Notulen raadsvergadering 15 februari 2022 (getekend).pdf
Tekst van het document
In ieder geval denk ik dat de raad zo veel mogelijk aan de voorkant moet worden meegenomen. Ik gaf net al aan dat er aanknopingspunten zijn om het oude beleid voort te zetten. Daarin zitten maatregelen die goed werken, zoals voor de grote schuldenproblematiek, de multiproblem gezinnen en dergelijk. Volgens mij hebben we daarmee niet ten onrechte het landelijke nieuws gehaald, omdat ze gewoon werken. Dat is te zien. Bovendien, dit heb ik vorige week al gezegd, hebben we de afgelopen jaren ook andere vormen van beleid geprobeerd met wethouders van andere partijen. Zonder te zwartepieten, daar zijn goede dingen in gebeurd, maar ook dingen die de voorliggende situatiesop het gebied van het sociaal domein niet hebben opgelost, of niet hebben kunnen oplossen. De heer BETE (Lijst Cete): Voorzitter! Ik ben oprecht benieuwd hoe het kan dat Democraten.Nu op de sociale media continu zegt het alternatief te zijn van bepaalde partijen en in de raad alles omhelst wat de huidige coalitie en het college naar voren brengen. Ik wil van de heer Zielman weten wat de andere blik of het alternatief van Democraten.Nu is op het huidige en vorige beleid voor het sociaal domein. Of is Democraten.Nu het er honderd procent mee eens? Daar komt het wel een beetje op neer. Maar dan moet ze zich op de sociale media niet presenteren als het alternatief.
De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! We profileren ons als de lokale partij van Almelo. Daar kun je wat van vinden. Er werd vanavond al geprobeerd om de interne communicatie van de VVD-fractie aan het lichtte brengen. Ik vraag me af wat de meerwaarde is om deze vraag te beantwoorden in het licht van het voorliggende stuk. Ik kan er prima met de heer fete over in debat in het kader van de verkiezingen. Ik ben daar zeer toe bereid. Dan kunnen we haarfijn de verschillen tussen de VVD en Democraten.Nu op een rij zetten. Maar ik denk niet dat dat in het licht van dit stuk meerwaarde heeft. R 2207154
31
De heer BETE (Lijst Cete): In de huidige samenleving wordt politiek gevoerd op alle fronten, ook op de sociale media. De partij van de heer Zielman is behoorlijk actief als dé lokale partij. Hij maakt mij en anderen, iedereen zo'n beetje, belachelijk en noemt zichzelf het alternatief. Dan is het zeker van belang om elkaar in de arena van de democratie te bevragen op de alternatieve blik op het sociaal domein. De heer Zielman bekritiseert iedereen en alles. Dit is dan toch het juiste moment? Als hij het beleid voor honderd procent steunt, petje af. Maar dan moet hij dat ook laten zien. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! Wij maken anderen niet belachelijk, maar stellen dingen aan de kaak. We benoemen bepaalde zaken. Het is niet een doel op zich om mensen belachelijk te maken. Zo zitten wij er zeker niet in. Bovendien, als je in de haarvaten gaat zitten is er inderdaad een andere kijk op bepaalde dingen tussen de VVD en Democraten.Nu. Ik ben gaarne bereid om dit met de heer Cete uit te vechten als het moment daar is. Dat is tijdens de debatten voorde verkiezingen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Over belachelijk maken. Ik heb Democraten.Nu het verwijt aan Lokaal Almelo Samen horen maken dat ze niet actief is op sociale media. Er is natuurlijk een verschil tussen iets beweren op sociale media en feitelijk niets uitvoeren. Dat is Democraten.Nu.
Heel veel geblèr op sociale media en in de praktijk meelullen met de coalitie. In dit geval is het dus de vraag — we kunnen dat allemaal mooi uitzenden — of Democraten.Nu aan kiezersbedrog doet. De constatering van alle partijen hier is dat Democraten.Nu aan kiezersbedrog doet. De VOORZITTER: Deze gemeenteraad is geen sanhedrin die daarin de waarheid gaat kiezen. Dit is puur politiek. De heer Zielman mag op dit onderwerp reageren en niet op zijn gedrag of dat van partijgenoten op social media. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Ik zie het haakje niet naar dit onderwerp. Als iemand anders dat ziet, wil ik er wel over van gedachten wisselen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik wil dat haakje wel bieden. Democraten.Nu beweert namelijk op social media dat ze een oppositiepartij is, terwijl wij, vanaf dat Democraten.Nu is gekozen en een persoon de CDA-fractie heeft verlaten, een coalitie plus twee zien. Met andere woorden, ook in dit geval doet Democraten.Nu aan kiezersbedrog, of niet? Is ze daadwerkelijk een oppositiepartij of alleen zogenaamd een oppositiepartij? Ik zie haar als coalitiepartij. Hoeveel wilt u nog meer hebben? De VOORZITTER: Mevrouw Pol, deze kant gaan we niet op. Het vliegt echt alle kanten op. Ik probeer in de eerste termijn de ruimte die ik aan de eerste sprekers heb gegeven ook aan de volgende te geven.
Maar we moeten bij de les blijven en dat is wat u in iBabs vindt bij de vergaderstukken. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! Ik val in herhaling. Volgens mij heb ik het woord, mevrouw Pol, en als u nog wat te interrumperen hebt, kan dat via de voorzitter, is mij altijd geleerd. Of anders niet of in de tweede termijn. Om op mijn punt terug te komen, wantrouwen en vertrouwen werken beide kanten op. Je kunt op verschillende manieren naar dit voorstel kijken. Ik heb toevallig met mijn buurman gesproken over wat normaliseren is. Iedereen heeft daarop zijn eigen visie. Normaliseren in dit stuk heb ik geïnterpreteerd als: we willen proberen iedereen mee te laten doen. Waar dat kan, zullen we dat proberen, en waar dat niet kan, moeten we extra ons best doen en maatwerk leveren. Wij beoordelen elk onderwerp op zijn merites. Dat hebben wij hier ook gedaan. Als wij het er niet mee eens waren geweest, hadden we dat ook gezegd. In dit geval, nogmaals, zien wij genoeg aanknopingspunten voorde toekomst om mee verder te gaan. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Onze fractie kan zich vinden in de vijf beleidsdoelen waarover we stemmen, maar vooral in de visie die daaronder ligt. Ik heb dit in R 2207154
32
het oordeelvormende beraad al gezegd. Het gaat om zaken als preventie, het integraal bekijken van sociaal en fysiek, positieve gezondheid, eigen verantwoordelijkheid ... Ik denk dat een aantal fracties ons als coalitiepartner, maar ook zichzelf, tekortdoen door zulke begrippen toe te wijzen aan één coalitiepartij. Sterker nog, het begrip eigen verantwoordelijkheid is heel duidelijk. Dat heb ik de vorige keer ook gezegd. Dat komt uit de koker van Guillaume Groen van Prinsterer en later Abraham Kuyper. Dit is echt het gedachtegoed uit de Christenunie en het CDA. Dit staat bijvoorbeeld lijnrecht tegenover de marktvisie van de liberalen, of de overheidsbetrokkenheid van links. Ik wil het beeld ontkrachten dat iedereen aan het lijntje van de VVD-fractie meeloopt. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheerde voorzitter! Probeert de heer Teeuw hiermee te zeggen dat de coalitiepartners, ondanks de verschillen, het eens zijn over wat hier staat? De heer TEEUW (Christenunie): Ik zeg dat onze partij zich sterk kan vinden in de visie met begrippen als eigen verantwoordelijkheid, het integraal bekijken van sociaal en fysiek, de gedachte achter positieve gezondheid en de preventiegedachte. Dat zijn heel goede begrippen. Ik denk dat Leefbaar Almelo zich daar ook in zou kunnen vinden.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheer de voorzitter! Ik heb net al aangegeven dat erin de visie zaken staan die ik heel erg kan waarderen. In de woorden van de heer Teeuw hoor ik voorbeelden waarin hij zich kan vinden. Maar kan hij ook voorbeelden noemen waarin hij zich niet kan vinden? Hij mag mij zeggen of dit deugt of niet. De heer TEEUW (Christenunie): Ikzal zo iets zeggen over de sociale huur. Bij de beoordeling speelt de bril waardoor wij iets lezen sterk mee. Dit is door de heer Hummels, maar ook door de heer Zielman, gezegd en daar ben ik het van harte mee eens. Als je leest vanuit wantrouwen, kun je over elke zin vallen. Lees je vanuit vertrouwen, dan lees je dingen heel anders. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelol: Mag ik daaruit concluderen dat als je wantrouwen hebt, je iets niet goed gelezen hebt en als je vertrouwen hebt, iets wel goed gelezen hebt? Of zit daarin ook een nuance? De heer TEEUW (Christenunie): Nee, zo kun je dat niet zeggen. Ik zal een voorbeeld geven, verderop in mijn betoog, want dan kom ik vanzelf bij het antwoord op de vraag van de heer Hummels. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik ben heel benieuwd naar hoe de heer Teeuw dit stuk beoordeelt in het kader van zijn volks vertegenwoordigende rol en de rol die hij als raadslid heeft in de kaderstelling.
