2022 10 25 Gemeente Altena Gemeenteraad
Tekst van het document
Ik dacht, misschien zoekt u nog naar de financiële uitwerking in de begroting, maar dat weet ik niet, maar wil ik u ook even vast meegeven. Die staat bij programma 2 genoemd en die staat onder 6.1, Samen kracht en burgerparticipatie, daar zie je de financiële uitwerking van dit agendapunt. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Ooijen. Mijnheer Duizer, tot slot. De heer Duizer: Ik dank de wethouder voor de ondersteuning en laten we inderdaad, het was een ondersteuning van volgens mij de coalitie en waar we met zijn allen mee bezig zijn. Een beetje jammer dat het CDA daar zo op reageert, maar ik ben blij dat de wethouder het wel positief oppakt. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee hebben we programma 1 gehad.
Programma 2 Altena samenredzaam 2.1 Gevolgen energiecrisis voor verenigingen, accommodaties en instellingen (AltenaLokaal en Progressief Altena) De voorzitter: Dan gaan we naar ‘Programma 2 Altena samenredzaam’. Ik kijk even, we lopen vier minuten achter op het tijdschema, dus dat gaat nog buitengewoon goed. Agendapunt 2.1, de ‘Gevolgen van de energiecrisis’. AltenaLokaal, de heer Den Haan. De heer Den Haan: Dankjewel, voorzitter. Of we bij dit onderwerp gaan inlopen weet ik niet, maar ik laat in ieder geval een lange inleiding achterwege, maar begin met de vraag. Wat nou als het boven druppelt? Dan kennen we het antwoord, dan regent het beneden. Maar de volgende vraag is dan: wat dan als het boven stortregent? Dan komt het water beneden aan je lippen te staan. Dan kunnen we twee dingen doen: wachten tot het stopt met regenen, of zelf aan de bak gaan om erger te voorkomen. Dat is eigenlijk, kijkend naar mijn collega’s, de strekking van de inzet van mijn betoog namens AltenaLokaal om in het kader van onze begroting in Altena een belangrijke en als het lukt raadsbrede wijziging aan te brengen. De energiecrisis is er, over het hoe en waarom en vooral door wie gaan wij lokaal niet uitkomen, laat staan dat we ook niet weten wanneer die ophoudt.
Wat we wel kunnen doen is als we vlees op de botten hebben – en dat hebben we kennelijk vanuit goed rentmeesterschap, de complimenten daarvoor – is het om in noodsituaties zelf in te grijpen en maatwerk te leveren waar het kan, maar vooral samen in te zien dat het nodig is. En niet wachten. Want voorzitter, deze crisis is nu niet alleen actueel, maar laat iedereen zoeken en gissen naar informatie wat voor hem of haar betekent. Dat zorgt ook voor grote onrust. Maar deze crisis zal nog een grotere tsunami aan gevolg hebben en achter zich aan krijgen als we niet snel ingrijpen. Zoveel is wel duidelijk en daar zouden wij lokaal vreselijk veel last van kunnen krijgen. We hebben als raad, als partijen, als college, als gemeente nu de taak verenigingen, stichtingen, accommodaties te helpen overeind te blijven om onze toekomst te waarborgen. Want bij het wegvallen van deze o zo noodzakelijke cementlaag, smeerolie – daar hebben we het al vaker over gehad – in onze samenleving zijn we gedoemd te verliezen en lopen we wat ons betreft recht in het mes. We krijgen dan binnen een paar jaar hier voor de rekening dubbel en dwars en niet meer te herstellen gepresenteerd en dat is geen toekomst voor onze gemeenschap en de toekomst voor jong en oud in Altena.
Voorzitter, vanuit AltenaLokaal denken we dat we dat kunnen doen door nu in deze crisis zwaarder dan ooit te investeren in allen die de zo zwaar belangrijke sociale functie vervullen in onze samenleving in Altena. In de zin van bewegen, fitheid, mentale en fysieke gezondheid, welzijn, cultureel, historisch, noem maar op. Investeren door vanuit reserves, die er nu zijn, voor noodsituaties, en dat is dit, ruimte te maken om oplossingen te zoeken. Investeren dus ook in meer personeel om vanuit de gemeente goed contact te maken en te houden met deze superbelangrijke doelgroep. Een cruciale investering ook die hoort bij dienstverlening en vertrouwen. Investeren ook door extra maatregelen op het gebied van duurzaamheid te bekijken om die toekomst zeker te stellen en zware klappen zoals deze te kunnen opvangen. Deze investering die je nu – als je het vanuit het glas leeg bekijkt – wellicht pijn doet, maar de pijn wordt wat ons betreft vele malen groter als je nu niet investeert en je reserves hier nu niet voor gebruikt. Ik kom tot een afronding, voorzitter. Er zijn veel tegels binnen Vitaal Altena die hiermee te maken hebben en wij vertrouwen erop dat ons college hiermee snel aan de slag gaat en ons als raad blijft informeren, zodat we bij de uitvoering weg kunnen blijven en ons kunnen richten op onze hoofdtaak als raad.
Voorzitter, normaal eindig je dan met de aankondiging dat je, afhankelijk van wat er allemaal gaat gebeuren, wellicht op 8 november met een motie of amendement komt, dat je dat in voorbereiding hebt, maar dat ligt eigenlijk al bij alle partijen en ik ben heel benieuwd wat mijn collega’s vanuit de raad vinden van de gedachte zoals hier nu net verwoord. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Dan geef ik het woord even aan Progressief Altena, want die hadden hetzelfde onderwerp ook aangekondigd. Mevrouw Hofstede: Dank u, voorzitter. Dank u, mijnheer Den Haan. Wij hadden dit punt eigenlijk inderdaad ook ingebracht, dus ik kan eigenlijk niet meer dan me aansluiten bij de prachtige woorden van mijnheer Den Haan. Ik zal het echt kort houden, we sluiten ons daarbij aan. De voorzitter: Mooi. Dan kijk ik even rond of er behoefte is vanuit de andere fracties. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij onderkennen het probleem als ChristenUnie zijnde zeker. We gaan straks daar ook nog iets over betogen, dus we staan inderdaad aan uw zijde, AltenaLokaal en Progressief Altena. De gevolgen heeft u ook geschetst en ook die onderkennen we, alleen uw oplossing, ik denk dat u daar nog iets concreter voor ons mag worden. Want u zegt heel breed eigenlijk, meer personeel, meer voorzieningen, meer verduurzamen gebouwen. Dan denk ik, dat is voor mij zo algemeen, laten we dan, we hadden het net over successen vieren, laten we dan de lat wat lager leggen en te zeggen: als we dat doel behaald hebben, dat concrete doel behaald hebben, dan hebben we die verenigingen – waarvan we allemaal onderschrijven dat die enorm belangrijk zijn – de organisaties waarbij die echt geholpen zijn.
Dus wat mij betreft, ja, u vindt ons aan uw zijde, maar maak het eens iets concreter. Wat is het nu precies? Is het en-en-en, dus meer personeel en voorzieningen en noem maar op. Dan denk ik: dan moet er misschien toch ook even een prijskaartje aan gehangen worden, want anders weten we niet waar we uitkomen. En ja, we vinden het heel belangrijk, maar wel graag focus. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is het probleem wat u schetst wordt breed onderkend en ik denk dat iedereen hier wel snapt dat instellingen en verenigingen het moeilijk hebben in deze tijd. We hebben ook met elkaar ook al een keertje een vergelijkbaar gesprek gehad, de gevolgen van corona. Toen hebben we volgens mij met elkaar wel afgesproken: wat er ook gebeurt, we laten onze verenigingen niet omvallen door corona. Ik denk dat we hetzelfde geldt ook wel kunnen zeggen: we laten onze verenigingen niet omvallen vanwege de energiecrisis. Dus dat standpunt wordt wel breed gedeeld, maar ik zoek ook een beetje, net als mevrouw Schermers: wat wilt u nu concreet doen? Als u wil bereiken dat we dit allemaal uitspreken en dat we daarvoor gaan staan, dan is dat doel denk ik na vanavond wel bereikt, maar wilt u nog iets meer? Daar ben ik nog een beetje naar op zoek. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Verdoorn van het CDA.
