CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 20231010-OV Altena vast te stellen visie aanpassingen inzichtelijk bij RV vaststelling omgevingsvisie Altena 2040

Raadsvergadering 12 december 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Omgevingsvisie30.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het thema externe veiligheid kan bij sommige locatiekeuzes doorslaggevend zijn. Dit heeft invloed op waar wij wel of niet kwetsbare objecten (zoals woningen) kunnen en willen neerzetten. Er is een groot aantal normen gesteld voor specifieke milieufactoren, zoals voor luchtkwaliteit en geluidhinder. Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en inwoners beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging en overlast. Hiervoor zijn wettelijke normen vastgelegd. Daarnaast heeft de 49

Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden opgesteld met het oog op de menselijke gezondheid. Deze advieswaarden zijn strenger dan de wettelijke normen. Op dit moment zetten wij ons in voor het behalen van de wettelijke normen, maar we willen in de toekomst een stap verder gaan en een hogere ambitie tonen. De mogelijkheden om een hogere ambitie te tonen richting de WHO-advieswaarden gaan we gebiedsgericht inventariseren. Waar een hogere ambitie niet mogelijk is of waar andere prioriteiten liggen, zetten we in op het zoveel mogelijk beperken van nadelige effecten of op het compenseren van deze effecten. Hier denken we bij nieuwe ontwikkelingen graag samen met initiatiefnemers over na. Ook kijken we met elkaar naar mogelijke experimenten om gebiedsgericht aan de WHOadvieswaarden te kunnen voldoen. We onderkennen de noodzaak om de waterkwaliteit te verbeteren in het kader van een gezonde leefomgeving. Bodem, water en lucht vormen namelijk de basis van je leefomgeving (Gezonde bodem en schoon water | Atlas Leefomgeving, 2022). Denk hierbij aan het verminderen van uit- en afspoeling van onder andere bestrijdingsmiddelen en meststoffen. In woongebieden streven we naar zo min mogelijk overlast, terwijl we op de bedrijventerreinen en sommige plekken in het buitengebied juist ruimte bieden aan bedrijven met geur- en of geluiduitstoot.

Per gebied bepalen we uiteindelijk welke normen we opnemen in ons omgevingsplan. Hiervoor werken we nauw samen met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Naast de uitstoot in onze eigen gemeente is de regionale uitstoot en die van omliggende industriële gebieden een uitdaging.

50

Klimaatadaptatie, groen en water Gemeente Altena werkt aan een duurzame leefomgeving. Dit komt terug in klimaatadaptatie, groen en water, maar ook in het thema energietransitie. Binnen het thema ‘klimaatadaptatie’ onderscheiden we de aspecten temperatuur, voldoende groen, waterveiligheid, en – wateroverlast en droogte. Klimaatadaptatie wil zeggen: we passen de omgeving aan om beter om te gaan met de effecten van de klimaatverandering. Dit is een belangrijk thema om onze leefomgeving gezond en veilig te houden. Onder groen verstaan we zowel het openbaar als het particulier groen, zowel binnen als buiten de kernen. Ook gaat het om de waterlopen met hun oevers, de natuurgebieden en de biodiversiteit in de bodem, het water, op land en bij de gebouwen. Groen speelt een belangrijke rol bij klimaatadaptatie, maar ook op het gebied van leefbaarheid, gezondheid en biodiversiteit. Waar staan we nu? Ondanks dat we een relatief landelijke gemeente zijn, kan in de grotere kernen binnen onze gemeente hittestress optreden. Ook de bedrijventerreinen zijn warme plekken door de vele verharding en minimale hoeveelheid groen. Dit kan tot gezondheidsproblemen leiden, maar het heeft ook effect op de kwaliteit van het water en de biodiversiteit. We willen een groene gemeente zijn. Toch hebben onze kernen minder groen dat het landelijk gemiddelde en vooral minder bomen.

Het bestaande groen in en rond de dorpen bepaalt voor een groot deel de identiteit van de dorpen. Daarnaast maken groenstructuren ook onderdeel uit van ecologische netwerken. Onze gemeente wordt omringd door de rivieren de Merwede, de Afgedamde Maas en de Bergsche Maas. Ons maaiveldniveau ligt binnen de dijken rond zeeniveau, en daalt nog steeds. Dat betekent dat bij een dijkdoorbraak de hele gemeente een paar meter onder water loopt. In het ‘Deltaplan Grote Rivieren’ zijn de Noordwaard en de Biesbosch opgenomen als gebieden voor Ruimte voor de Rivier. Uit de Afgedamde Maas en de Bergsche Maas wordt water onttrokken voor drinkwater. Daarnaast wordt bij Genderen en Drongelen grondwater voor drinkwaterconsumptie gewonnen. Delen van deze gebieden zijn dan ook aangeduid als beschermde gebieden/zones. De ruilverkaveling van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw binnen Altena heeft een enorme impact gehad op het landschap en het natuurlijke watersysteem. Hierdoor is meer dan 1.500 kilometer aan watergangen komen te vervallen. Altena heeft, in vergelijking met soortgelijke gebieden, weinig watergangen. Hevige neerslag heeft in 2014 en 2015 geleid tot forse wateroverlast. Dit had vooral effect in de kernen Werkendam, Sleeuwijk, Hank, Nieuwendijk, Woudrichem, Giessen, Andel, Almkerk en Dussen. Water stond op straat en liep de woningen binnen.

Ook in het landelijk gebied was schade aan gebouwen, kassen en oogsten van agrariërs. Tijdens een extreem droge periode, zoals in de zomers van 2018, 2019 en 2020 heeft het groen binnen de kernen het moeilijk. Grassen herstellen zich nog, maar struiken en bomen niet altijd. Op dit moment hebben we nog weinig meldingen gehad van verzakkingen als gevolg van verlaagd grondwater, maar mogelijk dat dit in de toekomst wel gaat komen. Groen en blauw gaan steeds vaker samen. Daarbij zien we steeds meer dat zowel oppervlaktewater als groen meerdere functies tegelijk krijgen. Vroeger had bijvoorbeeld een sloot met name de functie van het afvoeren van water. Steeds meer krijgt het naast waterafvoer ook functies mee als wateraanvoer, ecologische verbindingszone, biodiversiteit, water vasthouden of vertragen.

51

Wat komt er op ons af? Door klimaatverandering krijgen we te maken met meer extreem weer. Overlast door extreme neerslag en stormen kan na een paar weken alweer worden opgevolgd door perioden van droogte. Deze extremen hebben gevolgen voor de veiligheid, de kwaliteit en de kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater, onze ecosystemen en de biodiversiteit. Doordat we binnen de gemeente veel dezelfde boomsoorten hebben, kan een ziekte een groot effect hebben op ons bomenbestand. Tijdens extreme droogte kunnen niet al onze landbouw- en natuurgebieden worden voorzien van aanvoerwater en kan de capaciteit van de drinkwatervoorziening tot problemen leiden. Daarnaast speelt verdichting van de bodem ook een rol, waardoor de sponswerking van de bodem afneemt. Hierdoor kan de bodem minder water opnemen bij hevige neerslag en minder water vasthouden voor drogere tijden. Droogte kan leiden tot schade aan groen en landbouw, maar ook aan de infrastructuur en gebouwen en indirect aan scheepvaart en industrie. Klimaatverandering betekent ook temperatuurstijging, met een stijging van de zeespiegel tot gevolg. Onze dijken zijn mogelijk in de toekomst niet meer hoog genoeg om ons te beschermen en we hebben steeds minder zoet (grond)water tot onze beschikking. Ook krijgen we meer te maken met extreme hitte, wat zowel een sociale (gezondheid) als economische (productiviteit) impact heeft.

