Ontwikkelingsplan Hortus (26005) ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
Tekst van het document
•
Fabrieksmatig en modulair bouwen leent zich voor verschillende typologieën en een natuurlijke uitstraling, passend bij Hortus.
Het ‘Definitief Ontwikkelingsplan Floriade Stadswijk’ uit 2018 was in dit opzicht een voorloper en sluit qua inhoud in hoofdlijnen nog steeds aan bij de huidige Almeerse ambities en zijn dus ook voor Hortus van belang. Zo is bij de toepassing van bouwmaterialen circulair materiaalgebruik een belangrijk streven. Te denken valt aan biobased materialen, materialen die goed gerecycled kunnen worden, materialen die hoogwaardig hergebruikt kunnen worden en materialen van regionale oorsprong. Bij de uitwerking per deelgebied/gebouw dient een passende strategie te worden opgesteld. De ambities op dit vlak worden niet alleen bereikt via materiaalgebruik en het stimuleren van biobased bouwen, maar ook via ontwerp, gebruik en beheer van gebouwen kan een circulaire en gezondere samenleving gestimuleerd worden. Dit betekend onder andere zorgvuldiger omgaan met grondstoffen, het lokaal produceren van producten en voedsel, het verminderen van afval, de reductie van dagelijkse CO2- en stikstofemissies, deelgebruik en ruilen. Hortus kan ook bedrijvigheid en initiatieven die de lokale circulaire economie stimuleren een plek bieden. Denk o.a. aan een voedselbos of kas en broedplaatsen voor lokale circulaire ondernemers.
circulaire bruggen
27
UITGANGSPUNTEN VERBINDINGEN EN SYSTEMEN
3.5 Energie
opgelost te worden. Voor gebouwen van andere functies zal nader moeten worden onderzocht of passiefbouw dezelfde voordelen biedt als voor woonfuncties. Het toepassen van passieve bouw vraagt om in het ontwerp na te denken over (zon)oriëntatie, overstekken, etc.
Almere is ambitieus op het thema energie. In dat kader is de Visie op de Almeerse Energietransitie (2024) vastgesteld waarin de Almeerse energie ambities voor de gebouwde omgeving zijn opgenomen: •
We werken toe naar energieneutraal in 2050 en waar mogelijk zelfs energieleverend
•
We werken aan een CO2-reductie van 55% in 2030 en nagenoeg klimaatneutraal in 2050.
•
Dat betekent dat nieuwbouw ontwikkelingen minimaal energieneutraal zijn en waar mogelijk zelfs energieleverend én maken gebruik van duurzame bronnen. Daarom maken we aan de voorkant ruimtelijke reserveringen voor de energie- infrastructuur.
2. Bij hogere dichtheden en hogere bouwhoogte heeft het de voorkeur om collectieve oplossingen voor warmte- en koude toe te passen. Die zorgen voor een schaalvoordeel waardoor de kosten lager zijn (t.o.v. individuele oplossingen), gebruiken minder energie en zijn centraal aanstuurbaar én hebben een kleinere ruimteclaim op zowel onder- als bovengrond. Bovendien is de claim op het elektriciteitsnet kleiner dan bij andere oplossingen (in het kader van netcongestie). In Hortus ligt een Smart Thermal Grid (STG). Dat is een collectief en duurzaam net dat warmte en koude uit de bodem (WKO) en uit oppervlaktewater (TEO) haalt. Deze collectieve oplossing is vooral geschikt voor ontwikkelingen met een hogere dichtheid (~60 woningen of meer), zoals appartementencomplexen. Via het STG kan overtollige warmte en koude onderling tussen gebruikers, bijv. kantoren en gebouwen, uitgewisseld worden. Een nadere verkenning is nodig aan de hand van dit ontwikkelplan om te bepalen voor welke gebouwen het exact haalbaar is. De rol van de gemeente onder de Wcw (Wet collectieve warmte) moet ook nog bepaald worden.
Alle nieuwbouw draagt bij aan een energieneutrale stad in 2050 door: •
Een minimale energievraag;
•
Maximale inzet van hernieuwbare energie;
•
Innovatieve oplossingen voor opwekking, opslag en uitwisseling van energie.
In de afgelopen jaren is er in Hortus geïnvesteerd in diverse infrastructuur, zoals een warmte- en koudenet met duurzame bronnen (Smart Thermal Grid) en de infrastructuur voor de stroomvoorziening. Daarnaast is ook een gelijkspanningsnet aanwezig voor de openbare verlichting. De inzet van dit gelijkspanninsnet voor andere functies zal nader moeten worden onderzocht.
3. Voor grondgebonden gebouwen worden collectieve oplossingen onderzocht op haalbaarheid. Hoe meer collectief kan worden opgelost, des te lager de druk op het elektriciteitsnet. Als dit niet haalbaar is zijn individuele (o.b.v. water of lucht) oplossingen mogelijk. In Hortus is er geen concessie voor warmte- of koudelevering, wel een samenwerkingsovereenkomst voor de huidige STG.
In Hortus wordt verder aangesloten bij de uitgangspunten van netbewuste nieuwbouw. Dit betekent: •
Zongericht en passief bouwen, met hoge isolatie en ventilatie met WTW om de warmtevraag te beperken.
•
Zoveel mogelijk lokale opwek met zonnepanelen op daken, gevels en boven parkeerplaatsen; multifunctionele daken combineren energie, water en groen.
•
Energieopslag en slim energiebeheer (Home Energy Management Systeem, centrale sturing) om piekbelastingen te verminderen.
•
Elektrisch vervoer concentreren in parkeergarages en mobiliteitshubs met bidirectionele laadpunten; stimulering van deelmobiliteit en slim laden.
•
Beperken van de ruimtelijke impact van energiesystemen door collectieve oplossingen, inpandige techniekruimtes en een geordende ondergrond.
•
Waar mogelijk aansluiten op bestaande warmtenetten en ontwerpen op laagtemperatuurverwarming.
Netcongestie In november 2022 werd netcongestie afgeroepen in de Flevopolder, waardoor er per direct géén nieuwe grootverbruiksaansluitingen meer gerealiseerd konden worden. In juli 2024 is het Actieplan netcongestie gepubliceerd. Voor nieuwbouw wordt ingezet op netbewuste nieuwbouw, wat inhoudt dat de gelijktijdige impact op het hoogspanningsnet 1 kW per woning is. Ontwikkelaars dienen zo vroeg mogelijk, zodra in ieder geval woningaantallen, oppervlakten, warmteconcept, planning, etc. bekend zijn, de netbeheerders te betrekken. De landelijke overheid voorziet dat op 1 januari 2026 een nieuw prioriteringskader ingaat. Het doel is dat beschikbare stroomcapaciteit wordt toegekend op basis van maatschappelijke prioriteit. Het onderscheid tussen grootverbruik en kleinverbruik vervalt daarmee. Op dit moment is enkel een concept Prioriteringskader bekend, waardoor de gevolgen voor Hortus nog niet zeker zijn. Het definitieve Prioriteringskader wordt naar verwachting in december 2025 bekend gemaakt. Het risico voor de ontwikkeling van Hortus is aanzienlijk: door netcongestie is er beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet beschikbaar en zet de realiseerbaarheid van het gebied onder druk. Daarom krijgt het project ‘Balanswijk Hortus’ een plek in het plangebied. Dit project is een eerste stap in het onderzoeken van de realiseerbaarheid van een balanswijk voor Pampus.
Van dit eerste project moet worden geleerd voor opschaling in vervolgfasen van zowel Hortus als op andere locaties.