De heer Verdoorn: Dank u wel, voorzitter. Wij erkennen ook de problemen die AltenaLokaal schetst en we zitten ook een beetje op de lijn van de VVD: wat voor middelen zijn ervoor nodig? We willen het ook graag in combinatie met verduurzaming doen, denk aan ledverlichting en zonnepanelen, die kunnen het ook voor de toekomst voor verenigingen weer makkelijk maken, dat we niet alleen eventjes kort een oplossing hebben, maar ook op de lange termijn een oplossing aandragen voor deze verenigingen en stichtingen. Maar vergeet ook niet bijvoorbeeld, op de achterkant staat nog een onderwerp van de bibliotheek, die kunnen we er ook in meenemen. Maar denk ook aan kerken die het ook op dit moment moeilijk hebben om op zondag de kerk te verwarmen. En ja, wat kunnen we daar allemaal aan doen? Dus ik vind het een prima oproep en welke mogelijkheden ziet ook AltenaLokaal, maar ook het college hierin om een mooi voorstel te maken, of om deze verenigingen en stichtingen te helpen, en hoe snel kunnen we helpen? Want bij sommigen is het echt dat er morgen iets nodig is om verder te gaan en ja, daar wil ik nog graag even antwoord op. Dank u, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verdoorn. Mijnheer Noordergraaf van de SGP. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Ook vanuit onze fractie sympathie voor wat AltenaLokaal en Progressief Altena inbrengen. Ook wel met de vragen die al gesteld zijn over het concretiseren en ik denk ook wel dat we aan een stukje verwachtingenmanagement moeten doen, want anders zou het sentiment kunnen bestaan – en ik neem niet aan dat u hem zo bedoelt – maar dan zou het sentiment kunnen bestaan: ik red het even niet, de gemeente plust wel bij op wat voor manier dan ook. Dus ik denk wel dat er een stukje balans in heel die discussie, helderheid, waar stellen we dan een bepaald kader, wel belangrijk is in deze. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Dan ga ik via mevrouw Hofstede kom ik weer bij de heer Den Haan terecht, vindt u dat goed? Nee? Nou, dan kom ik toch sneller bij u terecht, mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dankjewel, voorzitter, dat scheelt tijd. Collega’s, dank. Ik haal er even een aantal onderwerpen uit, want ik wilde juist wegblijven in het betoog van allerlei voorbeelden noemen, want dan ga ik weer op de uitvoering zitten en dat zijn nou net die dingen die ik aan het college over wil laten om daar met een plan te komen en inderdaad, als het gaat over het tijdsplan, wel zo snel mogelijk.
Dat ben ik wel bijvoorbeeld met de heer Verdoorn eens, het is op dit moment wel noodzaak, dus dat betekent voor mij dan vooral – en dat zat in mijn verhaal opgesloten – zo snel mogelijk investeren in dat contact met die verenigingen. Want dat haal je op bij die verenigingen, dat doe je niet top-down, dat je denkt: ik moet beginnen aan zonnepanelen, of ik moet warmtepompen gaan hangen. Het is ook niet dat de gemeente een Sinterklaas is, dat waar je op de bel drukt en kunt zeggen: ik kom zoveel geld te kort en geef dat even aan mij, misschien nog wel voor 5 december. Dat is niet de bedoeling. Maar ik acht het college zeer wel in staat om met deze oproep, en als dat echt raadsbreed is, om daar snelheid in te brengen. Dus ik blijf een beetje weg van de voorbeelden. Ik kan er zat noemen, hoor, als het gaat over verenigingen en over instellingen. En of het nou de bibliotheek is, helemaal mee eens, maar ik heb ze ook allemaal genoemd: welzijn, cultuur, muziekverenigingen, noem maar op. Dat is de cement en de smeerolie in onze samenleving. Dus wat dat betreft, die balans waar de heer Noordergraaf het over had, ja, die hoop ik ook goed te horen samen met het college om te kijken hoe we daar als raad dan vervolgens mee omgaan. Maar ik wil vooral, en dat zou het pleidooi van mij zijn, om als raad even bij die uitvoering weg te blijven. Tot zover even, voorzitter.
De voorzitter: Mevrouw Schermers bij interruptie. Mevrouw Schermers: Dank u wel, voorzitter. Want ik denk dat ik u kan helpen. Als dan eigenlijk de vraag zo concreet wordt: ga in overleg met al die verenigingen, organisaties, in kaart brengen waar de problemen zitten, zodat wij vervolgens daar wellicht iets mee kunnen. Dus dat het in kaart brengen van, dat dat eigenlijk op dit moment uw doel is. Dan zeg ik ja, dan is dat inderdaad heel belangrijk. Dan gaan we niet aanbodgericht: oké, wij hebben geld. Wat mijnheer Noordergraaf ook zegt, dan moeten we uitkijken voor een stukje verwachtingsmanagement. Maar dat we dan echt gaan ophalen: waar zit de nood en hoe kunnen we dat het beste oplossen met elkaar? Maar u zegt in dit stukje, het stukje tekst wat aangeleverd is, vooral budget vrijmaken. Daar wil ik ook graag iets meer concreet, want nou ja, daar had ik het net al over, het kan niet een blanco cheque zijn. Ook daarin moeten we helder zijn. Ja, wij hebben vlees op de botten, maar nee, het kan niet zijn: u vraagt en wij draaien. Want we moeten dat wel met elkaar duurzaam kunnen blijven oplossen. Dus nou ja, mijn pleidooi is: vereng het iets tot in eerste instantie in kaart brengen van en dan vervolgens wellicht dat we stap twee gaan maken. De voorzitter: Mijnheer Den Haan.
De heer Den Haan: Dankjewel, en dank ook aan mevrouw Schermers. Als het gaat over het eerste verhaal, volgens mij heb ik dat duidelijk verteld, dat het gaat over het contact maken, dat je bottom-up dat gaat vragen. Want ja, volgens mij heb ik dat al een aantal keer meer in de raad gezegd dat dat informatiegestuurd gaat. Dus ga contact opnemen. Als ik u dan zeg dat we bijvoorbeeld als het over sportverenigingen gaat, dat we een ambtenaar hebben gehad die negentien uur dienst had, dan zou ik willen zeggen: dan moeten daar dus mensen komen en daar moeten we minimaal zestig uur op inzetten. Want met negentien uur, die overigens ook alweer weg is, die ook nog moet eten, die ook nog naar de wc moet, dan is negentien uur wel erg weinig om dan vervolgens contact te maken met verenigingen. Dus daar zou ik dan op willen investeren. Je weet het niet eerder dan dat je mensen erop inzet om met verenigingen contact te maken. Daar zijn verschillende manieren voor, maar dat vraag ik aan het college om dat te doen, om op te halen wat er daadwerkelijk speelt. Als u het hebt over: we moeten wel een bepaald budget vrijmaken. Ja, dat is inderdaad, dat geeft deze noodsituatie. Ik heb dat eigenlijk al geprobeerd te verwoorden in dat, laten we eens innovatief zijn om alvast een amendement door te sturen waarin 1 miljoen per jaar staat voor de komende drie jaar.
Want je lost dat niet in één jaar op en als dat betekent dat de ChristenUnie daar anders over denkt, ja, prima, dan is dat ook goed. De voorzitter: Mevrouw Schermers nog een keer. Mevrouw Schermers: Niet op voorhand, want dat debat gaan we nog wellicht met elkaar voeren. Maar nu wordt u wel helder inderdaad, u heeft het nu over 1 miljoen. Oké, prima, dank u wel voor uw antwoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Haan: Sorry, voorzitter? De voorzitter: Ja. De heer Den Haan: Maar als het dan toch, dan is het 1 miljoen per jaar en voor de komende drie jaar. De voorzitter: Dan is die helemaal helder. Mevrouw Hofstede, u staat nog steeds, heeft u nog behoefte om te reageren, nog een inbreng in het debat te leveren? Geen extra? Mevrouw Hofstede: Nee, geen extra toevoegingen. De voorzitter: Oké. Zullen we dan eens even naar het college gaan? Portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. De impact van de energiecrisis is enorm groot op de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, u ziet het. Niet alleen de sportverenigingen, de accommodaties, de instellingen, u noemt het op, maar ook de instituten en de samenwerkingspartners die we hebben in het maatschappelijke werkveld, die hebben het moeilijk, die hebben het zwaar.
