Vaststelling wijziging omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst (26007) MOTIVERING
Tekst van het document
Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21)'. De kern van het rapport WB21
blad 64 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren. Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de implementatie van de Omgevingswet verandert de wet- en regelgeving voor ruimtelijke projecten. De wet vervangt vele wetten en gaat uit van een integrale benadering van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke ordening, milieukwaliteit, natuur, bodem én water. Voor de Omgevingswet stellen provincies en gemeenten omgevingsvisies en omgevingsplannen op. Alle ambities en keuzes over het beheer, beschermen en benutten van de leefomgeving staan hierin. Belangrijk onderdeel van het ruimtelijk proces is de participatie van alle belanghebbenden. Omgevingsvisies en omgevingsplannen komen in de plaats van de bestaande structuurvisies en bestemmingsplannen. Uiterlijk in 2032 dienen alle bestaande plannen vervangen te zijn. Water is een essentieel onderdeel van onze leefomgeving. Belangrijke opgaven zijn het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Zeker in samenhang met het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit. De Omgevingswet beschrijft wat onder het beheer van een watersysteem valt.
Het beheer is gericht op: Het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met; Het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en; De vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies. Het waterschap neemt regels over waterstaatswerken op in de waterschapsverordening. Hierin is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren, de zogenaamde waterstaatswerken, en staan regels over het beheer en onderhoud. Vanaf januari 2024 heeft deze de Keur en de Algemene regels bij de Keur vervangen. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De Waterwet is nagenoeg geheel opgegaan in de Omgevingswet. De bepalingen rondom het huidige deltaprogramma en de financiële bepalingen over de verontreinigingsheffing en de provinciale grondwaterheffing gaan later over naar de Omgevingswet. Programma’s Water en Ruimte In een programma leggen het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten maatregelen vast om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken.
Het onderwerp ‘ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water’ is daarbij een belangrijk onderdeel. Centraal hierin staat het werken aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de natuur, de landbouw en de scheepvaart. Programma’s zijn, in tegenstelling tot omgevingsvisies, meer gericht op uitvoering op korte termijn. En waar in de omgevingsvisie vooral een integrale benadering van belang is, richten programma’s zich vaak op slechts één of een paar
blad 65 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
onderdelen van de fysieke leefomgeving. De vastgestelde maatregelen in programma’s zijn een uitwerking van het globale beleid dat in omgevingsvisies over water en ruimte is opgenomen. Er zijn een aantal verplichte programma’s waarin maatregelen over ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water kunnen staan: Nationaal waterprogramma (Rijk) – gericht op het beheer van rijkswateren; waterprogramma (provincie) – gericht op regionale Regionaal oppervlaktewaterlichamen, grondwaterlichamen en waterwinlocaties; Waterbeheerprogramma (waterschap) – gericht op de watersystemen in beheer bij het waterschap. Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.
Investeringen in het watersysteem zorgen dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater. Procedure Er zijn drie mogelijke procedures voor de weging van het waterbelang. De effecten van het plan op de waterhuishouding bepalen welke procedure geldt. Bij de procedure geen waterschapsbelang kan de weging volledig digitaal doorlopen worden. De korte procedure is voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. Bij de korte en normale procedure is informeel vooroverleg met Waterschap Zuiderzeeland nodig. Voor deze ruimtelijke ontwikkeling is de normale procedure van toepassing. Beoordeling Het water is een belangrijk onderdeel van het plangebied. De wijk wordt grotendeels gebouwd aan doorvaarbaar water. Na de realisatie van de open waterverbinding met de Hoge Vaart is het mogelijk om vanuit grote delen van Nobelhorst en het plangebied naar open water zoals in het centrum van Almere Stad, de Noorderplassen en de randmeren. Nobelhorst en het plangebied is zodanig opgezet dat veel woningen aan het water liggen waardoor het water optimaal beleefd wordt.
blad 66 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Figuur 5.17 Doorvaarbaar water In fase 5 en Twentsekant worden twee waterpeilen gerealiseerd, namelijk NAP- 5,20 meter (lichtblauw) waar gedeeltelijk in gevaren kan worden en de sloot naast de A6 en de Grote Denkersdreef heeft een peil van NAP- 5,85 meter.
Figuur 5.18 Overzicht verschillende waterpeilen (lichtblauw: NAP- 5,20 m, donkerblauw: NAP- 5.85/6,20 m). Bron: Het tweede addendum op het ontwikkelingsplan Waterveiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering. Er zijn geen uitgangspunten voor het beleidsthema waterveiligheid van toepassing. Voldoende water en wateroverlast Het maaiveld van het stedelijk gebied in heel Nobelhorst wordt opgehoogd met ophoogzand. De basis hiervoor komt uit het eerste Waterhuishoudingsplan voor Nobelhorst 1e fase is in (Waterhuishouding Almere Hout Noord 2011). Hierin is aangegeven wat de maaiveld, weghoogte en vloerpeil moeten worden. Deze uitgangspunten zijn de minimale hoogten die voor alle velden gelden.
blad 67 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Het waterpeil wordt voor heel toekomstige Nobelhorst (met uitzondering van bosgebieden en de sloot langs de A6) verhoogd naar bijbehorende waterpeilen van NAP -6,20 m naar NAP -5,20 m. In het deelplangebied fase 5 en Twentsekant worden twee waterpeilen gerealiseerd, namelijk -5,20 m NAP en in de sloot een tussenpeil van -5,85 m NAP. Bij veel neerslag zal het regenwater in deze watergangen via een stuw aan de oostkant van Nobelhorst naar het NAP -6,20 m peilgebied stromen. Het regenwater komend uit Vogelhorst zal op een lager peil om Nobelhorst heen geleid worden. De uitgangspunten, de nieuwe peilen en de peilgebiedsgrenzen voor heel plangebied Nobelhorst zijn door een werkgroep bestaande uit medewerkers van waterschap Zuiderzeeland en gemeente Almere uitgedacht, getoetst en de resultaten vastgelegd in het Waterhuishoudkundig plan Almere Nobelhorst: Fase 4, Twentse Kant en Zuid - Update 2023 (versie 1 november 2023, opgenomen in bijlage 9). Voor de peilwijzigingen is reeds een nieuwe peilbesluit bij waterschap Zuiderzeeland aangevraagd. Wateropgave en berging In Nobelhorst neemt de verharding toe, maar gaat dit gepaard met een toename van open water. Vanuit het waterschap geldt voor stedelijk gebied een compensatie-eis van 6,0% extra open water (ten opzichte van de toename verharding).