Daarnaast geldt bij het leveren van warmte en koude de volgende voorkeursvolgorde: 1. Het streven is om bij woningen het principe van passief bouwen toe te passen sluit aan bij de wens om vanaf het begin in te zetten op het verminderen van het energieverbruik. Het voordeel van energiebesparing ten opzichte van de bouwkosten is met name op de lange termijn het grootst. Deze oplossing is vooral toepasbaar bij grondgebonden woningen en gestapelde woningen (tot middelhoog). Voor het resterende deel van het energieverbruik dient, bij grotere woonaantallen, warmte- en koudelevering zoveel als mogelijk collectief
28
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
Balanswijk Hortus In Hortus wordt in samenwerking met Alliander een eerste project Balanswijk uitgevoerd om de haalbaarheid van dit concept te onderzoeken. Bedoeling is dat er ruimte is voor opschaling waarbij de geleerde lessen kunnen worden toegepast bij vervolgfasen in Hortus of andere toekomstige nieuwbouwontwikkelingen in Almere zoals Pampus. In een balanswijk worden energiestromen lokaal zowel verbruikt als opgewekt en gebruik gemaakt van korte en lange termijn opslag. Deze combinatie moet het gebruik van externe (net)infrastructuur minimaliseren, het energieverbruik minimaliseren, de energiekosten voor de eindgebruiker verlagen en belemmeringen voor de bouw in de tijden van netcongestie wegnemen. In het project Balanswijk worden in dat kader maatregelen toegepast zoals verregaande isolatiemaatregelen, realiseren van voldoende opwek capaciteit, toepassing van een collectieve energie managementsysteem en het gebruik van opslag.
Techiekgebouwen voor: smart thermal grid & gelijkstroom
Daarnaast is er sprake van een energieleverend energiesysteem en wordt energie zo veel als ruimtelijk mogelijk gebalanceerd/gebufferd in de wijk, zonder negatieve effecten buiten de wijk te creëren (bijvoorbeeld door hoge teruglevering op het e-net in de zomer). Daarvoor zijn ook externe locaties buiten de gebouwen nodig voor opwek en opslag. De geplande mobiliteitshubs lenen zich bij uitstek voor een dergelijke functie en het streven is om deze optimaal daarvoor in te zetten.
energie diagram
29
UITGANGSPUNTEN VERBINDINGEN EN SYSTEMEN
3.6 Mobiliteit en bereikbaarheid
Autoluw
Voor Hortus wordt uitgegaan van de ambitie om een autoluwe stadswijk te realiseren voortbordurend op de ambities die op het vlak van duurzame mobiliteit zijn uitgesproken in het Ontwikkelingsplan uit 2018. De in dat plan gehanteerde geconcentreerde parkeervoorzieningen en parkeernormen waren, zeker voor Almere, zeer ambitieus. Daarbij werd uitgegaan van deelautogebruik en elektrificatie van het autobezit. Op basis van deze ambities is, voor de Floriade en vooruitlopend op de nieuwe stadwijk, een stedenbouwkundig grid en een arboretum aangelegd met krappe profielen en een beperkt aantal parkeerplekken op maaiveld in de openbare ruimte (met name voor minder validen of laad- en losplekken).
Hortus is autoluw met geclusterde parkeervoorzieningen op verschillende plekken aan de randen van de wijk. Via een rondweg (30km/u) wordt het autoverkeer ontsloten. Aan de zuidzijde van de wijk is een allee aanwezig waar ook niet-bestemmingsverkeer wordt ontsloten. Aan de zuidwestzijde van de wijk wordt volgens het Masterplan Zuidoever Weerwater een nieuw HOV-knooppunt aangelegd. Binnen Hortus krijgen voetgangers, fietsers en de natuur zodoende alle ruimte; voor gemotoriseerd verkeer is enkel incidenteel plaats. Er is een fijnmazig fiets en wandelnetwerk aanwezig aangesloten op goede bestaande verbindingen naar het centrum en het rondje Weerwater. Zodoende ontstaat in de wijk een prettig groen woon- en verblijfsgebied.
Deze ambities blijven gehandhaafd voor Hortus omdat deze goed passen bij de ambities om een groenblauw, gezonde en leefbare stadswijk te creëren. Daarnaast zou het een enorme kapitaalsvernietiging zijn als er qua planvorming opnieuw zou worden gestart met een nieuwe stedenbouwkundige structuur. Dat zou betekenen het aanpassen van de al aangelegde ondergrondse en bovengrondse infrastructuren. De huidige krappe profielen (met als uitgangspunt een focus op langzaam verkeer waar de auto te gast is) zouden dan moeten worden verbreed t.b.v. het creëren van parkeerplaatsen op maaiveld. Het huidige arboretum moet in dat geval worden aangepast of zelfs verdwijnen.
Om het groene en autoluwe karakter van Hortus te waarborgen kunnen auto’s niet letterlijk voor de voordeur parkeren. Via de allee en ‘rondweg’ kunnen voertuigen de auto mobilteitshubs bereiken. Deze bevinden zich op maximaal tussen de 150 en 250 meter van de woningen en overige functies. Vanaf deze hubs kan men lopend de woning bereiken. Hierdoor kan de openbare ruimte volledig tot zijn recht komen als woon en verblijfsgebied voor mens en natuur, kinderen kunnen weer in de straten spelen. Het parkeren in Hortus wordt gereguleerd en grotendeels in gebouwde voorzieningen (mobiliteitshubs) opgelost. De ambitie is om hier geen traditionele parkeergarages te realiseren, maar mobiliteitshubs, waar naast vormen van deelvervoer ook andere services zoals pakketbezorging en stoom/ strijkservice kunnen worden aangeboden. Daarnaast zijn deze hubs ook ideaal voor energie opwek- en opslag.
Voor Hortus blijft duurzame mobiliteit uitgangspunt die is gebaseerd op de trias mobilica, met daarin de volgende doelen: 1.
Verminderen van het aantal verplaatsingskilometers;
2.
Veranderen van vervoerwijze;
3.
Verschonen van mobiliteit.
Vooruitlopend op de nieuwe Parkeernota, die inmiddels door het college is vastgesteld, wordt uitgegaan van de B+ normen, waarbij het uitgangspunt wordt gehanteerd dat in Hortus gereguleerd parkeren zal worden ingevoerd. Specifiek voor Hortus betekent regulering dat er wordt uitgegaan van het principe dat er helemaal geen parkeerplekken op maaiveld worden aangeboden (afgezien van die voor minder validen en laden en lossen) en parkeren betaald plaatsvindt in de mobilteitshubs. Hulpdiensten, vuilniswagens en ander incidenteel verkeer kan wel afgewikkeld worden via de woonstraten van het grid. Brandweerwagens en overige hulpdiensten kunnen binnen de 6x6 kruisingsvlakken afslaan zonder problemen.
Daarnaast stelt het Mobiliteitsplan Hart van de Stad, waar Hortus onderdeel van uitmaakt, het STOMP-principe centraal: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service en Particuliere auto. Dit principe gaat uit van een omgeving die in eerste instantie ingericht en geschikt is voor voetgangers (stappen) en fietsers (trappen). Het STOMP principe vormt een centrale pijler in het functioneren en de identiteit van de Hortus. Vanuit de systeembenadering, die in Hortus wordt gehanteerd, is een afgestemde visie op mobiliteit cruciaal voor het functioneren van overige thematische duurzame uitgangspunten in de wijk, zoals de ecologische kwaliteiten van de openbare ruimte, het klimaatbestendige karakter, de energievoorziening en een gezonde leefomgeving. In Hortus staat daarom de voetganger en de fietsen centraal, gemotoriseerd verkeer is toegestaan waar noodzakelijk.
Mobility as a service Zoals eerder gemeld wordt er in Hortus uitgegaan van het STOMPprincipe. Mobility as a service (MAAS) is de M in het STOMPprincipe en vermindert uitstoot, verlaagd materiaalgebruik, dient als mogelijke buurtbatterij en verlaagd de ruimteclaim door auto’s (verlaagde parkeernormen). Wanneer deelauto’s auto door een serviceprovider wordt voorzien kan daarmee een aantrekkelijk alternatief voor individueel autobezit worden aangeboden (zeker bij een lage parkeernorm zoals in Hortus). Voor de gebruiker worden ritten efficiënter (en duurzamer), dit zorgt naast een schone, groene en prettige woonomgeving en verlaagde lasten. Deelmobiliteit (auto’s) vormt zodoende een belangrijk onderdeel in het vervullen van de mobiliteitsbehoefte van de bewoners van Hortus. Voor het gekozen mobiliteitsconcept ligt bij de verdere uitwerking een opgave om de betreffende MAAS-diensten en producten aan te bieden en te borgen dat deze langjarig (bijv. 20 jaar) beschikbaar blijven en flexibel genoeg zijn om te anticiperen op veranderingen
30
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
straat in Hortus 31
UITGANGSPUNTEN VERBINDINGEN EN SYSTEMEN
3.7 Cultureel erfgoed en kunst
Cultureel erfgoed
Ontwikkelregel
Almere is een jonge stad met een rijke historie. Deze historie bestaat uit herinneringen, gebeurtenissen en ervaringen (het zogenoemde immateriële erfgoed) en uit bebouwing, openbare ruimte, groen en water (het materiële erfgoed). Tezamen draagt dit erfgoed bij aan identiteit, sfeer, onderscheidend vermogen en ‘het gevoel van Almere’.
