CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 10 25 Gemeente Altena Gemeenteraad

Raadsvergadering 25 oktober 2022, gemeente AltenaBij agendapunt: Opening en vaststellen agenda50.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De heer Versluis: Ook de SGP steunt natuurlijk initiatieven die leiden tot een BIZ, al is het maar op heel veel plaatsen, heel veel centra binnen onze gemeente of bedrijventerreinen. Er zijn natuurlijk een aantal goede voorbeelden van, maar er zijn ook voorbeelden van dat het wat minder werkt. Alleen, wij tobben wel een beetje met uw suggestie: hier moet onderzoek naar gedaan worden, of hier moet het college mee op pad. Volgens mij is dit echt iets, dit moet uit de ondernemers of de winkeliers zelf komen. We kennen het instrument, we kennen de spelregels. De gemeente is eigenlijk niet anders als faciliterend, die voor die verordening zorgt, die innen de gelden en de gelden worden doorgesluisd naar het bestuur van de BIZ. Dus in die zin is de gemeente daar wel faciliterend in om dat mogelijk te maken, maar het moet vooral bij de

ondernemers vandaan komen. Dus ik zou zeggen: onderzoek het niet, zet het nog eens een aantal keer op de platforms die we hebben dat dat een instrument is wat van grote waarde kan zijn voor winkeliers en bedrijven, maar ga er denk ik toch geen onderzoek naar doen, maar laat het vooral vanuit die clubs komen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mevrouw Maris, Progressief Altena. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Versluis haalt de woorden uit mijn mond en het gras voor mijn voeten, want het is een prachtig initiatief, we zijn er ook enthousiast over als Progressief Altena, maar het is wel het initiatief dat moet liggen bij de ondernemers. Daar moet de bal liggen en wij faciliteren dat proces. Maar goed, het kan misschien wel nog wat beter op de website of zo onder de aandacht gebracht worden. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond of we iedereen gehad hebben die mee wilde doen. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank je, voorzitter. Er is al heel wat gezegd. De ChristenUnie, daar wil ik even op reageren. Ik denk dat het aan het college is wat de uitslag van het onderzoek is. Een onderzoek kan je op verschillende manieren opstellen. Wij verwachten niet dat dat het college ieder buurtcentrum, dorpskern en bedrijventerrein persoonlijk langsgaat, maar je zou het kunnen inventariseren wat er mogelijk is en wat de vraag is.

Het faciliteren vanuit de gemeente uit moet wel gedaan kunnen worden en daar moeten natuurlijk ook de mogelijkheden voor zijn, afhankelijk wat de vraag daar is. De SGP zegt overleg met de ondernemers. Ja, dat is een goede zaak. Je moet altijd overleggen met ondernemers. We gaan het zeker niet opleggen, maar als de ruimte er nog is en we het idee aankaarten, dat kan via een onderzoek en dat kan denken wij heel eenvoudig gebeuren. Dan hebben we daar een uitslag over een dan kunnen we daar verder over oordelen wat ervan terecht komt, wat de uitslag dan brengt of dat er vraag naar is, of dat er geen behoefte naar is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Naar het college, mevrouw Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter. Ook wij zien zeker de meerwaarde van een bedrijveninvesteringszone en als gemeente willen we graag ondernemers ondersteunen bij het opzetten van een BIZ, in de andere winkelcentra en ook, u noemde ze al, de grote bedrijventerreinen van onze gemeente. Ik wil daarom wel uw aanname weerleggen die u heeft geschreven in de agenda dat onvoldoende ondersteuning ten grondslag heeft gelegen aan het niet doorgaan van de BIZ in de Bruine Kilhaven. Daar hebben onze collega’s namelijk heel veel tijd ingestoken en de draagvlakmeting wees helaas anders uit. In Altena zijn er veertien winkelcentra verspreid over de gemeenten.

Een aantal winkelcentra is klein van omvang waarbij de vraag gesteld moet worden of en wat de meerwaarde is van een BIZ. Ook als winkels verspreid liggen in de kern is het lastiger om een BIZ te definiëren en de activiteiten in het gebied tot uitvoering te brengen. In het conceptuitvoeringsprogramma voor de visie op werken, die binnenkort naar uw raad komt, willen wij bijvoorbeeld een stimuleringsfonds voorstellen waarbij we als gemeente cofinanciering gaan bieden aan collectieve initiatieven ter verbetering van de samenwerking en kwaliteit. Er zijn dus meerdere vormen van een samenwerking te bedenken en de ChristenUnie noemde net ook het ondernemersfonds als voorbeeld. Wij willen er ook voor waken, en dat hoorde ik hier ook wel terug, dat wij de ondernemers of eigenaren een bepaalde druk opleggen om een BIZ op te richten omdat wij dat graag willen. Een BIZ is er vooral voor en door de ondernemers. Zij moeten hier enthousiast over zijn en geld en tijd in willen steken en de meerwaarde ervan inzien. Als dat zo is, dan zullen wij hen van harte ondersteunen en stimuleren om een BIZ op te zetten, bijvoorbeeld door planvorming of de uitwerking van een BIZ-plan. Het zorgen voor voldoende draagvlak binnen zo’n winkelcentrum of een bedrijventerrein is toch echt een verantwoordelijkheid die primair bij de ondernemers ligt.

Onze accountmanagers – en dat is misschien ook goed om hier te noemen – hebben veel

contacten met de ondernemers en daar waar zij de kans zien voor een BIZ wordt dit altijd ter sprake gebracht. Dus kort samengevat, we zijn enthousiast over de bestaande BIZ, wij vinden dat een BIZ voor en door de ondernemers is, wanneer de wens leeft voor een BIZ zullen wij de ondernemers ondersteunen in het verder ontwikkelen van hun BIZ. Wij denken dat een BIZ niet in elk winkelcentrum van Altena passend is, maar er zijn andere vormen voor samenwerking en onze accountmanagers hebben regelmatig contact met de ondernemers om de BIZ ter sprake te brengen. Tot zover mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Ooijen. Mijnheer Kolff, tot slot. De heer Kolff: Portefeuillehouder, dank u wel voor heel veel toezeggingen. Tekstueel lees ik het anders over de Bruine Kilhaven als u doet voorkomen, maar die discussie wil ik hier nou niet gaan voeren wat daar nou precies de grondslag is waar dat verkeerd gegaan is, daar ben ik niet bij geweest en u misschien ook niet overal. Maar in ieder geval, die discussie heeft hier nu geen nut. Ik hoor u zeggen: er is wel behoefte aan. Als er die behoefte dan is en als dat uitgebreid wordt door een globaal onderzoek, dan kunnen we daar verder op acteren, als ik het concludeer wat u gezegd heeft. De voorzitter: De portefeuillehouder. Mevrouw Van Ooijen: U concludeert wel heel ruimhartig.

Ik heb aangegeven hoe wij met de ondernemers in gesprek gaan over de BIZ en wanneer wij mogelijkheden zien zullen wij dat gesprek aangaan, een beetje dat vraaggestuurd werken. De heer Kolff: Dan heb ik het toch goed begrepen, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen, ga uw gang, nog bij interruptie op de portefeuillehouder dan. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dat klopt, een interruptie op de portefeuillehouder. De voorzitter: Ja, ik hou het nog in de gaten. Mijnheer Kolff was ook nog aan het interrumperen en hij mag zo direct nog even afsluiten. De heer Nieuwenhuizen: Ik hoorde de wethouder wel spreken over de vorm van het ondernemersfonds wat ik ingebracht heb. Ik beluisterde wel dat daar wel naar gekeken zou worden. Dus dat heb ik goed gehoord? Mevrouw Van Ooijen: Ja, dat zijn een van die vormen van samenwerking die wij ook in onze gemeente op het netvlies hebben en kunnen bespreken met de ondernemers, maar daar zullen we in de uitvoeringsagenda van de visie op werken verder met u in gesprek over gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolff tot slot. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Er is heel wat gezegd. Ik denk dat wij binnen de fractie even bespreken wat we er verder mee doen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan hebben we … Het is nog niet eens 5 december en we strooien al. Programma 3 hebben we nu afgerond, mooi nog op schema, we lopen nu iets voor.