Volgens de meest actuele en geoptimaliseerde bergingsberekening komt in het gestuwde gebied 24,8 ha water, wat overeenkomt met 8% water over het totale gebied (gebieden 1a t/m 1c, zoals opgenomen in het waterhuishoudkundig plan in bijlage 9 bij deze motivering). Dit is exclusief de droge berging in het Beverbos en het aanvullende water dat buiten de stuwen wordt gerealiseerd (2,5 ha). Tijdens de realisatiefase moet gemonitord worden of er in de praktijk ook daadwerkelijk 8% compensatie ten opzichte van de toename verharding wordt gerealiseerd. Indien dit lager is zal opnieuw een hydraulische toetsing plaats moeten vinden met het daadwerkelijke watersysteem (en de verharding) om te controleren dat er voldoende bergingscapaciteit aanwezig is. Om wateroverlast te voorkomen, is voldoende waterberging in het plangebied vereist. Voor het plangebied geldt vanuit de Waterschapsverordening van het waterschap een eis om minimaal 6% van de toename van het verhard oppervlak te realiseren als extra oppervlakte open water (compenseren). Door de grote oppervlak van het plangebied en de beperkte drooglegging van minimaal 1,05 m is in overleg met Waterschap Zuiderzeeland een maatwerkberekening toegepast. Daarnaast heeft Waterschap Zuiderzeeland eisen voor de afwenteling op lagergelegen gebieden.
Hiervoor zijn analyses uitgevoerd met de volgende normen: Toetsbui waterschap Zuiderzeeland (116.1 mm in 48 uur) Maximale peilstijging tot insteek van de watergang Maximale afwenteling overtollig water van 1,5 l/s/ha T100 (NBW-toetsing) Maximale peilstijging tot insteek van de watergang blad 68 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Maatgevende afvoer (13 mm/dag + kwel) Stroomsnelheid maximaal 0,25 m/s Verhang: maximaal 2 cm/km, 2 cm per duiker en 30 cm voor het gehele watersysteem Uit de toetsing volgt dat het watersysteem met ontwerpaannamen voldoet aan de eisen van het waterschap waarbij het opgehoogde stedelijk gebied maaiveld, waaronder wegen, niet wordt geïnundeerd. Door de lage ligging van het bestaande bos kan hier plaatselijk wel inundatie optreden. De toetsing voor heel Nobelhorst inclusief fase 5 is in het volgend rapport terug te vinden: Waterhuishoudkundig plan, Almere Nobelhorst Fase 4, Twentse Kant en Zuid – Update 2023. Compensatie vindt plaats door het graven van extra open water (ca. 8%) en het incidenteel overstromen van het Beverbos. Het gebied moet volgens Klimaatbestendige Nieuwbouw: Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0 (Metropoolregio Amsterdam, 2021) tevens zo worden ingericht dat bij grotere neerslag (70 mm in een uur) het regenwater via het maaiveld zonder schade richting het oppervlaktewater of laagten kan stromen. Dus zonder schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. ater woningen binnenstroomt. De opgave voor waterberging komend uit het waterplan is geborgd in de regels van dit omgevingsplan.
Dit betekent dat binnen 12 maanden na oplevering van alle ontwikkelingen die het omgevingsplan mogelijk maakt voldoende regenwaterberging in het gebied aanwezig is zodat aan de eerder genoemde normen van gemeente Almere en Waterschap wordt voldaan. Schoon water: structuurdiversiteit Streefbeeld: De gemeente streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt: Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Het watersysteem wordt daarom zodanig ingericht om het waterschap met doorspoelen de kans te geven om de verblijftijd te verkorten. Randvoorwaarden nieuw oppervlaktewater: Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling. Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is.
Schoon water: goede oppervlaktewaterkwaliteit en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en Streefbeeld: Het grondvoortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten: In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Randvoorwaarden: Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon hemelwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Als hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt blad 69 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het "Besluit bodemkwaliteit (BBK)" en/of de Waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Aan lozingen in oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Lozingen op kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen kunnen worden verboden door het waterschap. Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen niet-oxideerbaar zijn. Het verdient de voorkeur om bij de inrichting van nieuwe terreinen preventieve maatregelen te nemen die onkruidbestrijding met behulp van chemische bestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk voorkomen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op straatverharding dient uitsluitend volgens wettelijke gebruiksvoorschriften en met wettelijk verplichte DOB-methode te worden toegepast. Bij de DOB-methode wordt minder bestrijdingsmiddel gebruikt met als resultaat dat er minder verontreinigingen naar het oppervlaktewater afstromen. Er worden geen uitloogbare bouwmaterialen gebruikt.
Schoon water: goed omgaan met afvalwater Streefbeeld: Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen. Uitgangspunten: Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zonodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Bij nieuwbouwgebieden (bijvoorbeeld woonwijk, industrieterrein) is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Riolering en lozing (vervuild) hemelwater In Nobelhorst wordt water gescheiden in riolering opgevangen. Vuilwater wordt door een systeem van vuilwaterriool, gemalen en persleidingen afgevoerd richting de AfvalWaterZuiveringsInstallatie van het waterschap op de bedrijventerrein De Vaart. Het regen- en grondwater wordt in Nobelhorst via het regenwaterriool, laagten en/of watergangen naar het oppervlaktewater getransporteerd.
Regenwater van hogere intensiteiten dan waarvoor het riool is bedoeld kan via het maaiveld afstromen naar laagten en oppervlaktewater zonder dat er schade ontstaat aan gebouwen en het maaiveld. Het heeft de voorkeur dat regenwater een bodempassage heeft voordat het in het oppervlaktewater stroomt. Er is dan ook geen vervuild hemelwater. Uiteindelijk stroomt het via de vaarten met oppervlaktegemalen naar de Randmeren. Water vormt geen belemmering voor het planvoornemen. De opgave uit het waterhuishoudkundig plan is doorgerekend voor het plangebied en geborgd in een voorwaardelijke verplichting in de regels Conclusie Water vormt geen belemmering voor het planvoornemen. De opgave uit het
blad 70 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
waterhuishoudkundig plan is doorgerekend voor het plangebied en geborgd in een voorwaardelijke verplichting in de regels.
5.13
Klimaatadaptatie Kader Klimaatadaptatie is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen aan stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Het thema klimaatadaptatie heeft met name betrekking op ruimtelijke maatregelen waarmee gebieden en gebouwen zo ingericht kunnen worden dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Om heel Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, is het nodig dat klimaatadaptatie op alle overheidsniveaus onderdeel is van beleid en uitvoering. Daarvoor is in de eerste plaats een landelijke aanpak nodig. Die landelijke aanpak gebeurt vanuit twee programma's: het nationaal Deltaprogramma en de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). Nationaal Deltaprogramma In het nationaal Deltaprogramma staat hoe de overheid Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en werkt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties werken vanuit het Deltaprogramma samen aan deze opgaven, onder leiding van de deltacommissaris. Het programma is opgebouwd rond drie thema's: Deltaprogramma Waterveiligheid: Hierin staan alle onderzoeken, maatregelen en voorzieningen om Nederland te beschermen tegen overstromingen.
