CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 20231010-OV Altena vast te stellen visie aanpassingen inzichtelijk bij RV vaststelling omgevingsvisie Altena 2040

Raadsvergadering 12 december 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Omgevingsvisie30.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

25

een toegangspoort tot Altena. Daarnaast stimuleren we de (elektrische) fiets ook voor langere afstanden, samen met het op orde brengen van het fietsnetwerk. In de toekomst zorgen we voor het behoud van werkgelegenheid in de grote kernen. Ook omarmen we innovatie en nieuwe ideeën uit de samenleving, bijvoorbeeld het combineren van het verbouwen van voedsel en natuur in de bebouwde omgeving (stadslandbouw). We willen dat Altena over 20 jaar een florerende samenleving is en blijft. Dat betekent: gezonde inwoners, een gezonde economie en een gezonde leefomgeving (Vitaal Altena).

26

Kleinere kernen Historische situatie Al in de 9e eeuw ontstonden er nederzettingen in het Land van Altena. Dit is de benaming voor de historische landstreek en voormalige heerlijkheid waar nu de gemeente Altena is gelegen. In Altena zijn de volgende kleinere kernen gelegen: Giessen, Rijswijk, Uitwijk, Waardhuizen, Drongelen, Eethen, Almkerk, Hank, Nieuwendijk, Uppel, Andel, Genderen, Veen, Dussen, Babyloniënbroek, Oudendijk en Meeuwen. Specifieke kenmerken over deze dorpen zijn terug te lezen onder de waarde Dorps DNA. Huidige situatie Ieder dorp en buurtschap is anders en heeft zijn eigen kwaliteiten en waarden. Bij de vorming van Altena is beloofd dat iedere kern zijn identiteit behoudt. Inwoners voelen zich over het algemeen meer betrokken bij hun eigen kern, dan bij de gemeente als geheel. Dit zorgt ervoor dat inwoners erg op het eigen dorp gericht zijn en er een sterke sociale cohesie voelbaar is. Er is sprake van een forse woningbouwopgave, maar dit kan ook kansen bieden. Door de vergrijzing en een afname van het aantal jongeren is het een uitdaging om de kwaliteit van voorzieningen overeind te houden. De veranderende bevolkingssamenstelling vraagt daarnaast ook om andere voorzieningen. Altena is gunstig gelegen langs de A27 en steden als Breda en Rotterdam zijn allemaal binnen 45 minuten te bereiken met de auto.

De vaste en mobiele oeververbindingen (per veer) vervullen een belangrijke rol in de bereikbaarheid van ons eiland. Bij Veen, Dussen en Drongelen liggen veerverbindingen. Op bepaalde plekken staat de kwaliteit en leefbaarheid echter onder druk door toenemend verkeer, zoals bij Kromme Nol. Daarnaast ligt er een opgave rondom openbaar vervoer. En hoewel de verbreding van de A27 zal zorgen voor een betere doorstroming, is het belangrijk tijdens de bouwperiode te waken voor sluipverkeer en bereikbaarheid van kernen nabij de A27. De grotere bedrijventerreinen zijn te vinden bij Giessen en Veen. Een groot aantal dorpen heeft een kleiner bedrijventerrein. Onze kernen hebben over het algemeen minder groen dan het landelijke gemiddelde. Hierbij is met name het aantal bomen in de dorpen lager dan in andere dorpen in Nederland. De bestaande groenstructuren in en rond de dorpen vormen een belangrijke identiteitsdrager. In verschillende kernen is flinke wateroverlast opgetreden in 2014 en 2015. Droge jaren zorgen voor schade aan de wegen en groen en uitzakken van watergangen met verslechtering van de waterkwaliteit. Woningen en gebouwen in de kernen moeten verduurzamen, aardgas vrij worden en in de kernen moeten we hernieuwbare bronnen voor energie gaan gebruiken. Toekomstperspectief In de kleinere kernen spelen vergelijkbare opgaven als in de grotere kernen.

Daarnaast speelt in de kleinere kernen specifiek de opgave voor het op peil houden van voldoende voorzieningen en de kwaliteit hiervan. Er is sprake van vergrijzing en onvoldoende passende (betaalbare) woningen voor starters en senioren. Hier gaan we ons voor inzetten. In de kleinere kernen is het fijn om te wonen. We hebben betrokken inwoners door de kleinschalige ontmoetingsplekken. Door een netwerk van dorpen te creëren die elkaar aanvullen, zijn voorzieningen goed verbonden en wordt zelfredzaamheid en leefbaarheid versterkt. Dit bereiken we in de kleinere kernen door (de kwaliteit van) voorzieningen in stand te houden en te zorgen voor het behoud van ontmoetingsfuncties, zoals de basisvoorzieningen en scholen. Daar waar een voorziening in een

27

bepaalde kern niet in stand gehouden kan worden, helpt het netwerk ons om de bereikbaarheid van eenzelfde voorziening in een andere kern te behouden. We zetten ons in voor voldoende betaalbare woningen (huur en koop) in alle kernen. Het is van belang dat we in alle kernen kunnen bouwen. Zo voorzien we in de woningbehoefte én behouden we leefbaarheid en vitaliteit. Daarbij kiezen we zowel voor inbreiding als uitbreiding. Inbreiding mag niet ten koste gaan van de (groene)waarden in de kernen die zorgen voor een gezonde leefomgeving. Uitbreiding moet passend zijn bij de aanwezige kwaliteiten en waarden van de kernen. Gezien de forse druk op de ruimte zien we ook kansen voor gestapeld bouwen passend bij de omgeving. Ook bekijken we de mogelijkheden bij bestaande woningbouw, zoals woningsplitsing. Op deze manier kunnen we ook voldoen aan onze doelen van wonen met zorg. Daarnaast gaan we wijkgericht grootschalig verduurzamen. Bestaande woningen worden klaargemaakt voor aardgasvrij wonen. Woning- en bedrijfsdaken benutten we zoveel mogelijk voor zonnepanelen. Ook zullen we voor zowel herontwikkeling als nieuwbouw normen stellen rondom klimaatadaptatie, waterrobuustheid, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. Zo wordt in de kern Almkerk ruimte gezocht voor woningbouw, sport en voorzieningen (winkels).

Er zijn verschillende mogelijke ontwikkelingsrichtingen uitgewerkt, resulterend in een ontwikkelstrategie (dorpsstrategie). Voor Babyloniënbroek is de visie Babyloniënbroek in voorbereiding. Deze is gericht op het lint van Babyloniënbroek en laat het buitengebied van het dorp buiten beschouwing. Het document vormt een instrument als toetsingskader voor principeverzoeken door initiatiefnemers. De visie legt niet precies vast wat waar kan komen, maar geeft binnen twee zones langs het lint mogelijkheden voor ontwikkelingen. Deze mogelijkheden zijn voor vier thema’s in beeld gebracht met verschillende uitgangspunten die passen bij Babyloniënbroek. Het gaat om de thema’s wonen en ondernemen, verkeer en voorzieningen, landschap en cultuurhistorie en duurzaamheid en milieu. De visie wordt een onderdeel van het programma (POW) “bebouwde omgeving”. Openbare ruimten richten we meer in voor sport, spelen en bewegen. We zorgen voor meer groen en ruimte voor water, verbeteren de groenstructuren en het watersysteem, beschermen waardevolle bomen en versterken de natuurbeleving. We maken hierbij gebruik van de bestaande landschappelijke structuren. Daarnaast stimuleren we het gebruik van de (elektrische) fiets ook voor langere afstanden, samen met het op orde brengen van het fietsnetwerk. We zetten ons in voor het behoud van werkgelegenheid in de kleinere kernen.

Ook omarmen we innovatie en nieuwe ideeën uit de samenleving. We willen dat Altena over 20 jaar een florerende samenleving is en blijft. Dat betekent: gezonde inwoners, een gezonde economie en een gezonde leefomgeving.