We hebben ook gemeend, het college is daar als collectief mee bezig, maar elke portefeuillehouder ook individueel binnen hun eigen portefeuille: welke zaken spelen er? We hebben al eerder gemeend dat wij daar iets voor willen organiseren, maar we volgen ook de landelijke ontwikkeling, de maatregelen die van de landelijke overheid komen. Desalniettemin hebben we gezegd: er spelen hier een aantal zaken. Als ik het betoog van mijnheer Den Haan en mevrouw Hofstede hoor, zegt u aan de ene kant: goed, er is acuut hulp nodig. Maar u verbindt het ook aan een uitdaging van bijvoorbeeld verduurzaming en dat soort impulsen. Dat hoorde ik vanuit het CDA ook nog eens als een extra toevoeging. Daar hebben wij als college ook wel in de afgelopen weken over gesproken en
we knippen het wel op. Nu is er acuut hulp nodig, dat is die pleister voor die rekening die niet te betalen is. Aan de andere kant, parallel daaraan, maken we ook een analyse: wat kunnen we doen aan verduurzaming? We hebben ook afspraken gemaakt, en dat heeft u gezien in de begroting, dat we ook kritisch kijken: hoe gaan wij om met de inflatie, en zit daar ook ruimte en marge om als college een voorstel te doen naar de raad om verenigingen te helpen? Wij ondersteunen in ieder geval uw suggestie om te komen. Het college heeft zelf al gedacht aan een fonds op te richten en een fonds te vullen, waarbij we nog wel op zoek zijn naar de omvang van het fonds, de spelregels die we willen gaan maken. Want er zit ook een gedachtegoed, de een vraagt maatwerk en in sommige gevallen kun je veel makkelijker collectief iets organiseren, maar het zal ook zeker wat tijd vergen om dit goed in beeld te krijgen. Kortom, wij staan er positief tegenover vanuit het college en we willen nog wel in kaart brengen wat de werkzaamheden met zich meebrengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ik denk voldoende … Mijnheer Den Haan nog tot slot? Ja, pasje zit er nog in. De heer Den Haan: Voorzitter, dankjewel.
Het antwoord van het college doet me deugd, maar dat zei ik ook eigenlijk al, het zit in vele tegels van Vitaal Altena om te horen dat het college daar collegebreed mee bezig is. Wat me nog even triggert, en dan vraag ik toch even de wethouder … O nee, dat mag ik … Of hij nog even terug wil komen, want hij zei: dat vergt wat tijd. Dat horen we wel vaker en die tijd, volgens mij ontbreekt dat nu bij de instellingen en de verenigingen. Dus ik zou toch wel die … Kijk, haastige spoed is zelden goed, maar ik denk wel dat er even wat vaart achter moet als het gaat om de contacten met de verenigingen, instellingen, noem maar op, accommodaties om daar in ieder geval toch wel vaart achter te zetten. Dat is eigenlijk mijn pleidooi nog hierachter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Bij interruptie op de portefeuillehouder en hij staat er gewoon weer. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Den Haan, ik kan u geruststellen. Aanvankelijk hebben we gesproken natuurlijk over die verschillende scenario’s, maar er waren collega’s in het college die me erop wezen: hartstikke mooi, die ideeën van hem, maar nu moet er gewoon hulp geboden worden. Dus het college is zich daar echt wel van bewust en als daar hulp bij ingevlogen moet worden, zullen we daar de prioriteit aan geven.
De voorzitter: Daarmee concludeer ik dat dit voorlopig voldoende besproken is en ik vermoed zomaar dat dat over twee weken terug gaat komen in het debat. 2.2 Armoede (SGP, Progressief Altena en ChristenUnie) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2.2 over ‘Armoede’. Er zijn drie partijen die daar op verschillende manieren, maar toch vergelijkbaar het debat over willen aanzwengelen met u. Ik hanteer gewoon de volgorde zoals die op het lijstje is aangereikt, dus de SGP mag aftrappen, dan Progressief Altena en dan de ChristenUnie. Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we hebben net gesproken over verenigingen en instanties die last hebben van de stijgende energiekosten, maar daar hebben gewone mensen en particulieren ook gewoon last van. Het feit dat we over energiearmoede praten, als we dat een jaar geleden hadden genoemd, dan had iedereen gekeken: waar hebben we het over? Maar dat geeft wel aan hoe de situatie op sommige plekken kan zijn. We hebben afgelopen vrijdag een raadsinformatiebrief gehad vanuit het college
over de motie ‘Uitbreiding doelgroep eenmalige energietoeslag’, die richt zich met name op het sociale minimum waarbij 550 tot 600 aanvragen verwacht kunnen worden. Een fenomeen wat we steeds vaker zien is ook niet alleen dat mensen met een bepaald minimum tegen enorme bedragen aanlopen die ze kwijt zijn rondom energie, maar ook mensen die een stuk meer te besteden hebben, maar wat om enorme bedragen gaat. Ik denk dat het goed is dat we daar ons ook op richten. De vraag is natuurlijk wel: is dat altijd inzichtelijk, wat kunnen we er in die zin ook als gemeente mee? We zijn natuurlijk voor de maanden november, december dat het Rijk ook een stukje compensatie geeft, maar is dat voldoende? Dat is een vraag die ik graag ook in deze raad weg wil leggen en ook met name richting het college de vraag: wat verwacht het college daarin en hoe zouden we daar op een bepaalde manier mee om kunnen gaan, buiten de oplossingen die er op dit moment al zijn? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Progressief Altena, mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Dank u, voorzitter, en dank u ook, mijnheer Noordergraaf, voor het inbrengen van dit punt.
Wij zullen daar straks later … Krijgen wij straks nog tijd om echt ons specifieke punt te maken, of moet ik dat nu gelijk? De voorzitter: Nee, dat mag nu meteen, want het staat onder één agendapunt en er zitten verschillende elementen in, dus sommige dingen brengen we een beetje samen. Mevrouw Hofstede: Dan pak ik deze er even bij. Nog even terugkomend op mijnheer Noordergraaf inderdaad, die refereerde aan de reactie op onze motie. Ook wij zijn inderdaad nog wel benieuwd naar de verdere invulling die daarin vermeld staat over het fonds en de vergoeding eventueel die mogelijk is voor duurzame apparaten. Dus wellicht dat de portefeuillehouder daar straks ook nog iets over wil zeggen. Door onder andere verschillende crisissen hebben steeds meer mensen moeite om het hoofd boven water te houden. De Nationale ombudsman heeft onlangs tijdens de Wereldarmoededag zijn conclusies gepresenteerd van het onderzoek wat hij heeft gedaan naar knelpunten die de groepen minima ervaren. Een van die knelpunten is dat mensen rond het sociaal minimum vaak te maken hebben met de meest ingewikkelde regelgevingen. Ze zijn ook niet altijd op de hoogte van de regelgevingen en verder is er ook soms sprake van wantrouwen in de overheid, waardoor ze bang zijn om een fout te maken bij bijvoorbeeld hun aanvraag en daarnaast speelt soms ook schaamte een rol.
Hij concludeert ook, die Nationale ombudsman, dat de overheid daadkrachtig moet zijn en burgers op eigen initiatief moet wijzen op voorzieningen waar ze recht op hebben. Laagdrempelige hulpverlening door mensen die met dezelfde problematiek te maken hebben gehad kunnen hierbij wellicht helpen. Dat gebeurt al bijvoorbeeld in de GGZ, maar zou wellicht ook toepasbaar kunnen zijn bij mensen die te maken hebben met armoede. Deze zogenaamde ervaringsdeskundigen kunnen een rolmodel vervullen en ondersteuning bieden aan mensen die met armoede te maken hebben. Belangrijk is dan wel dat deze ervaringsdeskundigen goed begeleid worden en dat er heldere afspraken en verwachtingen zijn. Progressief Altena is benieuwd of het inzetten van ervaringsdeskundigen om mensen die te maken hebben met financiële moeilijkheden een mogelijkheid is. Wat denken andere fracties en de portefeuillehouder hiervan? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. De ChristenUnie, mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers: Dank u wel, voorzitter. De koek is op. Bij u misschien ook, maar letterlijk – het is in dit geval het plasticje – maar figuurlijk voor heel veel mensen ook. Dat probleem onderkennen we allemaal, dat was ook bij de vorige sprekers heel duidelijk naar voren al gebracht, steeds meer mensen die in de problemen komen door bijvoorbeeld de energiecrisis.