Deltaprogramma Zoetwater: Hierin staat hoe we zorgen voor genoeg zoetwater, nu en in de toekomst. Zoetwater is onmisbaar: niet alleen voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening, maar ook voor de natuur en voor de stabiliteit van dijken. Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie: hierin staat hoe we ons land willen inrichten om de gevolgen van de toenemende hitte, droogte, hevige neerslag en overstromingen te kunnen opvangen. Alle 3 de onderdelen bevatten een deltaplan en een deltabeslissing. In het Deltaplan staan concrete maatregelen voor de uitvoering van het beleid en de planning van deze maatregelen. In de Deltabeslissing staan nationale kaders die voor heel Nederland gelden. Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) De nationale klimaatadaptatiestrategie is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Deze strategie uit 2016 beschrijft de belangrijkste klimaatrisico's voor Nederland en zet de koers uit om deze risico's aan te pakken. Het programmateam NAS heeft deze koers vertaald naar plannen en acties in het uitvoeringsprogramma 2018 - 2019. Dit programma richt zich op sectoren, ketens, thema's en klimaatrisico's die niet in het Deltaprogramma en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voorkomen en vult een aantal thema's hieruit aan.
Met het rapport 'Nationaal perspectief klimaatadaptatie' uit 2020 blikt het team terug op wat er tot dan toe bereikt is en biedt het perspectief voor de toekomst. Het convenant Klimaatbestendige nieuwbouw In 2021 heeft de gemeente Almere het convenant Klimaatbestendige nieuwbouw
blad 71 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
ondertekend. In het convenant is afgesproken dat ontwikkelingen moeten voldoen aan het Basisveiligheidsniveau Klimaatadaptief Bouwen. Beoordeling De klimaat- en duurzaamheidsstrategie voor het plangebied in zet de ingezette weg uit fase 3 voort, waar al een sterke basis voor biodiversiteit en klimaatadaptatie is gelegd. Enkele belangrijke maatregelen in fase 3 omvatten het beperken van verharde oppervlakken, het planten van bomen in woonstraten, het gebruik van natuurvriendelijke oevers en waterdoorlatende parkeerplaatsen. Daarnaast wordt er ook ingezet op het inzetten van inheemse beplanting en grassen. Deze aspecten zijn volledig in het beeldregieplan van fase 3 opgenomen en onderdeel van zowel de openbare ruimte als van de architectuur. Deze lijn wordt in fase 5 doorgezet, zodat ook dit deel van Nobelhorst een toekomstbestendige, groene en gezonde leefomgeving wordt. Om de duurzame ambities inzichtelijk te maken, wordt de Leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling 2.0 van de gemeente Almere toegepast. Water en hittestress Het watersysteem van fase 5 wordt veilig en robuust ingericht, gericht op de toekomst. Piekbuien worden opgevangen en droogte wordt voorkomen. Elke ontwikkeling is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op het perceel.
Hittestress wordt voorkomen door onder andere bij de inrichting van het openbaar gebied uit te gaan van de 3-30-300 regel: Vanuit een woning zijn drie bomen zichtbaar; In een straat is 30% kroondekking; Binnen 300 meter van de woning/het bedrijf is een schaduwrijke verblijfsplaats. Ook zal in de straatprofielen en in de openbare ruimte klimaatadaptatie een plek krijgen. Groen Voor het thema biodiversiteit en ecologie zet de gemeente in op onder andere: Ontwerpprincipes voor bodem en water sturend; Een robuust en veerkrachtig groenblauw systeem; Het versterken van bestaande groenstructuren en (inheemse) biodiversiteit; Het vergroten van het areaal voor flora, fauna en fungi; Het versterken en vergroten van habitatten van doelsoorten. In het plangebied zullen de duurzaamheidsambities qua klimaat, biodiversiteit en ecologie niet beperkt blijven tot het openbaar gebied. De maatregelen worden daar waar mogelijk doorgetrokken naar de private percelen. In de uitgifte wordt rekening gehouden met eisen aan opvang voor regenwater, het creëren van een habitat voor gebouwgebonden soorten of het minimaliseren van tuinverharding. Dit wordt bij de tenderuitvragen voor vastgoedontwikkeling verder uitgewerkt. Zodoende draagt het hele gebied, zowel de openbare terreinen als de privétuinen, bij aan een klimaatadaptieve en biodiverse wijk.
Aanvullend zijn in dit gebied specifiek kansen voor: Ruimte maken voor (inheemse) flora, fauna en fungi rondom, op en aan gebouwen. Idealiter dienen deze ook secundaire doelen zoals verkoeling of zonwering. Daar waar mogelijk wordt water op natuurlijke wijzen geïnfiltreerd in de bodem. Denk hierbij aan (inheemse) biodiverse infiltratiestroken.
blad 72 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Volledig (100%) benutten van het (platte) dakareaal voor duurzame doelstellingen (biodiversiteit, klimaatadaptatie en/of energie opwekken).
De ambitie is dat er minimaal ingezet wordt op de wensen ten aanzien van klimaat, biodiversiteit en ecologie in de Leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling 2.0. Een aantal wensen kan echter pas later in het proces worden uitgewerkt en is afhankelijk van partners. Een voorbeeld hiervan is om in de toekomst bewoners door middel van zelfbeheer een bijdrage te laten leveren aan ecologische doelen. Conclusie Klimaatadaptatie is integraal onderdeel van de plannen en leidt tot een klimaatadaptieve en duurzame ontwikkeling.
5.14
Duurzaamheid Kader De Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevatten geen specifieke eisen met betrekking tot duurzaamheid. Wanneer duurzaamheid of klimaatadaptatie eisen worden gesteld, vloeien deze doorgaans voort uit gemeentelijk beleid. Artikel 1.3 van de Omgevingswet benadrukt echter dat de wet is ontworpen met het oog op duurzame ontwikkeling, wat duurzaamheid een prominente rol kan geven in de planvorming. Tegelijkertijd ervaart de wereld ingrijpende veranderingen door het klimaat: de temperatuur stijgt, neerslagpatronen veranderen, en er zijn steeds vaker lange periodes van droogte. De kans op overstromingen neemt eveneens toe. Deze verschijnselen maken het noodzakelijk om in te spelen op de gevolgen van klimaatverandering, een proces dat bekend staat als klimaatadaptatie. Deze aanpassing is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen, waaronder het Rijk, gemeenten, waterschappen, provincies en veiligheidsregio's. Het gezamenlijke doel is om in 2050 voorbereid te zijn op extremere weersomstandigheden en de stijgende zeespiegel. Visie Almere 2.0 en Energievisie Almere, sinds de jaren '70 ontworpen als duurzame stad op uit zee gewonnen land, streeft naar ecologische, sociale en economische duurzaamheid.
