CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 10 25 Gemeente Altena Gemeenteraad

Raadsvergadering 25 oktober 2022, gemeente AltenaBij agendapunt: Opening en vaststellen agenda50.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Dat hoeft echt niet dit jaar geïmplementeerd te worden, mag ook gewoon volgend jaar. De voorzitter: Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, nou ja, los van de discussie of u dat dit jaar gaat doen of dat je dat volgend jaar wil doen of gaat doen, ligt daar wat het college betreft ook wel de fundamentele keus onder: willen we hierop in gaan zetten in de gemeente Altena? Wat ik u zojuist heb meegegeven, los van dat daar mogelijkheden en onmogelijkheden zijn – zeker, dat geldt voor elk voorstel zou ik bijna zeggen, voorzitter – is het volgens mij vooral ook de vraag: is dit nu hetgeen waar we op in willen zetten, of kunnen we op een andere manier het budget dat we daarvoor vrijmaken effectiever in kunnen zetten? Dat is wat ons betreft in ieder geval de vraag en dat is natuurlijk ook aan de raad om daar een eigen oordeel over te maken. Maar wat ons betreft zou dat ook kunnen via andere regelingen die we hebben. De voorzitter: Mijnheer Bouman, nog een keer bij interruptie en dan mag u ook zo afronden, denk ik. De heer P. Bouman: Ja, nee, dan zijn we ook bijna klaar, denk ik, voorzitter. Kijk, u zegt: het kan ook via andere regelingen. Ja, je kan ook via andere regelingen mensen vijftig euro extra geven, of honderd, of net wat het wordt. Dat kan. Alleen, ik denk dat dit voorstel het wel verdient om naast die andere mogelijkheden gelegd te worden.

U gooit hier zelf ook al een idee uit om een witgoedregeling te implementeren waarbij mensen oud witgoed kunnen inruilen tegen nieuw witgoed. Dat is ook een vrij concreet idee, dat kan je ook tegen andere ideeën aanleggen, bijvoorbeeld dit idee. Dat is het enige wat wij vragen aan u en de rest van de raad is: neem dit idee in overweging en kom er op uw gemak een keer bij ons op terug. De voorzitter: De portefeuillehouder tot slot en dan geef ik de heer Bouman zo direct het afrondende woord. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, ik ben daarin ook even aan het zoeken. Als we hem dan zouden kunnen interpreteren als een suggestie om mee te nemen in de afwegingen die we als college aan het maken zijn, ja, dan is dat iets wat we mee zouden kunnen nemen daarin. Maar ik wil wel echt de winstwaarschuwing

benadrukken die ik zojuist heb afgegeven dat we vanuit het college op dit moment de overtuiging hebben dat we op een andere manier ons budget effectiever en efficiënter in kunnen zetten. De heer P. Bouman: Dat laatste vind ik niet helemaal fair, want dan geeft u het niet een echte kans. Maar om het af te ronden, voorzitter. Ik denk dat we kunnen concluderen dat we het als raad wel een goed idee vinden om op deze manier iets extra’s te doen aan de inwoners. Dan gaat het niet zozeer om die vijftig of honderd euro, maar meer om de symboliek die je daarmee doet en de wijze waarop je ondernemers daarin betrekt. In die zin gaan we denk ik toch iets proberen te formuleren waarmee u aan de slag kunt om dit idee een eerlijke kans te geven. De voorzitter: Dat gaan we dan over twee weken met elkaar verder bediscussiëren, denk ik maar zo. We zijn redelijk mooi op tijd. Ik kijk naar onze bode en naar Jan, en die knikt. Die knikt, dan is het goed. We schorsen de vergadering tot zeven uur en ik wens iedereen een smakelijk eten. Wellicht is het goed voordat we allemaal opstaan en allemaal gaan lopen, om even een momentje stilte te betrachten voor de mensen die daar behoefte aan hebben.

Dus mag ik een momentje stilte, alstublieft? Schorsing met maaltijd Vervolg Programma 2 Altena samenredzaam 2.4 Bezuinigingen sociaal domein (SGP) De voorzitter: … de vergadering een tijdje heeft verlaten, maar hij komt straks terug, heb ik begrepen, een andere bezigheid. Voor de rest is iedereen er bijna weer, toch? Ja, en de heer Kolff is ook nog eventjes weg, maar die moest ook dringende dingen doen thuis en die komt ook zo terug. Goed, we gaan verder met 'Programma 2 Altena samenredzaam'. We gaan nog even praten over het sociaal domein en dan gaan we praten over de bezuinigingen in het sociaal domein met agendapunt 2.4 en het woord is aan de SGP-fractie. De heer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Bezuiniging sociaal domein. Voorzitter, wij vinden in de begroting in die zin een stukje, zo hebben wij hem in ieder geval gelezen, een stukje winstwaarschuwing lezen we terug. Er wordt gesproken over het rapport Berenschot wat we met elkaar besproken hebben voor de komende jaren, wat natuurlijk nu nog loopt. Er wordt ook heel duidelijk door het college in genoemd dat de wereld veranderd is, dat er extra dingen nodig zijn. Nou, die worden ook genoemd in de begroting.

De vraag van ons is, met name richting het college gericht en indirect natuurlijk ook aan de collega-raadsleden: hoe staat het daarvoor met de taakstelling die nog staat? Volgens mij staat er een bedrag van ruim acht ton nog voor 2023, hoe verhoudt zich dat ten opzichte van de extra investeringen die nu gedaan worden voor de komende jaren en wat is de huidige status? Ook met het oog op de bijeenkomst van 22 november waar we ook van gehoord hebben dat met name dan de doorkijk gegeven wordt. Een vraag die wij daar dan ook bij hebben: is daar al in beeld welke invloed dat eventueel ook op deze begroting zou kunnen hebben? Dingen lopen een beetje door elkaar heen, maar wel relevant om in ieder geval die wel te stellen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Ik kijk even rond of er behoefte is vanuit andere fracties. Mevrouw Schermers van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers: Dank u wel, voorzitter. Ik ondersteun in die zin die vraag: hoe staan we er nou voor? Ik denk ook dat het altijd heel relevant is om meer te bedenken: hoever staan we met die taakstelling? Zeker als

we dan spreken over vlees op de botten, wat mijnheer Den Haan noemde, dan is het ook wel weer goed om te benoemen: is het nog steeds die noodzaak, is er nog steeds die dringende druk om tot die bezuiniging te komen, of kunnen we wellicht wat temperen? Als die zo is ingekleurd, mijnheer Noordergraaf, dan vindt u de ChristenUnie aan uw zijde. De voorzitter: Ik kijk even rond. Is er nog meer behoefte, andere fracties? Dan mijnheer Noordergraaf, is die zo bedoeld? De heer Noordergraaf: Nee, dat laatste is die zeker niet bedoeld, voorzitter. Hij is niet bedoeld of we dat gaan heroverwegen of dat wel gewoon noodzakelijk is. Het was met name de vraag – ik snap de creativiteit van mevrouw Schermers daarin om die vraag zo te draaien – maar hij is met name bedoeld: wat is de stand van zaken en hoe verhoudt zich dat ten opzichte van wat er in de begroting staat? De voorzitter: Dan stel ik voor dat we naar portefeuillehouder Van Hun… O, mevrouw Buchholtz staat nou op. Ja, ga uw gang. Mevrouw Buchholtz: Dank u wel, voorzitter. Ik had deze zelfde vragen ook en die heb ik gesteld bij de inloop van de technische vragen. Mij is daar verteld dat we op 22 november te horen krijgen hoe dit zit, dus daarom wacht ik even af op die avond. De voorzitter: Dank u wel. Dan stel ik voor dat we nu even naar het college gaan luisteren. Portefeuillehouder Van Hunnik.

