Bijlage 5 Kaderbrieven
Tekst van het document
Skip die trip In eerdere besprekingen is de wens uitgesproken om te onderzoeken of kan worden aangesloten bij de interventie Skip die Trip. In de politieregio Oost-Brabant werken de gemeenten, GGD’en en Novadic Kentron sinds 2021 samen in het project Skip die Trip. In de preventieaanpak versterken drie pijlers elkaar: 1. Communicatie, educatie en voorlichting 2. Grootschalige onderzoeksmonitor 3. Samenwerken op het gebied van beleid Veiligheid en Gezondheid De gemeenten in West-Brabant willen aansluiten bij Skip die Trip. Dit is een wens vanuit zowel gezondheid als veiligheid (AB GGD West-Brabant en AB Veiligheidsregio MWB). De aansluiting van WestBrabant op Skip die Trip is ook opgenomen in de opzet voor de regionale preventieketen middelengebruik in de IZA-actielijn Leefstijl, Leefomgeving, Kansengelijkheid. Binnen het wethoudersoverleg van IZA wordt de ontwikkeling van de regionale preventieketen nog nader toegelicht. Vanaf 2026 start het project, in samenwerking met de gemeenten, met incidentele middelen. Op verzoek van het AB (besluit 4 december) is de GGD gevraagd om de financiering voor de jaren 2027 en 2028 op te nemen in de gemeentelijke bijdrage. Daarnaast heeft het AB een oproep gedaan om actief te blijven zoeken naar alternatieve financieringsmogelijkheden. De financiering voor 2027 en 2028 is inmiddels opgenomen.
De uitvoering van Skip die Trip ligt vooral bij Novadic, onderzoek moet nog uitwijzen op welke wijze de GGD een rol krijgt in Skip die Trip.
Reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer Met ingang van januari 2026 is het op basis van de aangepaste CAO SGO verplicht om een woonwerkregeling voor medewerkers te hanteren. De GGD WB had tot nu toe geen dergelijke regeling, wat gevolgen had voor het aantrekken en behouden van personeel. De nieuwe regeling voorziet in een vergoeding van € 0,23 per kilometer, conform fiscale regelgeving, (enkele reis) vanaf 10 tot maximaal 55 kilometer. Voor afstanden buiten deze bandbreedte is uitruil via het IKB mogelijk, waarmee zowel medewerkers als de organisatie fiscaal voordeel behalen. De regeling zal naar verwachting circa € 300.000 kosten; deze kosten worden vanaf 2027 structureel verwerkt in de gemeentelijke bijdrage.
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
10
Indexering 2027 Voor het financieel kader van de algemene bijdrage komt de indexering uit op 4,12%. Dit percentage is volgens de afgesproken systematiek berekend. De huidige CAO loopt tot en met maart 2027 en voor eventuele nieuwe CAO en pensioenontwikkelingen na deze periode zal, indien nodig, een begrotingswijziging in 2027 volgen. De indexatiemethode is conform onderstaande tabel tot stand gekomen. Jaar
Loon voet
loonkosten% van begroting
Prijs index
Overige kosten % van begroting
Index
Bron
2027
5,1
65%
2,3
35%
4,12
September circulaire 2025
De gehanteerde indexeringsmethodiek resulteert erin dat bij de beleidsbegroting 2027 de salariskosten worden geïndexeerd met 5,1% en de overige kosten met 2,3%. Door de gehanteerde verhouding van 65%/35% leidt dit tot een gemiddelde stijging van 4,12%.
3.2 Indicatie gemeentelijke bijdrage 2027 Ontwikkeling in gemeentelijke bijdrage Gemeentelijke bijdrage (beleidsbegroting) 2026 Indexering - Reguliere indexeringen (incl. RVP, DUUP en inspectie WKO) - Teruggave hogere indexatie t.o.v. nieuwe CAO (lonen)
Totaal GGD 29.913.293
1.192.817 -447.000
Wijziging a.g.v. inwoneraantallen Basistaken JGZ 0-4 jaar JGZ 4-18 jaar
57.103 36.259 -23.010
Wijziging a.g.v. aanpassing tarief Basistaken JGZ 0-4 jaar JGZ 4-18 jaar
2.272 1.201 -762
Taakstelling: Toezicht WMO (vervallen taakstelling 'Trapje op, trapje af)
50.000
Overig: Wijzigingen vaccinatieschema in Rijksvaccinatieprogramma (RVP) CAO-ontwikkeling woon-werkregeling Impact huisvestingskosten CB-locaties Impact WKO-inspecties (excl. indexatie) Skip die Trip Regionaal Actieplan Suïcidepreventie
89.666 300.000 71.504 -16.067 146.085 PM
Totaal gemeentelijke bijdrage basistaken 2027
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
31.373.361
11
Bijlage 1: GGD in één oogopslag 2026
Bijdrage Rijksvaccinatieprogramma
Huisvesting 0-4 jarigen
Indexatie Bijdrage per inwoner basispakket
indexatie bijdrage per kind 0-3 jaar
Indexatie bijdrage per kind 4-18 jaar
Inspecties Wet Kinderopva/ng (WKO)
CAO-ontwikkeling woonwerkregeling
Skip die Trip
662.372
166.017
155.113
41.737
-
35.583
27.290
-35.939
119.510
24.120
11.745
822
3.089.086
128.133
102.254
26.571
34.178
7.490
-
5.279
4.213
-6.450
23.610
4.329
2.108
-28.169
486.065
Baarle-Nassau
7.205
235
998 17,25
350,09 65,13
124.358
-
493
82.271
65.000
15.617
19.420
5.124
-
3.390
2.678
-4.409
6.765
2.959
1.441
-9.443
315.664
Bergen op Zoom
70.194
-
10.678 17,25
350,09 65,13
1.210.847
-
4.805
-
695.458
63.297
-
49.887
-
-
28.653
-42.957
110.889
28.830
14.039
-19.196
2.144.552
Breda
188.779
6.970
28.856 17,25
350,09 65,13
3.256.438
249.883
12.923
2.440.127
1.879.391
540.634
295.837
134.165
10.295
100.533
77.431 -115.528
347.522
77.535
37.756 119.690
9.464.632
Drimmelen
28.295
1.041
4.106 17,25
350,09 65,13
488.089
-
1.937
364.444
267.424
64.853
124.688
20.109
-
15.015
11.018
-17.316
34.752
11.621
5.659
-58.213
1.334.080
Etten-Leur
45.457
1.679
7.450 17,25
350,09 65,13
784.133
-
3.112
587.801
485.219
125.358
140.888
32.306
-
24.217
19.991
-27.818
81.575
18.670
9.091
86.347
2.370.890
Geertruidenberg
21.944
777
3.340 17,25
350,09 65,13
378.534
-
1.502
272.020
217.534
60.104
69.675
15.596
-
11.207
8.962
-13.429
44.700
9.013
4.389
25.808
1.105.615
Halderberge
31.347
1.122
4.700 17,25
350,09 65,13
540.736
-
2.146
392.801
306.111
76.913
91.440
22.278
-
16.183
12.612
-19.184
62.209
12.875
6.269
10.285
1.533.674
Moerdijk
38.273
-
5.643 17,25
350,09 65,13
660.209
-
2.620
-
367.529
34.887
-
27.201
-
-
15.142
-23.422
90.860
15.719
7.655
25.795
1.224.195
Oosterhout
58.380
2.244
9.095 17,25
350,09 65,13
1.007.055
-
3.996
785.602
592.357
151.469
117.965
41.491
-
32.367
24.405
-35.727
101.073
23.978
11.676
-59.919
2.797.788
Roosendaal
77.721
-
11.578 17,25
350,09 65,13
1.340.687
-
5.320
-
754.075
73.042
-
55.236
-
-
31.068
-47.563
138.346
31.922
15.544
5.768
2.403.445
Rucphen
