaar.

4.

Het algemeen bestuur kan besluiten om ook bij andere onderwerpen de raden de gelegenheid

te geven om hun zienswijze te geven.

Artikel 20 1.

De jaarstukken

Het dagelijks bestuur legt verantwoording af aan het algemeen bestuur van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam in elk dienstjaar, onder overlegging van de jaarstukken met daarbij behorende bescheiden. Hij voegt daarbij een verslag van bevindingen van de accountant overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet.

2.

Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast conform het bepaalde in artikel 34 van de wet. Het dagelijks bestuur deelt dit mee aan de raden en aan gedeputeerde staten.

3.

Het dagelijks bestuur stuurt de jaarstukken naar de raden voor 15 april van het jaar na het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben.

4.

Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden ontlast de vaststelling van de jaarstukken de leden van het dagelijks bestuur van het daarin verantwoorde financieel beheer.

Hoofdstuk 11 Artikel 21

Toetreden, uittreden, wijzigen en opheffen

Toetreden

Een gemeente kan toetreden tot deze regeling na instemming van twee derde van het aantal leden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding. Artikel 22

Evaluatie

Het algemeen bestuur evalueert het functioneren van de regeling en betrekt de raden bij die evaluatie. Artikel 23 1.

Uittreden

Elke gemeente kan bij besluit van de raad en het college de deelname aan deze regeling opzeggen met ingang van twee kalenderjaren na het jaar waarin zij dit besluit nemen. De gemeente brengt dit besluit direct ter kennis van het dagelijks bestuur.

2.

Het algemeen bestuur regelt de financiële verplichtingen en de andere gevolgen van de uittreding.

3.

Als het algemeen bestuur bij meerderheid van tenminste twee derde van het aantal leden die samen ook tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen daartoe besluit, kan hij een kortere termijn toestaan dan de in lid 1 genoemde termijn.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

7

4.

Het algemeen bestuur brengt elk besluit tot uittreding direct ter kennis van de gemeenten.

Artikel 24

Wijzigen

1. Deze regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de raden en de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten die samen tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen. 2. Als een wijziging niet bepaalt wanneer deze in werking treedt, gaat de wijziging in op de eerste dag na die van de bekendmaking in de Staatscourant door het gemeentebestuur van Tilburg. Artikel 25 1.

Opheffen

Deze regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de raden en colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten die samen tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen.

2.

Bij opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt, nadat hij de raden en colleges van de gemeenten heeft gehoord, een liquidatieplan op, dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Daarbij kan hij van deze regeling afwijken.

3. Het algemeen bestuur stelt het definitieve afwikkelingsvoorstel voor de liquidatie en de vereffening vast. 4. De organen van het openbaar lichaam blijven na de opheffing in functie totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Hoofdstuk 12

Slot

Artikel 25 1.

De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.

De regeling heeft een toelichting.

3.

Deze regeling heet Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord.

4.

Het gemeentebestuur van Tilburg zorgt voor bekendmaking van het besluit tot vaststelling van de regeling, van de besluiten tot wijziging en opheffing van de regeling en van de besluiten tot toetreding en uittreding in de Staatscourant en stuurt deze besluiten naar gedeputeerde staten

Aldus als 7e wijziging GR RAV (versie 8) vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de RAV Brabant Midden-West-Noord in haar vergadering van <nog invullen> juli 2024,

………………………………….. de voorzitter,

………………………………….. de secretaris,

M. Witte

J. de Waard

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

8

Toelichting op de Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Met deze regeling stellen de deelnemers de Regionale Ambulancevoorziening Brabant MiddenWest-Noord (hierna: RAV) in. De regeling omvat het werkgebied van twee veiligheidsregio’s, wat schaalvoordelen oplevert. De regeling is gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hieronder volgt, waar nodig, een toelichting per artikel. Artikel 4

Taken

Een RAV sluit voor zover nodig een samenwerkingsverband met alle ambulancediensten in het werkgebied en met de meldkamer ambulancezorg (MKA). De RAV is verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid, de beschikbaarheid en de doelmatigheid van de ambulancezorg, zoals die worden gesteld op grond van de Kwaliteitswet zorginstellingen. Meldkamer ambulancezorg (MKA) valt zorginhoudelijk onder de RAV, zoals het politiedeel onder de politie en het brandweerdeel onder de brandweer valt. De kwaliteitseisen voor verantwoorde ambulancezorg gelden dus voor de meldkamer ambulancezorg in verband met het belang van indicatiestelling, zorgtoewijzing en zorgcoördinatie. Artikel 8

Vergaderingen (algemeen bestuur)

De besluitvorming in het algemeen bestuur gaat volgens de regel one man, one vote. Hierbij mag een AB-lid maximaal één ander AB-lid bij volmacht vertegenwoordigen. Bij een aantal in de regeling genoemde onderwerpen, zoals het vaststellen van de begroting, is er een gewogen stemverhouding op basis van het aantal inwoners van de gemeenten. Artikel 13

Bevoegdheden dagelijks bestuur

De bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn beschreven op basis van de artikelen 33a en 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de mandaatregeling regelt het dagelijks bestuur de (gemandateerde) bevoegdheden van de directie en de wijze waarop zij daarover verantwoording aflegt. Artikel 19/20

De begroting/De jaarstukken

Nadat het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting naar de raden stuurt, kunnen zij daarop hun zienswijze geven. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor voldoende beschikbaarheid van ambulancezorg. Zij onderhandelen over de prijs van die zorg en over de kosten van de bedrijfsvoering en dragen daardoor zorg voor een goede organisatie van de hele spoedeisende zorgketen.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

9

De colleges van B&W van de 16 gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling RWB

Uw kenmerk: Ons kenmerk: Onderwerp: Bijlagen:

RWB/2023-117 Ontwerp 4e wijziging gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant 2

Datum: Contactpersoon: Telefoon: E-mail:

28 september 2023 Marijke Riksen 06 12 96 30 29 marijke.riksen@west-brabant.eu

Beste colleges, De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is gewijzigd en noopt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant. De wetswijziging heeft tot doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Het instrumentarium voor de kaderstellende en controlerende rollen van gemeenteraden wordt daarvoor uitgebreid. Na een uitgebreid afstemmingstraject stelde het algemeen bestuur van Regio West-Brabant op 5 juli het ontwerp vast van de 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant (GR RWB). Daarin zijn de voorstellen voor de inzet van het nieuwe instrumentarium vervat. We vragen u om een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van het Ontwerp van de 4e wijziging van onze GR en met een zienswijzeprocedure de reactie van de raad op te halen. We lichten in deze brief eerst het proces toe. We stippen daarbij ook de verhouding tot het concept van de nieuwe Nota Verbonden Partijen aan. Daarna volgt een samenvatting van de voorstellen over de toepassing van de nieuwe mogelijkheden die de Wgr biedt. Twee andere aanpassingen die we ook door willen voeren in deze 4e wijziging, komen vervolgens aan bod. We sluiten af met onze concrete vragen aan u in deze fase en een schets van het vervolgproces.