Mevrouw Van Hunnik: Hoe staat het ervoor? Dat is een hele brede vraag. Misschien, voorzitter, ik heb het nu niet gehoord, maar we hebben natuurlijk ook de toelichting gekregen van de raadsfracties bij de agendering van de agendapunten en daar stond ook vooral daarbij de vraag vanuit de SGP-fractie, als ik die even zou mogen noemen: we zien hem niet zo terug op dit moment in de begroting. Voorzitter, daar kan ik zeker op antwoorden. Dat klopt ook, we hebben natuurlijk die bezuinigingen zijn we al gaan invoeren direct, dus die is daar wel degelijk in verwerkt. Dus in de begroting vindt u al bezuinigingen die zijn doorgevoerd en die daar ook wel degelijk effecten in hebben gehad. Dus daar hebben we verschillende slagen al in gemaakt met elkaar. Logisch, want het rapport van Berenschot hebben we al een tijdje liggen, dat dateert al van 2020. Dus die stappen zijn daarin gemaakt. Ik kan mevrouw Buchholtz herhalen, op 22 november staat inderdaad de sessie gepland met de gemeenteraad en die haakt zich in op de monitor die er ligt voor het sociaal domein waar u om heeft gevraagd als gemeenteraad, maar ook op het Berenschotrapport om dat even naast elkaar te leggen.

Wat we vanuit het college wel belangrijk vonden om aan te geven al in de begroting is dat er wel degelijk de vraag ligt, kijkend naar de bouwstenen, daar hebben we al succes op geboekt en hoe gaan we daar in de toekomst mee verder? Wat het college betreft is dat niet de vraag die we nu in de begroting moeten beantwoorden, maar wel een belangrijke om u mee te geven dat dat een onderwerp is wat wellicht aan de orde kan gaan komen en die ook te maken heeft met ombuiging en de taakstelling die we hebben vastgesteld daarbij met elkaar. Ik denk dat dat een antwoord is op de vragen van de heer Noordergraaf. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Hunnik. Mijnheer Noordergraaf, voldoende? De heer Noordergraaf: Voorzitter, deels, want in die zin hoor ik: alles hangt af van 22 november. Misschien dan nog wat concreter de vraag: is er misschien in de voorbereiding van 22 november al een bepaalde richting die gezien wordt wat invloed zou kunnen hebben op de begroting die voorligt? Als dat niet zo is, is dat niet zo,

maar het zou wel heel bepalend kunnen zijn met hoe dat die avond ingestoken gaat worden. Dus misschien dan nog even wat concreter daar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Mevrouw Van Hunnik nog een keer. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, laat ik heel helder zijn dat we heel veel slagen hebben gemaakt in het sociaal domein en die bezuinigingen. Die exacte cijfers, die zullen ook wel degelijk nog aan de orde zijn en daarbij zijn er natuurlijk ook een aantal programma’s geweest waar in de loop der tijd het lastiger bleek om die slagen te gaan maken rondom de bouwstenen. Kijkend naar de GGD waar in de loop der tijd natuurlijk het een en ander veranderd is geweest en de gesprekken en debatten die u ook met elkaar voert rondom jeugd. Dus dat raakt ook allemaal aan de bouwstenen en daar hebben we afwegingen in gemaakt. Dat komt breder terug uiteraard, maar laten we niet onderschatten dat we wel structureel die bezuinigingsslag hebben gemaakt met elkaar. U heeft met elkaar de verordening opnieuw vastgesteld, daarin hebben we nieuwe maatregelen getroffen, daarin zijn ook de minimaregelingen aangepast. Dus er is wel degelijk een structurele bezuiniging.

Die ziet u op dit moment niet zo terug in de begroting, want die hebben we daarin verwerkt, dus dat hebben we niet een aparte financiële tabel laten zijn, maar structureel zit daar wel degelijk een bezuiniging die we gemaakt hebben met elkaar, zoals we dat ook hebben afgesproken met elkaar. De voorzitter: Mijnheer Noordergraaf nog bij interruptie. De heer Noordergraaf: Ja, ter interruptie, voorzitter, want ik hoor de wethouder zeggen: een bezuiniging is ingevuld. Maar is dat dan de afgesproken bezuiniging die volledig verwerkt zit in deze begroting? Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, dat is ook een bezuiniging die we stapsgewijs aan het invoeren zijn. Daarin zijn verschillende afspraken met elkaar gemaakt over de afgelopen jaren en de komende tijd die er nog staat. Daarbij zeg ik nu even uit mijn hoofd, voorzitter, dat er voor dit jaar een bezuiniging stond rond de 2 miljoen en daarvan is ook de verwachting – daar zijn we nog niet – maar dat we dat gewoon met elkaar geregeld gaan krijgen. Dus we maken wel degelijk die stappen zoals die afgesproken zijn. De voorzitter: Mevrouw Schermers nog bij interruptie. Mevrouw Schermers: Dank u wel, voorzitter.

Ik ga mijnheer Noordergraaf een klein beetje helpen, want net was ik inderdaad een beetje ondeugend om zijn vraag een beetje te verbouwen tot mijn wens om wat bezuinigingen in het sociaal domein terug te draaien, dat gaat niet lukken wellicht. Maar het is natuurlijk wel een feit, als we 22 november echt die monitor krijgen over hoe het ervoor staat met de uitkomsten van bureau Berenschot en het sociaal domein, maar er zijn wellicht nu gevolgen voor de begroting die wij dan al vaststellen. Procesmatig wringt dat natuurlijk een beetje, dus in die zin ga ik mijnheer Noordergraaf wel helpen dat mochten daar toch nog verrassingen uit komen, dat we dat dan liever nu horen dan 22 november, want dan is het eigenlijk een beetje te laat. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, ik denk dat dat een heel terechte oproep is. Als die er zo zou zijn, dan zou die natuurlijk in de begroting verwerkt zijn. Op dit moment, de stand waarop we nu staan, hebben we die daar niet in verwerkt, dus is die verwachting er niet. Wat we wel hebben gedaan in de begroting is natuurlijk een kleine winstwaarschuwing dat de wereld is veranderd en dat daar wellicht met elkaar het gesprek gevoerd zou moeten gaan worden: hoe gaan we nu om met die bouwstenen die we hebben liggen vanuit het Berenschotrapport 2020? Het is wel zo realistisch wat ons betreft om dat ook aan te geven dat dat wel een voortgaand gesprek is.

Dat is iets anders dan dat ik mevrouw Schermers hoor zeggen dat we daar

bezuinigingen terugdraaien, dat hoort u mij niet zeggen, voorzitter. Tegelijkertijd heeft de raad ook opgeroepen natuurlijk, op het moment dat het gaat wringen, moeten we daar ook wel over in gesprek blijven. Dat maakt ook dat we nu in de begroting wel ook voorstellen om in sommige delen binnen het sociaal domein te investeren. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ik beluister dat er op 22 november meer duidelijkheid en helderheid hierin komt. 2.5 Iedereen doet mee en mag er zijn (Progressief Altena) De voorzitter: Agendapunt 2.5, ‘Iedereen doet mee en mag er zijn’. Mevrouw Maris, gaat uw gang. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Het gaat helemaal goed hier. Het pand stort niet in, lieve luisteraars, we gaan gewoon rustig verder met een prachtig onderwerp. In Altena streven we ernaar dat iedereen mee kan doen en er mag zijn. Daarom hebben we aandacht voor de mensen voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is. Daarom hebben we bijvoorbeeld vorig jaar – ik wijs even naar de collega’s van de ChristenUnie – een motie aangenomen voor de invoering van het VN-verdrag Handicap en dat ging over een toegankelijke samenleving voor mensen met een beperking. Maar ook zijn er moties geweest vorig jaar met aandacht voor de aanpak van laaggeletterdheid en de digitale, tussen haakjes, toegankelijkheid in onze gemeente.