Het gevolg is inderdaad schulden, wat zelfs kan uitmonden in een
uithuisplaatsing. U kunt zich allemaal voorstellen wat enorm veel zorgen, ellende, stress en wat dat ook voor een stigmatisering werkt bij kinderen, bij gezinnen en eigenlijk willen we dat allemaal niet. Wij denken dat een oplossing is om al vroegtijdig schuldhulpmaatjes in te zetten. Dat is eigenlijk een mooi bruggetje naar wat mevrouw Hofstede eigenlijk al betoogde, namelijk dat er heel veel schaamte is op dit gebied, dat laagdrempelige hulp daarin heel belangrijk is en dat mensen ook recht hebben op een stukje informatie. Daar heb ik het idee, daar schort het ook wel een beetje aan. Dus wij zouden graag willen oproepen dat er meer vrijwilligers getraind gaan worden om te komen tot een soort schuldhulpmaatjesproject. Er zijn al verschillende gemeentes die dat doen, samen met kerken, met verenigingen, met organisaties, zelfs met bedrijven en woningbouwcorporaties, om mensen die dreigen in problemen te komen, om die meteen te koppelen aan iemand en dan echt op gelijkwaardig niveau. Dus niet met het belerende vingertje: je mag ook niet zoveel bij Zalando bestellen. Maar meer samen kijken: hoe kunnen we er nou voor zorgen dat de uitgaven van financiën weer op een gezonde manier gevoerd kunnen worden? Er stond bij mij bij getypt: extra reservering doen.
Ja, die extra reservering doen, dan maar gelijk heel concreet, mijnheer Den Haan, die is dan echt bedoeld voor het opzetten van een programma om vrijwilligers te trainen om te komen tot schuldhulpmaatjes. Wellicht zijn dat ervaringsdeskundigen, mevrouw Hofstede, om maar even de dialoog te zoeken met elkaar en samen te zoeken naar waar kunnen we elkaar vinden. Maar wellicht zijn dat gewoon ook mensen met een groot hart die zeggen: ik heb vroeger bij een bank gewerkt, ik werk daar niet meer, ik weet heel veel van financiën en ik wil nu best in de vorm van schuldhulpmaatjes mensen helpen om hun financiën weer op de rails te krijgen. Dus bij deze een pleidooi om dat te doen. Toen ik heel eventjes een vraag opriep op het gemeentehuis hier: hoe zit het dan met schuldhulpmaatjes in de gemeente Altena? Toen werd gezegd: dat is er en dat loopt via Trema. Maar als ik bij Trema gewoon op hun algemene website ga kijken, moet je wel heel diep graven wil je uiteindelijk daaruit komen. Dus dat is wellicht ook een punt van aandacht, dat als die er werkelijk zijn, laten we dan ook zorgen dat ze in ieder geval heel goed te vinden zijn. Maar daarnaast denk ik dat het fijn is als het gewoon een veel grotere en een bredere groep wordt die mensen ook echt aan de hand kan nemen om weer uit die ellende van schuld te komen, zodat de koek niet langer op is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers.
Ik kijk naar andere fracties of er behoefte is. De heer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Dank u wel. De heer Noordergraaf van de SGP vraagt zich eigenlijk af: er gebeurt van alles, maar is dat voldoende? Dat weet ik niet, heer Noordergraaf, dat is het eerlijke antwoord. We hebben van het college ook een hele mooie brief gehad waar allerlei extra maatregelen in zitten. Wij weten niet wat het effect daarvan gaat zijn, we weten ook niet of dat dan voldoende is en eerlijk gezegd weet ik ook niet of de huidige maatregelen voldoende zijn, dus daar zullen we toch een beetje moeten leunen op het college en de ambtenaren die werken voor het college die signalen krijgen vanuit de doelgroep of het genoeg is wat we doen. Dus dat antwoord moet ik u schuldig blijven op die vraag. Waar we wel concreet even op in kunnen gaan zijn de punten die zowel Progressief Altena als de ChristenUnie inbrengt. Dat komt eigenlijk neer op: zorg dan hetgeen wat je aanbiedt, dat dat ook duidelijk is bij de doelgroep dat je dat hebt. Dus zorg dat je bestaande middelen in ieder geval gebruikt worden. Die oproep kunnen wij wel van harte ondersteunen. Mensen moeten in de eerste instantie gewoon gebruik maken van rechten die ze al hebben. Als we allerlei mooie bijstandsmiddelen verzinnen, maar mensen maken er geen gebruik van, ja, dan heb je er maar weinig aan.
Dus die oproep kunnen wij wel ondersteunen en als dat wat extra geld zou moeten kosten, ja, dan is dat maar zo en dan hebben wij dat als VVD daar gewoon voor over. Dus die oproep kunnen wij ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal.
De heer Den Haan: Dankjewel, voorzitter. Niet voor niets dat dit verhaal als het gaat over armoede, of het gaat over energiecrisis, dat het breed op de agenda staat, op ieders agenda. Dus dat maakt niet uit voor welke partij of welke doelgroep je bent. Dat dwingt ons volgens mij om anders te gaan prioriteren in deze periode, dus ik ben blij dat we deze drie onderwerpen samen hebben gevat en ja, ik kan eigenlijk alleen maar ook in die samenvatting zeggen: dat komt bij ons wat dat betreft goed over om dat te gaan doen. Mevrouw Schermers zei het eigenlijk zelf al in de richting van PA, of het dan ervaringsdeskundigen zijn of het zijn schuldhulpmaatjes, waar het ons om gaat is informatie ophalen, contact maken. Ik ben ook wel benieuwd hoe het college hierover denkt, want dit is heel belangrijk, misschien zijn ze al met een aantal zaken bezig. Nou, dan lopen we vooruit of ondersteunen we wellicht het college. Maar ja, dit zijn echt wel wat ons betreft de goede punten. De voorzitter: Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Ook vanuit ons nog even de reactie op het voorstel van Progressief Altena en de ChristenUnie. Uiteindelijk gaat het ons met name – en dat is in die zin ook de reactie gelijk naar jullie toe – over het stukje maatwerk wat nodig is.
Dat geeft misschien in die zin ook wel een antwoord richting de heer Bouman: wat is nodig, weten we eigenlijk niet. Maar dat is voor ons ook de vraag wat er nodig is. Maar het gaat er wel over: laten we ons niet blindstaren op sociaalminimummensen die het moeilijk hebben rondom energiearmoede, maar je ziet ook een beweging van mensen die een stuk meer te besteden hebben die het ook ontzettend moeilijk hebben met enorme bedragen. Uiteindelijk sluit dat in die zin allerlei initiatieven mee in waar we zeker voor openstaan om te kijken of dat nodig is welk effect dat dan kan hebben. Dus positief, zeker. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb bewust eventjes gewacht bij het vorige puntje wat AltenaLokaal inbracht over de verduurzaming – het woord zegt het al, samen duur. Maar nu het puntje armoede. Ja, het raakt elkaar toch ergens weer, want we hebben het hier op de agenda wat losgeknipt van elkaar en het volgende punt ook, 2.3 van de VVD, het is allemaal losgeknipt. Alleen, uiteindelijk houdt alles elkaar vast, want het is zowel voor die gezinnen, het is het voedsel, het is de energie, het is allerlei dingen bij elkaar gerekend. Uiteindelijk hebben we maar één potje als gemeente en die ziet er nu positief uit, waarvoor dank aan het college. Alleen, we kunnen ook die munt maar één keer uitgeven.