Hoe zien we het klimaat, water en groen in de toekomst? In 2040 heeft Altena al op veel plaatsen invulling kunnen geven aan een mooie, groene, schone en veilige leefomgeving. Rondom klimaat, water en groen hebben we de volgende hoofdambities: • • •

• •

•

We zorgen voor voldoende en gevarieerd groen en een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving die klimaatextremen kan opvangen. Wij zien het groen en de ondergrond (water en bodem) als dragers van een waardevolle en gezonde leefomgeving voor mens en dier. We zetten in op het behoud en het versterken van de biodiversiteit in onze gemeente. We nemen biodiversiteit vanaf het begin mee bij processen, plannen en projecten. We vergroten onze kennis ten aanzien van biodiversiteit en versterken de samenwerking met natuur- en landbouworganisaties. We plaatsen de juiste functie op de juiste plek. We werken niet tegen de natuur, maar met de natuur. We zien klimaat, water en groen als integraal volwaardige afwegingselementen in (ruimtelijke) ontwikkelingen. Bij ontwikkelingen wordt de waarde van groen via ecosysteemdiensten geduid en middels een groene-batenplanner gekwantificeerd. Wij wentelen de gevolgen van onze huidige ontwikkelingen en uitdagingen niet af op de volgende generaties, we doen het samen. We willen een voorbeeld zijn voor anderen.

Het watersysteem is in 2050 waterrobuust ingericht op extreem weer (droogte en extreme regen) met meer ruimte, zowel qua (water)oppervlak als in de bodem. We trekken hier samen met het waterschap in op en geven met hen en onze gebiedspartners uitvoering aan de klimaatadaptatie. Gezamenlijk met het waterschap wijzen we extra gebieden voor wateropvang ten tijde van droogte en hevige regenval. We zoeken naar mogelijkheden om waterberging te combineren met andere functies, zoals natuurontwikkeling of recreatie. Bij alle ruimtelijke plannen is het uitgangspunt niet alleen waterneutraal bouwen, maar ook het verbeteren van de klimaatbestendigheid en waterrobuustheid van de bebouwde omgeving. Bij voorkeur vindt waterberging plaats in openbaar gebied door open water of berging in het groen aansluitend bij het natuurlijk watersysteem. Pas wanneer dit niet mogelijk is kan gekozen worden voor ondergrondse voorzieningen, waarbij het uitgangspunt ook weer is deze in openbaar gebied te realiseren. 52

We gaan onze bestaande en nieuwe wijken hittebestendiger inrichten zodat een toename van temperaturen niet direct nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van onze inwoners. Dit betekent onder andere nabijheid van een aangename en koele verblijfsplek voor elke woning, voldoende schaduw op belangrijke looproutes en voldoende groen. Deze aanpassingen gelden zowel voor de gemeente als voor de bewoners (stimuleren van het vergroenen van de tuinen). Daarbij hebben de tevens de wens om (meer) verkoelingsmogelijkheden in de vorm van zwemwater voor dagrecreatie en andere mogelijkheden in de gemeente aan te bieden. Voor nieuwbouw en herontwikkeling stellen we duidelijke normen als richtlijn rondom klimaatadaptatie, waterrobuustheid, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. Dit werken we in het omgevingsplan verder uit. Bij alle ruimtelijke plannen, zoals nieuwbouw en herinrichtingen, is het uitgangspunt niet alleen de minimale standaard waterneutraal bouwen, maar ook het verbeteren van de waterrobuustheid van de bebouwde omgeving vooral in wateroverlastgevoelige gebieden. met de wens om (meer) verkoelingsmogelijkheden in de vorm van zwemwater voor dagrecreatie en andere mogelijkheden in de gemeente aan te bieden. We zien groen en bomen als onmisbaar basiselement van een waardevolle en prettige leefomgeving.

In 2040 hebben we voor elke kern een samenhangende groenstructuur van goede kwaliteit en haakt deze groenstructuur aan de samenhangende groenstructuur en natuurlijke verbindingszones van het buitengebied. De hoofdgroenstructuur en groene parels (zowel in de kernen als in het buitengebied) worden beschermd en daar waar nodig aangevuld/versterkt. In plaats van kwantiteit kiezen we voor meervoudig ruimtegebruik en de kwaliteit van de beschikbare ruimte. We zetten in op een gezonde bodem als basis voor een gezonde gemeente. We verbeteren en benutten de bodemfuncties (infiltreren, zuiveren en opslaan) oftewel het sponsvermogen waardoor we beter beschermd worden tegen wateroverlast en droogte. De veranderingen in de landbouw zien we hierbij als kans. Samen met agrariërs kijken we naar innovaties en mogelijkheden binnen de verschillende stimuleringsregelingen en instrumenten van de provincie Noord-Brabant, zoals bijvoorbeeld de subsidieregeling Vitale Bodem. We kiezen maatregelen en ontwikkelingen die passen bij de bodemfuncties die de bodem op de desbetreffende locatie kan leveren. Het infiltrerend vermogen van de bodem vergroten we met bomen en planten. Om een robuuste en toekomstbestendige leefomgeving te garanderen laten we de bestaande ondergrond leidend zijn in de ruimtelijke ordening.

Tijdens extreme droogte kunnen namelijk niet al onze landbouw- en natuurgebieden worden voorzien van aanvoerwater en kan er een tekort aan kwalitatief goed oppervlaktewater ontstaan wat kan leiden tot capaciteitsproblemen voor de drinkwatervoorziening. Ook houden we rekening met de bescherming van en ruimte voor ondergrondse infrastructuur, zoals transportleidingen voor ons drinkwater. Ook houden we rekening met de bescherming van en ruimte voor de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, zoals transportleidingen voor drinkwater, innamepunt Maaswater bij Brakel en de productlocatie Petrusplaat.

53

Energietransitie We willen een duurzame, CO2 neutrale gemeente zijn en actief bijdragen aan een schone, gezonde leefomgeving. Om dit te bereiken moeten we energie besparen en overstappen op energie uit hernieuwbare bronnen. Dit noemen we de energietransitie. Fossiele brandstoffen zoals olie, aardgas en steenkolen zijn de bron van de meeste energie die we vandaag gebruiken. Het winnen (uit de grond halen) en gebruiken van deze fossiele bronnen is niet alleen slecht voor het milieu en onze gezondheid. De uitstoot van CO2 is zo groot dat het klimaat verandert en de aarde opwarmt. Door energie te besparen en massaal over te stappen op energie uit hernieuwbare bronnen, zoals wind en zon, kunnen we de CO2-uitstoot verminderen en klimaatverandering tegengaan. Waar staan we nu? In de huidige situatie verbruiken we op jaarbasis binnen de gemeente Altena ongeveer 5.500 TJ aan energie en stoten we ongeveer 380.000 ton CO2 uit. Ongeveer een kwart van de CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door de snelweg A27. De afgelopen jaren is het energieverbruik in Altena redelijk stabiel gebleven. Vergeleken met de andere gemeenten in Nederland wekken wij echter relatief weinig hernieuwbare energie op. Het is daarom belangrijk om nieuwe, betrouwbare en schone energiebronnen te zoeken waarmee we in onze energiebehoefte kunnen voorzien. Altena is onderdeel van de energieregio West-Brabant.

Samen met de 15 andere gemeenten uit deze regio, hebben we een Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld. Dit is een plan waarin wij met elkaar hebben afgesproken hoe we een duurzaam en slim energiesysteem in West-Brabant gaan maken. Ook is hierin aangegeven waar verschillende vormen van duurzame energie het beste opgewekt kunnen worden en zijn afspraken gemaakt over de verdeling en het transport van energie. Een belangrijk onderdeel van de energietransitie is de verandering van de manier waarop wij onze huizen en bedrijfsruimten verwarmen. Dit noemen we de warmtetransitie. Nu worden onze gebouwen nog voornamelijk verwarmd met aardgas. Dit gaan we afbouwen en uiteindelijk gaan we van het aardgas af. Onze woningen en overige gebouwen worden dan verwarmd met energie uit hernieuwbare bronnen. Wat komt er op ons af? Vanaf 2022 gaan we inzetten op het isoleren van woningen en bedrijfsruimten. Hoe we dit gaan doen beschrijven we in buurtuitvoeringsplannen. We zoeken verder naar alternatieve warmtebronnen. Vanaf 2030 gaan we ook inzetten op het aardgasloos maken van de woningen en overige gebouwen. Daarnaast gaan we verder aan de slag met het opwekken van energie door de zon, onder andere door de aanleg van zonneparken en zonnepanelen op daken te stimuleren. De capaciteit van het netwerk van Enexis is op dit moment onvoldoende om nieuwe zonneparken te realiseren.

