Bijlage A rapportage fase 2 vitaliteitscentrum Park Veldzicht
Tekst van het document
5.2. SOCIAAL, EDUCATIEF EN CREATIEF PROGRAMMA De tweede pijler richt zich op ontmoeten, meedoen en leren, voor inwoners van alle leeftijden. Park Veldzicht wordt een plek waar mensen kennis delen, nieuwe vaardigheden ontdekken en met én van elkaar leren in een toegankelijke en informele omgeving. De pijler sluit direct aan bij de dimensies meedoen, zingeving en kwaliteit van leven uit Positieve Gezondheid. Een inclusieve plek voor iedereen Park Veldzicht wordt ingericht als een open en gastvrije omgeving waar iedereen kan binnenlopen, ongeacht leeftijd, achtergrond of ondersteuningsvraag. Jongeren, volwassenen en ouderen kunnen elkaar hier ontmoeten en deelnemen aan activiteiten die passen bij hun eigen tempo en interesse. De laagdrempeligheid is een belangrijk uitgangspunt: het centrum voelt niet als een voorziening, maar als een gemeenschappelijke plek van en voor inwoners. Ontmoetingshoreca – een warme, laagdrempelige huiskamer Een kleine, ondersteunende horecavoorziening kan deze pijler versterken. Dit gaat nadrukkelijk niet om commerciële horeca, maar om functies zoals:
- Een koffie- en ontmoetingspunt; - Een leescafé als onderdeel van bibliotheekachtige functies; - Een plek waar vrijwilligers of deelnemers kunnen koken en samen eten; - Ondersteunende horeca bij activiteiten, workshops of ontmoetingsprogramma’s. Ontmoetingshoreca werkt als sociaal cement: mensen blijven langer, ontmoeten vanzelf anderen en activiteiten krijgen een natuurlijke plek om te landen. Leren door te doen – een praktijkgerichte leeromgeving Onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties en lokale initiatieven zien mogelijkheden voor: - Maatschappelijke stages; - Leer-werktrajecten; - Praktijkopdrachten voor MBO/HBO; - Intergenerationele projecten waarin jong en oud samenwerken. Het terrein wordt zo een communitylearning plek, waar leren niet alleen in klaslokalen gebeurt, maar midden in het dagelijks leven. Jongeren kunnen er praktijkervaring opdoen, terwijl ouderen hun kennis en levenservaring inzetten of simpelweg gezelschap vinden. Creativiteit, cultuur & expressie Naast leren en ontmoeten is er ruimte voor creatieve en kunstzinnige activiteiten die bijdragen aan
- 30 -
persoonlijke ontwikkeling en zingeving. Denk aan: - Workshops of ateliers voor kunst, muziek of ambacht; - Samen culturele projecten maken; - Kleine buurtgerichte optredens of exposities. Deze activiteiten passen bij de ‘Brein’benadering: ze stimuleren verbeelding, reflectie, creativiteit en sociale verbinding. Samen leren, samen leven Door sociaal, educatief en creatief programma met elkaar te verweven ontstaat een dynamische omgeving waar inwoners niet alleen ondersteuning krijgen, maar ook zelf bijdragen. Het versterkt sociale cohesie, vermindert eenzaamheid en biedt een natuurlijke brug tussen verschillende generaties.
5.3. ZINGEVING, CULTUUR & PERSOONLIJKE ONTWIKKELING Deze pijler richt zich op betekenis, identiteit en het versterken van de verbinding tussen mens, plek en gemeenschap. Park Veldzicht kan een laagdrempelige omgeving bieden waar mensen kunnen reflecteren, vieren, herinneren en zich laten inspireren. Dit draagt bij aan de dimensies zingeving en kwaliteit van leven binnen Positieve Gezondheid.
In deze pijler gaat het om activiteiten zoals:
ruimte, natuur en een setting die van zichzelf al gezond en herstellend werkt.
- Kleinschalige culturele of educatieve presentaties, binnen of in de buitenruimte, waarin verhalen, geschiedenis en omgeving samenkomen. - Momenten van bezinning of viering, georganiseerd door verschillende levensbeschouwelijke of maatschappelijke initiatieven. - Workshops en activiteiten gericht op persoonlijke ontwikkeling, bijvoorbeeld rondom mindfulness, stilte, expressie of betekenisvolle gesprekken. - Ruimte voor ontmoeting en reflectie, zoals een stille plek, een verhalenroute of plekken waar de geschiedenis van het gebied zichtbaar wordt gemaakt.
Binnen het concept Brein fungeert deze Groene Oase-filosofie als drager van het dagelijks functioneren: een omgeving die helpt om te ontspannen, focus te vinden, structuur te ervaren en vanuit energie mee te doen.
Deze functies versterken de emotionele en mentale vitaliteit van inwoners en geven Park Veldzicht een herkenbare, betekenisvolle identiteit — zonder dat het een formeel museum of cultureel instituut hoeft te worden.
5.4. NATUUR, BEWEGEN EN AGRARISCH LEVEN De vierde pijler vormt de fysieke en zintuiglijke basis van het concept. Park Veldzicht ligt in een groene, open omgeving die uitnodigt tot bewegen, ontdekken en tot rust komen. De plek ademt de kwaliteiten van wat in fase 01 de Groene Oase werd genoemd: rust,
Inwoners kunnen hier onder andere: - Bewegen in het groen, via wandelroutes, zachte sportvormen, beweegpunten en balanspaden die bijdragen aan vitaliteit en mentaal welbevinden; - De natuur beleven en begrijpen, door tuin- en dieractiviteiten, natuureducatie en programma’s die aansluiten bij het agrarische karakter van Altena; - Ontspannen en herstellen, met rustige zitplekken, stilte plekken en groene zones die ruimte bieden voor reflectie en mentale balans; - Meedoen aan kleinschalige recreatieve activiteiten, zoals timmerdorp, seizoensactiviteiten, buitendagen en tijdelijke speel- en beweegprojecten; - Profiteren van gezonde routes, die op termijn kunnen worden verbonden met veilige wandel- en fietsverbindingen naar de omliggende kernen. De groene setting maakt het tevens mogelijk om preventieve en
- 31 -
herstelgerichte beweegprogramma’s uit andere pijlers, zoals valpreventie, mobiliteit of balans, te koppelen aan de buitenruimte. Zo wordt het landschap een gezonde leef- omgeving: een plek waar natuur, gezondheid, recreatie en gemeenschapsleven elkaar versterken — precies de essentie van de groene kwaliteiten die Park Veldzicht uniek maken.
5.5. DE INTEGRALE WAARDE VAN HET CONCEPT Het concept voor Park Veldzicht bestaat uit vier pijlers, maar in de praktijk werken deze voortdurend samen. Juist die samenhang maakt de plek waardevol. Activiteiten op het gebied van gezondheid, leren, ontmoeting, cultuur en natuur versterken elkaar en vormen samen een dagelijkse, herkenbare en toegankelijke omgeving voor inwoners. Park Veldzicht wordt daarmee geen verzameling losse initiatieven, maar één plek waar inwoners kunnen bewegen, leren, elkaar ontmoeten, ondersteuning vinden en betekenis ervaren. De groene buitenruimte is daarbij de verbindende basis: een rustige omgeving die gezond gedrag en ontmoeting vanzelf stimuleert. De gesprekken met organisaties laten zien dat vooral lichte, preventieve en
- 32 -
activerende functies logisch op deze locatie passen. Zwaardere zorg en eerstelijnszorg horen dichtbij mensen in de kernen, maar projectmatige samenwerking, specialistische programma’s en gemeenschapsgerichte activiteiten kunnen juist wél goed landen op Park Veldzicht. Dat helpt om de ontwikkeling realistisch en uitvoerbaar te houden. De gemeente heeft hierin een duidelijke rol: richting geven, kaders stellen en partnernetwerken versterken, zonder het initiatief te verengen tot één sector of één aanbieder. Park Veldzicht groeit juist door samenwerking tussen meerdere partijen die hun eigen bijdrage leveren. Door deze integrale opzet wordt Park Veldzicht een praktische en zichtbare uitwerking van de Altena-ambitie voor vitaliteit: een plek waar sociaal en fysiek domein samenkomen en waar inwoners, organisaties en gemeente samen bouwen aan een gezonde en sterke gemeenschap.