Voor de gebouwen die op deze erfgoedwaardenkaart een van deze drie waarden hebben meegekregen, moet een waardenstelling gemaakt worden. Deze waardenstelling dient vervolgens centraal te staan bij de verdere ideeën voor herbestemming en/of transformatie met in het achterhoofd ‘behoud door ontwikkeling’.
Aandacht voor het materiële erfgoed uit de periode waarin Almere ontstaan is, de post-65-periode, is groeiende. Voor Almere geldt het post-65-erfgoed als uitgangspunt: behoud door ontwikkeling. Dat houdt in dat niet persé dat alle gebouwen en openbare ruimte met een cultuurhistorische waarde niet aan verandering onderhevig zijn, maar wel dat duiding wordt gegeven van de betekenis van deze gebouwen en plekken toen en nu en hoe deze gebouwen in de doorontwikkeling een (nieuwe) functie kunnen krijgen.
Monumenten, historische waarde en karakteristieke architectuur Er zijn nog geen monumenten aanwezig in Hortus. Er staat wel een potentieel gemeentelijk monument in Hortus: de oudste groenaanleg van Almere, de beginboom, staat op het Weerwatereiland en wordt in de Nota Cultureel Erfgoed (2021) aangemerkt als toekomstig monument. Beginboom Zomereik - Quercus robur 52.35758, 5.2329 Op maandag 17 april 1972 komen enkele mensen bijeen op kavel Fz77, tussen het opkomende koolzaad, om de eerste bomen van Almere te planten. Ze zijn betrokken bij de ontwikkeling van Almere. De bedoeling van de vroegtijdige aanplant is de eerste inwoners van Almere, die in 1976 zullen komen, enige beschutting en iets van oriëntatie in het goeddeels lege landschap te geven. De aanplant markeert niet alleen de aanleg van het eerste bos maar ook het begin van Almere. De beginboom is geplant in wat de groene tussenruimte tussen de stadsdelen van Almere moest worden. Anno nu is de kavel onderdeel van Hortus en ligt het op het Weerwatereiland. Niet geheel toevallig staat deze beginboom nu in het ‘Oerbos’.
ARBORETUMRANDEN
UITKIJKTOREN
RABATTEN
BEGINBOOM
HADDOCK-GEBOUW Erfgoedwaardenkaart Hortus
Voor Hortus is in 2020 een cultuurhistorische scan gedaan en op basis daarvan zijn een aantal cultuurhistorische elementen in beeld gebracht. Deze zijn vertaald naar een erfgoedwaardenkaart. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen daadwerkelijke (potentiële) monumenten, stedenbouwkundige, architectuurhistorische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden waarbij ook aandacht gegeven wordt aan gaafheid en zeldzaamheid.
Verder zijn er in Hortus een aantal elementen met Karakteristieke architectuur of Karakteristieke Openbare Ruimte. Dit zijn:
Rabatten Functiebos In het Functiebos is mooi de rabatten structuur zichtbaar. Deze rabatten structuur is het cultuurtechnisch erfgoed va de inpoldering, het laat zien hoe er ontgonnen is. Voor de aanplant van bossen worden geulen gegraven voor afwatering en op de opgehoogde stroken wordt de aanplant gedaan.
Deze erfgoedwaardenkaart geldt voor ontwikkelingen in Hortus totdat deze is opgenomen in de Welstandskaart Almere. De erfgoedwaardenkaart onderscheidt, voor wat betreft de bebouwing, drie waarden: • Gemeentelijk/Rijks monument (en nominaties) • Historische waarde • Karakteristieke architectuur.
32
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
bestaande rabatten structuur
Uitkijktoren
Arboretum
Haddock-gebouw
Als belangrijkste ruimtelijke nalatenschap van de Floriade Expo 2022 is het arboretum te kenmerken als karakteristiek groen in relatie tot cultureel erfgoed. Het arboretum bestaat uit kavels waarin op de buitenranden bomen, struiken en vaste planten worden geplant volgens de alfabetische volgorde van hun botanische naam. Van deze kavels vormt de buitenste 4 meter aan alle vier de zijden het arboretum. Het arboretum laat, als erfenis van de Floriade, zien dat het een essentieel onderdeel vormt van een gezonde, leefbare en klimaatbestendige stad voor mens, plant en dier. Door het te combineren met de ontwikkeling van Hortus, krijgt het een blijvende betekenis als groene ruggengraat van de wijk.
Het Haddock-gebouw is een bijzonder locatie met een rijke geschiedenis. Dertig jaar lang werden hier zeillessen gegeven, trouwerijen, recepties en vergaderingen gehouden, en veel Almeerders hebben hier wel eens gegeten. Het gebouw heeft een zekere nostalgie door de houten uitstraling en ligt prachtig aan het water. Het pand is in drie fases gebouwd en voor de Floriade Expo 2022 is het opgegaan in het gridpatroon van Hortus. Niet geheel toevallig lopen de gridstraten voor het pand langs en recht naar de voordeur.
Haddock gebouw
Kunst Wilgenkunstwerken (Wil Bekkers) arboretum
Voor de Floriade Expo 2022 heeft natuurkunstenaar Will Bekkers zeven kunstwerken gemaakt van wilgentakken voor het landschap van Utopia. Bij enkele kunstwerken zijn de wilgentakken gecombineerd met cortenstaal. Doordat de kunstwerken na de expo zijn behouden zijn het Rondje Weerwater, het jaarlijks evenement Alluminous en ook Hortus nog aantrekkelijker geworden.
Uitkijktoren De iconische ‘vuurtoren’ die op het Utopia-eiland staat is eigenlijk geen vuurtoren maar een uitkijktoren gebouwd van speciale prefab betonelementen. De 24 meter hoge toren is ontworpen door landschapsarchitect Paul de Maar en een afscheidscadeau van de Rijksdienst IJsselmeerpolder (RIJP) aan de gemeente Almere: de toren is een herinnering aan het jaar 1996 toen de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders haar werkzaamheden voor Almere had afgerond. De plek is niet toevallig: de toren staat op Utopia eiland, op het snijpunt van een zichtlijn vanuit de Wandellaan in het stadscentrum met dwars daarop een as van het oorspronkelijke tracé van de snelweg A6 richting Hollandse Brug. Hierdoor kan je bij goed weer de toren vanaf het station door de Stationsstraat en over het Stadhuisplein zien. In 2021 heeft de toren een opknapbeurt gehad en sindsdien staat de toren er weer stralend bij.
Op Utopia staan onder andere ‘The horn of wishes’, een grote toeter waarin je je wens voor de natuur over het Weerwater kunt uitspreken. Een prachtige selfie maak je bij ‘The look-out’, een doorkijk naar het Weerwater met de skyline van Almere Centrum op de achtergrond. Of loop door het kunstwerk ‘I wish for nature’, een tunnel waarin wensen van kinderen voor de natuur hangen. Ook de kunstwerken ‘Worm experience’, ‘Oasis’, ‘The look out’ en Green Wave’ zijn behouden. En in het bostheater ‘Forest Theatre’ kunnen theatergezelschappen voorstellingen blijven geven in de open lucht.
33
UITGANGSPUNTEN VERBINDINGEN EN SYSTEMEN
Na de Floriade Expo 2022 was het de bedoeling om Beehold te verplaatsten naar de Esplanade in het centrum van Almere. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat daar geen geschikte fundering aangelegd kan worden. Het beeld krijgt zijn definitieve locatie aan het Weerwater in het High Tech Campus gebied, zwaaiend naar het centrum, als symbool voor de verbondenheid van de twee oevers in het Hart van de Stad.
Toegangspoort tot het groot Nederlands stadsbos (Jos Bregman) Net buiten het carré van Hortus, op het Weerwatereiland langs het Rondje Weerwater staat een kunstwerk van de lokale kunstenaar Jos Bregman. Het is een vijf meter hoge poort van een boom, waar mensen doorheen kunnen lopen en het is de symbolische “toegangspoort tot het groot Nederlands stadsbos”. In de volksmond heet het object inmiddels De Benen, heel passend voor een object aan het Rondje Weerwater.