28

Vesting Woudrichem Historische situatie De historische vesting Woudrichem is strategisch gelegen aan de samenvloeiing van Maas en Waal, op de kruising van 3 provincies. Het Land van Altena, waar Woudrichem toe behoort, hoorde vanaf 1322 bij het Graafschap Holland. Pas in 1815 werd het bij de nieuwe provincie Noord-Brabant ingedeeld. De vesting Woudrichem kreeg stadsrechten in 1356. In dat jaar werd ook de grafelijke riviertol van Sliedrecht naar Woudrichem verplaatst. Een paar jaar later kreeg de stad ook visserijrechten, en kwam tot bloei. De Martinuskerk en stadsmuren stammen uit deze tijd. In 1420 werd de tol verplaatst naar Gorinchem. Deze gebeurtenis, de Sint Elizabethsvloed van 1421 en de vele militaire conflicten waar de stad vanwege haar ligging bij betrokken was, zorgden voor verval. De vele belegeringen hebben in Woudrichem hun sporen nagelaten. In 1573 staken de Geuzen de stad in brand. Ze beschouwden haar als onverdedigbaar. Er werd daarna een nieuwe stadswal opgeworpen, die een kleiner gebied beschermde dan de oude stadsmuur had gedaan. Deze stadswal is de vestingmuur die nog altijd het centrum omsluit. In 1814 werd Woudrichem onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Er mocht vanaf die tijd niet meer in het omringende land gebouwd worden. Pas in 1955 werd de vesting opgeheven en zijn er nieuwe woonwijken rondom de stad aangelegd.

De historische stadskern is een beschermd stadsgezicht. Huidige situatie De historische vesting Woudrichem maakt samen met de forten en inundatievlaktes onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie: een cultuurhistorisch karakteristiek defensielandschap. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is Unesco Werelderfgoed. Woudrichem ligt op de rand van de oeverwallen en de komgebieden. De gehele kern Woudrichem vormt een prettige woonomgeving. De bijzondere kwaliteiten bestaan uit de historische vesting met de vestingwerken en de oude bebouwingslinten langs de Oudendijk. Voorzieningen zijn in de vesting maar ook verspreid over de woonkern te vinden. Woudrichem is beschermd stadsgezicht en een toeristische trekpleister. De bushalte ligt op enige afstand van de vesting. Daarnaast is de vesting maar met één busverbinding te bereiken. De OVbereikbaarheid is daarmee beperkt, zeker met het oog op de toeristische aantrekkingskracht van de vesting. De vestiging is ook bereikbaar met veerverbindingen. Daarnaast zijn er te weinig parkeervoorzieningen voor bezoekers. Er is in Nederland sprake van een structurele groei van toerisme en recreatie. Het is te verwachten dat de recreatieve druk verder zal toenemen. Buiten het groen op de stadswallen en de stadsgrachten is er binnen de vesting weinig groen en water.

Toekomstperspectief We willen het werelderfgoed behouden, versterken en beleefbaar maken. De ambitie is om meer focus te leggen op duurzaam kwaliteitstoerisme en dit verder te ontwikkelen. We zien kansen voor herontwikkeling van Op ’t Loev. De omgeving van de vestiging heeft potentie als gebied voor een cultuurcentrum (arts in residence/dependance design academy). Ook willen we de verbinding met de fiets en het ov verbeteren, in samenwerking met de provincie.

29

Tegelijkertijd willen we de balans tussen economisch voordeel en de draagkracht van het gebied en de bewoners waarborgen. We willen de vesting niet alleen als openluchtmuseum inzetten, maar er moet ook een fijn leefklimaat blijven voor haar inwoners. We gaan onderzoeken of het mogelijk is om de vesting autoluw/-vrij te maken voor recreanten. In het kader van ontwikkelingen (zoals de woningbouwopgave, herinrichting en restauratie van diverse plekken) gaan we de normen rondom klimaatadaptatie, waterrobuustheid, natuurinclusiviteit en biodiversiteit aanscherpen. Herontwikkeling moet leiden tot verbetering van de situatie op deze onderwerpen, vooral in wateroverlastgevoelige gebieden. In dit kader willen we ook de hoeveelheid (openbaar) groen vergroten, groenstructuren verbeteren, waardevolle bomen beschermen en de biodiversiteit versterken. Uitgangspunt is dat cultuurhistorie in de vesting boven alles gaat.

30

Bedrijventerreinen Historische situatie In Altena zijn door de jaren heen diverse bedrijventerreinen gerealiseerd. Altena en vooral Werkendam heeft daarnaast een lange geschiedenis waar het gaat om de binnenvaart. Altena wordt aan de noordzijde begrensd door de rivier de Merwede, een belangrijke corridor voor de scheepvaart met uitstekende verbindingen naar Antwerpen, Rotterdam en Duitsland. Deze positie heeft ertoe geleid dat zich een vooraanstaand innovatief scheepvaartcluster heeft gevormd in de haven van de kern Werkendam. Tussen 1997 en 2020 is in totaal 82,6 hectare bedrijventerrein uitgegeven. Dat komt neer op gemiddeld 3,4 ha per jaar. Met name eind jaren ’90 lag het uitgiftetempo hoog. Medio jaren 2000 was er sprake van een lage uitgifte. Deels door gebrek aan uitgeefbare kavels (2003 – 2009) en deels door de kredietcrisis (2009 – 2015). Tussen 2016 en 2020 zit er weer een stijgende lijn in de uitgifte, mede door aanbod op Bruine Kilhaven V, RBT Kop van Brabant en Veensesteeg Noord en de hoogconjunctuur (periode van economische groei). Huidige situatie De gemeente Altena kent per januari 2021 26 bedrijventerreinen en bedrijfslocaties met een totaal oppervlak van 320,8 hectare bruto en 241,9 hectare netto. Er is nog ca. 3,7 hectare uitgeefbaar, echter zijn deze kavels al onder optie waarmee er vrijwel geen voorraad uitgeefbaar bedrijventerrein meer is.

Kop van Brabant (Werkendam) is hét nieuwste bedrijvenpark in Altena en is specifiek bedoeld voor grote bedrijven met een behoefte aan kavels groter dan 5.000 m2. Bedrijventerreinen zijn belangrijke economische dragers. Van de 20.560 banen in Altena in 2019 zijn er 6.620 op bedrijventerreinen. Dit komt neer op 32% van de werkgelegenheid op ‘slechts’ 1,6% van het grondoppervlak in Altena (exclusief water). De werkgelegenheid op de bedrijventerreinen is harder gegroeid dan de totale economie. Er is ook een groot cluster van bedrijven ontstaan dat actief is in de op- en afbouw en het onderhoud van binnenvaartschepen en short sea schepen en waterbouw dat zich in de havens van Werkendam concentreert. Altena beschikt over twee binnenhavens in Werkendam: de Beatrixhaven en de Biesboschhaven. Becijferd is dat het maritiem cluster in Werkendam goed is voor 2.000 directe arbeidsplaatsen en een toegevoegde waarde van € 150 miljoen euro. In 2020 werd 47% van alle nieuwe binnenvaartschepen binnen Nederland afgebouwd in de havens in Werkendam en omgeving en waren de leden van belangenvereniging WMI (Werkendam Maritime Industries) betrokken bij 96% van alle nieuwbouwschepen in Nederland. Door de verstening op de bedrijventerreinen, kan hittestress zorgen voor verlies aan arbeidsproductiviteit en het uitvallen van bedrijfsprocessen.