23.995
-
3.316 17,25
350,09 65,13
413.914
-
1.643
-
215.971
17.990
-
17.053
-
-
8.898
-14.684
37.007
9.855
4.799
-36.213
676.233
Steenbergen
24.567
-
3.467 17,25
350,09 65,13
423.781
-
1.682
-
225.806
20.677
-
17.460
-
-
9.303
-15.034
39.129
10.090
4.913
-23.617
714.190
Woensdrecht
22.194
-
3.105 17,25
350,09 65,13
382.847
-
1.519
-
202.229
19.229
-
15.773
-
-
8.332
-13.582
55.842
9.116
4.439
-7.823
677.921
831
3.147 17,25
350,09 65,13
393.455
-
1.561
290.925
204.964
53.432
53.674
16.210
-
11.986
8.445
-13.958
32.630
9.368
4.562
31.923
1.035.331
50.000 6.207.796 7.243.694 1.510.090 1.102.878
519.116
10.295 255.760
298.441
300.000 146.085
-
31.373.361
Zundert
22.809
TOTAAL
730.425
17.732 111.219 17,25 350,09 65,13
12.599.905 249.883
447.000 1.326.419
structurele correctie ingroeipad (S)
TOTAAL BIJDRAGE DEELNEMENDE GEMEENTEN BASISTAKEN 2027
Basistaken (4-18)
863.672
721
Teruggave CAO-indexatie lonen
Bijdrage basispakket JGZ 0 tm 3 jarigen
4.020
-
Indexering aanvullende financiering DUUP
Toezicht WMO -
181.798
aanvullende financiering DUUP
1.013.024
350,09 65,13
Basistaken
350,09 65,13
1.570 17,25
Bijdrage per kind 4 tm 18 jaar
10.170 17,25
366
Bijdrage per kind 0 tm 3 jaar
2.467
10.539
Bijdrage per inwoner basispakket
58.726
Alphen-Chaam
aantal kinderen 4 tm 18 jaar
aantal kinderen 0 tm 3 jaar
Altena
Gemeenten
Aantal per 1-1-2025
Bijlage 2: indicatie gemeentelijke bijdrage 2027
KADERNOTA 2027 RAV BRABANT MIDDEN-WEST-NOORD
1.
INLEIDING In de kadernota 2027 van de gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (de “RAV”) worden de algemene beleidsmatige kaders voor 2027 vastgelegd die daarna worden uitgewerkt in de begroting 2027. De RAV is een gemeenschappelijke regeling. Dat is een samenwerkingsverband tussen 35 gemeenten, die ervoor kozen om samen te werken op het gebied van de ambulancezorg. De RAV heeft krachtens haar gemeenschappelijke regeling tot doel het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. Zij tracht dit doel te bereiken met alle wettelijke toegestane middelen die daaraan naar haar mening kunnen bijdragen. De taken van de RAV kunnen als volgt worden geformuleerd: • Het instellen en in stand houden van een Regionale Ambulancevoorziening ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; • Het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; • Het vaststellen en (doen) uitvoeren van het Regionaal Ambulance Plan van de regio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; • Het (doen) leveren van een bijdrage aan de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Hulpverleningsdienst Brabant-Noord.
De doelstelling van de RAV is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die waar nodig tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd.
1
2.
BELEIDSMATIGE KADERS
2.1.
Beleidsmatig kader: Meerjarenbeleidsplan 2026 – 2029 Elke seconde telt. In een wereld waarin zorg steeds complexer wordt en de vraag blijft groeien, is de RAV dé constante factor in acute en planbare zorg. Wij staan vooraan in crisissituaties, maar staan ook naast je in zorg; een betrouwbare partner die handelt met daadkracht, deskundigheid en empathie. Als RAV hebben wij een bijzondere verantwoordelijkheid. We zijn niet alleen de schakel tussen patiënt en zorginstelling, maar ook een cruciale speler binnen het zorgnetwerk. We coördineren, stabiliseren en vervoeren, maar vooral: we bieden zorg, daar waar die het hardst nodig is. Dit doen we met een sterk en toegewijd team dat elke dag het verschil maakt. Onze rol gaat verder dan de ambulancezorg alleen. We anticiperen op de zorg van morgen en innoveren continu, zodat we altijd klaarstaan voor de veranderende behoeften van onze patiënten en de samenleving. We werken samen met ziekenhuizen, huisartsenposten en andere zorgpartners om de best mogelijke zorg toegankelijk te houden. Dat moeten we en dat willen we. Bij de RAV draait het om meer dan snelheid en vakmanschap. Onze kernwaarden, kartrekker, kompaan, kordaat en koersvast, vormen het fundament van ons werk.
Ze weerspiegelen wie we zijn: proactieve leiders, betrouwbare teamspelers, besluitvaardige professionals en een stabiele factor in een uitdagend veranderend zorglandschap. We staan voor aanzienlijke uitdagingen (veranderende en toenemende zorgvraag, krapte op de arbeidsmarkt) en opereren daarbij in een snel veranderende wereld. Zo hebben we te maken met zorgcoördinatie, een traject dat net is ingezet. Maar ook met (geo-) politieke uitdagingen. Enerzijds zetten we de komende vier jaar de koers door die we de afgelopen vier jaar hebben ingezet. Anderzijds brengen we bewust bepaalde sterke accenten aan; de patiënt blijft op één staan, dat is ons bestaansrecht. Tegelijkertijd ligt er een sterke focus op het goed zorgen voor bestaande werknemers en het vinden van goede nieuwe collega’s. Missie Ons bestaansrecht en overtuiging Wij bieden de beste ambulancezorg en vervoer voor onze patiënten, op de juiste plaats op het juiste moment. Dit dankzij onze innovatieve werkomgeving, uitstekende ontwikkelingsmogelijkheden en sterke teamcultuur. Visie Zo realiseren we onze missie Bij de RAV streven we naar excellent werkgeverschap om de beste ambulancezorg te kunnen leveren. We trekken de beste mensen aan en behouden hen door een werkomgeving te creëren waar iedereen zich gewaardeerd en gesteund voelt.
We passen ons continu aan de veranderende zorgbehoeften aan en werken nauw samen met partners om de zorg toegankelijk te houden.
2
Ambulancezorg Onze definitie van ambulancezorg Moderne ambulancezorg is spoedeisende en niet-spoedeisende medische hulp, gericht op stabilisatie, coördinatie, triage en advies, behandeling en vervoer van patiënten naar een zorginstelling of het bieden van zorg ter plaatse. Ambulancezorg wordt verleend door meldkamermedewerkers en ambulancepersoneel, zoals verpleegkundigen, medisch hulpverleners en chauffeurs, in zowel acute (levensbedreigende) als minder urgente situaties. Zij worden hierbij ondersteund door een bekwame en gemotiveerde groep collega’s. Ambulancezorg is dus ook zorg op afstand, waarbij meldkamermedewerkers advies geven, doorverwijzen naar de huisarts en een coördinerende rol spelen in het zorgnetwerk. 2.2.