Dus we kunnen wel roepen, en dat werd nu net wel gedaan: kom dan eens met iets concreets. Dan hoor ik daar 1 miljoen en dan meerjarig 1 miljoen per jaar en dan gaan de bedragen op een gegeven moment om de oren heen vliegen. Maar wat is uiteindelijk het basisbelang van een inwoner? Dat is zijn eten en drinken en zijn onderdak, in mijn optiek. Dus ik zou het, zoals het hier een beetje los van elkaar … Goed dat die vragen ingediend zijn, maar ik zou het in één fonds willen stoppen en inderdaad ook, net als mijnheer Noordergraaf, niet alles naar de minimum toe willen wuiven. Want er zijn ook mensen die in een groter huis zitten bijvoorbeeld en die slecht geïsoleerd zijn en met dezelfde voedselprijzen te maken hebben als iemand die in een goedkoper appartement wonen. Dus het is een heel moeilijke optiek, ik weet nog niet hoe het college, daar ben ik ook heel benieuwd naar hoe die daar een invulling aan gaan geven. Maar laten we het iets meer bij elkaar gaan koppelen in plaats van losknippen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mevrouw Buchholtz van het CDA. Mevrouw Buchholtz: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde inderdaad ook nog reageren op de heer Noordergraaf, want natuurlijk vindt het CDA Altena het ook heel erg belangrijk om inwoners te helpen, maar dan gaat het om: waar zijn ze nou echt daadwerkelijk mee geholpen? Een bedrag verhogen van energietoeslag, een maatje,
een ervaringsdeskundige die meekijkt. Ik denk dat dat voor ons wel heel erg belangrijk is: waar zijn de inwoners nou echt daadwerkelijk mee geholpen? Dan even over het idee van de ChristenUnie. Daar staan we ook goed tegenover, alleen vroeg ik me wel af: kijk, vrijwilligers, hartstikke leuk, maar hoe komen we aan die vrijwilligers? Wat als er maar een handjevol vrijwilligers zijn die kunnen helpen, willen helpen, hoe staat het dan met het idee? Voor Progressief Altena vroeg ik mij af: hebben jullie ook gehoord van de onafhankelijke cliëntondersteuners, bijvoorbeeld Stichting MEE die ook kunnen meedenken en meekijken met de inwoners en begeleiden naar hulp en het oplossen daarvan? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Dan zijn we nu een beetje in de afronding. Mevrouw Schermers kan als eerste antwoord geven op een vraag, want ze was al naar voren gelopen. Mevrouw Schermers: Eerst nog heel kort eventjes op mevrouw Buchholtz en daarna zal ik inderdaad eventjes de conclusie trekken. Mevrouw Buchholtz, u schrikt eigenlijk een beetje, of tenminste, u bent bang van het feit dat er wellicht dan te weinig mensen zich als vrijwilliger zouden willen aanmelden tot schuldhulpmaatje.
Ik denk niet dat we moeten beginnen met gelijk al beren op de weg te zien, want als er één partij heel goed is in campagnevoeren en alles uit de kast halen, dan is dat het CDA wel. Dus dan denk ik: dat gaat vast goedkomen als u als raadslid zich daar wellicht ook mee gaat bemoeien. Dus nou ja, blij met uw steun en ik denk ook, als ik zie, zoek het maar op op internet. Als je schuldhulpmaatjes inklikt, dan zie je dat er heel veel gemeentes, onder andere in Gouda, dat heel succesvol hebben gedaan samen met kerken, met bedrijven, met woningbouwcorporaties. Er zijn heel veel mensen die hebben gezegd: ja, ik wil dat. Want misschien omdat ze zelf in die situatie hebben gezeten, die ervaringsdeskundigen, of omdat ze een groot hart hebben en zeggen: wij willen juist zorgen ... Ik zei net al stiekem tegen mijnheer Timmermans: u maakt vooral een procesopmerking en niet op inhoud. Ik had ook graag gezien dat u had gezegd: ChristenUnie, wat een goed voorbeeld. Want ja, als inderdaad zo iemand in de vorm van schuldhulpmaatje samen naar jouw financiën kan gaan kijken, die kan ervoor zorgen, wat voor inkomen dat je dan ook hebt, dat je je brood kunnen blijven betalen en dat je je dak boven je hoofd behoudt. Dus in die zin zou ik het ook fijn vinden als u op inhoud daar nog een stukje op reageert. Ik stop even, want dan is er even een moment van reactie. De voorzitter: Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ik wil daar zeker op reageren. Het is zeker een goed initiatief wat u daar heeft. Alleen, wat je daarin vaak ziet is, uiteindelijk ontbreken daar ook de muntjes weer. Want je kan wel iemand adviseren, maar u zei zelf al: je wil het niet belemmeren in dat die dan ook iets een keer kan bestellen of toch kan kopen wat die dan buiten de agenda om niet helemaal past misschien in het budget. Ergens gaat de schoen dan toch wringen, want je hebt dan toch het geld niet, ook ondanks dat je een goed advies krijgt, om dan weer uit het kuiltje te komen op de heuvel. De voorzitter: Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers: Even daarop reageren als u dat goedvindt, voorzitter. Dat is eigenlijk wel een heel mooi voorbeeld, want toen ik vanmiddag deze stukken zat voor te bereiden, toen zat ik dus inderdaad dan op internet wat te googelen en dan heeft SchuldHulpMaatje Nederland, zeg maar, die heeft een heel mooi filmpje waarin ze dat juist beschrijven hoe dat mensen eigenlijk helpen door die kuil heen te komen, om vervolgens weer toch weer eigen inkomen en ervoor te zorgen dat het wel weer lukt. Dus heel mooi dat u dat zegt.
En nee, dat betekent niet dat wij dan maar de facturen van Zalando gaan betalen, maar wel: hoe zorgen we ervoor dat die op termijn wel weer betaald kunnen worden? Dus dat is nou juist dat maatjesproject, dus dat je naast mensen gaat staan, dat je samen gaat kijken: wat kan in jouw situatie het best helpend zijn? Dan
even concluderend. Ik ben blij met de steun van VVD, AltenaLokaal, SGP en nu ook VVA, begrijp ik, en ook van het CDA, dus ik denk dat we met elkaar een hele mooie raadsbrede motie wellicht kunnen gaan voorbereiden om ervoor te zorgen dat er meer mensen zich als vrijwilliger als schuldhulpmaatje zouden willen laten trainen. De voorzitter: Dank u wel. Progressief Altena nog, mevrouw Hofstede? Mevrouw Hofstede: Ja, ook nog heel even reagerend op mijnheer Timmermans, want inderdaad, ervaringsdeskundigen kunnen daar een heel mooi rolmodel in vervullen om te laten zien hoe je daar ook uit kunt komen. Even nog antwoordend op mevrouw Buchholtz, het betreft hier echt ervaringsdeskundigen die dus, zoals ik al aangaf, een bepaald rolmodel kunnen vervullen en ook hun ervaringen kunnen meegeven welke oplossingen zij gevonden hebben. O, en dank inderdaad voor verder alle steun. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even naar de SGP of er nog behoefte is voor een afronding? Dan gaan we naar het college, portefeuillehouder Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, dank. Wat ik ook beginnen met mijn dank uit te spreken aan de gemeenteraad, want ik denk dat we het met elkaar allemaal heel goed voelen dat dit onderwerp gewoon heel veel aandacht verdient.
Want het is ontzettend lastig en ik hoorde ook de leden van de raad al voorzichtig concluderen: het is heel verschrikkelijk lastig om te kijken, wat kunnen we nu gaan doen en waar gaan we dan nu die extra meerwaarde creëren die voldoende is? De realiteit is ook dat de wereld snel gaat, dat er veel veranderingen zijn. Niet alleen bij ons in de gemeente Altena, bij onze inwoners, maar ook als we kijken naar de maatregelen die het Rijk treft voor ons allemaal. Dat roept dan ook de vraag op: wat kunnen we nu hier gaan doen en waar gaan we nou de meeste impact mee realiseren? Dat is ook waar we vanuit het college, vanuit die insteek hebben we ook met het college gekeken: wat kunnen we gaan doen? Daarin werd al verwezen naar de raadsinformatiebrief die we hebben verstuurd vanuit het college, gericht op de motie die er eerder was ingediend bij de kadernota over die doelgroep voor de energietoeslag, waarin we in het college juiste afweging hebben gemaakt: laten we nou naar de andere kant van het mes gaan kijken, laten we gaan zorgen dat die afhankelijkheid van de energie kleiner wordt. Dat is dus ook een van de voorbeelden die werden bedacht hebben, het werd al gememoreerd in de raad ook, dat we daarin ook aan het onderzoeken zijn: is een fonds daarin een passende vorm, zoals bijvoorbeeld de gemeente Oosterhout daarmee aan de slag gaat.