Dat betekent niet dat u de tijd kunt nemen zo direct, zeg ik dan maar even streng.

Programma 4 Duurzaam Altena 4.1 Woningen gevraagd, creativiteit geboden (Progressief Altena) Woningbouw (ChristenUnie) De voorzitter: ‘Programma 4 Duurzaam Altena’. ‘Woningen gevraagd, creativiteit geboden’, onder die kop wil Progressief Altena het woord. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Niet alleen in het coalitieakkoord, maar zover ik weet hebben wij raadsbreed de wens geuit om meer creativiteit aan de dag te leggen bij het zoeken naar mogelijkheden om invulling te geven aan onze woningbouwbehoefte. Nadrukkelijk hebben we in eerdere bijeenkomsten gehad over het experimenteren met nieuwe woonvormen en sommige fracties hadden het hierbij over het meer buiten de lijntjes durven kleuren waar het gaat om medewerking verlenen aan wooninitiatieven. Progressief Altena zou graag zien dat particulieren en de markt meer in positie gebracht worden en de gemeente hierbij feitelijk als verbinder en mogelijkmaker optreedt tussen wens en locatie. De rol van de gemeente zou hierbij veel meer dan nu het geval is beperkt kunnen worden tot een kaderstellende en een uitdagende rol. Voorzitter, het aantal contacten met teleurstellende initiatiefnemers die ik de afgelopen jaren hebben gehad is helaas, met alle goede bedoelingen van de raad en college, nog altijd niet afgenomen.

Wat Progressief Altena betreft lijkt het voor een groot deel te maken te hebben met een mindset, maar misschien ook gewoon met een gebrek aan ervaring en daarmee vertrouwen. Natuurlijk blijven bij het zoeken naar mogelijkheden de woon- en leefkwaliteit en de historische en maatschappelijke kwaliteiten van Altena altijd leidend, maar dat wil niet zeggen dat er niets kan. De knop moet om en in plaats van een koude afwijzing, zou de gemeente veel vaker samen met de initiatiefnemer moeten kijken wat er wel kan. We zouden graag de wethouder een steun in de rug meegeven om deze mindset te bewerkstelligen en de knop daadwerkelijk om te zetten, zodat we bij de volgende bestuursrapportage met trots kunnen melden dat een aantal dorpen in Altena concreet bezig is met een Knarrenhof, dat diverse groepen inwoners hun eigen CPO-project aan het opstarten zijn en dat er her en der in Altena tiny houses gerealiseerd worden en zijn. Ik zou bijna zeggen, voorzitter: I have a dream. De vraag aan mijn collega-raadsleden en natuurlijk ook aan het college is: helpt u mij deze droom te verwezenlijken? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Omdat u het over collectief particulier opdrachtgeverschap had en de ChristenUnie dit ook onderwerp had aangereikt, geef ik dit stokje door aan de heer Duizer. De heer Duizer: Dank u, voorzitter.

Nou ja, goed, misschien hoef ik zelfs niet meer te reageren op de heer Alderliesten, want volgens mij pleiten we hier al jaren voor, dus het lijkt me vanzelfsprekend dat wij u deze keer ook daarin steunen. Maar ik wil ook eventjes de motie van 13 juli 2021 aanhalen waarin wij als raad hebben gezegd bij meerderheid dat er een ontwikkelfonds moet komen voor deze nieuwe woonvormen. Daarin hebben we het college opgeroepen om voor de begroting van 2023 een budget op te nemen om dat mogelijk te maken. Hij staat nu niet in de begroting, tenminste, ik heb hem niet kunnen vinden. We hebben wel de toezegging dat er in het eerste kwartaal van 2023 een voorstel komt, maar het zou heel jammer zijn als dat voorstel komt en vervolgens moeten we weer een jaar wachten om in 2024 pas de gelden te reserveren voor deze ontwikkelingen. Dus gewoon eventjes hardop de vraag stellen, ook omdat er in de grex wat ruimte zit, dat het weerstandsvermogen ruim voldoende is, of er toch voor 2023 alvast voor deze nieuwe woonvormen, zoals we in 2021 al hebben uitgesproken, het geld te reserveren om dat wel degelijk ook mogelijk te maken.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Dank aan de indieners. Nog even reageren op Martin Luther Alderliesten. Ja, wij hebben destijds die motie ook mee ondersteund, dus u kunt inderdaad van ons ook een positief geluid hierover horen. Aan de andere kant misschien ook wel een kleine winstwaarschuwing in de zin van, wij zijn hier zeker een voorstander van en uiteraard de mindset proberen wij ook inderdaad wat kan wel, in plaats van waarom zou het eventueel niet kunnen. Het zou van ons wel betekenen, als dit als effect heeft dat het een hele grote impact heeft op de personele capaciteit van de afdeling, die volgens mij al redelijk het water al tot over de lippen staat en dat dan ten koste gaat van eventuele andere uitbreidingsplannen waar misschien meer starterswoningen gerealiseerd kunnen worden. Dan maken wij daar een pas op de plaats, maar we hopen dat we die niet hoeven te maken, maar dat horen wij wel graag even vanuit het college hoe dat zij daarin zitten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Het zijn een aantal thema’s waar we al best wel vaak met elkaar over gesproken hebben en volgens mij willen we met elkaar allemaal hetzelfde.

Inderdaad, de mindset is denk ik een belangrijke, dat iedereen uiteindelijk ook nastreeft wat wij hier met elkaar bedoelen. Ik was nog wel een beetje in verwarring gebracht eigenlijk door de heer Alderliesten, wat er hier uiteindelijk opgeschreven staat wat hij net ook zei: de gemeente moet meer gaan experimenteren, moet een verbinder zijn tussen locaties, tussen wens en ontwikkelaar. Toen zat ik even mijn motie terug te zoeken die wij als SGP vorig jaar ingediend hebben rondom tiny houses, waar we eigenlijk dit ook vroegen: gemeente, ga kijken, ga locaties zoeken, ga dat koppelen aan mensen die tiny houses willen bouwen. Tot mijn verbazing zag ik daar Progressief Altena als tegenstemmer onder staan, dus ik dacht even: wat gaat hier nou mis? Maar misschien heb ik het niet helemaal goed begrepen, heer Alderliesten, maar dat hoor ik graag van u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. U ziet het niet vaak wellicht, maar ik ga me aansluiten bij de heer Alderliesten, want ik heb eigenlijk hetzelfde al meerdere malen meegemaakt dat het uiteindelijk dan weer stukloopt bij de gemeente door een beetje een afwijzende houding te hebben, wat mij dan ter ore is gekomen. Dus ook wij zijn voorstander van die nieuwe vormen, of eventueel andere vormen, daar willen we ook in meedenken.