Ik ben dan ook blij te lezen in de stukken die we hebben gekregen dat de gemeente Altena binnenkort het Taalakkoord gaat ondertekenen en dat is een eerste mooie stap. Maar de resultaten van het onderzoek dat Cubiss verrichtte en dat we ook allemaal hebben gekregen is nog steeds zorgwekkend. Een zorgwekkend percentage inwoners beschikt over onvoldoende basisvaardigheden die nodig zijn, of die zij in ieder geval nodig achten, om aan onze maatschappij mee te doen. Dan hebben we het niet alleen over lezen en schrijven dus, maar ook over gezondheid, we hebben het over digitale vaardigheden en over financiële vaardigheden. Dat is zorgelijk en dat is ook een reden, van belang, vinden wij in ieder geval als Progressief Altena, om dit weer op te pakken. Maar hoe gaan we dat nou actief met elkaar oppakken? Dat is ook de vraag die ik natuurlijk hier bij u neerlegt. Hoe concretiseren we dat nou? Want ondanks de eerdergenoemde aandacht en alle goede wil en betrokkenheid van alle partijen in dit hele huis, blijft het een zorgpunt en gebeurt er voor ons gevoel toch soms zo weinig, of in ieder geval zichtbaar weinig. Progressief Altena heeft wel een idee, maar we weten nog niet precies hoe we dat willen noemen. Maar goed, daar kunnen we dan met elkaar in gesprek over gaan.

Wat we in ieder geval willen is niet meer over de mensen praten waarover we het hebben, maar we willen graag met de mensen gaan praten. Dat betekent dus dat wij met de mensen die dus dagelijks te maken hebben of te maken hebben gehad met deze beperkingen. We willen graag met hen in gesprek gaan en daardoor denken wij dat we dat met zo’n groep mensen ook concrete acties kunnen nemen. Want ik kan me heel goed voorstellen dat die mensen in één vingerknip kunnen zeggen: o, maar hier loop ik tegenaan, dat kunnen we oplossen, dat kunnen we zo en zo oplossen. Veel laaghangend fruit, zoals dat spreekwoordelijk heet. Moet dat een adviesgroep zijn? Dat vind ik lastig, dan structuraliseer je het gelijk, je wil eigenlijk een netwerk hebben, maar zonder de vrijblijvendheid ervan. Want het is wel belangrijk dat die mensen een stem hebben, dat ze weten dat er spelregels zijn en dat we ook met elkaar tot iets kunnen komen. Een soort actief netwerk. Nou ja, ik hoor graag of u andere suggesties heeft, in ieder geval met mensen die de juiste kennis hebben en de ervaring hebben om hierover een helpende hand te bieden en misschien net dat steuntje in de rug te zijn dat we nodig hebben om tot die actie over te gaan. Maar ik hoor graag uw mening en natuurlijk ook van het college.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. We kijken rond of er fracties zijn die mee willen denken op uw uitnodiging. Ik zie mevrouw Schermers staan en die kan straks meteen haar eigen bordje meenemen, dat is heel handig. Gaat uw gang, mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik eerst nog even wat hulp nodig heb van mevrouw Maris, want het doel is helder en ik ben ook inderdaad heel blij dat we toen gehoor vonden ook bij het college en bij de volledige raad om inderdaad ervoor te zorgen dat die inclusie, dat iedereen mee kan doen. Maar ja, hoe gaan we dat dan inderdaad vormgeven? Want een Poolse landdag waarin iedereen zomaar wat kan roepen en dat soort dingen, dat willen we in ieder geval niet. Je wil juist dat doel bereiken, namelijk dat iedereen mee kan doen en wat dan inderdaad belemmeringen zouden kunnen zijn om die op een eenvoudige manier wellicht weg te nemen. Maar u moet mij even helpen nog met: pas op dat we het niet te breed maken, want dan voelt niemand zich aangesproken, maar we willen ook weer niet dat het te smal moet zijn, het moet niet de analfabeet zijn die in een rolstoel zit en uit het buitenland komt en weet ik het wat, dat hoeft ook niet allemaal.

Maar ja, we moeten wel heel goed weten: voor welke doelgroep doen we het dan en hoe gaan we dat dan vormgeven? Dus als u zegt: het doel is om ervoor te zorgen dat iedereen weer mee kan doen, die inclusieve maatschappij. Dan sta ik aan en dan wil ik heel graag meedenken, maar u moet nog iets meer richting geven wat mij betreft. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Noordergraaf, de hoe-vraag ligt in het midden. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Voor ons exact dezelfde vraag. Het thema, prima. Begrip, goed dat daar aandacht voor is. Maar ook wel kijkend: wat doen we er nu al aan en hoe zouden we dat kunnen versterken, veranderen dat we wel uiteindelijk hetzelfde doel bereiken wat we met elkaar willen bereiken. Dus steun als het daarover gaat, maar als het over concretiseren, dan hebben wij daar nog wel wat vragen bij op deze manier. De voorzitter: Mijnheer Verbaarschot stond al een tijdje te wachten. Gaat uw gang. De heer Verbaarschot: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het probleem is er inderdaad, alleen ik denk wel dat het een beetje een onderwijsprobleem is, omdat het over lezen gaat en interactieve behandelingen. Zeg maar vaardigheden die je volgens mij op school kunt leren, maar waar misschien een aantal mensen in hun vroegere leeftijd wat op achter zijn gebleven door van allerhande redenen die daaraan vast kunnen hangen.

Dus misschien ligt daar de oplossing, alleen dan zitten we wel bij de jeugd nog. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Dat lijkt me wel een goede duiding van het probleem inderdaad, want we kunnen moeilijk een zestigjarige naar de basisschool sturen om daar de basisvaardigheden voor het lezen onder de knie te krijgen. Wij zijn het overigens met het doel wat u beschrijft, mevrouw Maris, ook van harte eens. Ik denk dat u ook een goede probleemduiding heeft. Alleen, voor de oplossing, daar hebben wij volgens mij een instantie voor die daar al momenteel heel hard aan werkt en dat is de bibliotheek. Volgens mij zet die al in op leesvaardigheden en op digivaardigheden, dus misschien zouden we aan de bibliotheek kunnen vragen, misschien wel nu, wat die nodig hebben om daarvoor een extra beentje bij te kunnen zetten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. We wachten eerst mevrouw Buchholtz nog af. De uitnodiging om de bibliotheek nu hier het woord te laten voeren, mijnheer Bouman, die kan ik niet honoreren, maar dat weet mevrouw Van der Wal ook. Mevrouw Buchholtz, gaat uw gang.

Mevrouw Buchholtz: Dank u wel, voorzitter. Inclusie is inderdaad een heel belangrijk punt, dus goed dat u het aangeeft. Ik wilde eigenlijk nog ook reageren op de heer Verbaarschot, die geeft aan: het heeft met onderwijs ook te maken, daar zou het beginnen. Wat nou als je op je veertigste een auto-ongeluk krijgt, je bent rolstoelgebonden, hoe ga je alle stoepen af, hoe ga je je aanvragen indienen om voorzieningen te krijgen vanuit de Wmo? Dan kan je heel goed onderwijs hebben gehad, maar ja, in de toekomst kan er van alles gebeuren waardoor je toch niet mee kan doen in die inclusieve samenleving. Dus dat is één. Verder vraag ik me af, kijk, we kunnen heel ver gaan op het thema inclusie, maar hoever gaan we en is dat allemaal wel inpasbaar? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Maris, iedereen wil met u meedenken. Mevrouw Maris: Dat is heel fijn, dank u wel allemaal voor de positieve reactie in ieder geval op het onderwerp. Ik moet het allemaal even uit mijn hoofd doen.