De heer TEEUW (Christenunie): Dit is het beleidsplan, de vijf strategische beleidsdoelen die wij vaststellen. Vervolgens is al gezegd dat er daarna een uitvoeringsplan komt. Er was net een discussietje in welke zin de raad daarbij betrokken is. Ik vind een werkgroep een heel goed idee. Maar zelfs al blijft het bij de actieve informatieplicht van het college, kunnen wij als raad te allen tijde het college ter verantwoording roepen. Als het college met uitvoeringsplannen komt waarmee we het totaal niet eens zijn, is het aan ons om het college op het matje te roepen. Uiteindelijk gaan wij over de doelstellingen. Mevrouw GEERDINK (PvdA): De heer Teeuw zegt dat we het college op het matje kunnen roepen bij de uitvoeringskaders. Maar die uitvoeringskaders behoren in mijn visie toe aan de raad. Is hij het daarmee eens? De heer TEEUW (Christenunie): De kaderstelling hoort aan de raad, maarde manier waarop je die uitvoert. De raad gaat over de kaders en het college gaat over de uitvoering. De raad wil zich heel graag bemoeien met de uitvoering, dat zie ik ook wel. Soms zijn ze heel sterk R 2207154
33
verweven. Mevrouw Geerdink vroeg naar mijn volks vertegenwoordigende rol. Wij staan voor bepaalde idealen en waken daarover. Ook in de uitvoering, als dingen misgaan, kunnen we altijd het college ter verantwoording roepen en er nieuw beleid op maken. Zo zie ik het. Bij het oordeelvormende beraad heb ik schriftelijke vragen gesteld. Tot mijn stomme verbazing waren zes daarvan in korte tijd beantwoord. Dat had ik niet verwacht, maar vond ik wel knap. We zijn het eens met de antwoorden. Mijn vraag over de sociale huurwoningen ging natuurlijk over de woonvisie. Het antwoord van de wethouder was dat dit beleid congruent is met die van de woonvisie. Congruent? Volgens mij gaat het over consistentie, maar de vraag over consistentie ontstaat pas als er heel veel overlap is. De bedoeling van mijn vraag was: waarover beslissen we hier en waarover in de woonvisie? Dat er een samenhang is, zie ik ook. Dat is een van de positieve aspecten. Als we zeggen dat mensen langer thuis willen wonen dat staat hier - betekent dat, dat iemand een eengezinswoning bezet houdt, terwijl hij misschien ook naar een woonzorgvoorziening zou kunnen gaan. Alsje naar een woonzorgvoorziening gaat, krijg je weerde vraag of er sociale huur wordt toegevoegd aan het bestand. Zoals ik het lees - nu kom ik op het antwoord van de vraag van de heer Hummels staan erover sociale woningen twee dingen.
Het eerste gaat over spreiding over wijken. Daar ben ik het mee eens. Maar ik interpreteer dit dat als er nieuwbouwwijken komen in Almelo, dat 30% sociale huur betekent. Zo lees ik dat. Daarom heb ik gevraagd of we hiermee beslissingen nemen over de woonvisie. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! Is de heer Teeuw het dan met mij eens dat Markgraven en Almelo Noord op dit moment niet in balans zijn? De heer TEEUW (Christenunie): Het Nieuwstraatkwartier is in disbalans en daar willen we wat aan doen. Dat is wat hier staat. Het enige wat ik zeg, is dat onze fractie ervoor pleit — we lezen hierin de mogelijkheden — in nieuwbouwwijken te zorgen voor 30% sociale huur. Zo begrijpen wij het stuk. Op pagina 7 staat: "Uitbreiding van het aantal sociale huurwoningen of woningen die daarmee vergelijkbaar zijn, ligt dan ook niet voorde hand. De toename van woningen in het lagere huursegment, waar verblijf en zorg worden gecombineerd, willen wij koppelen aan het onttrekken van woningen in de sociale huursector." Ik heb gezegd dat het aantal sociale huurwoningen gelijk blijft. Dat is ook de visie voor woningbouw. Het beeld lijkt verkeerd te werken rond de casus Welgelegen, Als je zegt dat we eerst sociale huur moeten onttrekken dat is een proces van jaren - en dan pas kunnen gaan bouwen, gebeurt er nooit wat.
Ik lees hierin dat we gewoon woonzorgvoorzieningen kunnen bouwen en dit betekent dat in de jaren daarna sociale huurwoningen worden onttrokken, zodat in de loop van de tijd het aantal sociale huurwoningen in stand blijft. Dan voldoe je aan de vraag. Mevrouw GEERDINK (PvdA): De heer Teeuw zegt het mooi: ik lees dat ... Maar het is niet duidelijk of dat er ook echt staat. Is de heer Teeuw het met me eens dat hij dit niet uit deze beleidsnotitie ... Hij kan dat misschien denken, maar dat is dan wensdenken. Het staat er niet. Het is niet een kader dat we hier vaststellen. Die 30% bijvoorbeeld staat er ook niet in; dat is een wens. De heer TEEUW (Christenunie): Mevrouw Geerdink heeft het over wensdenken. Daarom zeg ik tegen de heer Hummels: de een leest het met wantrouwen, en de ander met vertrouwen. Ik hoop niet dat het wantrouwen ... Laten we er scherp op zijn hoe de plannen uiteindelijk verder worden uitgewerkt. Hoe het college blijft binnen de kaders die wij nu stellen, daar zitten wij zelf bij. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Zouden dat niet juist de kaders zijn die we mee kunnen geven? De heer TEEUW (Christenunie): Dat is het scherper maken van de kaders. Dat is hoe gedetailleerd je gaat. Ik heb er vertrouwen in dat dit goed wordt uitgewerkt. Anders zitten we er zelf bij.
R 2207154
34
De heer CETE (Lijst Cete): De heer Teeuw heeft zojuist beweerd dat hij niet aan de leiband van de VVD-fractie loopt. Kan hij in het sociaal domein vanuit zijn idealen een paar punten noemen die hij de afgelopen jaren heeft geamendeerd, of waarover hij een motie heeft ingediend? Ik zag alleen maar VVD-beleid en geen Christenunie-beleid. De coalitie en het college zijn voornemens 140 ha te bouwen voor nieuwe werkgelegenheid. Het is onmogelijk dat daar geen arbeidsmigranten op af komen die een beroep zullen doen op sociale huurwoningen. Hoe raakt het beleid van de coalitie en het college hieraan: en bouwen voor arbeidsmigranten en geen sociale huurwoningen hebben? De heer TEEUW (Christenunie): Het laatste is de portefeuille van mevrouw Buikema. We hebben heel duidelijk gezegd: geen of minder logistieken heel andere werkgelegenheid. De discussie daarover vindt nog plaats in deze raad. Mag ik de heer fete verwijzen naar de laatste nieuwsbrief die ook op onze website staat. Daarin staat een aantal punten die de Christenunie ... Anders ga ik dat allemaal voorlezen. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! Ons wordt wantrouwen verweten, maar wie wind zaait, zal storm oogsten en wat je geeft, krijg je terug, actie reactie. Alsje hier stukken inzet waarin ik een vermeend wantrouwen merk, nodigt dat uit tot een stuk wantrouwen terug.