Maar ja, de zet is wel bij het college die er altijd een beetje de rem op heeft gehouden, dus. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Siland van AltenaLokaal. De heer Siland: Dankjewel, voorzitter. Bedankt, Progressief Altena en ChristenUnie, voor jullie input. Ik hoor het mijn collega Arno Bouman zeggen: kijken wat er wel kan in plaats van wat er niet kan. Ik denk dat we daar inderdaad als heel de raad naar streven om te doen, wat overigens ook is opgenomen in de woonvisie dat we daarnaar willen kijken en dat we, laat ik maar zeggen, de grenzen opzoeken om nog wel binnen de lijntjes te kleuren. Ik ben dan ook benieuwd of de wethouder van ons als raad hierbij iets nodig heeft om hem daarbij te kunnen ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Siland. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Om eerst het punt van de SGP natuurlijk te ontzegelen, want ik kan me voorstellen dat u daarmee zit en dat zou ik zelf ook hebben. Wij hebben destijds tegengestemd en dat zat hem

voornamelijk in de oproep van de SGP om het college op te dragen om te gaan zoeken naar locaties. Daarvan hebben wij gezegd en dat zeggen we nu eigenlijk nog een keer: zoek nou de juiste rol voor de gemeente. Zorg nou dat je de verbinder bent tussen de initiatiefnemer – ik wil iets – en ontwikkelaar – ik kan iets voor u betekenen – en de gemeente brengt je bij elkaar en niet dat de gemeente op zoek gaat naar locaties om daar vervolgens van alles te gaan realiseren. Dan de opmerking eigenlijk van het CDA, ja, terecht. De capaciteit, het C-woord bij de kadernota genoemd. Volgens mij zit het hem daar niet zozeer in, maar zit het hem wel in de juiste mindset, maar ook de juiste organisatie daarbij organiseren. We hebben eerder ook gesproken over: wat voor mensen heb je nou nodig, heb je nou juristen nodig, of juist stedenbouwkundigen nodig bij zo’n ontwikkeling? De laatste kun je misschien wel beter inzetten als het gaat om niet kijken wat er binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijk is, maar juist om te kijken wat er binnen de huidige kwaliteiten mogelijk is. Volgens mij zoeken wij daar met name naar en wat je nu in de praktijk ziet is dat een initiatief vaak strandt omdat het niet binnen de huidige kaders past. Dat is het gesprek wat ik ook vaak voer met initiatiefnemers die, vinden zij, van een koude kermis thuisgekomen zijn.

De ondersteuning van de VVA en van de ChristenUnie, dank daarvoor. Volgens mij ook de heer Siland zojuist gaf het terecht aan: we hebben het al een aantal keer opgeschreven, zo willen we graag dat er gewerkt wordt, maar dat is nou precies – en diezelfde oproep die de heer Siland doet: heeft de wethouder nou dat steuntje nodig? Dat hoor ik ook graag van de wethouder. Wij zouden het hem graag geven en als dat nodig is, dan horen wij dat graag van de wethouder. Ik zie een interruptie. De voorzitter: Mijnheer Duizer bij interruptie. Jazeker. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Maar ik wacht gewoon mijn beurt af, maar ik ga alvast wel staan. Nee, wellicht ook ter aanvulling, want de heer Alderliesten en wij zitten toch wel behoorlijk in één lijn. Maar eventjes ook nog om een beetje het beeld te schetsen wat kan en wat mogelijk is. Er ligt ook een opgave voor Brabant om ik geloof 155.000 woningen te bouwen en als we met zijn allen naar de projectontwikkelaars en de bouwers gaan kijken, die geven nu al aan dat ze het niet kunnen redden. Dus als wij gebruik maken van mensen die hun eigen tijd willen gaan inzetten en op een andere manier op een creatieve manier een woning kunnen realiseren, dan kunnen we die inzet juist gebruiken. Daar is inderdaad een mindset voor nodig om ook die potentie te benutten om de woningen te bouwen die we nodig hebben.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Naar het college gaan we luisteren, portefeuillehouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Het klinkt een beetje vreemd, maar toen ik een aantal mensen hier het woord hoorde voeren, toen moest ik spontaan denken aan een opmerking die een van mijn vorige werkgevers wel eens zei: je doet wat je kunt en zodoende blijft er heel veel liggen. Zo’n gevoel heb ik eerlijk gezegd wel als je naar het thema wonen kijkt en dat vind ik wel eens frustrerend. Dat maar even als uitgangspunt. Ik zal me proberen te beperken tot de opmerkingen van de heer Alderliesten en de heer Duizer, voorzitter. Je schiet heel erg snel in een modus om te gaan vertellen wat er allemaal wel gebeurt op het gebied van wonen, waarbij je zeg ik wel toch ook het C-woord, wat ik niet als argument wil gebruiken, maar waar we wel tegenaan lopen: hoe zet je de beperkte beschikbare capaciteit in? Dat is één. Ik heb u al gemeld, heel kort, voorzitter, dat wij bezig zijn nu met het fenomeen bouwtafels waarin we met de gemeente, de corporaties en projectontwikkelaars kijken: hoe kunnen we processen versnellen, hoe kunnen we procedures versnellen, hoe kunnen wij voorkomen dat we dubbel werk gaan doen om in ieder geval de bestaande harde plancapaciteit zo snel mogelijk in productie te brengen. Dat is één.

Twee, het ging net, de heer Duizer noemde dat, over de opgave van de provincie Brabant. De gemeente Altena heeft natuurlijk zich voor 3000 woningen ingeschreven bij de provincie, om het maar zo te zeggen. Ook daar hebben we natuurlijk nog een aantal hele principiële

keuzes te maken. Ik zeg gewoon in alle transparantie, ik had daar als portefeuillehouder graag verder in willen zijn dan waar wij nu zijn, maar ik hoop daar op hele korte termijn in uw richting op terug te komen, omdat ook daar keuzes gemaakt moeten worden bij de prioritering van de diverse kernen, want we kunnen ook daar gewoon niet alles tegelijk oppakken. Om het thema grondbeleid, waar ik ook hard aan het werk ben met een aantal hardwerkende ambtenaren, op korte termijn in uw richting op terug wil komen. Als u dan zegt: heb je ondersteuning nodig? Altijd. Ja, zo simpel is het, want het is voor de gemeente en voor de portefeuillehouders – want ik spreek echt nadrukkelijk ook namens mijn collega Sheikkariem – best moeilijk om het goede evenwicht te vinden tussen al die lopende bouwprojecten. We hebben er op dit moment, even voor de beeldvorming, daar zit heel veel – in mijn woorden nu – klein bier tussen, maar we hebben het wel over ongeveer 200 bouwprojecten in de gemeente Altena. Dat is best veel om dat op een goede manier te prioriteren, om er ook voor te zorgen aan de ene kant om de voortgang erin te houden, zeker de wat grotere projecten, en de andere kant capaciteit beschikbaar te krijgen en te houden om inderdaad verder te werken aan die creativiteit, want wij moeten daar nog stappen in zetten. Dat zegt u en dat herken ik en dat erkent mijn collega Sheikkariem ook.

Als u zegt: kijk, wij willen dat nadrukkelijk als raad ondersteunen. Nou, dat helpt ons ook altijd, ook in de mindset naar buiten dit huis. Waarbij het ook denk ik goed is, voorzitter, als laatste, om wel te melden dat wij heel concreet bezig zijn met een aantal hele concrete projecten die wel – hoe moet ik het zeggen – in de hoek zitten waar u aandacht voor vraagt en waar ook de heer Duizer aandacht voor vraagt. Projecten op boerenerven, maar ook projecten, in ieder geval twee, waar we heel concreet bezig zijn met een CPO-project, maar ook met alternatieve woonvormen in een andere kern. Dus we zijn ermee bezig. Het moet nog een stap sneller en het moet creatiever en innovatiever. En we hebben, als laatste punt, voorzitter, daarvoor ook extra middelen gevraagd in de begroting, om ook extra ambtelijke capaciteit, of als het nodig is projectleiding in te kunnen huren om daar echt een aantal extra stappen in te gaan zetten het komende jaar. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Ik kijk naar de heer Alderliesten en naar de heer Duizer, allebei mogen ze een slotconclusie aan dit debat geven. Mijnheer Duizer, u staat al, aan u als eerste het woord. De heer Duizer: Eigenlijk nog even een vraag naar aanleiding van de beantwoording. U heeft wel extra capaciteit in de begroting gezet om het te kunnen realiseren, maar er is destijds ook gesproken over een ontwikkelfonds.