Tot het moment dat het netwerk is uitgebreid zullen daarom alleen kleinschalige projecten op daken, projecten waarbij de opgewekte energie direct op de locatie wordt verbruikt en vernieuwende projecten door kunnen gaan. Ook onze manier van vervoer gaat veranderen. De komende jaren gaan elektrische auto's meer en meer het straatbeeld bepalen. Om de accu's te kunnen laden, zullen voldoende laadmogelijkheden moeten worden aangelegd. We stellen een plan op om dit op een efficiënte manier te doen.

54

Zowel de warmtetransitie, het aanleggen van zonneparken als het plaatsen van laadpalen heeft direct invloed op de openbare ruimte. Zo moet bijvoorbeeld voor de uitbreiding van het netwerk van Enexis de straat opengebroken worden. Inwoners ondervinden hiervan tijdelijk hinder. Daarnaast zijn zonneparken zichtbaar in het openbaar gebied. Deze zullen dan ook zo goed mogelijk landschappelijk worden ingepast. Laadpalen worden zichtbaar in de straat. Nieuwe technieken, zoals opwekken van energie uit water of uit de bodem, volgen wij met belangstelling en waar mogelijk onderzoeken wij of toepassing daarvan binnen Altena haalbaar is. Hoe zien we energie in de toekomst? We willen dat Altena over 20 jaar een florerende samenleving is en blijft. Dat bereiken we door zorgvuldig om te gaan met energie, grondstoffen, natuur en elkaar. We overschrijden de draagkracht van onze aarde niet. Altena wordt steeds duurzamer. Dat doen we samen: gemeente, inwoners en bedrijven. De ambitie is om in 2046 een CO2- neutrale gemeente te zijn met als tussenstap 49% CO2-reductie in 2030 (t.o.v. 1990). Daarnaast zijn we aardgasvrij in 2050 (met tussenstap 20% aardgasvrij-ready in 2030). Binnen de regio werken we hier samen op basis van de Regionale Energiestrategie (RES).

Deze ambities behalen we door minder energie te verbruiken, meer energie zelf op te wekken, woningen en gebouwen te isoleren en aardgasvrij te maken en onze mobiliteit te verduurzamen. We benutten bedrijfsdaken voor zonne-energie. Waar mogelijk matchen we vraag en aanbod van energie waardoor het net niet of in ieder geval minder belast wordt. Ook werken we aan Altena als energie-eiland. Een concept waarbij bedrijventerreinen of kernen opereren als losse eenheden die wat betreft energie zelfvoorzienend zijn. De agrarische sector kan ook een positieve bijdrage leveren in de energietransitie bijvoorbeeld door zon op daken of warmtekrachtkoppelingen bij glastuinbouwbedrijven. We zetten in op een zorgvuldige inpassing van zonneparken en willen een proefkamer zijn voor nieuwe innovatieve technieken rondom opwek en besparing. We sluiten niet op voorhand locaties uit en wijzen ook geen locaties of gebieden aan. We geven voor zonnevelden de voorkeur aan locaties in of grenzend aan de bebouwde kom of bedrijventerreinen, of bijvoorbeeld langs infrastructuur. Zonnevelden in landelijk gebied sluiten we niet op voorhand locaties uit, met uitzondering van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Brabant. Eventuele zonnevelden in weidevogelgebieden zijn bij voorkeur beperkt in schaalgrootte of liggen langs infrastructuur aan de randen van de waardevolle gebieden.

We sluiten zonnevelden op landbouwgronden ook niet uit, maar we geven de voorkeur aan andere gronden boven waardevolle landbouwgrond. Een zorgvuldige landschappelijke inpassing van zonnevelden is noodzakelijk, en dit vraagt om maatwerk. Om betrokkenheid van - en participatie door - inwoners te bevorderen is het idee om op termijn bij iedere kern een kleiner zonnepark te realiseren (tot 6 ha). De lokale gemeenschap deelt mee in de opbrengsten en iedereen moet mee kunnen doen. Als gemeente staan we ook open voor het inzetten van onze eigen gronden. We streven ernaar het netwerk zo min mogelijk te belasten en daarmee de maatschappelijke kosten te beperken. Tot slot stellen we niet alle ruimte voor zonnevelden in één keer beschikbaar. Door de opgave te faseren, kunnen we leren van de eerste projecten. Om te voorkomen dat maatregelen rondom de energietransitie een negatief effect hebben op ons drinkwater betrekken we en werken we samen met drinkwaterbedrijven. Hiermee kunnen duurzame en integrale ruimtelijke keuzes worden gemaakt.

55

Bereikbaarheid Altena is centraal gelegen te midden van grote stedelijke gebieden en bestaat uit 21 kernen met elk hun eigen unieke karakter. Deze 21 kernen, maar ook onze bedrijven, scholen en toeristische trekpleisters, zijn dagelijks in beweging. We verplaatsen ons van onze woning, naar de school van de kinderen, langs de bakker, naar ons werk en op de weg terug naar huis nog even langs de supermarkt. Al deze verplaatsingen moeten op een veilige en efficiënte manier kunnen plaatsvinden. Waar staan we nu? Altena is goed bereikbaar via de A27. De doorstroming op de A27 vormt echter een belangrijk knelpunt. Hoewel de verbreding van de A27 zal zorgen voor een betere bereikbaarheid, is het belangrijk om ook tijdens de bouwperiode (tot circa 2030) te waken voor sluipverkeer door kernen nabij de A27. Ook op het onderliggende wegennet zorgt drukte op de A27 voor problemen. Vooral op de Dijkgraaf den Dekkerweg (inclusief aansluiting A27) en op de rotonde bij Kromme Nol (N267/N283) is er duidelijk sprake van een knelpunt. Ontsluiting van het gebied ten westen van de A27 richting de oostzijde van Altena is een aandachtspunt. Op lokaal niveau vormen de N322, N267 en N283 de belangrijkste verbindingen. De bereikbaarheid met het openbaar vervoer is beperkt. De meeste dorpen worden slechts ontsloten met een buurtbus.

De bestaande reguliere buslijnen en de buurtbusverbindingen hebben een lage frequentie. Altena wordt daarnaast omringd door water. Naast de vijf vaste oeververbindingen (Merwedebrug, Keizersveerbrug, Heusdensebrug, Andelse sluis en Kromme Nol) vervullen de verschillende veerverbindingen een belangrijke rol om het gebied in en uit te komen. Op bepaalde plekken staat de leefbaarheid onder druk door het toenemende verkeer en is sprake van conflicten tussen weggebruikers, wat ook een effect kan hebben op de verkeersveiligheid. Het aanpakken van verkeersveiligheidsconflicten tussen vracht-, landbouw- en fietsverkeer is een belangrijke opgave. Vooral in de Noordwaard en op de dijken is op bepaalde momenten sprake van overlast door recreatieverkeer. Dat er op het gebied van verkeersveiligheid verbetering mogelijk is, blijkt ook uit de duurzaamheidsscores van het CROW. Hieruit komt naar voren dat Altena een onvoldoende scoort op verkeersveiligheid. Dat heeft deels te maken met de snelweg die door het gebied loopt, waar 50% van alle ongevallen gebeurt. Wat komt er op ons af? In 2040 zal mobiliteit er anders uitzien dan vandaag. Algemene trend is dat het aantal verkeersbewegingen blijft groeien, zowel het autoverkeer als het openbaar vervoer. Als we als gemeente verder willen groeien en mensen en bedrijven willen binden, ligt hier een opgave.