Het kan mijn bril zijn - die heb ik niet - maar het lukt mij echt niet om de teksten te lezen zoals de heer Teeuw dat doet. Die 30% sociale huur bijvoorbeeld, lees ik niet terug in dit sociale plan of de woonvisie die we vorig jaar hebben vastgesteld, maar in het verkiezingsprogramma van de Christenunie. Ik wilde dat ik het op de manier kon lezen als de heer Teeuw. Kleurt hij het beleidsplan niet heel rooskleurig in om het verschil met de VVD aan te kunnen tonen? De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Ik heb niemand wantrouwen verweten. Het spijt me als de heer Teunis zich aangesproken voelt. Ik heb gezegd dat we allemaal lezen met onze eigen bril. De vorige keer heb ik een vraag gesteld die niet beantwoord is, over data gedreven werken. Ik snap dat dit een heel moeilijk te beantwoorden vraag is. Ik vertaal haar met een aanbeveling aan het college, de wethouder. Het gaat mij om het volgende als het om preventie gaat. Er woont een keurig gezinnetje in Almelo en het preventieteam belt aan. Er is niets aan de hand, maar uit data-analyse blijkt dat een kind misschien het komende jaar gaat spijbelen. Wij willen niet naar deze werkwijze bij dit soort zaken. Maar er zijn zaken waar dit wel kan werken. Ik zit zelf in het vak. Dus is de vraag: waar ligt de grens? Ik vraag aandacht voor kaders rond data gedreven werken.
Ik hoef geen antwoord op mijn vraag, maar geeft dit als aandachtspunt mee. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Ik heb de goede gewoonte om het weekend voorafgaand aan de vergadering een tekst te maken. Dan sta je meerop zenden dan op ontvangen. Met de behandeling tijdens het politiek beraad, zowel oordeelvormend als beeldvormend, nog vers in gedachte, dacht ik: bespaar je die moeite, want het gaat waarschijnlijk alle kanten op. Dat is werkelijkheid geworden. We spreken hier al geruime tijd over, en de een heeft het over het proces, de ander over de inhoud, dan hebben we het over terug - terug is altijd terug ook in de tijd in mijn gedachten - en we hebben het over normaal, wat dat ook moge zijn. We hebben het over een strategisch beleidsplan. En in mijn perceptie is het strategisch beleidsplan toekomstgericht. Hoezo terug. We hebben het over integraal versus specifiek. We hebben het over voorliggende voorzieningen versus maatwerk. Ik constateer dat sommigen op zenden staan, een enkeling op ontvangen, meer staan op geven en minder op nemen. Ik constateer daarbij dat wij op inhoud waarschijnlijk niet eens zo heel ver uit elkaar liggen, want ik hoor heel veel fracties zeggen: als ik het zo moet lezen, zit erin de doelen zoals ze geformuleerd staan in het raadsbesluit voor mijn fractie voldoende. Maar wat daarna komt, is onzeker.
Dan zie je, althans dat is wederom mijn perceptie, dat het ongemakkelijk wordt. De ene heeft het over kaders. De andere zegt: bedoel je een werkgroep? Die heeft beelden die ik herken van de invoering van het allereerste strategische beleidsplan. Als ik de wethouder en de collegeleden goed gehoord heb, komen wij als raad nog maar heel beperkt aan de bal. Want we stellen hier vanavond een strategisch beleidsplan vast en R 2207154
35
zoals meerdere keren is gezegd: het college gaat over de uitvoering en het uitvoeringsplan stelt het college vast. We kunnen het uitgebreid hebben over adviesraden, maar dat zijn adviesraden aan het college. Daar hebben wij als raad niets aan. Het zou mij een lief ding waard zijn als wij helder hebben wat de mogelijkheden voorde raad zijn bij het implementeren van deze strategische nota. Als we die helderheid hebben, hoop ik dat iedereen zegt: wij vertrouwen elkaar en wij gaan er samen hard aan werken. De VOORZITTER: Ik stel voor even te schorsen om de benen te strekken. Ik wil graag dat u even nadenkt over de orde van de vergadering, want we hebben meer met elkaar te bespreken. Ik vermoed zo maar dat dit nog niet helemaal klaar is. Voor morgenavond bent u uitgenodigd om bijgepraat te worden over de evaluatie van de Agenda voor Twente. Dat is een belangrijk onderwerp. Maar ik kan me niet voorstellen dat we deze vergadering tot diep in de nacht willen laten voortduren. Denk daar even over na. Dit agenda moeten we in ieder geval afronden. Daarop schorst de voorzitter de vergadering. (De heren Buitenweg en Ekizkuyu hebben tijdens de schorsing de vergadering ve~laten.J Na heropening van de vergadering spreekt de VOORZITTER als volgt: Dames en heren! Ik heropen de vergadering.
Ik zal ervoor zorgen dat de wethouder ononderbroken zijn betoog kan houden, omdat er een veelheid aan vragen en invalshoeken naar voren is gebracht. Ik gun u interrupties, maar ik ben een beetje bezorgd dat al die interrupties afleiden van de hoofdlijn van zijn betoog. Er is straks een uitgebreide tweede termijn waarin u met elkaar in discussie komt over de politieke beoordeling van wat voorligt. Ik geef u ook de gelegenheid om, als u dat wilt, naar aanleiding van de eerste termijn van het college te schorsen voor de voorbereiding op de tweede termijn. Ik verzoek u de wethouder niet meteen weer in de reden te vallen, wat weer afleidt, waardoor we een enorm wijdlopige vertakking krijgen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Volgens mij moet er eerst een andere vraag worden gesteld. Het is inmiddels 22.50 uur en er ligt nog een aantal agendapunten. Het lijkt me veel beter dat we morgen hiermee fris en fruitig verder gaan. De VOORZITTER: We hebben hierna nog een aantal inhoudelijk agendapunten. Ik wil dit agendapunt vanavond afronden. Het is nog geen 23.00 uur. Maar we gaan dan wel over die tijd heen. Daarna kunnen we het schepnet ophalen en bekijken wat dit voor morgen betekent, want er zijn morgen uitnodigingen voor andere bijeenkomsten. We gaan er geen nachtwerk van maken om de hele agenda af te werken.
Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Ik pleit ervoor er dit keer echt geen nachtwerk van te maken. Zoals u allen weet, zijn sommigen hier al om 16.30 uur verschenen om een mooi besluit te kunnen nemen. Met dat in gedachte, lijkt het me goed om rond de klok van twaalf uur te zeggen dat het mooi is geweest voor vandaag. De VOORZITTER: We gaan eerst kijken hoever we komen met dit agendapunt. Laten we de conclusie nu nog niet trekken en niet te veel tijd aan dit debat verdoen, maar vooral naar wethouder Van Mierlo luisteren, zodat we een opmaat hebben voorde tweede termijn. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Dank aan alle leden voor hun inbreng op het beleidsplan. Ik heb niet alleen vanavond goed geluisterd, maar ook vorige week en zal zeker de openstaande vragen en opmerkingen van een reactie namens het college voorzien. Ik ga eerst in op een aantal zaken in zijn algemeenheid, onder andere vanuit de PvdA-fractie en Lijst Cete. De grove lijn in het beleidsplan is het garanderen van kwalitatief goede zorg en ondersteuning. Daar hoort ook het verstrekken van bijstand bij aan kwetsbare inwoners die deze nodig hebben, ook op de lange termijn. Dat kan alleen als inkomsten en uitgaven in R 2207154
36
evenwicht zijn. Dit budgettaire kader is het college meegegeven door uw raad. Het liefst zien we dat alle inwoners zichzelf zouden kunnen redden. Want hoe minder inwoners gebruik hoeven te maken van voorzieningen, hoe meer men zelf de regie over het eigen leven houdt en hoe beter het algehele gevoel van welbevinden. De analyse in het strategisch beleidsplan Iaat zien dat we hiervan in Almelo behoorlijk ver verwijderd zijn. Dat maakt die uitdaging heel groot. We zien dat die sociale problematiek geconcentreerd is in enkele wijken, waar het gebruik van voorzieningen in het sociaal domein bovengemiddeld is. Dat zijn met name de wijken met relatief veel sociale huurwoningen. Maar het niet zien of willen zien, of het ontkennen van die problematiek in die wijken, helpt niet bij het vinden van een oplossing. Want dat willen we heel graag. Het niet erkennen van de problemen die er zijn, leidt ertoe dat er niets verandert, omdat die inwoners in onze ogen niet de kansen krijgen om zich uit die situatie te helpen. Deze inwoners blijven op die manier in het web van sociale voorzieningen zitten. Dat willen we niet. Voor oplossingen in het sociale domein moet dus ook gekeken worden naar het fysieke domein. Om jezelf te kunnen redden moetje in staat zijn om zelf zoveel mogelijk je eigen problemen op te lossen. Dat is een terugkerend thema in dit beleidsplan. Ik noem een aantal punten.