De stad richt zich op het behoud van leefbaarheid en gezondheid, met een gemeenschap die zich blijft ontwikkelen binnen een omgeving die ruimte biedt voor water, natuur en cultuur. Almere's Energievisie sluit aan bij nationale klimaatdoelstellingen, met als ambitie een reductie van de CO2-uitstoot met 49% in 2030 en 95% in 2050. Deze doelstellingen worden nagestreefd door een combinatie van voortzetting van bestaand beleid en nieuwe projecten, waarbij de aanpak van 'pas toe of leg uit' als leidraad dient. Duurzaamheid is geïntegreerd in alle gemeentelijke processen, van gebiedsontwikkeling en stedelijke vernieuwing tot beheer, groot onderhoud en inkoop. Tevens worden acht interventies ingezet om duurzaamheid extra te stimuleren, waarbij flexibiliteit en samenwerking met partners centraal staan. Dit strategische kader beoogt een veerkrachtige en toekomstbestendige stad, die zowel de uitdagingen van de toekomst als de huidige behoeften van haar inwoners adequaat kan aanpakken. Beoordeling
blad 73 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
De duurzaamheidsambities voor fase 5 van Nobelhorst zijn gebaseerd op de Leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling 2.0 van de gemeente Almere. Het doel is een klimaatbestendige en circulaire wijk te creëren die uiteindelijk energieleverend zal zijn. Alle nieuwbouw dat gerealiseerd wordt binnen dit plan voldoet aan de BENG-norm (bijna energieneutrale gebouw). Circulariteit Fase 5 van Nobelhorst streeft naar een circulaire economie, waarbij de R-ladder wordt toegepast met de focus op 'refuse/reduce' en 'reuse'. Dit houdt in dat men streeft naar het verminderen van het gebruik van primaire en niet-hernieuwbare grondstoffen door bijvoorbeeld de levensduur van gebouwen te verlengen en biobased materialen te gebruiken. Als vermindering niet mogelijk is, wordt hergebruik van materialen gestimuleerd om de milieu-impact te minimaliseren. De gemeente Almere ondersteunt dit door initiatieven zoals de MRA Green Deal Houtbouw en de Citydeal Circulair en Conceptueel Bouwen, waarbij 20% van de nieuwbouw in hout of andere biobased materialen moet worden uitgevoerd. In de tenderuitvragen voor vastgoedontwikkeling zal nadruk worden gelegd op het gebruik van biobased materialen en hergebruik van bouwmaterialen. Energie Energiezuinigheid en hernieuwbare energie zijn cruciale onderdelen van de duurzaamheidsambities voor fase 5 van Nobelhorst.
Ondanks de uitdagingen zoals netcongestie en de afwezigheid van een warmtenet, wordt er gestreefd naar een energieleverende ontwikkeling. Daarmee gaat het plan verder dan de BENG-norm. De focus ligt op: Het efficiënt gebruik van energie door middel van goede isolatie en bijvoorbeeld natuurlijke ventilatie. Energiepassief bouwen, waarbij gebouwen zo min mogelijk energie verbruiken, wordt daarnaast ook aangemoedigd. Ook worden opties voor lokale energieopslag, zoals buurtbatterijen en duurzame verwarmingsmethoden onderzocht. In dit kader zullen de marktpartijen via tenderuitvragen worden uitgedaagd om innovatieve oplossingen voor de warmtevraag toe te passen. Door deze integrale benadering hoopt de gemeente Almere dat fase 5 van Nobelhorst een modelwijk wordt die zowel ecologisch als energetisch toekomstbestendig is. Klimaatadaptatie In 2021 heeft de gemeente Almere het convenant Klimaatbestendige Nieuwbouw ondertekend. In het convenant is afgesproken dat ontwikkelingen moeten voldoen aan het basisveiligheidsniveau Klimaatadaptief Bouwen. Hier wordt in fase 5 op in gezet. Watersysteem Het watersysteem van fase 5 wordt veilig en robuust ingericht. Piekbuien worden opgevangen en droogte wordt voorkomen.
Hittestress wordt voorkomen door onder andere bij de inrichting van het openbaar gebied uit te gaan van de 3-30-300 regel: Vanuit een woning zijn 3 bomen zichtbaar; In een straat is 30% kroondekking; Binnen 300 meter van de woning / het bedrijf is een schaduwrijke verblijfplaats.
blad 74 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Daarnaast voorziet het plan in een aantal elementen uit de Leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling: Extreme neerslaggebeurtenissen 70mm/60minuten (T=100 obv KNMI scenario 2050) worden binnen het plangebied opgevangen zonder schade aan gebouwen of infrastructuur. Het plangebied voldoet aan de met het waterschap afgestemde waterhuishoudkundige rapportage: Waterhuishoudkundig plan, Almere Nobelhorst Fase 4, Twentse Kant en Zuid – Update 2023. Compensatie vindt plaats door het graven van extra open water (ca. 8%) en het incidenteel overstromen van het Beverbos (zie ook paragraaf 5.12). Biodiversiteit en ecologie: Voor de thema's biodiversiteit en ecologie wordt in fase 5 ingezet op onder andere: 1. 2. 3. 4. 5.
Ontwerpprincipes voor bodem en water sturend; Een robuust en veerkrachtig groenblauw systeem; Het versterken van bestaande groenstructuren en (inheemse) biodiversiteit; Het vergroten van het areaal voor flora, fauna en fungi; Het versterken en vergroten van habitatten van doelsoorten.
Duurzame mobiliteit Duurzame mobiliteit is gericht op schone, gezonde, actieve, inclusieve en efficiënte verplaatsingen, zonder emissie. Almere hanteert in (duurzame) mobiliteit ook wel de trias mobilica. Dat zijn drie principes: Verminderen van het aantal verplaatsingskilometers. Daarvoor wordt ingezet op compacte gebieden met veel voorzieningen in de nabijheid. Veranderen van vervoerwijze. Dit gaat over het stimuleren van het het gebruik van actieve, gezonde, inclusieve en ruimte-efficiënte vormen van mobiliteit: lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit. Verschonen van mobiliteit. Gemotoriseerd verkeer dat rijdt op benzine of diesel stoot CO2 en fijnstof uit. Almere probeert het gemotoriseerd verkeer waar mogelijk te beperken via de eerste twee principes. Voorliggend plan geeft op onderdelen invulling aan bovenstaande principes: Het plan voorziet onder meer in maatschappelijke voorzieningen die in de directe nabijheid liggen. Het plan voorziet in voldoende openbaar vervoer en fietsverbindingen als alternatief voor de auto op met name de kortere afstanden binnen Almere (zie ook paragraaf 5.1). Op basis van de bovenstaande principes wordt getracht de mobiliteit te verschonen. Aanvullend wordt ingezet op voldoende laadpalen voor elektrisch rijden.