Wilgenkunstwerken Utopia
Beehold (Florentijn Hofman) De 12 meter hoge sculptuur ‘Beehold’ is een blikvanger die gemaakt is door kunstenaar Florentijn Hofman voor de Floriade Expo 2022. Van ver lijkt men begroet te worden door twee vrolijk zwaaiende mensfiguren: een volwassene en een kind. Wie dichterbij komt ziet echter dat beide gestalten compleet in bijen zijn gewikkeld. Tienduizend cortenstalen bijen zijn op de huid van de figuren gelast. Naast duizenden vrolijke bijen én een bijenkoningin zijn ook honderd verdrietige toegevoegd. Het kunstwerk is geïnspireerd op de oude traditie ‘bee bearding’, waarbij een imker met een bijenkoningin op de kin een baard van bijen creëert.
De officiële naam van het object komt overeen met het unieke IDnummer van de chip in het object. 043aa932f14a80 groeide tot 2021 op het Almeerse Spanningsveld, iets verderop aan de A6. Nu staat hetzelfde object twee kilometer van zijn oorspronkelijke plek weer rechtop, maar dan op zijn kop. De boel op de kop zetten, dat is chaos creëren. Vanuit chaos kan weer een nieuwe orde ontstaan. En die nieuwe orde is wat Bregman betreft: “We wonen niet in een stad met bomen, maar in een bos met huizen”.
De naam van het kunstwerk verwijst daarnaast ook naar ‘to behold’ (aanschouwen) en ‘to hold’ (vasthouden). Dat heeft betrekking op het evenwicht en een respectvolle relatie tussen mens en dier en onze complexe omgang met de natuur. Nu de wereld steeds meer verstedelijkt en natuur vaak entertainment wordt, staat die relatie onder druk. Die dubbelheid van ons beeld (veraf en dichtbij) weerspiegelt volgens de kunstenaar onze beperkte kijk op de wereld: zelfs bij het aanschouwen van duizenden bijen, herkennen we daar nog steeds in eerste instantie onze eigen mensensoort in.
Om mensen bewust te laten worden van de geschiedenis van een boom, stopt Bregman chips in de kunst die hij maakt. Die kan je scannen met je telefoon en dan kom je bij het verhaal over de oorspronkelijke boom en zijn herkomst. Door de chips ontstaat er volgens Bregman een soort gelaagdheid in het zijn kunst. Waar sommigen alleen een stuk hout zien en het daarbij laten, kan je je nu verdiepen in het verhaal van het hout. Want: alles van hout was ooit een boom.
Kunstwerk Beehold
Kunstwerk Toegangspoort
34
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
3.8 Waterhuishouding en ondergrondse infrastructuur
Waterhuishouding In Hortus wordt het uitgangspunt gehanteerd dat regenwater op een natuurlijke manier wordt afgevoerd en niet op het Weerwater wordt geloosd. In de wegprofielen is daarom geen ruimte opgenomen voor een regenwaterriool en voeren de aanwezige goten het regenwater van de verharding af. Daarnaast is in het profiel ongeveer één meter gereserveerd voor een drainageverzamelriool met een parallelle drainagestreng. Met het toename van het aantal woningen moet worden onderzocht of de drainage nog steeds voldoet. Tenslotte moet het regenwater op de uitgiftegronden volledig op eigen terrein worden opgevangen en gebruikt. Ondergrondse infrastructuur De bestaande ondergrondse infrastructuur is aangebracht ten behoeve van de Expo op basis van de visie dat daarna een stadswijk op hetzelfde terrein zou worden ontwikkeld. Bij het nieuwe ontwerp voor Hortus dient zoveel als mogelijk rekening gehouden te worden met deze bestaande ondergrondse infrastructuur van de netbeheerders, zoals kabels, leidingen en technische ruimtes. Zo worden onnodige verleggingen voorkomen en wordt kapitaalsvernietiging voorkomen. Een toename van woningen en voorzieningen, ten opzichte van het oorspronkelijke programma, heeft consequenties voor de aanwezige ondergrondse en bovengrondse infrastructuur. Onderzocht moet worden waar aanpassingen nodig zijn.
Wat goed is en voldoet wordt behouden, maar met de komst van extra woningen zal er soms een capaciteitsvergroting nodig zijn. Met name in deelgebieden, waar relatief veel gestapelde bebouwing wordt toegevoegd, is het waarschijnlijk nodig de kabel- en leidinginfrastructuur uit te breiden of te verzwaren, inclusief het realiseren van extra technische voorzieningen van netbeheerders. Tenslotte is er voor de afvoer van vuilwater in Hortus gekozen voor een vacuümriolering. Dit systeem bood voordelen, zoals flexibiliteit tijdens Floriade Expo 2022 en vanwege de beperkte ruimtevraag in de straatprofielen. Deze is echter aangelegd voor 600 woningen en voldoet niet meer als er extra woningen bijkomen. Er is dan ook een herziening nodig voor de vuilwaterriolering.
Groene straat Hortus 35
UITGANGSPUNTEN VERBINDINGEN EN SYSTEMEN
3.9 Milieu
Vanuit milieu zijn er aandachtspunten voor het opstellen van het Ontwikkelingsplan, maar ook voor de ruimtelijke procedures en haalbaarheid na vaststelling van dit plan. Zie daarvoor hoofdstuk 8 Vervolgstappen waarin dit verder wordt toegelicht. Hieronder volgt een toelichting op de aandachtspunten die van invloed zijn op het nieuwe plan van Hortus. Geluid Het plangebied ligt in de geluidszone van de Rijksweg A6; de dominantste geluidsbron. In het kader van de Floriade expo en vooruitlopend op de toekomstige gebiedsontwikkeling zijn maatregelen genomen vanwege de geluidsproblemen die de verdubbeling van de A6 teweeg zou brengen en dat effect heeft op de verblijfskwaliteit van het plangebied. Ingezet is op 2 zaken: het verbeteren van bronmaatregelen (aanbrengen 2 laags ZOAB) en het plaatsen van een geluidscherm op het talud als extra geluidsbuffer. Voor het Ontwikkelingsplan is het van belang te weten dat hoe hoger de bebouwing is ten opzichte van maaiveld, hoe hoger de geluidsbelasting zal zijn. Het uiteindelijke plan moet doorgerekend worden en getoetst aan de geluidregeling. Feit is wel dat hoe meer geluidsgevoelige objecten zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven e.d. nabij de A6 gesitueerd wordt, hoe meer maatregelen getroffen zullen moeten worden om aan de geluidnormen te kunnen voldoen.
Externe veiligheid Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er nadere randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Hortus. De A6 is een aangewezen Basisnetroute waarbij een brandaandachtsgebied van 30 m en een explosie aandachtsgebied van 200 m geldt. In het geldende omgevingsplan zijn drie zones opgenomen (zie kaart die is opgenomen in Hoofdstuk 1 Planologisch kader). Belangrijke voorwaarde is dat binnen de veiligheidszone gevaarlijke stoffen 1 en 2 kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten niet zijn toegestaan. Zie voor meer informatie Hoofdstuk 8 Ruimtelijke procedures en haalbaarheid.
36
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
37
Plankaart van de Hortus
38
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4. Stedenbouwkundig en landschappelijk plan 4.1 Het planconcept
Door het uitvergroten en versterken van het contrast tussen het zachte oorspronkelijke landschap van bos, oevers en eilanden en het strakke aangelegde arboretum in een grid ontstaat een rijke afwisseling en meer diversiteit en oriëntatie voor een fijne woon- en leefomgeving. Het is de combinatie van die twee werelden die nieuwe ingrediënten geeft voor de wijk van de toekomst. De belangrijkste kwaliteit blijft het landschap met groen tot aan de voordeur. Je woont of werkt op een groen eiland, in een rietkraag langs het water, in een oud of nieuw bos of in een groene kamer tussen de bomen. Je deelt met elkaar de zorg voor dit landschap en de geschiedenis van de plek. Je kunt overal het water in springen voor een sportief rondje of verkoeling, je geniet van het voedsel uit de voedseltuin, je speelt in de boomhut in het bos, je rust in de schaduw van de bomen en ontmoet elkaar op het plein. Daarom is de auto op afstand geen probleem. Dit betekent dat de reeds uitgevoerde en de meest succesvolle en sterkste delen van het arboretum blijven staan als nieuwe woon- en werkomgeving maar dat er ook ruimte komt voor de beleving van de andere landschappen. De oevers worden breder, Utopia is een eiland zonder grid en het bos wordt groter en niet langer ingeklemd door wegen.