5.6. CONCLUSIE CONCEPTFASE De conceptfase laat zien dat de ontwikkeling van Park Veldzicht inhoudelijk kansrijk, breed gedragen en realistisch uitvoerbaar is, mits dit gebeurt binnen duidelijke kaders en met een gefaseerde aanpak. De vijf pijlers vormen samen een concrete structuur waaraan partners hun bijdrage herkennen: gezondheid & leefstijl, sociaal & educatief, zingeving & cultuur, natuur & bewegen, en onderzoek & leren. Op basis van de gesprekken is duidelijk dat deze pijlers een stevig fundament vormen. De verdere uitwerking per pijler volgt in fase 03, waar het programma kan worden verdiept en aangevuld met partijen die via een transparant proces worden geselecteerd. Zo blijft de koers helder, maar blijft de uitvoering voldoende flexibel om in te spelen op nieuwe inzichten en kansen. In fase 03 worden deze pijlers vertaald naar: - Programma per pijler (activiteiten, doelgroepen, functies); - Een ruimtelijke vertaling in zones, krachtige plekken en fasering; - Samenwerkingsafspraken met kernpartners en toekomstige gebruikers; - De maatschappelijke businesscase voor besluitvorming. Met dit richtinggevende concept ligt er een heldere, onderbouwde en uitvoerbare koers voor de verdere ontwikkeling van Park Veldzicht.
- 33 -
6.
ONTWIKKELSTRATEGIEËN
- 34 -
6.1. SCENARIO 01 : LEEGSTANDSBEHEER In dit scenario kiest de gemeente voor minimale betrokkenheid. De regie beperkt zich tot technisch beheer, basisveiligheid en het voorkomen van verval. Er worden geen programmatische ambities nagestreefd en er vindt geen actieve samenwerking plaats met maatschappelijke partners. De bestuurlijke en financiële risico’s zijn laag en goed voorspelbaar. De keerzijde is dat er nauwelijks maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd. Het terrein blijft grotendeels ongebruikt en levert geen zichtbare bijdrage aan gezondheid, participatie of leefbaarheid. Er ontstaat geen dynamiek, geen partner netwerk en geen basis voor toekomstige ontwikkeling. Huidig gebruik kan uitsluitend worden voortgezet binnen bestaande rechten, zonder ruimte voor vernieuwing of uitbreiding. Daarmee ontbreekt een toekomstperspectief voor de locatie. Vanuit maatschappelijk oogpunt is dit het minst renderende scenario.
Kostenstructuur scenario 01: Bij leegstandsbeheer blijven de kosten beperkt tot het in stand houden van de locatie. Ze bestaan voornamelijk uit basis beheer, veiligheid en beperkt onderhoud. De jaarlijkse kosten bedragen circa € 10.000 per jaar, uitgaande van uitsluitend correctief onderhoud en basisveiligheid. Er zijn geen inkomsten en geen investeringen voorzien.
6.2. SCENARIO 02: TIJDELIJK GEBRUIK EN/OF PLACEMAKING In dit scenario kiest de gemeente voor een activerende en uitnodigende rol. Park Veldzicht wordt toegankelijk gemaakt met lichte, tijdelijke en schaalbare voorzieningen die ruimte bieden voor ontmoeting, beweging, natuurbeleving en kleinschalige programmering. De gemeente stelt kaders, faciliteert initiatieven en stimuleert samenwerking, zonder grote of onomkeerbare investeringen aan te gaan. Scenario 02 fungeert nadrukkelijk ook als verkennende fase. Naast activering van het terrein wordt onderzocht welke programma’s aanslaan, welke partners willen en kunnen bijdragen en welke
- 35 -
ruimtelijke en organisatorische randvoorwaarden nodig zijn voor mogelijke vervolgstappen. De bestuurlijke risico’s blijven beheersbaar doordat activiteiten tijdelijk zijn en investeringen beperkt. De maatschappelijke waarde groeit in deze fase relatief snel: het terrein wordt zichtbaar en betekenisvol voor inwoners en vormt een eerste voedingsbodem voor netwerkvorming en lokaal eigenaarschap. Kostenstructuur scenario 02: De kosten voor scenario 02 bestaan uit een samenstel van proceskosten, tijdelijke voorzieningen en verkennende onderzoeken. Uitgaande van een looptijd van circa één jaar bedraagt het totale benodigde budget circa € 220.000, opgebouwd uit: • Inzet kwartiermaker (circa € 50.000 per jaar); • Inzet projectleider (circa € 50.000 per jaar); • Tijdelijke voorzieningen en terreinactivering (circa € 25.000); • Lichte programmering en ondersteuning van initiatieven; • Verkennende onderzoeken, schetsontwerpen en businesscase-uitwerking (circa € 80.000);
• Beperkte vergoedingen aan deelnemende partners ter dekking van hun verkenningskosten. Er wordt in deze fase niet uitgegaan van structurele inkomsten. Eventuele incidentele opbrengsten worden ingezet ter dekking van aanvullende programma- of beheerkosten en leiden niet tot structurele verlaging van de gemeentelijke inzet.
6.3. SCENARIO 03: ORGANISCHE PROJECTONTWIKKELING In dit scenario kan Park Veldzicht zich stapsgewijs ontwikkelen tot een herkenbare maatschappelijke voorziening, met behoud van gemeentelijk eigenaarschap over grond en opstallen. De ontwikkeling is organisch en adaptief: programma en bebouwing groeien mee met het gebruik. Initiatieven die goed functioneren kunnen worden verdiept of verduurzaamd, terwijl minder passende activiteiten geleidelijk afvallen. Een belangrijk uitgangspunt is dat deze ontwikkeling gefaseerd en voorwaardelijk plaatsvindt. De mogelijke ruimtelijke ontwikkeling is daarbij indicatief als volgt opgebouwd: - Fase 01: nieuwbouw van circa 400 m² BVO;
- Fase 02: sloop-nieuwbouw van circa 600 m² BVO. Een eventuele aanvullende nieuwbouw (circa 620 m² BVO, oorlogsmuseum Veen) valt nadrukkelijk buiten de scope van deze fase.
op bouw, investeringen of een definitief uitvoeringsmodel. Pas op basis van deze ervaringen kan de raad besluiten of en hoe wordt doorgegaan naar scenario 04.
Binnen dit scenario wordt onderscheid gemaakt tussen juridisch eigenaarschap enerzijds en programmatisch en operationeel eigenaarschap anderzijds. De gemeente blijft juridisch eigenaar en borgt publieke waarden, beleidskaders en randvoorwaarden. Tegelijkertijd kan het eigenaarschap in uitvoering, beheer en programmering stap voor stap verschuiven naar maatschappelijke partners, afhankelijk van bewezen samenwerking en draagkracht.
De hieronder genoemde bedragen geven een indicatief beeld van de mogelijke financiële consequenties bij volledige uitvoering van scenario 03. Deze investeringen maken geen onderdeel uit van het besluit om fase 03 te starten, maar dienen om de raad inzicht te geven in de orde van grootte en het risicoprofiel van dit ontwikkelpad.
De inzet van een kwartiermaker is gericht op het versterken van samenwerking en programmatische ontwikkeling; een projectleider bewaakt de ruimtelijke, juridische en organisatorische samenhang. De gemeente houdt regie op proces, kwaliteit en fasering via vastgestelde kaders en periodieke bestuurlijke besluitvorming. Scenario 03 vormt nadrukkelijk een tussenfase. In deze fase wordt in de praktijk ervaring opgedaan met samenwerking, schaal en exploitatie, zonder dat de gemeente zich vastlegt
- 36 -
Kostenstructuur scenario 03
De totale investering (grondexploitatie en opstal exploitatie gezamenlijk) bedraagt indicatief circa € 4,3 miljoen, met een bandbreedte van € 3,4 tot € 5,2 miljoen, afhankelijk van fasering en uitwerking. De huuropbrengsten zijn ontoereikend om de stichtingskosten volledig te dekken. Het geraamde gemeentelijke tekort bedraagt indicatief circa € 1,6 miljoen, met een bandbreedte tussen € 0,7 en € 2,5 miljoen bij gefaseerde ontwikkeling: - Fase 01 (400 m² BVO): investering circa € 1,7 miljoen, tekort circa € 0,6 miljoen; - Fase 02 (600 m² BVO): investering circa € 2,5 miljoen, tekort circa € 1,0 miljoen.