Lokale hevige regen kan leiden tot schade in bedrijfspanden en verminderde transportmogelijkheden. Droogte, door verminderde aanvoer vanuit België en Duitsland, kan leiden tot te weinig beschikking over koelwater en verminderde of uitval van transport over de rivier. Toekomstperspectief Duidelijk te zien is dat op dit moment het aanbod van bedrijventerreinen heel krap is. Dit komt door de snelle uitgifte de afgelopen jaren en de aanhoudende vraag naar nieuwe bedrijfskavels. De komende periode zetten we ons in voor voldoende ruimte om te ondernemen. We ontwikkelen

31

bedrijventerreinen alleen bij concrete vragen. Vanzelfsprekend kijken we eerst, samen met de bedrijven die om ruimte vragen, of die vraag niet in bestaande bedrijfsbebouwing of een bouwrijp bedrijventerrein kan worden ingevuld. Hierbij speelt ook revitalisering (vernieuwing) van bestaande terreinen een belangrijke rol. Onze terreinen moeten toekomstbestendig worden. Het bedrijventerrein SRBT Giessen is in ontwikkeling. Dit plan is bruto ca. 12-13 ha groot, waarvan netto 10 ha uitgeefbaar. Daarnaast is een nieuwe locatie nodig in Werkendam voor verdere groei. De ruimtelijke mogelijkheden bij Werkendam zijn echter beperkt vanwege de ligging in de NHW. Daarnaast vraagt de stikstofproblematiek extra onderbouwing en inspanning. Havenbedrijven in Werkendam hebben op dit moment ruimtegebrek. Er is behoefte aan extra kaderuimte en een grote havenontwikkeling. Voor de korte termijn wordt verder gewerkt aan een plan om een insteekhaven te realiseren op een bestaand droog gedeelte bedrijventerrein. Aan deze insteekhaven kunnen kadekavels worden gerealiseerd. Dit is niet voldoende. Daarom is ook voor de lange termijn (rond 2030) uitbreiding nodig met een 3e haven. De focus op groei alleen is niet goed. We focussen ons als gemeente op gebalanceerde groei, waarbij we dus letterlijk integraal kijken naar economie en andere waarden. We houden rekening met nieuwe vormen van bedrijvigheid.

Op termijn is het realiseren van agroparken wellicht wenselijk, waar voedselproductie in een technische/industriële setting mogelijk wordt. Denk aan algenproductie, insecten kweek, verticale landbouw, industriële zetmeel en eiwitproductie, et cetera. Om de bedrijventerreinen en de hieraan gekoppelde werkgelegenheid in de toekomst op niveau te houden is het belangrijk dat de terreinen meebewegen met de veranderende economie en de moderne eisen en wensen die bedrijven stellen aan hun werkomgeving. Maar ook de omliggende infrastructuur zal hierop aangepast moeten worden. Altena wil een duurzame, CO2-neutrale gemeente zijn en hier moeten ook de bedrijventerreinen een bijdrage aan gaan leveren. Voor opwek van duurzame energie geven we de voorkeur aan daken. Door de beperkte transportcapaciteit op het elektriciteitsnet plaatsen we de opwek zo dicht mogelijk bij de vraag en benutten we de mogelijkheden om vraag en aanbod te matchen. Hiervoor is voldoende netcapaciteit van belang. Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen stellen we normen op. We maken verplicht dat daken geschikt zijn en gebruikt worden voor het opwekken van zonne-energie. Natuurinclusiviteit op bedrijventerreinen is daarnaast een grote wens. We willen de biodiversiteit versterken en meer ruimte bieden voor groen en water.

We zetten in op het stimuleren en faciliteren van bedrijven om duurzame bedrijventerreinen te ontwikkelen: circulair, CO2-neutraal, klimaatbestendig, natuurinclusief en in samenspraak met de omgeving. In de regionale bedrijventerreinafspraken is afgesproken dat elke gemeente een bedrijventerreinvisie maakt.

32

Natura 2000-gebieden Historische situatie Sinds 2014 kent de gemeente Altena twee Natura 2000-gebieden. Naast de Biesbosch (die zich ook uitstrekt over de gemeenten Dordrecht, Drimmelen, Geertruidenberg en Moerdijk) is dit het gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem (het eerste deelgebied ligt in de gemeente Zaltbommel). Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, waarbij het Rijk verantwoordelijk is voor de aanwijzing en de begrenzing van de Natura 2000-gebieden. Voor deze gebieden gelden gebiedsspecifieke instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen, soorten, broedvogels en niet-broedvogels. De gebieden zijn aangewezen in het kader van de habitatrichtlijn, vogelrichtlijn of een combinatie van beide. Meerdere binnendijks gelegen kreken en rivieren zijn aangewezen als ecologische verbindingszone (EVZ) als onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. Het NNB streeft het verbinden van alle Brabantse natuur na. Huidige situatie De Biesbosch is een groot gebied met natuur, hoofdzakelijk bestaande uit moerassen en open water. In een deel van het gebied zijn platen ontstaan. Dat zijn grote open ruimtes, ontstaan als opslibbing (bij hoogwater) vanuit de kreken. Door de moerassen is het gebied over land grotendeels niet toegankelijk. De rust en bijzondere natuurwaarden maken het tot een uniek gebied.

Voor meerdere soorten vormt de Biesbosch met aanliggende natuurgebieden een van belangrijkste leefgebieden in Nederland, zoals voor de blauwborst. De Biesbosch is aangewezen als stiltegebied waarmee rust en stilte nodig is. Dit betekent onder meer dat hier strenge streefnormen gelden om de geluidbelasting te beperken. Het Pompveld is een natuurgebied ten noorden van Babyloniënbroek en ten zuiden van Andel. Het is ontstaan omdat dit 'poldertje' buiten de ruilverkaveling is gehouden. Dit gebied staat bekend om haar historisch kleinschalig landschap. Midden in het gebied ligt een nog functionerende eendenkooi. Daarvan liggen er nog maar 14 in Brabant en ruim 100 in heel Nederland. De Kornsche Boezem is een klein natuurgebied bij Dussen. Je kunt er genieten van bijzondere natuur: van oude grienden tot drassig hooiland met bijzondere plantensoorten als krabbescheer, dotterbloem en moeraskartelblad. Enkele natuurgebieden zijn belangrijke toeristische trekpleisters waar bezoekers naartoe komen vanuit het hele land. Dit levert op bepaalde momenten in het jaar overlast op. Dit is met name in de Biesbosch het geval. Intensieve recreatie kan een grote invloed hebben op de natuur in het gebied en zelfs de kwaliteit van dit unieke natuurgebied onder druk zetten.

De verkeersaantrekkende werking en de activiteiten tijdens het bezoek, zowel overdag als in de nachtelijke uren, zorgt ook voor overlast. Toekomstperspectief Hoewel Natura 2000-gebieden een zwaar beschermingsregime kennen, hebben we ook voor deze gebieden een perspectief voor de komende 20 jaar. De ambitie is het behoud en versterken van de natuurwaarden in combinatie met duurzaam kwaliteitstoerisme. Rondom de belangrijkste natuurgebieden (Natura 2000-gebieden Biesbosch en Pompveld, Kornsche Boezem) staat het beschermen van natuurwaarden centraal. We hebben de ambitie om de ecologische verbinding van de Natura 2000-gebieden te versterken.

33

De schil rondom de Natura 2000-gebieden betreft grotendeels landbouw waarbij we inzetten op een verduurzaming van de sector rekening houdend met de waarden in de natuurgebieden. In het gebied Noordwaard, dat grenst aan de Biesbosch, spelen (extensieve vormen van) landbouw en natuurinclusieve landbouw en/of agrarisch natuurbeheer een rol op de Natura 2000-gebieden. Ook wonen en waterveiligheid zijn thema’s waar we rekening mee moeten houden. Het water (en de berging hiervan) willen we om deze reden nog beter faciliteren in dit gebied. In het kader van recreatie zetten we in op educatie over het gebied en de aanpak van recreatief verkeer en maatregelen die hierbij horen. We gaan op zoek naar de balans tussen recreatie en het behoud van de natuurwaarden en flora en fauna soorten (rust). De stikstofgevoeligheid van Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente heeft invloed op wat we wel en niet kunnen toestaan aan (recreatieve) ontwikkelingen. In de Natura 2000-gebieden willen we geen grootschalige opwek van duurzame energie en sluiten we zonnevelden uit. Ook in de directe omgeving gaan we hier terughoudend mee om. Ook in agrarisch gebied zijn EVZ-tracés aangewezen waar waterschap en gemeente aan de lat staan voor de realisatie ervan. We werken samen met de beheerorganisaties waaronder Staatsbosbeheer, Brabants Landschap en Natuurmonumenten.