Totstandkoming voorstel Afstemming samenwerkingsverbanden De gewijzigde Wgr vraagt om een gesprek tussen gemeenschappelijke regelingen en raden over diverse onderwerpen. De uitkomsten daarvan moeten in een wijziging van de regelingen landen. De 61 grotere gemeenschappelijke regelingen in West- en Midden-Brabant hebben, in afstemming met griffiers uit beide regio’s, bekeken op welke onderdelen het mogelijk is om gelijkluidende voorstellen

1 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, GGD Hart voor Bra-

bant, GGD West-Brabant, Regio Hart van Brabant en Regio West-Brabant Regio West-Brabant I Postbus 503 I 4870 AM Etten-Leur Tel: (076) 502 72 00 e-mail: info@west-brabant.eu I www.west-brabant.eu Inschrijvingsnr. KvK: 51448122 I IBAN NL31BNGH0285150308

aan de raden voor te leggen. Dat kan in beperkte mate omdat het wettelijk kader en de aard van de samenwerkingsverbanden erg variëren. De inhoudelijke wijzigingen zijn dus vooral een kwestie van maatwerk per regeling. Het proces is wel goed te stroomlijnen en dat doen we dan ook. Daardoor kunt u in één vergadering (in december) de wijzigingsvoorstellen van de gemeenschappelijke regelingen bespreken. Overleg met griffies Specifiek voor de GR RWB hebben we verkennende gesprekken gevoerd met de griffies die -volgens hun eigen verdeling- een extra betrokkenheid bij RWB hebben. Dat zijn de griffies van Breda, EttenLeur en Woensdrecht. Met hen bespraken we de wederzijdse wensen en ideeën. De inzichten van dat moment hebben we bij onze wijzigingsvoorstellen betrokken. Nota Verbonden Partijen In West-Brabant is een nieuwe Nota Verbonden Partijen in voorbereiding. De Nota Verbonden Partijen raakt op een aantal punten de inhoud van gemeenschappelijke regelingen. De concept Nota was nog niet klaar toen het algemeen bestuur van RWB de voorstellen voor de 4e wijziging van de GR RWB besprak en vaststelde. We hebben daarna als strategisch beraad geconcludeerd dat er tussen de concept Nota Verbonden Partijen van 25 juli 20232 en de wijzigingsvoorstellen weinig licht zit. Per onderwerp motiveren we dat.

Begin 2024 zullen we bij onze definitieve voorstellen eventuele (voorziene) aanpassingen van de concept Nota mee in beschouwing nemen3. Inhoud van de wijzigingsvoorstellen die voortkomen uit de Wgr We vinden de inhoudelijke betrokkenheid van gemeenteraden bij de bepaling van de doelen en activiteiten van onze RWB-samenwerking erg belangrijk. Daarom volgen we al vanaf het begin een zienswijzeprocedure voor het meerjarenbeleidsplan dat iedere vier jaar wordt opgesteld. De jaarlijkse concretisering daarvan staat in de (ontwerp)begroting die eveneens voor zienswijzen wordt aangeboden. Het nieuwe Wgr-instrumentarium wordt wat ons betreft ingezet om de wederzijdse inhoudelijke betrokkenheid en afstemming verder te versterken. Op financieel gebied zijn de sturingsmogelijkheden immers al helemaal ingebed in de GR RWB. Met dit accent op de inhoud sluiten we aan bij de uitkomsten van de evaluatie van de vorige Nota Verbonden Partijen en de insteek van de nieuwe Nota. De bijlagen bevatten een totaaloverzicht met uitgebreide toelichting op de aanpassingen die we voorstellen. Deze vatten we hierna in de artikelsgewijze volgorde samen.

2 Brief van 25 juli 2023 van burgemeester Depla, mede namens de andere bestuurlijke opdrachtgevers, aanbie-

ding concept Nota Verbonden Partijen voor zienswijzen aan de raden en verbonden partijen. 3 Vaststelling van de nieuwe Nota Verbonden Partijen wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2024.

2

Participatie burgers en belanghebbenden In de GR moeten we aangeven of (en zo ja hoe) burgers en belanghebbenden kunnen participeren. RWB betrekt weliswaar regelmatig ook belangengroeperingen bij de totstandkoming van adviezen en plannen van aanpak, maar dit is niet de formele participatie zoals die in de Wgr wordt bedoeld. Waar nodig of meer relevant zijn het de gemeenten die inspraak en participatie organiseren. Dit is in lijn met de concept Nota Verbonden Partijen. Actieve informatieverstrekking Het strategisch beraad (het dagelijks bestuur van de GR RWB) neemt een actievere rol bij het voorzien van de raden van informatie. Bovenop de gebruikelijke informatie in het kader van de P&C-cyclus gaat het om verspreiding van agendavoorstellen voor de vergaderingen van het algemeen bestuur, de genomen besluiten door het algemeen bestuur en periodieke inhoudelijke voortgangsrapportages. Het strategisch beraad informeert de raden in ieder geval twee maal per jaar schriftelijk over de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan en over onderwerpen van strategisch belang. Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad een bijeenkomst voor raadsleden waarin de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan en onderwerpen van strategisch belang besproken worden.

Het voorstel in de concept Nota Verbonden Partijen is om jaarlijks drie raadsledenbijeenkomsten met een brede scope, gecoördineerd en planmatig te organiseren. Als dit voorstel wordt aangenomen, dan sluiten we als GR RWB hier graag op aan. Daarnaast blijft het strategisch beraad jaarlijks twee verdiepende thematische informatiebijeenkomsten organiseren waarvoor, naast triplehelixpartners, ook raadsleden uitgenodigd worden. De hierboven beschreven, actievere informatievoorziening laat onverlet de rol van de leden van het algemeen bestuur om de raden (op verzoek) te voorzien van informatie en inlichtingen. Data en termijnen zienswijzen kadernota en ontwerpbegroting en voorlopige jaarrekening De datum voor aanbieding van onze kadernota blijft op 1 februari gehandhaafd. De voorlopige jaarrekening en ontwerpbegroting ontvangen de raden met ingang van dit jaar al voor 1 april (dit was voorheen 15 april). Voor indiening van zienswijzen zijn 12 weken beschikbaar. Dit komt tegemoet aan de wettelijke termijnen en maakt afronding van het besluitvormingsproces over de P&C-stukken voor de zomer haalbaar. In de concept Nota Verbonden Partijen luidt het advies om geen data en termijnen op te nemen in de GR, maar te verwijzen naar de (werk-)afspraken die daarover gemaakt worden in overleg tussen gemeenten en verbonden partijen.

Wij maken graag praktische werkafspraken, maar menen dat het wel zo duidelijk is en niet zo gauw aan verandering onderhevig, om de wettelijke data/termijnen, en de afwijking daarvan voor de kadernota (aan te bieden voor 1 februari in plaats van de wettelijke datum van 1 april), in de regeling op te nemen.