Sociale duurzaamheid In het plangebied wordt voortgebouwd op de speerpunten uit het Ontwikkelingsplan Almere Hout Noord – Wijk voor initiatieven (d.d. 2010). Almere heeft destijds gekozen voor duurzaamheid als leidend principe in stedelijke ontwikkeling. Naast biodiversiteit en klimaatadaptatie is sociale duurzaamheid een belangrijk speerpunt. “Sociale duurzaamheid staat of valt met de waardering van bewoners en ondernemers voor de kwaliteit van de omgeving. Een sociaal duurzame wijk staat dan ook voor een omgeving die met zoveel zorg en kwaliteit is ontworpen en gerealiseerd, dat ze door de jaren heen haar aantrekkelijkheid behoudt en versterkt. Een omgeving die sociaal veilig is en die goed voelt. blad 75 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Een wijk met min of meer een zelfvoorzienende en zelfsturende gemeenschap van bewoners en ondernemers, die verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving.” Conclusie Duurzaamheid is integraal onderdeel van de plannen en leidt op verschillende aspecten (sociaal, energie, water, klimaat, biodiversiteit, mobiliteit) tot een duurzame gebiedsontwikkeling.
5.15
Gezondheid Kader Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort (art. 1.3) en wordt vereist dat bij de een evenwichtige toedeling van functies rekening gehouden dient te worden met het beschermen van de gezondheid (art. 2.4 lid 4). Omdat de Omgevingswet het begrip gezondheid niet inkadert, kan het veel verschillende onderwerpen raken. Zo zijn milieunormen vastgelegd om de volksgezondheid te beschermen (zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit), maar kunnen overheden ook eigen gezondheidsambities uitwerken en vastleggen. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. De GGD geeft een praktische invulling aan dit kader door middel van verschillende kernwaarden met bijbehorende gezondheidsadviezen.
De GGD heeft de volgende kernwaarden opgesteld: rookvrije omgeving; aantrekkelijke plekken; gezond gewicht; wonen en druk verkeer; voorzieningen dichtbij; actief vervoer; fiets- en ov-verbindingen; gezond binnenklimaat; prettig wonen; geschikte woningen. Verder stelt de GGD dat het voldoen aan de wettelijke normen niet automatisch betekent dat er geen gezondheidseffecten kunnen optreden. In het GGD omgevingsadvies zijn daarom gezondheidskundige advieswaarden opgenomen. De GGD heeft gezondheidskundige advieswaarden voor de thema's luchtkwaliteit, geur, geluid, bodem, elektromagnetische velden (straling), veehouderijen en akkerbouw. Om af te kunnen wegen of het plan voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zorgt in het kader van het thema gezondheid, heeft Antea Group het begrip gezondheid uiteengezet in verschillende aspecten (zie onderstaand figuur).
blad 76 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Figuur 5.19 Gezondheid in het kader van ruimtelijke plannen Een gezonde leefomgeving wordt beïnvloed door zowel fysieke als sociale factoren, die onderverdeeld kunnen worden in gezondheidsbescherming (blauw in bovenstaande figuur) en gezondheidsbevordering (paars in bovenstaande figuur). Voor de aspecten die vallen binnen gezondheidsbescherming zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd die in de voorgaande paragrafen zijn getoetst (o.a. bodem, lucht en geluid). In het GGD omgevingsadvies wordt echter aangegeven dat het voldoen aan de wettelijke grenswaarden niet automatisch betekent dat er geen gezondheidseffecten kunnen optreden. In de wettelijke grenswaarden zijn namelijk ook andere factoren dan enkel gezondheid afgewogen, zoals bijvoorbeeld economische en technische haalbaarheid. In het GGD omgevingsadvies zijn daarom voor een aantal aspecten 'gezondheidskundige advieswaarden' opgenomen, waar enkel gezondheidsaspecten aan ten grondslag liggen. Daarnaast zijn in het GGD omgevingsadvies ook meer kwalitatieve adviezen opgenomen voor een gezonde leefomgeving. Hiervoor wordt ook verwezen naar de 'Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving' van GGD-GHOR Nederland. Deze adviezen (en advieswaarden) van de GGD zijn bedoeld als inspiratie ter bevordering van een gezonde leefomgeving en in de beoordeling van het voornemen zal op deze manier met de adviezen worden omgegaan.
De advieswaarden zijn niet bedoeld voor toetsing van vergunningaanvragen. Een dergelijke toetsing heeft in de voorgaande paragrafen plaatsgevonden aan de hand van de wettelijke grenswaarden. Beoordeling Gezondheidsbescherming geluid, lucht, bodem en water Voor de aspecten geluid (paragraaf 5.4), luchtkwaliteit (paragraaf 5.6), bodem (paragraaf 5.7) en water (paragraaf 5.12) wordt voldaan aan de geldende regels en normen (wettelijke grenswaarden). Gezondheidskundige advieswaarden blad 77 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
De gezondheidskundige advieswaarden (hoewel geen wettelijke normen) worden hierna door ons uitsluitend indicatief betrokken in de integrale beoordeling van de gezondheidsaspecten. Voor beoordeling aan de gezondheidskundige advieswaarden van de GGD wordt verwezen naar onderstaande tabel: Onderwerp
Gezondheidskundige advieswaarden Beoordeling
Luchtkwaliteit en geur
De concentratie fijnstof PM10 ligt onder de 15 µg/m3
Ja, de concentratie fijnstof PM10 ligt onder de 15 µg/m3 , en bedraagt ca. 14 µg/m3 (zie hiervoor paragraaf 5.6).
De concentratie fijnstof PM2,5 ligt onder de 5 µg/m3
Nee, de concentratie fijnstof PM2,5 ligt net boven de 5 µg/m3 en bedraagt ca. 7 µg/m3 (zie hiervoor paragraaf 5.6).
De concentratie stikstofdioxide (NO2 ) ligt onder de 10 µg/m3
Nee, de concentratie stikstofdioxide (NO2 ) bedraagt ca. 10 µg/m3 en varieert van <10 µg/m3 tot ca. 12 µg/m3 (zie hiervoor paragraaf 5.6).