- Naast deze eventuele investeringen is structurele inzet nodig voor programmatische en organisatorische aansturing, waaronder een kwartiermaker (circa € 50.000 per jaar).
6.4. SCENARIO 04: GEBIEDSONTWIKKELING Wanneer in eerdere fasen voldoende draagvlak, samenwerkingservaring en bestuurlijk vertrouwen zijn opgebouwd, kan Park Veldzicht zich ontwikkelen tot een structureel Vitaliteitscentrum. Scenario 04 beschrijft de mogelijke eindfase van de ontwikkeling. Het betreft nadrukkelijk een toekomstig perspectief, dat pas aan de orde is nadat Fase 03 is afgerond en de raad daar expliciet toe besluit. Binnen scenario 04 worden twee varianten onderscheiden, die vooral verschillen in de rol van de gemeente en in de verdeling van eigendom en risicodragerschap. 6.4.1. Scenario 04a : door gemeente In deze variant kiest de gemeente ervoor zelf de ontwikkeling te trekken. Er kan worden geïnvesteerd in een multifunctioneel gebouw of cluster waarin functies zoals zorg, welzijn, ontmoeting, educatie en cultuur samenkomen. De gemeente treedt daarbij op als eigenaar, ontwikkelaar en beheerder en stuurt actief op
samenhang, kwaliteit en publieke waarden. Deze variant biedt maximale regie en herkenbaarheid, maar gaat ook gepaard met een hoge financiële en organisatorische verantwoordelijkheid. De risico’s liggen in belangrijke mate bij de gemeente, waaronder investeringsrisico’s, exploitatie en leegstand. Scenario 04a is passend wanneer de gemeente bewust kiest voor een sterke publieke rol en partners vooral binnen gemeentelijke kaders programmeren. Kostenstructuur scenario 04a De totale investering bedraagt indicatief circa € 4,1 miljoen, met een bandbreedte van € 3,3 tot € 4,9 miljoen. Het gemeentelijk tekort ligt naar verwachting tussen € 0,7 en € 2,3 miljoen. De maatschappelijke huurprijzen zijn ook in dit scenario niet kostendekkend. Dit betekent dat bij volledige realisatie structurele gemeentelijke bijdragen noodzakelijk blijven. Deze cijfers geven een beeld van de orde van grootte en het risicoprofiel, maar vormen geen voorstel tot investering en maken geen onderdeel uit van het besluit over fase 03. 6.4.2.. Scenario 04b : door de markt In deze variant verschuift de verantwoordelijkheid voor ontwikkeling
- 37 -
en exploitatie naar een consortium van maatschappelijke partners, zoals zorgen welzijnsorganisaties, onderwijsinstellingen en mogelijk coöperatieve of maatschappelijke financiers. Dit consortium wordt gezamenlijk verantwoordelijk voor de realisatie, exploitatie en inhoudelijke programmering van het Vitaliteitscentrum. De gemeente behoudt in dit scenario een kaderstellende en toezichthoudende rol. Zij borgt publieke waarden, stelt randvoorwaarden en investeert in de publieke buitenruimte en infrastructuur. Eigendom kan worden overgedragen via erfpacht of verkoop, conform de geldende wet- en regelgeving (waaronder het Didamarrest). De gemeente doet hiermee een stap terug in de dagelijkse operationele verantwoordelijkheid, terwijl maatschappelijke functies via afspraken met het consortium worden geborgd. Deze variant past bij een ontwikkelvorm waarin gemeente en maatschappelijke partners stapsgewijs toewerken naar gedeelde verantwoordelijkheid, op basis van ervaring en vertrouwen die in eerdere fasen zijn opgebouwd. Hoewel het financiële risico voor de gemeente lager ligt dan bij scenario 04a, blijft sprake van een substantiële gemeentelijke bijdrage, onder meer
doordat de gegenereerde grondwaarde onvoldoende is om de grondexploitatie volledig te dekken. Ook dit scenario vergt daarom een bewuste afweging tussen maatschappelijke meerwaarde en financiële inzet. Kostenstructuur scenario 04b Het totale gemeentelijke tekort bedraagt indicatief circa € 1,5 miljoen. De risico’s voor exploitatie en leegstand liggen in dit scenario grotendeels bij het consortium. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de grondexploitatie en het realiseren van publieke randvoorwaarden. Deze cijfers geven inzicht in de orde van grootte en het risicoprofiel, maar maken geen onderdeel uit van het besluit over fase 03.
6.5. SCENARIO 05 : AFSTOTEN LOCATIE In dit scenario kiest de gemeente ervoor het terrein van Park Veldzicht volledig over te dragen aan een derde partij. De overdracht vindt plaats via een transparante en nondiscriminatoire procedure, conform de geldende wet- en regelgeving (waaronder het Didam-arrest). Na overdracht ligt de verantwoordelijkheid voor ontwikkeling, exploitatie en beheer volledig bij de koper.
De rol van de gemeente beperkt zich in deze variant tot haar planologische bevoegdheden. Publieke waarden kunnen uitsluitend nog worden geborgd via het ruimtelijk instrumentarium en algemene regelgeving. De gemeente heeft geen directe invloed meer op de programmering, exploitatie of maatschappelijke invulling van de locatie. Financieel kent dit scenario een eenmalige opbrengst in de vorm van verkoop van het terrein en de opstallen. Daartegenover staat dat de gemeente na verkoop geen investeringen, beheerlasten of exploitatierisico’s meer draagt. Tegelijkertijd betekent deze keuze dat de maatschappelijke opbrengst van de locatie niet langer actief kan worden gestuurd of gegarandeerd en volledig afhankelijk wordt van de keuzes van de koper. Scenario 05 is daarmee vooral te beschouwen als een uiterste theoretische optie, die relevant is wanneer de gemeente er bewust voor kiest geen actieve rol meer te spelen in de ontwikkeling van Park Veldzicht. Dit scenario staat op gespannen voet met de ambities van Altena Vitaal en het Programma Vitaal Platteland, omdat maatschappelijke doelen zoals gezondheid, participatie en gemeenschapsvorming niet langer
- 38 -
actief kunnen worden nagestreefd of geborgd. Kostenstructuur scenario 05 De financiële inzet van de gemeente is in dit scenario beperkt. De gemeente ontvangt een eenmalige verkoopopbrengst, waarvan de hoogte wordt bepaald door de geldende bestemming (recreatie, met mogelijkheden voor maatschappelijke functies). Woningbouw is niet aan de orde, waardoor de marktwaarde en daarmee de verkoopopbrengst beperkt zijn. Na verkoop zijn er geen structurele gemeentelijke investeringen, beheerlasten of exploitatierisico’s meer. De maatschappelijke waarde en het gebruik van het terrein zijn vanaf dat moment afhankelijk van de keuzes van de koper, binnen de planologische kaders die de gemeente stelt. Voorafgaand aan een eventuele verkoop is een onafhankelijke taxatie noodzakelijk om de marktwaarde van het terrein en de opstallen vast te stellen. Daarnaast zijn eenmalige kosten te verwachten voor onder meer juridische procedures, vergunningverlening, planologische aanpassing en ambtelijke begeleiding. Ook kan beperkte gemeentelijke inzet nodig zijn voor het faciliteren van randvoorwaarden of aanpassingen in de openbare ruimte.
Eventuele indirecte financiële baten, zoals lokale belastingen, zijn onzeker en beperkt en niet direct te koppelen aan maatschappelijke doelstellingen.