Heeft u daar ook nog behoefte aan, of wat vindt u als minister … Of, minister … Als wethouder van Financiën … De voorzitter: Alstublieft niet, want dan gaat hij nog weg ook. De heer Duizer: Of we dat in deze begroting wel moeten meenemen, of dat we dat in de eerste berap – want het gaat denk ik toch over een aanzienlijk bedrag – dan pas doen als de plannen er zijn. De voorzitter: Wethouder Tanis. De heer Tanis: Voorzitter, als we de afspraak kunnen maken om daar begin volgend jaar in aanloop, wat mij betreft niet bij de eerste bestuursrapportage, maar in aanloop naar de eerste bestuursrapportage nog eens even met elkaar over verder van gedachten zouden wisselen, zou mij dat wel helpen. Dan kan ik ook samen met mijn collega even nadenken over een aantal spelregels. Want geld apart zetten, u gaf het aan, terecht, er is inderdaad ruimte in de reserve grondexploitatie, maar goed, dan moeten we ook wel een klein beetje nadenken over spelregels die we dan daarvoor willen hanteren. Dus als u mij daar de ruimte voor geeft, dan kom ik daar graag in het eerste kwartaal, waarbij ik toch met de raad graag een keer verder wil praten over de verdere uitwerking van het programma wonen, zouden we daar heel graag op terugkomen.

De voorzitter: Die toezegging heeft u binnen. De heer Duizer: Ja, graag. Dat volstaat voor ons. De voorzitter: Ja, voldoende? Ook voldoende voor de afronding van het debat, ja? Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Als ik de wethouder goed begrijp, dan zit het probleem hem toch voornamelijk bij de mensen, de bemensing? Toch het C-woord. Het geld is gereserveerd, dat ligt er. Ik hoor u ook zeggen: het zou mij helpen als we daarin een steun krijgen. Dan zoek ik even naar de steun die u dan precies zoekt, want ik wil hem graag geven, want volgens mij trekken wij hier raadsbreed allemaal aan dezelfde kant, dus dan lijkt me dat niet zo’n probleem. De heer Tanis: Ik voel hier ook raadsbreed de ondersteuning van uw verhaal en dat helpt mij en dat helpt mijn collega Sheikkariem, dat helpt ons om ook zowel intern als extern toch nog meer met gezwinde spoed te gaan werken aan het thema wat u op tafel legt. Dat is één. Het gaat inderdaad over capaciteit en het gaat ook, dat zal ik ook niet ontkennen, het punt wat ook net voorbijkwam in de motie: soms is het ook wel een kwestie van durf. Dat is ook een thema wat we ook met de directie bespreken om met elkaar ook een sfeer te creëren om ook dingen te durven en misschien eens op het lijntje te kleuren en misschien wel eens een klein beetje eroverheen.

Want wil je met elkaar een beweging op gang kunnen krijgen, ja, dan heb je ook die mindset nodig. Je kan capaciteit inhuren, maar dan moet je ook mensen hebben die dat ook leuk vinden om te doen en die het ook durven. Dus wat mij betreft is het en-en. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende? Dank u wel. 4.2 Stikstofproblematiek agrarische sector (SGP) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4.2, ‘Stikstofproblematiek agrarische sector’, is door de SGPfractie aangereikt. Mijnheer Van Gammeren. Zo, ga uw gang. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, op 5 juli heeft uw raad unaniem een motie aangenomen over het stikstofbeleid. Om even in herinnering te brengen, dat was de een na laatste keer dat ook de ijskar buiten stond, vanavond was de laatste keer. Maar in navolging hierop heeft het college op 14 juli een brief naar het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestuurd met de zorgen die wij opgehaald hebben als raad, maar ook leefden binnen de raad, zijn verwoord. Los daarvan, bij de landelijke overheid is sinds die tijd ook het een en ander gebeurd. We hebben een stikstofbemiddelaar gehad, de heer Remkes, die heeft advies uitgebracht. We hebben het over 500 tot 600 piekbelasters gehad die in korte termijn gesaneerd moeten worden. Maar nu wil ik weer eventjes terug afdalen naar de status voor Altena.

We hebben een aantal vragen geformuleerd, in ieder geval aan het college, maar uiteindelijk is het natuurlijk ook aan de raad om daar misschien nog op te reageren, of te onderstrepen. De eerste vraag die we hadden geformuleerd: is de brief die we hebben gestuurd aan het ministerie al beantwoord, en is er ook ruimte om te experimenteren voor de circulaire landbouw? Het tweede: is de gemeente momenteel nog in gesprek met onze agrariërs, en wat is de huidige status daarvan? Als derde: wat ziet het college als rol voor zichzelf, zeker ook met betrekking tot het vitale platteland? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Dan kijk ik rond of er andere fracties zijn. Ik zie de heer Kolff van de VVD.

De heer Kolff: Voorzitter, de SGP stelt die vragen, daar zijn we ook zeer benieuwd naar. Dus wij wachten gewoon even deze termijn af. De voorzitter: Dank u. De heer Vos van het CDA. De heer Vos: Ook wij ondersteunen de vragen van de SGP en ik zou daar nog graag aan toevoegen: is er al iets bekend over de gebiedsgerichte aanpak in Altena? De voorzitter: Dank u wel. Andere fracties nog? Mijnheer Van Gammeren, wilt u nog reageren, of wilt u het antwoord van het college afwachten? Lijkt mij handig, hè? De heer Van Gammeren: Ja, voorzitter. De voorzitter: Dan kunt u blijven staan. Portefeuillehouder Van Vugt. De heer Van Vugt: Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen met de vraag te beantwoorden of de brief vanuit het ministerie al beantwoord is. Het antwoord is nee. Als dat wel zo was, dan had het college die brief ongetwijfeld naar u toegestuurd, maar we hebben dus nog geen reactie ontvangen. Nou kan ik me voorstellen dat het ministerie best veel brieven heeft gekregen en niet in de gelegenheid is geweest om alle brieven op tijd te beantwoorden, maar ik vraag me wel af wat de afwikkeltermijn is bij het ministerie. De provincie heeft overigens wel de brief beantwoord en die heeft u ook via de griffie ontvangen.

Dan is uw vraag: wat gebeurt er, wat is er eigenlijk sinds 5 juli, de dag van het schepijs, gebeurd? Wij hebben u, dacht ik eind – moet ik eens even denken – eind september is dat geweest, volgens mij, via een RIB uitvoerig op de hoogte gesteld van de stappen die het college in ieder geval heeft genomen, waarbij we ook hebben aangegeven dat we intensief in gesprek zijn met de agrarische sector. Deze portefeuillehouder heeft inmiddels, en dat zet hij ook voort, heel veel boeren in Altena gesproken, van grijs tot groen, zeg maar, en daarbij ook wel het gevoel opgehaald wat er bij deze ondernemers leeft en speelt. Dat varieert van echt nachten wakker liggen tot de wat nonchalante houding: we zien het wel en we hebben al zoveel over ons af zien komen, dus we wachten het maar eens even netjes af. Ik heb in ieder geval geen ondernemers gesproken, voorzitter, die het gevoel hadden: wij moeten in Altena op onze handen gaan zitten en niets doen, dus er is ook wel een brede wens uit het veld en dat staat ook in de RIB beschreven, dat Altena in ieder geval moet pogen om ook zelf in de lead te blijven en het initiatief te nemen. U heeft dat denk ik in de begroting ook gezien en er zijn wat middelen vrijgemaakt om ook de gesprekken te voeren. De gesprekken met het veld, de gesprekken met de stakeholders en dat zijn er inmiddels best veel.

Er is wel een soort wens uitgekristalliseerd in Altena dat men zegt: wij willen inderdaad het initiatief nemen en ook richting de provincie onze verantwoordelijkheid nemen als het gaat om de gebiedsgerichte aanpak en wij willen niet achterop blijven, wij willen eigenlijk meer in het voorop komen. Waarbij ik wil aantekenen dat voor de provincie de gemeente Altena geen prioriteitsgebied is, want het heeft vooral te maken dat de provincie, ook vanwege het C-woord, heeft gezegd: wij zetten ons vooral in in die gebieden waar stikstofproblematiek heerst. Zoals u weet is Altena niet direct een stikstofgevoelig gebied, althans, Natura 2000-gebieden in deze regio niet. Dus dat betekent dat wij in overleg met het veld hebben gezegd: als de provincie dan niet het initiatief neemt, dan moeten wij vooral zelf het initiatief pakken. Dat is inmiddels ook in wording, want wij hebben nu een externe kwartiermaker aangesteld die samen met de ondernemers, met maatschappelijke organisaties in het buitengebied een inventarisatie gaat maken, ook kijkt: wat zijn nou de noden vanuit de sector? En ook: hoe gaan we dan een samenwerkingsstructuur opbouwen en hoe gaan we een ondersteuningsnetwerk proberen op te tuigen? Dat allemaal bedoeld om ook richting provincie zeg maar een soort blok neer te leggen in het kader van de gebiedsgerichte aanpak.