34

Noordwaard Historische situatie De Noordwaard is een zeekleigebied dat eeuwenlang onder invloed heeft gestaan van de getijden. Vanaf de 17e eeuw is men gestart met het opnieuw inpolderen van delen van het getijdengebied. Hiervan getuigen meerdere dijken door het gebied. Ook de Noordwaard is uiteindelijk ingepolderd. Huidige situatie De Noordwaard is een gebied van zo’n 4.450 hectare en ligt ten westen van Werkendam. Het gebied ligt naast de Biesbosch en grenst aan het Steurgat en de Nieuwe Merwede. Het gebied is vanuit het landelijke project Ruimte voor de Rivier ingericht. In de Noordwaard is een project van ontpoldering gerealiseerd, zodat rivierwater bij hoogwater het gebied in en uit kan lopen. Dit speelt een belangrijke rol bij extreme weersomstandigheden met grotere piekafvoeren van de omliggende rivieren. Bij extreem hoog water is het achterliggende gebied beperkt of niet bereikbaar. Bewoners zijn dan ook afgesloten van de buitenwereld en hulpdiensten kunnen het gebied slechter bereiken. In de Noordwaard staan waterveiligheid en natuurkwaliteit centraal. Door de ontpoldering is een divers natuurgebied ontstaan met kreken, grienden, terpen en er is mede voor het beheer een grote verscheidenheid aan dieren, waaronder waterbuffels, wilde paarden en Schotse Hooglanders. De geschatte soortendiversiteit in de Noordwaard is relatief hoog.

Verschillende delen van de Noordwaard zijn aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Daarnaast is recreatief en agrarisch gebruik mogelijk. Belangrijke waarden zijn de rust, openheid, uitzichten en de doorlaatbaarheid van het gebied voor het water. Het landschap met kreken en buitendijkse eilandpolders op deze schaal is uniek in Nederland. Intensieve recreatie kan een grote invloed hebben op de natuur in het gebied. Daarnaast zorgt de huidige verkeerssituatie voor onveiligheid, aanrijdingen met wilde dieren (onder andere bevers) en druk op de leefbaarheid. Toekomstperspectief De Noordwaard is en blijft een dynamisch polderlandschap met hoge natuur- en agrarische waarden. Hoofddoelstellingen zijn dan ook de (hoog)waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. We behouden en reserveren ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen zoals bijvoorbeeld ruimte voor de rivier en dijkverbeteringsmaatregelen. Ook moeten we de bodemstructuur (vitale bodem) in de Noordwaard verbeteren, zodat we water beter kunnen vasthouden en de biodiversiteit vergroten. Daarnaast speelt de landbouw hier een belangrijke rol. We creëren samen met de betrokken overheden, agrariërs, bewoners en gebruikers van de Noordwaard een gebied waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden met behoud van de natuurwaarden. We plaatsen de juiste functie op de juiste plek.

We werken niet tegen de natuur, maar mét de natuur. In de Noordwaard is ruimte beschikbaar voor de inrichting van een recreatiepoort. We beogen hier een vorm van verblijf voor duurzaam kwaliteitstoerisme. Hiervoor moeten we waakzaam zijn op de huidige en toekomstige (verkeers-)overlast voor de inwoners in het parklandschap. Hiervoor stellen we een aanpak op en voeren we de bijbehorende maatregelen uit.

35

Uiterwaarden Historische situatie Het gebied tussen rivier en dijk is een uiterwaard. Ze ontstonden na bedijking van de rivieren in de middeleeuwen. De kleine landbouwgronden zijn steeds vaker aangewezen als natuurontwikkelingsgebied zodat op sommige plaatsen zich weer de van nature rivier begeleidende bossen kunnen ontwikkelen. Huidige situatie Rondom Altena liggen drie rivieren: de Merwede, de Afgedamde Maas en de Bergsche Maas. De Bergsche Maas is een gegraven rivier om het water uit de Maas af te leiden en zo de druk op de Merwede te verkleinen. De uiterwaarden in Altena lopen langs de rivieren de Merwede, de Afgedamde Maas en de Bergsche Maas. In de uiterwaarden zijn belangrijke natuurwaarden aanwezig waardoor op diverse plekken de soortendiversiteit hoog is. De primaire functie van de uiterwaard is waterhuishoudkundig (stelsel van waterlopen, sloten en greppels voor de aan- en afvoer van water). Binnen Altena zijn op meerdere locaties uiterwaarden heringericht ten behoeve van waterberging en natuurontwikkeling. De uiterwaarden worden ook gebruikt voor recreatie. Daarnaast zijn (delen van) de uiterwaarden langs de Afgedamde Maas en de Bergse Maas aangewezen als drinkwaterbeschermingszone. Toekomstperspectief Door de klimaatverandering is er vaker sprake van extreme weersomstandigheden en een grotere piekafvoer van omliggende rivieren.

We behouden en reserveren ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen zoals bijvoorbeeld ruimte voor de rivier en dijkverbeteringsmaatregelen. Door de rivierverruiming in de uiterwaarden is buitendijkse dijkversterking mogelijk, waarmee cultuurhistorische waarden en dijkwoningen behouden kunnen blijven. De uiterwaarden behouden in de toekomst hun waterbergende functie en natuurwaarden als onderdeel van Natuurnetwerk Brabant (NNB). We plaatsen de juiste functie op de juiste plek. We werken niet tegen de natuur, maar met de natuur. De voorkeur ligt bij begrazing van kruidenrijke graslanden voor hooilandbeheer maar het telen van gewassen in de uiterwaarden sluiten we niet uit. Buitendijks bouwen van woningen staan we in principe niet toe, maar er zijn mogelijkheden om hier gemotiveerd van af te wijken. De gemeente gaat hier zeer terughoudend mee om. Op de lange termijn moeten de niet-watergebonden bedrijven en woningen plaats maken voor uitbreiding van het Natuurnetwerk Brabant. De uiterwaarden worden in de toekomst multifunctioneel ingezet: een combinatie tussen waterberging, agrarisch gebruik, natuur en kleinschalige recreatieve mogelijkheden, zoals strandjes, aanlegsteigers en havenrecreatie. Bij inrichting van buitendijkse gebieden is de veiligheid voor inwoners medebepalend, naast natuur en extensieve recreatie. Dit alles met behoud van cultuurhistorie.

36

Buitengebied Historische situatie De gemeente Altena is een echte agrarische gemeente. Van de 20.065 ha grond (exclusief water) wordt in 2015 78,7% gebruikt als landbouwgrond. Dit aandeel is fors hoger dan landelijk (66,4%) en in Noord-Brabant (62,1%). De ruilverkaveling in het buitengebied maar ook voor onze kernen heeft niet alleen een enorme impact gehad op ons landschap, maar ook op het watersysteem. Door de ruilverkaveling is meer dan 1.500 kilometer aan watergangen verloren gegaan. Hierdoor heeft Altena, in vergelijking met soortgelijke gebieden, weinig watergangen. Ons gebied is overwegend ingedeeld in peilgebieden, waarbij het waterpeil kunstmatig wordt beheerd en lager ligt dan de omliggende rivieren. Het waterpeil is aangepast aan de gewenste teelten. Dit is met name ingeregeld in de tijd dat we, in alle seizoenen, voldoende wateraanbod hadden en we de mogelijkheid hadden om water af te voeren als we er te veel van hadden. Het areaal agrarische gronden is tussen 2010 en 2020 gestaag gedaald in Altena. De belangrijkste daling komt door de ontwikkeling van de Noordwaard, waarbij veel landbouwgronden zijn onttrokken en nu water en natuur zijn. Ook het aantal agrarische akkerbouwbedrijven is gedaald tussen 2010 en 2020. Het aantal bedrijven in tuinbouw, tuinbouw onder glas en met hokdieren is beperkt in omvang, maar wel redelijk stabiel over de periode 2010-2020.