De bibliotheek, die heb ik gebeld natuurlijk toen we hiermee bezig waren en nou ja, goed, we kunnen ze hier het woord niet geven, maar ik kan wel zeggen dat zij een beetje een gat in de lucht sprongen bij het idee dat wij als gemeenteraad toch enige prioriteit zouden geven aan het instellen van een raad, of een groep, weet ik het, van ervaringsdeskundigen, omdat dat precies is waar zij ook ernstig behoefte aan hebben en ook missen in het proces. Dus ik heb in die zin wel een stukje huiswerk proberen te doen en in ieder geval om dat ook op te vragen. Dan nog eventjes over het onderwijs, de rol van het onderwijs. Het is inderdaad zo dat onderzoek aangeeft dat ook het probleem vooral ook bij de oudere doelgroep inderdaad zit, dus daar zijn we een beetje te laat om het met de preventie, zal ik maar zeggen. Bovendien is toegankelijkheid van informatie natuurlijk een heel belangrijk thema, ook voor ons. Wij willen als gemeente onze inwoners kunnen bereiken, de inwoners moeten ons bereiken, daar hebben we het vandaag al een paar keer in andere vormen over gehad. Nou is dat ook wel degelijk een taak van onszelf, of van de mensen zelf om goed te communiceren en wie weet beter wat goed is? Niet wij, maar de mensen die de problematiek dagelijks in hun leven ervaren. Hoever wil je gaan, vroeg mevrouw Buchholtz nog.

Ik denk dat het gewoon aan die groep zelf is, want zo inclusief ben ik dan wel, dat ik niet hier ga bepalen en ik denk ook niet dat wij als raad dat moeten doen. Op het moment dat wij ervaringsdeskundigen hebben die zeggen: wij komen beperkingen tegen in mijn leven en ik wil daar graag over meepraten. Dan is dat wat mij betreft prima. Dan kan het gaan over de toegankelijkheid in fysieke zin, het kan gaan over digitale toegankelijkheid, het kan ook over gezondheid gaan. Dan kan het over al die onderwerpen gaan, als het maar is dat wij als gemeente stappen kunnen zetten naar die inclusieve samenleving. Dat is gelijk misschien een beetje een antwoord op uw pleidooi. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. We gaan gewoon even naar het college, als u ook dat goedvindt. Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, een hele brede oproep hoor ik hier, die volgens mij, als ik hem zo beluister, vooral gestoeld is over met mensen praten in plaats van over. Daar hoor ik ook draagvlak voor in de gemeenteraad. Dat was de makkelijke conclusie, want de vraag die daarna eigenlijk nog openbleef was: hoe gaan we dat nou met elkaar doen? Ik denk dat dat een hele terechte vraag is, want als we spreken over inclusiviteit, dan gaat dat vooral ook over zorgen dat iedereen een eerlijke en gelijke kans krijgt daarin.

Hoe gaan we dat nu met elkaar dan vormgeven, en hoe zorg je dat al die ervaring die er is in onze samenleving, dat we die nou juist kunnen gaan gebruiken? Hoe we dat dan gaan noemen, daar hoorde ik wat worstelingen over. Dat maakt niet zoveel uit denk ik, voorzitter, de vraag is vooral: hoe geef je een stem en hoe hebben we daarin een uitnodigend bestuur? Ik hoor vooral ook nog heel veel vragen daarbij in de raad. Er zijn wel wat gedachten, maar het moet eigenlijk nog heel erg vorm krijgen. De bibliotheek wordt genoemd als partner, ik

weet ook dat er verschillende organisaties binnen Altena aan het kijken zijn, ook in de vorm van cliëntenraden: hoe kunnen we daar nou meer vorm aan geven ook binnen Altena? Dus ik kan me heel goed voorstellen dat het iets is wat we breder zouden willen gaan maken en richting in willen geven. Vanuit het college kan ik me ook wel voorstellen dat we daar eens een inventarisatie op zouden kunnen doen: welke richting wil je nou op en hoe ga je dat vormgeven? We hebben natuurlijk ook al wel verschillende raden, we hebben de sportraad die hier wat haak aan heeft, we hebben de BASDA, daarnaast hebben we natuurlijk ook nog de cultuurraad. Ik denk dat de oproep heel mooi is: laten we nou niet zo’n geïnstitutionaliseerde raad laten worden, maar laten we het daar ook een soort brede beweging inderdaad zijn. Hoe moeten we daarin faciliteren? Heel eerlijk, dat is ook een wiel dat we nog uit te vinden hebben, maar ik hoor in ieder geval daarin een oproep, voorzitter, van de raad. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, portefeuillehouder. Is ook wel mooi, hè, een beweging, vind ik ook wel mooi. Ik had al zitten denken aan een actiegroep, maar dat is weer iets te activistisch, denk ik. Maar laten we inderdaad, want u noemt al die raden.

Daar zitten wellicht in sportraad ook mensen in die zelf sporten of in een sportbestuur zitten, maar ik denk niet dat daar mensen in zitten die ervaring hebben bij de beperkingen van het sporten, maar dat is mijn vooroordeel, dat heb ik niet uitgezocht van tevoren. Maar goed, het zou in ieder geval heel goed zijn bij alle beslissingen en alle raden die je installeert, dat je daar dus ook die diversiteit in zou nastreven. Volgens mij is die op dit moment niet zo. Maar goed, dank u wel. Wij gaan onszelf als fractie beraden en we komen met een voorstel naar u toe. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan is dit onderwerp nu voldoende behandeld en dan gaan we daar wellicht over twee weken mee verder. Programma 3 Veelzijdig Altena 3.1 Gezond leven in Altena (Progressief Altena) De voorzitter: Dan gaan we naar ‘Programma 3 Veelzijdig Altena’. ‘Gezond leven in Altena’, wederom de … Het is wel een spelletje wat vanavond door veelvuldige raadsleden gespeeld wordt. Mijnheer Alderliesten. Uiteindelijk komen alle bordjes en pasjes weer bij de griffie terecht, denk ik. Mijnheer Alderliesten, gaat uw gang. De heer Alderliesten: Dank u wel, voorzitter. Gezond leven in Altena. In de begroting krijgt gezondheid terecht een prominente plek. Het belang hiervan komt ook nadrukkelijk in regelgeving van de Rijksoverheid op ons af.

Omgevingswet is daarbij het meest sprekende voorbeeld, hierin wordt gezondheid onlosmakelijk verbonden met harde gemeentelijke thema’s als wonen en werken. Het punt dat ik nadrukkelijk wil maken is dat gezondheid in onze begroting volledig lijkt te zijn gekoppeld aan sport. Wat Progressief Altena betreft is dat een wat te enge benadering en zouden wij het veel meer integraal in diverse thema’s terug willen zien. We zouden graag zien dat het college zich meer richt op bewegen en dan het liefst meteen bewegen in een groene omgeving. Concreet bijvoorbeeld door het realiseren van ommetjes, beweegroutes die de woonomgeving dooraderen en de inwoners stimuleren om in plaats van thuis voor de buis te blijven hangen juist naar buiten te gaan. Meer beweging alleen is niet het enige doel dat hiermee gediend wordt, want naast de fysieke aspecten zijn er ook mentale aspecten die gepaard gaan met het realiseren van groene ommetjes. Het biedt onze inwoners namelijk hele mooie gelegenheden om elkaar te ontmoeten, of simpel de gedachten te verzetten. Het is wetenschappelijk bewezen dat verblijven in een groene omgeving stress reduceert en zelfs

dat een groene woonomgeving aanzienlijk bijdraagt aan de waarde van het vastgoed dat daarop uitziet. Naast gezondheid van de inwoners levert het realiseren van meer groen uiteraard ook een niet te onderschatten bijdrage aan het reduceren van allerlei gevolgen van het veranderende klimaat op. Denk aan wateropvang, vastleggen van CO2, fijnstof, het bieden van verkoeling in tijden van hitte en tot slot dragen we daarmee natuurlijk ook bij aan het vergroten van de biodiversiteit. Graag zou ik van de collega-fracties horen of zij eenzelfde meerwaarde zien in de vergroening van onze woonomgeving en of dat ze, net als Progressief Altena, geloven in de bijdrage hiervan op de vele sociale, mentale, ecologische, klimaattechnische en zelfs economische aspecten in Altena. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Het gelach hier achter mij is ook misschien wel deels naar aanleiding van zoveel onderwerpen die u bij elkaar pakt. Wij hadden in de voorbereiding vanochtend in het college de vraag: welke portefeuillehouder gaat hier straks antwoord op geven? Dat is voor mij ook een vraag geworden nu, dus dat gaan we straks merken. Mijnheer Noordergraaf, gaat uw gang. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Dat geldt ook voor onze fractie, maar ik denk dat wij ook alle vijf straks even een reactie geven op de bijdrage van de heer Alderliesten.