Hoe zorgen we dat we de toenemende verkeers- en parkeerdruk goed kunnen inpassen? Ook landbouwverkeer, vrachtverkeer en logistiek spelen een steeds grotere rol. Recreatie vormt een enorme kans, maar ontwikkelingen hebben ook gevolgen voor het verkeer. Altena wordt steeds duurzamer en wil een CO2-neutrale gemeente zijn in 2046. Vanuit mobiliteit leveren we hier een bijdrage aan. We werken bijvoorbeeld aan laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Hoewel auto’s steeds schoner en slimmer worden, liggen er vooral ook kansen voor schonere alternatieven, zoals de elektrische fiets en het openbaar vervoer. In Altena worden nu vooral korte afstanden gefietst. Met de opkomst van de elektrische fiets liggen er veel kansen voor fietsen op langere afstanden, mits de infrastructuur hiervoor geschikt is. Het openbaar vervoer

56

speelt, met het oog op vergrijzing en voor scholieren, een belangrijke rol in het bereikbaar houden van voorzieningen. Technologische ontwikkelingen kunnen vragen om een andere inrichting van de openbare ruimte. Hoe zien we bereikbaarheid in de toekomst? Onze mobiliteitsvisie is erop gericht onze gemeente beter bereikbaar te maken voor iedereen. Niet alleen met de auto, vrachtwagen of landbouwvoertuig, maar ook met de (elektrische) fiets en het openbaar vervoer. Daarbij staat veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid voorop. Duurzame ontwikkeling is de rode draad in de omgevingsvisie en onze mobiliteit moet verduurzamen. Thema’s zoals klimaatverandering, groen, waterkwaliteit en natuur worden hierbij integraal meegenomen. •

•

•

We vinden het belangrijk dat onze inwoners en bezoekers zich overal en altijd veilig kunnen verplaatsen en zich ook steeds veilig voelen bij het maken van een verplaatsing. Daarom willen we verkeersongevallen zo veel mogelijk voorkomen en streven we, net als in de hele provincie Noord-Brabant, naar nul verkeersslachtoffers. Hiervoor gaan we onze netwerken en woongebieden optimaal verkeersveilig inrichten en zorgen we dat de modaliteiten waar nodig en waar mogelijk van elkaar gescheiden worden. Dit betekent dat we zorgen dat bijvoorbeeld fietsers en voetgangers geen drukke wegen hoeven te kruisen, en we waar mogelijk losse fietspaden aanleggen in plaats van fietsstroken langs de weg. We maken gezonde keuzes door vaker de (elektrische) fiets te nemen, verkennen deelmobiliteit en nieuwe vormen van openbaar vervoer binnen Altena. Gaan we toch op pad met de auto, dan doen we dat vaker met een schoon emissieloos voertuig dat bijvoorbeeld elektrisch of op waterstof rijdt. Door te werken aan een veilig, bereikbaar en duurzaam Altena, wordt onze gemeente ook meer leefbaar én inclusiever. Ook jongeren, ouderen en mensen met een beperking kunnen zich veilig verplaatsen. In onze kernen ligt de focus op de fietser en voetganger.

We gaan inzetten op verschillende mobiliteitshubs als schakels in het openbaar vervoersysteem. Interregionale hub de Tol is de belangrijkste toegangspoort voor Altena en vormt op regionale schaal een toegangspoort tot Noord-Brabant. Met de poort creëert de gemeente een ware entree, waar de inwoners elkaar kunnen ontmoeten, een plek hebben om te werken, lokale producten kunnen kopen en toegang hebben tot duurzame vervoersmiddelen. De 3 regionale hubs (Hank, Kromme Nol en Nieuwendijk) liggen aan de randen van de gemeente en vormen net als de Tol een toegangspoort tot Altena. Nabij de kernen (> 1.000 inwoners) en bedrijventerreinen (> 10 ha) wordt ingezet op 12 lokale mobiliteitshubs. Dit zijn plekken waar een vorm van vervoer op maat zal worden aangeboden voor de lokale mobiliteitsbehoefte of als voor- of natransport naar de (inter)regionale hubs. De kernen en woongebieden worden verkeersveilig ingericht met focus op voetganger en fietser. Ook in regionaal verband werken we samen. De regio Breda is een van de snelst groeiende regio’s voor wonen en werken buiten de Randstad richting 2040. Dit vraagt om doorontwikkeling van het systeem van automobiliteit maar ook van het HOV-netwerk en langzaam verkeer.

57

Werk en ondernemen Bij werken en ondernemen hebben we het over werkgelegenheid, ondernemerschap, en het vestigingsklimaat in Altena. Economische activiteiten zijn een belangrijke basis voor het goed kunnen wonen en leven in Altena. Ze vinden plaats op bedrijventerreinen, maar ook in de kernen en het buitengebied. Waar staan we nu? In 2020 telde Altena 5.840 bedrijfsvestigingen met in totaal 20.680 werkzame personen. In verhouding tot de productiestructuur van Nederland is de economie van Altena sterk in landbouw en visserij, industrie, bouw, handel en vervoer en opslag. De meeste bedrijven kennen hun oorsprong binnen de gemeente zelf en veel bedrijven zijn familiebedrijven. Het aandeel ZZP’ers en kleine bedrijven met minder dan 5 werknemers is groot (90%). Er hebben zich in de loop van de tijd enkele specialisaties voorgedaan: handel en nijverheid, watergebonden bedrijvigheid, kwekerijen. Algemeen is te zeggen dat er zich in Altena veel technisch hoogwaardige bedrijven bevinden, maar ook veel ambachtelijke bedrijven. We hebben een steeds sterkere positie in food met een sterke akkerbouw en melkveehouderij. Van oudsher ligt deze relatie er al met voedselverwerkende bedrijven binnen de gemeente. Altena wordt aan de noordzijde begrensd door de rivier de Merwede, een belangrijke corridor voor de scheepvaart met verbindingen naar Antwerpen, Rotterdam en Duitsland.

Deze positie heeft ertoe geleid dat zich in de haven van Werkendam een innovatief scheepvaartcluster heeft gevormd. Het maritieme cluster bij Werkendam is een sterke troef in de lokale economie en maakt bovendien deel uit van het topsectorenbeleid van de rijksoverheid. Het maritieme cluster levert 11% van de werkgelegenheid in Altena. Werkendam is de tweede binnenhaven in Nederland op basis van het aantal geregistreerde binnenvaartschepen. In de afgelopen decennia is het opleidingsniveau van bewoners in Altena geleidelijk omhooggegaan. Daarmee is er een toenemende onbalans ontstaan in de opleiding van bewoners en de aanwezige werkgelegenheid. Circa de helft van de beroepsbevolking in Altena werkt buiten de gemeente. Wat komt er op ons af? Ontwikkelingen en innovaties volgen elkaar in hoog tempo op. Door technologische ontwikkelingen (digitalisering, nieuwe productietechnieken) en maatschappelijke opgaven (klimaat, energie, circulair) veranderen bedrijven hun (productie)processen. Het is belangrijk dat de bedrijventerreinen meebewegen met de veranderende economie en de moderne eisen en wensen die bedrijven stellen aan hun werkomgeving. De transitie naar een duurzame en circulaire economie betekent een forse opgave. Bedrijven op bedrijventerreinen gebruiken relatief veel energie.

Circulaire economie betekent het hergebruiken van producten, onderdelen en grondstoffen en daarmee het zoveel mogelijk minimaliseren van afval. Dit vraagt een verandering in businessmodellen, maar biedt ook nieuwe kansen. Steeds meer bedrijven zijn hiermee bezig. Bijvoorbeeld door hergebruik van (composiet)materialen of recycling. De toekomst van werk gaat veranderen door robotisering en digitalisering. Dit vraagt om een vernieuwde kennisinfrastructuur en leven lang leren. Er is een tekort aan nieuw uit te geven bedrijventerreinen in Altena. Hiermee ondervinden bestaande bedrijven een gebrek aan ruimte om te kunnen ondernemen en groeien. Dit ruimtegebrek kan leiden 58

tot het vertrek van bedrijven en banen uit Altena. Ook de watergebonden bedrijven in de haven hebben op dit moment ruimtegebrek. Er zijn veel kansen voor de haven en de gevestigde bedrijven gezien de toenemende aandacht voor waterveiligheid en meer duurzaam vervoer over water. Tot slot ligt er een uitdaging in het behouden van een goede balans tussen wonen en bedrijvigheid. Er zijn regelmatig ondernemers met initiatieven voor een bedrijf/beroep vanuit de eigen woning. Daarnaast is er sprake van lokale bedrijven in de kern of in het buitengebied die graag willen doorgroeien. Ontwikkelingen in het buitengebied zijn mogelijk zo lang ze qua aard en schaal passen in hun omgeving, niet leiden tot afbreuk van het voorzieningenniveau in de kernen, vraaggericht zijn (de eindgebruiker is bekend) en niet in strijd zijn met de regionale afspraken over bedrijventerreinen. Hoe zien we werk en ondernemen in de toekomst? We willen het lokale ondernemerschap als kracht van onze dorpen blijven faciliteren, maar ook de ruimtelijke kwaliteit van onze dorpen en buitengebied sterk houden. Niet alles kan overal, maar er zijn mogelijkheden op enkele locaties, bijvoorbeeld aansluitend op bedrijventerreinen. Nieuwe bedrijvigheid kan bijdragen aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan de problematiek van vrijkomende locaties (agrarische bedrijven, winkelpanden).