Huidige situatie De agrarische sector is bijzonder sterk aanwezig in het buitengebied. Van de landbouwgrond wordt in 2020 45% gebruikt als grasland en 42,4% voor akkerbouw. Met name dit aandeel akkerbouw is hoog in vergelijking met Nederland en Noord-Brabant. Het aandeel tuinbouw op open grond en onder glas is daarentegen relatief laag in Altena. Ook recreatieve en toeristische bedrijven zijn binnen het buitengebied aanwezig. Er is sprake van schaalvergroting en stoppende bedrijven in de landbouwsector. Dit leidt tot de leegstand van agrarische gebouwen. Deze leegstaande gebouwen bieden kansen voor nieuwe invullingen, maar vormen ook een risico van ondermijnende activiteiten. De provincie voert daarnaast al geruime tijd een glastuinbouwconcentratiebeleid waarbij gebieden worden aangewezen voor de ontwikkeling van glastuinbouw. Binnen deze gebieden bepaalt de

37

gemeente, in afstemming met de ondernemers en inwoners, de ontwikkelingsmogelijkheden voor de glastuinbouw. Er is een forse druk op het buitengebied en agrarische gronden vanuit andere functies zoals de woningbouwopgave, energietransitie en recreatie, maar ook het behoud van cultuurhistorische waarden zoals de Nieuwe Hollandse Waterline. Door klimaatverandering gaan we merken dat wateraanvoer minder vanzelfsprekend is als gevolg van schaarste en andere maatschappelijke keuzes die dan gemaakt moeten worden. Tijdens hevige regen kan schade aan gewassen ontstaan met zelfs verlies van oogsten tot gevolg. Daarnaast speelt verdichting van de bodem ook een rol, waardoor de sponswerking van de bodem afneemt. De sponswerking is belangrijk om wateroverlast te verminderen en om water beschikbaar te hebben in tijden van droogte. Er wordt geprobeerd het bodemleven te verbeteren, maar extreme wateroverlast kan voor langere tijd schade aan bodemleven en –structuur veroorzaken. Een belangrijk kenmerk van het buitengebied is de openheid van het landschap. In het middengebied is sprake van weidevogelgebieden en er zijn in het buitengebied belangrijke natuurwaarden. Het Uitwijkse Veld behoort tot de griend- en rietcultuur. Er wordt in het buitengebied veel gefietst en gewandeld. Dit zorgt regelmatig voor conflicten tussen de verschillende weggebruikers.

Toekomstperspectief De hoofdopgave voor het buitengebied is: de juiste functie op de juiste plek stimuleren en realiseren, aansluitend bij het natuurlijk systeem en de gebiedskwaliteiten. De agrarische sector speelt een belangrijke rol in het (sociaal) vitaal houden en beheren van het buitengebied. In de basis zetten we in op een sterke concurrentiepositie van de landbouw. De veranderingen in de landbouw zien we hierbij als kans. Dit vraagt om inzetten op veranderingen, meebewegen met (voor)waarden vanuit de overheid en burgers en flexibel zijn. We moeten er met elkaar voor zorgen dat de agrarische sector duurzaam, natuurinclusief en circulair is. De hele keten van boer tot consument moet meedoen en is verantwoordelijk voor het slagen van de transitie. Het is van belang dat het buitengebied werkbaar en bereikbaar blijft. Ook behouden we in het buitengebied ruimte voor de vestiging van glastuinbouwbedrijven. Naast de uitbreidingsmogelijkheden voor de glastuinbouw zijn er ook uitbreidingsmogelijkheden voor de solitaire glastuinbouw in het buitengebied. Daarnaast zien we kansen voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s). Op de oude boerderijen is ruimte voor bedrijvigheid, recreatieve functies, kleinschalige zorg en mogelijkheden voor collectieve woonvormen (waarbij bewoners bepaalde voorzieningen delen).

In lijn met de Provinciale omgevingsverordening zien we het optimaal benutten van bestaande bebouwing en gebieden als kans om de openheid en kwaliteit van het buitengebied te behouden. Als herontwikkeling van een VAB of leegstaande boerderij niet past bij de agrarische functies in de omgeving, kan ook sloop worden geadviseerd. Ook wegen we de ontwikkelmogelijkheden voor de agrarische sector mee. We onderzoeken de mogelijkheden van woningsplitsing en een tweede woning op erven (bijvoorbeeld een tiny house). Ook wijzen we zoeklocaties aan die mogelijk geschikt zijn voor woningbouw. Een klimaatrobuust buitengebied voor Altena is de ‘polder van de toekomst’. Een ruimtelijke inrichting passend bij extreem weer met meer ruimte voor water(berging), zowel qua wateroppervlak als in de bodem. Op deze manier hoeft er ook minder ‘gebiedsvreemd’ water ingelaten te worden in drogere perioden. Wij moeten dus inzetten op de verbetering van de bodemstructuur (vitale bodem) om water vast te houden, maar ook om de biodiversiteit te vergroten. Ook in bermen, akkerranden en natuurvriendelijke oevers zetten we in op het vergroten van de biodiversiteit.

38

In het kader van de energietransitie zetten we in ieder geval in op een zorgvuldige inpassing van zonneparken. Na zonnepanelen op daken geven we de voorkeur aan locaties grenzend aan bebouwing of infrastructuur. Het inpassen van zonneparken op vruchtbare, productieve landbouwgronden, waardevolle landschappen of een weidevogelgebied gaan we in eerste instantie niet toestaan. Pas als blijkt dat er extra grond nodig is kunnen we de mogelijkheden bekijken. Hoe het open middengebied zich in de toekomst ook zal ontwikkelen, we willen in ieder geval dat de beleving van openheid en weidsheid van het polderlandschap behouden blijft. In ieder geval vanaf de ‘Polderroute’ N267. Ook de kwaliteiten rust, uitzicht en natuurbeleving willen we behouden. Daarom zijn we voorzichtig met nieuwe functies en stellen we hier voorwaarden aan. Ook worden karakteristieke kwaliteiten belangrijker en krachtiger. Om de (natuur)beleving te behouden en te versterken, zetten we in op (extensieve) recreatieve voorzieningen. Dit kunnen bijvoorbeeld fiets- of wandelpaden zijn. Daarnaast moeten ontwikkelingen in het buitengebied bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van het landschap en ecologie via een regeling ‘kwaliteitsverbetering landschap’. Daarnaast sluiten we aan bij de gebiedspaspoorten van de provincie Noord-Brabant. Bij Woudrichem Zuid heeft de gemeente een voornemen tot woningbouwontwikkeling.

Daarom heeft de gemeenteraad voorkeursrecht gevestigd op de locatie, zie bijlage. De locatie Woudrichem Zuid biedt een kans om aan de behoefte voor woningen in Woudrichem de komende jaren te kunnen voldoen.

39

Thema’s Algemeen In een thema bespreken we hoe we in onze gemeente om willen gaan met een bepaald onderwerp. Bij ieder thema, zoals wonen, bereikbaarheid of energietransitie omschrijven we wat we eronder verstaan, welke ontwikkelingen er plaats vinden rond dit onderwerp en hoe we hiermee om (willen) gaan. Dit kan bestaand beleid zijn, wanneer dit nog actueel is voor het thema. Maar het kan ook juist vragen om nieuwe opgaven, die we in deze omgevingsvisie vastleggen. De thema’s hebben we gekoppeld aan de gebieden waar zij gelden.

Wonen We zijn een aantrekkelijke gemeente om in te wonen. Onze inwoners waarderen het wonen in Altena. De kernen in onze gemeente bieden verschillende omgevingen om te wonen. Met alle kernen gezamenlijk vormen we een grote gemeente, met een groot buitengebied. De druk op de woningmarkt in Altena neemt toe en vraagt om acties. Waar staan we nu? De ruimte en het uitgestrekte buitengebied zijn onze sterke punten als het gaat om de fysieke woonomgeving. Binnen onze kernen zien we een sterke sociale samenhang, mede verankerd in het verenigingsleven. De betrokkenheid is vaak groter bij de eigen kern dan bij de gehele gemeente. In de periode 2015-2020 is het aantal huishoudens in de gemeente Altena gegroeid met ongeveer +1.400. Deze groei komt mede door ons (traditioneel) hoge geboortecijfer. De laatste jaren heeft ook een positief migratiesaldo bijgedragen aan de groei van het aantal huishoudens. De kwaliteit van het wonen in Altena wordt ook steeds meer gezien door mensen van buiten de gemeente. De trek vanuit de steden is de laatste jaren toegenomen, vooral vanuit de Randstad. We hebben een gunstige ligging ten opzichte van onder andere Rotterdam, de Drechtsteden en Gorinchem aan de noordwestkant en de Brabantse steden (Breda, Tilburg, Den Bosch) aan de zuidkant. Wat komt er op ons af? We zijn een aantrekkelijke gemeente om in te wonen.