Hoe gaan we dat dan doen? Want we zitten met onze minimaregelingen hebben we dat heel duidelijk afgekeurd werd, maar ook hier hoorde ik: er zijn ook inwoners die daar net boven vallen, maar waarvoor het misschien nog wel lastig is soms om rond te komen. Ja, dat is het dilemma dat wij ook herkennen, voorzitter. En hoe gaan we daar dan nu een antwoord op vinden? Ik zal ook heel eerlijk zijn, dat hebben we nog niet, maar daar wordt wel heel serieus aan gewerkt en over nagedacht. Een van de voorbeelden die ik u al kan geven waar we over aan het nadenken zijn vanuit het college is: zou je dan iets willen daarin met een ratio bijvoorbeeld die je kan maken tussen de vaste lasten die er zijn en het inkomen, of een energielabel en inkomen? Tegelijkertijd, terwijl ik dat zeg, besef ik me ook heel goed dat het heel veel gaat vragen van onze uitvoering om dat voor elkaar te krijgen. Want het is verschrikkelijk arbeidsintensief om te zorgen dat dat dan op de goede plaatsen terecht gaat komen. En kunnen we dat met elkaar gaan realiseren? Dat is natuurlijk ook de vraag die we daarin hebben. Kortom, er zijn nog heel veel dilemma’s. Daarmee, voorzitter, probeer ik niet een negatief verhaal neer te zetten, maar ik denk dat het belangrijk is om wel een realistisch beeld daarvan te hebben met elkaar. Daarnaast zijn er gelukkig ook heel veel dingen die we wel kunnen doen.
Een voorbeeld werd genoemd met bijvoorbeeld SchuldHulpMaatje, dat is een van de organisaties die dat op kan pakken die ook landelijk daar veel media-aandacht voor heeft gehad. Voordat we daarnaar zouden kijken, zou ik u willen zeggen: laten we ook kijken naar wat we in Altena al hebben met bijvoorbeeld het Armoedepact, waar veel
diaconieën zijn aangesloten, waar veel organisaties zijn aangesloten. Daar vinden we vrijwilligers, inwoners vanuit de gemeente Altena, die zich zorgen maken om de inwoners die het meest kwetsbaar zijn op dit moment, waar de armoede wel om de hoek staat. Dus we hebben daarmee een krachtig middel in handen waarmee we die stap kunnen gaan maken naar onze inwoners toe en ik denk ook dat dat heel belangrijk is. Of we dat dan doen vanuit SchuldHulpMaatje, vanuit het Armoedepact, ik zou bijna zeggen: what’s in a name? Laten we het vooral gaan doen met elkaar. Daar gaan we ook naar kijken, u krijgt nog dit jaar de Agenda Armoedepreventie en -bestrijding van het college en daar gaan we juist ook kijken: hoe kunnen we dat met elkaar gaan koppelen om die meerwaarde daarin te gaan maken? Als ik dan kijk, voorzitter, wat er nog meer genoemd is, is dat bijvoorbeeld ook: geef aandacht aan regelingen, zorg dat daar zoveel mogelijk gebruik van wordt gemaakt.
Dat is ook een van de aanbevelingen die we vanuit het college herkennen vanuit het plan dat er vanuit de ombudsman is gepresenteerd, dat juist gaat over: hoe ga je zorgen dat dat zichtbaar is? Als we kijken naar de energieslag zien we dat daar juist heel veel gebruik van wordt gemaakt in Altena, dus die hebben we goed onder de aandacht gebracht en daarin ligt denk ik ook zeker nog een kans voor de andere regelingen die we op dit moment al hebben lopen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schermers, bij interruptie. Mevrouw Schermers: Inderdaad even ter interruptie. Ik ben blij om te horen dat u als wethouder zeker ook een groot hart hebt en die zorgen deelt die u ook in de raad proeft en die u ook bij de ChristenUnie proeft. U noemt daar terecht het Armoedepact, waar we inderdaad een stukje kracht van Altena inzetten als het ware met het Vroeg Eropaf. Nou zit ik vanuit mijn andere functie bij de bijeenkomsten van Armoedepact en ben inderdaad daar … De voorzitter: Maar u spreekt hier dus nu gewoon … Mevrouw Schermers: Ik spreek hier als raadslid, maar ik weet dus … De voorzitter: Even voor de orde. Mevrouw Schermers: … hoe belangrijk het is dat dat er is.
Alleen, dat is wel vrij algemeen, dus daar zit inderdaad ook een woningbouwvereniging, daar zitten scholen bij – vanuit die pet bedoelde ik hem dus eventjes – om inderdaad te zoeken: waar is dat nou? Ik denk dat SchuldHulpMaatje dan nog veel meer gefocust is op zorgen dat – we weten dat die groep steeds groter wordt helaas – ervoor te zorgen dat dat heel laagdrempelig dat iemand mee kan kijken, voordat je echt zo diep in de schulden zit dat er bijna zo’n Armoedepact nodig is. Dus het zit wat mij betreft daar nog een stapje voor. De voorzitter: Portefeuillehouder Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, ook daarin staan we gelukkig niet stil in Altena, zou ik willen zeggen tegen mevrouw Schermers. We hebben natuurlijk juist ook in de begroting voorgesteld om die investering nog weer extra te gaan doen in Vroeg Eropaf. Dat doen we weliswaar met professionals en niet met vrijwilligers, maar juist om te voorkomen dat het water zo aan de lippen staat dat mensen geen kant meer op kunnen, maar dat je daar wat eerder ook al op kan gaan bijsturen. Net zo goed als dat dat natuurlijk geldt voor het Armoedepact, waarbij we daar ook in bredere zin op inzetten: hoe herken je armoede, hoe kan je dat gesprek gaan voeren? Want uiteindelijk gaat het erom dat we daar met elkaar willen gaan staan. De voorzitter: De heer Den Haan bij interruptie.
De heer Den Haan: Voorzitter, ook even in de richting van de portefeuillehouder. Dank voor uw antwoord, want u haalde terecht aan: er zijn ook maatregelen van het Rijk. Dat hebben we eigenlijk bij het vorige onderwerp ook wel gehad, dat zie je ook bij het verenigingsleven, dat zie je wellicht ook bij mkb en horeca. Dat hebben we ook bij corona gehad, dus dat gaan we te zijner tijd zien. Maar ik zat in mijn thuiswerksituatie de Tweede Kamer te volgen en bij de kritische vragen richting de minister-president over: hoe ga je dat dan doen? Toen werd dat ook gevraagd en toen zei hij: als het gaat over die sociale hoek, zeg maar, dat zijn vooral de gemeentes die dat gaan doen. Dat was voor mij de reden om ook die artikel 53-vragen te stellen in de richting van: allemaal niet zo moeilijk, wat is er nou voor nodig, wat heeft u nodig als portefeuillehouder, wat is er op dit moment en wat kunnen we dan doen? Want ja, ook hier gaat het weer om die informatie. Dus daar nog even kort verheldering over. Dankjewel. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, dat is een hele brede vraag met een vraag om een korte verheldering, dus ik word daarin wel wat uitgedaagd. De voorzitter: Waagt u gewoon een poging, zou ik zeggen. Mevrouw Van Hunnik: Ik was wat aan het twijfelen of er nog wat gezegd ging worden.