Daarom willen we mogelijkheden scheppen voor de vestiging en doorgroei van lokale bedrijven en dit koppelen aan een bijdrage voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. We hebben een sterke ondernemende positie in regio West-Brabant. Samen met de andere gemeenten in de regio hebben we afgesproken om bedrijventerreinen vraaggericht te ontwikkelen. We ontwikkelen nieuwe bedrijventerreinen pas bij concrete vragen van bedrijven. Vanzelfsprekend kijken we eerst, samen met de bedrijven die om ruimte vragen, of die vraag niet in bestaande bedrijfsbebouwing of een bouwrijp bedrijventerrein kan worden gevestigd. Zo kunnen we ook de mogelijkheden bekijken van onze dorpshuizen of zij hier een rol in kunnen gaan spelen. Daarnaast speelt ook revitalisering van bestaande terreinen een belangrijke rol. Onze terreinen moeten toekomstbestendig worden. We zetten ons in voor de uitbreiding van het maritieme cluster met een nieuwe haven, waarin innovatie en duurzaamheid belangrijke uitgangspunten zijn. Daarbij sluiten wij aan bij de doelen van Integraal Riviermanagement. Thema’s zoals klimaatverandering, waterveiligheid, scheepvaart en laagwaterproblemen, waterkwaliteit en natuur worden integraal meegenomen.

Het zorgt ervoor dat, naast behoud en versterking van de werkgelegenheid binnen de regionale economie, ook blijvend bijgedragen kan worden aan de nationale doelstellingen op het gebied van economie en klimaat (duurzaam en robuust goederenvervoer over water). Voor de korte termijn wordt aan een plan gewerkt om op een bestaand droog gedeelte bedrijventerrein een insteekhaven met kaderuimte en natte kavels te realiseren. Duurzame ontwikkeling is de rode draad in de omgevingsvisie. We zetten in op een gezonde economie door zorgvuldig om te gaan met energie, grondstoffen, natuur en elkaar. Samen met het bedrijfsleven gaan we aan de slag voor een duurzame en circulaire economie. Altena is circulair in 2046. Zo verkleinen we onze ecologische voetafdruk. Onze ambitie is dat circulair denken en doen gewoon wordt. In de “Bedrijventerreinagenda Altena 2023-2027” [ link opnemen] wordt richting gegeven aan de ontwikkeling van de bedrijventerreinen in Altena voor de komende jaren. Deze agenda wordt betrokken in de verdere uitwerking van het bedrijventerreinenbeleid c.q. economische beleid en programmering in de Programma’s Omgevingswet (POW).

59

60

Agrarische sector Agrarische bedrijven houden zich bezig met het verbouwen van groenten en fruit of het houden van dieren (veehouderijen). Veel agrarische bedrijven in onze gemeente zijn grondgebonden bedrijven. Dat wil zeggen dat zij akker- of weilanden gebruiken voor hun productie. Een grondgebonden veehouderij laat koeien bijvoorbeeld in de wei lopen. Bij kwekerijen vindt de productie vaak in een loods of kas plaats. Zo’n bedrijf heeft niet per se grond in het buitengebied nodig om te kunnen produceren, maar er zijn ook handelskwekerijen in Altena die wel gebruik maken van teelt buiten. Waar staan we nu? Altena heeft een brede vertegenwoordiging van de topsector Agrofood. De grootste topsector in termen van banen is in Altena de Agrofood (meer dan 2.000 banen). Zowel in termen van vestigingen en banen is het aandeel van de landbouw en visserij, groothandel in agrarische producten en voedselverwerkende industrie in de economie van Altena veel hoger dan gemiddeld in Nederland. De landbouw en visserij is vooral sterk vertegenwoordigd in het zuiden van de gemeente. De landbouw in Altena bestaat voor het grootste deel uit melkveehouderij-, akkerbouw- en tuinbouwbedrijven. Daarnaast komen er in beperkte mate varkens-, kippen- en geitenhouderijen voor.

De agrarische sector is de grootste beheerder van het landschap in Altena en vervult een belangrijke rol bij de instandhouding ervan.

Bron: vestigingenregister West-Brabant, 2019, bewerking gemeente Altena, definitie CBS.

Wat komt er op ons af? Er is sprake van schaalvergroting en stoppende bedrijven in de landbouwsector. Ten opzichte van andere gemeenten in Noord-Brabant is de leegstand relatief beperkt. Ook is er een toenemend gebruik van technologie en neemt het belang van verduurzaming toe. Binnen de melkveehouderij is een steeds grotere marktwerking en schommelende prijzen. Met het loslaten van de melkquota zien we in de melkveehouderij een sterke tendens naar schaalvergroting. Binnen de akkerbouw is sprake van toenemend gebruik van technologie. Zo zien we de opkomst van drones om specifieke eigenschappen van de grond en water op te sporen. Hiermee wordt precisielandbouw (automatiseren van de landbouw met behulp van technologie) steeds verder

61

ingevuld. Binnen de tuinbouw is sprake van een toenemend gebruik van teeltondersteunende voorzieningen (TOV), waarmee agrariërs de kwaliteit van hun product kunnen verbeteren, het teeltseizoen kunnen verlengen en milieuverbeteringen kunnen aanbrengen. We zien een toenemend bewustzijn bij consumenten en retailers ten aanzien van duurzaamheid en voedselveiligheid. Landbouwbedrijven worden steeds meer gestuurd vanuit de keten. Supermarkten bepalen in toenemende mate de kwaliteitseisen van het voedsel. Met de sterke vertegenwoordiging van de agrarische en de foodsector liggen er voor voedselsystemen mooie kansen om deze in Altena circulair te maken. Hier gaan we mee aan de slag. Per jaar stopt ongeveer 3% van het aantal agrarische bedrijven in Nederland en als gevolg daarvan neemt de hoeveelheid vrijkomende agrarische bebouwing toe. De omliggende gronden worden vaak wel verkocht aan een andere agrariër die aan schaalvergroting doet. Doordat de schaalgrootte in de loop der jaren is toegenomen komt er per saldo ook een steeds grotere oppervlakte aan bedrijfsbebouwing vrij. Leegstand leidt op termijn tot verloedering en de kans op illegale activiteiten neemt toe. Aan de andere kant komen er regelmatig nieuwe functies op vrijkomende agrarische bedrijfslocaties (VAB’s), die zorgen voor nieuwe economische vitaliteit. Maar niet alles kan of is wenselijk op oude boerderijen.

Dit vraagt om goede ruimtelijke afwegingen en gebiedsgericht beleid. Er is een forse druk op het buitengebied en agrarische grond van andere functies met een ruimtevraag (zoals energietransitie, bedrijventerreinen, woningbouwopgave, recreatie/toerisme). Hoe zien we de agrarische sector in de toekomst? Wereldwijd wordt met bewondering naar de Nederlandse landbouw en agrofood sector gekeken. Altena draagt bij aan die faam met de vele mooie bedrijven en initiatieven die duurzaam produceren, verwerken, transporteren, verkopen en bereiden van voedsel en bijdragen aan het beheer van ons platteland. De agrofoodsector is één van de topsectoren van Altena. Dat is iets om trots op te zijn en om te behouden. In onze visie blijft de landbouw een belangrijke pijler van het landelijk gebied. De veranderingen in de landbouw zien we hierbij als kans. De landbouw ontwikkelt zich in onze ogen duurzaam in samenhang met de klimaatverandering en de ecologische waarden. Tevens dient de landbouw zich te verbinden aan de maatschappelijke behoefte van gezond voedsel. Het mogelijk maken van een goed verdienmodel voor de ondernemers is ook een onderdeel van de duurzame landbouw. We kiezen dan ook twee duidelijke en moderne perspectieven voor de landbouw. Een landbouw die natuurinclusief is en een landbouw die circulair is.