Kwaliteitskader Ambulancezorg 2.0 In 2019 zette de ambulancesector een grote stap voorwaarts met de ontwikkeling van het kwaliteitskader ambulancezorg 1.0. Niet langer werd de kwaliteit van de ambulancezorg beoordeeld op alleen de aanrijtijden. In een brede set van kwaliteitssignalen werd beschreven wat goede ambulancezorg is. Versie 2.0 is tot stand gekomen in samenwerking met een brede vertegenwoordiging van ambulancezorgprofessionals, RAV-experts, RAVbestuurders, cliëntenvertegenwoordigers en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het kwaliteitskader 2.0 bevat 23 signalen. De set aan kwaliteitseisen is gebaseerd op de zeven pijlers van goede ambulancezorg; 1) bereikbaar en beschikbaar, 2) patiëntgericht, 3) veilig, 4) professioneel, 5) afgestemd met ketenpartners, 6) continu geëvalueerd en waar nodig verbeterd, 7) geleverd door organisaties die hun zaken op orde hebben. Een signaal is een meetbaar element dat een aanwijzing geeft over de kwaliteit van een aspect van de ambulancezorgverlening. De signalen hebben betrekking op het volledige ambulancezorg proces; van het aannemen en beoordelen van de zorgvraag door de meldkamercentralist, de beoordeling ter plaatse en de behandeling en het vervoer van de patiënt tot en met de overdracht van de patiënt aan een andere zorgverlener.
Uit de toelichting op de Regeling ambulancezorgvoorzieningen blijkt dat tijdigheid slechts een van de aspecten is van de kwaliteit van ambulancezorg. Daarom wordt in die bepaling verwezen naar het Kwaliteitskader Ambulancezorg van branchevereniging AZN. Dit is een thema waar onze RAV blijvend aandacht aan zal besteden, ook in 2027. Niet alleen in gesprekken en briefwisselingen met gemeenten, maar bijvoorbeeld ook in de verantwoording in onze prestaties richting zorgverzekeraars.
3
3.
FINANCIËLE KADERS & GEMEENTELIJKE RICHTLIJNEN
3.1.
Financiële kaders1 In Nederland zijn zorgverzekeraars verantwoordelijk voor de inkoop van de ambulancezorg. De zorgverzekeraars beschikken hiertoe over het landelijke macrobudget dat door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wordt vastgesteld. Het financieringsstelsel van de ambulancezorg maakt een onderscheid tussen bekostiging en financiering. Met bekostiging wordt het budget bedoeld zoals dat jaarlijks door zorgverzekeraars beschikbaar wordt gesteld op basis van beleidsregels die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vaststelt. Met financiering wordt de manier bedoeld waarop het budget via facturatie beschikbaar wordt gesteld. De minister van VWS stelt periodiek het landelijk referentiekader spreiding & beschikbaarheid vast. Hierin wordt de minimaal benodigde ambulancecapaciteit per regio berekend, per dagdeel en met onderscheid naar dagsoort. De beschikbaarheid van ambulancezorg is één van de belangrijkste kenmerken van de ambulancezorg. Iedereen moet op elk moment van de dag kunnen rekenen op toegang tot ambulancezorg. Daarom staat deze beschikbaarheid (de capaciteit) centraal in de bekostiging. Meer of minder inzetten (de productie) is slechts heel beperkt van directe invloed op de hoogte van het beschikbare budget.
In de combinatie van enerzijds de manier van bekostiging van RAV’en en anderzijds het gegeven dat onze RAV een gemeenschappelijke regeling is, is een bijzonderheid gelegen. Waar de RAV conform de Wet gemeenschappelijke regelingen aan het begin van 2026 de begroting voor 2027 moet afronden en ter besluitvorming moet voorleggen aan de deelnemende gemeenten, wordt het daadwerkelijke budget voor 2027 eerst bekend zodra de onderhandelingen eind 2026 zijn afgerond.
3.2.
Gemeentelijke richtlijnen Van diverse deelnemende gemeenten hebben wij voor onze begroting richtlijnen meegekregen. Samengevat luiden deze als volgt: 1. De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. 2. De nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg is naar verwachting in 2027 volledig geïmplementeerd. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A0 en A1 (voorheen A1 en A2 ritten) behouden blijft. Uitgangspunt dient te zijn
1
https://www.ambulancezorg.nl/themas/financiering/financieringsstelsel/bekostiging-en-financieringambulancezorg
4
dat in het hele werkgebied de responstijd voor A0 ritten met niet meer dan 5% wordt overschreden (melding-aankomst meer dan 15 minuten). 3. In haar begroting geeft de RAV aan wat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekenen voor de ambulancezorg in haar werkgebied. De beleidsagenda kent drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. 4. In het werkgebied van de RAV liggen meerdere gemeenten die grenzen aan België. Grensoverschrijdende samenwerking is in de ambulancezorg van belang voor het bieden van snelle en effectieve hulp. De RAV geeft in haar begroting aan hoe deze samenwerking er uitziet en welke mogelijkheden zij ziet om de grensoverschrijdende samenwerking verder te optimaliseren. Deze richtlijnen zullen wij verwerken in de begroting voor 2027.
5
4.
KANSEN EN UITDAGINGEN
4.1.
Kansen Excellente zorg; we leveren niet alleen hoogwaardige ambulancezorg, maar doen dat met snelheid, precisie en empathie. Geen dag is hetzelfde; waar je ook werkt binnen de organisatie, we verrichten uitdagend en betekenisvol werk. Als werkgever wil de RAV vertrouwen geven; de RAV gelooft in de professionals die bij haar werken. Ontwikkeling, zowel professioneel als persoonlijk, staat hierbij centraal. Initiatief, waardering en steun zijn kernwoorden. De RAV bestrijkt een groot en gevarieerd gebied—van Bergen op Zoom tot Haps. Of je nu liever in een stedelijke omgeving werkt of in het buitengebied, je kunt altijd dichtbij huis aan de slag. De diversiteit van ons werkgebied, met uiteenlopende inwoners en zorginstellingen, maakt ons werk extra boeiend.
4.2.
Druk op de zorg De zorgsector staat onder toenemende druk door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen. Vergrijzing Onze samenleving veroudert en de zorgvraag groeit. Ouderen hebben vaker en langduriger zorg nodig, wat leidt tot een stijgende druk op alle zorginstanties, inclusief de ambulancezorg. Toename sociale problematiek Psychosociale problematiek en kwetsbaarheid in de samenleving nemen toe. Dit leidt tot complexere zorgvragen en een groeiende behoefte aan multidisciplinaire zorg. Steeds complexere zorgvraag Door medische vooruitgang blijven mensen met chronische aandoeningen langer leven, maar hebben ze vaak intensieve en gespecialiseerde zorg nodig. Dit vraagt om meer expertise en maatwerk binnen het acute zorgnetwerk. Meer en langer zelfstandig wonende ouderen Ouderen blijven steeds langer thuis wonen, al dan niet met hulp van mantelzorgers. Dit leidt tot een grotere vraag naar zorg aan huis, wat de rol van de ambulancezorg verandert van enkel vervoer naar een bredere zorgverlener aan huis. Tekort aan zorgpersoneel De krapte op de arbeidsmarkt is een van de grootste uitdagingen voor de zorgsector. Het vinden en behouden van gekwalificeerd personeel wordt steeds moeilijker, terwijl de zorgvraag blijft groeien. Dit geldt niet alleen voor ons, maar ook voor onze netwerkpartners.