3

Uittreedbepalingen De Wgr schrijft voor dat dat een gemeenschappelijke regeling spelregels voor uittreding bevat. In 2021 trad de Zeeuwse gemeente Tholen uit de GR RWB. We stellen voor om de afspraken die daarbij gemaakt zijn op te nemen als uittreedbepalingen. Dit sluit aan op het advies in de concept Nota Verbonden Partijen. Evaluatie Iedere vier jaar evalueren we de strategische doelen en activiteiten van de GR RWB, namelijk bij de herijking van het meerjarenbeleidsplan4. Voor andere aspecten van de GR (werkwijze en functioneren) stellen we aanvullend voor dat het algemeen bestuur het moment en de reikwijdte van een evaluatie bepaalt. Ook als meer dan de helft van de gemeenten, meer dan de helft van de inwoners vertegenwoordigend, hierom vraagt vinden we dat een dergelijke evaluatie plaats moet vinden. Dit is een nuancering op de insteek van de Nota Verbonden Partijen, die een vierjaarlijkse brede evaluatie voorstaat (tenzij daar geen behoefte aan bestaat). Gemeenschappelijke adviescommissie? De vernieuwde Wgr biedt de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. U leest hierover niets in het Ontwerp van de 4e wijziging GR RWB. Dit is omdat wij vinden dat het allereerst aan de gezamenlijke raden is om hier het gesprek over te voeren. De concept Nota Verbonden Partijen biedt aanknopingspunten voor een afweging hierop.

We vernemen graag via de zienswijzen wat de ideeën hierover zijn: vindt de raad de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie gewenst, waarover en aan wie gaat deze commissie adviseren? Overigens hoeft de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie niet in de gemeenschappelijke regeling zélf opgenomen te worden. De GR RWB biedt al de mogelijkheid om een adviescommissie in te stellen. Het algemeen bestuur is sowieso gehouden een besluit tot instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie te nemen als alle raden dit willen. Voor de situatie dat de raden niet kiezen voor instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie voor de GR RWB, stellen we voor het gesprek met de raden op informele wijze te intensiveren. Naast de raadsledenbijeenkomsten, zoals benoemd bij “actieve informatievoorziening” wordt dan met regelmaat een inhoudelijk gesprek georganiseerd tussen een afvaardiging van ons bestuur, de directie en één of meer raadsleden per gemeente (de adoptanten, ambassadeurs, rapporteurs of anderen die zich betrokken voelen bij onze activiteiten). Andere wijzigingen Twee voorgestelde veranderingen hebben niks met de gewijzigde Wgr te maken. Met de eerste wordt alsnog de uittreding van Tholen in de GR RWB verwerkt.

Het tweede voorstel beoogt de administratieve last te beperken in de situatie dat een tussentijdse verhoging van het bedrag per inwoner onontkoombaar is. Het gaat dan om de situatie waarin autonome loon- en prijsontwikkelingen in praktijk erg afwijken van de aannamen in de begroting en het opvangen daarvan in de 4

Dit wordt in praktijk tot nu toe Actieprogramma RWB genoemd.

4

exploitatie niet mogelijk is. Onder voorwaarde dat er geen sprake is van wijziging van beleid, is ons voorstel dat het algemeen bestuur hierover kan beslissen zonder voorafgaande zienswijzeprocedure. De gemeenteraden worden via de bestuursrapportages uiteraard wel expliciet geïnformeerd over een dergelijk besluit. Het algemeen bestuur van RWB heeft 5 juli uitgebreid bij de voors en tegens van dit voorstel stilgestaan en geeft u dit in overweging. In de concept Nota Verbonden Partijen wordt voorgesteld dat de gemeenschappelijke regelingen voor een dergelijke situatie een beperkte algemene reserve kunnen aanleggen. Die heeft de GR RWB momenteel niet. Als gemeenten ons toestaan deze met dit doel in te stellen, dan komt het tweede voorstel uiteraard te vervallen. Gevraagde besluitvorming De gemeenschappelijke regelingen hebben afgesproken de ontwerpen van de gewijzigde regelingen voor 1 oktober aan gemeenten en eventuele andere deelnemers voor te leggen. U wordt gevraagd een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van de 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling RWB en dit besluit vervolgens voor te leggen aan de gemeenteraad om haar in de gelegenheid te stellen bij uw college zienswijzen in te dienen. De zienswijzetermijn van de raden bedraagt conform artikel 1 lid 3 van de Wgr 8 weken.

Zoals toegezegd5 bespreken de raden alle wijzigingsvoorstellen in hun decembervergadering. Het is aan u als college om vervolgens een standpunt in te nemen over de zienswijze van uw raad en ons hierover te informeren. Verwijzend naar de brief over aanpassing van de gemeenschappelijke regelingen, vragen we u ons voor 1 januari 2024, dan wel zo spoedig mogelijk hierna, hiervan op de hoogte te stellen. Vervolgtraject In de tweede fase (januari-juli 2024) wegen we af welke zienswijzen leiden tot aanpassing van het Ontwerp wijzigingsvoorstel. Het algemeen bestuur van RWB besluit om het, eventueel aangepaste, wijzigingsvoorstel voor te leggen aan de colleges van de deelnemende gemeenten met het verzoek dit vast te stellen. De colleges nemen een voorgenomen besluit tot vaststelling en vragen de raden om toestemming. Daarna besluiten de colleges tot vaststelling van de wijzigingen en volgt publicatie. Informatie Heeft u vragen over deze brief met bijlagen? Neem dan contact op met Marijke Riksen (marijke.riksen@west-brabant.eu, 06 12 96 03 29).

5 Brief van 25 juli 2023 van burgemeester Depla, mede namens andere bestuurlijke opdrachtgevers, over aan-

passen gemeenschappelijke regelingen

5

Met vriendelijke groet, Het strategisch beraad van Regio West-Brabant

Paul Depla voorzitter

Erik Kiers directeur-secretaris

Bijlagen: 1. Besluit van het algemeen bestuur gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant van 5 juli 2023 met voorgestelde wijzigingen 2. Complete gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant inclusief voorgestelde wijzigingen met toelichting.

6

VERGELIJK ADVIEZEN UIT CONCEPT NOTA VAN VERBONDEN PARTIJEN EN DOOR AB RWB OP 5 JULI VASTGESTELD ONTWERP 4E WIJZIGING GR RWB 14 09 2023 Onderwerpen benoemd in bijlage1

Keuzevrijheid/in welke mate? Advies concept Nota Verbonden Partijen

Tekst opgenomen in ontwerp 4e wijziging GR RWB?

Aanpassing ontwerp 4e wijziging gewenst?

Zienswijze bij treffen of wijzigen regeling

Nee

De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de colleges van de deelnemende gemeenten.

Nee.

Zienswijze voor besluiten

Ja In de regeling moet bepaald worden voor welke besluiten een zienswijze van de raden wordt gevraagd.

Voor het meerjarenbeleidsplan (actieprogramma) volgen we een zienswijzeprocedure. Dat geldt ook voor de begroting (inclusief de concretisering van het meerjarenbeleidsplan) en voor begrotingswijzigingen die leiden tot een hogere bijdrage per inwoner en die het gevolg zijn van nieuw beleid.

Nee.

Nee, en dat hoeft ook niet: een besluit van het algemeen bestuur volstaat om

Nee.