De landbouw beschouwen we vanuit het volledige voedselsysteem, van boer tot bord, waarbij iedere schakel in de voedselketen bijdraagt aan de circulaire ambitie. Het voedselsysteem is in 2046 circulair. Het circulaire voedselsysteem kenmerkt zich door • • • • •

Een flinke vermindering van het gebruik van fossiele energie en nieuwe grondstoffen (van ver). Een flinke vermindering van afval en verspilling van nutriënten en grondstoffen. Het zorgen voor zo goed als gesloten kringlopen van nutriënten en grondstoffen. De kwaliteit van ons natuurlijk kapitaal (bodem, water, lucht en natuur) is gewaarborgd door het gebruik van niet-milieubelastende en volledig afbreekbare stoffen. Het voedselsysteem draagt bij aan het beschermen en verbeteren van ons natuurlijk kapitaal (bodem, water, lucht en natuur).

62

De gemeente ontwikkelt hiervoor het programma circulair voedselsysteem. In het programmaplan leggen we uit wat ons doel is en hoe we dat doel behalen. We proberen iedereen erbij te betrekken die te maken heeft met het maken, verwerken, verpakken, vervoeren en eten van voedsel. We werken met de natuur en waar mogelijk aan een versterking van de natuur met specifieke aandacht voor de bodem. Altena kenmerkt zich door een sterke diversiteit binnen de sector. Andere vormen van landbouw sluiten we dan ook niet uit. Van belang is om de agrarische sector ruimte te bieden om te experimenteren en innoveren zodat we klaar zijn voor de voedselproductie van de toekomst. We gaan ruimere mogelijkheden creëren voor nevenfuncties, hergebruik en functieverandering van vrijkomende erven. De kwaliteiten van gebieden gelden als uitgangspunt voor ontwikkeling. Functies die de landbouw versterken staan we toe. Zonnevelden staan we in delen van ons buitengebied mede om die reden toe, aansluitend aan (boeren) erven. In sommige gebieden staan we ander landgebruik toe. In kernranden kan, waar de landbouw minder sterk vertegenwoordigd is, ruimte worden gemaakt voor andere functies, zoals wonen, bedrijvigheid of landschapsontwikkeling.

In gemengd landelijk gebied, binnen de dorpse ruimte (aansluitend op kernen) kunnen meerdere bedrijven op een erf voorkomen (dit leidt ook tot een hogere maatschappelijke investering). Maar dit mag niet leiden tot bedrijfsverzamelgebouwen of kleine bedrijventerreinen. In het open middengebied willen we de kwaliteiten rust, uitzicht en natuurbeleving behouden. Daarnaast willen we de bedrijfsvoering van bedrijven zo weinig mogelijk hinderen. We zien kansen voor de glastuinbouw en specifiek teelt van bloemen- en planten. Ook wegen we de ontwikkelmogelijkheden voor de agrarische sector mee. Daarom zijn we voorzichtig met nieuwe functies en stellen we hier voorwaarden aan. Dat beperkt de hergebruiksmogelijkheden of vraagt veel creativiteit van ondernemers. Vanwege de sterke agrarische sector in Altena, hebben we ook heel wat landbouwverkeer in de gemeente. Dat zorgt soms voor conflicten met andere verkeersdeelnemers. Landbouwvoertuigen maken zoveel mogelijk gebruik van wegen buiten de kernen die geen doorstroomfunctie hebben (erftoegangswegen). Waar mogelijk rijdt er geen landbouwverkeer door de kern. Uitgangspunt is wel dat alle agrariërs hun percelen op een goede manier moeten kunnen bereiken. Ook hier werken we regionaal samen en zijn wij koploper van het project vitaal platteland .

63

Toerisme en recreatie Met ons veelzijdige toeristisch, recreatief en cultuurhistorisch aanbod zijn we een gemeente die er toe doet. Aantrekkelijk voor de toerist en voor onze eigen inwoners: de recreant. Het aandeel van toerisme en recreatie in onze regio is relatief groot op het gebied van leefbaarheid en werkgelegenheid. Waar staan we nu? Altena is bekend vanwege het aantrekkelijke buitengebied en trekpleisters als de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Vesting Woudrichem en de Biesbosch. De gemeente Altena is rijk aan cultuurhistorische kwaliteiten. Er zijn diverse monumenten gekoppeld aan de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie, waaronder de forten die de gemeente rijk is. In Dussen ligt zelfs een kasteel binnen onze gemeentegrenzen. Ook de (vaak eeuwenoude) kerken en boerderijen zorgen voor een prominent beeldmerk in de dorpen. Het aantrekkelijke buitengebied van Altena en de vele rivierdijken worden veel gebruikt voor recreatie. Dit uit zich vooral in het vele gebruik door wandelaars en fietsers. Zowel voor dag- als verblijfsrecreatie kent Altena enkele grotere voorzieningen zoals Fort Altena, maar daarnaast vooral ook kleinere voorzieningen. De meeste toeristen verblijven op een camping of een van de jachthavens. Daarnaast zijn er ruim 30 B&B’s in Altena. Belangrijkste motieven om in Altena te recreëren zijn de rust, de natuur en de mogelijkheden om te fietsen en te wandelen.

De routestructuur is uitgebreid te noemen en is de afgelopen jaren flink uitgebreid, met onder andere kanoroutes en ruiterroutes. Vrije tijd kan ook worden ingevuld met het beoefenen van amateurkunst, het bezoeken van een optreden, voorstelling of lezing. De culturele infrastructuur van Altena moet passen bij het inwoneraantal en het aantal kernen. We zijn bovendien rijk aan historie, erfgoed, water, educatie, evenementen, verenigingen en muziek. Het erfgoed wordt beeldend beleefbaar gemaakt in onder andere het Biesbosch museum eiland. Dit is goed voor educatie binnen het primair en voortgezet onderwijs en voor toeristen en recreanten. De sector toerisme en recreatie in Altena is vergelijkbaar met het landelijk en provinciaal gemiddelde en is gegroeid in de periode 2015 - 2019. Het aantal banen nam met 10% toe. Het economisch belang van de sector is groot, met 6% van alle vestigingen en 4% van de banen. Wat komt er op ons af? Er is in Nederland sprake van een structurele groei van toerisme en recreatie. Het is te verwachten dat de recreatieve druk op het buitengebied van Altena verder zal toenemen. Dit vraagt om balans tussen economisch voordeel enerzijds en de draagkracht van het gebied en de bewoners anderzijds. Een kwetsbaarheid is grote (recreatieve) druk op de natuurwaarden, die juist gebaat zijn bij rust.

Het geleiden van recreatieve druk is nodig om rust als kwaliteit in stand te houden. Dit zien we bijvoorbeeld in de Biesbosch. Grote (recreatieve) druk kan een grote invloed hebben op de natuur in het gebied en zelfs de kwaliteit van dit unieke natuurgebied negatief beïnvloeden. Het versterken van de recreatieve kracht van Altena is ook een kans om de kwaliteit van het wonen te versterken en het draagvlak voor bepaalde voorzieningen te vergroten. Fietsen blijft, mede als gevolg van vergrijzing, in populariteit toenemen. Dit wordt versterkt door de opkomst van de elektrische fiets.