Technologische ontwikkelingen Innovaties zoals geavanceerde medische apparatuur, digitale communicatie en AI-gestuurde triage maken zorg in potentie efficiënter en beter. Dit vraagt om voortdurende investeringen en bijscholing, zodat onze professionals optimaal profiteren van de nieuwste technologieën.
6
Tegelijkertijd brengt digitalisering grote uitdagingen met zich. Het ontwikkelen van landelijk beleid en aangepaste wetgeving kost vaak jaren, terwijl technologische ontwikkelingen snel gaan. Bovendien is zo’n 20% van de bevolking niet of nauwelijks digitaal vaardig, wat drempels creëert in de toegang tot zorg. 4.3.
Uitdagingen De RAV staat voor grote uitdagingen: toenemende en complexere zorgvraag door vergrijzing en sociale problematiek, tekort aan zorgpersoneel en krapte op de arbeidsmarkt, technologische ontwikkelingen en digitalisering, en noodzaak tot innovatie in werkgeverschap, scholing en materiaal. In ons meerjarenbeleidsplan hebben we diverse uitdagingen geformuleerd, die zich – voor zover we nu kunnen voorspellen – ook in 2027 zullen voordoen. Goed en innovatief werkgeverschap Om de continuïteit en kwaliteit van zorg te waarborgen, moeten we verder kijken dan de traditionele aanpak. We investeren in goed werkgeverschap en loopbaanontwikkeling, maar verkennen ook innovatieve oplossingen. Denk hierbij aan: (i) het slimmer organiseren van zorg, bijvoorbeeld door technologische ondersteuning of functiedifferentiatie; (ii) het ontwikkelen van combifuncties, waarin professionals ervaring opdoen in zowel de acute zorg als het ziekenhuis; en (iii) het intensiveren van de samenwerking met opleidingsinstituten en netwerkpartners om de instroom en doorstroom van zorgprofessionals te vergroten. Materiaal en middelen We investeren in technologische innovaties en efficiëntere werkprocessen om onze mensen optimaal te ondersteunen. Dit helpt de impact van het personeelstekort te verzachten en verhoogt de veiligheid en effectiviteit van zorgverlening.
Kennis en vaardigheden Door de snelle ontwikkelingen in de zorgsector is continue scholing noodzakelijk. Nieuwe triagesystemen, AI-toepassingen en functiedifferentiatie vragen om specialistische kennis op alle niveaus, van zorgverleners en centralisten tot ICT en facilitair beheer. Focus op onze kerntaak De veranderende rol van ambulancezorg in het zorgnetwerk vraagt om een balans tussen innovatie en onze fundamentele opdracht: het leveren van hoogwaardige ambulancezorg. Daarom blijven we onszelf de vraag stellen: hoe draagt elke nieuwe ontwikkeling bij aan de kwaliteit en toegankelijkheid van onze zorg? We zorgen ervoor dat vernieuwing altijd in dienst staat van betere patiëntenzorg. Van idee naar actie Innovaties en verbeteringen dreigen soms verloren te gaan in de waan van de dag. Om dit te voorkomen, versterken we onze interne processen zodat: goede ideeën niet alleen worden bedacht, maar ook daadwerkelijk worden uitgevoerd; initiatieven duurzaam worden geborgd binnen de organisatie; en medewerkers structureel betrokken worden bij verbeterprocessen.
7
5.
VOOR WIE DOEN WE ONS WERK? Iedereen binnen de RAV voelt zich verantwoordelijk voor patiënten, collega’s, netwerkpartners en de maatschappij. De komende jaren verschuift de focus naar preventieve zorg, technologische innovatie, continue scholing en intensieve samenwerking binnen het zorgnetwerk. De RAV blijft innoveren, als proactieve partner. Waar nodig zal zij een coördinerende rol in het acute zorgnetwerk niet uit de weg gaan.
5.1.
Wat mogen patiënten verwachten? De RAV stelt de patiënt centraal: optimale waardecreatie voor de patiënt is ons streven. We leveren mobiele zorg: de juiste ambulancezorg, op het juiste moment, op de juiste plaats en door de juiste hulpverlener. Dit betekent dat we in ieder geval de zorg naar de patiënt brengen, en waar nodig ook de patiënt naar de zorg. Door zorg- en functiedifferentiatie is deze zorg steeds beter afgestemd op de vraag van de patiënt. Kwaliteit en evaluatie van zorg De RAV heeft de kwaliteit van zorg hoog in het vaandel staan. Wat ook essentieel is voor de kwaliteit van zorg is het evalueren van de geleverde zorg. Sinds 2015 vindt intercollegiale zorgevaluatiebegeleiding (ZEB) plaats. Via ZEB wordt het handelen van onze ambulanceverpleegkundigen en medisch hulpverleners geëvalueerd door middel van een methodiek, die afkomstig is uit de luchtvaart en inmiddels zeer effectief is gebleken. In 2019 is de methodiek uitgebreid naar het handelen van ambulancechauffeurs. Naar verwachting zal ZEB de komende jaren breder worden uitgerold binnen onze organisatie. Juiste zorg op de juiste plek We benoemden het hiervoor al; de grote gedachte achter zorgcoördinatie is dat het leveren van collectieve inspanningen om de juiste zorg op de juiste plek te kunnen bieden, de zorg in het geheel kan worden ontlast.
We verwachten dat in 2027 meerdere initiatieven en pilots hiertoe hun vruchten zullen hebben afgeworpen en zijn geïmplementeerd. Denk hierbij aan de Klinisch Coördinator op de meldkamers en verlengde triage. Prestaties en paraatheid op orde Alle inspanningen omtrent zorgcoördinatie en ‘de juiste zorg op de juiste plek’, hebben tot doel om te komen tot een efficiënter stelsel waarin de spoedambulance niet altijd een patiënt ophaalt om hem of haar te vervoeren naar het ziekenhuis. In sommige gevallen kan de patiënt van het ambulancepersoneel ook de goede zorg thuis ontvangen en hoeft deze niet vervoerd te worden. Ook kan tijdens de triage blijken dat de zorgvraag bijvoorbeeld bij de huisartsen- of verpleegzorg thuis hoort (“ombuigen”). Dit alles laat onverlet dat een aanzienlijk deel van onze capaciteit ook in 2027 nog zal moeten worden aangewend voor de “klassieke” ambulance spoedzorg. We blijven ons ervoor inspannen dat we voldoen aan de inspanningsplicht om 95% van de ritten binnen 15 minuten (A0) of 17 minuten (A1) te rijden. Ook willen we met de beschikbare groep medewerkers op een verantwoorde manier zoveel mogelijk auto’s op de weg houden. Kort gezegd: de paraatheid moet op orde en zo blijven. Daar zetten we in 2026 al stappen voor. Die zullen in 2027 worden voortgezet en uitgebreid.
8
5.2.