6.6. BESTUURLIJKE AFWEGING EN VOORKEURSRICHTING De geschetste scenario’s vormen samen een logisch en gefaseerd groeipad: van behoud en risicobeheersing, via activering en experiment, naar structurele gebiedsontwikkeling. Op basis van gesprekken met partners, de bestuurlijke ambitie en de financiële bandbreedte die de gemeente realistisch kan dragen, wordt een ontwikkelrichting zichtbaar die zowel haalbaar als toekomstbestendig is. Deze voorkeursrichting bestaat uit een stapsgewijs ontwikkelpad, waarin wordt gestart met tijdelijk gebruik en placemaking (scenario 2), met de mogelijkheid om – bij gebleken maatschappelijke en organisatorische meerwaarde – door te groeien naar organische ontwikkeling (scenario 3). In scenario 3 voert de gemeente regie op proces, kwaliteit en fasering, terwijl maatschappelijke partners geleidelijk meer verantwoordelijkheid krijgen in programmering, uitvoering en (deel)beheer. Pas wanneer deze praktijkervaring daarvoor voldoende basis biedt, kan worden toegewerkt naar een structureel Vitaliteitscentrum
in de vorm van een consortium (scenario 4B). Het voorgestelde ontwikkelpad sluit aan bij het karakter van Altena: groeien vanuit de praktijk, ruimte laten om te leren, risico’s beheersbaar houden en eigenaarschap bij de samenleving leggen waar dat mogelijk is. Regie, verantwoordelijkheid en risico’s verschuiven daarbij stapsgewijs, zonder dat de gemeente op voorhand grote investeringen of structurele verplichtingen aangaat. Wat ligt nu voor ter besluitvorming De gemeenteraad kan ervoor kiezen deze ontwikkelrichting te bevestigen als kader voor de verdere voorbereiding. Het concrete besluit dat nu voorligt, betreft echter uitsluitend het starten van fase 03 als voorbereidingsfase. Voor fase 03 wordt gevraagd om een voorbereidingskrediet, gericht op: - Inzet van een kwartiermaker en projectleider; - Verdere programmatische en ruimtelijke uitwerking; - Uitwerking van governance, partnerselectie en businesscase; - Inzicht in dekking, fasering en risico’s van mogelijke vervolgstappen. Met dit besluit wordt geen uitvoering van scenario 2 of 3 aangegaan en worden geen investeringsbesluiten genomen.
- 39 -
Scenario 2: uitvoering volgt pas na afzonderlijk besluit De uitvoering van scenario 2 (tijdelijk gebruik en placemaking) vraagt, uitgaande van een looptijd van circa één jaar, om een afzonderlijk budget van circa € 220.000. Deze middelen: - Vallen buiten het nu gevraagde voorbereidingskrediet; - Worden niet automatisch aangegaan met het besluit om fase 03 te starten. Binnen fase 03 wordt de mogelijke inzet van middelen voor (onderdelen van) scenario 2 voorwaardelijk en gefaseerd uitgewerkt en gekoppeld aan: - Beschikbare middelen uit de Regio Deal (tot en met 2028); - Bijdragen van maatschappelijke partners; - Waar mogelijk bestaande programmabudgetten binnen de gemeentelijke organisatie. Pas wanneer de programmering concreet is uitgewerkt, de dekking inzichtelijk is gemaakt en de bestuurlijke en financiële risico’s expliciet zijn afgewogen, wordt een separaat besluit aan de raad voorgelegd over het daadwerkelijk beschikbaar stellen van middelen voor de uitvoering van scenario 2.
6.7. FINANCIËLE BANDBREEDTE EN GEMEENTELIJKE INZET. De financiële consequenties verschillen per scenario en nemen toe naarmate de gemeente meer regie en verantwoordelijkheid draagt. De bandbreedtes laten zien dat de financiële en bestuurlijke inzet geleidelijk meegroeit met de schaal van ontwikkeling. In de volgende fase (fase 03) worden deze cijfers verder uitgewerkt in een maatschappelijke én financiële businesscase, waarin investeringen worden afgezet tegen maatschappelijke waarde, zoals:
De businesscase vormt daarmee het inhoudelijke én financiële fundament voor het uiteindelijke bestuurlijke besluit over tempo, schaal, rolverdeling en financiering in de volgende fase.
- Verbeterde gezondheid en leefstijl, - Hogere participatie en gemeenschapskracht, - Betere aansluiting tussen onderwijs en praktijk, - Meer inclusie en kansen voor kwetsbare groepen, - Recreatieve en economische spinoff, - Versterking van de groene leefomgeving. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre maatschappelijke partners, fondsen & subsidies, Regio Deal, provincie en eventueel het Rijk kunnen bijdragen aan investeringen, zodat de gemeentelijke lasten worden verlicht en risico’s beter gespreid kunnen worden.
- 40 -
- 41 -
RUIMTELIJKE INPASSING: BUFFELS
R2. + R3
± 2.250 M2
ontmoeten
reflecteren verblijven
± 7.625 M
2
spelen
bewegen
beschermen afschermen max. bouwvlak
± 11.350M2
tot rust komen
≤ 1.000 m2
toegangszone
tennisclub (±50pp)
± 2.100M2
kantine | 180 m2
toegangszone
parkeren
GELUIDSWAL
± 5.525 M2
(nieuw)
(ver)zorgen PADEL
7.
tuinieren
poort
RECREATIEF
RECREATIEF
MAATSCHAPPELIJK
MAATSCHAPPELIJK
MAATSCHAPPELIJK
- R2. GROENSTROOK -
- R2. TENNISCLUB + PADEL -
- OPENBAAR TERREIN -
- PARKEREN PARK+TENNISCLUB-
- BESLOTEN/LAAGDREMPELIG BEZOEKBAAR -
beheer (nu gemeente) ntb
800m2 max. bouwvlak
parkeernorm bepalen in ontwerpfase
1.000m2 max. bouwvlak
0
10
20
30
40
50 m
KOPPELKANS alleen bij een integrale ontwikkeling van R2 + R3 is het mogelijk het onbenutte deel van bouwvlak R2 (620m2)over te hevelen naar het perceel van park Veldzicht. Dit oppervlak zou kunnen worden ingezet voor aanvullend maatschappelijk programma zoals bv museum Veen
- 42 -
versie 12.12.2025
7.1. RUIMTELIJKE CONCEPT De ruimtelijke inpassing van de transformatie van het huidige Park Veldzicht wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt aan de hand van drie samenhangende plandelen. Enerzijds betreft dit het openbare Park Veldzicht, anderzijds het Vitaliteitscentrum Veldzicht, inclusief het daarbij behorende (semi-openbare en besloten) terrein. Het derde plandeel bestaat uit de centrale entreezone van het park, waarin zich met name de parkeerplaatsen en de toegangen tot de verschillende plandelen zijn opgenomen, waaronder ook de toegang tot de tennisvereniging. Dit hoofdstuk richt zich op de ruimtelijke inpassing en positionering van deze plandelen vanuit het perspectief van de ruimtelijke ordening en in relatie tot het onderliggende concept. De beschrijving fungeert daarmee zowel als inhoudelijke onderbouwing als samenvattend overzicht van de keuzes die in dit hoofdstuk worden toegelicht.
< fig. weergave ruimtelijk concept
Het betreft nadrukkelijk geen definitief ontwerp. De inzet is een ruimtelijke strategie die in de tijd kan meegroeien met het programma, het gebruik en het leerproces van de komende jaren.