Ik vind het sowieso bijzonder dat hij een heel stemmig groen jasje aangetrokken heeft speciaal voor dit punt vanavond. Maar dan even over het punt wat net genoemd is. U begon toch volgens mij met heel veel dingen gerelateerd aan sport te noemen, had ik het idee. Maar terugkomend op uw vraag met name: vinden wij dat belangrijk, een groene omgeving? Ja. Ik denk dat we dat ook al wel heel erg hebben in onze regio, moet ik eerlijk zeggen. De vraag die we ook wel hebben: moeten wij daar dan stimulerend in zijn, prima, maar wat is dan concreet de bedoeling daarvoor, wat verwacht u dan de rol van de gemeente daarin om dat voor elkaar te krijgen? Want ik denk dat er al heel veel mogelijkheden zijn in ons buitengebied, in onze kernen waarbij groen heel veel aanwezig is. Alle andere thema’s die u erbij noemt ben ik eerlijk gezegd even kwijt, maar dat even als eerste reactie, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Als ChristenUnie kunnen wij van harte onderschrijven wat de heer Alderliesten naar voren brengt. In reactie ook op de heer Noordergraaf, als het gaat om een groene woonomgeving, volgens mij zat dat ook in het betoog, de omgeving rondom een dorp kan wel groen zijn, maar in het dorp in de bebouwde omgeving heb je het juist ook heel hard nodig.

Afgelopen zomer is daar een heel goed voorbeeld van geweest hoe de temperatuur op kan lopen in de bebouwde omgeving. Dus we ondersteunen dit van harte en als je goed kijkt is er voldoende ruimte in de bebouwde omgeving om daar nog te vergroenen. Dat vermindert stress en bevordert in ieder geval de gezondheid. We hebben eerder ook gepleit om een minimum oppervlakte aan groen mee te nemen als eis in ontwikkeling van plannen, dus dat sluit hier mooi bij aan, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Verbaarschot van de VVA. De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter. Ik heb partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum nog nooit zo’n mooi idee horen vertellen over de vergroening van de maatschappij. Ik sta daar helemaal achter, perfect. Meer groen in de tuin is inderdaad een heel goede oplossing. Bedankt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Als het ‘…’, dan moet ik natuurlijk ook een antwoord komen. Hij is er helemaal op gekleed, is al gezegd, en zelfs zijn pen is groen geworden vandaag. Maar alle gekheid,

vergroening, dat spreekt ons zeer zeker aan. Of dat nu helemaal een punt is om hier dat zover te regelen, er zijn natuurlijk al heel wat partijen, Brabants Landschap, Altenatuur, die ook al heel veel voor natuur doen, wandelpaden beschikbaar openstellen. De SGP haalde het al aan, we hebben het ook nog niet helemaal concreet in beeld wat er nou precies de doelstelling van is. Er zijn heel veel ommetjes te maken, heel veel groen is er al en dat moeten we zeker blijven koesteren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zaal van het CDA. Mevrouw Zaal: Dank u wel, voorzitter. Dank voor dit mooie betoog. Zeker, CDA Altena is ook een groot voorstander van het groen in en om de dorpen. Daar hebben we ons ook hard voor gemaakt in het verkiezingsprogramma, dus wat dat betreft ondersteunen we dit ook zeer zeker. Maar ik wil ook wel graag de beantwoording afwachten, van wie dat dan ook gaat worden, want wij beseffen ook dat er op dit moment al best het een en ander aan gedaan wordt. Denk eens bijvoorbeeld aan de ommetjes die nu in Eethen gemaakt kunnen worden, een project dat heel mooi is opgezet. Naar mijn weten is er ook een onderdeel in opgenomen in het bestuursakkoord met een specifiek doel op dit punt.

Dus we ondersteunen uw betoog van harte, staan daar ook achter, maar wachten ook de beantwoording van het college af, omdat we beseffen dat er zeker al stappen op dit punt genomen worden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoegee, AltenaLokaal. De heer Hoegee: Dank u, voorzitter. Ja, een prima idee, maar zoals de vorige sprekers ook al aangaven, er zit waarschijnlijk al een hoop staat al op papier in het bestuursakkoord, ook in deze begroting. Bij het groenonderhoud, tegels eruit, meer bomen erin, rekening houden met de biodiversiteit. Dus ik denk dat er al veel geregeld wordt, maar ik ben benieuwd naar het antwoord van de … O, ik neem mijn kaartje al mee. In deze hoe die aankijkt tegen de ommetjes die, zoals gezegd, eigenlijk ook al druk aan gewerkt worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Alderliesten, u mag eerst nog reageren, voordat ik om ga kijken. De heer Alderliesten: Het wordt voor mij ook een beetje de vraag welke wethouder straks opstaat, maar goed. Nee, om even te reageren op alle partijen. Want de SGP gaf aan dat juist heel veel dingen vanuit sport genoemd werden in het betoog, maar dat was juist niet het geval. De constatering was dat er heel veel aan sport gekoppeld is en wij zien het juist graag breder.

Wij zouden het graag willen koppelen aan bewegen, naar buiten gaan en routegebonden vergroening van de dorpen. Dat is denk ik ook meteen het antwoord op de heer Hoegee als laatste, die inderdaad terecht aangeeft: we doen veel aan tegelwippen, we doen veel aan verharding eruit en groen erin. Dat klopt, alleen dat zijn vaak eilandjes. Waar wij juist hier een meerwaarde inzien is dat routegebonden ommetjes, het woord zegt het al, dat daar wat meer druk op gezet wordt, of wat meer in ontwikkeld wordt, zodat juist ook die beweging gestimuleerd wordt. Zodat je inderdaad – en met dank aan wat de ChristenUnie daarover gezegd heeft – niet alleen het aantal vierkante meters groen gehaald wordt, maar juist die verbinding van die vierkante meters groen waardoor het aantrekkelijk en prettig is om een ommetje te maken. Juist ook, in reactie op de VVD, om in dat buitengebied, waar heel veel ommetjes zijn, om die te verknopen met het binnengebied. Want dat is vaak, dat gaf de ChristenUnie natuurlijk ook aan, dat is vaak het probleem. Jarenlang hebben we onder onder andere het juk van de provincie inbreiden, inbreiden gepredikt, waardoor de routegebonden verbinding met het buitengebied eigenlijk afgeknepen is. Die zien we graag hersteld en dat nodigt nog meer uit tot beweging.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. We gaan eens luisteren naar het college bij monde van … Van de portefeuillehouder Groene Ommetjes. De heer Van Vugt: Voorzitter, gaandeweg het betoog van de heer Alderliesten ben ik steeds meer van hem gaan houden. Want ja, wij zijn het als college hartstikke met u eens en het feit dat u mijn naam hier onder het scherm ziet geeft ook aan hoe integraal wij werken. Het is een uitdaging van het hele college inderdaad om de vergroening in Altena vorm te geven en volgens mij hebben we ook de afgelopen tijd al laten zien dat we dat thema heel serieus nemen. Ik noem het voorbeeld van bijvoorbeeld De Lankert, maar ook werken we op dit moment aan een ommetje rond Hank, wat u ongetwijfeld ook iets moet zeggen. Ook in Andel wordt gekeken naar ommetjes en inderdaad, om ook de combi te maken tussen binnengebied en buitengebied. Dus op die manier zijn we volgens mij volop actief bezig met vergroening van Altena en het ook zo aantrekkelijk maken van ons gebied. Ik kan er nog aan toevoegen dat bijvoorbeeld ook een heel belangrijk ommetje is, dat is bijvoorbeeld Fietsen voor je eten, waarbij je letterlijk ook de fiets pakt en niet alleen je beweging pakt, maar ook nog even je gezonde maaltijd oppikt. Dus volgens mij op allerlei manieren komt het bij elkaar samen en werkt dit hele college integraal aan de vergroening van Altena.