Dit zorgt echter wel voor een toenemend aantal woningzoekenden, waarbij het aanbod van woningen nog achterblijft. Als we niets doen, blijven de woningprijzen in ieder geval verder toenemen en zal het met name voor huishoudens met een kleinere portemonnee (zoals starters) steeds lastiger worden om een geschikte woning te kunnen vinden in de gemeente Altena. Betaalbaarheid is een belangrijke opgave. De verwachting is dat de vraag naar woningen de komende jaren blijft aanhouden. Daarnaast zien we dat veel ouderen in een grote eengezinswoning blijven wonen. Passend aanbod aan levensloopgeschikte woningen voor deze doelgroep ontbreekt of sluit onvoldoende aan bij wat ouderen zoeken, waardoor de doorstroming op onze woningmarkt afneemt. Naast nieuwbouw is het ook van belang dat we de kwaliteit van onze bestaande woningvoorraad op peil houden. Daarbij gaat het onder andere om het verduurzamen van woningen (klaarmaken voor aardgasvrij) en het aanpassen van woningen zodat mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Voor de sociale huursector is daarin onze samenwerking met de woningcorporaties Bazalt Wonen en Woonstichting Land van Altena, en hun huurdersorganisaties

40

van groot belang. Ook woningeigenaren moeten voldoende worden gestimuleerd om de kwaliteit van hun woning op peil te houden. Vanaf 2030 zal de huishoudensgroei afvlakken, het gevolg van het toenemende aantal oudere huishoudens (vergrijzing). Op de langere termijn zullen we daarmee rekening moeten houden met onze woningbouwopgave. Altena beweegt zich binnen de context van de regio. In de regio Breda is sprake van sterke groei- en verstedelijkingsambities. Dit vraagt om een extra versnelling in de woningbouwproductie. Hoe zien we wonen in de toekomst? Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen is het van belang dat er bij alle kernen van Altena kan worden gebouwd. Hiermee kunnen voorzieningen op peil gehouden worden. Voor de woningbouw is inbreiding en uitbreiding bij de kernen noodzakelijk. We kijken vooral naar locaties die in aanmerking komen voor herstructurering, transformatie van bestaand vastgoed of verplaatsing van bedrijven of scholen. Ook nieuwe woonvormen zoals knarrenhofjes en tiny houses kunnen oplossingen bieden. We kijken naar meer mogelijkheden om grote woningen te splitsen, om zo woningen te creëren zonder dat daar extra voor gebouwd hoeft te worden. Gezien de forse druk op de ruimte zien we ook kansen voor gestapeld bouwen passend bij de omgeving.

Zo blijft het buitengebied zo groen mogelijk en behouden we ook waardevolle groene zones binnen de kernen. Naar verwachting kunnen we met enkel inbreiding niet voldoende woningen realiseren. Daarom zetten we ons er voor in dat het ook in de toekomst mogelijk blijft om - uiteraard zo zorgvuldig mogelijk - potentiële locaties aan de randen van de bebouwde kom te benutten. We zetten in op uitbreiding waar dit past bij de aanwezige kwaliteiten en waarden. Transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing (boerderij) naar woningen behoort ook tot de mogelijkheden. Zolang dit minimaal bijdraagt aan instandhouding van de huidige omgevingskwaliteit en liefst zelfs tot verbetering leidt. Tot slot maken we het benutten van bestaande woningbouw, waaronder woningsplitsing, mogelijk onder voorwaarden. Hiervoor kijken we zowel naar grotere woningen in stedelijk gebied als naar grotere woningen in het buitengebied. Door grotere woningen te splitsen creëren we extra woningen, die geschikt kunnen zijn voor starters of kleine huishoudens. In onze visie horen alle mensen erbij. We vinden het belangrijk dat er genoeg woningen zijn voor mensen die zorg of hulp nodig hebben en voor bijzondere doelgroepen zoals spoedzoekers, arbeidsmigranten en statushouders. Arbeidsmigranten zijn van cruciaal belang voor onze economie. Fatsoenlijke huisvesting is van groot belang.

Hiervoor zijn verschillende soorten woonconcepten zoals tijdelijke woningen. We zetten ons specifiek in voor betaalbaar wonen zodat inwoners met minder geld zoals starters ook een woning kunnen vinden in Altena. Maar we zetten ons ook in voor duurzaam, energieneutraal, natuurinclusief en klimaatadaptief wonen, zodat onze woningvoorraad zo toekomstbestendig mogelijk is. Onze samenleving is veerkrachtig, en daarom wordt Altena steeds duurzamer. Hier liggen met name uitdagingen in het aanpassen van de bestaande voorraad. Maar ook in het klimaatadaptief maken van onze leefomgeving in combinatie met inbreiding. Te vermelden waard is dat in Andel op dit moment wordt gewerkt aan een pilot omgevingsplan voor de uitleglocatie Andel de Bronkhorst.

41

Voor verschillende vormen van wonen en zorg kiezen we voor een gebundelde spreiding. Enerzijds is clustering nodig om de zorg goed te kunnen verlenen en gedeelde ervaringen op te kunnen doen. Anderzijds is spreiding belangrijk om gebruik te maken van bestaande sociale structuren. Samen met de dorpen zoeken we naar locaties om woon- zorgvoorzieningen te realiseren. De centrale ambitie in het regionale woningmarktbeleid is het terugdringen van de druk op de woningmarkt door een versnelling van de woningbouwproductie (Regionale Investeringsagenda Regio Breda, RIA). Regionale afstemming met andere gemeenten en provincie Noord-Brabant is gewenst. De gemeente heeft in haar “Onderbouwing strategische uitspraken Uitvoeringsprogramma Wonen” [link opnemen] een nadere onderbouwing gegeven op: • De plancapaciteit tot en met 2030 • Hoe sturen op de doelgroepen? • De rol van de gemeente. Deze notitie wordt betrokken in de verdere uitwerking van het woonbeleid en programmering in de Programma’s Omgevingswet (POW).

42

Voorzieningen Voor de leefbaarheid en vitaliteit van onze gemeente zijn voorzieningen van belang. Het is belangrijk dat er voldoende voorzieningen in jouw buurt zijn en dat deze van goede kwaliteit zijn. Dit noemen we ook wel het voorzieningenniveau. Voorzieningen zijn te onderscheiden in maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen en zorg, vrijetijdsvoorzieningen op gebied van sport, recreatie en cultuur, en tot slot commerciële voorzieningen, zoals winkels en horeca. Waar staan we nu? Sociale cohesie, sportdeelname en bewegen zijn een belangrijk aandachtspunt. In Altena zijn veel mogelijkheden om te sporten. Voor jongeren én voor volwassenen. Altena heeft een breed netwerk van circa 100 sportverenigingen verdeeld over de kernen. Qua accommodaties gaat het om meer dan 40 sportaccommodaties zoals sportvelden, gymzalen en zwembaden. Bovendien zijn er meerdere ruitersport verenigingen, commerciële sportaanbieders en een mooi netwerk aan voorzieningen in de openbare ruimte zoals speelmogelijkheden en ontmoetingsplekken. In meerdere kernen in Altena zijn intramurale voorzieningen (zorginstellingen zoals een ziekenhuis, verpleeghuis en verzorgingshuis) voor ouderen aanwezig. Ondanks al deze initiatieven is er nog wel een wereld te winnen rond het stimuleren van sportdeelname en bewegen.

De horeca en detailhandel vervullen binnen Altena een belangrijke maatschappelijke en economische functie. Het totale winkelvloeroppervlak (wvo) is ruim 67.000 m² groot. De grootste winkelgebieden zijn te vinden in Werkendam, Woudrichem, Sleeuwijk en Wijk en Aalburg. Alleen het winkelcentrum van Werkendam heeft (beleidsmatig) een bovenlokale functie en deels ook een functie voor recreatief winkelen. In een aantal kleine kernen is nauwelijks aanbod, behoudens enkele gespecialiseerde winkels in non-food. We kennen geen duidelijk centrumdorp, maar wel dorpen met sterke voorzieningen die inwoners uit de wijdere omgeving weten aan te trekken. Er zijn specialisaties ontstaan. Wat komt er op ons af? Door de veranderende samenstelling van de bevolking verandert de behoefte aan voorzieningen. Het langer zelfstandig wonen door de groeiende groep ouderen vraagt om passende voorzieningen, variërend van thuiszorg tot maaltijdvoorzieningen en dagbesteding. Binnen de zorg wordt steeds meer gedacht aan kleinschalige voorzieningen in de normale woonomgevingen (extramuralisering). We vinden ontmoeting belangrijk voor het behoud van de gemeenschapszin in de dorpen en het oplossen van vraagstukken rond eenzaamheid en andere sociale problemen. We stellen ons de vraag of er wel voldoende ontmoetingsplekken zijn door de afname van het aantal voorzieningen in een aantal dorpen.