Dus dat is, voorzitter, wat het college betreft de stand van zaken.

De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. De heer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Voorzitter, dankjewel. Ik vind het wel zo netjes om de portefeuillehouder gewoon netjes uit te laten praten van zijn betoog. Maar om op het eerste even te reageren dat het antwoord uitblijft van het ministerie. In een bepaalde vergadering, waar ik dan niet bij kon zijn, hebben we het gehad over we moesten een brief ondertekenen met zijn allen die naar het ministerie zou gaan. Daar had ik toen heel graag willen zeggen: dat is allemaal leuk dat we dat doen, maar de vraag is wat we terugkrijgen. Nou, dat blijkt nu wel. Ik heb overigens aan mijn buurman gevraagd, die werkt bij de post, bij de PTT nog, en die zei: ja, Philip, zulk soort brieven sturen wij nooit meer door, en als ze al doorkomen, dan worden ze daar onderschept, dus daar ga je nooit antwoord op krijgen. Het tweede gedeelte wat de wethouder zegt, daar ben ik wel heel blij mee, want dat betekent namelijk dat wij de motie die we destijds hebben ingediend, die werd ontraden, dat nu de wethouder toch aan de slag is gegaan. Dat doet mij deugd, dat doet AltenaLokaal deugd, om toch die informatie op te halen bij de doelgroep. Daar ben ik gewoon blij mee, dus wat dat betreft daar complimenten voor.

Dat dan de motie het niet haalde, ja, uiteindelijk is onderaan de streep het doel wat gehaald wordt en dat is informatie ophalen bottom-up, en daar ben ik blij mee. Dankjewel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Vos. De heer Vos: Mijnheer Den Haan, ik dacht dat die motie meer ging over een steunfonds in plaats van informatie ophalen. De heer Den Haan: Laat ik het anders zeggen. Voor een gedeelte klopt dat, een steunfonds, maar als u de punten 1 en 2 gelezen had, ging dat toch echt om informatie ophalen. Als je een motie voorlegt, dan zou je ook als partijen kunnen zeggen: punt 3 ben ik het niet helemaal mee eens, maar punt 1 en 2 is wel heel even handig. Maar ik heb het allemaal teruggeluisterd, daar bleek juist, en ook van uw partij, bleek toch dat dat niet waar was. Dus u daagt mij uit en dan krijgt u hem van mij terug. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u, voorzitter. Ik heb ook gelijk een interruptie op mijnheer Den Haan. De portefeuillehouder had ook gezegd: we gaan informatie ophalen. Maar er is momenteel geen informatie, er is in de sector gewoon even niks bekend. Het zit in de Tweede Kamer, commissie Remkes heeft een rapport geschreven en nu komt het dadelijk bij de provincie terecht. Dus je kan informatie ophalen wat je wil, wij weten totaal niet waar we aan toe zijn.

Dus we kunnen alle zorgen uiten die er wel zijn, die er niet zijn, maar je kan er niks mee. De heer Den Haan: In antwoord op de heer Kolff, dat is ook juist de bedoeling. Ik weet ook wel, ik volg ook dat debat en ik weet ook wel dat er nog steeds niks bekend is. Maar de bedoeling en de strekking van die motie was dat je bij punt 1-2, dat je inderdaad – en ik ben de laatste vanuit die doelgroep dat ik u ga bestrijden – maar de bedoeling was ook om inderdaad individueel, wat de portefeuillehouder nu zegt, dat je ophaalt bij de agrariër, in die sector: wat zijn uw zorgen, waar denkt u aan in de toekomst? Dat is wat we probeerden te bewerkstelligen. Nou, dat wordt nu gedaan, dus daar ben ik blij om. De voorzitter: Mijnheer Vos nog een keer. De heer Vos: Dan wil ik toch even interrumperen op mijnheer Kolff. We weten niks en we kunnen er niks mee, maar ik denk, als we nu niet aan de slag gaan in Altena en andere gebieden komen straks zover dat ze hun

doelstellingen niet kunnen halen, voor zover dat er die dan nog zijn, en die worden op Altena afgewikkeld. Ik denk wel dat het van belang is dat wij als Altena zorgen dat wij zelf vooroplopen. De voorzitter: De heer Kolff. De heer Kolff: Ik zal de laatste zijn die dat niet zou willen. Maar dat er niks bekend is, de provincies weten nog niet eens waar ze aan toe zijn. We kunnen zeggen: per gebied worden we afgerekend. Ja, als we niet weten waar we aan toe zijn, hoe moeten we dan afgerekend worden? Het is wel belangrijk dat we vinger aan de pols houden, dat er gesproken wordt onder elkaar en met elkaar, maar als er niks bekend is heb ik daar nog geen zorgen over. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Dank u wel. Ik ben wel blij met de bijdrage van mijnheer Kolff, want ik denk dat hij wel de essentie raakt van de ingewikkeldheid van waar we staan. Ik vertrouw erin dat de wethouder dat ook in de gaten heeft, maar inderdaad dat we niet op de laatste hand komen te zitten en dat er inderdaad uit de rest van Brabant niks komt en dat wij dan niet klaar zijn. Dat zou heel erg vervelend zijn en het zou graag zijn als we wisten van ons: wij denken aan zo’n soort taakstelling die we misschien dan toch moeten doen, of nul taakstelling.

Maar dat we daar wel … Nou ja, ik wens u daar succes bij om dat zo scherp mogelijk te krijgen, want ik denk dat het wel essentieel is om slagvaardig te zijn. En allerlei toespelingen over dat de post in Den Haag niet aankomt, ik vind dat ook wel een beetje flauw. De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Heel simpel, als de post niet aankomt, sturen we gewoon een herinnering. Dus misschien dat het college een herinnering kan sturen aan Den Haag. Of aangetekend, dan komt die in ieder geval aan, zullen we zeggen. Nou ja, dan heb je in ieder geval een bevestiging van ontvangst, dus dat is makkelijk. Ik hoor in de beantwoording van de wethouder wel enerzijds een beetje een tegenstrijdigheid, want de provincie heeft niet de focus op Altena liggen, omdat hier zeg maar niks aan de hand is – ja, ik denk sowieso dat er weinig aan de hand is, maar laat ik dan even dat vasthouden – en aan de andere kant dat we dan toch bezig zijn met inventariseren. Op zich niet verkeerd, ik kan me eigenlijk ook wel vinden in die aanpak, maar het zijn wel twee verschillende dingen waarom dat je het een gaat doen of het andere gaat laten. Ik weet niet of iemand daar nog duidelijkheid over kan geven. De voorzitter: Ja, we kijken zo direct nog even. Dank u wel. Mijnheer Alderliesten.