De sfeer van de verschillende landschaptypes bepaalt de sfeer, maat en schaal van het wonen, werken en leren en de recreatie. Dit met behoud van het aantal bomen binnen het gebied en hergebruik van de infrastructuur boven en vooral ook ondergronds. De pioniers uit het gebied blijven. De kunst en een paar bijzondere gebouwen die de geschiedenis van het gebied vertellen krijgen een prominente plek en soms zelf uitbreiding. Binnen dit planconcept bestaat Hortus uit zeven deelgebieden
Axometrie van het Hortusgebied met de verschillende deelgebieden 39
40
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.2 De Planlagen
Deelgebieden Hortus
4.2.1 DE PLANGRENS De Hortus, als als het groenblauwe hart van de stad, ligt ten noorden van de allee, ten oosten van de HTC en is onderdeel van de herontwikkeling van de Zuidoever van het Weerwater. Het beslaat het gebied aan beide zijden van de carré. Dus de binnenwereld maar ook de buitenranden. De zuidzijde van de allee is onderdeel van de HTC campus. (incl. het eerste plot aan de noordzijde van de allee binnen de Campus van de Hortus).
41
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
UTOPIA
WEERWATER
ARBORETUMZONE
OERBOS
BINNENWATER
BESTAANDE GEBOUWEN
FUNCTIEBOS
BINNENOEVER
BESTAANDE BOMEN PRE-FLORIADE
ECOZONE
Landschap van Hortus
4.2.2 HET LANDSCHAP Het landschap van Hortus bestaat in de kern uit het Arboretum in de vorm van een grid structuur. Dit grid wordt onderbroken door oude grote bomen die zich niets aantrekken van deze ordening. Het grid botst op andere landschap types van brede en smalle oevers, oud en nieuw bos, het avontureneiland Utopia, het grote Weerwater en het werk- en snelweglandschap van de A6. De grens van de Hortus is de groene allee als entree van het gebied.
42
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
Utopia Het bos Waterwonen Campus Waterhout
Weerwatereiland Centrum
HTC
Deelgebieden van Hortus
4.2.3 DE DEELGEBIEDEN Hortus is onderdeel van het centrum van Almere. Dat betekent, naast wonen, een mix van stedelijk programma. Deze mix en de verschillende soorten landschap geven de volgende verdeling
• Waterwonen, een drijvende wereld van openbare paden woningen, orthogonaal maar niet in het grid met zwemfaciliteiten voor iedereen • Utopia, een eiland met voedselproductie en strandjes met tiny en big wonen en een bijzonder hotel
• Centrum, gebied tussen de allee en het binnenwater met een mix van wonen en voorzieningen in het ritme van het grid met een schaalsprong door het samenvoegen van kamers.
• Bos, het oerbos om te spelen en het functie en nieuw/jong bos om tussen te wonen, onder de boomkruinen
• Waterhout, een laagbouwbuurtje tussen de bomen van het arboretum met gedeelde tuinen en wijkvoorzieningen
• Weerwatereiland, laagbouwbuurt in het grid van het arboretum met als rand een brede rietoever met bijzondere vrijstaande of geschakelde woningen als eilanden.
• Campus, een onderwijsomgeving met gedeelde schoolplein en tuinen met woon-werk gebouwen binnen het grid.
43
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Het strand Het Oerbos
Plein in de campus
Oever aan het centrum
Bijzondere openbare ruimte in Hortus
4.2.4 DE OPENBARE RUIMTE Hortus heeft, als groenblauwe hart van de stad, een aantal bijzondere openbare ruimtes met een concentratie van stedelijke functies en ruimte voor ontmoeten en sport. Daar is volop plek voor reuring. Het strand, langs de rand van Utopia in combinatie met een openbaar zwembad in het binnenwater. Het plein in de Campus, ontmoetingsruimte voor studenten en bezoekers maar ook de kinderen uit de buurt en een schakel in de veilige route naar de parkeerhubs in de allee zone. Het bos, het oerbos is een vrij bos met een boomhut voor de buurt. De Oever, openbare oever langs het binnenwater in een talud om te liggen, te kletsen te zonnen, te rusten en te staren over het water. Deze openbare oever loopt uit in een centraal plein.
44
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
A B C
D E F
SCHOOL AQUATERRAHUB ZWEMBAD
G H
TUINHUISJES HOTEL SUPERMARKT, ZORG E.D.
BROEDPLAATS AERES VOORZIENINGEN
B E
C B
A
G
A
D
H D
F
Nieuwe voorzieningen in Hortus
4.2.5 BIJZONDER PROGRAMMA Hortus is een stedelijk woon- leer- recreatie en werkgebied met circa 1500 woningen aangevuld met de volgende bijzondere functies: A.
Basisschool cluster van onderwijs, sport en kinderopvang met ruimte als buurthuis
B.
Aquaterrahub
C.
Zwemwater (bad en steigers met badhuisjes hub Utopia)
D.
Tuinhuisjes
E.
Kleinschalig hotel met een bijzondere tuin en faciliteiten passend bij Hortus
F.
Maatschappelijke en commerciële voorzieningen
G.
Broedplaats
H.
Uitbreiding Aeres Hogeschool met onderwijsgebouw en aquaterra hub
45
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
VOETPAD
VOETPAD INCIDENTEEL MET AUTO
FIETSPAD
HOOFDROUTE AUTO
BUSROUTE
P
PARKEREN
Verschillende modaliteiten in Hortus
4.2.6 MOBILITEIT Wonen, werken en recreatie in een landschap betekent voorrang aan groen met minimale verharding als principe. Het STOMP principe is van toepassing. Dat betekent voorrang aan de voetganger en fietser en beperkte ruimte voor de auto. Hortus wel goed bereikbaar met de auto maar niet persé tot aan je voordeur. De voetganger is overal welkom. Hortus is gekoppeld aan het snelle OV bus systeem van Almere. De halte ligt in de HTC campus. De busbaan vormt geen barrière in de wijk omdat deze aan de rand ligt. De hoofd-ontsluiting voor de auto is de caré en allée met max 30km per uur. De hoofdontsluiting voor de fietser is het rondje Weerwater met een aanvullende route door het grid. Iedereen parkeert op afstand in een parkeerhub binnen een afstand van 150 meter tot maximaal 250 meter tot aan de voordeur. De bewoners in het bos parkeren in de rand van het bos in parkeerkoffers. Alle bewoners die op een grotere afstand van een parkeerhub wonen parkeren ook in parkeerkoffers op maaiveld binnen het grid. 46
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
PARKEERHUB
PARKEREN OP MAAIVELD
PARKEERHUB HTC
128 pp
368 pp
118 pp
192 pp 128 pp
Benodigd extra parkeerplaatsen (HTC): 650 pp
Verdeling parkeerplaatsen in Hortus
4.2.7 PARKEREN In Hortus is de ambitie om een autoluw woongebied te realiseren. Dit betekent dat het parkeren wordt georganiseerd in parkeerhubs, waarbij een maximale loopafstand van 250 meter vanaf de hub tot aan de woning geldt. Op het Weerwatereiland wordt geparkeerd in parkeerkoffers op maaiveldniveau. Deze plaatsen zijn bestemd voor de bewoners van de woningen in Het Bos en Weerwatereiland. Niet al het parkeren is binnen Hortus opgelost. Een groot deel van het parkeertekort zal worden opgevangen in hubs op de HTC Campus. Deze hubs bestaan uit een parkeergebouw in combinatie met voorzieningen voor de buurt en het HTC.
47
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
GESTAPELD
+ PLINT VOORZIENINGEN
GRONDGEBONDEN
GESTAPELD
Woningtypologieën Hortus
4.2.8 WONINGTYPES Hortus is een stedelijke wijk met een stevige dichtheid daar waar de beleving maat en schaal van het landschap het toelaat. Elke type landschap past een andere typologie van de gebouwen.