Afstand houden tot de weg is het Het plan voldoet aan de minimale belangrijkste advies. Hanteer hierbij afstanden ten opzichte van drukke en de volgende minimale afstanden: grote wegen. In het te ontwikkelen Snelweg: ten minste 150 meter (bij gebied ligt de A6 gemiddeld op een voorkeur 300 meter). afstand groter dan 200 meter en zijn Provinciale weg: ten minste 50 er geen provinciale wegen of meter. gemeentelijke wegen met meer dan Drukke binnenstedelijke weg 10.000 voertuigen/dag. (>10.000 mvt/etm): ten minste 25 meter (bij voorkeur 50 meter). Er liggen geen (nieuwe) gevoelige De aanwezigheid van veehouderijen bestemmingen binnen de endotoxine speelt geen rol in dit plan. Er zijn richtafstand van veehouderijen. De geen veehouderijen aanwezig nabij richtafstand is de afstand waar de het plangebied. concentratie endotoxine 30 eu/m3 bedraagt Er gelden verschillende De aanwezigheid van veehouderijen advieswaarden ten aanzien van geur of geurhinderlijke bedrijvigheid voor veehouderijen en speelt geen rol in dit plan. Er zijn geurhinderlijke bedrijvigheid geen veehouderijen of (voorgrondgeurbelasting en geurhinderlijke bedrijven aanwezig achtergrondgeurbelasting). nabij het plangebied met een voorgrond- of achtergrondgeurbelasting.
blad 78 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Geluid
Zorg voor tenminste één stille zijde op geluidbelaste locaties en borg dit in lokaal beleid. Een stille zijde heeft een geluidbelasting van minder dan 50 dB Lden (afkomstig van verkeer, industrie en spoorweg). De slaapkamers moeten zo veel mogelijk aan deze geluidsluwe zijde zijn gesitueerd. Het geluidsniveau op de gevel is in de nachtelijke uren lager 40dB Lnight.
Of er één stille zijde op geluidbelaste locaties aanwezig is en een lager geluidniveau in de nachtelijke uren kan op dit moment nog niet beoordeeld worden. Dit is onderdeel van de planuitwerking. Het geluidbeleid van Almere is onderdeel van de regels van het bestemmingsplan en gekoppeld aan een voorwaardelijke verplichting. Daarmee is primair geborgd dat het in gebruik nemen van geluidgevoelige gebouwen alleen is toegestaan indien wordt voldaan aan de standaardwaarde conform art. 5.78t Bkl. Het afwijken van deze standaardwaarde en daarmee het verkrijgen van een omgevingsvergunning, kan alleen als wordt voldaan aan paragraaf 5.1.4.2a.5 Bkl, alsmede de eisen zoals opgenomen in de geluidregeling welke onderdeel uitmaken van de planregels.
Het geluidsniveau binnen is maximaal 33dB Lden
Of het geluidsniveau binnen maximaal 33 dB Lden bedraagt kan op dit moment nog niet beoordeeld worden. Dit is onderdeel van de planuitwerking.
Het geluidsniveau afkomstig van Geluidhinder van vliegverkeer is niet vliegverkeer bedraagt op de gevel aan de orde. Het plangebied ligt niet maximaal 45dB Lden en 40dB Lnight. onder of nabij aanvliegroutes voor Besef dat bij deze waarden nog 10% de luchtvaart. ernstige hinder en 11% ernstige slaapverstoring ervaar Het geluidsniveau afkomstig van Geluidhinder van windmolens is windmolens bedraagt, volgens de niet aan de orde. Het plangebied ligt WHO, op de gevel maximaal 45dB niet in of nabij een gebied met Lden gemiddeld over een jaar. Let windmolens of waar deze in de daarnaast op slagschaduw, hiervoor toekomst voorzien zijn. is geen gezondheidskundige advieswaarde vastgesteld. De overheid heeft een norm gesteld van gemiddeld maximaal 20 minuten slagschaduw per dag voor niet meer dan 17 dagen per jaar
blad 79 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Elektromagnetisch velden (straling)
Woningen, scholen en kinderdagverblijven liggen niet binnen de zone van 0.4 µT jaargemiddeld van hoogspanningslijnen en –kabels, transformatorhuisjes en dergelijke.
Uit de brief “Voorzorgbeleid voor magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen” door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (21 april 2023) is opgenomen dat door de minister voor Klimaat en Energie (KE) en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), in afstemming met de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), besloten is om voor andere netcomponenten dan bovengrondse hoogspanningslijnen geen afstanden ten opzichte van gevoelige bestemmingen te adviseren. Dat betekent dat er ook geen magneetveldzone bij deze netcomponenten bepaald wordt. Zowel uit de evaluatie als uit overleg met gemeenten en netbeheerders komt naar voren dat het werken met een magneetveldzone bij stations, kabels en/of transformatorhuisjes tot problemen in de uitvoeringspraktijk leidt en tot een forse claim op de ruimte, die niet in verhouding staat tot de mogelijke risico's van magneetvelden. Uit onderzoek is niet gebleken dat er een verhoging van het aantal gevallen van leukemie voorkomt bij andere netcomponenten (dan hoogspanningskabels).
Akkerbouw
Het advies is een zo groot mogelijke afstand aan te houden tussen de velden waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en gevoelige bestemmingen. Het advies is minimaal een spuitzone van 50 meter aan te houden.
Er zijn geen akkerbouwgebieden in de nabijheid of grenzend aan het plangebied. Invloed van gewasbeschermingsmiddelen is daarmee uit te sluiten.
Bodem
Voor lood geldt dat dit met name Uit het vooronderzoek dat is gedaan schadelijk is voor kleine kinderen ten behoeve van dit plan is gebleken (tot circa 7 jaar). Het advies is te dat er geen verdenking is op de streven naar een gezondheidskundig aanwezigheid van een voldoende bodemkwaliteit. Door de bodemverontreiniging. GGD zijn hier afhankelijk van het gebruik advieswaarden voor opgesteld.
blad 80 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Milieugezondheidsrisico’s Via de Atlas voor de Leefomgeving zijn de milieugezondheidsrisico’s (MGR’s) inzichtelijk. Op de kaart staat de geschatte, opeengestapelde invloed van geluid en luchtkwaliteit op de gezondheid. Het milieugezondheidsrisico (MGR) geeft in procenten aan hoeveel van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling komt. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakte deze kaart voor de Planmonitor NOVI van het Planbureau voor de Leefomgeving (2023). Er zijn gegevens gebruikt voor fijnstof (2020), stikstofdioxide (2020) en geluid van weg- en treinverkeer (2019-2021). Ook geluid van vliegverkeer (2016) en geluid van industrie (2008) is meegenomen. Het MGR in het plangebied ligt op ongeveer 4,5%. Toekomstige bewoners van het plangebied hebben hiermee een relatief laag risico om ziek te worden door milieufactoren.