Advies: over de volgende typen besluiten wordt een zienswijze gevraagd: • bestuursbesluiten met een aanzienlijk financieel belang • politiek gevoelige bestuursbesluiten • meerjarenbeleidsplannen en tussentijdse wijzigingen hiervan (geldt uiteraard alleen voor de gemeenschappelijke regelingen die werken met een meerjarenbeleidsplan). Instellen gemeenschappelijke adviescommissie 1

Ja

Van Concept Nota Verbonden Partijen van 25 juli 2023

Onderwerpen benoemd in bijlage1

Keuzevrijheid/in welke mate? Advies concept Nota Verbonden Partijen

Tekst opgenomen in ontwerp 4e wijziging GR RWB?

Aanpassing ontwerp 4e wijziging gewenst?

Wanneer alle raden dat willen moet het AB van een GR een gemeenschappelijke adviescommissie instellen.

een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen.

In de aanbiedingsbrief wordt deze mogelijkheid wel benoemd (o.a. op verzoek van Mark Buijs/AB).

Ja, formele participatie is niet aan de orde.

Nee.

Advies: adviescommissie instellen bij gemeenschappelijk regelingen die beleidsrijk zijn. Voor de te maken afweging wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze nota. Omdat de Wgr niet gedualiseerd is, is het advies dat de adviescommissie met het bestuur overlegt en op basis hiervan de gemeenteraden van de deelnemers adviseert (en niet het bestuur van de gemeenschappelijke regeling). Afspraken over participatie

Ja Er kan ook gekozen worden voor geen participatie van inwoners en belanghebbenden. Advies: Daar waar de gemeenschappelijke regeling gaat over onderwerpen waar inspraak van inwoners en belanghebbenden gewenst is, de participatie via de gemeenschappelijke regeling regelen. Gaat het om een taak die gericht is op de uitvoering vandoor de gemeente vastgesteld beleid, dan de participatie via de deelnemende gemeenten laten verlopen.

Onderwerpen benoemd in bijlage1

Keuzevrijheid/in welke mate? Advies concept Nota Verbonden Partijen

Tekst opgenomen in ontwerp 4e wijziging GR RWB?

Aanpassing ontwerp 4e wijziging gewenst?

Actieve informatieplicht

Nee De Wgr schrijft voor dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de raad alle inlichtingen geeft die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Ja. Er staat vrij gedetailleerd aangegeven hoe het strategisch beraad een actievere rol gaat nemen in de informatieverstrekking richting raden. O.a. door middel van organisatie van raadsledenbijeenkomsten.

Nee, nu niet. De opgenomen invulling van de actieve informatieplicht is besproken met de drie betrokken griffiers. Maar afwachten of hier reacties op komen en eventueel in definitief wijzigingsvoorstel aanpassen.

Advies: Bepaal als raden gezamenlijk in overleg met de gemeenschappelijke regelingen welke inlichtingen nodig zijn en op welke wijze de raden deze inlichtingen willen ontvangen. De resultaten van dit overleg, leg je vast in een door het bestuur vast te stellen document.

Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies

Ja

Recht van ondervan zoekenquête of recht

Nee . Dit recht ligt vast in artikel 155a Gemeentewet. Nee

Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers

De aanbiedingsbrief gaat in op het voorstel in de Nota Verbonden Partijen: als er een gecoördineerde organisatie van raadsledenbijeenkomsten komt en RWB daar regelmatig een plaats in krijgt, dan hoeven we die niet apart te organiseren. Nee

Nee, kan bij een eventueel instellingsbesluit door het AB bepaald worden.

Nee

Nee

Nee

Nee

De wet geeft aan dat leden van een gemeenschappelijke adviescommissie een vergoeding kunnen krijgen. Enige wat je af moet spreken is de hoogte van de vergoeding.

Dit recht ligt vast in artikel XIa Gemeentewet.

Onderwerpen benoemd in bijlage1

Keuzevrijheid/in welke mate? Advies concept Nota Verbonden Partijen

Tekst opgenomen in ontwerp 4e wijziging GR RWB?

Aanpassing ontwerp 4e wijziging gewenst?

Afspraken over evaluatie

Ja In de gemeenschappelijke regeling moet worden aangegeven of er wel of geen evaluatie plaatsvindt en zo ja met welke frequentie die evaluatie uitgevoerd moet worden.

Ja, in tekstvoorstel maken we onderscheid tussen de vierjaarlijkse evaluatie van het meerjarenbeleidsplan (standaard) en de evaluatie van de werking en het functioneren van de regeling. Tot het laatste kan het algemeen bestuur besluiten. Ook als een gekwalificeerde meerderheid van gemeenten dat wenst, vindt dit plaats.

Nee. In de aanbiedingsbrief staat dat dit een nuancering is van het advies in de Nota Verbonden Partijen.

Aanpassing begrotingscyclus

Advies: in beginsel eenmaal per raadsperiode (dus iedere vier jaar) een evaluatie naar de werkwijze en de bereikte effecten van een gemeenschappelijke regeling uitvoeren. Indien een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten geen behoefte heeft aan een evaluatie kan van een evaluatie worden afgezien. Nee De uiterlijke termijnen liggen vast in de Wgr. Advies: De termijnen niet op te nemen in de gemeenschappelijke regelingen maar te volstaan met de afspraken die in deze nota zijn vastgelegd. In een aantal gevallen (met name bij het aanbieden van de ontwerpbegroting voor een zienswijze en bij het aanbieden van de kaderbrief) is in deze nota de termijn naar 1 februari (voor de kaderbrief) en 1 april (voor de ontwerpbegroting) naar voren gehaald. Omdat het aanpassen van een GR een tijdrovend proces is stellen we

Ja en komen grotendeels overeen met Nee. We kunnen overwegen om geen terdata/termijnen zoals genoemd in de Nota mijnen op te nemen (want de wet is soVerbonden Partijen. De aanbieding van de wieso van toepassing), maar wat er nu in kaderbrief stond al op 1 februari en nu de 4e wijziging staat is wel duidelijk en ook wordt ook de datum voor de ontwerpbe- lange tijd houdbaar. Dus nu niks verandegroting naar voren gehaald: van 15 naar 1 ren aan die tekst en de reacties afwachten. april. Vanaf 1 april rekenen wij met de Kunnen we altijd nog in het definitieve wettelijke zienswijzeperiode van 12 weken voorstel veranderen. NB: de meeste anen dan kom je iets eerder uit dan de 1 juli dere GR-en hebben en houden vast aan die in de Nota Verbonden partijen staat. opname van data en termijnen. Daarnaast maken we toch wel praktische werkafspraken om de besluitvorming voor de zomer af te kunnen ronden.

Onderwerpen benoemd in bijlage1

Keuzevrijheid/in welke mate? Advies concept Nota Verbonden Partijen

Tekst opgenomen in ontwerp 4e wijziging GR RWB?

Aanpassing ontwerp 4e wijziging gewenst?

Ja en deze zijn afgeleid van de afspraken rondom uittreding Tholen.

Nee.

Bepaling opgenomen dat het AB mag besluiten over verhoging van het bedrag/inwoner zonder zienswijzeprocedure.