De heer Alderliesten: Toch ook maar een duit in het zakje doen, hoewel het – want ik onderschrijf de heer Kolff – het ligt nu bij de provincie, maar ik wil toch meegeven, als je niet zelf stuurt, dan word je gestuurd. Dus zorg altijd dat je weet wat er in je eigen gebied afspeelt. Ik heb alle vertrouwen erin dat ons college weet wat er bij ons zich afspeelt, maar het kan nooit kwaad, sterker nog, het is een hele goede zet, om informatie op te halen. Daar ondersteun ik uiteraard AltenaLokaal bij. Maar volgens mij zitten we allemaal zo in de wedstrijd, dus laten we kijken wat we hier kunnen doen. Welke kant we op moeten, dat weten we, dat hebben we ook in de behandeling destijds ruimschoots aangegeven. Gezamenlijk staan we hier aan de lat en laten we vooral zelf kijken wat we kunnen doen en zelf sturen, want als je zelf niet stuurt, dat zeg ik al, word je vaak gestuurd, dus dat moeten we voorkomen.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Ik kijk mijnheer Van Gammeren aan, heeft u nog een keer behoefte aan reactie van het college op dit debatje net, of kunt u een eindconclusie trekken? De heer Van Gammeren: Die kan ik zeker, voorzitter, en die wil ik graag nog eventjes hier in de openbaarheid te delen. Ik ben in ieder geval blij dat het onderwerp ook na 5 juli bij iedereen nog op het netvlies staat, niet alleen bij de raad, maar ook zeker bij het college. Ik ben ook blij dat u zegt: wij blijven in gesprek, niet alleen gaan we in gesprek als er een ijskar hier staat met een knipoog, maar ook blijven we voortdurend met elkaar in gesprek dat het niet het probleem uiteindelijk wordt of is van alleen onze boeren, maar ook van ons als gemeente. Daarom zijn we alleen maar blij dat het college in de lead is en ook blijft, dus dank voor de brede steun. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Dan gaan we door naar agendapunt 4.3, ‘Inzamelen oud papier door vrijwilligers’. Blijft u staan? De heer Van Vugt: Volgens mij had de heer Timmermans nog een vraag. De voorzitter: Ja, mijnheer Timmermans had nog een vraag en die gaat u nog beantwoorden. Heel goed. De heer Van Vugt: Als ik me goed herinner, voorzitter, had de heer Timmermans de opmerking gemaakt dat er een soort tegenstrijdigheid zit met betrekking tot de provincie.

Die zie ik niet, want we hebben ook in onze brief richting de provincie, maar ook richting het Rijk benadrukt dat alhoewel misschien wij geen probleemgebied zijn, wij in ieder geval wel een kansengebied zijn en dat wij het ook fijn zouden vinden als vanuit de hogere overheden niet alleen aandacht is voor de gebieden waar problemen zich voordoen bijvoorbeeld op het gebied van stikstof of anderszins, maar ook oog houdt voor de gebieden waar kansen liggen. Ik zie Altena vooral als een kansengebied, dat zien onze ondernemers ook en het is daarom juist goed – ook in het kader van wat de heer Versluis zei: hoe positioneer je jezelf als gebied – dat wij ons vooral ook positioneren als een gebied waar de voorbeelden van goed gedrag zeg maar voor het oprapen liggen en ook de kansen voor bijvoorbeeld een meer circulair systeem ook op wat meer regionale schaal, dat we die ook samen uitwerken en onder de aandacht brengen van zowel het Rijk als de provincie. De voorzitter: Dank. Daarmee ronden we hem helemaal af. 4.3 Inzamelen oud papier door vrijwilligers (SGP) De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren, volgende agendapunt staat u ook voor aan de lat? De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Binnen onze fractie ben ik ook hiervoor naar voren geschoven. De voorzitter: Als vrijwilliger. De heer Van Gammeren: Als vrijwilliger om dit te doen, dus nou, dat doe ik dan met verve.

Op 22 september hebben we een raadsinformatiebrief gekregen van het college over de inzameling van oud papier. Al vele jaren wordt dit oud papier door verenigingen ingezameld en is ook een beetje een verworven recht geworden en hiermee creëren ze ook een eigen inkomen. In de raadsinformatiebrief staat letterlijk dat er een personeelstekort is bij de onderaannemer en dat ze daarom stoppen met een constructie met vrijwilligers. Volgens ons, voorzitter, een wat vreemde conclusie om dan te stoppen met vrijwilligers, omdat ze geen

chauffeurs zouden hebben. Doordeweeks hebben ze die blijkbaar wel en dan hebben ze dus bovendien ook nog extra beladers nodig. Als mogelijke oplossing naar de verenigingen heeft het college ook de vraag uitgezet naar die verenigingen of ze ook vrijwillige chauffeurs beschikbaar zouden kunnen stellen. Uit dat veldwerk, voorzitter, wat we hebben gedaan lijkt dat het echte probleem niet te zijn. De onderaannemer Koenen wil zijn bedrijf op zaterdag dicht, dus niet alleen de chauffeurs vrij, maar ook alle andere disciplines. Wij zijn dan ook bang dat er nu naar de verenigingen wat valse verwachtingen gewekt worden, daarom hebben wij de volgende vragen voor het college. Wat is de uitkomst van de bijeenkomst die inmiddels vorige week of die week daarvoor met de vereniging is geweest? De tweede vraag: hoe gaan we onze verenigingen toch de mogelijkheid bieden om met een stukje maatschappelijke inzet, die dan ook financieel beloond wordt, toch vorm te geven? Volgens ons, voorzitter, de beste oplossing voor krapte op de arbeidsmarkt is inzet van vrijwilligers.

Het derde punt wat wij wilden aansnijden is: wat betekent dit nou concreet voor 2023? Want volgens onze gegevens vanuit de raadsinformatiebrief hebben we een contract met Peute, dus wat betekent dat voor het komende jaar, maar ook voor de jaren daarna? We zijn ook benieuwd wat de visie is van andere partijen over de papierinzameling in zijn algemeenheid. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Ik zie mijnheer Timmermans opstaan. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ik hoor de heer Van Gammeren zeggen over problematiek om op zaterdag in te zamelen. Maar misschien dat die ondernemer van joodse komaf is, dat het de sabbatdag voor hem is. Dus stelt u dan een andere dag voor, zondag, om dat dan te regelen? De voorzitter: Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk een paar vragen over, er wordt gesuggereerd: oud papier is voor de verenigingen van levensbelang. We hebben net vandaag al heel wat gezegd over de kosten voor de verenigingen en als het oud papier weg zou vallen wordt het voor een aantal verenigingen nog veel moeilijker. Dus ik hoop dat hier zeker een oplossing voor komt. Welke vorm, daar ben ik zeer benieuwd naar. Vrijwillige chauffeurs, denk ik niet dat het grootste probleem de chauffeurs, maar je zit op een vrachtwagen van een ander.

Zijn er nog meer onderaanbieders of aanbieders die wel op zaterdag oud papier op kunnen halen? De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Wij onderschrijven het belang van oud papier inzamelen door vrijwilligers. Er zitten maatschappelijke kanten aan dat ze zich inzetten, ook al zal niet elke vereniging voldoende vrijwilligers hebben misschien altijd, maar het is wel een stimulans tot zelfwerkzaamheid. Volgens ons zijn er ook – maar we zijn benieuwd naar de beantwoording van de vragen – in den lande meer vormen waarop dit plaats kan vinden en er zijn ook wel verenigingen die misschien ook op een avond bereid zijn in te zamelen, dus volgens mij zijn er meer wegen die naar Rome leiden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Ook vanuit AltenaLokaal – maar goed, dat is volgens mij vertellen dat de lucht blauw is en het gras groen – dat oud papier voor heel veel verenigingen van levensbelang is. Dan heb ik het ook maar gezegd, dan weet ook iedereen dat. Voor mij was het even nieuw, maar dat is mij ontschoten, wat de heer Van Gammeren zei dat de onderaannemer niet op zaterdag wilde werken, maar dat ligt aan mij.