De uiteindelijke omvang, programmatische invulling en onderlinge samenhang van de drie plandelen worden in een vervolgfase uitgewerkt, nadat de hier beschreven globale kaders en uitgangspunten zijn getoetst. Deze uitgangspunten zijn tot stand gekomen op basis van de gevoerde gesprekken tijdens de marktverkenning en de input vanuit het interne projectteam van de gemeente. Entreegebied De centrale entree vormt de hoofdtoegang tot Park Veldzicht, inclusief de tennis- en padelbanen. De entree is duidelijk gemarkeerd, in de nacht afsluitbaar en biedt op een uitnodigende en overzichtelijke wijze toegang tot de verschillende plandelen. Toegankelijkheid en sociale veiligheid staan hierbij voorop. De parkeerplaatsen kennen een ruime en overzichtelijke opzet, met lage groene elementen die bijdragen aan overzicht en verblijfskwaliteit. Daarnaast is een aparte zone voorzien voor halen en brengen (auto’s en busjes), gericht op een drempelloze overgang van voertuig naar de verschillende voorzieningen binnen het gebied.Voor fietsers worden goede stallingsvoorzieningen gerealiseerd,
- 43 -
deels overdekt en voorzien van voldoende laadpunten en een watertappunt. Park Veldzicht De openbare parkzone ligt tussen de tennis- en padelbanen aan de ene zijde en de meer besloten tuinen en groene kamers van het Vitaliteitscentrum Veldzicht aan de andere zijde. Het gebouw van het Vitaliteitscentrum fungeert hierbij als overgang en buffer tussen openbaar en besloten gebied, en tussen reuring en rust. In de praktijk vervult het gebouw tevens een belangrijke rol als geluidsbuffer tussen de padelbanen en de beoogde prikkelarme en prikkelvrije functies voor zorggebruikers en andere kwetsbare doelgroepen die gevoelig zijn voor prikkels. De bestaande groene kwaliteiten van Park Veldzicht vormen het uitgangspunt voor het verder uit te werken plan. Het park biedt schaduw door de aanwezige hoge bomen, beschutting door hagen en waardevolle doorzichten en zichtlijnen naar het omliggende agrarische landschap. Deze kwaliteiten worden benut om, in het kader van vitaal buitenleven, ruimte te bieden aan verblijf in het groen, ontmoeting en
bewegen en spelen in een natuurlijke omgeving. Aanvullende kansen ontstaan indien een oorlogsmuseum zich aan de rand van het park zou vestigen, ter hoogte van de overgang naar de padelbanen. Hierdoor ontstaat een extra voorziening voor parkbezoekers, met mogelijkheden voor horeca en sanitaire voorzieningen. Vitaliteitscentrum Veldzicht Het Vitaliteitscentrum is de (tastbare) landingsplek voor het concept Brein en geeft vorm aan het programma Vitaal platteland. Het centrum heeft een kernoverstijgend programma waarin de focus ligt op de mentale gezondheid en welzijn van de bewoner -van jong tot oud- van Altena. Het centrum is voornamelijk openbaar en laagdrempelig toegankelijk maar zal ook een meer besloten en veilige omgeving creëren voor bijvoorbeeld dagbesteding op gebied van dementie. Het centrum is een ontmoetingsplek, een veilige haven en een plek die in het teken staat van leren en kennis(overdracht) op gebied van het thema brein. Het is een plek die een zowel een drager als een onderdeel is van een netwerk aan locaties die bij elkaar bijdragen aan de Blue Zone Altena.
7.2. PLANOLOGISCHE KADERS : WAT KAN WEL EN WAT KAN NIET Binnen de huidige planologische kaders van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) zijn de volgende activiteiten (voorheen functies) mogelijk: - Nieuwbouw in R2 met een grondvlak van in totaal maximaal 800m2; - Nieuwbouw in R3 met een grondvlak van in totaal maximaal 1000m2 max. goothoogte 4m / geen eisen mbt nokhoogte; - Recreatieve voorzieningen; sport (huidige situatie) sport en spelvoorzieningen zijn binnen dit regiem uit te breiden; - Maatschappelijke voorzieningen voor zorg, welzijn, educatie en sport (beperkte wijziging, lichte BoPA (= Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit); - Tijdelijke bouwwerken (vrijstelling / periode van 5+5 jaar), Het is echter mogelijk en toegestaan om tijdelijke bouwwerken procedureel om te zetten naar vast mits dit positief wordt beoordeeld. Indien het wordt afgewezen is de maximale termijn meestal 10 jaar; - Kleinschalige woningbouw tot 11 eenheden (afwijking van het bestemmingsplan / BoPa) Dit is een volledige omgevingsplan wijziging en vereist medewerking
- 44 -
van de provincie. Deze wordt in principe verleend indien het wonen gekoppeld is aan én in dienst staat van een maatschappelijke ontwikkeling zoals bv door begeleid woon/ werkwoning voor jongeren te koppelen aan een maatschappelijk project als een Vitaliteitscentrum - Parkeren ; aantallen aan te passen o.b.v. nieuwe invulling/bebouwing - Lichte horeca of ontmoetingsfuncties zijn toegestaan indien deze een (ondergeschikt) functie hebben en onderdeel zijn van een hoofdactiviteit binnen een maatschappelijke voorziening. De volgende opties passen niet binnen het huidige bestemmingsplan. Uit navraag bij de provincie blijkt ook dat een wijziging op deze punten momenteel als niet haalbaar/kansrijk moet worden beschouwd: - Het vergroten van het bouwvlak (R2=800m2 / R3=1000m2) - Het overhevelen van oppervlakken van R2 naar R3, tenzij het een integrale ontwikkeling van R2 en R3 samen betreft. Dit vraagt dan wel om een wijzigingsprocedure; - Woningbouwontwikkelingen; - Commerciële dienstverlening / horeca/detailhandel; - Bedrijventerrein; - Permanente bebouwing buiten het bestaande bouwvlak.
Woningbouw Wonen is momenteel op deze locatie niet mogelijk. Het terrein ligt binnen de invloedssfeer van omliggende veehouderijen (waaronder een geitenhouderij op minder dan 500 meter), waardoor permanente bewoning op grond van milieuwetgeving en de Omgevingsvisie niet mogelijk is en ook niet zal worden toegestaan. De provincie staat op dit type locaties in het buitengebied geen reguliere woningbouw toe. Hoewel dit thema op nationaal niveau opnieuw op de agenda staat, is het aannemelijk dat op deze plek geen nieuwe projectontwikkeling zal kunnen plaatsvinden binnen een periode van, in het meest gunstige geval, 10 tot 20 jaar. Dit betreft een gebruikelijke aanlooptijd voor gebiedsontwikkeling op een complexe locatie. Integrale benadering R2+R3. Uit gesprekken met de provincie is gebleken dat het overhevelen van oppervlakken van R2 naar R3 niet is toegestaan, tenzij sprake is van een integrale ontwikkeling van R2 en R3 gezamenlijk. Een dergelijke integrale benadering vraagt in dat geval om het doorlopen van een wijzigingsprocedure. Tegelijkertijd laat de ruimtelijke verkenning zien dat een integrale ontwikkeling van de beide gemeentelijke percelen (R2 en R3) aanvullende kansen biedt.
Door deze gebieden in samenhang te benaderen ontstaat: - Extra flexibiliteit in het positioneren van maatschappelijke functies; - Logische zonering tussen rustige programmaonderdelen en de sportfuncties; - De mogelijkheid om een bufferzone te creëren tussen de padelbanen en het vitaliteitsprogramma; - Het kunnen clusteren van gebouwen en buitenruimtes waardoor het park zelf open blijft. Een mogelijke invulling van deze bufferzone is een kleinschalige culturele of educatieve functie (zoals de museumcomponent die in gesprekken is verkend), die qua schaal past binnen het landschap en de overgang tussen sport en maatschappelijke functies verzacht. Deze opties worden in fase 03 verder onderzocht. Het betreft nadrukkelijk geen voorkeursrichting, maar een realistische en kansrijke ontwikkel mogelijkheid die kan bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit en programmatische samenhang.
7.3. KWALITATIEVE UITGANGSPUNTEN MBT PLANUITWERKING FASE 03 Naast de beleidsmatige en juridische kaders vraagt een concept als ‘Brein’ ook om een aantal kwalitatieve uit-
- 45 -
gangspunten. Op basis van de gevoerde gesprekken in fase 01 en 02 zijn een aantal hoofdthema’s geïdentificeerd die enerzijds binnen de bestaande beleids- en planologische kaders passen en anderzijds de ruimtelijke impact en vertaling van het concept brein verder zullen versterken. Deze thema’s kunnen worden meegegeven als uitgangspunt voor de verdere planuitwerking in fase 03 waarop o.a. een structuurontwerp kan worden gebaseerd die - bij voorkeur i.s.m. beoogde stakeholders - tot stand kan komen. De volgende relevante thema’s komen voort uit de ontvangen input: Karakter en uitstraling terrein De voormalige zwembadlocatie bevat een aantal kenmerkende bouwwerken die herkenbaar zijn en verwijzen naar het voormalige buitenzwembad. In de verdere planuitwerking kan worden onderzocht welke van deze elementen kunnen worden meegenomen in de transformatie naar een Vitaliteitscentrum, zonder dat hieraan een formele of feitelijke historische waarde wordt toegekend. Vanuit beleving en met het oog op identiteit en gemeenschapsgevoel kunnen elementen zoals het entreegebouwtje voor de kaartverkoop, het badmeesterhuisje of delen van de zwembaden een meerwaarde hebben. Deze elementen kunnen, waar pas-
send, worden ingepast of gecombineerd met nieuwe functies en plannen. De bestaande kantine, kleedruimten en de machinekamer liggen minder voor de hand om te behouden. Dit hangt samen met hun zeer beperkte gebruikswaarde, lage technische kwaliteit (onder andere bouwfysisch) en de ongunstige ligging op het perceel in relatie tot de ontwikkeling van een flexibele zonering met toekomstwaarde voor zowel Park Veldzicht als het Vitaliteitscentrum.
haag van deze locatie een schaduwrijke, beschutte en geborgen enclave maakt binnen het verder vlakke landschap. In de verdere planuitwerking kunnen bestaande doorkijkjes worden toegevoegd, verplaatst of versterkt. Daarbij is het van belang dat het visuele en ruimtelijke contact met het agrarische landschap behouden blijft, aangezien dit bijdraagt aan de identiteit van de plek en de relatie met de omgeving versterkt.