Nee, laten staan tot er meer zekerheid bestaat over voorstel uit de NVP. In brief aangeven dat de voorgestelde bepaling dan vervalt.

voor te volstaan met de termijnen zoals in deze nota vastgelegd. Afspraken over uittreden opnemen in GR

Nee Deze moeten worden opgenomen in de GR Advies: leg de bepalingen over uittreding vast op basis van staande jurisprudentie en praktijkervaringen.

Extra bepaling in GR RWB: Hoe omgaan met onvoorziene prijsontwikkelingen?

GR heeft hiervoor een algemene reserve.

Bezoekadres: Claudius Prinsenlaan 10 4811 DJ Breda Postadres: Postbus 90156 4800 RH Breda Tel: (076) 529 8110 info@rblwest-brabant.nl www.rblwest-brabant.nl

Uw brief

Datum

-

28 september 2023

Onderwerp

Informatie

Bijlagen

Ontwerpregeling GR School verzuim en VSV

info@RBLWest-Brabant.nl Telefoon: 076-5298110

1.Ontwerpregeling GR Schoolverzuim en VSV 2. Werkdocument was-wordt-lijst

Aan:

Ons kenmerk

De colleges van de gemeenten die deelnemen in de gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten

Geachte mevrouw, mijnheer, Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Als gevolg van deze wetswijziging moeten de bestaande gemeenschappelijke regelingen worden aangepast. Uiterlijk 1 juli 2024 moet de gewijzigde regeling van kracht zijn. Hierbij ontvangt u de door het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan goedgekeurde Ontwerpregeling GR Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten regio West-Brabant. Het verzoek is om uw raad in de gelegenheid te stellen om vóór 1 januari 2024 een zienswijze op de regeling in te dienen. Deze datum is regionaal afgesproken. Bij de totstandkoming van deze ontwerpregeling hebben we ons beperkt tot alleen de wettelijk noodzakelijke wijzigingen. Onze gemeenschappelijke regeling zit op dit moment in een proces van doorontwikkeling. Inhoudelijk gewenste wijzigingen worden in dit proces meegenomen en op een later moment in een nieuwe regeling verwerkt. Er op vertrouwende u in voldoende mate te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,

A.M.A. van Drunen Voorzitter Bestuur Regionaal Bureau Leren West-Brabant

GEERTRUIDENBERG/STEENBERGEN/BAARLE-NASSAU/ROOSENDAAL/RUCPHEN/ALTENA/DRIMMELEN/MOERDIJK/ ALPHEN-CHAAM/ZUNDERT/OOSTERHOUT/BERGEN OP ZOOM/ETTEN-LEUR/WOENSDRECHT/BREDA/HALDERBERGE

Voorstel herziening tekst GR Schoolverzuim en VSV Regio West-Brabant (met toelichting per artikel)

Artikel huidige GR

Herziene tekst

Toelichting

1 Versie 28-09-23

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Definities

Dit artikel wordt op kleine onderdelen

Deze regeling verstaat onder:

In deze regeling wordt verstaan onder:

gewijzigd.

a. de regeling: de

Colleges: colleges van burgemeester

samenwerkingsovereenkomst

en wethouders van de deelnemende

De definities zijn in alfabetische volgorde

Programma schoolverzuim en

gemeenten;

opgenomen conform Idee 47 van 100

Doorstroomcoach (voorheen RMC-

Ideeën voor de gemeentelijke regelgever.

voortijdig schoolverlaten voor de regio

West Brabant;

trajectbegeleider): medewerkers die

b. de uitvoerende gemeente: de

de taken rondom de Doorstroompunt-

De definitie van ‘regeling’ is verwijderd

wetgeving uitvoeren.

omdat met deze definitie de indruk werd

Doorstroompunt (voorheen RMC): dit

gewekt dat er nog een aparte

bestaande uit de gemeenten Alphen-

voert de wettelijke opdracht van

samenwerkingsovereenkomst bestond.

Chaam, Altena, Baarle-Nassau,

gemeenten uit om jongeren die

Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen,

voortijdig de school verlaten in beeld

Met ingang van 1 mei 2023 is er een

Halderberge, Etten-Leur,

te brengen en als dat nodig is,

nieuwe naam voor de Regionale Meld- en

Geertruidenberg, Moerdijk,

begeleiding te bieden;

Coördinatiefunctie (RMC) namelijk

Gemeenschappelijk orgaan: de

Doorstroompunt. In dit artikel wordt deze

Steenbergen, Woensdrecht en

aangewezen leden van het college

wijziging verwerkt.

Zundert.

van burgemeester en wethouders

gemeente Breda c. de regio: de regio West-Brabant

Oosterhout, Roosendaal, Rucphen,

d. de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders. e. gemeenschappelijk orgaan: de

(portefeuillehouders) van de

De term Regionaal Bureau Leerplicht is

deelnemende gemeenten;

gewijzigd in Regionaal Bureau Leren.

Niveau 2-gemeenten: de gemeenten

aangewezen leden van het college

Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda,

van Burgemeester en Wethouders

Drimmelen, Geertruidenberg,

(portefeuillehouders) van de

2 Versie 28-09-23

deelnemende gemeenten f.

uitvoeringsniveau 1: administratie en

Moerdijk, Oosterhout; 

registratie in het kader van toezicht op de naleving van de Leerplichtwet

Etten-Leur, Rucphen, Zundert; 

Regeling: de

en de Regionale Meld- en

samenwerkingsovereenkomst

Coördinatiefunctie, zie artikel 14 lid 1.

Programma schoolverzuim en

g. uitvoeringsniveau 2: overige taken in

voortijdig schoolverlaten voor de regio

het kader van toezicht op de naleving van de Leerplichtwet en de Regionale

West Brabant; 

Regio: de regio West-Brabant

Meld- en Coördinatiefunctie, zie

bestaande uit de gemeenten Alphen-

artikel 14 lid 2.

Chaam, Altena, Baarle-Nassau,

h. uitvoeringsniveau 2A: taken in het

Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen,

kader van toezicht op de naleving van

Halderberge, Etten-Leur,

de leerplicht/kwalificatieplicht voor

Geertruidenberg, Moerdijk,

het MBO-onderwijs voor leerlingen

Oosterhout, Roosendaal, Rucphen,

ingeschreven in de desbetreffende

Steenbergen, Woensdrecht en

gemeente inclusief de Regionale Meld-

Zundert;

en Coördinatiefunctie (deeltaken zoals

Regionaal Bureau Leren: organisatie

genoemd onder uitvoeringsniveau 2

die de gemeenschappelijke regeling

van het Programma schoolverzuim en

uitvoert en die is ondergebracht bij de

voortijdig schoolverlaten West-

gemeente Breda;

Brabant, artikel 14 lid 2). i.

Niveau 2A-gemeenten: de gemeenten

Schriftelijk: hieronder wordt verstaan

Niveau 2-gemeenten: de gemeenten

een getekende verklaring. Deze

Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda,

verklaring kan ook ingescand per e-

Drimmelen, Geertruidenberg,

mailbericht of per fax worden

3 Versie 28-09-23

Moerdijk, Oosterhout. j.