Daarom was het ook zo ingewikkeld om te kijken: wie is nou de woordvoerder? Want we zijn het eigenlijk allemaal, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ik kijk naar mijnheer Alderliesten. Zelden zo’n integraal antwoord van een college gekregen, denk ik. De heer Alderliesten: En zelden zo’n gloedvolle liefdesbetuiging, voorzitter. Het is mij niet gegund. Nee, kijk, hartstikke blij natuurlijk met de reactie en ook hartstikke blij met de steun van allemaal. Waar het ons voornamelijk om gaat is dat we ook inderdaad die beweging kunnen koppelen aan ontmoeting buiten. De integraliteit spat ervan af en ik incasseer het maar even als een grote steunbetuiging vanuit zowel raad als college. Tot zover, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Zo, ik heb weer beltegoed nu, dat is voor u allemaal. 3.2 Indexering subsidies (Openbaar bibliotheekwerk) (Progressief Altena) De voorzitter: We gaan verder met agendapunt 3.2, de ‘Indexering subsidies (Openbaar bibliotheekwerk)’. Progressief Altena, mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Dank u wel, voorzitter. Tijdens de kaderbrief is er een motie aangenomen om te kijken naar de indexatie van de subsidies. Hier is invulling aan gegeven door een indexatie van vijf procent aan te nemen. Bij deze indexatie is echter het openbaar bibliotheekwerk uitgesloten.

Ze hebben alleen ook te maken met kostenstijgingen door inflatie, stijging van de energiekosten en salarisverhogingen. Wij maken ons zorgen dat door het uitblijven van deze indexatie het bibliotheekwerk in het gedrang komt. Delen andere fracties en de portefeuillehouder deze zorgen? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Ik kijk rond, ik zie de heer Duizer van de ChristenUnie opstaan. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Als het inderdaad er zo in staat, het is ons zelf niet opgevallen, maar als het er zo in staat dat alleen de bibliotheek wordt uitgesloten van de indexatie, zijn we erg benieuwd naar de motivatie van het college waarom dat zo is, maar u heeft een terecht punt als dat inderdaad niet zo gebeurd is. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Ik sluit me eigenlijk aan bij de heer Duizer. Wij zijn ook wel benieuwd waarom de bibliotheken specifiek uitgesloten zijn. Ik heb nog een andere vraag, als u mij dat vergunt, voorzitter, want het is eigenlijk misschien een vraag die al bij de technische behandeling naar voren had moeten komen. De motie is ingediend dacht ik door de ChristenUnie en de VVD toen en in eerste instantie werd daar opgeroepen voor een indexatie van vijf procent. Die is er uiteindelijk uit gehaald en in de motie is toen vooral nog terecht gekomen dat er gekeken moest worden naar een structurele oplossing voor het indexeren van subsidies van verenigingen. Alleen, als we nu kijken naar wat er in de begroting staat, dan wordt er uiteindelijk invulling gegeven aan de motie door nu eenmalig vijf procent te indexeren. Maar volgens mij voldoen we daarmee uiteindelijk niet aan hetgeen waartoe er in de motie is opgeroepen, dus wellicht dat we daar nog een antwoord van kunnen krijgen vanuit het college. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. De heer Den Haan. Ja, en mijnheer Verbaarschot ook nog. Mijnheer Verbaarschot, u stond er als eerste, sorry. Dan doen we het zo. De heer Verbaarschot: Ook ik ben geduldig. Maar ja, een goed punt. Vijf procent ook voor de bibliotheek, ik denk dat dat niet meer dan logisch is.

De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Dank u wel. De motie ging inderdaad over een structurele oplossing en wat ons betreft is daar een beginnetje toe gemaakt om voor het eerste jaar dan maar even vijf procent te kiezen, wat niet het einde is van de uitvoering van de motie, zo hebben wij dat maar geïnterpreteerd. Wij waren zo naïef om in de begroting te lezen over de bibliotheek en die andere grote aanbieders dat het college daar zegt: daar doen we niet dan vijf procent, maar dat was volgens ons niet automatisch het geval dat het dan drie procent zou zijn. Volgens mij is dat percentage dan ter discussie, juist omdat het zo’n grote aanbieder is die waarschijnlijk gewoon een voorziening in de vorm van een subsidie op maat krijgt. Maar dat zullen we dan hierachter nog wel horen wat daar de waarheid van is, dus we zijn ook benieuwd wat de uitleg is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Voorzitter, dankjewel. Natuurlijk is het even belangrijk dat we horen van het college hoe de zaken er nu voorstaan, waarbij ik dan ook hoop dat beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Het zou natuurlijk gek zijn als wij nu als AltenaLokaal zeggen dat de bibliotheek hier niet bij zou horen als we net ook al zo’n vurig pleidooi hebben gehouden over die sociaal maatschappelijke functie die ze hebben.

Dus wij onderschrijven het initiatief vanuit PA en ook het belangrijke werk wat in de bibliotheek gedaan wordt. Maar nogmaals, we wachten ook even af het antwoord van het college. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. De heer Verdoorn van het CDA. De heer Verdoorn: Dank u wel, voorzitter. Wij wachten ook even het college af en we zien dit ook een beetje in de lijn van punt 2.1 wat vanmiddag al behandeld is. Daar zou ik het ook bijvoorbeeld samen in een motie mee kunnen vullen over twee weken, dus daar staan wij ook voor open en ik denk AltenaLokaal ook, als ik het zo hoor. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verdoorn. Dat is werk wat u moet doen allemaal samen, maar we gaan in ieder geval luisteren naar het college. Mevrouw Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik benadrukken en ik hoor dat hier ook in deze raadzaal, dat wij vinden dat de bibliotheek heel belangrijk werk doet. Zij creëren onder andere een ontmoetingsplek voor mensen, een plaats om te leren en te lezen en laten ons kennismaken met kunst en cultuur. Dat wij dit waarderen en willen dat de bibliotheek dit werk ook in onze gemeente blijft doen, hebben wij dit jaar ook financieel laten zien, want we hebben sinds dit jaar 2022 de subsidie verhoogd met 200.000 euro en de totale subsidieverstrekking aan de bibliotheek is daarmee op 1,2 miljoen euro gekomen. Ook wij hebben berichten ontvangen van de bibliotheek dat volgens hen deze verhoging niet voldoende is. Voor mij een signaal om de subsidieregeling die we nu hebben met de bibliotheek binnenkort te evalueren en verder onder de loep te nemen. Wat is financieel haalbaar en wat zijn de wederzijdse verwachtingen? We willen dit eigenlijk begin volgend jaar oppakken. De indexering waar u het over heeft van die vijf procent heeft betrekking op een aantal subsidieregelingen. Ze zijn uitgeschreven in de begrotingstekst op bladzijde 8.

De subsidieregelingen zoals voor de bibliotheek, maar ook voor peuteropvang, VvE en welzijnsorganisaties zijn hiervan uitgezonderd, omdat we met hen specifieke contractafspraken gemaakt hebben. Voor een oplossing op de korte termijn voor de bibliotheek sluit ik me aan voor nu bij de beantwoording van mijn collega bij agendapunt 2.1 over een op te stellen fonds voor bijvoorbeeld verenigingen, instellingen, samenwerkingspartners, zodat ook zij aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming voor de problemen die zijn ontstaan door de stijgende energielasten. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Ooijen. Dan kijk ik naar mevrouw Hofstede op welke wijze zij het debat waardeert. Mevrouw Hofstede: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, portefeuillehouder, voor dit antwoord en ook alle collega-raadsleden voor de steun. We nemen dit in beraad en we zullen eventueel daarop terugkomen. De voorzitter: Dank u wel. Het zal ongetwijfeld ook over twee weken op een of andere manier onderdeel van het debat gaan uitmaken, heb ik zomaar eens het gevoel. 3.3 Strategisch grondbeleid industrieterreinen (ChristenUnie) De voorzitter: Agendapunt 3.3, ‘Strategisch grondbeleid industrieterreinen’. De ChristenUnie, mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u, voorzitter.