Waar het uiteindelijk om gaat denk ik, voorzitter, is dat we vooral daarin richting willen geven en dat we aan het zoeken zijn naar: wat is de snelste vorm met ook de uitvoeringskracht die we hebben? Dat is ook een vraagstuk wat u ook als gemeenteraad niet onbekend voorkomt. Daarin hebben we dus al heel veel krachten ook zitten: in Vroeg Eropaf, in onze Formulierenbrigade, in ons Armoedepact. Tegelijkertijd zien we dat we eigenlijk nog zoveel meer zouden willen doen. Concrete voorbeelden die we daarvan voorstellen ook in de raadsinformatiebrief richten zich bijvoorbeeld op de witgoedregeling waar we over aan het nadenken zijn, om te zorgen dat niet per se de portemonnee dikker wordt, maar dat vooral de afhankelijkheid en de kosten omlaaggaan. Dat is een van de belangrijke concrete voorstellen die we doen, waarbij we ook kijken naar verduurzamingsmaatregelingen met de woningcorporaties, met particuliere verhuurders om te zorgen: hoe gaan we hier ook op de lange termijn een oplossing voor geven en niet alleen op de korte termijn? Dan zie ik de heer Den Haan knikken, dus dan ga ik verder, voorzitter. De voorzitter: Ik vond hem kort. Mevrouw Van Hunnik: Dank u. Voordat ik af ga ronden, nog een aantal punten die zijn genoemd die ik volgens mij nog niet heb gehad. Een daarvan is het verbreden naast het sociaal minimum, wat ook duidelijk werd aangegeven vanuit de SGP-fractie.
Ik kan me dat punt heel goed voorstellen, dat is ook precies waar we over na aan het denken zijn vanuit het college rondom de gedachte: zou daar dan een fonds voor moeten zijn bijvoorbeeld? Tegelijkertijd wil je juist ook daar gaan helpen, eigenlijk wat ik net al zei, waar dat het meest nodig is, zonder die uitvoering helemaal groot op te tuigen. Dan denk ik, voorzitter, dat ik zo nog één punt heb staan rondom de ervaringsdeskundigen. Ik denk dat dat een hele mooie koppeling kan zijn, dan is het vooral de vraag ook: hoe ga je dat inrichten? Dat kan natuurlijk verschillende kanten op. Dat zou gekoppeld kunnen worden aan zoiets als een schuldhulpmaatje, dat is een optie, van ons Armoedepact, als we het nog wat dichterbij houden. Maar ik zou me ook kunnen voorstellen, maar dat is ook vooral even de vraag welke richting de raad daarmee op zou willen, dat we zoiets zouden gaan onderzoeken of we dat kunnen koppelen aan onze uitvoering. Maar daar zijn nog verschillende smaken in te maken, dus dat is denk ik dan een vraag die nog openligt, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. Ik denk, even rondkijkend, op dit moment voldoende. Ik zou me zo maar voor kunnen stellen dat dit onderwerp over twee weken ook weer terugkomt op een of andere wijze. Het is tien voor zes, ik kijk even rond. 2.3 Altenabon (VVD) De voorzitter: Volgens mij kunnen we ook nog één agendapunt doen, dus de VVD heeft het idee van een Altenabon. De heer Bouman, gaat uw gang. De heer P. Bouman: Een redelijk compact en tastbaar idee, voorzitter, dus dat moet lukken binnen tien minuten. Het is iets compacter dan het vorige. Het hangt er wel mee samen, want we hebben het net gehad over armoede en we hebben het ook gehad over de mensen die tegen die armoedegrens aanzitten, of misschien wel eronder vallen. Daar doen wij al van alles voor natuurlijk, je hebt de bijstand, je hebt bijzondere bijstand, je hebt extra steunmaatregelen, schuldhulpverlening, er is van alles. De heer Noordergraaf gaf al aan: is dat genoeg? Ik heb aangegeven: weet ik niet. Maar het leek ons als VVD wel een mooi een idee om een symbolisch extraatje daarin te doen. Wij beseffen ons dat het idee wat we hier presenteren, dat we daar de oorlog niet mee gaan winnen, maar het geeft wel aan dat je aan die mensen denkt. Ons idee is: verstrek één keer op een jaar een extra bon aan mensen onder een bepaalde inkomensgrens die ze kunnen uitgeven bij ondernemers binnen Altena.
Dat zou je dan bijvoorbeeld kunnen doen of tegen de zomervakantie, of tegen de kerst, dat ze daar op dat moment iets lokaals van kunnen kopen. In de korte toelichting had ik al verwezen naar Oosterhout. Wij doen zelf ook al zoiets met onze mantelzorgers, die kunnen ook kiezen voor een bon. Dat hoeft niet, die kunnen ook kiezen voor geld. Dus de infrastructuur om zoiets op te zetten is er. Wellicht, aangezien het voor een heel goed doel gaat, willen ondernemers ook wel een goede prijs daarvoor neerleggen waar ze misschien zelf ook wel wat bij willen doen, dan kan je nog iets meer bieden aan die doelgroep. Dus dat is concreet het idee, hè? Dus stel één keer op een jaar een bon ter beschikking aan mensen onder een bepaald bestaansminimum waarmee ze iets extra’s kunnen kopen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noordergraaf van de SGP. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden het een heel sympathiek voorstel vanuit de VVD, zeker omdat het meerdere aspecten raakt, een stukje gevoel bij mensen kan geven, maar ook een stukje tegemoetkoming wat ook onze eigen middenstand te besteden is, dus wat het ook op die manier eigenlijk de circulaire economie bevordert ook in onze gemeente. Dus zeker een positieve reactie vanuit onze fractie. De voorzitter: Mevrouw Schermers van de ChristenUnie.
Mevrouw Schermers: Voorzitter, ook wij zijn enthousiast over het VVD-voorstel. Ik kan me herinneren dat ons kerstgeschenk als raadsleden ook was dat je dus zo’n mooie bon kreeg van een van de ondernemers in Altena. Weet ook dat bij de voedselbank regelmatig ook dit soort acties zijn van bijvoorbeeld de Altenabox, waarbij dan al de mensen dus rond de feestdagen zoiets moois krijgen en dat dat ook met hele grote dankbaarheid altijd ontvangen wordt. Dus wij vinden het een heel goed idee. De voorzitter: Mevrouw Buchholtz van het CDA. Mevrouw Buchholtz: Dank u wel, voorzitter. Ook wij zijn enthousiast over het idee, alleen vraag ik mij wel af: heeft u al nagedacht over een inkomensgrens?
De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag. Mevrouw Rochat van AltenaLokaal. Mevrouw Rochat: Dank u wel, voorzitter. Ook AltenaLokaal vindt het een sympathiek idee. Wij hadden dezelfde vragen als die mevrouw Buchholtz stelt: welke inkomensgrens had u aan gedacht? Bij de voorbereiding vroegen wij ons af, als een soort winstwaarschuwing, maar hopelijk kan de portefeuillehouder daar een uitsluitsel over geven. We kennen het verhaal van de vrouw die een tas boodschappen kreeg van haar moeder en vervolgens in de problemen kwam. Zou dat hier ook van toepassing zijn? Want dat zou wel heel vervelend zijn als we dergelijke inwoners daardoor juist in de problemen brengen. In het stukje wat we van tevoren gekregen hadden raakten wij een beetje in verwarring omdat u over mantelzorgers sprak, maar ik begrijp dat u hiermee bedoeld de systematiek en niet zozeer de mantelzorgers aan een inkomensgrens te scharen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Anderen niet? Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Allereerst, ik las het van de week en ik kreeg bijna tranen in mijn ogen dat ik het zag dat je eigenlijk weer op het niveau van 1930 zo’n beetje zit, dat je in die voedselbonnenideeën weer gaat. Dus dat raakt wel ergens.
Aan de VVD: zou het misschien een idee zijn om een soort, gezien ook de munten waar wij zelf al mee betalen, de euro’s, zou het ook een idee zijn om een eigen lokale munt daaraan te koppelen? Het is een open vraag. De voorzitter: Mevrouw Hofstede van Progressief Altena. Mevrouw Hofstede: Ook wij vinden het een sympathiek voorstel van de VVD voor zo’n Altenabon. Enerzijds help je de mensen die daar behoefte aan hebben en anderzijds stimuleer je ook de lokale koopkracht, of tenminste, de lokale winkeliers. We zijn even benieuwd naar de praktische uitvoerbaarheid, maar daar kan misschien het college straks nog wat meer over vertellen. De voorzitter: Mijnheer Bouman, het woord is aan u. De heer P. Bouman: De praktische uitvoerbaarheid, daarvoor moeten wij ook gewoon gaan leunen op het college. Wij doen soms wel als VVD dat we van alles weten en het beter weten dan het college, maar in dit geval gaan we ze toch nodig hebben, vooral ook om na te denken over hetgeen wat mevrouw Rochat aangeeft. Je moet dit wel op een of andere manier netjes goed regelen, dat je niet iets doet wat je als gemeente zijnde, dat is leuk voor die mensen, en dat je achteraf gezien dat weer moet gaan korten op je bijstandsuitkering die je als gemeente zelf verstrekt. Dat zou bijzonder pijnlijk zijn en daar hebben we toch intelligente mensen nodig die in het college zitten die dat even voor ons uitzoeken.