Niveau 2A-gemeenten: de gemeenten

verzonden; 

Etten-Leur, Rucphen, Zundert k. schriftelijk: hieronder wordt verstaan

Uitvoerende gemeente: de gemeente Breda;

Uitvoeringsniveau 1: administratie en

een getekende verklaring. Deze

registratie in het kader van toezicht

verklaring kan ook ingescand per e-

op de naleving van de Leerplichtwet

mailbericht of per fax worden

en de Doorstroompuntfunctie zoals

verzonden.

opgenomen in artikel 14, eerste lid; 

Uitvoeringsniveau 2: overige taken in het kader van toezicht op de naleving van de Leerplichtwet en de Doorstroompuntfunctie zoals opgenomen in artikel 14, tweede lid;

Uitvoeringsniveau 2A: taken in het kader van toezicht op de naleving van de leerplicht/kwalificatieplicht voor het MBO-onderwijs voor leerlingen ingeschreven in de desbetreffende gemeente inclusief de Doorstroompuntfunctie (deeltaken zoals genoemd onder uitvoeringsniveau 2 van het Programma schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten West-

4 Versie 28-09-23

Brabant, artikel 14, tweede lid).

5 Versie 28-09-23

Artikel 2 Toedeling bevoegdheden

Artikel 2 Toedeling bevoegdheden

In dit artikel worden alleen technische

1. De colleges van burgemeester en

1. De colleges mandateren de

wijzigingen aangebracht.

wethouders van de gemeenten uit de

bevoegdheden op het gebied van

regio mandateren de bevoegdheden

uitvoeringsniveau 1 (registratie,

Met ingang van 1 mei 2023 is er een

op het gebied van uitvoeringsniveau 1

artikel 19 Leerplichtwet 1969) die aan

nieuwe naam voor de Regionale Meld- en

(registratie, art. 19 Leerplichtwet

hen zijn toegekend in het kader van

Coördinatiefunctie (RMC) namelijk

1969) die aan hen zijn toegekend in

het toezicht op de naleving van de

Doorstroompunt. In dit artikel wordt deze

het kader van het toezicht op de

Leerplichtwet 1969 en de registratie

wijziging verwerkt.

naleving van de Leerplichtwet 1969

van voortijdig schoolverlaters in het

en de registratie van voortijdig

kader van de Doorstroompuntfunctie

schoolverlaters in het kader van de

aan het gemeenschappelijk orgaan.

Regionale Meld- en Coördinatiefunctie

De gemeente Breda is de gemeente

aan het gemeenschappelijk orgaan.

die de taken zal uitvoeren.

De gemeente Breda is de gemeente

2. De colleges van de Niveau 2-

die de taken zal uitvoeren. 2. De colleges van burgemeester en

gemeenten mandateren de bevoegdheden, conform

wethouders van de Niveau 2-

uitvoeringsniveau 2 zoals beschreven

gemeenten mandateren de

in artikel 14, die aan hen zijn

bevoegdheden, conform

toegekend in het kader van het

uitvoeringsniveau 2 zoals beschreven

toezicht op de naleving van de

in artikel 14, die aan hen zijn

Leerplichtwet 1969 aan het

toegekend in het kader van het

gemeenschappelijk orgaan. De

toezicht op de naleving van de

gemeente Breda is de gemeente die

Leerplichtwet 1969 aan het

6 Versie 28-09-23

gemeenschappelijk orgaan. De gemeente Breda is de gemeente die de taken zal uitvoeren.

de taken zal uitvoeren. 3. De colleges van de Niveau 2Agemeenten mandateren de

3. De colleges van burgemeester en

bevoegdheden, conform

wethouders van de Niveau 2A-

uitvoeringsniveau 2A zoals

gemeenten mandateren de

beschreven in artikel 14, die aan hen

bevoegdheden, conform

zijn toegekend in het kader van het

uitvoeringsniveau 2A zoals

toezicht op de naleving van de

beschreven in artikel 14, die aan hen

Leerplichtwet 1969 aan het

zijn toegekend in het kader van het

gemeenschappelijk orgaan. De

toezicht op de naleving van de

gemeente Breda is de gemeente die

Leerplichtwet 1969 aan het

de taken zal uitvoeren.

gemeenschappelijk orgaan. De

4. De colleges van de Niveau 2-

gemeente Breda is de gemeente die

gemeenten en de Niveau 2A-

de taken zal uitvoeren.

gemeenten staan toe dat het

4. De colleges van burgemeester en

gemeenschappelijk orgaan voor de

wethouders van de Niveau 2-

gemandateerde bevoegdheden

gemeenten en de Niveau 2A-

ondermandaat verleent, met

gemeenten staan toe dat het

uitzondering van de bevoegdheid tot

gemeenschappelijk orgaan voor de

het aanwijzen van ambtenaren die

gemandateerde bevoegdheden

toezien op de naleving van de

ondermandaat verleent, met

Leerplichtwet 1969 en het wijzigen

uitzondering van de bevoegdheid tot

van de instructie

het aanwijzen van ambtenaren die

leerplichtambtenaren en

toezien op de naleving van de

7 Versie 28-09-23

Leerplichtwet 1969 en het wijzigen van de instructie

Doorstroomcoach. 5. De colleges verlenen hierbij aan de

leerplichtambtenaren en RMC-

door hen aangewezen

functionaris.

portefeuillehouder, mandaat tot het

5. De colleges van burgemeester en

nemen van besluiten met betrekking

wethouders van de gemeenten uit de

tot de taakuitvoering van het

regio verlenen hierbij aan de door

Programma Schoolverzuim en

haar aangewezen portefeuillehouder,

Voortijdig Schoolverlaten. Het

mandaat tot het nemen van besluiten

mandaat geldt onder de voorwaarden

met betrekking tot de taakuitvoering

dat de portefeuillehouder binnen de

van het Programma Schoolverzuim en

dan geldende kaders en begroting

Voortijdig Schoolverlaten, e.e.a.

blijft en dat van het mandaat alleen

binnen de dan geldende kaders en

gebruik gemaakt kan worden in het

begroting, waarvan alleen gebruik

regionale portefeuillehoudersoverleg.

gemaakt kan worden in het regionale portefeuillehoudersoverleg.

8 Versie 28-09-23

Artikel 3 Belang

Artikel 3 Belang

In dit artikel worden alleen technische

De gemeenschappelijke regeling is

De gemeenschappelijke regeling is

wijzigingen aangebracht.

aangegaan met als doel het behartigen

aangegaan met als doel het behartigen

van de belangen van de deelnemende

van de belangen van de deelnemende

Met ingang van 1 mei 2023 is er een

gemeenten op het gebied van de

gemeenten op het gebied van de

nieuwe naam voor de Regionale Meld- en

uitvoering van de Leerplichtwet 1969 en

uitvoering van de Leerplichtwet 1969 en

Coördinatiefunctie (RMC) namelijk

de Regionale Meld en Coördinatiefunctie.

de Doorstroompuntfunctie.

Doorstroompunt. In dit artikel wordt deze wijziging verwerkt.