Ten eerste het creëren van voorwaarden om veilig en kansrijk te kunnen opgroeien. De kansrijke start voor het jonge kind zit hierin. Ten tweede preventie waar het gaat om het voorkomen van gezondheidsproblemen. De heer Teeuw verwees er al naar. Maar ook het aanpakken van eenzaamheid en van schulden. Ten derde de aanpak van laaggeletterdheid en het inzetten op het verkrijgen van betaald werk. Dat is heel belangrijk. Ten vierde, als er een maatwerkvoorziening wordt toegekend, is het de bedoeling dat de inzet eerst gericht wordt op ontwikkeling naar meer zelfredzaamheid, het kunnen oplossen van eigen problemen. Dat zeg ik ook in antwoord op de PVV-fractie, die heeft gesteld dat je mensen die veel zorgen hebben als gevolg van armoede en schulden niet helpt met het vinden van een baan en het versterken van het zelf oplossend vermogen. Die constatering delen wij. In die situatie zal er eerst ruimte en rust moeten worden gecreëerd om toe te kunnen werken naar meer zelfredzaamheid en het vergroten van het zelf oplossend vermogen. Dat doen we en blijven we doen met de doorbraakmethode. Die zit bijvoorbeeld in beleidslijn 3.4, maar ook in het Schuldenlab. Het thema normaliseren is door een aantal fracties genoemd. Ik heb opgeschreven: SP, Leefbaar Almelo, Lijst fete en PvdA.
Het begrip normaliseren in het sociaal domein heeft betrekking op het tegengaan van onnodig problematiseren en etiketteren. Dat verzin ik niet zelf. Divosa, de vereniging van eindverantwoordelijken in het sociaal domein, schrijft daarover. In de aanhef bij de Jeugdwet is het thema normaliseren zelfs genoemd als een van de belangrijkste doelen, waarbij onder normaliseren wordt verstaan dat het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen eerst bij de ouders en de jeugdigen zelf ligt. Het is dus geen nieuw begrip, maar een uitgangspunt in de Jeugdwet, dat overigens samen met onze strategische partners natuurlijk wel nader gedefinieerd moet worden. Ik noem bijvoorbeeld het overleg met het onderwijs over passend onderwijs in relatie tot de toegang tot speciaal onderwijs. Dit is een thema dat door het samenwerkingsverband zelf is ingebracht. Het gaat om de vraag hoe we kinderen zo lang en verantwoord mogelijk binnen het reguliere onderwijs kunnen houden. In overleg met zorgaanbieders is dit ook een thema dat door de aasbieders van jeugdzorg, maar ook aasbieders op grond van de Wmo, zelf wordt ingebracht.
Daarbij is het belang van die aasbieders dat zij door een toenemende krapte op de arbeidsmarkt, Iet wel, het personeel is schaars, opzoek zijn naar mogelijkheden om ook op de lange termijn de noodzakelijke zorg aan onze kwetsbare inwoners te kunnen blijven bieden. Normaliseren is dus, dit zeg ik met klem, geen excuus om ondersteuning aan kwetsbare inwoners te beëindigen of om geen ondersteuning meer te hoeven bieden. Laat dat heel duidelijk zijn. Dat is niet onze opvatting. Wel zijn we net als andere gemeenten en het Rijkop zoek naar de reikwijdte en de omvang van zorg en ondersteuning die we als gemeente moeten bieden. Door onder andere de PvdA en Lijst fete zijn vragen over het proces gesteld en in het verlengde daarvan de ontbrekende evaluatie. In 2014 was een transitiewerkgroep vanuit de R 2207154
37
gemeenteraad — ik ben daar zelf lid van geweest — betrokken bij de totstandkoming van het beleidsplan Samen meer doen. Daarvoor is destijds gekozen, omdat het enorme veranderingen betrof in het sociaal domein. Het is wel de grootste decentralisatieoperatie in de Nederlandse geschiedenis genoemd. Daarvan is nu geen sprake. We actualiseren het beleid dat toentertijd in gezamenlijkheid is vastgesteld. We borduren voort op dat beleid. Er hebben zich de afgelopen jaren ontwikkelingen voorgedaan die ervoor gezorgd hebben dat de doelen die we ons hebben gesteld met het kader van Samen meer doen, niet kunnen worden gehaald. Uw raad is daarover bij de behandeling van de perspectiefnota's, de begrotingsbehandelingen en via raadsbrieven geïnformeerd. Ik noem er een aantal, zoals de problemen met de invoering van het abonnementstarief en daardoor de groei van de huishoudelijke ondersteuning; de invoering van het Besluit Reële prijs, de AMvB Reële tarieven; de stand van zaken met betrekking tot de maatregelen uit drie maatregelenplannen; en ook het rapport van de Rekenkamercommissie over de uitgaven voorde Jeugdwet; de bevindingen van de VNG-visitatiecommissie en niet op de laatste plaats de aanpak van zorgfraude. Onze conclusie is dat op basis van deze ontwikkelingen het fundament dat is gelegd met het beleidsplan Samen meer doen, niet wezenlijk hoeft te worden gewijzigd.
Dat heeft het college dus ook niet gedaan. Uit de analyse in het strategisch beleidsplan blijkt dat er veel ten goede is veranderd. Dat uitgangspunt dat de inkomsten en uitgaven in het sociaal domein in evenwicht moeten zijn, het is ook met het nieuwe strategische beleidsplan niet veranderd. Dat was er al. Maar om dat te realiseren is, gelet op de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden, wel een bijstelling van de te volgen beleidslijnen nodig. Dan de timing. Niet nu in de nadagen — dat woord is gebruikt — van de huidige raad dit plan vaststellen. Onze opvatting is dat er geen sprake is van grote wijzigingen. Het college is gewoon missionair. Van ons als college mag worden verwacht dat wij de stad goed blijven besturen. Daarbij hoort dat wij onze verantwoordelijkheid blijven nemen. Het zou raar zijn als we na een periode van drie jaar eigenlijk al uit-bestuurd zijn, omdat we in het vierde jaar, in de aanloop naar de verkiezingen zitten. We stellen daarbij ook de kaders vast waarin een besluit kan worden genomen, bijvoorbeeld over de Regiovisie Jeugdhulp die nog besproken wordt, en de Regiovisie Beschermd Wonen. Maar ook stellen we kaders vast voorde inkoop van voorzieningen in het sociaal domein die we per 1 januari 2023 moeten hebben gedraaid. Dat zit op hoofdlijn in dit document. Overschatten we niet de eigen kracht? Een vraag die door de Christenunie-fractie is gesteld.
We overschatten de eigen kracht van onze inwoners niet. Het is inderdaad zo dat de eigen kracht bij een groep kwetsbare inwoners met inzet van ondersteuning of preventieve interventies niet zo veel zal toenemen dat ze zelfredzaam worden, of ineens in oplossingen kunnen voorzien. Maar wij willen stevig inzetten op het vergroten, versterken en ontwikkelen van die eigen kracht, omdat we vinden dat dit in het belang is van die inwoners. Omdat een groep inwoners blijvend aangewezen zal zijn op zorg en ondersteuning, willen we daarmee rekening houden bij de inkoop van onze voorzieningen. Daar waar het kan, zetten we in op ontwikkeling van die eigen kracht, die zelfredzaamheid die aan de orde is gekomen, het zelf oplossend vermogen. Daar waar dit niet kan, bij situaties waar mensen niet uit zouden kunnen komen, zetten we in op stabiliseren. Dan de relatie met de woonvisie, de zorgaanbieders en de woningcorporaties. Dit sluit aan op de vraag van de heer Teeuw over de woonzorgvisie. We zijn in overleg om zorg en wonen op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt daarbij is dat het aantal goedkope woningen niet toeneemt. Dat is in lijn met de woonvisie, ik herhaal dat graag, in lijn met de woonvisie, waarin staat dat op de lange termijn, in de periode 2025-2035, de behoefte aan goedkope sociale huurwoningen afneemt en de voorraad daarop moet worden afgestemd; ik heb dit opgezocht.