Maar het zou moeten kunnen, volgens mij, als je het goed inregelt. De inkomensgrens, de concrete vraag was: heb je al nagedacht over de inkomensgrens? Daar hebben wij wel over nagedacht, maar het antwoord hebben we niet, want we hanteren zelf binnen de gemeente ook af en toe verschillende inkomensgrenzen. De ene keer pak je 120 procent van de bijstandsnorm, de andere keer pak je een keertje 130, soms is het gewoon de bijstandsnorm en soms dan heb je helemaal geen grens. Dat kan ook niet, want we kunnen niet 57.000 – hebben we vandaag geleerd – van die bonnen gaan versturen. Dus ook daarop denk ik dat we even moeten leunen op het college om dit idee even aan te leggen tegen alle andere grenzen die wij al hanteren en daar een goed voorstel voor te doen, als dat mag van u. AltenaLokaal, de boodschappentas ben ik op ingegaan. De mantelzorgers was inderdaad een voorbeeld voor een constructie, zeg maar. Dit gaat niet over mantelzorgers, dit gaat over mensen onder een bepaalde inkomensgrens. We hebben een vergelijkbare constructie opgezet bij mantelzorgers, en wij niet alleen, ook Oosterhout dus. VVA vraagt: een eigen munt. Ja, het mag van ons, in
plaats van een bon mag het ook een munt zijn. Wat mij betreft mogen we die zelfs Hennootjes noemen. Het gaat om het feit dat we iets doen voor die mensen, daar gaat het om. Of het nou een munt is of een bon, dat maakt ons niks uit. De voorzitter: Ik weet niet waarom de telefoon van de heer Alderliesten op geld aanslaat, maar dat ga ik hem straks wel even navragen. Goed, we gaan naar het college, portefeuillehouder Van Hunnik. Hij ging af op het moment dat het woord munt klonk, dus ja. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, dank. Het voorstel, in basis, ik kan niet anders concluderen dan dat u als raad doet, dat het heel sympathiek is. Tegelijkertijd roept het in ieder geval bij mij heel veel vragen op, dus het is een beetje de vraag of de VVD daarin volledig op het college kan leunen, maar ik denk ook dat dat work in progress is met elkaar. Als we dan kijken, het idee: we geven iets aan onze inwoners, we geven een bon die daarbij ook lokaal te besteden is. Ja, dat klinkt heel sympathiek. Tegelijkertijd zit daar heel veel werk aan aan de achterkant, want dat moet allemaal uitgevoerd worden, dat moet allemaal gerealiseerd worden. Een aantal vragen daarvoor hoorde ik hier net al in de raad langs komen, namelijk: welke doelgroep hanteert u hiervoor, gaat u uit van 120 procent van het minimum, wordt die doelgroep groter, kleiner, wat gaan we doen? Dat is een vraag.
Dan vervolgens komt daar de vraag: die lokale ondernemer, welke gaan we hierbij betrekken, hoe gaan we dat doen, hoe gaan we dat vormgeven? Ik hoor de VVD de opmerking maken om dat einde van het jaar te kunnen doen, ik hoorde net ook al de opmerking van een van uw raadsleden: het is al bijna november. Ja, inderdaad, de klok tikt ook door. Dus daar zit ook best een uitdaging op. Als we dan kijken naar de inwoners van Altena, net in het vorige agendapunt hadden we het ook met elkaar over juist iets doen voor een groep die het meest kwetsbaar is en soms is die niet te vangen in een bepaald percentage van het sociaal minimum. Als we dan kijken naar de cijfers die daarvoor beschikbaar zijn, dan wordt er op dit moment gezegd dat er zo’n 1815 gezinnen zijn – of, huishoudens zijn, excuus – 1815 huishoudens waarbij het risico is dat zij langdurige betalingsachterstanden oplopen of in de knel komen te zitten. Dat er sprake is van 6970 huishoudens waarbij de mogelijkheid bestaat dat zij financieel kwetsbaar zijn. Dat zijn lastige cijfers om te duiden, want we hebben daarin gewoon niet alles in beeld, maar de grove schetsen zijn dat behoorlijke aantallen. Dan zouden we heel simpel de rekensom P maal Q kunnen doen: hoeveel willen we uitgeven en hoeveel huishoudens zijn dat, dan zijn we rond.
Maar daarmee denk ik toch dat we iets te kort door de bocht gaan, dus dat zou ik u als gemeenteraad daarin ook mee willen geven. U heeft allen de raadsinformatiebrief ontvangen over de energietoeslag en daarbij gaan we uit dat op het moment dat we de energietoeslag aan die grotere doelgroep van 130 procent zouden uitkeren, waarmee er tussen de 550 en 600 huishoudens extra gebruik zouden kunnen maken van die toeslag, dat daar 60.000 euro bij komt kijken aan uitvoeringskosten. Dan wordt het rekensommetje al iets inzichtelijker en dat laat wel zien dat daar ook behoorlijk wat kosten mee gemoeid zijn. De vraag is: wat gaan we daar vervolgens mee doen? Een van de vragen die ook werd gesteld over de tas met boodschappen. Technisch gezien vanuit de Participatiewet kan zoiets inderdaad worden gezien als gift, dus daar zit wel degelijk ook een risico aan. Je zou het ook kunnen zien als steun aan inwoners, dus er zitten best wat haken en ogen aan die dan echt wel serieus uitgezocht moeten worden als we dit willen gaan doen. Dan kom ik toch nog één keer terug, voorzitter, op het vorige agendapunt wat we hadden waarbij we het ook hadden over het zichtbaar maken van de regelingen die we al hebben. Wat ik eigenlijk u als raad zou willen meegeven: laten we inzetten op het zichtbaar maken van de regelingen die we al hebben.
Er zijn verschillende regelingen die we hebben lopen, we zijn nog een aantal dingen aan het uitzoeken, laten we daar nou veel meer beeld en geluid en zichtbaarheid aan gaan geven dan dat we nu weer iets nieuws gaan optuigen, omdat we vanuit het college van mening zijn dat we daarmee veel meer kunnen doen voor de doelgroep die ons zo na aan het hart gaat.
De voorzitter: Mijnheer Bouman, een interruptie, of wilt u afronden? De heer P. Bouman: Nou, ik zal het maar per interruptie doen, dan kan de wethouder weer reageren op hetgeen wat ik zeg, dus dat is leuk. De voorzitter: Goed. De heer P. Bouman: Want de wethouder wil ons iets meegeven: kijk vooral naar hetgeen wat je hebt. Nou, dat nemen wij mee, ik denk dat u daar een goed punt heeft en dat we dat moeten doen. Ik wil ook u iets meegeven. Denk niet gelijk in moeilijkheden en in grenzen en in wat niet kan. Wees ook gerust, want wij gaan u niet vragen om dit dit jaar te doen. U zegt: einde van het jaar, het is al november. We gaan u echt niet vragen om dit jaar dit idee te implementeren, want dat kunnen we u niet aandoen. Want er is best wel veel uitzoekwerk en werk omdat in elkaar te zetten, dat klopt. Je moet dat ook slim doen. Die boodschappentas, als je het niet slim regelt, kan dat aan de orde zijn. Maar het kan ook heel goed niet aan de orde zijn, want vanuit bijzondere bijstand mogen wij ook iemand een koelkast geven. Dus het kan wel, alleen je moet het goed regelen. Dat begrijp ik en u heeft tijd nodig en die gaan we nu ook gewoon geven, maar ik wil zeggen: geef dit idee wel een kans en neem ons aanbod aan, want volgens mij wordt redelijk breed gesteund, om dat gewoon eventjes op uw gemak uit te denken en te overzien.