Tijdens de behandeling van de begroting, of tenminste, het informele overleg met de ambtenaren, is er ter sprake gekomen op welke wijze wij ons inzetten voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Het blijkt dat wij toch met name vraaggestuurd werken, dus als er veel vraag is, dan gaan we daar industrieterrein voor ontwikkelen, maar dat betekent ook dat we eigenlijk altijd een beetje achterlopen in de ontwikkeling van industrieterreinen. Ik heb eerder deze middag/avond ook al gehoord dat we zo zachtjes aan een grotere gemeente zijn. Van de SGP is ook al aangegeven: we moeten ons meer inzetten in wat groter worden, wat strategischer ons overleg te voeren met provincies et cetera en ik denk dat dit ook één zo’n punt is. Het zou goed zijn als we van een vraaggestuurde ontwikkeling naar meer een strategische ontwikkeling van bedrijventerreinen gaan, zodat we als raad en als gemeente wat meer in de lead zijn, dat we kunnen zeggen wat we wel willen en wat we niet willen. Het gaat ons niet per se om heel veel industrieterrein, maar wel gewoon een goede focus en zorgen dat je de ontwikkelingen probeert voor te zijn, dat op het moment dat onze ondernemers die ruimte nodig hebben, dat we ook wat meer kunnen bieden als op dit moment. We zijn groter als Waalwijk, we zijn groter als Oosterhout en binnen de Baronie zijn we na

Breda de grootste, zullen we maar zeggen. Dat schept ook verwachtingen en die denk ik ook dat wij dat moeten waarmaken. Vandaar onze oproep om iets meer strategisch te sturen op bedrijventerreinen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Ik kijk rond, vanuit andere fracties? Mijnheer Bakker, AltenaLokaal. De heer Bakker: Voorzitter, dank u wel. Ik heb alleen één vraag over het verhaal. Misschien nog wel meerdere vragen, maar laat ik beginnen met de vraag te stellen, we hebben in maart van dit jaar onze visie Werken in Altena vastgesteld, daar staat letterlijk in dat we vraaggestuurd gaan werken. Dus we hebben nog geen jaar geleden die visie vastgesteld en nu willen we iets anders gaan doen. Ik krijg uit het verhaal van de heer Duizer niet helemaal duidelijk wat de reden dan is waarom wij nu dan het verhaal in één keer anders moeten gaan doen. Daar komt nog extra bij dat we ook in de laatste informatie over de noordelijke ontsluiting van Werkendam daar ook gelijk in de raadsinformatiebrief die daarover verschenen is ook het een en ander staat over dat daar gekeken gaat worden rechtstreeks ook naar een industrieterrein om daar misschien uit te breiden. Dus volgens mij zijn we voor een deel al daarmee bezig enerzijds en nogmaals, dan blijft de vraag vooral staan: waarom zouden wij nu in één keer een andere visie moeten gaan krijgen? Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Mijnheer Versluis van de SGP. Ja, u mag gewoon naar de microfoon lopen, ik zie sommige mensen schijnbewegingen maken. De heer Versluis: Ik zit liever dan dat ik sta, burgemeester, dus daarom kom ik wat later. Op zich, volgens mij er wordt hier een voorstel gedaan om van vraaggestuurd naar strategisch beleid te gaan. Wat ik wel heb gehoord en dat vind ik ook een belangrijke, is dat de heer Duizer aangeeft: we lopen nu achter de feiten. Dat weten we, daar hebben we het heel veel over gehad en we zouden het allemaal meer en sneller willen. Dus ja, alles wat helpt om niet meer achter de feiten aan te lopen, dat zou ik toejuichen. En strategisch beleid, is dat nou echt zo afwijkend van vraaggestuurd? Want het is natuurlijk niet op dit moment zo dat er eerst een stapeltje ligt: dit zijn bedrijven die vragen en daar gaan we kijken wat we gaan ontwikkelen. Dus er zitten natuurlijk ook wel wat langere trajecten aan. Maar ja, ik zou benieuwd zijn wat voor u nou echt anders is als wat we nu doen. Dus wat is de definitie van strategisch versus vraaggestuurd? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ik denk dat het een beetje in lijn ligt met wat er al gezegd is.

De zoektocht is een beetje: wat gaan we inderdaad anders doen? De omgevingsvisie komt eraan, we hebben de visie Werk in Altena. Uiteindelijk moeten we ook bij het überhaupt kunnen realiseren van uitbreidingen van bedrijfsterreinen de behoefte daarin aantonen, daar liggen rapporten aan ten grondslag. Dat moet allemaal gebeuren, dat gebeurt volgens mij ook. Ik ben een beetje op zoek – en dat was misschien ook een van de schijnbewegingen – wat de heer Duizer nou precies nog extra graag zou willen zien. De voorzitter: Mijnheer Vos van het CDA. De heer Vos: Dank u wel, mijnheer Duizer en voorzitter. Ik kan me eigenlijk alleen maar aansluiten vooral bij de heer Versluis, alles wat kan helpen willen wij heel graag over meedenken. Als u betere of snellere mogelijkheden ziet en vooral, ik denk dat het bij u om die betere mogelijkheden gaat, zoals ik het begrijp, dan horen we dat heel erg graag en ik wil ook graag horen hoe dat de wethouder daarover denkt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Timmermans van de VVA.

De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Korte reactie. Ik denk dat het ook elkaar niet uit hoeft te sluiten. Ik denk dat het zowel allebei kan, dat het ook wel belangrijk is om als gemeente een visie te hebben welke kant dat je uit gaat, maar de aanpak die we inderdaad al eerder hebben vastgesteld, dat dat het beste voor de ondernemende kant werkt. Dus ik denk dat het elkaar op zich niet hoeft te bijten, maar het college graag een antwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Duizer krijgt als eerste de kans om op de inbreng te reageren. Gaat uw gang. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Dat klopt inderdaad dat je ook de vraag natuurlijk niet moet negeren. Als er vraag is om een industrieterrein, moet je daar zeker aan werken. Maar je merkt ook bij ondernemers dat ze graag rondom het plekje waar ze zitten dan iets willen ontwikkelen en soms zijn er andere locaties waar we wel degelijk ook iets kunnen ontwikkelen en sneller kunnen ontwikkelen, terwijl we allemaal blijven kijken naar dat plekje wat de ondernemers hebben gezegd: als je daar nou voor mij uitbreidt, dan komt het goed. Dus we moeten het er bovenop doen, de nieuwe plekken ook zoeken, dan kunnen we ook, als we het over de omgevingsvisie hebben, de verbindingen goed pakken, zorgen dat er een goede aansluiting is op de A27.

Er zijn meer kansen te benutten dan dat we nu doen en vandaar iets meer een proactieve houding vanuit de gemeente. De voorzitter: Bij interruptie, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Wat je dan vaak weer krijgt is dat je dus, als je nieuwe terreinen gaat zoeken, dan krijg je dus het probleem dat de oude gebieden eigenlijk verpauperen vaak. Dus ik ben het wel met u eens dat we verder moeten kijken ook naar nieuwe stukken, alleen als je dus zegt: bedrijven, ga hier weg en ga daar naartoe. Dat zie je dus dat de oude lokale industrieterreintjes dan misschien wel leeglopen of verpauperen, dat zou ook zonde zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. U mag antwoorden, mijnheer Duizer, dan kan mijnheer Vos naar de microfoon lopen. De heer Duizer: Vandaar juist strategisch. In een strategie neem je ook dat mee. Dus zoals u zelf ook zei, het een moet je niet uitsluiten, maar het ander kun je dan zeker wel doen. Er zijn zeker nog meer mogelijkheden. De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Vos: Kunt u ook voorbeelden noemen? U zei net, er zijn ondernemers en die zeggen: ik wil eigenlijk heel graag daar zitten en regel het maar even voor me, dan komt het allemaal wel goed. U zegt: maar op een andere plek zitten ze misschien veel beter. Maar kunt u daar iets duidelijker in zijn? De heer Duizer: Dat kan.