Wat mogen (toekomstige) collega’s verwachten? Mede gelet op de druk op de zorg en haar personeel, blijft de pressie op bestaand en nieuw personeel een belangrijke uitdaging voor de komende jaren. Dit is naar verwachting in 2027 nog niet opgelost. Het behouden van enthousiaste en bekwame medewerkers en het werven van nieuw talent zijn daarom topprioriteiten in ons beleid. We willen een platte organisatie blijven, maar met onze groeiende omvang vraagt dat om extra duidelijkheid. Het vraagt van de organisatie om constant duidelijk te blijven communiceren over besluiten en keuzes. Het vraagt van collega’s om kritisch en opbouwend te blijven, om vragen te stellen.
5.3.
Wat mogen netwerkpartners verwachten? Naar verwachting zijn in 2027 de eerste stappen gezet in de samenwerking op zorgcoördinatiegebied in de drie regio’s waarin wij actief zijn (West-Brabant, Midden-Brabant en Noord-Oost-Brabant). Netwerkpartners weten elkaar te vinden en werken intensief samen. Gegevensuitwisseling is bovendien goed ingeregeld. Aan onze zijde hebben wij een goede basis gelegd voor verlengde triage. We gaan ervan uit dat verlengde triage werkend is binnen ons hele werkgebied. We streven ernaar dat de Klinisch Coördinator volledig ingebed is binnen onze beide meldkamers. Ook gaan we ervan uit dat een aanvullend triagesysteem is geïmplementeerd.
5.4.
Wat mag de maatschappij verwachten? Naast de zorg voor de patiënt die bij ons op de eerste plaats staat, voelen wij ook een grote verantwoordelijkheid ten opzichte van de maatschappij. Wij zijn een publieke organisatie en gaan efficiënt en verantwoord om met de middelen die aan ons zijn toevertrouwd. Daarnaast dragen wij graag bij om samen met onze partners in het acute zorgnetwerk te onderzoeken hoe de bereikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de acute zorg in de toekomst voor iedereen behouden blijft. Dit is een grote maatschappelijke uitdaging, die alleen in samenwerking met alle betrokkenen het hoofd kan worden geboden. Een ander thema dat ons de komende jaren zal bezig houden, betreft de 72uurscontinuïteit. Om te voldoen aan wet- en regelgeving en om adequaat te kunnen inspelen op de actuele risico’s, is het van belang om bestaand beleid te updaten en aan te vullen, zodat we als organisatie beter gewapend zijn tegen verstoringen van de zorgcontinuïteit bij grootschalige incidenten en crises.
9
6.
WAT DOEN WE IN 2027?
6.1.
Personeel Werven, opleiden en doorgroei Om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden, moeten we almeer inzetten op het werven van nieuw personeel. In 2026 zullen we de eerste ervaringen hebben opgedaan met een vierde eigen opleidingsgroep. Met enkel het werven van meer personeel zijn we er niet. Dit betekent iets voor de gehele organisatie. Recruitment krijgt een grotere werklast, maar ook het team dat verantwoordelijk is voor opleiding en training merkt het. Vervolgens zijn we met elkaar gezamenlijk verantwoordelijk voor de onboarding van de nieuwe collega’s. Naast het opleiden van nieuwe medewerkers, ontplooien we ook andere initiatieven. In ons werkgebied zijn verschillende initiatieven voor DUO-banen. Hierdoor kunnen SEH/IC-verpleegkundigen voor een deel van de tijd worden ingezet als ambulanceverpleegkundige, en andersom. Dit zullen we ook in 2027 blijven doen en waar mogelijk uitbreiden. Verder is er veel aandacht voor loopbaanontwikkeling. Er zijn loopbaanpaden ontwikkeld, zodat verdere doorgroei en doorontwikkeling binnen onze organisatie kan worden gestimuleerd. Denk hierbij aan het faciliteren van doorgroei van chauffeur naar verpleegkundige, of van verpleegkundige naar Verpleegkundig Specialist. Interne doorgroei blijven we kortom stimuleren. Het is een maatschappelijk fenomeen dat verzuim in de zorg toeneemt.
Dit blijft de komende jaren een punt van aandacht: hoe beheers je het verzuim en dring je het bij voorkeur terug? Functiedifferentiatie De afgelopen jaren heeft de RAV ingezet op functiedifferentiatie aan de zijde van de rijdienst; naast onze reguliere ALS-ambulances, werken we momenteel naar volle tevredenheid met MC-ambulances, voor – kort gezegd – planbaar (nietacuut) vervoer. Verder werken we ook met Verpleegkundig Specialisten, Physician Assistants en Medisch Hulpverleners. Dit zullen we de komende jaren volhouden. In 2027 zal ook functiedifferentiatie binnen de andere onderdelen van onze organisatie verder tot wasdom zijn gekomen; denk hierbij aan de 112centralist, de Klinisch Coördinator en de Coördinerend Verpleegkundig Centralist. Vooruitstrevend beleid en innovatie Personeelsmanagement kan niet worden los gezien van technologische ontwikkelingen. Centralisten worden ondersteund door ICT-oplossingen bij de uitgifte van ambulances. Ambulancezorgprofessionals worden ontlast door AItoepassingen bij hun dossiervorming en verslaglegging bijvoorbeeld. Ook aan de kantoorzijde liggen hier mogelijkheden. We gaan er dan ook vanuit dat innovatieve oplossingen het werk makkelijk en efficiënter maken, maar ook de trots en tevredenheid van collega’s vergroten.
10
6.2.
Informatie Op het gebied van informatiemanagement, -beheer en -beveiliging spelen meerdere onderwerpen. Zoals in het voorgaande al enkele keren aan bod kwam, spelen er meerdere ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van IT / ICT / AI. Ter illustratie: de implementatie van geautomatiseerde feedback berichten vanuit ziekenhuizen naar de ambulanceverpleegkundige, de ambulanceverpleegkundige via een eigen device voorzien van huisartsensamenvatting en medicatieverstrekking, continue doorontwikkeling van business intelligence en databetrouwbaarheid, het digitale ritformulier, gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders onderling, het toekomstbestendig maken van identificatie van de patiënt en zorgverlener, optimale waarde creatie ondersteunen voor de patiënt, het netwerk en het personeel. Al deze ontwikkelingen brengen op zichzelf beschouwd weer meerdere aandachtspunten met zich: een ICT-visie, AI-beleid, blijvende aandacht voor cyber security & privacy, compliant zijn en compliant blijven, een betrouwbaar stelsel van functioneel beheer, opleiding en bijscholing voor medewerkers, een modern archief- en informatiebeheer, etc.
6.3.
Organisatie De organisatie moet het werken van geschikte en gemotiveerde mensen aan processen en producten adequaat faciliteren. De structuur volgt de strategie van de organisatie en is dienend aan sturing en samenwerking. Een slagvaardig managementteam, ondersteund door een professionele staf, met onderscheidend leiderschap vormt daarbij de basis. Door aan deze voorwaarden te voldoen kan de RAV zich handhaven binnen het topsegment van de RAV-organisaties en de maatstafconcurrentie binnen de ambulancezorg het hoofd bieden. Op basis van deze uitgangspunten ontwikkelt de organisatie zich op een aantal aspecten: • • • •
Zij kenmerkt zich door haar medewerkers te prikkelen, uit te dagen en verantwoordelijkheid te laten nemen voor de eigen ontwikkeling; Er is ruimte voor innovatie; De organisatie is in control; Ontwikkeling van expertise vindt voornamelijk plaats door het zoeken van regionale en landelijke samenwerking.