64

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is toegevoegd aan de Wereld erfgoedlijst en is volop in ontwikkeling als recreatieve trekpleister. Hoe zien we toerisme en recreatie in de toekomst? Gezien de kwaliteiten en trekpleisters van Altena zijn de kansen omvangrijk. De ambitie is focussen op duurzaamheid en kwaliteit: duurzaam kwaliteitstoerisme. Duurzaam kwaliteitstoerisme is een mate van toerisme en recreatie die positief bijdraagt aan de doelen en het DNA/imago van Altena. Een toerist die zorgt voor een economische impact door bestedingen, die zich laat spreiden in plaats en tijd en zorgt voor reuring zonder overlast. We kiezen bewust niet voor vormen van intensieve recreatie en toerisme. Zo wordt voor de Veense Put een gebiedsvisie opgesteld met als doel permanent bewonen van recreatiewoningen mogelijk maken, en bebouwingsmogelijkheden daarbij in beeld te brengen in combinatie met kwaliteitsverbetering ter plaatse. De gebiedsvisie wordt een onderdeel van het programma (POW) “buitengebied”. Om te voorkomen dat bepaalde gebieden (verder) onder druk komen te staan zetten we in op een verspreiding van bezoekers over Altena. Hiervoor gebruiken we bezoekersmanagement en monitoring. We wijzen zoekgebieden aan, die gunstig liggen ten opzichte van mooie recreatieve gebieden, maar wel buiten de meest kwetsbare kwaliteiten blijven en bovendien geen grote druk leggen op de infrastructuur.

Door middel van de juiste marketing sturen we ook aan op gebruik van onze gebieden op andere momenten in het jaar. Dit alles in nauwe samenwerking met de omliggende gemeenten en parels. We zetten in op een helder ruimtelijk toetsingskader waarmee we sturen op de juiste functie op de juiste plek. In een aantal gebieden gelden echter extra voorwaarden vanuit de belangen van andere functies in het gebied. De landschappelijke kwaliteiten zijn leidend. Ook maken we ruimte voor actieve vormen van recreatie, mede gericht op jongeren, zoals mountainbikeroutes. Het verleden van de gemeente Altena een toekomst geven door het zichtbaar maken, versterken en promoten van (immaterieel) erfgoed en identiteit. Naast de waardevolle dorpsidentiteiten levert dit een belangrijke bijdrage aan een gezamenlijke identiteit van Altena. Behoud en openbare toegankelijkheid van ons monumentaal erfgoed is van belang voor ons historisch besef, onze identiteit en de aantrekkelijkheid van onze gemeente. Daarom koesteren en ondersteunen we onze musea en historische verenigingen die hiervoor als spreekbuis fungeren.

65

Algemeen In de omgevingsvisie laten we zien wat de gemeente tot Altena heeft gemaakt en waar we naar toe willen in de toekomst. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in onze verschillende gebieden. Duurzame ontwikkeling is de rode draad in de omgevingsvisie. Vanuit de wetenschap dat we de aarde slechts tijdelijk in gebruik hebben, legt dit een grote verantwoordelijkheid bij ons allemaal. We willen dat Altena over 20 jaar nog steeds een florerende samenleving is. Dat betekent: gezonde inwoners, een gezonde economie en een gezonde leefomgeving. Dat bereiken we door zorgvuldig om te gaan met energie, grondstoffen, natuur en elkaar. We gaan zorgvuldig om met de draagkracht van onze aarde. Dit doen we voor huidige inwoners van Altena en ook voor de toekomstige generaties. De omgevingsvisie heeft van ligt van 3 juni 2022 tot en met 22 juli 2022 ter inzage gelegen. Iedereen kan in deze periode een zienswijze indienen. De status van deze website is ontwerp (3 juni 2022). vastgesteld (12 december 2023).

Wat is de omgevingsvisie? In de omgevingsvisie van Altena staat wat wij met elkaar belangrijk vinden als het om onze leefomgeving gaat. Wat we buiten zien, voelen, ervaren, horen en ruiken. Dit kan gaan over vergrijzing, het omgaan met het buitengebied, bereikbaarheid en winkelaanbod. Over gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. In de omgevingsvisie kijken we dus niet alleen naar de fysieke leefomgeving, we kijken ook naar sociale onderwerpen die in de gemeente spelen. De omgevingsvisie is een integrale visie waarin de gewenste toekomstige ontwikkelingen op hoofdlijnen zijn beschreven. De onderdelen van onze leefomgeving waar we trots op zijn, willen we graag beschermen. Onderdelen waar we minder trots op zijn willen we juist graag verbeteren. Maar we willen ook nieuwe doelen bereiken. Deze doelen vertalen we in ambities en leggen we vast in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Het is een ontwikkelingsvisie die met de tijd meegaat. We beoordelen de visie regelmatig. Als het nodig is en aansluit bij onze waarden (Landschap, Cultuurhistorie en erfgoed, Natuur, Water en Dorps DNA) passen we de inhoud van de visie op onderdelen aan. Bijvoorbeeld als er nieuwe doelen zijn voor duurzame energie. Het proces van formuleren en het wijzigen van het beleid voor de fysieke leefomgeving wordt zo een cyclus. Het proces komt regelmatig terug.

Integrale aanpak In de omgevingsvisie kijken we vanuit verschillende invalshoeken en in samenhang naar onze leefomgeving: de fysieke omgeving inclusief alle sociale onderwerpen. Dat noemen we ook wel de integrale aanpak. Onderwerpen als veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid komen in de hele visie terug. Zo zorgen we ervoor dat we de juiste keuzes maken. De visie is de basis voor de invulling van andere instrumenten van de Omgevingswet. Dit zijn de programma's, het omgevingsplan en de vergunningen. Doel Het doel is om samen onze gemeente nog leefbaarder, veiliger, toekomstbestendiger en duurzamer te maken. Met de omgevingsvisie wordt duidelijk wat we belangrijk vinden, wat ons toekomstperspectief is en wat we willen behouden en beschermen. De visie omschrijft het beleid voor de fysieke leefomgeving integraal. De gemeente kan met de visie zowel op gebiedsniveau als op

66

themaniveau beoordelen of nieuwe ontwikkelingen en concrete aanvragen passen bij de ambities en waarden van onze gemeente. Maar ook inwoners, ondernemers en stakeholders kunnen in de omgevingsvisie zien wat de ambities zijn en hoe hun plannen en ideeën daarbij aansluiten. Met de omgevingsvisie willen we bewoners, ondernemers én organisaties inspireren. Wij bepalen in de visie niet tot in detail wat er ergens moet gebeuren. In de visie staan de kaders die wij per gebied belangrijk vinden voor nieuwe initiatieven: de thema's, waarden en ambities. Bekijk meer bij: “Hoe werkt de website”. Zo nodigen we u als bewoner, organisatie of ondernemer uit om met plannen te komen die hierbij aansluiten. Eisen uit de Omgevingswet De omgevingsvisie is vormvrij. Dat betekent dat we als gemeente zelf keuzes kunnen maken over de vorm en de inhoud. In artikel 3.2 en 3.3 van de Omgevingswet staan wel een aantal eisen waaraan de omgevingsvisie moet voldoen. Onder ‘gebieden’, ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ staat informatie over de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Ook beschrijven we de ontwikkelingen en trends voor de toekomst. Daarnaast geldt de basis uit artikel 3.3 voor iedere ontwikkeling binnen de omgevingsvisie. Dit betekent dat alle nieuwe initiatieven met de milieubeginselen (voorzorg, preventief handelen, bronbestrijding en de vervuiler betaalt) rekening dienen te houden.

Bij het formuleren van onze ambities hebben we ook de gevolgen van verschillende keuzes in beeld gebracht en meegewogen met het omgevingseffectrapport. Verdere vereisten zijn hier terug te vinden: https://vng.nl/sites/default/files/publicaties/2018/omgevingsvisie_20180531.pdf Beleidscyclus In de Omgevingswet staat de beleidscyclus centraal. Dit bestaat uit beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. Deze cyclus laat de samenhang tussen de omgevingsvisie en de andere instrumenten van de Omgevingswet zien. Het beschrijft hoe de overheid handelt in de fysieke leefomgeving en verbindt de instrumenten die de overheid daarvoor kan gebruiken logisch met elkaar. Deze omgevingsvisie is het startpunt voor de beleidscyclus. Het uitwerken en verder door laten werken van de in de omgevingsvisie opgenomen beleidsuitgangspunten gebeurt met behulp van andere instrumenten. Bijvoorbeeld met de programma’s en het omgevingsplan. In een programma staan de maatregelen om bepaald beleid uit te kunnen voeren en doelen te behalen. In een omgevingsplan staan de regels voor de fysieke leefomgeving waar iedereen zich aan moet houden. Na het beschrijven van maatregelen en regels stopt de beleidscyclus niet. We kijken of we met de maatregelen en regels in de uitvoering de gewenste doelen halen. Op basis daarvan wordt gekeken of aanpassen of veranderen van het beleid nodig is.