We hebben pas … Ja, trouwens, ik weet niet of dat kan, want dat is ons in beslotenheid medegedeeld. De heer Vos: Dan kan dat niet. Nee, dat kan niet. U bent klaar, mijnheer Duizer? Dan gaan we even naar het college luisteren. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Ik sluit een beetje aan bij de opmerking van de heer Timmermans. De vraag is of vraaggericht en strategische ontwikkelingen haaks op elkaar zouden moeten staan of dat ze niet veel meer

in elkaars verlengde zouden liggen in de praktijk. Maar dat even terzijde, voorzitter. De raad heeft deze portefeuillehouder nog niet zo erg lang geleden opgeroepen tot actie. Ik heb ook toegezegd dat wij hard gaan werken aan een notitie waarin wij helder willen maken wat wij de toekomst zien en de noodzaak van de uitbreiding van de bedrijventerreinen. De insteek is dat er heel actueel er een projectopdracht geformuleerd is waarbij het mijn bedoeling is om als het even kan in het eerste kwartaal volgend jaar naar de raad te komen met, ik noem het maar even een soort kaderstellende notitie en direct daarachteraan de uitgangspunten verder uit te gaan werken en ik hoop dat we volgend jaar rond de zomer, gezien de urgentie die er is, met elkaar dat vast kunnen stellen. Dat is één. Dat leidt wat mij betreft ook tot een stuk helderheid en onderbouwing van het belang van Werkendam-Noord. Daar hebben we natuurlijk met elkaar al over gesproken. Punt blijft wel dat we dat op gaan bouwen aan de hand van de daadwerkelijke behoefte. Als de heer Duizer daar een ander accent legt, dan moet ik hem wel vertellen dat natuurlijk de gemeente niet alleen de mogelijkheid krijgt om bedrijventerreinen te exploiteren, maar dat dat in afstemming met de regio moet en vervolgens ook in afstemming met de provincie.

Als er nu één ding in beton gegoten is, dan is dat de provincie zegt: het vraaggestuurd ontwikkelen van bedrijventerreinen is het uitgangspunt. Dat betekent heel concreet: als we met elkaar bijvoorbeeld Werkendam-Noord of een andere te ontwikkelen locatie mogelijk willen maken en we moeten daar met elkaar over spreken, dan moet je dat aan kunnen tonen aan de hand van een hele concrete vraag, waarbij er uiteraard wel een doorkijk kan zijn naar bijvoorbeeld 2030, zo redeneert de provincie ook, maar men wil wel koste wat kost voorkomen dat er leegstand ontstaat. Punt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Dan zal ik toch een voorbeeld aanhalen wat in dat gesprek plaatsvond. Ik vroeg de ambtenaar: waarom is er in Waalwijk dan bijvoorbeeld meer ruimte om voor nieuwe bedrijven zich daar te vestigen dan in Altena? Daar schemerde een beetje door: misschien hebben die iets meer in hun strategie vastgelegd wat de vraag is, in plaats van hem heel concreet te koppelen aan de vraag vanuit de ondernemers uit ons gebied. Want ook een ondernemer kan nog niet zeggen wat hij over vijf of over tien jaar nodig heeft, dus mijn beeld was dat er met iets meer visie, en dan kan het nog inderdaad vraaggestuurd zijn, we moeten hem onderbouwen, dat snap ik helemaal.

Maar als we iets beter kunnen onderbouwen en de vraag voor zijn die je over twee of drie jaar kunt verwachten van ondernemers omdat je doorkijkt van wat de ontwikkelingen zijn, dat we daar de ruimte zoeken. Maar volgens mij zoekt u hem wel en dat waardeer ik zeker in u en u zoekt ook naar de strategie, dat hoor ik ook wel door uw woorden heen, maar misschien nog net eventjes een klein stapje meer. De voorzitter: Wethouder Tanis nog. De heer Tanis: Waarbij het natuurlijk wel zo is, voorzitter, als reactie in de richting van de heer Duizer, ik hoor u Waalwijk als voorbeeld noemen. In de strategie die het vorige college aan de raad aangeboden heeft, de visie op werken, daar is expliciet aangegeven, niet impliciet, maar expliciet, dat wij bij de berekening van de benodigde hoeveelheid vierkante meters voor bedrijventerreinen ons richten op bedrijven uit Altena en niet op bedrijven die toevallig voorbijkomen en een plekje zoeken. Dus het uitgangspunt ook voor de op te stellen bedrijventerreinenstrategie is voor mij wel en voor het college de nota die de raad heeft vastgesteld. Als de raad zegt: kijk, daar moeten we met elkaar nog een discussie over voeren en andere accenten. Ja, dan zou ik dat graag doen op het moment dat we met die kaders en dat ik met die kaderstellende notitie naar de raad kom, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis.

Ter afronding, mijnheer Duizer, denk ik.

De heer Duizer: We zijn het ermee eens dat je het inderdaad met name op de bedrijven uit Altena. We hoeven geen grote vlakken zoals in Waalwijk te ontwikkelen, maar ik probeer ook mee te geven dat een deel van de bedrijven, die denkt tien jaar, vijftien jaar vooruit, maar een heel deel schakelt ook gewoon per jaar en zeker in deze tijden, dus laten we dat voor zijn. De voorzitter: Dank u. Het is aan u om te kijken of u daar nog iets mee wil doen. Volgens mij hebben wij hiermee Programma 3 Veelzijdig Altena … Nee, nee, sorry, ik ben iets te snel, ik wil te snel. 3.4 Onderzoek uitbreidingen Bedrijfsinvesteringszones (BIZ) (VVD) De voorzitter: Agendapunt 3.4, ‘Onderzoek uitbreidingen Bedrijfsinvesteringszones’. De heer Kolff. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Zoals het al in het papier staat, de VVD denkt erover om de BIZ, we kennen het vanuit het Werkendamse, om daar een onderzoek naar te gaan doen wat de haalbaarheid is en wat de behoefte daaraan is in onze hele gemeente. We waren een keer op werkbezoek in de BIZ in de winkelstraten Werkendam en dan zie je de kwaliteit en de voordelen van de samenwerking met de gemeente en wat er mogelijk is op zo’n gebied, wat er afgesproken kan worden, en vooral wat er geregeld onderling met elkaar kan worden. Dus wij vragen het college eigenlijk op om eenvoudig een onderzoek te doen wat de mogelijkheden zijn.

Dan denken wij vooral aan de bedrijventerreinen om een BIZ te hebben en aan winkelcentrums, of andere dorpskernen die elkaar kunnen versterken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Kijk, mijnheer Vos is nu als eerste bij de microfoon. Ja, gaat uw gang. De heer Vos: Een onderzoek kunnen wij volledig steunen, mijnheer Kolff, zo lang als het maar vanuit ook de ondernemers zelf komt, dus niet dat we iets op gaan leggen. Maar onderzoeker is onderzoek, dus dat lijkt me helder. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ik zou eigenlijk een vraag willen stellen ter aanvulling. Een BIZ regelen is best ingewikkeld en aan heel veel regels gebonden. Er zijn in den lande ook al langer ook andere voorbeelden, bijvoorbeeld een ondernemersfonds waar de gemeente ook een rol heeft om het geld te innen, maar waar een stichting het beheert en waarmee op een eenvoudigere wijze hetzelfde doel kan worden bereikt, in ieder geval dat er een bijdrage geleverd kan worden aan elkaar, aan verbetering van openbare ruimte bijvoorbeeld, of reclame voor elkaar. Dus je bereikt hetzelfde doel, maar op een eenvoudigere manier. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Versluis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12036935/2