Ik zeg dit expliciet; hier staan geen nieuwe teksten in. De Adviesraad Sociaal Domein is een aantal keren aan de orde gekomen. Het is goed te beginnen met de opmerking dat de Adviesraad Sociaal Domein gisteren nog niet is geïnstalleerd. Er hebben, in mijn aanwezigheid, twee weken terug, gesprekken plaatsgevonden. Ik heb een heel plezierig gesprek gehad met kandidaat-raadsleden voorde Adviesraad Sociaal Domein en intussen hebben wij vanuit Almelo Sociaal een voordracht gekregen voor leden van de Adviesraad Sociaal Domein. Dat betekent dat wij die langs de koers van onze Regeling Adviesraad Sociaal Domein houden. Als blijkt dat de voordracht past, staat ons niets in de weg R 2207154
3$
om die mensen te benoemen. Dat zal nog plaatsvinden, en als het aan mij en het college ligt, op korte termijn. Niets is zo vervelend als geen Adviesraad Sociaal Domein te hebben. Ik kom straks terug op de brief van de heer Plas. Tegen de kandidaat -Adviesraadsleden heb ik opgemerkt dat wij aan alle kanten bereid zijn om hen intensief te betrekken bij het opstellen van het actieplan, dus bij die concretiseringsslag. We hebben er alle belang bij dat die goed aansluit bij hun gevoel met de praktijk, want daarvoor zijn ze een belangrijk adviesorgaan. Wat mevrouw Ten Seldam daarover zei, is terecht. Het is een adviesorgaan voor het college. En het college betrekt de adviezen bij zijn beleid. In dit kader is het van belang te melden dat bij alle tussentijdse aspecten die meegenomen zijn in de actualisatie van dit beleid de Adviesraad, toen nog de Wmo-adviesraad, en de KRA bij onderdelen van dat beleid zijn betrokken. Ik noem een voorbeeld. De Verordening Wmo 2019 en de Verordening Jeugdwet zijn op die manier in het proces gegoten, omdat de Adviesraad daarbij betrokken is. Eris nog een aantal vragen gesteld, waarvan sommige wat concreter zijn. Omdat mevrouw Van Doorn er specifiek naar vroeg, beantwoord ik haar vraag graag. Vorige week is die al aan de orde geweest.
Wordt de diagnose enkel en alleen gesteld door huisartsen en psychiaters? Jazeker, het stellen van diagnoses is voorbehouden aan medici. Voorde toegang van het sociaal domein beoordelen wij die indicaties, maar stellen we geen medische diagnose. De farmaceutische industrie is genoemd met een link met het voorwoord. Dat zit er niet meer in. Mocht mevrouw Van Doorns daarover in tweede termijn nadere uitleg willen, heb ik die voor haar beschikbaar. Het volgende is echt een belangrijk onderwerp. De heer De Olde vroeg er volgens mij naar, de ouderen en de wijze waarop wij mantelzorgondersteuning en vrijwilligers organiseren. Dat gebeurt onder de paraplu van het Beleidsplan Sociaal Domein niet anders dan nu het geval is. Ondersteuning van de mantelzorger is geregeld via het Steunpunt Mantelzorg Almelo en is gericht op ontlasten, verlichten, het bieden van respijtzorg en activiteiten om mantelzorgers te waarderen, zowel volwassen mantelzorgers als jonge mantelzorgers. Ik ben daar persoonlijk als portefeuillehouder vaak bij betrokken. Dit geldt ook voorde wijze waarop we vrijwilligers ondersteunen. De VOORZITTER: Wethouder, u ben nu vragen aan het beantwoorden en hebt al een algemene beschouwing gegeven. Ik zie dat een aantal leden het debat met u wil voeren.
Hoeveel tijd hebt u nodig om die vragen te adresseren? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik zal er een aantal hoofdlijnen uithalen. Daarvoor heb ik 3 à 4 minuten nodig. Het thema wantrouwen van de zorgprofessional heb ik vanavond weer gehoord. Ik wijs erop dat wij die zorgprofessional niet wantrouwen. De meeste zorgprofessionals werken met de beste intenties voor onze inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben. Maar soms zien we dat zorgaanbieders minder zuivere drijfveren lijken te hebben. Daar moeten we wat aan doen. Juist ook om de goedwillende zorgaanbieders te beschermen tegen een negatief beeld moeten we die kwaadwillende zorgaanbieders aanpakken. Daar staan goedwillende zorgaanbieders niet negatief tegenover. Ik kom op mijn reactie op de brief van de heer Plas. Het college dankt de heer Plas hartelijk voor zijn reactie op het strategisch beleidsplan. Ik heb vaker contact met hem, omdat hij tussentijds op allerlei momenten contact met ons zoekt, ook naar aanleiding van berichtgeving in de media. Dan zorgen we dat er een adequaat antwoord op komt. De vragen en opmerkingen over het strategisch beleidsplan heb ik in mijn beantwoording aan de orde gesteld en meegenomen. Maar veel vragen, opmerkingen en constateringen hebben betrekking op de nadere uitwerking van het strategisch beleidsplan in het actieplan.
Ik heb net al gezegd dat wij daarbij de kandidaat-Adviesraadleden zullen betrekken. Maar wij zullen ook uw raad erbij betrekken. Daarmee sluit ik af. Mevrouw Ten Seldam doelde erin haar bijdrage expliciet op. Wat is straks de rol van de raad en hoe krijgt die vorm? Ik leg graag een beeldspraak op tafel. Dat verheldert hopelijk hoe wij tegen dit vraagstuk aankijken. Ik gun het de gemeenteraad van Almelo om op het panorama dak van Schiphol te gaan kijken. Daar stijgen vliegtuigen op. Ze gaan een bepaalde kant op. Uw raad zou zelfs op de vertrekborden kunnen zien of ze naar een goede bestemming gaan, evenals de hoek die ze maken. Het gaat dus om de richting. Wij zijn aan alle kanten bereid om de gemeenteraad in het R 2207154
39
vliegtuig te laten plaatsnemen om te zien hoe we die richting opgaan. Daar willen we politieke beraden voor organiseren en dat zullen we ook zeker doen. Dat heb ik vorige week al toegezegd. Maar wat een deel van de gemeenteraad wil, is met ons in de cockpit zitten. En dat is precies het verschil tussen het abstractieniveau van dit strategisch beleidsplan, met de verantwoordelijkheid van de raad om die kaders en richting te bepalen en van het college om in de cockpit te zitten en daarnaartoe te sturen. Met deze beeldspraak hoop ik dat ik voldoende heb proberen aan te geven dat de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeenteraad bij de concretisering van het actieplan voldoende zijn om sturing te hebben. Dat kan alleszins en wij zijn van harte daartoe bereid. Maar het is uiteindelijk het college dat dat plan vaststelt. De VOORZITTER: Dit roept ongetwijfeld vragen en interrupties op. Daarvoor nemen we nu de ruimte voor. We kijken daarna of we naar een tweede termijn kunnen. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik heb de vorige week een heleboel vragen gesteld over de kaders en geen antwoord gekregen. De wethouder heeft het over een vliegtuig en dat de raad in de cockpit wil zitten. Nu zitten we in een stuurloos vliegtuig dat alle kanten op gaat. Wat dat betreft hebben wij als raad, in onze volks vertegenwoordigende rol, kaders vast te stellen.