Een interessante optie kan liggen in het hergebruik van de zwembaden als onderbouw of fundering voor nieuwbouw. Indien deze mogelijkheid vanuit het gebouw ontwerp wordt overwogen, is aanvullend constructief onderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of hergebruik technisch en constructief haalbaar is.
Daarnaast kan nader worden onderzocht of een klompenpad, bijvoorbeeld richting de Buffelgaard, mogelijk is. Hiermee kan programmatisch worden ingezet op samenwerking met onder andere de camperplaatsen, de buffels en de boerderijwinkel, als onderdeel van een agrarisch en toeristisch georiënteerd netwerk en bijbehorende doelgroepen.
Landschappelijke inpassing
Bebouwing & korrelgrootte
Het huidige perceel R2/R3 wordt volledig omsloten door een sloot en heeft een duidelijk herkenbare groene zoom in de vorm van een hoge haag, die het terrein afschermt van het open agrarische landschap. Op een strategische plek is deze haag onderbroken, waardoor zicht ontstaat over de omliggende velden. Dit ruimtelijke thema wordt hoog gewaardeerd, omdat de combinatie van hoge bomen en een hoge
Binnen de huidige grenzen van het bestemmingsplan is bebouwing toegestaan tot een maximaal grondoppervlak van 1.000 m². Het bestemmingsplan geeft echter geen richting aan de wijze waarop deze bebouwing wordt vormgegeven, bijvoorbeeld als één bouwvolume (zoals een stal met spanten) of als meerdere bouwvolumes (bijvoorbeeld een hoofdgebouw met
- 46 -
bijgebouwen of meerdere relatief gelijkwaardige gebouwen). Een éénlaags multifunctioneel gebouw met zorg-, leer- en ontmoetingsfuncties biedt voordelen op het gebied van flexibiliteit en indeelbaarheid, en daarmee ook in termen van toekomstwaarde. De schaal van een dergelijk gebouw zal echter relatief grootschalig zijn. Een tweelaags gebouw is compacter, maar de extra verdieping sluit minder goed aan bij de wens voor een toegankelijk en seniorvriendelijk gebouw in een groene setting. Daar staat tegenover dat een verdieping beter uitzicht biedt op het landschap en kan bijdragen aan het afschermen van de prikkelarme zone van mogelijke geluiden afkomstig van de padelbanen. Een alternatief is het realiseren van meerdere kleinere gebouwen of een ensemble. Deze opzet heeft een kleinschaliger uitstraling, maar is doorgaans minder flexibel in indeelbaarheid en kent een ongunstigere verhouding tussen gevel- en vloeroppervlak, onder andere in relatie tot kosten en duurzaamheid. Een voordeel van deze opzet is dat de ontwikkeling kan worden opgeknipt in meerdere kleinere deelprojecten, al liggen de kosten per vierkante meter daarbij over het algemeen hoger. Hoewel deze optie op dit moment geen voorkeursvariant is, kan zij in deze fase
niet worden uitgesloten. In samenspraak met potentiële stakeholders wordt gezocht naar een optimale vorm waarin schaal, identiteit en functionaliteit in balans zijn met de programmatische wensen van toekomstige gebruikers en de nog nader te bepalen ontwikkelstrategie. Padelbanen Direct grenzend aan Park Veldzicht ligt het tenniscomplex van L.T.C. Aalburg. Recent is een vergunning aangevraagd en verleend voor de aanleg van een padelbaan. Deze padelbaan wordt als vast gegeven meegenomen in de herontwikkeling van Park Veldzicht en het Vitaliteitscentrum. Padelbanen vormen een geluidsbron die, afhankelijk van de context, als overlastgevend kan worden ervaren. Met name voor doelgroepen die gevoelig zijn voor prikkels kan dit een onwenselijke belasting vormen. Omdat de komst van de padelbaan bekend was, is in de ruimtelijke inpassing nadrukkelijk onderzocht welke maatregelen reeds in een vroeg stadium kunnen worden meegenomen om het geluid zoveel mogelijk bij de bron te beperken. In deze verkennende fase is dit onderzocht op basis van algemene principes met betrekking tot akoestiek en geluidwering. In een vervolgfase zijn akoestische berekeningen en modellen noodzakelijk om een samenhangend pakket
aan maatregelen te bepalen. Doel hiervan is om de geluidsbelasting voor zorggebruikers en andere kwetsbare doelgroepen, die gevoelig zijn voor prikkels, op verschillende plekken binnen het projectgebied tot een minimum terug te brengen. Dit kan worden bereikt door een combinatie van de volgende maatregelen: - Het aanbrengen van een aarden wal langs de perceelgrens ter afscherming van de padelbaan; - Het creëren van voldoende afstand tussen de geluidsbron en de geluidsarme zones; - Het inzetten van het gebouw als aanvullende geluidsbuffer, eventueel in combinatie met geluidsabsorberende materialisatie. Fietsbereikbaarheid De route naar Park Veldzicht is momenteel beperkt geschikt voor fietsers. Op de toegangswegen wordt relatief hard gereden en veilige routes voor langzaam verkeer ontbreken. In het verleden was er een fietspad aanwezig, maar dit is opgeheven ten gunste van het faciliteren van autoverkeer, waarschijnlijk mede vanuit kostenoogpunt. Hierdoor sluit de huidige infrastructuur en bereikbaarheid van Park Veldzicht onvoldoende aan bij de ambities die met de herontwikkeling van het park worden nagestreefd. Tegelijkertijd is de locatie, mede door de opkomst van
- 47 -
elektrische fietsen, weer beter bereikbaar geworden vanuit omliggende kernen zoals Andel en Wijk en Aalburg. Door de toegenomen actieradius en hogere gemiddelde snelheid is de acceptabele fietsafstand toegenomen. Waar de afstand voor met name jongeren in het verleden al geen belemmering vormde, is en blijft fietsveiligheid de maatgevende factor. Grote infrastructurele ingrepen zijn in deze fase niet aan de orde. In een vervolgfase kan echter worden verkend welke verbeteringen op termijn wenselijk, haalbaar en passend zijn. Daarbij kan worden aangesloten bij de transformatie van Park Veldzicht en de doelstellingen van de Blue Zone, door ook het buitengebied fietsvriendelijker in te richten en de locatie aantrekkelijk en veilig bereikbaar te maken voor een bredere, waaronder ook jongere, doelgroep. Dit alles zonder de bereikbaarheid voor werkverkeer van agrariërs van en naar de omliggende percelen te beperken. Een inzet op verbeterde fietsbereikbaarheid vraagt tevens om voldoende faciliteiten op locatie, zoals goede stallingsmogelijkheden, oplaadpunten, een watertappunt en kleed- en sanitaire voorzieningen. Ontsluiting en parkeren De huidige toegangsweg, die het dichtst bij de tennisbanen is gelegen,
zal fungeren als entree tot een gecombineerde entreezone. In deze zone vindt de verkeersafwikkeling en het parkeren plaats voor de tennisvereniging, het openbare park en het vitaliteitscentrum. Een veelgenoemd aandachtspunt is de mogelijkheid tot nachtelijke afsluiting. Na sluitingstijden ontbreekt sociale controle, waardoor de locatie gevoelig is voor ongewenste activiteiten, zoals vandalisme. Dit vraagt in de herinrichting om expliciete aandacht voor afsluitbaarheid en veiligheid. Door de sloot die het kavel volledig omringt te verbreden en/of te verdiepen, in combinatie met het plaatsen van een poort bij de entree, kan het terrein relatief eenvoudig worden afgesloten tegen ongewenst bezoek. Hiermee wordt voorkomen dat het gehele park met hekwerken moet worden omgeven.