Wat ik er ook uithaal en daar ben ik wel een warm voorstander van als dat zo is en ik wacht ook zeker het antwoord van de portefeuillehouder af, ik destilleer daar eigenlijk een klein beetje uit dat we ook creatief moeten kijken, hoe

dat we creatief kunnen zijn om te ondersteunen als gemeente om te kijken hoe we het dan wel kunnen doen. Want dat het van levensbelang is, dat snappen we allemaal en als dan contractanten en aannemers gaan zeggen: het lukt niet. Dan kunnen we misschien wel met elkaar nadenken over wat er dan eventueel wel zou kunnen. Ik ben benieuwd hoe creatief wij zijn en misschien ook het college is. Dankjewel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Ook Progressief Altena onderschrijft uiteraard het belang van het oud papier ophalen voor diverse verenigingen. Wij zijn ook inderdaad benieuwd naar de uitkomst van de bijeenkomst van 10 oktober, of dat daar nog dingen uit zijn gekomen. En ja, wellicht inderdaad creatieve oplossingen om hier iets op te vinden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer Van Gammeren, zelfde recept, eerst antwoord college? De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Er is een heel concrete vraag geweest van de heer Timmermans over de onderaannemer, waarom dat hij niet op zaterdag wil werken. Heeft geen religieuze reden overigens, want dat doet hij al jaren, alleen hij wil gewoon zaterdag zijn bedrijf dicht hebben. Nou ja, dat is vanuit zijn afweging zijn goed recht. Aan de andere kant geeft het wel voor onze verenigingen, voor de vrijwilligers, een uitdaging.

Hoe gaan we het dan vormgeven? En ook vooral, gaan we geen valse verwachtingen wekken, met een schuin oogje naar achter. En ja, de ondersteuning van de heer Den Haan om creatief te zijn en te denken als college en als raad, van harte onderschrijf ik dat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Portefeuillehouder Van Vugt. De heer Van Vugt: Voorzitter, dank u wel. Ook het college is op zich heel content met de wijze waarop papier op de huidige manier wordt ingezameld. Wij vinden het een mooie vorm van wederkerigheid. We hebben ook het beeld dat de opbrengst in de huidige systematiek hoger is dan wellicht met professionele inzamelaars, omdat er ook een stukje gunfactor richting verenigingen in zit. We hebben natuurlijk uit onderzoek ook is naar voren gekomen dat ook onze inwoners de inzameling van oud papier door vrijwilligers erg op prijs stellen.

Dus eigenlijk allemaal redenen om niet een andere koers te varen, ware het niet, voorzitter, dat wij rond de zomer behoorlijk verrast zijn geworden door de mededeling dat de contracterende partij waarmee wij een afspraak hebben tot 31 december dit jaar en waarbij ook een eenmalige verlengingsoptie in zat en die eenmalige verlenging was dan aan de kant van de gemeente van een jaar, toen wij die in wilden roepen, de contracterende partij heeft aangegeven: wij kunnen eigenlijk niet leveren en dat heeft er vooral mee te maken dat onze onderaannemer niet meer beschikking heeft over voldoende chauffeurs op de zaterdag en in de avonden. Want in Altena wordt zowel op de zaterdag als tijdens de avonden papier ingezameld. Wij hebben via TenderNed ook een soort uitvraag gedaan of er andere partijen zijn in de markt die op zaterdagen en op avonden papier willen inzamelen met vrijwilligers en wij kregen nul op het rekest. Dat probleem hebben we natuurlijk levensgroot op ons af zien komen en dat is ook de reden geweest, voorzitter, om in ieder geval op de termijn die zo kort mogelijk was richting alle verenigingen een soort noodvlag te hijsen: jongens, wij lopen wel tegen een groot probleem op. Want ook het college ziet wel dat de inkomstenstroom van de inzameling vanuit het oud papier voor de verenigingen van groot belang is.

Dus die bijeenkomst heeft op 10 oktober plaatsgevonden en daar is ook de vraag gesteld aan de verenigingen: zien jullie nog andere mogelijkheden die wij als gemeente wellicht op dit moment niet zien om toch de papierinzameling met vrijwilligers in de benen te houden? U vraagt, voorzitter: wat is de uitkomst van die avond geweest? In ieder geval was dat een constructieve bijeenkomst waarbij ook de verenigingen aangaven: wij willen eigenlijk ons werk wel

voortzetten, want het is voor ons ook financieel gezien van groot belang. Eigenlijk is de conclusie geweest: bij de verenigingen wordt nog gekeken of er mogelijkheden zijn binnen de verenigingen zelf om ook vrijwilligers bijvoorbeeld te vinden voor de inzameling overdag door de week, omdat er wel partijen in de markt zijn die overdag willen rijden en dan eventueel ook nog met verenigingsinspanningen, dan wel of er een variant te bedenken is waarbij de chauffeurs ook geleverd zouden kunnen worden door de verenigingen zelf. Dat een beetje in de context vanuit de gedachte: als de onderaannemer niet voldoende chauffeurs kan leveren, misschien kunnen wij vanuit Altena met een aantal vrijwillige chauffeurs dan nog bijplussen. Dat was toen het beeld. Inmiddels is dat ook wel weer gekanteld, want het gesprek wat heeft plaatsgevonden met de onderaannemer, daar, voorzitter, en dat is echt heel recente informatie, hebben wij geen positieve uitkomst uit gekregen, dus dat maakt het probleem zo mogelijk nog ingewikkelder. Het punt waar we nu op zitten is, wij moeten natuurlijk als gemeente wel zorgen dat die papierinzameling ook voor volgend jaar veilig wordt gesteld, dat in ieder geval geen papier blijft staan.

Dus wij zoeken nu in ieder geval voor 2023, dat is net een soort overbruggingsjaar en dan kan het inderdaad zijn dat we naar professionele inzameling gaan, waarbij we ook met de verenigingen hebben afgesproken: laten we dat jaar dan ook benutten om creatief te kijken naar mogelijkheden om vanaf 2024 dan toch weer met vrijwilligers te gaan inzamelen. Waarbij natuurlijk het uitgangspunt is dat dan 2023 ook in financiële zin gecompenseerd wordt voor de verenigingen. Ik hoop uw raad, als het ook om dat vraagstuk gaat, dan aan mijn zijde te vinden, want u heeft zelf ook al aangegeven dat de inzameling van oud papier voor de verenigingen van groot belang is. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u. Blijft u even staan, want ik zie een paar interrupties aankomen. De heer Kolff. De heer Kolff: Dank u, voorzitter. Als ik het goed begrijp van de portefeuillehouder, heeft de gemeente een overeenkomst met een ondernemer, die ondernemer heeft een onderaannemer en die stopt ermee. Dus dan wordt zijn probleem ons probleem. We hebben toch een afspraak met die ondernemer dat die het papier toch nog een jaar op komt halen? De heer Van Vugt: Dat klopt, dat heb ik aangegeven. We hebben een contract, dat zouden wij eenzijdig kunnen verlengen, die verlenging hebben wij ingeroepen. Dit is wel een soort iets van gelijk hebben en gelijk krijgen.

Juridisch hebben wij gelijk, moreel hebben wij gelijk, maar de vraag is: als die niet geleverd wordt, dan ligt het probleem toch weer aan onze kant en dan staan we toch nog voor een grote uitdaging natuurlijk. Maar dat is zoals het is. De voorzitter: Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank je, voorzitter. Ik snap de redenatie, maar als we zo in de wedstrijd zitten komen we natuurlijk nooit verder. Als we natuurlijk een duidelijke afspraak hebben, dan kan je wel zeggen: oud papier, als die mensen hem niet op komen halen wordt het oud papier niet opgehaald. Maar we hebben toch een afspraak? Andersom worden we er ook wel eens aan herinnerd dat we een afspraak hebben. De heer Van Vugt: Wij hebben een afspraak en wij houden de ondernemer aan de afspraak, maar regeren is ook vooruitzien, we moeten ook rekening houden met andere varianten als de uitkomst niet is wat wij hopen en zouden moeten verwachten van wat de uitkomst is. De voorzitter: Nog een laatste keer.