Ik weet dat de wethouder zegt dat wij niet over de beleidsvoering gaan. Dat klopt, maar wij gaan wel over de kaders waarbinnen die beleidsuitvoering plaats moet vinden. Die kaders horen wij als raad vast te stellen. Daar wil ik graag op de een of andere manier invloed op hebben. We hebben app-gesprekken gevoerd. Ik heb met mevrouw Ten Seldam de hele week gebeld. Ik heb geprobeerd om ruimte in te vinden, zodat we vanavond tot elkaar kunnen komen, dat we als raad in positie kunnen worden gebracht om die kader stellende rol te nemen. De wethouder zegt dat hij ons een plekje in het vliegtuig gunt. Nee, ik gun ons een plek in de cockpit. Wij zijn uiteindelijk het bestuur van de stad en niet het college. Even over de brief van 15 juni jl. De wethouder zou geen besluit nemen over grote zaken, zonder de raad daarin mee te nemen. Daarop wil ik graag een reactie. Waarom wordt nu toch een grote wijziging aangebracht? De wethouder zegt aan de ene kant dat het over bestaand beleid gaat dat wordt voortgezet met kleine aanvullingen, en het volgende moment zegt hij dat het over nieuw beleid gaat. Volgens mij weet hij zelf niet wat hij doet. Ik heb graag wat meer helderheid over wat de wethouder precies gaat doen. Ik heb vorige week al gezegd: geef de kaders maar aan.
Wat zijn de kaders, waaraan kunnen wij straks beoordelen of de wethouder binnen de kaders gehandeld heeft? Waar kunnen we aan toetsen? Wat zijn de effecten? Hoe kunnen we die meten? Neem me daarin mee, dan kan ik beoordelen of ik daarin mee wil gaan of juist niet. Nu zie ik ze niet. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Hier reageer ik graag op. Ik begin graag met een vraag terug, maar dat zal niet erg gewaardeerd worden. Wij zien die grote veranderingen niet, want we hebben een actualisatie uitgevoerd. Dat is de reden dat, indachtig de brief van 15 juni jl., wij dit voorstel zien als een actualisatie. We kunnen niet negen maanden stilstaan. Inmiddels is het 15 februari. Het kan niet zo zijn dat wij al die tijd stil blijven staan. Het is uiteindelijk uw raad ... Ik kom terug op de eerste vraag van mevrouw Geerdink: wat zijn die kaders? Het lijkt haast een semantische discussie. Ik heb bewust gekeken naar het beleidsplan Samen meer doen. De kaders zijn impliciet in dat oude document vervlochten. We hebben nu met de strategische beleidsdoelen geëxpliciteerd wat de belangrijkste kaders zijn, paragraaf 4.1. Vervolgens willen we daaraan graag prestatie-indicatoren koppelen, dat is nieuw, juist om die controlerende taak van de raad te kunnen invullen. Die moeten we SMART maken. Dat doen we in de volgende fase, naar dat actieplan toe. Daar mag uw raad zijn inbreng op leveren.
Daarmee bieden we uiteindelijk uw raad het instrumentarium om te beoordelen hoe we die strategische doelen tot uitwerking brengen. Praktischer kan ik het haast niet vertalen. Mevrouw GEERDINK (PvdA): De wethouder zegt "inbreng", maar waarom kunnen we die niet vaststellen? De wethouder zegt dat het maar om kleine veranderingen gaat. We hebben gevraagd of dit onderwerp van de agenda kan. Dat hebben we al een paar keer gedaan. Er zijn verschillende politiek beraden geweest. Daaruit is gebleken dat er heel veel vragen zijn en we R 2207154
40
niet zijn meegenomen. De wethouder zegt dat het maar kleine wijzingen zijn. Waarom het plan nu? Hij kan er ook even mee wachten. Het college maakt een keuze door dit beleidsplan nu voor te leggen. Ik wil heel graag weten waarom. En niet van: we zijn nog missionair enzovoorts, maar echt waarom. Wat is het nut waarom we dit besluit nu moeten nemen? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! We hebben een intern proces gelopen hiernaartoe. Dat kost tijd. In het beeldvormende politiek beraad heeft een van onze medewerkers dat toegelicht. Dat leidt ertoe dat we op de juiste momenten, als we een vervolmaking zien, onze werkvoorraad met thematiek en beleidsdocumenten aan uw raad aanbieden. Het kan in onze optiek niet zo zijn dat we dit nu maar even zo laten. Overigens vraagt de wet dat wij een actueel beleidsplan hebben. Het kan niet zo zijn dat we dit dan maar over de verkiezingen heen tillen. Een nieuwe raad moet dan nog zijn weg daarin vinden, omdat dit voor die raad nieuwe materie is, terwijl wij het beschouwen als een actualisatie van beleid. Juist daarom is het goed dat een gemeenteraad als deze, die al die tussentijdse aspecten van aanpassingen van verordeningen, van beleid en dergelijke, heeft meegekregen, heeft meegemaakt, daarop zijn besluitvormende rol kan pakken.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheerde voorzitter! De wethouder had het over het faciliteren van de mantelzorgers. Dat staat ook in het stuk. Inmiddels wordt er veel meer van mantelzorgers gevraagd. Ik vraag me af in hoeverre de wethouder dat wil faciliteren en doorzetten. Het klinkt misschien wat lullig, maar ik wil graag op zijn beeldspraak reageren. Over het algemeen kies ik liever met welke maatschappij ik vlieg, dus dat speelt een rol. Het is heel mooi om te zeggen dat het doel bekend is, maar ik vind het ook belangrijk hoe we dat doel bereiken. Als ik twintig tussenstops moet maken met allerlei kritische kanttekeningen halverwege, word ik doodongelukkig. Ik vind de beeldspraak dus wel fijn om de wethouder verder te kunnen bekritiseren. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Hoe gaan we het doel bereiken? Dat is de vertaling die we gaan maken, de operationalisering in het actieplan. Nogmaals, daarvoor zit uw raad met ons in het vliegtuig. Daarin trekken we samen op. Daarin worden niet alleen uw raad, maar ook het onderwijsveld, het welzijnsveld en de zorgsector betrokken. Uiteindelijk gaan we daarover met elkaar in debat in politiek beraden — ik val in herhaling — dat zeggen we toe, dat gaan we doen. Met die operationalisering komt er uiteindelijk een aantal vertalingen, operationaliseringen van die strategische doelen.
Het is de verantwoordelijkheid van het college om het actieplan uiteindelijk vast te stellen. We horen uw raad zeer goed. Daarom nemen wij uw raad op die manier mee. Een belangrijke toevoeging op het aspect: waarom nu? Ik vind het belangrijk om dit te expliciteren. In het beleidsplan Samen meer doen, het huidige beleid, zit een uitgangspunt: het uitgangspunt balans uitgaven en inkomsten. Maar we kunnen niet sturen op tarieven door het Besluit reële prijs. Dat betekent dat we wijzigingen moeten doorvoeren, omdat we anders in de knel komen bij een nieuwe inkoop. Dit is een belangrijk punt als aanvulling. De mantelzorgondersteuning is gericht op het verlichten en ontlasten van mensen. Juist omdat we zien dat die druk groter wordt, zijn we met het steunpunt mantelzorg in gesprek om te kijken waar die ondersteuning precies nodig is. Daarvoor hebben we Mantelzorg Almelo. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Voorzitter! De wethouder heeft het weer over het financiële kader. Er zijn drie maatregelplannen geweest. Er zijn een was dienst en al dat soort dingen geweest.
Wat betekent dit beleidsplan voorde inwoners van Almelo die afhankelijk zijn van bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning? Wat gaat dit concreet voor die mensen betekenen? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Als mevrouw Geerdink bedoelt dat we hiermee een basis schetsen voor nieuwe bezuinigingen, kan ik heel duidelijk zijn: dat zit hier niet in. Wij gaan hiermee niet extra bezuinigen. Die zijn verwerkt in de maatregelenplannen en zijn doorgevoerd. In mijn algemene inleiding, reflectie, heb ik aangegeven dat wij staan voor goede zorg en ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben. Dat is de bottom line waarvoor het college, ook bij wet, een verantwoordelijkheid heeft. Dat zit hierin vervlochten. R 2207154
41
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dat is niet wat ik vraag. Ik heb het niet over bezuinigingen gehad. Dat maakt de wethouder ervan, dus misschien zit dat er toch ergens in. Ik vraag wat het voor die mensen betekent. Bijvoorbeeld het maatregelenplan. Gaat die huishoudelijke hulp straks naar de voorliggende voorziening of naar de algemene voorziening en moeten mensen daarvoor gaan betalen? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Nee, daar zitten hier geen voorstellen voor Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dat is de uitwerking en daar vraag ik naar. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik weet niet met welke woorden ik dit nog nader moet duiden, maar uw raad wordt betrokken bij die uitwerking. Hier zit geen voorstel in om opeens ... Mevrouw Geerdink noemt de was dienst als voorbeeld. Dat is een treffend voorbeeld dat een vertaling heeft gekregen in de maatregelenplannen. Daarmee is die bezuiniging doorgevoerd. Maar er ligt nu niet ergens een plan onder tafel dat erop een abstracte wijze wordt in gefietst en straks een feit is. Zo zit het niet in elkaar. Dan zouden we uw raad niet het hele verhaal vertellen. Dat zit hier niet in. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik wil juist dat hele verhaal weten. Tussen de regels door kunnen we dat verhaal op allerlei manieren inkleuren. Als we dit plan vaststellen, kun je allerlei kleuren bedenken om dat in te vullen.