• Op Utopia, een mix van klein laag groot en hoog verspreid over het eiland en als icoon naar de overkant. Deze variatie geeft een kans voor nieuwe collectieve woonvormen. • Het centrum, volop ruimte voor gestapelde bouw als wand en torens op het plein met bijzondere plinten door samenvoegen van de kamers in het grid.
• Het arboretum met de oude bomen: grondgebonden woonmilieu met collectieve tuinen binnen het arboretum maar ook door samenvoegen van de kamers van het arboretum.
• De Campus, diversiteit van gebouwen voor verschillende functies binnen de maat van grid.
• Het Bos heeft een grondgebonden milieu tussen en onder de bomen met gestapelde bouw aan de rand van het bos aan het open water. In het water, laagbouw watergebonden, dicht op het water en voldoende zicht vanaf de kant
• In de Oever en Weerwatereiland, grondgebonden in collectieve tuinen of als eilandjes in de oever.
48
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
SMART THERMAL GRID (STG)
HOGE DICHTHEID GEKOPPELT AAN STG
ZONNEPANELEN OP GROOT DAKOPPERVLAK
Energie in Hortus
4.2.9 BALANSWIJK In de ondergrond van Hortus ligt een slim energiesysteem van een Smart Thermal Grid (STG). Dit zorgt voor een toekomstbestendige woonwijk met een aanvulling voor energie opwek en opslag. De parkeerhubs kunnen een grote rol spelen binnen dit energiesysteem als groot oppervlak voor zonnepanelen en ruimte voor batterijen.
49
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
aquaterra hub
50
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.3 De Deelgebieden
51
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Collage: uitzicht op het centrale plein
Beeldkwaliteit Referenties: publieke plinten, gevels met circulaire materialen, volume met terrassen en buitenruimtes 52
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.3.1 Centrum
Axonometrie deelgebied Centrum
Hortus krijgt een centrum in het hart van de wijk tussen de Allee en het binnenwater. Dit centrum bestaat uit een openbare ruimte in de vorm van een oever met een breed talud langs het water met een uitloop in het centrale plein. Deze ruimte wordt aan de Allee en pleinzijde omsloten door bebouwing in de vorm van een haak. Deze bebouwing geeft beschutting maar ook reuring aan deze centrale plek in de wijk door bijzonder programma in de plinten. Aan, in, op het plein is ruimte voor twee aanvullende woongebouwen naast de Flores toren. De gebouwen wisselen in hoogte. Dit deel is het meest stedelijke deel van Hortus. De gebouwen langs de Allee staan in de groene tuinen van de Hortus met hun adres aan de Allee. Voor deze gebouwen worden een aantal kamers van het grid samengevoegd. De gebouwen aan de Allee kunnen in de rooilijn verspringen t.o.v. elkaar. Deelgebied het centrum bestaat uit circa 475 woningen en 4500 m2 maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De parkeervoorziening voor dit deelgebied bevindt zich in de HTC campus ten zuiden van de Allee.
Doorsnede ter hoogte van het centrale plein 53
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Waterhoutstraat collage
Beeldkwaliteit Referenties: diverse typologie van twee- en drielaagse huizen. Circulaire bouwmaterialen, kleurgebruik. 54
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.3.2 Waterhout
Axonometrie deelgebied Waterhout
Het waterhout is het hart van de Hortus, het kleinschalige landschap van het grid en de groene kamers. Hier staan veel oude bomen die zich niets aantrekken van het grid. Deze dualiteit van het grid en de losse bomen en boomgroepen bepalen de ervaring van de woonomgeving. In dit deel van de Hortus past grondgebonden kleinschalige wonen, dat zeer geschikt is voor gezinnen. Het autoluwe karakter sluit hierop aan. Binnen Waterhout zijn ook onbebouwde tuinen met ruimte voor sport en spel. Hier is ook plek voor collectieve schuren en plekken om elkaar te ontmoeten. Deelgebied waterhout bestaat uit ca. 120 woningen.
Doorsnede Waterhout 55
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Collage: uitzicht op het campusplein
zelfstandige collectieve gebouwen, speelse volumes met terrassen en buitenruimtes
56
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.3.3 De Campus
Axonometrie deelgebied Campus
In de campus is ruimte voor werken en kennisontwikkeling. Aeres hogeschool gaat uitbreiden met een MBO vestiging. In de campus langs de hoofdontsluiting weg ligt de basisschool. Deze is perfect ontsloten voor langzaam verkeer en goed bereikbaar met de auto met voldoende ruimte voor spelen door de omliggende tuinen. Het voormalige Haddock gebouw wordt broedplaats, een werkgebouw voor startende ondernemers met een prachtig terras aan het water. Naast het Haddock gebouw is ruimte voor een aquaterra hub, een plek voor innovatie vanuit de Aeres hogeschool. De gebouwen in de campus passen in het grid. Tussen de werk en schoolgebouwen ligt een plein voor ontmoeten en spelen en als schakel in het routenetwerk tussen campus en de parkeerhub van het HTC. De campus heeft een parkeervoorziening gecombineerd met woningen. De woongebouwen van de Campus bestaan, met name in de onderste lagen, uit woon-werkunits. Deelgebied Campus bestaat uit circa 215 woningen en 8.800 m2 onderwijs/werken en een parkeervoorziening met ruimte voor fietsenstalling.
Doorsnede Campus 57
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Campus Hadock Collage
58
HORTUS ALMERE ONTWIKKELPLAN
59
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Boswonen Collage
Beeldkwaliteit Referenties: Kleine, compacte volumes met buitenterrassen. Natuurlijke bouwmaterialen en een kleurenpalet dat perfect aansluit bij het bos. 60
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.3.4 Het Bos
Axonometrie deelgebied Het Bos
Het bos bestaat uit het oerbos, het functiebos en het jongste nieuwe bos aan de rand naar het water. In het functiebos en het nieuwe bos is ruimte voor losse eigen kleine kavels en drie appartementengebouwen. Je woning wordt aangepast aan de ruimte tussen de bomen. Iedereen is welkom in het bos en in het midden ligt de boomhut als centrale ontmoetings- en speelplek.
Doorsnede Het Bos 61
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Collage: Weerwatereiland arboretum
Beeldkwaliteit Referenties : diverse typologie van een- en tweelaagse huizen. Circulaire bouwmaterialen, natuurlijk kleurenpalet 62
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.3.5 Weerwatereiland
Axonometrie deelgebied Weerwatereiland
Op weerwatereiland kun je wonen in het kleinschalige grid en met elkaar een groene kamer delen. Alle woningen hier zijn grondgebonden woningen. Soms deel je een groene kamer met 2 huizen, soms met 4 maar soms ook in de rij met 7 huishoudens. Aan de ene kant van Weerwatereiland zie je het bos, en aan de andere kant de oever en het water. Het grid zorgt ervoor dat er altijd zichten zijn op het omliggende landschap. Bij de oever is ruimte voor een aantal bijzondere woningen die als eilandjes in het riet liggen. Deze woningen kunnen ook geschakeld of gestapeld worden, maar niet meer dan 3 lagen hoog. De oever voegt zich niet in het grid maar loopt als één verbonden zone langs het water. Het Weerwatereiland heeft een aantal onbebouwde tuinen die vrij blijven voor sport en spel en ontmoeting. Deelgebied Weerwatereiland bestaat uit ca. 110 woningen.
Doorsnede Weerwatereiland 63
64
65
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Collage
Beeldkwaliteit Referenties : diverse typologie van een- en tweelaagse vrijstaande huizen. Circulaire bouwmaterialen, blue kleurenpalet 66
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.3.6 Waterwonen
Axonometrie deelgebied Waterwonen
Op het water van Weerwater is een netwerk van paden in de vorm van steigers. Aan deze steigers liggen drijvende woningen. Het orthogonale systeem van de paden heeft een andere maat dan het grid. De oever blijft vrij. Langs het rondje weerwater is ruimte voor een woontoren met uitzicht over de waterwoningen. Deelgebied Waterwonen bestaat uit circa 90 woningen.