Gezondheidsbevordering In een gezonde leefomgeving is niet alleen sprake van gezondheidsbescherming, maar ook van gezondheidsbevordering. Dit betekent dat de omgeving uitnodigt tot gezond gedrag met invloed op zowel de fysieke als de mentale gezondheid. De volgende aspecten dragen bij aan onder andere ontspanning, beweging en ontmoeting. Groen en water in de leefomgeving hebben een positief effect op de gezondheid, zowel fysiek als mentaal en zowel direct als indirect (bijvoorbeeld door klimaatadaptatie). De projectlocatie is in ontwikkeling een groene omgeving, met een hoog percentage groen, water en bomen. De te ontwikkelen woningen worden omringd door groenvoorzieningen. In de rest van de nabije omgeving is daarnaast ook veel natuur te vinden. In de omgeving van de ontwikkeling bevinden zich namelijk verschillende natuurgebieden behorende tot het NatuurNetwerk Nederland (EHS). De omgevingsaspecten bevorderen de luchtkwaliteit, verminderen stress en bevorderen de algehele welzijn door de mogelijkheid te bieden voor ontspanning en recreatie. Groenruimtes in het plangebied stimuleren sociale interactie en fysieke activiteit, wat bijdraagt aan een gezondere levensstijl en versterkt het gevoel van verbondenheid met de omgeving. Door deze voordelen dragen groenvoorzieningen bij aan een hogere levenskwaliteit en een duurzamer milieu.
In het plangebied zijn daarnaast fietsen en wandelen belangrijk, met een nadruk op het afstemmen op de bestaande hoofdfietsstructuur. Er zijn diverse routes voor fietsers, waaronder vrij liggende fietspaden voor snelle verplaatsingen. Belangrijke noord-zuid en blad 81 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
oost-west fietspaden worden rood gemarkeerd, met een geplande fietstunnel onder de J.H. van 't Hofflaan voor een veilige kruising. Naast deze hoofdstructuur zijn er extra vrij liggende fietspaden en informele routes door buurtstraatjes. Ook zijn er diverse sport- en speelmogelijkheden voor zowel kinderen als adolescenten aanwezig in de beoogde ontwikkeling. Ten behoeve van de gezondheidsbevordering zijn binnen het plangebied plannen voor ontmoetingsplekken binnen de openbare ruimte. Daarnaast is er een focus op het leven buiten en mét elkaar, wat zorgt voor een sterke sociale cohesie binnen de wijk. Conclusie Gezondheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Het plan voldoet aan de geldende regels en normen voor geluid, lucht, bodem en water. Daarnaast voldoet het plan grotendeels ook aan de niet-wettelijke advieswaarden uit het GGD-omgevingsadvies. Alleen aan de advieswaarden voor fijnstof (PM 2,5) en stikstofdioxide (NO2) voldoet het plan op dit moment net niet. De gemeente Almere is deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Door het college is een Plan van Aanpak opgesteld om hier uitvoering aan te geven met de huidige beschikbare middelen die nu voorhanden zijn. Dat wordt nu uitgevoerd. Het SLA is bedoeld om de luchtkwaliteit continu te verbeteren.
Van daaruit is het aannemelijk dat in de nabije toekomst ook voor fijnstof PM 2,5 en stokstofdioxide (NO2) aan de advieswaarden van de GGD kan worden voldaan, temeer de overschrijding op dit moment zeer beperkt is.
5.16
Mer-beoordeling Kader Het instrument milieueffectrapportage (mer) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De verplichting een MER op te stellen is van kracht sinds 1 september 1987 en is verankerd in de Omgevingswet (en voorheen Wet milieubeheer). Voor sommige plannen of projecten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken. In het Omgevingsbesluit is opgenomen voor welke activiteiten de mer-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten kunnen hebben op het milieu. Beoordeling Voor de voorgenomen ontwikkeling is een mer-beoordeling uitgevoerd.
Deze is opgenomen in bijlage 10 bij deze motivering. Het betreft een gecombineerde plan- en project-mer-beoordeling, waarin is beoordeeld of de ontwikkeling uit dit omgevingsplan voor de bouwvelden 26, 28 en 29 aanzienlijke milieueffecten heeft. In de volgende alinea's wordt toegelicht waarom in dit geval voor dit omgevingsplan een gecombineerde plan- en project-mer-beoordeling wordt doorlopen.
blad 82 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Of een besluit project-mer-plichtig of project-mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit Bijlage V bij het Ob, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Ob. Bijlage V heeft als (kolom 1) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarop de project-mer-plicht of project-mer-beoordelingsplicht van toepassing is. Of er voor het besluit een project-mer-plicht of een project-mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit kolom 2 en kolom 3. In kolom 2 zijn de gevallen opgenomen waarvoor een directe project-mer-plicht geldt en in kolom 3 zijn de gevallen opgenomen waarin een project-mer-beoordelingsplicht geldt. De ontwikkeling voor de bouwvelden 26, 28 en 29 bestaat uit woningen en maatschappelijke voorzieningen, met de daarbij voorziene infrastructuur, water, parkeerplaatsen en overige (groen)voorzieningen. De bouwvelden 26, 28 en 29 betreft een zelfstandige stedelijke ontwikkeling met eigen verkaveling, ontsluitingsstructuur, fasering en financiering, ten opzichte van de (deels nog in procedure te brengen) overige bouwvelden. De uit het Omgevingsplan bouwvelden 26, 28 en 29 valt daarom onder de categorie ““J11 Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen” uit Bijlage V Ob.
In kolom 2 zijn geen gevallen opgenomen, waardoor geen sprake is van een directe project-mer-plicht. In kolom 3 wordt vermeld dat als project-mer-beoordelingsplichtig geval is aangewezen de aanleg, wijziging of uitbreiding (van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het omgevingsplan (zo volgt uit kolom 4) betreft het project-mer-beoordelingsplichtige besluit. Dit betekent dat pas als uit de project-mer-beoordeling volgt dat de ontwikkelingen uit uit dit TAM- omgevingsplan aanzienlijke milieueffecten hebben, bij de voorbereiding van dit omgevingsplan een project-MER moet worden gemaakt. Kortom: het voorliggende plan is project-mer-beoordelingsplichtig. Echter nu het omgevingsplan wordt vastgesteld op basis van een passende beoordeling (zie paragraaf 5.5) waarbij sprake is van een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau is het omgevingsplan (tevens) plan-mer-beoordelingsplichtig. Gelet op de inhoudelijke en procedurele samenhang tussen de plan- en project-mer-beoordeling wordt verzocht om op basis van de aanmeldnotitie, zoals opgenomen in bijlage 10, een gecombineerd project- en plan-mer-beoordelingsbesluit te nemen, waarvan de resultaten worden opgenomen in de plantoelichting.