Verandering is geen doel op zich. Elke ontwikkeling binnen de RAV moet aantoonbare meerwaarde hebben en onderbouwd zijn met gedegen, evidencebased onderzoek. Dit zorgt ervoor dat we innovaties zowel intern als extern goed kunnen uitleggen én verantwoord implementeren. De komende jaren blijven we ons hierop richten, wat betekent dat we de juiste expertise in huis moeten hebben om deze ontwikkelingen te begeleiden en te beoordelen 6.4.
Financiën Sinds de oprichting van onze Gemeenschappelijke Regeling in 2005 werken wij met een begroting die volledig is gedekt door het aan ons toegekende budget vanuit de zorgverzekeraars en hebben wij geen financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten nodig gehad. De RAV is een financieel gezonde organisatie, die efficiënt en verantwoord omgaat met publieke middelen. Enerzijds zijn de komende jaren de nodige investeringen vereist. Anderzijds zal de RAV kritisch blijven kijken naar haar inkomsten en uitgaven. Ook in 2027 wordt geen gemeentelijke bijdrage gevraagd.
11
6.5.
Afzet / inkoop De komende jaren staan er binnen de RAV diverse omvangrijke aanbestedingen en projecten op de agenda, denk hierbij aan de aanschaf van medische hulpmiddelen, de implementatie van nieuwe applicaties en het inschakelen van facilitaire diensten. Deze ontwikkelingen vragen om een aanzienlijke inzet van personele capaciteit, zowel intern als extern. Voor de voorbereiding, uitvoering en borging van deze trajecten is het noodzakelijk om projectgroepen samen te stellen waarin medewerkers uit verschillende disciplines participeren. Denk hierbij aan bedrijfsvoering, facilitair, ICT, HR en operationele teams. Daarnaast is externe expertise vaak onmisbaar, bijvoorbeeld bij juridische vraagstukken, aanbestedingsadvies, technische begeleiding en specialistische ondersteuning. Het realiseren van deze projecten vraagt om flexibiliteit en samenwerking binnen de organisatie. Medewerkers worden gevraagd om naast hun reguliere taken een actieve bijdrage te leveren aan projectgroepen, overlegstructuren en implementatietrajecten. Dit betekent dat de beschikbare capaciteit goed gemonitord en afgestemd moet worden, zodat de continuïteit van de dagelijkse processen gewaarborgd blijft. Tot slot geldt dat de inzet van externe partijen zorgvuldig moet worden gepland en afgestemd op de interne capaciteit.
Alleen door een optimale balans tussen interne en externe inzet kunnen de aanbestedingen en projecten succesvol worden gerealiseerd, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de reguliere zorg- en bedrijfsvoering.
6.6.
Cultuur Met alle ontwikkelingen en uitdagingen die de komende jaren voor ons staan, is het goed om met elkaar stil te staan bij de cultuur die we willen behouden. We kennen momenteel een cultuur van vertrouwen. Tegelijkertijd is er altijd ruimte voor doorontwikkeling. Intervisie, feedback en eigenaarschap staan hierbij centraal. Koersvast Wij hebben het vermogen om ons aan te passen aan een veranderende vraag en ons te blijven ontwikkelen, zonder daarbij ons bestaansrecht en onze stip op de horizon uit het oog te verliezen. Stabiliteit zorgt voor een sterke teamgeest en de wetenschap dat we elkaar wederzijds ondersteunen. Kompaan We staan voor elkaar klaar en je staat er nooit alleen voor. Een sterke teamgeest en wederzijdse ondersteuning. Kartrekker Wij staan nooit stil en zijn echte aanpakkers. We nemen de leiding als dat nodig is en kunnen anderen inspireren. Proactief en samenwerkend leiderschap. Kordaat We nemen eigen verantwoordelijkheid, durven moeilijke keuzes te maken en krijgen daarvoor de ruimte en steun. Rust en stabiliteit creëren door doortastend te handelen.
12
6.7.
Huisvesting en duurzaamheid Naar verwachting nemen we in 2027 onze intrek in twee nieuwe ambulanceposten en kantooromgevingen (Tilburg en Breda). Als het goed is, zijn er t.z.t. ook serieuze stappen gezet met betrekking tot een nieuwe extra locatie in Den Bosch. Naast gebruiksgemak voor onze rijdienst en moderne voorzieningen voor onze kantoorcollega’s, staan eisen rondom duurzaamheid hierbij hoog in het vaandel, maar ook zaken als meerjarenonderhoud en meerjareninvesteringsbegroting. Verder wordt gewerkt aan een duurzaam wagenpark. Denk hierbij aan de elektrificatie van de ambulances en het overige wagenpark. Hierbij staan voor uitdagingen wat betreft een goede laadinfrastructuur. In 2027 zal dit geïmplementeerd zijn en is er ruimte voor doorontwikkeling. Mogelijk zijn er tegen die tijd aantrekkelijke elektrische ambulances op de markt. Een blijvend punt van zorg blijft de krapte t.a.v. beschikbare stroom. Daarnaast kijken we naar de voetafdruk van medewerkers, zoals woonwerkverkeer en verplaatsingen tussen vestigingen. Gezien ons uitgestrekte werkgebied is dit een uitdagende, maar noodzakelijke stap. Tot slot bereiden we ons voor op de groeiende eisen rondom duurzaamheid, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Duurzaamheid is voor ons kortom geen losse ambitie, maar een integraal onderdeel van onze strategie.
13
7.
TOT SLOT Met deze kadernota 2027 bevestigt de RAV Brabant Midden-West-Noord haar rol als betrouwbare en innovatieve partner in de acute en planbare zorg. We blijven ons inzetten voor kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, waarbij de patiënt centraal staat en onze medewerkers optimaal worden ondersteund. Door te investeren in mensen, technologie en samenwerking, zijn we voorbereid op de uitdagingen van morgen. Onze koers is helder: samen met onze netwerkpartners, gemeenten en de maatschappij bouwen we aan een toekomstbestendige, toegankelijke en duurzame ambulancezorg. Zo blijven we, ook in een veranderend zorglandschap, koersvast, kordaat, kompaan en kartrekker, voor iedereen die op ons rekent.
* * *
14
Postadres: Postbus 90156, 4800RH Breda Uw kenmerk: -
Datum: 13-1-2026
Ons kenmerk: Kaderbrief Regio De Baronie 2027 Stoffels
Contactpersoon: Desiree
Onderwerp: Kaderbrief Regio De Baronie 2027
Email: dcj.stoffels@breda.nl
Bijlage: Geachte raad, Inleiding Met deze kaderbrief informeren wij u over de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de begroting 2027 van Regio De Baronie. Het uitgangspunt van deze kaderbrief is de Nota verbonden partijen en overige samenwerking West-Brabant. Beleidsmatige kaders De kernagenda 2025–2027 vormt het beleidsmatige kader voor de begroting 2027. Deze agenda is eerder met uw raad gedeeld en bevat de thema’s fysiek, mobiliteit, wonen, economie, duurzaamheid, sociaal en veiligheid. In 2026 wordt een nieuwe kernagenda opgesteld voor de periode 2027–2031, waarbij uw raad actief betrokken zal worden. Financiële kaders De meerjarige financiële richtlijnen opgenomen in de Nota verbonden partijen en overige samenwerking in West-Brabant vormen het fundament voor de begroting van Regio De Baronie. Daarnaast schrijft de gemeenschappelijke regeling van Regio De Baronie voor dat de kosten die worden opgenomen in de begroting dienen voor het in stand houden van de samenwerking en het functioneren van het Baroniebureau. Evenals het uitvoering geven aan de collectieve thema’s uit de kernagenda. Deze worden door middel van een inwonerbijdrage betaald. De kosten die verband houden met het uitvoering geven aan de coalitie- en ingroeithema’s uit de vastgestelde kernagenda worden niet opgenomen in de begroting.