Doorsnede Waterwonen
67
STEDEBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK PLAN
Collage: uitzicht vanaf het water
Beeldkwaliteit Referenties
68
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
4.3.7 Utopia
Axonometrie deelgebied Utopia
Het eiland Utopia heeft oevers als stranden en rietkragen. Op het eiland is volop ruimte voor alternatieve landbouw zoals het bestaande initiatief van Stichting Weerwoud met een aantal tiny huisjes als conciërge woningen of bijzondere hotelkamers die vanuit het nieuwe hotel worden gerund. Op het eiland staan een aantal woongebouwen in de vorm van hoge en lage torens maar ook een bijzonder woonhof. De hogere gebouwen op het eiland bepalen het aanzicht van Hortus vanaf het centrum. Vanaf het eiland is het drijvende zwembad bereikbaar. De parkeergarage op het eiland heeft ruimte voor badhokjes en opslag van kano’s. Deelgebied Utopia bestaat uit circa 330 woningen en 2000 m2 hotel en een parkeervoorziening.
Doorsnede Utopia 69
70
71
72
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
5. Maatschappelijke impactanalyse afstand een aandachtspunt is. De woningbouw heeft de potentie om een goede bijdrage te leveren aan de doorstroming. Tegelijkertijd betekent dit het risico dat er sprake kan zijn van exclusiviteit door het hoge aandeel vrije sector woningen. Binnen de wijk kan segregatie optreden als betaalbare woningen op de minder leefbare plekken zouden terecht komen.
Om de maatschappelijke impactanalyse te kunnen opstellen is er zowel aan het begin van het traject van planvorming als aan het einde een doelensessie georganiseerd. Omdat er na de laatste sessie nog wijzigingen op het plan zijn aangebracht is een mini doelensessie georganiseerd, specifiek gericht op deze beperkte wijzigingen, met de direct hierbij betrokken disciplines/afdelingen.
Welzijn wijkvoorzieningen
Huidige situatie (oorspronkelijke plan)
Voor het bepalen van de impact van de huidige situatie is uitgegaan van de huidige inrichting en het Definitief Ontwikkelingsplan uit 2018. De geschatte impact van het oude plan op de beleidsdoelen is in onderstaande figuur weergegeven.
De inrichting van de groene openbare ruimte nodigt uit om naar buiten te gaan om te sporten, spelen en bewegen en elkaar daar tegen te komen. De straatinrichting richt zich op gezond gedrag en toegankelijkheid voor iedereen. Ook is er een zorgvoorziening die woonruimte biedt aan een kwetsbare groep. Dit draagt allemaal bij aan de welzijnsdoelen van de gemeente. Maar het ontbreken van gebouwde wijkvoorzieningen in de wijk betekent ook dat er geen ontmoetingsplekken, zoals een basisschool, winkel of ruimte voor verenigingen, zijn. Als de ontmoetingen op privéterrein moeten plaatsvinden of in de openbare ruimte, dan beperkt dit de mogelijkheden. Dit wordt gezien als een risico voor het ontstaan van sociale samenhang in de wijk en het welzijn van met name kwetsbare groepen. Economie
-2 tot +2
In de huidige situatie is er nauwelijks bijdrage aan economische doelen. De geplande grootschalige voorzieningen brengen werkgelegenheid en bedrijven met zich mee, maar het effect kan gering zijn als er onvoldoende invulling aan gegeven wordt en/of sprake is van leegstand. Daarnaast levert mogelijk werken aan huis een kleine bijdrage.
Scorekaart maatschappelijke impact
Leefomgeving +2 tot +5 en risico’s op invulling voorzieningenprogramma en ongewenst parkeren
Mobiliteit
Het oude plan heeft een groene inrichting, veel groene openbare ruimte en ook veel openbaar water. Dit heeft een positieve bijdrage aan de leefbaarheidsdoelen. Dankzij de ligging nabij het stadscentrum zijn de stedelijke voorzieningen nabij. De voorzieningen in het gebied zelf zijn aan de rand gepland, langs de snelweg, mede vanwege de geluidszone. De geluidbelasting is een bedreiging voor de woonomgeving. Dat is een moeilijke plek om wijkgebonden voorzieningen in te passen en deze liggen ook niet centraal in de wijk. Het aantal woningen is te laag om voldoende draagvlak te bieden voor wijkvoorzieningen. Er zijn daarom ook geen onderwijsvoorzieningen of winkels gepland voor de wijk zelf.
-2 tot +2
Het gebied ligt langs de snelweg en nabij een afrit en dat geeft een goede autobereikbaarheid. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is minder goed. Het busstation ’t Oor is nabij en er is een bushalte in het gebied, maar de loopafstanden naar sommige delen van het gebied zijn lang. Voor langzaam verkeer zijn de verbindingen verbeterd en zijn er snelle routes in alle richtingen, ook naar de voorzieningen in het stadscentrum. Het oude plan heeft zeer lage parkeernormen, een autoluwe inrichting met maximaal 150 à 250 m lopen naar je woning en gaat uit van het faciliteren van elektrische auto’s. Hierdoor ontstaat een mobiliteitssysteem dat gezond en duurzaam is, maar het risico is dat dit in de praktijk minder goed werkt, vanwege de goede autobereikbaarheid en de OV-bereikbaarheid beter kan. Zie ook bij Leefomgeving.
Het voorzieningenprogramma is groot en gericht op grootschalige voorzieningen, die niet veel met de rest van de wijk te maken hebben. Ook is het nog onduidelijk welke voorzieningen dit precies moeten zijn, voor welke doelgroep en of daar voldoende animo voor is vanuit (markt)partijen. Dit wordt als een groot risico gezien voor de leefbaarheid in de wijk. Daarnaast is er een risico op ongewenst parkeren in de openbare ruimte. De autoluwe inrichting draagt bij aan de veiligheid in het gebied, maar vraagt wel permanent om handhaving en regulering van parkeren. Wonen
0 tot +2 en risico op gebrek aan
Duurzaamheid
+4 tot +6
Op gebied van duurzaamheidsdoelen heeft het oude plan een grote positieve impact. Dat komt door het vele groen en water en de volwassen bomen die al in het gebied staan, en de beperking van verharding, waardoor de inrichting klimaatadaptief is. Ook is er een goede bijdrage aan ecologische doelen, vanwege de soortenrijkdom, het arboretum, behoud van waardevolle bomen in het grid en het behoud van het bestaande bos. De ontwikkeling biedt goede kansen voor circulariteit in o.a. het materiaalgebruik en het geringe grondverzet. Ook op gebied van energie zijn er veel kansen. Er is al een deel van het smart thermal grid aangelegd. Dit biedt kansen voor het ontwikkelen van een energieleverende wijk in combinatie met goede isolatie en gebruik van hernieuwbare energiebronnen.
- 2 tot + 2
De differentiatie van het woonprogramma (30% betaalbaar, 70% vrije sector) komt voort uit de destijds geldende beleidsuitgangspunten en draagt daardoor minder bij aan de huidige beleidsambitie van 40 – 40 - 20. Ook is het aantal woningen relatief gering. De groene opzet van de wijk maakt het wel mogelijk om relatief veel aantrekkelijke grondgebonden woningen te realiseren, waarbij het parkeren op
73
MAATSCHAPPELIJKE IMPACTANALYSE
Uitvoerbaarheid en Ontwerpvrijheid
• In het nieuwe plan is de groene kwaliteit van de openbare ruimte overeind gebleven. De druk op het groen zal wel toenemen doordat in sommige deelgebieden meer gebouwen en daarmee ook meer mensen wonen. Borging van de groene kwaliteit en diversiteit van het arboretum is van belangrijk en een aandachtspunt voor de uitwerking van de plannen; ook in relatie tot de beheerexploitatie. Het heeft meerwaarde voor de nieuwe bewoners en bewoners van andere delen van Almere als hierbij ook een rol voor vrijwilligers mogelijk is, zie ook bij Welzijn.
Het stedenbouwkundige concept met het grid en arboretum betekent dat er weinig ontwerpvrijheid is: het grid is erg sturend. Ook de geluidbelasting vanaf de A6 is een beperking. Qua uitvoerbaarheid is de woningnood een risico. Niet omdat woningen niet worden verkocht of verhuurd, maar omdat niet iedereen per sé bewust voor het concept kiest, omdat er in de huidige woningmarkt weinig te kiezen valt. Dat kan ertoe leiden dat bewoners de ruimtelijke autoluwe en groene opzet wellicht minder omarmen in tegenstelling tot mensen die hiervoor bewust kiezen. Het toepassen van parkeerhubs en relatief lage parkeernorm kan een risico zijn aangezien een autoluwe inrichting voor Almere een nieuw concept is.