In deze gecombineerde gecombineerd plan- en project-mer-beoordelingsnotitie is het volgende geconcludeerd: Uit een integrale beoordeling van de milieueffecten gelet op het voorliggende plan en de selectiecriteria uit bijlage III m.e.r.-richtlijn (in onderlinge samenhang beschouwd) wordt geconcludeerd dat het Omgevingsplan Bouwvelden 26, 28 en 29 niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Het opstellen van een project-milieueffectrapportage is daardoor niet noodzakelijk. Dit betekent ook dat nu sprake is van een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden, er vanwege de criteria uit bijlage II bij de smb-richtlijn er eveneens geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Ook een plan-milieueffectrapportage is niet aan de orde. Conclusie Vanuit de mer-beoordeling zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.
blad 83 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
blad 84 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
Hoofdstuk 6
6.1
Implementatie
Planning en fasering De verwachte looptijd van het plan is acht jaar (2024-2032). Er wordt uitgegaan van een afzet van de woningen in de jaren 2028 t/m 2032. De voorgenomen ontwikkelvolgorde zal daarin in principe als volgt zijn: bouwveld 29, 28, 26. Deze volgorde is in hoge mate afhankelijk van de uiteindelijke marktbehoefte en de voortgang van de ontwikkeling van alle overige bouwvelden.
6.2
Economische uitvoerbaarheid Uitgangspunt in de grondexploitatie is een fasering van de woningbouwproductie van 2028 t/m 2032. Deze fasering is technisch haalbaar. Alle gronden zijn reeds in eigendom van de gemeente, het kostenverhaal is door middel van gronduitgifte verzekerd.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Participatie vormt een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van Nobelhorst fase 5. De definitie van participatie die Almere heeft, is het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. De inzet is dat participatie bijdraagt aan een grotere betrokkenheid van de samenleving bij beleidsvorming en meer ruimte voor maatschappelijke initiatieven in de fysieke leefomgeving. Het vroegtijdig betrekken van de omgeving zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel komen. Zo zorgt participatie voor meer draagvlak en betere besluiten. Sinds het begin van Nobelhorst wordt er met de omgeving op verschillende manieren geparticipeerd. Dit komt de kwaliteit van Nobelhorst ten goede. Fase 5 Sinds 2021 zijn bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden op meerdere momenten betrokken geweest bij de planvorming voor fase 5. Door middel van verschillende bijeenkomsten en inspraakmogelijkheden is input verzameld die is verwerkt in de plannen en in de besluitvorming. Belangrijke stappen in het participatieproces waren: September 2021: De gemeenteraad stelt de projectopdracht vast voor de omkleuring van een deel van bedrijventerrein Twentsekant naar Nobelhorst fase 5.
Deze projectopdracht was de eerste stap naar de ontwikkeling van het woongebied en omvatte de eerste kaders voor Nobelhorst fase 5. Belanghebbenden hebben hier de mogelijkheid gehad om in te spreken. De volgende stap is het vaststellen van een ontwikkelingsplan. April 2023: Tijdens de informatiemarkt werd aan bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden gevraagd wat zij belangrijk vinden voor de ontwikkeling van het woongebied fase 5 en bedrijventerrein Twentsekant. Met informatiepanelen werd het
blad 85 van 415
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst
Gemeente Almere Projectnummer 01.0493179.100
programma toegelicht en bij de consultatiepanelen was alle ruimte om aandachtspunten achter te laten. Op de consultatiepanelen kon men post-its te plakken bij de verschillende onderwerpen. Bezoekers konden zo meegeven wat zij belangrijk vinden voor de ontwikkeling van dit plangebied; hun zorgen, wensen en ideeën rondom wonen, voorzieningen, bereikbaarheid, sfeer en karakter, openbare ruimte, duurzaamheid, ontmoeting en spelen. Dit alles leverde veel reacties op. De opbrengst van deze buurtconsultatie liet twee belangrijke zorgen/wensen zien, namelijk: 1. Bewoners maken zich zorgen over de grote hoeveelheid gestapeld bouwen en de daarmee gepaarde zorg of dit wel de uitstraling en de kwaliteit van Nobelhorst gaat krijgen. 2. Ook sprak men zich uit over het gebrek aan commerciële voorzieningen in Nobelhorst. In het addendum op het ontwikkelingsplan is opgenomen dat geanticipeerd wordt op beide zorgen. Door in te zetten op de kernwaarden van Nobelhorst wordt de aansluiting met het bestaande Nobelhorst zoveel mogelijk geborgd. Ten aanzien van de tweede zorg heeft er een gedegen onderzoek plaatsgevonden naar de behoefte aan voorzieningen. Als gevolg van dit onderzoek is er in het tweede adendum van fase 5 in bouwveld 31 een ruimtereservering opgenomen voor een voorzieningencluster, inclusief een geconcentreerde winkelvoorziening.
De overige opmerkingen tijdens deze informatiemarkt zijn daar waar mogelijk meegenomen in het ontwikkelingsplan voor fase 5 (en gebundeld als bijlage 2 aan het ontwikkelingsplan toegevoegd). December 2023 – april 2024: Het ontwikkelingsplan (Het tweede addendum van het Ontwikkelingsplan Almere Hout Noord – 'Wijk voor initiatieven' 2010) is in december 2023 naar het college gegaan ter bespreking en door het college goedgekeurd. Het college heeft het ontwikkelingsplan en het raadsvoorstel aangeboden aan de gemeenteraad.
Op 18 januari heeft er voor de raad een technische sessie plaatsgevonden die openbaar toegankelijk was en live werd uitgezonden. In deze technische sessie werden de ins en outs van het ontwikkelingsplan toegelicht en had men de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Ook geïnteresseerden hadden hier de mogelijkheid om in te spreken. Vanaf eind januari tot begin april is het ontwikkelingsplan tijdens meerdere raadsvergaderingen inhoudelijk behandeld en hebben geïnteresseerden de mogelijkheid gehad om in te spreken. Deze vergaderingen waren publiek toegankelijk en zijn online uitgezonden. Op 4 april is het ontwikkelingsplan geamendeerd vastgesteld door de gemeenteraad. De volgende stap was het planologisch omkleuren van het plangebied naar woongebied. Er is door het projectteam van de gemeente gekozen om prioriteit te geven aan de bouwvelden 26, 28 en 29. Dit omdat hier een groot aandeel sociale en betaalbare woningen in zitten en omdat het gestapelde segment als eerste ontwikkeld moet worden (i.v.m. geluid voor de grondgebonden woningen). Daarom is er gekozen om niet geheel fase 5 in één procedure planologisch te wijzigen, maar een deel daarvan. 16 oktober 2024: De kennisgeving van het voornemen tot het wijzigen van het omgevingsplan Almere fase 5 Nobelhorst is gepubliceerd via almere.nl en via officiëlebekendmakingen.nl. Oktober 2024: Belanghebbenden zijn o.a.