Het aantal jongeren daalt de komende jaren. Dat betekent voor scholen en (sport)voorzieningen een extra uitdaging om de kwaliteit overeind te houden. Er zijn verspreid in Altena al diverse initiatieven voor bundeling van voorzieningen (fusies tussen sportverenigingen en de ontwikkeling van brede scholen) om voor de lange termijn een hoge(re) kwaliteit te realiseren. Digitalisering is ook van invloed op voorzieningen. De stijgende vraag naar online winkelen leidt tot een dalende vraag naar producten uit fysieke winkels. Er zijn twee sterke trends die in centra ‘neerdalen’: het centrum wordt een eet-en verblijfsgebied (mensen eten meer buitenshuis) en het wordt een gebied waar je ‘consumptiebelevingen’ kunt meemaken.

43

Hoe zien we voorzieningen in de toekomst? In de toekomst zien we onze centra als dorpsharten met een brede sociale functie. Een plek gericht op ontmoeting. De levendigheid, veilige bereikbaarheid en het verblijfsklimaat staan voorop. In onze visie bundelen we zoveel als mogelijk voorzieningen met een publiekfunctie in het dorpshart. We zetten ons in voor het verlengen van de verblijfsduur in de centra door bijvoorbeeld meer aandacht voor de (klimaatadaptieve) inrichting van de openbare ruimte en het mogelijk maken van ondersteunende horeca. In winkelcentra laten we alle vormen van detailhandel toe, behalve volumineuze detailhandel (winkels waarbij het hoofdassortiment bestaat uit omvangrijke goederen waarvoor een grote uitstallingsruimte nodig is, zoals auto’s, boten en meubels). Zichtbaarheid van de winkel en het profiteren van ‘in de loop liggen’ is hier van belang. In wijken staat de rust en veiligheid voorop. In dorpen waar geen centrumvoorzieningen zijn, past kleinschalige detailhandel die afhankelijk is van een klein specifiek publiek, die functioneert zonder etalage en die geen bijzondere verkeersaantrekkende werking kent. Op bedrijventerreinen zien we mogelijkheden voor (kleinschalige) internethandel (zonder showroomfunctie), voor volumineuze, en voor ondergeschikte detailhandel.

We willen de zelfredzaamheid en de samenredzaamheid, die in onze lokale cultuur geworteld zitten, blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. We zullen niet in iedere kern voorzieningen van voldoende kwaliteit kunnen waarborgen. We zien daarbij een netwerk van dorpen die elkaar aanvullen met een optimaal aanbod voor Altena als geheel. Essentieel hierbij is dat de voorzieningen voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn. We gaan steeds vaker voorzieningen bundelen en gebouwen multifunctioneel maken. De mogelijkheid voor ontmoeten is hiervoor een belangrijke drijfveer, nu in veel dorpen meerdere voorzieningen zijn verdwenen. De locaties moeten geschikt zijn voor ontmoeten en verscheidene activiteiten. Door bundeling van voorzieningen kan de sociale cohesie in de dorpen, maar ook de kwaliteit en betaalbaarheid, worden verhoogd. Ook het slim mengen van wonen en voorzieningen (in de hoogte) biedt kansen. Verder zijn de dorpshuizen van cruciaal belang bij het in stand houden van de sociale cohesie. Vrijetijd is belangrijk en wordt steeds belangrijker ook voor eigen inwoners. Onze recreatieve voorzieningen zijn kwalitatief goed. Bijvoorbeeld routes en voorzieningen voor fietsen, wandelen, zwemmen en ruiters. Het culturele voorzieningenniveau sluit aan bij het aantal inwoners in de kernen.

Hierbij zou het beoefenen van amateurkunst, het bezoeken van een concert, voorstelling, lezing of optreden binnen de grenzen van de eigen gemeente in de vrije tijd mogelijk moet zijn. Ons cultureel en historisch erfgoed is zichtbaar en beleefbaar voor inwoners in onze musea en op straat. We willen in de toekomst een doorontwikkeling van (sport)verenigingen naar een bredere maatschappelijke functie. Dat vraagt een actieve houding bij verenigingen, bijvoorbeeld door hun aanbod te verbreden, aan te sluiten bij vragen in de samenleving en door nieuwe inkomsten aan te boren. Ook vraagt dit om veranderbereidheid bij ons als gemeente. We zien het als de verantwoordelijkheid van de gemeente om gericht (mee) te investeren in voorzieningen die ondernemend zijn.

44

Gezondheid Landelijk wordt steeds meer aandacht gevraagd voor het thema gezondheid en welzijn. Dit gaat verder dan het voorkomen of genezen van ziektes. Er zijn diverse modellen en definities. Een daarvan is het model van Lalonde. Daarin worden 4 elementen onderscheiden die van invloed zijn op de gezondheid: • Sociale en fysieke omgeving; • Leefstijl; • Aanwezigheid zorgvoorzieningen; • Biologische factoren. Binnen de fysieke leefomgeving zijn veel aspecten van invloed op de gezondheid, zoals milieuaspecten (dit komt aan bod bij het thema milieu), voldoende groen, de mogelijkheden voor sport en bewegen, en de productie van gezond voedsel. Maar ook de mentale gezondheid en leefstijl van mensen wordt beïnvloed door het leven in een mooie groene, schone en veilige leefomgeving. Waar staan we nu? We hebben een bijzonder sterke uitgangssituatie als het gaat om gezondheid. We hebben op lokaal niveau sterke sociale structuren en overal is het groen en de natuur relatief dichtbij. Onze dorpskernen hebben wel minder groen dan het landelijke gemiddelde. We vinden het belangrijk dat er voldoende ruimte is om te spelen, bewegen en ontmoeten. Op dit moment wordt vaak benoemd dat er voor jongeren te weinig te doen is. Uit monitors van het RIVM en de GGD komen een aantal uitdagingen rondom gezondheid binnen onze gemeente naar voren.

We scoren onder gemiddeld voor overgewicht, voldoende bewegen en sporten. Daarnaast is in lijn met de regionale en provinciale cijfers eenzaamheid een probleem.

45

Wat komt er op ons af? Er is steeds meer aandacht voor een gezonde omgeving. Dit is een omgeving die uitnodigt tot beweging en ontmoetingen, maar die ook voldoende groen, passende voorzieningen en duurzame woningen biedt. Er liggen enkele uitdagingen in Altena om de samenleving gezonder te maken. We moeten inspelen op de toename van het aantal ouderen. We leven langer en zelfstandiger, maar willen ook langer leven in een goede gezondheid. Een deel van de jongeren heeft problemen met alcohol en drugs. We zoeken ook in de fysieke leefomgeving mogelijkheden om deze problematiek aan te pakken. Aanknopingspunten die er ook voor zorgen dat we de jeugd kunnen binden (aan onze gemeente) en kunnen boeien. Ons gebied is uitgestrekt en sommige voorzieningen of ‘dingen om te doen’ zijn wat verder weg. Er zijn hele hechte sociale banden, maar niet iedereen valt binnen zo’n hechte sociale structuur. De sociale en fysieke omgeving heeft invloed op de gezondheid van onze inwoners. Van geluidsoverlast, bijvoorbeeld, kun je echt last hebben en dat heeft grote invloed op je mentale gesteldheid. Als er goede fietspaden zijn fiets je meer, is er minder uitstoot van schadelijke stoffen en dat is van positieve invloed op je lichaamsfuncties. En veel groen in je directe leefomgeving heeft zowel invloed op je stresslevel als op je beweeggedrag.