Zo ja, dan kan het (op onderdelen) aanpassen van de omgevingsvisie de eerste stap zijn. Daarna doorlopen we weer de rest van de cyclus.

67

Proces Bij het opstellen van de omgevingsvisie vinden wij het belangrijk dat bewoners, bedrijven en andere partijen meedenken over de inhoud. Bewoners weten het beste wat er in hun omgeving en hun leven belangrijk is. Daarom is hun mening juist zo waardevol en doet deze ertoe. Om ervoor te zorgen dat bewoners, ondernemers en verenigingen betrokken worden, zijn tijdens het traject van de ontwerp-omgevingsvisie (2018) diverse bijeenkomsten georganiseerd: • Een gebiedsconferentie met ongeveer 130 inwoners om de vraagstukken aan te scherpen en oplossingen te bedenken. • Een openbare discussie door middel van een internetconsultatie om reacties te peilen op de belangrijkste vraagstukken. • Een serie bijeenkomsten met de dorpsraden van de verschillende dorpen om hun perspectief op te halen. • Een dorpenronde met inwoners, waarbij de belangrijkste vraagstukken zijn aangescherpt als gebiedsgerichte uitwerking van de visie. Voorbereiding aanscherping 2021 Wij zijn aan het proces begonnen door te onderzoeken wat er op dit moment speelt in de gemeente. Welk beleid kent de gemeente, is dit beleid nog actueel? Ook is de ontwerp-omgevingsvisie (in september 2019 als ontwerp vastgesteld) geanalyseerd. Voor een aantal onderwerpen was aanvullende inbreng nodig vanuit de interne organisatie. In augustus 2021 is hiervoor een ‘werksessie bouwstenen’ gehouden.

Tijdens deze dag hebben beleidsmedewerkers via diverse workshops hun inbreng kunnen geven. Klankbordgroep en dorpsraden Daarnaast heeft de klankbordgroep bestaande uit ketenpartners (provincie, waterschap, drinkwaterbedrijven en buurgemeenten) en andere betrokken partijen uit onze gemeenschap meegedacht in het proces. Tijdens de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep op 24 augustus 2021 gaven de deelnemers een pitch vanuit hun kennisveld over de waarden die zij belangrijk vinden om te beschermen en over hoe samengewerkt kan worden om de ambities uit deze omgevingsvisie waar te maken. Op 13 september 2021 organiseerden we een sessie met de dorpsraden uit de gemeente. Daarin stonden we stil bij de gebiedsgerichte benadering van de omgevingsvisie. De dorpsraden dachten mee over de vragen ‘Wat is het DNA van jouw dorp?' en 'Wat is jouw droom voor het dorp over 20 jaar?’. Hieronder zijn de verslagen te vinden. In november is een tweede bijeenkomst georganiseerd met de klankbordgroep en dorpsraden om samen de nieuwe conceptomgevingsvisie tegen het licht te houden. Verslag ketenpartnerlunch Verslag themasessie dorpsraden Digitale enquête inwonerspanel Tot oktober 2021 hebben we de 70% versie van de omgevingsvisie opgesteld. Deze vormde het vertrekpunt om in gesprek te gaan met de inwoners. Door de coronacrisis konden we geen fysieke bijeenkomsten houden.

Daarom hebben we een digitale enquête uitgezet op h et inwonerspanel. Via deze enquête is de mogelijkheid geboden om mee te denken over de vraag: hoe ziet u Altena in 2040? Ook is er op hoofdlijnen meegedacht over de vier ambities van de omgevingsvisie: hoe belangrijk zijn deze ambities voor u? En wat is er volgens u nodig voor deze ambities? In totaal hebben 330 personen hiervan gebruik gemaakt. De resultaten van de enquête vormde de basis voor de Ontmoetingen. Bekijk hier de resultaten: Resultaten enquête

68

Ontmoetingen Samen met inwoners dachten we tijdens twee Ontmoetingen in november 2021 na over hoe onze gemeente de komende twintig jaar verandert. Dit deden we aan de hand van de resultaten van de enquête. Waren er nog aanvullingen op de resultaten van de enquête? Wat moeten we doen om de ambities en deze resultaten de aankomende 20 jaar te bereiken? Wie heeft daarbij een rol? En wat zou u zelf kunnen doen/bijdragen? Daarover gingen we met elkaar in gesprek. Verslag Ontmoeting 1 Verslag Ontmoeting 2 Vertalen en keuzes maken Uit het uitgebreide participatietraject zijn een aantal speerpunten en doelen naar voren gekomen. Hierbij werd duidelijk dat er botsingen zouden ontstaan, omdat we niet alles tegelijkertijd of in hetzelfde gebied kunnen realiseren. Een voorbeeld van zo’n botsing: Altena staat voor verschillende opgaven die allemaal ruimte vragen. Zo hebben we meer woningen nodig en we hebben steeds meer ruimte nodig om energie op te wekken. Maar we willen ook ons open landschap en groen behouden. Waar leggen we de prioriteit in het buitengebied? We brachten de botsingen in kaart en bespraken ze met de beleidsmedewerkers, het college en de gemeenteraad (Altenaronde 5 oktober 2021 en Altenatafel 12 oktober 2021). Daarbij namen we ook de impactbeoordeling van verschillende keuzes vanuit het Omgevingseffectrapport (OER) mee.

De gemeenteraad heeft voorkeuren en gevoelens meegegeven op basis van informatiebladen per botsing. Deze resultaten –inclusief de aanbevelingen van het milieueffectrapport- zijn verwerkt in deze omgevingsvisie. Keuzebladen Omgevingseffectrapport (OER) Bij het opstellen van een omgevingsvisie is het belangrijk (en vanuit de wet verplicht) om de effecten op de fysieke leefomgeving mee te nemen in de keuzes die de gemeente maakt. Deze effecten hebben we in beeld gebracht in het Omgevingseffectrapport (OER). Dit rapport vormt een eenheid met de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie staan de ambities en de keuzes, in het Omgevingseffectrapport beschrijven we wat de effecten daarvan zijn op de leefomgeving en hoe we daar mee omgaan. Hierbij is gekeken naar de gevolgen voor de leefomgeving op het gebied van gezondheid en veiligheid, omgevingskwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid. Om de effecten goed te kunnen bepalen, hebben we eerst de leefomgevingsfoto (LOF) opgesteld. Hierin kunt u in één oogopslag de huidige situatie in Altena zien voor veel onderwerpen, zoals luchtkwaliteit, natuur en energietransitie (nulmeting). In het Omgevingseffectrapport zijn de gemaakte keuzes en ambities samen beoordeeld. De stappen die we gaan zetten om de ambities waar te maken, zijn vervolgens zo concreet mogelijk gemaakt.

Hierdoor is het monitoren van de ambities (zie beleidscyclus) mogelijk, een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Omgevingseffectrapport OER inclusief bijlagen Advies Commissie m.e.r. Gelijktijdig met de terinzagelegging van de omgevingsvisie lag ook een bijbehorend omgevingseffectrapport (OER) ontwerp ter inzage. Hierop zijn geen zienswijzen ontvangen. Wel heeft de Commissie MER een advies uitgebracht over de ontwerp OER. Centraal in zowel het advies van de commissie MER maar dit is ook terug te lezen in de zienswijze van de provincie zijn vragen over de mate van abstractheid van de omgevingsvisie. Het OER heeft een overwegend agenderend en signalerend karakter. De geschetste dilemma’s hebben vooral betrekking op algemene principes en (nog) niet op concrete ruimtelijke keuzes. Deze stap zal nog gemaakt moeten worden bij nadere uitwerking in bijvoorbeeld programma’s en het omgevingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13434734/2