Artikel 4 Samenstelling

Artikel 4 Samenstelling

In dit artikel wordt alleen een technische

gemeenschappelijk orgaan en plaats

gemeenschappelijk orgaan en plaats

wijziging aangebracht.

van vestiging

van vestiging

1. Het gemeenschappelijk orgaan

1. Het gemeenschappelijk orgaan

In het eerste lid wordt ‘het college van

bestaat uit de aangewezen leden van

bestaat uit de aangewezen leden van

Burgemeester en Wethouders

het college van Burgemeester en

de colleges van alle deelnemende

(portefeuillehouders) vervangen door ‘de

Wethouders (portefeuillehouders) van

gemeenten.

colleges’.

alle deelnemende gemeenten.

2. Het gemeenschappelijk orgaan wijst

2. Het gemeenschappelijk orgaan wijst

uit zijn midden een voorzitter aan,

uit zijn midden een voorzitter aan, alsmede een plaatsvervanger.

alsmede een plaatsvervanger. 3. De leden van het gemeenschappelijk

3. De leden van het gemeenschappelijk

orgaan hebben, onverminderd het

orgaan hebben, onverminderd het

bepaalde in de leden 6 tot en met 9,

bepaalde in de leden 6 tot en met 9,

zitting gedurende de zittingsperiode

9 Versie 28-09-23

zitting gedurende de zittingsperiode van de gemeenteraad. 4. De leden van het gemeenschappelijk

van de gemeenteraad. 4. De leden van het gemeenschappelijk orgaan treden af op de dag waarop de

orgaan treden af op de dag waarop de

leden van de raden van de

leden van de raden van de

gemeenten aftreden, maar houden

gemeenten aftreden, maar houden

zitting totdat in de opvolging is

zitting totdat in de opvolging is

voorzien.

voorzien. 5. Een lid dat tussentijds ophoudt lid van

5. Een lid dat tussentijds ophoudt lid van het college te zijn, houdt daarmee

het college te zijn, houdt daarmee

tevens op lid te zijn van het

tevens op lid te zijn van het

gemeenschappelijk orgaan. Dit geldt

gemeenschappelijk orgaan. Dit geldt

ook voor de voorzitter.

ook voor de voorzitter. 6. Een lid dat ter vervulling van een

6. Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het

tussentijdse vacature als lid van het

gemeenschappelijk orgaan wordt

gemeenschappelijk orgaan wordt

benoemd, treedt af op het tijdstip

benoemd, treedt af op het tijdstip

waarop degene in wiens plaats dit lid

waarop degene in wiens plaats dit lid

is benoemd, zou hebben moeten

is benoemd, zou hebben moeten

aftreden.

aftreden. 7. Een lid dat tussentijds ontslag neemt,

7. Een lid dat tussentijds ontslag neemt, stelt de voorzitter van het

stelt de voorzitter van het

gemeenschappelijk orgaan alsmede

gemeenschappelijk orgaan alsmede

het college dat hem heeft

het college dat hem heeft

aangewezen, hiervan op de hoogte.

aangewezen, hiervan op de hoogte.

8. Leden van het gemeenschappelijk

10 Versie 28-09-23

8. Leden van het gemeenschappelijk

orgaan die ontslag hebben genomen,

orgaan die ontslag hebben genomen,

behouden hun lidmaatschap totdat in

behouden hun lidmaatschap totdat in

hun opvolging is voorzien.

hun opvolging is voorzien.

9. De aanwijzing voor de vervulling van

9. De aanwijzing voor de vervulling van

plaatsen die zijn opengevallen, vindt

plaatsen die zijn opengevallen, vindt

binnen twee maanden plaats door het

binnen twee maanden plaats door het

college die het aangaat.

college die het aangaat. 10. De plaats van vestiging als bedoeld in

10. De plaats van vestiging als bedoeld in artikel 10, derde lid, Wet

artikel 10, derde lid, Wet

gemeenschappelijke regelingen, is

gemeenschappelijke regelingen, is

Breda.

Breda.

11 Versie 28-09-23

Artikel 5 Bevoegdheden van het

Artikel 5 Bevoegdheden van het

In dit artikel worden alleen technische

gemeenschappelijk orgaan

gemeenschappelijk orgaan

wijzigingen aangebracht.

Het gemeenschappelijk orgaan is

1. Het gemeenschappelijk orgaan is

bevoegd om beslissingen te nemen

bevoegd om beslissingen te nemen

Met ingang van 1 mei 2023 is er een

omtrent:

over:

nieuwe naam voor de Regionale Meld- en

toetreding van gemeenten;

a. toetreding van gemeenten;

Coördinatiefunctie (RMC) namelijk

vaststellen jaarlijkse realisatie en

b. vaststellen jaarlijkse realisatie en

Doorstroompunt. In dit artikel wordt deze

begroting;

begroting; 

eens per 4 jaar vaststellen van het

c. eens per 4 jaar vaststellen van het programma;

programma; 

vaststelling van het

d. vaststellen van het

leerplichtjaarverslag en de

leerplichtjaarverslag en de

effectrapportage en aanbieden aan

effectrapportage en aanbieden aan

gemeenten;

gemeenten;

vaststellen van de instructie

e. vaststellen van de instructie

leerplichtambtenaar en RMC-

leerplichtambtenaar en

functionaris;

Doorstroomcoach;

alle aspecten waarin bij de

f.

alle aspecten waarin bij de

bevoegdheden van de leidinggevende

bevoegdheden van de

van het Programma niet is voorzien.

leidinggevende van het Regionaal

Aan het gemeenschappelijk orgaan komen in het kader van deze regeling alle

wijziging verwerkt.

Bureau Leren niet is voorzien. 2. Aan het gemeenschappelijk orgaan

bevoegdheden toe, voor zover die niet

komen in het kader van deze regeling

aan een ander orgaan zijn opgedragen.

alle bevoegdheden toe, voor zover die

12 Versie 28-09-23

niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.

13 Versie 28-09-23

Artikel 6 Werkwijze van het

Artikel 6 Werkwijze van het

In dit artikel worden alleen technische

gemeenschappelijk orgaan

gemeenschappelijk orgaan

wijzigingen aangebracht.

1. Het gemeenschappelijk orgaan

1. Het gemeenschappelijk orgaan

vergadert jaarlijks ten minste 4 maal

vergadert jaarlijks ten minste vier

De term Regionaal Bureau Leerplicht is

en voorts zo vaak als de voorzitter dat

maal en voorts zo vaak als de

gewijzigd in Regionaal Bureau Leren.

nodig oordeelt of ten minste twee

voorzitter dat nodig oordeelt of ten

leden daarom schriftelijk en met

minste twee leden daarom schriftelijk

Daarnaast wordt een aantal kleine

opgaaf van redenen verzoeken. Een

en met opgaaf van redenen

aanpassingen voorgesteld die de

of meer vergaderdata gaan vooraf

verzoeken. Een of meer vergaderdata

leesbaarheid verbeteren.

aan het aanleveren van de kaderbrief

gaan vooraf aan het aanleveren van

en de concept-begroting.

de kaderbrief en de concept-

2. Eenmaal per vier jaar wordt het door de leidinggevende van het Regionaal

begroting. 2. Eenmaal per vier jaar wordt het door

Bureau Leerplicht ingediende

de leidinggevende van het Regionaal

programma vastgesteld.