Een bankje in de openbare ruimte nodigt uit om buurtgenoten te ontmoeten. In onze gemeente ervaart 13% van de volwassenen ernstige hinder van geur en 22% van geluid (bron: Brabantscan). Ook maakt 12% van de volwassen inwoners zich zorgen over de negatieve invloed van de omgeving op hun gezondheid. Dit kan komen doordat ze in de buurt wonen of werken van een veehouderij, een zendmast of hoogspanningslijnen of in een drukke straat of dat hun huis op verontreinigde grond staat. Ongeveer 89% van de inwoners is tevreden over de buurt waarin ze wonen als het gaat om voldoende rustige plekken, aantrekkelijkheid om te bewegen en de aanwezigheid van groen. Driekwart van de mensen vindt dat de buurt voldoende ontmoetingsplekken heeft en dat er voldoende plekken voor verkoeling zijn. Positieve gezondheid is een trend die we steeds meer zien terug komen. Zorg gaat vaak over het beter maken van mensen als ze ziek zijn. Positieve gezondheid gaat over het voorkomen van problemen (preventie). Het gaat over het idee dat gezondheid 6 kanten kent: lichaam, mentaal, idealen proberen te halen, genieten en gelukkig zijn, meedoen en dagelijkse dingen kunnen doen. Als je op een of meer van die 6 kanten je beter voelt, dan gaat het daardoor ook op de andere kanten beter.

Positieve gezondheid heeft invloed op hoe we met zorg omgaan, als we niet alleen aandacht hebben voor de zieken, maar juist zorgen dat al onze bewoners zich beter voelen op de verschillende kanten van positieve gezondheid. Hoe zien we gezondheid in de toekomst? Duurzame ontwikkeling is de rode draad in de omgevingsvisie. We willen dat Altena over 20 jaar een florerende samenleving is en blijft. Dat betekent: gezonde inwoners en een gezonde leefomgeving. We overschrijden de draagkracht van onze aarde niet. Dit doen we voor huidige inwoners van Altena en ook voor de toekomstige generaties. We willen de gezondheid van onze inwoners bevorderen vanuit de overtuiging dat de gezonde leefstijl van onze inwoners sterk beïnvloed wordt door de leefomgeving. Bij nieuwe initiatieven is er aan de voorkant aandacht voor gezondheid. We werken aan een gezonde leefomgeving door de volgende keuzes:

46

Aantrekkelijk groen in de directe leefomgeving nodigt uit om te bewegen. We zorgen in iedere kern voor openbaar groen van voldoende kwaliteit en omvang. We willen groenstructuren in en rondom dorpen uitbreiden en toegankelijker maken om bewegen en natuurbeleving aan te moedigen. Het groen in de dorpsranden wordt behouden en verder versterkt waardoor dit groen uitnodigt om vanuit de kernen het buitengebied in te lopen. Bovendien willen we dit koppelen aan sociale activiteiten en het betrekken van groepen. Ommetjes en fietsverbindingen worden gecombineerd met groen. Waar mogelijk koppelen we routestructuren aan elkaar en voegen we gebruiksmogelijkheden toe. Hiervoor gaan we vastleggen wat de belangrijkste groenstructuren zijn. We willen de jeugd meer binden en boeien. De kwaliteiten van ons gebied (water, strand, natuur, ruimte) bieden veel aanknopingspunten voor een uiteenlopend aanbod van actieve vormen van recreatie. We willen beleidsmatige mogelijkheden scheppen om nieuwe vormen van recreatie op te zetten of evenementen te ontplooien. Hiervoor maken we in het omgevingsplan meer ruimte voor het organiseren van evenementen. We willen het ondernemende karakter van onze inwoners daarbij graag benutten. We gaan ons inzetten voor een gezonde voedselomgeving in Altena.

Dit betekent een omgeving die het makkelijk maakt om gezonde keuzes te maken en de zichtbaarheid van gezond voedsel te vergroten. Voedselproductie is een belangrijke economische factor in Altena. Deze kracht kunnen we benutten om het belang van gezond eten meer onder de aandacht te brengen. We brengen bijvoorbeeld watertappunten in de openbare ruimte aan bij sportplekken en wandel- en fietsroutes om op een duurzame en gezonde manier de dorst te kunnen lessen. Ook werken we aan een gezond aanbod van producten in de supermarkt, kantine en horeca.

47

Milieu Onder milieu vallen de kenmerken van onze omgeving, die belangrijk zijn om ergens gezond te kunnen leven. Lucht, geur, geluid en omgevingsveiligheid vormen samen de milieuthema’s. De kwaliteit van de lucht wordt bepaald door de mate waarin luchtverontreinigende stoffen aanwezig zijn. Alle schadelijke stoffen in de lucht (zoals fijnstof, roet, stikstofoxiden (NOx) en ozon) kunnen invloed op de gezondheid hebben. Wegverkeer en industrie zijn in ons land de belangrijkste bronnen van luchtvervuiling. Ook de landbouw en houtstook in en om huis zorgen voor luchtverontreiniging. Het ervaren van geurhinder kan leiden tot lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, misselijkheid, verstoorde ademhaling en hartslag. Ook kan het leiden tot psychische klachten zoals spanning. Bijna alle functies hebben te maken met geluid. Sommige functies veroorzaken geluidhinder, zoals verkeer en industrie. Andere functies, zoals wonen, de gezondheidszorg en onderwijs kunnen hinder ondervinden van geluid. Het geluid dient zo min mogelijk overlast te veroorzaken. Overlast als gevolg van geluid kan leiden tot stress, slapeloosheid en gezondheidsklachten. Omgevingsveiligheid gaat over risicobronnen die kunnen zorgen voor geluids- en geuroverlast, onveiligheidsgevoel en luchtverontreiniging.

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, vervoeren van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven of transportroutes. Waar staan we nu? In de afgelopen decennia is duidelijk geworden dat de mens het milieu aantast. Door de groei van zowel de bevolking als de welvaart is de vervuiling toegenomen. De luchtkwaliteit in Altena wordt sterk beïnvloed door de snelweg A27. Langs de A27 en de aanliggende N-wegen is sprake van overlast van luchtverontreiniging en geluid. Ook is er een relatief hoge geluidbelasting in Werkendam door bedrijventerreinen en de haven. In het landelijk gebied zijn met name veehouderijen een bron van geurhinder.

Figuur 1: Fijnstof uitstoot (PM10) in 2019 Wettelijk gezien ligt de PM10 Jaargemiddelde grenswaarde op 40 µg/m3, maar de WHO advieswaarde op 20 µg/m3

48

Figuur 2: Stikstofdioxide uitstoot (NO2) in 2019 De EU-Grenswaarde / WHO advieswaarde ligt op NO2 jaargemiddelde van 40 µg/m3

Figuur 3: Geluid (Lcum) in 2019 Wat komt er op ons af? Vanwege de uitstoot van stikstof, zijn veel ontwikkelingen in Nederland stil komen te liggen. Het gaat om het effect van stikstof op Natura 2000-gebieden (natuurgebieden die op basis van richtlijnen van de Europese Unie beschermd worden). In onze gemeente liggen twee Natura 2000-gebieden, een deel van de Biesbosch en van het gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem. Daarnaast moeten we bij nieuwe ontwikkelingen ook rekening houden met de Natura 2000-gebieden die grenzen aan onze gemeente. Bij nieuwe ontwikkelingen is het van belang om in het kader van veiligheid rekening te houden met bepaalde aandachtsgebieden. Dit gaat bijvoorbeeld om voldoende afstand tot bepaalde voorzieningen zoals hogedruk aardgasleidingen en explosieaandachtsgebieden. Met de verbreding van de A27 en de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen is milieu een belangrijk aandachtspunt. Ook ondermijning en de toenemende trend in de vestiging van drugs labs is een bedreiging voor het milieu en de gezondheid. Hoe zien we milieuthema’s in de toekomst? We zetten ons in voor een groene, schone en veilige leefomgeving. Dit vraagt om de juiste functie op de juiste plek. De principes van bodem en water sturend vormen hierbij een belangrijk vertrekpunt. Denk daarnaast aan bijvoorbeeld aan voldoende afstand tussen drukke wegen en woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13434734/2