Daar wil ik juist grip op hebben via een raadsbesluiten niet via de een of andere passagiersstoel op de achterste rij. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik ga ereven boven hangen. Ik voel aan alle kanten een wantrouwende manier van lezen van dit stuk. Het is lastig om dat te ontkrachten. Dat is de opvatting van mevrouw Geerdink en dat mag, maar dat is niet de intentie geweest van hoe wij dit stuk hebben opgesteld. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik wil het nog een keer proberen. Dat is precies wat de heer Teunis ook al zei, wat je zaait, kun je terug verwachten. Neem bijvoorbeeld de perspectiefnota. Daarbij nemen we allerlei besluiten. Vervolgens zegt het college dat er een meerderheidsbesluit ligt en die maatregelenplannen voortkomen uit de perspectiefnota. Deze redenering wordt uiteindelijk gebruikten daar komt dat wantrouwen vandaan. Dat is niet zo heel raar, dat heeft de wethouder zelf veroorzaakt. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Een perspectiefnota is een aankondiging van nieuw beleid waarop het college vervolgens de piketpaaltjes gaat slaan. Dat wordt vertaald in een jaarschijf in een begroting. Maar ín dit plan zitten geen nieuwe elementen. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Ik zal proberen het kortte houden. Vanavond ligt voor, zoals het college het noemt, een kleine update van bestaand beleid.
De PVV-fractie was niet bij het vaststellen van het oude PvdA-beleid van de hand van mevrouw Timmer. Aan ons wordt gevraagd de beleidsdoelen die het college nu neerlegt, vast te stellen. Mijn vragen van vorige week — die de wethouder heel goed kent, maar vanavond niet beantwoord heeft — en uiteraard van vanavond zien op de haalbaarheid van dat doel. Bij onvoldoende antwoord op die vragen hebben wij geen vertrouwen in het mogelijk behalen van die doelen en willen wij ze dus ook niet vaststellen. Ik heb het alleen maar over doel 1; alleen daarover heb ik vragen gesteld. Ik zou heel graag willen dat de wethouder die vragen beantwoord, dan kunnen wij bekijken of wat wij vanavond vaststellen, uberhaupt een haalbare kaart is. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik ben niet van het jij-bakken, maar ik heb antwoord gegeven op een deel van de vragen van de PVV-fractie toen de heer St~teler even naar de publieke tribune liep. Mijn excuses, maar ik heb gewoon verder gepraat. Daarin ligt een deel van de beantwoording. Ik kan dat gaan herhalen, maar dat lijkt mij niet aan de orde.
R 2207154
42
Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Ik interrumpeer de heer Van Mierlo op zijn beeldspraak. Met zijn beeldspraak wekt hij bij mij de indruk dat de cockpit, daarin bevindt zich de piloot, bepaalt hoe wij vliegen. Maar in mijn beeldspraak, c.q. de beeldspraak die wethouder Van Mierlo zelf heeft gebruikt, bepaalt de passagier waarde pilot naartoe vliegt. Want de passagier koopt een ticket. In die zín vraag ik me af wie in de cockpit zit en wíe de passagier is. In mijn eerste termijn heb ik gezegd: kijk waar je elkaar kunt vinden, want uiteindelijk wil je samen het doel bereiken. Ik pak er even een andere beeldspraak bij. Ik zie dat we met de voorliggende strategienota bepalen dat we op vakantie gaan; hier haak ik aan bij de beeldspraak van het vliegtuig. Maar waar we naartoe gaan, dat weten we nog niet, en hoe we gaan, en wat het mag kosten, weten we ook nog niet. Oftewel, gaan we met het vliegtuig, of gaan we op de fiets, blijven we in Nederland, binnen Europa of gaan we naar Afrika? Daar wringt volgens mij de schoen van vanavond. We zijn met elkaar best wel bereid om die strategische nota sociaal domein vast te stellen, maar wie bepaalt uiteindelijk hoe we verder gaan? De uitvoering is aan het college; dat stelt dat vast. Maar mag de raad nog iets vinden van hoe we gaan, wat het mag kosten? Oftewel, de w-vraag is essentieel.
Ik ben benieuwd naar de bespiegelingen van de wethouder hierop. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Elke beeldspraak kan op meerdere wijze invulling krijgen. Ik begrijp de optiek van mevrouw ten Seldam helemaal: de passagier bepaalt waar we naartoe gaan. Daarom is het in mijn beeldspraak passend dat de raad in het vliegtuig zit en heeft aangegeven welke kant we op vliegen. Welke kant we op vliegen bepaalt uw raad met die vijf strategische doelen. Dat is de richting waarop wij ons beleid verder gaan uitwerken, De hoe-vraag, hoe we dat gaan uitwerken, bepaalt het college in de cockpit. Zo heb ik de beeldspraak bedoeld. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Dan zit er wat licht tussen hoe het college ernaar kijkt en hoe een aantal fracties ernaar kijkt. De wethouder zegt dat wij al in het vliegtuig zitten. Mijn fractie ziet de nota als een aankondiging dat we op vakantie gaan. Daar komt nog wat tussen. Daarom heb ik de wethouder in eerste termijn gevraagd wat daartussen zit. Hij heeft gezegd dat hij bereid is de nodige politiek beraden te houden. Maar hij weet net als ik dat politiek beraden worden gehouden volgens de trits: beeldvormend, oordeelvormend en besluitvormend. Dat heb ik hem niet horen zeggen. De heer VAN MIERLO (wethouder): Mijnheerde voorzitter! Ik ken geen besluitvormend politiek beraad, maar dat is semantiek.
Waar het om gaat, is dat het college uw raad aan alle kanten ruimte wil bieden om iets te vinden van die operationaliseringsslag. Daar luisteren wij ontzettend goed naar. Het net ophalen kan beeldvormend, kan met partijen uit de stad die uw raad daarvoor uitnodigt; dat kan op allerlei manieren. We kunnen daarvoor een vorm vinden, op welk moment dan ook. Volgens mij kunnen we elkaar erop vinden dat die brede wijze van ophalen aan alle kanten door ons gesteund en gefaciliteerd zal worden en uw raad alle gelegenheid krijgt te melden wat voorde fracties allemaal belangrijk is. Dat wordt uiteindelijk in de operationalisering van de strategische doelen door ons vormgegeven. Dan kan er wederom nog een keer met de raad over worden gesproken, om te toetsen of we de juiste snaar te pakken hebben. De bottom line is - dat zit in de verhouding tussen kaderstelling en operationalisering c.q. uitvoering - dat dit de kaders zijn en dat wij voor die operationalisering goed luisteren naar wat u allen in te brengen hebt, maar dat het college het uitvoeringsplan vaststelt. Daar zit het verschil, zeg ik voor de scherpte. Dat breed ophalen doen we niet alleen bij de raad, maar ook bij de partners, de corporaties, het onderwijs en de zorg. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! Door de beeldspraak ben ik de draad kwijtgeraakt.
Mijn vraag aan de wethouder is of hij met nieuw beleid komt en daarover een raadbrief naar de raad stuurt. Of gaat hij ons echt zeggen dat we nog inbreng hebben in de verschillende deelgebieden?