De integratie van het veiligheidsoverleg met de agenda van de Baroniedagen vraagt geen aanvullende middelen vanuit de begroting van Regio De Baronie. Vanuit de begroting wordt een bijdrage geleverd aan het programmabureau van de Stedelijke Regio Breda Tilburg. Hierin vervult de Baronie een kassiersfunctie. In lijn met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zal in de begroting en jaarstukken van uw gemeente een paragraaf verbonden partijen worden opgenomen, waarin de financiële en bestuurlijke relatie met Regio De Baronie wordt toegelicht. Conclusie De bovengenoemde beleidsmatige en financiële kaders zullen de basis vormen voor de begroting 2027 van Regio De Baronie. Wij hopen u door middel van deze kaderbrief voldoende geïnformeerd te hebben. Mochten er naar aanleiding van deze kaderbrief vragen zijn, neem dan contact op met Desiree Stoffels via dcj.stoffels@breda.nl. Namens Dagelijks Bestuur i. o.,
Paul Depla, Voorzitter Regio De Baronie
Aan de colleges en gemeenteraden van de 16 West-Brabantse gemeenten
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Onderwerp: Bijlage:
2025-214 Kaderbrief RWB begroting 2027 1. Kaders Begroting RWB 2027 2. Overzicht op ingediende richtlijnen R
Datum: Contactpersoon: Telefoon: E-mail:
10 december 2025 Olga Arandjelović 06 10217174 Olga.arandjelovic@west-brabant.eu
Beste leden van de West-Brabantse colleges en gemeenteraden, Het Algemeen Bestuur heeft in de vergadering van 3 december 2025 de kaders voor de Begroting 2027 van de Regio-West Brabant vastgesteld. De kaders vindt u in bijlage 1. De algemene financiële richtlijnen en de specifieke financiële richtlijn voor Kleinschalig Collectief Vervoer zijn verwerkt in de kaders. Deze algemene richtlijnen komen uit de vastgestelde Nota Verbonden Partijen en de KCV-richtlijn sluit aan op onze contractafspraken met de vervoerder. In de periode oktober-december ontvingen we van u de richtlijnen voor onze begroting 2027. De richtlijnen van de 16 gemeenten kwamen voor een groot deel overeen en deze zijn door het Algemeen Bestuur overgenomen. De reactie op de richtlijnen is in bijlage 2 te vinden. De kaders werken we uit in de ontwerpbegroting 2027. Deze leggen we voor 1 april 2026 aan u voor. Voor vragen Als u nog vragen heeft, neemt u dan contact op met René van Kooten (controller). Hij is bereikbaar via het telefoonnummer 06 38 51 14 82 of via rene.vankooten@west-brabant.eu Met vriendelijke groet, Namens het strategisch beraad
Olga Arandjelović directeur-secretaris
Regio West-Brabant I Postbus 503 I 4870 AM Etten-Leur Tel: (076) 502 72 00 e-mail: info@west-brabant.eu I www.west-brabant.eu Inschrijvingsnr. KvK: 51448122 I IBAN NL31BNGH0285150308
Het algemeen bestuur van Regio West-Brabant, gezien het voorstel van het strategisch beraad van 20 november 2025 Gelet op de Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant,
BESLUIT:
1. De volgende kaders voor de begroting RWB 2027 vast te stellen: 1. Begrotingsopzet De begroting dient structureel sluitend te zijn en gebaseerd op ongewijzigd beleid. Nieuwe taken of taakuitbreidingen mogen uitsluitend worden opgenomen indien hierover eerder door het algemeen bestuur is besloten. De begroting bevat een overzicht van de bijdrage per deelnemer voor de komende 4 jaar. 2. Indexering De jaarlijkse bijdrage van deelnemende gemeenten stijgt maximaal met de geldende CAOindexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling zoals opgenomen in de circulaire van september 2025: - Loonontwikkeling: 5,1% (2027), 4,2% (2028), 4,5% (2029), 4,5% (2030) - Prijsontwikkeling: 2,3% (2027), 2,2% (2028–2030) De huidige CAO loopt tot en met 31 maart 2027. Voor de periode ná 31 maart 2027, waarin geen lopende CAO van toepassing is, wordt de loonontwikkeling uit de circulaire gevolgd. 3. Reserves en resultaatbestemming De begroting bevat een overzicht van het verloop van alle reserves, inclusief doel, inzetmoment en jaarlijkse bedragen. Indien een reserve twee jaar of langer niet wordt ingezet, wordt bij de ontwerpbegroting een voorstel tot vrijval gedaan, tenzij gemotiveerd wordt waarom instandhouding noodzakelijk is. Indien geen vrijval plaatsvindt, wordt in de ontwerpbegroting opnieuw het doel en de planning van de uitgaven toegelicht.
Gemeenteraden worden via de zienswijzeprocedure in de gelegenheid gesteld te reageren. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers, tenzij het algemeen bestuur besluit tot een andere bestemming op basis van een gemotiveerd voorstel. 4. Algemene reserve Instelling en aanvulling van een algemene reserve vindt plaats op basis van een gemotiveerd en onderbouwd besluit van het algemeen bestuur. Gemeenten krijgen een zienswijzemogelijkheid bij de conceptbegroting of wijziging. De maximale omvang van de algemene reserve bedraagt 8% van de totale lasten. De weerstandscapaciteit wordt primair bij de deelnemers aangehouden. 5. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting bevat een paragraaf waarin de risico’s met de meeste impact worden beschreven,
1
inclusief getroffen beheersmaatregelen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt inzichtelijk gemaakt. 6. Beleidsmatige kaders In de begroting 2027 wordt in heldere taal aangegeven: – welke doelen uit de strategische agenda en het actieprogramma 2024–2028 in 2027 worden gerealiseerd; – wat de financiële en personele inzet van RWB hierbij is; – welke aanvullende middelen van gemeenten worden gevraagd; – of samenwerking nodig is met Stedelijke Regio’s, Rewin en/of Baroniesamenwerking, en hoe dit wordt vormgegeven. 7. Specifieke kaders Kleinschalig Collectief Vervoer - Het vervoersvolume wordt per organisatie begroot op basis van historische gegevens en verwachte ontwikkelingen. De vervoerslasten worden geïndexeerd met de NEA-index voor 2026; voor de daaropvolgende jaren wordt een vaste NEA-index van 3,5% gehanteerd. De klanttarieven worden gekoppeld aan het Brabantse bustarief op saldo. - De loonlasten op kleinschalig collectief vervoer worden verlaagd van 2,84 Fte naar 1,8 Fte; - het werkbudget wordt verlaagd met € 24.000, van € 124.000 naar € 100.000; - De organisatie van de regionale bundeling van het leerlingenvervoer wordt als activiteit toegevoegd, de kosten hiervoor worden gedragen door de gemeenten die hieraan deelnemen (€ 75.000). 2. In te stemmen met de concept reactie op de ontvangen begrotingsrichtlijnen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 3 december 2025.
Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant,
dr. P.F.G. Depla voorzitter
O. Arandjelović secretaris
2
BIJLAGE 2 Ontvangen begrotingsrichtlijnen Onderstaand de door de gemeenten ontvangen begrotingsrichtlijnen met daarbij aangegeven op welke manier deze terugkomen in de kaders voor de begroting 2027 en meerjarig 2028 – 2030. Begrotingsrichtlijn 1 We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer.
Gemeenten 16/16 v v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen Gemeente Alphen-Chaam
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 2 De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten.
Gemeenten 16/16 v Gemeente Alphen-Chaam v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 3 De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen.
Gemeenten 16/16 v Gemeente Alphen-Chaam v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 4 De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAOindexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
Gemeenten 16/16 v v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen Gemeente Alphen-Chaam
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 5 Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden).
Gemeenten 16/16 v Gemeente Alphen-Chaam v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 6 Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur.
Gemeenten 16/16 v Gemeente Alphen-Chaam v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 7 In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.
Gemeenten 16/16 v v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen Gemeente Alphen-Chaam
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 8 Gelet op de financiële positie van gemeenten, wordt van verbonden partijen verwacht dat zij in hun begrotingen nadrukkelijk rekening houden met de beperkte financiële ruimte bij de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat begrotingen sober worden opgesteld en er terughoudendheid is in het doen van grote investeringen.
Gemeenten 2/16 v Gemeente Alphen-Chaam x Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau x Gemeente Bergen op Zoom x Gemeente Breda x Gemeente Drimmelen
x Gemeente Etten-Leur
x Gemeente Rucphen
x Gemeente Geertruidenberg
x Gemeente Steenbergen
x Gemeente Halderberge
x Gemeente Woensdrecht
x Gemeente Moerdijk
x Gemeente Zundert
x Gemeente Oosterhout x Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 9 Bij de uitvoeringsgerichte taak Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie.
Gemeenten 15/16 v x Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen Gemeente Alphen-Chaam
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Begrotingsrichtlijn 10 Nagenoeg alle gemeenten hebben sinds 2025 een bezuinigingsopgave. Hierdoor moeten gemeenten beleidsinhoudelijke keuzes maken en/of besparingen doorvoeren. In de richtlijnen 2026, welke vorig jaar aan de gemeenschappelijke regelingen zijn meegegeven, vroegen wij hen om aan te geven welke keuzes gemaakt konden worden om besparingen te realiseren. Gelet op huidige financiële situatie beschrijft de gemeenschappelijke regeling in de kadernota en begroting 2027 wederom in hoeverre zij hieraan kan bijdragen, bijvoorbeeld door de bijdrage van de deelnemers voor 2027 te laten dalen of gelijk te houden aan de bijdrage voor 2026 of een stijging te beperken. en/of De GR rekening met een gelijkblijvende bijdrage vanuit de deelnemers, maar ook met een dalende bijdrage van 5%, 10% en 15% ten opzichte van 2026.
Gemeenten 1/16 x Gemeente Alphen-Chaam x Gemeente Altena x Gemeente Baarle-Nassau x Gemeente Bergen op Zoom x Gemeente Breda x Gemeente Drimmelen
x Gemeente Etten-Leur
x Gemeente Rucphen
x Gemeente Geertruidenberg
x Gemeente Steenbergen
x Gemeente Halderberge
x Gemeente Woensdrecht
x Gemeente Moerdijk
x Gemeente Zundert
x Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie Wij begrijpen de financiële uitdagingen van de deelnemers, maar gezien onze huidige opgaven en verplichtingen nemen wij geen verlaging of bevriezing van de bijdrage op in de begrotingskaders 2027. Wel blijven wij inzetten op kostenbeheersing binnen onze mogelijkheden.
Begrotingsrichtlijn 11 Vanaf 2026 wordt onze bijdrage vanuit het Gemeentefonds naar beneden bijgesteld. Het Rijk heeft hier bij de voorjaarsnota 2025 slechts een klein extra bedrag voor beschikbaar gesteld. Daarom vragen we iedere GR om in de kadernota en de begroting 2027 aan te geven wat de beleidsinhoudelijke keuzes zijn en wat de effecten daarvan zijn. Daarbij houdt de GR rekening met een gelijkblijvende bijdrage vanuit de deelnemers, maar ook met een dalende bijdrage van 5%, 10% en 15% ten opzichte van 2026.
Gemeenten 1/16 x x x x v x
Gemeente Alphen-Chaam
x Gemeente Etten-Leur
x Gemeente Rucphen
Gemeente Altena
x Gemeente Geertruidenberg
x Gemeente Steenbergen
Gemeente Baarle-Nassau
x Gemeente Halderberge
x Gemeente Woensdrecht
Gemeente Bergen op Zoom
x Gemeente Moerdijk
x Gemeente Zundert
Gemeente Breda
x Gemeente Oosterhout
Gemeente Drimmelen
x Gemeente Roosendaal
Reactie Wij begrijpen de financiële uitdagingen van de deelnemers, maar gezien onze huidige opgaven en verplichtingen nemen wij geen verlaging of bevriezing van de bijdrage op in de begrotingskaders 2027. Wel blijven wij inzetten op kostenbeheersing binnen onze mogelijkheden.
Beleidsmatige begrotingsrichtlijn 1 Welke doelen uit de strategische agenda en actieprogramma 2024 – 2028 in 2027 worden gerealiseerd
Gemeenten 16/16 v v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen Gemeente Alphen-Chaam
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Beleidsmatige begrotingsrichtlijn 2 Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd;
Gemeenten 16/16 v Gemeente Alphen-Chaam v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Beleidsmatige begrotingsrichtlijn 3 Of, en zo ja op welke wijze er voor de uitvoering van de actieagenda samenwerking nodig is met de Stedelijke Regio’s, Rewin en/of de Baroniesamenwerking en hoe dit wordt vormgegeven.
Gemeenten 16/16 v Gemeente Alphen-Chaam v Gemeente Altena v Gemeente Baarle-Nassau v Gemeente Bergen op Zoom v Gemeente Breda v Gemeente Drimmelen
v Gemeente Etten-Leur
v Gemeente Rucphen
v Gemeente Geertruidenberg
v Gemeente Steenbergen
v Gemeente Halderberge
v Gemeente Woensdrecht
v Gemeente Moerdijk
v Gemeente Zundert
v Gemeente Oosterhout v Gemeente Roosendaal
Reactie overgenomen in de kaders voor de begroting 2027
Beleidsmatige begrotingsrichtlijn 4 De RWB werkt aan een organisatie ‘nieuwe stijl’. Dit leidt mogelijk tot een herziening van de inrichting en het takenpakket van de RWB. De gevolgen hiervan op zowel de financiële als beleidsmatige kant van de RWB begroting worden helder onderbouwd in de begroting opgenomen. Wanneer taken overgaan naar andere organisaties of komen te vervallen, vervallen uiteraard ook de middelen bij de RWB.