De heer Kolff: Een laatste keer, ja. Dat vind ik prima, ik kan helemaal met uw gedachten meegaan, maar we hebben net al gezegd: we zitten in november. Over twee maand hebben we nieuwjaar, dus het probleem halen we wel een jaar naar voren toe. De voorzitter: Ik kijk even naar de andere interrupties. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Het riekt een beetje naar dat die ondernemer er toch iedere keer een beetje vanaf wil, dus ook geen chauffeurs, zelfs dat niet. Dus dan neigt het er bijna naar dat hij zegt: ik sta bijna op omvallen ofzo. Is het dan een optie voor de gemeente om dan bijvoorbeeld zelf zo’n wagen te doen en dan de vrijwilligers te voorzien? Want ik hoor net dat er toch wel vrijwilligers zijn die op zo'n auto kunnen rijden, alleen wellicht dat dan de auto ontbreekt. Misschien is dat een oplossing? De voorzitter: Ik ga eerst mijnheer Nieuwenhuizen nog even de kans geven, dan geven we zo de wethouder nog een keer het rondje. Ik zie mevrouw Schipper ook naar voren lopen. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben ook een contract volgens mij met Afvalstoffendienst ‘s-Hertogenbosch en ik heb de wethouder die nog niet horen noemen. Maar is dat misschien ook een optie hiervoor? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Schipper, gaat uw gang. Dan kan mijnheer Den Haan nog.

Mevrouw Schipper: In antwoord op hetgeen mijnheer Kolff zei tegen u. Vooruitzien is regeren, regeren is vooruitzien. In ieder geval hoe dan ook, u kijkt vooruit, hopende dat u geen risico loopt. Maar is het nou wel of niet zeker dat de partij met wie u op dit moment handelt niet meer rijdt op zaterdag, of is het nog steeds in onderhandelingsfase? Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Den Haan nog, dan kan de wethouder zo alles in één keer beantwoorden. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter, en dank ook, portefeuillehouder, voor de uitleg. Ik heb nog even twee verdiepingsvraagjes, want het was niet helemaal helder. Als u zegt: we zitten in 2023 in een overbruggingsjaar, bedoelt u dat dan dat dat professionele overbrugging is? Waarbij we dus echt afspreken, dan gaan dus onze vrijwilligers halen het dan niet meer op. Ik zie u ja knikken, dus dat is wel zorgwekkend. Ik moet dan toch even met een schuin oog naar collega Bouman kijken, want dan hebben we het over juristen, hè, dus met juridische kennis. Nou, die heb ik zeker niet. Ja, ik weet dat ik niet te hard mag rijden, maar daar houdt het ook mee op.

Die extra kosten, want dat wordt me dan ook ingefluisterd, die extra kosten die we dan maken, kunnen we die niet verhalen bij die eerste contractant? In het verlengde van wat de heer Kolff ook zei, we hebben een eerste contractant, noem ik dat dan maar even, en die tweede, die onderaannemer, die doet het niet en wij hebben het niet. Dus zijn die kosten dan juridisch niet te verhalen op de een of andere manier? Misschien is dat in het verlengde van u hoor, mijnheer Kolff, maar dat zou ik graag nog even willen weten. Dankjewel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Gammeren, de wethouder eerst de kans geven om te antwoorden, of wilt u ook nog? Op de wethouder reageren mag ook nog, hoor, dan kan hij alles nog een keer meenemen. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Als u me dan toch zo uitdaagt, dan maak ik daar gretig gebruik van. Inderdaad, ik ben ook geen jurist. Anderzijds heb ik wel een gezond boerenverstand gekregen en als er dan een contractant niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, dan moeten daar volgens mij de consequenties tegenover staan. Als u zegt: voor 2023 is eigenlijk al een gelopen race, want dat gaan we nooit

meer voor elkaar krijgen met de vrijwilligers. U deed in ieder geval de geste: dan gaan we de verenigingen in ieder geval compenseren in dat verlies. Nou, dankjewel voor die toezegging. Maar dan ga ik er wel van uit, voorzitter, en dat is dan met een vraagteken, dat die compensatie uit de zak van de contractant komt en niet uit de begroting van de gemeente. Wat betreft creatieve oplossingen, daar willen we heel graag dan nog eens een keertje in meedenken. Dat zal niet deze week of volgende week meer hoeven, want 2023 is al een verloren jaar. Ik krijg hier ook heel veel bijval als het gaat over het belang en dat we dat niet zomaar voor de langere termijn laten schieten, deze vorm van inzameling. De voorzitter: Tot slot. De heer Van Vugt: Voorzitter, ik heb volgens mij al aangegeven hoe het college hierin zit, hè, dat wij ook de huidige systematiek hoog hebben zitten en daar ook heel veel waardering voor hebben, zo ook onze inwoners. Wij hebben inderdaad te maken met één contractant en wij hebben een contract. De inzet van dit college is inderdaad om de contractant aan zijn contract te houden, maar ik geef u ook aan, en dat is ook een zekere winstwaarschuwing ook om geen al te grote verwachtingen te scheppen, dat wij ook anticiperen op de mogelijkheid dat er niet geleverd wordt. Dan heb je het natuurlijk ook over een stuk aansprakelijkheid, ook daar zal het college acteren.

Maar dat is een beetje de situatie zoals die hier nu ligt in alle openheid. Ik heb nog verzuimd u te melden dat ook een van de uitkomsten was van de tiende oktober, dat we ook een werkgroep hebben ingesteld van zeg maar vertegenwoordigers van verenigingen om met hen na te denken over een mogelijkheid om toch vanuit de huidige systematiek van inzameling van oud papier vanuit de vrijwilligers vanuit de verenigingen om een methode te vinden om dat inderdaad wel in de benen te houden. En dan gaan we inderdaad naar creatieve methoden kijken en dan is het wel prettig als je daar ook nog een jaar voor de mogelijkheid hebt om dat uit te kristalliseren, want het is geen makkelijke opgave in de wetenschap dat er niet heel veel partijen zijn om de inzameling op bijvoorbeeld de zaterdag en op de doordeweekse avond om dat te fascineren. Dus we staan best voor een grote uitdaging, maar niettemin zetten we de creativiteit die in Altena is maximaal in. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ter afronding, mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Voorzitter, portefeuillehouder, in ieder geval bedankt voor de toezegging en hou ons aangehaakt op dit onderwerp. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar programma … Mijnheer Nieuwenhuizen nog. Ja, het debat is al in twee termijnen gevoerd.

Ik wil u er even aan herinneren en dan gaat u nu in de tweede termijn nog een keer interrumperen op de wethouder, of op mijnheer Van Gammeren, wat wilt u nu? De heer Van Gammeren: Nee, ik ga niet interrumperen, ik ga alleen vragen waar het antwoord op mijn vraag blijft, over Afvalstoffendienst Den Bosch. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder gezegd dat alle mogelijkheden bekeken worden, maar gaat uw gang. De heer Van Vugt: Alle mogelijkheden worden bekeken, voorzitter. De voorzitter: Dat was het antwoord.

Programma 5 Bereikbaar Altena 5.1 Investering Werkendam-Noord mobiliteit (SGP) De voorzitter: ‘Programma 5 Bereikbaar Altena’. ‘Investering Werkendam-Noord mobiliteit’. De SGP-fractie, de heer Versluis. De heer Versluis: Dank u wel, voorzitter. We hebben natuurlijk enige tijd … Ja, mag ik verder spreken? De voorzitter: Ja, ja. De heer Versluis: O nee, ik vond het nog wat rumoerig, dus. De voorzitter: Ik was gewoon aan het luisteren. Maar mijnheer Versluis heeft het woord. De heer Versluis: Oké, dank u wel. We hebben enige tijd geleden besloten in ieder geval tot een tweede ontsluitingsweg in Werkendam. We hebben daar ook een voorkeur uitgesproken als het gaat om welke variant we dat als beste zien, dat is de noordelijke variant geworden. Nou goed, het is denk ook goed om in ieder geval het gebied integraal te bekijken, maar wat we wel weten, en dat staat ook in de stukken is, dat die tweede ontsluitingsweg is van het allergrootste belang natuurlijk, omdat de gemeente Werkendam, of de plaats Werkendam maar één ontsluitingsweg heeft. Maar in stukken kunnen we lezen dat dat een investering vraagt van wellicht 11 tot 15 miljoen. Ja, dat zijn astronomische bedragen en dat soort grote investeringen hebben we gelukkig niet zo heel binnen onze gemeente. Nu is het zo dat op dit moment de financiële positie van onze gemeente goed is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12036935/2