R 2207154
43
De heer VAN MIERLO (wethouder): Uw raad heeft nog inbreng in de verschillende deelgebieden bij de operationalisering van die beleidsdoelstellingen. Uiteindelijk is het college aan zet om dat op basis van die inbreng vast te klikken. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheer de voorzitter! Ik heb mogelijkerwijs nog meer last van de draad kwijtraken. Als ik de beleidslijnen bij de strategische doelen lees, denk ik dat het heel mooi beschreven staat, maar dat de helft helemaal niet realistisch is. Ik vind dat te vervelend om positief te kunnen zijn over dit stuk. Ik ga iets herhalen. Ondanks het feit dat er heel goede dingen in het beleidsplan staan, zijn er voor mij te veel niet-realistische zaken in te vinden. Ik ga de heer Loupattij niet plezieren door ze allemaal te benoemen, want dan duurt het veel te lang. Maar ik hoop dat het het nieuwe college zal lukken om dat wat hierzo mooi beschreven staat, daadwerkelijk goed uit te voeren. Ik hoop dat er dan een betere raad zit dan nu, die daadwerkelijk controleert of dat gebeurt. Daar heeft het de laatste tijd aan gemankeerd, vind ik. Dat ligt aan de raad zelf. De heer VAN MIERLO (wethouder): Ik kan die opvatting alleen maar steunen. Die Iaat juist zien dat de lezing van de heer Hummels is: laten we dit met vertrouwen tegemoet zien en geef het college de ruimte om dat goede gesprek dat ik nu aankondig, daadwerkelijk te voeren.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik vind grappig hoe de wethouder dit uitlegt, en dat is misschien wel mijn grootste probleem, want ik raak het vertrouwen kwijt, niet alleen in de wethouder, maar in het hele college en deze hele raad. Dat maakt het zo ingewikkeld. Sorry dat het zo lang duurt. Ik zei het net al en ben benieuwd wat de wethouder ervan vindt: wij controleren niet naar behoren. Vindt de wethouder dat wij naar behoren controleren? Hiermee is duidelijk wat ik bedoel. Ik heb in de afgelopen jaren ervaren dat het heel mooi lijkt om een democratisch proces te volgen, maar als het college te gemakkelijk de baas speelt, kan de raad controleren wat hij wil, maar heeft dat geen enkel effect, want dan zit er helaas een coalitie die dat allemaal maar goed vindt. Dit klinkt heel lullig, maar ik wil weten hoe de wethouder daarover denkt. Dat blijft voor mij het grootste bezwaar en daarom kan ik hier niet gelukkig mee zijn. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! De heer Hummels gebruikt termen als "de baas zijn". Ik hoop dat hij in mijn wijze van antwoorden ziet dat ik alle ruimte wil bieden om de raad daarvoor in positie te brengen. Sterker nog, wij hebben geprobeerd om alvast een concretiseringslag in paragraaf 4.2 te maken door prestatie-indicatoren te benoemen om uw raad te helpen als we die SMART hebben gemaakt.
De raad kan zich daaraan vasthouden om te kijken hoe wij er invulling aan geven. Dat heeft bij het huidige strategische beleidsplan niet gekund, want die prestatie-indicatoren waren er niet. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Volgens mij geeft mevrouw ten Seldam het ook al aan: we zitten nog niet in dat vliegtuig. Die kader stellende rol is een taak van de raad. Ik kan dit honderdduizend keer zeggen, maar die hebben we gewoon als raad en volksvertegenwoordiger. De wethouder zal de raad op een gegeven moment moeten vragen iets vast te stellen. Hij zegt dat hij ons gaat meenemen en gaat luisteren ... Hartstikke mooi, maar daar geloof ik niet in, omdat vaker gebleken is dat dit niet werkt. Dus ik wil dat er duidelijke kaders zijn, nu, beleidskaders waarbinnen het college handelt en uitvoert. De uitvoering moet het college doen, maarde uitvoeringskaders stellen wij. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik zoek er andere woorden bij. Ik constateer het volgende. We hebben een compact strategisch beleidsplan op hoofdlijnen geformuleerd met daarbij vijf strategische doelen. Die doelen zien wij als de kaders die wij gaan uitwerken. Ik proef dat een deel van de raad het ingewikkeld vindt om op die hoofdlijnen te blijven hangen, want de raad wil graag die verdiepingsslag. Dat probeer ik te overbruggen door bij het actieplan alle ruimte geven.
Mevrouw GEERDINK (PvdA): De wethouder moet het verschil zien tussen kaders en doelen. Kaders zijn geen doelen. Mevrouw Ten Seldam heeft dat al uitgelegd. Je hebt een R 2207154
44
doelstelling en daar wil je naartoe, maar hoe je daarnaartoe gaat, ga je invullen en daarbinnen stel je kaders. Die opdracht heeft de raad. Zo zie ik dat. Die kaders kunnen we vervolgens naast die doelen leggen om te kijken of ze voldoende zijn geweest om die doelen te bereiken. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik merk dat ik elke keer andere woorden zoek om hetzelfde te vertellen. Ik denk dat we op verschillende golflengten blijven zitten. Wij zien de hoofdlijnen van het beleid verankerd in die vijf strategische doelstellingen. De heer BETE (Lijst Cete): Voorzitter! De wethouder is tegenstrijdig. Aan de ene kant zegt hij dat dit besluit nu door de raad moet en aan de andere kant dat we nog vaak aan de beurt komen. Hij zegt: we zitten in een vliegtuig. We mogen in de cockpit zitten, maar zoals mevrouw Ten Seldam zegt, we hebben zelf nog geen bestemming bepaald. De heer Wiertz heeft in zijn eerste termijn gezegd dat het college zo'n strategisch plan niet neer mag zetten zonder dat er een adviescommissie over heeft gesproken. Dit is een directe vraag. En ik heb een vraag gesteld over hoe de wethouder de migratieachtergrond beoordeelt en wie dat allemaal zijn. Die heeft hij ook niet beantwoord. Als de wethouder dat kort en bondig kan doen, hoop ik dat ik geen tweede termijn nodig heb. Dus de wethouder spreekt zichzelf tegen.
Aan de ene kant zegt hij dat het niet belangrijk is, aan de andere kant doet hij alsof we failliet gaan als we dit besluit niet nemen. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! We hebben gewoon een actueel beleidskader nodig. Ik heb daarvoor voorbeelden genoemd. De inkoop van voorzieningen moet bijvoorbeeld adequaat zijn volgens de huidige wettelijke kaders en die zitten nu niet in het beleidsplan. De migratieachtergrond houden we niet bij, we registreren alleen de geboorteplaats van mensen. Het is voor ons beleid niet relevant om dat op gedetailleerd niveau in beeld te brengen. Op hoofdlijnen heb ik hiermee die twee vragen beantwoord. De heer BETE (Lijst fete): Nee, de wethouder heeft mijn derde vraag niet beantwoord over wat de heer Wiertz heeft gezegd. En over de migratieachtergrond. De wethouder stelt dus dat iedereen die buiten Almelo is geboren een migratieachtergrond heeft. Zegt hij dat? Anders moet hij mij uitleggen wat het precies is. Hij zegt aan de ene kant dat hij het niet bijhoudt en aan de andere kant heeft hij het in zijn beleid over 20%, 30%, 40% van de inwoners met een migratieachtergrond. Hoe komt hij aan dat percentage als hij het niet bijhoudt? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Dat is voor nu een heel gedetailleerde vraag. Daar wil ik straks op terugkomen, maar daarvoor heb ik nadere bestudering nodig.
De heer BETE (Lijst fete): Wanneer kan de wethouder dit zeggen? De heer VAN MIERLO (wethouder): Hopelijk zo direct. Bij de vraag over de Adviesraad val ik in herhaling, want ik heb het antwoord al gegeven. De heer BETE (Lijst fete): Er ligt nu een strategisch plan zonder dat de wethouder advies vraagt. De heer VAN MIERLO (wethouder): Ik heb gezegd dat dit actualisatie van beleid is en we op onderdelen die inde actualisatie zijn opgenomen, de toenmalige Wmo-adviesraad hebben geconsulteerd. De VOORZITTER: Ik heb het idee dat de verschillen en inzichten duidelijk zijn. Ik vraag u of u een tweede termijn wilt en een pauze nodig hebt, of meteen door wilt. Ik zie dat mevrouw Geerdink enige minuten respijt wil hebben. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Mevrouw GEERDINK (PvdA): Een halfuur. De VOORZITTER: Dat is heel lang. Mag ik u vragen dat tot 10 à 12 minuten te beperken? R 2207154