• Het is belangrijk dat vanuit de nieuwe HOV-halte, zowel overdag als ’s nachts, prettige langzaam verkeerroutes naar de woningen worden aangelegd. De geluidbelasting vanaf de busbaan en met name de A6 is een aandachtspunt, ook in de fasering. Verleggen van de busbaan richting de A6 is een kans. Zo wordt de Allee met een 30 km/u regime een rustige en groene stadstraat en verbetert daarmee de leefbaarheid. Het autoverkeer blijft qua hoeveelheid en in relatie met de High Tech Campus een aandachtspunt. Dit wordt meegenomen in het Ontwikkelingsplan High Tech Campus.
Toekomstige situatie (nieuwe plan) De geschatte impact van het oude plan op de beleidsdoelen is in onderstaande figuur vergeleken met het nieuwe plan voor Hortus met circa 1500 woningen en bijbehorende voorzieningen. De onderstaande toelichting op de score bouwt voort op de toelichting hierboven en de verschillen tussen de plannen. Daarnaast worden de belangrijkste aandachtspunten voor de uitwerking van het plan aangegeven.
• Voor het groene DNA van de wijk blijft het autoluwe concept cruciaal. Dit heeft een hogere kans van slagen bij een hogere dichtheid. Het risico van ongewenst parkeren nabij de woning en in de groene openbare ruimte blijft bij de uitwerking hiervan een aandachtspunt. Denk daarbij aan inrichting, regulering en handhaving. • De verkeersveiligheid zal iets minder zijn als het drukker is, maar komt niet in de knel. Het ongewenst parkeren in combinatie met goede bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten en vuilniswagens blijft een aandachtspunt. Wonen
Met het nieuwe plan worden meer woondoelen bereikt dan met het oude. Niet alleen vanwege het hoger aantal woningen, maar ook vanwege de gelijkwaardige verdeling in prijssegmenten en meer diversiteit aan woningen.
Scorekaart maatschappelijke score Huidige situatie (oorspronkelijke plan) Toekomstig gewenste situatie (nieuwe plan)
Leefomgeving
+3 tot +5
• Het plan sluit enerzijds aan op lokale behoefte in Almere, anderzijds ook op regionale (MRA) behoeften. In de uitwerking is het wenselijk om dit verder te specificeren, met het doel om woonruimte voor Almeerders en mensen uit de regio te realiseren. De kwalitatieve behoefte is vooral gericht op sociaal, middeldure huur en betaalbare koop, maar er is óók een duidelijke behoefte aan dure koop.
+2 tot +5 en risico op ongewenst parkeren
Met het nieuwe plan zijn er meer en betere voorzieningen voor de wijk, terwijl de groene kwaliteiten en het groene en autoluwe karakter behouden blijven.
• De verdeling in prijssegmenten is meer divers dan het oude plan. Het aandeel sociaal en middeldure huur/betaalbare koop neemt aanzienlijk toe.
• Met een groter woningaantal en ontwikkeling van de hele zuidoever neemt de draagkracht voor wijkvoorzieningen toe. Met de aangepaste plannen is de voorzieningenbalans in de wijk aanzienlijk verbeterd. Er is ruimte voor wijkwinkels en aanvullende voorzieningen. De wijk heeft voldoende draagkracht voor een brede basisschool, zie ook onder Welzijn. Het risico op het niet kunnen vullen van het (grootschalige en op het stedelijk niveau gerichte) voorzieningenprogramma is er niet meer.
• Met keuzes in grootte van woningen en prijssegment kan in de uitwerking gestuurd worden op goede verhouding in prijs-kwaliteit en diversiteit aan woningen. Duurzame instandhouding van de betaalbare prijssegmenten in combinatie met voldoende grootte en kwaliteit van de woningen is een aandachtspunt voor de uitwerking. Een bewuste mix van verschillende woningcategorieën is van belang voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling. Voorkomen moet worden dat in bepaalde deelgebieden een te eenzijdig aanbod wordt gerealiseerd. Het plan biedt kansen voor nieuwe woonvormen als CPO en een wooncoöperatie, waarmee de diversiteit van wonen in Almere verder vergroot wordt. Om de juiste doelgroepen te faciliteren en aan te trekken is het nodig in uitwerking de juiste eisen aan woningen te stellen, denk aan grootte, buitenruimte en ligging.
• Rondom het kleinere en daardoor meer intieme centrale plein zijn nu wijkvoorzieningen opgenomen, gemengd met woningen, waardoor het gebied meer gebruiksmogelijkheden heeft en levendiger is. Het nieuwe oeverpark nabij dit plein voegt recreatieve mogelijkheden toe, voor alle Almeerders. Ook het hotel en natuurzwembad op Utopia dragen daaraan bij. De mogelijkheden voor het natuurzwembad en aanlegplaatsen van kleine bootjes moet nader worden uitgewerkt in samenhang met de (inrichtings-)eisen vanuit de Kaderrichtlijn Water. 74
ONTWIKKELINGSPLAN HORTUS
• De parkeeroplossing op afstand van de woning in hubs blijft een aandachtspunt. Het is een specifiek concept, dat in Almere voor de eerste keer op deze schaal wordt toegepast. Welzijn
Economie +1- +2 De invulling van economische doelen is iets verbeterd ten opzichte van het oude plan, maar blijft beperkt omdat het voornamelijk om een woongebied gaat. Er zijn meer woningen dan werkplekken (de m2 voor de High Tech Campus vallen niet binnen het plangebied).
+2 tot +4
De invulling van welzijnsdoelen hangt niet alleen af van de inrichting van het gebied en vraagt aandacht voor de uitwerking en in de gebruiksfase. Positief verschil met het oude plan is dat er rondom het centrale plein ruimte is voor diverse wijkvoorzieningen.
• Er zijn enkele werkfuncties zoals het hotel en een circulaire broedplaats toegevoegd. Innovatieve en creatieve bedrijven kunnen de wijk een innovatief karakter geven.
• De toevoeging van gebouwde wijkvoorzieningen biedt veel kansen voor het verbeteren van het welzijn. De clustering van wijkvoorzieningen in combinatie in het centrum van het gebied biedt mogelijkheden voor ontmoeting en verblijf en versterkt de sociale samenhang van de wijk. Bewoners in de wijk krijgen met de voorzieningen meer kans om mee te doen, elkaar te ontmoeten, zich te ontplooien en er is meer ondersteuning voor kwetsbaren in de wijk.
• Er is meer wijkgerichte werkgelegenheid doordat de werkgelegenheid van de voorzieningen zekerder en meer verweven met de woningen is. Mengen van wonen, werken en voorzieningen levert een interessant werkmilieu en is complementair aan de omliggende (toekomstige) werkmilieus van het HTC. Gekeken kan worden naar combinatie met onderwijs en kennisintensieve bedrijven. Aandachtspunt voor de uitwerking is de totstandbrenging van interactie tussen wonen, werken en voorzieningen in de praktijk.
• Combineren van verschillende functies (multifunctionele accommodaties) en mogelijkheden voor exploitatie door bewoners, welzijnsorganisaties en verhuur aan verenigingen bieden kansen. Hoe het gebruik door meerdere partijen het beste kan worden vormgegeven, en welke rol de gemeente moet nemen in een duurzame maatschappelijke exploitatie, moet worden uitgewerkt. Ook het arboretum en een rol voor vrijwilligers die helpen bij het onderhoud, eventueel in combinatie met educatie, kan de sociale samenhang vergroten. Gekeken kan worden of er nog verdere optimalisatie mogelijk is om in het groen te sporten en spelen.
• Verbetering van het economische effect is wenselijk door inpassen van kleinschalige bedrijfsunits (2 per 50 woningen), zodat ook op dit vlak aan het economische beleid wordt voldaan. Bij de mobiliteitshubs kunnen ook diensten worden geleverd. Een nadere invulling van het type bedrijven waar dit werkmilieu aantrekkelijk voor is en invulling van welke activiteiten concurrerend aan de werkmilieus in de omgeving en het stadshart zijn, is daarbij nodig. Mobiliteit