Bureau Leren ingediende programma

3. In het gemeenschappelijk orgaan is

vastgesteld.

het streven om zo veel mogelijk

3. In het gemeenschappelijk orgaan is

unanieme besluiten te nemen.

het streven om zo veel mogelijk

4. Er worden geen besluiten genomen,

unanieme besluiten te nemen.

indien minder dan twee derde van de

4. Er worden geen besluiten genomen,

deelnemende gemeenten

als minder dan twee derde van de

vertegenwoordigd is.

deelnemende gemeenten

5. Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen,

vertegenwoordigd is. 5. Besluiten worden genomen bij

14 Versie 28-09-23

waarbij elk lid een stem heeft. 6. Als de stemmen staken wordt het

gewone meerderheid van stemmen, waarbij elk lid een stem heeft.

voorstel geacht te zijn verworpen.

6. Als de stemmen staken wordt het

7. Het gemeenschappelijk orgaan kan

voorstel geacht te zijn verworpen.

ook buiten vergadering besluiten

7. Het gemeenschappelijk orgaan kan

nemen, mits alle leden van het

ook buiten vergadering besluiten

gemeenschappelijk orgaan in de

nemen, mits alle leden van het

gelegenheid zijn gesteld schriftelijk

gemeenschappelijk orgaan in de

hun stem uit te brengen en zij zonder

gelegenheid zijn gesteld schriftelijk

voorbehoud met het voorstel hebben

hun stem uit te brengen en zij zonder

ingestemd. Van een aldus genomen

voorbehoud met het voorstel hebben

besluit wordt onder bijvoeging van de

ingestemd. Van een aldus genomen

ingekomen antwoorden een relaas

besluit wordt onder bijvoeging van de

opgemaakt, dat na

ingekomen antwoorden een relaas

medeondertekening door de voorzitter

opgemaakt, dat na

bij de notulen wordt gevoegd.

medeondertekening door de voorzitter

8. Besluiten van het gemeenschappelijk orgaan worden ondertekend door de voorzitter. 9. De voorzitter roept de leden schriftelijk op tot de vergadering.

bij de notulen wordt gevoegd. 8. Besluiten van het gemeenschappelijk orgaan worden ondertekend door de voorzitter. 9. De voorzitter roept de leden schriftelijk op tot de vergadering.

15 Versie 28-09-23

Artikel 7 Inlichtingen,

Artikel 7 Inlichtingen,

In dit artikel wordt een nieuw tweede lid

verantwoording en ontslag

informatieplicht, verantwoording en

toegevoegd. Er wordt geregeld in welke

1. Het gemeenschappelijk orgaan geeft

ontslag

gevallen het gemeenschappelijk orgaan

1. Het gemeenschappelijk orgaan geeft

actief informatie aan de raden moet

aan de colleges dan wel aan de raden van de deelnemende gemeenten

aan de colleges dan wel aan de raden

schriftelijk, zo spoedig mogelijk alle

van de deelnemende gemeenten

inlichtingen, die door één of meer

schriftelijk, zo spoedig mogelijk alle

leden van die colleges dan wel van die

inlichtingen, die door één of meer

raden worden verlangd.

leden van die colleges dan wel van die

2. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan is verantwoording

raden worden verlangd. 2. Als zich een situatie voordoet die leidt

verschuldigd aan het college dat hem

tot een extra bijdrage van de

heeft aangewezen, dan wel aan de

deelnemende gemeenten, deelt het

raad van die gemeente, voor het door

gemeenschappelijk orgaan deze

hem in het gemeenschappelijk orgaan

situatie onverwijld schriftelijk mee

gevoerde beleid en wel binnen drie

aan de raden van de deelnemende

maanden nadat dit gevraagd wordt

gemeenten.

door het betrokken college dan wel

3. Een lid van het gemeenschappelijk

door de raad op de wijze zoals dit

orgaan is verantwoording

wordt verlangd.

verschuldigd aan het college dat hem

3. Een verzoek om inlichtingen te

verstrekken.

heeft aangewezen, dan wel aan de

verschaffen en/of verantwoording af

raad van die gemeente, voor het door

te leggen kan uitsluitend worden

hem in het gemeenschappelijk orgaan

geweigerd indien dit in strijd zal zijn

gevoerde beleid en wel binnen drie

16 Versie 28-09-23

met de belangen genoemd in artikel

maanden nadat dit gevraagd wordt

16, vijfde lid, van de Wet

door het betrokken college dan wel

gemeenschappelijke regelingen.

door de raad op de wijze zoals dit

4. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan dat niet langer het vertrouwen

wordt verlangd. 4. Een verzoek om inlichtingen te

geniet van het college dat hem heeft

verschaffen en/of verantwoording af

aangewezen, kan door het college

te leggen kan uitsluitend worden

worden ontslagen. In dat geval draagt

geweigerd indien dit in strijd zal zijn

het college er zorg voor dat zo

met de belangen genoemd in artikel

spoedig mogelijk een nieuw lid wordt

16, vijfde lid, van de Wet

aangewezen.

gemeenschappelijke regelingen.

5. Het gemeenschappelijk orgaan geeft

5. Een lid van het gemeenschappelijk

aan de rekenkamercommissie(s) van

orgaan dat niet langer het vertrouwen

de deelnemende gemeenten

geniet van het college dat hem heeft

afzonderlijk en in samenwerking alle

aangewezen, kan door het college

informatie die voor de wettelijke

worden ontslagen. In dat geval draagt

taakuitoefening nodig is.

het college er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen. 6. Het gemeenschappelijk orgaan geeft aan de rekenkamercommissie(s) van de deelnemende gemeenten afzonderlijk en in samenwerking alle informatie die voor de wettelijke

17 Versie 28-09-23

taakuitoefening nodig is.

18 Versie 28-09-23

Artikel 8 Uitvoerende gemeente

Artikel 8 Uitvoerende gemeente

1. De uitvoerende gemeente is belast

1. De uitvoerende gemeente is belast

Dit artikel wordt gewijzigd.

met de volgende taken:

met de volgende taken:

Met ingang van 1 mei 2023 is er een

a. de gemeentelijke leerplicht en

a. de gemeentelijke leerplicht en

nieuwe naam voor de Regionale Meld- en

RMC- taken uitvoeringsniveau 1

Doorstroompunt-taken

Coördinatiefunctie (RMC) namelijk

zoals bedoeld in artikel 14 lid 1;

uitvoeringsniveau 1 zoals bedoeld

Doorstroompunt. In dit artikel wordt deze

in artikel 14 lid 1;

wijziging verwerkt.

b. de gemeentelijke leerplicht en RMC- taken uitvoeringsniveau 2

b. de gemeentelijke leerplicht en

zoals bedoeld in artikel 14 lid 2,

Doorstroompunt-taken

Daarnaast wordt het huidige eerste lid,

uitsluitend voor de Niveau 2-

uitvoeringsniveau 2 zoals bedoeld

onder j, verwijderd omdat dit in strijd is

gemeenten;

in artikel 14 lid 2, uitsluitend voor

met artikel 9, derde lid.

c. de gemeentelijke leerplicht en RMC-taken uitvoeringsniveau 2A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13450311/1