Spelend leren en leren spelen in het groen De groene ligging van het park biedt kansen om in de inrichting en programmering expliciet aandacht te besteden aan kinderen en natuureducatie. Thema’s als natuur, ecologie en biodiversiteit kunnen hierbij een belangrijke rol spelen.
In overleg met de Buffelgaard kan worden onderzocht of de drinkplaats van de buffels gelijktijdig kan worden aangepast, zodat de dieren ook dichter bij de bezoekers van het park kunnen komen en daarmee een extra attractie vormen. Ook een kleine brugverbinding ten behoeve van een klompenpad is wenselijk, mits dit de afsluitbaarheid van het park niet vermindert.
- 48 -
Een natuurinclusieve natuurspeeltuin, een blotevoetenpad en een interactieve educatieve ontdekroute rondom bijvoorbeeld landbouw en voedselproductie sluiten goed aan bij de doelstelling van vitaliteit. Het principe ‘jong geleerd is oud gedaan’ vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.
7.4. VERVOLGONDERZOEK ( FASE 03) De volgende deelvraagstukken dienen in fase 03 nader te worden uitgewerkt of onderzocht:
- Planologische haalbaarheid en afstemming met de provincie; - Structuurontwerp voor het landschappelijk ontwerp van het park; - Ecologische waardestelling en bodemgestuurd advies met betrekking tot het kavel; - Beeldkwaliteitsplan (kwalitatieve uitgangspunten, architectonische verschijningsvorm en referentiebeelden); - Structuurontwerp van het gebouw (volumestudie op basis van een globaal programma van wensen); - Opstellen van richtlijnen voor duurzaamheidsambities en -maatregelen (ENG, BENG, energiepositief, CO₂positief); - Akoestisch onderzoek naar externe geluidsbronnen; - Verkeers- en parkeeronderzoek; - Opstarten van samenwerking en participatie met omwonenden en andere stakeholders. Deze onderzoeken vormen gezamenlijk een eerste stap richting het opstellen van een ontwerp en het opstarten van de vergunningprocedure. Hoewel de padelbaan geen onderdeel vormt van het programma van Park
Veldzicht, is deze wel een bepalende factorvoor de ruimtelijke inpassing, de beleving en de positionering van functies. Het meenemen van deze randvoorwaarde zorgt ervoor dat het ontwerp toekomstvast en realistisch wordt. Ontsluiting en parkeren De huidige toegangsweg en het parkeerveld bieden een bruikbare basis. Parkeren kan geconcentreerd blijven aan de rand van het terrein, zodat het park autoluw blijft. In fase 03 wordt nader bepaald hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn en hoe zorgvervoer, fietsen en voetgangers optimaal worden gescheiden. Bereikbaarheid, route en verkeersveiligheid De route naar Park Veldzicht is op dit moment beperkt geschikt voor fietsers. Er wordt relatief hard gereden op de toegangswegen en er ontbreken veilige langzaam verkeerroutes. Dit maakt dat de huidige infrastructuur niet optimaal aansluit bij de gewenste functie van het terrein als toegankelijke en uitnodigende publieke plek. Grote ingrepen zijn nu niet aan de orde, maar in een volgende fase wordt verkend welke verbeteringen op termijn wenselijk en haalbaar zijn om de route veiliger, toegankelijker en meer passend bij de
- 49 -
toekomstige gebiedsontwikkeling te maken. Ecologie en bodem De groene ligging biedt kansen voor biodiversiteit en natuureducatie. Een eerste verkenning toont geen directe beperkingen, maar vraagt wel om een ecologisch onderzoek en een toets op waterhuishouding en bodemkwaliteit voordat een volgende stap wordt gezet. Toegankelijkheid en veiligheid De inrichting moet voldoen aan de eisen voor mindervaliden en zorgvervoer. Paden, verlichting en entrees worden afgestemd op overzicht en gebruiksgemak. De basisprincipes zijn haalbaar, maar moeten in de volgende fase technisch worden uitgewerkt.
7.5. RANDVOORWAARDEN: WAT KAN EN WAT NIET Binnen de huidige planologische kaders zijn de volgende functies mogelijk: - Maatschappelijke voorzieningen voor zorg, welzijn, educatie en sport; - Lichte horeca of ontmoetingsfuncties ten dienste van het sociaal programma; - Tijdelijke en modulaire gebouwen binnen het bestaande bouwvlak.
Wat niet binnen het huidige bestemmingsplan past zonder aanpassing: - Uitbreiding van bebouwing boven circa 1.000 m² Bouwvlak; - Woningbouw of commerciële horeca/detailhandel; - Permanente bebouwing buiten het bestaande bouwvlak. Daarnaast geldt: - Een mogelijke uitbreiding richting perceel R2 kan alleen worden onderzocht bij een integrale ontwikkeling van R2 en R3 en vraagt altijd een planologische wijziging. Wonen is op deze locatie niet mogelijk. Het terrein ligt binnen de invloedssfeer van omliggende veehouderijen, waardoor permanente bewoning volgens milieuwetgeving en de Omgevingsvisie niet is toegestaan. Daarnaast staat de provincie op locaties met deze bestemming in het buitengebied geen reguliere woningbouw toe. Daarom wordt woningbouw niet als ontwikkelrichting meegenomen voor Park Veldzicht. Bij nieuwe initiatieven blijft de openbaarheid van het park uitgangspunt, evenals de borging van groen, rust en landschappelijke kwaliteit.
7.6. VERVOLGONDERZOEK ( FASE 03) De volgende vraagstukken dienen in fase 03 verder te worden uitgewerkt of onderzocht: - Akoestisch onderzoek en positionering van functies; - Verkeers- en parkeeronderzoek; - Ecologische en bodemonderzoeken; - Planologische haalbaarheid en afstemming met provincie; - En participatie met omwonenden over inrichting, routes en gebruik. Deze onderzoeken vormen samen het fundament voor het ruimtelijk ontwerp en de vergunningprocedure.
7.7. SAMENVATTING De ruimtelijke verkenning bevestigt dat de ontwikkeling van Park Veldzicht haalbaar is binnen de huidige kaders, mits de open, groene structuur behouden blijft en functies zorgvuldig worden gepositioneerd. De locatie biedt voldoende ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en gezamenlijke buitenruimte. De verdere uitwerking in fase 03 richt zich op onderzoek, technische onderbouwing, participatie en ontwerp.
- 50 -
- 51 -
8.
MAATSCHAPPELIJKE BUSINESSCASE
- 52 -
8.1. DE MAATSCHAPPELIJKE BUSINESSCASE1 De maatschappelijke businesscase beschrijft welke maatschappelijke waarde Park Veldzicht kan opleveren en waarom het zinvol kan zijn om het concept verder te ontwikkelen. Het gaat daarbij niet om financiële terugverdientijd, maar om effecten op gezondheid, participatie, preventie, ontmoeting en de kwaliteit van de leefomgeving. De businesscase heeft drie functies: - Zichtbaar maken welke maatschappelijke opbrengsten Park Veldzicht kan realiseren voor inwoners en de gemeenschap; - Aangeven welke voorwaarden nodig zijn om deze opbrengsten te kunnen bereiken; - Richting geven aan wat in fase 03 verder moet worden uitgewerkt, zoals programma, samenwerking en monitoring.
De businesscase is richtinggevend van aard. Zij is gebaseerd op aannames, scenario’s en ervaringscijfers en vormt geen uitgewerkt investeringsvoorstel. Nadere concretisering, toetsing en prioritering vinden plaats in fase 03.
8.2. MAATSCHAPPELIJKE MEERWAARDE: SAMENHANG ALS KRACHT De maatschappelijke meerwaarde van Park Veldzicht ontstaat uit de samenhang tussen meerdere pijlers: gezondheid, leren, ontmoeten, natuur en zingeving. Door deze functies op één plek te verbinden, kan een omgeving ontstaan die inwoners op meerdere manieren ondersteunt in hun dagelijks leven. Juist deze samenhang maakt het concept onderscheidend. Gezondheid wordt versterkt doordat beweging, ontmoeting en preventie elkaar aanvullen; leren krijgt betekenis door koppeling aan praktijk en gemeenschap; de groene omgeving draagt bij aan welzijn, rust en
leefkwaliteit. Deze effecten zijn maatschappelijk relevant, maar worden vaak pas op langere termijn zichtbaar. Hieronder wordt per pijler beschreven welke maatschappelijke waarde Park Veldzicht kan toevoegen, onder de voorwaarde van passende programmering, samenwerking en fasering. Gezondheid, welbevinden en preventie Park Veldzicht kan bijdragen aan verbetering van gezondheid en welzijn doordat bewegen, ontmoeting en preventie in samenhang worden aangeboden. De combinatie van buitenruimte, leefstijlprogramma’s en laagdrempelige ondersteuning maakt het mogelijk om inwoners dichter bij huis te bereiken, in een omgeving die uitnodigend is en niet als zorginstelling aanvoelt. Groene dagactiviteiten, leefstijlinterventies, valpreventie en herstelgericht bewegen kunnen in deze setting beter tot hun recht komen. Dit
1 De financiële bandbreedtes zijn gebaseerd op een globale doorrekening van de ontwikkelstrategieën, opgesteld door VKZ BV (19 december
2025). De analyse is indicatief van aard en vormt input voor verdere verdieping in fase 03.
- 53 -
kan de zelfredzaamheid en veerkracht van inwoners versterken en bijdragen aan het eerder inzetten van lichte, preventieve ondersteuning. Op langere termijn kan dit leiden tot minder druk op eerstelijnszorg en Wmovoorzieningen, mits deze samenhang daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Sociale cohesie en participatie Park Veldzicht kan uitgroeien tot een plek waar ontmoeting en meedoen vanzelfsprekender worden. Vrijwilligerswerk, daginvulling, buurtinitiatieven en informele betrokkenheid krijgen hier ruimte om zich te ontwikkelen. Zo kan een sociaal netwerk ontstaan waarin inwoners elkaar ontmoeten, ondersteunen en activeren. Dit draagt bij aan gemeenschapskracht, inclusie en onderlinge verbondenheid. De mate waarin deze effecten optreden is afhankelijk van de toegankelijkheid van het programma en de betrokkenheid van lokale partners en inwoners. Leren, werken en talentontwikkeling De leer- en ontwikkelfunctie van Park Veldzicht ligt in het leren door te doen. Jongeren en volwassenen kunnen deelnemen aan maatschappelijke stages, leer-werktrajecten en praktijkgerichte opdrachten, in samenwerking met onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties.
Door leren te verbinden aan een echte maatschappelijke context kan een omgeving ontstaan die talentontwikkeling stimuleert, de aansluiting tussen onderwijs en praktijk versterkt en perspectief biedt aan inwoners die zich verder willen ontwikkelen. Vitaliteit en lokale opgaven worden zo op een betekenisvolle manier met elkaar verbonden.
De combinatie van natuur en sociale functies kan de leefkwaliteit in Genderen en omliggende kernen versterken. Tegelijk fungeert de buitenruimte als verbindend element tussen de andere pijlers: gezondheid, educatie en ontmoeting komen hier op een vanzelfsprekende manier samen.
Cultuur, zingeving en identiteit
De maatschappelijke meerwaarde van Park Veldzicht vertaalt zich op termijn in concrete baten voor inwoners, partners én de gemeente. Waar de vorige paragraaf beschrijft wat het terrein inhoudelijk oplevert, laat deze paragraaf zien waarom dat er maatschappelijk toe doet.
Binnen deze pijler komen erfgoed, verhalen, reflectie en zingeving samen. Kleinschalige exposities, culturele activiteiten en momenten van bezinning kunnen inwoners ruimte bieden om stil te staan, te vieren en betekenis te geven. Deze activiteiten kunnen bijdragen aan een herkenbare identiteit van Park Veldzicht en aan verbinding met de lokale geschiedenis. Daarmee wordt het terrein niet alleen een functionele plek, maar ook een omgeving waar ruimte is voor persoonlijke en gedeelde betekenis. Groene leefomgeving en buitenruimte De groene buitenruimte vormt een essentiële drager van de maatschappelijke waarde. Door Park Veldzicht te ontwikkelen als groen en toegankelijk vitaliteitspark kan worden bijgedragen aan biodiversiteit, aantrekkelijke routes voor bewegen en ontmoeten en klimaatadaptatie.
- 54 -
8.3. MAATSCHAPPELIJKE BATEN
Park Veldzicht versterkt de leefkwaliteit in Altena doordat verschillende functies in samenhang worden aangeboden. Die samenhang is bepalend voor de baten: - Gezondheid en preventie worden effectiever wanneer bewegen, natuur en ontmoeting elkaar versterken; - Sociale cohesie groeit sneller op een plek waar activiteiten, ondersteuning en vrijwilligerswerk samenkomen; - Leer- en ontwikkel kansen nemen toe wanneer onderwijs, praktijk en gemeenschapsinitiatieven elkaar vinden;
- Een groene, toegankelijke buitenruimte verhoogt het dagelijks gebruik en draagt bij aan welzijn en klimaatadaptatie.
bewoners vinden elkaar, partners kunnen meer activiteiten organiseren en de plek krijgt een regionale functie voor vitaliteit, ontmoeting en educatie.
Brede maatschappelijke winst
Hoe baten straks worden gemeten
De baten landen niet bij één partij, maar verspreiden zich over meerdere domeinen:
Maatschappelijke effecten zijn op dit moment nog niet volledig meetbaar. Fase 03 start daarom met:
- Minder druk op huisartsenzorg en Wmo-voorzieningen door preventieve ondersteuning; - Meer vrijwillige inzet, minder eenzaamheid en sterkere gemeenschapskracht; - Betere aansluiting tussen onderwijs en praktijk, meer ontwikkel kansen voor jongeren; - Een aantrekkelijker en gezonder leefklimaat door natuur, rust en recreatie; - Meer maatschappelijke participatie doordat mensen een plek hebben om naartoe te gaan.
- Een nulmeting van gezondheid, participatie, gebruik en leefkwaliteit; - Een structuur voor monitoring binnen het Living Lab; - Een set indicatoren die effecten op gezondheid, participatie, leerresultaten, vrijwillige inzet en leefomgevingskwaliteit inzichtelijk maakt.
Het gaat niet alleen om de stenen, maar om het effect dat ze mogelijk maken — meer beweging, meer ontmoeting, meer gemeenschapskracht. Ontwikkeling en verbetering De huidige voorzieningen op het terrein zijn beperkt open en worden nog weinig benut. Door programma en buitenruimte te versterken, kan het gebruik aanzienlijk groeien. Dat levert extra maatschappelijke waarde op:
Methoden zoals de Social Return on Investment (SROI) worden gebruikt om inzichtelijk te maken hoe maatschappelijke winst zich verhoudt tot investeringen. Dit gebeurt zorgvuldig en stapsgewijs, zodat de raad bij volgende besluitvorming beschikt over een goed onderbouwd en transparant overzicht. In vergelijkbare maatschappelijke projecten is de verhouding tussen maatschappelijke baten en financiële inzet vastgesteld tussen ongeveer € 1,80 en € 2,50 per geïnvesteerde euro. In fase 03 wordt een lichte monitoringsstructuur ingericht (Living Lab), met een nulmeting en jaarlijkse rapportage, zodat maatschappelijke waarde, gebruik en effecten
- 55 -
transparant en toetsbaar worden gemaakt.
8.4. FINANCIËLE DUIDING EN INVESTERINGSRUIMTE De maatschappelijke businesscase laat zien dat Park Veldzicht waarde toevoegt die verder reikt dan de financiële inzet van de gemeente. Het doel van deze businesscase is niet om investeringen één-op-één terug te verdienen, maar om zichtbaar te maken hoe maatschappelijke opbrengsten zich verhouden tot de middelen die nodig zijn om de ontwikkeling mogelijk te maken. De financiële kaders zijn op hoofdlijnen uitgewerkt in de hoofdstuk 5. Daarin is beschreven hoe de kosten oplopen naarmate de ontwikkeling intensiever wordt, en hoe deze beheersbaar blijven zolang er gefaseerd en lerend wordt gewerkt. In fase 03 wordt dit verder geconcretiseerd in een financieel model, waarin onder andere worden doorgerekend: - Investeringskosten en exploitatie; - Bijdragen van partners; - Mogelijkheden voor cofinanciering (bijv. Regio Deal, provincie, fondsen); - Risicoverdeling en scenario’s voor groei of bijsturing. Deze financiële duiding helpt de raad straks om weloverwogen keuzes te maken: